Vaststellingsbesluit selectielijsten neerslag handelingen beleidsterreinen Energiebeleid en Energiedelfstoffen vanaf 1945 (Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
Bron: Energierecht, pagina 123 en 124, Maar H.G. de, Alphen aan de Rijn 1987
Waardering: B 1
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens regelingen voor beperking van het energieverbruik.
Periode: 1981– 1991
Bron: Beschikking geldelijke steun beperking energieverbruik in de non-profit sector Stcrt. 1981, 22 ingetrokken Stcrt. 1984, 69. Regeling geldelijke steun beperking energieverbruik in de non-profit sector Stcrt. 1984, 69 ingetrokken bij Stcrt. 1987, 250. Bijdrageregeling NOx-arme verwarmingstoestellen Stcrt. 1990, 214 ingetrokken bij Stcrt. 1991, 250
Waardering: V 5 jaar
Vervallen.
Vervallen
Handeling: Het in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken beschikken op bezwaar tegen subsidiebeschikkingen krachtens regelingen voor beperking van het energieverbruik.
Periode: 1981–1991
Opmerking: Beschikkingen op bezwaarschriften krachtens de Regeling geldelijke steun proefprojecten rationeel energiegebruik in de gebouwde omgeving (PREGO) worden meegenomen in paragraaf 2.3 sector gebouwde omgeving.
Bron: Bepalingen uit de subsidieregelingen
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van EZ, inzake het beschikken op bezwaarschriften tegen beschikkingen op subsidie aanvragen krachtens:
– Beschikking geldelijke steun beperking energieverbruik in de non-profit sector Stcrt. 1981, 22 ingetrokken bij Stcrt. 1984, 69
– Regeling geldelijke steun beperking energieverbruik in de non-profit sector 1984 Stcrt. 1984, 69 ingetrokken bij 1987, 250
– Bijdrageregeling NOx-arme verwarmingstoestellen Stcrt. 1990, 214 ingetrokken bij Stcrt. 1991, 250.
Periode: 1981–1991
Bron: Bepalingen uit de subsidieregelingen
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van EZ, beschikken op bezwaarschriften tegen beschikkingen op subsidie aanvragen krachtens:
– Subsidieregeling NOx-arme en energiezuinige verwarmingstoestellen
– Besluit subsidies energiezuinige en emissiearme verwarmingstoestellen.
Periode: 1990–1995
Bron: Subsidieregeling NOx-arme en energiezuinige verwarmingstoestellen Stcrt. 1990, 252 laatstelijk gewijzigd Stcrt. 1991, 250 en Besluit subsidies energiezuinige en emissiearme verwarmingstoestellen Stb. 1993, 53 ingetrokken bij Stb. 1994, 147
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het, in overleg met de Minister van EZ, jaarlijks vaststellen van een lijst met milieuvriendelijke en energiebesparende technieken.
Producten: lijsten
Periode: 1993–(of eerder)
Opmerking: Deze lijst wordt opgesteld in het kader van de regeling VA-MIL Vervroegde Afschrijving Milieu-investering onderdeel energiebesparingtechnieken De Minister van Financiën stelt jaarlijks een maximum bedrag beschikbaar voor de regeling.
Bron: Brochure energiebesparing in de industrie 1994 p. 11, MEZ ‘s-Gravenhage, 1994.
Waardering: B 5
Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken vaststellen van de subsidieregeling Geldelijke steun proefprojecten rationeel energiegebruik in de gebouwde omgeving (PREGO).
Periode: 1980–1989
Bron: Energienota 1974, HdTK 1974–1975, 13 122
Waardering: B 5
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van EZ inzake het vaststellen van de subsidieregeling Geldelijke steun proefprojecten rationeel energiegebruik in de gebouwde omgeving.
Periode: 1980–1989
Bron: Energienota 1974, HdTK 1974–1975, 13 122
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Minister van EZ voor de invoering van de Energie Prestatie Norm voor zowel de woningbouw als de utiliteitsbouw.
Producten: wijziging Bouwbesluit 1995
Periode: 1994–
Opmerking: Doel van de norm is het gebruik van energie in nieuwbouw met vijftien procent te verminderen. Via het bouwbesluit wordt vastgelegd welke EnergiePrestatiecoëfficient (EP) maximaal is toegestaan. De EP geeft een grove indicatie van de energie-efficiency van een nog te bouwen gebouw.
Bron: Werkplan 1995, DGE directie Energiebesparing en Duurzame Energie; Zonneboilers, stand van zaken begin 1995. Houtsma, R. en anderen, Delft 1995.
Waardering: B 5
Vervallen.
Vervallen
Handeling: Het in overeenstemming met de Minister van EZ vaststellen van een ministeriële subsidieregeling op het gebied van energiebesparing voor de Rijksoverheid.
Producten: Energiebesparingprogramma Rijksoverheid Stcrt. 1980, 205
Periode: 1980–
Opmerking: Dit energiebesparingprogramma richt zich op het besparen van energie in gebouwen die door de Rijksoverheid worden gebruikt.
Bron: Energienota 1974, bijlage HdTK 1974–1975, 13 122
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van een stimuleringsregeling energiebesparing en stromingsenergie.
Producten: Besluit subsidie Windenergie (Stcrt 1993, 187) ingetrokken (Stcrt 1997, 18)
Periode: 1986–1997
Bron: Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie IVB, Stcrt. 1986, 196
Waardering: B 5
Handeling: Het behandelen van beroepschriften inzake subsidie voor windenergie.
Periode: 1986–1997
Bron: Besluit subsidie Windenergie (Stcrt 1993, 187) ingetrokken (Stcrt 1997, 18)
Waardering: V 10 jaar
14. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Handeling: Het (mede-) voorbereiden, wijzigen en intrekken van algemene maatregelen van bestuur op het gebied van kernenergie en ioniserende straling, radioactieve stoffen en ioniserende stralen uitzendende toestellen.
Periode: 1946–
Producten: Besluit inwerkingtreding Kernenergiewet (Stb. 1969, 514); Bijdragenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 475); Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 (Stb. 1981, 455); Definitiebesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 358); Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet (Stb. 1971, 420); Uitvoeringsbesluit ex artikel 22 Kernenergiewet (Stb. 1969, 476); Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen (Stb. 1969, 403); Besluit registratie splijtstoffen en ertsen (Stb. 1969, 471); Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen (Stb. 1969, 405); Beroepsbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 473).
Bron: Kernenergiewet, artt. 1; 13; 14; 16; 17; 18, lid 2; 19; 21; 26, lid 1; 35, lid 1; 49, lid 1; 56; 57; 67; 68.
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van nadere regels betreffende de algemene maatregelen van bestuur welke op het gebied van kernenergie, ioniserende straling, radioactieve stoffen en ioniserende stralen uitzendende toestellen zijn vastgesteld.
Periode: 1946–
Producten: Beschikking aanwijzing eerste kantoren Kernenergiewet (Stcrt. 1969, 241); Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1969 (Stb. 1969, 475); Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 (Stb. 1981, 455); Beschikking aanvraag vergunning en aangifte toestellen Kernenergiewet (Stcrt. 1975, 203); Besluit ongevallen kerninstallaties (Stb. 1976, 138); Besluit van 31 augustus 1987 (Stcrt. 176), houdende de regeling aanvraag vergunning en aangifte toestellen Kernenergiewet.
Bron: Kernenergiewet, art. 26, lid 2; art. 35, lid 1; art. 49, lid 1; art. 56, lid 1; art. 73; art. 74.
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen van de waarde en berekeningswijzen van radioactieve besmetting.
Periode: 1970–
Producten: Min. regeling; beschikking.
Bron: Definitiebesluit Kernenergiewet, art. 2 (169, Stb. 358) Inwtr. 1970
Waardering: B 5
Vervallen.
Vervallen.
Handeling: Het voordragen van (plaatsvervangende) leden, de (plaatsvervangend) voorzitter, secretaris van adviescommissies en raden betreffende kernenergie en ioniserende straling.
Periode: 1957–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 3, lid 1–3 (art. 4, lid 2); art. 7, lid 2 (art. 5, lid 1).
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:
a. vaststellen van de inrichting van het register splijtstoffen en ertsen;
b. aanwijzen van de gevallen waarin inlichtingen uit het register splijtstoffen en ertsen kunnen worden verstrekt;
c. bepalen van die gevallen waarin door de vergunninghouder een administratie gevoerd moet worden;
d. stellen van regels voor de door de vergunninghouder te voeren administratie;
e. bepalen van de gevallen waarbij een ieder die de aanwezigheid van ertsen in de bodem heeft vastgesteld aangifte moet doen;
f. stellen van regels voor de aangifte van de aanwezigheid van ertsen in de bodem.
g. stellen van regels betreffende de inrichting van het register radioactieve stoffen.
Periode: 1970–
Producten: Besluit registratie splijtstoffen en ertsen (Stb. 1969, 471); Besluit registratie en kosten keuringsdiensten Kernenergiewet (Stb. 1969, 472).
Bron: Kernenergiewet, art. 13, lid 2; art. 14, lid 1; art. 14, lid 2.
Waardering: B 5
Handeling: Het, in overeenstemming met de ministers wie het mede aangaat, beslissen op de aanvragen van een vergunning voor:
a. het vervoeren, voorhanden hebben, binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen of doen brengen, dan wel zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen;
b. een uitrusting, geschikt om een vaartuig of ander vervoermiddel door middel van kernenergie voort te brengen, daarin aan te brengen of aangebracht te houden, dan wel zodanige daarin aangebrachte uitrusting in werking te brengen, in werking te houden of te wijzigen.
c. het voorhanden hebben van splijtstoffen;
d. het zich ontdoen van splijtstoffen;
e. het oprichten van een inrichting waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt;
f. het oprichten van een inrichting waarin splijtstoffen welke plutonium of verrijkt uranium bevatten, of bestraalde splijtstoffen kunnen worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt;
g. het oprichten van een inrichting waarin splijtstoffen worden opgeslagen;
h. het oprichten van een inrichting waarin onbestraalde splijtstoffen welke geen plutonium of verrijkt uranium bevatten, of bestraalde splijtstoffen kunnen worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 15 (art. 15a); art. 18, lid 1 (artt. 19; 20; 20a; 30); art. 30, lid 1; Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen, artt. 4–9.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur bepalen dat de bij de Kernenergiewet gestelde verboden niet gelden betreffende splijtstoffen, ertsen, inrichtingen, of uitrustingen, behorende tot een bij die maatregel aangewezen categorie.
Periode: 1993–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 21, lid 2.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur stellen van regels aan de wijze waarop de aanvraag om een vergunning als bedoeld in de Kernenergiewet dient te geschieden en aan de gegevens welke van de aanvrager kunnen worden verlangd.
Periode: 1970–
Producten: Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen (Stb. 1969, 403).
Bron: Kernenergiewet, art. 16 (art. 15c, lid 3; art. 16, lid 1).
Waardering: B 5
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van overheidsorganen waaraan vergunningaanvragen meegedeeld worden.
Periode: 1970–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 17, lid 1 (art. 17a, lid 1).
Waardering: B 4
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van overheidsorganen die advies kunnen uitbrengen over het ontwerp van de beschikking op een vergunningaanvraag.
Periode: 1994–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 17a, lid 1.
Waardering: B 4
Staatssecretaris
Handeling: Het vaststellen van het formulier waarop de aanvraag om een vergunning voor het gebruik van:
a. deeltjesversnellers;
b. toestellen voor röntgenspectografie en diffractieapparaten;
c. röntgentoestellen met een maximale buissparing van 100 kilovolt of meer kan worden gedaan.
Periode: 1987–
Producten: Formulier.
Bron: Regeling aanvraag vergunning en aangifte toestellen Kernenergiewet (Stcrt. 1987, 176), art. 1.
Waardering: V 3 jaar
Nb. 1 formulier blijft bewaard
Handeling: Het, met inachtneming van de bij algemene maatregel van bestuur gestelde regels, toekennen van een vergoeding aan personen die schade hebben ondervonden als gevolg van de werkzaamheden van een kernenergie-inrichting.
Periode: 1970–
Producten: Brief met toekenning van een schadevergoeding.
Bron: Kernenergiewet, art. 48.
Waardering: V 85 jaar na geboorte
Handeling: Het na overleg met de Commissaris van de Koningin in de desbetreffende provincie vaststellen van een alarmregeling voor de door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen inrichting.
Periode: 1976–
Producten: Min. regels.
Bron: Besluit ongevallen kerninstallaties (Stb. 1976, 138), art. 2, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het verstrekken van vergunningen:
a. voor het bereiden, het vervoeren, het voorhanden hebben, het toepassen, het binnen Nederlands grondgebied brengen of te doen brengen en het zich ontdoen van radioactieve stoffen;
b. voor het gebruik van ioniserende stralen uitzendende toestellen.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 8 februari 1963, DGV, Afd. Gevaarlijke stoffen no. A-5/016899; Radioactieve-stoffenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 404); Besluit van 30 september 1991, no. MBS 27991004, Scrt. 223, van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake wijziging vergunningverlening Kernenergiewet.
Bron: Kernenergiewet, art. 29, lid 1; art. 34.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van radioactieve stoffen die met vergunning bereid, vervoerd, voorhanden hebben, toegepast mogen worden.
Periode: 1970–
Producten: Radioactieve-stoffenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 404); Regeling van 16 maart 1993, Stcrt. 78, inzake aanwijzing rookmelders Kernenergiewet 1993; Regeling aanwijzing rookmelders Kernenergiewet 1994; Regeling aanwijzing rookmelders Kernenergiewet 1995 (Stcrt. 1995, 62).
Bron: Kernenergiewet, art. 29, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het aan de vergunninghouder meedelen:
a. welke bijdrage verschuldigd is;
b. op welke wijze betaling van de bijdrage plaats kan vinden;
c. binnen welke termijn deze bijdrage dient te geschieden.
Periode: 1981–
Producten: Mededeling.
Bron: Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981, art. 15.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur ter bescherming van mensen, dieren, planten en goederen stellen van regels aan de toepassing van de op grond van de Kernenergiewet verleende vergunningen.
Periode: 1993–
Producten: Algemene maatregel van bestuur; ministeriële regels.
Bron: Kernenergiewet, art. 18a, lid 3.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels met het oog op de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen met betrekking tot radioactieve stoffen en ioniserende stralen uitzendende toestellen, en betreffende splijtstoffen, ertsen, inrichtingen, of uitrustingen dan wel onderdelen van inrichtingen of uitrustingen.
Periode: 1970–
Producten: Radioactieve-stoffenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 404); Toestellenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 406); Besluit stralenbescherming Kernenergiewet (Stb. 1986, 465); Wijzigingsbesluit Besluit stralenbescherming Kernenergiewet (Stb. 1993, 317); algemene maatregel van bestuur; min. regels.
Bron: Kernenergiewet, art. 21 (art. 21, lid 1); art. 32, lid 1; art. 34, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van toestellen waarvoor het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet niet van toepassing is.
Periode: 1987–
Producten: Beschikking.
Bron: Besluit stralenbescherming Kernenergiewet, art. 4, lid 2.
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten van kernenergie-inrichtingen in verband met zodanige dreiging van besmetting met radioactieve stoffen van bodem, water of lucht dat voor de openbare gezondheid aanmerkelijk gevaar te duchten is.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 38, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het beschikken op verzoeken van burgemeesters betreffende het sluiten van kernenergie-inrichtingen in verband met de dreiging van besmetting met radioactieve stoffen van bodem, water of lucht en het doen van mededeling daarvan.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 38, lid 3–4.
Waardering: B 5
Handeling: Het, zo nodig met behulp van de sterke arm, treffen van maatregelen in verband met de dreiging van besmetting met radioactieve stoffen van bodem, (oppervlakte-)water of lucht:
a. die zij voor de uitvoering van het sluiten van kernenergie-inrichtingen noodzakelijk achten;
b. ter bescherming van de gezondheid van dieren of planten, c.q. voor de deugdelijkheid van voortbrengselen van landbouw;
c. er bescherming van de belangen betreffende de waterhuishouding.
Periode: 1970–
Producten: Maatregel.
Bron: Kernenergiewet, art. 38, lid 6; art. 40, lid 1; art. 41, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij verwacht gevaar van besmetting met radioactieve stoffen van bodem, water of lucht door middel van een algemene maatregel van bestuur stellen van regels die zij met het oog op de openbare gezondheid noodzakelijk achten.
Periode: 1970–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 39, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het in verband met de dreiging van besmetting met radioactieve stoffen van bodem, (oppervlakte-)water of lucht in kennis stellen van de getroffen maatregelen aan de burgemeester der betrokken gemeente.
Periode: 1970–
Producten: Kennisgeving; brief.
Bron: Kernenergiewet, art. 39, lid 3; art. 40, lid 3; art. 41, lid 2.
Waardering: B 5
Handeling: Het van toepassing verklaren van artikel 39 wanneer personen of dieren ten gevolge van contact met of beïnvloeding anderszins door splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen of ioniserende stralen uitzendende toestellen zodanig zijn bestraald of besmet, dat aanmerkelijk gevaar voor hun naaste omgeving of voor dieren in hun naaste omgeving te duchten is.
Periode: 1970–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 42; art. 43.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels betreffende lijken van personen, die voor of na het overlijden, en betreffende stoffen en voorwerpen welke ten gevolge van contact met of beïnvloeding anderszins door splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen of ioniserende stralen uitzendende toestellen, zodanig zijn bestraald of besmet, dat gevaar voor de openbare gezondheid te duchten is.
Periode: 1970–
Producten: Algemene maatregel van bestuur; min. regels.
Bron: Kernenergiewet, art. 45, lid 1; art. 46, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van instellingen of personen aan wie de burgemeester bij gevaar voor de openbare gezondheid ten gevolge van ioniserende stralen dit gevaar kan melden.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 47, lid 2.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren welke belast zijn met het toezicht op de naleving van de Kernenergiewet en/of met het meten van doses ioniserende stralen en het bepalen van radioactieve besmetting.
Periode: 1970–
Producten: Regeling aanwijzing toezichthoudende ambtenaren inzake Kernenergiewet; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van verschillende ministers van 24 november 1969, no. 132.695 Dir.Gen.- Vgz./Dir. M.V.H./hafd. K. en S. (Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet), Stcrt. 239; Beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 12 december 1969, no. 2302, Stcrt. 244; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 18 december 1969, Dir.-Gen. Vgz./Dir. M.V.H./hafd. K. en S. no. 133.024, Stcrt. 253; Beschikking van de Minister van Financiën van 29 december 1969, no. A 69/9720 Gen. Thes., Dir. Binn. Geldw. en Fin. Public. Lichamen, Stcrt. 252; Regeling van 10 januari 1986, Stcrt. 15; Regeling van 9 februari 1987, Stcrt. 38; Beschikking van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 17 november 1988, Stcrt. 288); Regeling van 28 april 1994, Stcrt. 83 (Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet).
Bron: Kernenergiewet, art. 58, lid 1–3.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met de opsporing van de in de Kernenergiewet strafbaar gestelde feiten.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking van de Minister van Justitie van 16 december 1969, Stcrt. 248; Beschikking van 15 januari 1986, Stcrt. 15; Beschikking van 12 september 1990, Stcrt. 180 (Beschikking opsporingsbevoegdheid Kernenergiewet).
Bron: Kernenergiewet, art. 83.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur buiten toepassing verklaren van regels voor zover de belangen, welke deze regels beogen te beschermen, naar het oordeel van de minister in voldoende mate door toepassing van de Kernenergiewet kunnen worden beschermd.
Periode: 1993–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 72, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken aanwijzen van normen voor veiligheid en doelmatig energiegebruik van gastoestellen en toebehoren.
Producten: voorschriften
Periode: 1992–
Opmerking: Deze normen moeten eerst door de Europese normalisatielichamen zijn vastgesteld en in het publicatieblad van de EG zijn bekendgemaakt.
Bron: Besluit gastoestellen Stb. 1992, 124, art. 4
Waardering: V 10 jaar
15. Vakminister
Handeling: Het afgeven van een algemene schriftelijke last voor het binnentreden van woningen aan de daartoe aangewezen ambtenaren
Periode: 1970–
Producten: beschikking
Bron: Kernenergiewet, art. 61, lid 1
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het aanwijzen van personen die belast zijn om de naleving van internationale overeenkomsten en door volkenrechtelijke organisaties genomen besluiten, betrekking hebbende op het gebied van de kernenergie of van de ioniserende stralen te controleren
Periode: 1970–
Producten: Beschikking van de Minister van Economische Zaken van 21 januari
1980/nr. 379/11/729/EEK (Stcrt. 1980, 19)
Bron: Kernenergiewet, art. 65, lid 1
Waardering: V 10 jaar na pensioen
16. Ambtenaren van invoerrechten en accijnzen
Handeling: Het uitoefenen van toezicht op handhaving van de Elektriciteitswet en de Elektriciteitsbesluiten.
Periode: 1958–1990
Bron: Electriciteitswet 1938 Stb. 1938,523, art. 15 en Ad art. 15. KB Stb. 1958, 381 ingetrokken KB Stb. 1990, 84
Waardering: V 5 jaar
17. Raad voor Advies en Ruimtelijke Ordening
Handeling: Het geven van adviezen over het ontwerp structuurschema elektriciteitsvoorziening.
Periode: 1971–
Bron: Wet op de Ruimtelijke Ordening 1962, Stb. 286 art. 54.
Waardering: B 5
18. Commissie voor de milieueffectrapportage
Handeling: Het adviseren over de richtlijnen voor het milieueffectrapport dat opgesteld wordt t.b.v. het structuurschema elektriciteitsvoorziening en het uitbrengen van toetsingsadviezen.
Periode: 1979–
Bron: Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (WABM) Stb. 1979, 442
Waardering: B 1
19. Rijksplanologische Commissie
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken inzake elektriciteitsplannen op basis van toetsing aan de hand van structuurschema’s elektriciteitsvoorziening.
Producten: adviezen
Periode: 1980–
Opmerking: De Minister van Economische Zaken en de Minister van VROM zijn volgens de WRO Stb. 1962, 286 art. 3 verplicht de RPC te horen inzake het SEV.
Bron: Kamerhandelingen II 88,89 blz 1157–1158 bij de Elektriciteitswet 1989, Stb. 1989, 535. Art. 14, lid 1 en Art. 17, lid 4.
Waardering: B 5
20. Ambtenaren aangewezen op grond van art. 25 lid 1 onder a van de Warenwet (Stb. 1988, 360)
Handeling: Het in een register inschrijven van de gegevens waarvan aangifte wordt gedaan.
Periode: 1970–1988
Producten: Register van aangiften.
Bron: Kernenergiewet, art. 28, lid 3.
Waardering: B 5
Handeling: Het eenmaal per maand opgave doen van de geregistreerde gegevens aan de hoofdinspecteur van de volksgezondheid.
Periode: 1970–1988
Producten: Maandrapportage.
Bron: Kernenergiewet, art. 27, lid 4.
Waardering: V 10 jaar
21. Ambtenaren aangewezen op grond van artikel 58 lid 1 Kernenergiewet
Handeling: Het in bezit nemen van ongeoorloofd aanwezig bevonden splijtstoffen en ertsen met de voorwerpen welke tot hun verpakking of berging dienen of hebben gediend.
Periode: 1970–
Producten: Proces-verbaal van inbeslagname.
Bron: Kernenergiewet, art. 22, lid 3.
Waardering: V 30 jaar
Handeling: Het nemen van zodanige maatregelen om te beletten dat personen die in bepaalde ruimten werkzaamheden verrichten of aldaar verblijven aan een aanmerkelijk gevaar blootgesteld worden.
Periode: 1994–
Producten: Maatregelen.
Bron: Kernenergiewet, art. 36, lid 1.
Waardering: V 5 jaar
22. Energieonderzoeks-Centrum Nederland (ECN)
Handeling: Het op last van de Ministers van Economische Zaken en Sociale Zaken en Volksgezondheid overnemen van splijtstoffen en ertsen van onbevoegden en het kennisgeven van deze overdracht aan de Staatscourant en één of meer nieuwsbladen.
Bron: Kernenergiewet, art. 22, lid 4.
Waardering: Niet gewaardeerd.
23. Vergunninghouder
Handeling: Het meedelen aan de Europese Commissie van de fundamentele technische kenmerken van de nucleaire installatie, voor zover noodzakelijk voor de uitoefening van de veiligheidscontrole
Periode: 1958–
Bron: EGA art. 78
Waardering: V 30 jaar
Handeling: Het mededelen aan de Europese Commissie van de hoeveelheid, de aard, de bewaarplaats, het vervoer en de overdracht van de aan controle onderwerpen nucleaire materialen
Periode: 1959–
Bron: Verordening no. 8 van de Commissie van Euratom (Stcrt. 1959, 136), Verificatieverdrag Verordening 3227/76
Waardering: V 30 jaar
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)