Vaststellingsbesluit selectielijsten neerslag handelingen beleidsterreinen Energiebeleid en Energiedelfstoffen vanaf 1945 (Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
Bron: Beschikking van 6 mei 1955, nr. 39388 van de Minister van Algemene Zaken; Kernenergiewet, art. 5, lid 1 (art. 6, lid 1); art. 9a, lid 1–2.
Opmerking: Tussen haken is hieronder, voor zover bekend, aangegeven bij welk departement c.q. instelling het secretariaat berust(te).
Commissie voor Atoomenergie:
– subcommissie wetgeving (Justitie);
– subcommissie verzekering (Financiën);
– subcommissie buitenland/commissie Riemens (Buitenlandse Zaken);
– subcommissie registratie splijtstoffen (Economische Zaken);
– subcommissie splijtstof R.C.N. (Buitenlandse Zaken);
– subcommissie gezondheidsvraagstukken/commissie Wester (Sociale Zaken en Volksgezondheid);
– subcommissie vestigingsplaatsen (Verkeer en Waterstaat);
– subcommissie onderzoek programma Euratom/commissie Boon;
– subcommissie bevoegde ophaaldienst van radioactieve afvalstoffen (Sociale Zaken en Volksgezondheid).
Commissie van advies inzake de bouw van kernreactor centrales:
– subcommissie Calder Hall reactor (KEMA);
– subcommissie beleidsvraagstukken (KEMA);
– subcommissie vestigingsplaatsen (KEMA);
– subcommissie algemene vraagstukken (KEMA).
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het adviseren van de vakministers over:
a. het door de N.V. Neratoom uit te voeren onderzoek- en ontwikkelingswerk;
b. het beleid betreffende kernenergie en ioniserende straling;
c. aangelegenheden van wetenschappelijke en wetenschappelijk-technische aard inzake onderzoek en toepassing van kernenergie en ioniserende straling;
d. de samenwerking tussen instellingen die wetenschappelijk onderzoek verrichten inzake toepassing van kernenergie en ioniserende straling;
e. de coördinatie van nationale en internationale activiteiten en over de opleiding op het gebied van kernenergie en ioniserende straling;
f. aangelegenheden van technische en organisatorische aard met betrekking tot de veiligheid van kernenergie-inrichtingen;
g. het door de ministers te voeren beleid tot de vreedzame toepassing van de kernenergie;
h. de ontwikkeling van de vreedzame toepassing van atoomkernwetenschappen;
i. de toepassingsmogelijkheden van kernenergie voor de Nederlandse industrie.
Periode: 1955–
Producten: Adviezen.
Bron: Beschikking van 6 mei 1955, nr. 39388 van de Minister van Algemene Zaken; Kernenergiewet, art. 2, lid 2 (art. 3, lid 1); art. 3, lid 2; art. 3, lid 3; art. 7, lid 2; art. 8, lid 5; art. 10, lid 2; art. 11, lid 6.
Waardering: B 5
Handeling: Het doen van een aanbeveling van personen voor ieder voor te dragen lid van de Centrale Raad voor de Kernenergie; van de Industriële Raad voor de Kernenergie; van de Wetenschappelijke Raad voor de Kernenergie; van de Commissie Reactorveiligheid.
Periode: 1963–
Producten: Voordracht.
Bron: Kernenergiewet, art.3, lid 4.
Waardering: V 10 jaar na pensioen in geval van benoeming
Handeling: Het jaarlijks uitbrengen van verslag over de werkzaamheden aan de Ministers van Economische Zaken; Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen; Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; Sociale Zaken en Volksgezondheid.
Periode: 1963–
Producten: Jaarverslag.
Bron: Kernenergiewet, art. 2, lid 3 (art. 9).
Waardering: B 3
3.16. Industriële Raad voor de Kernenergie
Handeling: Het benoemen van de leden van door hen ingestelde werkgroepen en/of subcommissies.
Periode: 1952–
Producten: Brieven, beschikking.
Bron: Beschikking van 6 mei 1955, nr. 39388 van de Minister van Algemene Zaken; Kernenergiewet, art. 5, lid 1 (art. 6, lid 1); art. 9a, lid 1–2.
Opmerking: Tussen haken is hieronder, voor zover bekend, aangegeven bij welk departement c.q. instelling het secretariaat berust(te).
Commissie voor Atoomenergie:
– subcommissie wetgeving (Justitie);
– subcommissie verzekering (Financiën);
– subcommissie buitenland/commissie Riemens (Buitenlandse Zaken);
– subcommissie registratie splijtstoffen (Economische Zaken);
– subcommissie splijtstof R.C.N. (Buitenlandse Zaken);
– subcommissie gezondheidsvraagstukken/commissie Wester (Sociale Zaken en Volksgezondheid);
– subcommissie vestigingsplaatsen (Verkeer en Waterstaat);
– subcommissie onderzoek programma Euratom/commissie Boon;
– subcommissie bevoegde ophaaldienst van radioactieve afvalstoffen (Sociale Zaken en Volksgezondheid).
Commissie van advies inzake de bouw van kernreactor centrales:
– subcommissie Calder Hall reactor (KEMA);
– subcommissie beleidsvraagstukken (KEMA);
– subcommissie vestigingsplaatsen (KEMA);
– subcommissie algemene vraagstukken (KEMA).
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het adviseren van de vakministers over:
a. het door de N.V. Neratoom uit te voeren onderzoek- en ontwikkelingswerk;
b. het beleid betreffende kernenergie en ioniserende straling;
c. aangelegenheden van wetenschappelijke en wetenschappelijk-technische aard inzake onderzoek en toepassing van kernenergie en ioniserende straling;
d. de samenwerking tussen instellingen die wetenschappelijk onderzoek verrichten inzake toepassing van kernenergie en ioniserende straling;
e. de coördinatie van nationale en internationale activiteiten en over de opleiding op het gebied van kernenergie en ioniserende straling;
f. aangelegenheden van technische en organisatorische aard met betrekking tot de veiligheid van kernenergie-inrichtingen;
g. het door de ministers te voeren beleid tot de vreedzame toepassing van de kernenergie;
h. de ontwikkeling van de vreedzame toepassing van atoomkernwetenschappen;
i. de toepassingsmogelijkheden van kernenergie voor de Nederlandse industrie.
Periode: 1955–
Producten: Adviezen.
Bron: Beschikking van 6 mei 1955, nr. 39388 van de Minister van Algemene Zaken; Kernenergiewet, art. 2, lid 2 (art. 3, lid 1); art. 3, lid 2; art. 3, lid 3; art. 7, lid 2; art. 8, lid 5; art. 10, lid 2; art. 11, lid 6.
Waardering: B5
Handeling: Het doen van een aanbeveling van personen voor ieder voor te dragen lid van de Centrale Raad voor de Kernenergie; van de Industriële Raad voor de Kernenergie; van de Wetenschappelijke Raad voor de Kernenergie; van de Commissie Reactorveiligheid.
Periode: 1963–
Producten: Voordracht.
Bron: Kernenergiewet, art.3, lid 4.
Waardering: V 10 jaar na pensioen in geval van benoeming
3.17. Wetenschappelijke Raad voor de Kernenergie
Handeling: Het adviseren van de vakministers over:
a. het door de N.V. Neratoom uit te voeren onderzoek- en ontwikkelingswerk;
b. het beleid betreffende kernenergie en ioniserende straling;
c. aangelegenheden van wetenschappelijke en wetenschappelijk-technische aard inzake onderzoek en toepassing van kernenergie en ioniserende straling;
d. de samenwerking tussen instellingen die wetenschappelijk onderzoek verrichten inzake toepassing van kernenergie en ioniserende straling;
e. de coördinatie van nationale en internationale activiteiten en over de opleiding op het gebied van kernenergie en ioniserende straling;
f. aangelegenheden van technische en organisatorische aard met betrekking tot de veiligheid van kernenergie-inrichtingen;
g. het door de ministers te voeren beleid tot de vreedzame toepassing van de kernenergie;
h. de ontwikkeling van de vreedzame toepassing van atoomkernwetenschappen;
i. de toepassingsmogelijkheden van kernenergie voor de Nederlandse industrie.
Periode: 1955–
Producten: Adviezen.
Bron: Beschikking van 6 mei 1955, nr. 39388 van de Minister van Algemene Zaken; Kernenergiewet, art. 2, lid 2 (art. 3, lid 1); art. 3, lid 2; art. 3, lid 3; art. 7, lid 2; art. 8, lid 5; art. 10, lid 2; art. 11, lid 6.
Waardering: B 5
Handeling: Het doen van een aanbeveling van personen voor ieder voor te dragen lid van de Centrale Raad voor de Kernenergie; van de Industriële Raad voor de Kernenergie; van de Wetenschappelijke Raad voor de Kernenergie; van de Commissie Reactorveiligheid.
Periode: 1963–
Producten: Voordracht.
Bron: Kernenergiewet, art.3, lid 4.
Waardering: V 10 jaar na pensioen in geval van benoeming
3.18. Commissie Heroverweging Verwijdering Radioactief Afval (HVRA)
Handeling: Het doen van onderzoek naar de mogelijkheden voor opslag van radioactief afval van Nederlandse afkomst.
Periode: 1980–
Producten: Onderzoeksrapport; verslag.
Bron: Radioactief afval in Nederland. De stand van Zaken. (’s-Gravenhage 1984).
Waardering: B 5
3.19. Senter
Handeling: Het uitvoeren van de energietoeslag en de milieutoeslag in het kader van de Wet Investerings Rekening (WIR)
Periode: 1979–
Bron: –
Waardering: V 7 jaar
3.20. Landelijke Stuurgroep voor Energie Onderzoek
Handeling: Het adviseren over het te voeren beleid op het gebied van energieonderzoek.
Producten: adviesrapporten
Periode: 1974–1980
Opmerking: De stuurgroep werd in 1980 opgeheven, de opvolger was de voorlopige Raad voor het energieonderzoek.
Bron: Instellingsbeschikking Stcrt. 1974, 39.
Waardering: B 1
3.21. (Voorlopige) Raad voor het Energieonderzoek
Handeling: Het evalueren van de resultaten van het Energieonderzoek en het rapporteren daarover.
Periode: 1980–1983
Bron: Kb houdende instelling van een voorlopige Raad voor het Energieonderzoek, Stb. 1980, 135 art. 3
Waardering: B 2
Vervallen.
Handeling: Het adviseren over het te voeren beleid op het gebied van energieonderzoek.
Producten: adviezen
Periode: 1980–1983
Opmerking: Deze Raad is de opvolger van de Landelijke Stuurgroep voor Energieonderzoek.
Bron: Kb houdende instelling van een voorlopige Raad voor het Energieonderzoek Stb. 1980, 135 art. 3
Waardering: B 1
3.22. NV VEG Gasinstituut (ca. 1960–1992)
Handeling: Het verrichten van EG-type-onderzoek, het verrichten van steekproeven, het houden van EG-toezicht en het doen van EG-keuring t.a.v. gastoestellen en toebehoren.
Producten: onderzoeken, keuringen
Periode: 1991–
Opmerking: Hoewel het besluit gastoestellen in 1992 in werking is gegaan was NV VEG-Gasinstituut vooruitlopend op het besluit reeds in 1991 aangewezen.
Bron: Besluit gastoestellen Stb. 1992, 124, art. 7, lid 1
Waardering: Niet gewaardeerd.
3.23. Gastec NV
Handeling: Het verrichten van EG-type-onderzoek, het verrichten van steekproeven, het houden van EG-toezicht en het doen van EG-keuring t.a.v. gastoestellen en toebehoren.
Producten: onderzoeken, keuringen
Periode: 1991–
Opmerking: Hoewel het besluit gastoestellen in 1992 in werking is gegaan was NV VEG-Gasinstituut vooruitlopend op het besluit reeds in 1991 aangewezen.
Bron: Besluit gastoestellen Stb. 1992, 124, art. 7, lid 1
Waardering: Niet gewaardeerd.
Handeling: Het verrichten van EG-type-onderzoek, het verrichten van steekproeven, het houden van EG-toezicht en het doen van EG-keuring t.a.v. cv-ketels.
Producten: onderzoeken, keuringen
Periode: 1993–
Opmerking: De minister kan op verzoek inzage verkrijgen in de stukken
Bron: Besluit rendementseisen cv-ketels Stb. 1993, 24, art. 8
Waardering: Niet gewaardeerd
Handeling: Het behandelen van bezwaarschriften inzake schriftelijke beoordelingen van cv-ketels zoals omschreven in het besluit rendementseisen.
Periode: 1993–
Opmerking: Een schriftelijke beoordeling door Gastec NV is een publiekrechtelijke beschikking omdat een wettelijke taak wordt uitgeoefend. Tegen zo’n beschikking kan beroep worden ingesteld. Daarvoor moet eerst een bezwaarschrift worden ingediend dat door Gastec behandeld moet worden. Vervolgens kan dan beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Bron: Wet energiebesparing toestellen Stb. 1986, 99, art. 10, Wet administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie Stb. 1954, 416, art. 32b
Waardering: Niet gewaardeerd
3.24. Programmavoorbereidingscommissie rationeel energiegebruik in de industrie (PVC-REI)
Handeling: Het voorbereiden van een programma van onderzoek ten behoeve van rationeel energiegebruik in de industrie.
Periode: 1982–
Producten: rapporten
Bron: Instellingsbeschikking no 682/1042, 14 oktober 1982
Waardering: B 1
3.25. Beoordelingscommissie tenders industriële energiebesparing/Adviescommissie industriële energiebesparing
Handeling: Het geven van bindende adviezen voor de uitvoering van de subsidieregeling/besluit tenders industriële energiebesparing
Periode: 1990–
Opmerking: De leden worden, voor een termijn van twee jaar, door de Minister benoemd op voordracht van Novem. De Novem voorziet in het secretariaat.
Bron: Subsidieregeling tenders industriële energiebesparing Stcrt. 1990, 211 art. 11, lid 3 onder a, Stb. 1994, 176 art. 10
Waardering: B 5
3.26. Commissie Warmte/Kracht-koppeling in de industrie
Handeling: Het adviseren van de minister over maatregelen ter oplossing van de problemen van toepassing van Warmte/Krachtkoppeling in de industrie.
Producten: adviesrapporten
Periode: 1979–1989
Opmerking: De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van NV SEP, Gasunie, Vereniging Krachtwerktuigen, NEOM en Economische Zaken.
Waardering: B 1
3.27. Stuurgroep energiebesparingprojecten in de glastuinbouw
Handeling: Het opstellen en ter beslissing voorleggen van een bestedingsplan voor door de Ministers van Economische Zaken en LNV beschikbaar gestelde gelden ter bevordering van energiebesparing in de glastuinbouw.
Periode: 1980–1986
Opmerking: Voor het opstellen van een bestedingsplan worden door de Stuurgroep investerings-, onderzoeks- en demonstratieprojecten geselecteerd en beoordeeld
Bron: Instellingsbeschikking Stcrt. 1981, 87 art. 3 onder a
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het adviseren van de Ministers van Economische Zaken en LNV over de voorbereiding van besluiten van de Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw inzake regels voor subsidiëring van goedgekeurde investeringsprojecten.
Producten: adviezen
Periode: 1980–1986
Bron: Instellingsbeschikking Stcrt. 1981, 87 art. 3 onder d
Waardering: V 5 jaar
3.28. Stuurgroep Nationaal Isolatieprogramma (NIP)
Handeling: Het jaarlijks rapporteren aan de Minister van Economische Zaken en VROM over de voortgang van het programma.
Producten: rapportages
Periode: 1978–1991
Opmerking: In de stuurgroep NIP zijn vertegenwoordigd de Gasunie, VEGIN, VNG, het stafbureau NIP en ambtelijke vertegenwoordigers van de Ministeries van VROM en Economische Zaken.
Bron: Energierecht pagina 119, Maar H.G. de, Alphen a/d Rijn, Evaluatie 10 jaar Nationaal Isolatieprogramma, NIP, Rotterdam 1988.
Waardering: B 3
Handeling: Het gevraagd of ongevraagd uitbrengen van advies aan de Ministers van Economische Zaken en VROM over het programma dan wel aanpassingen van het programma of de regeling.
Producten: adviezen
Periode: 1978–1991
Bron: Energierecht, pagina 119, Maar H.G. de, Alphen a/d Rijn 1987, Evaluatie 10 jaar Nationaal Isolatieprogramma, NIP, Rotterdam 1988.
Waardering: B 1
3.29. Novem
Handeling: Het uitvoeren van (energie)programmaovereenkomsten voor de sector verkeer en vervoer.
Periode: 1988–
Bron: HdTK 1983–1984, 18 100, nr. 111
Waardering: V 3 jaar
Handeling: Het sluiten van meerjarige convenanten met energiedistributie- en productiesector en de bouwwereld met als doel de verdere groei van zon-pv te ondersteunen.
Waardering: B 5
3.30. Programmavoorbereidingscommissie rationeel energiegebruik verkeer en vervoer (PVC-REV)
Handeling: Het voorbereiden van een programma van onderzoek ten behoeve van rationeel energiegebruik bij verkeer en vervoer.
Product: (advies)rapporten
Periode: 1981–
Bron: Instellingsbeschikking nr. 681/983, 11 december 1981
Waardering: B 1
3.31. Begeleidingscommissie Windenergie
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken omtrent de uitvoering van het Nationaal Onderzoekprogramma Windenergie.
Producten: adviezen, rapporten
Periode: 1976–1985
Opmerking: In principe zal de ECN voorzien in het secretariaat van de commissie. De commissie kan zich doen bijstaan door projectleiders van onderzoeken en andere deskundigen.
Bron: Ministeriële beschikking 7 december 1976, opgeheven 1 maart 1985 Stcrt. 1985, 45.
Waardering: B 1
3.32. Begeleidingscommissie Zonne-energie
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken omtrent vormgeving en uitvoering van het nationaal onderzoekprogramma zonne-energie.
Producten: Adviezen
Periode: 1980–1985
Opmerking: Activiteiten die verder worden uitgevoerd door de begeleidingscommissie: evaluatie tussentijdse en eindresultaten; advisering werkplan Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en omtrent de halfjaarlijkse rapporten van ECN.
Bron: Instelling Begeleidingscommissie zonne-energie Stcrt. 1980, 29 art. 3, opgeheven Stcrt. 1985, 45
Waardering: B 1
3.33. Begeleidingscommissie Aardwarmte
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken omtrent vormgeving en uitvoering van het nationaal onderzoekprogramma aardwarmte.
Producten: Adviezen
Periode: 1980–1985
Opmerking: Activiteiten die verder worden uitgevoerd door de begeleidingscommissie: evaluatie tussentijdse- en eindresultaten; advisering werkplan Projectbureau Energieonderzoek ondergebracht bij de Nederlandse organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek (PBE/TNO) en omtrent de halfjaarlijkse rapporten van PBE/TNO.
Bron: Instelling Begeleidingscommissie aardwarmte Stcrt. 1980, 83 art. 3, opgeheven Stcrt. 1985, 45
Waardering: B 1
3.34. Begeleidingscommissie MHD-generator
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken over het onder verantwoordelijkheid van de Technische Hogeschool Eindhoven te voeren onderzoekprogramma MHD-generator.
Periode: 1977–
Bron: Instellingsbeschikking nr. 377/v/90, 23 februari 1977.
Waardering: B 1
3.35. Commissie Windenergie en Opslag
Handeling: Het adviseren van de regering over energieopslagsystemen.
Periode: 1981–1982
Bron: Instellingsbeschikking Windenergie en Opslag
Waardering: B 1
4.36. Commissie Opslag en Elektriciteit
Handeling: Het begeleiden van het onderzoeksprogramma Opslagsystemen.
Producten: commissiestukken
Periode: 1984–1988
Bron: Regeringsstandpunt Windenergie en Opslag, HdTK 1981–1982, 17 500, nrs. 1–2, Regeringsstandpunt tav Appendix Windenergie en Waterkracht, HdTK 1983–1984, 18 100, nr. 16, Eindrapport Maatschappelijke Discussie Energiebeleid HdTK 1984–1985, 18 830, nrs. 1–2
Waardering: V 3 jaar
Handeling: Het adviseren van de minister in het kader van het onderzoeksprogramma Opslagsystemen.
Product: advies
Bron: –
Periode: 1984–1988
Waardering: B 1
4. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Vervallen.
Vervallen
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur geven van voorschriften ter voorkoming van sabotage en spionage en het aanwijzen van andere belangen.
Periode: 1970–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 19, lid 2; Besluit registratie splijtstoffen en ertsen, art. 3, lid 4.
Activiteit: Het opleggen van de verplichting tot geheimhouding aan degene die inlichtingen verstrekt heeft.
Waardering: B 5
5. Minister van Buitenlandse Zaken
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels ter verzekering van de geheimhouding van:
a. gegevens, hulpmiddelen, en materialen voor de vrijmaking van
kernenergie en voor de opslag, vervaardiging, bewerking of verwerking van splijtstoffen, voorzover deze gegevens, hulpmiddelen en materialen, hetzij rechtstreeks van de overheid, hetzij met instemming van het bevoegde gezag, onder verplichting tot geheimhouding zijn verkregen dan wel zijn aangewezen;
b. met behulp van zodanige gegevens, hulpmiddelen en materialen verrichte onderzoekingen en toegepaste werkmethoden, voor zover deze onderzoekingen en werkmethoden zijn aangewezen.
Periode: 1970–
Producten: Besluit van 17 juni 1971, Stb. 420 (Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet); Regeling van 6 maart 1989, Stcrt. 52 (Toepassing Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet).
Bron: Kernenergiewet, art. 68.
Waardering: Niet gewaardeerd
Handeling: Het indienen van een verzoek bij de Europese Commissie tot wijziging van de internationale controle-uitoefening op nucleaire installaties.
Periode: 1958–
Opmerking: Door het Verdrag van Almelo zijn specifieke beveiligingseisen van kracht.
Op voorstellen van de Commissie en de IAEA betreffende de aanstelling van inspecteurs wordt soms afwijzend gereageerd (bijv. inspecteurs uit Irak of Pakistan worden in Nederland niet toegelaten).
Bron: EGA art.85
Waardering: Niet gewaardeerd
Handeling: Het benoemen van een afgevaardigde voor de Europese Commissie.
Periode: 1958–
Bron: EGA art.
Waardering: Niet gewaardeerd.
Handeling: Het voordragen van afgevaardigden voor het Economisch en Sociaal Comité
Periode: 1958–
Bron: –
Waardering: Niet gewaardeerd
Handeling: Het mede-oprichten van de Commissie voor de Atoomenergie
Periode: 1945–
Bron: Commissie voor de Atoomenergie der Vereenigde Naties. Verslag van de plaatsvervangend vertegenwoordiger prof. Dr. H.A. Kramers, over de werkzaamheden der Commissie in 1946. No. 3 april 1947.
Waardering: Niet gewaardeerd
Handeling: Het leveren van inhoudelijke bijdragen aan de Commissie voor de Atoomenergie
Periode: 1945–1946
Bron: Verslag Kramers, zie boven
Waardering: Niet gewaardeerd
6. Minister van Defensie
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren welke belast zijn met het toezicht op de naleving van de Kernenergiewet en/of met het meten van doses ioniserende stralen en het bepalen van radioactieve besmetting.
Periode: 1970–
Producten: Regeling aanwijzing toezichthoudende ambtenaren inzake Kernenergiewet; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van verschillende ministers van 24 november 1969, no. 132.695 Dir.Gen.- Vgz./Dir. M.V.H./hafd. K. en S. (Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet), Stcrt. 239; Beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 12 december 1969, no. 2302, Stcrt. 244; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 18 december 1969, Dir.-Gen. Vgz./Dir. M.V.H./hafd. K. en S. no. 133.024, Stcrt. 253; Beschikking van de Minister van Financiën van 29 december 1969, no. A 69/9720 Gen. Thes., Dir. Binn. Geldw. en Fin. Public. Lichamen, Stcrt. 252; Regeling van 10 januari 1986, Stcrt. 15; Regeling van 9 februari 1987, Stcrt. 38; Beschikking van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 17 november 1988, Stcrt. 288); Regeling van 28 april 1994, Stcrt. 83 (Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet).
Bron: Kernenergiewet, art. 58, lid 1–3.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels ter verzekering van de geheimhouding van:
a. gegevens, hulpmiddelen, en materialen voor de vrijmaking van kernenergie en voor de opslag, vervaardiging, bewerking of verwerking van splijtstoffen, voorzover deze gegevens, hulpmiddelen en materialen, hetzij rechtstreeks van de overheid, hetzij met instemming van het bevoegde gezag, onder verplichting tot geheimhouding zijn verkregen dan wel zijn aangewezen;
b. met behulp van zodanige gegevens, hulpmiddelen en materialen verrichte onderzoekingen en toegepaste werkmethoden, voor zover deze onderzoekingen en werkmethoden zijn aangewezen.
Periode: 1970–
Producten: Besluit van 17 juni 1971, Stb. 420 (Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet); Regeling van 6 maart 1989, Stcrt. 52 (Toepassing Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet).
Bron: Kernenergiewet, art. 68.
Waardering: B 5
7. Ministerie van Financiën
Handeling: Het stellen van nadere regels betreffende de algemene maatregelen van bestuur welke op het gebied van kernenergie, ioniserende straling, radioactieve stoffen en ioniserende stralen uitzendende toestellen zijn vastgesteld.
Periode: 1946–
Producten: Beschikking aanwijzing eerste kantoren Kernenergiewet (Stcrt. 1969, 241); Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1969 (Stb. 1969, 475); Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 (Stb. 1981, 455); Beschikking aanvraag vergunning en aangifte toestellen Kernenergiewet (Stcrt. 1975, 203); Besluit ongevallen kerninstallaties (Stb. 1976, 138); Besluit van 31 augustus 1987 (Stcrt. 176), houdende de regeling aanvraag vergunning en aangifte toestellen Kernenergiewet.
Bron: Kernenergiewet, art. 26, lid 2; art. 35, lid 1; art. 49, lid 1; art. 56, lid 1; art. 73; art. 74.
Waardering: B 1
Handeling: Het tezamen met de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en van Economische Zaken, onder te stellen voorwaarden, verstrekken van een bijdrage in de kosten van de bouw en inrichting van een kernreactor in Nederland.
Periode: 1954–
Producten: Post op de begroting.
Bron: Wet tot financiering van de bouw en inrichting van een kernreactor in Nederland, (Stb. 1954, 374), art. 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren welke belast zijn met het toezicht op de naleving van de Kernenergiewet en/of met het meten van doses ioniserende stralen en het bepalen van radioactieve besmetting.
Periode: 1970–
Producten: Regeling aanwijzing toezichthoudende ambtenaren inzake Kernenergiewet; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van verschillende ministers van 24 november 1969, no. 132.695 Dir.Gen.- Vgz./Dir. M.V.H./hafd. K. en S. (Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet), Stcrt. 239; Beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 12 december 1969, no. 2302, Stcrt. 244; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 18 december 1969, Dir.-Gen. Vgz./Dir. M.V.H./hafd. K. en S. no. 133.024, Stcrt. 253; Beschikking van de Minister van Financiën van 29 december 1969, no. A 69/9720 Gen. Thes., Dir. Binn. Geldw. en Fin. Public. Lichamen, Stcrt. 252; Regeling van 10 januari 1986, Stcrt. 15; Regeling van 9 februari 1987, Stcrt. 38; Beschikking van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 17 november 1988, Stcrt. 288); Regeling van 28 april 1994, Stcrt. 83 (Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet).
Bron: Kernenergiewet, art. 58, lid 1–3.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar van de belastingdienst welke bevoegd is met de betekening en de tenuitvoerlegging van een dwangbevel.
Periode: 1974–1976
Producten: Beschikking
Bron: FOSK art. 6, lid 4
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken vaststellen van een ministeriële subsidieregeling waarbij, op basis van de wet inkomsten belasting, toeslagen worden verstrekt voor energiebesparende investeringen.
Producten: Aanwijzingsbeschikking energietoeslag Wet Investeringsrekening Stcrt. 1980, 136
Periode: 1980–1987
Opmerking: De uitvoering ligt bij de DIR.
Bron: Wet op de inkomsten belasting Stb. 1964, 519 art. 61eb, Wet investeringsrekening Stb. 1980, 389 ingetrokken bij Stb. 1987, 624
Waardering: B 5
7.1 Belastingdienst
Handeling: Het betekenen en ten uitvoerleggen van dwangbevelen betreffende de heffing en invordering met betrekking tot:
a. leveringen van elektrische energie aan degenen die deze in Nederland verbruiken;
b. leveringen van goederen en diensten welke worden verricht door degene die leveringen van elektrische energie verricht en welke samenhangen met leveringen van elektrische energie;
c. verbruik van elektrische energie door degene die deze met gebruikmaking van een of meer inrichtingen zelf heeft opgewekt.
Periode: 1973–1976
Producten: Dwangbevel
Bron: FOSK art. 6, lid 1
Waardering: V 7 jaar
8. Ministerie van Justitie
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur bepalen dat de bij de Kernenergiewet gestelde verboden niet gelden betreffende splijtstoffen, ertsen, inrichtingen, of uitrustingen, behorende tot een bij die maatregel aangewezen categorie.
Periode: 1993–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 21, lid 2.
Waardering: Niet gewaardeerd
Handeling: Het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur stellen van regels aan de wijze waarop de aanvraag om een vergunning als bedoeld in de Kernenergiewet dient te geschieden en aan de gegevens welke van de aanvrager kunnen worden verlangd.
Periode: 1970–
Producten: Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen (Stb. 1969, 403).
Bron: Kernenergiewet, art. 16 (art. 15c, lid 3; art. 16, lid 1).
Waardering: Niet gewaardeerd
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van overheidsorganen waaraan vergunningaanvragen meegedeeld worden.
Periode: 1970–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 17, lid 1 (art. 17a, lid 1).
Waardering: Niet gewaardeerd
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van overheidsorganen die advies kunnen uitbrengen over het ontwerp van de beschikking op een vergunningaanvraag.
Periode: 1994–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 17a, lid 1.
Waardering: Niet gewaardeerd
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van radioactieve stoffen die met vergunning bereid, vervoerd, voorhanden hebben, toegepast mogen worden.
Periode: 1970–
Producten: Radioactieve-stoffenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 404); Regeling van 16 maart 1993, Stcrt. 78, inzake aanwijzing rookmelders Kernenergiewet 1993; Regeling aanwijzing rookmelders Kernenergiewet 1994; Regeling aanwijzing rookmelders Kernenergiewet 1995 (Stcrt. 1995, 62).
Bron: Kernenergiewet, art. 29, lid 1.
Waardering: Niet gewaardeerd
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur ter bescherming van mensen, dieren, planten en goederen stellen van regels aan de toepassing van de op grond van de Kernenergiewet verleende vergunningen.
Periode: 1993–
Producten: Algemene maatregel van bestuur; ministeriële regels.
Bron: Kernenergiewet, art. 18a, lid 3.
Waardering: Niet gewaardeerd
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels met het oog op de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen met betrekking tot radioactieve stoffen en ioniserende stralen uitzendende toestellen, en betreffende splijtstoffen, ertsen, inrichtingen, of uitrustingen dan wel onderdelen van inrichtingen of uitrustingen.
Periode: 1970–
Producten: Radioactieve-stoffenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 404); Toestellenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 406); Besluit stralenbescherming Kernenergiewet (Stb. 1986, 465); Wijzigingsbesluit Besluit stralenbescherming Kernenergiewet (Stb. 1993, 317); algemene maatregel van bestuur; min. regels.
Bron: Kernenergiewet, art. 21 (art. 21, lid 1); art. 32, lid 1; art. 34, lid 1.
Waardering: Niet gewaardeerd
Handeling: Het afgeven van een algemene schriftelijke last voor het binnentreden van woningen aan de daartoe aangewezen ambtenaren
Periode: 1970–
Producten: beschikking
Bron: Kernenergiewet, art. 61, lid 1
Waardering: Niet gewaardeerd
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met de opsporing van de in de Kernenergiewet strafbaar gestelde feiten.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking van de Minister van Justitie van 16 december 1969, Stcrt. 248; Beschikking van 15 januari 1986, Stcrt. 15; Beschikking van 12 september 1990, Stcrt. 180 (Beschikking opsporingsbevoegdheid Kernenergiewet).
Bron: Kernenergiewet, art. 83.
Waardering: Niet gewaardeerd
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels ter verzekering van de geheimhouding van:
a. gegevens, hulpmiddelen, en materialen voor de vrijmaking van kernenergie en voor de opslag, vervaardiging, bewerking of verwerking van splijtstoffen, voorzover deze gegevens, hulpmiddelen en materialen, hetzij rechtstreeks van de overheid, hetzij met instemming van het bevoegde gezag, onder verplichting tot geheimhouding zijn verkregen dan wel zijn aangewezen;
b. met behulp van zodanige gegevens, hulpmiddelen en materialen verrichte onderzoekingen en toegepaste werkmethoden, voor zover deze onderzoekingen en werkmethoden zijn aangewezen.
Periode: 1970–
Producten: Besluit van 17 juni 1971, Stb. 420 (Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet); Regeling van 6 maart 1989, Stcrt. 52 (Toepassing Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet).
Bron: Kernenergiewet, art. 68.
Waardering: Niet gewaardeerd
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur buiten toepassing verklaren van regels voor zover de belangen, welke deze regels beogen te beschermen, naar het oordeel van de minister in voldoende mate door toepassing van de Kernenergiewet kunnen worden beschermd.
Periode: 1993–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 72, lid 1.
Waardering: Niet gewaardeerd
9. Ministerie van Landbouw Natuur en Visserij
Handeling: Het, met inachtneming van de bij algemene maatregel van bestuur gestelde regels, toekennen van een vergoeding aan personen die schade hebben ondervonden als gevolg van de werkzaamheden van een kernenergie-inrichting.
Periode: 1970–
Producten: Brief met toekenning van een schadevergoeding.
Bron: Kernenergiewet, art. 48.
Waardering: V 85 jaar na geboorte
Handeling: Het na overleg met de Commissaris van de Koningin in de desbetreffende provincie vaststellen van een alarmregeling voor de door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen inrichting.
Periode: 1976–1996
Producten: Min. regels.
Bron: Besluit ongevallen kerninstallaties (Stb. 1976, 138), art. 2, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het, zo nodig met behulp van de sterke arm, treffen van maatregelen in verband met de dreiging van besmetting met radioactieve stoffen van bodem, (oppervlakte-)water of lucht:
a. die zij voor de uitvoering van het sluiten van kernenergie-inrichtingen noodzakelijk achten;
b. ter bescherming van de gezondheid van dieren of planten, c.q. voor de deugdelijkheid van voortbrengselen van landbouw;
c. ter bescherming van de belangen betreffende de waterhuishouding.
Periode: 1970–
Producten: Maatregel.
Bron: Kernenergiewet, art. 38, lid 6; art. 40, lid 1; art. 41, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het in verband met de dreiging van besmetting met radioactieve stoffen van bodem, (oppervlakte-)water of lucht in kennis stellen van de getroffen maatregelen aan de burgemeester der betrokken gemeente.
Periode: 1970–
Producten: Kennisgeving; brief.
Bron: Kernenergiewet, art. 39, lid 3; art. 40, lid 3; art. 41, lid 2.
Waardering: B 5
Handeling: Het van toepassing verklaren van artikel 39 wanneer personen of dieren ten gevolge van contact met of beïnvloeding anderszins door splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen of ioniserende stralen uitzendende toestellen zodanig zijn bestraald of besmet, dat aanmerkelijk gevaar voor hun naaste omgeving of voor dieren in hun naaste omgeving te duchten is.
Periode: 1970–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 42; art. 43.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels betreffende lijken van personen, die voor of na het overlijden, en betreffende stoffen en voorwerpen welke ten gevolge van contact met of beïnvloeding anderszins door splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen of ioniserende stralen uitzendende toestellen, zodanig zijn bestraald of besmet, dat gevaar voor de openbare gezondheid te duchten is.
Periode: 1970–
Producten: Algemene maatregel van bestuur; min. regels.
Bron: Kernenergiewet, art. 45, lid 1; art. 46, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van instellingen of personen aan wie de burgemeester bij gevaar voor de openbare gezondheid ten gevolge van ioniserende stralen dit gevaar kan melden.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 47, lid 2.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren welke belast zijn met het toezicht op de naleving van de Kernenergiewet en/of met het meten van doses ioniserende stralen en het bepalen van radioactieve besmetting.
Periode: 1970–
Producten: Regeling aanwijzing toezichthoudende ambtenaren inzake Kernenergiewet; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van verschillende ministers van 24 november 1969, no. 132.695 Dir.Gen.- Vgz./Dir. M.V.H./hafd. K. en S. (Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet), Stcrt. 239; Beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 12 december 1969, no. 2302, Stcrt. 244; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 18 december 1969, Dir.-Gen. Vgz./Dir. M.V.H./hafd. K. en S. no. 133.024, Stcrt. 253; Beschikking van de Minister van Financiën van 29 december 1969, no. A 69/9720 Gen. Thes., Dir. Binn. Geldw. en Fin. Public. Lichamen, Stcrt. 252; Regeling van 10 januari 1986, Stcrt. 15; Regeling van 9 februari 1987, Stcrt. 38; Beschikking van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 17 november 1988, Stcrt. 288); Regeling van 28 april 1994, Stcrt. 83 (Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet).
Bron: Kernenergiewet, art. 58, lid 1–3.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met de opsporing van de in de Kernenergiewet strafbaar gestelde feiten.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking van de Minister van Justitie van 16 december 1969, Stcrt. 248; Beschikking van 15 januari 1986, Stcrt. 15; Beschikking van 12 september 1990, Stcrt. 180 (Beschikking opsporingsbevoegdheid Kernenergiewet).
Bron: Kernenergiewet, art. 83.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels ter verzekering van de geheimhouding van:
a. gegevens, hulpmiddelen, en materialen voor de vrijmaking van kernenergie en voor de opslag, vervaardiging, bewerking of verwerking van splijtstoffen, voorzover deze gegevens, hulpmiddelen en materialen, hetzij rechtstreeks van de overheid, hetzij met instemming van het bevoegde gezag, onder verplichting tot geheimhouding zijn verkregen dan wel zijn aangewezen;
b. met behulp van zodanige gegevens, hulpmiddelen en materialen verrichte onderzoekingen en toegepaste werkmethoden, voor zover deze onderzoekingen en werkmethoden zijn aangewezen.
Periode: 1970–
Producten: Besluit van 17 juni 1971, Stb. 420 (Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet); Regeling van 6 maart 1989, Stcrt. 52 (Toepassing Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet).
Bron: Kernenergiewet, art. 68.
Waardering: B 5
Handeling: Het in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken vaststellen van ministeriële subsidieregelingen op het gebied van energiebesparing in de agrarische sector.
Producten: Beschikking energiebesparende maatregelen in de glastuinbouw Stcrt. 1981, 136 laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 1984, 253
Periode: 1980–1985
Bron: Energienota 1974, HdTK 1974–1975, 13 122
Waardering: B 5
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van EZ inzake het vaststellen van ministeriële subsidieregelingen op het gebied van energiebesparing in de agrarische sector.
Producten: Beschikking energiebesparende maatregelen in de glastuinbouw Stcrt. 1981, 136 laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 1984, 253
Periode: 1980–1985
Bron: Energienota 1974, HdTK 1974–1975, 13 122
Waardering: B 5
Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, instellen van een Stuurgroep energiebesparingprojecten in de glastuinbouw.
Periode: 1980–
Bron: Instellingsbeschikking Stcrt. 1981, 87
Waardering: B 4
Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, aanwijzen van de leden van de stuurgroep energiebesparingprojecten in de glastuinbouw,
Periode: 1980–
Opmerking: Het voorzitterschap ligt bij het Ministerie van LNV. Verder zijn er twee secretarissen één van Economische Zaken en één van LNV.
Bron: Instellingsbeschikking Stcrt. 1981, 87
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens Beschikking energiebesparende maatregelen in de glastuinbouw.
Periode: 1980–1986
Opmerking: Uitvoering ligt bij LNV, directeur bedrijfsstructurele aangelegenheden.
Bron: Beschikking energiebesparende maatregelen in de glastuinbouw Stcrt. 1981, 136 laatstelijk gewijzigd Stcrt. 1984, 253
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het terugvorderen van gelden die zijn uitgekeerd krachtens de beschikking energiebesparende maatregelen in de glastuinbouw.
Periode: 1981–1986
Opmerking: Terugvorderingen kunnen geschieden uit hoofde van het niet halen van de genormeerde besparing van 20%, of bij terugbetaling van voorschotten indien geen bijdrage is toegekend of als het voorschot de bijdrage overtreft.
Bron: Toelichting op Beschikking energiebesparende maatregelen in de glastuinbouw Stcrt. 1981, 136
Waardering: V 7 jaar na terugvordering
Handeling: Het beschikken op bezwaarschriften tegen beschikkingen op subsidie aanvragen krachtens Beschikking energiebesparende maatregelen in de glastuinbouw.
Periode: 1980–1986
Bron: Beschikking energiebesparende maatregelen in de glastuinbouw Stcrt. 1981, 136 laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 1984, 253
Waardering: V 7 jaar
9.1. Hoofdingenieur voor de Bedrijfsontwikkeling in de provincie
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens Beschikking energiebesparende maatregelen in de glastuinbouw.
Periode: 1980–1986
Opmerking: Uitvoering ligt bij LNV, directeur bedrijfsstructurele aangelegenheden.
Bron: Beschikking energiebesparende maatregelen in de glastuinbouw Stcrt. 1981, 136 laatstelijk gewijzigd Stcrt. 1984, 253
Waardering: V 7 jaar
10. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Handeling: Het voordragen van (plaatsvervangende) leden, de (plaatsvervangend) voorzitter, secretaris van adviescommissies en raden betreffende kernenergie en ioniserende straling.
Periode: 1957–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 3, lid 1–3 (art. 4, lid 2); art. 7, lid 2 (art. 5, lid 1).
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen gehoord, voordragen van leden, (plaatsvervangend) voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor de Kernenergie.
Periode: 1963–1985
Producten: Voordracht.
Bron: Kernenergiewet, art. 10, lid 2–3.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het aanwijzen van ten hoogste vier ambtenaren welke bevoegd zijn tot het bijwonen van vergaderingen van de Centrale Raad voor de Kernenergie en/of de Industriële Raad voor de Kernenergie.
Periode: 1963–1985
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 4; art. 8, lid 5; art. 9.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het vaststellen van nadere regels betreffende de werkwijze van de Centrale Raad voor de Kernenergie; Commissie Reactorveiligheid; van de Industriële Raad voor de Kernenergie; van de Wetenschappelijke Raad voor de Kernenergie.
Periode: 1963–1985
Producten: Regels.
Bron: Kernenergiewet, art. 6, lid 2; art. 8.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het tezamen met de Minister van Economische Zaken en van Financiën, onder te stellen voorwaarden, verstrekken van een bijdrage in de kosten van de bouw en inrichting van een kernreactor in Nederland.
Periode: 1954–
Producten: Post op de begroting.
Bron: Wet tot financiering van de bouw en inrichting van een kernreactor in Nederland, (Stb. 1954, 374), art. 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels ter verzekering van de geheimhouding van:
a. gegevens, hulpmiddelen, en materialen voor de vrijmaking van kernenergie en voor de opslag, vervaardiging, bewerking of verwerking van splijtstoffen, voorzover deze gegevens, hulpmiddelen en materialen, hetzij rechtstreeks van de overheid, hetzij met instemming van het bevoegde gezag, onder verplichting tot geheimhouding zijn verkregen dan wel zijn aangewezen;
b. met behulp van zodanige gegevens, hulpmiddelen en materialen verrichte onderzoekingen en toegepaste werkmethoden, voor zover deze onderzoekingen en werkmethoden zijn aangewezen.
Periode: 1970–
Producten: Besluit van 17 juni 1971, Stb. 420 (Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet); Regeling van 6 maart 1989, Stcrt. 52 (Toepassing Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet).
Bron: Kernenergiewet, art. 68.
Waardering: B 5
Handeling: Het in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken goedkeuren van statutenwijzigingen van de Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland.
Periode: 1976–
Bron: Statuten ECN d.d. 20 juli 1976 art. 22, lid 2
Waardering: B 5
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Economische Zaken tot instelling van de Landelijke Stuurgroep voor energieonderzoek.
Periode: 1974–1980
Opmerking: De LSEO werd onder de naam Stuurgroep Nationaal Programma wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling op het gebied van de energie, officieel geïnstalleerd op 4 juni 1974, Stb. 1974, 254.
Bron: [Eerste] Energienota, HdTK 1974–1975, 13 122, nr. 2
Waardering: B 4
Handeling: Het overeenstemmen met de Ministers van EZ en V&W inzake de instelling van de Begeleidingscommissie Voorstudieplan Lievense (BPL).
Periode: 1980–1982
Bron: Ministerraadsbesluit d.d. 20 juni 1980 Nota ontwikkeling Markerwaardgebied
Waardering: B 4
11. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Handeling: Het (mede-) voorbereiden, wijzigen en intrekken van algemene maatregelen van bestuur op het gebied van kernenergie en ioniserende straling, radioactieve stoffen en ioniserende stralen uitzendende toestellen.
Periode: 1946–
Producten: Besluit inwerkingtreding Kernenergiewet (Stb. 1969, 514); Bijdragenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 475); Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 (Stb. 1981, 455); Definitiebesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 358); Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet (Stb. 1971, 420); Uitvoeringsbesluit ex artikel 22 Kernenergiewet (Stb. 1969, 476); Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen (Stb. 1969, 403); Besluit registratie splijtstoffen en ertsen (Stb. 1969, 471); Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen (Stb. 1969, 405); Beroepsbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 473).
Bron: Kernenergiewet, artt. 1; 13; 14; 16; 17; 18, lid 2; 19; 21; 26, lid 1; 35, lid 1; 49, lid 1; 56; 57; 67; 68.
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van nadere regels betreffende de algemene maatregelen van bestuur welke op het gebied van kernenergie, ioniserende straling, radioactieve stoffen en ioniserende stralen uitzendende toestellen zijn vastgesteld.
Periode: 1946–
Producten: Beschikking aanwijzing eerste kantoren Kernenergiewet (Stcrt. 1969, 241); Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1969 (Stb. 1969, 475); Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 (Stb. 1981, 455); Beschikking aanvraag vergunning en aangifte toestellen Kernenergiewet (Stcrt. 1975, 203); Besluit ongevallen kerninstallaties (Stb. 1976, 138); Besluit van 31 augustus 1987 (Stcrt. 176), houdende de regeling aanvraag vergunning en aangifte toestellen Kernenergiewet.
Bron: Kernenergiewet, art. 26, lid 2; art. 35, lid 1; art. 49, lid 1; art. 56, lid 1; art. 73; art. 74.
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen van waarden en berekeningswijzen van radioactieve besmetting.
Periode: 1970–
Producten: Min. regeling; beschikking.
Bron: Definitiebesluit Kernenergiewet, art. 2 (1969, Stb. 358) Inwtr. 1970
Waardering: B 5
Vervallen.
Vervallen.
Handeling: Het voordragen van (plaatsvervangende) leden, de (plaatsvervangend) voorzitter, secretaris van adviescommissies en raden betreffende kernenergie en ioniserende straling.
Periode: 1957–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 3, lid 1–3 (art. 4, lid 2); art. 7, lid 2 (art. 5, lid 1).
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het aanwijzen van ten hoogste vier ambtenaren welke bevoegd zijn tot het bijwonen van vergaderingen van de Centrale Raad voor de Kernenergie en/of de Industriële Raad voor de Kernenergie.
Periode: 1963–1985
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 4; art. 8, lid 5; art. 9.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren als adviserende leden van de Commissie Reactorveiligheid.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 4, lid 5.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het goedkeuren van de nadere regels betreffende de werkwijze van de Commissie Reactorveiligheid.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 8.
Waardering: B 4
Handeling: Het verlenen van een vergunning voor het oprichten, in werking brengen, in werking houden of wijzigen van een inrichting, waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, splijtstoffen kunnen worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt, dan wel splijtstoffen worden opgeslagen.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 15 (art. 15a).
Waardering: B 4
Handeling: Het staken en/of sluiten van een inrichting waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, splijtstoffen worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt, dan wel splijtstoffen worden opgeslagen.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 25, lid 1.
Waardering: B 4
Handeling: Het beslissen op verzoeken van een burgemeester tot staking en/of sluiting van een inrichting waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, splijtstoffen worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt, dan wel splijtstoffen worden opgeslagen.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 25, lid 2.
Waardering: B 5
Handeling: Het toestemming verlenen om aan anderen dan aan wie een taak ter uitvoering van de Kernenergiewet is opgedragen inlichtingen uit het register splijtstoffen en ertsen te verstrekken.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Besluit radioactieve stoffen en ertsen keuringsdiensten Kernenergiewet, art. 2, lid 5.
Waardering: V 3 jaar
Handeling: Het aanwijzen van een hoofdinspecteur van de volksgezondheid aan wie de opgave van degenen aan wie inlichtingen uit het register zijn verstrekt wordt doorgegeven.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Besluit radioactieve stoffen en ertsen keuringsdiensten Kernenergiewet, art. 2, lid 5.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het, in overeenstemming met de ministers wie het mede aangaat, beslissen op de aanvragen van een vergunning voor:
a. het vervoeren, voorhanden hebben, binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen of doen brengen, dan wel zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen;
b. een uitrusting, geschikt om een vaartuig of ander vervoermiddel door middel van kernenergie voort te brengen, daarin aan te brengen of aangebracht te houden, dan wel zodanige daarin aangebrachte uitrusting in werking te brengen, in werking te houden of te wijzigen.
c. het voorhanden hebben van splijtstoffen;
d. het zich ontdoen van splijtstoffen;
e. het oprichten van een inrichting waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt;
f. het oprichten van een inrichting waarin splijtstoffen welke plutonium of verrijkt uranium bevatten, of bestraalde splijtstoffen kunnen worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt;
g. het oprichten van een inrichting waarin splijtstoffen worden opgeslagen;
h. het oprichten van een inrichting waarin onbestraalde splijtstoffen welke geen plutonium of verrijkt uranium bevatten, of bestraalde splijtstoffen kunnen worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt.:
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 15 (art. 15a); art. 18, lid 1 (art. 19; 20; 20a; 30); art. 30, lid 1; Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen, art. 4–9.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van plaatsen waar splijtstoffen in Nederland in de uitrusting mogen worden aangebracht of uit de uitrusting mogen worden genomen en/of het aanwijzen van plaatsen waar de uitrusting, na het inbrengen van splijtstoffen, in Nederland ter beproeving in werking mag worden gebracht.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen (Stb. 1969, 403), art. 34, lid 3 onder c–d.
Waardering: B 5
Handeling: Het tezamen met de Minister van Economische Zaken, verbinden van voorschriften aan vergunningen verstrekt krachtens de Kernenergiewet welke nodig zijn voor:
a. de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen;
b. de veiligheid van de staat;
c. de bewaring en bewaking van splijtstoffen en ertsen;
d. de energievoorziening;
e. het zeker stellen van de betaling van de vergoeding aan derden toekomende voor schade of letsel, hun toegebracht;
f. de nakoming van internationale verplichtingen.
Periode: 1970–
Producten: Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen (Stb. 1969, 403), artt. 31–40.
Bron: Kernenergiewet, art. 19, lid 1; art. 20, lid 2; art. 31, lid 1.
Waardering: B 1
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van overheidsorganen waaraan vergunningaanvragen meegedeeld worden.
Periode: 1970–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 17, lid 1 (art. 17a, lid 1).
Waardering: B 4
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van overheidsorganen die advies kunnen uitbrengen over het ontwerp van de beschikking op een vergunningaanvraag.
Periode: 1994–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 17a, lid 1.
Waardering: B 4
Staatssecretaris
Handeling: Het vaststellen van het formulier waarop de aanvraag om een vergunning voor het gebruik van:
a. deeltjesversnellers;
b. toestellen voor röntgenspectografie en diffractieapparaten;
c. röntgentoestellen met een maximale buissparing van 100 kilovolt of meer kan worden gedaan.
Periode: 1987–
Producten: Formulier.
Bron: Regeling aanvraag vergunning en aangifte toestellen Kernenergiewet (Stcrt. 1987, 176), art. 1.
Waardering: V 3 jaar
Nb. 1 formulier wordt bewaard
Handeling: Het, met inachtneming van de bij algemene maatregel van bestuur gestelde regels, toekennen van een vergoeding aan personen die schade hebben ondervonden als gevolg van de werkzaamheden van een kernenergie-inrichting.
Periode: 1970–
Producten: Brief met toekenning van een schadevergoeding.
Bron: Kernenergiewet, art. 48.
Waardering: V 85 jaar na geboorte
Handeling: Het na overleg met de Commissaris van de Koningin in de desbetreffende provincie vaststellen van een alarmregeling voor de door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen inrichting.
Periode: 1976–
Producten: Min. regels.
Bron: Besluit ongevallen kerninstallaties (Stb. 1976, 138), art. 2, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het verstrekken van vergunningen:
a. voor het bereiden, het vervoeren, het voorhanden hebben, het toepassen, het binnen Nederlands grondgebied brengen of te doen brengen en het zich ontdoen van radioactieve stoffen;
b. voor het gebruik van ioniserende stralen uitzendende toestellen.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 8 februari 1963, DGV, Afd. Gevaarlijke stoffen no. A-5/016899; Radioactieve-stoffenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 404); Besluit van 30 september 1991, no. MBS 27991004, Scrt. 223, van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake wijziging vergunningverlening Kernenergiewet.
Bron: Kernenergiewet, art. 29, lid 1; art. 34.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van radioactieve stoffen die met vergunning bereid, vervoerd, voorhanden hebben, toegepast mogen worden.
Periode: 1970–
Producten: Radioactieve-stoffenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 404); Regeling van 16 maart 1993, Stcrt. 78, inzake aanwijzing rookmelders Kernenergiewet 1993; Regeling aanwijzing rookmelders Kernenergiewet 1994; Regeling aanwijzing rookmelders Kernenergiewet 1995 (Stcrt. 1995, 62).
Bron: Kernenergiewet, art. 29, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het aan de vergunninghouder meedelen:
a. welke bijdrage verschuldigd is;
b.op welke wijze betaling van de bijdrage plaats kan vinden;
c. binnen welke termijn deze bijdrage dient te geschieden.
Periode: 1981–
Producten: Mededeling.
Bron: Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981, art. 15.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels met het oog op de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen met betrekking tot radioactieve stoffen en ioniserende stralen uitzendende toestellen, en betreffende splijtstoffen, ertsen, inrichtingen, of uitrustingen dan wel onderdelen van inrichtingen of uitrustingen.
Periode: 1970–
Producten: Radioactieve-stoffenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 404); Toestellenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 406); Besluit stralenbescherming Kernenergiewet (Stb. 1986, 465); Wijzigingsbesluit Besluit stralenbescherming Kernenergiewet (Stb. 1993, 317); algemene maatregel van bestuur; min. regels.
Bron: Kernenergiewet, art. 21 (art. 21, lid 1); art. 32, lid 1; art. 34, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van toestellen waarvoor het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet niet van toepassing is.
Periode: 1987–
Producten: Beschikking.
Bron: Besluit stralenbescherming Kernenergiewet, art. 4, lid 2.
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten van kernenergie-inrichtingen in verband met zodanige dreiging van besmetting met radioactieve stoffen van bodem, water of lucht dat voor de openbare gezondheid aanmerkelijk gevaar te duchten is.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 38, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het beschikken op verzoeken van burgemeesters betreffende het sluiten van kernenergie-inrichtingen in verband met de dreiging van besmetting met radioactieve stoffen van bodem, water of lucht en het doen van mededeling daarvan.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 38, lid 3–4.
Waardering: B 5
Handeling: Het, zo nodig met behulp van de sterke arm, treffen van maatregelen in verband met de dreiging van besmetting met radioactieve stoffen van bodem, (oppervlakte-)water of lucht:
a. die zij voor de uitvoering van het sluiten van kernenergie-inrichtingen noodzakelijk achten;
b. ter bescherming van de gezondheid van dieren of planten, c.q. voor de deugdelijkheid van voortbrengselen van landbouw;
c. ter bescherming van de belangen betreffende de waterhuishouding.
Periode: 1970–
Producten: Maatregel.
Bron: Kernenergiewet, art. 38, lid 6; art. 40, lid 1; art. 41, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij verwacht gevaar van besmetting met radioactieve stoffen van bodem, water of lucht door middel van een algemene maatregel van bestuur stellen van regels die zij met het oog op de openbare gezondheid noodzakelijk achten.
Periode: 1970–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 39, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het in verband met de dreiging van besmetting met radioactieve stoffen van bodem, (oppervlakte-)water of lucht in kennis stellen van de getroffen maatregelen aan de burgemeester der betrokken gemeente.
Periode: 1970–
Producten: Kennisgeving; brief.
Bron: Kernenergiewet, art. 39, lid 3; art. 40, lid 3; art. 41, lid 2.
Waardering: B 5
Handeling: Het van toepassing verklaren van artikel 39 wanneer personen of dieren ten gevolge van contact met of beïnvloeding anderszins door splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen of ioniserende stralen uitzendende toestellen zodanig zijn bestraald of besmet, dat aanmerkelijk gevaar voor hun naaste omgeving of voor dieren in hun naaste omgeving te duchten is.
Periode: 1970–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 42; art. 43.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels betreffende lijken van personen, die voor of na het overlijden, en betreffende stoffen en voorwerpen welke ten gevolge van contact met of beïnvloeding anderszins door splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen of ioniserende stralen uitzendende toestellen, zodanig zijn bestraald of besmet, dat gevaar voor de openbare gezondheid te duchten is.
Periode: 1970–
Producten: Algemene maatregel van bestuur; min. regels.
Bron: Kernenergiewet, art. 45, lid 1; art. 46, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van instellingen of personen aan wie de burgemeester bij gevaar voor de openbare gezondheid ten gevolge van ioniserende stralen dit gevaar kan melden.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 47, lid 2.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vaststellen van de inrichting van registers waarin radioactieve stoffen geregistreerd worden en het aanwijzen van de gevallen waarin inlichtingen uit de registers kunnen worden verstrekt.
Periode: 1970–1988
Producten: Besluit van 16 oktober 1969, Stb. 472; inlichtingen.
Bron: Kernenergiewet, art. 27, lid 2, art. 28, lid 5.
Waardering: B 4,5
Handeling: Het stellen van nadere regels betreffende de inrichting van het register radioactieve stoffen.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking inrichting register radioactieve stoffen van 2 december 1969, Stcrt. 240.
Bron: Besluit registratie radioactieve stoffen en kosten keuringsdiensten Kernenergiewet (Stb. 1969, 472), art. 2, lid 2.
Waardering: B 4
Handeling: Het aanwijzen van de hoofdinspecteur van de volksgezondheid bij wie eenmaal per maand de opgave van de geregistreerde gegevens gedaan kan worden.
Periode: 1970–1988
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 27, lid 4.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het aanwijzen van instellingen en personen waaraan de in bezit genomen splijtstoffen, ertsen en goederen worden overgedragen.
Producten: Uitvoeringsbesluit ex art. 22 Kernenergiewet, (Stcrt. 1970, 140); Besluit aanwijzing instellingen ex art. 33 Kernenergiewet (Stcrt. 1991, 24); Aanwijzing Hoge Flux Reactor Petten (Stcrt. 1981, 137).
Periode: 1970–
Bron: Kernenergiewet, art. 22, lid 4; art. 33, lid 4; Besluit van 15 augustus 1970, no. 20, Stcrt. 160, art. 1.
Waardering: B 4
Staatsecretaris
Handeling: Het aanwijzen van landen waarop het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen van toepassing is.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking van 5 december 1969, Stcrt. 240.
Bron: Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen (Stb. 1969, 405), art. 2, lid 1 onder d en e; art. 2, lid 2; art. 3, lid 2 onder h; art. 5, lid 1 onder a en b; art. 5, lid 2; art. 6, lid 2 onder b; art. 14 onder b en c; art. 16 onder b en c; art. 19, lid 1 onder b; art. 22, lid b.
Waardering: B 5
Handeling: Het, bij overtredingen van de Kernenergiewet, uitvaardigen van bevelen tot staking van de oprichting of sluiting van een kernenergie-inrichting, dan wel het staken van het aanbrengen of het buitenwerking houden van een uitrusting geschikt voor de voortbeweging van een vervoermiddel door middel van kernenergie.
Periode: 1970–1992
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 25.
Waardering: B 4
Staatsecretaris
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren welke belast zijn met het toezicht op de naleving van de Kernenergiewet en/of met het meten van doses ioniserende stralen en het bepalen van radioactieve besmetting.
Periode: 1970–
Producten: Regeling aanwijzing toezichthoudende ambtenaren inzake Kernenergiewet; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van verschillende ministers van 24 november 1969, no. 132.695 Dir.Gen.-Vgz./Dir. M.V.H./hafd. K. en S. (Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet), Stcrt. 239; Beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 12 december 1969, no. 2302, Stcrt. 244; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 18 december 1969, Dir.-Gen. Vgz./Dir. M.V.H./hafd. K. en S. no. 133.024, Stcrt. 253; Beschikking van de Minister van Financiën van 29 december 1969, no. A 69/9720 Gen. Thes., Dir. Binn. Geldw. en Fin. Public. Lichamen, Stcrt. 252; Regeling van 10 januari 1986, Stcrt. 15; Regeling van 9 februari 1987, Stcrt. 38; Beschikking van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 17 november 1988, Stcrt. 288); Regeling van 28 april 1994, Stcrt. 83 (Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet).
Bron: Kernenergiewet, art. 58, lid 1–3.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het stellen van regels betreffende de taakvervulling van de ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de naleving van de Kernenergiewet en/of belast zijn met het meten van doses ioniserende stralen en het bepalen van radioactieve besmetting.
Periode: 1970–
Producten: Besluit van 13 oktober 1969, Stb. 473; Besluit van 22 oktober 1969, Stb. 474 (Besluit taakvervulling ambtenaren keuringsdiensten Kernenergiewet); Beschikking van 12 december 1969, Stcrt. 244; Beschikking van 29 december 1969, Stcrt. 252; Beschikking van 18 december 1969, Stcrt. 253.
Bron: Kernenergiewet, art. 58, lid 4.
Waardering: B 4
Handeling: Het indienen van een verzoek bij de Europese Commissie tot wijziging of aanvulling van de basisnormen met betrekking tot de (volks)gezondheid.
Periode: 1958–
Bron: EGA art.32
Waardering: B 1
12. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
Handeling: Het (mede-) instellen van adviescommissies en raden betreffende het te voeren beleid inzake de energievoorziening.
Periode: 1946–
Producten: Instellingsbeschikking van o.a. de Algemene Energieraad.
Bron: Dossier Raden en Commissies en hun relaties met de Directie Kernenergie; Staatsalmanak 1946 e.v.; Energienota 1974; H.G. de Maar (red.), Energierecht (Alphen aan den Rijn 1978).
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede-) voorbereiden, wijzigen en intrekken van (bijzondere) wetten betreffende het algemene energiebeleid.
Periode: 1946–
Producten: Wet op de Algemene Energieraad 1985 (Stb. 287, 1985)
Bron: Art. 181 Grondwet (GW) 1946, art. 181 GW 1948, art. 188 GW 1953
Waardering: B 1
Handeling: Het (mede-) voorbereiden, wijzigen en intrekken van algemene maatregelen van bestuur op het gebied van kernenergie en ioniserende straling, radioactieve stoffen en ioniserende stralen uitzendende toestellen.
Periode: 1946–
Producten: Besluit inwerkingtreding Kernenergiewet (Stb. 1969, 514); Bijdragenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 475); Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 (Stb. 1981, 455); Definitiebesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 358); Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet (Stb. 1971, 420); Uitvoeringsbesluit ex artikel 22 Kernenergiewet (Stb. 1969, 476); Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen (Stb. 1969, 403); Besluit registratie splijtstoffen en ertsen (Stb. 1969, 471); Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen (Stb. 1969, 405); Beroepsbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 473).
Bron: Kernenergiewet, artt. 1; 13; 14; 16; 17; 18, lid 2; 19; 21; 26, lid 1; 35, lid 1; 49, lid 1; 56; 57; 67; 68.
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van nadere regels betreffende de algemene maatregelen van bestuur welke op het gebied van kernenergie, ioniserende straling, radioactieve stoffen en ioniserende stralen uitzendende toestellen zijn vastgesteld.
Periode: 1946–
Producten: Beschikking aanwijzing eerste kantoren Kernenergiewet (Stcrt. 1969, 241); Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1969 (Stb. 1969, 475); Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 (Stb. 1981, 455); Beschikking aanvraag vergunning en aangifte toestellen Kernenergiewet (Stcrt. 1975, 203); Besluit ongevallen kerninstallaties (Stb. 1976, 138); Besluit van 31 augustus 1987 (Stcrt. 176), houdende de regeling aanvraag vergunning en aangifte toestellen Kernenergiewet.
Bron: Kernenergiewet, art. 26, lid 2; art. 35, lid 1; art. 49, lid 1; art. 56, lid 1; art. 73; art. 74.
Waardering: B 1
Handeling: Het, met inachtneming van de bij algemene maatregel van bestuur gestelde regels, toekennen van een vergoeding aan personen die schade hebben ondervonden als gevolg van de werkzaamheden van een kernenergie-inrichting.
Periode: 1970–
Producten: Brief met toekenning van een schadevergoeding.
Bron: Kernenergiewet, art. 48.
Waardering: V 85 jaar na geboorte
Handeling: Het na overleg met de Commissaris van de Koningin in de desbetreffende provincie vaststellen van een alarmregeling voor de door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen inrichting.
Periode: 1976–
Producten: Min. regels.
Bron: Besluit ongevallen kerninstallaties (Stb. 1976, 138), art. 2, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het verstrekken van vergunningen:
a. voor het bereiden, het vervoeren, het voorhanden hebben, het toepassen, het binnen Nederlands grondgebied brengen of te doen brengen en het zich ontdoen van radioactieve stoffen;
b. voor het gebruik van ioniserende stralen uitzendende toestellen.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 8 februari 1963, DGV, Afd. Gevaarlijke stoffen no. A-5/016899; Radioactieve-stoffenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 404); Besluit van 30 september 1991, no. MBS 27991004, Stcrt. 223, van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake wijziging vergunningverlening Kernenergiewet.
Bron: Kernenergiewet, art. 29, lid 1; art. 34.
Waardering: B 5
Handeling: Het, zo nodig met behulp van de sterke arm, treffen van maatregelen in verband met de dreiging van besmetting met radioactieve stoffen van bodem, (oppervlakte-)water of lucht:
a. die zij voor de uitvoering van het sluiten van kernenergie-inrichtingen noodzakelijk achten;
b. ter bescherming van de gezondheid van dieren of planten, c.q. voor de deugdelijkheid van voortbrengselen van landbouw;
c. ter bescherming van de belangen betreffende de waterhuishouding.
Periode: 1970–
Producten: Maatregel.
Bron: Kernenergiewet, art. 38, lid 6; art. 40, lid 1; art. 41, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het in verband met de dreiging van besmetting met radioactieve stoffen van bodem, (oppervlakte-)water of lucht in kennis stellen van de getroffen maatregelen aan de burgemeester der betrokken gemeente.
Periode: 1970–
Producten: Kennisgeving; brief.
Bron: Kernenergiewet, art. 39, lid 3; art. 40, lid 3; art. 41, lid 2.
Waardering: B 5
Staatsecretaris
Handeling: Het aanwijzen van landen waarop het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen van toepassing is.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking van 5 december 1969, Stcrt. 240.
Bron: Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen (Stb. 1969, 405), art. 2, lid 1 onder d en e; art. 2, lid 2; art. 3, lid 2 onder h; art. 5, lid 1 onder a en b; art. 5, lid 2; art. 6, lid 2 onder b; art. 14 onder b en c; art. 16 onder b en c; art. 19, lid 1 onder b; art. 22, lid b.
Waardering: V 10 jaar na intrekken aanwijzing
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren welke belast zijn met het toezicht op de naleving van de Kernenergiewet en/of met het meten van doses ioniserende stralen en het bepalen van radioactieve besmetting.
Periode: 1970–
Producten: Regeling aanwijzing toezichthoudende ambtenaren inzake Kernenergiewet; Beschikking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van verschillende ministers van 24 november 1969, no. 132.695 Dir.Gen.- Vgz./Dir. M.V.H./hafd. K. en S. (Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet), Stcrt. 239; Beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 12 december 1969, no. 2302, Stcrt. 244; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 18 december 1969, Dir.-Gen. Vgz./Dir. M.V.H./hafd. K. en S. no. 133.024, Stcrt. 253; Beschikking van de Minister van Financiën van 29 december 1969, no. A 69/9720 Gen. Thes., Dir. Binn. Geldw. en Fin. Public. Lichamen, Stcrt. 252; Regeling van 10 januari 1986, Stcrt. 15; Regeling van 9 februari 1987, Stcrt. 38; Beschikking van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 17 november 1988, Stcrt. 288); Regeling van 28 april 1994, Stcrt. 83 (Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet).
Bron: Kernenergiewet, art. 58, lid 1–3.
Waardering: V 10 jaar na intrekken aanwijzing
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met de opsporing van de in de Kernenergiewet strafbaar gestelde feiten.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking van de Minister van Justitie van 16 december 1969, Stcrt. 248; Beschikking van 15 januari 1986, Stcrt. 15; Beschikking van 12 september 1990, Stcrt. 180 (Beschikking opsporingsbevoegdheid Kernenergiewet).
Bron: Kernenergiewet, art. 83.
Waardering: V 10 jaar na intrekking aanwijzing
Handeling: Het overeenstemmen met de Ministers van EZ en OC&W inzake de instelling van de Begeleidingscommissie Voorstudieplan Lievense (BPL).
Periode: 1980–1982
Bron: Ministerraadsbesluit d.d. 20 juni 1980 Nota ontwikkeling Markerwaardgebied
Waardering: B 4.
13. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Handeling: Het in overleg met de Minister van EZ en de NV SEP voorbereiden van het structuurschema electriciteitsvoorziening (SEV).
Producten: Ontwerp SEV
Periode: 1971–
Opmerking: het SEV geldt telkens voor een periode van 15 jaar en moet worden vastgesteld in de Ministerraad. Het eerste SEV (1975) verscheen in 1981. Zie ook art. 55 over de termijn wanneer het SEV gereed moet zijn. Een jaar voordat de termijn van een SEV afloopt dient de Staten Generaal te worden geïnformeerd over een nieuw SEV.
Bij alle voorbereidingen zal er natuurlijk uitgebreid onderzoek plaatsvinden en zal de Minister van Economische Zaken diverse organen om advies vragen, bijvoorbeeld het CPB. NB.De Minister van VROM is niet als actor opgenomen aangezien de handeling deel uitmaakt van een algemene handeling namelijk het overleggen met vakministers over planologische kernbeslissingen.
Bron: Wet op de Ruimtelijke Ordening Stb. 1985, 626 art. 2a en de Elektriciteitswet 1989 Stb. 1989, 535 art. 14.
Waardering: B 1
Handeling: Het in samenwerking met de Minister van EZ doen opstellen van een milieu effect rapportage (m.e.r.) t.b.v. het structuurschema elektriciteitsvoorziening.
Producten: milieueffectrapport
Periode: 1979–
Opmerking: Het SEV is m.e.r.-plichtig ten aanzien van de oprichting, of ombouw naar kolen, van elektriciteitscentrales met een vermogen vanaf 300 Mw, oprichting windenergiecentrales met een vermogen groter dan 20 Mw, aanleg ondergrondse opslag van water of stoom t.b.v. elektriciteitsvoorziening groter dan 1 miljoen kubieke meter en hoogspanningsverbindingen van 220 Kv over een afstand van meer dan één kilometer door kwalitatief kwetsbaar aangeduide gebieden. De activiteiten van bovengenoemde handeling omvatten: het opstellen van een startnotitie, het organiseren van inspraak en advisering ten behoeve van de richtlijnen en het vaststellen van de richtlijnen voor het MER, het organiseren van inspraak en advisering over het MER, en het zorgdragen voor de evaluatie van de werkelijk optredende milieueffecten.
Bron: Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (WABM) Stb. 1979, 442
Waardering: B 1,2,3
Handeling: Het (mede-) voorbereiden, wijzigen en intrekken van algemene maatregelen van bestuur op het gebied van kernenergie en ioniserende straling, radioactieve stoffen en ioniserende stralen uitzendende toestellen.
Periode: 1970–
Producten: AMVB
Bron: Kernenergiewet, artt. 1; 13; 14; 16; 17; 18, lid 2; 19; 21; 26, lid 1; 35, lid 1; 49, lid 1; 56; 57; 67; 68 (1963, Stb. 82; 1969, Stb. 514) Inwt. 1970.
Waardering: B 1
Handeling: Het overeenstemmen met de Ministers van SZW en EZ inzake het stellen van nadere regels aan het ontwerpen gereld bij AMVB inzake vergunningen die voortkomen uit de Kernenergiewet.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking aanwijzing eerste kantoren Kernenergiewet (Stcrt. 1969, 241); Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1969 (Stb. 1969, 475); Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 (Stb. 1981, 455); Beschikking aanvraag vergunning en aangifte toestellen Kernenergiewet (Stcrt. 1975, 203); Besluit ongevallen kerninstallaties (Stb. 1976, 138); Besluit van 31 augustus 1987 (Stcrt. 176), houdende de regeling aanvraag vergunning en aangifte toestellen Kernenergiewet.
Bron: Kernenergiewet, art. 26, lid 2; art. 35, lid 1; art. 49, lid 1; art. 56, lid 1; art. 73; art. 74 (1963, Stb. 82), Inwtr. 1970
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen van waarden en berekeningswijzen van radioactieve besmetting.
Periode: 1970–
Producten: Min. regeling; beschikking.
Bron: Definitiebesluit Kernenergiewet, art. 2 (1969, Stb. 358) Inwtr. 1970
Waardering: B 5
Vervallen.
Vervallen
Handeling: Het voordragen van leden, voorzitter en secretaris van adviescommissies en raden betreffende kernenergie en ioniserende straling.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 3, lid 1–3 (art. 4, lid 2); art. 7, lid 2 (art. 5, lid 1) (1963, Stb. 82), Inwtr. 1970.
Waardering: V 10 jaar na uittreding functie
Handeling: Het aanwijzen van ten hoogste vier ambtenaren welke bevoegd zijn tot het bijwonen van vergaderingen van de Centrale Raad voor de Kernenergie en/of de Industriële Raad voor de Kernenergie.
Periode: 1963–1985
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 4; art. 8, lid 5; art. 9.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Vervallen
Handeling: Het goedkeuren van de nadere regels betreffende de werkwijze van de Commissie Reactorveiligheid.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 8.
Waardering: B 4
Handeling: Het verlenen van een vergunning voor het oprichten, in werking brengen, in werking houden of wijzigen van een inrichting, waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, splijtstoffen kunnen worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt, dan wel splijtstoffen worden opgeslagen.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 15 (art. 15a).
Waardering: B 4
Handeling: Het aanwijzen van een inrichting waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt of splijtstoffen kunnen worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt.
Periode: 1976–1996
Producten: Beschikking van 4 mei 1976 (Stcrt. 91); Beschikking van 15 juli 1981 (Stcrt. 137); Beschikking van 17 augustus 1981 (Stcrt. 181); Beschikking van 12 augustus 1985 (Stcrt. 157); Beschikking van 20 maart 1988 (Stcrt. 73).
Bron: Besluit ongevallen kerninstallaties (Stb. 1976, 138), art. 2, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het staken en/of sluiten van een inrichting waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, splijtstoffen worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt, dan wel splijtstoffen worden opgeslagen.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 25, lid 1.
Waardering: B 4
Handeling: Het beslissen op verzoeken van een burgemeester tot staking en/of sluiting van een inrichting waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, splijtstoffen worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt, dan wel splijtstoffen worden opgeslagen.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 25, lid 2.
Waardering: B 4
Handeling: Het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:
a. vaststellen van de inrichting van het register splijtstoffen en ertsen;
b. aanwijzen van de gevallen waarin inlichtingen uit het register splijtstoffen en ertsen kunnen worden verstrekt;
c. bepalen van die gevallen waarin door de vergunninghouder een administratie gevoerd moet worden;
d. stellen van regels voor de door de vergunninghouder te voeren administratie;
e. bepalen van de gevallen waarbij een ieder die de aanwezigheid van ertsen in de bodem heeft vastgesteld aangifte moet doen;
f. stellen van regels voor de aangifte van de aanwezigheid van ertsen in de bodem.
g. stellen van regels betreffende de inrichting van het register radioactieve stoffen.
Periode: 1970–
Producten: Besluit registratie splijtstoffen en ertsen (Stb. 1969, 471); Besluit registratie en kosten keuringsdiensten Kernenergiewet (Stb. 1969, 472).
Bron: Kernenergiewet, art. 13, lid 2; art. 14, lid 1; art. 14, lid 2.
Waardering: B 5
Handeling: Het toestemming verlenen om aan anderen dan aan wie een taak ter uitvoering van de Kernenergiewet is opgedragen inlichtingen uit het register splijtstoffen en ertsen te verstrekken.
Periode: 1970–2002
Producten: Beschikking.
Bron: Besluit radioactieve stoffen en ertsen keuringsdiensten Kernenergiewet, art. 2, lid 5.
Waardering: V 10 jaar na uittreding functie
Handeling: Het aanwijzen van een hoofdinspecteur van de volksgezondheid aan wie de opgave van degenen aan wie inlichtingen uit het register zijn verstrekt wordt doorgegeven.
Periode: 1970–2002
Producten: Beschikking.
Bron: Besluit radioactieve stoffen en ertsen keuringsdiensten Kernenergiewet, art. 2, lid 5.
Waardering: V 10 jaar na einde zittingstermijn orgaan
Handeling: Het in overeenstemming met de Ministers van EZ en SZW beslissen op de
aanvragen van een vergunning voor het vervoer, gebruik, bewerken, opslaan en zich ontdoen van splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking
Bron: Kernenergiewet, art. 15 (art. 15a); art. 18, lid 1 (artt. 19; 20; 20a; 30); art. 30, lid 1; Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen, artt. 4–9.
Waardering: V 10
Handeling: Het vaststellen van de termijn waarbinnen de Raad voor het Milieubeheer de minister advies moet uitbrengen over de voordrachten van algemene maatregelen van bestuur.
Periode: 1993–
Producten: Min. regels.
Bron: Kernenergiewet, art. 76, lid 1.
Waardering: V 10
Handeling: Het aanwijzen van installaties waar splijtstoffen worden toegepast of beproefd.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen (Stb. 1969, 403), art. 34, lid 3 onder c–d.
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van het aanvraagformulier voor een vergunning voor het gebruik van deeltjesversnellers, röntgenspectografie en diffractieapparaten.
Periode: 1987–2002
Producten: Beschikking.
Bron: Regeling aanvraag vergunning en aangifte toestellen Kernenergiewet (Stcrt. 1987, 176), art. 1.
Waardering: V 1 jaar na vervanging
Handeling: Het toekennen van een vergoeding aan personen die schade hebben ondervonden als gevolg van de werkzaamheden van een kernenergie-inrichting.
Periode: 1970–
Producten: Brief met toekenning van een schadevergoeding.
Bron: Kernenergiewet, art. 48.
Waardering: V 85 jaar na geboorte.
Handeling: Het na overleg met de Commissaris van de Koningin vaststellen van een alarmregeling voor een kerninstallatie in een provincie.
Periode: 1976–1996
Producten: Min. regels.
Bron: Besluit ongevallen kerninstallaties (Stb. 1976, 138). Vervallen per 1996.
Waardering: B 5
Handeling:
Het instemmen met beslissing op de aanvraag van een vergunning voor het vervoer, gebruik, bewerken, opslaan en zich ontdoen van ioniserende stralen uitzendende toestellen door de Minister van SZW.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 8 februari 1963, DGV, Afd. Gevaarlijke stoffen no. A-5/016899; Radioactieve-stoffenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 404); Besluit van 30 september 1991, no. MBS 27991004, Scrt. 223, van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake wijziging vergunningverlening Kernenergiewet.
Bron: Kernenergiewet, art. 29, lid 1; art. 34.
Waardering: V 10 jaar na einde vergunning
Handeling: Het stellen van regels voor de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen tegen radioactieve straling van toestellen, splijtstoffen, ertsen, inrichtingen en uitrustingen.
Periode: 1970–
Producten: Radioactieve-stoffenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 404); Toestellenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 406); Besluit stralenbescherming Kernenergiewet (Stb. 1986, 465); Wijzigingsbesluit Besluit stralenbescherming Kernenergiewet (Stb. 1993, 317); algemene maatregel van bestuur; min. regels.
Bron: Kernenergiewet, art. 21 (art. 21, lid 1); art. 32, lid 1; art. 34, lid 1 (Stcrt. 1969, 514).
Waardering: B 1
Handeling: Het aanwijzen van toestellen waarvoor het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet niet van toepassing is.
Periode: 1987–2002
Producten: Beschikking.
Bron: Besluit stralenbescherming Kernenergiewet, art. 4, lid 2.
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten van kernenergie-inrichtingen wegens gevaar voor de openbare gezondheid door dreigende besmetting van bodem, water of lucht met radioactieve stoffen.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 38, lid 1, 13-4 (Stcrt. 1969, 514)
Waardering: B 5
Vervallen.
Handeling: Het treffen van maatregelen in verband met dreigende besmetting met radioactieve stoffen van bodem, water en lucht.
Periode: 1970–
Producten: Maatregel.
Bron: Kernenergiewet, art. 38, lid 6; art. 40, lid 1; art. 41, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij gevaar van besmetting met radioactieve stoffen van bodem, water of lucht stellen van regels met het oog op de openbare gezondheid.
Periode: 1970–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 39, lid 1.
Waardering: B 1
Handeling: Het in verband met de dreiging van besmetting met radioactieve stoffen van bodem, water of lucht in kennis stellen van de getroffen maatregelen aan de burgemeester der betrokken gemeente.
Periode: 1970–
Producten: Kennisgeving; brief.
Bron: Kernenergiewet, art. 39, lid 3; art. 40, lid 3; art. 41, lid 2.
Waardering: B 5
Handeling: Het nemen van maatregelen wanneer personen of dieren door radioactieve stralingen zijn besmet zodat gevaar voor de omgeving bestaat.
Periode: 1970–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 42; art. 43.
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van regels inzake lijken van personen die radioactief besmet zijn.
Periode: 1970–
Producten: Algemene maatregel van bestuur; min. regels.
Bron: Kernenergiewet, art. 45, lid 1; art. 46, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van instellingen of personen waaraan de burgemeester bij gevaar voor de openbare gezondheid ten gevolge van ioniserende stralen dit kan melden.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 47, lid 2.
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van nadere regels betreffende de inrichting van het register radioactieve stoffen.
Periode: 1970–2002
Producten: Beschikking inrichting register radioactieve stoffen van 2 december 1969, Stcrt. 240.
Bron: Besluit registratie radioactieve stoffen en kosten keuringsdiensten Kernenergiewet (Stb. 1969, 472), art. 2, lid 2.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van instellingen en personen waaraan de in bezit genomen splijtstoffen, ertsen en goederen worden overgedragen.
Producten: Uitvoeringsbesluit ex art. 22 Kernenergiewet, (Stcrt. 1970, 140); Besluit aanwijzing instellingen ex art. 33 Kernenergiewet (Stcrt. 1991, 24); Aanwijzing Hoge Flux Reactor Petten (Stcrt. 1981, 137).
Periode: 1970–
Bron: Kernenergiewet, art. 22, lid 4; art. 33, lid 4; Besluit van 15 augustus 1970, no. 20, Stcrt. 160, art. 1.
Waardering: B 4
Handeling: Het, bij overtredingen van de Kernenergiewet, uitvaardigen van bevelen tot staking van de oprichting of sluiting van een kernenergie-inrichting, dan wel het staken van het aanbrengen of het buitenwerking houden van een uitrusting geschikt voor de voortbeweging van een vervoermiddel door middel van kernenergie.
Periode: 1970–1992
Producten: Beschikking.
Bron: Kernenergiewet, art. 25.
Waardering: B 4
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren welke belast zijn met het toezicht op de naleving van de Kernenergiewet en/of met het meten van doses ioniserende stralen en het bepalen van radioactieve besmetting.
Periode: 1970–
Producten: Ministeriële regeling; beschikking
Bron: Kernenergiewet, art. 58, lid 1–3.
Waardering: V 5 jaar na einde zittingstermijn orgaan
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met de opsporing van de in de Kernenergiewet strafbaar gestelde feiten.
Periode: 1970–
Producten: Beschikking van de Minister van Justitie van 16 december 1969, Stcrt. 248; Beschikking van 15 januari 1986, Stcrt. 15; Beschikking van 12 september 1990, Stcrt. 180 (Beschikking opsporingsbevoegdheid Kernenergiewet).
Bron: Kernenergiewet, art. 83.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur buiten toepassing verklaren van regels voor zover de belangen, welke deze regels beogen te beschermen, naar het oordeel van de minister in voldoende mate door toepassing van de Kernenergiewet kunnen worden beschermd.
Periode: 1993–
Producten: Algemene maatregel van bestuur.
Bron: Kernenergiewet, art. 72, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het inwinnen van advies van de Europese Commissie bij gevaarlijke proefnemingen op het eigen grondgebied.
Periode: 1958–
Bron: EGA art.34
Waardering: V 20 jaar
Handeling: Het (doen) verstrekken van inlichtingen betreffende de mate van radioactiviteit, alsmede elk plan tot lozing van radioactieve afvalstoffen aan de Europese Commissie.
Periode: 1958–
Opmerkingen: Zie pivotrapport VROM
Bron: EGA art.36–37
Waardering: B 5
Handeling: Het in overeenstemming met de Minister van EZ vaststellen van ministeriële subsidieregelingen op het gebied van energiebesparing.
Producten: – Beschikking geldelijke steun beperking energieverbruik in de non-profit sector Stcrt. 1981, 22 ingetrokken bij Stcrt. 1984, 69
– Regeling geldelijke steun beperking energieverbruik in de non-profit sector 1984 Stcrt. 1984, 69 ingetrokken bij 1987, 250
– Bijdrageregeling NOx-arme verwarmingstoestellen Stcrt. 1990, 214 ingetrokken bij Stcrt. 1991, 250
– Subsidieregeling NOx-arme en energiezuinige verwarmingstoestellen Stcrt. 1990, 252 laatstelijk gewijzigd Stcrt. 1991, 250
Periode: 1980–
Opmerking: Subsidieregelingen die uitsluitend bestemd zijn voor één sector of duurzame energiebron worden daar behandeld. Bijvoorbeeld Regeling milieupremie windenergie wordt in paragraaf 3 onder 2.1 behandeld.
Bron: Energienota 1974, bijlage HdTK 1974–1975, 13 122
Waardering: B 5
Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van EZ, opstellen van een aandachtspuntenlijst voor energiebesparing en ruimtelijke ordening ten behoeve van alle gemeenten in Nederland.
Producten: aandachtspuntenlijst
Periode: 1981–1983
Opmerking: Het AER-advies ‘energiebesparing en ruimtelijke ordening’ (1981) vormde de aanleiding voor het opstellen van deze lijst. Het advies stelde onder meer dat provincies en gemeenten in het kader van streek-, structuur- en bestemmingsplannen aandacht zouden moeten besteden aan ruimtelijke inpassing van wind- en zonne-energie
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)