Vaststellingsbesluit selectielijsten neerslag handelingen beleidsterreinen Energiebeleid en Energiedelfstoffen vanaf 1945 (Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
Bron: Statuten ECN d.d. 20 juli 1976 art. 7, lid 2 en 3, Inl. dr. J.J. de Jong (DGE/EBD)
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het benoemen van de regeringsvertegenwoordiger van Economische Zaken in de Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN).
Periode: 1976–
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het via de regeringsvertegenwoordiger deelnemen aan de bestuursvergaderingen van de Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN).
Producten: standpunten, adviezen
Periode: 1976–
Opmerking: De departementen Economische Zaken, O&W, FIN, VROM en WB hebben een regeringsvertegenwoordiger. Bij bestuursbesluiten in verband met het buitenlandse beleid, de volksgezondheid of de veiligheid van mens en goed is instemming van de regeringsvertegenwoordiger vereist. De Minister onder wiens departement de betreffende kwestie ressorteert kan zijn regeringsvertegenwoordiger laten vergezellen door een door hem aangewezen adviseur.
Bron: Statuten ECN dd 20 juli 1976 art. 7, lid 3a, art. 13, lid 5, art. 19
Waardering: B 5
Handeling: Het toekennen van een basis- en doelsubsidie aan de Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN).
Periode: 1976–
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van de missie van de Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN).
Periode: 1990–
Opmerking: De missievaststelling is bedoeld om helderheid te verkrijgen in de relaties met andere onderzoeksorganisaties
Bron: Kabinetsstandpunt inzake het Advies van de Commissie voor de Uitbouw van het Technologiebeleid met betrekking tot de vaststelling van de missies van de onderzoeksorganisaties.
Waardering: B 5
Handeling: Het in overeenstemming met de Minister van O&W goedkeuren van statutenwijzigingen van de Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland.
Periode: 1976–
Bron: Statuten ECN d.d. 20 juli 1976 art. 22, lid 2
Waardering: B 5
Handeling: Het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst met de NV SEP en de NV Gasunie, inzake oprichting van een nationale databank voor energieverbruik en -besparing.
Producten: Stichting NEEDIS
Periode: 1993–1998
Opmerking: De opdracht voor de uitwerking en invulling van Nationaal Energie en Efficiency Data InformatieSysteem (NEEDIS) is verstrekt aan ECN-beleidsstudies. De oorspronkelijke naam van de stichting was Nederlands Energie Efficiëntie Verbruik Informatie Systeem (NEEVIS). Omdat de reeds bestaande organisatie NEVIS bezwaar had tegen het gebruik van de naam NEEVIS, is gekozen voor een andere naam. Eind 1998 is de Stichting Needis opgeheven. De databank is overgegaan naar het CBS.
Bron: Vervolgnota energiebesparing blz 15, HdTK 1993/94 (kamerstuk 23 561 nr. 2)
Waardering: B 4
Handeling: Het benoemen van het bestuur van de Stichting Projectbeheerbureau Energie Onderzoek (PEO).
Periode: 1984–1988
Opmerking: Het bestuur bestond uit elf leden, waaronder de voorzitter. De leden worden benoemd door de Minister. De Minister wijst uit de leden een voorzitter en een vice-voorzitter aan. De leden van het bestuur worden benoemd voor een periode van drie jaar. De vice-voorzitter is een ambtenaar van DGE.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het oprichten, wijzigen en liquideren van de Stichting Voorlichting Energiebesparing in Nederland.
Producten: statuten
Periode: 1976–1990
Opmerking: Bij het wijzigen van de statuten dient het dagelijks bestuur te worden gehoord.
Bron: HdTK 1974–1975, 13 122, nr. 2: [Eerste] Energienota
Waardering: B 4
Handeling: Het benoemen van de leden en plaatsvervangend leden van het dagelijks bestuur van de Stichting Voorlichting Energiebesparing in Nederland.
Periode: 1976–1990
Opmerking: Ook benoemt de minister een secretaris die het dagelijks bestuur bijstaat.
Bron: Statuten SVEN art. 7
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het vernietigen van geschorste bestuursbesluiten van de Stichting Voorlichting Energiebesparing in Nederland.
Periode: 1976–1990
Bron: Statuten SVEN art. 8, lid 7
Waardering: V 3 jaar
Handeling: Het goedkeuren van de jaarlijkse begroting van de Stichting Voorlichting Energiebesparing in Nederland.
Periode: 1976–1990
Opmerking: De minister kan de jaarrekening doen controleren door de accountantsdienst van Economische Zaken.
Bron: Statuten SVEN art. 15
Waardering: V 3 jaar
Handeling: Het deelnemen in de Nederlandse Energie Ontwikkelingsmaatschappij BV (NEOM) met 100%.
Periode: 1976–1988
Bron: Energierecht, Mr. H.G. de Maar.
Waardering: B 4
Handeling: Het aanwijzen van een ambtelijke vertegenwoordiging in de Raad van Commissarissen van NEOM.
Periode: 1976–1988
Bron: Energierecht, Mr. H.G. de Maar.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het benoemen van de leden van de Raad van commissarissen van energiemaatschappijen waarin de staat aandeelhouder is.
Periode: 1976–
Opmerking: zie rapport Staatsdeelnemingen
Bron: Statuten NEOM BV, Novem BV
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het deelnemen aan de vergaderingen van de Raad van commissarissen van de NEOM BV en Novem BV.
Periode: 1976–
Bron: Statuten NEOM BV, Novem BV
Waardering: B 4
Handeling: Het sluiten van een basisovereenkomst Novem-Staat ter uitvoering en financiering van programmaovereenkomsten energie(besparing).
Producten: Overeenkomst dd 12 maart 1984, gewijzigd 1988, 1989 en 1995
Periode: 1984–
Bron: Dossier Economische Zaken/E/EBD 88001083
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten van programmaovereenkomsten energie(besparing) met PEO en NEOM.
Periode: 1984–1988
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten van programmaovereenkomsten energie(besparing) met Novem.
Periode: 1988–
Bron: Dossier Economische Zaken/DGE/EBD 88001083
Waardering: B 5
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Wetenschapsbeleid tot instelling van de Landelijke Stuurgroep voor energieonderzoek.
Periode: 1974–1980
Opmerking: De LSEO werd onder de naam Stuurgroep Nationaal Programma wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling op het gebied van de energie, officieel geïnstalleerd op 4 juni 1974, Stb. 1974, 254.
Bron: [Eerste] Energienota, HdTK 1974–1975, 13 122, nr. 2
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Wetenschapsbeleid m.b.t. benoemen, schorsen en ontslaan van de voorzitter en de leden van de Landelijke Stuurgroep voor energieonderzoek.
Periode: 1974–1980
Bron: [Eerste] Energienota.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Wetenschapsbeleid, instellen en opheffen van een voorlopige Raad voor het energieonderzoek.
Producten: Kb houdende Instelling van een voorlopige Raad voor het energieonderzoek Stb. 1980, 135 opgeheven bij Kb Stb. 1983, 705.
Periode: 1980–1983
Waardering: B 4
Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Wetenschapsbeleid, benoemen van de voorzitter en stemhebbende leden van de voorlopige Raad voor energieonderzoek.
Periode: 1980–1983
Opmerking: De Minister benoemt in overeenstemming met de voorzitter een secretaris van de Raad conform art. 8, lid 1.
Bron: Kb houdende Instelling van een voorlopige Raad voor het energieonderzoek Stb. 1980, 135 art. 6, lid 3.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het aanwijzen van een vertegenwoordiger die deel heeft aan de werkzaamheden van de voorlopige Raad voor energieonderzoek als adviserend lid.
Periode: 1980–1983.
Bron: Kb houdende instelling van een voorlopige Raad voor het energieonderzoek Stb. 1980, 135 art. 7
Waardering: V 10 jaar na einde aanwijzing
Handeling: Het regelen van de aanwijzing van ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van de wet energiebesparing toestellen en het regelen van hun bevoegdheden.
Producten: besluit aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Wet energiebesparing toestellen, Stcrt. 1994, 243
Bron: Wet energiebesparing toestellen Stb. 1986, 59 art. 11, lid 1
Waardering: V 10 jaar na pensioen
B 1 regelen bevoegdheden
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van de wet energiebesparing toestellen en het regelen van hun bevoegdheden.
Periode: 1994–
Opmerking: De aangewezen ambtenaren zijn de controleurs van de ECD. Aanwijzing geschiedt in overeenstemming Ministers VROM en V&W. In artikel 12 t/m 16 van de wet energiebesparing toestellen worden de bevoegdheden van de ambtenaren aangegeven.
Bron: Besluit aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Wet energiebesparing toestellen, Stcrt. 1994, 243
Waardering: V 10 jaar na pensioen
B 1 regelen bevoegdheden
Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van een regeling inzake het op verzoek vergoeden van schade aan een toestel of installatie voortvloeiend uit onderzoek door ambtenaren van de ECD.
Producten: schadevergoedingsregeling
Bron: AMvB krachtens art. 12, lid 2 van de Wet energiebesparing toestellen (AMvB is er nog niet)
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het op verzoek vergoeden van schade aan een toestel of installatie voortvloeiend uit onderzoek door ambtenaren van de ECD.
Bron: AMvB krachtens art. 12, lid 2 van de Wet energiebesparing toestellen (AMvB is er nog niet)
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het in overeenstemming met de betreffende vakminister aanwijzen van instellingen die keuringen verrichten van toestellen en installaties genoemd in art. 2, lid 2b van de wet energiebesparing toestellen.
Producten: Besluit wijziging aanwijzing instelling controle van gastoestellen, besluit aanwijzing instelling rendementsbeoordeling cv-ketels
Periode: 1986–
Opmerking: Op basis van zowel de Wet energiebesparing toestellen als het besluit gastoestellen Stb. 1992, 124, art. 7 wordt door Ministers van Economische Zaken en WVC aangewezen NV VEG Gasinstituut (GIVEG keur). Op basis van zowel de Wet energiebesparing toestellen als het besluit rendementseisen cv-ketels Stb. 1993, 24, art. 8 door de Ministers van Economische Zaken en VROM aangewezen Gastec NV (GASTEC keur)
Bron: Wet energiebesparing toestellen Stb. 1986, 59 art. 4, lid 1
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het in overeenstemming met de Minister van WVC aanwijzen van normen voor veiligheid en doelmatig energiegebruik van gastoestellen en toebehoren.
Producten: voorschriften
Periode: 1992–
Opmerking: Deze normen moeten eerst door de Europese normalisatielichamen zijn vastgesteld en in het publicatieblad van de EG zijn bekendgemaakt.
Bron: Besluit gastoestellen Stb. 1992, 124, art. 4
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het zich door de Raad voor de Certificatie laten informeren over het functioneren van de Gastec NV.
Producten: verslagen
Periode: 1993–
Opmerking: Gastec geeft een schriftelijke verklaring af aan de Minister van Economische Zaken dat tegen deze informatie geen bezwaar bestaat en zich niet zal beroepen op enige geheimhoudingsverplichting van de RvC jegens Gastec.
Bron: Besluit aanwijzing instelling rendementsbeoordeling cv-ketels Stcrt. 1993, 184, art. 8
Waardering: V 3 jaar
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende energiebesparing en duurzame energie.
Producten: bijvoorbeeld brieven en notities
Periode: 1973–
Waardering: V 3 jaar
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van energiebesparing en duurzame energie.
Producten: bijvoorbeeld voorlichtingsmateriaal
Waardering: B (3) Van het voorlichtingsmateriaal wordt één exemplaar bewaard
V 3 jaar
Handeling: Het verstrekken van subsidies aan personen, bedrijven en instellingen die actief zijn op het gebied van energiebesparing en duurzame energie.
Producten: bijvoorbeeld beschikkingen
Periode: 1973–
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het ontwerpen en uitvoeren van fiscale regelingen die ondernemers stimuleren te investeren in energiebesparing of duurzame energie.
Producten: bijvoorbeeld EIA
Periode: 1997–
Bron: Publicatie op het EZ-web van de Directie Voorlichting, 14 januari 1997
Waardering: B 1, 5
Handeling: Het voorbereiden van het strategisch lange termijn beleid op het gebied van energiebesparing.
Producten: o.a. nota’s energiebesparing 1990 en 1993 en energiebesparingsbeleid 1995
Periode: 1974–
Bron: [Eerste] Energienota, HdTK 1974–1975, 13 122 nrs. 1–2
Waardering: B 1
Vervallen.
Handeling: Het onderhandelen over en sluiten van meerjarenafspraken met specifieke profit en non-profit sectoren inzake energiebesparing.
Producten: meerjarenafspraken (MJA’s)
Periode: 1992–
Opmerking: MJA’s worden onder andere gesloten met de dienstensector (bank, luchtvaart, verzekeringsmaatschappijen), non-profitsector (beroeps- en volwassenen educatie, hbo, intramurale gezondheidszorg), glastuinbouw (bloembollen en paddestoelen) en de industriesector.
De financiële instrumenten die Economische Zaken anno 1994 gebruikt voor het opzetten en uitvoeren van de meerjarenafspraken zijn: de subsidieregeling energiebesparing- en milieuadviezen, het besluit subsidies energiebesparingtechnieken de subsidieregeling tenders industriële energiebesparing en de Novem-programma’s gericht op de industrie.
Bron: Meerjarenafspraken over energie-efficiency, Resultaten 1996, Ministerie van Economische Zaken. Den Haag 1997.
Waardering: B 1, 5
Handeling: Het jaarlijks rapporteren aan de Tweede Kamer over de voortgang van het energiebesparingsbeleid en de bereikte resultaten.
Producten: o.a. rapportages, memories van toelichting.
Periode: 1980–
Opmerking: Rapportages kunnen vergezeld gaan van voorstellen tot beleidsbijstellingen met inbegrip van eventuele herverdeling van budgetten.
Bron: Nota energiebeleid blz 71, HdTK 1979–1980, 15 802, nrs. 1–2, Vervolgnota energiebesparing blz 15, HdTK 1993–1994, 23 561, nr. 2
Waardering: B 3
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wetten op het gebied van energiebesparing.
Producten: o.a. Wet energiebesparing toestellen
Periode: 1974–
Bron: Energienota 1974, HdTK 1974–1975, kamerstuk 13 122, nrs. 1–2.
Waardering: B 1
Handeling: Het verlenen van vrijstelling en, op aanvrage, ontheffing van voorschriften vastgesteld op grond van de Wet energiebesparing toestellen.
Periode: 1986–
Opmerking: In overeenstemming met Ministers van VROM en V&W
Bron: AMvB krachtens art. 19 van de Wet energiebesparing toestellen (AMvB is er nog niet)
Waardering: V 10 jaar
Vervallen.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van AMvB’s op het gebied van energiebesparing.
Producten: o.a.
– Besluit aanwijzing ministers Wet energiebesparing toestellen, Stb. 1988, 494
– Besluit gastoestellen, Stb. 1992, 124
– Besluit rendementseisen cv-ketels, Stb. 1993, 24
– Besluit tot wijziging van het Besluit rendementseisen cv-ketels, Stb. 1993, 722
– Besluit houdende wijziging van enige AMvB’s ter voldoening aan de Richtlijn van de Raad van Europese Gemeenschappen inzake CE-markering;
– Besluit rendementseisen cv-ketels, Stb. 1994, 829
– Besluit etikettering energieverbruik koel- en vriesapparatuur, Stb. 1994, 673
– Kaderbesluit etiketting energieverbruik huishoudelijke apparatuur, Stb. 1995, 471
- Besluit subsidies energiezuinige en emissiearme verwarmingstoestellen Stb. 1993, 53 ingetrokken Stb. 1994, 147, in overeenstemming met de Minister van VROM
- Besluit subsidies energiebesparingtechnieken Stb. 1993, 186 laatstelijk gewijzigd Stb. 1995, 148,
- Besluit subsidies energieprogramma’s Stb. 1994, 204
Periode: 1993–
Opmerking: De AMvB’s voorafgegaan door een * zijn gebaseerd op de Kaderwet verstrekking financiële middelen, de overige AMvB’s op de Wet energiebesparing toestellen. Voor de AMvB’s krachtens de Wet energiebesparing toestellen geldt: een AMvB krachtens art. 2, 4, 5, 11, 18, 19, 20 en 21 wordt voorgedragen in overeenstemming met de Minister van VROM; voor art. 2, 4, 5, 6, 11, 17, 18, 19, 20 en 21 in overeenstemming met de Minister van V&W; voor art. 11 en 18 in overeenstemming met de Ministers van LNV en WVC. Bij alle AMvB’s dient de Algemene Energieraad te worden gehoord.
Het Besluit subsidies windenergie is hier niet genoemd, maar wordt apart behandeld onder de paragraaf windenergie. Ook het Besluit tenders industriële energiebesparing wordt hier niet genoemd. Die wordt apart behandeld onder de paragraaf handelingen sector industrie.
Bron: Wet energiebesparing toestellen Stb. 1986, 59, vermelding energieverbruik op etikettering koel- en vriesapparatuur, 92/75/EEG PbEG L 297 en uitvoeringsbepaling koel- en vriesapparatuur 94/2/EEG PbEG L 45, aanpassing wetgeving Lidstaten inzake veiligheid en energiegebruik van gastoestellen 90/396/EEG PBEG L 196, rendementseisen nieuwe olie- en gasgestookte cv ketels 92/42/EEG PbEG L 167, Kaderwet verstrekking financiële middelen Economische Zaken Stb. 1991, 767 laatstelijk gewijzigd Stb. 1993, 767
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen van ministeriële subsidieregelingen op het gebied van energiebesparing.
– Subsidiebeschikking advisering energiebesparing in bedrijven
Stcrt. 1977, 173, ingetrokken bij Stcrt. 1983, 168 wordt dan WKK 1983,
– Steun voor demonstratieprojecten energiebesparing Stcrt. 1977, 208, ingetrokken Stcrt. 1983, 253 wordt dan WKK 1984,
– Subsidiebeschikking energiebesparende investeringen in bedrijven Stcrt. 1977, 175, laatstelijk gewijzigd Stcrt. 1978, 137,
– Subsidieregeling advisering energiebesparing en WKK 1983 Stcrt. 1983, 168, ingetrokken Stcrt. 1983, 253 wordt nieuwe regeling
– Steunregeling advisering energiebesparing, WKK en demonstratieprojecten energiebesparing 1984 Stcrt. 1983, 253 wordt gewijzigd in Stcrt. 1985, 86 , en heet dan
– Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie Stcrt. 1985, 115 ingetrokken bij Stcrt. 1987, 250
– Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie 1988
Stcrt. 1987, 250 ingetrokken bij Stcrt. 1990, 98
– Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie 1990
Stcrt. 1990, 98 ingetrokken bij Stcrt. 1990, 251
– Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie 1991
Stcrt. 1990, 251
– Subsidieregeling energiebesparing in bestaande gebouwen Stcrt. 1991, 250 ingetrokken bij Stcrt. 1994, 51 looptijd tot 1 april 1994,
– Subsidieregeling energiebesparings- en milieuadviezen en haalbaarheidsonderzoeken WKK 1991 Stcrt. 1990, 252 ingetrokken Stcrt. 1992,48 deels verder via
– Subsidieregeling energiebesparing- en milieuadviezen 1992 Stcrt. 1992, 48 gewijzigd Stcrt. 1993, 14 verder jaarlijks budget
– Regeling financiële bijdragen energieprogramma’s Stcrt. 1992, 63 vervangen bij
– Besluit subsidies energieprogramma’s Stb. 1994, 204,
– Uitvoeringsregeling energieprogramma’s Stcrt. 1994, 247
– Besluit subsidie energiezuinige en emissiearme verwarmingstoestellen (SEEV).
Periode: 1977–
Opmerking: Subsidieregelingen die uitsluitend bestemd zijn voor één sector of duurzame energiebron worden daar behandeld.
Bron: Energienota 1974, bijlage HdTK 1974/75 (kamerst. 13122), vanaf december 1991 wordt de grondslag gevormd door de Kaderwet verstrekking financiële middelen Economische Zaken Stb. 1991, 767 laatstelijk gewijzigd Stb. 1993, 650.
Waardering: B 5
Handeling: Het laten verrichten van evaluatieonderzoek van AMVB’s en ministeriële regelingen op het gebied van energiebesparing.
Producten: onderzoeksrapporten
Periode: 1985–
Bron: Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie Stcrt. 1985, 115 art. 6, lid onder f.
Waardering: B 2
Handeling: Het in overeenstemming met de Minister van Financiën vaststellen van een ministeriële subsidieregeling waarbij, op basis van de wet inkomsten belasting, toeslagen worden verstrekt voor energiebesparende investeringen.
Producten: Aanwijzingsbeschikking energietoeslag Wet Investeringsrekening Stcrt. 1980, 136
Periode: 1980–1987
Opmerking: De uitvoering ligt bij de DIR.
Bron: Wet op de inkomsten belasting Stb. 1964, 519 art. 61eb, Wet investeringsrekening Stb. 1980, 389 ingetrokken bij Stb. 1987, 624
Waardering: B 5
Handeling: Het in overeenstemming met de Minister van VROM vaststellen van ministeriële subsidieregelingen op het gebied van energiebesparing.
Producten: – Beschikking geldelijke steun beperking energieverbruik in de non-profit sector Stcrt. 1981, 22 ingetrokken bij Stcrt. 1984, 69
– Regeling geldelijke steun beperking energieverbruik in de non-profit sector 1984 Stcrt. 1984, 69 ingetrokken bij 1987, 250
– Bijdrageregeling NOx-arme verwarmingstoestellen Stcrt. 1990, 214 ingetrokken bij Stcrt. 1991, 250
– Subsidieregeling NOx-arme en energiezuinige verwarmingstoestellen Stcrt. 1990, 252 laatstelijk gewijzigd Stcrt. 1991, 250
Periode: 1980–
Opmerking: Subsidieregelingen die uitsluitend bestemd zijn voor één sector of duurzame energiebron worden daar behandeld. Bijvoorbeeld Regeling milieupremie windenergie wordt in paragraaf 3 onder 2.1 behandeld.
Bron: Energienota 1974, bijlage HdTK 1974–1975, 13 122
Waardering: B 5
Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van VROM, opstellen van een aandachtspuntenlijst voor energiebesparing en ruimtelijke ordening ten behoeve van alle gemeenten in Nederland.
Producten: aandachtspuntenlijst
Periode: 1981–1983
Opmerking: Het AER-advies ‘energiebesparing en ruimtelijke ordening’ (1981) vormde de aanleiding voor het opstellen van deze lijst. Het advies stelde onder meer dat provincies en gemeenten in het kader van streek-, structuur- en bestemmingsplannen aandacht zouden moeten besteden aan ruimtelijke inpassing van wind- en zonne-energie
Bron: Energierecht, pagina 123 en 124, Maar H.G. de, Alphen aan den Rijn 1987
Waardering: B 1
Vervallen.
Handeling: Het voeren van overleg met de energiedistributiesector en de Minister van VROM over de uitvoering van het Milieu Actie Plan.
Producten: Sets met afspraken, o.a. met EnergieNed.
Periode: 1991–
Bron: Nationaal Milieubeleidsplan actiepunt nr. 146.
Waardering: B 5
Handeling: Het goedkeuren van wijzigingen in de MAP-toeslag.
Periode: 1991–
Bron: Uitgangspunten voor het tweede Milieu Actie Plan van de energiedistributiesector, EnergieNed, Arnhem 1993.
Waardering: B 5
Handeling: Het tijdig voorlichten van het bedrijfsleven inzake voorschriften betreffende etikettering en productinformatie over het energieverbruik van huishoudelijke apparaten en het verbruik van andere hulpbronnen.
Periode: 1992–
Bron: Richtlijn 92/75/EEG PbEG L 297 art. 7, onderdeel c
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het voorbereiden van voorlichtingscampagnes via massamedia, onderwijs en nutsbedrijven ter bevordering van energiebesparing bij de consument en het bedrijfsleven.
Producten: brochures, McPower energiekoffer, tv spots
Periode: 1989–
Opmerking: Veel campagnes worden verricht in samenwerking met andere departementen zoals V&W, OCW, VROM en LNV.
Bron: Nota energiebesparing HdTK 1989–1990, 21 570
Waardering: V 5 jaar. Eén exemplaar van het eindproduct wordt bewaard.
Handeling: Het via de begroting financieren van onderzoek naar en toepassing van technologie op het gebied van energiebesparing, waarvoor geen subsidieregeling geldt.
– toepassing energiebesparingtechnologie en duurzame energie
– onderzoek en ontwikkelingswerk op energiegebied
– energieonderzoek door Energie Centrum Nederland en TNO
Periode: 1976–
Bron: Memories van toelichting Economische Zaken begroting 1990–1995, nota energiebesparingsbeleid, HdTK 1994–1995, 24 242, nr. 1 bijlage 2 blz. 15
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens de subsidiebeschikking advisering energiebesparing in bedrijven.
Periode: 1977–1983
Opmerking: De uitvoering ligt bij Stichting Voorlichting Energiebesparing Nederland (SVEN). Deze regeling gaat over in de subsidieregeling advisering energiebesparing en WKK 1983.
Bron: Subsidiebeschikking advisering energiebesparing in bedrijven Stcrt. 1977, 173 ingetrokken bij Stcrt. 1983, 168
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens de subsidiebeschikking energiebesparende investeringen in bedrijven.
Periode: 1977–1979
Opmerking: De uitvoering ligt bij Economische Zaken zelf.
Bron: Subsidiebeschikking energiebesparende investeringen in bedrijven Stcrt. 1977, 175 laatstelijk gewijzigd Stcrt. 1978, 137
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens de regeling Steun voor demonstratieprojecten energiebesparing.
Periode: 1977–1983
Opmerking: De uitvoering ligt bij Economische Zaken zelf. Deze regeling gaat over in de subsidieregeling advisering energiebesparing, WKK en demonstratieprojecten energiebesparing 1984.
Bron: Steun voor demonstratieprojecten energiebesparing Stcrt. 1977, 208 ingetrokken bij Stcrt. 1983, 253
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens de Subsidieregeling advisering energiebesparing en WKK 1983.
Periode: 1983.
Opmerking: De uitvoering ligt voor energiebesparingadviezen bij SVEN voor haalbaarheidsonderzoeken bij de Nederlandse Energie Ontwikkelingsmaatschappij bv (NEOM). Deze regeling gaat over in Steunregeling energiebesparing, WKK en demonstratieprojecten energiebesparing 1984.
Bron: Steunregeling advisering energiebesparing en WKK 1983 Stcrt. 1983, 168 ingetrokken bij Stcrt. 1983, 253
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens de Steunregeling advisering energiebesparing, WKK en demonstratieprojecten energiebesparing 1984/Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie.
Periode: 1984–1987
Opmerking: De uitvoering ligt voor energiebesparingadviezen bij SVEN, voor haalbaarheidsonderzoeken, demonstratieprojecten en aanschaf windturbines bij NEOM BV en voor ontwikkelingsprojecten windturbines bij Stichting Projectbeheer Energie Onderzoek (PEO). Deze regeling gaat verder via steunregeling energiebesparing en stromingsenergie 1988.
Bron: Steunregeling advisering energiebesparing, WKK en demonstratieprojecten energiebesparing 1984 Stcrt. 1983, 253 en Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie Stcrt. 1985, 86 ingetrokken bij Stcrt. 1987, 250
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie 1988.
Periode: 1988–1990
Opmerking: De uitvoering ligt voor energiebesparingadviezen bij SVEN voor haalbaarheidsonderzoeken, demonstratieprojecten en investeringen in windturbines bij NEOM BV, voor ontwikkelingsprojecten windturbines bij PEO en voor investeringen in energiebesparingtechnieken en diversificatie bij de Dienst Investeringsrekening (DIR). Deze regeling gaat verder bij Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie 1990.
Bron: Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie 1988 Stcrt. 1987, 250 ingetrokken bij Stcrt. 1990, 98
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie 1990.
Periode: 1990.
Opmerking: Via Budget Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie 1990 Stcrt. 1991, 35 werd 40 miljoen extra toegezegd op subsidie aanvragen ingediend voor 31 december 1990. De uitvoering ligt voor energiebesparingadviezen haalbaarheidsonderzoeken, demonstratieprojecten en voor ontwikkelingsprojecten en investeringen in windturbines bij de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu BV (Novem), voor investeringen voor energiebesparing in bestaande gebouwen bij Energiedistributiebedrijven en voor aanvragen van energiedistributiebedrijven en investeringen in energiebesparingtechnieken en diversificatie bij de DIR.
Bron: Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie 1990 Stcrt. 1990, 98 ingetrokken 1990, 251
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie 1991.
Periode: 1991–
Opmerking: De uitvoering ligt voor energiebesparingadviezen haalbaarheidsonderzoeken, demonstratieprojecten en voor ontwikkelingsprojecten en investeringen in windturbines bij de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu BV (Novem), voor investeringen voor energiebesparing in bestaande gebouwen bij Energiedistributiebedrijven en voor aanvragen van energiedistributiebedrijven en investeringen in energiebesparingtechnieken en diversificatie bij de DIR.
Bron: Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie 1991 Stcrt. 1990, 251 laatstelijk gewijzigd Stcrt. 1992, 111
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens de Subsidieregeling energiebesparing in bestaande gebouwen.
Periode: 1991–1994
Opmerking: De uitvoering ligt bij energiedistributiebedrijven zoals genoemd in bijlage I van de regeling, als energiedistributiebedrijven de aanvragers zijn bij Economische Zaken. Financiering van deze regeling gebeurde voor 50% door de energiedistributiebedrijven. Na 1 april 1994 zijn de energiedistributiebedrijven helemaal belast met het financieren en uitvoeren van de subsidiëring.
Bron: Subsidieregeling energiebesparing in bestaande gebouwen Stcrt. 250 ingetrokken bij Stcrt. 1994, 51
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidieaanvragen krachtens Regeling financiële bijdragen energieprogramma’s.
Periode: 1992–1994
Opmerking: De uitvoering ligt bij Novem.
Bron: Regeling financiële bijdragen energieprogramma’s Stcrt. 1992, 63 wordt Besluit subsidies energieprogramma’s Stb. 1994, 204
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidieaanvragen krachtens Subsidieregeling energiebesparing- en milieuadviezen en haalbaarheidsonderzoeken WKK 1991.
Periode: 1991–1992
Opmerking: De uitvoering ligt bij Novem.
Bron: Subsidieregeling energiebesparing- en milieuadviezen en haalbaarheidsonderzoeken WKK 1991 Stcrt. 1990, 252 ingetrokken bij Stcrt. 1992, 48
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens Subsidieregeling energiebesparing- en milieuadviezen 1992.
Periode: 1992– (vanaf 1994 jaarlijks budget)
Opmerking: De uitvoering ligt bij Novem.
Bron: Subsidieregeling energiebesparing- en milieuadviezen 1992 Stcrt. 1992, 48 laatstelijk gewijzigd Stcrt. 1993, 14
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidieaanvragen krachtens het Besluit subsidies energiezuinige en emissiearme verwarmingstoestellen.
Periode: 1993–1994
Bron: Besluit subsidies energiezuinige en emissiearme verwarmingstoestellen Stb. 1993, 53 ingetrokken bij Stb. 1994, 147
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidieaanvragen krachtens het Besluit subsidies energiebesparingtechnieken
Periode: 1993–
Bron: Besluit subsidies energiebesparingtechnieken Stb. 1993, 186 laatstelijk gewijzigd Stb. 1995, 148
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens het Besluit subsidies energieprogramma’s.
Periode: 1994–
Bron: Besluit subsidies energieprogramma’s Stb. 1994, 204
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op bezwaarschriften tegen beschikkingen op subsidie aanvragen krachtens
– Subsidiebeschikking advisering energiebesparing in bedrijven
– Subsidiebeschikking energiebesparende investeringen in bedrijven
– Steun voor demonstratieprojecten energiebesparing
– Subsidieregeling advisering energiebesparing en WKK 1983 en 1984
– Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie, 1988, ’90 en ’91
– Subsidieregeling NOX-arme en energiezuinige verwarmingstoestellen
– Subsidieregeling energiebesparing in bestaande gebouwen
– Subsidieregeling energiebesparing- en milieuadviezen en haalbaarheidsonderzoeken WKK 1991,
– Subsidieregeling energiebesparing- en milieuadviezen 1992
– Regeling financiële bijdragen energieprogramma’s
– Besluit subsidies energieprogramma’s
– Besluit subsidies energiebesparingtechnieken
– Besluit subsidies energieprogramma’s.
Periode: 1977–
Bron: Bepalingen uit subsidieregelingen en -besluiten energiebesparing
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens de Aanwijzingsbeschikking energietoeslag Wet Investeringsrekening.
Periode: 1980–1987
Bron: Aanwijzingsbeschikking energietoeslag Wet Investeringsrekening Stcrt. 1980, 136
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op bezwaarschriften tegen beschikkingen op subsidie aanvragen krachtens de Aanwijzingsbeschikking energietoeslag Wet Investeringsrekening.
Periode: 1980–1988
Bron: Aanwijzingsbeschikking energietoeslag Wet Investeringsrekening Stcrt. 1980, 136
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het leveren van een bijdrage aan het beschikken op subsidie aanvragen door de Minister van VROM krachtens de Beschikking geldelijke steun beperking energieverbruik in de non-profit sector.
Periode: 1981–1984
Opmerking: De uitvoering ligt bij VROM
Bron: Beschikking geldelijke steun beperking energieverbruik in de non-profit sector Stcrt. 1981, 22 ingetrokken Stcrt. 1984, 69
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het leveren van een bijdrage aan het beschikken op subsidie aanvragen door de Minister van VROM krachtens de Regeling geldelijke steun beperking energieverbruik in de non-profit sector.
Periode: 1984–1987
Opmerking: De uitvoering ligt bij VROM.
Bron: Regeling geldelijke steun beperking energieverbruik in de non-profit sector Stcrt. 1984, 69 ingetrokken bij Stcrt. 1987, 250
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het leveren van een bijdrage aan het beschikken op subsidie aanvragen door de Minister van VROM krachtens de Bijdrageregeling Nox-arme verwarmingstoestellen.
Periode: 1990–1991
Opmerking: Uitvoering ligt bij de DIR, deels bij een energiedistributiebedrijf en bij VROM.
Bron: Bijdrageregeling NOx-arme verwarmingstoestellen Stcrt. 1990, 214 ingetrokken bij Stcrt. 1991, 250
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens de Subsidieregeling NOx- arme en energiezuinige verwarmingstoestellen.
Periode: 1990–1994
Opmerking: De uitvoering ligt bij een energiedistributiebedrijf zoals genoemd in Bijlage I v.d. regeling, als de aanvrager een energiedistributiebedrijf is ligt de uitvoering bij de DIR.
Bron: Subsidieregeling Nox-arme en energiezuinige verwarmingstoestellen Stcrt. 1990, 252 laatstelijk gewijzigd Stcrt. 1992, 9 looptijd tot 1 april 1994.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van VROM, inzake het beschikken op bezwaarschriften tegen beschikkingen op subsidie aanvragen krachtens:
– Beschikking geldelijke steun beperking energieverbruik in de non-profit sector Stcrt. 1981, 22 ingetrokken bij Stcrt. 1984, 69
– Regeling geldelijke steun beperking energieverbruik in de non-profit sector 1984 Stcrt. 1984, 69 ingetrokken bij 1987, 250
– Bijdrageregeling NOx-arme verwarmingstoestellen Stcrt. 1990, 214 ingetrokken bij Stcrt. 1991, 250.
Periode: 1981–1991
Bron: Bepalingen uit de subsidieregelingen
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van VROM, beschikken op bezwaarschriften tegen beschikkingen op subsidie aanvragen krachtens:
– Subsidieregeling NOx-arme en energiezuinige verwarmingstoestellen
– Besluit subsidies energiezuinige en emissiearme verwarmingstoestellen.
Periode: 1990–1995
Bron: Subsidieregeling NOx-arme en energiezuinige verwarmingstoestellen Stcrt. 1990, 252 laatstelijk gewijzigd Stcrt. 1991, 250 en Besluit subsidies energiezuinige en emissiearme verwarmingstoestellen Stb. 1993, 53 ingetrokken bij Stb. 1994, 147
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het instellen van een programmavoorbereidingscommissie rationeel energiegebruik in de industrie (PVC-REI) ter voorbereiding van een programma van onderzoek ten behoeve van rationeel energiegebruik in de industrie.
Periode: 1982–
Opmerking: Karakter: ambtelijke commissie. De instellingsbeschikking werkt terug tot 23 april 1982. De commissie is op 01 maart 1985 opgeheven.
Bron: Instellingsbeschikking no 682/1042, 14 oktober 1982.
Waardering: B 4
Vervallen.
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met PEO en NEOM voor de uitvoering van energieprogramma’s voor de sector industrie.
Producten: programmaovereenkomsten
Periode: 1984–1988
Bron: Rijksbegroting 1984 HdTK 1983–1984, 18 100, nr. 111
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met de Novem voor de uitvoering van energieprogramma’s voor de sector industrie.
Producten: programmaovereenkomsten
Periode: 1988–
Opmerking: De Novem heeft bevoegdheid namens Economische Zaken verschillende subsidieregelingen uit te voeren, Economische Zaken is opdrachtgever en Novem opdrachtnemer. Op basis van onderhandelingen, worden programmaovereenkomsten gesloten, waarin vastligt welke taken door Novem moeten worden uitgevoerd. Voor deze diensten stelt Economische Zaken de overeengekomen middelen ter beschikking, ter dekking van de begrote mensuren en studiekosten, alsmede van de financiële middelen voor door derden uit te voeren projecten.
Bron: Rijksbegroting 1984 HdTK 1983–1984, 18 100, nr. 111
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van ministeriële subsidieregelingen op het gebied van energiebesparing t.b.v. de sector industrie, waarbij onder meer het jaarlijks subsidiebudget wordt vastgesteld.
Producten: – Subsidieregeling tenders industriële energiebesparing Stcrt. 1990, 211 ingetrokken bij Stcrt. 1992, 48
– Subsidieregeling tenders industriële energiebesparing 1992 Stcrt. 1992, 48 ingetrokken bij Besluit tenders industriële energiebesparing Stb. 1994, 176, art. 24,
– Subsidieregeling energiebesparingtechnieken Stcrt. 1991, 250 ingetrokken via Besluit subsidies energiebesparingtechnieken Stb. 1993, 186
Periode: 1990–1994
Bron: Kaderwet verstrekking financiële middelen Economische Zaken Stb. 1991, 767 laatstelijk gewijzigd Stb. 1993, 650, art. 2
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden van AMvB’s op het gebied van energiebesparing in de industriële sector.
Producten: Besluit tenders industriële energiebesparing Stcrt. 1994, 176
Periode: 1993–
Bron: Kaderwet verstrekking financiële middelen Economische Zaken Stb. 1991, 767 laatstelijk gewijzigd Stb. 1993, 650, art. 2
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen van ministeriële regelingen ter uitvoering van het Besluit tenders industriële energiebesparing.
Producten: Ministeriële regelingen betreffende:
– programma’s met een beschrijving van activiteiten en soorten projecten gericht op energiebesparing en de bedrijfstakken waar ze voor gelden
– ontwerpen en vaststellen van modellen van formulieren voor subsidie aanvragen
– subsidiebedragen per kalenderjaar
– periodes waarbinnen subsidieaanvragen moeten zijn ontvangen
Periode: 1994–
Bron: Besluit tenders industriële energiebesparing Stb. 1994, 176
Waardering: B 5
Handeling: Het instellen van een beoordelingscommissie tenders industriële energiebesparing.
Periode: 1990–
Opmerking: De leden worden benoemd op voordracht van de Novem.
Bron: Subsidieregeling tenders industriële energiebesparing Stcrt. 1990, 211 art.5.
Waardering: B 4
Handeling: Het, op voordracht van de Novem, benoemen van de leden van de Adviescommissie industriële energiebesparing.
Producten: Aanstellingsbeschikking
Periode: 1994–
Opmerking: De leden worden telkens voor een periode van 2 jaar benoemd en zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.
Bron: Besluit tenders industriële energiebesparing Stb. 1994, 176 art. 5
Waardering: V 5 jaar na einde lidmaatschap
Handeling: Het beschikken, mede op basis van adviezen van de Adviescommissie industriële energiebesparing, op subsidieaanvragen krachtens het besluit tenders industriële energiebesparing.
Producten: beschikkingen
Periode: 1994–
Bron: Besluit tenders industriële energiebesparing Stb. 1994, 176
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens de Subsidieregeling tenders industriële energiebesparing.
Periode: 1991–1992 (11 maart)
Opmerking: De uitvoering ligt bij de Novem.
Bron: Subsidieregeling tenders industriële energiebesparing Stcrt. 1990, 211 ingetrokken bij Stcrt. 1992, 48
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens de Subsidieregeling tenders industriële energiebesparing 1992.
Periode: 1992–1994
Opmerking: De uitvoering ligt bij Novem.
Bron: Subsidieregeling tenders industriële energiebesparing Stcrt. 1992, 48 ingetrokken bij Stb. 1994, 176
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens de Subsidieregeling energiebesparingtechnieken.
Periode: 1992–1993
Opmerking: De uitvoering ligt bij de DIR. Subsidieregeling is overgegaan in besluit subsidies energiebesparingtechnieken.
Bron: Subsidieregeling energiebesparingtechnieken Stcrt. 1991, 250 ingetrokken Stb. 1983, 186
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken op bezwaarschriften tegen beschikkingen op subsidie aanvragen krachtens:
– Subsidieregeling energiebesparingtechnieken
– Subsidieregeling tenders industriële energiebesparing, en ’92
– Besluit tenders industriële energiebesparing.
Periode: 1990–
Bron: aangegeven in subsidieregelingen
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het, in overleg met de Minister van VROM, jaarlijks vaststellen van een lijst met milieuvriendelijke en energiebesparende technieken.
Producten: lijsten
Periode: 1993–(of eerder)
Opmerking: Deze lijst wordt opgesteld in het kader van de regeling VA-MIL Vervroegde Afschrijving Milieu-investering onderdeel energiebesparingtechnieken De Minister van Financiën stelt jaarlijks een maximum bedrag beschikbaar voor de regeling.
Bron: Brochure energiebesparing in de industrie 1994 p. 11, MEZ ’s-Gravenhage, 1994.
Waardering: B 5
Handeling: Het instellen van een commissie die zich richt op het analyseren van problemen en het geven van maatregelen ter oplossing van die problemen, bij toepassing van WKK in de industrie.
Producten: Commissies Warmte/Kracht-koppeling in de industrie I en II
Periode: 1978–
Bron: adviesrapport van de AER: energiebesparing in bedrijven (augustus 1978), HdTK 1980–1981, 16 566, nr. 1 blz. 1
Waardering: B 4
Handeling: Het, in samenwerking met de belanghebbenden, oprichten van een projectbureau Warmte/Kracht (PWK) dat zich speciaal richt op het geven van voorlichting over en advisering van WKK projecten.
Periode: 1987–1990
Opmerking: De belanghebbenden zijn VEEN, VEGIN en Gasunie, dezen hebben in 1991 dit bureau overgenomen door er een Projectbureau W/K BV van te maken. De activiteiten van het PWK waren het produceren van informatieve publicaties, begeleiding en advisering van WKK-projecten, het stimuleren van de totstandkoming van joint ventures van industrie en nutsector tbv investeringen in WKK. Naast het PWK waren er nog een stuurgroep van het PWK ( in de periode 1988–1989) en een Adviescommissie Warmte/Kracht (AWK) die in 1990 de taak van de stuurgroep overnam.
Bron: Nota Energiebesparing pagina 88, HdTK 1989–1990, 21 570, nrs. 1–2.
Waardering: B 4
Handeling: Het vaststellen van subsidieregelingen op het gebied van Warmte/Kracht Koppeling
Producten: o.a. Subsidieregeling nieuwe energie-efficiënte combinaties met w/k systemen (NEWS).
Periode: 1978–
Bron: Stimuleringsregelingen voor energiebesparing en duurzame energie, Ministerie van Economische Zaken. Den Haag 1998.
Waardering: B 5
Handeling: Het beschikken op subsidieaanvragen voor Warmte/Kracht installaties en WKK stadsverwarmingprojecten.
Periode: 1988–
Bron: Subsidieregeling Energiebesparing en Stromingsenergie (SES) Stcrt.
1985, 115.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het verlenen van financiële steun aan stadsverwarmingbedrijven om te komen tot sluitende saneringsplannen.
Periode: 1989–
Opmerking: De saneringsplannen worden beoordeeld door een commissie van deskundigen die verslag uitbrengt aan de Minister van Economische Zaken.
Bron: Nota Energiebesparing pagina 89, HdTK 1993–1994, 23 561, nr. 2
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen voor de toepassing van Warmte/Kracht koppeling bij stadsverwarming in dichtbebouwde gebieden en grote nieuwbouw locaties.
Periode: 1993–
Opmerking: De bijdragen worden geleverd aan een werkgroep van de rijksoverheid, gemeenten, provincies, EnergieNed, Sep en Novem.
Bron: Vervolgnota Energiebesparing pagina 123, HdTK 1993–1994, 23 561, nr. 2
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het in samenwerking met de Sep en de nutsbedrijven opzetten van proefprojecten voor een verbeterd gebruik van Warmte/Kracht Koppeling door de inzet van warmtepompen.
Periode: 1993–
Bron: Vervolgnota Energiebesparing pagina 122, HdTK 1993–1994, 23 561,
nr. 2
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van LNV inzake het vaststellen van ministeriële subsidieregelingen op het gebied van energiebesparing in de agrarische sector.
Producten: Beschikking energiebesparende maatregelen in de glastuinbouw Stcrt. 1981, 136 laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 1984, 253
Periode: 1980–1985
Bron: Energienota 1974, HdTK 1974–1975, 13 122
Waardering: B 5
Handeling: Het onderhandelen over en sluiten van meerjarenafspraken met het het Productschap Tuinbouw, LTO en individuele bedrijven inzake energiebesparing in de glastuinbouwsector.
Producten: Meerjarenafspraken
Periode: 1989–
Opmerking: De ondertekening van de MJA werd gedaan in januari 1993 door de Minister van Economische Zaken en LNV. Tot 2010 is convenant glastuinbouw en milieu gesloten door vier ministers (LNV, EZ, V&W en VROM) plus het bedrijfsleven en IP, VNG en UvW met integrale milieutaakstelling tot 2010, inclusief energiebesparing en duurzame energie. Zie voor de procedure van de totstandkoming van een MJA in de paragraaf Begrippen.
Bron: Nota energiebesparing pagina 34, HdTK 1989–1990, 21 570, nrs. 1–2
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten PEO voor de uitvoering van energieprogramma’s voor de agrarische sector.
Producten: programmaovereenkomsten
Periode: 1984–1988
Bron: Rijksbegroting 1984 deel Economische Zaken HdTK 1983–1984, 18 100, nr. 111
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met NEOM voor de uitvoering van energieprogramma’s voor de agrarische sector.
Producten: programmaovereenkomsten
Periode: 1984–1988
Bron: Rijksbegroting 1984 deel Economische Zaken HdTK 1983–1984, 18 100, nr. 111
Waardering: B 4, 5
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met de Novem voor de uitvoering van energieprogramma’s voor de agrarische sector.
Producten: programmaovereenkomsten
Periode: 1988–
Opmerking: De Novem heeft bevoegdheid namens Economische Zaken verschillende subsidieregelingen uit te voeren, Economische Zaken is opdrachtgever en Novem opdrachtnemer. Op basis van onderhandelingen waarbij Economische Zaken zich laat adviseren door de AER worden programmaovereenkomsten gesloten, waarin vastligt welke taken door Novem moeten worden uitgevoerd. Voor deze diensten stelt Economische Zaken de overeengekomen middelen ter beschikking, ter dekking van de begrote mensuren en studiekosten, alsmede van de financiële middelen voor door derden uit te voeren projecten.
Bron: Rijksbegroting 1984 deel Economische Zaken HdTK 1983–1984, 18 100, nr. 111
Waardering: B 4, 5
Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Landbouw, instellen van een Stuurgroep energiebesparingprojecten in de glastuinbouw.
Periode: 1980–
Bron: Instellingsbeschikking Stcrt. 1981, 87
Waardering: B 4
Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Landbouw, aanwijzen van de leden van de stuurgroep energiebesparingprojecten in de glastuinbouw,
Periode: 1980–
Opmerking: Het voorzitterschap ligt bij het Ministerie van LNV. Verder zijn er twee secretarissen één van Economische Zaken en één van LNV.
Bron: Instellingsbeschikking Stcrt. 1981, 87
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met PEO voor de uitvoering van energieprogramma’s voor de gebouwde omgeving.
Producten: programmaovereenkomsten
Periode: 1984–1988
Bron: Rijksbegroting Ministerie van Economische Zaken, HdTK 1983–1984, 18 100, nr. 111
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met NEOM voor de uitvoering van energieprogramma’s voor de gebouwde omgeving.
Producten: programmaovereenkomsten
Periode: 1984–1988
Bron: Rijksbegroting Ministerie van Economische Zaken, HdTK 1983–1984, 18 100, nr. 111
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met de Novem voor de uitvoering van energieprogramma’s voor de gebouwde omgeving.
Producten: programmaovereenkomsten
Periode: 1988–
Opmerking: De Novem heeft bevoegdheid namens Economische Zaken verschillende subsidieregelingen uit te voeren, Economische Zaken is opdrachtgever en Novem. Op basis van onderhandelingen worden programmaovereenkomsten gesloten, waarin vastligt welke taken door Novem moeten worden uitgevoerd. Voor deze diensten stelt Economische Zaken de overeengekomen middelen ter beschikking, ter dekking van de begrote mensuren en studiekosten, alsmede van de financiële middelen voor door derden uit te voeren projecten.
Bron: Rijksbegroting Ministerie van Economische Zaken, HdTK 1983–1984, 18 100, nr. 111
Waardering: B 5
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van VROM inzake het vaststellen van de subsidieregeling Geldelijke steun proefprojecten rationeel energiegebruik in de gebouwde omgeving.
Periode: 1980–1989
Bron: Energienota 1974, HdTK 1974–1975, 13 122
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Minister van VROM voor de invoering van de Energie Prestatie Norm voor zowel de woningbouw als de utiliteitsbouw.
Producten: wijziging Bouwbesluit 1995
Periode: 1994–
Opmerking: Doel van de norm is het gebruik van energie in nieuwbouw met vijftien procent te verminderen. Via het bouwbesluit wordt vastgelegd welke EnergiePrestatiecoëfficient (EP) maximaal is toegestaan. De EP geeft een grove indicatie van de energie-efficiency van een nog te bouwen gebouw.
Bron: Werkplan 1995, DGE directie Energiebesparing en Duurzame Energie; Zonneboilers, stand van zaken begin 1995. Houtsma, R. en anderen, Delft 1995.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van bijdragen voor de instelling van een adviescommissie PREGO.
Periode: 1980.
Opmerking: Proefprojecten Rationeel Energiegebruik in de Gebouwde Omgeving (PREGO).
Bron: Instelling adviescommissie PREGO Stcrt. 1980, 168
Waardering: B 5
Handeling: Het, overeenstemmen met de Minister van VROM, inzake het beschikken op bezwaarschriften tegen beschikkingen op subsidie aanvragen krachtens de regeling Geldelijke steun proefprojecten rationeel energiegebruik in de gebouwde omgeving.
Periode: 1980–1989
Bron: Geldelijke steun proefprojecten rationeel energiegebruik in de gebouwde omgeving Stcrt. 1984, 69
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het onderhandelen over en sluiten van meerjarenafspraken met bedrijven inzake energiebesparing in de sector utiliteitsbouw.
Producten: meerjarenafspraken (MJA’s)
Periode: 1994–
Bron: Werkplan 1995, DGE directie Energiebesparing en Duurzame energie, Nota Energiebesparingsbeleid, HdTK 1994–1995, 24 242, nr. 1
Waardering: B 5
Handeling: Het onderhandelen over en sluiten van meerjarenafspraken met woningbouwverenigingen en institutionele beleggers inzake energiebesparing in de sector woningbouw.
Producten: meerjarenafspraken (MJA’s)
Periode: 1994–
Bron: Werkplan 1995, DGE directie Energiebesparing en Duurzame energie
Waardering: B 5
Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van VROM, oprichten van een Stuurgroep Nationaal Isolatie Programma dat belast is met de uitvoering van het isolatieprogramma.
Periode: 1981–1991
Opmerking: De stuurgroep wordt in de uitoefening van haar taak bijgestaan door een stafbureau.
Bron: Instelling Stuurgroep Nationaal Isolatie Programma Stcrt. 1979, 60
Waardering: B 4
Handeling: Het deelnemen aan de vergaderingen van de Stuurgroep Nationaal Isolatieprogramma.
Periode: 1978–
Bron: Evaluatie 10 jaar Nationaal Isolatieprogramma, NIP, Rotterdam 1988.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het in overeenstemming met de Minister van VROM vaststellen van een ministeriële subsidieregeling op het gebied van energiebesparing voor de Rijksoverheid.
Producten: Energiebesparingprogramma Rijksoverheid Stcrt. 1980, 205
Periode: 1980–
Opmerking: Dit energiebesparingprogramma richt zich op het besparen van energie in gebouwen die door de Rijksoverheid worden gebruikt.
Bron: Energienota 1974, bijlage HdTK 1974–1975, 13 122
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan een plan voor energiebesparing in rijksgebouwen via convenanten tussen de ministeries en de Rijksgebouwendienst
Periode: 1991–
Opmerking: Het plan wordt uitgevoerd door de Novem, de Rijksgebouwendienst en Economische Zaken in nauwe samenwerking met alle ministeries.
Bron: Kabinetsbesluit juni 1991 Stcrt. 1991, 125
Waardering: V 10 jaar
Vervallen.
Handeling: Het beschikken op subsidie aanvragen krachtens het Energiebesparingprogramma Rijksoverheid.
Periode: 1980–1981.
Opmerking: Het budget voor dit programma is voor het jaar 1980 gelegd bij Economische Zaken. De departementen stellen vervolgens voor 1981, 1% en in 1982, 2% van hun materiële uitgaven ter beschikking. De activiteiten m.b.t. energiebesparing binnen de Rijksoverheid worden gecoördineerd door een Stuurgroep waarin Economische Zaken, VROM, FIN, DEF en O&W zitting hebben.
Bron: Energiebesparingprogramma Rijksoverheid Stcrt. 1980, 205
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met PEO voor de uitvoering van energieprogramma’s voor de sector verkeer en vervoer.
Producten: meerjarenprogramma’s rationeel energiegebruik in verkeer en vervoer (REV)
Periode: 1984–1988
Bron: HdTK 1983–1984, 18 100, nr. 111
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met NEOM voor de uitvoering van energieprogramma’s voor de sector verkeer en vervoer.
Producten: meerjarenprogramma’s rationeel energiegebruik in verkeer en vervoer (REV)
Periode: 1984 –1988
Bron: HdTK 1983–1984, 18 100, nr. 111
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met de Novem voor de uitvoering van energieprogramma’s voor de sector verkeer en vervoer.
Producten: meerjarenprogramma’s rationeel energiegebruik in verkeer en vervoer (REV)
Periode: 1988–
Opmerking: De Novem heeft bevoegdheid namens Economische Zaken verschillende subsidieregelingen uit te voeren, Economische Zaken is opdrachtgever en Novem opdrachtnemer. Op basis van onderhandelingen waarbij Economische Zaken zich laat adviseren door de AER worden programmaovereenkomsten gesloten, waarin vastligt welke taken door Novem moeten worden uitgevoerd. Voor deze diensten stelt Economische Zaken de overeengekomen middelen ter beschikking, ter dekking van de begrote mensuren en studiekosten, alsmede van de financiële middelen voor door derden uit te voeren projecten.
Bron: HdTK 1983–1984, 18 100, nr. 111
Waardering: B 5
Handeling: Het onderhandelen over en sluiten van meerjarenafspraken met het bedrijfsleven in de vervoersector over terugdringing van het energiegebruik en de milieubelasting.
Periode: 1990
Opmerking: Onder de naam ‘Transactie’ wordt door V&W, VROM en Economische Zaken samen met drie brancheorganisaties gestreefd naar uitvoering van meerjarenafspraken, daartoe is op 8 mei 1995 een samenwerkingsverklaring getekend.
Bron: Nota energiebesparing pagina 34, HdTK 1989–1990,21 570, nrs. 1–2, Nota energiebesparingsbeleid, HdTK 1994–1995, 24 242, nr.1
Waardering: B 1, 5
Handeling: Het voeren van overleg met de Ministeries van V&W en VROM om te komen tot een betere coördinatie tussen de departementale programma’s op het terrein van verkeer en vervoer.
Periode: 1994–
Bron: Vervolgnota energiebesparing HdTK 1993–1994, 23 561, nr. 6
Waardering: B 1
Handeling: Het instellen van een programmavoorbereidingscommissie rationeel energiegebruik verkeer en vervoer ter voorbereiding van een programma van onderzoek ten behoeve van rationeel energiegebruik bij verkeer en vervoer.
Periode: 1981–
Opmerking: Karakter: ambtelijke commissie.
Bron: Instellingsbeschikking no 681/983, 11 december 1981
Waardering: B 4
Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid inzake het gebruik van duurzame energiebronnen.
Producten: bijvoorbeeld beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties.
Periode: 1974–
Bron: [eerste] Energienota 1974, HdTK 1973–1974, 13 122
Waardering: B 1, 2
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming en intrekking van wet- en regelgeving betreffende het gebruik van duurzame energiebronnen.
Producten: bijvoorbeeld wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten
Periode: 1974–
Bron: –
Waardering: B 1
Handeling: Het overleggen met de Europese Commissie betreffende selectieve BTW-verlaging in het kader van Duurzame Energie.
Opmerking: Het betreft bijvoorbeeld een verlaagd btw-percentage voor particulieren die een zonneboiler aanschaffen.
Bron: Duurzame Energie in opmars, Actieprogramma 1997–2000, Ministerie van Economische Zaken 1997.
Waardering: V 3 jaar
Handeling: Het mede ontwikkelen van fiscale maatregelen om het kostprijsverschil tussen duurzame energieopties en het conventionele alternatief te verkleinen.
Producten: o.a.
– Vrije Afschrijving Milieu-investeringen (VAMIL);
– Regeling Groen beleggen;
– Regulerende energiebelasting;
– Energie-investeringsaftrek;
– Groene BTW.
Bron: Duurzame energie in opmars, Actieprogramma 1997–2000, Ministerie van Economische Zaken. Den Haag 1997. p. 21.
Waardering: B 1
Handeling: Het onderhandelen over en sluiten van meerjarenafspraken met het bedrijfsleven inzake het gebruik van duurzame energiebronnen.
Producten: meerjarenafspraken (MJA’s)
Periode: 1994–
Bron: Duurzame energie in opmars, Actieprogramma 1997–2000, Ministerie van Economische Zaken. Den Haag 1997, blz. 50.
Waardering: B 1, 5
Handeling: Het ontwikkelen van beleid op het gebied van windenergie.
Producten: o.a. beleidsnota’s
Periode: 1974–
Bron: [Eerste] Energienota, HdTK 1974–1975, 13 122 nrs. 1–2
Waardering: B 1
Handeling: Het (doen) uitvoeren van het Nationaal programma windenergie.
Producten: b.v. integraal programma windenergie
Periode: 1976–
Waardering: B 5
Handeling: Het instellen van adviescommissies op het gebied van windenergie.
Producten: Begeleidingscommissie Windenergie
Periode: 1976–1981
Bron: Interim-rapport Landelijke Stuurgroep Energieonderzoek HdTK 1974–1975, 13 250 nrs. 1–2
Waardering: B 4
Handeling: Het deelnemen, via een vertegenwoordiger, aan de vergaderingen van de begeleidingscommissie windenergie.
Producten: vergaderstukken
Periode: 1976–1985
Bron: Instellingsbeschikking begeleidingscommissie windenergie van 7 december 1976 art. 2, lid 5, opgeheven 1 maart 1985 Stcrt. 1985, 45.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het voorbereiden van AMvB’s op het gebied van windenergie.
Producten: Besluit subsidies windenergie Stb. 1993, 187
Periode: 1991–
Bron: Kaderwet verstrekking financiële middelen Economische Zaken Stb. 1991, 767 art. 2
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen van ministeriële regelingen op het gebied van windenergie.
Producten: – Subsidieregeling Windenergie
– vaststelling bedragen die jaarlijks beschikbaar worden gesteld, ter uitvoering van het Besluit subsidies windenergie 1993
– vergoedingspercentages op jaarbasis voor windturbines waarvoor een lease-overeenkomst is afgesloten, ter uitvoering van het Besluit subsidies windenergie 1993
– vaststellen van formulieren voor aanvragen subsidie windenergie, ter uitvoering van het Besluit subsidies windenergie 1993
Periode: 1985–
Opmerking: De Subsidieregeling Windenergie is een gezamenlijke regeling van Economische Zaken en VROM.
Bron: [Eerste] Energienota 1974, HdTK 1974–1975, 13 122 nrs. 1–2, Besluit subsidies windenergie Stb. 1993, 187 laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1995, 147
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het aanwijzen van personen belast met het toezicht op naleving van de voorwaarden verbonden aan subsidies windenergie.
Producten: Ministeriële beschikking
Periode: 1993–
Bron: Besluit subsidies windenergie Stb. 1993, 187, art. 15
Waardering: V 5 jaar na einde benoeming
Handeling: Het beschikken op subsidieaanvragen inzake windenergie.
Periode: 1985–
Opmerking: De subsidieregeling windenergie 1992 wordt gefinancierd uit het budget van Economische Zaken en VROM
Bron: Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie Stcrt. 1985, 86 en 115, Besluit subsidies windenergie Stb. 1993, 187, subsidieregeling windenergie 1992 Stcrt. 1991, 250
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beslissen op beroepschriften inzake subsidieaanvragen in het kader van windenergie.
Periode: 1985–
Bron: Steunregeling energiebesparing en stromingsenergie Stcrt. 1985, 115 art. 24
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het ontwikkelen van beleid op het gebied van zonne-energie.
Producten: o.a. beleidsnota’s
Periode: 1974–
Waardering: B 1
Handeling: Het sluiten van een meerjarenafspraak met Novem, EnergieNed, en de zonne-energie-industrie inzake marktintroductie van zonneboilers door verbetering van de prijs-prestatieverhouding.
Periode: 1993–
Bron: Vervolgnota energiebesparing pagina 33 en 114, HdTK 1993–1994, 23 561, nr. 2
Waardering: B 5
Handeling: Het afsluiten van overeenkomsten met PEO en NEOM voor het maken van programma’s in het kader van het nationaal onderzoekprogramma zonne-energie.
Periode: 1986–1988
Waardering: B 1
Handeling: Het afsluiten van overeenkomsten met Novem voor het maken van programma’s in het kader van het nationaal onderzoekprogramma zonne-energie.
Periode: 1988–
Waardering: B 1
Handeling: Het instellen van een begeleidingscommissie zonne-energie voor het Nationaal Onderzoekprogramma Zonne-energie.
Producten: Beschikking
Periode: 1980–1985
Bron: Instelling Begeleidingscommissie zonne-energie Stcrt. 1980, 29, opgeheven Stcrt. 1985, 45
Waardering: B 4
Handeling: Het aanwijzen van een waarnemer die bevoegd is tot bijwoning van de vergaderingen van de begeleidingscommissie zonne-energie en inzage te krijgen in alle stukken.
Periode: 1980–1985
Bron: Instelling Begeleidingscommissie zonne-energie Stcrt. 1980, 29 art. 5, opgeheven Stcrt. 1985, 45
Waardering: V 5 jaar na beëindiging benoeming
Handeling: Het ontwikkelen van beleid op het gebied van waterkracht.
Producten: o.a. beleidsnota’s
Periode: 1974–
Waardering: B 1
Handeling: Het afsluiten van overeenkomsten met Novem voor het maken van programma’s in het kader van waterkracht.
Periode: 1974–
Waardering: B 5
Handeling: Het ontwikkelen van beleid op het gebied van biomassa en afvalverwerking.
Producten: o.a. beleidsnota’s
Periode: 1974–
Waardering: B 1
Handeling: Het afsluiten van overeenkomsten met Novem voor het maken van programma’s in het kader van biomassa en afvalverwerking.
Periode: 1974–
Waardering: B 5
Handeling: Het in samenwerking met de Minister van VROM ondersteunen van het Nationaal Onderzoekprogramma Hergebruik Afvalstoffen.
Periode: 1985–
Opmerking: Het onderzoekprogramma wordt uitgevoerd door Novem, voorheen door PEO en NEOM.
Bron: Dossierinventaris Economische Zaken, Nota Energiebesparing pagina 96, HdTK 1989–1990, 21 570, nrs. 1–2
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van VROM, voeren van overleg met afvalverwerkende bedrijven en elektriciteitsbedrijven voor een plan met betrekking tot de bijdrage van afvalverbranding aan de elektriciteitsopwekking.
Periode: 1989–
Bron: Nota Energiebesparing pagina 96, HdTK 1989–1990, 21 570, nrs. 1–2
Waardering: B 1
Handeling: Het ontwikkelen van beleid op het gebied van omgevingswarmte.
Producten: o.a. beleidsnota’s
Waardering: B 1
Handeling: Het ontwikkelen en initiëren van warmtepompprogramma’s.
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en wijzigen van de Regulerende Energiebelasting (REB).
Waardering: B 1, 5
Handeling: Het ontwikkelen van beleid op het gebied van aardwarmte.
Producten: Nationaal onderzoekprogramma aardwarmte (NOA) en energieopslag in Aquifers (NOAA).
Periode: 1980–
Bron: [Eerste] Energienota, HdTK 1974–1975, 13 122, nr. 2
Waardering: B 1
Handeling: Het instellen van een begeleidingscommissie aardwarmte voor het Nationaal Onderzoeksprogramma Aardwarmte.
Producten: Beschikking
Periode: 1980–1985
Bron: Instelling begeleidingscommissie aardwarmte Stcrt. 1980, 83 opgeheven Stcrt. 1985, 45
Waardering: B 4
Handeling: Het aanwijzen van een waarnemer die bevoegd is tot bijwoning van de vergaderingen van de begeleidingscommissie aardwarmte en inzage te krijgen in alle stukken.
Periode: 1980–1985
Bron: Instelling Begeleidingscommissie aardwarmte Stcrt. 1980, 83 art. 5, opgeheven Stcrt. 1985, 45
Waardering: V 5 jaar na einde aanwijzing
Handeling: Het ontwikkelen van beleid op het gebied van energieopslag.
Periode: 1946–
Producten: o.a. beleidsnota’s
Waardering: B 1
Handeling: Het ontwikkelen en initiëren van Marktintroductieprogramma’s Energieopslag in Aquifers.
Waardering: B 1
Vervallen.
Handeling: Het instellen van de Begeleidingscommissie MHD-generator ter advisering over het onder verantwoordelijkheid van de Technische Hogeschool Eindhoven te voeren onderzoekprogramma.
Periode: 1977–
Opmerking: De Minister kan waarnemers aanwijzen, die bevoegd zijn de vergaderingen van de Commissie bij te wonen en inzage te verlangen van alle stukken.
Bron: Instellingsbeschikking no 377/v/90, 23 februari 1977.
Waardering: B 4
Handeling: Het overeenstemmen met de Ministers van WB en V&W inzake de instelling van de Begeleidingscommissie Voorstudieplan Lievense (BPL).
Periode: 1980–1982
Bron: Ministerraadsbesluit d.d. 20 juni 1980 Nota ontwikkeling Markerwaardgebied
Waardering: B 4
Handeling: Het deelnemen aan de vergaderingen van de Begeleidingscommissie Voorstudieplan Lievense (BPL) door één of meer aangewezen vertegenwoordigers
Producten: standpunten
Periode: 1980–1981
Opmerking: De BPL werd ingesteld door de Minister van WB die tevens het secretariaat voert. Tevens hebben zitting in deze commissie Economische Zaken en V&W
Bron: Ministerraadsbesluit dd. 20 juni 1980
Waardering: B 4
Handeling: Het instellen van de Commissie Windenergie en Opslag.
Periode: 1981–1982.
Opmerking: De Commissie bestond uit een coördinatiegroep, waaronder vier werkgroepen nl. Algemeen, Windenergie, Spaarbekken en Opslagsystemen, het secretariaat werd gevoerd door Krekel van der Woerd en Wouterse te Rotterdam, en een Beleidsgroep met DG’s van Economische Zaken, WB, FIN, V&W, VRO, BiZa en V&M.
Bron: Regeringsbesluit standpuntbepaling voorstudie plan Lievense medio 1981.
Waardering: B 4
Handeling: Het deelnemen aan de vergaderingen van de Commissie Windenergie en Opslag.
Periode: 1981–1982
Bron: Instellingsbeschikking Commissie Windenergie en Opslag.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het instellen van de Commissie Opslag en Elektriciteit.
Periode: 1984–1988.
Opmerking: In deze commissie zijn naast Economische Zaken vertegenwoordigd de departementen van O&W, LAVI,V&W en VROM alsmede de NEOM BV en de NV SEP. Het voorzitterschap en het secretariaat berustte bij Economische Zaken
Bron: Regeringsstandpunt Windenergie en Opslag, HdTK 1981–1982, 17 500, nrs. 1–2, Regeringsstandpunt tav Apendix Windenergie en Waterkracht, HdTK 1983–1984, 18 100, nr. 16, Eindrapport Maatschappelijke Discussie Energiebeleid HdTK 1984–1985, 18 830, nrs. 1–2
Waardering: B 4
Handeling: Het deelnemen aan de vergaderingen van de Commissie Opslag en Elektriciteit.
Periode: 1984–1988
Bron: Instellingsbeschikking, opgeheven na regeringsstandpunt Stcrt. 1988, 174
Waardering: V 10 jaar
3.2. Algemene Energieraad
Handeling: Het op verzoek van de Minister van Economische Zaken, dan wel uit
eigen beweging, adviseren omtrent:
a. het te voeren energiebeleid en daarbij aandacht te besteden aan de wisselwerking tussen het te voeren energiebeleid enerzijds en maatschappelijke ontwikkelingen en het te voeren overheidsbeleid op andere gebieden anderzijds;
b. door andere adviesorganen aan een of meer vakministers uitgebrachte en openbaar gemaakte adviezen, voor zover deze naar het oordeel van de raad belangrijke gevolgen voor het te voeren energiebeleid kunnen hebben.
Periode: 1985–
Producten: bijvoorbeeld:
Klein vademecum voor de energie 1980 (1980);
Energiescenario’s (1980);
Afval- en restwarmte als energiebron (1980);
Een versnelde procedure voor de Brede Maatschappelijke Discussie (1980);
Klein vademecum voor de energie 1982 (1982);
Kommentaar op het conceptvoorstel voor een nieuwe Electriciteitswet (1985);
Kanttekeningen bij het energie-beleid in 1986 (1986);
Energie en 1992 (1988);
Nederlands energiebeleid op de drempel van de 21e eeuw (1996);
Energie-onderzoek in Nederland (1996);
Naar een nieuwe electriciteitswet (1996).
Opmerking: Om tot een advies te komen heeft de Raad de mogelijkheid om uit haar midden tijdelijk commissies in te stellen, evenals inlichtingen van derden in te winnen. Deze adviezen worden tijdens een openbare vergadering vastgesteld.
Bron: Wet van 17 mei 1985 (Stb. 287), houdende instelling van een Algemene Energieraad (Wet op de Algemene Energieraad), art. 3, lid 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het aan de Minister van Economische Zaken op diens verzoek of uit eigen beweging informatie verschaffen die van belang kan zijn voor het te voeren energiebeleid.
Periode: 1985–
Producten: Informatie; nota’s; rapporten; etc.
Bron: Wet op de Algemene Energieraad, art. 3, lid 1.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het jaarlijks aan de Minister van Economische Zaken rapporteren omtrent de voortgang, welke is gemaakt bij de ontwikkeling en uitvoering van het gevoerde energiebeleid.
Periode: 1985–
Producten: Jaarrapportage.
Bron: Wet op de Algemene Energieraad, art. 3, lid 4.
Waardering: B 3
Handeling: Het uit hun midden aanwijzen van de plaatsvervangende voorzitter en overige leden van het presidium.
Periode: 1985–
Producten: Beschikking.
Bron: Wet op de Algemene Energieraad, art. 8, lid 2–3.
Waardering: V 10 jaar na einde lidmaatschap
Handeling: Het overleggen met de Minister van Economische Zaken over het voorzien in het secretariaat voor de Algemene Energieraad.
Periode: 1985–
Producten: Vergaderstukken.
Bron: Wet op de Algemene Energieraad, art. 10.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het aan de Minister van Economische Zaken verzoeken om de door hem aangewezen personen vergaderingen van de Algemene Energieraad bij te laten wonen.
Periode: 1985–
Producten: Verzoek aan de minister.
Bron: Wet op de Algemene Energieraad, art. 15, lid 2.
Waardering: V 10 jaar na einde lidmaatschap
Handeling: Het vaststellen van een reglement van orde dat dient tot regeling van de werkzaamheden van de Algemene Energieraad.
Periode: 1985–
Producten: Reglement van orde.
Bron: Wet op de Algemene Energieraad, art. 18, lid 1.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het geven van adviezen inzake het te voeren beleid op het gebied van elektriciteitsvoorziening.
Periode: 1985–
Bron: Energienota 1974, HdTK 1974–1975, 13 122
Waardering: B 5
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken inzake elektriciteitsplannen.
Producten: adviezen
Periode: 1975–
Opmerking: De voorlopers waren de voorlopige AER KB Stb. 1976, 99 en de Electriciteitsraad. De laatste wordt in een aparte paragraaf behandeld.
Bron: Convenant Staat – NV SEP 1975/Elektriciteitswet 1989 Stb. 1989, 535 Art.17, lid 4, art. 15 t/m 21.
Waardering: B 5
Handeling: De Minister van Economische Zaken op diens verzoek, dan wel uit eigen beweging, adviseren omtrent:
a. het te voeren energiebeleid en daarbij aandacht te besteden aan de wisselwerking tussen het te voeren energiebeleid enerzijds en maatschappelijke ontwikkelingen en het te voeren overheidsbeleid op andere gebieden anderzijds;
b. door andere adviesorganen aan een of meer vakministers uitgebrachte en openbaar gemaakte adviezen, voor zover deze naar het oordeel van de raad belangrijke gevolgen voor het te voeren energiebeleid kunnen hebben.
Periode: 1976–
Bron: Wet van 17 mei 1985 (Stb. 287), houdende instelling van een Algemene Energieraad (Wet op de Algemene Energieraad), art. 3, lid 1.
Producten: Een Brede maatschappelijke Discussie over (kernenergie) (1978); Kolen en uraan (1979); Een versnelde procedure voor de Brede Maatschappelijke Discussie (1980); Kernenergie: advies inzake de heroverweging van uitbreiding van kernenergie in Nederland (1989); Advies naar aanleiding van het dossier kernenergie (1994).
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van adviezen inzake het te voeren beleid op het gebied van energiebesparing en duurzame energie.
Producten: o.m. besparing in bedrijven (1978), toepassing andere tariefstructuur (1980), energiebesparing en ruimtelijke ordening (1981)
Periode: 1976
Opmerking: In 1976 werd de voorlopige Algemene Energieraad opgericht Stb. 1976, 99, opgevolgd door de huidige Algemene Energieraad Stb. 1985, 287 en 611. Adviezen die een sector of duurzame energiebron betreffen zijn per sector bij de handelingen opgenomen.
Bron: Energienota 1974, HdTK 1974–1975, 13 122
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van adviezen bij de voorbereiding van AMvB’s waarbij regels worden vastgesteld ter uitvoering van de Wet energiebesparing toestellen.
Producten: adviezen
Periode: 1986–
Bron: Wet energiebesparing toestellen Stb. 1986, 59, art.18
Waardering: B 1
Handeling: Het geven van adviezen inzake het te voeren energiebesparingsbeleid voor de sector gebouwde omgeving.
Producten: besparing in huishoudelijk gebruik (1977)
Periode: 1976–
Opmerking: In 1976 werd de voorlopige Algemene Energieraad opgericht Stb. 1976, 99, opgevolgd door de huidige Algemene Energieraad Stb. 1985, 287 en 611.
Bron: Energienota 1974, HdTK 1983–1984, 13 122
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van adviezen inzake het te voeren energiebesparingsbeleid voor de sector verkeer en vervoer.
Producten: energiebesparing in verkeer en vervoer (1984)
Periode: 1976–
Opmerking: In 1976 werd de voorlopige Algemene Energieraad opgericht Stb. 1976, 99, opgevolgd door de huidige Algemene Energieraad Stb. 1985, 287 en 611.
Bron: Energienota 1974, HdTK 1974–1975, 13 122, nrs. 1–2.
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van adviezen inzake het gebruik van duurzame energiebronnen.
Producten: o.m.
– knelpunten bij introductie van duurzame energiebronnen (1982)
– energieonderzoek (inclusief energiebesparing en duurzame energie, 1987)
– de meerjaren-onderzoeksprogramma’s energiebesparing en duurzame energie (1991)
Periode: 1976–
Opmerking: In 1976 werd de voorlopige Algemene Energieraad opgericht Stb. 1976, 99, opgevolgd door de huidige Algemene Energieraad Stb. 1985, 287 en 611.
Bron: [eerste] Energienota 1974. HdTK 1973–1974, 13 122
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van adviezen inzake het te voeren beleid betreffende biomassa en afvalverwerking.
Periode: 1976–
Opmerking: In 1976 werd de voorlopige Algemene Energieraad opgericht Stb. 1976, 99, opgevolgd door de huidige Algemene Energieraad Stb. 1985, 287 en 611.
Bron: [Eerste] Energienota, HdTK 1974–1975, 13 122, nr. 2
Waardering: B 5
3.3. Ambtenaren van de Economische Controle Dienst
Handeling: Het uitoefenen van toezicht op handhaving van de Elektriciteitswet en de Elektriciteitsbesluiten.
Periode: 1965–1990
Opmerking: Opsporingsambtenaren kunnen een woning binnentreden op vertoon van een schriftelijke bijzondere last verleend door de Minister van Economische Zaken, Elektriciteitswet Stb. 1938, 523, art. 16.
Bron: Electriciteitswet 1938 Stb. 1938, 523, art. 15 en Ad art. 15. KB Stb. 1965, 305 ingetrokken KB Stb. 1990, 84
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het opsporen van de in de Kernenergiewet strafbaar gestelde feiten.
Periode: 1970–
Producten: processen-verbaal.
Bron: Beschikking opsporingsbevoegdheid Kernenergiewet, art. 1 onder 2.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het toezicht houden op de naleving van de wet energiebesparing toestellen, door onderzoek ter plaatse van toestellen en installaties.
Producten: onderzoeksrapporten, verslagen
Periode: 1994–
Opmerking: Tot het takenpakket van de ECD ambtenaren zal gaan behoren de controle van etikettering energiegebruik koel- en vriesapparatuur. Deze taak moet nog in werking gaan. Overigens kent Nederland geen fabrikanten van koel- en vriesapparatuur. Controle vindt dus plaats bij invoer van apparatuur van buiten de EG en bij officiële vertegenwoordigers.
Bron: Besluit aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Wet energiebesparing toestellen Stcrt. 1994, 243 en Wet energiebesparing toestellen Stb. 1986, 59 art. 12 t/m 16.
Waardering: V 10 jaar
3.4. Commissie Concentratie Nutsbedrijven (COCONUT)
Handeling: Het geven van adviezen om te komen tot de oordeelsvorming over de wenselijkheid, alsmede over de verschillende vormen en mogelijkheden van de concentratie van de nutsvoorzieningen in de sectoren gas, water en elektriciteit
Producten: eindrapport organisatiestructuur
Periode: 1978–1983
Opmerking: De Coconut stelde voor het onderzoek te laten verrichten door adviesbureau Krekel van der Woerd en Wouterse, in het eindrapport, dd 8 februari 1981, werd aangedrongen op meer wettelijke bevoegdheden voor de elektriciteitssector en concentratie van de elektriciteitsproductiebedrijven.
Bron: Beschikking 8 juni 1978.
Waardering: B 5
3.5. Electriciteitsraad
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken omtrent al hetgeen verband houdt met de elektriciteitsvoorziening.
Producten: adviezen
Periode: 1946–1985
Bron: Electriciteitswet 1938 Stb. 1938, 523, art. 14 en Besluit tot vaststelling van regelen omtrent de Electriciteitsraad Stb. 1940, 560
Waardering: B 5
Vervallen.
Handeling: Het uitbrengen van jaarverslagen aan de Minister, omtrent de verrichtte werkzaamheden.
Periode: 1946–1985
Opmerking: De minister zorgt er voor dat dit verslag wordt meegedeeld aan de Staten-Generaal.
Bron: Electriciteitswet 1938 Stb. 1938, 523, art. 14, lid 11.
Waardering: B 3
3.6. Commissie Elektriciteitswerken (CEW)
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken inzake de planologische aspecten van elektriciteitswerken.
Producten: adviezen
Periode: 1946–
Opmerking: De adviezen beperkten zich aanvankelijk tot natuurschoonbelangen bij aanleg van hoogspanningstracés. Sinds 1982 zijn dit belangen van zowel de rijksoverheid mbt openbare elektriciteitsvoorziening als die van lagere overheden tav doelstellingen op het gebied van de ruimtelijke ordening. Het betreft dan adviezen mbt tracés voor hoogspanningsverbindingen, bouw of wijziging van transformatorstations 110 kV of hoger, bouw elektriciteitscentrales van 35 MW of hoger en het Elektriciteitsplan.
Bron: Beschikking 1-12-1932 Minister van Waterstaat, gewijzigd bij beschikking 23-09-1949 Minister van Economische Zaken, gewijzigd 10-03-1982 Stcrt. 1982, 51 en laatstelijk gewijzigd 23-09-1982
Waardering: B 5
3.7. Financieringscommissie Elektriciteitsbedrijven
Handeling: Het verrichten van onderzoek naar de financieringsbehoefte van elektriciteitsbedrijven en het geven van adviezen hierover.
Producten: onderzoeksrapporten en adviezen
Periode: 1951–1952
Opmerking: In de begroting voor 1952 van Economische Zaken werd in de Nota inzake de Elektriciteitspolitiek gesteld dat de elektriciteitstarieven moesten worden verhoogd. Deze tariefsverhoging was met name bedoeld om de toenmalige slechte financiële situatie van de elektriciteitsbedrijven te ontlasten en daardoor waarborgen te verschaffen m.b.t. productie- en distributievermogen.
Bron: Besluit 18 december 1951
Waardering B 5
3.8. Interdepartementale Commissie Kernenergie (ICK)
Handeling: Het interdepartementaal voorbereiden van het beleid met betrekking tot de vreedzame toepassing van kernenergie.
Periode: 1964–
Producten: agenda’s; notities.
Bron: Beschikking van 24 februari 1964, nr. 664/255 van de Minister van Economische Zaken, de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.
Waardering: B 1
Handeling: Het adviseren van de vakministers over:
a. het door de N.V. Neratoom uit te voeren onderzoek- en ontwikkelingswerk;
b. het beleid betreffende kernenergie en ioniserende straling;
c. aangelegenheden van wetenschappelijke en wetenschappelijk-technische aard inzake onderzoek en toepassing van kernenergie en ioniserende straling;
d. de samenwerking tussen instellingen die wetenschappelijk onderzoek verrichten inzake toepassing van kernenergie en ioniserende straling;
e. de coördinatie van nationale en internationale activiteiten en over de opleiding op het gebied van kernenergie en ioniserende straling;
f. aangelegenheden van technische en organisatorische aard met betrekking tot de veiligheid van kernenergie-inrichtingen;
g. het door de ministers te voeren beleid tot de vreedzame toepassing van de kernenergie;
h. de ontwikkeling van de vreedzame toepassing van atoomkernwetenschappen;
i. de toepassingsmogelijkheden van kernenergie voor de
Nederlandse industrie.
Periode: 1955–
Producten: Adviezen.
Bron: Beschikking van 6 mei 1955, nr. 39388 van de Minister van Algemene Zaken; Kernenergiewet, art. 2, lid 2 (art. 3, lid 1); art. 3, lid 2; art. 3, lid 3; art. 7, lid 2; art. 8, lid 5; art. 10, lid 2; art. 11, lid 6.
Waardering: B 5
3.9. Commissie voor Atoomenergie; Commissie van Advies inzake de bouw van kernreactorcentrales; Commissie Roodenburg
Handeling: Het benoemen van de leden van door hen ingestelde werkgroepen en/of subcommissies.
Periode: 1952–
Producten: Brieven, beschikking.
Bron: Beschikking van 6 mei 1955, nr. 39388 van de Minister van Algemene Zaken; Kernenergiewet, art. 5, lid 1 (art. 6, lid 1); art. 9a, lid 1–2.
Opmerking: Tussen haken is hieronder, voor zover bekend, aangegeven bij welk departement c.q. instelling het secretariaat berust(te).
Commissie voor Atoomenergie:
– subcommissie wetgeving (Justitie);
– subcommissie verzekering (Financiën);
– subcommissie buitenland/commissie Riemens (Buitenlandse Zaken);
– subcommissie registratie splijtstoffen (Economische Zaken);
– subcommissie splijtstof R.C.N. (Buitenlandse Zaken);
– subcommissie gezondheidsvraagstukken/commissie Wester (Sociale Zaken en Volksgezondheid);
– subcommissie vestigingsplaatsen (Verkeer en Waterstaat);
– subcommissie onderzoek programma Euratom/commissie Boon;
– subcommissie bevoegde ophaaldienst van radioactieve afvalstoffen (Sociale Zaken en Volksgezondheid).
Commissie van advies inzake de bouw van kernreactor centrales:
– subcommissie Calder Hall reactor (KEMA);
– subcommissie beleidsvraagstukken (KEMA);
– subcommissie vestigingsplaatsen (KEMA);
– subcommissie algemene vraagstukken (KEMA).
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het adviseren van de vakministers over:
a. het door de N.V. Neratoom uit te voeren onderzoek- en ontwikkelingswerk;
b. het beleid betreffende kernenergie en ioniserende straling;
c. aangelegenheden van wetenschappelijke en wetenschappelijk-technische aard inzake onderzoek en toepassing van kernenergie en ioniserende straling;
d. de samenwerking tussen instellingen die wetenschappelijk onderzoek verrichten inzake toepassing van kernenergie en ioniserende straling;
e. de coördinatie van nationale en internationale activiteiten en over de opleiding op het gebied van kernenergie en ioniserende straling;
f. aangelegenheden van technische en organisatorische aard met betrekking tot de veiligheid van kernenergie-inrichtingen;
g. het door de ministers te voeren beleid tot de vreedzame toepassing van de kernenergie;
h. de ontwikkeling van de vreedzame toepassing van atoomkernwetenschappen;
i. de toepassingsmogelijkheden van kernenergie voor de
Nederlandse industrie.
Periode: 1955–
Producten: Adviezen.
Bron: Beschikking van 6 mei 1955, nr. 39388 van de Minister van Algemene Zaken; Kernenergiewet, art. 2, lid 2 (art. 3, lid 1); art. 3, lid 2; art. 3, lid 3; art. 7, lid 2; art. 8, lid 5; art. 10, lid 2; art. 11, lid 6.
Waardering: B 5
3.10. Commissie Componenten Kweekreactoren
Handeling: Het adviseren van de vakministers over:
a. het door de N.V. Neratoom uit te voeren onderzoek- en ontwikkelingswerk;
b. het beleid betreffende kernenergie en ioniserende straling;
c. aangelegenheden van wetenschappelijke en wetenschappelijk-technische aard inzake onderzoek en toepassing van kernenergie en ioniserende straling;
d. de samenwerking tussen instellingen die wetenschappelijk onderzoek verrichten inzake toepassing van kernenergie en ioniserende straling;
e. de coördinatie van nationale en internationale activiteiten en over de opleiding op het gebied van kernenergie en ioniserende straling;
f. aangelegenheden van technische en organisatorische aard met betrekking tot de veiligheid van kernenergie-inrichtingen;
g. het door de ministers te voeren beleid tot de vreedzame toepassing van de kernenergie;
h. de ontwikkeling van de vreedzame toepassing van atoomkernwetenschappen;
i. de toepassingsmogelijkheden van kernenergie voor de
Nederlandse industrie.
Periode: 1955–
Producten: Adviezen.
Bron: Beschikking van 6 mei 1955, nr. 39388 van de Minister van Algemene Zaken; Kernenergiewet, art. 2, lid 2 (art. 3, lid 1); art. 3, lid 2; art. 3, lid 3; art. 7, lid 2; art. 8, lid 5; art. 10, lid 2; art. 11, lid 6.
Waardering: B 5
3.11. Commissie Reactorveiligheid
Handeling: Het benoemen van de leden van door hen ingestelde werkgroepen en/of subcommissies.
Periode: 1952–
Producten: Brieven, beschikking.
Bron: Beschikking van 6 mei 1955, nr. 39388 van de Minister van Algemene Zaken; Kernenergiewet, art. 5, lid 1 (art. 6, lid 1); art. 9a, lid 1–2.
Opmerking: Tussen haken is hieronder, voor zover bekend, aangegeven bij welk departement c.q. instelling het secretariaat berust(te).
Commissie voor Atoomenergie:
– subcommissie wetgeving (Justitie);
– subcommissie verzekering (Financiën);
– subcommissie buitenland/commissie Riemens (Buitenlandse Zaken);
– subcommissie registratie splijtstoffen (Economische Zaken);
– subcommissie splijtstof R.C.N. (Buitenlandse Zaken);
– subcommissie gezondheidsvraagstukken/commissie Wester (Sociale Zaken en Volksgezondheid);
– subcommissie vestigingsplaatsen (Verkeer en Waterstaat);
– subcommissie onderzoek programma Euratom/commissie Boon;
– subcommissie bevoegde ophaaldienst van radioactieve afvalstoffen (Sociale Zaken en Volksgezondheid).
Commissie van advies inzake de bouw van kernreactor centrales:
– subcommissie Calder Hall reactor (KEMA);
– subcommissie beleidsvraagstukken (KEMA);
– subcommissie vestigingsplaatsen (KEMA);
– subcommissie algemene vraagstukken (KEMA).
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het adviseren van de vakministers over:
a. het door de N.V. Neratoom uit te voeren onderzoek- en ontwikkelingswerk;
b. het beleid betreffende kernenergie en ioniserende straling;
c. aangelegenheden van wetenschappelijke en wetenschappelijk-technische aard inzake onderzoek en toepassing van kernenergie en ioniserende straling;
d. de samenwerking tussen instellingen die wetenschappelijk onderzoek verrichten inzake toepassing van kernenergie en ioniserende straling;
e. de coördinatie van nationale en internationale activiteiten en over de opleiding op het gebied van kernenergie en ioniserende straling;
f. aangelegenheden van technische en organisatorische aard met betrekking tot de veiligheid van kernenergie-inrichtingen;
g. het door de ministers te voeren beleid tot de vreedzame toepassing van de kernenergie;
h. de ontwikkeling van de vreedzame toepassing van atoomkernwetenschappen;
i. de toepassingsmogelijkheden van kernenergie voor de Nederlandse industrie.
Periode: 1955–
Producten: Adviezen.
Bron: Beschikking van 6 mei 1955, nr. 39388 van de Minister van Algemene Zaken; Kernenergiewet, art. 2, lid 2 (art. 3, lid 1); art. 3, lid 2; art. 3, lid 3; art. 7, lid 2; art. 8, lid 5; art. 10, lid 2; art. 11, lid 6.
Waardering: B 5
Handeling: Het doen van een aanbeveling van personen voor ieder voor te dragen lid van de Centrale Raad voor de Kernenergie; van de Industriële Raad voor de Kernenergie; van de Wetenschappelijke Raad voor de Kernenergie; van de Commissie Reactorveiligheid.
Periode: 1963–
Producten: Voordracht.
Bron: Kernenergiewet, art.3, lid 4.
Waardering: V 10 jaar na pensioen in geval van benoeming
Handeling: Het benoemen van een voorzitter van een werkgroep van de Commissie Reactorveiligheid.
Periode: 1991–
Producten: Benoemingsbesluit.
Bron: Kernenergiewet, art. 6, lid 2.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
Handeling: Het jaarlijks aan de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer overleggen van een ontwerpbegroting.
Periode: 1991–
Producten: Ontwerpbegroting; verslag van werkzaamheden.
Bron: Kernenergiewet, art. 9.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het telkens binnen een termijn van vijf jaar uitbrengen van een rapport aan de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer betreffende de taakvervulling van de Commissie Reactorveiligheid.
Periode: 1991–
Producten: Rapport.
Bron: Kernenergiewet, art. 10, lid 1.
Waardering: B 4
Handeling: Het jaarlijks uitbrengen van verslag over de werkzaamheden aan de Ministers van Economische Zaken; Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen; Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; Sociale Zaken en Volksgezondheid.
Periode: 1963–
Producten: Jaarverslag.
Bron: Kernenergiewet, art. 2, lid 3 (art. 9).
Waardering: B 3
3.12. Commissie Nucleaire Industriële Ontwikkeling
Handeling: Het adviseren van de vakministers over:
a. het door de N.V. Neratoom uit te voeren onderzoek- en ontwikkelingswerk;
b. het beleid betreffende kernenergie en ioniserende straling;
c. aangelegenheden van wetenschappelijke en wetenschappelijk-technische aard inzake onderzoek en toepassing van kernenergie en ioniserende straling;
d. de samenwerking tussen instellingen die wetenschappelijk onderzoek verrichten inzake toepassing van kernenergie en ioniserende straling;
e. de coördinatie van nationale en internationale activiteiten en over de opleiding op het gebied van kernenergie en ioniserende straling;
f. aangelegenheden van technische en organisatorische aard met betrekking tot de veiligheid van kernenergie-inrichtingen;
g. het door de ministers te voeren beleid tot de vreedzame toepassing van de kernenergie;
h. de ontwikkeling van de vreedzame toepassing van atoomkernwetenschappen;
i. de toepassingsmogelijkheden van kernenergie voor de Nederlandse industrie.
Periode: 1955–
Producten: Adviezen.
Bron: Beschikking van 6 mei 1955, nr. 39388 van de Minister van Algemene Zaken; Kernenergiewet, art. 2, lid 2 (art. 3, lid 1); art. 3, lid 2; art. 3, lid 3; art. 7, lid 2; art. 8, lid 5; art. 10, lid 2; art. 11, lid 6.
Waardering: B 5
3.13. Voorzitter van de Gezondheidsraad
Handeling: Het doen van een aanbeveling van personen voor ieder voor te dragen lid van de Centrale Raad voor de Kernenergie; van de Industriële Raad voor de Kernenergie; van de Wetenschappelijke Raad voor de Kernenergie; van de Commissie Reactorveiligheid.
Periode: 1963–
Producten: Voordracht.
Bron: Kernenergiewet, art.3, lid 4.
Waardering: V 10 jaar na pensioen in geval van benoeming
3.14. De Stichting Reactor Centrum Nederland
Handeling: Het doen van een aanbeveling van personen voor ieder voor te dragen lid van de Centrale Raad voor de Kernenergie; van de Industriële Raad voor de Kernenergie; van de Wetenschappelijke Raad voor de Kernenergie; van de Commissie Reactorveiligheid.
Periode: 1963–
Producten: Voordracht.
Bron: Kernenergiewet, art.3, lid 4.
Waardering: Niet gewaardeerd.
Handeling: Het op last van de Ministers van Economische Zaken en Sociale Zaken en Volksgezondheid overnemen van splijtstoffen en ertsen van onbevoegden en het kennisgeven van deze overdracht aan de Staatscourant en één of meer nieuwsbladen.
Bron: Kernenergiewet, art. 22, lid 4.
Waardering: Niet gewaardeerd.
3.15. Centrale Raad voor de Kernenergie
Handeling: Het benoemen van de leden van door hen ingestelde werkgroepen en/of subcommissies.
Periode: 1952–
Producten: Brieven, beschikking.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)