Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Algemeen Wetenschappelijke voorbereiding van het regeringsbeleid vanaf 1945 (Centraal Bureau voor de Statistiek)
Wet van 18 april 1996, houdende een instellingsregeling voor het Centraal Bureau en de Centrale commissie voor de statistiek (Stb. 1996, 258), art. 31.2
Opmerking: Dit verslag wordt samen met het verslag van het CBS verzonden aan de Minister van Economische Zaken.
Waardering: B 1, 2
Handeling: Het ten behoeve van de Minister van Economische Zaken evalueren van haar taakvervulling en het doen van aanbeveling ter verbetering daarvan
Periode: 1996–
Grondslag: Wet van 18 april 1996, houdende een instellingsregeling voor het Centraal Bureau en de Centrale commissie voor de statistiek (Stb. 1996, 258), art. 32
Waardering: B 3
Handeling: Het machtigen van het CBS tot het doen van nieuwe statistische onderzoekingen of het uitgeven van de resultaten daarvan of het staken van die onderzoekingen of het uitgeven van die resultaten
Periode: 1945–1996
Grondslag: Besluit van 9 januari 1899 betreffende het Centrale Bureau en de Centrale Commissie voor de Statistiek (Stb. 1899, 43), art. 2
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van opdrachten aan het CBS tot het verzamelen, bewerken en publiceren van statistische opgaven
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit van 9 januari 1899 betreffende het Centrale Bureau en de Centrale Commissie voor de Statistiek (Stb. 1899, 43), art. 2
Wet van 18 april 1996, houdende een instellingsregeling voor het Centraal bureau en de Centrale Commissie voor de statistiek (Stb. 1996, 258), art. 18.1
Waardering: B 5
Handeling: Het adviseren van de vakministers omtrent het starten van een nieuw statistisch onderzoek
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit van 9 januari 1899 betreffende het Centrale Bureau en de Centrale Commissie voor de Statistiek (Stb. 1899, 43), art. 8 en art. 9
Wet van 18 april 1996, houdende een instellingsregeling voor het Centraal bureau en de Centrale Commissie voor de statistiek (Stb. 1996, 258), art. 19
Waardering: B 1
Handeling: Het adviseren van de Hoofden van Algemeen Bestuur over de betrouwbaarheid en volledigheid van statistische onderzoeken die van regeringswege worden ondernomen
Periode: 1945–1996
Grondslag: Besluit van 9 januari 1899 betreffende het Centrale Bureau en de Centrale Commissie voor de Statistiek (Stb. 1899, 43), art. 8
Waardering: B 1
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken over de noodzaak van het inwinnen van statistische gegevens nodig voor de samenstelling van economische statistieken door het CBS
Periode: 1945–
Grondslag: Wet van 28 december 1936 houdende maatregelen tot het verkrijgen van juiste economische statistieken (Stb. 1936, 639DD), art. 1.1
Waardering: B 1
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken over de noodzaak van het houden van één of meer deel- of steekproefonderzoeken en/of proeftellingen ten behoeve van de algemene volkstelling
Periode: 1970–1991
Grondslag: Wet van 9 juli 1970, houdende regelen betreffende algemene volkstellingen (Stb. 1970, 323), art. 2
Waardering: B 1
Handeling: Het machtigen van het CBS een gegevensverzameling te verstrekken aan diensten, organisaties en instellingen t.b.v. statistisch en wetenschappelijk onderzoek
Periode: 1996–
Grondslag: Wet van 18 april 1996 houdende een instellingsregeling voor het Centraal Bureau en de Centrale Commissie voor de Statistiek (Stb. 1996, 258), art. 13.1
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het opstellen van richtlijnen voor de beoordeling van de maatregelen die gegevensontvangende diensten, organisaties en instellingen hebben genomen ter voorkoming van misbruik van de door het CBS te verstrekken gegevens
Periode: 1996–
Bron: Mededeling van dr. J.G.S.J. van Maarseveen tijdens het driehoeksoverleg
Waardering: B 5
Centrale Plancommissie
Handeling: Het adviseren van (de Minister van Economische Zaken of) de directie van het CPB met betrekking tot de werkzaamheden van het Bureau
Periode: 1949–1997
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 5, gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: B 1
Werkcommissie Centraal Economisch Plan
Handeling: Het steunen en adviseren van het CPB bij de uitwerking van (onderdelen van) het Centraal Economisch Plan
Periode: (1945)1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 7, gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: B 1
Raad voor Advies voor het Nationaal Welvaartsplan
Handeling: Het adviseren van de directie van het CPB inzake methoden van onderzoek
Periode: 1945–1947
Waardering: B 1
Actoren waarvan het archief onder de zorg van de Minister Financiën van valt
Minister van Financiën
Handeling: Het opstellen van een voordracht ter vaststelling van de amvb inzake de algemene volkstelling
Periode: 1970–1991
Grondslag: Wet van 9 juli 1970, houdende regelen betreffende algemene volkstellingen (Stb. 1970, 323), art. 9.1
Produkt: Besluit algemene volks- en woningtelling 1971 (Stb. 1970, 446)
Waardering: B 5
Handeling: Het instemmen met de verlening van de bevoegdheid aan de Minister van Economische Zaken tot het nader regelen van de uitvoering van het amvb inzake de algemene volkstelling
Periode: 1970–1991
Grondslag: Wet van 9 juli 1970, houdende regelen betreffende algemene volkstellingen (Stb. 1970, 323), art. 9.2
Waardering: B 5
Handeling: Het instemmen met voorschriften ter uitvoering van het Besluit volks- en woningtelling 1971
Periode: 1971–1991
Grondslag: Besluit algemene volks- en woningtelling 1971 (Stb. 1970, 446), art 15.1
Waardering: B 5
Handeling: Het instemmen met een uitkering aan gemeenten vanwege hun medewerking aan de algemene volks-, woning- en bedrijfstelling
Periode: 1956–1991
Grondslag: Besluit van 12 april 1956 tot uitvoering van de art. 2 en 3 van de wet van 12 april 1956 (Stb. 1956, 163), houdende regelen voor een in 1956 te houden algemene woningtelling (Stb. 1956, 163), art. 7 lid 1
Besluit van 24 september 1963 houdende regelen betreffende de derde algemene bedrijfstelling 1963 (Stb. 1963, 397), art. 7 lid 1 en 2
Besluit van 5 augustus 1978 houdende regelen betreffende de vierde algemene bedrijfstelling 1978 (Stb. 1978, 437), art. 7 lid 1 en 2
Besluit algemene volks- en woningtelling 1971 (Stb. 1970, 446), art 16.1
Waardering: V 6 jaar na vaststelling van de rijksrekening
Handeling: Het instemmen met de Minister van Economische Zaken inzake de benoeming, schorsing en het ontslag van de directie van het CPB
Periode: (1945)1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 2.2, gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het overleggen met de Minister van Economische Zaken inzake de benoeming en het ontslag van de leden van de Centrale Plancommissie
Periode: (1945)1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 4.4, gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het overleggen met de Minister van Economische Zaken inzake de aanwijzing van de voorzitter van de Centrale Plancommissie
Periode: (1945)1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 4.5, gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het overleggen met de Minister van Economische Zaken inzake het instellen van werkcommissies
Periode: (1945)1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 5, gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na opheffing
Handeling: Het overleggen met de Minister van Economische Zaken inzake het benoemen en ontslaan van voorzitter en leden van werkcommissies
Periode: (1945)1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 6.3, gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het instemmen met de voordracht van de Minister van VWS ter benoeming, schorsing en ontslag van de directeur en de onderdirecteur van het SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 3.2
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het instemmen met de Minister van VWS inzake de bepaling van het beleid van het SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 7.2
Waardering: B 1
Handeling: Het instemmen met de overige betrokken ministers over de voordracht van drie niet-ambtelijke leden van het Begeleidingscollege van het SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 8, lid 3c. Koninklijke besluit d.d. 8 maart 1974 tot wijziging van artikel 8 van het Koninklijk besluit van 30 maart 1973.
Opmerking: In 1973 waren er twee niet-ambtelijke leden.
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het voordragen van personen ter benoeming tot leden van het Begeleidingscollege SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 8.3a
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het instemmen met de benoeming door de Minister van VWS van een voorzitter van het Begeleidingscollege SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 8.3a
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het in kennis stellen van het SCP omtrent beleidsveronderstellingen en beleidsvoornemens voor de lange termijn.
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 5.3
Waardering: B 1
Handeling: Het toestemmen in het onderzoek van het SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 6
Opmerking: De minister verleent eerst toestemming aan het SCP. Het SCP treedt daarna in overleg met ambtelijk deskundigen ten behoeve van het onderzoek.
Waardering: B 1
Handeling: Het verstrekken van onderzoeksgegevens aan het SCP.
Periode: 1973–
Bron: Mededeling van dhr. R.D. Ramdjielal tijdens het driehoeksoverleg
Waardering: B 5
Handeling: Het verzoeken van het SCP een rapport op te stellen
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 9.3
Waardering: B 1
Handeling: Het instemmen met de publicatie van een rapport van het SCP dat op verzoek van hem is opgesteld
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 9.3
Waardering: B 1
Handeling: Het aanwijzen van een lid van de Commissie Sociaal en Cultureel Beleid
Periode: 1990–
Grondslag: Instellingsbesluit Commissie Sociaal en Cultureel Beleid (Stcrt. 1990, 141), art 6
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Actoren waarvan het archief onder de zorg van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij valt
Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Handeling: Het instemmen met de Minister van Economische Zaken inzake de benoeming, schorsing en het ontslag van de directie van het CPB
Periode: (1945) 1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 2.2., gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het overleggen met de Minister van Economische Zaken inzake de benoeming en het ontslag van de leden van de Centrale Plancommissie
Periode: (1945) 1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 4.4., gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het overleggen met de Minister van Economische Zaken inzake de aanwijzing van de voorzitter van de Centrale Plancommissie
Periode: (1945) 1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 4.5., gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het overleggen met de Minister van Economische Zaken inzake het instellen van werkcommissies
Periode: (1945) 1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 5., gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het overleggen met de Minister van Economische Zaken inzake het benoemen en ontslaan van voorzitter en leden van werkcommissies
Periode: (1945) 1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 6.3., gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het aanwijzen van een lid van de Commissie Sociaal en Cultureel Beleid
Periode: 1990–
Grondslag: Instellingsbesluit Commissie Sociaal en Cultureel Beleid (Stcrt. 1990, 141), art 6
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Actoren waarvan het archief onder de zorg van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen valt
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
Handeling: Het instemmen met de voordracht van de Minister van VWS ter benoeming, schorsing en ontslag van de directeur en de onderdirecteur van het SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 3.2
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het instemmen met de Minister van VWS inzake de bepaling van het beleid van het SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 7.2
Waardering: B 1
Handeling: Het instemmen met de overige betrokken ministers over de voordracht van drie niet-ambtelijke leden van het Begeleidingscollege van het SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 8, lid 3c. Koninklijke besluit d.d. 8 maart 1974 tot wijziging van artikel 8 van het Koninklijk besluit van 30 maart 1973.
Opmerking: In 1973 waren er twee niet-ambtelijke leden.
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het voordragen van personen ter benoeming tot leden van het Begeleidingscollege SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 8.3a
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het instemmen met de benoeming door de Minister van VWS van een voorzitter van het Begeleidingscollege SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 8.3a
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het in kennis stellen van het SCP omtrent beleidsveronderstellingen en beleidsvoornemens voor de lange termijn.
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 5.3
Waardering: B 1
Handeling: Het verlenen van medewerking aan het onderzoek van het SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 6
Opmerking: De minister verleent eerst toestemming aan het SCP. Het SCP treed daarna in overleg met ambtelijk deskundigen ten behoeve van het onderzoek.
Waardering: B 1
Handeling: Het verstrekken van onderzoeksgegevens aan het SCP.
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 6
Opmerking: De minister verleent eerst toestemming aan het SCP. Het SCP treedt daarna in overleg met ambtelijk deskundigen ten behoeve van het onderzoek.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het verzoeken van het SCP een rapport op te stellen
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 9.3
Waardering: B 1
Handeling: Het instemmen met de publicatie van een rapport van het SCP dat op verzoek van hem is opgesteld
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 9.3
Waardering: B 1
Handeling: Het aanwijzen van een lid van de Commissie Sociaal en Cultureel Beleid
Periode: 1990–
Grondslag: Instellingsbesluit Commissie Sociaal en Cultureel Beleid (Stcrt. 1990, 141), art 6
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Contactcommissie Overheid/Sociaal-Wetenschappelijke Raad
Handeling: Het verrichten van onderzoek naar de wijze waarop de sociale wetenschappen kunnen bijdragen aan de beleidsvoorbereiding van de overheid
Periode: 1959–1965
Grondslag: besluit Minister van Onderwijs en Wetenschappen
Waardering: Eindproduct: B 1
Overige stukken: V 5 jaar
Commissie Voorbereiding Onderzoek Toekomstige Maatschappijstructuur
Handeling: Het doen van aanbevelingen inzake de wijze waarop de wetenschappelijke beleidsvoorbereiding georganiseerd dient te worden
Periode: 1968–1970
Grondslag: besluit Minister van Onderwijs en Wetenschappen
Waardering: B 1
Actoren waarvan het archief onder de zorg van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid valt
Minister van Sociale Zaken
Handeling: Het instemmen met de Minister van Economische Zaken inzake de benoeming, schorsing en het ontslag van de directie van het CPB
Periode: (1945)1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 2.2, gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het overleggen met de Minister van Economische Zaken inzake de benoeming en het ontslag van de leden van de Centrale Plancommissie
Periode: (1945)1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 4.4, gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het overleggen met de Minister van Economische Zaken inzake de aanwijzing van de voorzitter van de Centrale Plancommissie
Periode: (1945)1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 4.5, gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het overleggen met de Minister van Economische Zaken inzake het instellen van werkcommissies
Periode: (1945)1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 5, gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na opheffing
Handeling: Het overleggen met de Minister van Economische Zaken inzake het benoemen en ontslaan van voorzitter en leden van werkcommissies
Periode: (1945)1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 6.3, gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het instemmen met de voordracht van de Minister van VWS ter benoeming, schorsing en ontslag van de directeur en de onderdirecteur van het SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 3.2
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het instemmen met de Minister van VWS inzake de bepaling van het beleid van het SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 7.2
Waardering: B 1
Handeling: Het instemmen met de overige betrokken ministers over de voordracht van drie niet-ambtelijke leden van het Begeleidingscollege van het SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 8, lid 3c. Koninklijke besluit d.d. 8 maart 1974 tot wijziging van artikel 8 van het Koninklijk besluit van 30 maart 1973.
Opmerking: In 1973 waren er twee niet-ambtelijke leden.
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het voordragen van personen ter benoeming tot leden van het Begeleidingscollege SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 8.3a
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het instemmen met de benoeming door de Minister van VWS van een voorzitter van het Begeleidingscollege SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 8.3a
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het in kennis stellen van het SCP omtrent beleidsveronderstellingen en beleidsvoornemens voor de lange termijn.
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 5.3
Waardering: B 1
Handeling: Het toestemmen in het onderzoek van het SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 6
Opmerking: De minister verleent eerst toestemming aan het SCP. Het SCP treedt daarna in overleg met ambtelijk deskundigen ten behoeve van het onderzoek.
Waardering: B 1
Handeling: Het verstrekken van onderzoeksgegevens aan het SCP.
Periode: 1973–
Bron: Mededeling van dhr. R.D. Ramdjielal tijdens het driehoeksoverleg
Waardering: B 5
Handeling: Het verzoeken van het SCP een rapport op te stellen
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 9.3
Produkt: verzoek
Waardering: B 1
Handeling: Het instemmen met de publicatie van een rapport van het SCP dat op verzoek van hem is opgesteld
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 9.3
Waardering: B 1
Handeling: Het aanwijzen van een lid van de Commissie Sociaal en Cultureel Beleid
Periode: 1990–
Grondslag: Instellingsbesluit Commissie Sociaal en Cultureel Beleid (Stcrt. 1990, 141), art 6
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Actoren waarvan het archief onder de zorg van de Minister van Verkeer en Waterstaat valt
Minister van Verkeer en Waterstaat
Handeling: Het instemmen met de Minister van Economische Zaken inzake de benoeming, schorsing en het ontslag van de directie van het CPB
Periode: (1945)1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 2.2, gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het overleggen met de Minister van Economische Zaken inzake de benoeming en het ontslag van de leden van de Centrale Plancommissie
Periode: (1945)1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 4.4, gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het overleggen met de Minister van Economische Zaken inzake de aanwijzing van de voorzitter van de Centrale Plancommissie
Periode: (1945)1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 4.5, gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het overleggen met de Minister van Economische Zaken inzake het instellen van werkcommissies
Periode: (1945)1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 5, gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na opheffing
Handeling: Het overleggen met de Minister van Economische Zaken inzake het benoemen en ontslaan van voorzitter en leden van werkcommissies
Periode: (1945)1947–
Grondslag: Wet van 21 april 1947 houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, art. 6.3, gewijzigd bij Wet van 5 november 1948
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Actoren waarvan het archief onder de zorg van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer valt
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Handeling: Het opstellen van een voordracht ter vaststelling van de amvb inzake de algemene volkstelling
Periode: 1970–1991
Grondslag: Wet van 9 juli 1970, houdende regelen betreffende algemene volkstellingen (Stb. 1970, 323), art. 9.1
Waardering: B 5
Handeling: Het instemmen met voorschriften ter uitvoering van het Besluit volks- en woningtelling 1971
Periode: 1971–1991
Grondslag: Besluit algemene volks- en woningtelling 1971 (Stb. 1970, 446), art 15.1
Waardering: B 5
Handeling: Het instemmen met het model voor de vragenlijst ter verzameling van gegevens ten behoeve van de algemene woningtelling
Periode: 1956–1991
Grondslag: Besluit van 12 april 1956 tot uitvoering van de art. 2 en 3 van de wet van 12 april 1956 (Stb. 1956, 163), houdende regelen voor een in 1956 te houden algemene woningtelling (Stb. 1956, 163), art. 6 lid 1
Besluit algemene volks- en woningtelling 1971 (Stb. 1970, 446), art 8
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het instemmen met de voorschriften inzake de werkzaamheden ter verzameling van gegevens ten behoeve van de algemene woningtelling
Periode: 1956
Grondslag: Besluit van 12 april 1956 tot uitvoering van de art. 2 en 3 van de wet van 12 april 1956 (Stb. 1956, 163), houdende regelen voor een in 1956 te houden algemene woningtelling (Stb. 1956, 163), art. 6 lid 2
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het instemmen met de voordracht van de Minister van VWS ter benoeming, schorsing en ontslag van de directeur en de onderdirecteur van het SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 3.2
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het instemmen met de Minister van VWS inzake de bepaling van het beleid van het SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 7.2
Waardering: B 1
Handeling: Het instemmen met de overige betrokken ministers over de voordracht van drie niet-ambtelijke leden van het Begeleidingscollege van het SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 8, lid 3c. Koninklijke besluit d.d. 8 maart 1974 tot wijziging van artikel 8 van het Koninklijk besluit van 30 maart 1973.
Opmerking: In 1973 waren er twee niet-ambtelijke leden.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het voordragen van personen ter benoeming tot leden van het Begeleidingscollege SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 8.3a
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het instemmen met de benoeming door de Minister van VWS van een voorzitter van het Begeleidingscollege SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 8.3a
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Handeling: Het in kennis stellen van het SCP omtrent beleidsveronderstellingen en beleidsvoornemens voor de lange termijn.
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 5.3
Waardering: B 1
Handeling: Het toestemmen in het onderzoek van het SCP
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 6
Opmerking: De minister verleent eerst toestemming aan het SCP. Het SCP treedt daarna in overleg met ambtelijk deskundigen ten behoeve van het onderzoek.
Waardering: B 1
Handeling: Het verstrekken van onderzoeksgegevens aan het SCP.
Periode: 1973–
Bron: Mededeling van dhr. R.D. Ramdjielal tijdens het driehoeksoverleg
Waardering: B 5
Handeling: Het verzoeken van het SCP een rapport op te stellen
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 9.3
Produkt: verzoek
Waardering: B 1
Handeling: Het instemmen met de publicatie van een rapport van het SCP dat op verzoek van hem is opgesteld
Periode: 1973–
Grondslag: Koninklijk besluit d.d. 30 maart 1973, art. 9.3
Waardering: B 1
Handeling: Het aanwijzen van een lid van de Commissie Sociaal en Cultureel Beleid
Periode: 1990–
Grondslag: Instellingsbesluit Commissie Sociaal en Cultureel Beleid (Stcrt. 1990, 141), art 6
Waardering: V 5 jaar na ontslag
Actoren waarvan het archief onder de zorg van de vakminister valt
Vakminister
Handeling: Het instellen van commissies ter bestudering van de wetenschappelijke beleidsvoorbereiding
Periode: 1945–
Waardering: B 4
Handeling: Het instemmen met het gebruik van gegevens uit registraties bij instellingen en diensten van het Rijk door het CBS
Periode: 1996–
Grondslag: Wet van 18 april 1996 houdende een instellingsregeling voor het Centraal Bureau en de Centrale commissie voor de statistiek (Stb. 1996, 258), art. 9
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van statistische bescheiden ten behoeve van het CBS
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit van 9 januari 1899 betreffende het Centrale Bureau en de Centrale Commissie voor de Statistiek (Stb. 1899, 43), art. 6
Wet van 18 april 1996, houdende een instellingsregeling voor het Centraal bureau en de Centrale Commissie voor de statistiek (Stb. 1996, 258), art. 9
Waardering: V 5 jaar
vervallen
Handeling: Het instellen van een voorbereidingscommissie voor de instelling van het SCP
Periode: 1972
Grondslag: Besluit Ministerraad
Waardering: B 1
Handeling: Het instemmen met de aanwijzing van de voorzitter en leden van de Voorlopige WRR
Periode: 1972–1976
Grondslag: Besluit van 6 november 1972 (Stb. 590), art. 9.2
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het instemmen met de voorgenomen aanwijzing van buitengewone leden van de Voorlopige WRR
Periode: 1972–1976
Grondslag: Besluit van 6 november 1972 (Stb. 590), art. 11.3
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het instemmen met de voorgenomen benoeming en het ontslag van de voorzitter en de leden van de WRR
Periode: 1976–
Grondslag: Instellingswet W.R.R., art. 3.2
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het instemmen met de voorgenomen benoeming van de adviserende leden van de WRR
Periode: 1976–
Grondslag: Instellingswet W.R.R., art. 6.3
Waardering: V 5 jaar
vervallen
Handeling: Het verrichten van studie en onderzoek op verzoek en ten behoeve van de Voorlopige WRR/WRR
Periode: 1972–
Grondslag: Besluit van 6 november 1972 (Stb. 590), art. 6; Instellingswet W.R.R., art. 10
Waardering: B 5.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)