Vrijstellingsregeling Wft

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 266
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

Adviseurs, die tevens bemiddelaars zijn als bedoeld in het eerste lid, zijn vrijgesteld van de artikelen 4:9, eerste lid, 4:10, eerste lid, en 4:11, tweede en derde lid, van de wet, voorzover zij adviseren over de financiële producten waarin zij bemiddelen.

§ 3.3. Waarborg- en garantiefondsen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:6, derde lid, van de wet

Artikel 51

Beleggingsondernemingen zijn vrijgesteld van de artikelen 85 en 86 van het besluit voorzover zij beleggingsdiensten verlenen aan professionele beleggers.

§ 3.4. Gebruik van het woord ‘bank’

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:7, derde lid, van de wet

Artikel 52

Herverzekeringsbemiddelaars zijn vrijgesteld van de artikelen 4:16, eerste lid, 4:17, eerste lid, en 4:99 van de wet en, indien ten minste een van de feitelijk leidinggevenden van de betreffende herverzekeringsbemiddelaar ten minste drie jaar relevante werkervaring heeft, van de artikelen 5 tot en met 7 van het besluit. Voorzover zij adviseren of bemiddelen zijn herverzekeringsbemiddelaars tevens vrijgesteld van artikel 4:72, onderscheidenlijk 4:73 van de wet.

Hoofdstuk 4. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen

§ 3.5. Regime voor banken aangesloten bij een centrale kredietinstelling

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:111, eerste lid, van de wet

Artikel 53
1.

Het aanbieden van effecten aan het publiek is vrijgesteld van artikel 3, eerste lid, van de prospectusverordening, voorzover het betreft effecten die deel uitmaken van een aanbieding waarbij de totale tegenwaarde van de aanbieding binnen de Europese Economische Ruimte, berekend per categorie en over een periode van twaalf maanden, minder dan € 5 miljoen bedraagt.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt de totale tegenwaarde van de aanbiedingen van in een groep verbonden groepsmaatschappijen opgeteld.

3.

Het eerste lid is slechts van toepassing indien de aanbieder:

  • a. voorafgaand aan de aanbieding van effecten als bedoeld in het eerste lid aan de Autoriteit Financiële Markten de aanbieding meldt onder gelijktijdige verstrekking van de volgende informatie:
  • 1°. de naam en het adres van de uitgevende instelling en de aanbieder indien de uitgevende instelling niet tevens de aanbieder is en de naam, het e-mailadres en het telefoonnummer van de contactpersoon van de uitgevende instelling of aanbieder;
  • 2°. indien van toepassing: het nummer van inschrijving in het handelsregister van de uitgevende instelling en de aanbieder indien de uitgevende instelling niet tevens de aanbieder is;
  • 3°. de datum van oprichting van de uitgevende instelling en de aanbieder indien de uitgevende instelling niet tevens de aanbieder is;
  • 4°. de namen, geboortedata en geboorteplaatsen van de bestuurders van de uitgevende instelling en de aanbieder indien de uitgevende instelling niet tevens de aanbieder is;
  • 5°. de namen van de aandeelhouders van de uitgevende instelling en de aanbieder indien de uitgevende instelling niet tevens de aanbieder is;
  • 6°. de website van de uitgevende instelling en de aanbieder indien de uitgevende instelling niet tevens de aanbieder is aanbieder en, indien van toepassing, de website van de aanbieding;
  • 7°. de maximale omvang van de aanbieding in euro’s;
  • 8°. de aanbiedingsperiode;
  • 9°. de categorie effect;
  • 10°. de besteding van de door beleggers ingelegde gelden;
  • 11°. een kopie van het uittreksel uit het handelsregister van de uitgevende instelling en de aanbieder indien de uitgevende instelling niet tevens de aanbieder is, een kopie van het aanbiedingsdocument en eventueel reclamemateriaal en, voor zover van toepassing, een kopie van de vergunning van een toezichthoudende instantie; en
  • b. voorafgaand aan de aanbieding, bedoeld in het eerste lid, de in bijlage A bedoelde gegevens verstrekt met gebruikmaking van het in die bijlage opgenomen informatiedocument.
4.

Indien een aanbieding niet uitsluitend aan gekwalificeerde beleggers wordt gedaan is het eerste lid slechts van toepassing voor zover de aanbieders in reclame-uitingen en documenten waarin de aanbieding in het vooruitzicht wordt gesteld, vermelden dat ingevolge de wet geen verplichting bestaat tot het algemeen verkrijgbaar stellen van een prospectus dat is goedgekeurd door de Autoriteit Financiële Markten ter zake van de aanbieding en dat op de aanbieding geen toezicht wordt uitgeoefend door de Autoriteit Financiële Markten.

5.

De informatie, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, is evenwichtig en begrijpelijk.

6.

Het derde lid, onderdeel b, en het vijfde lid zijn niet van toepassing op aanbieders van effecten die vallen onder de werking van de verordening essentiële-informatiedocumenten en op beheerders van beleggingsinstellingen die op grond van artikel 4:37l, eerste lid, van de wet, een prospectus aan beleggers dienen te verstrekken.

Artikel 54

Vervallen

Artikel 55

Vervallen

§ 4.1. Werkzaamheden als tussenpersoon bij het aantrekken van opvorderbare gelden van het publiek

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:3, derde lid van de wet

Artikel 56
1.

Van artikel 5:68 van de wet zijn vrijgesteld:

  • b. beleggingsinstellingen of icbe’s waarvan:
  • 1°. het balanstotaal voor minder dan vijftig procent bestaat uit beleggingen, en
  • 2°. minder dan vijftig procent van de totale gerealiseerde opbrengsten gegenereerd wordt uit beleggingen;
  • c. beleggingsinstellingen of icbe’s waarvan alleen rechten van deelneming zijn aangeboden aan bestuurders, leden van de raad van commissarissen of werknemers van die beleggingsinstelling, of aan bestuurders, leden van de raad van commissarissen of werknemers van een met die beleggingsinstelling in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur verbonden rechtspersoon, vennootschap of instelling;
  • d. beleggingsinstellingen of icbe’s waarvan rechten van deelneming worden aangeboden aan minder dan honderdvijftig personen die geen gekwalificeerde belegger zijn; of
  • e. beheerders van beleggingsinstellingen of icbe’s als bedoeld in de onderdelen a tot en met d.
2.

Van artikel 5:68 van de wet zijn vrijgesteld degenen op wie artikel 3:2 van de wet van toepassing is.

§ 4.1. Werkzaamheden als tussenpersoon bij het aantrekken van opvorderbare gelden van het publiek

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:3, derde lid van de wet

Artikel 57

Van artikel 5:86, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld beheerders van beleggingsinstellingen of icbe’s:

  • a. waarvan de rechten van deelneming slechts kunnen worden verworven tegen een tegenwaarde van ten minste € 100.000 per deelnemer;
  • b. waarvan de rechten van deelneming een nominale waarde per recht hebben van ten minste € 100.000;
  • c. die rechten van deelneming aanbieden aan minder dan 150 personen die geen gekwalificeerde belegger zijn;
  • d. die rechten van deelneming uitsluitend aanbieden aan gekwalificeerde beleggers;
  • f. waarvan:
  • 1°. het balanstotaal voor minder dan vijftig procent bestaat uit beleggingen, en
  • 2°. minder dan vijftig procent van de totale gerealiseerde opbrengsten gegenereerd wordt uit beleggingen; of
  • g. waarvan alleen rechten van deelneming zijn aangeboden aan bestuurders, leden van de raad van commissarissen of werknemers van die beleggingsinstelling, of aan bestuurders, leden van de raad van commissarissen of werknemers van een met die beleggingsinstelling in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur verbonden rechtspersoon, vennootschap of instelling.

Hoofdstuk 6. Overgangsbepalingen

§ 4.3. Beleggingsondernemingen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

Artikel 58
1.

Van de artikelen 2:55, eerste lid, 2:60, eerste lid, 2:75, eerste lid, 2:80, eerste lid, 2:86, eerste lid, 2:92, eerste lid en 2:96 van de wet zijn vrijgesteld rechtspersonen als bedoeld in artikel 20, vijfde lid, onderdeel a, van de Vrijstellingsregeling Wfd en, voorzover het artikel 2:80, eerste lid betreft, onderbemiddelaars in krediet als bedoeld in artikel 20, vijfde lid, onderdeel b, van de Vrijstellingsregeling Wfd, die overeenkomstig het eerste lid van dat artikel een vergunning of ontheffing hebben aangevraagd, op welke aanvraag op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet nog niet is beslist.

2.

Het eerste lid is van toepassing totdat de Autoriteit Financiële Markten op de in dat lid bedoelde aanvraag heeft beslist. Artikel 31, tweede tot en met vierde lid, van de Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 5. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële markten

Artikel 59

Vervallen

Artikel 60

De vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 wordt ingetrokken.

Artikel 61

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.

Artikel 62

Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling Wft.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 52a

Een kredietbeheerder is vrijgesteld van artikel 86c van het besluit.

§ 4.2. Kredietunies

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

§ 4.3. Beleggingsondernemingen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

Artikel 56a

Van artikel 5:74, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld bieders voor zover zij een openbaar bod uitbrengen op effecten:

  • a. waar geen rechtstreeks of potentieel stemrecht aan verbonden is, met uitzondering van niet-royeerbare certificaten; of
  • b. die door henzelf zijn uitgegeven.
Artikel 56b

Van artikel 5:79 van de wet zijn vrijgesteld bieders voor zover zij effecten verwerven:

  • a. in regelmatig verkeer op markten in financiële instrumenten;
  • c. ingevolge een openbaar bod waarvan de aanmeldingstermijn geheel of ten dele samenvalt met een openbaar bod dat door een derde wordt uitgebracht op effecten van de doelvennootschap.
Artikel 56c

Van artikel 8, eerste lid van het Besluit openbare biedingen Wft, voor zover het de verplichting betreft tot vermelding in het biedingsbericht van de gegevens bedoeld in bijlage B, paragraaf 1, onderdeel 1, Bijlage C, onderdeel 1 en Bijlage D, onderdeel 1 van dat besluit, zijn vrijgesteld bieders voor zover zij een openbaar bod aankondigen of uitbrengen op rechten van deelneming in een beleggingsinstelling waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald of in een icbe.

§ 4.8. Beleggingsondernemingen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

Hoofdstuk 6. Overgangsbepalingen

§ 4.4. Financiële dienstverleners

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

Hoofdstuk 6. Overgangsbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3a

Van artikel 2:60, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld instellingen als bedoeld in artikel 5b, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, voorzover:

  • c. zij de natuurlijke personen duidelijk en volledig over hun rechten en plichten met betrekking tot de overeenkomst hebben geïnformeerd, desgewenst schriftelijk, alvorens de overeenkomst inzake het krediet aan te gaan.

§ 2.0b. Bedrijf van elektronischgeldinstelling

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:10d van de wet

§ 2.0c. Bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar of schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang

Vrijstelling als bedoeld in de artikelen 2:49b en 2:54.0a van de wet

Artikel 5a
  • a. zij adviseren over krediet dat zij tevens aanbieden of waarin zij tevens bemiddelen ter overbrugging van tijdelijke liquiditeitstekorten aan natuurlijke personen die op het tijdstip van aangaan van de overeenkomst inzake het krediet over geen of onvoldoende inkomen beschikken om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien danwel uitkeringsgerechtigde zijn als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
  • c. zij de natuurlijke personen duidelijk en volledig over hun rechten en plichten met betrekking tot de overeenkomst hebben geïnformeerd, desgewenst schriftelijk, alvorens de overeenkomst inzake het krediet aan te gaan.
2.

Instellingen die zijn vrijgesteld op grond van het eerste lid, zijn tevens vrijgesteld van artikel 2:75, eerste lid, van de wet, voor wat betreft het adviseren over het openen van een betaalrekening of spaarrekening, met inbegrip van de aan een dergelijke rekening verbonden betaal-, spaar-, of elektronischgeldfaciliteiten, ten behoeve van krediet als bedoeld in het eerste lid.

§ 2.2. Aanbieden van krediet

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:64, eerste lid, van de wet

Artikel 6a
  • a. zij bemiddelen in krediet ter overbrugging van tijdelijke liquiditeitstekorten ten behoeve van natuurlijke personen die op het tijdstip van aangaan van de overeenkomst inzake het krediet over geen of onvoldoende inkomen beschikken om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien danwel uitkeringsgerechtigde zijn als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
  • c. zij de natuurlijke personen duidelijk en volledig over hun rechten en plichten met betrekking tot de overeenkomst hebben geïnformeerd, desgewenst schriftelijk, alvorens de overeenkomst inzake het krediet aan te gaan.
2.

Instellingen die zijn vrijgesteld op grond van het eerste lid, zijn tevens vrijgesteld van artikel 2:80, eerste lid, van de wet, voor wat betreft het bemiddelen in het openen van een betaalrekening of spaarrekening, met inbegrip van de aan een dergelijke rekening verbonden betaal-, spaar-, of elektronischgeldfaciliteiten, ten behoeve van krediet als bedoeld in het eerste lid.

3.

Instellingen die zijn vrijgesteld op grond van artikel 3a, zijn tevens vrijgesteld van artikel 2:80, eerste lid, van de wet, voor wat betreft het bemiddelen in het openen van een betaalrekening of spaarrekening, met inbegrip van de aan een dergelijke rekening verbonden betaal-, spaar-, of elektronischgeldfaciliteiten, ten behoeve van krediet als bedoeld in artikel 3a.

§ 2.2. Aanbieden van krediet

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:64, eerste lid, van de wet

Hoofdstuk 3. Vrijstelling van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen

§ 2.4. Adviseren

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:79, eerste lid, van de wet

§ 2.5. Bemiddelen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:85, eerste lid, van de wet

§ 2.8. Verlenen van beleggingsdiensten

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:104, eerste en tweede lid, van de wet

§ 3.1. Beheerders, beleggingsinstellingen, beleggingsondernemingen en bewaarders

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:3 van de wet

Hoofdstuk 4. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen

§ 3.1aa. Herverzekeraars

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:3 van de wet

§ 3.1c. Kredietunies

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:3 van de wet

Artikel 39a

Instellingen als bedoeld in artikel 5b, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn vrijgesteld van het ingevolge het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet bepaalde met betrekking tot het aanbieden van, adviseren over en bemiddelen in krediet, alsmede met betrekking tot het adviseren over of bemiddelen in het openen van een betaalrekening of spaarrekening, met inbegrip van de aan een dergelijke rekening verbonden betaal-, spaar-, of elektronischgeldfaciliteiten, ten behoeve van krediet, voorzover:

  • c. zij de natuurlijke personen duidelijk en volledig over hun rechten en plichten met betrekking tot de overeenkomst hebben geïnformeerd, desgewenst schriftelijk, alvorens de overeenkomst inzake het krediet aan te gaan.

§ 3.2. Aantrekken van opvorderbare gelden van het publiek

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:5, derde lid, van de wet

§ 3.4. Gebruik van het woord ‘bank’

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:7, derde lid, van de wet

§ 3.5. Regime voor banken aangesloten bij een centrale kredietinstelling

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:111, eerste lid, van de wet

Hoofdstuk 4. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen

§ 3.5. Regime voor banken aangesloten bij een centrale kredietinstelling

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:111, eerste lid, van de wet

§ 4.2. Kredietunies

Vrijstelling als bedoeld in artikel 5:5 van de wet

§ 4.3. Beleggingsondernemingen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

§ 4.5. Aanbieders

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 24a

Bewindvoerders, die:

zijn vrijgesteld van artikel 3:5, eerste lid, van de wet voor zover zij opvorderbare gelden aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in Titel III van de Faillissementswet.

§ 2.7. Optreden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:95, eerste lid, van de wet

§ 2.8. Verlenen van beleggingsdiensten

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:104, eerste en tweede lid, van de wet

§ 3.1. Beheerders, beleggingsinstellingen, beleggingsondernemingen en bewaarders

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:3 van de wet

Hoofdstuk 3. Vrijstelling van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen

§ 3.1. Beheerders, beleggingsinstellingen, beleggingsondernemingen en bewaarders

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:3 van de wet

§ 3.1a. Elektronischgeldinstellingen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:3 van de wet

§ 3.1a. Elektronischgeldinstellingen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:3 van de wet

§ 3.1b. Verzekeraars met beperkte risico-omvang

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:3 van de wet

§ 3.1d. Rekeninginformatiediensten

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:5, derde lid, van de wet

§ 3.3. Waarborg- en garantiefondsen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:6, derde lid, van de wet

§ 3.3. Waarborg- en garantiefondsen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:6, derde lid, van de wet

§ 3.5. Regime voor banken aangesloten bij een centrale kredietinstelling

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:111, eerste lid, van de wet

Hoofdstuk 4. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen

§ 3.5. Regime voor banken aangesloten bij een centrale kredietinstelling

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:111, eerste lid, van de wet

§ 4.1. Werkzaamheden als tussenpersoon bij het aantrekken van opvorderbare gelden van het publiek

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:3, derde lid van de wet

§ 4.4. Financiële dienstverleners

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

Hoofdstuk 6. Overgangsbepalingen

§ 4.5. Aanbieders

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

§ 3.1a. Elektronischgeldinstellingen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:3 van de wet

Hoofdstuk 4. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen

§ 3.1aa. Herverzekeraars

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:3 van de wet

§ 3.1c. Kredietunies

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:3 van de wet

§ 3.3. Waarborg- en garantiefondsen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:6, derde lid, van de wet

§ 4.1. Werkzaamheden als tussenpersoon bij het aantrekken van opvorderbare gelden van het publiek

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:3, derde lid van de wet

Hoofdstuk 4. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen

§ 4.2. Kredietunies

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

§ 4.5. Aanbieders

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

Hoofdstuk 6. Overgangsbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 35a
1.

Personen die zijn vrijgesteld op grond van artikel 11 zijn vrijgesteld van hetgeen ingevolge de afdelingen 4.2.1, 4.2.2, 4.2.3 en 4.3.7. van de wet met betrekking tot beleggingsondernemingen is bepaald, met uitzondering van het bepaalde ingevolge:

  • b. artikel 4:9.0a van de wet, met betrekking tot de samenstelling en het functioneren van het bestuur en, indien van toepassing, van het orgaan dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
  • g. artikel 4:19 van de wet en artikel 44 gedelegeerde verordening markten voor financiële instrumenten 2014 inzake organisatorische eisen;
2.

In aanvulling op het eerste lid voldoen personen als bedoeld in artikel 11, derde lid, aan het bepaalde ingevolge artikel 4:9, derde lid, van de wet, en voor zover het betreft de vakbekwaamheid van werknemers en andere personen als bedoeld in artikel 4:9, derde lid, aan artikel 5a van het besluit en de artikelen 2 en 3 van de Regeling vakbekwaamheid werknemers van beleggingsondernemingen Wft.

3.

De artikelen 4:9, tweede lid, 4:11, tweede en derde lid, en 4:15, eerste en tweede lid, van de wet, en de artikelen 6, eerste lid, aanhef en onderdeel a, 28, en 29 van het besluit zijn van overeenkomstige toepassing op personen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, alsmede voor zover het betreft de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, de eindtermen van bijlage 5 van de Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft.

4.

De artikelen 4:11, tweede en derde lid, 4:15, eerste en tweede lid, en 4:83 van de wet en de artikelen 28 en 29 van het besluit zijn van overeenkomstige toepassing op personen als bedoeld in artikel 11, derde lid.

5.

De vrijstelling van het ingevolge afdeling 4.3.7 bepaalde geldt slechts voor zover de beleggingsonderneming:

  • a. met haar cliënt een overeenkomst sluit die:
  • 1°. schriftelijk of anderszins op een duurzame drager wordt vastgelegd;
  • 3°. in ieder geval de aard en reikwijdte van de dienstverlening van de beleggingsonderneming in haar relatie met de betreffende cliënt bevat; en
  • 4°. door de beleggingsonderneming en de betreffende cliënt uiterlijk aan het einde van de dienstverlening wordt ondertekend;
  • b. elke ontvangen order door haar cliënt laat ondertekenen alvorens deze wordt doorgegeven;
  • c. zich onthoudt van het aanbevelen van transacties of het doorgeven van orders in rechten van deelneming met een zodanige frequentie of van een zodanige omvang dat dit gezien de omstandigheden kennelijk slechts strekt tot bevoordeling van de beleggingsonderneming.

§ 3.1b. Verzekeraars met beperkte risico-omvang

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:3 van de wet

§ 3.1d. Rekeninginformatiediensten

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:3, derde lid van de wet

§ 3.3. Waarborg- en garantiefondsen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:6, derde lid, van de wet

§ 3.3. Waarborg- en garantiefondsen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:6, derde lid, van de wet

§ 3.4. Gebruik van het woord ‘bank’

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:7, derde lid, van de wet

Hoofdstuk 5. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële markten

§ 4.2. Kredietunies

Vrijstelling als bedoeld in artikel 5:5 van de wet

§ 4.4. Financiële dienstverleners

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

Hoofdstuk 6. Overgangsbepalingen

§ 4.4. Financiële dienstverleners

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

§ 3.5. Regime voor banken aangesloten bij een centrale kredietinstelling

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:111, eerste lid, van de wet

Hoofdstuk 5. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële markten

§ 4.5. Aanbieders

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

Hoofdstuk 6. Overgangsbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1a
1.

Van artikel 2:3a, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld betaaldienstverleners:

  • a. voor zover zij in Nederland betaaldiensten aanbieden als bedoeld onder 1 tot en met 5 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten;
  • b. waarvan het gemiddelde van het totale bedrag van de betalingstransacties die zij de voorafgaande twaalf maanden hebben verricht, met inbegrip van die van agenten waarvoor zij volledig aansprakelijk zijn, niet hoger is dan € 3.000.000 per maand;
  • c. waarvan geen van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen personen zijn met antecedenten als bedoeld in artikel 6, onderdelen a, b en d, van het Besluit prudentiële regels Wft voor zover deze betrekking hebben op het witwassen van geld, terrorismefinanciering of vermogensmisdrijven of als misdrijf aangemerkte overtredingen van financiële toezichtswetgeving; en
  • d. die de Nederlandsche Bank in kennis hebben gesteld van hun voornemen om de bedoelde betaaldiensten te verlenen.
2.

Het ingevolge artikel 3:29a van de wet en de artikelen 26e tot en met 26h van het Besluit prudentiële regels Wft bepaalde is van overeenkomstige toepassing op betaaldienstverleners als bedoeld in het eerste lid.

3.

Indien een betaaldienstverlener als bedoeld in het eerste lid zijn werkzaamheden niet gedurende de gehele periode van de voorafgaande twaalf maanden heeft verricht, kan voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, worden uitgegaan van een programma van werkzaamheden waarin naar het oordeel van de Nederlandsche Bank een reële begroting van het totale bedrag aan betalingstransacties is opgenomen.

4.

Een betaaldienstverlener als bedoeld in het eerste lid stelt de Nederlandsche Bank in kennis van elke verandering in zijn situatie die relevant is voor het naleven van de in het eerste lid gestelde voorschriften.

§ 2.4. Adviseren

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:79, eerste lid, van de wet

§ 2.5. Bemiddelen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:85, eerste lid, van de wet

§ 2.8. Verlenen van beleggingsdiensten

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:104, eerste en tweede lid, van de wet

Hoofdstuk 3. Vrijstelling van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen

§ 2.6. Herverzekeringsbemiddelen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:91, eerste lid, van de wet

§ 3.2. Aantrekken van opvorderbare gelden van het publiek

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:5, derde lid, van de wet

Hoofdstuk 4. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen

§ 3.2. Aantrekken van opvorderbare gelden van het publiek

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:5, derde lid, van de wet

Hoofdstuk 5. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële markten

§ 4.5. Aanbieders

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1b

Elektronischgeldinstellingen als bedoeld in artikel 1d zijn vrijgesteld van artikel 2:3a, eerste lid, van de wet, voor zover zij betaaldiensten aanbieden als bedoeld onder 1 tot en met 5 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten die verband houden met de uitgifte van elektronisch geld.

§ 2.0a. Bedrijf van bewaarder

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:3h van de wet

Artikel 1c

Van artikel 2:3g, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld entiteiten voorzover zij:

  • a. optreden als bewaarder van beleggingsinstellingen waarvan door de deelnemers gedurende een periode van vijf jaar vanaf het tijdstip waarop de rechten van deelneming voor het eerst zijn verworven geen recht tot inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming kan worden uitgeoefend en de beleggingsinstellingen:
  • 1°. overeenkomstig hun beleggingsbeleid over het algemeen niet beleggen in activa die in bewaring moeten worden gegeven; of
  • 2°. over het algemeen beleggen in uitgevende instellingen en niet-beursgenoteerde uitgevende instellingen om controle als bedoeld in de artikelen 4:37q en 4:37w van de wet in deze instellingen te verkrijgen;
  • b. de taken als bewaarder verrichten in het kader van hun beroeps- of bedrijfsuitoefening; en
  • c. in het kader van de in onderdeel b bedoelde beroeps- of bedrijfsuitoefening verplicht zijn zich in te schrijven in een wettelijk erkend beroepsregister of moeten voldoen aan regelgeving inzake de beroepsmoraal.

§ 2.5. Bemiddelen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:85, eerste lid, van de wet

§ 2.5. Bemiddelen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:85, eerste lid, van de wet

§ 2.8. Verlenen van beleggingsdiensten

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:104, eerste en tweede lid, van de wet

§ 2.3. Aanbieden van rechten van deelneming

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:74 van de wet

Hoofdstuk 3. Vrijstelling van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen

§ 3.1. Beheerders, beleggingsinstellingen, beleggingsondernemingen en bewaarders

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:3 van de wet

§ 2.7. Optreden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:95, eerste lid, van de wet

Artikel 18a
1.

Elektronischgeldinstellingen als bedoeld in artikel 1d zijn vrijgesteld van hetgeen ingevolge het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen, met uitzondering van de artikelen 3:5, 3:6, 3:7, 3:29a, 3:29b, 3:29c, vierde lid, en 3:34 van de wet is bepaald.

2.

De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is slechts van toepassing op voorwaarde dat de elektronischgeldinstelling eenmaal per jaar staten aan de Nederlandse Bank verstrekt overeenkomstig artikel 130, derde lid, onderdeel c, van het Besluit prudentiële regels Wft.

§ 2.8. Verlenen van beleggingsdiensten

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:104, eerste en tweede lid, van de wet

§ 3.4. Gebruik van het woord ‘bank’

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:7, derde lid, van de wet

Hoofdstuk 4. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen

§ 3.5. Regime voor banken aangesloten bij een centrale kredietinstelling

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:111, eerste lid, van de wet

§ 4.7. Bemiddelaars

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

§ 4.7. Bemiddelaars

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

Hoofdstuk 5. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële markten

§ 4.8. Beleggingsondernemingen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

Hoofdstuk 5. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële markten

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3b

Van artikel 2:60, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld:

  • a. betaaldienstverleners die voor het uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener een door de Nederlandsche Bank op grond van artikel 2:3b van de wet verleende vergunning hebben, voorzover zij in Nederland uitsluitend krediet aanbieden in verband met betaaldiensten als bedoeld in de punten 4, 5 en 7 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten mits is voldaan aan de voorwaarden van artikel 40c Besluit prudentiële regels Wft; en
  • b. betaaldienstverleners met zetel in een andere lidstaat die voor het uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning hebben, voorzover zij in Nederland uitsluitend krediet in verband met betaaldiensten als bedoeld in de punten 4, 5, en 7 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten aanbieden vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland mits is voldaan aan de voorwaarden van artikel 16, derde lid, van de richtlijn betaaldiensten.

§ 2.1. Aanbieden van beleggingsobjecten

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid, van de wet

§ 2.5. Bemiddelen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:85, eerste lid, van de wet

§ 2.6. Herverzekeringsbemiddelen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:91, eerste lid, van de wet

Hoofdstuk 3. Vrijstelling van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen

§ 2.5. Bemiddelen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:85, eerste lid, van de wet

§ 2.6. Herverzekeringsbemiddelen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:91, eerste lid, van de wet

§ 3.3. Waarborg- en garantiefondsen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:6, derde lid, van de wet

Hoofdstuk 4. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen

§ 3.1a. Elektronischgeldinstellingen

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:3 van de wet

§ 3.1aa. Herverzekeraars

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:3 van de wet

Hoofdstuk 5. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële markten

§ 4.6. Adviseurs

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

§ 2.0d. Bedrijf van wisselinstelling

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:54k, eerste lid, van de wet

§ 2.3. Aanbieden van rechten van deelneming

Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:74 van de wet

Hoofdstuk 3. Vrijstelling van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen

§ 3.1. Beheerders, beleggingsinstellingen, beleggingsondernemingen en bewaarders

Vrijstelling als bedoeld in artikel 3:3 van de wet

Hoofdstuk 4. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen

Hoofdstuk 5. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële markten

§ 4.4. Financiële dienstverleners

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

§ 4.5. Aanbieders

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

§ 4.6. Adviseurs

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

Hoofdstuk 6. Overgangsbepalingen

§ 4.7. Bemiddelaars

Vrijstelling als bedoeld in artikel 4:7 van de wet

Hoofdstuk 5. Vrijstelling van het Deel Gedragstoezicht financiële markten

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1c*
1.

Van artikel 2:54i, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld ondernemingen die het bedrijf van hotel uitoefenen en die als logiesverstrekkend bedrijf zijn ingeschreven in een door het Bedrijfschap Horeca en Catering bijgehouden register, voor zover het betreft het wisselen van munten of bankbiljetten en het uitbetalen van munten of bankbiljetten op vertoon van een creditcard of tegen inlevering van een of meer cheques, met een tegenwaarde van ten hoogste € 500 per gast per overnachting, voor natuurlijke personen aan wie tevens door het hotel tegen betaling logies wordt verstrekt.

2.

Aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, zijn de volgende voorschriften verbonden:

  • a. reclame-uitingen met betrekking tot de vrijgestelde werkzaamheden zijn slechts toegelaten voorzover het betreft:
  • 1°. het uitstallen van koersenborden die niet vanaf de openbare weg leesbaar zijn;
  • 2°. vermelding in folders en brochures die in hoofdzaak de hoofdactiviteit betreffen;
  • 3°. vermelding, al dan niet met behulp van pictogrammen, in hotelgidsen;
  • 4°. vermelding in het interne communicatiecircuit van het hotel;
  • b. buitenlandse munten en bankbiljetten die worden gebruikt of verworven bij de vrijgestelde werkzaamheden mogen slechts worden betrokken of afgestort bij een financiële onderneming die bevoegd is in Nederland het bedrijf van betaaldienstagent, betaaldienstverlener of bank uit te oefenen dan wel bij een wisselinstelling die beschikt over een vergunning, bedoeld in artikel 2:54i, eerste lid, eerste lid, van de wet, waartoe met de desbetreffende betaaldienstagent, betaaldienstverlener, bank of wisselinstelling een duurzame overeenkomst is gesloten;
  • c. er wordt een administratie bijgehouden waaruit blijkt waar en wanneer buitenlandse munten en bankbiljetten zijn betrokken en afgestort, en waarin van iedere wisseltransactie wordt vastgelegd: de datum, het type transactie, de betrokken valuta’s, de omvang van de transactie, de naam van de cliënt en het kamernummer van de cliënt;
  • d. de onder c bedoelde gegevens blijven tot vijf jaar na het uitvoeren van de transactie bewaard.
Artikel 1d
1.

Van artikel 2:10a, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld elektronischgeldinstellingen met rechtspersoonlijkheid, indien:

  • a. het elektronisch geld in Nederland wordt uitgegeven en de gezamenlijke waarde van de financiële verplichtingen van de onderneming die met de uitgifte van elektronisch geld verband houden, gemiddeld niet hoger is dan € 5.000.000;
  • b. geen van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen personen zijn met antecedenten als bedoeld in artikel 6, onderdeel a, b of d, van het Besluit prudentiële regels Wft, voor zover deze betrekking hebben op het witwassen van geld, terrorismefinanciering of vermogensmisdrijven of als misdrijf aangemerkte overtredingen van financiële toezichtswetgeving;
  • c. de onderneming elektronisch geld slechts uitgeeft via een betaalinstrument of rekening voor elektronisch geld waarop maximaal een bedrag van € 150 tegelijk kan worden opgeslagen; en
  • d. de onderneming de Nederlandsche Bank in kennis heeft gesteld van haar voornemen om elektronisch geld uit te geven.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)