Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Voeding- en productveiligheid vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
– Regeling vervangingscomponenten benzine (Stcrt. 1992, 128)
– Regeling aanwijzing normen elektronische producten (Stcrt. 1992, 164)
– Regeling inzake nadere regels ten aanzien van machines (Stcrt. 1993, 127)
– Regeling houdende nadere regels ten aanzien van persoonlijke beschermingsmiddelen (Stcrt. 1993, 186)
– Regeling persoonlijke beschermingsmiddelen (Stcrt. 1994, 13)
– Regeling pentachloorfenol (Stcrt. 1994, 25)
– Regeling algemene chemische productveiligheid (Stcrt. 1994, 39)
– Regeling houdende Warenwetregeling ontvlambaarheid aërosolen (Stcrt. 1994, 166)
– Regeling motor- en bromfietshelmen (Stcrt. 1994, 230)
– Regeling CE markering speelgoed (Stcrt. 1994, 237)
Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:
– het gelijkstellen van normen of voorschriften met de (Nederlandse) normen inzake producten;
– het aanwijzen van normen;
– het vaststellen van nadere regels inzake indeling van radioactieve nucliden volgens hun radiotoxiteit (Besluit radioactieve stoffen, art. 2 lid 2, art. 7 lid 3 (Stb. 1963, 2233)/ 1963–1969);
– het vaststellen van het biologische affect van de verschillende soorten straling (Besluit radioactieve stoffen, art. 1 lid 2 (Stb. 1963, 233)/ 1963 –1969).
Waardering: B 1
Handeling: Het verlenen, wijzigen of intrekken van vrijstellingen van regels, geldende ingevolge de toepassing van de Warenwet.
Periode: 1965–
Grondslag: Warenwet, 14 lid 4 (Stb. 1965, 793), Warenwet, art.14n lid 1 (Stb. 1988, 358), Warenwet, art. 16 lid 1 (Stb. 1994, 573)
Product:
– Beschikking vrijstelling van bepalingen Jam- en limonade besluit (Stcrt. 1979, 112)
– Regeling vrijstelling aanduidingen op gemengd suikerwerk (Stcrt. 1983, 125)
– Besluit vrijstelling Aanduidingenbesluit waren voor bijzondere voeding – suikerwerk en kauwgum (Stcrt. 1983, 135)
– Besluit vrijstelling aspartaam (Stcrt. 1983, 177)
– Regeling vrijstelling datumaanduiding van enkele dieetwaren (Stcrt. 1984, 229)
– Regeling vrijstelling portieverpakkingen dikvloeibare melkproducten (Stcrt. 1986, 234)
– Beschikking vrijstelling textielartikelen (Stcrt. 1974, 512)
– Regeling vrijstelling Algemeen besluit (Stcrt. 1983, 177)
– Regeling vrijstelling aanduidingen vlees- en vleeswarenbesluit (Stb. 1987, 35)
– Regeling vrijstelling benaming verduurzaamde vruchten (Stcrt. 1987, 73)
– Regeling vrijstelling zuigelingenvoeding (Stcrt. 1987, 136)
– Regeling vrijstelling gebruik vitamine D2 in margarine en halvarine (Stcrt. 1988, 120)
– Regeling vrijstelling gebruik D3 in margarine en halvarine (Stcrt. 1988, 120)
– Regeling vrijstelling garnalenbesluit (Stcrt. 1988, 120)
– Regeling vrijstelling komijnzaad (Stcrt. 1989, 118)
– Regeling vrijstelling wei-eiwitconcentraat in melkproducten (Stcrt. 1989, 166)
– Regeling vrijstelling vlees- en vleeswarenbesluit (Stcrt. 1989, 192)
– Regeling vrijstelling kleurstoffen in tafelzuren (Stcrt. 1989, 214)
– Regeling vrijstelling sulfiet in schaaldieren (Stcrt. 1990, 186)
– Regeling vrijstelling margarinebesluit (Stcrt. 1990, 186)
– Regeling vrijstelling voedingswaarde aanduidingenbesluit (Stcrt. 1991, 190)
– Regeling vrijstelling paraffine in suikerwerk (Stcrt. 1990, 194)
– Regeling vrijstelling aanvullende voedingswaardebeweringen (Stcrt. 1990, 201);
– Regeling vrijstelling polyolen (Stcrt. 1990, 205)
– Regeling vrijstelling kleurstoffen in tafelzuren (Stcrt. 1990, 212)
– Regeling vrijstelling kleurstoffen in brood (Stcrt. 1990, 212)
– Regeling vrijstelling kleurstoffen in vla- en puddingpoeder (Stcrt. 1991, 104)
– Regeling vrijstelling conserveermiddelen in vruchtlimonades (Stcrt. 1991, 166)
– Regeling vrijstelling mosterdbesluit (Stcrt. 1991, 186)
– Regeling vrijstelling glucono-delta-lacton injectie vleeswaren (Stcrt. 1992, 63)
– Regeling vrijstelling inwerkingtreding Besluit verduurzaamde vruchtenproducten (Stcrt. 1992, 102)
– Regeling vrijstelling wasmiddelenbesluit 1976 (Stcrt. 1992, 131)
– Regeling vrijstelling zuiverheidzeisen emulgatoren (Stcrt. 1992, 139)
– Regeling vrijstelling wijnbesluit (Stcrt. 1992, 214)
– Regeling vrijstelling mayonaise- en Slasausbesluit (Stcrt. 1993, 21)
– Regeling vrijstelling doorstralen van verpakkingen en gebruiksartikelen (Stcrt. 1993, 94)
– Regeling vrijstelling anti klontermiddelen in poedersuiker (Stcrt. 1994, 9)
– Regeling vrijstelling vitaminepreparaten (Stcrt. 1994, 61)
– Regeling vrijstelling verduurzaamde vruchtenproducten (Stcrt. 1994, 127)
Opmerking: Bijvoorbeeld vrijstelling regels geldende ingevolge de toepassing van de artikelen 4 tot en met 15 van de Warenwet. De vrijstelling die hierboven wordt genoemd, geldt in principe voor alle houders van een bepaald product. Een ontheffing is een beschikking die slechts geldig is voor degene die de ontheffing verkrijgt.
Waardering: B 1
Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met andere ministers – aanwijzen van toezichthoudende diensten/personen en stellen van nadere regels inzake (de werkwijze van) deze diensten en personen.
Periode: 1945–
Grondslag: Warenwet, art. 18 (Stb. 1935, 793, zoals gewijzigd bij Stb. 1988, 358 en Stb. 1994, 573)
Product:
– Regeling monsterneming (Stcrt. 1921, 87)
– Beschikking van 29 juli 1926 (Stcrt. 1926, 216)
– Besluit uitvoering artikelen 2 en 33 der Warenwet (Stcrt. 1936, 18)
– Vaststelling vergoeding aan gemeenten van kosten voor inning van Warenwetrecht (Stcrt. 1974, 96)
– Instelling Rijkskeuringsdienst van Waren (Stcrt. 1985, 251)
– Besluit gebiedsindeling Keuringsdiensten van Waren (Stcrt. 1986, 251/Stcrt. 1989, 114)
– Regeling specialisatie Rijkskeuringsdienst van Waren (Stcrt. 1989, 9)
– Regeling monsterneming (Stcrt. 1989, 89)
– Regeling van specialisatie Rijkskeuringsdiensten (Stcrt. 1989, 179)
– Beschikking aanwijzing nieuwe deskundigen (Stcrt. 1990, 64)
– Regeling aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Warenwet en Vleeskeuringswet (Stcrt.1990, 180)
– Besluit aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Warenwet en Destructiewet (Stcrt. 1990, 180)
– Regeling houdende vaststelling Warenwet
– Regeling monsterneming (Stcrt. 1992, 86)
– Regeling houdende aanwijzing controlerend orgaan naleving Warenwetbesluit benzine (Stcrt. 1992, 128)
– Beschikking houdende aanwijzing toezichthoudende ambtenaren artikel 25 Warenwet (Stcrt. 1994, 46)
– Regeling gezondheidscontroles van dierlijke oorsprong (derde landen)/(Stcrt. 1994, 245)
– Regeling gezondheidscontroles van dierlijke oorsprong (intraverkeer)/(Stcrt. 1994, 245)
Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit het: het regelen van de taakverdeling van de ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de Warenwet, art. 2, lid 1, sub. 1 (Stb. 1935, 793).
Waardering: B 4: richtlijnen en regelingen
V, 10 jaar: overige neerslag
Handeling: Het aanwijzen van (overheids-) instanties die voor de betrokken ministers Warenwetbeschikkingen afgeven (w.o. vergunningen, ontheffingen, certificaten etc.) en het stellen van (nadere) regels inzake de werkzaamheden van deze instanties.
Grondslag: Warenwet, art. 14b lid 2, 14 lid 3 en 5, art. 14i lid 4, art. 14n lid 2–3, art. 3, art. 7 lid 3 en 5, art. 11 lid 4, art. 14n lid 2–3, art. 16 lid 2–3, art 17 lid 4 (Stb. 1988, 358, zoals gewijzigd bij Stb. 1994, 573); EEG-Verordening inzake de specificiteitcertificering voor landbouwproducten en levensmiddelen (nr. 2082/92) art. 7 lid 4; zie ook Warenwet-AMvB’s bijlage I
Periode: 1945–
Product: o.a.:
– Warenwetregeling aanwijzing normalisatie- en keuringsinstituten producten (Stcrt. 1992, 164)
– Beschikking houdende aanwijzing TNO-certificatie voor verkeershelmen (Stcrt. 1993, 77)
– Beschikking houdende aanwijzing TNO-certificatie reddings- en zwemvesten (Stcrt. 1993, 121)
– Beschikking houdende aanwijzing keuringsinstantie (Stcrt. 1994, 137)
– Beschikking aanwijzing instantie onderzoek veiligheid kinderspeelgoed (Stcrt. 1994, 203)
Opmerking: Het stellen van (nadere) regels m.b.t. de manier waarop aangewezen instanties hun werkzaamheden verrichten kan een activiteit vormen, onder de andere handelingen in het hoofdstuk Wet- en regelgeving Warenwet in het RIO. Deel van deze handeling maakt uit:
– het stellen van regels inzake de wijze van betaling van gelden ter bestrijding van de kosten van de keuring van waren, niet zijnde eet- of drinkwaren, die bij aanwending schadelijk kunnen zijn voor veiligheid of gezondheid;
– het stellen van (nadere) regels aan overheidsinstanties die de door de minister overgedragen bevoegdheid uitoefenen inzake het verlenen van ontheffingen van regels gesteld in de Warenwet (Warenwet (Stb. 1994, 573), art. 16, lid 2);
– het stellen van regels inzake de betaling voor het verlenen van ontheffingen van regels gesteld in de Warenwet;
– het aanwijzen van normalisatie en keuringsinstellingen inzake keuringen van waren, niet zijnde eet- of drinkwaren, die bij aanwending schadelijk kunnen zijn voor veiligheid of gezondheid;
– het aanwijzen van instanties die EG-type-onderzoeksverklaringen voor beschermingsmiddelen afgeven zoals bedoeld in artikel 10 van de Richtlijn 89/686/EEG (Besluit beschermingsmiddelen, art. 5, lid 2, sub 3 (Stb. 1992, 376));
– het aanwijzen van een instantie die de registratieaanvraag voor een specificiteitcertificaat behandelt;
– het aanwijzen van een instantie die een bewijs van oorsprong afgeeft inzake wijn;
– het aanwijzen van instanties die certificaten afgeven inzake voor de uitvoer bestemde garnalen die voldoen aan bepalingen zoals die staan in de Recommended Code of Practice for Shrimps and Prawns (Recommended Code of Practice for Shrimps and Prawns is uitgegeven door de FAO/WHO en bevat onder andere regels ter identificatie van garnalen);
– het aanwijzen van instanties die bedrijfscontrolesystemen erkennen;
– het aanwijzen van instanties die technische constructiedossiers registreren en die EG-type- onderzoeksverklaringen afgeven zoals bedoeld in Bijlage VI van de Richtlijn 89/368/EEG.
Waardering: B 4: richtlijnen en regelingen
V, 10 jaar: overige neerslag
Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen inzake methoden van onderzoek met betrekking tot waren.
Periode: 1992–
Grondslag: Zie bijlage I inzake Warenwet-AMvB’s in het RIO.
Product:
– Regeling onderzoeksmethoden textielartikelen (Stcrt. 1974, 244)
– Beschikking onderzoeksmethoden aërosolen (Stcrt. 1978, 88)
– Regeling onderzoeksmethoden meel (Stcrt. 1986, 65)
– Regeling onderzoeksmethoden draagbaar klimmaterieel (Stcrt. 1986, 161)
– Regeling onderzoeksmethoden brood (Stcrt. 1986, 161)
– Regeling onderzoeksmethoden speelgoed (Stcrt. 1986, 225)
– Regeling onderzoeksmethoden melkeiwitten (Stcrt. 1988, 174)
– Regeling onderzoeksmethoden nicotine- en teergehalte in sigaretten (Stcrt. 1989, 56)
– Regeling onderzoeksmethoden kinderwaren (Stcrt. 1991, 106)
– Regeling onderzoeks- en meetmethoden benzine (Stcrt. 1992, 128)
– Regeling onderzoeksmethoden brandveiligheid nachtkleding (Stcrt. 1993, 62)
– Regeling onderzoeksmethode voedingsvezelgehalte (Stcrt. 1993, 189)
– Regeling onderzoeksmethoden kinderwaren (Stcrt. 1995, 119)
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van beoordelingsnormen, beleidsregels en wetsinterpreterende regels inzake voedings- en productveiligheid
Periode: 1945–
Product: Circulaire inzake de uitvoering van het Bijzonder vetbesluit (Stb. 1919, 581) Circulaire inzake de uitvoering van het Bijzonder vetbesluit (1926)
Opmerking: Deze regels worden veelal bekend gemaakt in circulaires.
Waardering: B 1
Verordeningen & besluiten bedrijfsorganisaties/productschappen
Handeling: Het goedkeuren van door bedrijfsorganisaties opgestelde verordeningen en daarop gebaseerde besluiten en andere voorschriften voor zover deze betrekking hebben op waren.
Periode: 1965–
Grondslag: Warenwet, art. 22 lid 1 (Stb. 1965, 368, zoals gewijzigd bij Stb. 1994, 573)
Opmerking: De verordening behoeft de goedkeuring van de ministers die het mede aangaat (Warenwet, Stb. 1965, 368)
Waardering: V, 5 jaar na intrekken verordening
Gemeentelijke verordeningen en besluiten
Handeling: Het toestaan dat gemeenteraden, in het belang van de volksgezondheid, eisen stellen waaraan een bepaald waar moet voldoen.
Periode: 1965–1988
Grondslag: Warenwet, art.16 lid 2 (Stb. 1935, 793, zoals gewijzigd bij Stb. 1965, 368)
Waardering: V, 5 jaar na beëindiging gemeentelijke eisen
Handeling: Het behandelen van een beroep inzake het al dan niet goedkeuren van verordeningen, instructies en besluiten van gemeenten door Gedeputeerde Staten inzake de keuring en de wering van waren.
Periode: 1945–1988
Grondslag: Warenwet, art. 7 (Stb. 1935, 793)
Waardering: V, 10 jaar na uitspraak
Handeling: Het goedkeuren/opstellen van verordeningen, instructies en besluiten van gemeenten inzake de keuring en de wering van waren.
Periode: 1945–1988
Grondslag: Warenwet, art. 8–9 en 9 lid 3 (Stb. 1935, 793)
Opmerking: Indien de verordeningen betrekkingen hebben op een gebied dat in meer dan een provincie is gelegen wordt de verordening door de minister goedgekeurd. Indien een verordening, in het geval van een beroep, is afgekeurd, dient de nieuwe verordening door de minister goedgekeurd te worden. De inspecteur van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid wordt daarbij gehoord. Als een gemeenteraad weigerachtig is een verordening/instructie te wijzigen kan de minister deze zelf opstellen. De minister verricht deze handeling indien de verordening/de instructie betrekking heeft op een gebied dat is gelegen in meer dan een provincie.
Waardering: V, 5 jaar na beëindiging besluit, instructie etc.
Handeling: Het behandelen van een beroep inzake het voorschrijven van een bepaalde voorziening, door gedeputeerde staten, met betrekking tot de keuring van waren.
Periode: 1945–1988
Grondslag: Warenwet, art. 11 lid 2 (Stb. 1935, 793)
Waardering: V, 10 jaar na uitspraak
Handeling: Het voorschrijven van bepaalde voorzieningen – waaronder het wijzigen van verordeningen en instructies – inzake de keuring van waren.
Periode: 1945–1988
Grondslag: Warenwet, art. 11 lid 1 (Stb. 1935, 793)
Opmerking: Deze handeling wordt verricht indien de keuring van waren niet voldoende is in een gemeente. Het gaat hier niet om fysieke voorzieningen. De voorzieningen liggen eerder op het regulatieve vlak, in de zin van extra verordeningen, benoemingen van extra personeel, opdrachten tot de aanschaf van materiaal.
Waardering: V, 5 jaar na buitenwerking treden voorziening
Handeling: Het erkennen van instellingen die toestellen en installaties voor elektrische bedwelming testen.
Periode: 1957–
Grondslag: Beschikking, art. 3 (Stcrt. 1957, 105)
Waardering: V, 5 jaar na afloop erkenning
Handeling: Het goedkeuren van type toestellen en installaties voor elektrische bedwelming.
Periode: 1957–
Grondslag: Beschikking van 10 december 1954, 18395, art. 3 (Stcrt. 1954, 242)
Waardering: V, 10 jaar na afloop geldigheid goedkeuring
Handeling: Het maken van bezwaar indien andere dan internationale organen of nationale overheidsorganen inlichtingen uit het register inzake radioactieve stoffen krijgen.
Periode: 1969–2002
Grondslag: Besluit registratie radioactieve stoffen en kosten keuringsdiensten Kernenergiewet, art. 2 lid 5 (Stb. 1969, 472)
Waardering: V, 2 jaar na uitspraak
Handeling: Het jaarlijks registreren van verslagen inzake de handelingen en bevindingen van Colleges van B&W met betrekking tot de uitoefening van hun taken inzake het registreren voor invoer, aflevering of bereiding van radioactieve stoffen.
Periode: 1969–2002
Grondslag: Besluit registratie radioactieve stoffen en kosten keuringsdiensten Kernenergiewet, art. 13 (Stb. 1969, 472)
Waardering: B 3 (verslagen zelf)
V, 5 jaar: overige neerslag
Handeling: Het in overeenstemming met de Minister van Landbouw vaststellen van nadere regels wat betreft de invoer van voedingswaren uit derde landen
Periode: 1993–
Grondslag: Warenwetbesluit invoer levensmiddelen uit derde landen, art. 4 (Stb.1993, 698)
Opmerking: Ter uitvoering van de richtlijnen 97/78/EG; 92/118/EEG
Waardering: B 1
Handeling: Het gezamenlijk met de Ministers van Landbouw en Economische Zaken vaststellen van nadere eisen voor de aanduiding, samenstelling en zuiverheid van ingrediënten en van in brood toe te laten hoeveelheden
Periode: 1985–
Grondslag: Broodbesluit Warenwet 1985, artt. 4.2, 4.6 (Stb.1985, 758)
Waardering: B 1
Handeling: Het gezamenlijk met de Ministers van Landbouw en Economische Zaken besluiten tot het toelaten van hulpstoffen in brood
Periode: 1985–
Grondslag: Broodbesluit Warenwet 1985, art. 85 (Stb.1985, 758)
Waardering: B 1
Handeling: Het gezamenlijk met de Ministers van Landbouw en Economische Zaken vaststellen van symbolen voor verpakkingen van eet- of drinkwaren
Periode: 1980–
Grondslag: Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit (Warenwet), art. 3 lid 1a (Stb.1979, 558)
Waardering: B 1
Handeling: Het gezamenlijk met de Ministers van Landbouw en Economische Zaken stellen van eisen voor verpakkingen en gebruiksartikelen van eet- of drinkwaar
Periode: 1980–
Grondslag: Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit (Warenwet), art. 2 lid 1a (Stb.1979, 558)
Opmerking: Het gaat om eisen met betrekking tot het te gebruiken materiaal en om het stellen van regels met betrekking tot de stoffen waarvan dat materiaal is gemaakt
Waardering: B 1
Handeling: Het onderling met de Minister van Landbouw overeenstemmen inzake de benoeming van de voorzitter uit de leden van de Voorlopige Commissie Veiligheid Nieuwe Voedingsmiddelen
Periode: 1995–1997
Grondslag: Warenwetregeling Toelating nieuwe Voedingsmiddelen, art. 6 lid 4 (Stcrt.1995, 139)
Opmerking: De Voorlopige Commissie Veiligheid Nieuwe Voedingsmiddelen is een onderdeel van de Voedingsraad.
Waardering: V, 10 jaar na ontslag
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Handeling: Het met de Ministers van Landbouw en Economische Zaken overeenstemmen inzake het stellen van nadere regels op het gebied van voeding
Periode: 1979–
Grondslag:
– Warenwetbesluit aroma’s, art. 13 lid 1 (Stb. 1992, 95)
– Warenwetbesluit bereiding en behandeling van levensmiddelen, art. 3 lid 3-4, art. 12 lid 3, artt. 13, 15 lid 5, art. 18 lid 2 (Stb.1992, 678)
– Warenwetbesluit eieren, art. 4 (Stb.1996, 476)
– Eiwitproductenbesluit Warenwet, artt. 3 lid 2 en 4 lid 2 (Stb.1988, 339)
– Warenwetbesluit etikettering van levensmiddelen, art. 31 (Stb.1992, 14)
– Besluit geconserveerde groenten, art. 5 (Stb. 1979, 219)
– Warenwetbesluit gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (intraverkeer), art. 4 (Stb. 1994, 872)
– Warenwetbesluit produkten voor bijzondere voeding, art. 12 lid 2 (niet met EZ) (Stb. 1992, 222)
– Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit Warenwet, art. 5 lid 1 (Stb.1979, 558)
– Warenwetbesluit Visserijproducten, art. 3 lid 2, artt. 4, 5, 6 lid 2 (niet met EZ) (Stb. 1995, 46)
– Vlees- en vleeswarenbesluit Warenwet 1987, art. 10 lid 2 (niet EZ) (Stb.1987, 242)
– Warenwetbesluit zuivel, art. 3 lid 4, art. 12a lid 3 (Stb 1994, 813)
Product:
– Warenwetregeling eieren (Stcrt.1996, 243)
– Regeling inwerkingtreding Eiwitproductenbesluit Warenwet (Stcrt.1992, 94)
– Regeling sojaeiwitprodukten Warenwet (Stcrt.1992, 94)
– Regeling Tarwe-eiwitprodukten Warenwet (Stcrt.1992, 94)
– Schimmeleiwitproducten- Regeling Warenwet (Stcrt.1993, 2)
– Warenwetregeling Gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (intraverkeer) (Stcrt.1994, 245)
– Warenwetregeling visserijproducten en tweekleppige weekdieren (Stcrt.1995, 29)
Opmerking: De regels worden door de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, opgesteld met betrekking tot het gebruik van aroma’s, de behandeling van levensmiddelen, verhandelen, verwerken, verpakken, bewaren en vervoeren van eieren (zonder EZ), kleur, geur etc deugdelijkheid van eiwitten
Waardering: B 1
Handeling: Het met de Ministers van Economische Zaken en van Landbouw overeenstemmen inzake vast te stellen methoden van onderzoek
Periode: 1979–
Grondslag :
– Broodbesluit Warenwet 1985, art. 24 (Stb.1985, 758)
– Warenwetbesluit doorstraalde waren, art. 11 lid 1 (Stb.1997, 20)
– Warenwetbesluit Frisdranken, art. 7 lid 2 (Stb.1995, 425)
– Meelbesluit Warenwet, art. 19 (Stb.1985, 757)
– Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit (Warenwet), art 5 lid 2 (Stb.1979, 558)
Product: Regeling Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit (Warenwet) Stcrt.1980, 18 + bijlagen
Opmerking: De methoden van onderzoek worden vastgesteld door de Minister van Volksgezondheid
Bij het Warenwetbesluit Frisdranken is EZ niet betrokken.
Waardering: B 1
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Landbouw inzake het stellen van regels ter uitvoering van
c. een bindende EEG-regeling
Periode: 1994–
Grondslag: Warenwetbesluit Invoer levensmiddelen uit derde landen, art. 4 (Stb.1993, 698)
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen van het vetgehalte van andere gestandaardiseerde melk dan gestandaardiseerde halfvolle melk
Periode: 1975–
Grondslag: Beschikking Melkstandaardisatie 1975, art. 3 lid 1 (Stcrt. 1975, 97)
Opmerking: Deze handeling wordt verricht in overleg met de minister onder wie Landbouw ressorteert.
Waardering: B 1
Handeling: Het overeenstemmen met de Ministers van Economische Zaken en van Landbouw inzake de vervanging van de aanduidingen ‘produkt met x% vlees’ met andere aanduidingen
Periode: 1987–
Grondslag: Vlees- en Vleeswarenbesluit (Warenwet) 1987, art. 7 lid 3 (Stb.1987, 242)
Waardering: B 1
Vleeskeuringswet
Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van Vleeskeuringswet
Periode: 1945–
Product: Vleeskeuringswet (Stb. 1919, 524)
Waardering: B 1
Handeling: Het – in overeenstemming met de ministers die het mede aangaat – voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van AMvB’s betreffende vlees en vleeswaren voor zover deze voortkomen uit de Vleeskeuringswet
Periode: 1945–
Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 1 lid 2, art. 2 lid 2, art. 5 lid 2, art. 18, lid 1–3 art. 19 en 19 onder a, art. 20 lid 2, art. 25, art. 27 lid 2, art. 28, art. 30, art. 30a, c–d (Stb. 1919, 524)
Product:
– Besluit uitvoering artikel 18 en 25 Vleeskeuringswet (Stb. 1920, 285)
– Besluit opleiding keurmeester vee en vlees (Stb. 1920, 314)
– Besluit betreffende het verlenen van rentedragende voorschotten aan gemeenten (Stb. 1921, 637)
– Besluit tot uitvoering van artikel 19 (Stb. 1921, 754)
– Besluit algemene voorwaarden gesteld bij de invoer van vlees (Stb. 1922, 225)
– Besluit tot uitvoering van artikel 2, lid 2, onder a (Stb. 1922, 379)
– Besluit algemene voorwaarden gesteld bij de invoer van vleeswaren (Stb. 1922, 395)
– Besluit voorschriften voor het verwerken van vlees tot vleeswaren (Stb. 1924, 448)
– Besluit eisen (Stb. 1926, 233)
– Besluit tot vernietiging raadsbesluit benoeming van W. Graafsma tot hoofd van de vleeskeuringsdienst (Stb. 1955, 79)
– Besluit vleeskeuring (Stb. 1957, 29)
– Besluit wat niet onder vleeswaren moet worden verstaan (Stb. 1957, 513)
– Besluit tot uitvoering van artikel 2, lid 2, van de Vleeskeuringswet (Stb. 1958, 92)
– Besluit eisen (Stb. 1960, 71)
– Besluit invoer vlees uit het buitenland (Stb. 1965, 345)
– Besluit toepassing op buffels en rendieren (Stb. 1974, 423)
– Besluit aanwijzing ambtenaren belast met keuring (Stb. 1976, 330)
– Besluit vergoeding kosten vleeskeuringdiensten (Stb. 1979, 629)
– Besluit voorwaarden voor vlees verzonden uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Gemeenschap (Stb. 1985, 174);
– Besluit invoer van vleesproducten en vleesbereiding uit andere lidstaten van de EEG (Stb. 1985, 175)
– Besluit bijzondere slachtplaatsen (Stb. 1985, 421)
– Besluit invoer van vleesproducten uit derde landen (Stb. 1991, 557)
– Besluit betreffende de productie van en de handel in vleesproducten (Stb. 1994, 11)
– Besluit betreffende de productie van en de handel in vers vlees (Stb. 1994, 12)
– Besluit productie en handel vlees van vrij wild (Stb. 1994, 563)
– Besluit aanwijzing ambtenaren als bedoeld in artikel 27, lid 1 van de Vleeskeuringswet (Stb. 1995, 551)
Waardering: B 1
Handeling: Het – in overeenstemming met de ministers die het mede aangaat – vaststellen wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen inzake de veiligheid van vlees en vleeswaren ter bescherming van de volksgezondheid.
Periode: 1945–
Grondslag: Zie AMvB’s Vleeskeuringswet Bijlage I
Product:
– Voorwaarden bij de overbrenging van ingevoerd nog te keuren vlees naar een eerste kantoor (Stcrt. 1922, 103)
– Voorschriften omtrent verpakking, bewaring, vervoer en merking van door afkoeling verduurzaamd vlees (Stcrt. 1922, 104)
– Beschikking vaststelling van stempelwerk voor niet door afkoeling verduurzaamd vlees (Stcrt. 1922, 136)
– Beschikking betreffende de invoer van monsters vleeswaren (Stcrt. 1929, 143)
– Beschikking betreffende de keuring van per post ingevoerde vleeswaren (Stcrt. 1930, 2)
– Beschikking ontheffing van het verbod van invoer van darmen bestemd voor uitvoer (Stcrt. 1947, 66)
– Beschikking aanwijzing van inrichtingen, waarvan het diploma wordt geëist voor toelating tot een cursus voor opleiding tot keurmeester van vee en vlees (Stcrt. 1949, 64)
– Beschikking invoer van afgekeurde levers voor farmaceutische doeleinden (Stcrt. 1949, 85)
– Beschikking vaststelling van een leerplan (Stcrt. 1952, 18)
– Besluit aanwijzing ambtenaren belast met de keuring (Stcrt. 1952, 218)
– Beschikking van 10 december 1954, nr. 18395 (Stcrt. 1954, 242)
– Regeling onderzoeksregulatief (Stcrt. 1957, 23, 55)
– Besluit vaststelling van de vergoeding voor de kosten der keuring in het algemene (Stcrt. 1957, 34)
– Beschikking (Stcrt. 1957, 105)
– Vaststelling vergoeding voor de kosten der kosten der keuring in het algemeen (Stcrt. 1957, 164)
– Besluit houdend vaststelling van het rijksinvoerkeurloon van vlees (Stcrt. 1957, 164)
– Besluit inzake regelen voor de keuring van gesmolten vetten, afkomstig van slachtdieren (Stcrt. 1957, 167)
– Beschikking merken (Stcrt. 1957, 222)
– Regeling voorschriften inzake elektrische bedwelming van slachtdieren (Stcrt. 1957, 253)
– Voorschriften keuring toestellen en installaties met wisselstroom van 50 Hertz en aanwijzing van deskundige bureaus voor controle van installaties (Stcrt. 1958, 33)
- Voorschriften voor het vervoer, de aflevering en de behandeling van voorwaardelijk goedgekeurd vlees (Stcrt. 1958, 5)
– Voorschriften ten aanzien van slachtdieren en vlees (Stcrt. 1958, 19)
– Beschikking slachtdieren en vlees bestemd voor wetenschappelijk onderzoek (Stcrt. 1958, 19)
– Regeling andere bouwtechnische eisen (Stcrt. 1960, 154)
– Nadere voorschriften ten aanzien van hetgeen in vleeswinkels aanwezig mag zijn (Stcrt. 1961, 155)
– Regeling nadere voorschriften ten aanzien van het vervoer van vlees (Stcrt. 1961, 121);
– Regeling verkoop van uit het buitenland ingevoerd geslacht pluimvee in vleeswinkels (Stcrt.1962, 226)
– Beschikking merking van vleeswaren bij invoer uit het buitenland (Stcrt. 1964, 25)
– Voorwaarden bij overbrenging van uit lidstaten van de EEG ingevoerde vlees naar een eerste kantoor (Stcrt.1966, 210)
– Nadere voorschriften voor de invoer van vlees uit de lidstaten van de EEG (Stcrt. 1966, 226)
– Besluit houdende vaststelling van rijksinvoerkeurloon voor vlees (Stcrt. 1966, 226)
– Bijzondere voorwaarden bij overbrenging van ingevoerd nog te keuren vlees en vleeswaren naar een eerste kantoor (Stcrt. 1968, 82)
– Besluit houdende vaststelling van het rijksinvoerkeurloon voor vlees en vleeswaren (Stcrt. 1968, 47)
– Rijksinvoerkeurloon voor bevroren darmen, organen voor bereiding van farmaceutische producten en vleeswaren (Stcrt. 1968, 47)
– Beschikking invoer van ortherapeutische doeleinden bestemde organen of delen van slachtdieren uit België of Luxemburg (Stcrt. 1970, 85)
– Regeling vaststelling van de keuringsstaten (Stcrt. 1972, 244)
– Aanwijzing gedroogde bloedcellen als verduurzaamd vlees (Stcrt. 1976, 74)
– Invoer organen bestemd voor de bereiding van orgaanpreparaten (Stcrt. 1976, 95)
– Regeling nadere bouwtechnische voorschriften op grond van het Eisenbesluit (Stcrt. 1977, 25)
– Regeling bekleding van wanden (Stcrt. 1977, 28)
– Regeling nadere voorschriften t.a.v. luchtoverdruk en luchtcirculatie als bedoeld in artikel 1 van het Eisenbesluit (Stcrt. 1977, 28)
– Regeling keuringsregulatief (Stcrt. 1978, 201)
– Regeling vaststelling modellen (Stcrt. 1979, 251)
– Invoer vlees (art. 4 van het KB. Stb. 225/1922) (Stb. 1980, 222)
– Invoer van vlees uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Gemeenschap (Stcrt. 1981, 137, 189)
– Regeling eisen verpakking voorverpakt vlees (Stcrt. 1981, 155)
– Regeling aanwijzing gemeenten waarheen voorwaardelijk goedgekeurd vlees mag worden vervoerd (Stcrt. 1981, 198)
– Regeling invoer- en afleveringsverbod stoffen met hormonale en thyreostatische werking (Stcrt. 1981, 221)
– Regeling aanwijzing ambtenaren (Stcrt. 1984, 124)
– Besluit aanwijzing ambtenaren (Stcrt. 1984, 125)
– Invoer vleesproducten uit lidstaten van de EG (Stcrt. 1985, 116)
– Besluit verbod stoffen, niet eigen aan vlees, in te voeren stoffen (Stcrt. 1986, 159)
– Aanwijzing eerste kantoor voor keuring van vlees en/of vleeswaren, gesmolten vetten afkomstig van slachtdieren, gedroogd vlees, bloedplasmapoeder en gedroogde bloedcellen en aanwijzing percelen van keuring (Stcrt. 1986, 177)
– Regeling opslag en vervoer voorwaardelijk goedgekeurd vlees (Stcrt. 1987, 31, 90, 147)
– Regeling vlees goedgekeurd onder voorwaarde van sterilisatie (Stcrt. 1987, 79)
– Regeling gezondheidsverklaring voor personen werkzaam in de vleesindustrie (Stcrt. 1987, 198)
– Besluit tarieven vlees en vleesproducten (Stcrt. 1993, 99)
– Regeling invoer van vleeswaren uit lidstaten en derde landen (Stcrt. 1993, 121)
– Regeling aanwijzing personen die kunnen worden belast met de controle van veterinaire documenten voor vlees en vleesproducten verzonden uit derde landen (Stcrt. 1993, 76)
– Besluit aanwijzing autoriteit belast met het in kennis stellen van de Europese Commissie van onregelmatigheden bij de invoer uit derde landen van vlees en vleesproducten (Stcrt. 1993, 80)
– Regeling kalverlebmagen afkomstig uit andere lidstaten van de EG en uit derde landen bestemd voor de bereiding van stremsel (Stcrt. 1993, 81)
– Regeling identificatie en registratie slachtdieren (Stcrt. 1993, 87)
– Regeling nadere voorwaarden voor vlees uit lidstaten van de EG (Stcrt. 1993, 146)
– Regeling nadere voorwaarden voor vleesproducten en vleesbereidingen verzonden uit lidstaten van de EG (Stcrt. 1993, 146)
– Regeling vlees uit andere lidstaten van de EG en uit derde landen, bestemd voor ander gebruik dan menselijke consumptie (Stcrt. 1993, 183)
– Beschikking merken 1994 (Stcrt. 1994, 10)
– Besluit toepassing productie en in handel brengen vers vlees (Stcrt. 1994, 10)
– Regeling aanwijzing inspectieposten aan de grens (Stcrt. 1994, 23)
– Regeling vervoer niet volledig gekoeld varkensvlees (Stcrt. 1994, 39)
– Regeling voorwaarden waaronder wordt verstaan dat rund- en varkensvlees wordt uitgesneden (Stcrt.1994, 39)
– Regeling inzake de invoer van vlees, bestemd voor ander gebruik dan menselijke consumptie (Stcrt. 1994, 127)
– Regeling houdende vaststelling formulier speciale noodslachtingen (Stcrt. 1994, 200)
– Regeling nadere voorwaarden voor vlees uit andere lidstaten (Stcrt. 1994, 209)
– Regeling aanwijzing van bedrijven voor het verwerken, het opslaan, het drogen of het sorteren van vlees niet bestemd voor menselijk consumptie (Stcrt. 1994, 231)
– Regeling invoer vlees bestemd voor ander gebruik dan menselijke consumptie (Stcrt. 1994, 239)
– Regeling nadere voorwaarden inzake vlees uit andere lidstaten (Stcrt. 1995, 77)
– Regeling nadere voorwaarden inzake vleesproducten, vleesbereiding en bepaalde andere producten van dierlijke oorsprong uit andere lidstaten (Stcrt. 1995, 77)
Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:
– het aanwijzen van onderscheidings- en herkenningstekens voor daarbij aangewezen categorieën van ter slachting aangeboden slachtdieren. (Vleeskeuringbesluit, art. 17a, lid 1 (Stb. 1957, 29), Besluit betreffende de productie van ven de handel in vers vlees, art. 10, lid 4 (Stb. 1994, 12));
– het stellen van nadere regels met betrekking tot kennisgevingen inzake vlees en vleeswaren;
– het aanwijzen van eerste kantoren, inspectieposten en douane entreedepot alwaar de Rijkskeurmeester (eventueel) vlees controleert.
Waardering: B 1
Handeling: Het aanwijzen van landen van waaruit (geen) vlees mag worden ingevoerd.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit invoer vleeswaren, art. 2 (Stb. 1922, 395)
Product: o.a.:
– Besluit invoer van vleeswaren uit lidstaten en derde landen (Stcrt. 1921, 121)
– Beschikking landen, waaruit vleeswaren mogen worden ingevoerd (Stcrt. 1957, 164)
– Beschikking invoer van vlees uit o.a.: Argentinië (Stcrt. 1985, 218), Australië (Stcrt. 1985, 233), Uruguay (Stcrt. 1985, 233), Zwitserland (Stcrt. 1986, 220)
Waardering: B 1
Handeling: Het toelaten van ambtenaren die (her-)keuringen van vlees verrichten en het stellen van nadere regels inzake de werkzaamheden van deze ambtenaren en diensten.
Periode: 1957–
Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 20 onder a (Stb. 1919, 524), Vleeskeuringbesluit, art. 51, lid 1, art. 2 (Stb. 1957, 29), Regeling Keuringsdienst 1984 (Stcrt. 1984, 125)
Product:
– Besluit aanwijzing ambtenaren vleeskeuring (Stcrt. 1984, 125)
– Regeling keuringsdienst 1984 (Stcrt. 1984, 125)
– Regeling tot aanwijzing RVV-ambtenaren (Stcrt. 1989, 3)
– Regeling kringindeling RVV 1995 (Stcrt. 1995, 164)
Opmerking: in plaats van ‘toelaten’ kan ook ‘aanwijzen’ en in plaats van ‘ambtenaren’ kan ook ‘diensten’ worden gelezen.
Waardering: B 4: richtlijnen en regelingen
V, 10 jaar: overige neerslag
Handeling: Het toelaten van ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de Vleeskeuringswet en het stellen van nadere regels inzake de werkwijze van de diensten en ambtenaren.
Periode: 1945–
Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 31 (Stb. 1919, 524)
Product:
– KB houdende aanwijzing van ambtenaren als bedoeld in artikel 27, lid 1, van de Vleeskeuringswet (Stcrt. 1952, 218)
– Aanwijzing opsporingsambtenaren Vleeskeuringswet en Destructiewet (Stcrt. 1992, 242)
– Besluit werkzaamheden hoofdinspecteur Veterinaire Inspectie (Stcrt. 1993, 34).
– Regeling aanwijzing ambtenaren belast met toezicht op naleving Vleeskeuringswet (Stcrt. 139)
– Besluit houdende aanwijzing van ambtenaren als bedoeld in artikel 27, lid 1, van de Vleeskeuringswet (Stb. 1995, 551)
Opmerking: deze handeling geschiedt eventueel in overeenstemming met andere ministers.
In plaats van ‘toelaten’ kan ook ‘aanwijzen’ en in plaats van ‘ambtenaren’ kan ook ‘diensten’ worden gelezen.
Waardering: B 4: richtlijnen en regelingen
V, 10 jaar: overige neerslag
Wet op de Voedingsraad
Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van de Wet op de Voedingsraad.
Periode: 1954–
Product: Wet op de Voedingsraad (Stb. 1952, 350)
Opmerking: De wet is bij KB (Stb. 1954, 94) inwerking getreden.
Waardering: B 1
Destructiebesluit 1942
Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van het Destructiebesluit 1942.
Periode: 1945–1957
Grondslag: Verordening No 3/1940, art. 2 en 3; Verordening No 23/1940, art. 1
Product: Destructiebesluit 1942 (Stcrt. 1942, 48)
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van ministeriële regelingen inzake de destructie van vlees en vleeswaren.
Periode: 1945–1957
Grondslag: Destructiebesluit 1942, art. 2 lid 5, art. 3, art. 10 lid 2 (Stcrt. 1942, 48)
Waardering: B 1
Destructiewet
Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van de Destructiewet.
Periode: 1957–
Product: Destructiewet (Stb. 1957, 84)
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur inzake de destructie van voor menselijke consumptie ondeugdelijk vlees en vleeswaren.
Periode: 1957–
Grondslag: Destructiewet, art. 7, art. 9 lid 1, art. 13 lid 3, art. 10 lid 6, art. 13 lid 5, art. 14 (Stb. 1957, lid 84)
Product:
– Destructiebesluit (Stb. 1958, 71)
– Besluit van 30 maart 1978, houdende uitvoering van artikel 2, derde lid, onder c, van de Destructiewet (Stb. 222)
– Destructiebesluit 1996 (Stb. 1996, 126)
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen inzake (de houders van) destructiemateriaal, de verwerkers en het eindproduct van de verwerking.
Periode: 1957–
Grondslag: Destructiewet, art. 2 lid 2, art. 3 lid 4, art. 4a lid 4, art. 4b lid 1–2, art. 7, art. 12 lid 1 en 3–4 (Stb. 1957, 84, zoals gewijzigd Stb. 1994, 784); Destructiebesluit, art. 16 lid 2, art. 18 lid 1 en 3, art. 20 lid 1, 22 lid 4, art. 26 lid 1, art. 27, art. 28 lid 1, art. 30 lid 5, 7 -8 en 11, art. 31 lid 3 en 5 (Stb. 1958, 710); Destructiebesluit 1996, art. 16 lid 1, art. 18 lid 2, art. 28 lid 1 (Stb. 1996, 126)
Product: o.a.:
– Regeling eisen eigenaar of hinder van hoog- en laagrisico materiaal (Stcrt. 1995, 77)
– Regeling aanwijzing hoog-risico materiaal (Stb. 1996, 68)
Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:
– het stellen van (nadere) regels inzake het begraven en verbranden van destructiemateriaal en de invoer van het eindproduct van verwerking in Nederland;
– het stellen van (nadere) regels aan de eigenaar of houder van laag- en hoog-risico materiaal;
– het stellen van regels inzake de invoer en uitvoer van laag-risico destructie materiaal;
– het stellen van het (nadere) regels inzake het verhalen van de extra kosten door de verwerker op degene van wie het destructiemateriaal afkomstig is (het destructiemateriaal wat hier wordt bedoeld is vermengd met ander materiaal of zodanig verpakt dat de kosten van destructie aanmerkelijk hoger zijn dan normaal);
– het aanwijzen van dierlijk afval als hoog-risico materiaal.
Waardering: B 1
Handeling: Het aanwijzen van een instantie die bevoegd is tot het bijhouden van het register met een overzicht van verwerkingsbedrijven die laag-risico materiaal gebruiken voor de bereiding van voeder voor gezelschapsdieren of farmaceutische of technische producten.
Periode: 1995–
Grondslag: Destructiewet, art. 5 lid 2 (Stb. 1957, 84, zoals gewijzigd bij Stb.1994, 784)
Product: Aanwijzingsbesluit Destructiewet (Stcrt. 1995, 183)
Opmerking: Bij wijziging van de Destructiewet in 1995 is het begrip laag-risico-materiaal geintroduceerd
Waardering: B 4
Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met andere ministers – toelaten/aanwijzen van diensten en ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de Destructiewet en het stellen van nadere regels inzake de werkwijze van de diensten en ambtenaren.
Periode: 1957–
Grondslag: Destructiewet, art. 24 (Stb. 1957, lid 84); Destructiewet, art. 24 lid 2 (Stb. 1994, lid 784)
Product: Regeling aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Destructiewet (Stcrt. 1995, 82)
Waardering: B 4
Verordeningen product-, hoofdbedrijf- en bedrijfsschap
Handeling: Het ordonneren aan een product-, een hoofdbedrijf- of een bedrijfsschap van het opstellen van verordeningen inzake destructiemateriaal en het eindproduct van de verwerking van destructiemateriaal.
Periode: 1994–
Grondslag: Destructiewet, art. 4d lid 1, art. 9 lid 2 (Stb. 1994, 784)
Waardering: B 5
Handeling: Het goedkeuren van verordeningen van een product-, een hoofdbedrijf- of een bedrijfsschap inzake destructiemateriaal en het eindproduct van de verwerking van destructiemateriaal.
Periode: 1994–
Grondslag: Destructiewet, art 4d lid 2, art. 9 lid 3 (Stb. 1994, 784)
Waardering: V, 5 jaar na intrekken, wijziging, vervallen of soortgelijk van de verordening.
Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen
Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van de Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen
Periode: 1978–
Product: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen (Stb. 1978, 430)
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur inzake het grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen.
Periode: 1978–
Grondslag: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen, art. 12 (Stb. 1978, 430)
Waardering: B 1
Handeling: Het aanwijzen van instanties die voor de minister de machtigingen verlenen inzake het in verkeer brengen van levensmiddelen die niet voldoen aan de voor schriften zoals die staan in Bijlage II en III van de ATP-overeenkomst (Trb. 1972, 112).
Periode: 1978–
Grondslag: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen, art. 7 lid 2 (Stb. 1978, 430)
Product: Beschikking van 3 juni 1980, nr. 65613 (Stcrt. 1986, 11)
Opmerking: Door de ministers zijn de Keuringsdienst van Waren en de AID aangewezen.
Waardering: B 4
Handeling: Het stellen van nadere regels (aan aangewezen instanties) bij het verlenen van een machtiging inzake het in verkeer brengen van levensmiddelen die niet vol doen aan de voorschriften zoals die staan in Bijlage II en III van de ATP-overeenkomst (Trb. 1972, 112).
Periode: 1978–
Grondslag: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen art. 7, lid 2–3 (Stb. 1978, 430)
Opmerking: Het vaststellen van de vergoeding voor de aanvraag van een machtiging maakt deel uit van deze handeling.
Waardering: B 1
Handeling: Het toelaten van ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen (Stb. 1978, 430) en het stellen van nadere regels inzake de werkwijze van de diensten en de ambtenaren
Periode: 1978–
Grondslag: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen, art. 6 lid 1 (Stb. 1978, 430)
Product: Ministeriële beschikking van 21 mei 1979, nr. J 1862 (Stcrt. 1980, 126)
Opmerking: deze handeling vindt eventueel plaats in overeenstemming met andere ministers.
In plaats van ‘toelaten’ kan ook ‘aanwijzen’ en in plaats van ‘ambtenaren’ kan ook ‘diensten’ worden gelezen
Waardering: B 4
Kernenergiewet
Handeling: Het leveren van een bijdrage bij de voorbereiding van de vaststelling, wijziging en intrekking van Kernenergiewet voor wat betreft ioniserende en niet-ioniserende straling in relatie met de volksgezondheid
Periode: 1963–
Product: Kernenergiewet (Stb. 1963, 82)
Waardering: B 5
Uitvoeringsinstrumenten
Warenwet
Vergunningen
Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met andere ministers – verlenen, wijzigen, schorsen of intrekken van vergunningen/toelatingen/erkenningen inzake het bereiden, vervaardigen, behandelen, bewerken, verwerken, verpakken, bewaren of vervoeren van waren behorend tot een bij AMvB angewezen categorie.
Periode: 1945–
Grondslag: Warenwet, art. 14b lid 1 sub 2 onder b, art. 5, lid 1, onder b (Stb. 1988, 358, zoals gewijzigd bij Stb. 1994, 573)
Product: o.a. erkenning natuurlijk mineraal- en bronwater (Stcrt. 1986, 34 )
Opmerking: Bovenstaande erkenning is gebaseerd op het Natuurlijk Mineraal- en bronwaterbesluit (Stb.1985, 422).
Deze handeling kan ook worden verricht door een ander bij AMvBaangewezen overheidsorgaan zoals bijvoorbeeld het COKZ; zie handeling 100.
Deel van deze handeling maakt uit:
– het weigeren, verlenen, wijzigen of intrekken van vergunningen voor het invoeren/bereiden van radioactieve stoffen (Besluit radioactieve stoffen, art. 2 lid 1–2, art. 3 lid 1, art. 4 lid 4 (Stb. 1958, 317),Besluit radioactieve stoffen, art. 3 lid 1, art. 4 lid 1 (Stb. 1963, 233)).
– het geven van toestemming aan de vervoerder om in een collo een radioactieve stof te vervoeren die een hogere waarde heeft dan staat omschreven in het Besluit radioactieve stoffen 1958/1963 (Besluit radioactieve stoffen, art. 2 lid 1 (Stb. 1958, 317), Besluit radioactieve stoffen, art. 10 lid 4 (Stb. 1963, 233)).
– het toelaten van natuurlijke personen of rechtspersonen die in het bezit mogen zijn van radioactieve stoffen (Besluit radioactieve stoffen, art. 2 lid 1, art. 3 lid 1 (Stb.1958, 317), Besluit radioactieve stoffen, art. 3 lid 1, art. 4 lid 1 (Stb.1963, 233)).
– het toelaten van (namen op) waren die naar aard en samenstelling gelijk zijn aan de waren zoals genoemd in AMvB‘s op grond van de Warenwet (Warenwet, art. 14 lid 3 (Stb. 1935, 793), zie ook AMvB’s Warenwet);
– het opstellen van voorschriften die worden verbonden aan een vergunning;
– het verzoeken aan de regionaal inspecteur voor de Gezondheidsbescherming om een centraal melkdepot of centrum voor standaardisering te erkennen als melkbehandelingsinrichting of melkverwerkingsinrichting (- Regeling zuivelbereiding , art. 3 lid 1 en 2 (Stcrt. 1994, 243));
– het erkennen een onderneming – waaraan krachtens de Kernenergiewet een vergunning is verleend inzake ioniserende straling uitzendende toestellen – voor het mogen uitvoeren van behandelingen van drink- en eetwaren met ioniserende straling (Besluit doorstraalde waren, art. 3, lid 2 (Stb.1992, 205);
– het erkennen van bronnen van natuurlijk mineraal en bronwater (Natuurlijk mineraal- en bron waterbesluit, art. 2, lid 4-5 (Stb. 1985, 422)).
Deze handeling komt gedeeltelijk overeen met handelingen 137 en 150 uit RIO 82, Energiebeleid. Neerslag van handelingen op grond van de Kernenergiewet moet geselecteerd worden met behulp van de selectielijst Energiebeleid (Stcrt. 2006, 10)
Waardering: B 5
Handeling: Het behandelen van een beroep – welke is ingesteld door een betrokkene – tegen een beschikking van een aangewezen overheidsorgaan inzake het verlenen, wijzigen of intrekken van een vergunning voor het bereiden, vervaardigen, behandelen, bewerken, verwerken, verpakken, bewaren of vervoeren van waren behorend tot een bij AMvBaangewezen categorie.
Periode: 1988–
Grondslag: Warenwet, art. 5 lid 5, 14b lid 5 (Stb. 1988, 358)
Waardering: V, 5 jaar na uitspraak
(102)
Handeling: Het registreren van de te gebruiken aanduidingen en vermeldingen en de samenstelling van producten van bijzondere voeding welke niet behoort tot een in de bijlagen van het Besluit producten voor bijzondere voeding (Stcrt. 1992, 222) genoemde categorieën.
Periode: 1992–
Grondslag: Besluit producten voor bijzondere voeding, art. 2 lid 2, art. 4 lid 2–3 (Stcrt. 1992, 222)
Waardering: B 5
Ontheffingen
Handeling: Het verlenen (eventueel ook wijzigen of intrekken) van een ontheffing aan een bedrijf ten aanzien van verplichtingen of verboden welke zijn gesteld op grond van de Warenwet.
Periode: 1945–
Grondslag: Warenwet, art. 16 lid 2 (1935, 793)
Product:
– Beschikking ontheffing met het oog op het pellen van garnalen en huisarbeid (Stcrt. 1979, 43)
– Beschikking houdende ontheffing aan Vroom & Dreesman inzake marktrestaurant (Stcrt. 1993, 199)
– Beschikking ontheffing warenwetregeling nieuwe voedingsstoffen (Stcrt. 1994, 145)
– Beschikking houdende ontheffing warenwetbesluit doorstraalde waren (Stcrt. 1994, 173)
– Beschikking ontheffing warenwetregeling nieuwe voedingsstoffen (Stcrt. 1994, 215)
– Beschikking ontheffing warenwetregeling nieuwe voedingsstoffen (Stcrt. 1994, 217)
Opmerking: Bij AMvBkan deze handeling worden overgedragen aan een daarbij aangewezen instelling (art. 22, lid 4, WW).
Waardering: V, 5 jaar na wijziging en intrekking van ontheffing
(106)
Handeling: Het behandelen van een beroep inzake de weigering, wijziging of intrekking van een ontheffing door een bij AMvBaangewezen overheidsorgaan.
Periode: 1988–
Grondslag: Warenwet, art. 16 lid 6 (Stb. 1988, 358, zoals gewijzigd bij Stb. 1994, 573)
Waardering: V, 10 jaar na uitspraak
Typekeuringen
Handeling: Het behandelen van een beroep tegen een beschikking van een aangewezen overheidsorgaan inzake de weigering van goedkeuring van waren – niet zijnde eet- en drinkwaren – behorend tot een bij AMvB aangewezen categorie.
Periode: 1975–
Grondslag: Warenwet, 14h lid 5 (Stb. 1988, 358, zoals gewijzigd bij art. 7 lid 5 Stb. 1994, 573)
Waardering: V, 10 jaar na uitspraak
Onderzoeksverplichtingen bedrijven/bedrijfscontrolesystemen waren
Handeling: Het registreren van onderzoek verricht door de houders/vervaardigers van waren behorend tot een bij AMvB aangewezen categorie.
Periode: 1988–
Grondslag: Warenwet, art. 11 lid 1 (Stb. 1988, 573, zoals gewijzigd bij Stb. 1994, 573)
Opmerking: Deze handeling kan eventueel worden verricht door een ander bij AMvB aangewezen overheidsorgaan.
Waardering: B 5
Certificering voedingswaren in- en uitvoer
Handeling: Het registreren van certificaten – afkomstig van administratieve instanties uit landen waar cholera heerst – inzake de veiligheid van etenswaren die voor de export naar de Europese Unie is bedoeld.
Periode: 1991–
Grondslag: Verordening (EEG nr.3185/91) Bijlage V.
Opmerking: CERPER uit Peru geeft onder andere deze certificaten af.
Waardering: V,1 jaar na afloop certificaat
Gecontroleerde benaming van oorsprong
Handeling: Het behandelen van registratieaanvragen inzake de bescherming van de oorsprongsbenamingen en de geografische aanduidingen van voor menselijke voeding bestemde landbouwproducten.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit inzake wijn, art. 1 bis (Stb. 1929, 137); Verordening inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen, art. 5 (nr.2081/92 (EEG))
Product:
– Beschikking nr. 9430 (Stcrt. 1958, 126);
– Beschikking nr. 16 464 (Stcrt. 1954, 231);
– Beschikking nr. 190 801 (Stcrt. 1966, 248);
– Beschikking oorsprong van wijnen en cognac uit Frankrijk (Stcrt. 1972, 56)
Opmerking: De behandeling van deze aanvragen wordt meestal uitgevoerd door het Hoofdproductschap Akkerbouw (HPA) en het Productschap Wijn. Deze organisaties bewaren de aanvragen. De behandeling geschiedt echter onder de verantwoordelijkheid van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert. Deze minister zorgt dan ook voor de publicatie van de beschikkingen in de Staatscourant.
Waardering: B 5
Specificiteitcertificering landbouwproducten en levensmiddelen
Handeling: Het behandelen van klachten inzake onregelmatigheden met betrekking tot specificiteitcertificaten.
Periode: 1992–
Grondslag: EEG-Verordening inzake de specificiteitcertificering voor landbouwproducten en levensmiddelen, art. 10 en 11 (nr. 2082/92)
Opmerking: De klacht wordt onderzocht en stelt de betrokken lidstaat op de hoogte van zijn bevindingen. Mochten de betrokken lidstaten niet tot overeenstemming kunnen komen, dan wordt de klacht gericht aan de Europese Commissie.
Waardering: V 5 jaar na afhandeling
Vleeskeuringswet
Financiering gemeentelijke keuringsdiensten
Handeling: Het aanwijzen van gemeenten die moeten samenwerken bij het opzetten van een keuringsdienst voor vlees.
Periode: 1945–1984
Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 23 onder a lid 1–3 (Stb. 1919, 524)
Waardering: V, 5 jaar na afloop aanwijzing
Handeling: Het vaststellen van een tarief/keurloon voor de keuring van vlees.
Periode: 1957–
Grondslag: Besluit vaststelling van de vergoeding voor de kosten der keuring in het algemeen, art. 3 (Stcrt. 1957, 34); Vleeskeuringswet, art. 26a lid 1 (Stb. 1984, 109); Besluit invoer van vleesproducten uit derde landen, art. 10 lid 4 (Stb. 1991, 557); Besluit betreffende productie van en de handel in vers vlees, art. 13a (Stb. 1994, 12)
Product:
– Beschikking van 9 augustus 1957, nr. 11942 (Stcrt. 1957, 166)
– Beschikking van 11 september 1957, nr. 12769 (Stcrt. 1957, 179)
– Beschikking van 24 september 1957, (Stcrt. 1957, 186)
– Besluit rijksinvoerkeurloon voor vlees en vleesproducten uit andere landen dan de lidstaten van de EG (Stcrt. 1968, 50)
– Regeling tarieven keuring vee en vleesproducten (Stcrt. 1993, 99)
Waardering: V, 5 jaar na een hernieuwde vaststelling
Handeling: Het beheren van de heffingen – afkomstig van de gemeenten/(Rijks)keurmeesters – inzake de keuring van vlees en verlenen van een bijdrage aan gemeenten ter verlichting van de kosten voor het operationeel houden van een keuringsdienst voor vlees.
Periode: 1945–
Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 24 onder b, art. 26b lid 1 (Stb. 1919, 524); esluit tot uitvoering van artikel 24 van de Vleeskeuringswet, art. 2 (Stb. 1921, 637); Besluit vergoeding kosten vleeskeuringdiensten, art. 2, art. 3, art. 7, art. 8 (Stb. 1979, 629).
Waardering: V, 10 jaar
Educatie keurmeesters van vee en vlees
Handeling: Het vaststellen van het maximum aantal keurmeesters.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit betreffende de productie van en het in de handel brengen van vers vlees, art. 8 onder d sub 4 (Stb. 1994, 12)
Waardering: V, 2 jaar
Handeling: Het aanwijzen van slachtinrichtingen op het gebied van het slagersvakonderwijs.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit opleiding keurmeester vee en vlees, art. 13 onder b (Stb. 1920, 314)
Product: o.a. Beschikking (Stcrt. 1949, 64).
Waardering: V, 5 jaar na afloop aanwijzing
Handeling: Het opstellen van leerplannen, cursusschema’s e.d. voor de opleiding van (aankomende) keurmeesters van vee en vlees.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit opleiding keurmeester vee en vlees, art. 6 en 9 (Stb. 1920, 314
Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit: het aanwijzen van examens die dienen te worden afgelegd door de keurmeesters.
Het Ministerie van Landbouw was de bevoegde autoriteit voor het inhoudelijk bepalen van de examens (opstellen ervan) en het uitgeven van diploma’s.
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van de leraren die de opleidingen verzorgen voor de (aankomende) keurmeesters van vee en vlees.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit opleiding keurmeester vee en vlees, art. 8 (Stb. 1920, 314)
Waardering: V, 10 jaar na ontslag
Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direkt)
Handeling: Het benoemen, schorsen of ontslaan van de waarnemend voorzitter. secretaris en de leden van de examencommissie die examens afnemen van (aankomende) keurmeesters van vee en vlees.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit opleiding keurmeester vee en vlees, art. 17 (Stb. 1920, 314)
Waardering: V, 10 jaar na ontslag
Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direkt)
Handeling: Het toelaten van personen tot de opleiding voor keurmeester van vee en vlees.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit opleiding keurmeester vee en vlees, art. 13 lid 1 onder a en b en lid 4, art. 19 lid 2 (Stb. 1920, 314)
Opmerking: Toelating vindt plaats door selectie op leeftijd, ervaring en door onderwerping aan een openbaar examen van de kennis van het Nederlands (lezen en schrijven), rekenen en kennis van het metrieke stelsel.
Waardering: V, 5 jaar na behalen diploma of na verlaten opleiding
Vergunningen inrichtingen
Handeling: Het verlenen van renteloze voorschotten aan een gemeente voor de oprichting van een centrale slachtplaats.
Periode: 1945–1972
Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 24 onder a (Stb. 1919, 524); Besluit tot uitvoering van artikel 24 van de Vleeskeuringswet, art. 1 (Stb. 1921, 637)
Waardering: V, 5 jaar na teruggave voorschot
Handeling: Het afgeven, intrekken en eventueel schorsen van erkenningen en vergunningen voor inrichtingen zoals slachthuizen, uitsnijderijen en koel- en vrieshuizen.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit algemene voorwaarden gesteld bij de invoer van vleeswaren (Stb. 1922, 395) art. 4 onder d; Vleeskeuringbesluit (Stb. 1957, 29) art. 9 lid 4, art. 54 lid 1 onder b; Besluit invoer van vlees uit het buitenland (Stb. 1965, 345), art. 6 lid 2; Regeling vlees uit andere lidstaten van de EG en uit derde landen, bestemd voor ander gebruik dan menselijke consumptie (Stcrt. 1993, 183), art. 2 onder a sub 1-3; Regeling kalverleb-magen afkomstig uit andere lidstaten van EG en uit derde landen bestemd voor de bereiding van stremsel (Stcrt. 1993, 81), art. 2; Besluit betreffende de productie van en de handel in vers vlees (Stcrt. 1994, 12), art. 7 lid 1, art. 9 lid 1 en 3–4, art. 10; Regeling productie en handel vlees vrij wild (Stb. 1994, 563), art. 10 lid 1
Product:
– Regeling aanwijzing bedrijven voor de opslag en verwerking van vlees niet bestemd voor menselijk consumptie (Stcrt. 1993, 78)
– Regeling aanwijzing bedrijven voor opslag of het drogen van vlees niet bestemd voor menselijk consumptie (Stcrt. 1994, 160)
– Regeling aanwijzing van bedrijven voor het verwerken, het opslaan, het drogen of het sorteren van vlees voor menselijke consumptie (Stcrt. 1994, 165)
– Regeling aanwijzing bedrijven voor opslag of verwerking van vlees niet bestemd voor menselijke consumptie (Stcrt. 1994, 210)
– Regeling aanwijzing bedrijven voor opslag of verwerking van vlees niet bestemd voor menselijke consumptie (Stcrt. 1994, 252)
Opmerking: Zie voor vergunningen inzake ritueel slachten, bedwelming en sterilisatie van vlees de hier opvolgende sub-paragrafen. Deel van deze handeling maakt onder andere uit:
– het afgeven/opschorten/intrekken van erkenningen van inrichtingen die voldoen aan het eisen die zijn gesteld in het Besluit betreffende de productie van en de handel in vers vlees;
– het aanwijzen van bedrijven waar de verwerking of opslag plaatsvindt van vlees niet bestemd voor consumptie en afkomstig uit landen van buiten de Europese Unie;
– het aanwijzen van bedrijven waar de verwerking van vlees plaats vindt tot voeder voor gezelschapsdieren, een farmaceutisch product of een technisch product;
– het erkennen van inrichtingen als vrij wildinrichtingen.
Waardering: V, 5 jaar na afloop erkenning/vergunning
Toelating (instellingen) ritueel slachten
Handeling: Het aanwijzen van slachthuizen waar ritueel geslacht mag worden.
Periode: 1957–
Grondslag: Vleeskeuringbesluit, art. 12 lid 1 (Stb.1957, 29)
Product:
– Beschikking (Stcrt. 1948, 224)
– Regeling inzake de aanwijzing van slachthuizen waar volgens de Israëlische ritus geslacht mag worden (Stcrt.1957, 252)
– Besluit aanwijzing slachthuizen waar volgens Islamitische ritus mag worden geslacht (Stcrt. 1988,149)
– Besluit aanwijzing slachthuizen waar volgens Islamitische ritus mag worden geslacht (Stcrt.1992, 97)
Waardering: V, 5 jaar na afloop aanwijzing
Handeling: Het goedkeuren van methoden/toestellen die runderen immobiliseren voor de slacht volgens Israëlitische of Islamitische ritus.
Periode: 1945–
Grondslag: K.B. tot uitvoering van de artikelen 18 en 25, art. 10 onder a (Stb.1920, 285); Vleeskeuringbesluit, art. 11 onder a, (Stb. 1957, 29, zoals gewijzigd bij Stb.1977, 28)
Opmerking: De handeling wordt feitelijk verricht door een keuringsdierenarts.
De opperrabbijn kan op grond van het Vleeskeuringbesluit geraadpleegd worden. Het intrekken van de goedkeuring maakt deel uit van deze handeling.
Vanaf 1977 zijn bovengenoemde grondslagen ook op de islamitische slachtrituelen van toepassing.
Waardering: V, 5 jaar na afloop goedkeuring
Handeling: Het vaststellen van het maximum aantal slachtdieren waarvan bloed in één vat van niet-corroderend materiaal mag worden opgevangen.
Periode: 1958–
Grondslag: Vleeskeuringbesluit, art. 12 lid 3, art. 17 lid 1 (Stb. 1957, 29)
Waardering: V, 5 jaar na afloop vaststelling
Toelating (instellingen) bedwelming
Handeling: Het verlenen van vergunningen inzake het mogen toepassen van bedwelming.
Periode: 1954–
Grondslag: K.B. tot uitvoering van artikel 18 en 25 van de Vleeskeuringswet, art. 8 (Stb.1919, 285, zoals gewijzigd bij Stb. 1954, 424); Vleeskeuringbesluit (Stb. 1957, 29)
Waardering: V, 5 jaar na afloop vergunning
Vergunning sterilisatie vlees
Handeling: Het verlenen van vergunningen inzake het gebruik van andere stoffen dan zout, water en kruiden voor en tijdens de sterilisatie van vlees.
Periode: 1957–
Grondslag: Vleeskeuringbesluit, art. 53 lid 2 (Stb. 1957, 29)
Waardering: V, 5 jaar na afloop vergunning
Handeling: Het aanwijzen van gemeenten waarheen vlees voor sterilisatie mag worden vervoerd en mag worden gesteriliseerd.
Periode: 1957–1984
Grondslag: Vleeskeuringbesluit, art. 53 lid 6, art. 54 lid 2 (Stb. 1957, 29)
Waardering: V, 5 jaar na intrekken aanwijzing
Ontheffingen inzake (afvoer) water
Handeling: Het verlenen van een ontheffing van de verplichting dat bedrijfsruimten moeten zijn aangesloten op een drinkwaterleiding.
Periode: 1960–
Grondslag: Eisenbesluit, art. 11 lid 1 (Stb. 1960, 71)
Waardering: V, 3 jaar na afloop ontheffing
Herkenningstekens en merken slachtdieren en vlees
Handeling: Het voorschrijven aan bepaalde gemeenten of slachterijen dat metalen merken moeten worden aangebracht.
Periode: 1957–1977
Grondslag: Vleeskeuringbesluit, art. 34 lid 3 (Stb. 1957, 29)
Waardering: V, 5 jaar na afloop voorschrift
Handeling: Het verlenen of intrekken van ontheffingen inzake voorschriften met betrekking tot het gebruik van onderscheidings- en herkenningstekens voor bepaalde categorieën van ter slachting aangeboden slachtdieren
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit tot uitvoering van artikel 18 en 25 van de Vleeskeuringswet, art. 42 (Stb. 1920, 285); Vleeskeuringbesluit, art. 17a lid 3, art. 36 (Stb. 1957, 29)
Product: Regeling (Stcrt. 1993, 87)
Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit: het geven van toestemming om stempelwerk te laten vervangen door een overeenkomstig brandmerk op daar voor in aanmerking komende organen (Vleeskeuringbesluit, art. 38, lid 4 (Stb. 1957, 29)).
Waardering: V, 5 jaar na afloop/intrekking ontheffing]
Keuringen
Handeling: Het goedkeuren van methoden die kunnen garanderen dat karkassen van niet-gecastreerde varkens met een uitgesproken seksuele geur kunnen worden opgespoord.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit betreffende de productie van en de handel in vers vlees, art. 5 lid 2 (Stb. 1994, 12)
Waardering: V, 5 jaar na stopzetting gebruik methode
Handeling: Het verlenen of intrekken van ontheffingen/toestemmingen aan gemeenten inzake het uitvoeren van nadere keuringen met betrekking tot vlees.
Periode: 1945–1988
Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 8 lid 2–4 (Stb. 1919, 524)
Opmerkingen: Deel van deze handeling maakt uit: het verlenen van toestemming aan een groep gemeenten tot het voorschrijven van nadere keuringen inzake vlees en vleeswaren binnen deze groep (Vleeskeuringswet, art. 8, lid 2 (Stb. 1919, 524))
Waardering: V, 5 jaar na intrekken ontheffing/toestemming
Invoer vlees
Handeling: Het bepalen dat degene die vlees invoert, verplicht is tot of af kan zien van handelingen die direct of indirect betrekking hebben op de keuring van dat vlees.
Periode: 1945–
Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 27 lid 3, art. 30 lid 2 (Stb. 1919, 524); Besluit invoer vleeswaren, art. 2 (Stb. 1922, 395);
Product: o.a.:
– Ministeriële beschikking (Stcrt.1929, 143)
– Ministeriële beschikking (Stcrt. 1930, 2)
– Besluit voorwaarden voor vlees verzonden uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Gemeenschap (Stb.1985, 174).
Opmerkingen: Deel van deze handeling maakt uit:
– het verlenen van ontheffing van de verplichting om met een vergunning, afgegeven door de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, gesmolten vet in te voeren uit door de minister aangewezen landen (Besluit invoer vleeswaren, art. 2 (Stb. 1922, 395));
– het al dan niet toestaan van de invoer van vlees en vleeswaren welke zich bevindt op een middel van transport en uitsluitend bestemd is voor persoonlijk gebruik van hen, die op of in het middel van transport verblijven (Vleeskeuringswet, art. 27, lid 3, art. 30, lid 2 (Stb. 1919, 524); Besluit invoer van vlees, en vleeswaren, vleesproducten en vleesbereidingen, art. 3, lid 2 (Stb. 1965, 345));
– het bepalen dat een materiële controle niet hoeft plaats te vinden (Besluit voorwaarden voor vlees verzonden uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Gemeenschap, art. 6 (Stb.1985, 174));
– het bepalen dat een controle op varkens waarin skeletspieren aanwezig zijn in het land van herkomst op de aanwezigheid van trichinen wordt onderzocht (Besluit voorwaarden voor vlees verzonden uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Gemeenschap, art. 16, lid 1 (Stb. 1985, 174));
– het toestaan dat varkens waarin skeletspieren aanwezig zijn op een door de minister te bepalen wijze wordt ingevroren (Besluit voorwaarden voor vlees verzonden uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Gemeenschap, art. 16, lid 2 (Stb. 1985, 174));
– het geven van toestemming voor het gebruik van vlees voor een andere dan voor menselijk consumptie (Besluit invoer van vlees uit het buitenland, art. 6a, onder a (Stb. 1965, 345); Besluit voorwaarden voor vlees verzonden uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Gemeenschap, art. 7, onder a (Stb. 1985, 174)).
Waardering: V, 1 jaar na afloop van de handelingen met betrekking tot de keuring van importvlees.
V, 1 jaar: overige neerslag
Handeling: Het – na machtiging van de Europese Commissie – verbieden van de import van vlees in Nederland vanuit een slachtinrichting gelegen in een andere staat van de Europese Unie.
Periode: 1965–
Grondslag: Besluit invoer van vlees uit het buitenland, 13 lid 3 (Stb.1965, 345)
Opmerking: Indien een inrichting niet voldoet aan de bepalingen van de door de Europese Commissie (EC) afgegeven erkenning kan deze worden ingetrokken. Voordat deze procedure is doorlopen kan de minister met een machtiging van de EC de import van vlees tegenhouden. De minister kan de EC notificeren over het niet naleven van de bepalingen door een inrichting die is erkend door de EC; zie voor deze handeling het RIO Internationale Volksgezondheidsaangelegenheden.
Waardering: V, 1 jaar naar afloop machtiging
Destructiebesluit 1942
Toelating destructoren
Handeling: Het toelaten van destructoren voor de destructie van vee, vlees of vleeswaren.
Periode: 1945–1957
Grondslag: Destructiebesluit 1942, art. 2 lid 2, art. 4, art. 6 lid 1–2, art. 7, art. 8 (Stcrt. 1942, 48)
Product: Vaststelling werkgebied en toelating van Destructoren (Stcrt. 1951, 85).
Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:
– de schadeloosstelling die bij de intrekking van een toelating wordt uitbetaald;
– het vaststellen/wijzigen van de gebiedsindeling.
Na toelating mogen de destructoren contracten met gemeenten sluiten. Dit contract kan worden ontbonden als gevolg van een wijziging van de gebiedsindeling. Een gemeente kan namelijk dan in een gebied komen te liggen van een andere destructor.
Waardering: V, 5 jaar na afloop contract tussen destructor en gemeente
Handeling: Het goedkeuren van de contracten die destructoren met de gemeenten hebben gesloten.
Periode: 1945–1957
Grondslag: Destructiebesluit 1942, art. 9 lid 2 (Stcrt. 1942, 48)
Waardering: V, 5 jaar na afloop goedkeuring
Ontheffingen
Handeling: Het verlenen van ontheffingen van de verplichting om vee, vlees of vleeswaren te laten behandelen door een destructor.
Periode: 1945–1957
Grondslag: Destructiebesluit 1942, art. 2 lid 3 (Stcrt. 1942, 48)
Waardering: V, 5 jaar na afloop ontheffing
Destructiewet
Vergunningen verwerkers
Handeling: Het vaststellen van een tarief ter vergoeding van het verlenen van een vergunning aan een verwerkingsbedrijf.
Periode: 1994–
Grondslag: Destructiewet, art. 5 lid 4 (Stb. 1994, 784)
Waardering: V, 3 jaar
Handeling: Het – in overeenstemming met de ministers die het mede aangaat – al dan niet verlenen en intrekken van vergunningen voor het inwerking hebben en uitbreiden van een verwerkingsbedrijf voor destructiemateriaal.
Periode: 1957–
Grondslag: Destructiewet, art. 5 lid 1–4, art. 6, art. 8 lid 1 (Stb. 1957, 84); Destructiewet, art. 5a 1–2, art. 7, art. 13 lid 1 onder b (Stb. 1979, 443); Destructiebesluit 1996, art. 13 lid 3 (Stb. 1996, 126)
Product: o.a. Besluit van 29 juli 1972, houdende de beslissing waarbij een vergunning als bedoeld in artikel 5 van de Destructiewet is geweigerd (Stb. 1972, 435).
Opmerking: Deel uit van deze handeling maakt uit:
– het verlenen van een vergunning voor de opslag en voorbewerking van risicomateriaal;
– het voor vervallen verklaren van een vergunning.
Waardering: V, 5 jaar na intrekken vergunning
Handeling: Het, eventueel tijdens bijzondere omstandigheden, vaststellen en (tijdelijk) wijzigen van een gebied waarin door een (buitenlandse) verwerker bepaalde (categorieën van) hoog-risico materialen mogen worden verwerkt.
Periode: 1957–
Grondslag: Destructiewet, art. 10 lid 1–7 (Stb. 1957, 84); Destructiebesluit, art. 2–7 (Stb. 1958, 710); Destructiebesluit 1996, art. 31–34 (Stb.1996, 126)
Product: Regeling vaststelling werkgebied destructoren (Stcrt. 1958, 38)
Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:
– het vaststellen van de schadeloosstelling voor een ondernemer die bij een wijziging van het gebied schade heeft geleden;
– het tijdelijk de werkzaamheden geheel of gedeeltelijk laten verrichten door een andere ondernemer.
Waardering: V, 5 jaar na afloop vaststelling
Handeling: Het goedkeuren van de tariefstelling en wijzigingen daarvan inzake het ophalen van hoog-risico materiaal.
Periode: 1994–
Grondslag: Destructiewet, art. 21 lid 1 (Stb. 1994, 84)
Product: – Regeling goedkeuring vastgestelde tarieven ophalen landbouwhuisdieren (Stcrt. 1996, 24)
Waardering: V, 3 jaar na afloop van de geldigheid van de regeling.
Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met betrokken gemeenten – treffen van een voorziening voor een verzamelplaats inzake het bijeenbrengen van destructiemateriaal.
Periode: 1957–
Grondslag: Destructiewet, art. 21 lid 1 (Stb. 1957, 84); Regeling eisen eigenaar of houder van hoog- en laag risicomateriaal, art. 3 lid 1 (Stcrt. 1995, 77)
Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:
– het geven van een bijdrage voor het opzetten van een voorziening voor een verzamelplaats inzake het bijeenbrengen van destructiemateriaal (periode: 1957–1994);
– het – naar aanleiding van een geschil tussen destructor en houder of eigenaar van destructiemateriaal – aanwijzen van een plaats van deponering van destructiemateriaal (periode: 1995–).
Waardering: V, 10 jaar
Ontheffingen
(176)
Handeling: Het verlenen van ontheffingen aan verboden of verplichtingen gesteld in de Destructiewet.
Periode: 1957–
Grondslag: Destructiewet, art. 3 lid 1, art. 13 lid 1–3 (Stb. 1957, 84); Destructiewet, art. 4a lid 2 (Stb. 1994, 784)
Product: o.a. Regeling ontheffing ex artikel 13, eerste lid, Destructiewet
Opmerking: Deel van deze handeling maakt onder andere uit:
– het verlenen van ontheffingen aan verplichtingen gesteld in de gemeentelijke verordeningen aan de gemeenten en de eigenaren of houders van laag- en hoog-risico materiaal;
– het verlenen van ontheffingen – aan de houder, eigenaar of bedrijf dat voeder voor edelpelsdieren bereidt – aan verplichting om laag-risico materiaal volgens bij deze wet bepaalde te verwerken tot ingrediënten van diervoeder;
– het aanwijzen van inrichtingen – welke wetenschappelijk onderzoek verrichten op hoog-risico materiaal – die de verplichtingen, gesteld aan de eigenaars of houders van hoog-risico materiaal, niet hoeven toe te passen.
Waardering: V, 5 jaar na afloop ontheffing
Keuring en controle (verwerkt) destructiemateriaal
(178)
Handeling: Het vaststellen van een tarief voor de vergoeding van de kosten inzake keuringen of controles van (verwerkt) destructiemateriaal.
Periode: 1994–
Grondslag: Destructiewet, art. 4c (Stb. 1994, 784)
Waardering: V, 3 jaar
Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen
Machtiging voortzetten vervoer levensmiddelen
Handeling: Het verlenen van een machtiging aan de transporteur inzake het in het verkeer brengen van levensmiddelen welke niet voldoen aan de voorschriften zoals die staan in Bijlage II en III van de ATP-overeenkomst (Trb. 1972, 112)..
Periode: 1978–
Grondslag: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen, art. 12 (Stb. 1978, 430)
Waardering: V, 1 jaar na afloop machtiging
Kernenergiewet
Ontheffingen
Handeling: Het leveren van een bijdrage aan de Minister van SZW en VROM inzake het verlenen, wijzigen of intrekken van ontheffingen inzake ioniserende straling uitzendende toestellen en radioactieve stoffen.
Periode: 1969–
Grondslag: Kernenergiewet, art. 75 lid 1 en 2 (Stb. 1969, 82); Besluit uitvoering radioactieve stoffen Kernenergiewet, art. 28–32, 43 (Stb. 1969, 404); Besluit toestellen Kernenergiewet (Stb. 1969, 406); Besluit stralingsbescherming Kernenergiewet, art. 6 lid 3, art. 76 lid 3, art. 77 (Stb. 1986, 465)
Waardering: V, 5 jaar na afloop/wijziging/intrekking ontheffing
Handhaving, handelingen m.b.t. de Keuringsdienst van Waren
Algemeen
Handeling: Het financieren van diensten die belast zijn met de controle en opsporing inzake wet- en regelgeving betreffende de product- en voedselveiligheid.
Periode: 1945–
Grondslag: Warenwet, art. 13 lid 1 (Stb. 1935, 793); Financieel besluit, art. 2, 12-13, 15, 17 (Stb. 1936, 793)
Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:
– het vaststellen van de omvang van de rijksbijdragen aan een keuringsdienst dit n.a.v. de hoeveelheid recht een centrumgemeente heeft binnengehaald (Stb. 1951, 8);
– het instemmen met de aankoop van een pand door de keuringsdienst;
– het verlenen van ontheffing van een voorschrift inzake de toezending van de begroting naar de gemeenteraad (Stb. 1935, 793, art. 2, onder 10);
– het terugvorderen van verleende bijdragen (Stb. 1935, 793, art. 17).
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het registeren van verslagen – opgesteld door de Inspectie van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid – omtrent de bevindingen van de handelingen verricht door de Keuringsdiensten van Waren.
Periode: 1945–1986
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het behandelen van een beroep, ingesteld door de inspecteur van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid tegen Gedeputeerde Staten, inzake het goedkeuren van een begroting van een Keuringsdienst van Waren.
Periode: 1945–1986
Grondslag: Financieel besluit, art. 2 lid 10 (Stb. 1935, 793)
Waardering: V, 5 jaar na uitspraak
Toezicht
(204)
Handeling: Het op kosten van de houder – producent of handelaar – uitvoeren van door de minister gelaste maatregelen inzake beoordeelde eet- en drinkwaren, alsmede roerende zaken, welke zijn bestemd voor particuliere huishoudens.
Periode: 1988–
Grondslag: Warenwet, art. 21, lid 1 en 2 (Stb. 1988, 358, zoals gewijzigd bij Stb. 1994, 573)
Waardering: V, 10 jaar na afloop uitvoering maatregel
Actoren die onder de Minister van Volksgezondheid ressorteren
Actor: de adviescommissie inzake het vraagstuk van het aanwenden van Röntgenstralen, enz.
Handeling: Het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert inzake het vraagstuk van de bevoegdheid tot het aanwenden van Röntgenstralen en het gebruik van radio-actieve stoffen.
Periode: 1952–
Grondslag: Instellingsbeschikking (Stcrt. 1952, 164)
Waardering: B 5
Actor: de adviescommissie Vleeskeuringswet
Handeling: Het adviseren van de ministers die het aangaat inzake het opstellen van wet- en regelgeving met betrekking tot de keuring van vlees.
Periode: 1979–1996
Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 30b lid 1–2 (Stb. 1977, 661)
Product: adviesrapport
Waardering: B 1
Handeling: Het adviseren van de ministers die het aangaat inzake de uitvoering van de Vlees keuringwet.
Periode: 1979–1996
Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 30b lid 1–2 (Stb. 1977, 661)
Waardering: V, 5 jaar
Actor: de adviescommissie Warenwet
Handeling: Het adviseren van de betrokken ministers inzake beleidsstandpunten betreffende voedings- en productveiligheid.
Periode: 1945–1996
bron: ‘Gezien het advies, 75 jaar adviescommissie Warenwet’, Rijswijk 1995
Product: adviesrapport
Waardering: B 1
Handeling: Het adviseren van de betrokken ministers bij het voorbereiden van wet- en regelgeving inzake waren.
Periode: 1945–1996
Grondslag: Warenwet, art. 24 lid 4 (Stb. 1988, 360)
Product: adviesrapport
Waardering: B 1
Handeling: Het adviseren van de betrokken ministers inzake de uitvoering van de Warenwet.
Periode: 1945–1996
Grondslag: Warenwet, art. 24 lid 2 (Stb. 1988, 360)
Product: adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: de Commissie van Advies (Destructiebesluit)
Handeling: Het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert inzake het opstellen van wet- en regelgeving met betrekking tot het onschadelijk maken van ondeugdelijk materiaal van dierlijke afkomst.
Periode: 1945–1957
Grondslag: Destructiebesluit 1942, art. 11 (Stcrt. 1942, 48)
Product: adviesrapport
Waardering: B 1
Handeling: Het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert inzake het onschadelijk maken van ondeugdelijk materiaal van dierlijke afkomst.
Periode: 1945–1957
Grondslag: Destructiebesluit 1942, art. 11 (Stcrt. 1942, 48)
Product: adviesrapport
Waardering: V, 5 jaar
Actor: de voorlopige Commissie Veiligheid Nieuwe Voedingsmiddelen
Handeling: Het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert inzake het opstellen van beleidsstandpunten betreffende de veiligheid- en voedingsaspecten van nieuwe voedingsmiddelen.
Periode: 1993–
Grondslag: Regeling nieuwe voedingsmiddelen, art. 6 (Stcrt. 1993, 139)
Product: adviesrapport
Waardering: B 1
Handeling: Het adviseren van de betrokken ministers inzake de veiligheidsaspecten betreffende nieuwe voedingsmiddelen.
periode:1993–
Grondslag: Regeling nieuwe voedingsmiddelen, art. 6 (Stcrt. 1993, 139)
Waardering: V, 5 jaar
Actor: de Destructieraad
Handeling: Het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert inzake het opstellen van wet- en regelgeving met betrekking tot het onschadelijk maken van ondeugdelijk materiaal van dierlijke afkomst.
Periode: 1957–1996
Grondslag: Destructiewet, art. 23 lid 5 (Stb. 1957, 84, zoals gewijzigd bij Stb.1995, 355, art. 21)
Waardering: B 1
Handeling: Het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert omtrent vraagstukken verband houdende met het door verwerking onschadelijk maken van ondeugdelijk materiaal van dierlijke afkomst.
Periode: 1957–1996
Grondslag: Destructiewet, art. 23 lid 5 (Stb. 1957, 84, zoals gewijzigd bij Stb.1995, 355, art. 21)
Waardering: B 1
Actor: de Studiecommissie electrische en gasbedwelming slachtdieren
Handeling: Het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert over de meest gewenste methode waarop de verschillende soorten slachtdieren vóór de slachting bedwelmd dienen te worden.
Periode: 1975–
Grondslag: Instellingsbeschikking (Stcrt. 1975, 47)
Waardering: B 5
Actor: de Voedingsraad
Handeling: Het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en de Minister van Landbouw inzake onderwerpen die de voeding en voedselvoorziening raken.
Periode: 1954–1996
Grondslag: Wet op de voedingsraad, art. 1 lid 2, 3 en 4 (Stb. 1952, 350)
Waardering: B 1
Actor: de Minister van Defensie
Handeling: Het – ten tijde van bijzondere omstandigheden – aanwijzen van gebieden waar de Warenwet niet van toepassing is met betrekking tot het militair gebruik van waren.
Periode: 1945–
Grondslag: Warenwet, artt. 2, 2a en 3 (Stb. 1935, 793), zoals gewijzigd bij (Stb. 1994, 573)
Opmerking: In het geval van oorlog of oorlogsgevaar kon tot 1996 de Minister van Defensie gebieden aanwijzen alwaar de Warenwet niet van toepassing is op de voor de militairen bestemde waren. In 1996 is een nieuwe – Regeling opgenomen in de Warenwet. Op grond van deze regeling kan – tijdens bijzondere omstandigheden – de Minister-president bij KB de Minister van Defensie de mogelijkheid geven gebruik te maken van de bevoegdheid inzake het aanwijzen van gebieden waar de Warenwet niet van toepassing is op voor militair gebruik bestemde waren.
Waardering: B 6
Actor: de Minister van Economische Zaken
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende voedings- en productveiligheid.
Periode: 1945–
Product: o.a. het leveren van een bijdrage aan de Volksgezondheidsnota 1966
Nota voedingsbeleid 1980
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur inzake de instelling en inrichting van overlegorganen welke betrekking hebben op voedings- en productveiligheid.
Periode: 1945–
Grondslag: Warenwet, art. 1 (Stb. 1919, 851); Wet op de Voedingsraad, art. 3 (Stb. 1952, 350); Vleeskeuringswet, art. 30b lid 3 en 5 (Stb. 1919, 524); Destructiewet, art. 23, lid 6 (Stb. 1957, 84)
Product: o.a.:
– Besluit aanwijzing voordrachtstellende organisaties Voedingsraad (Stb. 1953, 333, zoals gewijzigd bij Stb. 1964, 238, Stb. 1974, 821, Stb. 1980, 281, Stb. 1985, 222 en Stb. 1990, 289)
– Besluit op de Destructieraad (Stb. 1957, 197)
– Besluit Adviescommissie Vleeskeuringswet (Stb. 1979, 750)
– Besluit Adviescommissie Warenwet (Stb. 1992, 494)
– Besluit op de Destructieraad (Stb. 1995, 285)
Waardering: B 4
Handeling: Het – eventueel tezamen met andere ministers – aanwijzen, voordragen, schorsen of ontslaan van de (adviserende) leden van overlegorganen welke betrekking hebben op voedings- en productveiligheid.
Periode: 1945–
Grondslag: Wet op de Voedingsraad, art. 2 lid 2 (Stb. 1952, 350); Vleeskeuringswet, art. 30b lid 4 (Stb. 1919, 524); Destructiewet, art. 23 lid 2 (Stb. 1957, 84); Warenwet, art. 17 lid 1 (Stb. 1965, 368)
Waardering: V, 75 jaar na geboorte
Handeling: Het goedkeuren van het reglement/de werkzaamheden van commissies, raden etc. welke betrekking hebben op voedings- en productveiligheid.
Periode: 1945–
Waardering: V, 5 jaar na beëindiging werking reglement etc.
Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van de Warenwet.
Periode: 1945–
Product: Warenwet (Stb. 1919, 581/Stb. 1935, 793).
Waardering: B 1
Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met ministers die het mede aangaat – voor bereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van AMvB’s op basis van de Warenwet.
Periode: 1945–
Grondslag: Warenwet, art. 1, artt. 4–7, artt. 11–17, art. 19, art. 22, art. 24, art. 30, art. 31, art. 33 (Stb. 1935, 793)
Product: o.a.
– Besluit van 5 januari 1921 tot uitvoering van artikel 6, 3de lid en artikel 23, 3de lid der Warenwet (Stb. 1921, 5)
– Besluit waren in zin van de wet (Stb. 1921, 638)
– Besluit papier (Stb. 1922, 109)
– Besluit suiker en stroop (Stb. 1924, 96)
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)