Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Landbouwkwaliteit en voedselveiligheid vanaf 1945 (Stichting Nederlandse Vleeswarencontrole (NVK))
Product: Beoordelingsverslagen
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het verlenen van opdrachten betreffende het bijdragen aan de strategische ontwikkeling en totstandkoming van beleid inzake (agro)biotechnologie en het daarbij behorende instrumentarium
Periode: 1977–
Product: Opdrachten
Grondslag: Mandaat directeur Biotechnologie, art. 1c
Opmerking: De directeur Biotechnologie van het Ministerie van LNV is vanaf 1 februari 2000 gemachtigd namens de Minister van LNV te beslissen en stukken te ondertekenen
Waardering: B, 1
Handeling: Het opstellen en wijzigen van departementale standpunten inzake de agrarische aspecten van internationale handelsbesprekingen
Periode: 1945–
Opmerking: Als onderdeel van de voorbereiding wordt overleg gevoerd met het
agrarische bedrijfsleven.
Waardering: B, 1
Handeling: Het verlenen van opdrachten betreffende het doen van onderzoek naar de gevolgen van moderne biotechnologie voor landbouw, voeding en milieu, alsmede de daaruit voortvloeiende maatschappelijke effecten
Periode: 1977–
Product: Opdrachten
Grondslag: Mandaat directeur Biotechnologie, art. 1b
Opmerking: De directeur Biotechnologie van het Ministerie van LNV is vanaf 1 februari 2000 gemachtigd namens de Minister van LNV te beslissen en stukken te ondertekenen.
Waardering: B, 1
Handeling: Het formuleren van hoofdlijnen en beginselen van het Nederlandse standpunt gericht op het EG-beleid ten aanzien van de (agro)biotechnologie
Periode: 1977–
Bron: Brief van de Ministers van LNV, VROM en OS aan de Voorzitter van de Tweede Kamer. Vergaderjaar 1996–1997, 25 000 XIV, nr. 21
Opmerking: Onder ander in het kader van het Verdrag inzake Biologische Diversiteit. In het kader van dit Verdrag was Nederland vertegenwoordigt bij conferenties over plantaardige genetische bronnen en agro- biodiversiteit
Waardering: B, 1
Handeling: Het deelnemen aan de voorbereiding van verordeningen ter zake de (agro)biotechnologie die door de Commissie der E.E.G., later E.G. worden vastgesteld.
Periode: 1977–
Product: Voorstellen, nota’s en verslagen
Waardering: B+V
B, 5 voor voorstellen, nota’s etc.
V 10 jaar voor overige neerslag
Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan expertgroepen van de Europese Commissie inzake (agro)biotechnologie en het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage
Periode: 1958–
Product: Voorstellen, nota’s en verslagen
Opmerking: In de Europese Gemeenschap is het zaaizaadhandelsverkeer van teeltmateriaal van vrijwel alle belangrijke landbouw- en groentegewassen geregeld.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het opstellen van concept-informatiefiches over voorstellen, mededelingen en Groenboeken van de Europese Commissie op het gebied van (agro)biotechnologie
Periode: 1958–
Product: Concept-fiches
Opmerking: De interdepartementale WBNC stelt de informatiefiches vast. (Zie ook Pivotonderzoek ‘Gedane Buitenlandse Zaken’.)
Waardering: B, 1
Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot (agro)biotechnologie en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen
Periode: 1958–
Product: Voorstellen, nota’s, agenda’s, notulen, en verslagen
Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.
Waardering: B, 1
Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc groepen Raden/Attachés met betrekking tot (agro)biotechnologie en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen
Periode: 1958–
Product: Voorstellen, nota’s, agenda’s, notulen, en verslagen
Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.
Waardering: B, 1
Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van het Coreper met betrekking tot (agro)biotechnologie en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen
Periode: 1958–
Product: Voorstellen, nota’s, agenda’s, notulen, en verslagen
Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiger in het Coreper (de PV) worden vastgesteld in interdepartementaal overleg onder leiding van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Waardering: B, 1
Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level groepen met betrekking tot (agro)biotechnologie en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen
Periode: 1958–
Product: Voorstellen, nota’s, agenda’s, notulen, en verslagen
Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.
Waardering: B, 1
Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake agendapunten van Raadsvergaderingen met betrekking tot (agro)biotechnologie en het opstellen van verslagen van Raadsvergaderingen
Periode: 1958–
Product: Voorstellen, nota’s, en verslagen
Opmerking: Nationale standpunten en onderhandelingsposities inzake agendapunten van Raadsvergaderingen komen tot stand in de Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo).
Waardering: B, 1
Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake (agro)biotechnologie
Periode: 1993–
Opmerking: Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken Ministers.
Waardering: B, 1
Handeling: Het aan de Europese Commissie rapporteren over de implementatie van Europese (of internationale) regels in bestaande of nieuwe wet- en regelgeving op nationaal niveau op het gebied van (agro)biotechnologie
Periode: 1958–
Product: Rapporten
Waardering: B, 3
Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot (agro)biotechnologie, die besproken worden in een raadgevend comité, een beheerscomité of een reglementeringscomité, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités
Periode: 1958–
Product: Rapporten
Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke Ministerie het coördinatieoverleg
Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiging in de comités.
Waardering: B, 1
Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten over door de Europese Commissie voorgenomen besluiten, maatregelen en onderhandelingen met derde landen op het gebied van (agro)biotechnologie, voorzover deze niet zijn vastgelegd in Raadsbesluiten en worden besproken in commissies en werkgroepen, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van de commissies en werkgroepen
Periode: 1958–
Product: Rapporten
Waardering: B, 1
Handeling: Het stellen van nadere regels met betrekking tot de aanpassing van de nationale wet- en
regelgeving ten aanzien van (agro)biotechnologie
Periode: 1958–
Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 30
Product: Beschikkingen
Opmerking: Indien de regels betrekking hebben op een bepaling die de handel raakt verleent de Minister van Landbouw deze in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken.
Waardering: B, 5
Handeling: Het geven van aanwijzingen aan uitvoeringsorganen over de toepassing van internationale verdragen of verordeningen inzake (agro)biotechnologie
Periode: 1958–
Product: Circulaires
Waardering: B, 5
Handeling: Het voordragen van personen voor benoeming in een raadgevend comité, beheerscomité of reglementeringscomité inzake (agro)biotechnologie
Periode: 1958–
Product: Beschikkingen
Opmerking: De Raad benoemt de leden van de comités.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het voordragen aan de Europese Commissie van deskundigen voor benoeming als controleur op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende (agro)biotechnologie
Periode: 1958–
Grondslag: EG-richtlijnen
Product: Beschikkingen
Waardering: V 3 jaar
Handeling: Het aanwijzen van regeringsvertegenwoordigers in commissies of werkgroepen van de Europese Unie inzake (agro)biotechnologie
Periode: 1958–
Product: Beschikkingen
Waardering: V 2 jaar na vertrek
Handeling: Het nemen van maatregelen voor de toepassing van EEG richtlijnen en de daarbijbehorende bijlagen op het gebied van (agro)biotechnologie
Periode: 1958–
Product: Beschikkingen
Opmerking: De Commissie voor Europese Gemeenschappen wordt hiervan in kennis gesteld.
Waardering: B, 5
Handeling: Het opstellen van een plan ter implementatie van een Raadsbesluit inzake (agro)biotechnologie
Periode: 1993–
Grondslag: Aanwijzing voor regelgeving (Stcrt. 1992, 230), nr. 334
Product: Implementatieplan
Opmerking: Het betreft hier plannen ter implementatie van richtlijnen en verordeningen die onderworpen zijn aan de samenwerkingsprocedure of de medebeslissingsprocedure (co-decisie) van Raad en Europees Parlement. Het implementatieplan moet binnen een maand nadat de Raad het gemeenschappelijk standpunt heeft vastgesteld voorgelegd worden aan de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen.
Waardering: B, 5
Handeling: Het gezamenlijk aangaan van projecten op het gebied van o.a. biotechnologie
Periode: 1981–
Bron: Instellingsbesluit Programmacommissie Biotechnologie
Opmerking: Projectmanagement en -beoordeling worden verzorgd door het NRLO.
Waardering: B, 5
Handeling: Het laten verrichten van (evaluatie)onderzoek naar projecten in het Innovatiegerichte Onderzoeksprogramma Landbouwbiotechnologie (IOP-Lb)
Periode: 1985–
Product: Evaluatiestudie
Bron: Beleidsinformatie jaargang 4 nummer 16, p. 5
Opmerking: De opdracht werd uitgevoerd door: het Studiecentrum voor Technologie en Beleid van TNO, en het Centrum voor Studies en Wetenschap, Technologie en Samenleving van de Universiteit Twente
Waardering: B+V
B, 2/3 voor onderzoeksopdrachten en eindproducten
V 10 jaar overige neerslag
Handeling: Het opstellen van programmafinancieringsafspraken en programmavoorstellen voor het Nederlands plantenbiotechnologisch onderzoek
Periode: 1985–
Bron: Beleidsnota landbouwbiotechnologie p. 38; Begrotingen
Opmerking: O.a. met DLO.
Waardering: B, 5
Handeling: Het laten verrichten van (evaluatie)onderzoek naar ggo-vrije ketens van voedingsmiddelen
Periode: 1997–
Product: onderzoeksopdrachten
Bron: Brief van de Minister van LNV aan de Voorzitter van de vaste Tweede Kamer, vergaderjaar 1997–1998, 25 126, nr. 5
Opmerking: Een financiële bijdrage hiervoor kan worden verkregen op grond van de Subsidieregeling Demonstratieprojecten Markt- en Concurrentiekracht, dat een onderdeel is van het Stimuleringskader LNV. Projecten die vallen binnen het onderwerp ‘ontwikkelen, opzetten en uitvoeren van herkenbare (gecertificeerde) ggo-vrije ketens’ komen in aanmerking voor subsidie. LASER voert de regeling uit.
Waardering: B+V
B, 5 onderzoeksopdracht en eindproduct
V 10 jaar overige neerslag
Handeling: Het (mede)financieren van biotechnische onderzoeksprogramma’s in de agrofoodsector
Periode: 1977–
Bron: Beleidsnota landbouwbiotechnologie p. 38; Begrotingen
Opmerking: Onder de agrofoodsector zijn begrepen: landbouw (akkerbouw, tuinbouw, en veeteelt) en voedingsmiddelenindustrie. De onderzoeksprogramma’s werden o.a. uitgevoerd door DLO, LUW, en proefstations (nu samen onder Wageningen-UR) en de Associatie voor Biotechnologische Onderzoeksscholen in Nederland (ABON) en hebben betrekking op plantaardige productie, dierlijke productie, aquacultuur en landbouwproductenverwerkende industrie. Ook de Programmacommissie Landbouwbiotechnologie (PcLB) wordt door LNV gefinancierd.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het (mede)financieren van startende biotechnologie bedrijven
Periode: 1977–
Bron: Website LNV, oktober 2002; Subsidieregeling Zaaiprojecten life sciences
Opmerking: In het kader van het Actieplan Life Sciences
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het voeren van overleg met het Nederlandse voedingsbedrijfsleven en maatschappelijk organisaties over verbetering van transparante etikettering van producten die met gentechnologie zijn geproduceerd
Periode: 1996–
Product: Agenda’s; notulen; nota’s etc.
Bron: Beleidsnota Biotechnologie, p. 33
Waardering: B, 1
Handeling: Het stimuleren en faciliteren van de ontwikkeling van ggo-vrije ketens van levensmiddelen
Periode: 1997–
Product: Subsidieverslagen
Bron: Brief van de Minister van LNV aan de Voorzitter van de vaste Tweede Kamer, vergaderjaar 1997–1998, 25 126, nr. 5
Opmerking: Subsidie wordt verstrekt middels De Subsidieregeling Demonstratieprojecten Markt- en Concurrentiekracht, dat een onderdeel is van het Stimuleringskader LNV. Projecten die vallen binnen het onderwerp ‘ontwikkelen, opzetten en uitvoeren van herkenbare (gecertificeerde) ggo-vrije ketens’ komen in aanmerking voor subsidie.
Waardering: B+V
B, 1 voor subsidieverslagen
V 10 jaar voor overige neerslag
Handeling: Het (mede) beslissen over het verlenen van vergunningen voor introducties van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en op de markt
Periode: 1993–
Grondslag: Besluit GGO, art 6
Opmerking: De Minister van VROM heeft hierin het primair bevoegd gezag.
Waardering: B, 5
Handeling: Het (laten) uitvoeren van een inventariserend onderzoek naar de ethische aspecten van plantenbiotechnologie
Periode: 1993–
Product: Onderzoeksrapporten; onderzoeksopdrachten
Bron: ?
Waardering: B+V
B, 1 voor rapporten
V 5 jaar voor overige neerslag
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet en regelgeving betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen
Periode: 1998–
Product: Wijziging van de Rijksoctrooiwet, de Rijksoctrooiwet 1995 en de Zaaizaad en Plantgoedwet ten behoeve van de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen
Bron: TK 1998–1999, 26 568 (R1638), nrs. 1–2; EK 2001–2002, 26 26 568 (R 1638), nr. 435
Opmerking: Deze wet is nog niet gepubliceerd in de staatscourant?
Waardering: B, 1
Handeling: Het financieren van onderzoeksprogramma’s betreffende de sociaal-economische en voedselveiligheidsaspecten van de landbouwbiotechnologie
Periode: 1990–
Product: O.a. Technologische Aspecten-studies (TA-studies)
Bron: Beleidsnota Landbouwbiotechnologie, 1993, p. 22
Opmerking: Dit onderzoek wordt o.a. uitgevoerd door de stichting Consument en Biotechnologie.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het financieren van onderzoek naar maatschappelijke acceptatie van producten van de (landbouw)biotechnologie
Periode: 1990–
Bron: Beleidsnota Landbouwbiotechnologie, 1993, p. 22
Opmerking: Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Konsumenten Aangelegenheden (SWOKA) en de Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek (NOTA- vanaf 1994: Rathenau Instituut).
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het voeren van overleg met betrokken organisaties over de participatie vanuit deze organisaties in de aansturing van beleidsgerichte onderzoeksprogramma’s op het gebied van landbouwbiotechnologie
Periode: 1990–
Product: Voorstellen, nota’s, agenda’s, notulen, en verslagen
Bron: Beleidsnota Landbouwbiotechnologie p. 22
Opmerking: Betrokken organisaties zijn o.a. de Stichting Consument en Biotechnologie en de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Konsumenten Aangelegenheden (SWOKA).
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het financieel ondersteunen van voorlichtingscampagnes op het gebied van de (landbouw)biotechnologie
Periode: 1990–
Bron: Beleidsnota Landbouwbiotechnologie, 1993, p. 21
Opmerking: O.a. voorlichtingscampagnes van de Stichting Publieksvoorlichting Wetenschap en Technologie (PWT – in 1996 na een fusie overgegaan in Stichting WeTeN).
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het beschikbaar stellen van financiële middelen om de rol van het landbouwonderwijs in de maatschappelijke meningsvormen over landbouwbiotechnologie nader te verkennen
Periode: 1990–
Bron: Beleidsnota Landbouwbiotechnologie, p. 22
Opmerking: In overleg met instellingen voor landbouwonderwijs worden o.a. de organisatie van studiedagen, symposia, workshops, en open dagen over biotechnologie gefinancierd.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het geven van informatie over toelatingsprocedures en achtergronden van de gehanteerde criteria inzake biotechnologie
Periode: 1990–
Product: Brochure over de milieuaspecten van genetisch gemodificeerde organismen.
Bron: Beleidsnota Landbouwbiotechnologie p. 22
Opmerking: De brochure is opgesteld door de VCOGEM.
Waardering: B, 3
Handeling: Het geven van opdracht tot het verrichten van onderzoek consumenten aangelegenheden in relatie tot biotechnologie
Periode: 1993–
Product: Rapport Consument en biotechnologie, kennis en meningsvorming van consumenten over biotechnologie; Rapport Biotechnologie: actie of reactie
Bron: Beleidsnota Landbouwbiotechnologie, 1993, p. 22
Opmerking: Uitgevoerd door de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Konsumenten Aangelegenheden (SWOKA)
Waardering: B+V
B, 1 voor opdrachten
V 10 jaar voor overige neerslag
Handeling: Het beschikbaarstellen van financiële middelen voor het organiseren van publiek debat over biotechnologie
Periode: 1990–
Bron: Beleidsnota Biotechnologie, p. 78
Opmerking: O.a: Debat Genetische modificatie van Dieren (1993); Debat Klonen en Kloneren (1999); Debat Biotechnologie en voeding (2001)
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het geven van opdracht tot het organiseren van publiek debat over biotechnologie
Periode: 1993–
Bron: Beleidsnota Biotechnologie, p. 78
Opmerking: O.a: Debat Klonen en Kloneren (1999)
Waardering: B, 1
Handeling: Het (mede) organiseren en coördineren van publiek debat over biotechnologie
Periode: 1993–
Bron: Beleidsnota Biotechnologie, p. 78
Opmerking: NOTA heet vanaf 1994 Rathenau Instituut.
Waardering: B, 1
875
Handeling: Het (mede)financieren van communicatie-activiteiten op het gebied van biotechnologie
Periode: 1993–
Bron: Beleidsnota Biotechnologie, p. 21
Waardering: V 10 jaar
Deel 2. Handelingen van actoren onder de archiefzorg van de Minister van LNV
Adviescomités van landbouwvertegenwoordigers
Handeling: Het adviseren van de Commissie van Europese Gemeenschappen inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen
Periode: 1993–
Grondslag: EG-Verordening (2081/92)inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen art. 15; EG-verordening (2082/92) inzake de specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art.19
Product: Adviezen
Opmerking: De vertegenwoordiger van de Lidstaat maakt deel uit van het comité bestaande uit vertegenwoordigers van de Lidstaten
Waardering: B, 3
Adviescommissie Geografische Aanduiding
Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw in zaken welke betrekking hebben op de aanvraag tot en het bezwaar tegen communautaire registratie van een geografische aanduiding of oorsprongsbenaming, dan wel van de specificiteit van een landbouwproduct of levensmiddel als bedoeld in de verordeningen
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering artt. 2 en 16.1
Opmerking: Het secretariaat stelt de aan de Minister uit te brengen adviezen op
Waardering: B, 5
Handeling: Het benoemen van een vice-voorzitter
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering art. 6.2
Opmerking: De adviescommissie benoemt uit haar midden de vice-voorzitter
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het aanwijzen of schorsen van leden van het dagelijks bestuur
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering artt. 6.3 en 12.2
Opmerking: Er worden twee leden aangewezen die samen met de voorzitter en de vice-voorzitter het dagelijkse bestuur vormen. Schorsing vindt plaats indien een lid van de adviescommissie de plicht tot geheimhouding schendt.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het opstellen van verslagen van vergaderingen
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering art. 10.3
Product: Verslagen van vergaderingen
Waardering: B, 5
Handeling: Het instellen van deelcommissies
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering art. 13.2
Opmerking: Het gaat om deelcommissies die zich specialiseren in bepaalde onderwerpen.
Waardering: B, 4
Handeling: Het besluiten om een spoedeisend advies zelf te behandelen of te laten behandelen door een deelcommissie
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering art. 13.3
Opmerking: De behandeling van het advies gebeurt namens de adviescommissie.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het beslissen in de gevallen waarin dit besluit niet voorziet
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering art. 14.1
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het opstellen van een instructie voor het secretariaat
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering art. 14.2
Product: Instructies
Waardering: V 10 jaar
Adviescommissies Landbouwuitvoerwet
Handeling: Het desgevraagd of uit eigener beweging de regering van advies dienen over maatregelen ter uitvoering van de Landbouwuitvoerwet
Periode: 1938–1950
Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 15.1; Wet op de Economische delicten zoals gewijzigd Stb. 1951, 91 art. 75. V
Waardering: B, 1 en 5
Algemene Inspectiedienst (AID)
Handeling: Het keuren bij invoer van groenten en fruit
Periode: 1977–
Grondslag: Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring groenten en fruit art. 4.1
Waardering: B, 5
Handeling: Het belasten van ambtenaren om de Rijkszuivelinspecteur te ondersteunen in de uitoefening van het Rijkstoezicht
Periode: 1955–
Grondslag: Aanwijzing ambtenaren tot bijstand rijkszuivelinspecteur art. 1
Opmerking: Het gaat om rijkstoezicht op de boter- en kaascontrolestations die zich onder Rijkstoezicht hebben gesteld, en op het ZKB.
De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het houden van toezicht op naleving van de genomen maatregelen om de voedselketen te controleren naar aanleiding van crises waarbij de voedselveiligheid in gevaar wordt gebracht
Periode: 1945–
Grondslag: Noodmaatregelingen in verband met de radioactiviteit (melkwinning)
Bron: Evaluatieonderzoek ‘Tsjernobyl’: rapport inzake het optreden van de rijksoverheid naar aanleiding van het ongeval in de kerncentrale van Tsjernobyl
Opmerking: Bijvoorbeeld n.a.v. het kernongeval in Tsjernobyl of calamiteiten zoals dioxineverontreiniging in zuivelproducten
Waardering: B, 6
Handeling: Het opsporen van overtreding van de voorschriften, gesteld bij of krachtens de Zaaizaad- en plantgoedwet
Periode: 1969–1973
Grondslag: Beschikking aanwijzing opsporingsambtenaren art. 1
Opmerking: Voor zover het gaat om overtredingen die economische delicten zijn in de zin van artikel 1 van de Wet op de economische delicten.
Waardering: V 10 jaar
Ambtenaren belast met het Rijkstoezicht op controle-instellingen
Handeling: Het inroepen van medewerking van het Rijks-kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten in Wageningen en andere ambtenaren bij het toezien op het naar behoren functioneren van de controle-instelling en haar onderdelen
Periode: 1975–
Grondslag: Regeling inzake het rijkstoezicht op controle-instellingen art. 4.2
Waardering: V 10 jaar
Ambtenaren belast met het Rijkstoezicht op de landbouwkwaliteit
Handeling: Het verzoeken om inzage in stukken van de controle-instelling op het gebied van de landbouwkwaliteit
Periode: 1977–
Grondslag: Beschikking rijkstoezicht op de controle-instellingen 15 augustus 1977/no. J2094 Stcrt.159 art.4.1
Product: Verzoek
Waardering: V 10 jaar
Ambtenaren in dienst van de Rijkszuivelinspectie
Handeling: Het opsporen van strafbare feiten die te maken hebben met de uitvoer van zuivelproducten
Periode: 1948–1982
Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 7; Uitvoercontrolebeschikking 1952 boter art. 22
Opmerking: Zuivel-Kwaliteitscontrole Bureau Directeur, keurmeesters en controleurs.
Waardering: B, 5
Ambtenaren van het Rijkstoezicht
Handeling: Het controleren van kaasproducten
Periode: 1970–1982
Grondslag: Kaascontrolebeschikking 1970 art. 61
Product: Keuringsuitslagen
Waardering: V 10 jaar
Autoriteit (door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) aangewezen)
Handeling: Het goedkeuren van besluiten en nadere regels die door productschappen zijn vastgesteld
Periode: 1978–
Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit bacon art. 5.3 (1978); Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art 6.3; Landbouwkwaliteitsregeling overdracht bevoegdheden bloembollen art. 4.2; Landbouwkwaliteitsbesluit consumptieaardappelen art. 4.3; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art. 7.3; Landbouwkwaliteitsbesluit etikettering rundvlees art. 4.3; Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit art. 6.3; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducten art. 7.3; Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding art. 4.3; Landbouwkwaliteitsbesluit poedervormige melkproducten art. 7.3; Landbouwkwaliteitsbeschikking poedervormige melkproducten art. 14.1; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 3.3; Landbouwkwaliteitsbeschikking productiemethoden scharreleieren art. 4.2; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 4.4; Landbouwkwaliteitsregeling overdracht bevoegdheden vleeswaren art. 3; Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art. 7.3
Opmerking: Wordt uitgevoerd door en autoriteit die dor de Minister wordt aangewezen.
Waardering: B, 5
Handelingen: Het goedkeuren van een verleende vrijstelling die door controle-instellingen en productschappen verleend worden met betrekking tot hetgeen bij of krachtens landbouwkwaliteitsbesluiten bepaald is
Periode: 1977–
Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode art 10.3; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art. 16.2; Landbouwkwaliteitsbesluit consumptieaardappelen art 10.4; Landbouwkwaliteitsbesluit bacon art. 12.2; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 9.2; Landbouwkwaliteitsbesluit scharrelvarkensvlees en -vleeswaar art. 8.2; Landbouwkwaliteitsbesluit Gemedicineerd veevoeder art 20.3; Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art 13.3; Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit art. 14.2; Landbouwkwaliteitsregeling vrijstellingen, ontheffingen en nadere voorschriften groenten en fruit art. 3; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 10.2; Landbouwkwaliteitsregeling vrijstellingen en ontheffingen vleeswaren art. 3; Landbouwkwaliteitsbesluit vis en visproducten art. 11.4; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducten art. 16.2; Landbouwkwaliteitsregeling vrijstellingen, ontheffing en nadere voorschriften bacon art 3.1
Opmerking: Het gaat om regels die betrekking hebben op de bereiding, de bewaring, de keuring, het gebruik van toevoegingen, grond- of hulpstoffen , en het gebruik van merken voor bacon en kunnen voorschriften inhouden inzake de inrichting en het gebruik van bedrijfsgebouwen en vervoermiddelen voorzover de desbetreffende regels de gezondheid niet raken.
Waardering: V 2 jaar na afloop vrijstelling, ontheffing of na intrekking regeling
Beheerscommissie Voedselconsumptiepeiling
Handeling: Het stimuleren en coördineren van het beheer en gebruik van de voedselconsumptiegegevens, afkomstig uit de voedselconsumptiepeiling
Periode: 1988–
Grondslag: Beschikking Instelling Beheerscommissie Voedselconsumptiepeiling art. 2
Opmerking: Gegevens uit deze consumptiepeilingen zijn ondergebracht in drie gezamenlijke databestanden van de Ministeries van Volksgezondheid en Landbouw.
Waardering: B+V
B, ? voor voorstellen, nota’s etc.
V 5 jaar voor overige neerslag
Centrale Raad van Beroep voor de Botercontrolestations
Handeling: Het geven van bindend advies naar aanleiding van het indienen van beroep van aangeslotenen bij zuivelcontrolestations
Periode: 1967–1982
Grondslag: Kaascontrolebeschikking 1970 art. 68; Botercontrolebeschikking 1967 art. 40
Opmerking: Het bindend advies wordt gegeven aan het zuivelcontrolestation tegen wie beroep is ingesteld door de aangeslotene.
Waardering: V 10 jaar
Centrale Raad van Beroep voor de Kaascontrolestations
Handeling: Het geven van bindend advies naar aanleiding van het indienen van beroep van aangeslotenen bij zuivelcontrolestations
Periode: 1967–1982
Grondslag: Kaascontrolebeschikking 1970 art. 68; Botercontrolebeschikking 1967 art. 40
Opmerking: Het bindend advies wordt gegeven aan het zuivelcontrolestation tegen wie beroep is ingesteld door de aangeslotene.
Waardering: V 10 jaar
Centrum voor Genetische Bronnen Nederland/Centrum voor Plantenveredelings- en Reproductieonderzoek (CGN-CPRO/DLO)
Handeling: Het beheren van de Nederlandse genenbank voor plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw onder mandaat van de Nederlandse overheid
Periode: 1985–
Bron: Nota Zaadvak p. 23
Opmerking: Het CGN richt zich op het conserveren van biodiversiteit. Het concentreert zich daarbij op de lange termijn opslag en het toegankelijk maken van collecties, die belangrijk zijn voor de Nederlandse landbouw.
Waardering: B+V
B, 4 voor gegevens bank/database
V 10 jaar voor overige neerslag
Handeling: Het evalueren en rapporteren van het CGN-beleid
Periode: 1985–
Bron: De genenbank onderweg, cpro-dlo (1995) p. 31
Waardering: B, 2 en 3
Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM)
Handeling: Het verrichten van onderzoek naar de uitkruising van ggo’s naar de ggo-vrije landbouw
Periode: 1997–
Bron: Brief van de Minister van LNV aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, biote02023
Waardering: B+V
B, 2 en 3 vootr rapporten
V 10 jaar voor overige neerslag
Comité bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen
Handeling: Het adviseren van de Commissie van Europese Gemeenschappen inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen
Periode: 1993–
Grondslag: EG-Verordening (2081/92)inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen art. 15; EG-verordening (2082/92) inzake de specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art.19
Opmerking: De vertegenwoordiger van de Lidstaat maakt deel uit van het comité bestaande uit vertegenwoordigers van de Lidstaten
Waardering: B, 1
Commissie toelating groenterassen
Handeling: Het (op verzoek van de houder van het kwekersrecht) plaatsen van rassen op, rubriceren van rassen, alsmede het afvoeren van rassen van rassenlijsten
Periode: 1967–
Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 75.1, 76; Besluiten inrichting rassenlijsten art. 3.5; Beschikking inrichting rassenlijst landbouwgewassen zoals gewijzigd Stcrt 1974, 24 ) art. 3a
Opmerking: Dit gebeurt wanneer uit deskundig onderzoek, verricht door of voor de Commissie, blijkt dat het ras voldoende cultuur- of gebruikswaarde heeft is. Er wordt jaarlijks een rassenlijst met aanvullende informatie onder auspiciën van de Commissies uitgegeven. Aanvullende info betreft: voor welke grondsoort het ras geschikt is, wat de opbrengst is, voor welke ziekten het ras meer of minder gevoelig is etc. Dit onderzoek vindt ook plaats om de toelating tot het verkeer van landbouw- en bosbouwgewassen te regelen. In de wetgeving staat vermeld dat deze handeling eveneens door een door de Minister aan te wijzen instelling verricht kan worden. Er is echter nooit een instelling apart hier voor aangewezen.
Waardering: B, 5
Handeling: Het adviseren van de Minister van LNV omtrent de toelating van groenterassen en groepen van planten van groentegewassen
Periode: 1971–
Grondslag: Regeling Commissie toelating Groenterassen, Stcrt. 1971, 114, gew. Stcrt. 1988, 174, art. 2; Besluit instelling Commissie toelating groenterassen art. 2
Opmerking: Deze adviezen staan in relatie tot de uitvoering van de EG-richtlijn van 29 september 1970, betreffende het in de handel brengen van groentezaad (Pb.L.225) namelijk dat elk lidstaat één of meer lijsten opstelt van de rassen die officieel op zijn grondgebied tot de keuring zijn toegelaten en in de handel mogen worden gebracht.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het adviseren van de Minister van LNV in hoeverre teeltmateriaal van groepen van planten die niet ingeschreven zijn, in het verkeer gebracht, verder verhandeld en uitgevoerd mag worden
Periode: 1967–
Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 82
Opmerking: De commissie is een Ministeriële commissie waarvoor NAK-tuinbouw het secretariaat voert.
Waardering: B+V
B, 1 voor adviezen
V 5 jaar voor overige neerslag
Commissie voor de samenstelling van de rassenlijsten voor bosbouwgewassen
Handeling: Het (op verzoek van de houder van het kwekersrecht) plaatsen van rassen op, rubriceren van rassen, alsmede het afvoeren van rassen van rassenlijsten
Periode: 1967–
Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 75.1, 76; Besluiten inrichting rassenlijsten art. 3.5; Beschikking inrichting rassenlijst landbouwgewassen zoals gewijzigd Stcrt 1974, 24 ) art. 3a
Opmerking: Dit gebeurt wanneer uit deskundig onderzoek, verricht door of voor de Commissie, blijkt dat het ras voldoende cultuur- of gebruikswaarde heeft is. Er wordt jaarlijks een rassenlijst met aanvullende informatie onder auspiciën van de Commissies uitgegeven. Aanvullende info betreft: voor welke grondsoort het ras geschikt is, wat de opbrengst is, voor welke ziekten het ras meer of minder gevoelig is etc. Dit onderzoek vindt ook plaats om de toelating tot het verkeer van landbouw- en bosbouwgewassen te regelen. In de wetgeving staat vermeld dat deze handeling eveneens door een door de Minister aan te wijzen instelling verricht kan worden. Er is echter nooit een instelling apart hier voor aangewezen.
Waardering: B, 5
Commissie voor de samenstelling van de rassenlijsten voor landbouwgewassen
Handeling: Het (op verzoek van de houder van het kwekersrecht) plaatsen van rassen op, rubriceren van rassen, alsmede het afvoeren van rassen van rassenlijsten
Periode: 1967–
Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 75.1, 76; Besluiten inrichting rassenlijsten art. 3.5; Beschikking inrichting rassenlijst landbouwgewassen zoals gewijzigd Stcrt
1974, 24 ) art. 3a
Opmerking: Dit gebeurt wanneer uit deskundig onderzoek, verricht door of voor de Commissie, blijkt dat het ras voldoende cultuur- of gebruikswaarde heeft is. Er wordt jaarlijks een rassenlijst met aanvullende informatie onder auspiciën van de Commissies uitgegeven. Aanvullende info betreft: voor welke grondsoort het ras geschikt is, wat de opbrengst is, voor welke ziekten het ras meer of minder gevoelig is etc. Dit onderzoek vindt ook plaats om de toelating tot het verkeer van landbouw- en bosbouwgewassen te regelen. In de wetgeving staat vermeld dat deze handeling eveneens door een door de Minister aan te wijzen instelling verricht kan worden. Er is echter nooit een instelling apart hier voor aangewezen.
Waardering: B, 5
Handeling: Het adviseren van de Minister van LNV inzake teeltmateriaal van een niet in Nederland ingeschreven ras en dat tot het verkeer is toegelaten in een land dat geen deel uitmaakt van de EG, in Nederland in het verkeer gebracht mag worden met het oog op de uitvoer buiten het grondgebied van de EG op voorwaarde dat het ras voor keuringsdoeleinden voldoende homogeen is
Periode: 1991–
Grondslag: Regeling verkeer niet-ingeschreven rassen 1991 (Stcrt. 51) art. 3.2
Waardering: V 5 jaar
Coördinatie Commissie voor de metingen van Radioactiviteit en Xenonbiotische stoffen (CCRX)
Handeling: Het uitvoeren van radioactiviteitsmetingen t.b.v. ‘Tsjernobyl’
Periode: 1945–
Bron: Werkplan afwikkeling Tsjernobyl p. 14
Opmerking: Aan deze werkgroep nemen alle instellingen deel die radioactiviteitmetingen t.b.v. ‘Tsjernobyl’ uitvoeren; Rijksinstituut voor Milieuhygiene, Keuringsdienst van Waren, Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees, Rijks Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwproducten, Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling.
Waardering: B, 6
Dienst der Nederlandse Haringcontrole
Handeling: Het vaststellen van exportvolgnummers en exportstempelmerken die worden gebruikt op formulieren en verpakkingen van haring
Periode: 1938–1963
Grondslag: Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 artt.3 en 5; Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 zoals gewijzigd in 1956 (Stb. 1952, 12) art. 5; Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 zoals gewijzigd in 1956 (Stb. 1956, 78) art. 5.7
Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het verlenen van schriftelijke vergunningen tot het gebruiken van andere verpakkingen dan genoemd in het Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole
Periode: 1956–1963
Grondslag: Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole zoals gewijzigd in Stb. 1956, 78 art. 1.II
Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij het hoofd van de dienst.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het verlenen van vergunningen tot het gebruik van andere verpakkingen en merken dan in het Reglement genoemd
Periode: 1945–1963
Grondslag: Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 art.7, vernummerd naar art. 5 in Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole Stb. 1952, 12. Art. XIV; Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 zoals gewijzigd Stb. 1956, 78 art, 1.IV.
Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het beslissen of en door wie haring opnieuw gekeurd kan worden
Periode: 1964–1984
Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 art. 4.2
Opmerking: Herkeuring kan geschieden nadat de exporteur beroep tegen een keuringsbeslissing heeft ingesteld.
De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van uitvoerkwaliteitscertificaten voor haring
Periode: 1964–1984
Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 art.2
De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Product: Bijlage bij Uitvoercontrolebeschikking haring (Stcrt. 1964, 102)
Waardfering: V 5 jaar
Dienst Landbouwvoorlichting (DLV)
Handeling: Het verrichten van onderzoek naar de traceerbaarheid en handhaafbaarheid van ggo’s
Periode: 1997–
Bron: Brief van de Minister van LNV aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, biote02023
Waardering: B+V
B, 2/3 voor rapporten
V 10 jaar voor overige neerslag
Haringkeurmeesters
Handeling: Het stellen van voorschriften m.b.t. het ter keuring aanbieden van haring
Periode: 1911–1964
Grondslag: Besluit keuring gekaakte haring art.5
Waardering: B, 5
Handeling: Het weigeren van de keuring van aangeboden haring
Periode: 1911–1964
Grondslag: Besluit keuring gekaakte haring art.7
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het (her)keuren van haring
Periode: 1911–1964
Grondslag: Besluit keuring gekaakte haring art.9
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het, op verzoek van de aanvrager van de keuring of van de koper van de gekeurde haring afgeven van een schriftelijke verklaring van de uitkomst van het onderzoek
Periode: 1945–1964
Grondslag: Besluit keuring gekaakte haring art.8.2
Waardering: V 5 jaar
Instituut voor Rassenonderzoek van Landbouwgewassen
Handeling: Het in samenwerking toekennen van de juiste benaming van een buitenlands landbouwgewas, de juiste benaming van het ras alsmede de juiste herkomstaanduiding
Periode: 1942–1967
Grondslag: Beschikking van de secretaris generaal van het Departement van Landbouw en visserij met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen, krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941; Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 28 februari 1944 met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941 art. 3.2h
Opmerking: De formele bevoegdheid van deze handeling ligt bij de directeuren.
Waardering: B+V
B, 5 identiteitsmonster
V 10 jaar verslag
Handeling: Het in onderlinge overeenstemming toestaan tot invoer van in het buitenland geteeld voortkwekingsmateriaal van een niet op de rassenlijst geplaatst ras van een landbouwgewas, dat al dan niet is voorzien van certificaten, plombes, sluitingen, merken en tekenen van een door de Secretaris Generaal erkende buitenlandse instelling en dat is bestemd voor beproeving in de praktijk
Periode: 1942–1967
Grondslag: Beschikking van de secretaris generaal van het Departement van Landbouw en visserij met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen, krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941 art. 5.a; Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij met betrekking tot het in het verkeer brengen van niet op de rassenlijst geplaatste rassen van landbouwgewassen in afwijking van het bepaalde in art. 35.1 van het Kwekersbesluit 1941 art. 5; Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 28 februari 1944 met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941 art. 3.1b, 3.4a
Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur van het Instituut voor Rassenonderzoek van Landbouwgewassen.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het in overeenstemming verlenen van toestemming voor de invoer van gecertificeerd voortkwekingsmateriaal van een niet op de rassenlijst of bijlage tot die lijst geplaatst ras
Periode: 1944–1967
Grondslag: Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 28 februari 1944 met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941 art. 3.4a
De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Waardering: V 10 jaar
Klankbordgroep kwaliteitsprojecten
Handeling: Het jaarlijks de Minister van LNV van advies dienen ten aanzien van te hanteren prioriteitsstellingen en het evalueren van de wijze van uitvoering van deze regeling
Periode: 1992–2000
Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 18
Product: (Evaluatie)verslagen en adviezen
Waardering: B+V
B, 2 en 3 voor evaluatieverslagen en adviezen
V 10 jaar voor overige neerslag
Lac stuur- en werkgroepen
Handeling: Het ondersteunen van de Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen (LAC)
Periode: 1973–1994
Grondslag: Beschikking Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen art. 2.5
Opmerking: Bijvoorbeeld; Stuurgroep ‘Zuivelverontreiniging’, Stuurgroep ‘Vee, Vlees en Eieren’, Stuurgroep ‘Visverontreiniging’, Stuurgroep ‘Bodem en Gewas’, Stuurgroep ‘Voorkoming Radioactieve Besmetting van Voedingsmiddelen’, Stuurgroep ‘Natuurlijk Milieu’. Onder deze stuurgroepen ressorteerden werkgroepen voor speciale problemen.
Waardering: B, 5
Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen (LAC)
Handeling: Het desgevraagd of uit eigen beweging adviseren van de Minister van LNV over de verontreiniging van voedselketens met milieukritische stoffen en het signaleren, voorkomen en bestrijden ervan
Periode: 1973–1994
Grondslag: Beschikking Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen art. 2.1
Waardering: B, 1
Handeling: Het, stimuleren en coördineren van de technische en operationele samenwerking van de directies, diensten en instellingen van het Ministerie van Landbouw, die op het terrein van de milieukritische stoffen werkzaam zijn
Periode: 1973–1994
Grondslag: Beschikking Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen art. 2.3
Opmerking: Dit gebeurd zoveel mogelijk in overleg met het georganiseerde bedrijfsleven.
Waardering: B, 5
Handeling: Het instellen van stuur-, werk-, of studiegroepen
Periode: 1973–1994
Grondslag: Beschikking Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen art. 2.5
Opmerking: Bijvoorbeeld; Stuurgroep ‘Zuivelverontreiniging’, Stuurgroep ‘Vee, Vlees en Eieren’, Stuurgroep ‘Visverontreiniging’, Stuurgroep ‘Bodem en Gewas’, Stuurgroep ‘Voorkoming Radioactieve Besmetting van Voedingsmiddelen’, Stuurgroep ‘Natuurlijk Milieu’
Waardering: B, 4
Landbouwadviescommissie radioactieve stoffen
Handeling: Het adviseren van de Minister van LNV inzake de preventieve en daadwerkelijke bestrijding van de gevaren, verbonden aan besmetting met radioactieve stoffen
Periode: 1960–1973
Grondslag: Beschikking van de Minister van Landbouw en Visserij 8 januari 1960, nr. K 16 Kabinet; Opgeheven bij Beschikking Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen art. 4
Opmerking: Het gaat om besmetting van dieren, planten en voedselvoorzieningsproducten, evenals van de aardbodem en de wateren, voor zover van belang voor de landbouw en visserij.
Waardering: B, 1
Landbouw Economisch Instituut -Dienst Landbouwkundig Onderzoek (LEI-DLO)
Handeling: Het verrichten van consumenten- en marktonderzoek, gericht op inzicht in het koopgedrag van de ggo-vrije consument en in de ontwikkelingen in de vraag en aanbod op de (internationale) markt van ggo-vrije producten
Periode: 1997–
Bron: Brief van de Minister van LNV aan de Voorzitter van de vaste Tweede Kamer, vergaderjaar 1997–1998, 25 126, nr. 5
Waardering: B+V
B, 1 en 2 voor rapporten
V 10 jaar voor overige neerslag
Landelijk Platform Commissie Kritische Stoffen
Handeling: Het stimuleren van de samenwerking van werkzame overheidsdiensten, organen van het georganiseerde bedrijfsleven, wetenschapsinstellingen en maatschappelijke organisaties op het gebied van het aandacht besteden aan en terugdringen van kritische stoffen die een bedreiging vormen of kunnen vormen voor agrarische producten, visserijproducten en de natuur
Periode: 1994–
Bron: Staatsalmanak 1995–1996
Waardering: B+V
B, 5 voor voorstellen, nota’s en rapporten
V 10 jaar voor overige neerslag
Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek (NRLO)
Handeling: Het begeleiden en beoordelen van gezamenlijke projecten van de Ministers van LNV en OC&W op het gebied van o.a. biotechnologie
Periode: 1981–
Bron: Instellingsbesluit Programmacommissie Biotechnologie
Waardering: B+V
B, 4en 5 voor voorstellen, nota’s etc.
V 5 jaar overige neerslag
Handeling: Het stimuleren van, beoordelen, en voeren van het projectmanagement van innovatiegerichte onderzoeksprogramma’s biotechnologie (IOP-b)
Periode: 1981–
Opmerking: In de toelichting van de Instelling Programmacommissie (Stcrt, 1981, 178) staat dat de NRLO (als uitvoerende organisatie) het biotechnologisch onderzoek in toenemende mate stimuleert. Een in ander is gebaseerd op de studie ‘Biotechnologie in het landbouwkundig onderzoek’ van de NRLO.
Waardering: B, 5
Organisaties door de Minister van Landbouw aangewezen
Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw over de vaststelling van de vergoedingen voor kwekers
Periode: 1942–1967
Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 44.3
Waardering: V 5 jaar
Plantenziektenkundige Dienst (PD)
Handeling: Het verlenen van ontheffing van hetgeen is geregeld bij of krachtens de Uitvoercontrolebeschikking 1955 aardappelen
Periode: 1955–1987
Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1955 aardappelen art. 6
De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).
Waardering: V 1 jaar
Handeling: Het geven van voorschriften voor de wijze van bewaring van aardappelen tussen het tijdstip van het aanbieden ter keuring en het tijdstip waarop de uitgestelde keuring zal plaatsvinden
Periode: 1955–1987
Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1955 aardappelen art. 7.2
De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).
Waardering: V 1 jaar
Handeling: Het opdragen aan de met de keuring belaste ambtenaren tot het uitstellen van het keuren van aardappelen
Periode: 1955–1987
Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1955 aardappelen art. 7.1
Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).
Opmerking: Uitstel van keuring geschiedt indien er reden is om te vermoeden dat de verschijnselen van enige aantasting of beschadiging welke op het ogenblik van de aanbieding ter keuring nog niet waarneembaar zijn, binnen enkele weken tot uiting zullen komen.
De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Waardering: V 1 jaar
Handeling: Het keuren bij invoer van groenten en fruit
Periode: 1977–
Grondslag: Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring groenten en fruit art. 4.1
Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).
Waardering: B, 5
Handeling: Het keuren van in Nederland geteelde of ingevoerde groenten en fruit met bestemming buiten het verzendgebied
Periode: 1977–1993
Grondslag: Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring groenten en fruit art. 7
Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).
Opmerking: Voor zover zendingen in het geheel bestaan uit in het buitenland geteelde groenten en fruit kan de AID bewijsstukken namens het KCB afgeven.
Waardering: V 3 jaar
Handeling: Het besluiten tot het achterwege laten van de controle op groenten en fruit
Periode: 1993–
Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling controle groenten en fruit 1993 art. 3.3
Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).
Opmerking: Indien het groenten en fruit betreft waarvoor gemeenschappelijke kwaliteitsnormen bestaan en die er voor bestemd zijn om zonder verdere bewerking te worden uitgevoerd naar een derde land. Van het achterwege laten van de controle wordt mededeling gedaan aan de douane.
Waardering: V 3 maanden
Handeling: Het geven van toestemming tot het afvoeren, verhandelen, vernietigen of vervreemden van partijen groenten en fruit uit derde landen
Periode: 1993–
Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling controle groenten en fruit art. 4.2-3
Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).
Opmerking: Het gaat om partijen die niet voldoen aan de normen die gesteld zijn krachtens het Landbouwkwaliteitsbesluit.
Waardering: V 1 jaar
Handeling: Het geven van aanwijzingen over keuringen van groenten en fruit aan de verantwoordelijke organen of personeelsleden van het Stichting Kwaliteitscontrolebureau voor Groenten en Fruit (KCB) alsmede de bepaling van de frequentie van de vastlegging
Periode: 1993–
Grondslag: Regeling houdende wijziging KCB-controlepersoneel als onbezoldigd ambtenaar van de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees art. 3
Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).
Opmerking: De Directeur Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees bepaalt de frequentie van de verslaglegging
De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Waardering: B+V
B, 5 voor algemene aanwijzing
V 75 jaar voor individuele gevallen
Handeling: Het uitreiken van merken, tekenen en bewijsstukken aan aangesloten instellingen
Periode: 1930–
Grondslag: Uitvoercontrolebesluit 1948 kaas art. 5; Uitvoercontrolebesluit 1948 melkpoeder art. 5; Uitvoercontrolebesluit 1951 boter art. 6; Uitvoercontrolebesluit 1957 melk en melkproducten art. 6; Uitvoercontrolebesluit 1939 tuinbouwproducten art. 6b; Uitvoercontrolebesluit 1963 tuinbouwproducten art. 9b; Uitvoercontrolebesluit 1947 boomkwekerijproducten art. 7c; Uitvoercontrolebesluit 1951 drogerijen art. 5.b; Uitvoercontrolebesluit Eieren 1962 art. 10.b; Uitvoercontrolebesluit Haring 1964, art. 10.c; Landbouwuitvoerbesluit bacon artt. 25, 26; Landbouwkwaliteitswet art.10.1 e; Landbouwkwaliteitsbesluit bacon art. 9; Landbouwkwaliteitsbesluit scharrelvarkensvlees en -vleeswaar art. 6.1; Landbouwkwaliteitsbesluit vis en visproducten art. 9; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 8; Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art.11; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art.13; Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit art. 10; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducent art. 13; Landbouwkwaliteitsbesluit poedervormige melkproducten art. 13; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 6; Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art. 12; Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode art.7; Landbouwkwaliteitsbesluit Zuivelproducten (1998–)
Product: Uitvoercontrolebesluit 1968 boter (Stcrt. 1968, 101); Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102); Uitvoercontrolebeschikking 1956 kaas (Stcrt. 1956, 251); Uitvoercontrolebeschikking melkpoeder (Stcrt. 1948, 157); Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten (Stcrt. 1961, 13); Uitvoeringsbeschikking uitvoercontrole tuinbouwproducten 1964 (Stcrt. 1964, 62); Statuten en keuringsreglement Stichting Kwaliteitscontrolebureau voor Groenten en Fruit (KCB); Keuringsreglement COZ kaasproducten (Stcrt. 1982, 105); Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring groenten en fruit (Stcrt. 1977, 182); Landbouwkwaliteitsregeling controle groenten en fruit 1993 (Stcrt. 1993. 60)
In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).
Waardering: V 30 jaar
Handeling: Het treffen van maatregelen bij gebleken tekortkomingen van landbouwproducten of levensmiddelen aan de eisen van de productdossiers
Periode: 1993–1998
Grondslag: EG-verordening (2081/92) inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen art 10.4; EG-verordening (2082/92) inzake de specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art. 14.3-4
Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).
Opmerking: Tot nu toe heeft zich dit niet voorgedaan. In voorkomende gevallen meldt het COKZ of RVV de tekortkoming aan het Ministerie van Landbouw. De maatregelen hebben tot gevolg dat de bescherming wordt ingetrokken.
Waardering: B, 5
Handeling: Het houden van toezicht op naleving van keuringsvoorschriften voor teeltmateriaal dat voor de uitvoer bestemd is
Periode: 1967–1997
Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 91.2 zoals gewijzigd Stb. 1997, 510
Opmerking: Het Rijksproefstation voor de Zaadcontrole en de Plantenziektenkundige Dienst verrichten deze handeling niet meer sinds 1997.
Deze taak is in 1997 overgedragen aan de NAK.
Waardering: B+V
B, 5 voor eindrapportages
V 10 jaar overige neerslag
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren voor het uitoefenen van Rijkstoezicht op krachtens de Zaaizaad- en plantgoedwet aangewezen keuringsinstellingen
Periode: 1973–
Grondslag: Toezicht keuringsinstellingen ZPW art. 1
Opmerking: De PD is verantwoordelijk voor het aanwijzen van ambtenaren als het gaat om Plantenziektenkundige aangelegenheden.
Waardering: V 75 jaar
Handeling: Het controleren van handelsmonsters voor land- en tuinbouw op gezondheid in verband met fytosanitaire bepalingen met grensverkeer alsmede het afleveren van het Internationaal Fytosanitair Certificaat
Product: Vervallen/onbekend
Bron: Nota Zaadvak p. 30
Opmerking: Dit is niet het ISTA-certificaat dat door het RPvZ wordt afgegeven.
Het certificaat duidt op de gezondheid van het materiaal.
Waardering: V 5 jaar
Programmacommissie Landbouw Biotechnologie (PcLB)
Handeling: Het opstellen van meerjarige werkplannen en stimuleringsmaatregelen en het adviseren van de Minister van LNV met betrekking tot de biotechnologie
Periode: 1985–
Bron: Eindverslag Innovatiegericht Onderzoeksprogramma Biotechnologie (IOP-b)
Opmerking: Het gaat zowel om de inhoud van de onderzoeksprogramma’s als de subsidiëring daarvan, evenals om kennisoverdracht aan de agrarische industrie.
Waardering: B, 5
Project Biotechnologie
Handeling: Het verlenen van opdrachten betreffende het bijdragen aan de strategische ontwikkeling en totstandkoming van beleid inzake (agro)biotechnologie en het daarbij behorende instrumentarium
Periode: 1977–
Grondslag: Mandaat directeur Biotechnologie, art. 1c
Opmerking: De directeur Biotechnologie van het Ministerie van LNV is vanaf 1 februari 2000 gemachtigd namens de Minister van LNV te beslissen en stukken te ondertekenen
De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Waardering: B, 1
Handeling: Het verlenen van opdrachten betreffende het doen van onderzoek naar de gevolgen van moderne biotechnologie voor landbouw, voeding en milieu, alsmede de daaruit voortvloeiende maatschappelijke effecten
Periode: 1977–
Grondslag: Mandaat directeur Biotechnologie, art. 1b
Opmerking: De directeur Biotechnologie van het Ministerie van LNV is vanaf 1 februari 2000 gemachtigd namens de Minister van LNV te beslissen en stukken te ondertekenen.
De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Waardering: B, 1
Raad voor het Kwekersrecht
Handeling: Het vertegenwoordigen van Nederland in de Raad van het bestuur van het CBP
Periode: 1994–
Grondslag: Verordening (EG) inzake het communautair kwekersrecht art. 37
Waardering: B, 4
Handeling: Het bekleden van het voorzitterschap in de Raad van het bestuur van het communautair kwekersrecht
Periode: 1994–
Grondslag: Verordening (EG) inzake het communautair kwekersrecht art. 38
Waardering: B, 4
Handeling: Het aanstellen van een Nederlandse vertegenwoordiger voor aanvraagprocedures voor het communautair kwekersrecht
Periode: 1994–
Grondslag: Verordening (EG) nr. 1239/95 betreffende de procedures voor het Communautair Bureau voor Plantenrassen art. 2.5
Opmerking: Het gaat hierom procedures waarin LNV zelf aan deelneemt.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het aanwijzen van een centrale instantie die belast is verzoeken om rechtshulp van het Communautair Bureau voor Plantenrassen in ontvangst te nemen en door te zenden aan de bevoegde instanties
Periode: 1995–
Grondslag: Verordening (EG) nr. 1239/95 (–) betreffende de procedures voor het Communautair Bureau voor Plantenrassen art. 92.1
Waardering: B, 4
Handeling: Het aanvragen van vergoedingen bij het Communautair Bureau voor Plantenrassen voor deskundigen en tolken en voor de kosten van de aanvraagprocedure
Periode: 1995–
Grondslag: Verordening (EG) nr. 1239/95 betreffende de procedures voor het Communautair Bureau voor Plantenrassen art. 92.6
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het deelnemen aan werkgroepen die door de UPOV-Raad zijn ingesteld
Periode: 1961–
Opmerking: Deze werkgroepen hebben onder meer tot taak het voorbereiden van door de raad vast te stellen aanbevelingen, om een uniforme toepassing van het Verdrag in de verschillende lidstaten te bevorderen. De aanbevelingen zijn primair gericht tot de instanties die kwekersrechten verlenen in de UPOV-landen.
Waardering: B, 4
Handeling: Het vertegenwoordigen van Nederland in de Raadgevende Commissie (UPOV) en de Commissie voor administratieve en juridische aangelegenheden (UPOV)
Periode: 1961–
Opmerking: Taken bestaan uit het bijwonen van de tweejaarlijkse vergadering in Genève en daarin het Nederlandse standpunt vertegenwoordigen.
Waardering: B, 4
Handeling: Het verifiëren van de rekeningen van de Unie overeenkomstig de regelen bepaald in het administratief en financieel reglement
Periode: 1961–
Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 25
Product: Financiële verslagen
Opmerking: De UPOV-Raad bepaalt, met diens instemming, welke uniestaat deze taak gaat vervullen.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het leveren van financiële bijdragen aan UPOV
Periode: 1961–
Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 26.1,3
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het aangaan van onderlinge bijzondere regelingen met andere uniestaten voor de bescherming van kweekproducten
Periode: 1961–
Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 29
Product: Samenwerkingsovereenkomsten; bilaterale erkenningen van onderzoeksresultaten
Opmerking: Voor zover deze niet in strijd zijn met de bepalingen in het UPOV verdrag
Samenwerkingsovereenkomsten onder meer met Oostenrijk, Japan, Zuid-Afrika. Acties die hier uit voortvloeien zijn: het opstellen van de overeenkomsten. Ondertekening hiervan gebeurt door de directeur van JZ, namens de Raad voor het Kwekersrecht.
Waardering: B, 1
Handeling: Het opstellen van aktes van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding ten aanzien van de UPOV, alsmede het de SG schriftelijk mededelen dat deze aktes van toepassing zijn op alle of een deel van de grondgebieden aangeduid in de verklaring of kennisgeving
Periode: 1961–
Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 36
Opmerking: Iedere staat die een dergelijke verklaring heeft afgelegd of een dergelijke kennisgeving heeft gedaan, kan de SG mededelen dat deze akte ophoudt van toepassing te zijn op alle of op een deel van die grondgebieden.
Het gaat hier om de SG van het Bureau van de UPOV.
Waardering: B, 3
Handeling: Het bekleden van het voorzitterschap van de UPOV-Raad
Periode: 1988–
Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 18
Opmerking: De Raad is een permanent orgaan van de UPOV. Nederland heeft in de periode 1988–1991 het voorzitterschap bekleed en gaat dit in de toekomst wellicht nog eens doen.
Waardering: B, 3
Handeling: Het aan getuigen en deskundigen (kunnen) opleggen van de verplichting van geheimhouding
Periode: 1967–
Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet art. 14. 6
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het uitvoeren van administratief onderzoek alvorens kwekersrecht te verlenen
Periode: 1942–
Bron: Rapport met recht gekweekt p. 73
Opmerking: De Raad voor het Kwekersrecht onderzoekt de naam van het ras, het tijdstip en de positie van de kweker
Waardering: B+V
B, 5 voor ingeschreven rassen
V 5 jaar voor ingetrokkenen afgewezen rassen
Handeling: Het aan het Rijksinstituut voor Rassenonderzoek/Plant Research International (PRI)geven van opdracht tot het verrichten van kwekersonderzoek registratie/kwekersrecht- en cultuur- en gebruikswaardenonderzoek
Periode: 1942–
Bron: Interview
Waardering: B, 1 en 5
Handeling: Het stellen van nadere eisen aan het teeltmateriaal en de verpakking daarvan bij het indieningverzoek voor het kwekersrecht
Periode: 1967–
Grondslag: Reglement van de Raad voor het Kwekersrecht art. 18.4
Waardering: B, 5
Handeling: Het vaststellen van een kwekersrechtaanvraagformulier
Periode: 1974–
Grondslag: Beschikking instructie Raad voor het Kwekersrecht art. 3
Opmerking: Aanvragers van het kwekersrecht dienen tenminste op het aanvraagformulier te vermelden of en zo ja waar en met welke uitkomst het betreffende ras reeds in een ander land is onderzocht
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het stellen van eisen ten aanzien van het ter beschikking stellen van voor onderzoek voldoende hoeveelheid teeltmateriaal van het ras, waarop de aanvraag voor het kwekersrecht betrekking heeft
Periode: 1996–
Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 35.3 zoals gewijzigd (Stb. 1996, 398) bij Wet tot goedkeuring van de herziening van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten
Waardering: B, 5
Handeling: Het beslissen over aanvragen voor verlening van het kwekersrecht
Periode: 1942–
Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 6.1-2; Zaaizaad- en plantgoedwet, artt. 18.3, 22.1, 35.1 en 36; Wet van 26 juni 1996 (Stb. 98) tot goedkeuring van herziening van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten art. II.E
Product: Aanvraagformulier + technische vragenlijst; onderzoeksrapporten; naamvoorstel; beslissingen van de Raad in verband met de aanvraag; alle andere documenten die leiden tot een aantekening in het Nederlands Rassenregister
Opmerking: Het verlenen van kwekersrecht wordt voorafgegaan door een administratie onderzoek. Vervallen verklaren kan bijvoorbeeld in geval van wanbetaling.
Hieronder valt ook het vaststellen en inschrijven van een voorlopige karakteriserende beschrijving.
Waardering: B+V
B, 5 voor toegewezen aanvragen
V 10 jaar voot niet toegewezen aanvragen
V 2 jaar voor ingetrokken aanvragen
Handeling: Het verlengen van de inschrijvingstermijn van een ras in het Centraal rassenregister
Periode: 1942–1967
Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 15.2
Opmerking: De inschrijving vervalt na 25 jaar en kan steeds voor de tijd van 10 jaar verlengd worden wanneer de gerechtigde 3 jaar voor het verstrijken van de termijn bij de Raad daarvoor een verzoek indient.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het nietig verklaren alsmede het overschrijven van inschrijvingen in het Nederlands rassenregister
Periode: 1942–
Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 19.1-2; Besluit van 5 april 1967, houdende uitvoering van art. 18, tweede lid, van de Zaaizaad- en plantgoedwet art. 3.1
Opmerking: Dit gebeurt indien gebleken is dat degene op wiens naam het ras is ingeschreven, dit niet meer onder toepassing van daartoe geëigende methoden in voldoende mate in stand houdt. Tevens gebeurt dit zodra zes maanden zijn verstreken, sinds de jaarcijns verschuldigd is geworden, zonder dat betaling heeft plaatsgevonden. Van de vervallen verklaring wordt aantekening gedaan in het Nederlands Rassenregister.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vaststellen van benamingen en gewijzigde benamingen van rassen
Periode: 1942–
Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 18; Zaaizaad- en plantgoedwet, artt. 21.4 en 23.2
Product: Akten van benamingen en wijzigingen van benamingen
Opmerking: De benaming moet geschikt zijn om een ras te identificeren
Waardering: B+V
B, 5 voor ingeschreven rassen
V 5 jaar voor ingetrokken en afgewezen rassen
Handeling: Het instellen van onderzoek naar de methoden van instandhouding van bepaalde rassen door diegene die het ras heeft ingeschreven in het Nederlands rassenregister
Periode: 1967–
Grondslag: Besluit van 5 april 1967, houdende uitvoering van art. 18, tweede lid, van de Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 3.2
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het beslissen op bezwaren betreffende de naamgeving van een ras
Periode: 1967–
Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 20.3
Waardering: B+V
B, 5 voor ingeschreven rassen
V 5 jaar voor ingetrokken en afgewezen aanvragen
Handeling: Het vaststellen van modellen waarmee kan worden aangetoond dat een gemachtigde bevoegd is op te treden
Periode: 1967–1993
Grondslag: Reglement van de Raad voor het Kwekersrecht art. 12; Zaaizaad- en plantgoedwet zoals gewijzigd in 1993 (Stb. 697) art. 1.B
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het verlenen van een licentie indien de houder van het kwekersrecht dit nalaat te doen
Periode: 1967–
Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 43.1
Opmerking: De beslissing tot het verlenen daarvan wordt slechts gedaan als de partijen
niet binnen een door de Raad te bepalen termijn tot overeenstemming raken.
Waardering: V 5 jaar na afloop van het kwekersrecht
Handeling: Het inschrijven van licenties in het Nederlandse Rassenregister
Periode: 1967–
Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, artt. 43.4, 44.3, 46,3. 48.4
Waardering: B, 5
Handeling: Het goedkeuren van wijzigingen die de houder van het kwekersrecht aanbrengt in de licentievoorwaarden
Periode: 1967–
Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 44.5
Waardering: V 5 jaar na afloop van het kwekersrecht
Handeling: Het ambtshalve wijzigen van de licentievoorwaarden als de houder van het kwekersrecht naar het oordeel van de Raad in gebreke blijft
Periode: 1967–
Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 44.6
Waardering: V 5 jaar na afloop van het kwekersrecht
Handeling: Het aanbieden van een licentieverklaring als de houder van het kwekersrecht verzuimt om dit te doen
Periode: 1967–
Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 45.2
Product: Bekendmaking van de Raad voor het Kwekersrecht van het openbaar aanbod tot licentieverklaring (Stcrt. 1968, 47, 174; Stcrt. 1969, 29; Stcrt. 1974, 24, 208; Stcrt. 1979, 231; Stcrt. 1981, 26, 56)
Opmerking: Met inachtneming van de door de Minister gegeven aanwijzingen. Het aanbod wordt op kosten van de houder van het kwekersrecht in de Nederlandse Staatscourant bekendgemaakt.
Waardering: V 5 jaar na afloop van het kwekersrecht
Handeling: Het op verzoek adviseren omtrent de vraag of een ras afgeleid is van een ander ras waarvoor kwekersrecht is verleend
Periode: 1996–
Grondslag: Wet (Stb. 1996, 398) tot goedkeuring van de herziening van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten, alsmede wijziging van de Zaaizaad- en plantgoedwet art. II.M; Zaaizaad- en plantgoedwet art. 41.4
Waardering: V 5 jaar na afloop van het kwekersrecht
Handeling: Het inschrijven van akten van afstand, vervallen verklaringen, processen-verbaal en van verzoeken tot vernietiging, toewijzingen, opeisingen en intrekkingen van het kwekersrecht in het Nederlandse Rassenregister
Periode: 1967–
Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, artt. 49a.1, 50.1, 50.5 50.9, 52.2, 53.1, 56.1, 56.1
Opmerking: Na inschrijving in het proces verbaal mogen aan de houder van het kwekersrecht geen licenties meer worden verleend.
Waardering: B, 5
Handeling: Het beslissen op verzoekschriften tot vernietiging van het kwekersrecht en het toewijzen van opeisingen van het kwekersrecht
Periode: 1967–
Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 56.3, zoals gewijzigd (Stb. 1996, 398) bij Wet tot goedkeuring van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten art. II.T.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het aanwijzen van instandhouders van een landbouwgewas/groentegewas waarvoor geen kwekersrecht bestaat
Periode: 1967–
Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 84.3
Product: Besluit Categorieën Teeltmateriaal, gedeeltelijk (Stb. 1967, 224)
Opmerking: De richtlijnen voor de toelating tot het verkeer van landbouw- en groentegewassen (70/457/EEG) en (70/458/EEG) bepalen dat de lidstaten er voor dienen te zorgen dat bij de officiële bekendmaking van de lijst van de op hun grondgebied toegelaten rassen de naam wordt vermeld van de in hun land voor de instandhouding verantwoordelijke persoon of personen.
Het aanwijzen van instandhouders van groentegewassen wordt in de praktijk overgelaten aan NAK-Tuinbouw omdat de procedure van toelating tot het in het verkeer brengen van groenterassen via NAK-Tuinbouw loopt. Voor andere gewassen bestaat wat dit betreft onduidelijkheid.
Waardering: V 10 jaar
Receptuurcommissie
Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw met betrekking tot de kwaliteit van landbouwproducten en gemedicineerde diervoeders
Periode: 1978–1986
Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit gemedicineerd voeder art. 11.1
Product: Adviezen
Opmerking: De receptuurcommissie adviseert de Minister over: het vaststellen, wijzigen en aanvullen van de lijst van gemedicineerde diervoeders en regels met betrekking tot de kwaliteit van gemedicineerde diervoeders; het stellen van regels met betrekking tot het toelaten van gemedicineerde diervoeders op de daarvoor vastgestelde lijst en het toelaten van diergeneesmiddelen bij de bereiding van diervoeders.
Waardering: B, 5
Handeling: Het beslissen tot het verrichten van onderzoek door de bij haar aangesloten diensten of instellingen, indien de commissie dit, met het oog op een uit te brengen advies, noodzakelijk acht
Periode: 1978–1986
Grondslag: Landbouwkwaliteitsbeschikking toelatingsprocedure diergeneesmiddelen art. 7
Waardering: V 15
Rijks-Kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten (RIKILT-DLO)
Handeling: Het uitvoeren van intern onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid
Periode: 1975–
Product: onderzoeksrapporten
Opmerking: De handeling betreft ook wetenschappelijk onderzoek. Onderzoek gebeurt door RIKILT/DLO. Voorbeeld is het onderzoek om te komen tot verlaging van het nitraatgehalte in bladgroente door middel van nieuwe teeltmethoden plantenveredeling.
Waardering: B+V
B, 1 en 2 eindproducten
V 10 jaar overige neerslag
Handeling: Het goedkeuren van methoden voor monsterneming en onderzoek met betrekking tot zuigelingenvoeding
Periode: 1994–
Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding 1994 art. 22
De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Waardering: V 5 jaar na aanpassing methode
Handeling: Het beheren van de KAP-database
Periode: 1993–
Product: Database met meetresultaten uit monitorprogramma’s.
Bron: Interview
Waardering: B+V
B, 5 voor database
V 10 jaar voor overige neerslag
Handeling: Het door middel van onderling overleg beleidsmatig aansturen van de organisatie van de KAP-database
Periode: 1993–
Bron: Interview
Opmerking: Het RIKILT beheert de database. Andere partijen (inclusief de industrie) leveren de data.
Waardering: B, 5
Rijksbotermerkencommissie
Handeling: Het geven van opdrachten tot; het bedrukken van etiketten met Rijksbotermerken; het aanmaken van stempels en het aanbrengen van Rijksbotermerken op wikkelpapieren
Periode: 1967–1982
Grondslag: Rijksbotermerkenbeschikking 1967 art. 26.2; Rijksbotermerkenbeschikking 1967 zoals gewijzigd Stcrt. 1972, 98 art.29
Waardering: V 10 jaar
Rijkscommissie voor de samenstelling van rassenlijsten voor landbouwgewassen
Handeling: Het stellen van algemene voorwaarden ten aan zien van voortkwekingsmateriaal van een niet op de rassenlijst geplaatst ras.
Periode: 1944–
Grondslag: Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij met betrekking tot het in het verkeer brengen van niet op de rassenlijst geplaatste rassen van landbouwgewassen in afwijking van het bepaalde in art. 35.1 van het Kwekersbesluit 1941 art.3.1a,b, 4.1
Opmerking: Het gaat om voortkwekingsmateriaal hetwelk onder de aanduiding N,O of Gr voorkomt op de bijlage tot die lijst.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het op een door haar te bepalen wijze bekendmaken dat voortkwekingsmateriaal van een niet op de rassenlijst geplaatst ras in aanmerking komt om onder de aanduiding N of Gr. Te worden geplaatst
Periode: 1944–
Grondslag: Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij met betrekking tot het in het verkeer brengen van niet op de rassenlijst geplaatste rassen van landbouwgewassen in afwijking van het bepaalde in art. 35.1 van het Kwekersbesluit 1941 art.2
Opmerking: Het gaat om plaatsing op de bijlage tot de eerst verschijnende rassenlijststellen van algemene voorwaarden ten aan zien van voortkwekingsmateriaal van een niet op de rassenlijst geplaatst ras.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het in onderling overleg verlenen van toestemming voor de invoer van voortkwekingsmateriaal alsmede het stellen van bijzondere voorwaarden met betrekking tot de hoeveelheid, handel en vervoer van het voortkwekingsmateriaal
Periode: 1942–1967
Grondslag: Beschikking van de secretaris generaal van het Departement van Landbouw en visserij met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen, krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941, art. 3.1a 3.2a, 3.3a
Opmerking: Het gaat om voortkwekingsmateriaal dat in het buitenland is geteeld van een al dan niet op de rassenlijst geplaatst ras van een landbouwgewas dat al dan niet voorzien is van certificaten, plombes, sluitingen, merken en tekenen van een door de Secretaris Generaal erkende buitenlandse instelling.
Waardering: V 10 jaar
Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV)
Handeling: Het beslissen of en door wie haring opnieuw gekeurd kan worden
Periode: 1985–
Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 art. 4.2
Opmerking: Herkeuring kan geschieden nadat de exporteur beroep tegen een keuringsbeslissing heeft ingesteld
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het vaststellen van uitvoerkwaliteitscertificaten voor haring
Periode: 1985–1998
Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 art.2
De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Product: Bijlage bij Uitvoercontrolebeschikking haring (Stcrt. 1964, 102)
Waardering: V 1 jaar
Handeling: Het treffen van maatregelen bij gebleken tekortkomingen van landbouwproducten of levensmiddelen aan de eisen van de productdossiers
Periode: 1998
Grondslag: EG-verordening (2081/92) inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen art 10.4; EG-verordening (2082/92) inzake de specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art. 14.3-4
Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).
Bron: Interview
Opmerking: Tot nu toe heeft zich dit niet voorgedaan. In voorkomende gevallen meldt het COKZ of RVV de tekortkoming aan het Ministerie van Landbouw. De maatregelen hebben tot gevolg dat de bescherming wordt ingetrokken.
Waardering: B, 5
Handeling: Het houden van toezicht op naleving van de genomen maatregelen om de voedselketen te controleren naar aanleiding van crises waarbij de voedselveiligheid in gevaar wordt gebracht
Periode: 1945–
Grondslag: Noodmaatregelingen in verband met de radioactiviteit (melkwinning)
Bron: Evaluatieonderzoek ‘Tsjernobyl’: rapport inzake het optreden van de rijksoverheid naar aanleiding van het ongeval in de kerncentrale van Tsjernobyl.
Interview
Opmerking: Bijvoorbeeld n.a.v. het kernongeval in Tsjernobyl of calamiteiten zoals dioxineverontreiniging in zuivelproducten
Waardering: B, 6
Handeling: Het houden van toezicht op de uitvoering van regels die gesteld zijn op het gebied van landbouwkwaliteit en voedselveiligheid.
Periode: 1985–
Bron: Interview
Waardering: V 10 jaar
Rijksinstituut voor Rassenonderzoek
Handeling: Het verrichten van kwekersonderzoek registratie/kwekersrecht- en cultuur- en gebruikswaardenonderzoek, alsmede het coordineren van genoemd onderzoek bij uitbesteding aan het bedrijfsleven
Periode: 1942–
Grondslag: UPOV-richtlijnen; Richtlijn 72/168/EEG; Richtlijn 72/180/EEG
Product: Na 1 jaar een tussenrapport; Na 2 jaar een eind rapport met conclusie
Bron: Nota Zaadvak p. 28/29/Rapport met recht gekweekt
Opmerking: Dit onderzoek vindt plaats in het kader van de procedure tot verlening van het kwekersrecht en in het kader van de procedure voor de toelating van gewassen tot het verkeer. Het PRI en het Rijksinstituut worden door de Raad voor het Kwekersrecht benaderd met het verzoek dit onderzoek te verrichten
Waardering: B+V
B, 5 eindrapportage
V 5 jaar digitaal in REX
Rijkslandbouwproefstation
Handeling: Het onderzoeken van ingevoerde monsters van meststoffen, zaaizaden en veevoeder
Periode: 1920–1967
Grondslag: Wet houdende bepalingen tot bestrijding van bedrog in de handel in meststoffen, zaaizaden en veevoeder art.8
Opmerking: Indien de directeur van het Rijksproefstation dit wenselijk acht.
De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Waardering: V 5 jaar
Rijksproefstation voor Zaadonderzoek
Rijksproefstation voor Zaadcontrole 1898–1980
Rijksproefstation voor Zaadonderzoek 1980–1989
Handeling: Het houden van toezicht op naleving van keuringsvoorschriften voor teeltmateriaal dat voor de uitvoer bestemd is
Periode: 1967–1989
Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 91.2 zoals gewijzigd Stb. 1997, 510
Opmerking: Het Rijksproefstation voor de Zaadcontrole en de Plantenziektenkundige Dienst verrichten deze handeling niet meer sinds 1997.
Taak is overgenomen door het NAK
Waardering: B+V
B, 5 voor eindrapportages
V 10 jaar voor overige neerslag
Handeling: Het publiceren van de Normaalcijfers van het Rijksproefstation
Periode: 1942–1967
Grondslag: Beschikking van de secretaris generaal van het Departement van Landbouw en visserij met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen, krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941, art. 2.1b, 3.2.d
Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 28 februari 1944 met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941 artt. 2.1b, 3.2 e
Opmerking: De directeur is formeel verantwoordelijk.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het onderzoeken van monsters van buitenlands voortkwekingsmateriaal
Periode: 1942–1967
Grondslag: Beschikking van de secretaris generaal van het Departement van Landbouw en visserij met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen, krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941, art. 3.1c; Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 28 februari 1944 met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941 art. 3.1c
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het in samenwerking toekennen van de juiste benaming van een buitenlands landbouwgewas, de juiste benaming van het ras alsmede de juiste herkomstaanduiding
Periode: 1942–1967
Grondslag: Beschikking van de secretaris generaal van het Departement van Landbouw en visserij met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen, krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941; Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 28 februari 1944 met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941 art. 3.2h
Opmerking: De formele bevoegdheid van deze handeling ligt bij de directeuren.
Waardering: B+V
B,5 identiteitsmonster
V 10 jaar verslag
Handeling: Het uitgeven van het Internationale ISTA-certificaat
Periode: 1945–
Bron: Nota Zaadvak p. 29
Opmerking: Het Internationale ISTA-certificaat is afkomstig van de international Seed Testing Association). Het certificaat duidt op de kwaliteit van de kiemkracht van een gewas.
Waardering: V 5 jaar
Rijkszuivelinspecteur
Handeling: Het geven van aanwijzingen aan aangeslotenen bij botercontrolestations inzake de zuiverheid en hygiëne bij de bereiding van zuivelproducten over de eisen voor de verpakking van zuivelproducten
Periode: 1966–1981
Grondslag: Ontheffingsbeschikking uitvoer boter- of melkvet en gesmolten boter 1966 art. 2.4; Wijziging Ontheffingsbeschikking uitvoer boter- of melkvet en gesmolten boter 1966 (Stcrt. 1968,3) artt. C.2.4 en D.5e
Waardering: V 20 jaar
Handeling: Het verlenen van vrijstelling en ontheffing van hetgeen bij of krachtens uitvoercontrolebeschikkingen, controlebeschikkingen en ontheffingsbeschikkingen is geregeld
Periode: 1948–1993
Grondslag: Beschikking verwerking grondstoffen in zuivelproducten 1976 art. 7.1; Ontheffingsbeschikking uitvoer boter- of melkvet en gesmolten boter 1966 art.3; Uitvoercontrolebeschikking 1956 kaas artt. 8, 20.3, 21; Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas artt. 9.1-3 en 21.1-2; Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art.4; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking boter 1968 art 13.h; Kaascontrolebeschikking 1970 artt. 16.2, 17.1b,51.2, 54.2b, 60.1,60.3a; Kaascontrolebeschikking 1970, zoals gewijzigd artt. 1, 60.2, 60.3.a, 60.4; Botercontrolebeschikking 1957, zoals gewijzigd art IE, 30.2; Botercontrolebeschikking 1967 art. 33.1b, 43; Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk- en melkproducten artt. 9.2, 13; Botercontrolebeschikking 1967 artt. 22.2, 23.1, 42, 43
Opmerking: Ontheffing ten aanzien van kaas kan verleend worden op verzoek van de exporteur en hangt samen met de bestemming van de kaas, of als
in het land van bestemming andere regels gelden inzake korstbehandeling.
Waardering: V 5 jaar na floop of intrekking wijziging
Handeling: Het verlenen van vergunningen voor het drukken van rijksbotermerken op wikkelpapieren bij hoeveel boter van 1 kg of minder en voor rijksbotermerken op manteletiketten bij boter die verpakt is in tins
Periode: 1951–1981
Grondslag: Rijksbotermerkenbeschikking 1951 artt. 9 en 10; Rijksbotermerkenbeschikking 1967 art. 9.1; Rijksbotermerkenbeschikking 1967 zoals gewijzigd in (Stcrt. 1972, 98) art.12
Waardering: V 5 jaar na floop of intrekking wijziging
Handeling: Het verlenen van toestemming voor het mengen van boter door ompak-handelaren
Periode: 1957–1967
Grondslag: Botercontrolebeschikking 1957 art. 33.1b
Waardering: V 5 jaar na afloop van verlening of toestemming
Handeling: Het verlenen van ontheffing van hetgeen bij of krachtens de Rijkskaasmerkenbeschikking is geregeld
Periode: 1962–1970
Grondslag: Rijkskaasmerkenbeschikking 1952 ; Rijkskaasmerkenbeschikking 1962 artt. 22.3 art. 48.2
Waardering: V 2 jaar na afloop ontheffing
Handeling: Het verlenen van vergunningen aan producenten van (Nederlandse) boter welke niet van een rijksbotermerk is voorzien te kopen, voorhanden te hebben, te verhandelen, te vervoeren of af te leveren
Periode: 1967–1982
Grondslag: Botercontrolebeschikking 1967 artt. 28.1, 43
Opmerking: Het kan ook om boter gaan die door derden is bereid.
Waardering: V 2 jaar na afloop vergunning
Handeling: Het verlenen van ontheffing op het verbod tot uitvoer van melkpoeder
Periode: 1970–
Grondslag: Mandaatbeschikking uitvoer V.I.B.-melkpoeder W.V.P.; Mandaatbeschikking uitvoer magere melkpoeder onder werking van Verordening (EEG) no. 1624/76
Opmerking: Uitsluitend voor wat betreft door het Voedselvoorzienings in- en verkoopbureau ten behoeve van het Wereldvoedselprogramma ter beschikking gestelde melkpoeder en voor wat betreft de uitvoer onder de werking van Verordening (EEG) no. 1624/76 van in Nederland vervaardigd melkpoeder, als zodanig of verwerkt in een mengsel.
Waardering: V 2 jaar na afloop ontheffing
Handeling: Het verlenen van goedkeuring aan de voorwaarden die verbonden zijn aan de ontheffing, door de directeur van botercontrolestations verleend, voor de bereiding van boter van in andere lidstaten van de EEG gewonnen koemelk
Periode: 1970–1973
Grondslag: Ontheffingsbeschikking bereiding boter uit EEG-melk art. 1.1; Ontheffingsbeschikking verwerking EEG-melk 1970 melk en melkproducten art. 1.1
Waardering: V 5 jaar na afloop of intrekking wijziging
Handeling: Het bepalen van de gevallen waarin uitvoercontrole-instellingen ontheffing kunnen verlenen van hetgeen bij of krachtens de Beschikking verwerking grondstoffen in zuivelproducten 1976 is geregeld
Periode: 1976–
Grondslag: Beschikking verwerking grondstoffen in zuivelproducten 1976 art. 7.1
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het aan controle-instellingen delegeren van het verlenen van vrijstellingen en ontheffingen van hetgeen bij of krachtens beschikkingen is geregeld
Periode: 1975–
Grondslag: Wijziging Kaascontrolebeschikking 1970 art. 60.2 en 60.3a Beschikking verwerking grondstoffen in zuivelproducten 1976 art. 7.1
Opmerking: De uitvoer controle-instelling kan deze ontheffing verlenen in een door de Rijkszuivelinspecteur te bepalen gevallen.
Waardering: B, 5
Handeling: Het goedkeuren van ontheffingen en vrijstellingen door de directeur en het bestuur van zuivelcontrolestations verleend
Periode: 1967–1982
Grondslag: Kaascontrolebeschikking 1970 art. 19.1, 59.3; Botercontrolebeschikking 1967 art. 25.2, 42, 43
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het houden van toezicht op de keuring door het CVM, CZL en UCB
Periode: 1961–1983
Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten artt. 11.2; Uitvoeringsbeschikking uitvoercontrole tuinbouwproducten 1964 art.10
Product: Rapportages
Opmerking: De directeur directie tuinbouw wordt bijgestaan door daartoe aangewezen ambtenaren van de Algemene inspectiedienst.
Waardering: B+V
B, 5
V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van werktijdregelingen voor de bereiders van boter en margarine
Periode: 1909–1973
Grondslag: Besluit tot uitvoering van het bepaalde bij het 2de lid van artikel 9 der Boterwet art.9
Opmerking: Het hoofd of de bestuurder (van een bedrijf) kan hier tegen in beroep gaan bij de Directeur Generaal van de Landbouw.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het houden van toezicht op de keuring door het ZKB
Periode: 1948–1982
Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas art. 23.2; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas art. 3 (Stcrt. 1961,90); Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas art. 1.b (Stcrt. 1968,197); Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 6; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 1; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 3.2d; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. I.c (Stcrt. 1968,197); Uitvoercontrolebeschikking 1952 boter art.20.2
Product: Aanwijzing ambtenaren tot bijstand rijkszuivelinspecteur (Stcrt. 1955,79);
Rapportages
Opmerking: Deze wordt vanaf 1961 bijgestaan door daartoe aangewezen ambtenaren van de Algemene inspectiedienst.
Waardering: B, 5
Handeling: Het houden van toezicht op het uitreiken en het gebruik van uitvoercertificaten door het CVM en CZL
Periode: 1961–1983
Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten art. 11.2
Waardering: B+V
B, 5
V 10 jaar
Handeling: Het goedkeuren van het gebruik van herkenningsmerken van controlestations en ‘De Vereniging het controlestation voor Melkproducten’
Periode: 1966–1981
Grondslag: Ontheffingsbeschikking uitvoer boter- of melkvet en gesmolten boter 1966 art. 2.6.b3
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het verlenen van vergunning voor het gebruik van wikkelpapieren met het Rijksbotermerk
Periode: 1967–1982
Grondslag: Rijksbotermerkenbeschikking 1967 art. 11; Wijziging Rijksbotermerkenbeschikking 1967 art.12 (Stcrt. 1972, 98)
Opmerking: 1967–1972 was dit artikel 16
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het verlenen van vergunning om in plaats van Rijksbotermerken de woorden ‘Holland’ en ‘Nederlandse Botercontrole’ op wikkelpapieren te drukken
Periode: 1973–1982
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)