Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Oorlogsgetroffenen vanaf 1945 (Stichting Afwikkeling Maror-gelden Overheid)

Type Archiefselectielijst
Publication 2007-05-26
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Grondslag: Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 7a lid 3 (Stb. 1964, 549, zoals gewijzigd bij Stb. 1969, 393)

Opmerking: De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is hier actor samen met de Minister onder wie Welzijn ressorteert. Het ‘persoonlijk bedrag’ vormt een deel van de periodieke uitkering van de alleenstaande uitkeringsgerechtigde wanneer deze verzorging of verpleging met een blijvend karakter krijgt; zie art.7a lid 1 Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffer ingevoegd bij KB van 16 augustus 1969, Stb. 1969, 393.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het vaststellen en herzien van de grondslag van de pensioenen en uitkeringen, van de percentages en van de bedragen van extra toe te kennen vergoedingen en in te houden bedragen, zoals deze zijn omschreven in de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers.

Periode: 1969–1974

Grondslag: Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 11 lid 3, art. 12 lid 4, 13 lid 2 (Stb. 1964, 549, zoals gewijzigd bij Stb. 1969, 393 en Stb. 1974, 92)

Opmerking: De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is hier actor samen met de Minister onder wie Welzijn ressorteert.

Waardering: V, 10 jaar na wijziging

Rijksgroepsregeling vervolgingsslachtoffers 1940–1945

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van een Ministeriële regeling omtrent de toekenning en de berekening van de hoogte van een pensioen, uitkering en andere tegemoetkomingen ingevolge de Rijksgroepsregeling vervolgingsslachtoffers.

Periode: 1971–1972

Grondslag: Rijksgroepsregeling vervolgingsslachtoffers 1940–1945, art. 12 lid 1 en 3, art. 13 lid 4 (Stb. 1971, 111)

Opmerking: De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is hier actor samen met de Minister onder wie Welzijn ressorteert.

Waardering: B 1

Handeling: Het herzien van grondslagen, percentages, bedragen en het inkomen, zoals beschreven in de Rijksgroepsregeling vervolgingsslachtoffers 1940–1945.

Periode: 1971–1972

Grondslag: Rijksgroepsregeling vervolgingsslachtoffers 1940–1945, art. 12 lid 1 en 3, art. 13 lid 4 (Stb. 1971, 111)

Opmerking: De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is hier actor samen met de Minister onder wie Welzijn ressorteert.

Waardering: V, 10 jaar

Actor: de Minister van Verkeer en Waterstaat

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wetten op het beleidsterrein ‘oorlogsslachtoffers’.

Periode: 1947–1960

Waardering: B 1

Handeling: Het toekennen, herzien of vervallen verklaren van een buitengewoon pensioen aan een zeeman of diens ‘nagelaten betrekkingen’.

Periode: 1947–1960

Grondslag: WBPZ, art. 3, art. 14 en art. 21-27 (Stb. 1947, H420)

Opmerking: Een buitengewoon pensioen kan blijvend of voorlopig worden toegekend (WBPZ, art. 4); berekening van het pensioen geschiedt op basis van de zgn. ‘pensioengrondslag’ (= jaarbedrag dat naar redelijkheid nodig is om de zeeman in staat te stellen te leven op de voet, waarop gelijksoortige valide personen gemiddeld leven ten tijde van de inwerkingtreding van de WBPZ (WBPZ, art. 7))

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het aanwijzen van een beroepsinstantie ter behandeling van verzoeken om herziening van een beslissing inzake de toekenning van een buitengewoon pensioen aan een zeeman of diens ‘nagelaten betrekkingen’.

Periode: 1947–1960

Grondslag: WBPZ, art. 33, lid 3 (Stb. 1947, H420)

Opmerking: beroepsinstantie bestaat uit een geneeskundige- en een sociale commissie (Besluit tot vaststelling van een AMvB, bedoeld in art. 33, vierde lid, en in art. 39 der WBPZ, art. 2, lid 1 (Stb. 1950, K554)

Waardering: B 4

Handeling: Het benoemen en ontslaan van de leden van de beroepsinstantie en van de (plv.) secretaris van de geneeskundige en sociale commissie die samen de beroepsinstantie vormen, en het aanwijzen van de plaatsvervangende leden van de beroepsinstantie en van de voorzitter van de geneeskundige en sociale commissie die samen de beroepsinstantie vormen.

Periode: 1951–1960

Grondslag: Besluit tot vaststelling van een AMvB, bedoeld in art. 33, vierde lid, en in art. 39 der WBPZ, art. 3 lid 1 t/m 3 (Stb. 1950, K554)

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het opstellen van een contramemorie.

Periode: 1951–1960

Grondslag: Besluit tot vaststelling van een AMvB, bedoeld in art. 33, vierde lid, en in art. 39 der WBPZ, art. 4 lid 3 (Stb. 1950, K554)

Opmerking: In deze contramemorie geeft de Minister zijn zienswijze weer ten aanzien van het ingediende bezwaarschrift. Deze contramemorie samen met het bezwaarschrift doorgestuurd aan de beroepscommissie.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het goedkeuren van een besluit van de Buitengewone Pensioenraad inzake de toekenning van een buitengewoon pensioen aan een zeeman, die daar op grond van de criteria in de WBPZ geen recht op heeft.

Periode: 1947–1960

Grondslag: WBPZ, art. 3, lid 5 (Stb. 1947, H420)

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het instellen van commissies t.b.v. een pensioenregeling voor opvarenden der koopvaardij.

Periode: 1942

Product: Instellingsbeschikking (Stcrt. 1942, 7), instellingsbeschikking Commissie Groeneveld (Stcrt. 1946, 119)

Waardering: B 4

Handeling: Het doen uitbetalen van een buitengewoon pensioen aan een verwante van een pensioengerechtigde, totdat deze onvoorwaardelijk is ontslagen uit de gevangenis, de Rijkswerkinrichting of de tuchtschool, of totdat de opvoeding van Regeringswege is geëindigd.

Periode: 1947–1960

Grondslag: WBPZ, art. 30, lid 2 en 3 (Stb. 1947, H420).

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het doen uitbetalen van een deel van een buitengewoon pensioen aan een pensioengerechtigde nadat deze onvoorwaardelijk is ontslagen uit de gevangenis, de Rijkswerkinrichting of de tuchtschool, of nadat de opvoeding van Regeringswege is geëindigd.

Periode: 1947–1960

Grondslag: WBPZ, art. 30, lid 3 (Stb. 1947, H420, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1986, 360)

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het vaststellen en herzien van de hoogte van pensioenbedragen voor pensioengerechtigden ingevolge de WBPZ.

Periode: 1947–1960

Grondslag: WBPZ, art. 28 sub a, lid 2, 11 (Stb. 1947, H420, zoals gewijzigd bij Stb. 1972, 68)

Opmerking: Zie ook onder ‘Wet buitengewoon pensioen 1940–1945’ (handeling 5.1)

Waardering: B 5

Handeling: Het verlenen van een machtiging aan de BPR om een vervallen buitengewoon pensioen ingevolge de WBPZ opnieuw toe te kennen en/of van gehele of gedeeltelijke invordering van vorderingen die uit de WBPZ voortvloeien en aan het Rijk toekomen af te zien.

Periode: 1955–1960

Grondslag: WBPZ, art. 31 sub a (Stb. 1947, H420, zoals gewijzigd bij Stb. 1956, 353)

Waardering: V, 10 jaar

Besluit houdende toekenning van geldelijke uitkeringen aan niet-pensioengerechtigde nabestaanden van zeelieden-oorlogsslachtoffers

Handeling: Het, op verzoek van de weduwe van een zeeman, herzien van een beslissing van de Buitengewone Pensioenraad omtrent de toekenning, wijziging, intrekking of weigering van een uitkering ingevolge de WBPZ.

Periode: 1956–1960

Grondslag: KB, houdende toekenning van geldelijke uitkeringen aan niet-pensioengerechtigde nabestaanden van zeelieden-oorlogsslachtoffers, art. 9 (Stb. 1956, 106)

Waardering: V, 10 jaar

Actor: Beroepsinstantie ex. art. 33 lid 3 WBPZ

Handeling: Het nemen van beslissingen op verzoeken om herziening van de beslissing inzake het buitengewoon pensioen.

Periode: 1951–1956

Grondslag: Besluit tot vaststelling AMvB o.g.v. WBPZ art. 33 lid 4 (Stb. 1947, K 554), art. 2 lid 2 en 3, art. 5 lid 2, art. 6 lid 6 (Stb. 1950, K554)

Opmerking: Ter verduidelijking van de artikelnummers: op grond van WBPZ, art. 33 lid 3 kan de Minister van Verkeer en Waterstaat een beroepsinstantie aanwijzen; in art. 33 lid 4 wordt de AMvB genoemd waarmee hij de betreffende werkwijze van de beroepsinstantie regelen kan stellen.

Deze beroepsinstantie bestaat uit een geneeskundige en een sociale commissie.

Onder deze handeling vallen de volgende activiteiten:

– het verrichten van onderzoek ter voorbereiding van deze beslissingen;

– het horen van getuigen ter voorbereiding van deze beslissingen;

– het opstellen van kennisgevingen aan de indieners van bezwaarschriften, waarin zij hem in kennis stellen van zijn bevoegdheid om zelf een geneeskundige aan te wijzen die bij de behandeling van het bezwaarschrift namens hem mag optreden.

– het opstellen van kennisgevingen van beslissingen en uitspraken aan de Minister van Verkeer en Waterstaat en (gemachtigde van) de belanghebbende.

Waardering: B 1

Handeling: Het doen van een uitspraak over de geneeskundige gronden van de beslissing waartegen bezwaar wordt gemaakt.

Periode: 1951–1956

Grondslag: Besluit tot vaststelling AMvB o.g.v. WBPZ art. 33 lid 4 (Stb. 1947, K 554), art. 2, lid 4 (Stb. 1950, K554)

Opmerking: Deze handeling wordt alleen verricht door de geneeskundige commissie.

Waardering: B 1

Handeling: Het geneeskundig laten onderzoeken van indieners van bezwaarschriften.

Periode: 1951–1956

Grondslag: Besluit tot vaststelling AMvB o.g.v. WBPZ art. 33 lid 4 (Stb. 1947, K 554), art. 6 lid 8 (Stb. 1950, K554)

Opmerking: Onder deze handeling valt ook het opstellen van formulieren t.b.v. dit onderzoek.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het adviseren van de Minister van Verkeer en Waterstaat om van zijn bevoegdheid om één van de leden van de commissie als voorzitter aan te wijzen.

Periode: 1951–1956

Grondslag: Besluit tot vaststelling AMvB o.g.v. WBPZ art. 33 lid 4 (Stb. 1947, K 554), art. 14 lid 4 (Stb. 1950, K554)

Opmerking: Deze handeling geldt alleen voor de sociale commissie.

Waardering: V, 10 jaar

Actor: de Stichting 1940–1945

Handeling: Het opstellen van verzets- en sociale rapportages in het kader van de WBP 1940–1945, de WUV 1940–1945 en de WUBO 1940–1945

Periode: 1945–

Grondslag: Wet buitengewoon pensioen, art. 24 lid 3 (Stb. 1947, H313); Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945, art. 31 (Stb. 1972, 669); Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 (Stb. 1984, 94)

Product: verzets- en sociale rapportages

Waardering: B 6

Handeling: Het uitbetalen van het pensioen op grond van de WBP 1940–1945

Periode: 1945–

Grondslag: Wet buitengewoon pensioen 1940–1945 (Stb. 1947, H313); Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië (Stb. Ned. Indië, 1948, 308)

Product: administratie

Waardering: B 6

Actor: de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP)

Handelingnr: 185.

Handeling: Het op aanvraag toekennen van een uitkering ten bedrage van ƒ 2000 per jaar en van een herdenkingspenning aan een rechthebbende ingevolge het BRu en de WRu

Periode: 1986–

Grondslag: Besluit Rietkerk-uitkering, art. 4 lid 1 en art. 5 lid 3 (Stb. 1986, 523) en Wet Rietkerk-uitkering, art. 1 lid 2 en art. 4 lid 1 (Stb. 1988, 226)

Opmerking: Op grond van Ministeriële Beschikking van 23 oktober 1986, CW86/U942, art. 1 (Stcrt. 1986, 219) neemt de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP) namens de Minister een beslissing op de aanvraag van de uitkering. Zie ook de handeling met hetzelfde nummer van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Onder deze handeling wordt ook verstaan het aanmerken van een persoon als uitkeringsgerechtigde ingevolge de WRu.

Waardering: B 6

Handeling: Het uitbetalen van weduwenpensioenen en wezenonderstanden aan de nagelaten betrekkingen van gewezen overheidspersoneel van Indonesië.

Periode: 1951–

Grondslag: Wet Stichting tot verzorging en afwikkeling van pensioenaangelegenheden betreffende gewezen overheidspersoneel van Indonesië en hun nagelaten betrekkingen, bijlage: Overeenkomst voor het beheer van de ‘Stichting tot verzorging en afwikkeling van pensioenaangelegenheden betreffende gewezen overheidspersoneel van Indonesië, en hun nagelaten betrekkingen’, art. 2 (Wet SAIP, Stb. 1955, 189)

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het betalen van uitkeringen op grond van de Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië (Stb. Ned. Indië, 1948, 308)

Periode: 1956–

Grondslag: Overeenkomst d.d. 5 november 1956 tussen de stichting en de Minister onder wie Welzijn onder valt, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Financiën; Algemene bij- en toeslagregeling A.O.R., art. 10 lid 1, 2b en 3 (Stcrt. 1984, 53)

Opmerking: De uitkeringen worden toegekend door commissie AOR en daadwerkelijk uitbetaald door de SAIP.

Waardering: V, 10 jaar

Actor: de Stichting Afwikkeling Marorgelden Overheid (SAMO)

Handeling: Het afhandelen van bezwaarschriften alsmede het voeren van verweer in beroepen.

Periode: 2005–2013

Grondslag: Statuten SAMO, artt. 2 en 5

Opmerking: Het betreft hier bezwaarprocedures van collectieve en individuele (Nederlandse en Israëlische) aanvragers. SAMO wordt hierbij gesteund door de Landsadvocaat.

Waardering: B 6

Handeling: Het instellen van of verweer voeren in hoger beroepen.

Periode: 2005–2013

Grondslag: Statuten SAMO, artt. 2 en 5

Opmerking: Het betreft hier procedures van individuele en collectieve (Nederlandse en Israëlische) aanvragers. Dit werd feitelijk uitgevoerd door de Landsadvocaat. SAMO wordt hierbij ondersteund door de Landsadvocaat.

Waardering: B 6

Handeling: Het voeren van overleg met de Minister van Financiën over het gevoerde beleid, de taakuitoefening van de Stichting en het desgevraagd periodiek afleggen van verantwoording.

Periode: 2005–2013

Grondslag: Statuten SAMO, art. 5

Waardering: B 6

Handeling: Het inrichten en toezien op de bedrijfsvoering van de stichting SAMO.

Periode: 2005–2013

Grondslag: Statuten SAMO, art. 5

Waardering: B 6

Handeling: Het beheren van het uitkeringsvermogen, dat door de rijksoverheid eenmalig ter beschikking is gesteld

Periode: 2005–2013

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SAMO, artt. 2 en 3

Opmerking: Het betref hier het beheren van de ter beschikking gestelde gelden en de opgelopen rente, alsmede de finale verdeling en afrekening met de Stichtingen COM en SCMI.

Waardering: B 6

Handeling: Het op basis van de Uitkeringsreglementen doen verstrekken van collectieve uitkeringen en in voorkomend geval van individuele uitkeringen

Periode: 2005–2013

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SAMO, artt. 2 en 3

Opmerking: Het betreft hier het uitkeren van de toegekend bedragen aan collectieve projecten in Nederland en Israël en in uitzonderlijke gevallen aan individuele burgers, meer in het bijzonder de gevoerde correspondentie met indivduele aanvragers terzake van nagekomen aanvragen.

Waardering: B 6

Handeling: Het uitoefenen van financiële en bedrijfsmatige controle op de afwikkeling van Nederlandse projecten, inclusief in voorkomend geval het horen van de begunstigde.

Periode: 2005–2013

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SAMO, artt. 2 en 3

Opmerking: Dit zijn de aanvragen die door Kamer II van SMO zijn behandeld. SAMO wordt hierbij ondersteund door KPMG.

Waardering: B 6

Handeling: Het zonodig aanpassen van de toegekende bedragen naar aanleiding van het horen, dan wel toezien op/en controleren van de besteding van toegekende bedragen aan collectieve projecten en doelen in Nederland.

Periode: 2005–2013

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SAMO, artt. 2 en 5

Waardering: B 6

Handeling: Het uitoefenen van financiële en bedrijfsmatige controle op de afwikkeling van Israëlische projecten, inclusief in voorkomend geval het horen van de begunstigde.

Periode: 2005–2008

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SAMO, artt. 2 en 5

Opmerking: Dit zijn de aanvragen die door Kamer III van SMO zijn behandeld. SAMO wordt hierbij ondersteund door SCMI.

Waardering: B 6

Handeling: Het zonodig aanpassen van de toegekende bedragen naar aanleiding van het horen, dan wel toezien op/en controleren van de besteding van toegekende bedragen aan collectieve projecten en doelen in Israel.

Periode: 2005–2008

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SAMO, artt. 2 en 5

Waardering: B 6

Handeling: Het inrichten en toezien op de bedrijfsvoering van de stichting SAMO, alsmede van het beheer van de uitvoeringssubsidie.

Periode: 2005–2013

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SAMO, art. 2 en 5

Waardering: B 6

Handeling: De bedrijfsvoering van stichting SAMO.

Periode: 2005–2013

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SAMO, artt. 2 en 5

Opmerking: SAMO wordt in zijn bedrijfsvoeringstaken ondersteund door KPMG (monitoringcontract), SCMO (ondersteuning in Israël), een bestuurssecretariaat, een administrateur en een externe accountant.

Waardering: B 6

Handeling: Het voorbereiden en effectueren van het uitkeringsbeleid van de Stichting SMO.

Periode: 2005–2013

Grondslag: Statuten SAMO, art. 2

Waardering: B 6

Handeling: Benoeming en installatie bestuursleden, en het aftreden van bestuursleden.

Periode: 2005–2013

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SAMO, art. 4

Waardering: B 6

Handeling: Het bijeenroepen en houden van bestuursvergaderingen.

Periode: 2005–2013

Grondslag: Statuten SAMO, artt. 5 en 7

Opmerking: Het betreft hier agenda’s, vergaderstukken en vergaderverslagen.

Waardering: B 6

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van de begroting, het jaarplan en overige jaarstukken.

Periode: 2005–2013

Grondslag: Statuten SAMO, artt. 5 en 9

Waardering: B 6

Handeling: Het desgevraagd periodiek afleggen van verantwoording en verstrekken van inlichtingen aan de Minister van Financiën, CJO en SPI over het beheer van de stichting.

Periode: 2005–2013

Grondslag: Statuten SAMO, art. 5

Waardering: B

Handeling: Het wijzigen van de statuten, en de raadpleging en schriftelijke goedkeuring daarvan van de Minister van Financiën, het CJO en het SPI.

Periode: 2005–2013

Grondslag: Statuten SAMO, art. 10

Waardering: B 6

Handeling: Ontbinding en vereffening van de stichting na raadpleging van de Minister van Financiën, het CJO en het SPI.

Periode: 2005–2013

Grondslag: Statuten SAMO, art. 11

Waardering: B 6

Handeling: Overdracht van niet toegekend vermogen en overschotvermogen na vereffening aan stichting COM en stichting SCMI.

Periode: 2005–2013

Grondslag: Statuten SAMO, artt. 3 en 11

Waardering: B 6

Handeling: Selectie, voorbereiding en overdracht archief van SMO en SAMO aan het Nationaal Archief.

Periode: 1997 – 2013

Grondslag: Statuten SAMO, art. 11

Waardering: B 6

Actor: de Stichting Cogis

Handeling: Het nemen van besluiten in het kader van de uitvoering van de Welzijnswet 1994, het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid en het Mandaatbesluit Cogis, voor zover de besluiten betrekking hebben op de verstrekking van instellings- en projectsubsidies voor vrijwilligerswerk ten behoeve van oorlogsgetroffenen, hun partners en hun kinderen.

Periode: 2005–

Grondslag: Mandaatbesluit Cogis, art. 2 lid 1 (Stcrt. 2005, 213)

Waardering: B 5

Handeling: Het opstellen van een financiële verantwoording betreffende de uitgekeerde bedragen en de uitvoeringskosten

Periode: 2005–

Grondslag: Mandaatbesluit Cogis, art. 8 (Stcrt. 2005, 213)

Product: financiële verantwoording

Waardering: B 3

Actor: de Stichting Het Gebaar

Handeling: Het behandelen van subsidieaanvragen van Indische vervolgingsslachtoffers ten behoeve van hun rechtsherstel.

Periode: 2001–

Grondslag: Mandaatbesluit Stichting Het Gebaar, art. 1; uitkeringsreglement (Stcrt. 2003, 226)

Product: besluiten

Waardering: B 6

Handeling: Het beheren van de gelden, welke door de Rijksoverheid eenmalig ter beschikking zijn gesteld aan de Indische Gemeenschap

Periode: 2001–

Grondslag: Mandaatbesluit Stichting Het Gebaar, artt. 1 en 2; uitkeringsreglement (Stcrt. 2003, 226)

Waardering: B 6

Handeling: Het mandateren van de bevoegdheid om besluiten te nemen omtrent aanvragen aan de (plaatsvervangend) directeur van de uitvoeringsorganisatie die belast is met de uitvoering van het uitvoeringsreglement Individuele Uitkeringen.

Periode: 2001–

Grondslag: Mandaatbesluit Stichting Het Gebaar, artt. 1 en 2; uitkeringsreglement (Stcrt. 2003, 226)

Product: mandaatbesluit

Waardering: V, 10 jaar

Actor: de Stichting Informatie- en Coördinatieorgaan Dienstverlening Oorlogsgetroffenen (ICODO)

Handeling: Het uitbrengen van advies aan overheden, hulpverleningsorganisaties, andere organisaties en individuele hulpverleners met betrekking tot dienstverlening aan oorlogsgetroffenen en de uitvoering van de wetten ten aanzien van oorlogsgetroffenen, na raadpleging van de natuurlijke of rechtspersoon op wie het advies betrekking heeft.

Periode: 1984–1998

Grondslag: Statuten ICODO, art. 3 lid 2c (Stb. 1983, 588)

Opmerking: Vanaf 1998 is de stichting geen ZBO meer. Daarom heeft de stichting vanaf dat moment geen archiefwettelijke verplichtingen betreffende de neerslag van taken die ze verricht op grond van haar statuten.

Waardering: B 1: 1 exemplaar informatie-/voorlichtings/adviseringsmateriaal

V, 10 jaar: overige neerslag

Handeling: Het nemen van besluiten in het kader van de uitvoering van de Welzijnswet 1994, het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid en de Subsidieregeling welzijnsbeleid, voor zover de besluiten betrekking hebben op de verstrekking van instellings- en projectsubsidies voor vrijwilligerswerk ten behoeve van oorlogsgetroffenen, hun partners en hun kinderen.

Periode: 1998–2004

Grondslag: Mandaatbesluit ICODO, art. 2 lid 1 (Stcrt. 1998, 84, gewijzigd bij Stcrt. 2000, 63)

Waardering: B 5

Handeling: Het verlenen van ondermandaat tot het geheel of gedeeltelijk uitoefenen van de bevoegdheid van de directeur.

Periode: 1998–2004

Grondslag: Mandaatbesluit ICODO, art. 3 (Stcrt. 1998, 84, gewijzigd bij Stcrt. 2000, 63)

Waardering: B 4

Handeling: Het opstellen van een financiële verantwoording betreffende de uitgekeerde bedragen en de uitvoeringskosten

Periode: 1998–2004

Grondslag: Mandaatbesluit ICODO, art. 9 (Stcrt. 1998, 84, gewijzigd bij Stcrt. 2000, 63)

Product: financiële verantwoording

Waardering: B 3

Actor: de Stichting Joods Humanitair Fonds (SJHF)

Handeling: Het behandelen van subsidieaanvragen voor humanitaire projecten in centraal en oost-europa met betrekking tot ondersteuning van joodse gemeenschappen, joods onderwijs, voorlichting en hulp aan slachtoffers van conflictsituaties.

Periode: 2002–

Grondslag: Uitkeringsreglement Stichting joods Humanitair Fonds, art. 2 (Stcrt. 2002, 68)

Waardering: B 6

Handeling: Het beheren van het fonds.

Periode: 2002–

Grondslag: Uitkeringsreglement Stichting joods Humanitair Fonds, art. 2 (Stcrt. 2002, 68)

Waardering: B 6

Actor: de Stichting Maror-gelden Overheid (SMO)

Handeling: Het oprichten van de stichting

Periode: 1997–2004

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Waardering: B 6

Handeling: Het beheren van het uitkeringsvermogen, dat door de rijksoverheid eenmalig ter beschikking is gesteld.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SMO, art. 2 lid 1

Opmerking: Het betreft hier niet het beheren van de ter beschikking gestelde gelden en de opgelopen rente.

Waardering: B 6

Handeling: Het opstellen en wijzigen van uitkeringsreglementen.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Statuten SMO, art. 2

Waardering: B 6

Handeling: Het beoordelen of een aanvraag voor een individuele uitkering voldoet aan de in de uitkeringsreglementen voor toekenning van een uitkering vermelde criteria.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SMO, artt. 2 en 11

Opmerking: Behandelen van verzoeken van (individuele) burgers voor tegemoetkomingen met betrekking tot het naoorlogs rechtsherstel. Het betreft hier de aanvragen die door Kamer I werden behandeld.

Waardering: B 6

Handeling: Het vaststellen van de hoogte van het bedrag dat als individuele uitkering aan een aanvrager wordt verstrekt.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SMO, artt. 2 en 11

Opmerking: Behandelen van verzoeken van (individuele) burgers voor tegemoetkomingen met betrekking tot het naoorlogs rechtsherstel. Het betreft hier de aanvragen die door Kamer I werden behandeld.

Waardering: B 6

Handeling: Het beoordelen of een aanvraag door een rechtspersoon voor een collectieve uitkering voor een Nederlands project voldoet aan de in de uitkeringsreglementen voor toekenning van een uitkering vermelde criteria.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SMO, artt. 2 en 11

Opmerking: Behandelen van verzoeken van rechtspersonen voor collectieve projecten in Nederland. Het betreft hier de aanvragen die door Kamer II werden behandeld.

Waardering: B 6

Handeling: Het vaststellen van de hoogte van het bedrag dat als collectieve uitkering aan een Nederlandse aanvrager wordt verstrekt.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SMO, artt. 2 en 11

Opmerking: Behandelen van verzoeken van rechtspersonen voor collectieve projecten in Nederland. Het betreft hier de aanvragen die door Kamer II werden behandeld.

Waardering: B 6

Handeling: Het beoordelen of een aanvraag door een rechtspersoon voor een collectieve uitkering voor een Israëlisch project voldoet aan de in de uitkeringsreglementen voor toekenning van een uitkering vermelde criteria.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SMO, artt. 2 en 11

Opmerking: Behandelen van verzoeken van rechtspersonen voor collectieve projecten in Israel. Het betreft hier de aanvragen die door Kamer III werden behandeld.

Waardering: B 6

Handeling: Het vaststellen van de hoogte van het bedrag dat als collectieve uitkering aan een aanvrager wordt verstrekt voor een Israëlisch project.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SMO, artt. 2 en 11

Opmerking: Behandelen van verzoeken van rechtspersonen voor collectieve projecten in Israël. Het betreft hier de aanvragen die door Kamer III werden behandeld.

Waardering: B 6

Handeling: Het op basis van de Uitkeringsreglementen doen verstrekken van uitkeringen.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SMO, artt. 2 en 11

Opmerking: Het betreft hier het uitkering van de toegekende bedragen aan respectievelijk individuele burgers en rechtspersonen voor collectieve projecten in Nederland en Israël.

Waardering: B 6

Handeling: Het toezien op/en controleren van de besteding van toegekende bijdragen aan collectieve projecten en doelen in Nederland en Israël.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SMO, artt. 2 en 11

Opmerking: Het betreft hier afzonderlijke projecten

Waardering: B 6

Handeling: Het inrichten en toezien op de bedrijfsvoering van de stichting SMO.

Periode: 2000–2005

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SMO, artt. 2 en 5

Waardering: B 6

Handeling: De bedrijfsvoering van stichting SMO.

Periode: 2000–2005

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SMO, artt. 2 en 5

Opmerking: De bedrijfsvoering van de stichting SMO werd uitgevoerd door Bureau Maror-gelden Overheid. Het betreft hier personele aangelegenheden, het opzetten van publiciteitscampagnes, etc. .

Waardering: B 6

Handeling: Het voorbereiden en effectueren van het uitkeringsbeleid van de Stichting SMO.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Statuten SMO, art. 2 en 5

Waardering: B 6

Handeling: Benoeming en installatie van bestuursleden, en het aftreden van bestuursleden.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SMO, art. 4

Waardering: B 6

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van de begroting, het jaarplan en overige jaarstukken.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Statuten SMO, art. 5

Waardering: B 6

Handeling: Het voeren van overleg met de Minister van Financiën over het gevoerde beleid en de taakuitoefening van de Stichting en het periodiek afleggen van verantwoording aan de Minister van Financiën over de uitvoering van de taak van het bestuur en het financiële beheer van de stichting.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Statuten SMO, art. 5

Handeling: Het bijeenroepen en houden van bestuursvergaderingen.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Statuten SMO, art. 7

Opmerking: Het betreft hier agenda’s, vergaderstukken en vergaderverslagen.

Waardering: B 6

Handeling: Het instellen, toezicht houden en opheffen van Kamer I, II en III

Periode: 2000–2004

Grondslag: Regeringsreactie Nederlandse Regering n.a.v. advisering Commissies Scholten, Van Kemenade en Kordes, 21 maart 2000, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nr. 13

Statuten SMO, artt. 5 en 11

Opmerking: Kamers I, II en III hebben voor het bestuur de aanvragen voor uitkeringen beoordeeld en de uitkeringsbedragen bepaald. Het bestuur bepaalde vervolgens of ze de adviezen van de Kamers volgden.

Waardering: B 6

Handeling: Het benoemen en ontslaan van leden van de Raad van Advies.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Statuten SMO, art. 9

Waardering: B 6

Handeling: Advisering van de Raad van Advies.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Statuten SMO, art. 9

Waardering: B 6

Handeling: Het instellen en opheffen van een bezwarencommissie.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Statuten SMO, art. 12

Waardering: B 6

Handeling: Het voeren van bezwaarschriftprocedures door de bezwarencommissie.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Statuten SMO, art. 12

Waardering: B 6

Handeling: Het voeren van verweer in beroep en hoger beroep.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Statuten SMO, art. 12

Opmerking: Dit werd feitelijk uitgevoerd door de Landsadvocaat. Deze rapporteerde hierover aan SMO.

Waardering: B 6

Handeling: Het instellen en opheffen van een commissie van deskundigen.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Statuten SMO, art. 10

Waardering: B 6

Handeling: Advisering van de commissie van deskundigen.

Periode: 2000–2004

Grondslag: Statuten, art. 10

Waardering: B 6

Handeling: Het wijzigen van de statuten, en de raadpleging en schriftelijke goedkeuring daarvan van de Minister van Financiën, het CJO en het SPI.

Periode: 2000–2005

Grondslag: Statuten SMO, art. 14

Waardering: B 6

Actor: de Stichting Pelita

Handeling: Het bieden van aanvraagbegeleiding in het kader van de WIV, WUV en WUBO aan de getroffenen uit voormalig Nederlands-Indië

Periode: 1972–

Grondslag: Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945, art. 31 lid 2 (Stb. 1972, 669); Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 36 lid 3 (Stb. 1984, 94); Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, 26 lid 5 (Stb. 1986, 360)

Product: sociaal rapport t.b.v. van de aanvraagbeoordeling van de PUR

Waardering: B 6

Handeling: Het opstellen van de verzetsrapportage bij aanvragen in het kader van de Wet buitengewoon pensioen Indisch Verzet (WIV).

Periode: 1986–

Grondslag: Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, art. 3a, 27 lid 2 en 3 (Stb. 1986, 360)

Product: verzetsrapportage, verzetsclaim

Opmerking: Deze taak bestaat uit het optekenen van de verzetsclaim van de aanvrager en sinds 1 januari 1999 het uitvoeren van een verificatieonderzoek en de verslaglegging daarvan (dit onderdeel was voordien door Pelita uitbesteed aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds). Na de opheffing van de Commissie Indisch Verzet is Stichting Pelita met ingang van 1 januari 2001 in het kader van de WIV tevens belast met het afgeven van de verklaring van verzet en waardigheid.

Waardering: B 6

Handeling: Het adviseren van de Minister onder wie Welzijn ressorteert omtrent wetsontwerpen en ontwerpen van AMvB’s en Ministeriële regelingen.

Periode: 1972–

Bron: interview

Waardering: B 1

Actor: de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma

Handeling: Het behandelen van subsidieaanvragen ter compensatie van tekortkomingen in het na de tweede wereldoorlog jegens Sinti en Roma uitgevoerde rechtsherstel.

Periode: 2001–

Grondslag: Uitkeringsreglement individuele uitkeringen Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma (Stcrt. 2001, 104)

Waardering: B 6

Handeling: Het beheren van de gelden welke door de rijksoverheid ter beschikking zijn gesteld aan Sinti en Roma ter compensatie van tekortkomingen in het na de tweede wereldoorlog jegens hen uitgevoerde rechtsherstel

Periode: 2001–

Grondslag: Uitkeringsreglement individuele uitkeringen Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma (Stcrt. 2001, 104)

Waardering: B 6

Concordantie

Niet uit het RIO opgenomen handelingen

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)