Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Oorlogsgetroffenen vanaf 1945 (Stichting Afwikkeling Maror-gelden Overheid)
Opmerking: Bij deze beschikking mag de Commissie pas een uitkering verstrekken aan iemand die overleden is door andere oorzaken dan oorlogsletsel, als zij daartoe gemachtigd is door de Minister.
Waardering: B 6
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een Ministeriële regeling inzake regels omtrent toekenning van een uitkering op grond van de Aor aan nabestaanden van oorlogsslachtoffers die niet tengevolge van oorlogsletsel zijn overleden.
Periode: 1954–
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 7 (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Ned. Indisch Stb. 1946, 48 en Ned. Indisch Stb. 1948, 308)
Product: Beschikking van de Minister van Maatschappelijk Werk van 2 juni 1960, nr. 19278, houdende regels omtrent de toekenning van een uitkering op grond van de AOR aan nabestaanden van oorlogsslachtoffers die niet tengevolge van oorlogsletsel zijn overleden (Stcrt. 1960, 106)
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van regeringsverordeningen met betrekking tot oorlogsgetroffenen.
Periode: 1954–
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 8 lid 3, 11 lid 2, art. 28 lid 1c en art. 52 (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Ned. Indisch Stb. 1946, 48 en Ned. Indisch Stb. 1948, 308)
Waardering: B 1
Algemene Maatregel van Bestuur regelende de vergoeding motor-rijtuigenbelasting voor oorlogsgetroffenen 1940–1945
Handeling: Het op verzoek verlenen van een vergoeding voor de verschuldigde motorrijtuigenbelasting aan een pensioengerechtigde (ingevolge de WBP 1940–1945, WBPZ, Wuv, Wubo of de Aor) (of diens vervoerder).
Periode: 1983–
Grondslag: Algemene Maatregel van Bestuur regelende de vergoeding motorrijtuigenbelasting voor oorlogsgetroffenen, art. 5 (Stb. 1984, 364, zoals gewijzigd bij Stb. 1986, 510 en Stb. 1995, 547)
Opmerking: de Minister is actor met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (tot 1995) en de Minister van Defensie samen.
Waardering: B 6
Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van een Ministeriële regeling omtrent regels en voorwaarden ten aanzien van de vergoeding van motorrijtuigenbelasting voor oorlogsgetroffenen.
Periode: 1983–
Grondslag: Algemene Maatregel van Bestuur regelende de vergoeding motorrijtuigenbelasting voor oorlogsgetroffenen 1940–1945, art. 5 (Stb. 1984, 364, zoals gewijzigd bij Stb. 1986, 510)
Opmerking: de Minister is actor met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (tot 1995) en de Minister van Defensie samen.
Waardering: B 1
Tijdelijke vergoedingsregeling psychotherapie naoorlogse generatie
Handeling: Het instellen van een onderzoek naar de effectiviteit van de Tijdelijke vergoedingsregeling psychotherapie naoorlogse generatie
Periode: 1994–
Grondslag: Tijdelijke vergoedingsregeling psychotherapie na-oorlogse generatie, art. 6, lid 2 (Stcrt. 1994, 198)
Opmerking: Het instellen van dit onderzoek dient plaats te vinden binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de regeling
Waardering: B 2, 3: onderzoeksopdracht en eindproduct
V, 10 jaar: rest
Wijzigingswet Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, enz.
Wet Stichting ICODO
Handeling: Het oprichten van de Stichting Informatie- en Coördinatieorgaan Dienstverlening Oorlogsgetroffenen.
Periode: 1983–2004
Grondslag: Wet Stichting ICODO, art. 1 (Stb. 1983, 588); Oprichtingsakte van de Stichting ICODO, bijlage bij Wet Stichting ICODO.
Waardering: B 4
Handeling: Het, na overleg met het bestuur, mede benoemen, schorsen en ontslaan van de leden van het bestuur van de Stichting ICODO en diens voorzitter, het mede goedkeuren van de aanwijzing van een plaatsvervangend voorzitter door het bestuur alsmede het mede aanwijzen van adviseurs van het bestuur en hun plaatsvervangers.
Periode: 1983–2004
Grondslag: Oprichtingsakte van de Stichting ICODO, art. 4 lid 1, 2, 3 en 5, bijlage bij Wet Stichting ICODO.
Opmerking: De Minister onder wie Welzijn ressorteert, is hier actor samen met de Minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en de Minister van Defensie.
Waardering: V, 10 jaar na ontslag
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Handeling: Het bepalen van de vergoeding voor de voorzitter, het goedkeuren van de door het bestuur vastgestelde salarissen en overige arbeidsvoorwaarden van de personeelsleden van het bureau dat de stichting bijstaat.
Periode: 1983–2004
Grondslag: Oprichtingsakte van de Stichting ICODO, art. 5 lid 3 en 6, bijlage bij Wet Stichting ICODO, (Stb. 1983, 588)
Waardering: V, 10 jaar na ontslag
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Handeling: Het geven van goedkeuring aan voorgenomen besluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen door het bestuur.
Periode: 1983–2004
Grondslag: Oprichtingsakte van de Stichting ICODO, art. 7 lid 3, bijlage bij Wet Stichting ICODO (Stb. 1983, 588)
Waardering: V, 20 jaar na aanpassing
Handeling: Het goedkeuren van de begroting.
Periode: 1983–2004
Grondslag: Oprichtingsakte van de Stichting ICODO, art. 7 lid 4, bijlage bij Wet Stichting ICODO, (Stb. 1983, 588)
Product: Beschikking
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het mede goedkeuren van een besluit tot statutenwijziging of tot ontbinding van de stichting en het mede bepalen welke bestemming aan een eventueel batig liquidatiesaldo van de stichting zal worden gegeven.
Periode: 1983–2004
Grondslag: Oprichtingsakte van de Stichting ICODO, art. 9 lid 4, art. 10 lid 2, bijlage bij Wet Stichting ICODO (Stb. 1983, 588)
Opmerking: De Minister onder wie Welzijn ressorteert, is hier actor samen met de Minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en de Minister van Defensie.
Waardering: B 4
Handeling: Het mandateren van bevoegdheden aan de Stichting ICODO.
Periode: 1998–2004
Product: Mandaatbesluit ICODO (Stcrt. 1998, 84)
Waardering: B 4
Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad (Wet PUR)
Handeling: Het voordragen, bij Koninklijk Besluit, tot benoeming, schorsing en ontslag van de voorzitter en de leden van het bestuur van de Pensioen- en uitkeringsraad en de voorzitters van elk der Kamers.
Periode: 1990–
Grondslag: Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad, art. 5 lid 2, art. 11 lid 3 (Stb. 1990, 324)
Waardering: V, 10 jaar na ontslag
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Handeling: Het instemmen met het sluiten van contracten voor het door derden laten uitvoeren van werkzaamheden van de PUR.
Periode: 1990–
Grondslag: Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad, art. 16 (Stb. 1990, 324)
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het goedkeuren van de begroting en de meerjarenraming van de PUR.
Periode: 1990–
Grondslag: Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad, art. 22 lid 4 (Stb. 1990, 324)
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het aanwijzen van de vestigingsplaats van de PUR.
Periode: 1990–
Grondslag: Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad, art. 18 en 24 lid 3 (Stb. 1990, 324)
Product: Aanwijzing vestigingsplaats (Stcrt. 1993, 60)
Waardering: V, 10 jaar na opheffing
Handeling: Het verlenen van goedkeuring aan door de Pensioen- en Uitkeringsraad opgestelde regels -regelende de werkwijze van de organen en het bureau, het nemen van beslissingen en vergoedingen voor bestuursleden-, voor het laten uitvoeren van werkzaamheden ingevolge de Wet PUR door derden en aan de begroting van de Pensioen- en Uitkeringsraad.
Periode: 1990–
Grondslag: Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad, art. 9 lid 1 en 2, artt. 13, 16 en 22 (Stb. 1990, 324)
Product:
– Reglement op de Pensioen- en Uitkeringsraad, besluit van het bestuur van de Pensioen- en Uitkeringsraad van 14 november 1991, tot vaststelling van de regels bedoeld in art. 9 eerste lid van de Wet PUR (Stcrt. 1992, 98);
– Het nemen van mandaatbeslissingen als bedoeld in art.12, onder b, van de Wet PUR, besluit van het bestuur van de Pensioen- en Uitkeringsraad tot vaststelling van de regels bedoeld in art. 9 tweede lid van de Wet PUR (Stcrt. 1992, 44)
Waardering: V, 10 jaar na wijziging
Handeling: Het jaarlijks ter beschikking stellen van budgetten om de verschillen tussen de geraamde kosten uit de goedgekeurde begroting en de inkomsten van de PUR te dekken.
Periode: 1991–1994
Grondslag: Bekostigingsbesluit Pensioen- en Uitkeringsraad, art. 6 (Stb. 1991, 645)
Opmerking: Hierbij geldt dat de PUR de geraamde kosten niet mag overschrijden en een tekort gevolg is van te weinig inkomsten.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van de leden en plaatsvervangende leden van elk der Kamers van de PUR.
Periode: 1990–
Grondslag: Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad, art. 11 lid 4 (Stb. 1990, 324)
Waardering: V, 10 jaar na ontslag
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Handeling: Het aanwijzen van personen die met de uitoefening van controle op de uitvoering van uitkerings- en pensioenwetten betreffende oorlogsgetroffenen worden belast en zijn gerechtigd tot het bijwonen van een vergadering van het bestuur van de PUR.
Periode: 1990–
Grondslag: Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad, art. 17 (Stb. 1990, 324)
Waardering: V, 10 jaar na ontslag
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Subsidieregeling dienstverlening voor oorlogsgetroffenen
Handeling: Het verlenen, wijzigen en intrekken van subsidie in de kosten van activiteiten voor oorlogsgetroffenen aan de begeleidende instellingen op grond van de onderscheiden wetten voor oorlogsgetroffenen uit te voeren taken en de immateriële dienstverlening.
Periode: 1990–
Grondslag: Subsidieregeling dienstverlening voor oorlogsgetroffenen, art. 2, 3 en 10 (Stcrt. 1989, 251, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 243 en Stcrt. 1995, 78)
Opmerking: activiteiten zijn: rapportage, uitbetaling, maatschappelijk werk en steunfunctie; wetten voor oorlogsgetroffenen zijn: WBP 1940–1945, WBPZ, WIV, Wuv en Wubo.
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van voorschriften aan instellingen die subsidie verlangen ten aanzien van de inrichting van de aanvraag en de begroting, de inrichting van de jaarrekening, de financiële verantwoording en het verslag van de activiteiten en de inrichting van de administratie.
Periode: 1990–
Grondslag: Subsidieregeling dienstverlening voor oorlogsgetroffenen, art. 9 lid 4, art. 12 lid 3 en art. 19 lid 5 (Stcrt. 1989, 251, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 243 en Stcrt. 1995, 78)
Opmerking: instellingen dienen hun administratie en de daarbij behorende bewijsstukken minimaal 10 jaar te bewaren (art. 19 lid 4)
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van nadere aanwijzingen aan de registeraccountant en de accountant-administratieconsulent met betrekking tot de financiële controle op de naleving van de subsidievoorwaarden.
Periode: 1990–
Grondslag: Subsidieregeling dienstverlening voor oorlogsgetroffenen, art. 13, lid 3 (Stcrt. 1989, 251, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 243 en Stcrt. 1995, 78)
Waardering: V, 10 jaar na wijziging
Handeling: Het bepalen van de vergoeding die een instelling -in bepaalde gevallen- verschuldigd is aan het Rijk bij ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van eigendommen, bij wijziging van de bestemming van eigendommen, bij vervreemding van eigendommen, bij beëindiging van de activiteiten of bij ontbinding van de instelling.
Periode: 1989–
Grondslag: Subsidieregeling dienstverlening voor oorlogsgetroffenen, art. 20, lid 1 en 3 (Stcrt. 1989, 251, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 243 en Stcrt. 1995, 78)
Waardering: V, 10 jaar
Herdenking van oorlogsgetroffenen
Handeling: Het aanwijzen van ambtelijke adviseurs ter toevoeging aan het comité voor de viering van de bevrijding.
Periode: 1981–
Grondslag: Instellingsbesluit Comité Nationale Viering Bevrijding, art. 2 lid 4 (Stcrt. 1981, 55, gewijzigd bij Stcrt. 1986, 68)
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: Het ter benoeming voordragen van leden van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.
Periode: 1988–
Grondslag: Instellingsbesluit Nationaal Comité 4 en 5 mei, art. 3 (Stcrt. 1987, 233, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluiten Stcrt. 1991, 37, en Stcrt. 2001, 230)
Product: voordracht, KB ter benoeming
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: Het goedkeuren van de benoeming van leden van commissies voor de uitvoering van besluiten van het comité, die geen lid zijn van het comité.
Periode: 1988–
Grondslag: Instellingsbesluit Nationaal Comité 4 en 5 mei, lid 8 (Stcrt. 1987, 233, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluiten Stcrt. 1991, 37, en Stcrt. 2001, 230)
Product: Goedkeuringsbesluit
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: Het goedkeuren van de statuten van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.
Periode: 1988–
Grondslag: Instellingsbesluit Nationaal Comité 4 en 5 mei, art. 9 (Stcrt. 1987, 233, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluiten Stcrt. 1991, 37, en Stcrt. 2001, 230)
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: Het goedkeuren van de arbeidsrechtelijke verhoudingen tussen het administratief personeel en de stichting Nationaal Comité 4 en 5 mei.
Periode: 1988–
Grondslag: Instellingsbesluit Nationaal Comité 4 en 5 mei, art. 11 (Stcrt. 1987, 233, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluiten Stcrt. 1991, 37, en Stcrt. 2001, 230)
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Actor: het Adviescollege besteding vierde tranche – adviescollege Dolman
Handeling: Het adviseren over de toewijzing van het geld uit het vierde deel van de goudpool aan projecten
Periode: 1998–1999
Grondslag: (Stcrt. 1998, 164
Product: adviesrapport (1999)
Opmerking: de projecten zijn op een drietal terreinen gericht:
– de zorg en/of dienstverlening aan de huidige nog levende en in Nederland woonachtige groep slachtoffers van de nazi-vervolging die gericht was op vernietiging en hun nabestaanden;
– het opnieuw leven inblazen van kennis- en cultuurtraditie, die door de Tweede Wereldoorlog grotendeels vernietigd was;
– het instandhouden van de herinnering aan de omgekomenen in de Tweede Wereldoorlog
Waardering: B 6
Actor: de Adviescommissie Bijzondere Voorzieningen dienst- en reserveplichtig personeel KNIL
Handeling: Het adviseren van de Minister onder wie Welzijn ressorteert over uitkeringen op de voet van de WUV 1940–1945 aan het dienst- en reserveplichtig personeel van het voormalig KNIL
Periode: rond 1981
Grondslag: Staatsalmanak 1981, p. U 19
Waardering: B 5
Actor: de Adviescommissie Huyser
Handeling: Het doen van een voorstel voor de oprichting van een publiekrechtelijke organisatie voor de uitvoering van de wetten met betrekking tot de pensioenen van oorlogsgetroffenen.
Periode: 1989
Product: Adviesrapport ‘In de steigers’
Waardering: B 1
Actor: de Adviescommissie Jeugdvoorlichting WOII-heden
Handeling: Het toetsen van de ingediende educatieve projectvoorstellen aan de in de brief aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 18 december 1997 genoemde criteria alsmede aan door de Minister vast te stellen wijzigingen van dat beleid en die criteria
Periode: 1998–2006
Grondslag: Instellingsbesluit Adviescommissie Jeugdvoorlichting WOII-heden, art. 3 (Stcrt. 1998, 184)
Product: toetsingsrapport
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het adviseren van de Minister over het al dan niet honoreren van de aanvragen projectsubsidie gezien de doelstellingen en de kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van de ingediende educatieve projectvoorstellen.
Periode: 1998–2006
Grondslag: Instellingsbesluit Adviescommissie Jeugdvoorlichting WOII-heden, art. 3 (Stcrt. 1998, 184)
Product: adviesrapport
Waardering: V, 10 jaar
Actor: de Adviescommissie uitvoering wetten voor oorlogsgetroffenen
Handeling: Het geven van advies aan de Minister onder wie Volksgezondheid ressorteert over de mogelijkheden van vereenvoudiging van procedures in het kader van de uitvoering van de wetten voor oorlogsgetroffenen zonder dat daardoor de bestaande wetssystematiek zal worden aangetast.
Periode: 1998–
Grondslag: Instellingsbesluit (Stcrt. 1998, 14)
Product: Adviesrapport ‘Eenvoudig beter, aanbevelingen tot verbetering en vereenvoudiging van de (uitvoering van de) wetten voor oorlogsgetroffenen’ (1999).
Waardering: B 1
Actor: de Adviesgroep protocollering medische causaliteitsbeoordeling
Handeling: Het opstellen van richtlijnen voor het medisch onderzoek naar het causaal verband tussen de ziekten/ gebreken/ invaliditeit en de oorlogservaringen van aanvragers van uitkeringen op grond van de wetten voor oorlogsgetroffenen.
Periode: 1990
Product: Adviesrapport ‘Richtlijnen bij de medische causaliteitsbeoordeling’
Waardering: B 1
Actor: de Begeleidingscommissie naar de late problematiek van Indische jeugdige oorlogsgetroffenen
Handeling: Het beoordelen van tussentijdse en eindrapportages van het onderzoeksproject.
Periode: 1992–1996
Grondslag: Instellingsbeschikking Begeleidingscommissie Onderzoek late problematiek Indische Jeugdige Oorlogsgetroffenen, art. 2 (Stcrt. 1993, 14)
Product: beoordelingsverslagen
Opmerking: Het bewaken van de uitvoering van het onderzoek conform het onderzoeksvoorstel van de Rijksuniversiteit Utrecht valt onder deze handeling.
Waardering: B 5, inclusief de tussentijdse en eindrapportages die beoordeeld worden en het eindproduct: onderzoeksrapport: G.T.M. Mooren, R.J. Kleber, ‘Gezondheid en herinneringen aan de oorlogsjaren van Indische jeugdige oorlogsgetroffenen: een empirisch onderzoek’, Utrecht: Universiteit, 1996
V, 10 jaar: overige neerslag
Handeling: Het adviseren van de Minister onder wie Welzijn ressorteert, over te nemen beslissingen ten aanzien van eventuele verzoeken van de Rijksuniversiteit Utrecht die tot overschrijdingen van de gestelde termijn of de begroting en eventuele inhoudelijke afwijkingen van het onderzoeksvoorstel zouden kunnen leiden.
Periode: 1992–1996
Grondslag: Instellingsbeschikking Begeleidingscommissie Onderzoek late problematiek Indische Jeugdige Oorlogsgetroffenen, art. 2 (Stcrt. 1993, 14)
Waardering: V, 10 jaar
Actor: de Begeleidingscommissie onderzoek Indische naoorlogse generatie
Handeling: Het beoordelen van tussentijdse en eindrapportages van het onderzoek naar de problematiek van de Indische na-oorlogse generatie in Nederland.
Periode: 1992–1994
Grondslag: Instellingsbeschikking Begeleidingscommissie onderzoek Indische naoorlogse generatie, art. 2 (Stcrt. 1992, 160)
Product: beoordelingsverslagen
Opmerking: Het bewaken van de uitvoering van het onderzoek conform het onderzoeksvoorstel van het Instituut voor Psychotrauma (IvP) maakt onderdeel uit van deze handeling.
Waardering: B 5, inclusief de tussentijdse en eindrapportages die beoordeeld worden en het eindproduct: onderzoeksrapport: P.G. van der Velden, J. Eland, R.J. Kleber, De Indische naoorlogse generatie, Bohn Stafleu Van Lochum, Houten 1994, ISBN 90 313 1787 X/ NUGI 661/758
V, 10 jaar: overige neerslag
Handeling: Het adviseren van de Minister onder wie Welzijn ressorteert over te nemen beslissingen ten aanzien van eventuele verzoeken van het Instituut voor Psychotrauma die tot overschrijdingen van de gestelde termijnen of de begroting en eventuele inhoudelijke afwijkingen van het onderzoeksvoorstel zouden kunnen leiden.
Periode: 1992–1994
Grondslag: Instellingsbeschikking Begeleidingscommissie onderzoek Indische naoorlogse generatie, art. 2 (Stcrt. 1992, 160)
Product: adviezen
Waardering: V, 10 jaar
Actor: de Begeleidingscommissie onderzoek Indische tegoeden WO-II in Nederland (Commissie Van Galen)
Handeling: Het formuleren van een taakopdracht, van onderzoeksopdrachten en de keuze van uitvoerders van die onderzoeksopdrachten, het opmaken van een eindrapportage ten behoeve van de Minister onder wie Welzijn ressorteert
Periode: 1998–2000
Grondslag: Instellingsbesluit Begeleidingscommissie onderzoek Indische Tegoeden, art. 2 (Stcrt. 1998, 22)
Product: taakopdracht, onderzoeksopdrachten, verslag van de keuze van uitvoerders van die onderzoeksopdrachten, eindrapportage
Opmerking: het onderzoek zelf heeft geresulteerd in het eindrapport: ‘Onderzoek naar de particuliere bank- en levensverzekeringstegoeden van Nederlanders in Nederlands-Indië/Indonesië’, Den Haag, 2000
Waardering: B 3
Handeling: Het bewaken van de uitvoering van de onderzoeken conform de taakopdracht en het adviseren aan de Minister onder wie Welzijn ressorteert over te nemen beslissingen ten aanzien van eventuele inhoudelijke bijstellingen van de taakopdracht.
Periode: 1998–2000
Grondslag: Instellingsbesluit Begeleidingscommissie Onderzoek Indische Tegoeden, art. 2 (Stcrt. 1998, 22)
Product: correspondentie
Waardering: V, 10 jaar
Actor: de Begeleidingscommissie uitvoering Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (UWuv) 1940–1945
Handeling: Het opstellen van het ad interimrapport inzake de uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945.
Periode: 1986–
Grondslag: Instellingsbeschikking Begeleidingscommissie uitvoering Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945, art. 2 (Stcrt. 1986, 128)
Product: interim-rapport (1985)
Waardering: B 1
Handeling: Het adviseren van de Minister onder wie Welzijn ressorteert inzake de implementatie van de bevindingen en aanbevelingen van het ad interimrapport van de Begeleidingscommissie uitvoering Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945.
Periode: 1986–
Grondslag: Instellingsbeschikking Begeleidingscommissie uitvoering Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945, art. 2 (Stcrt. 1986, 128)
Product: nota’s
Waardering: B 1
Handeling: Het adviseren van de Minister onder wie Welzijn ressorteert inzake de maatregelen die moeten kunnen leiden tot een goedkeurende accountantsverklaring over de financiële verantwoording van de Wuv betreffende het boekjaar 1986.
Periode: 1986–
Grondslag: Instellingsbeschikking Begeleidingscommissie uitvoering Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945, art. 2 (Stcrt. 1986, 128)
Waardering: V, 10 jaar
Actor: de centrale commissie/de commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië (Commissie AOR)
Opmerking: zolang er nog geen centrale commissie was ingesteld mocht de resident de handelingen van deze commissie uitvoeren. Het betreft de handelingen die verricht werden in de periode 1942–1954. Het exacte moment van instelling van de centrale commissie is niet bekend.
Handeling: Het geven van algemene of bijzondere aanwijzingen aan plaatselijke commissies omtrent het beslissen ten aanzien van de vaststelling, vermindering, omzetting, toekenning, herziening, voortzetting en intrekking van uitkeringen en andere tegemoetkomingen voortvloeiende uit de Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië.
Periode: 1942–1954
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 6 lid 1 (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Ned. Indisch Stb. 1946, 48 en Ned. Indisch Stb. 1948, 308)
Waardering: B 5
Handeling: Het houden van algemeen toezicht op alle op grond van de Aor gedane uitkeringen en overige kosten.
Periode: 1942–
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 6 lid 4 (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Ned. Indisch Stb. 1946, 48 en Ned. Indisch Stb. 1948, 164)
Product: rapportages, correspondentie
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van richtlijnen aan plaatselijke commissies omtrent een doelmatige en uniforme werkwijze ten behoeve van de centrale administratie.
Periode: 1948–1954
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 6 lid 4 (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Ned. Indisch Stb. 1946, 48 en Ned. Indisch Stb. 1948, 164)
Waardering: B 5
Handeling: Het toekennen, wijzigen en heroverwegen van periodieke uitkeringen ingevolge de Aor.
Periode: 1954–
Grondslag: Besluit (nr. U7736), art. 1a (Stcrt. 1954, 111); Algemene bij- en toeslagbeschikking, art. 43 (Stcrt. 1984, 53)
Product: bijvoorbeeld: Besluit van de Commissie AOR van 6 februari 1976
Opmerking: In deze handeling is ook verwerkt hetgeen onder de opmerkingen van RIO-handeling 81 staat ingevolge het Besluit van de Commissie Aor van 6 februari 1976.
De uitkeringen worden toegekend door commissie AOR en daadwerkelijk uitbetaald door de SAIP.
Waardering: B 6
Handeling: Het geven van richtlijnen en het opstellen van beschikkingen omtrent de uitvoering van de Algemeene Oorlogsongevallenregeling en de daarmee samenhangende ordonnanties en verordeningen.
Periode: 1954–
Grondslag: Besluit nr. U 7736, art. 1a (Stcrt. 1954, 111)
Waardering: B 6
Handeling: Het adviseren van de Minister onder wie Welzijn ressorteert omtrent het treffen van nadere voorzieningen waartoe de overname door Nederland van de verzorging aanleiding geeft, voortvloeiende uit de Algemeene Oorlogsongevallenregeling en de daarmee samenhangende ordonnanties en verordeningen.
Periode: 1954–
Grondslag: Besluit nr. U 7736, art. 1b (Stcrt. 1954, 111)
Waardering: B 1
Actor: de Commissie Indisch Verzet (CIV)
Handeling: Het adviseren van
– 1980–1986: de Minister onder wie maatschappelijk werk ressorteert;
– 1986–: de Buitengewone Pensionraad (BPR, later Raadskamer Wbp van de PUR) inzake claims tot toekenning van buitengewoon pensioen krachtens of naar analogie van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945 aan daarvoor in beginsel in aanmerking te brengen oud-verzetsdeelnemers uit het voormalige Nederlands-Indië.
Periode: 1980–2001
Grondslag: Instellingsbeschikking Commissie Indisch Verzet, art. 3 (Stcrt. 1980, 213); Wet buitengewoon pensioen Indisch Verzet, art. 6 lid 3a (Stb. 1986, 360)
Waardering: B 6
Handeling: Het adviseren van de Minister onder wie Welzijn ressorteert omtrent ontwerpen van wetswijzigingen, algemene maatregelen van bestuur en Ministeriële beschikkingen.
Periode: 1980–2001
Grondslag: Instellingsbeschikking Commissie Indisch Verzet, art. 3 lid d (Stcrt. 1980, 213); Wet buitengewoon pensioen Indische verzet, art. 5 lid 2 (Stb. 1986, 360)
Waardering: B 1
Handeling: Het afgeven van verzets- en waardigheidsverklaringen.
Periode: 1986–2001
Grondslag: Wet buitengewoon pensioen Indisch Verzet, art. 27 lid 3 (Stb. 1986, 360)
Product: verzets- en waardigheidsverklaringen
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het adviseren van de Minister onder wie Welzijn ressorteert omtrent het benoemen, schorsen en ontslaan van de voorzitter en de (plaatsvervangende) leden.
Periode: 1983–2001
Grondslag: Wet buitengewoon pensioen Indisch Verzet, art. 25 (Stb. 1986, 360)
Waardering: V, 10 jaar na ontslag
Handeling: Het vaststellen van een reglement waarnaar de commissie haar werkzaamheden inricht.
Periode: 1983–2001
Grondslag: Wet buitengewoon pensioen Indisch Verzet, art. 25 (Stb. 1986, 360)
Waardering: B 4
Actor: de Commissie Rechtsherstel Homoseksuelen Tweede Wereldoorlog
Handeling: Het aan de Minister voorstellen doen over de uitvoering van het beleid tot rechtsherstel van homoseksuele vervolgingsslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.
Periode: 2001–2002
Grondslag: Instellingsbeschikking (Stcrt. 2001, 222)
Product: eindrapport
Opmerking: Het beleid bestaat uit drie onderdelen:
Waardering: B 6
Actor: Commissie (m.b.t. vaarplichtbeloning)
Handeling: Het geven van advies aan de Nederlandse regering in ballingschap over en toekomstige wachtgeld- en pensioenregeling voor de opvarenden van de koopvaardij die gedurende de oorlog onderworpen waren aan het vaarplichtbesluit.
Periode: 1942–1945
Grondslag: Beschikking, art. 1 (Stcrt. 1942, 7)
Product: adviesrapport 28 mei 1945
Waardering: B 6
Actor: de Commissie Groeneveld
Handeling: het ontwerpen van een wetsvoorstel voor een pensioen regeling die alle opvarenden van de Nederlandse koopvaardij moest omvatten
Periode: 1946–1947
Grondslag: Beschikking van 18 maart 1946 (Stcrt. 1946, 119)
Product: ontwerp wetsvoorstel (1947)
Waardering: B 6
Actor: de Commissie van Advies
Handeling: Het adviseren van de Minister onder wie Welzijn ressorteert inzake het – in individuele gevallen – gelijkstellen van een persoon met een vervolgde
Periode: 1971–1972
Grondslag: Rijksgroepsregeling vervolgingsslachtoffers, art. 22 (Stb. 1971, 111)
Waardering: B 1
Handeling: Het adviseren van burgemeester en wethouders bij de beslissing op een aanvraag om een uitkering op basis van de Rijksgroepsregeling vervolgingsslachtoffers 1940–1945, en de daaraan te verbinden voorwaarden.
Periode: 1971–1972
Grondslag: Rijksgroepsregeling vervolgingsslachtoffers, art. 23 lid 1 (Stb. 1971, 111)
Waardering: B 1
Handeling: Het adviseren van burgemeester en wethouders en de in de Algemene Bijstandswet aangewezen beroepsorganen bij de behandeling van bezwaar- en beroepschriften op basis van Rijksgroepsregeling vervolgingsslachtoffers 1940–1945.
Periode: 1971–1972
Grondslag: Rijksgroepsregeling vervolgingsslachtoffers, art. 23 lid 3 (Stb. 1971, 111)
Waardering: B 1
Actor: de Commissie van Advies inzake hulpverlening op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945/ Adviescommissie Bijzondere Uitkeringen
Handeling: Het adviseren van de Minister van Binnenlandse Zaken inzake de hulpverlening op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945.
Periode: 1952–1978
Grondslag: Instellingsbesluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 24 januari 1952, nr. 44348, art. 1
Product: advies
Waardering: B 1
Actor: de Commissie van Advies inzake Bijstand aan Vervolgden
Handeling: Het adviseren van de Minister onder wie Welzijn ressorteert omtrent de toepassing der voorzieningen ingevolge de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945 en omtrent beslissingen op individuele aanvragen.
Periode: 1969–1973
Grondslag: Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 18d lid 1 (Stb. 1964, 549, zoals gewijzigd bij Stb. 1968, 596); instelling (Stcrt. 1969, 98); opheffing (Stcrt. 1973, 5)
Opmerking: Bij ‘beslissingen op individuele aanvragen’ gaat het om adviezen inzake:
– de vraag of belanghebbende werd vervolgd;
– de aanwezigheid van invaliditeit en het verband tussen invaliditeit cq. overlijden en vervolging;
– de met het oog op de invaliditeit te treffen noodzakelijke voorzieningen.
Waardering: B 1: eindproduct
Handeling: Het adviseren (van burgemeester en wethouders en van de, in de Algemene Bijstandswet aangewezen, beroepsorganen) met betrekking tot de toepassing en de beslissing op individuele aanvragen inzake de vraag of een persoon vervolgd is, of invaliditeit of overlijden hieraan is te wijten, welke voorzieningen getroffen dienen te worden en welke voorwaarden aan de uitkeringen dienen te worden verbonden.
Periode: 1969–1973
Grondslag: Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 18e lid 1 en 2 (Stb. 1964, 549, zoals gewijzigd bij Stb. 1968, 596) ; instelling (Stcrt. 1969, 98); opheffing (Stcrt. 1973, 5)
Opmerking: In het RIO staat als bron voor deze handeling abusievelijk vermeld art.18c lid 1 en 2 (Stb. 1968, 596)
Waardering: B 1
Actor: de Commissie Van Namen
Handeling: Het verrichten van onderzoek naar de wetten en de regelingen die in het leven zijn geroepen voor deelnemers aan het verzet, voor vervolgden en voor slachtoffers van meer algemene oorzaken tijden de Tweede Wereldoorlog.
Periode: 1975
Grondslag: Instellingsbeschikking/opdracht (publicatie niet bekend)
Product: ‘Rapport van Mr. A.H. van Namen inzake harmonisatie/coördinatie van regelingen aangaande hulpverlening oorlogsslachtoffers’
Waardering: B 1 voor het eindproduct
V, 10 jaar: overige neerslag
Actor: de Commissie voor de vereenvoudiging en coördinatie van de wetten voor oorlogsgetroffenen (Commissie Van Dijke)
Handeling: Het adviseren van de Minister onder wie Welzijn ressorteert omtrent de vereenvoudiging en coördinatie van wetten voor oorlogsgetroffenen.
Periode: 1985–1987
Grondslag: Instellingsbeschikking Commissie voor de vereenvoudiging en coördinatie van de wetten voor oorlogsgetroffenen, art. 2, lid 1 (Stcrt. 1985, 44)
Product: eindrapport ‘Vereenvoudiging en Coördinatie’ (Stcrt. 1987, 125 en 152)
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van een tussenverslag betreffende de bevindingen en de voortgang van de werkzaamheden, uit te brengen in juni 1985.
Periode: 1985–1987
Grondslag: Instellingsbeschikking Commissie voor de vereenvoudiging en coördinatie van de wetten voor oorlogsgetroffenen, art. 3 (Stcrt. 1985, 44)
Waardering: B 1
Actor: de Coördinatiecommissie voor gerepatrieerden
Handeling: Het adviseren van de Minister onder wie Welzijn ressorteert inzake sociale en financiële zorg voor de uit Indonesië gerepatrieerden.
Periode: 1953–
Grondslag: Instellingsbeschikking van 20 mei 1953, nr. U44629, afd. BMZ
Product: adviezen
Waardering: B 5
Actor: de Interdepartementale werkgroep rapport Van Namen (WRN)
Handeling: Het doen van beleidsvoorstellen aan de regering naar aanleiding van de aanbevelingen in het rapport van mr. A.H. van Namen inzake harmonisatie/coördinatie van regelingen aangaande hulpverlening oorlogsslachtoffers.
Periode: 1975–1976
Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Werkgroep rapport van Namen, art. 2 (Stcrt. 1975, 205)
Product: advies d.d. 21 mei 1976
Waardering: B 1
Actor: de Landelijke Stuurgroep Netwerkontwikkeling
Handeling: Het opzetten van een hulpverleningsnetwerk voor in Nederland woonachtige personen, die ten gevolge van oorlogshandeling, marteling of gijzeling ernstig psychotraumatisch gelaedeerd zijn geraakt.
Periode: 1990–1995
Grondslag: Instellingsbeschikking Landelijke Stuurgroep Netwerkontwikkeling, art. 1 (Stcrt. 1990, 244)
Product: vergaderverslagen etc.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het opstellen van een werkprogramma, voorzien van een tijdschema,
Periode: 1990–1995
Grondslag: Instellingsbeschikking Landelijke Stuurgroep Netwerkontwikkeling, art. 8 (Stcrt. 1990, 244)
Product: werkprogramma
Waardering: B 5: eindproducten
V, 10 jaar: rest
Handeling: Het doen van voorstellen aan de Minister onder wie Welzijn ressorteert dan wel de Minister van Defensie tot het laten verrichten van wetenschappelijk onderzoek.
Periode: 1990–1995
Grondslag: Instellingsbeschikking Landelijke Stuurgroep Netwerkontwikkeling, art. 10 (Stcrt. 1990, 244)
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het jaarlijks uitbrengen van een verslag van de werkzaamheden aan de Minister onder wie Welzijn ressorteert en de Minister van Defensie, alsmede het uitbrengen van een tussentijdse evaluatie van de voortgang van de werkzaamheden.
Periode: 1990–1995
Grondslag: Instellingsbeschikking Landelijke Stuurgroep Netwerkontwikkeling, art. 11 lid 2 (Stcrt. 1990, 244)
Product: jaarverslagen
Waardering: B 3
Actor: de Projectgroep behandeling oorlogs- en geweldsgetroffenen (PBOG)
Handeling: Het adviseren van de staatssecretaris waaronder Welzijn ressorteert omtrent het ontwikkelen van een stelsel van voorzieningen voor in Nederland woonachtige personen die ten gevolge van marteling, gijzeling of oorlogshandeling ernstig psychotraumatisch gelaedeerd zijn.
Periode: 1984–1990
Grondslag: Instellingsbeschikking Projectgroep behandeling oorlogs- en geweldsgetroffenen, art. 1 (Stcrt. 1985, 11 en Stcrt. 1985, 227)
Product: eindrapport ‘Hulp bij verwerken van geweld, verleden, heden en toekomst’, oktober 1988
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van een werkprogramma, met tijdschema.
Periode: 1984–1990
Grondslag: Instellingsbeschikking Projectgroep behandeling oorlogs- en geweldsgetroffenen, art. 4 resp. art. 3 (Stcrt. 1985, 11 en 227)
Product: werkprogramma
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het instellen van werkgroepen voor de uitvoering van onderdelen van het werkprogramma.
Periode: 1984–1990
Grondslag: Instellingsbeschikking Projectgroep behandeling oorlogs- en geweldsgetroffenen, art. 6, lid 1 resp. art. 5, lid 1 (Stcrt. 1985, 11 en 227)
Opmerking: De werkgroepen rapporteren schriftelijk aan de projectgroep (Stcrt. 1985, 11 en 227).
De projectgroep kan aanwijzingen geven aan de werkgroepen (Stcrt. 1985, 227).
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het benoemen van de leden en de voorzitter van de werkgroepen.
Periode: 1984–1990
Grondslag: Instellingsbeschikking Projectgroep behandeling oorlogs- en geweldsgetroffenen, art. 6, lid 2 resp. art. 5, lid 2 (Stcrt. 1985, 11 en 227)
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het doen van voorstellen tot het verrichten van wetenschappelijk onderzoek.
Periode: 1984–1990
Grondslag: Instellingsbeschikking Projectgroep behandeling oorlogs- en geweldsgetroffenen, art. 7 (Stcrt. 1985, 11 en 227)
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het halfjaarlijks uitbrengen van een verslag van de werkzaamheden aan de staatssecretaris waaronder Welzijn ressorteert, alsmede het uitbrengen van een ad interim-advies voor 1 juni 1985 resp. 1 juni 1986.
Periode: 1984–1990
Grondslag: Instellingsbeschikking Projectgroep behandeling oorlogs- en geweldsgetroffenen, art. 9, lid 1 en 2 (Stcrt. 1985, 11 en 227)
Opmerking: De datum van 1 juni 1985 staat in de beschikking in Stcrt. 1985, 11; 1 juni 1986 in Stcrt. 1985, 227
Waardering: B 1: verslag en ad interim-advies
V, 10 jaar: rest
Actor: de Technische Commissie Haalbaarheidsonderzoek Indische Tegoeden
Handeling: Het verrichten van onderzoek naar de mogelijkheid tot verder onderzoek naar de gang van zaken rond het naoorlogse rechtsherstel inzake de claims met betrekking tot goederen die hun oorsprong vinden in de periode van de oorlog met Japan en de bezetting door Japan.
Periode: 2000
Grondslag: Instellingsbesluit Technische Commissie Haalbaarheidsonderzoek Indische Tegoeden (Stcrt. 2000, 140)
Product: eindrapport
Waardering: B 6
Actor: het Werk- en Advies-College (WAC) immateriële hulpverlening aan oorlogsslachtoffers
Handeling: Het adviseren van de Minister onder wie Welzijn ressorteert en de Minister onder wie Volksgezondheid ressorteert inzake het bevorderen van het goed functioneren en het onderling aansluiten op elkaar van voorzieningen voor verzetsdeelnemers e.a.
Periode: 1975–1978
Grondslag: Instellingsbeschikking Werk- en adviescollege immateriële hulpverlening aan verzetsdeelnemers en door de bezetters vervolgden wegens ras, geloof of wereldbeschouwing, alsmede aan hen die ten gevolge van bombardementen, ordemaatregelen, tewerkstelling en dergelijke schade aan hun gezondheid hebben opgelopen, art. 2 (Stcrt. 1975, 93)
Product: eindrapport (Stcrt. 1978, 219)
Waardering: B 1: eindproduct
V, 10 jaar: rest
Handeling: Het instellen van subcommissies ter uitvoering van een gedeelte van zijn taak.
Periode: 1975–1978
Grondslag: Instellingsbeschikking Werk- en adviescollege immateriële hulpverlening aan verzetsdeelnemers en door de bezetters vervolgden wegens ras, geloof of wereldbeschouwing, alsmede aan hen die ten gevolge van bombardementen, ordemaatregelen, tewerkstelling en dergelijke schade aan hun gezondheid hebben opgelopen, art. 5, lid 1 (Stcrt. 1975, 93)
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het aanwijzen van de voorzitter en de ondervoorzitter van een subcommissie.
Periode: 1975–1978
Grondslag: Instellingsbeschikking Werk- en adviescollege immateriële hulpverlening aan verzetsdeelnemers en door de bezetters vervolgden wegens ras, geloof of wereldbeschouwing, alsmede aan hen die ten gevolge van bombardementen, ordemaatregelen, tewerkstelling en dergelijke schade aan hun gezondheid hebben opgelopen, art. 5, lid 2 (Stcrt. 1975, 93)
Waardering: V, 10 jaar
Actor: de Minister onder wie kunst en cultuur ressorteren
Handeling: Het instellen van commissies op het beleidsterrein oorlogsgetroffenen.
Periode: 1945–
Product: beschikkingen
Waardering: B 4
Handeling: Het aanwijzen van ambtelijke adviseurs ter toevoeging aan het comité t.b.v. de viering van de bevrijding.
Periode: 1981–
Grondslag: Instellingsbesluit Comité Nationale Viering Bevrijding, art. 2 lid 4 (Stcrt. 1981, 55, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1986, 68)
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Actor: de Adviescommissie Restituitieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog (Restitutiecommissie)
Handeling: Het adviseren van de Minister van OCW over individuele verzoeken tot teruggave van cultuurgoederen die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn verdwenen.
Periode: 2001–
Grondslag: Instellingsbeschikking (Stcrt. 2001, 248)
Waardering: B 6
Actor: het Bureau Herkomst Gezocht
Handeling: Het verrichten onderzoek naar de herkomst van de kunstvoorwerpen onder de gehele collectie van het Nederlands Kunstbezit die als gevolg van de Tweede Wereldoorlog onder het beheer van het Rijk zijn gekomen
Periode: 1998–
Grondslag: Rapport Herkomst Gezocht (1998)
Product: Eindrapport
Waardering: B 6
Actor: de Centrale Commissie voor Oorlogs- of Vredesgedenktekens
Handeling: Het adviseren van de Minister onder wie kunst ressorteert over het oprichten, plaatsen of aanbrengen van oorlogs- of vredesgedenktekens op openbare of van de openbare weg af zichtbare plaatsen
Periode: 1945– 1960
Grondslag: KB houdende vaststelling van het Besluit Oorlogs- of Vredesgedenkteekens, art. 2 lid 3 (Stb. 1945, F231)
Waardering: B 6
Actor: de Nationale Monumenten Commissie voor Oorlogsgedenktekens
Handeling: Het adviseren van de regering over gedenktekens die niet van lokale, maar van nationale betekenis zijn
Periode: 1947–
Grondslag: onbekend
Waardering: B 6
Actor: de Commissie Ekkart
Handeling: Het begeleiden van het onderzoek naar de herkomst van de kunstvoorwerpen die als gevolg van de Tweede Wereldoorlog onder het beheer van het Rijk zijn gekomen
Periode: 1999–
Grondslag: besluit (Stcrt. 1999, 203)
Waardering: B 6
Handeling: Het adviseren van de Minister van OCW op grond van de resultaten van dat onderzoek over het ten aanzien van zodanige kunstvoorwerpen te voeren beleid
Periode: 1999–
Grondslag: besluit (Stcrt. 1999, 203)
Product: adviezen
Waardering: B 1
Actor: de Minister onder wie Volksgezondheid ressorteert
Handeling: Het machtigen van de Minister onder wie Welzijn ressorteert tot het mede oprichten van de Stichting ICODO.
Periode: 1983
Grondslag: Wet Stichting ICODO, art. 1 (Stb. 1983, 588)
Product: Wet Stichting ICODO (Stb. 1983, 588)
Opmerking: In de wet wordt deze Minister nog ‘Minister van Maatschappelijk Werk’ ressorteert genoemd.
Waardering: B 5
Handeling: Het, na overleg met het bestuur, mede benoemen, schorsen en ontslaan van de leden van het bestuur van de Stichting ICODO en diens voorzitter, het mede goedkeuren van de aanwijzing van een plaatsvervangend voorzitter door het bestuur alsmede het mede aanwijzen van adviseurs van het bestuur en hun plaatsvervangers.
Periode: 1983–2004
Grondslag: Oprichtingsakte van de Stichting ICODO, art. 4 lid 1, 2, 3 en 5, bijlage bij Wet Stichting ICODO (Stb. 1983, 588).
Opmerking: De Minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, is hier actor samen met de Minister onder wie Welzijn ressorteert en de Minister van Defensie.
Waardering: V, 10 jaar na ontslag
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Handeling: Het mede goedkeuren van een besluit tot statutenwijziging of tot ontbinding van de stichting en het mede bepalen welke bestemming aan een eventueel batig liquidatiesaldo van de stichting zal worden gegeven.
Periode: 1983–2004
Grondslag: Oprichtingsakte van de Stichting ICODO, art. 9 lid 4 en art. 10 lid 2, bijlage bij Wet Stichting ICODO (Stb. 1983, 588)
Opmerking: De Minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, is hier actor samen met de Minister onder wie Welzijn ressorteert en de Minister van Defensie.
Waardering: B 4
Actor: de Minister-president/Minister van Algemene Zaken
Handeling: Het instellen van comités t.b.v. de viering van de bevrijding.
Periode: 1981
Product: besluit (o.a. (Stcrt. 1981, 55)
Opmerking: Het gaat om het Comité Nationale Viering Bevrijding en het Nationaal Comité 4 en 5 mei
Waardering: B 4
Handeling: Het aanwijzen van ambtelijke adviseurs ter toevoeging aan het comité voor de viering van de bevrijding.
Periode: 1981–
Grondslag: Instellingsbesluit Comité Nationale Viering Bevrijding, art. 2 lid 4 (Stcrt. 1981, 55, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1986, 68); Instellingsbesluit Nationaal Comité 4 en 5 mei, art. 12 (Stcrt. 1987, 233, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluiten Stcrt. 1991, 37, en Stcrt. 2001, 230)
Waardering: V, 10 jaar na aanwijzing of intrekking
Handeling: Het ter benoeming voordragen van leden van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.
Periode: 1988–
Grondslag: Instellingsbesluit Nationaal Comité 4 en 5 mei, art. 3 (Stcrt. 1987, 233, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluiten Stcrt. 1991, 37, en Stcrt. 2001, 230)
Product: voordracht, KB ter benoeming
Waardering: V, 10 jaar na aanwijzing of intrekking
Handeling: Het goedkeuren van de benoeming van leden van commissies voor de uitvoering van besluiten van het comité, die geen lid zijn van het comité.
Periode: 2001–
Grondslag: Instellingsbesluit Nationaal Comité 4 en 5 mei, lid 8 (Stcrt. 1987, 233, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluiten Stcrt. 1991, 37, en Stcrt. 2001, 230)
Product: Goedkeuringsbesluit
Waardering: V, 10 jaar na aanwijzing of intrekking
Handeling: Het goedkeuren van de statuten van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.
Periode: 2001–
Grondslag: Instellingsbesluit Nationaal Comité 4 en 5 mei, art. 9 (Stcrt. 1987, 233, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluiten Stcrt. 1991, 37, en Stcrt. 2001, 230)
Product: Goedkeuringsbesluit
Waardering: V, 10 jaar na aanwijzing of intrekking
Handeling: Het goedkeuren van de arbeidsrechtelijke verhoudingen tussen het administratief personeel en de stichting.
Periode: 1988–
Grondslag: Instellingsbesluit Nationaal Comité 4 en 5 mei, art. 11 (Stcrt. 1987, 233, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluiten Stcrt. 1991, 37, en Stcrt. 2001, 230)
Waardering: V, 10 jaar na aanwijzing of intrekking
Actor: het Nationaal Comité 5 mei 1970
Handeling: het leiding geven aan regionale autoriteiten en plaatselijke comités en een algemene herdenking te stimuleren door middel van voorlichting en hulp.
Periode: 1969–1970
Grondslag: Instellingsbeschikking Nationaal Comité 5 mei 1970 (Stcrt. 1969, 86)
Waardering: B 6
Actor: het Comité Nationale Viering Bevrijding
Handeling: Het initiëren, coördineren, harmoniseren van manifestaties en activiteiten op landelijk niveau ter herdenking van de bevrijding van Nederland.
Periode: 1981–1987
Grondslag: Instellingsbesluit, art. 5 (Stcrt. 1981, 55)
Opmerking: Buiten de lustrumjaren wordt telkens in een andere provincie één centrale manifestatie gehouden.
Waardering: B 6
Handeling: het toedelen van gelden ten behoeve van de landelijke manifestaties uit de middelen die het Rijk daarvoor beschikbaar heeft gesteld
Periode: 1981–1987
Grondslag: Instellingsbesluit, art. 5 sub d (Stcrt. 1981, 55)
Opmerking: Buiten de lustrumjaren wordt telkens in een andere provincie één centrale manifestatie gehouden.
Waardering: V, 7 jaar
Actor: het Nationaal Comité 4 en 5 mei
Handeling: Het initiëren, coördineren, harmoniseren en financieren van manifestaties en activiteiten op landelijk niveau ter herdenking van de bevrijding van Nederland.
Periode: 1987–
Grondslag: Instellingsbesluit (Stcrt. 1988, 27; laatstelijk gewijzigd bij besluiten Stcrt. 1991, 37, en Stcrt. 2001, 230)
Waardering: B 6
Actor: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Handeling: Het instellen van commissies t.b.v. een pensioenregeling voor opvarenden der koopvaardij.
Periode: 1942
Product: Instellingsbeschikking (Stcrt. 1942, 7), instellingsbeschikking Commissie Groeneveld (Stcrt. 1946, 119)
Waardering: B 4
Besluit Rietkerk-uitkering en Wet Rietkerk-uitkering
Handeling: Het op aanvraag toekennen van een uitkering ten bedrage van ƒ2000 per jaar en van een herdenkingspenning aan een rechthebbende ingevolge het BRu en de WRu
Periode: 1986–
Grondslag: Besluit Rietkerk-uitkering, art. 4 lid 1 en art. 5 lid 3 (Stb. 1986, 523) en Wet Rietkerk-uitkering, art. 1 lid 2 en art. 4 lid 1 (Stb. 1988, 226)
Opmerking: Op grond van Ministeriële Beschikking van 23 oktober 1986, CW86/U942, art. 1 (Stcrt. 1986, 219) neemt de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP) namens de Minister een beslissing op de aanvraag van de uitkering. Zie ook de handeling met hetzelfde nummer van de SAIP.
Onder deze handeling wordt ook verstaan het aanmerken van een persoon als uitkeringsgerechtigde ingevolge de WRu.
Waardering: B 6
Handeling: Het mandateren van de bevoegdheid om te beslissen op verzoeken om een uitkering op grond van het Besluit/de Wet Rietkerk-uitkering, aan de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen.
Periode: 1986–
Product: mandaatbesluit
Waardering: B 5
Handeling: Het bepalen van de vormgeving van de herdenkingspenning.
Periode: 1986–
Grondslag: Besluit Rietkerk-uitkering, art. 7 lid 5 (Stb. 1986, 523) en Wet Rietkerk-uitkering, art.7 lid 6 (Stb. 1988, 226)
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een Ministeriële regeling met betrekking tot de bij de aanvraag van de uitkering of van de herdenkingspenning te overleggen bescheiden, de wijze van behandeling van deze aanvragen en de wijze en voorwaarden van de betaling van de uitkering.
Periode: 1986–
Grondslag: Besluit Rietkerk-uitkering, art. 11 lid 1 (Stb. 1986, 523) en Wet Rietkerk-uitkering, art.11 lid 1 (Stb. 1988, 226)
Product:
– Ministeriële regeling van 23 oktober 1986, CW86/U942, Stcrt. 1986, 219, omtrent bevoegdheid behandeling aanvragen om Rietkerk-uitkering;
– Ministeriële regeling van 23 oktober 1986, CW86/U943, Stcrt. 1986, 219, omtrent aanvraag Rietkerk-uitkering en herdenkingspenning.
Opmerking: Bovengenoemde producten worden ook wel aangemerkt voort te vloeien uit art. 5 BRu; hierin staat echter geen rechtsgrond waarop dit gefundeerd zou kunnen worden.
Waardering: B 5
Handeling: Het instellen van het Waarborgfonds Rechtsherstel.
Periode: 1948
Product: Wet houdende voorzieningen inzake het Waarborgfonds Rechtsherstel en inzake de effectenregistratie (Stb. 1948, I 21).
Waardering: B 6
Actor: de Gouverneur-generaal
Handeling: Het stellen van regels voor de verstrekking van uitkeringen aan burgers die rechtstreeks als gevolg van het vervullen van de burgerdienstplicht blijvend lichamelijk arbeidsongeschikt worden en, in geval van overlijden van de burgerdienstplichtige, aan degenen die door hem werden onderhouden, in geval zij geen recht op pensioen of bijstand ontlenen aan andere wettelijke regelingen.
Periode: 1940–1954
Grondslag: Burgerdienstplichtverordening, art. 23 (Ned. Ind. Stb. 1940, 204)
Waardering: B 5
Handeling: Het instellen van plaatselijke commissies die bij uitsluiting beslissen ten aanzien van de vaststelling, vermindering, omzetting, toekenning, herziening, voortzetting en intrekking van uitkeringen en andere tegemoetkomingen voortvloeiende uit de Aor.
Periode: 1948–1954
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 6 lid 1 (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Ned. Indisch Stb. 1946, 48 en Ned. Indisch Stb. 1948, 308)
Waardering: B 4
Handeling: Het aanwijzen en (mede)inrichten van een centrale commissie die bijzondere aanwijzingen kan geven aan plaatselijke commissies ten aanzien van beslissen ten aanzien van de vaststelling, vermindering, omzetting, toekenning, herziening, voortzetting en intrekking van uitkeringen en andere tegemoetkomingen voortvloeiende uit deze regeling.
Periode: 1948–1954
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 6 lid 1 (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Ned. Indisch Stb. 1946, 48 en Ned. Indisch Stb. 1948, 308)
Waardering: B 4
Handeling: Het nemen van beslissingen ten aanzien van toekenning, herziening en intrekking van uitkeringen en andere tegemoetkomingen aan oorlogsslachtoffers of hun nabestaanden.
Periode: 1948–1954
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 7 (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Ned. Indisch.Stb. 1946, 48 en Ned. Indisch.Stb. 1948, 308)
Waardering: B 6
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van regeringsverordeningen met betrekking tot oorlogsgetroffenen.
Periode: 1948–1954
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 8 lid 3, art. 11 lid 2, art. 28 lid 1c en art. 52 (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Ned. Indisch Stb. 1946, 48 en Ned. Indisch Stb. 1948, 308)
Product: regeringsverordeningen
Waardering: B 1
Actor: de Directeur van Financiën
Handeling: Het vaststellen van voorschriften voor de betaalbaarstelling en de uitbetaling van uitkeringen ingevolge de Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië.
Periode: 1948–1954
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 33 (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Stb. 1946, 48 en Stb. 1948, 308)
Waardering: B 5
Actor: de Directeur van Justitie
Handeling: Het vaststellen van nadere voorschriften betreffende de te verstrekken gegevens bij een aanvraag voor tegemoetkomingen ingevolge de Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië.
Periode: 1948–1954
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 26 lid 2 (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Stb. 1946, 48 en Stb. 1948, 308)
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van het model van het bewijs dat ten bewijze van toekenning van een uitkering ingevolge de Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië wordt uitgereikt.
Periode: 1948–1954
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 32 lid 1 (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Stb. 1946, 48 en Stb. 1948, 308)
Waardering: B 5
Actor: de Plaatselijke commissies
Handeling: Het bij uitsluiting beslissen ten aanzien van de vaststelling, vermindering, omzetting, toekenning, herziening, voortzetting en intrekking van uitkeringen en andere tegemoetkomingen voortvloeiende uit deze regeling
Periode: 1948–1954
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 6 lid 1 (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Stb. 1946, 48 en Stb. 1948, 308)
Waardering: B 6
Handeling: Het vergoeden van gedane uitgaven aan personen, die de kosten van de begrafenis van een ten gevolge van het hem overkomen oorlogsletsel overleden persoon gedragen hebben.
Periode: 1948–
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 12 (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Ned. Indisch Stb. 1946, 48 en Ned. Indisch Stb. 1948, 308)
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het toekennen van een uitkering ineens, boven de hun rechtens toekomende periodieke uitkering, aan gezinsleden van een overledene.
Periode: 1948–
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 13 lid 2 (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Ned. Indisch Stb. 1946, 48 en Ned. Indisch Stb. 1948, 308)
Waardering: B 6
Handeling: Het toekennen van een uitkering ineens in plaats van een kleine periodieke uitkering over langere periode.
Periode: 1948–
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 14 (Ned. IndischStb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Ned. Indisch Stb. 1946, 48 en Ned. Indisch Stb. 1948, 308)
Waardering: B 6
Handeling: Het toekennen van een (periodieke) uitkering aan nabestaanden van een overleden uitkeringsgerechtigde.
Periode: 1948–
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 35 lid 2 en art. 40 lid 2 (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Stb. 1946, 48 en Stb. 1948, 308)
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het bepalen van de grondslag voor de berekening van het bedrag voor uitkeringen in gevallen waarin de Aor niet voorziet.
Periode: 1948–
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 16 lid 2b (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Ned. Indisch Stb. 1946, 48 en Ned. Indisch Stb. 1948, 308)
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het toekennen en het herzien en intrekken van de toekenning van een (periodieke) (invaliditeits)uitkering.
Periode: 1948–
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 21, art. 30 lid 1, art. 42 lid 1, art. 43 lid 1 en 4 (Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Ned. Indisch Stb. 1946, 48 en Ned. Indisch Stb. 1948, 308)
Waardering: B 6
Handeling: Het vaststellen en herzien van de hoogte van het bedrag van een (periodieke)(invaliditeits)uitkering.
Periode: 1948–
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, artt. 17 en art. 18 lid 1b (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Ned. Indisch Stb. 1946, 48 en Ned. Indisch Stb. 1948, 308)
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen, bij het instellingsbesluit van de plaatselijke commissie, van gezaghebbenden met wier tussenkomst tegemoetkomingen op grond van de ordonnantie bij de plaatselijke commissie kunnen worden aangevraagd.
Periode: 1948–1954
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 25 lid 2 (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Ned. Indisch Stb. 1946, 48 en Ned. Indisch Stb. 1948, 308)
Opmerking: met ‘de ordonnantie’ wordt gedoeld op de Aor.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het uitvaardigen van dwangschriften waarmee terugvorderingen geschieden.
Periode: 1948–1954
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art. 51a lid 4 (Ned. Indisch Stb. 1942, 59, zoals gewijzigd bij Stb. 1946, 48 en Stb. 1948, 308)
Waardering: V, 10 jaar
Actor: het Hoofd van het gewestelijk bestuur
Handeling: Het machtigen van de centrale commissie om af te wijken van de toepassing van de regeling waarin wordt gesteld dat aanspraak op het bepaalde in de ordonnantie vervalt bij handelen in strijd met redelijkheid.
Periode: 1948–1954
Grondslag: Algemeene Oorlogsongevallenregeling Indonesië, art.5 lid 2 (Ned. Indisch Stb. 1948, 308)
Waardering: B 5
Actor: de Minister van Buitenlandse Zaken/Minister van Ontwikkelingssamenwerking
Handeling: Het ondersteunen van personen met de Nederlandse nationaliteit of Nederlandse instellingen die andere staten aanspreken op vergoeding van schade als gevolg van oorlogswandaden en/of nationalisaties
Periode: 1945–1990
Bron: Notitie ‘Schadeclaims van Nederlandse personen of instanties op derde landen’. Ministerie van Buitenlandse Zaken/Directie Juridische Zaken (december 2004)
Product: Informatie
Opmerking: Deze handeling heeft veelal betrekking op claims die worden ingediend in het kader van geleden schade ten tijde van een oorlog
Waardering: B 5
Handeling: Het verstrekken van inlichtingen aan particulieren, bedrijven en organisaties met betrekking tot het naoorlogs rechtsherstel.
Periode: 1945–
Bron: Interview met P.C.A. Lamboo
Waardering: B 6
Handeling: Het faciliteren van de uitvoeringsorganen belast met de verdeling van toegekende vergoedingen in het kader van hernieuwd naoorlogs rechtsherstel.
Periode: 1999–
Bron: Interview met P.C.A. Lamboo
Opmerking: Hiermee wordt bedoeld het ter beschikking stellen van huisvesting, middelen, personeel, administratieve ondersteuning e.d.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het in het kader van het naoorlogs rechtsherstel onderhandelen met andere landen over de betaling van schadevergoeding, aan Nederland en Nederlandse ingezetenen, en de rechtsgeldigheid van tijdens de oorlog uitgevoerde transacties alsmede de teruggave van Nederlandse bezittingen.
Periode: 1945–
Bron: Interview dhr. P.C.A. Lamboo
Waardering: B 1
Handeling: Het voeren van verweer in aangespannen procedures met betrekking tot naoorlogs rechtsherstel.
Periode: 1945–
Grondslag: o.a. Besluit d.d. 17-9-1944 Vaststelling herstel Rechtsverkeer, art. 1 (Stb. E 100); Beschikking 17-9-1945, nr. 147 (instelling CDE); Beschikking 8-11-1949, nr. 304 (instelling CBRE)
Waardering: B 6
Handeling: Het, in internationaal verband, onderhandelen over de terugverkrijging van uit Nederland weggevoerd monetair goud (goudpool/Tripartite Commissie).
Periode: 1945–2003
Grondslag: o.a. verdragen, afspraken in IARA-verband (International Alied Reportation Agency)
Declaration Regarding the defeat of Germany and the assumption of Supreme Authority with respect to Germany by the governments of the UK, USA and the provisional Government of te French Republic d.d. 5-6-1945;
Wet 24-7-1948, Stb I 332, houdende goedkeuring Overeenkomst betreffende de herstelbetalingen, de instelling van een intergeallieerde organisatie voor herstelbetalingen en de teruggave van monetair goud, door Nederland ondertekend te Parijs.
Waardering: B 1
Actor: de Minister van Defensie
Handeling: Het op verzoek verlenen van een vergoeding voor de verschuldigde motorrijtuigenbelasting aan een pensioengerechtigde (ingevolge de WBP 1940–1945, WBPZ, Wuv, Wubo of de Aor) (of diens vervoerder).
Periode: 1983–
Grondslag: algemene maatregel van bestuur regelende de vergoeding motorrijtuigenbelasting voor oorlogsgetroffenen, art. 5 (Stb. 1984, 364, zoals gewijzigd bij Stb. 1986, 510 en Stb. 1995, 547)
Opmerking: De Minister van Defensie is actor met de Minister onder wie Welzijn ressorteert en (tot 1995) de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid samen.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van een Ministeriële regeling omtrent regels en voorwaarden ten aanzien van de vergoeding van motorrijtuigenbelasting voor oorlogsgetroffenen.
Periode: 1983–
Grondslag: Algemene Maatregel van Bestuur regelende de vergoeding motorrijtuigenbelasting voor oorlogsgetroffenen 1940–1945, 5 (Stb. 1984, 364, zoals gewijzigd bij Stb. 1986, 510)
Opmerking: De Minister van Defensie is actor met de Minister onder wie Welzijn ressorteert en (tot 1995) de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid samen.
Waardering: B 1
Handeling: Het, na overleg met het bestuur, mede benoemen, schorsen en ontslaan van de leden van het bestuur van de Stichting ICODO en diens voorzitter, het mede goedkeuren van de aanwijzing van een plaatsvervangend voorzitter door het bestuur alsmede het mede aanwijzen van adviseurs van het bestuur en hun plaatsvervangers.
Periode: 1983–2004
Grondslag: Oprichtingsakte van de Stichting ICODO, art. 4 lid 1, 2, 3 en 5, bijlage bij Wet Stichting ICODO.
Opmerking: De Minister van Defensie is hier actor samen met de Ministers onder wie Welzijn en Volksgezondheid ressorteren.
Waardering: V, 10 jaar na ontslag
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Handeling: Het mede goedkeuren van een besluit tot statutenwijziging of tot ontbinding van de stichting en het mede bepalen welke bestemming aan een eventueel batig liquidatiesaldo van de stichting zal worden gegeven.
Periode: 1983–2004
Grondslag: Oprichtingsakte van de Stichting ICODO, art. 9 lid 4 en art. 10 lid 2, bijlage bij Wet Stichting ICODO (Stb. 1983, 588)
Opmerking: De Minister van Defensie is hier actor samen met de Ministers onder wie Welzijn en Volksgezondheid ressorteren.
Waardering: B 4
Handeling: Het aanwijzen van ambtelijke adviseurs ter toevoeging aan het comité voor de viering van de bevrijding.
Periode: 1981–
Grondslag: Instellingsbesluit Comité Nationale Viering Bevrijding, art. 2 lid 4 (Stcrt. 1981, 55, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1986, 68)
Waardering: V, 10 jaar na aanwijzing of intrekking
Actor: de Minister van Financiën
Handeling: Het instellen van commissies t.b.v. een pensioenregeling voor opvarenden der koopvaardij.
Periode: 1942
Product: Instellingsbeschikking (Stcrt. 1942, 7), instellingsbeschikking Commissie Groeneveld (Stcrt. 1946, 119)
Waardering: B 4
Handeling: Het geven van aanwijzingen aan inspecteurs belast met de controle op verrekenbare inkomsten, genoten door gepensioneerden in de zin der WBP 1940–1945 en der WBPZ.
Periode: 1948–
Grondslag: KB houdende regels ter uitvoering van art.12 lid 1 WBP 1940–1945, tot vaststelling van voor verrekening in aanmerking komende inkomsten, van 9 augustus 1948, art.12 (Stb. 1948, I 362); KB van 6 september 1949 als bedoeld in art.11 lid 1, van de WBPZ, art.12 (Stb. 1949, J 418)
Waardering: V, 10 jaar na vervallen aanwijzing
Handeling: Het verstrekken van gegevens omtrent te verrekenen inkomsten van buiten het Rijk in Europa woonachtige gepensioneerden in de zin der WBP 1940–1945 en der WBPZ.
Periode: 1948–
Grondslag: KB houdende regels ter uitvoering van art.12 lid 1 WBP 1940–1945, tot vaststelling van voor verrekening in aanmerking komende inkomsten, van 9 augustus 1948, art. 13 (Stb. 1948, I 362); KB van 6 september 1949 als bedoeld in art. 11 lid 1, van de WBPZ, art.12 (Stb. 1949, J 418)
Opmerking: De handeling wordt door de belastingdienst uitgevoerd.
Waardering: V, 12 jaar
Handeling: Het instellen van het Waarborgfonds Rechtsherstel.
Periode: 1948
Product: Wet houdende voorzieningen inzake het Waarborgfonds Rechtsherstel en inzake de effectenregistratie (Stb. 1948, I 21).
Waardering: B 6
Handeling: Het (mede-) voorbereiden, wijzigen en implementeren van het beleid betreffende het naoorlogs rechtsherstel.
Periode: 1940–
Bron: Interview met P.C.A. Lamboo
Waardering: B 1
Handeling: Het (mede-) voorbereiden, wijzigen en implementeren van het beleid betreffende het naoorlogs rechtsherstel.
Periode: 1940–
Waardering: B 1
Handeling: Het instellen van commissies ten behoeve van het rechtsherstel van oorlogsgetroffenen.
Periode: 1997–
Bron: o.a. brief aan de Tweede Kamer, Handelingennr. 25806, nr. 2 d.d. 11 december 1997 + persbericht Ministerie van Financiën d.d. 10 maart 1997
Product: instellingsbeschikkingen
Opmerking: Het betreft:
– de Commissie Onderzoek Liro-archieven – de commissie Kordes;
– de Begeleidingscommissie onderzoek financiële tegoeden WO-II in Nederland – De commissie Scholten;
– de Contactgroep Tegoeden Tweede Wereldoorlog – de commissie Van Kemenade
Waardering: B 1
Handeling: Het houden van toezicht en voeren van overleg met de commissies Kordes, Scholten en van Kemenade inzake door de commissies te verrichten onderzoek van het naoorlogs rechtsherstel.
Periode: 1997–2001
Bron: o.a. brief aan de Tweede Kamer, Handelingennr. 25806, nr. 2 d.d. 11 december 1997 + persbericht Ministerie van Financiën d.d. 10 maart 1997
Waardering: B 2
Handeling: Het monitoren van de commissies Kordes, Scholten en van Kemenade inzake door de commissies te verrichten onderzoek van het naoorlogs rechtsherstel.
Periode: 1997–2001
Bron: o.a. brief aan de Tweede Kamer, Handelingennr. 25806, nr. 2 d.d. 11 december 1997 + persbericht Ministerie van Financiën d.d. 10 maart 1997
Waardering: B 2
Handeling: Het faciliteren van de Commissies Kordes, Scholten en Van Kemenade.
Periode: 1997–2001
Bron: o.a. brief aan de Tweede Kamer, Handelingennr. 25806, nr. 2 d.d. 11 december 1997 + persbericht Ministerie van Financiën d.d. 10 maart 1997
Opmerking: Hiermee wordt bedoeld het ter beschikking stellen van huisvesting, middelen, personeel, administratieve ondersteuning e.d.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het voeren van overleg met joodse belangenorganisaties betreffende de voortgang en resultaten van het onderzoek naar het naoorlogs rechtsherstel door de commissies Kordes, Scholten en Van Kemenade.
Periode: 1997–2001
Bron: o.a. brief aan de Tweede Kamer, Handelingennr. 25806, nr. 2 d.d. 11 december 1997 + persbericht Ministerie van Financiën d.d. 10 maart 1997
Waardering: B 1
Handeling: Het voeren van onderhandelingen joodse belangenorganisaties en particuliere sectoren (bankwezen, effectenbeurs en verzekeringswezen) over een toe te kennen bedrag wegens tekortkoming van het naoorlogs rechtsherstel.
Periode: 1997–2001
Bron: o.a. brief aan de Tweede Kamer, Handelingennr. 25806, nr. 2 d.d. 11 december 1997 + persbericht Ministerie van Financiën d.d. 10 maart 1997
Waardering: B 1
Handeling: Het verstrekken van inlichtingen aan particulieren, bedrijven en organisaties met betrekking tot het naoorlogs rechtsherstel.
Periode: 1945–
Bron: Interview met P.C.A. Lamboo
Waardering: B 6
Handeling: Het behandelen van verzoeken van particulieren om tegemoetkomingen of teruggave wegens ondervonden materiële en immateriële schaden in het kader van het naoorlogs rechtsherstel.
Periode: 1945–
Grondslag: o.a. Rijksmarkenwet, art. 4 (Stb. 1947, H251); Besluit d.d. 17-9-1944 Vaststelling herstel Rechtsverkeer, art. 1 e.v. (Stb. E 100); Besluit Vijandelijk Vermogen, art 1 e.v (Stb. E 133)
Opmerking: het betreft hier het (juridisch) afwikkelen van verzoeken i.h.k.v. naoorlogs rechtsherstel m.b.t. roof roerende en onroerende goederen vermogenswaarden en verrichtte transacties.
Waardering: B 6
Handeling: Het uitoefenen van toezicht op uitvoeringsorganen belast met de verdeling van toegekende vergoedingen in het kader van hernieuwd naoorlogs rechtsherstel.
Periode: 1945–
Opmerking: Hiermee wordt bedoeld het ter beschikking stellen van huisvesting, middelen, personeel, administratieve ondersteuning e.d.
Waardering: B 1, 6
Handeling: Het faciliteren van de uitvoeringsorganen belast met de verdeling van toegekende vergoedingen in het kader van hernieuwd naoorlogs rechtsherstel.
Periode: 1999–
Bron: Interview met P.C.A. Lamboo
Opmerking: Hiermee wordt bedoeld het ter beschikking stellen van huisvesting, middelen, personeel, administratieve ondersteuning e.d.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het in het kader van het naoorlogs rechtsherstel onderhandelen met andere landen over de betaling van schadevergoeding, aan Nederland en Nederlandse ingezetenen, en de rechtsgeldigheid van tijdens de oorlog uitgevoerde transacties alsmede de teruggave van Nederlandse bezittingen.
Periode: 1945–
Bron: Interview dhr. P.C.A. Lamboo
Waardering: B 1
Handeling: Het afwikkelen van de recuperatie van goederen, vermogenswaarden en voorwerpen van culturele waarde.
Periode: 1945–1987
Bron: Interview dhr. P. Lamboo
Waardering: B 1, 6
Handeling: Het instellen en opheffen van uitvoeringsorganen die belast zijn met met de uitvoering en afwikkeling van het naoorlogs en hernieuwd naoorlogs (v.a. 1997) rechtsherstel.
Periode: 1945–
Grondslag: o.a. Besluit d.d. 17-9-1944 Vaststelling herstel Rechtsverkeer, art. 41 (Stb. E 100); Beschikking 17-9-1945, nr. 147 (instelling CDE); Beschikking 8-11-1949, nr. 304 (instelling CBRE)
Opmerking: Het betreft hier bijv. de Commissie Duplicaat Effecten (CDE), de N.V. Beleggings- en Garantie Maatschappij voor Duplicaten van Buitenlandse Effecten (Belga), de Commissie Rechtsherstel Buitenlandse Effecten (CRBE)
Waardering: B 4
Handeling: Het benoemen en aanwijzen van leden die zitting hebben in de besturen van uitvoeringsorganen die een taak vervullen m.b.t. naoorlogs rechtsherstel.
Periode: 1945–
Grondslag: o.a. Besluit d.d. 17-9-1944 Vaststelling herstel Rechtsverkeer, art. 4 (Stb. E 100); Beschikking 17-9-1945, nr. 147 (instelling CDE); Beschikking 8-11-1949, nr. 304 (instelling CBRE)
Waardering: V, 10 jaar na einde functie
Handeling: Het houden van toezicht op en het afwikkelen van de effectenregistratie (o.a. na-aanmelding)
Periode: 1945–
Grondslag: o.a. Besluit d.d. 17-9-1944 Vaststelling herstel Rechtsverkeer, art. 1 (Stb. E 100); Beschikking 17-9-1945, nr. 147 (instelling CDE); Beschikking 8-11-1949, nr. 304 (instelling CBRE)
Waardering: B 1, 6
Handeling: Het voeren van verweer in aangespannen procedures met betrekking tot naoorlogs rechtsherstel.
Periode: 1945–
Grondslag: o.a. Besluit d.d. 17-9-1944 Vaststelling herstel Rechtsverkeer, art. 1 (Stb. E 100); Beschikking 17-9-1945, nr. 147 (instelling CDE); Beschikking 8-11-1949, nr. 304 (instelling CBRE)
Waardering: B 6
Handeling: Het, in internationaal verband, onderhandelen over de terugverkrijging van uit Nederland weggevoerd monetair goud (goudpool/Tripartite Commissie).
Periode: 1945–2003
Grondslag: o.a. verdragen, afspraken in IARA-verband (International Alied Reportation Agency)
– Declaration Regarding the defeat of Germany and the assumption of Supreme Authority with respect to Germany by the governments of the UK, USA and the provisional Government of te French Republic d.d. 5-6-1945;
– Wet 24-7-1948, Stb I 332, houdende goedkeuring Overeenkomst betreffende de herstelbetalingen, de instelling van een intergeallieerde organisatie voor herstelbetalingen en de teruggave van monetair goud, door Nederland ondertekend te Parijs.
Waardering: B 1
Handeling: Het afwikkelen van verzoeken m.b.t. teruggave van vijandelijk vermogen.
Periode: 1945–
Grondslag: o.a. Besluit Vijandelijk Vermogen, art. 1 e.v. (Stb. E 133)
Waardering: B 6
Handeling: Het voorbereiden en implementeren van het beleid m.b.t. de inbeslagname en teruggave van het vijandelijk vermogen.
Periode: 1945–
Grondslag: o.a. Besluit Vijandelijk Vermogen, art. 1 e.v. (Stb. E 133)
Waardering: B 6
Actor: de Begeleidingscommissie onderzoek financiële tegoeden WO-II in Nederland (Commissie Scholten)
Handeling: Het verrichten van een onderzoek naar de feitelijke systematiek rond het rechtsherstel aangaande financiële tegoeden van oorlogsslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog bij banken en verzekeraars in Nederland.
Periode: 1997–1999
Bron: o.a. brief aan de Tweede Kamer d.d. 7-7-1997, nr. BGW/12997/1446 + persbericht Ministerie van Financiën d.d. 10 maart 1997
Product: Eindrapport van de Begeleidingscommissie onderzoek financiële tegoeden WO-II in Nederland, Leiden, 1999
Waardering: B 6
Actor: de Belegging- en garantiemaatschappij voor duplicaten van buitenlandse effecten NV/BV (BELGA)
Handeling: Het met de gedepossedeerden afrekenen van niet aangemelde en in Nederland geopponeerde buitenlandse effecten welke niet via schikkingen en procedures waren terugverkregen en waarvoor door de Commissie Rechtsherstel Buitenlandse Effecten duplicaten bij de uitgevende instellingen waren aangevraagd.
Periode: 1956–1977
Grondslag:
– Akte d.d. 22-10-1956 verleden voor notaris J.P. Noordijk te Amsterdam (houdende wijziging van de statuten van de N.V. Handelsmaatschappij ‘De Adelaar’;
– besluit Herstel Rechtsverkeer, art. 64 (Stb. E 100)
Bron: Inventaris van het archief van de NV/BV Beleggings- en garantiemaatschappij voor duplicaten van buitenlandse effecten (BELGA)
Waardering: B 6
Actor: de Commissie Duplicaat Effecten (CDE)
Handeling: Het onderzoeken van de gevallen van personen die pas aanspraak wilden maken op de effecten die inmiddels tot het manco behoorden en dus ongeldig waren.
Periode: 1954–1976
Grondslag: Instellingsbeschikking van de Generale Thesaurie, directie Bewindvoering, nr. 147, 17 september 1954
Product: advies
Waardering: B 6
Actor: de Commissie onderzoek Liro-archieven/ Commissie Kordes
Handeling: Het verrichten van onderzoek naar de toedracht van de verkoop van kleinoden, afkomstig van Lippmann, Rosenthal & Co, Sarphatistraat, Amsterdam (Liro) aan medewerkers van het Agentschap van het Ministerie van Financiën/Waarborgfonds Rechtsherstel te Amsterdam in 1968 en naar de archieven die van belang zijn (geweest) bij de afwikkeling van joodse claims (Liro-kaartsysteem, andere Liro-archieven en overige archieven)
Periode: 1997–1998
Grondslag: Handelingen Tweede Kamer, vergaderjaar 1997-1998, 25806, nr. 2
Product: eindrapport: Archieven, tastbare goederen, claims, Den Haag, 1998, ISBN 90 – 80466 – 2 – 7
Waardering: B 6
Actor: de Commissie Rechtsherstel Buitenlandse Effecten (CRBE)
Handeling: Het bewerkstelligen dat een duplicaat van buitenlandse effecten wordt uitgeleverd aan de rechthebbende.
Periode: 1949–1987
Grondslag: Instellingsbeschikking nr. 304 van het Ministerie van Financiën, afdeling Juridische zaken en Bewindvoering, 8 november 1949
Waardering: B 6
Actor: de Commissie voor Overleg inzake effecten-rechtsherstel
Handeling: Het voeren van overleg inzake effecten-rechtsherstel.
Periode: 1952–1953
Bron: Eindrapport commissie-Van Galen (2000), p. 397), website van ex-voorzitter Drs. M.M.A.A. Janssen
Product: notulen
Waardering: B 6
Actor: de Contactgroep Tegoeden Tweede Wereldoorlog – de commissie Van Kemenade
Handeling: Het monitoren van onderzoek naar oorlogstegoeden in het buitenland
Periode: 1997–2000
Grondslag: Instellingsbeschikking 10-3-1997
Bron: Eindrapportage contactgroep Tegoeden WO-II
Waardering: B 6
Handeling: Het verrichten van onderzoek naar de tegoeden van oorlogsslachtsoffers bij Nederlandse banken.
Periode: 1997–2000
Grondslag: Instellingsbeschikking 10-3-1997
Bron: Eindrapportage contactgroep Tegoeden WO-II
Waardering: B 6
Handeling: Het verrichten van onderzoek naar de systematiek van het oorlogsrechtsherstel bij financiële instellingen en de Nederlandse overheid.
Periode: 1997–2000
Grondslag: Instellingsbeschikking 10-3-1997
Bron: Eindrapportage contactgroep Tegoeden WO-II
Waardering: B 6
Handeling: Het adviseren van de Nederlandse regering.
Periode: 1997–2000
Grondslag: Instellingsbeschikking 10-3-1997
Bron: Eindrapportage contactgroep Tegoeden WO-II
Waardering: B 6
Actor: het Waarborgfonds rechtsherstel
Handeling: Het beheren van een fonds dat is ingesteld ten behoeve van het rechtsherstel van degenen die als gevolg van de Tweede Wereldoorlog schade hebben geleden inzake effecten.
Periode: 1948–1976
Grondslag: Wet Waarborgfonds Rechtsherstel en effectenregistratie (Stb. 1948, I 21)
Waardering: B 6
Handeling: Het overnemen en liquideren van de boedels van Liquidatie van Verwaltung Sarphatistraat (LVVS) en Vermögensverwaltungs- und Renten-Anstält (VVRA).
Periode: 1953–1959
Grondslag: o.a. Wetsbesluiten E 100 en E 133
Waardering: B 6
Actor: de Minister van Justitie
Handeling: Het instellen van het Waarborgfonds Rechtsherstel.
Periode: 1948
Product: Wet houdende voorzieningen inzake het Waarborgfonds Rechtsherstel en inzake de effectenregistratie (Stb. 1948, I 21).
Waardering: B 6
Handeling: Het afwikkelen van de recuperatie van goederen, vermogenswaarden en voorwerpen van culturele waarde.
Periode: 1945–1987
Bron: Interview dhr. P. Lamboo
Waardering: B 1, 6
Actor: de Raad voor het Rechtsherstel
Handeling: Het behandelen van aangiften van feiten die tot rechtsherstel kunnen leiden
Periode: 1945– 1967
Grondslag: Besluit herstel rechtsverkeer (Stb. E 100)
Waardering: B 6
Handeling: Het wijzen van vonnis bij eigendomsclaims over bezittingen, die burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog waren kwijtgeraakt
Periode: 1945–1967
Grondslag: Besluit herstel rechtsverkeer (Stb. E 100)
Product: vonnis
Waardering: B 6
Handeling: Het bemiddelen bij de totstandkoming van minnelijke schikkingen
Periode: 1945– 1967
Grondslag: Besluit herstel rechtsverkeer (Stb. E 100)
Waardering: B 6
Handeling: Het instellen van het Waarborgfonds Rechtsherstel.
Periode: 1948
Product: Wet houdende voorzieningen inzake het Waarborgfonds Rechtsherstel en inzake de effectenregistratie (Stb. 1948, I21).
Waardering: B 6
Actor: de Minister van Economische Zaken
Handeling: Het instellen van het Waarborgfonds Rechtsherstel.
Periode: 1948
Product: Wet houdende voorzieningen inzake het Waarborgfonds Rechtsherstel en inzake de effectenregistratie (Stb. 1948, I 21).
Waardering: B 6
Handeling: Het afwikkelen van de recuperatie van goederen, vermogenswaarden en voorwerpen van culturele waarde.
Periode: 1945–1987
Bron: Interview dhr. P. Lamboo
Waardering: B 1, 6
Actor: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Handeling: Het instellen van het Waarborgfonds Rechtsherstel.
Periode: 1948
Product: Wet houdende voorzieningen inzake het Waarborgfonds Rechtsherstel en inzake de effectenregistratie (Stb. 1948, I 21).
Waardering: B 6
Actor: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Handeling: Het instellen van commissies t.b.v. een pensioenregeling voor opvarenden der koopvaardij.
Periode: 1942
Product: Instellingsbeschikking (Stcrt. 1942, 7), instellingsbeschikking Commissie Groeneveld (Stcrt. 1946, 119)
Waardering: B 4
Algemene Maatregel van Bestuur regelende de vergoeding motorrijtuigenbelasting voor oorlogsgetroffenen 1940–1945
Handeling: Het op verzoek verlenen van een vergoeding voor de verschuldigde motorrijtuigenbelasting aan een pensioengerechtigde (ingevolge de WBP 1940–1945, WBPZ, Wuv, Wubo of de Aor) (of diens vervoerder).
Periode: 1983–1995
Grondslag: Algemene Maatregel van Bestuur regelende de vergoeding motorrijtuigenbelasting voor oorlogsgetroffenen, art. 5 (Stb. 1984, 364, zoals gewijzigd bij Stb. 1986, 510 en Stb. 1995, 547)
Opmerking: De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is actor met de Minister onder wie Welzijn ressorteert en de Minister van Defensie samen.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van een Ministeriële regeling omtrent regels en voorwaarden ten aanzien van de vergoeding van motorrijtuigenbelasting voor oorlogsgetroffenen.
Periode: 1983–
Grondslag: Algemene Maatregel van Bestuur regelende de vergoeding motorrijtuigenbelasting voor oorlogsgetroffenen 1940–1945, art. 5 (Stb. 1984, 364, zoals gewijzigd bij Stb. 1986, 510)
Opmerking: De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is actor met de Minister onder wie Welzijn ressorteert en de Minister van Defensie samen.
Waardering: B 1
Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een Ministeriële regeling omtrent de toekenning en berekening van de hoogte van een pensioen en andere tegemoetkomingen ingevolge de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers.
Periode: 1969–
Grondslag: Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 11 lid 3, art. 12 lid 4, 13 lid 2 (Stb. 1964, 549, zoals gewijzigd bij Stb. 1969, 393 en Stb. 1974, 92)
Opmerking: De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is hier actor samen met de Minister onder wie Welzijn ressorteert.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van gevallen waarin niet alle overige inkomsten van de uitkeringsgerechtigde en van zijn echtgenote ten volle op de uitkering in mindering worden gebracht.
Periode: 1964–1974
Grondslag: Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 13 lid 1(Stb. 1964, 549, zoals gewijzigd bij Stb. 1974, 92)
Opmerking: De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is hier actor samen met de Minister onder wie Welzijn ressorteert.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het bepalen van het bedrag voor persoonlijke uitgaven.
Periode: 1969–1984
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)