Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Voedselvoorziening en agrarisch markt- en prijsbeleid (1934) 1945-2000 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 8
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het goedkeuren van het huishoudelijk reglement van de Stichting VIB
Periode: 1945–1952
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 6
Opmerking: Deze bevoegdheid verviel bij de wijziging van de statuten in 1952.
Waardering: B, 4
Handeling: Het instellen van de Raad van Advies en Toezicht van de Stichting VIB
Periode: 1952–1958
Grondslag: Gewijzigde statuten Stichting VIB, art. 6
Waardering: B, 4
Handeling: Het benoemen van de leden van de Raad van Advies en Toezicht van de Stichting VIB
Periode: 1952–1958
Grondslag: Beschikking betreffende samenstelling, taak en bevoegdheid van de Raad van Advies en Toezicht van de Stichting VIB, art. 1
Waardering: V, 2 jaar
Handeling: Het instellen en opheffen van het VIB
Periode: 1958–1998
Grondslag: Landbouwwet, art. 31
Waardering: B, 4
Handeling: Het benoemen, schorsen en/of ontslaan van bestuurs- en directieleden van het VIB
Periode: 1958–1998
Grondslag: Landbouwwet, art. 33
Waardering: V, 2 jaar
Handeling: Het vaststellen van regels voor de aanstelling en het ontslag van personeel door de directie van het VIB
Periode: 1958–1962
Grondslag: Landbouwwet, art. 36
Waardering: B, 4
Handeling: Het goedkeuren van besluiten van de directie van het VIB tot aanstelling of ontslag van personeel
Periode: 1958–1962
Grondslag: Landbouwwet, art. 36
Waardering: V, 75 jaar
Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de directie van het VIB
Periode: 1958–1998
Grondslag: Landbouwwet, art. 35, lid 1
Waardering: V, 10 jaar na opheffing van het VIB
Handeling: Het stellen van nadere regels voor de vertegenwoordiging in en buiten rechte van het VIB door een of meer leden van de directie
Periode: 1958–1998
Grondslag: Landbouwwet, art. 34
Waardering: B, 4 Beschikking procuratieregeling VIB 1958 (Stcrt. 1958, 126)
Handeling: Het goedkeuren van akten van procuratie van de directie VIB
Periode: 1958–1998
Grondslag: Beschikking procuratieregeling VIB 1958, art. 2
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het regelen van de inrichting van de begroting en van de wijze en het tijdstip waarop het VIB verslag uitbrengt over de werkzaamheden
Periode: 1958–1998
Grondslag: Landbouwwet, art. 35, lid 2 en 3
Waardering: V, 20 jaar Mandaatsbeschikking VIB (Stcrt. 1966, 119)
Handeling: Het vaststellen van regels voor de inrichting van de administratie van het VIB
Periode: 1958–1979
Grondslag: Landbouwwet, art. 37, lid 1
Opmerking: In overeenstemming met de minister van Financiën. In 1979 werd art. 37 vervangen door het ruimer gestelde art. 3, lid 3, dat zowel het VIB als de productschappen in hun interventiewerkzaamheden onderwerpt aan controle door ambtenaren, aangesteld door de minister van Landbouw.
Waardering: B, 4
Handeling: Het voorbereiden van een algemene maatregel van bestuur tot instelling van Commissies van Bijstand voor de directie van het VIB
Periode: 1958–1998
Grondslag: Landbouwwet, art. 41, lid 1
Opmerking: Het besluit tot instelling van dergelijke commissies bevat ook de regels betreffende de taak en het werkterrein ervan.
Waardering: B, 4 Besluit instelling commissies van bijstand Voedselvoorzieningsin- en verkoopbureau (Stcrt. 1958, 307)
Handeling: Het benoemen en ontslaan van de leden van Commissies van Bijstand van het VIB
Periode: 1958–1998
Grondslag: Landbouwwet, art. 41, lid 2
Waardering: V, 2 jaar
Handeling: Het instellen van een Commissie van beheer VIB
Periode: 1966–1998
Grondslag: Beschikking commissie van beheer VIB, art. 2, lid 1
Waardering: B, 4
Handeling: Het benoemen van (plaatsvervangende) leden van de Commissie van beheer VIB
Periode: 1966–1998
Grondslag: Beschikking commissie van beheer VIB, art. 2, lid 2
Opmerking: Naast de door de minister benoemde leden hebben ook de voorzitters van de productschappen zitting in de Commissie van beheer VIB.
Waardering: V, 2 jaar
Handeling: Het goedkeuren van het reglement van de Commissie van beheer VIB
Periode: 1966–1998
Grondslag: Beschikking commissie van beheer VIB, art. 2, lid 3
Waardering: B, 4
Handeling: Het oprichten van de STULM 1963
Periode: 1963–1963
Waardering: B, 4 O.a. statuten
Handeling: Het goedkeuren van de opheffing van STULM 1963
Periode: 1977
Grondslag: Gewijzigde statuten (1977), art. 31.4; gewijzigde statuten (1980), art. 11
Opmerking: Hierbij hoort ook het bepalen van de bestemming van een batig saldo dat resteert bij opheffing van STULM 1963; het bestuur adviseert de minister hierover.
Waardering: B, 4
Handeling: Het goedkeuren van statutenwijzigingen van STULM 1963
Periode: 1977–onbekend
Grondslag: Gewijzigde statuten (1977), art. 30; gewijzigde statuten (1980), art. 10, lid 6
Waardering: B, 4
Handeling: Het goedkeuren van het huishoudelijk reglement en andere reglementen van de STULM 1963
Periode: 1963–
Grondslag: Gewijzigde statuten (1980), art. 13
Waardering: B, 4
Handeling: Het benoemen van bestuursleden van STULM 1963
Periode: 1963–1980
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 4, lid 2; gewijzigde statuten (1977), art. 5, lid 2
Opmerking: De deelnemende PBO’s in 1963 waren het PGZP, PA, PVV en PGF. Sinds 1980 bestaat het bestuur uit de bestuursleden van STULM 1974.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het aangaan van overeenkomsten met het bestuur van de STULM 1963 inzake reguliere of afzonderlijke opdrachten ter uitvoering van maatregelen op agrarisch gebied
Periode: 1963–1978
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 17, lid 1 en 2; gewijzigde statuten (1977), art. 18, lid 1 en 2
Opmerking: De overeenkomsten werden per 1-1-1979 ontbonden.
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het uitoefenen van controle op het financiële beheer van de STULM 1963
Periode: 1980–
Grondslag: Gewijzigde statuten (1980), art. 9, lid 5
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het goedkeuren van besluiten van het bestuur van STULM 1963 inzake huur en pacht, zakelijke rechten, leningen en schenkingen
Periode: 1980–
Grondslag: Gewijzigde statuten (1980), art. 5
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het oprichten van de STULM 1974
Periode: 1974–1974
Waardering: B, 4 o.a Statuten
Handeling: Het opheffen van STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 18; gewijzigde statuten (1980), art. 15
Opmerking: Wanneer de minister hiertoe besluit, overlegt hij met het bestuur. Wanneer het bestuur de beslissing neemt, is goedkeuring van de minister nodig. Hierbij hoort het liquideren van het vermogen van STULM 1974 (statuten STULM 1974, art. 19; gewijzigde statuten (1980), art. 16, lid 1).
Waardering: B, 4
Handeling: Het goedkeuren van de bestuursbeslissing tot opheffing van STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 18, lid 5; gewijzigde statuten (1980), art. 15, lid 3
Waardering: B, 4
Handeling: Het bepalen van de bestemming van een batig saldo dat resteert bij opheffing van STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 19, lid 2; gewijzigde statuten (1980), art. 16, lid 2
Opmerking: Het bestuur adviseert hieromtrent.
Waardering: B, 4
Handleling: Het wijzigen van de statuten van STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 17; gewijzigde statuten (1980), art. 14
Opmerking: Wanneer de minister hiertoe besluit, overlegt hij met het bestuur. Wanneer het bestuur de beslissing neemt, is goedkeuring van de minister nodig.
Waardering: B, 4
Handeling: Het goedkeuren van statutenwijzigingen van STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 17, lid 5; gewijzigde statuten (1980), art. 14, lid 7
Waardering: B, 4
Handeling: Het goedkeuren van het huishoudelijk reglement en andere reglementen van STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 20; gewijzigde statuten (1980), art. 17
Waardering: B, 4
Handeling: Het benoemen van de bestuursvoorzitter van STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 4, lid 2; gewijzigde statuten (1980), art. 4, lid 3
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het benoemen van de bestuursleden en adviserende bestuursleden van STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 4; gewijzigde statuten (1980), art. 4
Opmerking: De leden worden voorgedragen door de productschappen (1974-1980) en door het College van Voorzitters van de (Hoofd)productschappen Voedselvoorziening (vanaf 1980).
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het goedkeuren van besluiten tot uitbreiding van het bestuur van STULM 1974
Periode: 1980–
Grondslag: Gewijzigde statuten (1980), art. 5, lid 3
Waardering: B, 4
Handeling: Het goedkeuren van bestuursbesluiten van STULM 1974 inzake financiële aangelegenheden en werkzaamheden voor derden
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 10; gewijzigde statuten (1980), art. 8
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het geven van aanwijzingen aan het bestuur van STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 13; gewijzigde statuten (1980), art. 7
Waardering: B, 4
Handeling: Het aanwijzen van een directeur van de STULM 1974
Periode: 1980–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 14, lid 2; gewijzigde statuten (1980), art. 11, lid 1
Opmerking: In de gewijzigde statuten van 1980 staat dat de minister de directeur aanwijst, maar in de oorspronkelijke statuten wordt niet gespecificeerd wie de aanwijzing verricht.
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het goedkeuren van jaarlijkse werkplannen van STULM 1974
Periode: 1974–1980
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 16, lid 1; gewijzigde statuten (1980), art. 13, lid 4
Waardering: B, 5
Handeling: Het goedkeuren van jaarlijkse begrotingen van STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 16, lid 1; gewijzigde statuten (1980), art. 13, lid 4
Waardering: B, 5
Handeling: Het uitoefenen van controle op het financiële beheer van de STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 16.2; gewijzigde statuten (1980), art. 13, lid 5
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het goedkeuren van jaarlijkse rekeningen en verantwoordingen van STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 16, lid 3; gewijzigde statuten (1980), art. 13, lid 4
Waardering: B, 3
Handeling: Het goedkeuren van besluiten van het bestuur van STULM 1974 tot het vormen van fondsen en reserves uit overschotten
Periode: 1974–1980
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 16, lid 4
Waardering: V, 12 jaar
Handeling: Het voeren van het beheer van het Landbouw-Crisisfonds c.q. het Landbouw-Egalisatiefonds
Periode: 1934–1999
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 2, lid 2; Landbouwwet, art. 2, lid 2
Opmerking: Het betreft het jaarlijks vaststellen van de inkomsten en de uitgaven van het fonds. Alle stukken werden sinds 1973 afzonderlijk voor de afdelingen A en B opgesteld. Vgl. handelingen 78 (opstellen begrotingen) en 83 (opstellen rekeningen) uit het BSD Beheer van de rijksbegroting.
Waardering: B 3 en 5
Handeling: Het aan instellingen vergoeden van de uitvoeringskosten van maatregelen op grond van de Landbouw-Crisiswet 1933
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 3, lid 2, en art. 14a
Opmerking: Financiering gebeurde tot 1948 middels het Landbouw-Crisisfonds.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het stellen van regels inzake de verstrekking van rentedragende kredieten uit het Landbouw-Crisisfonds c.q. het Landbouw-Egalisatiefonds aan personen, bedrijven en instellingen in of verwant aan de landbouwsector
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 4, lid 1
Opmerking: De regels konden gaan over voorwaarden van kredietverstrekking, maar ook over rentevoet, aflossingstermijnen en borgstelling.
Waardering: B, 5
Handeling: Het verstrekken van rentedragende kredieten uit het Landbouw-Crisisfonds c.q. het Landbouw-Egalisatiefonds aan personen, bedrijven en instellingen in of verwant aan de landbouwsector
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 4, lid 1
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van voorschriften voor het Landbouw-Egalisatiefonds inzake het verlenen van voorschotten, het kasbeheer en de administratie
Periode: 1979–1999
Grondslag: Landbouwwet, zoals gewijzigd in 1979 (Stb. 1979, 323), art. 3, lid 2
Opmerking: Dit zijn voorschriften zoals bedoeld in de Comptabiliteitswet 1976 (Stb. 1976, 671), artt. 21, 23, lid 2 en 25, lid 1 en de Comptabiliteitswet 1991 (Stb. 1991, 752), artt. 32 en 33, lid 1. De voorschriften werden in overeenstemming met de minister van Financiën opgesteld.
Waardering: B, 5
Handeling: Het sluiten van de rekeningen van afdeling B van het Landbouw-Egalisatiefonds
Periode: 1973–1999
Grondslag: Landbouwwet, zoals gewijzigd in 1973 (Stb. 1973, 269), art. 11, lid 1
Waardering: B, 5
Handeling: Het bepalen van de bewaarplaats waar de administratie van het Landbouw-Crisisfonds c.q. het Landbouw-Egalisatiefonds
Periode: 1934–1978
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 25, lid 2; Landbouwwet, art. 12, lid 3
Waardering: V, 10 jaar na opheffing van het fonds
Handeling: Het vaststellen van voorschriften voor het Landbouw-Egalisatiefonds inzake het verlenen van voorschotten, het kasbeheer en de administratie
Periode: 1979–1999
Grondslag: Landbouwwet, zoals gewijzigd in 1979 (Stb. 1979, 323), art. 3, lid 2
Opmerking: Dit zijn voorschriften zoals bedoeld in de Comptabiliteitswet 1976 (Stb. 1976, 671), artt. 21, 23, lid 2 en 25, lid 1 en de Comptabiliteitswet 1991 (Stb. 1991, 752), artt. 32 en 33, lid 1. e voorschriften werden in overeenstemming met de minister van Financiën opgesteld.
Waardering: B, 5
Handeling: Het bij de EC voordragen van leden van het Comité van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw
Periode: 1964–
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening nr 17/64/EEG, art. 25, lid 1
Opmerking: De onder het EOGFL-G vallende maatregelen betreffen restituties bij uitvoer naar derde landen en de verschillende soorten interventies op de interne markt.
Waardering: V, 2 jaar
Handeling: Het bij de EC indienen van een verzoek tot vergoeding van de uitgaven die zijn gedaan voor maatregelen die vallen onder het communautaire markt- en prijsbeleid (EOGFL-G)
Periode: 1964–
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening nr 17/64/EEG, art. 9, lid 1
Opmerking: De onder het EOGFL-G vallende maatregelen betreffen bijv. restituties bij uitvoer naar derde landen en de verschillende soorten interventies op de interne markt.
Waardering: B, 5
Handeling: Het aanwijzen dan wel erkennen van organen die zijn belast met het aanvragen, beheren, toekennen en uitbetalen van EOGFL-G-gelden krachtens communautaire regelingen
Periode: 1964–
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 729/70, art. 4, lid 1
Opmerking: Onder deze handeling valt ook het informeren van de Europese Commissie met betrekking tot de administratieve en boekhoudkundige voorschriften voor de betalingen, alsmede betreffende naam en statuten van de (coördinerende) instantie. Ook het intrekken van de betaalorgaanstatus valt hieronder (cf. Stcrt. 1999, 197).Op grond van Verordening (EG) nr. 1287/95, later ook Verordening (EG) nr. 1258/1999, wordt in geval van erkenning van meer dan één betaalorgaan een coördinerende instantie aangewezen, die optreedt als enige vertegenwoordiger van de lidstaat tegenover de Commissie, o.a. voor alle vragen betreffende het OEGFL-G inzake onder meer de verspreiding van voorschriften en richtsnoeren (cf. Verordening (EG) nr. 1663/95, art. 2).
Waardering: B 4 en 5
Handeling: Het opstellen van stukken voor de financiële verantwoording, aan de Europese Commissie, van de uitgaven van EOGFL-G-middelen
Periode: 1964–
Grondslag: Verordening nr. 17/64/EEG, art. 22, lid 2; Verordening (EEG) nr. 729/70, art. 4, lid 3
Opmerking: De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) doet deze stukken aan de Europese Commissie toekomen. Hierbij kunnen ook rapporten van de bevoegde controlediensten worden gevoegd. Op grond van Verordening (EG) nr. 1287/95, later ook Verordening (EG) nr. 1258/1999, wordt in geval van erkenning van meer dan één betaalorgaan een coördinerende instantie aangewezen, die ermee is belast de ter beschikking van de Commissie te stellen gegevens te centraliseren en die te verstrekken.
Waardering: V, 10 jaar voortgangs- en eindrapporten, (samenvattende) rekeningen
Handeling: Het opstellen van stukken voor de Europese Commissie betreffende de financiële positie en de geraamde uitgaven van de betaalorganen
Periode: 1970–
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 729/70, art. 5, lid 1
Opmerking: Op grond van de ingeleverde stukken kan de Europese Commissie voorschotten toekennen voor de uitbetalingen die zullen worden gedaan in het kader van door de afdeling Garantie gefinancierde maatregelen.
Waardering: V, 10 jaar staten betreffende de kaspositie, ramingen van de financiële behoeften
Handeling: Het opstellen van stukken voor de Europese Commissie betreffende de nationale handhavings- en controlemaatregelen ter zake van de uitgaven van de EOGFL-G-gelden
Periode: 1970–
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 729/70, artt. 8 en 9; Verordening (EG) 1258/1999, art. 8, lid 1
Opmerking: Deze stukken kunnen onder andere betrekking hebben op de regelmatigheid van de uitvoering van regelingen, terugvorderingen en administratieve en gerechtelijke procedures.
Waardering: B, 3
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van de Landbouw-Crisiswet 1933
Periode: 1932–1957
Product: Landbouw-Crisiswet 1933 (Stb. 1933, 261)
Waardering: B, 1
Handeling: Het vaststellen van het Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941
Periode: 1940–1959
Waardering: B, 1 en 6 Voedselvoorzieningsbesluit (VB 1941, 12)
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wetten betreffende de naoorlogse handhaving en intrekking van bezettingsmaatregelen inzake de voedselvoorziening
Periode: 1945–1958
Opmerking: Het betreft onder meer het Voedselvoorzieningsbesluit (VB 1941, 12) en Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941 (VB 1941, 69), evenals de daarop gebaseerde regelgeving.
Waardering: B, 1 Met betrekking tot handhaving: KB houdende opheffing van de schorsing van diverse besluiten, genomen gedurende den bezettingstijd en in betrekking staande tot het Ministerie van Voedselvoorziening, Landbouw en Visscherij (Stb. 1945, F 157). Met betrekking tot intrekking: bijdragen aan o.a. Wet opheffing bezettingsmaatregelen IV 1951 (Stb. 25), 1956 (Stb. 50), 1957 (Stb. 14), 1958 (Stb. 70)
Handeling: Het instellen van de Commissie vereenvoudiging voedselvoorzieningsmaatregelen
Periode: 1946–1950
Bron: Inventaris van het archief van het Kabinet van de Minister (1945-1960)
Waardering: B, 4
Handeling: Het benoemen van de leden van de Commissie vereenvoudiging voedselvoorzieningsmaatregelen
Periode: 1946–1950
Bron: Inventaris van het archief van het Kabinet van de Minister (1945-1960)
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het aanwijzen van crisisproducten en op crisisproducten lijkende waren
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 1, onder 5b
Waardering: B 1 en 5 o.a. besluit betreffende specerijen en gember (VB 1940, 78)
Handeling: Het vaststellen van steunmaatregelen ten behoeve van de voortbrenging, be- of verwerking, verhandeling, enz. van crisisproducten
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 3, lid 1
Product: Beschikking Broodtoeslag 1947 (Stcrt. 1947, 135); Perstoeslagbeschikking Stro 1947 (Stcrt. 1947, 158); Beschikking Subsidie voor aardappelstoommachines (Stcrt. 1948, 200); Beschikking Toeslag Kleine Zandbedrijven 1948 (Stcrt. 1949, 232); Beschikking Toeslag Lichte Gronden 1947 (Stcrt. 1949, 22); Beschikkingen tegemoetkoming opslagkosten oliehoudende grondstoffen, respectievelijk oliën en vetten (Stcrt. 1952, 12 en 177)
Opmerking: Dit artikel vormde de grondslag voor een zeer groot aantal regelingen, waarvan er hierboven slechts enkele zijn genoemd. Onder deze handeling konden ook vallen de regelingen waarin nadere voorwaarden aan de steunverlening werden bepaald (art. 8, lid 1) of waarin nadere richtlijnen werden vastgesteld.De op dit artikel gebaseerde regelingen in het kader van het garantieprijsbeleid (1952/1968), dienen in het desbetreffende deel van het rapport te worden geplaatst.
Waardering: B, 1
Handeling: Het verlenen van financiële steun op grond van regelgeving ten behoeve van de voortbrenging, be- of verwerking, verhandeling, enz. van crisisproducten
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 3;beschikkingen, bijv. Beschikking Toeslag Lichte Gronden 1947 (Stcrt. 1949, 22); Restitutiebeschikking Tarwebloem 1951 (Stcrt. 1951, 54A), art. 1; Beschikking tegemoetkoming opslagkosten oliën en vetten 1952 (Stcrt. 1952, 177)
Opmerking: De bedragen, ten laste van de begroting van het Landbouw-Crisisfonds en het LEF, konden worden uitgekeerd door verschillende departemenetale afdelingen, zoals de afdeling Financiële Zaken, of door de bedrijfschappen-oude stijl. Het verlenen van financiële steun in het kader van het garantieprijsbeleid (1952-1968) valt onder het daarop betrekking hebbende rapportdeel.
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van regels betreffende inventarisatie van landbouwbedrijven
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 7a, lid 1
Opmerking: Deze handeling werd vanaf 1941 uitgevoerd door de landbouw-crisisorganisaties op grond van het Inventarisatiebesluit voedselvoorziening (zie de desbetreffende handeling in het hoofdstuk over het Voedselvoorzieningsbesluit).Hieronder valt ook de vaststelling van formulieren/registratiekaarten voor de inventarisatie.
Waardering: B, 1
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van maatregelen waarmee het (doen) voortbrengen, verwerken, verhandelen, enz. van crisisproducten, alsmede inzake het met het oog daarop voorhanden of in voorraad hebben van een inrichting of werktuig, aan voorwaarden wordt gebonden of wordt verboden
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 9
Product: O.a. Dorschbesluit 1939 (Stb. 1939, 679 Q); Besluit houdende verbod tot bewerken en verwerken van vetten en oliën tot zeep (Stb. 1939, 679 R); Landbouwinleveringsbesluit 1940 (VB 1940, 101); Groenten- en fruitconservenregeling (VB 1940, 182); Besluit van 19 Augustus 1948, houdende wijziging en aanvulling van het Suikerbesluit Voedselvoorziening 1933 (Stb. 1948, I 380)
Opmerking: Dit artikel vormt de grondslag voor een zeer groot aantal regelingen, waarvan er hierboven slechts enkele genoemd zijn. In combinatie met artikel 13b van de wet kan deze handeling ook uitmonden in inleveringsbesluiten. De beperkingsmaatregelen, vastgesteld door de Kroon, konden naar regio en categorie crisisproduct worden gedifferentieerd (art. 9, lid 2).Onder deze handelingen zijn ook begrepen de voorschriften die de hoofdregelingen nader uitwerken (bijv. bepaling van voorwaarden, specificatie van de uitvoering).
Waardering: B, 1
Handeling: Het vaststellen van de tijdvakken gedurende welke de beperkende maatregelen ten aanzien van de verwerking, verhandeling, enz. van crisisproducten van kracht zijn
Periode: 1934–1957
Grondslag: o.a. Dorschbesluit 1939, art. 2, lid 1
Opmerking: De tijdvakken konden naar regio en categorie crisisproduct worden gedifferentieerd.Deze handeling kwam ook regelmatig in de afzonderlijke regelingen op grond van de Landbouw-Crisiswet 1933 terug en wordt hier als overkoepelende handeling opgevoerd.
Waardering: B, 5
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van regelingen betreffende het tijdelijk beperken, verbieden of aan voorwaarden binden van de uitvoer van crisisproducten
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 10
Opmerking: In combinatie met artikel 13b van de wet kan deze handeling ook uitmonden in inleveringsvoorschriften.
Waardering: B, 1
Handeling: Het gezamenlijk voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van regelingen waarmee de invoer van crisisproducten aan voorwaarden wordt gebonden
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 11, lid 1
Opmerking: Als voorwaarde kon worden gesteld bijvoorbeeld de betaling van een bedrag per eenheid, waarvan de hoogte periodiek kon worden vastgesteld. In combinatie met artikel 13b van de wet kan deze handeling ook uitmonden in inleveringsvoorschriften.
Waardering: B, 1
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van regelingen waarmee de in- en uitvoer van crisisproducten slechts wordt toegestaan aan daartoe aan te wijzen instellingen
Periode: 1934–1941
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 12, lid 1
Opmerking: Deze handeling kreeg in 1941 een structureel karakter in het Monopoliebesluit Voedselvoorziening (Stcrt. 1941, 135), gebaseerd op o.a. art. 4 van het Voedselvoorzieningsbesluit. In combinatie met artikel 13b van de wet kan deze handeling ook uitmonden in inleveringsvoorschriften.
Waardering: B, 1
Handeling: Het voordragen of zelf aanwijzen van instellingen die optreden als monopoliehouders voor de in- en uitvoer van crisisproducten
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 12, lid 1
Opmerking: De Kroon wees eventueel een dergelijke instelling aan, maar de minister kon dit ook zelf doen. Deze handeling kreeg in 1941 een structureel karakter in het Monopoliebesluit Voedselvoorziening (Stcrt. 1941, 135), gebaseerd op o.a. art. 4 van het Voedselvoorzieningsbesluit.
Waardering: B, 4 en 5
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van algemene regels betreffende de eisen die kunnen worden gesteld aan instellingen die zijn aangewezen als monopoliehouders voor de in- en uitvoer van crisisproducten
Periode: 1934–1941
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 12, lid 2, en art. 29
Opmerking: Deze handeling kreeg in 1941 een structureel karakter in het Monopoliebesluit Voedselvoorziening (Stcrt. 1941, 135), gebaseerd op o.a. art. 4 van het Voedselvoorzieningsbesluit. De bepaling uit art 29 werd toegevoegd met het oog op de uitvoering van regelingen met financiële gevolgen.
Waardering: B, 4 en 5
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van regelingen waarmee de in-, uit- en doorvoer van crisisproducten wordt gebonden aan bepaalde tijdstippen en plaatsen
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 12b
Waardering: B, 1 en 5
Handeling: Het met betrekking tot de productie, invoer en uitvoer van crisisproducten voorbereiden van regelingen waarmee aansluiting bij bepaalde instellingen verplicht wordt gesteld
Periode: 1934–1941
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 13, lid 1
Waardering: B, 1
Handeling: Het voordragen of zelf aanwijzen van instellingen waarbij men zich moet aansluiten om crisisproducten te mogen produceren, invoeren of uitvoeren
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 13, lid 1
Opmerking: De Kroon wees eventueel een dergelijke instelling aan, maar de minister kon dit ook zelf doen. Deze handeling kreeg in 1941 een structureel karakter in het Monopoliebesluit Voedselvoorziening (Stcrt. 1941, 135), gebaseerd op o.a. art. 4 van het Voedselvoorzieningsbesluit.
Waardering: B, 1
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van algemene regels betreffende de eisen die kunnen worden gesteld aan instellingen die zijn aangewezen als instellingen waarbij men zich moet aansluiten om crisisproducten te mogen produceren, invoeren of uitvoeren
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 13, lid 2, en art. 29
Opmerking: De bepaling uit art. 29 werd toegevoegd met het oog op de uitvoering van regelingen met financiële gevolgen.
Waardering: B, 1 en 4
Handeling: Het gezamenlijk voorbereiden van regelingen waarmee wordt bepaald dat voor het invoeren of (doen) voortbrengen, verwerken, verhandelen, merken, enz. van crisisproducten, alsmede het met het oog daarop voorhanden of in voorraad hebben van een inrichting of werktuig, een geldsom moet worden betaald of een betalingsverplichting geldt
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 11, lid 1, en art. 14, lid 1
Waardering: B, 1
Handeling: Het – in het kader van de invoer, voortbrenging, verwerking, verhandeling, merking, enz. van crisisproducten – bepalen van de gevallen waarin (gedeeltelijke) teruggave van betalingen of ontheffing van de betalingsverplichting kan plaatsvinden
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 11, lid 3, en art. 14, lid 2
Waardering: B, 1 en 5 Restitutiebeschikkingen
Handeling: Het verlenen van restitutie van heffingen of ontheffing van de betalingsverplichting betreffende de invoer, voortbrenging, verwerking, verhandeling, merking, enz. van crisisproducten
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 11, lid 3, en art. 14, lid 2
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van uitvoeringsvoorschriften betreffende de door de Kroon vastgestelde regels inzake productie, invoer en uitvoer van crisisproducten
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 9, lid 3, art. 10, lid 2, art. 11, lid 3, art. 12, lid 3
Waardering: B, 1 en 5
Handeling: Het vaststellen van regels ten aanzien van voor en in verband met crisisproducten te gebruiken merken en kentekens
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 29a
Waardering: B 1 en 5
Handeling: Het vaststellen van regels waarmee de bevoegdheid tot uitsluiting van steun wordt verleend aan bepaalde instellingen
Periode: 1934–1950
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 30, lid 2
Opmerking: Dit artikel verviel in 1951 bij inwerkingtreding van art. 64 van de Wet op de economische delicten (Stb. 1950, K 258).
Waardering: B, 1 en 4
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren voor het opsporen van overtredingen van de Landbouw-Crisiswet 1933
Periode: 1934–1951
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 33, lid 1
Opmerking: Eveneens bevoegd tot dit opsporen waren de ambtenaren van rijks- en gemeentepolitie, van invoerrechten en accijnzen en de ambtenaren die bij art. 141 Wetboek van strafvordering werden aangewezen. Sinds de inwerkingtreding in 1951 van de Wet op de economische delicten (Stb. 1950, K 258) werden overtredingen van de Landbouw-Crisiswet 1933 beschouwd als economische delicten. Dit artikel verviel bij inwerkingtreding van art. 64 van eerstgenoemde wet.
Waardering: V, 2 jaar
Handeling: Het informeren van het parlement omtrent maatregelen inzake beperkingen in het produceren, verwerken, verhandelen, in- of uitvoeren of merken van crisisproducten
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 38
Opmerking: Het gaat om maatregelen krachtens de artt. 9-12. Na vaststelling van dergelijke bepalingen diende het parlement zo spoedig mogelijk op de hoogte te worden gebracht; daarnaast werd ieder kwartaal verslag uitgebracht.
Waardering: B, 3 jaarverslagen of indien niet aanwezig de kwartaalverslagen
V, 10 jaar, overig materiaal
Handeling: Het aan de Kroon voordragen van verzoeken tot ontheffing van door de Kroon gestelde voorschriften krachtens de Landbouw-Crisiswet 1933
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 42, lid 1
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het verlenen van ontheffingen van ministeriële voorschriften krachtens de Landbouw-Crisiswet 1933
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 41, lid 2; Dorschbesluit 1939, art. 1, lid 2; Landbouwinleveringsbesluit 1940, art. 3, lid 2; e.a.
Opmerking: Voorzover niet elders gespecificeerd.
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van tijdstippen en voorschriften betreffende de opgave van bepaalde voorhanden of in voorraad zijnde landbouwgoederen
Periode: 1940–1957
Grondslag: Landbouw-Inventarisatiebesluit 1939, art. 1, lid 2
Product: Beschikkingen, bijv. Beschikking Opgaven van voorradige crisisproducten (Stcrt. 1944, 12)
Waardering: B, 5
Handeling: Het aanwijzen van de crisisproducten waarvan het voorhanden of in voorraad hebben boven een bepaald gewicht niet is toegestaan
Periode: 1940–1953
Grondslag: Landbouwinleveringsbesluit 1940, art. 2, lid 1
Opmerking: Het verbod gold onverminderd het bepaalde hieromtrent in andere regelingen en voorschriften.
Waardering: B, 1
Handeling: Het aanwijzen van crisisorganisaties waarvan het lidmaatschap producenten vrijstelt van het verbod op het voorhanden of in voorraad hebben van crisisproducten
Periode: 1940–1953
Grondslag: Landbouwinleveringsbesluit 1940, art. 3, lid 1
Waardering: B, 1 en 4
Handeling: Het verlenen van ontheffingen van het verbod op het voorhanden of in voorraad hebben van crisisproducten
Periode: 1940–1953
Grondslag: Landbouwinleveringsbesluit 1940, art. 3, lid 2
Waardering: V, 10 jaar
Handeling Het vaststellen van de standaardprijzen als basis voor de inlevering van crisisproducten
Periode: 1940–1953
Grondslag: Landbouwinleveringsbesluit 1940, art. 5, lid 3
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het geven van voorschriften met betrekking tot de prijzen van crisisproducten
Periode: 1940–1952
Grondslag: Landbouw-Prijzenbesluit 1940, art. 1
Product: Prijzenbeschikkingen
Waardering: B, 5
Handeling: Het behandelen van bezwaarschriften tegen een besluit van een provinciale Commissie beoordeling besteding toeslag kleine zandbedrijven
Periode: 1948–1952
Grondslag: Beschikking Toeslag Kleine Zandbedrijven 1948, art. 6
Opmerking: Hiertoe hoorde de minister de Landelijke Commissie van Overleg inzake kleine boerenaangelegenheden.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het geven van voorschriften betreffende de inventarisatie van de productie en voorraden van voedselvoorzieningproducten
Periode: 1941–1956
Opmerking: Inventarisatiebesluit Voedselvoorziening (Stcrt. 1941, 100)
Grondslag: Voedselvoorzieningsbesluit, art. 2, lid 4
Waardering: B, 1 en 5
Handeling: Het met betrekking tot de landbouwinventarisatie vaststellen van tijdvakken van geldigheid en tijdstippen van inlevering van uitgereikte beschrijvingsbiljetten
Periode: 1941–1956
Product: beschikkingen, bijv. Beschikking Inventarisatie van land- en tuinbouw 1948 (Stcrt. 1948, 55), Beschikking Landbouwtelling 1950 II (Stcrt. 1950, 237); Beschikking Landbouwtelling December 1954 (Stcrt. 1954, 222)
Grondslag: Inventarisatiebesluit Voedselvoorziening, art. 2, lid 1, en art. 3
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het geven van toestemming om voor menselijke consumptie geschikte producten voor andere doeleinden te gebruiken
Periode: 1941–1959
Grondslag: Voedselvoorzieningsbesluit, art. 3
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het stellen van regels betreffende het voortbrengen, verwerken, enz. van voedselvoorzieningsproducten
Periode: 1941–1959
Product: Vrijstellings-, heffings- en vergoedingsbeschikkingen, zoals: Zilveruienbesluit 1941 (Stcrt. 1941, 64); Besluit financiering vervoer zuurkool 1942 (Stcrt. 1942, 168); Heffingsbeschikkingen Stichting voor de Landbouw (vanaf 1947, Stcrt. 157 – Stcrt. 1948, 1); Heffingsbeschikking melkveehouders 1949 (Stcrt. 1949, 217); Heffingsbeschikking producenten van gecondenseerde melk (Stcrt. 1949, 246); Heffings- en toeslagbeschikking oliën en vetten (Stcrt. 1951, 208); Heffings- en Vergoedingsbeschikking 1954 Raapolie en Raapkoeken (Stcrt. 1954, 161);
andere beschikkingen, bijv. Beschikking Gebruik van Melkpoeder, enz. (Stcrt. 1941, 38); Inzamelingsbesluit boschbessen (Stcrt. 1943, 117); Provianderingsbeschikking Zeeschepen (Stcrt. 1949, 217); Beschikking Verbod In- en Doorvoer en Vervoer van Pluimvee 1950 (Stcrt. 1950, 53); Beschikking exporteisen geschilde wilgenhoepels (Stcrt. 1955, 246); Beschikking exportverbod suikerbieten oogst 1956 (Stcrt. 1956, 176)
Grondslag: Voedselvoorzieningsbesluit, art. 4
Opmerking: Dit artikel vormt de grondslag voor een zeer groot aantal regelingen, waarvan er hierboven slechts enkele genoemd zijn.Onder deze handelingen kunnen ook de aanwijzingen voor de uitvoering van de beschikkingen vallen.
Waardering: B, 1
Handeling: Het verlenen van vergunningen voor of ontheffingen van de bepalingen ten aanzien van het voortbrengen, verwerken, enz. van voedselvoorzieningsproducten
Periode: 1941–1959
Grondslag: O.a. Beschikking exporteisen geschilde wilgenhoepels, art. 3; Exportregeling Vlas Oogst 1955, art. 4
Opmerking: Zowel t.a.v. opgelegde heffingen als t.a.v. anderssoortige bepalingen (bijv. verbodsbepalingen) op grond van artikel 4 van het Voedselvoorzieningsbesluit. In bepaalde gevallen konden ook de Productiecommissarissen vergunningen afgeven, namelijk wanneer er een relatie bestond met de bodemproductie (zie handelingen Productiecommissarissen).
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het stellen van regels betreffende inrichtingen of werktuigen waarmee voedselvoorzieningsproducten kunnen worden voortgebracht, verwerkt, vervoerd, opgeslagen, enz.
Periode: 1941–1959
Product: O.a. Besluit 1943 Karninrichting en Centrifuges; Besluit 1943 Oliepersen en Oliewringers; Beschikking Broodjeswinkels 1946 (Stcrt. 1946, 255); Beschikking Broedmachines 1950 (Stcrt. 1950, 253)
Grondslag: Voedselvoorzieningsbesluit, art. 5
Opmerking: De regels kunnen onder meer betrekking hebben op het vervaardigen, in voorraad hebben, gebruiken, verhandelen en afleveren van de inrichtingen of werktuigen, dan wel het verbieden daarvan. Regelgevende mogelijkheden in deze richting zijn sinds 1958 gebaseerd op de Landbouwwet (art. 20).
Waardering: B, 1
Handeling: Het verlenen van ontheffingen van de verbodsbepalingen ten aanzien van werktuigen voor de bewerking van voedselvoorzieningsproducten
Periode: 1941–1959
Grondslag: O.a. Besluit 1943 Karninrichting en Centrifuges; Besluit 1943 Oliepersen en Oliewringers; Beschikking Oliepersen en Oliewringers 1947
Opmerking: Het ging om het vervaardigen, verhandelen, afleveren of voorhanden hebben van oliepersen, oliewingers, karnwerktuigen e.d. Te kleine apparaten, bijvoorbeeld, werden verzegeld.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het verlenen van subsidie op de aankoop of verbetering van apparatuur voor de bewerking van voedselvoorzieningsproducten
Periode: 1941–1959
Grondslag: O.a. Subsidiebeschikking aardappelstoommachines 1948
Opmerking: Onderdeel van de handeling was het aanwijzen van de fabrikanten waarvan de machines voor subsidie in aanmerking kwamen en het bepalen van de vereiste capaciteitsuitbreiding van bestaande machines.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het stellen van regels ten aanzien van grond- of hulpstoffen waarmee voedselvoorzieningsproducten kunnen worden bereid, voortgebracht, verwerkt, vervoerd, enz.
Periode: 1941–1959
Product: O.a. Kroonkurkenbesluit V.V.O. (Stcrt. 1942, 57); Beschikking inblikverbod voedselvoorzieningproducten (Stcrt. 1951, 29)
Grondslag: Voedselvoorzieningsbesluit, art. 6
Opmerking: De regels kunnen betrekking hebben op het vervaardigen, in voorraad hebben, gebruiken, verhandelen of afleveren van de grond- of hulpstoffen.
Waardering: B, 1
Handeling: Het verlenen van ontheffingen of vergunningen op grond van het Voedselvoorzieningsbesluit ten aanzien van grond- en hulpstoffen
Periode: 1941–1959
Grondslag: O.a. Kroonkurkenbesluit V.V.O., artt. 3 en 4, Beschikking inblikverbod voedselvoorzieningproducten, art. 3
Opmerking: Voor wat betreft de minister behelsde deze handeling ook de goedkeuring van door een bedrijfschap verleende ontheffingen. Het kan bijvoorbeeld gaan over verlening van ontheffingen van de verplichte inlevering van kroonkurken als voorwaarde om een inkoopvergunning te verkrijgen of over verlening van ontheffingen van het inblikverbod voor voedselvoorzieningsproducten.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het stellen van regels inzake het ter beschikking houden of inleveren van voedselvoorzieningsproducten bij een door of bij de minister aan te wijzen orgaan of lichaam
Periode: 1941–1959
Grondslag: Voedselvoorzieningsbesluit, art. 8
Product: Inleveringsbeschikkingen, bijv. Beschikking inlevering Ruwvoederproducten (Stcrt. 1947, 202)
Waardering: B, 1
Handeling: Het machtigen van personen tot het in bezit nemen van voedselvoorzieningsproducten die niet zijn ingeleverd of ter beschikking zijn gehouden
Periode: 1941–1959
Grondslag: Voedselvoorzieningsbesluit, art. 9, lid 1
Product: beschikkingen, bijv. Stcrt. 1941, 27
Opmerking: De gemachtigden waren de Provinciale Voedselcommissarissen, die zelf weer ambtenaren een volmacht konden geven tot inbeslagname.
Waardering: B, 1 en 4
Handeling: Het aanwijzen van organen en lichamen van de voedselvoorziening die bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op de naleving van het Voedselvoorzieningsbesluit
Periode: 1941–1959
Product: Beschikkingen, bijv. Aanwijzing organen en lichamen Voedselvoorziening (Stcrt. 1941, 21)
Grondslag: Voedselvoorzieningsbesluit, art. 2, lid 3
Waardering: B, 3
Handeling: Het op kosten van de overtreder kunnen (doen) wegnemen, beletten, verrichten of in vorige toestand herstellen van wat in strijd met de gestelde regels omtrent voedselvoorzieningsproducten is verricht of nagelaten
Periode: 1941–1959
Grondslag: Voedselvoorzieningsbesluit, art. 10, lid 1
Opmerking: Behalve in spoedgevallen ging hieraan een schriftelijke waarschuwing vooraf. Vanaf de inwerkingtreding in 1951 van de Wet op de economische delicten werden overtredingen van het Voedselvoorzieningsbesluit beschouwd als economische delicten.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het stellen van regels betreffende vergoedingen voor inbeslaggenomen producten
Periode: 1941–1959
Grondslag: Voedselvoorzieningsbesluit, art. 9, lid 3
Waardering: B, 5
Handeling: Het stellen van regels betreffende de exclusieve in- of uitvoer van monopolieproducten
Periode: 1941–1959
Product: Monopoliebesluit voedselvoorziening (Stcrt. 1941, 135)
Grondslag: Voedselvoorzieningsbesluit, art. 4
Waardering: B, 1
Handeling: Het aanwijzen van monopoliehouders voor de in- of uitvoer van bepaalde monopolieproducten
Periode: 1941–1959
Grondslag: Monopoliebesluit voedselvoorziening, art. 1, lid 1
Product: Monopoliebeschikkingen, o.a.: Monopoliebeschikking Tuinbouw (Stcrt. 1943, 113); Monopoliebeschikking Margarine, Vetten en Oliën (Stcrt. 1955, 246), Monopoliebeschikking Pluimvee en Eieren (Stcrt. 1956, 168)
Opmerking: Hiervoor werden eerst de bedrijfschappen-oude stijl aangewezen en vanaf 1956 de nieuw ingestelde productschappen.
Waardering: B, 1 en 4
Handeling: Het stellen van voorwaarden aan potentiële gemachtigden voor de exclusieve in- of uitvoer van monopolieproducten
Periode: 1941–1959
Grondslag: Monopoliebesluit voedselvoorziening, art. 5, lid 1
Opmerking: Het aangesloten zijn bij een bepaalde monopoliehoudende organisatie kon hierbij als eis worden gesteld. De eisen konden worden gedifferentieerd naar invoer of uitvoer, naar soort crisisproduct en naar doelland van in- of uitvoer.
Waardering: B, 1 en 5
Handeling: Het vaststellen van modellen van machtigingsformulieren voor de in- of uitvoer van monopolieproducten, dan wel het goedkeuren van dergelijke door de monopoliehouders ontworpen formulieren
Periode: 1941–1959
Grondslag: Monopoliebesluit voedselvoorziening, art. 2, lid 3
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het goedkeuren van de uitreiking in bijzondere gevallen van machtigingen voor de in- of uitvoer van monopolieproducten
Periode: 1941–1959
Bron: Aanwijzing aan Hoofdproduktschap Akkerbouwprodukten betreffende afgifte van machtigingen voor de uitvoer van consumptie-aardappelen
Waardering: B, 5
Handeling: Het goedkeuren van een door een monopoliehouder aan derden te verlenen machtiging tot het namens deze afgeven van vergunningen voor het alleenrecht op de in- of uitvoer van monopolieproducten
Periode: 1941–1959
Grondslag: Monopoliebesluit voedselvoorziening, art. 2, lid 4
Waardering: B, 5
Handeling: Het goedkeuren van de hoogte van de door de monopoliehouder vastgestelde heffing voor de in- of uitvoer van een monopolieproduct
Periode: 1941–1959
Grondslag: Monopoliebesluit voedselvoorziening, art. 4, lid 1
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het geven van aanwijzingen betreffende de uitvoering van het Monopoliebesluit voedselvoorziening
Periode: 1956–1959
Grondslag: Monopoliebesluit voedselvoorziening, art. 8a
Product: Aanwijzingen, bijv. Aanwijzing aan Hoofdproduktschap Akkerbouwprodukten betreffende afgifte van machtigingen voor de uitvoer van consumptie-aardappelen (Stcrt. 1956, 71)
Waardering: B, 5
Handeling: Het stellen van regels betreffende de niet-toepasselijkheid van het Monopoliebesluit voedselvoorziening
Periode: 1941–1959
Grondslag: Monopoliebesluit voedselvoorziening, art. 8, lid 2
Product: ontheffingsbeschikkingen (bijv. Ontheffingsbeschikking Monopoliebesluit Voedselvoorziening 1952, Stcrt. 1952, 52; Ontheffingsbeschikking in- en uitvoer voedselvoorzieningsprodukten, Stcrt. 1957, 162)
Opmerking: Het kan hierbij gaan om bijvoorbeeld de bestemming van de producten, de vervoerswijze ervan of de maximumhoeveelheden.
Waardering: B, 5
Handeling: Het beslissen tot uitsluiting of vermindering van producten of grondstoffen dan wel tot intrekking van vergunningen en bevoegdheden op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1944–1945
Grondslag: Besluit Uitsluiting toewijzing en intrekking bevoegdheden PVC’s
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het vaststellen van regelingen in verband met het verlenen van bedrijfsvergunning aan bedrijven die werkzaam zijn op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1941–1954
Product: Bedrijfsvergunningenbesluit 1941 (VB 1941, 119), Bedrijfsvergunningenbesluit 1941 Uitvoeringsbeschikking Voedselvoorziening (Stcrt. 1941, 155), Beschikking Bedrijfsvergunningen Voedselvoorziening (Stcrt. 1950, 232)
Waardering: B, 1
Handeling: Het beslissen op aanvragen tot verlening van een bedrijfsvergunning aan bedrijven die werkzaam zijn op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1941–1954
Grondslag: Bedrijfsvergunningenbesluit 1941 Uitvoeringsbeschikking Voedselvoorziening, artt. 6 en 7; Beschikking Bedrijfsvergunningen Voedselvoorziening, artt. 7 en 8
Product: Bedrijfsvergunningen voedselvoorziening
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen van het Bedrijfsvergunningenbesluit 1941 voorzover van toepassing op bedrijven die werkzaam zijn op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1941–1954
Grondslag: Bedrijfsvergunningenbesluit 1941, art. 6
Product: Ontheffingsbeschikkingen (bijv. Stcrt. 1948, 19)
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het beslechten van geschillen tussen voedselvoorzieningsorganisaties onderling of – in hoger beroep – van geschillen tussen een voedselvoorzieningsorganisatie en ondernemers
Periode: 1941–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 13, lid 1 en 3
Opmerking: In het geval van het beslissen in hoger beroep (tegen een uitspraak van een scheidsgerecht) liet de minister zich bijstaan door een door hem ingestelde commissie van advies.
Waardering: B 5
Handeling: Het instellen van een commissie van advies die de minister dient bij te staan bij de beslechting van geschillen – in hoger beroep – tussen een voedselvoorzieningsorganisatie en ondernemers
Periode: 1941–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 13, lid 1
Opmerking: Hierbij werd tegelijk de werkwijze bepaald.
Waardering: B, 4 en 5
Handeling: Het benoemen van leden van een commissie van advies die de minister dient bij te staan bij de beslechting van geschillen – in hoger beroep – tussen een voedselvoorzieningsorganisatie en een of meer ondernemers
Periode: 1941–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 13, lid 1
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het beoordelen van wegens niet-nakoming van regels opgestelde tuchtrechtelijke regelingen van voedselvoorzieningsorganisaties
Periode: 1941–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 20
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van regelgeving betreffende het beslissen van geschillen tussen ondernemers en organisaties op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1941–1956
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 13
Product: Reglement Scheidsgerecht voor de Voedselvoorziening (Stcrt. 1942, 164)
Waardering: B, 1 en 5
Handeling: Het instellen van een Scheidsgerecht voor de Voedselvoorziening voor het in eerste instantie beslissen van geschillen tussen een organisatie voor de voedselvoorziening en een of meer ondernemers
Periode: 1941–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 13, lid 1 en 2
Product: Instellingsbesluit met regeling van de werkzaamheden
Waardering: B, 4 en 5
Handeling: Het vaststellen van regelgeving betreffende tuchtrechtspraak op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1942–1952
Grondslag: Besluit Tuchtrechtspraak Voedselvoorziening (Stcrt. 1942, 183)
Waardering: B, 1 en 5
Handeling: Het vaststellen van nadere voorschriften ter uitvoering van het Besluit Tuchtrechtspraak Voedselvoorziening
Periode: 1942–1952
Grondslag: Besluit Tuchtrechtspraak Voedselvoorziening, art. 55
Waardering: B, 5
Handeling: Het aanwijzen van bedrijfschappen-oude stijl die worden belast met de uitoefening van de tuchtrechtspraak op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1942–1952
Grondslag: Besluit Tuchtrechtspraak Voedselvoorziening, art. 4
Product: Besluit Aanwijzing organisatie, belast met tuchtrechtspraak (Stcrt. 1942, 202)
Waardering: B, 4 en 5
Handeling: Het benoemen, schorsen of ontslaan van tuchtrechters, leden van het Centraal College voor de Tuchtrechtspraak, griffiers en (hoofd)ambtenaren voor de tuchtrechtspraak
Periode: 1942–1952
Grondslag: Besluit Tuchtrechtspraak Voedselvoorziening, artt. 6, 7 en 9
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het (mede) voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende veiligstelling van de voedselvoorziening in bijzondere omstandigheden
Periode: 1939–
Opmerking: Onder deze handeling vallen ook regelingen bij de totstandkoming waarvan de minister van Landbouw, gelet op de landbouwaspecten, als tweede ondertekenaar betrokken is (bijv. Stcrt. 1947, 87, waarbij enkele artikelen van de Algemene Bonaanwijzingsbeschikiking kwamen te vervallen)..
Product: Bodemproductiewet 1939 (Stb. 1939, 632); Distributiewet 1939 (Stb. 1939, 633); Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939 (Stb. 1939, 634); Hamsterwet (Stb. 1962, 542); Noodwet voedselvoorziening (Stb. 1962, 566)
Waardering: B, 1
Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten tot (tijdelijke) in- of buitenwerkingstelling van relevante artikelen van noodwetten die van belang zijn voor de voedselvoorziening
Periode: 1939–1997
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 17, lid 2 en 5; Distributiewet 1939, art. 24, lid 2 en 5; Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939, art. 21, lid 1 en 4; Hamsterwet, art. 1, lid 1 en 4; Noodwet voedselvoorziening, art. 4, lid 1 en 6 – alle gewijzigd bij de Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden
Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, artt. 7 en 8
Opmerking: Zie voor de Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939 ook handeling 2 van Pivot-rapport nr. 108, Prijsbeleid en Economische controle.
Waardering: B, 1 en 6
Handeling: Het in buitengewone omstandigheden tijdelijk in werking stellen van de artikelen 6-14 van de Noodwet voedselvoorziening of de artikelen 3-5 van de Hamsterwet
Periode: 1963–1997
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 5, lid 1, Hamsterwet, art. 2, lid 1
Opmerking: Deze bevoegdheid, bedoeld om wanneer een gewichtige reden onmiddelijke voorziening vereist de tijdsspanne van hoogstens een week te overbruggen die nodig werd geacht om een KB tot inwerkingstelling tot stand te brengen, werd ingetrokken bij de Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden (Stb. 1996, 366). Voor wat betreft de Hamsterwet kan ook de minister van EZ deze handeling verrichten, namelijk voor niet-voedselproducten.
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wetgeving betreffende het voortduren van de werking van relevante artikelen van noodwetten die van belang zijn voor de voedselvoorziening
Periode: 1939–1997
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 17, lid 4; Distributiewet 1939, art. 24, lid 4; Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939, art. 21, lid 3; Hamsterwet, art. 1, lid 2; Noodwet voedselvoorziening, art. 4, lid 4 – alle gewijzigd bij de Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden
Opmerking: Vanaf 1997 geldt deze handeling (de zogenoemde verlengingswetprocedure) alleen voor de inwerkingstelling van de relevante bepalingen ‘in buitengewone omstandigheden’, dus niet in uitzonderingstoestanden.
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur met betrekking tot de landbouwproductie in relatie tot de bodembestemming
Periode: 1939–
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 3
Product: Bodemproductiebesluit 1939 (Stb. 679 PP)
Opmerking: Hieronder vallen ook amvb’s betreffende de uitkering van geldbedragen voortvloeiend uit de hoofdregelgeving (art. 4).
Waardering: B, 1
Handeling: Het geven van nadere voorschriften met betrekking tot de landbouwproductie in relatie tot de bodembestemming
Periode: 1939–
Grondslag: Bodemproductiebesluit, art. 2
Product: Bodemproductiebeschikkingen, bijv. Scheurbeschikking 1944 Bodemproductie (Stcrt. 1944, 143)
Waardering: B, 1
Handeling: Het vaststellen van regelgeving betreffende de bevoegdheden van de Regeringscommissaris en de Productiecommissarissen voor de Bodemproductie om nadere regels te stellen over de landbouw en bodembestemming
Periode: 1939–
Grondslag: Bodemproductiebesluit, art. 3, lid 1
Opmerking: Hieronder valt tevens de bevoegdheid om de door de betreffende personen uitgevaardigde regels te vernietigen.
Waardering: B, 4 en 5
Handeling: Het vaststellen van nadere regels betreffende de landbouwproductie in relatie tot de bodembestemming
Periode: 1950–
Grondslag: Bodemproductiebesluit, art. 3, lid 1; Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 3, lid 3
Opmerking: Het kan hierbij ook gaan om uitvoeringsvoorschriften. In 1950 gingen de taken van de Productiecommissaris voor de Veeteelt naar de directeur van het Veeteeltwezen (en daarmee naar de minister van Landbouw).
Waardering: B, 5
Handeling: Het vernietigen van door de Regeringscommissaris voor de Bodemproductie of een Productiecommissaris gegeven voorschriften
Periode: 1939–
Grondslag: Bodemproductiebesluit, art. 4
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het verlenen van ontheffingen op voorschriften op het gebied van de bodemproductie
Periode: 1939–
Grondslag: Bodemproductiebeschikkingen, bijv. Bodemproductiebeschikking 1943 Scheurpremies; Scheurbeschikking 1944 Bodemproductie, art. 3
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het benoemen van de Regeringscommissaris voor de Bodemproductie
Periode: 1939–1950
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 5
Opmerking: Hieronder valt ook het schorsen en ontslaan.
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het opstellen van instructies voor de Regeringscommissaris voor de Bodemproductie
Periode: 1939–1950
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 5
Waardering: B, 4 en 5
Handeling: Het aanwijzen van Productiecommissarissen
Periode: 1939–
Grondslag: Organisatiebeschikking Bodemproductie, artt. 4-7
Product: Benoemingsbeschikkingen (bijv. Stcrt. 1939, 241)
Waardering: V 10 jaar
376
Handeling Het vaststellen van bijzondere regelingen ten aanzien van de competentie van Productiecommissarissen
Periode: 1950–
Grondslag: Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 8
Waardering: B, 4 en 5
Handeling: Het verlenen van vergunningen en ontheffingen ten aanzien van bodemproductieregelingen en het goedkeuren van plannen terzake
Periode: 1950–
Grondslag: Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 3, lid 2; bodemproductiebeschikkingen
Opmerking: Aan de vergunningen kunnen nadere voorwaarden worden verbonden. Productiecommissarissen konden ook worden ingezet voor het verlenen van vergunningen en ontheffingen ten aanzien van andere regelingen dan bodemproductiebeschikkingen, die echter wel met de bodemproductie van doen hadden (bijv. Inzamelingsbesluit boschbessen (Stcrt. 1943, 117), gebaseerd op art. 4, Voedselvoorzieningsbesluit: vergunning voor het plukken van bosbessen in bepaalde gemeenten).De minister van Landbouw handelde sinds 1950 middels de directeur Veeteeltwezen (en taakopvolgers).
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het instellen van Commissies van Bijstand (voor de Bodemproductie)
Periode: 1939–
Grondslag: Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 9
Waardering: B, 4 en 5
Handeling; Het benoemen van leden van de Commissies van Bijstand (voor de Bodemproductie)
Periode: 1939–
Grondslag: Organisatiebeschikking Bodemproductie, artt. 11-14
Opmerking: Erkende landbouworganisaties doen hieromtrent aanbevelingen. Het betreft hier ook de benoeming van adviserende leden (artt. 14 en 16).
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het toevoegen van een secretaris aan Commissies van Bijstand (voor de Bodemproductie)
Periode: 1950–
Grondslag: Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 18
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van huishoudelijke reglementen voor Commissies van Bijstand (voor de Bodemproductie)
Periode: 1939–
Grondslag: Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 20
Waardering: V 15 jaar
Handeling: Het instellen van de Commissie voor de Bodemproductie
Periode: 1939–
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 6
Waardering: B, 4
Handeling: Het benoemen van leden van de Commissie voor de Bodemproductie
Periode: 1939–
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 7, lid 2
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het opstellen van nadere regels inzake de bevoegdheid, samenstelling, benoeming en werkwijze van de Commissie voor de Bodemproductie
Periode: 1939–
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 7, lid 3
Opmerking: De regels worden vastgesteld door de Kroon.
Waardering: B
Handeling: Het beschikken dat op kosten van de overtreder wordt tenietgedaan of verricht wat in strijd met deze wet is verricht of nagelaten
Periode: 1939–
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, artt. 8 en 9
Opmerking: De kosten kunnen bij dwangbevel worden ingevorderd.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van distributieregelingen voor landbouwgoederen
Periode: 1939–
Grondslag: Distributiewet 1939, artt. 3-8
Product: distributiebeschikkingen, bijv.: Spiritusbeschikking 1939 (Stcrt. 1939, 200), Beschuitdistributiebeschikking 1942-I (Stcrt. 1942, 202), beschikking Bonaanwijzingen (Stcrt. 1942, 202), Kaasdistributiebeschikking 1946 (Stcrt. 1946, 159), Levensmiddelendistributiebeschikking 1947 (Stcrt. 1947, 105), beschikking Verkoop van matzes (Stcrt. 1948, 41), Kunstmestdistributiebeschikking 1948 (Stcrt. 1948, 100); andere beschikkingen, bijv.: Honden- en Kattenbroodbeschikking 1940 (wijziging – Stcrt. 1942, 21)
Opmerking: De regelingen kunnen voorschriften geven inzake aan- en verkoop, aflevering, voorraadvorming, vervoer, gebruik, verbruik, be- en verwerking en opgave van voorraden, alsook betreffende hoeveelheden distributiegoederen die voor een bon beschikbaar (mogen) worden gesteld. Met de minister van Defensie wordt overlegd inzake de hoeveelheden distributiegoederen die beschikbaar moeten blijven voor de landsverdediging. Sinds opheffing van de veevoederdistributie heeft de minister van Landbouw deze handeling niet meer toegepast.
Waardering: B, 1 en 6
Handeling: Het verlenen van vergunningen en ontheffingen ten aanzien van landbouwdistributiegoederen
Periode: 1939–
Grondslag: Distributiewet 1939, art. 5, lid 2; distributiebeschikkingen
Opmerking: De vergunningen konden met name betrekking hebben op het kopen, verkopen, te koop aanbieden, afleveren, voorhanden of in voorraad hebben van de distributiegoederen.
Waardering: B 6 voor de periode 1939-1952
V, 5 jaar na 1952
Handeling: Het met betrekking tot landbouwgoederen nader aanwijzen en voor een bepaald tijdvak geldig verklaren van distributiebonnen of toewijzingen
Periode: 1939–1949
Grondslag: distributiebeschikkingen, bijv. Levensmiddelendistributiebeschikking 1947 (Stcrt. 1947, 105), art. 2
Product: aanwijzingen, rantsoenlijsten, e.a.
Opmerking: De bonnen en toewijzingen (die recht geven op het in ontvangst nemen van een bepaald aantal rantsoenen) werden uitgereikt door de distributiediensten.
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het geven van aanwijzingen betreffende het aanbieden van bonnen, toewijzingen of vergunningen aan een distributiedienst ter verkrijging van de desbetreffende landbouwdistributiegoederen
Periode: 1939–1949
Grondslag: distributiebeschikkingen, bijv. Kaasdistributiebeschikking 1946 (Stcrt. 1946, 159), art. 6, lid 1; Vleesch- en vleeschwarendistributiebeschikking 1946 (Stcrt. 1947, 25), art. 6, lid 1; Levensmiddelendistributiebeschikking 1947 (Stcrt. 1947, 105), art. 6, lid 1
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het vaststellen van voedingsnormen ten behoeve van de voedselvoorziening (met name in buitengewone omstandigheden)
Periode: 1947–1959
Bron: o.a. Verslagen over de landbouw
Opmerking: Binnen de Gezondheidsraad verricht de Beraadsgroep Voeding deze handeling.
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het subsidiëren van instanties die zich bezighouden met voorlichting van de bevolking op het gebied van goede voeding (met name in tijden van schaarste)
Periode: 1939–1949
Bron: Verslagen over de landbouw, 1947
Opmerking: De gelden kwamen uit het Landbouw-Egalisatiefonds.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van voedernormen voor verschillende soorten en categorieën dieren
Periode: 1939–1953
Bron: Verslag over de landbouw 1952
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het in het kader van distributie vaststellen van voorschriften inzake de samenstelling van mengvoeders
Periode: 1939–1953
Product: Codex (minister van Landbouw), raamvoorschriften (bedrijfschap-oude stijl)
Bron: Verslag over de landbouw 1952
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het treffen van extra maatregelen ten behoeve van de aanvullende voedselverstrekking in tijden van schaarste
Periode: 1942–1951
Bron: Verslagen over de landbouw, 1947-1949
Waardering: B, 1 en 5
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met rederijen voor de financiering van distributiemaatregelen ten behoeve van Rijnschippers
Periode: 1949–1949
Bron: Verslag over de landbouw in 1949
Opmerking: Het ministerie van Landbouw nam deze distributietaak in 1949 over van het opgeheven Distributiekantoor in Keulen.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van maximumprijzen van landbouwproducten en diensten in het kader van de Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939
Periode: 1939–1961
Grondslag: Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939, artt. 3-4
Product: prijzenbeschikkingen, bijv. Prijzenbeschikking consumptie-aardappelen oogst 1950 (Stcrt. 1950, 253), Broodprijsbeschikking 1951 (Stcrt. 1951, 54A), Prijzenbeschikking suiker 1955 (Stcrt. 1955, 163)
Opmerking: Sommige prijzenbeschikkingen berustten mede op art. 10 van het Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941. Onder deze handeling vielen ook de beschikkingen tot buitenwerkingtreding van prijzenbeschikkingen (bijv. Stcrt. 1948, 44 en 200).
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het vaststellen van nadere regels tot het tegengaan van het hamsteren van landbouwproducten
Periode: 1939–
Grondslag: Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939, art. 9, lid 3; Hamsterwet, art. 3, lid 2
Waardering: B, 1 en 6
Handeling Het verlenen van ontheffing van regels tot het tegengaan van het hamsteren van landbouwproducten
Periode: 1939–
Grondslag: Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939, art. 9, lid 6; Hamsterwet, art. 4, lid 1
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur met betrekking tot de bestemming van krachtens een van de noodwetten van 1939 verbeurdverklaarde landbouwgoederen
Periode: 1939–
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 11, lid 4; Distributiewet 1939, art. 18, lid 7; Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939, art. 15, lid 2
Waardering: B, 1 en 5
Handeling: Het voor benoeming door de Kroon voordragen van Provinciale Voedselcommissarissen
Periode: 1938–
Grondslag: (vanaf 1963) Noodwet voedselvoorziening, art. 2, lid 1
Product: besluiten tot ontslag/benoeming van Provinciale Voedselcommissarissen (bijv. Stcrt. 1997, 97; Stcrt. 1998, 196)
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het aanwijzen van Voedselcommissarissen belast met de uitvoering van de bepalingen van de Noodwet voedselvoorziening
Periode: 1938–
Grondslag: (vanaf 1963) Noodwet voedselvoorziening, art. 3
Product: o.a. Beschikking aanwijzing voedselcommissarissen (Stcrt. 1965, 141), Beschikking Aanwijzing voedselcommissarissen ’s-Gravenhage (Stcrt. 1970, 73)
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het vaststellen van het ambtsgebied van Voedselcommissarissen
Periode: 1938–
Grondslag: (vanaf 1963) Noodwet voedselvoorziening, art. 2, lid 2, en art. 3
Product: O.a. Beschikking Ambtsgebied voedselcommissarissen Noord-Brabant en Gelderland (Stcrt. 1970, 95)
Opmerking: Meestal gebeurt dit in dezelfde beschikking als de aanwijzing van de Voedselcommissaris. Het ambtsgebied kan een provincie zijn of een daarvan afwijkend gebied. Van 1954 tot 1964 bestond er een Plancommissie voor de Dienst van de Provinciale Voedselcommissarissen (PVC’s). Deze was belast met het adviseren ten aanzien van het jaarplan van werkzaamheden van de dienst van de PVC’s en de organisatie van de dienst.
Waardering: B, 5
Handeling: Het in buitengewone omstandigheden vaststellen van regels betreffende het voortbrengen, be- en verwerken, te koop aanbieden, enz. van landbouwproducten
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 6
Opmerking: Het gaat hier om dezelfde activiteiten als in art. 13 Landbouwwet genoemd worden, vermeerderd met: inzamelen en verpakken. Behalve wanneer het landsbelang zich daartegen zou verzetten, diende de minister ,tot 1995, over dergelijke regels de in belangrijke mate betrokken productschappen en bedrijfschappen te horen.
Waardering: B, 1 en 6
Handeling: Het vaststellen van regels betreffende het betalen van een geldsom voor het voortbrengen, be- en verwerken, te koop aanbieden, enz. van landbouwproducten
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 8, lid 1
Opmerking: Het gaat hierbij om betalingen voor handelingen die worden genoemd in artikel 6.
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het vaststellen van (groepen van) gevallen die in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke restitutie van geldsom die is betaald voor het voortbrengen, be- en verwerken, te koop aanbieden, enz. van landbouwproducten
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 8, lid 2
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het geheel of gedeeltelijk restitueren van een geldsom die is betaald voor het voortbrengen, be- en verwerken, verhandelen, enz. van landbouwproducten
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 8, lid 2
Waardering:
Handeling: Het in buitengewone omstandigheden vaststellen van regels betreffende de prijzen voor landbouwproducten
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 7, lid 1
Opmerking: In het algemeen zal het vooral gaan om producenten- en handelarenprijzen, terwijl de consumentenprijzen doorgaans worden vastgesteld door de minister van Economische Zaken.
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het in buitengewone omstandigheden vaststellen van regels betreffende het bereiden, vervaardigen, in voorraad hebben, te koop aanbieden, enz. van grond- en hulpstoffen, werktuigen, machines, merktekens, enz. die worden gebruikt in relatie tot landbouwproducten
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 9
Opmerking: Behalve wanneer het landsbelang zich daartegen zou verzetten, diende de minister (tot 1995) over dergelijke regels de in belangrijke mate betrokken product- en bedrijfschappen te horen.
Waardering: B, 1 en 6
Handeling: Het in buitengewone omstandigheden vaststellen van regels betreffende het ter beschikking houden van landbouwproducten en goederen voor, dan wel het inleveren bij een door de minister aan te wijzen lichaam, orgaan of persoon
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 10, lid 1
Opmerking: Behalve wanneer het landsbelang zich daartegen zou verzetten, diende de minister over dergelijke regels de in belangrijke mate betrokken product- en bedrijfschappen te horen.
Waardering: B, 1 en 6
Handeling: Het toekennen van vergoedingen naar aanleiding van het in buitengewone omstandigheden verplicht ter beschikking houden of inleveren van landbouwproducten en goederen
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 10, lid 3 en 4
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het verlenen en intrekken van ontheffingen en vergunningen met betrekking tot regelgeving ingevolge de Noodwet voedselvoorziening
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 11
Opmerking: De minister kan hieraan (beperkende) voorwaarden verbinden.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het stellen van regels betreffende het verplicht bijhouden en verstrekken van gegevens ten aanzien van de activiteiten als bedoeld in de artikelen 6 en 9 van de Noodwet voedselvoorziening
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 12, lid 1
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het in buitengewone omstandigheden geheel of gedeeltelijk schorsen van verordeningen van product- of bedrijfschappen en het vaststellen van vervangende regels
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 13
Opmerking: Het gaat om verordeningen krachtens de Noodwet voedselvoorziening, de Landbouwwet, de Wet op de bedrijfsorganisatie of het instellingsbesluit van het betrokken bedrijfslichaam.
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur vaststellen in welke gevallen voor het opstellen van noodmaatregelen op het gebied van de voedselvoorziening overeenstemming met de minister van Economische Zaken vereist is
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 6, lid 4, na wijziging lid 3, art. 7, lid 2, art. 9, lid 2, art. 10, lid 2, en art. 12, lid 2
Waardering: B, 1 en 6
Handeling: Het bij beschikking vorderen van de medewerking van een orgaan van een product- of bedrijfschap bij de uitoefening van bevoegdheden krachtens de Noodwet voedselvoorziening
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 15, lid 1
Opmerking: De gevorderde medewerking kan bestaan uit het opstellen van verordeningen.
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het goedkeuren van regels die product- of bedrijfschappen in buitengewone omstandigheden hebben opgesteld voor de uitvoering van de Noodwet voedselvoorziening
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 15, lid 2
Opmerking: De goedkeuring van de minister van Economische Zaken is noodzakelijk wanneer de beschikking waarbij de medewerking is ingeroepen, in overeenstemming met de minister van Economische Zaken is vastgesteld.
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels voor tegemoetkoming in de kosten van de gevorderde medewerking met betrekking tot de voedselvoorziening in buitengewone omstandigheden
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 17
Waardering: B, 5
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)