Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Politie 1945–1993 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
Handeling: het bepalen dat een groep van het korps rijkspolitie meer gemeenten omvat indien de voor een gemeente vastgestelde organieke sterkte te gering is voor een eigen groep
Grondslag: art. 13 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Waardering: B5
Handeling: het geven van opdracht tot beveiliging van aangewezen personen aan de officier van Justitie (Dienst Persoonsbeveiliging)
Bron: Staatsalmanak voor het Koninkrijk der Nederlanden 1993, p. K 15
Periode: 1945–1993
Waardering: B5
Handeling: het indelen van onderdelen van het korps rijkspolitie die niet gemeentegewijs zijn ingedeeld
Grondslag: art. 15 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), gewijzigd bij Wet 20 december 1968 (Stb. 734)
Periode: 1958–1993
Product: Bijvoorbeeld: Beschikking organisatie korps rijkspolitie van 27 december 1957, Nr. 5 P 1638.
Waardering: B4
Handeling: het verenigen in districten van rijkspolitiegroepen die meer gemeenten omvatten met de daarvoor in aanmerking komende onderdelen van de rijkspolitie
Grondslag: art. 16.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), gewijzigd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)
Periode: 1958–1993
Waardering: B4
Handeling: het verenigen van de eenheden waarin de Rijkspolitie te water is ingedeeld, in districten van de Rijkspolitie te water
Grondslag: art. 16.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), gewijzigd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)
Periode: 1969–1993
Waardering: B4
Handeling: het bepalen van de grenzen van de districten van rijkspolitie
Grondslag: art. 16.3 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), gewijzigd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)
Periode: 1958–1993
Waardering: B4
Handeling: het bepalen van de totale sterkte, de sterkte van de onderdelen en de rangindeling van het korps rijkspolitie en voor zoveel nodig van de reserve-rijkspolitie
Grondslag: art. 18.1 Wet Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Waardering: Rangen: V, 10 jaar
Sterkte: B5
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels terzake van de bepaling van een minimumsterkte voor groepen van de rijkspolitie
Grondslag: art. 19.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Waardering: B5
Handeling: het doen van voordracht tot KB inzake benoeming, schorsing en ontslag van de officieren van het korps Rijkspolitie
Grondslag: – art. 2.3a Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)
– art. 20a Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1945–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het benoemen, bevorderen, schorsen en ontslaan van ambtenaren van het korps rijkspolitie, niet zijnde officieren
Grondslag: – art. 2.3b Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)
– art. 20b Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1945–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie.
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het aanwijzen van een officier als districtscommandant, als commandant van de Algemene Verkeersdienst Rijkspolitie of als districtscommandant van de Rijkspolitie te water
Grondslag: art. 21.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), gewijzigd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)
Periode: 1958–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie.
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het indelen en plaatsen van officieren niet zijnde districtscommandanten
Grondslag: art. 21.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie.
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het indelen en plaatsen van politie-ambtenaren niet zijnde officier
Grondslag: art. 21.3 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie.
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het aanwijzen van een groepscommandant of een postcommandant, als bedoeld in art. 13 Politiewet 1957
Grondslag: art. 21.4 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie.
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het beslissen omtrent de aanwijzing van een groeps- of postcommandant als bedoeld in artikel 13 Politiewet 1957 bij gebrek aan overeenstemming tussen de Algemeen Inspecteur van het korps Rijkspolitie en de Procureur-Generaal, fungerend directeur van politie
Grondslag: art. 21.5 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het indelen en plaatsen van politieambtenaren in een groep of post als bedoeld in art. 13 Politiewet 1957
Grondslag: art. 21.6 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie.
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het doen van voordracht tot het bij AMvB vaststellen, wijzigen of intrekken van regels voor het korps rijkspolitie ten aanzien van rechtspositie, beëdiging, rangen, bezoldiging, tucht, benoembaarheidseisen en bevorderingseisen
Grondslag: art. 22.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Product: – Besluit Surveillancehonden Politie 1958 (Stcrt. 1957, 553).
– Rangenbesluit politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 549)
– Besluit benoemingseisen politieambtenaren 1958 (Stb. 1957, 550)
– Besluit bevorderingseisen hoger politiepersoneel (Stb. 1957, 552)
opmerking: - Zie voor de hieraan voorafgaande handeling paragraaf 3.2.1
– Zie voor de handelingen die uit bovenstaande producten voortvloeien de paragrafen 3.2.5 e.v.
Waardering: B5
Handeling: het doen van voordracht tot het bij AMvB vaststellen, wijzigen of intrekken van regels voor de onbezoldigde ambtenaren van het korps rijkspolitie en de reserve-rijkspolitie, ten aanzien van rechtspositie, beëdiging, rangen, bezoldiging, tucht, benoembaarheidseisen en bevorderingsvereisten
Grondslag: art. 22.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Product: – Besluit Reservepolitie 1958 (Stb. 1957, 559)
– Beloningsreglement reservepolitie (Stb. 1964, 474)
– Rechtspositieregeling onbezoldigde ambtenaren van het korps rijkspolitie (Stb. 1957, 557)
Opmerking: - Zie voor de hieraan voorafgaande handeling paragraaf 3.2.1
– Zie voor de handelingen die uit bovenstaande producten voortvloeien de paragraaf 3.2.6
Waardering: B5
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels voor (reserve-) rijkspolitie ten aanzien van, werving, opleiding en onderricht, kleding, bewapening en overige uitrusting, keuring en controle op lichamelijke en geestelijke geschiktheid
Grondslag: art. 23.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), gewijzigd bij wet van 12 juni 1990 (Stb. 414) en wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)
Periode: 1958–1993
Product: Bijvoorbeeld:
– Opleidings- en examenbeschikking reservepolitie 1982 (Stcrt. 1983, 23)
– Voorschrift Uniformkleding Korps Rijkspolitie 1965 (Beschikking van 15 juni 1965, APB 1965/16).
– Beschikking politiekledingcommissie (Stcrt. 1977, 186)
– Beschikking bewapening beroepspersoneel in politierang Korps Rijkspolitie (Stcrt. 1970, 31)
– Beschikking bewapening parketwachters, velddienstassistenten en reserve-rijkspolitie (Stcrt. 1972, 76)
– Bewapeningsbeschikking Rijkspolitie (Stcrt. 1988, 233)
Opmerking: - Zie voor de hieraan voorafgaande handeling paragraaf 3.2.1
– Zie voor de handelingen die uit bovenstaande producten voortvloeien de paragrafen 3.2.5 e.v.
Waardering: B5
Handeling: het verplichten van rijkspolitie-ambtenaar, door de Minister van Justitie benoemd, over te gaan naar een gemeentelijk politiekorps
Grondslag: art. 24.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het doen van voordracht tot KB inzake benoeming, bevordering, schorsing en ontslag van (hoofd)commissarissen van Rijkspolitie, waterschouten en inspecteurs-rijksrechercheurs
Grondslag: – art. 1d Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)
– art. 25.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), gewijzigd bij Wet van 24 oktober 1979 (Stb. 615) en bij Wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 326)
Periode: 1945–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het benoemen, bevorderen, schorsen en ontslaan van bijzondere ambtenaren van rijkspolitie, niet zijnde (hoofd)commissaris, waterschout of inspecteur-rijksrechercheur
Grondslag: – art. 1d Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)
– art. 25.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), gewijzigd bij Wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 326)
Periode: 1945–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het benoemen, bevorderen, schorsen en ontslaan van administratief-technische ambtenaren van rijkspolitie
Grondslag: art. 25a Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), ingevoegd bij Wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 326)
Periode: 1992–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het doen van voordracht tot het bij AMvB vaststellen, wijzigen of intrekken van regels voor de bijzondere ambtenaren van rijkspolitie ten aanzien van rechtspositie, beëdiging, rangen, bezoldiging, tucht, benoembaarheidseisen en bevorderingsvereisten
Grondslag: art. 26.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het geven van regels voor bijzondere ambtenaren van rijkspolitie ten aanzien van opleiding en onderricht, kleding, bewapening en overige uitrusting, keuring en controle op lichamelijke en geestelijke geschiktheid
Grondslag: art. 27 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het doen van voordracht tot het bij AMvB stellen van regels voor de administratief-technische ambtenaren van rijkspolitie inzake rechtspositie, beëdiging, bezoldiging, tucht en eisen van benoembaarheid
Grondslag: art. 27a.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), ingevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 326)
Periode: 1992–1993
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het voor de administratief-technische ambtenaren van rijkspolitie geven van regels inzake, opleiding en onderricht, kleding, bewapening en overige uitrusting, keuring en controle op lichamelijke en geestelijke geschiktheid
Grondslag: art. 27b Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), ingevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 326)
Periode: 1992–1993
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
7.1.2.5 Aanstelling en bevordering
Handeling: het doen van voordracht tot het in zeer bijzondere gevallen bij KB verlengen van de proeftijd van een bij KB te benoemen rijkspolitieambtenaar
Grondslag: – art. 2.3 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 2.3 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
Periode: 1953–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het in zeer bijzondere gevallen verlengen van de proeftijd van een niet bij KB te benoemen rijkspolitieambtenaar
Grondslag: art. 2.3 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
Periode: 1958–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van een model-aanstellingsakte van een rijkspolitieambtenaar
Grondslag: art. 4.1 ARRP (Stb. 1953, 75)
Periode: 1953–1957
Waardering: V, 5 jaar na wijziging
Handeling: het doen aanhouden van een ranglijst van bij KB benoemde (bijzondere) rijkspolitieambtenaren
Grondslag: – art. 6.1 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 6.1 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 6.1 ARBARP 1967 (Stb. 1967, 391)
– art. 6.1 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Opmerking: het betreft een lijst met namen
Waardering: B5
7.1.2.6 Bezoldiging
Handeling: het aanwijzen van een ambtenaar om een ambtenaar in hogere rang of functie volledig te vervangen en het toekennen van een tijdelijke vergoeding, voor zover het bij KB benoemde ambtenaren betreft
Grondslag: – art. 10.2 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 10.6 ARBARP 1967 (Stb. 1967, 391)
– art. 10.6 ARRP 1975 (Stb. 1975, 172)
Periode: 1958–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het beslissen of een ongehuwde (bijzondere) rijkspolitieambtenaar beschouwd wordt als enig kostwinner in verband met bezoldiging tijdens de vervulling van zijn dienstplicht
Grondslag: – art. 12.3 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 13.3 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 13.3 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
– art. 13.3 ARBARP 1967 (Stb. 1967, 391)
Periode: 1953–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het doen van voordracht tot het bij KB stellen van nadere regels omtrent de bezoldiging van politieambtenaren tijdens de vervulling van de dienstplicht
Grondslag: – art. 16.2 ARGP (Stb. 1953, 74)
– art. 16.2 ARRP (Stb. 1953, 75)
Periode: 1953–1957
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
7.1.2.7 Diensttijden
Handeling: het vaststellen van een dienstrooster voor de bijzondere ambtenaren van rijkspolitie en de Algemeen Inspecteur van het korps rijkspolitie
Grondslag: – art. 18.1 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 18.1 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1967–1993
Waardering: V, 5 jaar na wijziging
Handeling: het toekennen van een vergoeding of beloning aan een (bijzonder) ambtenaar van rijkspolitie voor werk buiten de vastgestelde diensttijden
Grondslag: – art. 18.1 en 18.4 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 19.1 en 19.4 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 19.2 en 21.2 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 19b.2 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van richtlijnen inzake de inrichting van de diensttijden en de uitvoering van de toekenning van vergoedingen voor overwerk aan (bijzondere) rijkspolitieambtenaren
Grondslag: – art. 18.4 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 19.4 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 21.2 en 39 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 18.5, 19b.3 19b.4 en 19e ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het bepalen dat de diensttijdenregeling niet van toepassing is op bijzondere ambtenaren van rijkspolitie die werkzaam zijn bij de Veiligheidsdienst van het Koninklijk Huis
Grondslag: art. 21.3 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
Periode: 1967–1976
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het toekennen van een overwerkvergoeding aan bijzondere ambtenaren van rijkspolitie die werkzaam zijn bij de Veiligheidsdienst van het Koninklijk Huis
Grondslag: art. 21.3 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
Periode: 1967–1976
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
7.1.2.8 Vakantie en verlof
Handeling: het verlenen van (buitengewoon) verlof aan (bijzondere) ambtenaren van rijkspolitie
Grondslag: – art. 30.1 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 46.3 en 48.2 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 20.2, 41.2 en 43.2 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels omtrent de diensttijd van ambtenaren van rijkspolitie ter vaststelling van verlof
Grondslag: art. 19.4 ARRP (Stb. 1953, 75)
Periode: 1953–1957
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere regels omtrent de toepassing van de bepaling omtrent vakantie, vakantie-uitkering en (bijzonder) verlof van (bijzondere) ambtenaren van rijkspolitie
Grondslag: – art. 34, 39, 50,2 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 44 en 55.2 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 32, 39, 50.2 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1958–1993
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het overeenstemmen met de Minister van Binnenlandse Zaken inzake de vaststelling, wijziging of intrekking van nadere regels omtrent de toepassing van de bepalingen omtrent vakantie, vakantie-uitkering en verlof van ambtenaren van gemeentepolitie
Grondslag: art. 34, 39, 50.2 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)
Periode: 1958–1993
Waardering: V, 5 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het geven van toestemming aan de algemeen inspecteur tot het verlenen van buitengewoon verlof van langer dan drie maanden aan ambtenaren van rijkspolitie
Grondslag: art. 43.2 en 53.1 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
Periode: 1958–1993
Waardering: V, 5 jaar
7.1.2.9 Ziekte en geneeskundige keuring
Handeling: het met betrekking tot politieambtenaren die bij KB benoemd zijn, doen van voordracht tot KB inzake het gelasten van een geneeskundig onderzoek
Grondslag: – art. 32.1, 33.1, 35.3, 39, 40.1, 40.2 ARGP (Stb. 1953, 74)
– art. 32.1, 33.1, 35.3, 39, 40.1, 40.2 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 59.1, 60.1, 62.3, 66, 67.1 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)
Periode: 1953–1993
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het gelasten van een geneeskundig onderzoek van (bijzondere) ambtenaren van rijkspolitie
Grondslag: – art. 59.1, 60.1, 62.3, 66, 67.1 en 67.2 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 64.1, 65.1, 71 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art 58 t/m 71 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1958–1993
Opmerking: In het ARRP 1975 is bepaald dat de Minister zich hierbij bedient van de bedrijfsgeneeskundige dienst. Bij heronderzoek laat hij zich adviseren door een commissie van geneeskundigen.
Waardering: V, 10 jaar na afronding onderzoek
Handeling: het aanwijzen van een geneeskundige voor het jaarlijks onderzoek van (bijzondere) ambtenaren van rijkspolitie naar het voorkomen van tuberculose
Grondslag: – art. 34 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 61 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 66 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
Periode: 1953–1975
Waardering: V, 5 jaar na aanwijzing
Handeling: het aanwijzen van een of meer geneeskundigen voor herkeuring van bijzondere ambtenaren van rijkspolitie
Grondslag: art. 76.3 en 72. ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
Periode: 1967–1975
Waardering: V, 5 jaar na aanwijzing
Handeling: het in bijzondere gevallen bepalen dat de bezoldiging tijdens afwezigheid door ziekte betaald wordt aan een ander dan de (bijzonder) ambtenaar van rijkspolitie die is aangesteld bij KB
Grondslag: – art. 43 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 70 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 75 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 63.1 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van voorschriften omtrent hernieuwd of periodiek geneeskundig onderzoek van ambtenaren van rijkspolitie
Grondslag: art. 65.4 of art. 66.3 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1975–1993
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
7.1.2.10 Overige rechten en plichten
Handeling: het een (bijzondere) rijkspolitieambtenaar verplichten of ontheffen van de verplichting te wonen in een bepaald deel van de gemeente die hem als standplaats is aangewezen
Grondslag: – art. 56.1 of 56.2 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 85.2 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 83.2 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het detacheren van een ambtenaar van gemeentepolitie bij het Korps Rijkspolitie of van een ambtenaar van het Korps Rijkspolitie bij een gemeentelijk politiekorps
Grondslag: – art. 58 ARGP (Stb. 1953, 74)
– art. 58 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 85 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)
– art. 85 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 85 ARRP 1975 (Stb. 1977, 1772)
Periode: 1953–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het te zijner beschikking stellen van een ambtenaar van rijkspolitie
Grondslag: art. 60 ARRP (Stb. 1953, 75)
Periode: 1953–1957
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het verlenen of intrekken van een machtiging aan een (bijzonder) ambtenaar van rijkspolitie tot het bekleden van een openbaar ambt waartoe de benoeming niet bij KB geschiedt
Grondslag: – art. 63.1 en 63.2 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 89.1 en 89.2 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 89 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 89.1 en 89.2 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het verlenen of intrekken van een machtiging aan een (bijzonder) ambtenaar van rijkspolitie tot het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van derden
Grondslag: – art. 64.2 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 90.2 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 90.2 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 90.2 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het aan een (bijzonder) ambtenaar van rijkspolitie verlenen van ontheffing van een verbod op inwoning
Grondslag: – art. 66 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 91 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 91 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het bepalen dat een politie-ambtenaar die op kosten van het Ministerie van Justitie een opleiding heeft genoten, de opleidingskosten terug dient te betalen wanneer hij binnen drie jaar de dienst verlaat
Grondslag: – art. 95.2 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 94a.2 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1967–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels ten aanzien van de berekening van opleidingskosten en de beperking van de betalingsplicht
Grondslag: – art. 95.2 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 94a.2 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1967–1993
Waardering: V 7 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het verplichten van een (bijzonder) ambtenaar van rijkspolitie tot vergoeding van door de dienst geleden schade indien deze schade aan hem te wijten is
Grondslag: – art. 70.1 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 95.1 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 96.1 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 95.1 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het doen aanhouden van beoordelingslijsten van de bij KB aangestelde ambtenaren van rijkspolitie
Grondslag: – art. 74.1 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 99.1 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 99.1 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het (verlenen van machtiging tot het) aan een (bijzondere) ambtenaar van rijkspolitie toekennen van een beloning wegens bijzondere verdiensten
Grondslag: – art. 77.3 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 101.4 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 103.4 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 101.4 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: het aan een bij KB benoemde (bijzondere) ambtenaar van rijkspolitie toekennen van een huldeblijk bij zijn ambtsjubileum
Grondslag: – art. 77 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 102.1 en 102.3 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 104.1 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 102.1 en 102.3 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels omtrent de diensttijd ter vaststelling van ambtsjubilea van (bijzondere) ambtenaren van rijkspolitie
Grondslag: – art. 77.6 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 102.4 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 104.4 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 102.4 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
7.1.2.11 Straffen
Handeling: het opleggen van straffen aan bij KB benoemde (bijzondere) ambtenaren van rijkspolitie
Grondslag: – art. 79.2 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 104.2 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 106.2 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 104.2 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
7.1.2.12 Schorsing en ontslag
Handeling: het voorbereiden van bij KB te stellen regels voor de werkwijze van de commissie bedoeld in het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie en het Ambtenarenreglement voor het Korps Rijkspolitie
Grondslag: – art. 93.5 ARGP (Stb. 1953, 74)
– art. 93.3 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 120.5 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)
– art. 119.5 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 121.5 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 119.3 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het doen van voordracht tot het bij KB benoemen van de (plaatsvervangende) leden en (plaatsvervangende) secretaris van de commissie bedoeld in het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie en het Ambtenarenreglement voor het Korps Rijkspolitie
Grondslag: art. 3.2 en 4 Besluit van 28 januari 1993 (Stb. 1993, 102)
Periode: 1993
Waardering: V, 10 jaar na benoeming
Handeling: het bepalen dat in afwachting van de schorsing van een niet bij KB benoemde ambtenaar van rijkspolitie voorlopig buiten functie gesteld wordt
Grondslag: – art. 110.2 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 111.2 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1958–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het (doen van voordracht tot het bij KB) opschorten van de ingangsdatum van het ontslag bij pensionering van (bijzondere) ambtenaren van rijkspolitie
Grondslag: – art. 117.3 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 114a.3 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1967–1993
Waardering: KB: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Overig: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het toestaan van uitzondering op de regel dat de vrouwelijke ambtenaar van rijkspolitie eervol ontslag verleend wordt daags na haar huwelijk
Grondslag: – art. 92.2 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 118.2 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
Periode: 1953–1975
Waardering: B5
Handeling: het verlenen van medewerking of machtiging tot het in bijzondere gevallen verlenen van eervol ontslag aan een niet bij KB benoemde ambtenaar van rijkspolitie
Grondslag: art. 93.3 of art. 95.1 ARRP (Stb. 1953, 75)
Periode: 1953–1957
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het doen van voordracht tot het treffen van een regeling of het treffen van een regeling waarbij een (bijzondere) ambtenaar van rijkspolitie die wegens bijzondere omstandigheden eervol is ontslagen een redelijke uitkering verzekerd wordt
Grondslag: – art. 95.2 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 121.2 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 123.2 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 121.2 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Waardering: V 7 jaar
Handeling: het bepalen dat de laatste bezoldiging van een overleden (bijzondere) ambtenaar van rijkspolitie uitgekeerd wordt voor de betaling van ziekte- en begrafeniskosten indien de overleden ambtenaar geen directe erfgenamen nalaat
Grondslag: – art. 97.3 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 123.3 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 125.3 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 123.3 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Waardering: V, 7 jaar na overlijden
Handeling: het verlenen van een vergoeding aan de achterblijvende gezinsleden van een overleden (bijzondere) ambtenaar van rijkspolitie indien zij de ambtswoning binnen de gestelde termijn verlaten
Grondslag: – art. 98 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 124 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 126.2 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 124 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Waardering: V, 7 jaar na overlijden
Handeling: het bij vermissing van een ambtenaar van rijkspolitie bepalen van de dag waarop hij geacht wordt te zijn overleden, of het uitbetalen van de bezoldiging indien hij nog in leven blijkt
Grondslag: art. 125a.1 en 125a.2 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1975–1993
Waardering: B5
Handeling: het (doen van voordracht tot het) stellen van nadere algemene regels ter uitwerking of aanvulling van het ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie
Grondslag: art. 101 ARGP (Stb. 1953, 74)
Periode: 1953–1957
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
7.1.2.13 Handelingen ingevolge het Besluit Reserve Rijks- en gemeentepolitie
Handelingen voortvloeiend uit de regelingen op grond van artikel 4 Politiebesluit en de artikelen 4.2, 6.2, 10.2 en 22.2 Politiewet.
Handeling: het in bijzondere omstandigheden in werkelijke rijkspolitiedienst oproepen van vrijwilligers voor de Rijkspolitie
Grondslag: – art. 2.1a, 3 en art. 5 Besluit Reserve Rijks- en gemeentepolitie 1948 (Stb. 1948, I 350)
– art. 4a, 5.2b, 7 en c, 20.2b en c Besluit Reservepolitie 1954 (Stb. 1954, 363)
– art. 4a, 5.2b en c, 22,2b en c en 7 Besluit Reservepolitie 1958 (Stb. 1957, 559)
– art. 2.2, 5 en art. 10 en art. 17 Rechtstoestandregeling reservepolitie (Stb. 1964, 473)
Periode: 1948–1993
Waardering: B6
Handeling: het bepalen van een tijdstip waarop de verbintenissen vervallen met vrijwilligers van wie het verband, aangegaan onder een vorige regeling, van kracht is gebleven.
Grondslag: – art. 14.4 Besluit Reservepolitie 1954 (Stb. 1954, 363)
– art. 25.2 Besluit Reservepolitie 1958 (Stb. 1957, 559)
– art. 53.2 Rechtstoestandregeling reservepolitie (Stb. 1964, 473)
Periode: 1954–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van medische eisen waaraan vrijwilligers van reservepolitie moeten voldoen
Grondslag: – art. 3.1c en 17.1c Besluit Reservepolitie 1954 (Stb. 1954, 363)
– art. 3.1c en 19.1b Besluit Reservepolitie 1958 (Stb. 1957, 559)
– art. 4.1c Rechtstoestandregeling reservepolitie (Stb. 1964, 473)
Periode: 1954–1993
Waardering: V, 5 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het in overeenstemming met de Minister van Defensie bepalen dat bepaalde categorieën van personen die tot zee-, land,- of luchtmacht behoren kunnen worden aangeworven als vrijwilliger van reserve-rijkspolitie
Grondslag: art. 4.1d en 40b Rechtstoestandregeling reservepolitie (Stb. 1964, 473)
Periode: 1964–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels inzake de vaststelling en toekenning van vergoedingen, beloningen en gratificaties voor vrijwilligers in werkelijke rijkspolitiedienst
Grondslag: – Besluit Reserve Rijks- en gemeentepolitie (Stb. 1948, I 350)
– Besluit Reservepolitie 1954 (Stb. 1954, 363), 1958 (Stb. 1957, 559)
– Rechtstoestandregeling reservepolitie (Stb. 1964, 473)
– Beloningsreglement reserve-politie (Stb. 1964, 474)
Periode: 1948–1993
Product: Bijvoorbeeld:
– Beschikking oefenvergoeding leden reserve-politie (Stcrt. 1976, 208)
– Maximumuitkeringsbeschikking reserve-politie 1969 (Stcrt. 1969, 160)
– Beschikking vakantiebonnen reserve-politie (Stcrt. 1969, 160)
– Gratificatiebeschikking Reservepolitie
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het uitvoeren van de regels inzake de vaststelling en toekenning van vergoedingen, beloningen en gratificaties voor vrijwilligers in werkelijke rijkspolitiedienst
Grondslag: – Beschikking oefenvergoeding leden reserve-politie (Stcrt. 1976, 208)
– Maximumuitkeringsbeschikking reserve-politie 1969 (Stcrt. 1969, 160)
– Beschikking vakantiebonnen reserve-politie (Stcrt. 1969, 160)
– Gratificatiebeschikking Reservepolitie
Periode: 1948–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van andere rechten en verplichtingen voor de vrijwilliger van politie
Grondslag: art. 38 Rechtstoestandregeling reservepolitie (Stb. 1964, 473)
Periode: 1964–1993
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking,
Handeling: het uitvoeren van het Besluit adviesraden burgerlijke reserve-organen voor wat vrijwilligers bij de reservepolitie betreft
Grondslag: Besluit adviesraden burgerlijke reserve-organen (Stb. 1964, 478)
Periode: 1965–1993
Waardering: V, 10 jaar
7.1.2.14 Surveillancehonden
Handelingen voortvloeiend uit regelingen die zijn vastgesteld op grond van artikel 4.1 van het Politiebesluit en de artikelen 6.1, 22.1 van de Politiewet 1957.
Handeling: het verlenen of intrekken van toestemming tot het gebruik van een eigen surveillancehond door ambtenaren van het korps rijkspolitie
Grondslag: – art. 2 of 3.2 Besluit Surveillancehonden Politie (Stb. 1951, 143), 1958 (Stcrt. 1957, 553)
– Beschikking gebruik surveillancehonden door velddienstassistenten (Stcrt 1973, 48)
Periode: 1951–1993
Waardering: V 5 jaar
Handeling: het aanwijzen van een rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging welke het africhten van honden voor surveillancedienst tot doel heeft
Grondslag: art. 3.1 Besluit Surveillancehonden Politie (Stb. 1951, 143), 1958 (Stcrt. 1957, 553)
Periode: 1951–1993
Waardering: V 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het vaststellen van een gemeenschappelijke beschikking inzake een vergoeding als tegemoetkoming in de kosten van aanschaf, onderhoud en africhting van een hond die in de politiedienst gebruikt wordt
Grondslag: art. 4.3 Besluit Surveillancehonden Politie 1958 (Stcrt. 1957, 553)
Periode: 1958–1993
Waardering: V 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het toekennen van een vergoeding als tegemoetkoming in de kosten van aanschaf, onderhoud en africhting van een hond die in de politiedienst gebruikt wordt
Grondslag: – art. 4.1 en 4.2 Besluit Surveillancehonden Politie (Stb. 1951, 143)
– Beschikking tegemoetkoming surveillancehonden politie dd. 7/17 februari 1975, nr. 162 S 575/EA75/225
– Beschikking tegemoetkoming surveillancehonden politie 1977 (Stcrt. 1978, 15)
– Beschikking tegemoetkoming surveillancehonden politie 1982 (Stcrt. 1983, 21)
– Beschikking renteloos voorschot aankoop surveillancehonden politie (Stcrt. 1978, 43)
Periode: 1951–1993
Waardering: V 7 jaar
Handeling: het goedkeuren van de bij het geschiktheidsonderzoek van surveillancehonden te stellen eisen en van de aanwijzing van africhters
Grondslag: art. 3.3 Besluit Surveillancehonden Politie (Stb. 1951, 143), 1958 (Stcrt. 1957, 553)
Periode: 1951–1993
Waardering: V10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere voorschriften ter uitvoering van het Besluit Surveillancehonden Politie
Grondslag: art. 3.1 en 5 Besluit Surveillancehonden Politie (Stb. 1951, 143), 1958 (Stcrt. 1957, 553)
Periode: 1951–1993
Waardering: V10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het uitvoeren van de Beschikking Surveillancehonden politie en de Beschikking Surveillancehonden Korps rijkspolitie
Grondslag: – Beschikking surveillancehonden politie 1958 (Stcrt. 1957, 252)
– Beschikking Surveillancehonden Korps rijkspolitie (Stcrt. 1958, 40/58; 203/58)
Periode: 1951–1993
Waardering: V10 jaar na wijziging of intrekking
7.1.2.15 Geneeskundige verzorging
Handelingen voortvloeiend uit regelingen die zijn vastgesteld op grond van artikel 4.1f Politiebesluit en de artikelen 6.1, 22.1 en 26.1 Politiewet
Handeling: het instellen van een ziekenfonds voor het politiepersoneel.
Grondslag: – Voorlopige Beschikking Kosten Geneeskundige Verzorging, 15 maart 1946
– Besluit tot instelling van de Dienst Geneeskundige Verzorging voor de Politie
Waardering: B4
Handeling: het bepalen dat het Besluit Geneeskundige Verzorging Politie van toepassing is op andere dan in het besluit genoemde groepen ambtenaren of arbeidscontractanten
Grondslag: – art. 2.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22), zoals bijgevoegd bij KB van 4 maart 1952 (Stb. 1952, 96)
– art. 1.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)
– art. 2.2 en 2.3 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)
– art. 2.3 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)
Periode: 1952–1993
Waardering: V, 2 jaar na wijziging
Handeling: het geven van nadere aanwijzingen omtrent hetgeen onder een volledige dagtaak dient te worden verstaan van deelnemers van het ziekenfonds
Grondslag: – art. 2.4 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607), zoals gewijzigd bij KB van 7 september 1974 (Stb. 1974, 555)
– art. 5.1b Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)
Periode: 1975–1993
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: het nader aanwijzen van uitkeringen, toelagen en dergelijke die tot de bezoldiging van politie-ambtenaren gerekend worden
Grondslag: – art. 3.II.a.3 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22), zoals bijgevoegd bij KB van 24 september 1957 (Stb. 1957, 392)
– art. 1.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)
Periode: 1957–1971
Waardering: V 7 jaar
Handeling: het beslissen dat wanneer op grond van het besluit GVP 1984 het deelnemerschap dan wel de hoedanigheid van gezinslid zou moeten worden beëindigd, de betrokkene als deelnemer of gezinslid in de zin van dit besluit gehandhaafd blijft
Grondslag: art. 6.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)
Periode: 1984–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere regels volgens welke aan (gepensioneerde) politieambtenaren een uitkering inzake geneeskundige verzorging wordt toegekend
Grondslag: – art. 3.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie (Stb. 1949, J 171)
– art. 7.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22)
– art. 6.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)
– art. 6.1 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel (Stb. 1954, 95)
– art. 6.1 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 555)
– art. 4.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)
– art. 7.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)
Periode: 1949–1993
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het uitvoeren van de Uitvoeringsbeschikkingen GVP en Regelingen GVP
Grondslag: – Eerste Uitvoeringsbeschikking Geneeskundige Verzorging Politie 1951 en 1958 (Stcrt. 1957, 252)
– Regeling geneeskundige verzorging politie 1975 (Stcrt. 1974, 250)
Periode: 1949–1993
Waardering: V 10 jaar
Handeling: het toekennen van vergoedingen van of tegemoetkomingen in de kosten voor geneeskundige verzorging van politieambtenaren
Grondslag: – art. 3.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie (Stb. 1949, J 171)
– art. 7.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22)
– art. 6.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)
– art. 2.1 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel (Stb. 1954, 95)
– art. 2.1 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 555)
– art. 4.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)
– art. 7.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)
Periode: 1949–1993
Waardering: V 7 jaar
Handeling: het vaststellen van een modelverklaring inzake de aanvraag van een uitkering ter tegemoetkoming in de kosten van geneeskundige verzorging voor gepensioneerde politieambtenaren
Grondslag: – art. 4.1 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel (Stb. 1954, 95)
– art. 4.1 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 555)
Periode: 1949–1971
Waardering: V 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels volgens welke de Dienst Geneeskundige Verzorging Politie de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken bijstaat bij de uitvoering van de besluiten inzake de geneeskundige verzorging van de politie
Grondslag: – art. 8 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie (Stb. 1949, J 171)
– art. 4.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22)
– art. 3.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)
– art. 8.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)
– art. 10.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)
– art. 3 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel (Stb. 1954, 95)
– art. 3 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 555)
Periode: 1949–1993
Waardering: V10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het geven van aanwijzingen aan de commissie GVP inzake het beheer van de DGVP (behalve het comptabele beheer)
Grondslag: art. 1.1 Instructie voor de commissie GVP (Stcrt, 1953, 62), (Stcrt 1957, 252), (Stcrt. 1972, 194)
Periode: 1953–1993
Waardering: V10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het goedkeuren van de begroting, het jaarverslag en de jaarrekening van de Commissie GVP
Grondslag: art. 11 of 12 Instructie voor de commissie GVP (Stcrt, 1953, 62), (Stcrt 1957, 252), (Stcrt. 1972, 194)
Periode: 1953–1993
Waardering: B3: jaarverslag
Overige neerslag: V, 7 jaar
Handeling: het instellen van een commissie die leiding geeft aan de Dienst Geneeskundige Verzorging Politie
Grondslag: – art. 9.1 of 10 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie (Stb. 1949, J 171)
– art. 5.1 en 5.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22)
– art. 4.1 en 4.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)
– art. 9 en 10 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)
– art. 11.2, 11.4, 11.5 en 12 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)
Periode: 1949–1993
Waardering: B4
Handeling: het vaststellen of wijzigen van het percentage van de bijdrage aan de DGVP voor een deelnemer, die het lichaam dat belast is met de uitbetaling van de bezoldiging verhaalt op de deelnemer, en het vaststellen van een maximumbedrag waarboven de betaling niet geschiedt
Grondslag: – art. 11 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22)
– art. 7.4 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel (Stb. 1954, 95)
– art. 10 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)
– art. 7.3 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 555)
– art. 7.4 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)
– art. 9.4 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), vernummerd tot art. 9.1 en 9.4 bij KB van 3 april 1989 (Stb. 1989, 87)
Periode: 1951–1993
Product: Bijvoorbeeld:
– Tweede Uitvoeringsbeschikking Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stcrt. 1957, 252)
– Tweede Uitvoeringsbeschikking Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel 1958 (Stcrt. 1957, 252)
– Tweede Uitvoeringsbeschikking Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stcrt. 1971, 238)
– Derde Uitvoeringsbeschikking Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stcrt. 1971, 255)
– Beschikking premie en plafonds GVP 1975 (Stcrt. 1975, 166), en opeenvolgende jaren
Waardering: V10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het vaststellen of wijzigen van een percentage van de heffingsgrondslag dat de bijdrage aan de DGVP voor een deelnemer bedraagt
Grondslag: art. 9.3 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), zoals gewijzigd bij KB van 3 april 1989 (Stb. 1989, 87)
Periode: 1989–1993
Waardering: V10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels omtrent de berekening en wijze van betaling en verhaal van de eigen bijdrage in de kosten van geneeskundige verzorging
Grondslag: – art. 7.4 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel (Stb. 1954, 95)
– art. 7.5 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 555)
– art. 7.4 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)
– art. 9.8 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), vernummerd tot art. 9.7 bij KB van 3 april 1989 (Stb. 1989, 87)
Periode: 1954–1993
Waardering: V10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het vaststellen van het nominale bedrag dat een deelnemer verschuldigd is aan de DGVP, en van de wijze waarop en de termijnen waarin het nominale bedrag door de deelnemer dient te worden afgedragen
Grondslag: art. 9.8 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), zoals gewijzigd KB van 3 april 1989 (Stb. 1989, 87)
Periode: 1989–1993
Waardering: V10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het vaststellen van peildata vanaf wanneer een deelnemer een nominale bijdrage verschuldigd is
Grondslag: art. 9.10 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), zoals bijgevoegd bij KB van 3 april 1989 (Stb. 1989, 87)
Periode: 1989–1993
Waardering: V10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van voorschriften ter uitvoering of nadere regeling van de geneeskundige verzorging voor gepensioneerden
Grondslag: – art. 11 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel (Stb. 1954, 95)
– art. 7.5 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 555)
Periode: 1954–1971
Waardering: V10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het geven van regels over de wijze waarop beroep moet worden ingesteld, behandeld en geregeld
Grondslag: – art. 10a.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607), zoals ingevoegd bij KB van 7 september 1974 (Stb. 1974, 555), en gewijzigd bij KB van 31 mei 1979 (Stb. 1979, 783)
– art. 15 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), vervallen bij KB van 15 januari 1993 (Stb. 1993, 93)
Periode: 1975–1993
Waardering: B5
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels over de samenstelling van de commissie van beroep GVP
Grondslag: art. 10a.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607), zoals gewijzigd bij KB van 31 mei 1979 (Stb. 1979, 783)
Periode: 1980–1984
Waardering: V, 2 jaar na wijziging
Handeling: het benoemen, schorsen en ontslaan van (plaatsvervangende) leden, het aanwijzen van de (plaatsvervangend) voorzitter alsmede het toevoegen van een (waarnemend) secretaris van de Commissie van beroep GVP
Grondslag: – art. 10a.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607), zoals ingevoegd bij KB van 7 september 1974 (Stb. 1974, 555), en gewijzigd bij KB van 31 mei 1979 (Stb. 1979, 783)
– art. 14.1 en 14.4 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), vervallen bij KB van 15 januari 1993 (Stb. 1993, 93)
– art. 2.1 of 3 Regeling instellen van beroep (Stcrt. 1980, 30)
Periode: 1980–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
7.1.2.16 Bezoldiging
Handelingen voortvloeiend uit regelingen die zijn vastgesteld op grond van de artikelen 6.1, 22.1 en 26.1 Politiewet.
Handeling: het voor de rijkspolitie vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere regels ter uitvoering van het bezoldigingsreglement politie
Grondslag: – art. 8.3 en 20.1 Bezoldigingsreglement Politie (Stb. 1947, H 111)
– art. 22.4 Bezoldigingsreglement Politie 1948 (Stb. 1948, I 151)
– art. 11.1 en 21.4 Bezoldigingsreglement Politie 1949 (Stb. 1949, J 502)
– art. 13 Toelagebesluit politie (Stb. 1951, 328)
– art. 27 Bezoldigingsregeling politie 1954/1956 (Stb. 1956, 368)
– art 11.4b en art. 32 Bezoldigingsreglement politie 1958 (Stb. 1959, 25)
– art. 1.1 Besluit toekenning extra salarisanciënniteit politieambtenaren (Stb. 1962, 74)
Periode: 1946–1993
Waardering: V 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het bij gemeenschappelijke beschikking treffen van bijzondere regelingen of bepalingen ter uitvoering van het bezoldigingsreglement politie
Grondslag: – art. 6a Bezoldigingsreglement Politie 1949 (Stb. 1949, J 502, zoals toegevoegd Stb. 1954, 197)
– art. 4 Eerste aanvulling Bezoldigingsreglement Politie 1949 (Stb. 1954, 198)
– art. 8 en art. XVIII Bezoldigingsregeling politie 1954/1956 (Stb. 1956, 368)
– art. 8, 21d en art. 37 Bezoldigingsreglement politie 1958 (Stb. 1959, 25)
– art. 3 KB van 21 december 1972 houdende vaststelling van regelen tot toekenning van een uitkering-ineens aan het politiepersoneel (Stb. 1972, 770)
Periode: 1954–1993
Waardering: V 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het vaststellen, toekennen, verhogen of verlagen van het salaris, de salaris-anciënniteit, de toelagen en de kortingsbedragen van bij KB benoemde ambtenaren van rijkspolitie
Grondslag: – art. 4 Bezoldigingsreglement Politie 1948 (Stb. 1948, I 151)
– art. 4 Bezoldigingsreglement Politie 1949 (Stb. 1949, J 502)
– art. 3.1 Bezoldigingsregeling politie 1954/1956 (Stb. 1956, 368)
– art. 3 Bezoldigingsreglement politie 1958 (Stb. 1959, 25)
Periode: 1947–1993
Waardering: V7 jaar
Handeling: het vaststellen, toekennen, verhogen of verlagen van het salaris, de salaris-anciënniteit, de toelagen en de kortingsbedragen van niet bij KB benoemde ambtenaren van rijkspolitie
Grondslag: – art. 4 Bezoldigingsreglement Politie 1948 (Stb. 1948, I 151)
– art. 4 Bezoldigingsreglement Politie 1949 (Stb. 1949, J 502)
– art. 3.1 Bezoldigingsregeling politie 1954/1956 (Stb. 1956, 368)
– art. 3 Bezoldigingsreglement politie 1958 (Stb. 1959, 25)
Periode: 1947–1993
Waardering: V7 jaar
Handeling: het toekennen van een garantietoelage aan adspiranten van politie
Grondslag: art. III Bezoldigingsreglement politie 1958 (Stb. 1959, 25), zoals bijgevoegd bij KB van 10 januari 1974 (Stb. 1974, 51)
Periode: 1974–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het overeenstemmen met de Minister van Binnenlandse Zaken inzake de toekenning van een vaste toelage aan ambtenaren van gemeentepolitie
Grondslag: art. 21b Bezoldigingsreglement politie 1958 (Stb. 1959, 25), zoals toegevoegd bij KB van 7 januari 1963 (Stb. 1963, 3)
Periode: 1963–1993
Waardering: V5 jaar
Handeling: het ten aanzien van rijkspolitie beslissen in gevallen waarin het bezoldigingsreglement politie niet voorziet
Grondslag: – art. 23.1 Bezoldigingsreglement Politie (Stb. 1947, H 111)
– art. 29.1 Bezoldigingsreglement Politie 1948 (Stb. 1948, I 151
Periode: 1946–1956
Waardering: V, 10 jaar na beslissing
Handeling: het toekennen van gratificaties op grond van het Gratificatiebesluit Politie
Grondslag: Gratificatiebesluit Politie 1948 (Stb. 1948, I 353), 1949 (Stb. 1949, J 330), 1950 (Stb. 1950 K 250), 1951 (Stb. 1952, 189), 1952 (Stb. 1952, 470) en 1953 (1953, 282)
Periode: 1948–1953
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het toekennen van uitkeringen ineens aan politieambtenaren
Grondslag: bijvoorbeeld:
– KB van 21 december 1972, houdende vaststelling van regelen tot toekenning van een uitkering-ineens aan het politiepersoneel (Stb. 1972, 770)
– KB van 14 oktober 1991, houdende regels betreffende toekenning van een uitkering ineens aan ambtenaren van rijks- en gemeentepolitie voor 1989 en 1990 (Stb. 1991, 656)
Periode: 1945–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels over de vergoeding van verplaatsingskosten voor de politie
Grondslag: Verplaatsingskostenbesluit politie (Stb. 1992, 248)
Periode: 1992–1993
Waardering: V10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het toekennen van vergoedingen op grond van de Verplaatsingskostenregeling politie (Stcrt. 1992, 123)
Grondslag: Verplaatsingskostenregeling politie (Stcrt. 1992, 123)
Periode: 1992–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het uitvoeren van het verplaatsingskostenbesluit politie
Grondslag: Verplaatsingskostenbesluit politie (Stb. 1992, 248)
Periode: 1992–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het bepalen van de bedragen ter vergoeding van of tegemoetkoming in de opleidingskosten van een politieambtenaar
Grondslag: art. 3 en 4 Regeling vergoeding opleidingskosten politieambtenaren (Stb. 1961, 281)
Periode: 1961–1979
Waardering: V10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het toekennen van vergoedingen op grond van de Regeling vergoeding opleidingskosten politieambtenaren
Grondslag: Regeling vergoeding opleidingskosten politieambtenaren (Stb. 1961, 281)
Periode: 1961–1979
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
7.1.2.17 Georganiseerd Overleg
Handelingen voortvloeiend uit regelingen die zijn vastgesteld op grond van de artikelen 6.1, 22.1 en 26.1 Politiewet.
Handeling: Het instellen en opheffen van de Contactcommissie Politie
Grondslag: B. Reeder en D. Rook, Crescendo
Periode: 1946–1961
Opmerking: de voorzitter van de overheidsvertegenwoordiging is tevens de voorzitter van de commissie
Waardering: B4
Handeling: het aanwijzen van de overheidsvertegenwoordiging in de Commissie voor Georganiseerd Overleg in Politieambtenarenzaken (GOP)
Grondslag: art. 2.1a Regeling GOP (Stb. 1960, 623)
Periode: 1961–1974
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het aanwijzen van een ander dan de Directeur-Generaal voor Openbare Orde en Veiligheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken als voorzitter van het Georganiseerd Overleg
Grondslag: – art. 4.1 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
– art. 4.1 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
– art. 5.1 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)
Periode: 1974–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het aanwijzen van functionarissen die bij het Georganiseerd Overleg de voorzitter terzijde staan
Grondslag: – art. 4.2 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
– art. 4.3 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
– art. 5.4 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)
Periode: 1974–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het benoemen van de (adjunct)secretaris van de Commissie GOP
Grondslag: – art. 3 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)
– art. 4.4 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
– art. 4.5 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
– art. 5.6 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)
Periode: 1961–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het uitnodigen van een vertegenwoordiger van de burgemeesters van gemeenten met gemeentepolitie tot het bijwonen van het georganiseerd overleg
Grondslag: – art. 4.3 en 10.4 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
– art. 4.4 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1974–1993
Waardering: V 1 jaar
Handeling: het uitnodigen van een vertegenwoordiger van het LSOP tot het bijwonen van het Georganiseerd Overleg als waarnemer
Grondslag: art. 5.5 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)
Periode: 1990–1993
Waardering: V 1 jaar
Handeling: het benoemen van twee (plaatsvervangende) bijzondere leden van de commissies voor Georganiseerd Overleg voor de behandeling van geschillen inzake het overleg met de commissies
Grondslag: – art. 13e.2 en 13e.6 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571), zoals ingevoegd bij Besluit van 16 februari 1989 (Stb. 1989, 83)
– art. 17.2 en 17.6 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)
Periode: 1989–1993
Waardering: V 7 jaar na ontslag uit de commissie
Handeling: het doen van voordracht tot KB inzake het tot de commissie GOP toelaten, schorsen of intrekken van de toelating van representatieve ambtenarenverenigingen
Grondslag: – art. 4.1d en 4.2 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)
– art. 2.4f en 3.2 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
– art. 3.1e en 3.3 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1961–1993
Waardering: V 10 jaar
Handeling: het uitsluiten van een lid van de personeelsvertegenwoordiging van deelname aan het Georganiseerd Overleg
Grondslag: – art. 4.4 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)
– art. 3.4 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
– art. 3.5 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
– art. 4.1 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)
Periode: 1961–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het aanwijzen van de voorzitter, de leden en de (adjunct)secretaris van het overleg met de commissie-afdeling voor aangelegenheden die alleen ambtenaren van rijkspolitie betreffen
Grondslag: – art. 6.2 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)
– art. 6.2 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
– art. 6.2 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1961–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het verklaren dat een ambtenarenvereniging niet meer voldoende representatief is voor toelating tot de afdelingen
Grondslag: – art. 6.3 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)
– art. 6.3 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
– art. 6.3 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1961–1993
Waardering: V10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het alvorens te beslissen overleggen met de Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijke Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (CGO LOSP) over aangelegenheden van belang voor de rechtspositie van de ambtenaar die specifiek en uitsluitend verband houden met de verzelfstandiging van de uitvoering van taken op het gebied van werving, selectie en onderwijs voor de politie
Grondslag: art. 2.2 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie
Periode: 1990–1993
Waardering: V 10 jaar
Handeling: het aanwijzen van functionarissen voor vaste werkgroepen die tot taak hebben voorbereidende besprekingen te voeren of in het Georganiseerd Overleg genomen besluiten uit te werken
Grondslag: – art. 10.1 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
– art. 10.1 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
– art. 9.1 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)
Periode: 1974–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het alvorens te beslissen in aangelegenheden, welke van belang zijn voor de bijzondere rechtstoestand van respectievelijk de ambtenaren van rijks- en gemeentepolitie deze ter behandeling voorleggen aan de betreffende afdeling van de commissie GOP
Grondslag: – art. 7.1 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)
– art. 2.1 en 7.1 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
– art. 2.1 en 7.1 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1961–1993
Waardering: V 5 jaar
Handeling: het geven van opdrachten en aanwijzingen aan de overheidsvertegenwoording in de Commissie GOP
Grondslag: art. 7.6 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)
Periode: 1961–1974
Waardering: V 10 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere voorschriften ter uitvoering of aanvulling van het Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie
Grondslag: art. 75.1 en 75.5 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1985–1993
Waardering: V, 5 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere voorschriften inzake de dienstcommissie voor zover de bijzondere verhoudingen aan de primaire politie-opleiding daartoe aanleiding geven
Grondslag: art. 75.4 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1985–1993
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere voorschriften voor wat betreft het Korps Rijkspolitie ter uitvoering van het Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie, voor zover daarin niet door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken gezamenlijk is voorzien en voor zover het niet betreft de huishoudelijke gang van zaken in de dienstcommissie
Grondslag: art. 75.2 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1985–1993
Waardering: V, 5 jaar na wijziging of intrekking
7.1.2.18 Dienstcommissie
Handeling: het doen van voordracht tot het bij of krachtens KB instellen van dienstcommissies voor het Korps Rijkspolitie, voor de bijzondere ambtenaren van rijkspolitie en voor gemeentelijke politiekorpsen
Grondslag: art. 18 Regeling GOP (Stb. 1960, 623), gewijzigd en vernummerd tot art. 39 bij KB van 31 januari 1963 (Stb. 1963, 38)
Periode: 1961–1963
Waardering: V 10 jaar
Handeling: het doen van voordracht tot het bij afzonderlijk KB instellen van dienstcommissies voor onderdelen van het Korps Rijkspolitie en voor de bijzondere ambtenaren van rijkspolitie
Grondslag: art. 39 Regeling GOP (Stb. 1960, 623), zoals gewijzigd bij KB van 31 januari 1963 (Stb. 1963, 38)
Periode: 1963–1974
Waardering: V 10 jaar
Handeling: het vaststellen van een datum voor de verkiezing van leden van de (algemene) dienstcommissie
Grondslag: art. 20 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1985–1993
Waardering: V 5 jaar
Handeling: het uitsluiten van een lid van de personeelsvertegenwoordiging van de (algemene) dienstcommissie Korps Rijkspolitie
Grondslag: – art. 33.3 Regeling GOP, zoals ingevoegd bij KB van 31 januari 1962 (Stb. 1963, 38)
– art. 27.4 Regeling GOP 1974 (Stb. 1974, 52)
– art. 23.1 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1963–1993
Opmerking: In de periode 1963–1985 gold deze bevoegdheid alleen vertegenwoordigers van de algemene dienstcommissie. Vanaf 1985 betrof het ook de dienstcommissies bij diensteenheden.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: het goedkeuren van een reglement voor de (algemene) dienstcommissie
Grondslag: art. 24.5 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1985–1993
Waardering: V10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het beslissen inzake geschillen tussen het hoofd van een diensteenheid en de dienstcommissie
Grondslag: art. 25-28, 30.1, 31.2, 33.3, 38.5, 38.6 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1985–1993
Waardering: V, 10 jaar na afhandeling geschil
Handeling: het benoemen en ontslaan van de voorzitter en de leden alsmede hun plaatsvervangers van het College van Advies inzake het overleg met de dienstcommissies in de diensteenheden bij het Korps Rijkspolitie en bij de overige diensten en instellingen ressorterende onder de Directie Politie van het Ministerie van Justitie
Grondslag: art. 74.5 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1985–1993
Waardering: V 7 jaar
Handeling: het erop toezien dat kandidaten en (ex) leden van de dienstcommissie niet benadeeld worden in hun positie als ambtenaar
Grondslag: art. 29.1 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1985–1993
Waardering: V 10 jaar
Handeling: het zonodig treffen van voorzieningen alvorens het reglement van een dienstcommissie in werking treedt
Grondslag: art. 43 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1985–1993
Waardering: V 5 jaar
Handeling: het instellen van een algemene dienstcommissie voor het Korps Rijkspolitie
Grondslag: – art. 28 Regeling Georganiseerd Overleg in Politieambtenarenzaken (Stb. 1960, 623), zoals ingevoegd bij KB van 31 januari 1963 (Stb. 1963, 38)
– art. 16.1 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1963–1993
Waardering: B4
Handeling: het aanwijzen van een overheidsvertegenwoordiging in de Algemene Dienstcommissie Korps Rijkspolitie
Grondslag: art. 29.1 Regeling GOP, zoals ingevoegd bij KB van 31 januari 1962 (Stb. 1963, 38)
Periode: 1963–1974
Waardering: V7 jaar
Handeling: het aanwijzen van een plaatsvervangend voorzitter, een secretaris en zonodig een adjunct-secretaris van de Algemene dienstcommissie Korps Rijkspolitie
Grondslag: art. 30 en 31 Regeling GOP, zoals ingevoegd bij KB van 31 januari 1962 (Stb. 1963, 38)
Periode: 1963–1974
Waardering: V7 jaar
Handeling: het vaststellen van een reglement voor de werkwijze van de Algemene dienstcommissie Korps Rijkspolitie
Grondslag: art. 34 Regeling GOP, zoals ingevoegd bij KB van 31 januari 1962 (Stb. 1963, 38)
Periode: 1963–1974
Waardering: B5
Handeling: het voeren van overleg met de Algemene dienstcommissie Korps Rijkspolitie over onderwerpen die in algemene zin van belang zijn voor de uitvoering van beslissingen over aangelegenheden betreffende de rechtstoestand van ambtenaren van rijkspolitie, voor zover de behandeling niet is voorbehouden aan de Centrale Commissie voor Georganiseerd overleg in ambtenarenzaken, de commissie GOP of aan een afdeling daarvan
Grondslag: – art. 30 en 37 Regeling GOP, zoals ingevoegd bij KB van 31 januari 1962 (Stb. 1963, 38)
– art. 25 en 29.1 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
Periode: 1963–1985
Toelichting Hieronder valt ook het doen van mededeling door de Minister aan de Algemene
dienstcommissie Korps Rijkspolitie van beslissingen omtrent onderwerpen waarover deze dienstcommissie heeft geadviseerd
Waardering: B5
Handeling: het indelen van het Korps rijkspolitie in diensteenheden ten behoeve van de vorming van dienstcommissie
Grondslag: art. 26.4 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
Periode: 1974–1985
Waardering: V 5 jaar
Handeling: het bepalen dat overleg wordt gepleegd met een dienstcommissie indien minstens 30 % van de ambtenaren van rijkspolitie, werkzaam bij een diensteenheid, lid is van een toegelaten vereniging
Grondslag: art. 26.1 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
Periode: 1974–1985
Waardering: V5 jaar
Handeling: het instellen van dienstcommissies bij diensteenheden van het Korps Rijkspolitie en bij overige diensten en instellingen ressorterende onder de directie Politie van het Ministerie van Justitie
Grondslag: art. 14.1 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1985–1993
Waardering: B4
Handeling: het overleggen met een dienstcommissie voor een diensteenheid over onderwerpen die in algemene zin van belang zijn voor de uitvoering van beslissingen over aangelegenheden betreffende de rechtstoestand van ambtenaren van rijkspolitie, voor zover de behandeling niet is voorbehouden aan de Centrale Commissie voor Georganiseerd overleg in ambtenarenzaken, de commissie GOP of aan een afdeling daarvan
Grondslag: art. 29.2 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
Periode: 1974–1985
Waardering: V 10 jaar
Handeling: het aanwijzen van een (plaatsvervangend) voorzitter, van een secretaris en van ambtenaren die de voorzitter bijstaan in het overleg met een dienstcommissie van een diensteenheid
Grondslag: art. 29.2, 29.3 en 30 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
Periode: 1974–1985
Waardering: V 7 jaar
Handeling: het instellen van een dienstcommissie voor bijzondere ambtenaren van rijkspolitie indien minstens 30 % van de bijzondere ambtenaren van rijkspolitie lid is van een toegelaten vereniging
Grondslag: art. 37.1 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
Periode: 1974–1985
Waardering: V 10 jaar na opheffing
Handeling: het overleggen met een dienstcommissie voor bijzondere ambtenaren van rijkspolitie over onderwerpen die in algemene zin van belang zijn voor de uitvoering van beslissingen over aangelegenheden betreffende de rechtstoestand van bijzondere ambtenaren van rijkspolitie
Grondslag: art. 37.1 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
Periode: 1974–1985
Waardering: V 10 jaar
7.1.2.19 Bekwaamheid, benoeming, bevordering en opleiding
Handeling: het instellen en opheffen van commissies en werkgroepen met betrekking tot de inrichting van het politieonderwijs
Grondslag: begrotingen
Periode: 1945–1993
opmerkingen - Stuurgroep herziening Primaire Politieopleiding 16 oktober 1979
Waardering: B4
Handeling: het instellen van – en houden van toezicht op scholen voor de opleiding en het onderricht van rijkswege van het personeel van rijks- en gemeentepolitie
Grondslag: – art. 4.3 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)
Periode: 1945–1957
Waardering: B4
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van eisen waaraan kandidaten voor een aanstelling bij de politie moeten voldoen
Grondslag: – art. 1.1.3, art. 1.1.6, art. 3.1 en art. 3.4 Besluit aanstellingseischen politiepersoneel (Stb. 1947, H 146)
– art. 1.1c en 1.1i Besluit aanstellingseisen politieambtenaren (Stb. 1949, J 474)
– art. 1c en 2i Besluit benoemingseisen politieambtenaren 1958 (Stb. 1957, 550)
Periode: 1947–1993
Waardering: B5
Handeling: het laten verrichten van geneeskundig onderzoek
Grondslag: Bijvoorbeeld:
– Geneeskundige keuringsbeschikking gemeentepolitie (Stcrt, 1956, 220) en 1958 (Stcrt. 1957, 251)
– Geneeskundige keuringsbeschikking korps rijkspolitie 1963 (Stcrt. 1963, 212)
Periode: 1949–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het in bijzondere gevallen afwijken van de aanstellings-, bekwaamheids- of bevorderingseisen voor zover het de rijkspolitie betreft
Grondslag: – art. 1.2 en art. 4 Besluit aanstellingseischen politiepersoneel (Stb. 1947, H 146)
– art. 4 Besluit aanstellingseisen politieambtenaren (Stb. 1949, J 474)
– art. 6 Besluit benoemingseisen politieambtenaren 1958 (Stb. 1957, 550)
– art 1.5 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551
– art. 1.5 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)
– art. 2.5 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1964 (Stb. 1964, 397)
– Besluit bevorderingseisen hoger politiepersoneel (Stb. 1956, 369)
– Besluit bevorderingseisen hoger politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 552)
Periode: 1949–1993
Waardering: V 10 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere voorschriften met betrekking tot de examens voor de politievaardigheidsdiploma’s
Grondslag: – art. 4 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551)
– art. 4 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)
– art. 4.2 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1964 (Stb. 1964, 397)
Periode: 1953–1993
Waardering: B5
Handeling: het benoemen van de leden van de examencommissies voor de examens voor de politievaardigheidsdiploma’s
Grondslag: – art. 5.1 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551)
– art. 5.1 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)
– art. 5.1 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1964 (Stb. 1964, 397)
Periode: 1953–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het aanwijzen van gecommitteerden om toezicht te houden op de examens voor de politievaardigheidsdiploma’s
Grondslag: art. 5.1 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1964 (Stb. 1964, 397)
Periode: 1965–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het vaststellen van een vergoeding voor de leden van de examencommissies en de gecommitteerden
Grondslag: – art. 5.2 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551)
– art. 5.2 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)
– art. 5.2 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1964 (Stb. 1964, 397)
Periode: 1953–1993
Waardering: V7 jaar
Handeling: het aanwijzen van de examenplaatsen
Grondslag: – art. 6.1 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551)
– art. 6.1 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)
Periode: 1953–1964
Waardering: V7 jaar
Handeling: het vaststellen van een bedrag voor het examengeld
Grondslag: – art. 6.2 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551)
– art. 6.2 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)
– art. 6.1 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1964 (Stb. 1964, 397)
Periode: 1953–1993
Waardering: V7 jaar
Handeling: het comptabel beheren van de examenkosten
Grondslag: – art. 6.3 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551)
– art. 6.3 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)
Periode: 1953–1964
Waardering: V7 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van het programma van het examen voor het politievaardigheidsexamen
Grondslag: – art. 7 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551)
– art. 7 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)
Periode: 1953–1964
Waardering: V10 jaar
Handeling: het aanwijzen van een taalexamen
Grondslag: – art. 8 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551)
– art. 8 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)
– art. 4.1 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1964 (Stb. 1964, 397)
Periode: 1953–1993
Waardering: V7 jaar
Handeling: het vaststellen van de beschikking primair politie-onderwijs
Grondslag: Beschikking primair politie-onderwijs (Stcrt. 1983, 214)
Periode: 1983–1993
Waardering: B5
7.1.2.20 Algemeen Politieblad
351.
Handeling: het uitgeven van het Algemeen Politieblad (APB)
Grondslag: – circulaire van de Minister van Justitie van 10 maart 1947 Pol. Kab 3022 (APB 1947, 11)
– art. 1 Beschikking Algemeen Politieblad (Stcrt. 1975, 204)
Periode: 1947–1993
Waardering: B5: publicaties / eindproducten
V 7 jaar
352.
Handeling: het benoemen van de leden van de Adviescommissie APB
Grondslag: art. II Beschikking instelling Adviescommissie APB (APB 1947, 16)
Periode: 1947–1975
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het benoemen en ontslaan van de voorzitter en de leden van de redactieraad van het APB en van een eindredacteur
Grondslag: art. 6, 7.1, 8.1 Beschikking Algemeen Politieblad (Stcrt. 1975, 204)
Periode: 1975–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het aan de redactieraad beschikbaar stellen van financiële middelen ten behoeve van de uitgave van het APB
Grondslag: art. 3 Beschikking Algemeen Politieblad (Stcrt. 1975, 204)
Periode: 1975–1993
Waardering: V 7 jaar
Handeling: het benoemen en ontslaan van een secretaris van de redactieraad van het APB en het voorzien in het functioneren van het secretariaat
Grondslag: art. 9.1 Beschikking Algemeen Politieblad (Stcrt. 1975, 204)
Periode: 1975–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
7.1.2.21 Opleiding hogere politieambtenaren
Handeling: het uitoefenen van het comptabel beheer van het Rijksinstituut tot opleiding van hogere ambtenaren voor het korps rijkspolitie en de gemeentepolitie
Grondslag: art. 14 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
Periode: 1949–1963
Waardering: V 7 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels over de taak, samenstelling en werkwijze van het curatorium NPA
Grondslag: art. 20.2 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)
Periode: 1979–1992
Waardering: B5
Handeling: het benoemen of ontslaan van de leden van de Raad van Beheer Rijksopleidingsinstituut
Grondslag: art. 2.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
Periode: 1949–1963
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het benoemen en ontslaan van de voorzitter, de leden en de secretaris van de Raad van Bestuur
Grondslag: art. 3.3 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
Periode: 1963–1973
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het benoemen en ontslaan van de voorzitter, de leden en de secretaris van het Curatorium voor de NPA
Grondslag: – art. 3.2 en 4.1 Beschikking Curatorium NPA (Stcrt. 1973, 217 en Stcrt.1978, 220)
– art. 19.2 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)
Periode: 1973–1992
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het benoemen, aanstellen, schorsen of ontslaan van de (onder)directeur en docerend personeel van het Rijksopleidingsinstituut
Grondslag: – art. 3.1 en 3.5 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 2 Ambtenarenreglement Rijksinstituut hogere politieambtenaren (Stb. 1963, 104)
Periode: 1949–1992
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het vaststellen van de dienstkleding van leerlingen van de NPA
Grondslag: – art. 14 Ambtenarenreglement Rijksinstituut hogere politieambtenaren (Stb. 1963, 104)
– art. 8 Ambtenarenreglement NPA 1971 (Stb. 1973, 119)
– art. 11 Ambtenarenreglement NPA 1979 (Stb. 1980, 215)
Periode: 1963–1992
Waardering: V7 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van de instructie voor de Raad van Beheer, de (onder)directeur en de leraren van het Rijksopleidingsinstituut
Grondslag: – art. 4 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 7 Ambtenarenreglement Rijksinstituut hogere politieambtenaren (Stb. 1963, 104)
Periode: 1949–1963
Waardering: V 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het afwijken van de eisen tot toelating tot de opleiding aan het Rijksopleidingsinstituut
Grondslag: – art. 5.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 12.3 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
– Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)
Periode: 1949–1992
Waardering: V 10 jaar
Handeling: het beslissen over toelating van leerlingen tot de opleiding aan de NPA
Grondslag: – art. 2 Beschikking toelating NPA (Stcrt. 1973, 249)
– art. 6 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)
– art. 5 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)
Periode: 1973–1992
Waardering: V 7 jaar
Handeling: het benoemen en ontslaan van de voorzitter, de leden en de secretaris van de commissie van voorbereiding
Grondslag: – art. 5.3 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 13.2 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
Periode: 1949–1973
Waardering: V 10 jaar
Handeling: het benoemen en ontslaan van de voorzitter, de (buitengewone) leden en de secretaris van de selectiecommissie
Grondslag: – art. 5.1 Beschikking toelating NPA (Stcrt. 1973, 249)
– art. 9.1 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)
– art. 7.1 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)
Periode: 1973–1992
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere regels met betrekking tot de samenstelling en werkwijze van de selectiecommissie en de subcommissies
Grondslag: – art. 4.1 Beschikking toelating NPA (Stcrt. 1973, 249)
– art. 8 en 9.4 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)
– art. 7.1 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)
Periode: 1973–1992
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het vaststellen of goedkeuren van het leerplan van het Rijksopleidingsinstituut/NPA
Grondslag: – art. 6.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 16 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
– art. 12.1 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)
– art. 11 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)
Periode: 1949–1992
Waardering: V 10 jaar
Handeling: het verlenen van ontheffing van de verplichting tot het betalen van schoolgeld
Grondslag: – art. 7.1 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 17 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
Periode: 1949–1980
Waardering: V7 jaar
Handeling: het verlenen van vrijstelling van het afleggen van examens in bepaalde vakken alsmede van het volgen van opleidingsonderdelen
Grondslag: – art. 16 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)
– art. 14 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)
Periode: 1979–1992
Waardering: V 10 jaar
Handeling: het goedkeuren van door de directeur van de NPA vastgestelde regels omtrent voortgang, doublering en beëindiging van de studie
Grondslag: art. 15.1 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)
Periode: 1990–1992
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het ontzeggen van verdere deelneming aan de opleiding
Grondslag: art. 16.1b en 16.2 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)
Periode: 1990–1992
Waardering: V 7 jaar
Handeling: het beslissen op een bezwaarschrift van een leerling tegen het door de directeur uitgebrachte advies omtrent beëindiging van de studie
Grondslag: art. 17.3 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)
Periode: 1990–1992
Waardering: V 7 jaar
Handeling: het aanwijzen van een examencommissie
Grondslag: – art. 10.1 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 20.1 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
Periode: 1949–1967
Waardering: V 10 jaar
Handeling: het aanwijzen van anderen dan de (plaatsvervangend) directeur en leraren van het rijksopleidingsinstituut tot lid van de examencommissie
Grondslag: art. 20.3c Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75), zoals gewijzigd Stcrt. 1967, 113)
Periode: 1967–1980
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het aanwijzen van een commissie van gecommitteerden om toezicht te houden op het afnemen van de examens
Grondslag: – art. 20.4 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75), zoals toegevoegd 1967, 113
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)