Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Politie 1945–1993 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
Grondslag: art. 10.4 Besluit reorganisatiekosten politie (Stb. 1993, 216)
Periode: 1993
Waardering: V, 10 jaar
8.1.8.2 Handelingen ingevolge het Besluit overleg en Medezeggenschap Reorganisatie Politiebestel
(art. 15 WTVRP)
Handeling: het voeren van overleg met de Buitengewone Commissie voor Georganiseerd Overleg over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, die specifiek en uitsluitend betrekking hebben op de reorganisatie van de politie
Grondslag: art. 2.1 Besluit overleg en Medezeggenschap Reorganisatie Politiebestel (Stb. 1991, 675)
Periode: 1992–1993
Waardering: B1,5
Handeling: het uitvoeren van het Besluit overleg en Medezeggenschap Reorganisatie Politiebestel (Stb. 1991, 675)
Grondslag: Besluit overleg en Medezeggenschap Reorganisatie Politiebestel (Stb. 1991, 675)
Periode: 1992–1993
Waardering: V, 10 jaar
8.1.8.3 Bijzondere Taken van de Commissaris van de Koningin en de Procureur-Generaal, fungerend
directeur van politie
(art 51-54 PW)
Handeling: het erop toezien dat de politie in zijn ambtsgebied haar taken met betrekking tot de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en ter uitvoering van wettelijke voorschriften, met de uitvoering waarvan de Minister van Justitie is belast, naar behoren vervult.
Grondslag: – art. 11.1 en 12 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)
– art. 52 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals gewijzigd bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576)
Periode: 1945–1993
Waardering: V, 15 jaar
Handeling: het de Minister van Justitie ervan in kennis stellen wanneer hem blijkt dat de politie haar taak niet op juiste wijze vervult
Grondslag: – art. 11.4 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)
– art. 53.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1945–1993
Waardering: B4
Handeling: het voeren van overleg met de Commissaris van de Koningin inzake de politie en de vervulling van haar taak
Grondslag: – art. 11.2 en art. 14 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)
– art. 54.1 en 54.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1945–1993
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het overleggen met zijn ambtgenoten indien de Minister van Justitie dat wenselijk acht
Grondslag: art. 11.3 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)
Periode: 1945–1957
Waardering: V, 10 jaar
8.2 Actor: Adviescommissies verkeerstoezicht
Handeling: het gevraagd of ongevraagd adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken met betrekking tot bestuurlijke, justitiële of politie-technische aangelegenheden van verkeerstoezicht
Grondslag: art. 34i.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)
Periode: 1969–1993
Waardering: B1
8.3 Actor: Commissie Politiewetgeving (commissie Langemeyer)
Handeling: het evalueren van de politiewetgeving
Grondslag: Beschikking instelling commissie politiewetgeving van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken d.d. 1 oktober 1948 (APB 1948, 22)
Periode: 1948
Waardering: B2
8.4 Actor: Stuurgroep Reorganisatie Politie
Handeling: het gevraagd of ongevraagd adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over aangelegenheden met betrekking tot het reorganisatieproces
Grondslag: art. 2 Instellingsbeschikking stuurgroep reorganisatie politie (Stcrt. 1990, 52) (Stcrt. 1991, 168)
Periode: 1990–1993
Waardering: B1
8.5 Actor: Commissie onderzoek kosten gemeentepolitie (Commissie Van Tuyll)
Handeling: het adviseren van de Ministers van Binnenlandse Zaken en van Financiën over maatregelen om een verantwoord evenwicht te verkrijgen tussen de uitkeringen en uitgaven voor gemeentelijke materiële politiekosten
Grondslag: art. 2 van de instellingsbeschikking van de Ministers van Binnenlandse Zaken en van Financiën (Stcrt. 172, 1975)
Periode: 1975-1979
Waardering: B5
8.6 Actor: Begeleidingscommissie samenwerking politie
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over de verschillende vormen van samenwerking tussen rijkspolitie en gemeentepolitie alsmede tussen gemeentelijke politiekorpsen en het evalueren van de praktische uitwerking van de adviezen
Grondslag: art. 2 beschikking Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken, respectievelijk van 27 april 1978 en 24 mei 1978 (Stcrt. 105, 1978)
Periode: 1978–1993
Waardering: B1
8.7 Actor: Centrale Commissie Misdaadvoorkoming
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over het te voeren beleid inzake misdaadvoorkoming
Grondslag: – art. 8 Regeling politiële misdaadvoorkoming (Stcrt. 4, 1980)
– art. 2 Beschikking instelling Centrale Commissie Misdaadvoorkoming (Stcrt. 4, 1980)
Periode: 1980–1993
Waardering: B1
8.8 Actor: Politiekledingcommissie
Handeling: het adviseren van de Minister van Binnenlandse Zaken en van Justitie over het systeem van kledingverstrekking en de inhoud en kwaliteit van de kledingpakketten
Grondslag: Beschikking Politiekledingcommissie (Stcrt. 1977, 186), ingetrokken en opnieuw vastgesteld bij de Kledingbeschikking Politie 1980 (Stcrt. 1980, 234) en Kledingregeling Politie 1987 (Stcrt. 1987, 118)
Periode: 1977–1993
Waardering: B5
Handeling: het houden van toezicht op het systeem van kledingverstrekking en de inhoud en kwaliteit van de kledingpakketten
Grondslag: Beschikking Politiekledingcommissie (Stcrt. 1977, 186), ingetrokken en opnieuw vastgesteld bij de Kledingbeschikking Politie 1980 (Stcrt. 1980, 234) en Kledingregeling Politie 1987 (Stcrt. 1987, 118)
Periode: 1977–1993
Waardering: B5: jaarverslagen
V, 10 jaar: overig
8.9 Actor: Commissie Geneeskundige Verzorging Politie
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken inzake de bepaling van groepen ambtenaren of arbeidscontractanten op wie het besluit geneeskundige verzorging politie van toepassing is
Grondslag: – art. 2.2 en 2.3 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)
– art. 2.3 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)
Periode: 1971–1993
Waardering: B5
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken dat wanneer op grond van het besluit GVP 1984 het deelnemerschap dan wel de hoedanigheid van gezinslid zou moeten worden beëindigd, de betrokkene als deelnemer of gezinslid in de zin van dit besluit gehandhaafd blijft.
Grondslag: art. 6.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)
Periode: 1984–1993
Waardering: V 5 jaar
Handeling: het beheren van de Dienst Geneeskundige Verzorging Politie
Grondslag: – art. 9.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie (Stb. 1949, J 171)
– art. 4.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22)
– art. 4.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)
– art. 9 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)
– art. 11.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)
– art. 1.2 Instructie voor de commissie GVP (Stcrt, 1953, 62), (Stcrt 1957, 252), (Stcrt. 1972, 194)
Periode: 1949–1993
Waardering: B5: de notulen en de begrotingen, jaarverslagen en de jaarrekeningen van de Commissie
V, 10 jaar: overig
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken omtrent de geneeskundige verzorging van de politie
Grondslag: – art. 9.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie (Stb. 1949, J 171)
– art. 4.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22)
– art. 4.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)
– art. 9 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)
– art. 11.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)
– art. 1.2 Instructie voor de commissie GVP (Stcrt, 1953, 62), (Stcrt 1957, 252), (Stcrt. 1972, 194)
Periode: 1949–1993
Waardering: B1
Handeling: het aanwijzen van een plaatsvervangend voorzitter en een secretaris
Grondslag: – art. 9.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607), zoals gewijzigd bij KB van 31 mei 1979 (Stb. 1979, 783)
– art. 11.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)
– art. 6 of 7 Instructie voor de commissie GVP (Stcrt, 1953, 62), (Stcrt 1957, 252), (Stcrt. 1972, 194)
Periode: 1979–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken inzake de benoeming, schorsing en ontslag van adviseurs of medewerkers en de administrateur van de commissie GVP
Grondslag: – art. 10 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie (Stb. 1949, J 171)
– art. 4.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22)
– art. 4.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)
– art. 9.3 en 10 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)
– art. 11.4 en 12 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)
Periode: 1949–1984
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het afwikkelen van de opheffing per 1 april 1946 van het Nederlands Politieziekenfonds en van de opheffing per 1 januari 1949 van het Fonds Geneeskundige Verzorging.
Grondslag: art. 11 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie (Stb. 1949, J 171)
Periode: 1949–1951
Waardering: B4: opheffingsbesluit
Overig: V, 10 jaar na opheffing
Handeling: het doen van een voorstel aan de Minister van Binnenlandse Zaken over de vaststelling of wijziging van het percentage van de bijdrage aan de DGVP voor een deelnemer, die het lichaam dat belast is met de uitbetaling van de bezoldiging verhaalt op de deelnemer
Grondslag: – art. 11 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22)
– art. 7.4 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel (Stb. 1954, 95)
– art. 10 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)
– art. 7.3 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 555)
– art. 7.4 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)
– art. 9.4 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), vernummerd tot art. 9.1 en 9.4 bij KB van 3 april 1989 (Stb. 1989, 87)
Periode: 1951–1993
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: het doen van een voorstel aan de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over de vaststelling of wijziging van het percentage van de heffingsgrondslag dat de bijdrage aan de DGVP voor een deelnemer moet bedragen
Grondslag: art. 9.3 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), zoals gewijzigd bij KB van 3 april 1989 (Stb. 1989, 87)
Periode: 1989–1993
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over de wijze waarop en de termijnen waarin het nominale bedrag dat een deelnemer verschuldigd is aan de DGVP dient te worden afgedragen
Grondslag: art. 9.8 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), zoals gewijzigd KB van 3 april 1989 (Stb. 1989, 87)
Periode: 1989–1993
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken inzake de vaststelling van peildata vanaf wanneer een deelnemer een nominale bijdrage verschuldigd is
Grondslag: art. 9.10 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), zoals bijgevoegd bij KB van 3 april 1989 (Stb. 1989, 87)
Periode: 1989–1993
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: het in beroep oordelen over geschillen terzake van de uitkeringen van vergoedingen en tegemoetkomingen
Grondslag: art. 10a.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607), zoals ingevoegd bij KB van 7 september 1974 (Stb. 1974, 555) en vervallen bij KB van 31 mei 1979 (Stb. 1979, 783)
Periode: 1975–1980
Waardering: V, 10 jaar na afhandeling geschil
8.10 Actor: Commissie van beroep Geneeskundige Verzorging Politie
Handeling: het beslissen over geschillen tussen de deelnemer en de commissie GVP inzake de toepassing van de uitvoeringsregelen
Grondslag: – art. 10a Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607), zoals gewijzigd bij KB van 31 mei 1979 (Stb. 1979, 783)
– art. 13 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), vervallen bij KB van 15 januari 1993 (Stb. 1993, 93)
Periode: 1980–1993
Waardering: V, 10 jaar na afhandeling geschil
8.11 Actor: Commissie Georganiseerd Overleg Politie
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken inzake de benoeming van de secretaris van de Commissie GOP
Grondslag: – art. 4.4 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
– art. 4.5 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1974–1993
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken inzake de voorgenomen uitsluiting van een lid van de personeelsvertegenwoordiging van deelname aan het Georganiseerd Overleg
Grondslag: – art. 4.4 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)
– art. 3.4 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
– art. 3.5 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
– art. 4.1 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)
Periode: 1961–1993
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het leveren van bijdragen aan het overleg over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van politieambtenaren en het behandelen van de onderwerpen die haar door deze Ministers zijn voorgelegd
Grondslag: – art. 7.1 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)
– art. 2.1 en 7.1 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
– art. 2.1 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (BOM) (Stb. 1985,
Periode: 1961–1993
Waardering: B5: notulen
V, 10 jaar: overig
Handeling: het adviseren van de Centrale Commissie over alle onderwerpen die haar door deze zijn voorgelegd
Grondslag: art. 7.4 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)
Periode: 1961–1974
Waardering: B5
Handeling: het overleggen met de Minister van Justitie inzake de vaststelling van een datum voor de verkiezing van leden van de (algemene) dienstcommissie
Grondslag: art. 20 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1985–1993
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: het adviseren van de Minister van Justitie inzake de voorgenomen uitsluiting van een lid van de personeelsvertegenwoordiging in de (algemene) dienstcommissie Korps Rijkspolitie
Grondslag: – art. 33.3 Regeling GOP, zoals ingevoegd bij KB van 31 januari 1962 (Stb. 1963, 38)
– art. 27.4 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
– art. 23.2 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1963–1985
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het adviseren van de Minister van Justitie omtrent het treffen van voorzieningen voor het functioneren van een dienstcommissie, voordat het reglement van een dienstcommissie in werking treedt
Grondslag: art. 43 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1985–1993
Waardering: V 10 jaar
Handeling: het adviseren van de Minister van Justitie inzake de vaststelling van een reglement voor de werkwijze van de Algemene dienstcommissie Korps Rijkspolitie
Grondslag: art. 34 Regeling GOP, zoals ingevoegd bij KB van 31 januari 1962 (Stb. 1963, 38)
Periode: 1963–1974
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het voorbereiden van besluiten van de Minister van Binnenlandse Zaken over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, inclusief de algemene regels voor het voeren van het personeelsbeleid;
het leveren van bijdragen aan het overleg met de Centrale Commissie voor georganiseerd overleg in ambtenarenzaken (CGOA) over nieuwe beleidsvoornemens voor politiepersoneelsaangelegenheden
Grondslag: art. 3 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 (Stb. 216)
Periode: 1994–
Waardering: B 1
Handeling: het leveren van bijdragen aan het overleg met de Minister van Binnenlandse Zaken over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, inclusief de algemene regels voor het voeren van het personeelsbeleid
Grondslag: art. 3.1 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 (Stb. 216)
Periode: 1994–
Waardering: B 1
Handeling: het al dan niet overeenstemmen met de Minister van Binnenlandse Zaken over voorstellen tot invoering of wijziging van een regeling met rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren
Grondslag: art. 3.3 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 (Stb. 216)
Periode: 1994–
Waardering: V 5 jaar
Actor: Commissie Georganiseerd Overleg LSOP
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken inzake de voorgenomen uitsluiting van een lid van de personeelsvertegenwoordiging van deelname aan het Georganiseerd Overleg
Grondslag: – art. 4.4 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)
– art. 3.4 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
– art. 3.5 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
– art. 4.1 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)
Periode: 1990–1993
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het leveren van bijdragen aan het overleg met de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over aangelegenheden van belang voor de rechtspositie van de ambtenaar die specifiek en uitsluitend verband houden met de verzelfstandiging van de uitvoering van taken op het gebied van werving, selectie en onderwijs voor de politie
Politie
Grondslag: art. 2.2 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijke Selectie- en Opleidingsinstituut Politie
Periode: 1990–1993
Waardering: V, 10 jaar
8.12 Actor: Buitengewone Commissie voor Georganiseerd Overleg
Handeling: het overleggen met de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, die specifiek en uitsluitend betrekking hebben op de reorganisatie van de politie
Grondslag: art. 2.1 Besluit overleg en Medezeggenschap Reorganisatie Politiebestel (Stb. 1991, 675)
Periode: 1992–1993
Waardering: B5
8.13 Actor: College van Advies Georganiseerd Overleg
Handeling: het adviseren van de Minister van Justitie inzake de voorgenomen uitsluiting van een lid van de personeelsvertegenwoordiging in de (algemene) dienstcommissie Korps Rijkspolitie
bij het Korps Rijkspolitie en bij de overige diensten en instellingen ressorterende onder de Directie Politie van het Ministerie van Justitie
Grondslag: – art. 33.3 Regeling GOP, zoals ingevoegd bij KB van 31 januari 1962 (Stb. 1963, 38)
– art. 27.4 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)
– art. 23.2 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1985–1993
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het adviseren van de Minister van Justitie over een voorgenomen onthouding van goedkeuring van een reglement voor de (algemene) dienstcommissie
bij het Korps Rijkspolitie en bij de overige diensten en instellingen ressorterende onder de Directie Politie van het Ministerie van Justitie
Grondslag: art. 24.5 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1985–1993
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het adviseren van de Minister van Justitie omtrent geschillen tussen het hoofd van een diensteenheid en de dienstcommissie
bij het Korps Rijkspolitie en bij de overige diensten en instellingen ressorterende onder de Directie Politie van het Ministerie van Justitie
Grondslag: art. 25-28, 30.1, 31.2, 33.3, 38.5 en 74.10 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)
Periode: 1985–1993
Waardering: B5
8.14 Actor: Commissie als bedoeld in het Ambtenarenreglement voor de politie
Handeling: het adviseren van het bevoegd gezag over het voornemen een disciplinaire straf op te leggen aan bij KB benoemde ambtenaren
Grondslag: Ambtenarenreglement voor het Korps Rijkspolitie , art. 2 Besluit van 28 januari 1993 (Stb. 1993, 102)
Periode: 1993–
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het adviseren van de Minister-president, de Minister van Binnenlandse Zaken of de Minister van Justitie omtrent het ontslag van een ambtenaar van politie indien uit zijn gedragingen van zodanige gezindheid blijkt dat er geen voldoende waarborg aanwezig is dat hij zijn plicht getrouwelijk zal vervullen
Grondslag: – art. 93.3 ARGP (Stb. 1953, 74)
– art. 93.3 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 120.3 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)
– art. 119.3 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 121.3 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 119.2 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
– art. 2 Besluit van 28 januari 1993 (Stb. 1993, 102)
Periode: 1953–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
8.15 Actor: Commissie KLPD
Handeling: het overleggen met de Minister van Justitie over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, die specifiek en uitsluitend betrekking hebben op de reorganisatie van de politie, uitsluitend het KLPD betreffen en die bovendien niet ontleend zijn aan het overleg met de Buitengewone Commissie voor Georganiseerd overleg
Grondslag: art. 2.3 Besluit overleg en Medezeggenschap Reorganisatie Politiebestel (Stb. 1991, 675)
Periode: 1992–1993
Waardering: V, 10 jaar
8.16 Actor: Commissie van Advies Politiepersoneel
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over voorlichting en werving van lager politiepersoneel
Grondslag: art. I Beschikking instelling Commissie van Advies Politiepersoneel (Stcrt. 1966, 244)
Periode: 1966–1991
Waardering: B5
8.17 Actor: Centrale wervingscommissie gemeentepolitie
Handeling: het ontwerpen van plannen en procedures voor wervingsvoorlichting, werving en voorselectie van adspiranten van gemeentepolitie
Grondslag: art. 1 Beschikking instelling Centrale wervingscommissie gemeentepolitie (Stcrt. 1972, 82)
Periode: 1972–1991
Waardering: B5
8.18 Actor: Raad van Beheer Rijksopleidingsinstituut
Handeling: het voeren van het beheer van het Rijksinstituut tot opleiding van hogere ambtenaren voor het korps rijkspolitie en de gemeentepolitie
tot opleiding van hogere ambtenaren voor het korps rijkspolitie en de gemeentepolitie)
Grondslag: art. 2.1 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
Periode: 1949–1963
Waardering: B5: de notulen, begrotingen, jaarverslagen en jaarrekeningen
V, 7 jaar: overig
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over het
vaststellen, wijzigen of intrekken van de instructie voor de (onder)directeur en de leraren van het Rijksopleidingsinstituut
Grondslag: art. 4 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
Periode: 1949–1963
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het opstellen van jaarverslagen
actor de Raad van Beheer
Grondslag: – art. 2.3 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 5.5, 11.1 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
– art. 5.4 en 9 Beschikking Curatorium NPA (Stcrt. 1973, 217 en Stcrt.1978, 220)
Periode: 1949–1992
Waardering: B3: jaarverslag
Overige neerslag: V 7 jaar
Handeling: het beslissen over toelating van leerlingen tot de opleiding aan het Rijksopleidingsinstituut en over toelating tot het volgende cursusjaar
Grondslag: – art. 5.3, art. 9 of art. 11 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 12.1 en 19.1 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
Periode: 1949–1963
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over de vaststelling of goedkeuring van het leerplan van het Rijksopleidingsinstituut/NPA
Grondslag: – art. 6.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 16 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
– art. 12.1 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)
– art. 11 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)
Periode: 1949–1963
Waardering: B5
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over het verlenen van ontheffing van de verplichting tot het betalen van schoolgeld
actor Raad van Beheer
Grondslag: – art. 7.1 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 17 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
Periode: 1949–1963
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het vaststellen van disciplinaire voorschriften
Grondslag: – art. 8.1 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 11 Ambtenarenreglement Rijksinstituut hogere politieambtenaren (Stb. 1963, 104)
– art. 5 Ambtenarenreglement NPA 1971 (Stb. 1973, 119)
Periode: 1963–1979
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie.
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het verwijderen van een leerling wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid
Grondslag: art. 8.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
Periode: 1949–1963
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over het vaststellen, wijzigen of intrekken van de eisen waaraan de leerlingen bij het afleggen van het examen voor inspecteur van gemeentepolitie en officier van rijkspolitie moeten voldoen
actor Raad van Beheer
Grondslag: – art. 10.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 20.2 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
Periode: 1949–1963
Waardering: V, 10 jaar
8.19 Actor: Raad van Bestuur Rijksopleidingsinstituut
Handeling: het erop toezien dat de opleiding en vorming aan het rijksopleidingsinstituut naar de eis geschieden
Grondslag: art. 3.1 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
Periode: 1963–1973
Waardering: B5: toezichtrapporten en jaarverslagen
V, 10 jaar: overig
Handeling: het desgevraagd adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken
Grondslag: art. 9.1 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
Periode: 1963–1973
Waardering: B5
Handeling: het opstellen van jaarverslagen
actor de Raad van Bestuur
Grondslag: – art. 2.3 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 5.5, 11.1 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
– art. 5.4 en 9 Beschikking Curatorium NPA (Stcrt. 1973, 217 en Stcrt.1978, 220)
Periode: 1949–1992
Waardering: B3
Handeling: het beslissen over toelating van leerlingen tot de opleiding aan het Rijksopleidingsinstituut en over toelating tot het volgende cursusjaar
Grondslag: – art. 5.3, art. 9 of art. 11 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 12.1 en 19.1 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
Periode: 1963–1973
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken omtrent de benoeming of ontslag van de voorzitter, de leden en de secretaris van de commissie van voorbereiding
Grondslag: art. 13.3 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
Periode: 1963–1973
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over de vaststelling of goedkeuring van het leerplan van het Rijksopleidingsinstituut/NPA
Grondslag: – art. 6.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 16 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
– art. 12.1 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)
– art. 11 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)
Periode: 1963–1973
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over het verlenen van ontheffing van de verplichting tot het betalen van schoolgeld
Grondslag: – art. 7.1 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 17 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
Periode: 1963–1973
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: het vaststellen van disciplinaire voorschriften
Grondslag: – art. 8.1 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 11 Ambtenarenreglement Rijksinstituut hogere politieambtenaren (Stb. 1963, 104)
– art. 5 Ambtenarenreglement NPA 1971 (Stb. 1973, 119)
Periode: 1963–1979
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken inzake het aanwijzen van anderen dan de (plaatsvervangend) directeur en leraren van het rijksopleidingsinstituut tot lid van de examencommissie
Grondslag: art. 20.3c Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75), zoals gewijzigd Stcrt. 1967, 113)
Periode: 1967–1973
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over het vaststellen, wijzigen of intrekken van de eisen waaraan de leerlingen bij het afleggen van het examen voor inspecteur van gemeentepolitie en officier van rijkspolitie moeten voldoen
Grondslag: – art. 10.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 20.2 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
Periode: 1963–1967
Waardering: V, 10 jaar
8.20 Actor: Curatorium NPA
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over belangrijke aangelegenheden betreffende de opleiding aan de NPA
Grondslag: – art. 2.2 Beschikking Curatorium NPA (Stcrt. 1973, 217 en Stcrt.1978, 220)
– art. 18.2 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)
Periode: 1973–1992
Waardering: B5
Handeling: het opstellen van jaarverslagen
Grondslag: – art. 2.3 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 5.5, 11.1 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
– art. 5.4 en 9 Beschikking Curatorium NPA (Stcrt. 1973, 217 en Stcrt.1978, 220)
Periode: 1949–1992
Waardering: B3: jaarverslag
Overige neerslag: V 7 jaar
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over de vaststelling of goedkeuring van het leerplan van het Rijksopleidingsinstituut/NPA
Grondslag: – art. 6.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 16 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
– art. 12.1 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)
– art. 11 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)
Periode: 1973–1992
Waardering: V, 10 jaar
8.21 Actor: Commissie van Voorbereiding opleidingsinstituut
Handeling: het adviseren van de Raad van Beheer/Raad van Bestuur/Ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie over toelating van leerlingen tot de opleiding aan het Rijksopleidingsinstituut/NPA
Grondslag: – art. 5.3 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 15 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
– art. 3.1 Beschikking toelating NPA (Stcrt. 1973, 249)
– art. 6 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)
– art. 5 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)
Periode: 1949–1973
Waardering: V, 10 jaar
8.22 Actor: Selectiecommissie opleidingsinstituut
Handeling: het adviseren van de Raad van Beheer/Raad van Bestuur/Ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie over toelating van leerlingen tot de opleiding aan het Rijksopleidingsinstituut/NPA
Grondslag: – art. 5.3 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 15 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)
– art. 3.1 Beschikking toelating NPA (Stcrt. 1973, 249)
– art. 6 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)
– art. 5 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)
Periode: 1973–1992
Waardering: V, 7 jaar
8.23 Actor: Begeleidingscommissie NPA
Handeling: het leveren van bijdragen aan het overleg met de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en de directeur van de NPA terzake van het onderwijs aan de NPA
Grondslag: art. 1 Beschikking instelling begeleidingscommissie NPA (APB 1974, 21)
Periode: 1974–1978
Waardering: V, 10 jaar
8.24 Actor: Examencommissie opleidingsinstituut
Handeling: het afnemen van de examens voor inspecteur van gemeentepolitie en officier van rijkspolitie
Grondslag: – art. 10.1 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)
– art. 20.1 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75), vernummerd tot art. 20.3a (Stcrt. 1967, 113)
– art. 23.1a Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)
Periode: 1949–1992
Waardering: V, 7 jaar
8.25 Actor: Commissie van Gecommitteerden
Handeling: het houden van toezicht op het afnemen van de examens door de examencommissie
Grondslag: – art. 20.4 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75), zoals toegevoegd 1967, 113
– art. 23.2 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)
Periode: 1967–1990
Waardering: V, 5 jaar
8.26 Actor: Begeleidingscommissie Opleidingsinstellingen
Handeling: het adviseren van de Bestuursraad LSOP over de aanbevelingen aan de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over de voordracht tot benoeming, schorsing of ontslag bij KB van directeuren van de opleidingsinstellingen
Grondslag: art. 74.3 politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)
Periode: 1992–1993
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het adviseren van de Bestuursraad over het werkplan voor een opleiding die het LSOP verzorgt
Grondslag: art. 75.4 politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)
Periode: 1992–1993
Waardering: V, 10 jaar
8.27 Actor: Begeleidingscommissie Studiecentrum voor hogere politieambtenaren
Handeling: het leveren van bijdragen aan het overleg met Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en de directeur van het politiestudiecentrum terzake van het functioneren van het centrum
Grondslag: art. 1 Beschikking instelling begeleidingscommissie Studiecentrum voor hogere politieambtenaren (APB 1974, 20)
Periode: 1974–1992
Waardering: V, 10 jaar
8.28 Actor: Bestuursraad LSOP
Vervallen.
Grondslag: art. 66.1 en 66.6 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)
Vervallen.
Waardering: B5: notulen en jaarverslagen
Handeling: het doen van voorstellen aan de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over de uitgaven van het APB
Grondslag: art. 4.2 Beschikking Algemeen Politieblad (Stcrt. 1975, 204)
Periode: 1975–1993
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: het jaarlijks uitbrengen van verslag aan de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken
Grondslag: art. 11 Beschikking Algemeen Politieblad (Stcrt. 1975, 204)
Periode: 1975–1993
Waardering: B3: verslag
Overige neerslag: V, 10 jaar
V, 5 jaar: overig
Handeling: het adviseren van de Minister van Justitie en/of Binnenlandse Zaken over aspecten op het beleidsterrein politie
Grondslag: instellingsbesluit
Periode: 1945–1993
Waardering: B5
V, 7 jaar: overig
Handeling: het met betrekking tot door de Minister van Justitie of de Minister van Binnenlandse Zaken aan te wijzen categorieën van personen verzorgen van de selectie of van een andere opleiding dan aangewezen ingevolge art. 66.1b Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)
Handeling: het doen van voordracht tot het bij KB vaststellen, wijzigen of intrekken van regels volgens welke aan gemeenten met gemeentepolitie een rijksbijdrage beschikbaar gesteld wordt ter tegemoetkoming in of tot goedmaking van de gemeentelijke kosten terzake van de politie
Grondslag: a. art. III Wet van 15 juli 1948 tot het treffen van een noodvoorziening voor de gemeentefinanciën (Stb. I 307), vervallen bij Wet van 20 juli 1968 (Stb. 734)
b. art. 9a Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)
Periode: 1948–1993
Product: a. Besluit Vergoeding Politiekosten 1950
– Besluit Vergoeding Kosten Reservepolitie 1954
b. Besluit van 10 september 1973 (Stb. 481) houdende dat het Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 strekt ter uitvoering van artikel 9a van de Politiewet 1957
– Besluit van 5 oktober 1978 (Stb 550, 1978) houdende dat het Besluit Vergoeding kosten reservepolitie 1954 strekt ter uitvoering van artikel 9a van de Politiewet 1957
– Besluit Vergoeding Politiekosten 1986
– Regeling Bijzondere Opsporingskosten Politie 1989 (Stcrt. 91, 1989)
Waardering: B5
Handeling: het vaststellen van de gemeentelijke politiekosten voor personeel, kindertoelagen, materieel en opleiding en het zonodig vaststellen van voorlopige uitkeringsbedragen
Grondslag: art. 3 Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 (Stb. K 384), zoals ingevoegd bij besluit van 17 oktober 1961 (Stb. 397)
Periode: 1961–86
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels over de vergoeding van kosten voortvloeiend uit het verlenen van bijstand door gemeentelijke politiekorpsen
Grondslag: art. 6ter Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 (Stb. K 384), zoals ingevoegd bij Besluit van 17 oktober 1961 (Stb. 397), gewijzigd bij Besluit van 10 september 1973 (Stb. 481) en ingetrokken bij besluit van 13 november 1986 (Stb. 610)
Periode: 1961–1985
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het overeenstemmen over het vergoeden van bijzondere bijstandskosten van gemeentelijke politiekorpsen
Grondslag: art. 3.1f Beschikking Bijstandskosten Gemeentepolitie (Stcrt. 240, 1964), (Stcrt. 239, 1973)
Periode: 1964–1980
Waardering: B5
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels over het aan gemeenten verlenen van bijdragen ter tegemoetkoming in de investeringskosten voor huisvesting, automatisering, verbindingen en overige bijzondere uitrusting alsmede voor voorziening die voor samenwerking noodzakelijk zijn
Grondslag: a. art. 7.1 en 7.2 Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 (Stb. K 384), zoals ingevoegd bij besluit van 4 december 1979 (Stb. 753, 1979) en ingetrokken bij besluit van 13 november 1986 (Stb. 610, 1986)
b. art. 12.1 en 12.2 Besluit Vergoeding Politiekosten 1986 (Stb. 610, 1986)
Periode: 1980–1993
Product: – bijdrageregeling automatisering gemeentepolitie (Stcrt. 251, 1988)
– Besluit Vaststelling ruimtelijke, bouwkundige en financiële normen voor nieuwbouw van politiebureaus voor gemeentelijke korpsen (Stcrt. 5, 1987)
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
Handeling: het aan gemeenten verlenen van bijdragen ter tegemoetkoming in de investeringskosten voor huisvesting, automatisering, verbindingen en overige bijzondere uitrusting alsmede voor voorziening die voor samenwerking noodzakelijk zijn
Grondslag: a. art. 7.1 en 7.2 Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 (Stb. K 384), zoals ingevoegd bij besluit van 4 december 1979 (Stb. 753, 1979) en ingetrokken bij besluit van 13 november 1986 (Stb. 610, 1986)
b. art. 12.1 en 12.2 Besluit Vergoeding Politiekosten 1986 (Stb. 610, 1986)
Periode: 1980–1993
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: het in bijzondere gevallen toekennen aan een gemeente van een buitengewone uitkering, alsmede het vaststellen van het bedrag van die uitkering
actor Minister van Financiën (1950-1986)
Grondslag: a. art. 8 Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 (Stb. K 384), ingetrokken bij besluit van 13 november 1986 (Stb. 610)
a. art. 7 Besluit Vergoeding Kosten Reservepolitie 1954 (Stb. 54), ingetrokken bij besluit van 13 november 1986 (Stb. 610)
b. art. 14.1 Besluit Vergoeding Politiekosten 1986 (Stb. 610, 1986)
Periode: 1948–1993
Product: Compensatieregeling PKP (Project Kwantificering Politiewerk) Sterktereductie (Stcrt. 157, 1989)
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het vaststellen van een vergoeding voor de leden van de examencommissies en de gecommitteerden
actor Minister van Financiën
Grondslag: – art. 5.2 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551)
8.29 Actor: Directie LSOP
– art. 5.2 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1964 (Stb. 1964, 397)
Periode: 1953–1993
Product: Bijvoorbeeld:
Beschikking vaststelling vacatiegeld examencommissies politiediploma’s (Stcrt. 1978, 97)
Waardering: V, 7 jaar
Grondslag: art. 74.4 politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)
Periode: 1992–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering van de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het doen van voordracht of het machtigen tot het verlenen van eervol ontslag aan een bij KB benoemde ambtenaar van politie indien uit zijn gedragingen van zodanige gezindheid blijkt dat er geen voldoende waarborg aanwezig is dat hij zijn plicht getrouwelijk zal vervullen
Grondslag: – art. 93.3 ARGP (Stb. 1953, 74)
– art. 93.3 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 120.3 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)
– art. 119.3 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
– art. 121.3 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)
– art. 119.2 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
Handeling: het doen van voordracht tot het bij KB benoemen van de (plaatsvervangende) leden van de commissie bedoeld in het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie en het Ambtenarenreglement voor het Korps Rijkspolitie
Grondslag: – art. 93.4 ARGP (Stb. 1953, 74)
– art. 93.3 ARRP (Stb. 1953, 75)
– art. 120.4 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)
– art. 119.4 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)
8.30 Actor: Redactieraad APB
– art. 119.3 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)
Periode: 1953–1993
Waardering: V, 10 jaar
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: het jaarlijks uitbrengen van verslag aan de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken
Grondslag: art. 11 Beschikking Algemeen Politieblad (Stcrt. 1975, 204)
Periode: 1975–1993
Handeling: het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van beleid inzake de politie
Periode: 1945–1993
8.31 Actor: Adviescommissies
Waardering: B1
Grondslag: instellingsbesluit
Handeling: het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wetgeving inzake de politie
Periode: 1945–1993
9. C: Actor onder de zorg van de Minister van Financiën
11.1.1.3 Verantwoording van beleid
Handeling: het opstellen van periodieke verslagen inzake ontwikkelingen betreffende de politie
Periode: 1945–1993
Product: jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen
Waardering: B3
Handeling: het beantwoorden van kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van de Kamers der Staten Generaal inzake de politie
Periode: 1945–1993
Product: brieven, notities
Waardering: B2
Handeling: het verstrekken van informatie aan de Commissies voor de Verzoekschriften van de Staten Generaal, aan overige kamercommissies en aan de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten van burgers inzake ontwikkelingen betreffende de politie
Periode: 1945–1993
Product: brieven, notities
Waardering: B5
Handeling: het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen inzake de politie en het voeren van verweer in beroepschriftenprocedures voor de Raad van State en/of de kantonrechter
Periode: 1945–1993
Waardering: B5
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels over de vergoeding van kosten voortvloeiend uit het verlenen van bijstand door gemeentelijke politiekorpsen
Handeling: het mede-voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen inzake politiële samenwerking en het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties
Periode: 1945–1993
Producten: internationale regelingen, nota’s, notities, rapporten
Opmerking: Voor handelingen voortvloeiend uit de regelingen op het terrein van de internationale politiële samenwerking zij verwezen naar paragraaf 3.2.5 van deel 2.
Waardering: B5
Periode: 1964–1980
Handeling: het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen inzake de politie
Periode: 1945–1993
Product: brieven, notities
Waardering: V, 3 jaar
Periode: 1980–1993
Handeling: het voorbereiden van intern (wetenschappelijk) onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten inzake de politie
Periode: 1945–1993
Product: nota’s, notities, onderzoeksrapporten
Waardering: Vaststellingsbesluit en eindrapport: B1
Overig: V, 10 jaar na afronding onderzoek
Handeling: het voorbereiden en begeleiden van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de politie
Periode: 1945–1993
Product: nota’s, notities
Waardering: V, 10 jaar na afronding onderzoek
actor Minister van Financiën (1950-1986)
Grondslag: a. art. 8 Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 (Stb. K 384), ingetrokken bij besluit van 13 november 1986 (Stb. 610)
Handelingen voortvloeiend uit de regelingen op grond van artikel 4 Politiebesluit en de artikelen 4.2, 6.2, 10.2 en 22.2 Politiewet.
Handeling: het, in overeenstemming met de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken, bepalen van categorieën van personen behorend tot zee-, land,- of luchtmacht die kunnen worden aangeworven als vrijwilliger van respectievelijk reserve-rijkspolitie en reserve-gemeentepolitie
Grondslag: art. 4.1d en 40d Rechtstoestandregeling reservepolitie (Stb. 1964, 473)
Periode: 1964–1993
Waardering: B4
Handeling: het vaststellen van een vergoeding voor de leden van de examencommissies en de gecommitteerden
(art. 28-34)
Grondslag: – art. 5.2 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551)
Handeling: het overeenstemmen met de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken omtrent het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels voor de samenwerking tussen politie en Koninklijke Marechaussee
Grondslag: art. 30.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576) en gewijzigd bij Wet van 21 juni 1990 (Stb. 1990, 414)
Periode: 1988–1993
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: het aanwijzen van andere luchtvaartterreinen dan Schiphol waarop de Koninklijke Marechaussee de politietaak moet uitoefenen
Grondslag: art. 32.1c Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 8 november 1993 (Stb. 1993, 588)
10. D: Actor onder de zorg van de Minister van Algemene Zaken
10.1 Actor: Minister-president
10.1.1 Organisatie en beheer
10.1.1.1 Schorsing en ontslag
Periode: 1951–1993
Waardering: B1
Handeling: het geven van opdracht aan de Koninklijke marechaussee tot het verrichten van beveiligingswerkzaamheden ten behoeve van de Nederlandse bank NV
Grondslag: – art. 32.1f Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij Wet 14-12-1988 (Stb. 576) en vernummerd tot art. 32.1g bij wet van 8 november 1993 (Stb. 1993, 588)
– art. 1.8 Takenbesluit Koninklijke marechaussee (Stb. 1954, 45), zoals bijgevoegd bij besluit van 12 september 1968 (Stb. 470)
Periode: 1988–1993
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het overleggen met de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken inzake de voordracht tot het bij Algemene Maatregel van Bestuur vaststellen, wijzigen of intrekken van een ambtsinstructie voor de politie
Grondslag: art. 34.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576)
Periode: 1988–1993
Waardering: B5
Grondslag: – art. 93.4 ARGP (Stb. 1953, 74)
Handeling: het bepalen van de gevallen waarin de (onder)officieren van de Koninklijke Marechaussee en de door de Ministers van Justitie en van Defensie aangewezen andere militairen van dat wapen, met de opsporing van strafbare feiten zijn belast
Grondslag: art. 141.6 Wetboek van Strafvordering (Stb. 1921, 14)
Periode: 1945–1993
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het aanwijzen van andere militairen van de Koninklijke Marechaussee dan (onder)officieren om strafbare feiten op te sporen in door de Ministers van Justitie en van Defensie te bepalen gevallen
Grondslag: art. 141.6 Wetboek van Strafvordering (Stb. 1921, 14)
Periode: 1945–1994
11. E: Actor onder de zorg van de Minister van Defensie
11.1 Actor: Minister van Defensie
11.1.1 Algemene handelingen
11.1.1.1Beleidsontwikkeling en evaluatie
Grondslag: art. 154.6 Wetboek van Strafvordering (Stb. 1921, 14)
Periode: 1945–1994
Waardering: V, 5 jaar
Waardering: B1
11.1.4.1 Bijstand van militaire eenheden bij de handhaving van de openbare orde
Handeling: het beschikken op vordering of aanvraag omtrent het verlenen van bijstand door personeel van de Koninklijke Marechaussee of ander krijgsvolk ten behoeve van de handhaving van de openbare orde
Grondslag: – art. 15 en art. 17 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)
– art. 47.2 en 48.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244) en 32.1c Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij Wet 14-12-1988 (Stb. 576) en vernummerd tot art. 32.1d bij wet van 8 november 1993 (Stb. 1993, 588)
11.1.1.3 Verantwoording van beleid
Periode: 1945–1993
Opmerking: hiertoe geeft de Minister van Defensie een last aan de bevelhebber van een krijgsmachtdeel, die de bijstand voorbereidt. Een militaire commandant verleent de feitelijke bijstand.
Het betreft in dit geval gebeurtenissen zoals de Amsterdamse ordeverstoring in 1966, de derde terrorismegolf aan het begin van de jaren zeventig, en de bijstand die is verleend tijdens de verwijdering van de Amsterdamse krakers in de jaren tachtig. Ook de grootschalige inzet van politie en militaire middelen bij rellen in Nijmegen (1981) kan als een bijzonder geval worden beschouwd.
Waardering: B5: bijstand in bijzondere gevallen
Overige neerslag: V, 10 jaar
Vervallen.
Handeling: het op vordering van het bevoegd gezag, in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, beschikbaar stellen van militair personeel en/of materiaal ten behoeve van het verlenen van militaire bijstand
Grondslag: art. 146.2 Wetboek van Strafvordering
Periode: 1945–1993
Opmerking: Het betreft in dit geval gebeurtenissen zoals de Amsterdamse ordeverstoring in 1966, de derde terrorismegolf aan het begin van de jaren zeventig, en de bijstand die is verleend tijdens de verwijdering van de Amsterdamse krakers in de jaren tachtig. Ook de grootschalige inzet van politie en militaire middelen bij rellen in Nijmegen (1981) kan als een bijzonder geval worden beschouwd.
Waardering: B5: bijstand in bijzondere gevallen
Overige neerslag: V, 10 jaar
Handeling: het instemmen met de Minister van Justitie inzake de bepaling van de wijze waarop in bijzondere gevallen door de Koninklijke Marechaussee bijstand wordt verleend voor de opsporing van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen
Grondslag: art. 50a Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576)
Periode: 1988–1993
11.1.1.4 Internationaal beleid
Handeling: het overeenstemmen met Procureur-Generaal over de aanwijzing van militairen van de Koninklijke marechaussee om in bijzondere gevallen bijstand te verlenen aan de politie ter opsporing van strafbare feiten
Grondslag: art. 1.2 of 2.3 Beschikking Opsporingsbijstand Marechaussee (Stcrt. 1989, 222)
Periode: 1989–1993
Waardering: B5
Waardering: B5
11.1.1.5 Informatieverstrekking
Grondslag: art. 2.1b en c Rechtstoestandregeling reservepolitie (Stb. 1964, 473)
Periode: 1964–1993
Waardering: V, 10 jaar na aanwijzing
Waardering: V, 3 jaar
11.1.1.6 Onderzoek
Handeling: het voorbereiden van intern (wetenschappelijk) onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten inzake de politie
Periode: 1945–1993
Product: nota’s, notities, onderzoeksrapporten
Waardering: Vaststellingsbesluit en eindrapport: B1
Overig: V, 10 jaar na afronding onderzoek
Handeling: het voorbereiden en begeleiden van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de politie
Periode: 1945–1993
Product: nota’s, notities
Waardering: V, 10 jaar na afronding onderzoek
11.1.2 Organisatie en beheer
*11.1.2.1 Handelingen ingevolge het Besluit Reserve Rijks- en gemeentepolitie*
Handelingen voortvloeiend uit de regelingen op grond van artikel 4 Politiebesluit en de artikelen 4.2, 6.2, 10.2 en 22.2 Politiewet.
Handeling: het, in overeenstemming met de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken, bepalen van categorieën van personen behorend tot zee-, land,- of luchtmacht die kunnen worden aangeworven als vrijwilliger van respectievelijk reserve-rijkspolitie en reserve-gemeentepolitie
Grondslag: art. 4.1d en 40d Rechtstoestandregeling reservepolitie (Stb. 1964, 473)
Periode: 1964–1993
Waardering: B4
11.1.3 Taak & Bevoegdheden
(art. 28-34)
11.1.3.1 Taak en bevoegdheden in het algemeen
Handeling: het overeenstemmen met de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken omtrent het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels voor de samenwerking tussen politie en Koninklijke Marechaussee
Grondslag: art. 30.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576) en gewijzigd bij Wet van 21 juni 1990 (Stb. 1990, 414)
Periode: 1988–1993
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: het aanwijzen van andere luchtvaartterreinen dan Schiphol waarop de Koninklijke Marechaussee de politietaak moet uitoefenen
Grondslag: art. 32.1c Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 8 november 1993 (Stb. 1993, 588)
Periode: 1954–
Waardering: B4
Handeling: het voordragen tot Algemene Maatregelen van Bestuur waarbij personen worden aangewezen als behorend tot de andere dan de Nederlandse strijdkrachten en tot internationale hoofdkwartieren
Grondslag: NAVO-Statusverdrag, (Tractatenblad 1951, 114)
Periode: 1951–1993
Waardering: B1
Handeling: het geven van opdracht aan de Koninklijke marechaussee tot het verrichten van beveiligingswerkzaamheden ten behoeve van de Nederlandse bank NV
Grondslag: – art. 32.1f Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij Wet 14-12-1988 (Stb. 576) en vernummerd tot art. 32.1g bij wet van 8 november 1993 (Stb. 1993, 588)
– art. 1.8 Takenbesluit Koninklijke marechaussee (Stb. 1954, 45), zoals bijgevoegd bij besluit van 12 september 1968 (Stb. 470)
Periode: 1988–1993
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het overleggen met de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken inzake de voordracht tot het bij Algemene Maatregel van Bestuur vaststellen, wijzigen of intrekken van een ambtsinstructie voor de politie
Grondslag: art. 34.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576)
Periode: 1988–1993
Waardering: B5
11.1.3.2 Handelingen om de orde strafrechtelijk te handhaven
Handeling: het bepalen van de gevallen waarin de (onder)officieren van de Koninklijke Marechaussee en de door de Ministers van Justitie en van Defensie aangewezen andere militairen van dat wapen, met de opsporing van strafbare feiten zijn belast
Grondslag: art. 141.6 Wetboek van Strafvordering (Stb. 1921, 14)
Periode: 1945–1993
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het aanwijzen van andere militairen van de Koninklijke Marechaussee dan (onder)officieren om strafbare feiten op te sporen in door de Ministers van Justitie en van Defensie te bepalen gevallen
Grondslag: art. 141.6 Wetboek van Strafvordering (Stb. 1921, 14)
Periode: 1945–1994
Product: – Aanwijzingsbeschikking opsporingsambtenaren en hulpofficieren van Justitie (Stcrt. 1958, 1)
– Aanwijzingsbeschikking opsporingsambtenaren politie en marechaussee 1982 (Stcrt. 1981, 251)
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: het overeenstemmen met de Minister van Justitie over de aanwijzing van een onderofficier van de Koninklijke Marechaussee tot hulpofficier van Justitie
Grondslag: art. 154.6 Wetboek van Strafvordering (Stb. 1921, 14)
Periode: 1945–1994
Waardering: V, 5 jaar
11.1.4 Verlenen van bijstand
11.1.4.1 Bijstand van militaire eenheden bij de handhaving van de openbare orde
Handeling: het beschikken op vordering of aanvraag omtrent het verlenen van bijstand door personeel van de Koninklijke Marechaussee of ander krijgsvolk ten behoeve van de handhaving van de openbare orde
Grondslag: – art. 15 en art. 17 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)
– art. 47.2 en 48.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244) en 32.1c Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij Wet 14-12-1988 (Stb. 576) en vernummerd tot art. 32.1d bij wet van 8 november 1993 (Stb. 1993, 588)
– art. 1.4 Takenbesluit Koninklijke marechaussee (Stb. 1954, 45)
Periode: 1945–1993
Opmerking: hiertoe geeft de Minister van Defensie een last aan de bevelhebber van een krijgsmachtdeel, die de bijstand voorbereidt. Een militaire commandant verleent de feitelijke bijstand.
Het betreft in dit geval gebeurtenissen zoals de Amsterdamse ordeverstoring in 1966, de derde terrorismegolf aan het begin van de jaren zeventig, en de bijstand die is verleend tijdens de verwijdering van de Amsterdamse krakers in de jaren tachtig. Ook de grootschalige inzet van politie en militaire middelen bij rellen in Nijmegen (1981) kan als een bijzonder geval worden beschouwd.
Waardering: B5: bijstand in bijzondere gevallen
Overige neerslag: V, 10 jaar
Vervallen.
Handeling: het op vordering van het bevoegd gezag, in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, beschikbaar stellen van militair personeel en/of materiaal ten behoeve van het verlenen van militaire bijstand
Grondslag: art. 146.2 Wetboek van Strafvordering
Periode: 1945–1993
Opmerking: Het betreft in dit geval gebeurtenissen zoals de Amsterdamse ordeverstoring in 1966, de derde terrorismegolf aan het begin van de jaren zeventig, en de bijstand die is verleend tijdens de verwijdering van de Amsterdamse krakers in de jaren tachtig. Ook de grootschalige inzet van politie en militaire middelen bij rellen in Nijmegen (1981) kan als een bijzonder geval worden beschouwd.
Waardering: B5: bijstand in bijzondere gevallen
Overige neerslag: V, 10 jaar
Handeling: het instemmen met de Minister van Justitie inzake de bepaling van de wijze waarop in bijzondere gevallen door de Koninklijke Marechaussee bijstand wordt verleend voor de opsporing van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen
Grondslag: art. 50a Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576)
Periode: 1988–1993
Waardering: B5
Handeling: het overeenstemmen met Procureur-Generaal over de aanwijzing van militairen van de Koninklijke marechaussee om in bijzondere gevallen bijstand te verlenen aan de politie ter opsporing van strafbare feiten
Grondslag: art. 1.2 of 2.3 Beschikking Opsporingsbijstand Marechaussee (Stcrt. 1989, 222)
Periode: 1989–1993
Waardering: B5
12. F: VakMinister
Handeling: het overeenstemmen met de Minister van Binnenlandse Zaken inzake de aanwijzing van een bewakingskern
Grondslag: art. 2.1b en c Rechtstoestandregeling reservepolitie (Stb. 1964, 473)
Periode: 1964–1993
Waardering: V, 10 jaar na aanwijzing
Bijlage 1. Overzicht van commissies
| Naam commissie | Jaar oprichting | Jaar opheffing | Bijzonderheden |
|---|---|---|---|
| Adviescommissie | 18-8-1977 | Onbekend | Advies betreffende het stellen van een koopsom voor het door de overheid in eigendom overnemen van de bij het politiepersoneel aanwezige dienstkleding |
| Adviescommissie bewapening en daarmee samenhangende uitrusting van het Korps Rijkspolitie | 15-3-1972 | Onbekend | |
| Adviescommissie herziening | 12-3-1991 | Onbekend | |
| Adviescommissie materiële voorzieningen politie | 22-6-1993 | Onbekend | |
| Adviescommissie met betrekking op uniformiteit tussen de bewaping en uitrusting van het Korps Rijkspolitie en die van de gemeentepolitie te bevorderen | 8-1-1965 | Onbekend | |
| Adviescommissie met betrekking tot justitiële aangelegenheden | 20-12-1968 | Onbekend | |
| Adviescommissie met betrekking tot politie-technische aangelegenheden | 16-12-1969 | Onbekend | |
| Adviescommissie voor het Algemeen Politieblad | 11-4-1947 | 6-5-1965 | |
| Adviescommissie voor opsporingshulp en technische recherche aangelegenheden | 4-6-1968 | 31-7-1969 | |
| Algemene dienstcommissie voor het Korps Rijkspolitie | 6-4-1964 | Onbekend | |
| Begeleidings commissie van de informatieverstrekking | 15-6-1982 | 1-1-1987 | |
| Begeleidings- en Evaluatiecommissie Opsporingsberichtgeving, per teletekst | 23-10-1980 | Onbekend | |
| Begeleidingscommissie | 27-4-1978 | 16-9-1986 | Samenwerking politie |
| Begeleidingscommissie en werkgroep Studieproject reorganisatie Politie Groningen | 3-6-1980 | Onbekend | |
| Begeleidingscommissie Informatieverstrekking Politie, openbaar Ministerie en Bestuur | 15-6-1982 | Onbekend | |
| Begeleidingscommissie Methodisch Toezicht Korps Rijkspolitie | 20-9-1965 | 1-11-1969 | |
| Begeleidingscommissie onderzoek regionale Samenwerking Politie | 6-3-1989 | Onbekend | |
| Begeleidingscommissie Project Landelijk Netten | 20-6-1984 | Onbekend | |
| Begeleidingscommissie Studiecentrum voor hogere politie ambtenaren | 21-8-1974 | Onbekend | |
| Begeleidingscommissie Studieproject Reorganisatie Politie Groningen | 3-6-1980 | 1-9-1982 | |
| Begeleidingscommissie vliegdienst | 18-8-1976 | Onbekend | Commissie die tot taak heeft gegevens te verzamelen over de assistentie die het vliegend materieel van de Dienst Luchtvaart van het Korps Rijkspolitie aan de Nederlandse Politie geeft, deze aanbevelingen te doen om te geraken tot een zo efficiënt mogelijke werkwijze in samenhang met andere onderdelen van het Korps Rijkspolitie en met de korpsen van gemeente |
| Begeleidingscommissie voor de Rechercheschool | 29-6-1973 | Onbekend | |
| Begeleidingscommissie voor het Centraal Instituut voor Opleiding en Vorming van het Korps Rijkspolitie (C.I.O.V.), | 27-5-1983 | Onbekend | |
| Beleids adviescommissie | 18-10-1976 | Onbekend | |
| Beschikking politiediploma 1983 | 1983 | Onbekend | |
| Besluit instelling technische commissie van de politieke commissie | 6-3-1986 | Onbekend | |
| Bestuursraad in oprichting voor integratie en verzelfstandiging Politieonderwijs en landelijke werving en selectie van Politiepersoneel | 24-11-1988 | Onbekend | |
| Bezwaren commissie | 10-3-1992 | Onbekend | Bezwaren commissie t.b.v. de personele gevolgen van de reorganisatie van het Kustwachtcentrum voor het aldaar werkzame personeel van de Rijkspolitie te water |
| Bijzondere commissie bij de directie politie | 22-11-1984 | Onbekend | |
| Bijzondere commissie van overleg met de ambtenaren | 3-6-1987 | Onbekend | Werkzaam bij de onder de directie Politie van het Ministerie van Justitie ressorterende diensten en instellingen |
| Bijzondere commissie van overleg voor de ambtenaren, behorende tot de onder Directie Politie v.h. Dep. Van Just. Ressorterende diensten en instellingen | 30-11-1959 | Onbekend | |
| C.P.V.C | 1945 | Onbekend | De commissie is niet officieel ingesteld |
| Centrale Commissie van Advies voor het Politieonderwijs | 26-10-1970 | Onbekend | |
| Centrale commissie voor het advies | 26-10-1970 | 20-3-1975 | Het politieonderwijs met de opdracht hen van advies te dienen inzake de opleiding en de vorming ten behoeve van het korps Rijkspolitie en de Gemeentepolitie |
| Centrale commissie voor misdaadvoorkoming | 21-12-1979 | Onbekend | |
| Commiessie met de taak:nagaan of er aanleiding bestaat een voortgezette opleiding tot stand te brengen voor de ambtenaren van het Korps Rijkspolitie en van de gemeentepolitie, meer in bijzonder belast met recherche-werkzaamheden | 2-6-1958 | Onbekend | |
| Commisie Doelmatigheid Politie-apparaat | 10-6-1950 | Onbekend | |
| Commisie voor behandeling van klachten over door de Intendance der Rijkspolitie geleverde uniformkleding | 1-5-1968 | Onbekend | |
| Commissie beleidsplanning politie | Onbekend | Onbekend | Staatscourant 274 |
| Commissie Beleidsplanning Politie | 7-6-1984 | Onbekend | |
| Commissie Beschrijving Budgetten Politie | 19-3-1991 | Onbekend | |
| Commissie Doelmatigheid Politie- apparaat | 10-6-1950 | Onbekend | |
| Commissie doelmatigheid politieapparaten | 10-6-1950 | 16-11-1954 | |
| Commissie examnes Reservepolitie | 29-10-1987 | Onbekend | |
| Commissie Justitie- Politie- Pers. | 08-12-1949 22-3-1950 | Onbekend | |
| Commissie omtrent vreemdelingen | 8-1-1993 | Onbekend | |
| Commissie Primair Politie- Onderwijs | 20-8-1990 | Onbekend | |
| Commissie Schoolwerkplannen primaire Politieopleiding | 14-8-1985 | Onbekend | |
| Commissie toetreding CARP II | 2-2-1976 | Onbekend | |
| Commissie tot het afnemen van de examens voor de politiediploma’s A een Aa | 13-2-1956 | Onbekend | |
| Commissie transactie in handen der Politie | 17-3-1958 | Onbekend | |
| Commissie van advies inzake de vaststelling van een uniform proces-verbaal van aanrijding te gebruiken door rijks en gemeentepolitie | 17-2-1960 | Onbekend | |
| Commissie van advies met betrekking tot de vaststelling van een definitieve uniform voor de gemeentepolitie | 3-6-1958 | 8-1-1963 | |
| Commissie van Toezicht | 14-6-1984 | Onbekend | |
| Commissie voor de Politie Verbindingsdienst | 02-11-1966 15-12-1966 25-01-1967 | Onbekend | |
| Commissie voor de Politieverbindingsdienst | 25-1-1967 | Onbekend | |
| Commissie voor de Reorganisatie en dislocatie der Rijkspolitie | 18-3-1935 | Onbekend | |
| Commissie voor georganiseerd overleg in politieambtenarenzaken | 4-9-1961 | Onbekend | |
| Commissie voor georganiseerd overleg in politieambtenarenzaken | 3-2-1961 | Onbekend | |
| Commissie voortgezette vorming hogere Politie ambtenaren | 8-1-1958 | Onbekend | |
| Commissie wapengebruik politie | 9-8-1954 | 14-2-1958 | |
| Commissie Werkclassificatie Politiefunctie | 28-11-1957 | Onbekend | Ingesteld bij gemeenschappelijke beschikking van de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken |
| Commissie Werkclassificatie Politiefuncties. Commissie Staten-Generaal 1e Kamer: a.)Buitenlandse Politiek b.)Economische samenwerking c.) Uniezaken | 28-11-1957 | Onbekend | |
| Contactcommissie voor de Politie Verbindingen | 22-3-1967 | Onbekend | |
| Contactcommissie voorkoming criminaliteit | 21-12-1979 | Onbekend | |
| Contactgroep kleding rijkspolitie | 26-5-1976 | Onbekend | |
| De dienstcommissie voor de ambtenaren | 1-7-1966 | Onbekend | Werkzaam bij de Intendance der Rijkspolitie |
| De dienstcommissie voor de ambtenaren | 1-7-1966 | Onbekend | Werkzaam bij de politie Technische Dienst der Rijkspolitie |
| De dienstcommissie voor de ambtenaren | 1-7-1966 | Onbekend | Werkzaam bij de Politieverbindingsdienst |
| De Interdepartementale Commissie Herziening Bezoldiging Politiepersoneel | 4-5-1946 | Onbekend | |
| Dienstcommissie voor ambtenaren, werkzaam bij de Politie Verbindingsdienst der Rijksdienst / Dienstcommissie voor ambtenaren, werkzaam bij de Politie Technische Dienst | 7-7-1966 | Onbekend | |
| Instelling begeleidingscommissie bij ontwikkeling politie-onderwijs | 23-10-1990 | Onbekend | Staatscourant 206 |
| Instelling Begeleidingscommissie Studiecentrum voor hogere politieambtenaren | 21-8-1974 | Onbekend | |
| Instelling bijzondere commissie | 1-1-1960 (besloten op 30-11-1959) | Onbekend | Overleg voor de ambtenaren, behorende tot de onder de Directie Politie van het Departement van Justitie ressorterende diensten en instellingen. |
| Instelling Commissie Beschrijving Budgetten Politie | 19-3-1991 | Onbekend | Staatscourant 70 |
| Instelling Raad voor het Korps Landelijke Politiediensten in oprichting | 23-10-1992 | Onbekend | Staatscourant 206 |
| Instelling van een commissie inzake de verhouding van Justitie, politie en pers | 8-12-1949 | Onbekend | |
| Instellingsbeschikking Begeleidingscommissie vuurwapenopleiding | 31-5-1991 | Onbekend | Staatscourant 103 |
| Interdepartementale Commissie herziening bezoldiging politiepersoneel | 4-5-1946 | Onbekend | |
| Interdepartementale commissie van advies | 14-10-1966 | Onbekend | |
| Interdepartementale Commissie Voorlichting en Werving Politie | 10-11-1966 | Onbekend | |
| Politie Advies Commissie | 10-9-1970 | Onbekend | |
| Project nazorg reorganisatie politie en opheffing landelijke projectorganisatie voor reorganisatie politie | 12-7-1994 | Onbekend | Staatscourant 130 |
| Project vorming korps landelijk politiediensten dat deel uitmaakt van het project reorganisatie politie | 1-3-1991 | Onbekend | |
| Raad voor de Korps Landelijke Politiediensten | 21-10-1992 | Onbekend | |
| Recherche adviesommissie | 31-7-1969 | Onbekend | |
| Registratie commissie, werkgroepen | 28-10-1991 | Onbekend | |
| Selectiecommissie geschiktheid kaderfuncties parketpolitie | 6-7-1977 | Onbekend | |
| Technische Begeleidingscommissie Politiële Drugsbestrijding | 3-6-1976 | Onbekend | |
| Technische Commissie van de Politiekleding | 11-6-1986 | Onbekend | |
| Toekenning middelen voor ‘Kleine bouwinitiatieven 1990’ | 25-9-1990 | Onbekend | Staatscourant 186 |
| Uniform-commissie Korps Rijkspolitie | 1958 | Onbekend | Taak: een concept opstellen voor een definitieve ‘Uniformbeschikking Korps Rijkspolitie’ |
| Zuiveringscommissies Rijkspersoneel | 27-11-1945 | Onbekend |
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.
8.29 Actor: Directie LSOP
8.30 Actor: Redactieraad APB
8.31 Actor: Adviescommissies
9. C: Actor onder de zorg van de Minister van Financiën
9.1 Actor: Minister van Financiën
– art. 5.2 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)
10. D: Actor onder de zorg van de Minister van Algemene Zaken
10.1 Actor: Minister-president
10.1.1 Organisatie en beheer
10.1.1.1 Schorsing en ontslag
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)