← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 2 november 2007, nr. 2007-0000442237, STAF/CZW/WVOB, houdende regels ter uitvoering van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer en het Besluit burgerservicenummer, en tot wijziging van de Regeling gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens

Geldende tekst a fecha 2009-11-01

Gelet op de artikelen 5, tweede lid, en 9, derde lid, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, artikel 2 van het Besluit burgerservicenummer en de artikelen 7, derde lid, en 60 van het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;

Besluit:

Artikel 1

De inlichtingen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, worden door het college van burgemeester en wethouders verstrekt in de gevallen en op de wijze, beschreven in de systeembeschrijving, bedoeld in artikel 2 van het Besluit burgerservicenummer.

Artikel 2

De kennisgeving, bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, geschiedt indien mogelijk door middel van of gezamenlijk met de toezending van een volledig overzicht van de persoonslijst als bedoeld in artikel 78, eerste en tweede lid, van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.

Artikel 3
1.

De systeembeschrijving, bedoeld in artikel 2 van het Besluit burgerservicenummer, wordt gevormd door hoofdstuk 2, de onderdelen 3.1, 3.2.1 tot en met 3.2.6, 3.3.2, 3.3.3 en 3.3.4 van hoofdstuk 3, en hoofdstuk 5 van het Logisch ontwerp BSN, versie 1.1, dat ter inzage is gelegd bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Schedeldoekshaven 200 te Den Haag.

Artikel 4

Wijzigt de Regeling gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit burgerservicenummer in werking treedt.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling burgerservicenummer.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage. , bedoeld in artikel 3 van de Regeling Burgerservicenummer

Het Logisch Ontwerp BSN

Versie 1.2

Inleiding

Leeswijzer

Het Logisch Ontwerp BSN bestaat uit vijf delen en vijf bijlagen. Het eerste deel bestaat uit de inleiding, de leeswijzer en de beschrijving van de context. Het tweede deel beschrijft de hoofdlijnen van de inrichting. In het derde deel wordt de werking van het systeem beschreven. Het vierde deel bevat informatie over de foutafhandeling. Het vijfde en laatste deel beschrijft de operationele eisen aan de Beheervoorziening BSN.

De eerste bijlage bevat een gegevenswoordenboek. Hierin zijn voor elk gegeven dat binnen de diensten van de Beheervoorziening BSN (BV BSN) wordt gebruikt de naam, de eisen (zoals bijvoorbeeld de elfproef1De elfproef staat beschreven in bijlage 0, onder het element ‘BSN’. en (indien aanwezig) een verwijzing naar de naam en definitie binnen het LO GBA opgenomen. De tweede bijlage bevat een dienstenboek waarin per dienst een vraag- en antwoordbeschrijving is opgenomen tezamen met de mogelijke inhoud. De derde bijlage beschrijft de aanlevering van de gegevens voor de interne registers van de BV BSN. De vierde bijlage beschrijft het zoekmechanisme dat binnen het stelsel gebruikt wordt om verschillende vragen te beantwoorden. De vijfde bijlage bevat een verklarende woordenlijst.

In het Logisch Ontwerp BSN wordt onderscheid gemaakt tussen de actoren ‘gebruikers’ en ‘registerhouders’. Omdat niet alle functies van de BV BSN van belang zijn voor alle actoren, is hieronder een overzicht opgenomen dat per hoofdstuk aangeeft welke delen van belang zijn voor welke actor(en).

Context

Het burgerservicenummer (BSN) is een uniek identificerend nummer voor iedereen die een relatie heeft met de Nederlandse overheid.

Met dit nummer kan men bij elk (digitaal) loket in de publieke sector terecht. Het BSN heeft binnen de gegevenshuishouding van de overheid een spilfunctie. Met dit persoonsnummer kunnen persoonsgebonden gegevens doelmatig en betrouwbaar uitgewisseld worden binnen de overheid en tussen de overheid en burgers. Een adequaat persoonsnummerbeleid is een belangrijke voorwaarde om te komen tot een verbetering van de (elektronische) dienstverlening van de overheid. Ook draagt invoering van het BSN bij aan de bestrijding van identiteitsfraude.

Getalsmatig is het BSN identiek aan het Sofi-nummer. Het verschil tussen het BSN en het Sofi-nummer ligt in het bereik ervan en de wijze waarop wettelijk is vastgelegd wat met behulp van het BSN mag gebeuren. Het BSN wordt door (overheids)organisaties gebruikt voor de communicatie met de burger en, daar waar dat wettelijk is toegestaan, voor de uitwisseling van persoonsgegevens tussen (overheids)organisaties onderling.

De BV BSN is het geheel van voorzieningen dat zorgt voor het genereren, distribueren, beheren en raadplegen van het BSN. De Beheervoorziening regelt ook de toegang tot de identificerende gegevens van een persoon in de achterliggende registraties.

Het Logisch Ontwerp BSN

De BV BSN biedt voorzieningen die ervoor zorgen dat het genereren, het distribueren en het toekennen van het BSN goed verlopen. Hierbij wordt onder andere ondersteuning geboden om te voorkomen dat één persoon meerdere nummers toegekend kan krijgen. Verder biedt de BV BSN voorzieningen voor het stellen van verificatievragen over de identiteit en Nederlandse identiteitsdocumenten van een persoon.

Voor een aantal van deze voorzieningen wordt gebruik gemaakt van persoonsgegevens die zijn opgeslagen in andere registraties. Communicatie met deze registraties verloopt via technische voorzieningen waarmee een tweetal registraties worden ontsloten: de ‘Gemeentelijke Basisadministratie’ (GBA) en het ‘Beheer van Relaties’ (BvR, van de Belastingdienst). Voor de verificatie van de geldigheid van een identiteitsdocument (paspoort, identiteitskaart, rijbewijs of vreemdelingenkaart) is er communicatie met de registers die deze informatie beheren.

In het ontwerp van het BSN-stelsel is al rekening gehouden met de nog te vormen Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). In het Logisch Ontwerp BSN is deze registratie echter nog niet beschreven. Wanneer de RNI operationeel is, zal dit leiden tot een herziening van het LO BSN.

De elektronische samenwerking (voor het genereren, distribueren, beheren en raadplegen van het BSN) geschiedt op basis van berichtenuitwisselingen. Om deze samenwerking te ondersteunen binnen het BSN-stelsel, is gekozen voor een eenduidige technische beschrijving in het Logisch Ontwerp BSN.

Dit document bevat een volledig overzicht van die onderdelen die noodzakelijk zijn voor de elektronische samenwerking tussen geautomatiseerde systemen van gebruikers en registraties enerzijds en de BV BSN, anderzijds. Daarbij worden de functionaliteiten van het systeem beschreven. Voor een gedetailleerde beschrijving van het systeem kunt u contact opnemen met het agentschap BPR.

Uitgangsdocumentatie

Hoofdlijnen inrichting

De BV BSN communiceert met verschillende onderdelen. Hierin zijn de volgende onderdelen te identificeren:

Deze onderdelen zullen achtereenvolgens behandeld worden.

De Gebruikers

Gebruikers kunnen de Beheervoorziening rechtstreeks of via een Sectorale Berichtenvoorziening (SBV) benaderen. Het initiatief voor het instellen van een sectorale berichtenvoorziening ligt bij de voor die sector verantwoordelijke Minister. Tot de primaire taak van een sectorale berichtenvoorziening behoort het vaststellen of een organisatie die zich meldt, daadwerkelijk een gebruiker is binnen de sector (autorisatie en authenticatie) en het routeren van het berichtenverkeer tussen de BV BSN en de gebruikers. Een SBV maakt het in combinatie met de BV BSN mogelijk om grote aantallen gebruikers toegang te verschaffen tot de functies van de BV BSN zonder dat daarvoor bij de BV BSN individuele autorisaties moeten worden verleend.

Redenen voor beëindiging aansluiting

De aansluiting op de BV BSN kan om de volgende redenen worden opgeschort of beëindigd:

GBA-systemen bij gemeenten

De BV BSN ondersteunt de functionaliteit voor het verifiëren van de identiteit van een persoon binnen de GBA en het matchen van persoonsgegevens van personen die zijn ingeschreven in de GBA, teneinde vast te stellen of aan deze persoon reeds een BSN is toegekend.

De BV BSN houdt gegevens uit de GBA-V aan, ten behoeve van een optimale bevraging van het systeem. Meer informatie over de gegevensset is te vinden in bijlage 0.

De Belastingdienst

De Belastingdienst, onderdeel van het BSN-stelsel biedt de mogelijkheid voor het matchen van persoonsgegevens binnen een deelverzameling van het bestand Beheer van Relaties (BvR) teneinde vast te stellen of aan een persoon reeds een sofi-nummer is toegekend.

Ten behoeve van een optimale bevraging van het systeem houdt de BV BSN tijdelijk gegevens aan uit het BvR. Dit maakt het mogelijk om voor levende natuurlijke personen waarvan in BvR geen A-nummer is geregistreerd het sofi-nummer ‘op te waarderen’ tot BSN.

De Documentregisters

Deze componenten bestaan uit een aantal registers en ondersteunen functionaliteiten voor het verifiëren van de mogelijke ongeldigheid van de volgende Nederlandse identiteitsdocumenten van een persoon:

Bij communicatie vanuit de BV BSN naar deze registers wordt gebruik gemaakt van reeds beschikbare communicatiemogelijkheden.

Er is bij de verificatie van identiteitsdocumenten gekozen om vanuit de BV BSN één mechanisme te gebruiken voor alle documenttypen (paspoorten, rijbewijzen, identiteitskaarten en vreemdelingenkaarten). Het systeem geeft op basis van een documentnummer en documenttype antwoord op de vraag of een document al dan niet gebruikt kan worden als identiteitsdocument volgens de Wet op de identificatieplicht, artikel 1, eerste lid onder 1, 2 en 4. Afhankelijk van het gekozen type wordt één van de volgende registers bevraagd:

Verificatieregister

Het verificatieregister is een hit/no hit register en geeft bij het opgeven van het nummer van een reisdocument informatie over de geldigheid van het document. In het register wordt bijgehouden welke Nederlandse reisdocumenten (paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten) niet in het vrije verkeer mogen voorkomen, in het bijzonder:

Rijbewijsregister

In het Rijbewijsregister zijn gegevens met betrekking tot verstrekte rijbewijzen opgeslagen. Hieruit kan worden opgevraagd welke rijbewijzen uit verkeer zijn gehaald en dus niet als identiteitsbewijs kunnen worden gebruikt.

BVV-Kaartregister

In het kaartregister van de Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV) worden de gegevens van de uitgegeven vreemdelingenkaarten door het Ministerie van Justitie vastgelegd. Uit deze gegevens kan worden afgeleid of een vreemdelingenkaart als identiteitsbewijs mag worden gebruikt.

Werking van de Beheervoorziening BSN

Aansluiten op de Beheervoorziening BSN

Voor organisaties die aansluiten op de BV BSN is een aansluitprocedure2De aansluitprocedure is op het internet te vinden op http://www.bprbzk.nl/ opgesteld.

De volgende aspecten zijn bij communicatie met de BV BSN van belang:

Authenticatie en autorisatie

De berichtenuitwisseling is beveiligd volgens de richtlijnen van de ‘PKI voor de Overheid’ waarbij het volgende geldt:

Bij registratie van de gebruikers worden gegevens rond het te gebruiken PKI Overheid-certificaat uitgewisseld. Deze dient voor de beveiliging van communicatie tussen BV BSN en de aansluitende gebruiker of SBV. De SBV zal de achterliggende gebruikers moeten authenticeren en autoriseren via een zelf in te richten beveiligingsmechanisme.

Het systeem bepaalt aan de hand van de identiteit, die tijdens de authenticatie is vastgesteld, de autorisatie. Aan de hand van de ‘Distinguished Name’ uit het digitale certificaat dat voor authenticatie is gebruikt wordt de rol van de afzender bepaald. Deze rol, samen met een indicatie van de gevraagde dienst, bepaalt of de afzender geautoriseerd is voor het gebruik van de gevraagde dienst.

Communicatieprotocol

Voor het mogelijk maken van berichtenverkeer met de BV BSN worden webservices toegepast die communiceren op basis van het TCP/IP protocol over HTTPS (poort 443). De webservices van de BV BSN maken gebruik van het SOAP-protocol.

De BV BSN conformeert zich aan Basic profile versie 1.0 van de WS-I standaarden. Conform Basic profile 1.0 gebruikt de BV BSN SOAP versie 1.1 en SOAP berichttype ‘document / literal’.

Transportnetwerk

Een lijst met transportnetwerken die beschikbaar zijn voor toegang tot de BV BSN, is opvraagbaar bij het agentschap BPR. De term ‘transportnetwerk’ wordt gebruikt voor het netwerk dat door eindsystemen wordt gebruikt om verbinding te leggen met het BV BSN netwerk.

De BV BSN is niet aangesloten op het internet.

Gegevensstandaarden

In de onderstaande tabel zijn de verschillende standaarden weergegeven die betrekking hebben op de gegevens binnen het Beheervoorziening BSN-stelsel.

Functies van de Beheervoorziening BSN

Aanmaken van nummers

Het BSN is een uniek identificerend persoonsnummer. De BV BSN voorziet toekennende organisaties van een voorraad BSN’s.

Voor het aanmaken en opslaan van nieuwe nummers zijn twee componenten van belang:

De Nummergenerator

De Nummergenerator verzorgt het proces waarbij nieuwe nummers worden gegenereerd (die als BSN kunnen worden toegekend) en in het Nummerregister worden opgenomen. De aangemaakte nummers liggen in een ingesteld interval en worden direct na het aanmaken in het Nummerregister (zie paragraaf ‘Het Nummerregister’) opgeslagen met de status ‘aangemaakt’.

Om als BSN te kunnen worden toegekend moeten de gegenereerde nummers aan bepaalde eisen voldoen. Voor de nummers gelden de volgende eisen:

Het Nummerregister

Het Nummerregister is een registratie waarin de status van alle nummers wordt vastgelegd. Per nummer wordt vastgelegd:

Naast bovenstaande gegevens wordt bijgehouden op welke tijdstippen de verschillende acties zijn uitgevoerd en wordt er een indicatie aangehouden waarmee wordt aangegeven in welke registratie de persoonsgegevens behorende bij het nummer zijn terug te vinden.

Naast de actuele nummergegevens worden tevens, bij een mutatie, alle historische gegevens van het BSN opgeslagen.

Distribueren van nummers

Instanties die BSN’s kunnen toekennen beschikken over een voorraad BSN’s die de status ‘Gedistribueerd’ in het Nummerregister van de BV BSN hebben. Deze instanties verkrijgen deze nummers door deze aan te vragen bij de BV BSN met behulp van de dienst ‘Aanvragen BSN voorraad4Meer informatie over de dienst ’Aanvragen BSN Voorraad’ is te vinden in bijlage 0. ’. De BV BSN dienst levert uit het Nummerregister het gewenste aantal nummers, of het maximum aantal dat geldt voor de betreffende instantie. Nadat de nummers aan de instantie geleverd zijn, wordt de status van de gedistribueerde nummers in het Nummerregister gewijzigd van ‘Aangemaakt’ naar ‘Gedistribueerd’.

Toekennen van nummers

Een instantie beschikt over een aantal nummers dat de status ‘Gedistribueerd’ heeft in het nummerregister. Deze nummers kunnen door de instantie als BSN worden toegekend aan personen. Nadat een nummer is toegekend aan een persoon, wordt daarvan melding gemaakt aan de BV BSN door middel van een vulbericht.5Meer informatie over het ‘Vulbericht’ is te vinden in bijlage 0.

Voorafgaand aan het toekennen van een BSN moet de instantie een presentievraag uitvoeren, door middel van de dienst ‘Presentievraag6Meer informatie over de ’Presentievraag’ is te vinden in bijlage 0 en 0. ’, bij de BV BSN. Gebruik van deze dienst is noodzakelijk bij een eerste inschrijving en vervolginschrijvingen waarbij sprake is van een tussentijds verblijf.

Het doel van de presentievraag is het voorkomen dat een persoon aan wie al een sofi-nummer is toegekend, nog een ander nummer toegewezen krijgt. De BV BSN registreert de toekenning van het BSN door de status van het nummer in het Nummerregister te wijzigen van ‘Gedistribueerd’ naar ‘In verkeer’.

De Belastingdienst kent geen BSN’s toe. Wel geeft de Belastingdienst sofi-nummers uit aan belastingplichtigen die geen BSN hebben. Als deze personen later een BSN toegekend krijgen dan is het de bedoeling dat bij de betreffende gemeente van inschrijving (of andere toekennende instantie) het sofi-nummer wordt ‘opgewaardeerd’ naar een BSN. Via de BV BSN kan de toekennende instantie opvragen of de persoon reeds een sofi-nummer bezit. Deze werkwijze wordt mogelijk gemaakt door een courante registratie van sofi-nummers zonder ‘A-nummer’ (dat wil zeggen personen zonder koppeling met GBA-gegevens) van nog levende personen in de gegevensset binnen de BV BSN.

Wijzigen van nummergegevens

Een instantie kan het BSN dat toegewezen is aan een persoon wijzigen, bijvoorbeeld wanneer aan een en dezelfde persoon twee verschillende nummers zijn toegekend.

Met behulp van de dienst ‘Wijzigen BSN7Meer informatie over de dienst ’Wijzigen BSN’ is te vinden in het Logisch Ontwerp GBA. ’ kan het oude (foutieve) nummer van de persoon ‘uit verkeer’ gehaald worden, en een nieuw BSN op basis van dezelfde persoonslijst ‘in verkeer’ genomen worden.

Uit verkeer nemen van nummers

Instanties kunnen BSN’s uit verkeer halen met behulp van de dienst ‘Afvoeren PL8Meer informatie over de dienst ’Afvoeren PL’ is te vinden in het Logisch Ontwerp GBA. ’. In het nummerregister krijgt het BSN door het gebruik van deze dienst de status ‘uit verkeer’.

Verificatie

De BV BSN voorziet in functionaliteiten voor het verifiëren van nummers, persoonsgegevens en documenten:

1.. Toets nummer

Alle aangesloten gebruikers kunnen bij de BV BSN de geldigheid van een BSN toetsen met behulp van de dienst ‘Toets of nummer een BSN is9Meer informatie over de dienst ’Toets of nummer een BSN is’ is te vinden in bijlage 0. ’. Op basis van het invoeren van een nummer wordt door het bevragen van het nummerregister bepaald of het nummer een bestaand BSN is. Het nummer wordt uitsluitend als een geldig BSN aangegeven als het in het nummerregister geregistreerd is met de status ‘In verkeer’.

2.. Toets Document

Alle aangesloten gebruikers kunnen het in verkeer zijn van een identiteitsdocument toetsen met behulp van de dienst ‘Verificatie van identiteitsdocumenten10Meer informatie over de dienst ’Verificatie van identiteitsdocumenten’ is te vinden in bijlage 0. ’. Omdat het principe geldt dat bij aanvang van de dienstverlening op basis van het BSN vergewisplicht wenselijk is, moeten de gebruikers van het stelsel in staat worden gesteld om te verifiëren of het Nederlandse document, waarmee de identiteit wordt geverifieerd, in omloop mag zijn. Het verifiëren vindt plaats op basis van het identiteitsdocumentnummer en -type.

De verificatievraag geeft enkel antwoord op de vraag of het document dat bij het documentnummer hoort in verkeer is en zegt niets over de echtheid van het aangeboden document. Het is aan de gebruiker om te bepalen of het document aan de echtheidskenmerken voldoet en of deze wordt aangeboden door de rechtmatige houder.

3.. Opvragen identificerende gegevens op basis van een BSN

Met de dienst ‘Opvragen identificerende gegevens op basis van een BSN11Meer informatie over de dienst ’Opvragen identificerende gegevens op basis van een BSN’ is te vinden in bijlage II.2.2. ’ is het mogelijk om een unieke set identificerende gegevens behorende bij een BSN uit de registratie GBA op te vragen.

4.. Opvragen BSN op basis van identificerende gegevens

De dienst ‘Opvragen BSN op basis van identificerende gegevens12Meer informatie over de dienst ’Opvragen BSN op basis van identificerende gegevens’ is te vinden in bijlage 0. ’ maakt het voor de gebruiker mogelijk om op basis van een minimale set van identificerende gegevens een BSN en de in de GBA opgenomen gegevens op te vragen.

5.. Toetsen van de combinatie BSN en identificerende gegevens

Gebruikers kunnen aan de hand van de dienst ‘Toetsen van de combinatie BSN en identificerende gegevens13Meer informatie over de dienst ’Toetsen van de combinatie BSN en identificerende gegevens’ is te vinden in bijlage 0. ’ controleren of de set van identificerende gegevens in de registratie GBA behorende bij een gegeven BSN, overeenkomt met de opgegeven set identificerende gegevens in het bericht.

Foutdetectie

Tijdens de verwerking van de verschillende aanvragen van gebruikers, voert de BV BSN geautomatiseerd een aantal controles uit. Als gevolg van deze controles kunnen logische fouten ontdekt worden. Deze worden vastgelegd in het nummerfoutenlogboek14Het nummerfoutenlogboek wordt verder toegelicht in paragraaf 0. . Aan de hand van de foutvermoedens in het nummerfoutenlogboek zal het Foutenmeldpunt de foutafhandelingsprocedure opstarten.

Naast de nummerfoutvermoedens worden technische problemen vastgelegd in het systeemfoutenlogboek15Het systeemfoutenlogboek wordt verder toegelicht in paragraaf 0. . De beheerder van de BV BSN kan dit logboek inzien en desgewenst actie ondernemen.

Misbruikdetectie

Misbruik van het systeem kan leiden tot een verminderde prestatie van het systeem. Om misbruik van het systeem te kunnen onderzoeken wordt afwijkend gebruik16Het benaderen van het systeem zonder geldig certificaat valt buiten de misbruikdetectie daar er uit wordt gegaan van systeem gebaseerde detectie en niet van netwerk gebaseerde detectie. van de BV BSN gesignaleerd. Hierbij kan gedacht worden aan niet toegestaan gebruik van de gebruikersfuncties of foutief gebruik als gevolg van storingen.

Wordt er een functie aangesproken waarvoor de gebruiker geen autorisatie heeft, dan zal dit in het auditlog worden vastgelegd. Door analyse van de gegevens in de audit- en berichtenlogboeken kan bepaald worden welke situatie zich voordoet en welke acties hierop worden genomen.

Gegevens in de Beheervoorziening BSN

Via de BV BSN worden persoons-, nummer- of documentgegevens opgevraagd uit de verschillende registers. Daarnaast worden binnen de BV BSN gegevens tijdelijk aangehouden om een optimale bevraging van het systeem te kunnen waarborgen. Tenslotte worden er ook enkele logboeken binnen de BV BSN aangehouden.

Persoonsgegevens

De set persoonsgegevens die door de BV BSN gebruikt wordt, is tweeledig. Enerzijds zijn er de gegevens die gebruikt worden bij de bepaling of er al een BSN of een sofi-nummer is toegekend aan een persoon, anderzijds is er de set gegevens ter beantwoording van de gebruikersvraag of aan een bepaald persoon een BSN is toegekend en welk BSN dat is of aan welke persoon een bepaald BSN is toegekend.

Gegevens met behulp waarvan kan worden vastgesteld of aan een persoon al een BSN is toegekend en welk nummer aan de betrokken persoon is toegekend zijn:

Gegevens waarmee kan worden vastgesteld of aan een persoon al een sofi-nummer is toegekend en welk nummer aan de betrokken persoon is toegekend:

De gegevens die aan een gebruiker worden verstrekt ter beantwoording van de vraag of aan een bepaald persoon een BSN is toegekend en welk BSN dat is en de vraag aan welk persoon een bepaald BSN is toegekend:

Tenzij er sprake is van een aanduiding over het niet-verstrekken van gegevens aan derden op grond van artikel 102 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, worden ook de volgende gegevens verstrekt:

Nummergegevens

In het nummerregister worden over de daarin opgenomen nummers de volgende administratieve gegevens opgenomen:

Logging en protocollering

Zowel de BV BSN als haar gebruikers dienen te voorzien in opslag van een aantal gegevens. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt in loggegevens en protocolgegevens.

Voor logging bestaan binnen de BV BSN verschillende registers.

Auditlogboek

In dit logboek wordt alle informatie over de verwerking van berichten vastgelegd. Op basis van deze gegevens kan de correcte werking van het systeem worden vastgesteld.

In het logboek wordt voor elk bericht vastgelegd of het correct is afgehandeld. Indien een bericht niet succesvol afgehandeld is, worden voor dat bericht ook alle tussentijdse verwerkingsstappen vastgelegd.

Berichtenlogboek

In het berichtenlogboek worden alle binnengekomen en verzonden berichten vastgelegd. Elk inkomend bericht krijgt een uniek berichtnummer; het bijbehorende uitgaande bericht heeft hetzelfde nummer. Naast de inhoud van het bericht worden gegevens als afzender, berichttype, datum en tijd vastgelegd. Het totaal aan informatie wordt opgeslagen in het berichtenlogboek.

Nummerfoutenlogboek

Er is een aantal mogelijke situaties die (functioneel gezien) niet voor zou mogen komen. Om het Foutenmeldpunt18Een beschrijving van het Foutenmeldpunt is te vinden in hoofdstuk 0 in de gelegenheid te stellen de gevonden fout(en) te onderzoeken, worden deze functionele nummerfouten vastgelegd in het nummerfoutenlogboek. Hiertoe worden bij (meldingen van) nummerfouten het berichtnummer, het BSN waar het bericht op van toepassing is, een indicatie van de fout, het tijdstip en een indicatie of het foutvermoeden in behandeling is genomen vastgelegd.

Systeemfoutenlogboek

Als er een systeemfout (een technische fout) optreedt dan wordt deze weggeschreven in het systeemfoutenlogboek. Door het raadplegen van deze informatie kan door de beheerorganisatie de oorzaak van de technische fout worden achterhaald. In het systeemfoutenlogboek wordt naast het berichtnummer en het tijdstip, tevens een beschrijving van de systeemfout opgeslagen.

BV BSN protocolgegevens (Protocol)

Protocolleren is het vastleggen van alle bevragingen die door gebruikers worden gedaan op BSNs. Met het protocollogboek kan (door de beheerder) worden voldaan aan de wettelijke eis om burgers, die daarom vragen, te informeren over de gegevens die over hen zijn verstrekt.

In het protocollogboek worden toekenningen van een BSN aan een persoon vastgelegd en aan wie informatie van een BSN (en aanvullende persoonlijke gegevens) is verstrekt.

Naast de afzender van een bericht (het verzoek om persoonsgegevens), het tijdstip en het betrokken BSN, wordt tevens het type vraag vastgelegd. Aan de hand van de gevraagde dienst kan worden herleid welke gegevens er verstrekt zijn aan de afzender.

Bewaar- en Schoningstermijn voor log- en protocolgegevens

Vanuit logging en protocollering worden gegevens voor een bepaalde (minimale) bewaartermijn opgeslagen. Gedurende deze periode mag men erop vertrouwen dat de gegevens nog binnen de BV BSN beschikbaar zijn. Verder zijn er ook schoningstermijnen vastgesteld. Na het verstrijken van de betreffende schoningstermijn worden de gegevens verwijderd. In onderstaande tabel zijn de afgesproken termijnen vermeld.

Foutafhandeling

Het is mogelijk dat er nummerfouten ontdekt worden. Gebruikers mogen foutvermoedens direct melden bij het Foutenmeldpunt van de BV BSN of deze melden aan een registerhouder. Registerhouders moeten geconstateerde foutvermoedens aan het Foutenmeldpunt melden. Het Foutenmeldpunt verzorgt het afhandelen van de nummerfoutvermoedens.

Bij de nummerfoutvermoedens worden drie categorieën onderkend:

Het foutafhandelingsproces bestaat uit vijf stappen:

Signaleren foutvermoeden

Gebruikers en registerhouders kunnen hun foutvermoedens melden bij een van de registerhouders of bij het Foutenmeldpunt.

Intake van foutvermoeden

Bij de melding bij het Foutenmeldpunt wordt het foutvermoeden direct geregistreerd. Het Foutenmeldpunt voert vervolgens een korte analyse uit op de foutmelding om te beoordelen of het een fout is voor het foutenmeldpunt. Een medewerker van het Foutenmeldpunt zet de foutmelding voor onderzoek uit bij de betreffende gemeente(n). Wanneer de fout niet binnen de werkzaamheden van het Foutenmeldpunt behoort, wordt het foutvermoeden niet verder in behandeling genomen.

Onderzoeken foutmelding

Naar aanleiding van de foutmelding zal de gemeente beslissen of het betreffende BSN in onderzoek wordt geplaatst. De gemeente onderzoekt de foutmelding, waarbij gebruik wordt gemaakt van brondocumenten en wordt er eventueel contact opgenomen met de burger. Wanneer inderdaad sprake is van een foutsituatie stelt de gemeente (eventueel in overleg met andere betrokken registerhouders) vast op welke wijze de fout wordt hersteld. Wanneer de medewerker van de gemeente vaststelt dat er geen sprake is van een foutsituatie wordt de foutmelding afgemeld bij het Foutenmeldpunt.

Oplossen fout

In deze fase wordt de fout opgelost door de betrokken gemeente of het Foutenmeldpunt.

Afsluiten foutmelding

De gemeente meldt de fout af bij het Foutenmeldpunt. Van de afsluiting wordt door het Foutenmeldpunt melding gedaan aan de melder. Indien de afhandeling van een nummerfout leidt tot wijziging van een BSN, zal de registerhouder de persoon waarop het BSN betrekking heeft, daarover informeren.

Operationele eisen Beheervoorziening BSN

De BV BSN levert dienstverlening van 7 maal 24 uur, waarbij een een beschikbaarheid van 99,8% op jaarbasis gehanteerd wordt. Er dient dus rekening te worden gehouden met (on)voorzien niet operationeel zijn van de BV BSN van ongeveer 17,5 uur op jaarbasis. Dit percentage is berekend op basis van een maximale uitval van het systeem van 2 uur, met een maximum van 17,5 uur op jaarbasis. Hierbij geldt dat uitval van het systeem ten hoogste tweemaal per maand voor mag komen. Voor calamiteiten geldt een maximale uitval van de dienstverlening van 24 uur.

De gemiddelde responsetijd19De responsetijd is gedefinieerd als de tijd die verstrijkt tussen het ontvangen van de vraag en het versturen van het antwoord door de BV BSN. De vertraging die door tussenliggende partijen of de achterliggende registers optreedt maakt geen onderdeel uit van de responsetijd. van het systeem bedraagt 1 seconde; maximaal te verwachten responsetijd zal 3 seconden bedragen.

De helpdesk voor vragen is tijdens werkdagen beschikbaar van 8.00-18.00 uur. Vragen aan de helpdesk moeten in 95% van de gevallen binnen 4 uur zijn afgehandeld (beantwoord), 98% binnen 24 uur en 100% binnen 7 dagen. Voor vragen buiten kantoortijden is er een voorziening welke vragen van kritisch belang voor de continuïteit van de dienstverlening van de BV BSN doorspeelt aan technisch beheer.

I. Gegevenswoordenboek

I.1. Inleiding

De Beheervoorziening BSN maakt gebruik van een deelverzameling van de GBA-gegevens volgens de GBA-standaard. Het binnen de Beheervoorziening BSN gebruikte deel van het teletex-repertoire maakt volledig deel uit van de 10646 UTF-8 tekenset. Coderingen Teletex kunnen één op één overgezet worden naar coderingen UTF-8 en andersom. De translatie tussen de coderingen in het GBA systeem en de UTF standaard wordt bij het inlezen van de gegevens (vanuit de GBA) in de Beheervoorziening BSN uitgevoerd.

I.2. Gegevens in de BV BSN

De gegevens in de Beheervoorziening BSN zijn ingedeeld in twee lijsten. Binnen deze lijsten bestaat een hiërarchische structuur van categorieën, groepen en elementen.

De twee lijsten die binnen de Beheervoorziening BSN worden onderkend zijn:

I.2.1. Beschrijving van de categorieën

De lijsten binnen de Beheervoorziening BSN zijn opgedeeld in categorieën. Hieronder wordt een overzicht gegeven van deze onderverdeling.

I.2.2. Beschrijving van de groepen

I.2.3. Beschrijving van de elementen

II. Dienstenboek

II.1. Inleiding

In dit hoofdstuk worden de verschillende diensten beschreven voor zowel de gebruikers als de registerhouders. Er wordt per vraag- en antwoordbericht een overzicht gegeven van de gegevenssets en de mogelijke foutmeldingen. Tevens is een grafische weergave van de berichtcyclus opgenomen. Voor weergave van de foutmeldingen in de berichtcycli wordt een prefix ‘FCB’ gebruikt als het een fout op berichtniveau betreft en een prefix ‘FCA’ als het een fout op vraagniveau betreft. Voor deze fouten geldt dat de code tussen haakjes de werkelijke code is zoals deze in het bericht wordt opgenomen. Systeemfouten worden in een apart register opgeslagen en worden niet weergegeven in de berichtcycli.

II.2. Berichtenvoorziening diensten

In de volgende paragrafen wordt de inhoud weergegeven van de vraag- en antwoordberichten van de webservices gericht op gebruikers.

Tabel II.2a geeft een overzicht van de diensten voor een gebruiker.

II.2.1. Toetsen van de combinatie BSN en identificerende gegevens

In de WSDL zijn de volgende elementen gedefinieerd die overeenkomen met het vraag- en antwoordbericht:

Tabel II.2.1.a wordt de gegevensset weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

Opmerkingen:

1.

Als in de registratie de indicatie geheim ongelijk is aan ‘0’, worden de verblijfplaatsgegevens (gegevens aangeduid met een ‘i’) niet doorgegeven.

2.

Indien een gegeven in onderzoek is (‘aanduiding gegevens in onderzoek’ van groep persoon, overlijden of verblijfplaats), wordt dit attribuut gevuld met een melding zoals omschreven in ‘Meldingen gegevens in onderzoek’.

3.

Indien ‘Omschrijving reden opschorting’ in het GBA-systeem is ‘E’ (Emigratie) of ‘M’ (Ministerieel besluit), dan worden de verblijfplaatsgegevens (gegevens aangeduid met een ‘i’) niet doorgegeven.

4.

Alleen als het ‘Omschrijving resultaat’ is ‘Resultaat gevonden’, wordt de gegevensset gevuld.

5.

In tabel II.2.1b wordt de vulling voor de velden ‘BerichtResultaatCode’, ‘OmschrijvingBerichtResultaat’, ‘ResultaatCode’ en ‘OmschrijvingResultaat’ gegeven.

In de onderstaande figuur II.2.1c wordt de berichtcyclus weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

II.2.2. Opvragen identificerende gegevens op basis van een BSN

In de WSDL zijn de volgende elementen gedefinieerd die overeenkomen met het vraag- en antwoordbericht:

In tabel II.2.2a wordt de gegevensset weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

In de onderstaande figuur II.2.2c wordt de berichtcyclus weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

II.2.3. Toetsen geldigheid BSN

In de WSDL zijn de volgende elementen gedefinieerd die overeenkomen met het vraag- en antwoordbericht:

In tabel II.2.3a wordt de gegevensset weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

In de onderstaande figuur II.2.3c wordt de berichtcyclus weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

II.2.4. Opvragen BSN op basis van identificerende gegevens

In de WSDL zijn de volgende elementen gedefinieerd die overeenkomen met het vraag- en antwoordbericht:

In tabel II.2.4a wordt de gegevensset weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

In de onderstaande figuur II.2.4c wordt de berichtcyclus weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

II.2.5. Toetsen in verkeer zijn van het identiteitsdocument

In de WSDL zijn de volgende elementen gedefinieerd die overeenkomen met het vraag- en antwoordbericht:

In tabel II.2.5a wordt de gegevensset weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

In de onderstaande figuur II.2.5c wordt de berichtcyclus weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

II.3. Registerhouder diensten

In de volgende paragrafen wordt de inhoud van de vraag- en antwoordberichten van de webservices voor de registerhouders weergegeven.

Tabel II.3a geeft een overzicht van diensten voor de registerhouders.

Een aantal diensten komt overeen met de diensten vermeld bij de gebruikers. Deze worden hier niet opnieuw beschreven omdat ze identiek zijn. In de volgende paragrafen worden de diensten voor de registerhouders verder toegelicht.

De diensten voor registerhouders zijn enkelvoudige vragen. Om de berichtfoutcodes overeen te laten komen met de foutcodes van de berichten voor gebruikers, worden bij deze berichten de foutcodes die specifiek op de vraag zelf betrekking hebben en niet op het bericht aangeduid met de prefix ‘FCA’.

II.3.1. Presentievraag

Dit bericht is opgemaakt volgens het sPd-protocol, bericht ‘Presentievraag’ (Bq11). Voor de beschrijving van de sPd-berichten wordt verwezen naar het LO GBA, waarin in bijlage IV het sPd-protocol is uitgewerkt, en in bijlage III specifieke informatie over de berichtopbouw van de verschillende onderkende berichten.

II.3.2. Vulbericht

Dit bericht is opgemaakt volgens het sPd-protocol, bericht ‘Vulbericht’ (Ag11). Voor de beschrijving van de sPd-berichten wordt verwezen naar het LO GBA, waarin in bijlage IV het sPd-protocol is uitgewerkt, en in bijlage III specifieke informatie over de berichtopbouw van de verschillende onderkende berichten.

II.3.3. Afvoeren PL

Dit bericht is opgemaakt volgens het sPd-protocol, bericht ‘Afvoeren PL’ (Ng01). Voor de beschrijving van de sPd-berichten wordt verwezen naar het LO GBA, waarin in bijlage IV het sPd-protocol is uitgewerkt, en in bijlage III specifieke informatie over de berichtopbouw van de verschillende onderkende berichten.

II.3.4. Wijzigen BSN

Dit bericht is opgemaakt volgens het sPd-protocol, bericht Gv01 ‘Wijzigen BSN’. Voor de beschrijving van de sPd-berichten wordt verwezen naar het LO GBA, waarin in bijlage IV het sPd-protocol is uitgewerkt, en in bijlage III specifieke informatie over de berichtopbouw van de verschillende onderkende berichten.

II.3.5. Wijzigen A-nummer

Dit bericht is opgemaakt volgens het sPd-protocol, bericht Wa11 ‘Wijzigen A-nummer’. Voor de beschrijving van de sPd-berichten wordt verwezen naar het LO GBA, waarin in bijlage IV het sPd-protocol is uitgewerkt, en in bijlage III specifieke informatie over de berichtopbouw van de verschillende onderkende berichten.

II.3.6. Realtime presentievraag van identificerende gegevens

In de WSDL zijn de volgende elementen gedefinieerd die overeenkomen met het vraag- en antwoordbericht:

In tabel II.3.6a wordt de gegevensset weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

In de onderstaande figuur wordt de berichtencyclus weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

II.3.7. Aanvragen BSN voorraad

In de WSDL zijn de volgende elementen gedefinieerd die overeenkomen met het vraag- en antwoordbericht:

In tabel II.3.7a wordt de gegevensset weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

In de onderstaande figuur wordt de berichtencyclus weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

II.3.8. Herstelbericht

Dit bericht is opgemaakt volgens het sPd-protocol, bericht Ag31 ‘Herstelbericht’. Voor de beschrijving van de sPd-berichten wordt verwezen naar het LO GBA, waarin in bijlage IV het sPd-protocol is uitgewerkt, en in bijlage III specifieke informatie staat over de berichtopbouw van de verschillende onderkende berichten.

II.4. Beheerdiensten

In de volgende paragrafen wordt de inhoud weergegeven van de vraag- en antwoordberichten van de diensten ten behoeve van beheer met betrekking tot de begeleidende gegevens.

Tabel II.4a geeft een overzicht van de beheerdiensten.

II.4.1. Opvragen berichten

In de WSDL zijn de volgende elementen gedefinieerd die overeenkomen met het vraag- en antwoordbericht:

In tabel II.4.1a wordt de gegevensset weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

In de onderstaande figuur II. 4.1wordt de berichtcyclus weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

II.4.2. Opvragen audittrail

In de WSDL zijn de volgende elementen gedefinieerd die overeenkomen met het vraag- en antwoordbericht:

In tabel II.4.2a wordt de gegevensset weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

In de onderstaande figuur II.4.2c wordt de berichtcyclus weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

II.5. Tijdelijke diensten

De BV BSN voorziet vanaf de inwerktreding van het BSN-stelsel in enkele tijdelijke diensten. Deze diensten zijn een aanvulling op de diensten beschreven in bijlage 0 en zullen beschikbaar zijn tot een door de Minister van BZK nader te bepalen datum. Tabel II.5a geeft een overzicht van de tijdelijke diensten voor een gebruiker.

Voor de tijdelijke diensten is het Bulkvragenregister opgericht, waarin de bulkvragen en de antwoorden daarop worden opgeslagen door de BV BSN. Dit register kent een opschoningstermijn van 2 weken. Het is dan ook belangrijk dat gebruikers het antwoord op een gestelde bulkvraag binnen deze termijn opvragen uit de BV BSN.

II.5.1. Stellen bulkvraag

In de WSDL zijn de volgende elementen gedefinieerd die overeenkomen met het vraag- en antwoordbericht:

In tabel II.5.1a wordt de gegevensset weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

In de onderstaande figuur II.5.1c wordt de berichtcyclus weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

II.5.2. Ophalen antwoord bulkvraag

In de WSDL zijn de volgende elementen gedefinieerd die overeenkomen met het vraag- en antwoordbericht:

In tabel II.5.2a wordt de gegevensset weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

In de onderstaande figuur II.5.2c wordt de berichtcyclus weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

II.5.3. Opvragen BSN tbv opschoning en initiële vulling

In de WSDL zijn de volgende elementen gedefinieerd die overeenkomen met het vraag- en antwoordbericht:

In tabel II.5.3a wordt de gegevensset weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

In de onderstaande figuur II.5.3c wordt de berichtcyclus weergegeven voor zowel het vraagbericht als het antwoordbericht van deze dienst.

II.6. Meldingen gegevens in onderzoek

Indien gegevens in onderzoek zijn, worden de betreffende codes binnen de BV BSN vertaald naar de volgende meldingen:

III. Aanleveren Gegevenssets

III.1. Inleiding

De BV BSN maakt gebruik van interne registers om haar taken uit te kunnen voeren. Deze registers bevatten gegevens van persoonslijsten in het GBA (GBA-V) en de Belastingdienst (BvR). Het dagelijks bijhouden van de GBA-V door de gemeenten en van de BvR door de Belastingdienst heeft tot gevolg dat er periodiek (dagelijks) nieuwe registers moeten worden opgebouwd waar de BV BSN gebruik van kan maken. De beschreven registers binnen de BV BSN worden de GBA-V’ en de BvR’ genoemd. Het aanleveren van de gegevens van de GBA-V’ en BvR’ is in dit document beschreven.

III.2. Bijwerken van de GBA-V’

Binnen de BV BSN wordt een kopie van de GBA-V database bijgehouden. Deze kopie wordt GBA-V’ genoemd en wordt dagelijks bijgewerkt. Elke dag ontvangt de BV BSN een afslagbestand vanuit GBA-V welke geconverteerd wordt naar de GBA-V’ database.

Bij het ontvangen van het afslagbestand GBA-V worden de volgende gegevens aangeleverd.

III.3. Bijwerken van de BvR’

Binnen de BV BSN wordt een kopie van de BvR-database bijgehouden. Deze kopie wordt BvR’ genoemd en wordt dagelijks bijgewerkt. Elke dag wordt de BvR geconverteerd naar de BVR’-database.

Bij het ontvangen van de BvR dienen de gegevens in tabel Tabel III.3a te worden aangeleverd.

IV. Werking zoekmechanisme

De Beheervoorziening BSN biedt gebruikers onder meer de mogelijkheid om te vragen welk BSN bij de opgegeven identificerende gegevens hoort. Daarnaast hebben toekennende instanties de mogelijkheid om een matchingsfunctie te gebruiken om te voorkomen dat een persoon meer dan één nummer krijgt én om te voorkomen dat een nummer aan meer dan één persoon wordt toegekend. Voor beide functies zet de beheervoorziening een zoekvraag uit bij de verschillende registraties. Omdat er geen één op één relatie bestaat tussen de gegevensset die wordt aangeboden om mee te zoeken en de gegevens die zijn opgeslagen in de registraties, wordt een combinatie van exact zoeken en intelligent zoeken gebruikt.

Bij het zoeken in de achterliggende registraties wordt eerst op basis van één van de verplichte zoekpaden getracht om een zo breed mogelijk resultaat te vinden binnen de vastgestelde zoekmethoden. Het resultaat wordt verkregen door combinatie van de vastgestelde zoekmethoden voor die velden. Als er hierna meer resultaten zijn dan gewenst, wordt de zoekvraag verfijnd door een extra veld aan de zoekvraag toe te voegen. Met deze verfijnde zoekvraag wordt in het zoekresultaat van de vorige stap gezocht. Als er hierna nog steeds te veel resultaten zijn, wordt de verfijningstap herhaald.

In de bijgaande figuur wordt het zoekproces voor verificatievragen waarbij één resultaat is gewenst globaal weergegeven. Indien het zoekmechanisme gebruikt wordt bij een door een gemeente uitgevoerde presentievraag, worden maximaal 10 resultaten teruggegeven.

Per veld is een keuze gemaakt welke zoekmethode gebruikt wordt. De volgende zoekmethoden kunnen onderscheiden worden:

IV.1. Diakrieten en bekende schrijfwijzen

Binnen de Beheervoorziening wordt gebruik gemaakt van de ISO-standaard 10646 UTF-8 tekenset. In deze tekenset worden ook de GBA-gegevens, waar de Teletex standaard wordt gebruikt, één op één gerepresenteerd. In het Logisch Ontwerp GBA is een weergave van de Teletex tekenset terug te vinden.

Om te komen tot een match zijn er verschillende zoekmethoden. Eén daarvan is de transformatie van diakrieten. Bij het intelligent zoeken door de Beheervoorziening BSN in de registers wordt onderstaande diakriettransformatie toegepast.

De diakrietentransformatie wordt als volgt uitgevoerd:

Nadat zowel de zoekopdracht als de gegevens zijn getransformeerd wordt op basis van een exacte match getransformeerd. Door het gebruik van diakriettransformatie is het mogelijk om verschillende notaties van hetzelfde gegeven in verschillende registers te vinden.

IV.2. Wegingsfactor

Zoals hiervoor beschreven, wordt eerst op basis van één van de verplichte zoekpaden getracht een zo breed mogelijk resultaat te verkrijgen. Als er teveel resultaten zijn, wordt daarna stapsgewijs de zoekvraag verfijnd. De volgorde van de verfijningstappen wordt bepaald door de wegingsfactor. Per mogelijk veld is een waarde (tussen 0 en 1) opgenomen waarbij, na het verplichte zoekpad, de velden met de hoogste factor eerst worden genomen.

IV.3. Matchwaarde

Om de vraagsteller van de matchingsvraag ten behoeve van toekenning te ondersteunen bij de afweging tussen verschillende resultaten wordt een score berekend. Daarbij wordt, naast de wegingsfactor, gebruik gemaakt van de matchwaarde. Voor iedere zoekmethode op een veld wordt een matchwaarde ingevuld.

De formule voor het berekenen van de score is:

De velden die wel in de vraag zijn opgenomen maar niet bij het zoeken zijn gebruikt, worden ook niet in de berekening van de score meegenomen. Als op basis van een verplicht zoekpad door middel van een exacte match een resultaat wordt gevonden, dan is de score 100%. Dit geldt ook als andere velden niet overeenkomen met het gevonden resultaat.

V. Beschrijvende woordenlijst

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.