Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Economische Mededinging en Industrieel Eigendom vanaf 1946 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
Opmerkingen: Dergelijke bepalingen kunnen later expliciet in de WEM als verbodsbepaling worden opgenomen. Zij kunnen ook voortkomen uit Europese richtlijnen. Het opzettelijk opstellen van mededelingsregels in strijd met deze AMVB’s is strafbaar, evenals het opstellen van mededelingsregels die discriminatie bevorderen (art. 15). In 1995 werd dit instrument gebruikt de mededingingsregeling nader aan te scherpen, zodat er in de Mededingswet van 1997 beproefde verbodsbepalingen konden worden opgenomen.
Bron: WEM, art. 10
Waardering: B (5)
Handeling: Het bij wet verlengen van de termijn van een besluit tot algemeen onverbindend verklaren van specifieke mededingingsregelingen
Periode: 1958–
Product: Wet van 21 februari 1968, Stb. 62, houdende verlenging van een besluit tot acht jaar.
Bron: WEM art. 10, lid 4
Waardering: B (5)
Handeling: Het bij beschikking toelaten van bij AMVB algemeen onverbindend verklaarde bepalingen in aangemelde mededingingsregelingen
Periode: 1958–
Product: Ontheffingsbeschikking
Opmerkingen: Dit is de toepassing van een ontheffingsclausule op de AMVB-bepalingen. Afwijzingvan het verzoek betekent automatisch onverbindendverklaring van de regeling.
Bron: WEM, art. 12
Waardering: B (5)
Handeling: Het onverbindend verklaren van gesloten bedrijfsregelingen of uitvoeringsregelingen wegens vastgestelde strijdigheid met het algemeen belang
Periode: 1958–1997
Opmerkingen: Hierbij zijn ook de onderzoeken inbegrepen die omschreven zijn in art. 16 van de wet en die uiteindelijk niet tot een onverbindendverklaring hebben geleid.
Bron: WEM, art. 19, lid
Waardering: B (5)
10.1.5.8 Tijdelijke ongeldigverklaring van mededingingsbepalingen
Handeling: Het voor een bepaalde termijn ongeldig verklaren van mededingingsregelingen ter wille van het algemeen belang
Periode: 1995–1997
Opmerkingen: Deze handeling houdt ook in: Het verlengen van de termijn waarvoor de beschikking geldt (art. 9g, lid 2) Het voortijdig intrekken van de beschikking (art. 9g, lid 5), het tussentijds wijzigen van de regelingen die tijdens de periode van ongeldigheid nog van kracht zijn (art 9g, lid 4 jo.5), het schorsen of treffen van tussentijdse maatregelen in afwachting van definitieve beschikkingen (art. 9g, lid 7)
Bron: WEM Stb. 1994, Stb. 801, art. 9g,
Waardering: B (5)
10.1.5.9 Bestrijding van economische machtsvorming bij concentratie van ondernemingen
Handeling: Het openbaar maken van gegevens betreffende economische machtsposities wegensvastgestelde strijdigheid met het algemeen belang
Periode: 1958–1997
Product: Voorbeeld: mededelingen inzake het prijsbeleid van het Zwitserse chemieconcern Hoffman-Laroche met betrekking tot valium. Stcrt. 1977, 137
Opmerkingen: De ongewenste regelingen worden gepubliceerd in de Staatscourant. Dit geldt ook voor mededelingen dat van toepassing van art. 19 wordt afgezien. Tegen deze mededelingen kunnen door de betrokken bedrijven gerechtelijke stappen worden ondernomen, hetgeen door Hoffman-Laroche ook daadwerkelijk – en met succes – is gebeurd. Bij deze handeling dienen ook de gevolgde procedures voor de rechter te worden gerekend.
Bron: WEM, art. 24, lid 1 sub a
Waardering: B (5)
Handeling: Het geven van bevelen aan natuurlijke of rechtspersonen
Periode: 1958–1997
Opmerkingen: Het gaat hier om de volgende aanwijzingen: het verbod van bepaalde gedragingen; het noodzaken tot het leveren van goederen of diensten aan bepaalde personen of bedrijven voor ‘gebruikelijke’ prijzen en/of voorwaarden. voorschriften met betrekking tot de prijs, voorschriften met betrekking tot de leverening en/of de bestemming van goederen, met name een verbod tot het stellen van nadere voorwaarden bij levering, Deze bevoegdheden kunnen met name effectief zijn tegen gentlements-agreements, price-leaderships en andere vormen van niet-juridische bindingen. De beschikkingen worden gepubliceerd in de Staatscourant.
Bron: WEM, art. art. 24, lid 1 sub b
Waardering: B (5)
10.1.5.10 Beroep
Handeling: Het voorbereiden van kroonuitspraken in beroep tegen beschikkingen inzake kartelregelingen met een voorlopig karakter
Periode: 1958–1977
Bron: WEM, art. 33, Wet beroep administratieve beschikkingen, Stb. 1963, 268
Waardering: B (5)
Handeling: Het zich bij de rechtbank verweren tegen eisen om schadevergoeding wegens door het college of de Kroon vernietigde beschikkingen inzake kartelregelingen
Periode: 1958–
Opmerking: De zaken betreffen beschikkingen die tot 1997 getroffen zijn.
Bron: Memorie van Toelichting II 1958
Waardering: V 10 jaar na de uitspraak
10.1.5.11 Mededingingswet
Handeling: Het bij AMVB vaststellen van regels voor de goede uitvoering van de Mededingingswet
Periode: 1997–
Product: Besluit gegevensverstrekking mededingingswet, Stb. 1997, 485
Waardering: B (5)
Handeling: Het bij AMVB vaststellen van vrijstellingen voor mededingingsafspraken.
Periode: 1997–
Product: Besluit vrijstelling combinatieovereenkomsten. Stb. 1997, 592; Besluit vrijstelling branchebeschermingsovereenkomsten. Stb. 1997, 596; Besluit vrijstellingen samenwerkingsovereenkomsten detailhandel Stb. 1997, 704; Tijdelijk besluit vrijstelling prijsbinding dagbladen. Stb. 1997, 705
Bron: Mededingingswet, art. 15
Waardering: B (5)
Handeling: Het vaststellen van algemene aanwijzingen aan de Directeur-Generaal van de Nma.
Periode: 1997–
Product: Beleidsregels voor de Nma
Opmerkingen: In deze aanwijzingen wordt aangegeven welke belangen er naast economische belangen worden gediend. Beleidsregels voor de Nma worden gepubliceerd in de Staatscourant.
Bron: Mededingingswet, art. 4, lid 1
Waardering: B (5)
10.1.5.12 Organisatie van de Nederlandse Mededingingsautoriteit Nma
Handeling: Het jaarlijks informeren van de Staten-Generaal over zijn beleid ten aanzien van de Nma.
Periode: 1998–
Product: Bevindingen van de Minister bij de jaarverslagen.
Opmerkingen: Het verslag wordt ingediend door de Nma, waarop de Minister zijn bevindingen kenbaar maakt en een toelichting geeft van zijn bemoeienissen.
Bron: Mededingingswet, art. 5, lid 2
Waardering: B (3)
Handeling: Het delegeren van bevoegdheden aan de directeur-generaal van de Nma
Periode: 1998–
Product: Besluit mandaat en volmacht, Stcrt. 1998, 1, gewijzigd 1 juli 1998
Bron: Mandaatregeling 1998
Waardering: V 5 jaar na vervallen mandaat
10.1.5.13 Heroverweging van Nma-besluiten door het Ministerie
Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de directeur-generaal van de Nma met betrekking tot verzoeken om vergunningen aan concentraties
Periode: 1998–
Product: Bindend advies inzake een beschikking
Bron: Mededingingswet art. 4, lid 4.
Waardering: B (5)
Handeling: Het alsnog verlenen van vergunningen aan economische machtsconcentraties die niet door de Nma zijn toegelaten
Periode: 1998–
Opmerkingen: Deze vergunningen kunnen alleen worden verleend indien het landsbelang dit vordert. De beslissing moet worden genomen in overeenstemming met de Ministerraad
Bron: Mededingingswet art. 47-49
Waardering: B (5)
10.1.5.14 Toepassing van Europese regelgeving
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de werkzaamheden van een EGKS-Commissie voor een mededingingsbeleid voor de structuur van de ijzer- en staalindustrie.
Periode: 1953–
Waardering: B (1)
Handeling: Het adviseren bij de aanmelding van fuserende kolen- en staalbedrijven bij de Hoge Autoriteit
Periode: 1953–
Bron: EGKS-verdrag, art. 66, lid 1
Waardering: B (5)
Handeling: Het adviseren bij verzoeken van de Hoge Autoriteit om inlichtingen en controle op mededingingsafspraken en concentraties van ondernemingen
Periode: 1954–
Opmerkingen: Een nader reglement voor de desbetreffende vorderingen aan de ondernemingen is vastgelegd in een beschikking van de Hoge Autoriteit van 1954, nr. 26.
Bron: EGKS-verdrag, art. 66, lid 4
Waardering: B (5)
10.1.5.15 Door de EEG/De Europese Unie
Handeling: Het voeren van correspondentie met de EC over bekendmakingen ten aanzien van interpretaties van de verdragsbepalingen inzake economische mededinging
Opmerkingen: Een overzicht van de thans nog relevante bekendmakingen bevindt zich in Gaasbeek e.a. Integraal Mededingingsbeleid 1999.
Periode: 1958–
Waardering: V 5 jaar na bekendmaking
Handeling: Het leveren van bijdragen aan beleidsvisies van de EC over nadere uitvoering van de verdragsbepalingen en voornemers tot regelgeving inzake economische mededinging
Product: Groenboek betreffende verticale afspraken
Periode: 1958–
Waardering: B (1)
10.1.5.16 De EEG-verordening nr. 17 betreffende aanmelding van mededingingsafspraken
Handeling: Het leveren van bijdragen aan adviezen van een door de EC ingesteld Adviescomité voor mededingingsregelen en economische machtsposities
Periode: 1962–
Opmerkingen: Het betreft benoeming van Nederlandse deelnemers aan het comité en het verstrekken van adviezen en inlichtingen.
Bron: EEG-verordening van de Raad nr. 17, Pb. EG 204/6
Waardering: B (5)
Handeling: Het verzoeken aan de Europese Commissie om op te treden tegen inbreuken tegen de bepalingen van het EEG-verdrag inzake mededinging
Periode: 1962–
Bron: EEG-verdrag, art. 89; EEG-verordening van de Raad nr. 17, Pb. EG 204/62, art. 3, lid 2
Waardering: B (5)
Handeling: Het indienen van een klacht bij het Europese hof tegen inbreuken tegen de bepalingen van het EEG-verdrag inzake mededinging
Periode: 1962–
Bron: EEG-verdrag, art. 89; EEG-verordening van de Raad nr. 17, Pb. EG 204/62, art. 3, lid 2
Waardering: B (5)
Handeling: Het op last van de Europese Commissie (doen) treffen van maatregelen, waarbij zonodig het innen van boetes of dwangsommen, voor inbreuken op het vervoers- en mededingingenrecht
Periode: 1958–1997
Bron: EEG-verdrag, art. 89, lid 2 jo. 192. Voorstel tot een verordening van de Europese Commissie, Pb. EG 1972 nr. C 43/1, art. 3
Waardering: V 15 jaar
Handeling: Het op verzoek of na beschikking van de Europese Commissie (doen) verstrekken van inlichtingen inzake mededingingsafspraken
Periode: 1973–1997
Opmerkingen: Het betreft met name voorlichting over Nederlandse voorschriften.
Bron: EEG-verdrag, art. 88; EEG-verordening van de Raad nr. 17, Pb. EG 204/62, art.11
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het op last van de Europese Commissie verifiëren van inbreuken van de EG-verdragsbepalingen op het gebied van mededinging
Periode: 1962–
Bron: EEG-verordening van de Raad nr. 17, Pb. EG 204/62, art.14
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het medewerken aan de uitvoering van een algemeen onderzoek van de Europese Commissie naar concurrentiebelemmeringen of -vervalsingen door of in bedrijfstakken.
Periode: 1962–
Opmerkingen: Het betreft de toelating van personen en de zorg dat deze personen niet in hun opspringstaak worden belemmerd. Voor dit optreden is geen formele toestemming in de vorm van een exequatur vereist, maar er kan wel correspondentie plaats vinden.
Nadere uitleg zie Blanco 1996, p. 314.
Bron: EEG-verdrag, art. 88; EEG-verordening van de Raad nr. 17, Pb. EG 204/62, art.12
Waardering: V 10 jaar
10.1.5.17 Groepsgewijze buitentoepassingverklaring van verdragsbepalingen
Handeling: Het bij wijze van klacht verzoeken aan de Europese Commissie om op vrijgestelde productiesamenwerkingsovereenkomsten van ondernemingen de verdragsbepalingen alsnog van toepassing te verklaren
Periode: 1985–
Opmerkingen: Als de Commissie na deze klacht op grond van een rechtmatig belang tot de bevinding komt dat de vrijgestelde overeenkomst alsnog gevolgen heeft die onverenigbaar zijn met het EG-verdrag, kan zij die overeenkomst intrekken.
Bron: EU Verordening 1971 nr. 2821 (groepsvrijstelling productie-samenwerkingsovereenkomsten), art. 7
Waardering: B (5)
Handeling: Het verzoeken aan de EC om oppositie tegen een aangemelde octrooilicentieovereenkomst, onderzoeks- of ontwikkelingsovereenkomst, know-how overeenkomst of andere overeenkomst inzake technische kennis
Periode: 1985–
Bron: De desbetreffende EU-Verordeningen
Waardering: B (5)
Handeling: Het verzoeken aan de Europese Commissie om verzet te voeren tegen een aangemelde franchise-overeenkomst
Periode: 1988–
Bron: EU Verordening 1988, nr. 4087 (groepsvrijstelling franchiseovereenkomsten), art. 6, lid 6
Waardering: B (5)
Handeling: Het indienen van een klacht de Europese Commissie tegen inbreuken op de economische markt door de toepassing van een vrijgestelde overeenkomst in de verzekeringssector
Periode: 1991–
Opmerkingen: Als de Commissie na deze klacht op grond van een rechtmatig belang tot de bevinding komt dat de vrijgestelde overeenkomst alsnog gevolgen heeft die onverenigbaar zijn met het EG-verdrag, kan zij die overeenkomst intrekken. Alvorens zij komt tot een besluit kan de EC aanbevelingen doen om langs deze weg tot beëindiging van de inbreuk te komen.
Bron: EU Verordening 1991, nr. 1534 (groepsvrijstelling verzekeringsovereenkomsten), art. 6, lid 2
Waardering: B (5)
10.1.5.18 Landvervoer
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de vaststelling van uitvoeringsbepalingen van de verordening en de voorbereidende advisering door het Adviescomité
Periode: 1968–
Product: Uitvoeringsverordening 1969, nr. 1629 inzake klachten;
Uitvoeringsverordening 1969, nr 1630 betreffende het horen van belanghebbenden en derden
Bron: EU Verordening 1968, nr. 1017 (groepsvrijstelling vervoersovereenkomsten), art. 29
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan beraadslagingen over de buitentoepassingverklaring van het verbod van mededingingsbepalingen voor vervoersorganisaties om storingen in de vervoersmarkt te beperken
Periode: 1968–
Opmerkingen: Deze beslissingen zijn daadwerkelijk genomen, en wel om de stabiliteit van de vervoermarkt te bevorderen.
Bron: EU Verordening 1968, nr. 1017 (groepsvrijstelling vervoersovereenkomsten), art. 7. jo, art. 17
Waardering: B (5)
Handeling: Het indienen van klachten over inbreuken op in de groepsvrijstelling opgenomen mededingingsbepalingen door vervoersorganisaties
Periode: 1968–
Bron: EU Verordening 1968, nr. 1017 (groepsvrijstelling vervoersovereenkomsten), art. 10
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan beraadslagingen over een verzoek om opheffing van een verbod van mededingingsbepalingen voor vervoersorganisaties
Periode: 1968–
Bron: EU Verordening 1968, nr. 1017 (groepsvrijstelling vervoersovereenkomsten), art. 13 jo. art.17
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het verzoeken om c.q. het leveren van bijdragen aan beraadslagingen van de Raad van Europese Ministers over algemene beginselen van het mededingingsbeleid inzake het vervoer
Periode: 1968–
Bron: EU Verordening 1968, nr. 1017 (groepsvrijstelling vervoersovereenkomsten), art. 17, lid 3
Waardering: B (1)
Handeling: Het verlenen van medewerking aan een algemeen onderzoek van de Europese Commissie naar beperking of vervalsing van de mededinging op vervoersterrein
Periode: 1968–
Opmerkingen: Deze medewerking betreft: het kennisnemen van verzoeken om inlichtingen en de daaraan verbondensancties; het inschakelen van eigen autoriteiten ingeval van verificaties en de toelating van verificateurs van de Europese Commissie
Bron: EU Verordening 1968, nr. 1017 (groepsvrijstelling vervoersovereenkomsten),
art. 19-20
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het verlenen van medewerking aan door de EC gedane verzoeken om inlichtingen of gelaste verificaties
Periode: 1968–
Bron: EU Verordening 1968, nr. 1017 (groepsvrijstelling vervoersovereenkomsten), art. 21
Waardering: V 5 jaar
10.1.5.19 Zeevervoer
Handeling: Het indienen van een verzoek tot verzet tegen samenwerkingsovereenkomsten van scheepvaartorganisaties of het voeren van overleg naar aanleiding van dit verzet
Periode: 1986–
Bron: EU Verordening 1986, nr. 4056, art. 12; EU-verordening 1998, 1870, art. 7
Waardering: B (5)
Handeling: Het indienen van en het voeren van overleg inzake klachten over inbreuken op in de groepsvrijstelling opgenomen mededingingsbepalingen door scheepvaartorganisaties
Periode: 1986–
Bron: EU Verordening 1986, nr. 4056, art. 10
Waardering: B (5)
Handeling: Het leveren van bijdragen aan een door de EC aangekaart overleg inzake conflicten van internationaal recht op het gebied van de scheepvaartorganisatie
Periode: 1986–
Bron: EU Verordening 1986, nr. 4056, art. 9
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het verlenen van medewerking aan door de EC gedane verzoeken om inlichtingen of gelaste verificaties bij scheepvaartmaatschappijen
Periode: 1986–
Bron: EU Verordening 1986, nr. 4056, art. 17–19
Waardering: V 5 jaar
10.1.5.20 Luchtvaart
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming van nadere verordeningen tot het vaststellen van groepsvrijstellingen voor groepen bilaterale luchtvaartovereenkomsten
Periode: 1987–
Product: Verordening EC 1987, 3976, houdende groepsvrijstelling van bepaalde groepen overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen in de sector luchtvervoer; Verordening EC 1988, 4261 betreffende klachten en verzoeken tot het horen van belanghebbenden; Verordening EC 1991, 82, houdende groepsvrijstelling van bepaalde groepen overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen met betrekking tot gronddiensten op luchthavens; Verordening EC 1991, 83, houdende groepsvrijstelling van bepaalde groepen overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen met betrekking tot geautomatiseerde boekingssystemen voor luchtvervoerdiensten.; herzien 1993, 3652; Verordening EC 1991, 84, houdende groepsvrijstelling van bepaalde groepen overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die betrekking hebben op de gezamenlijke planning en coördinatie van [...] capaciteit [...] passagiers- en vrachtvervoertarieven [...] toekenning van landings- en starttijden.(‘slots’), herzien 1993, 617.
Bron: Verordening Raad 1987, nr. 4056.
Waardering: B (1)
Handeling: Het indienen van klachten van maatschappijen en het voeren van overleg met maatschappijen inzake art. 85 van het EG-verdrag zijnde luchtvaartovereenkomsten
Periode: 1987–
Bron: EU Verordening 1987, nr. 4056, art. 3
Waardering: B (5)
Handeling: Het verlenen van medewerking aan door de EC gedane verzoeken om inlichtingen of gelaste verificaties bij luchtvaartmaatschappijen
Periode: 1987–
Bron: EU Verordening 1987, nr. 3975, art. 9–10
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het zenden van waarnemers naar het overleg tussen luchtvaartmaatschappijen bij overleg over tariefafspraken en/of afspraken van de verdeling van ‘slots’ en luchthavendienstregelingen
Periode: 1993–
Opmerkingen: De hier beschreven gegevens betreffen de bemoeienis van de Minister van Economische Zaken bij de goedkeuring van luchtvaarttarieven door de Minister van Verkeer en Waterstaat ( = handeling 280 van PIVOT-rapport 16: Luchtvaart gebonden). Zij zijn in dit verband kaderstellend.
Bron: EC Verordening 1993, nr. 1617, art. 4, lid 2; art. 5, lid 2
Waardering: V 5 jaar
10.1.5.21 De EG-resolutie 4064/1989 over de controle op machtsconcentraties
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de vaststelling van uitvoeringsbepalingen van EG-verordeningen inzake machtsconcentraties
Periode: 1962–
Product: EU Verordening 1990, nr. 2367, inzake aanmelding en het horen van belanghebbenden
Bron: EU Verordening 1989, nr. 4064, art. 29
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het beoordelen van bij de EC aangemelde en aan de Minister gedane mededelingen van economische machtsconcentraties
Periode: 1962–
Bron: EU-verordening 1962, nr. 17; EU-verordening 1989, nr. 4064, art. 19
Waardering: B (5)
Handeling: Het verzoeken om verwijzing van een bij de Europese Commissie aangemelde machtsconcentratie naar zijn beoordelingsbevoegdheid
Periode: 1962–
Bron: EU-verordening 1962, nr. 17; EU Verordening 1989, nr. 4064, art. 9
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het op verzoek van de Europese Commissie verstrekken van inlichtingen over in Nederland werkzame economische machtsconcentraties
Periode: 1962–
Opmerkingen: Dit verzoek kan leiden tot het horen van belanghebbenden en van derden. Dit heeft tot op heden niet plaats gevonden: het horen wordt door de EC zelf gedaan.
Bron: EU-verordening 1962, nr. 17; EU-Verordening 1989, 4064, art. 11.
Waardering: V 15 jaar
Handeling: Het op verzoek van de Europese Commissie verlenen van bijstand bij verificatie van economische machtsconcentraties
Periode: 1989–
Opmerkingen: Verificatie kan zowel worden uitgevoerd door de autoriteiten van de Lidstaten als door EC-functionarissen, eventueel bijgestaan door diezelfde autoriteiten.
Bron: EU Verordening 1989, 4064, art. 12
Waardering: V 15 jaar
Handeling: Het aanwijzen van deelnemers van Nederland in het Adviescomité voor economische concentratiecontrole
Periode: 1989–
Bron: EU Verordening 1989, 4064, art. 19, lid 4
Waardering: V 5 jaar na vervallen
Handeling: Het leveren van bijdragen aan adviezen van het Adviescomité voor economische concentratiecontrole
Periode: 1989–
Bron: EU Verordening 1989, 4064, art. 19, lid 4
Waardering: B (5)
Handeling: Het doen bijwonen van hoorzittingen ter voorbereiding van schorsing, beperking of verbod van een economische machtsconcentratie
Periode: 1973–
Bron: EU Verordening 1990, nr. 2367, art. 13, lid 3 (Uitvoeringsverordening van 1989, 4064)
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het bij de Europese Commissie aanmelden van in Nederland ontoelaatbare machtsconcentraties door fusies of joint ventures
Periode: 1962–
Bron: EU-verordening 1962, nr. 17; EU Verordening 1989, nr. 4064, art. 22, lid 3
Waardering: B (5)
10.1.5.22 Toepassing van Europese regelgeving over staatssteun
Handeling: Het bij de Hoge Autoriteit/Commissie verzoeken om machtiging voor het verlenen van nationale steunmaatregelen t.b.v de kolenmijn-, de staalindustrie en nevenindustrieën
Periode: 1952–
Produkten: Aanvrage en gegevens
Opmerking: Een communautaire steunregeling is de steunregeling voor cokeskolen en cokes voor de ijzer- en staalindustrie (Beschikking 37/287/EGKS van 15 juli 1973).
Bron: EGKS-Verdrag, art. 56
Waardering: B (5)
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming van kaderregelingen van de EGKS of de Europese commissie (Directeur-Generaal Concurrentie of DG IV) tot de toepassing van uitzonderingen op art. 92 van het EG-verdrag
Periode: 1952–
Bron: EEG-verdrag 1956, Artikel 92, lid 2 en 3
Waardering: B (1)
Handeling: Het bemiddelen bij verzoeken van vakMinisters en door hen aangewezen actoren aan de EGKS of de Europese Commissie om toestemming tot het financieel participeren of het verlenen aan steun aan particuliere ondernemingen
Periode: 1952–
Opmerkingen: Tot 1956 was de Minister van EZ de enige betrokken vakMinister vanwege zijn betrokkenheid bij zaken die door de EGKS werden aangestuurd. Het Ministerie heeft ook bemiddeld voor regelingen die door het rijk worden vastgesteld. Voor regelingen van lagere overheden dient het Ministerie van Binnenlandse Zaken van advies.
Bron: EGKS-Verdrag, art. 56; EEG-verdrag 1956, Artikel 93, lid 3
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het bemiddelen bij klachten van bedrijven bij Europese instanties in verband met steunmaatregelen van (buitenlandse) overheden aan particuliere ondernemingen
Periode: 1956–
Opmerkingen: Bedoeld zijn de Europese Commissie en het Europese Hof van Justitie. Meestal betreft het niet-naleving van een beslissing van de EC ten aanzien van steunmaatregelen.
Bron: EGKS-Verdrag, art. 56; EEG-verdrag 1956, Artikel 93, lid 3
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het bemiddelen bij verzoeken van vakMinisters en door hen aangewezen actoren om toestemming tot het financieel participeren of het verlenen aan steun aan particuliere ondernemingen
Periode: 1956–1998
Opmerkingen: Vanaf 1999 dienen steunaanvragen rechtstreeks bij Nederlandse vertegenwoordigingen in de EU te worden aangevraagd.
Bron: EEG-verdrag 1956, Artikel 93, lid 3
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vertegenwoordigen van het Nederlands standpunt inzake overheidssteun aan bedrijven bij de EU in Brussel
Periode: 1956–1998
Bron: EEG-verdrag 1956, Artikel 93, lid 3
Waardering: B (1)
Handeling: Het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken van steunmaatregelen die door de Europese Commissie verboden zijn
Periode: 1956–
Product: Terugvorderingsbeschikkingen
Bron: EEG-verdrag 1956, Artikel 93, lid 3
Opmerkingen: Bij deze handeling is niet inbegrepen: het ongedaan maken van subsidiebeschikkingen krachtens regelingen waarin al een voorbehoud is gemaakt ten aanzien van Europese verboden (bijvoorbeeld subsidieregelingen in het kader van bedrijfsverbetering in het MKB). Deze gegevens worden verwerkt in de desbetreffende uitvoeringshandelingen, omdat aanmelding deel uitmaakt van de uitvoeringsprocedure.
Waardering: B (5)
10.1.6 Overheidsopdrachten van openbare werken en leveringen
10.1.6.1 Incidentele voorzieningen
Handeling: Het verzoeken om toestemming van de Europese Commissie om afwijking van Europese regels voor aanbesteding van belangrijke openbare werken op het gebied van infrastructurele voorzieningen ten behoeve van de industrie
Periode: 1980–
Opmerkingen: Deze handeling, die betrekking heeft op uitzonderingssituaties, heeft tot op het moment waarop dit RIO is samengesteld nog niet plaats gevonden voor Nederlandse projecten.
Bron: EU richtlijn 1980, nr. 723, en de daaruit voortkomende administratieve regelingen
Waardering: B (5)
Handeling: Het bemiddelen bij verzoeken van de Europese Commissie om verificatie van de toezending van overheidsgelden naar openbare bedrijven
Periode: 1980–
Bron: EU richtlijn 1980, nr. 723, en de daaruit voortkomende administratieve regelingen
Waardering: B (5)
Handeling: Het bemiddelen bij verzoeken van de Europese Commissie om eenvoudige inlichtingen in het kader van Nederlandse regelgeving inzake de toezending van overheidsgelden naar openbare bedrijven
Periode: 1980–
Bron: EU richtlijn 1980, nr. 723, en de daaruit voortkomende administratieve regelingen
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het bemiddelen bij de toezending van financiële verslagen van openbare bedrijven in de industriesector en verslagen van overheidssteun naar de Europese Commissie
Periode: 1993–
Bron: EU richtlijn 1980, nr. 723, art. 5bis
Waardering: V 10 jaar
10.1.6.2 Werken, leveringen en diensten van overheden en nutsbedrijven
Handeling: Het in overleg met de Ministers van Binnenlandse Zaken en Verkeer en Waterstaat vaststellen van wettelijke regelingen inzake aanbesteding van openbare werken door lagere overheden
Periode: 1989–
Bron: EU richtlijn 1989, nr. 440
Waardering: B (1)
Handeling: Het bij AMVB vaststellen van nadere regels inzake aanbestedingsprocedures van openbare werken door lagere overheden en de bij deze procedures te verstrekken gegevens
Periode: 1993–
Product: Besluiten regelgeving overheidsaanbesteding Stb. 1998, 542
Bron: Wet aanbesteding van lagere publiekrechtelijke lichamen 1993, art. 2a, lid 4
Waardering: B (5)
Handeling: Het in samenwerking met andere Ministeries geven van aanwijzingen en richtlijnen aan ambtenaren ter toepassing van Europese regels inzake aanbestedingen
Periode: 1993–
Product: Leidraad Europese aanbestedingsregels, Informatiebulletins en circulaires
Opmerking: Aanbestedingsregels voor bouwwerkzaamheden worden vastgesteld door het Ministerie belast met volkshuisvesting.
Bron: WTO-overeenkomst
Waardering: B (1)
Handeling: Het jaarlijks verslag uitbrengen aan de Europese Commissie over door lagere overheden aanbestede openbare werken
Periode: 1993–
Opmerkingen: Bij deze verslaglegging worden de voorschriften gevolgd die in de Coördinatierichtlijn van de Europese Ministerraad zijn vastgelegd. De gegevens voor dit verslag worden periodiek toegezonden door gedeputeerde staten van de provincies.
Bron: Wet aanbesteding van lagere publiekrechtelijke lichamen 1993, art. 2a, lid 1
Waardering: B (3) jaarverslag
V 5 jaar overige neerslag
10.1.6.3 Overheidsvoorschriften
Handeling: Het aanmelden of het bemiddelen bij aanmeldingen van overheidsvoorschriften en -normen voor industriële en/of landbouwproducten bij de Europese Commissie
Periode: 1981–
Bron: EU richtlijn 1983, Pb L 109, en de daaruit voortkomende administratieve regelingen.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het op verzoek van de Staten-Generaal inhalen van een achterstand bij aanmeldingen van overheidsvoorschriften en -normen voor industriële en/of landbouwproducten bij de Europese Commissie
Periode: 1997–1998
Opmerking: Dit is een politieke bijzondere omstandigheid. Er wordt bij de beslissing tot bewaring van de gegevens bij deze interventie er vanuit gegaan dat de gegevens bij andere Ministeries kunnen worden vernietigd. De geïnventariseerde achterstand is gepubliceerd in de Staatscourant.
Bron: EU richtlijn 1983, Pb L 109, en de daaruit voortkomende administratieve regelingen.
Waardering: B (5) projectdossier inhalen achterstand
V 5 jaar overige neerslag
10.1.7 Detailhandel
Handeling: Het bij wet vaststellen van regels om onordelijk economisch verkeer in de detailhandel tegen te gaan
Periode: 1945–
Product: Winkelsluitingswet 1951, Stb. Wet beperking cadeaustelsel; Warenwet; Uitverkopenwet 1956, Stb. 347; Uitverkopenwet 1971; Ontwerpwet prijsbekendmakingen 1971 (niet tot stand gekomen); Winkelsluitingswet 1976, Stb. 367; 1984, 137; Wijzigingswet Winkelsluitingswet 1976, Stb; Wet houdende door gemeenten en provincies uit te voeren experimenten op het gebied van decentralisatie en deregulering. (Wet D’gemeenten en D’provincies), Stb. 1991, 449; Winkeltijdenwet 1996, Stb; Burgerlijk Wetboek; Wetboek van Koophandel
Opmerkingen: Een deel van de regelgeving heeft betrekking op andere beleidsterreinen. Zie voor de Wet beperking cadeaustelsel ook het rapport inzake consumentenbeleid. Voorschriften inzake prijsaanduiding zijn thans geregeld in het kader van de Prijzenwet.
Waardering: B (1)
10.1.7.1 Openingstijden van winkels (Winkelsluitingswet 1930)
Handeling: Het goedkeuren van gemeentelijke verordeningen die afwijken van bepalingen van de Winkelwet
Periode: 1946–1952
Opmerkingen: Een dergelijke beschikking wordt in de Staatscourant bekend gemaakt; tot 1941 berustte de bevoegdheid tot goedkeuring bij de Kroon.
Bron: Winkelsluitingsbesluit 1941, art. 7, lid 1
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten tot goedkeuring van gemeentelijke verordeningen inzake vaste sluitingsdagdelen
Periode: 1946–1952
Opmerkingen: Een dergelijke beschikking wordt in de Staatscourant bekend gemaakt.
Bron: Winkelsluitingswet 1930, art. 6, lid 1
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vaststellen van vaste sluitingsdagdelen voor winkelbranches
Periode: 1946–1952
Opmerkingen: Een dergelijke regeling wordt in de Staatscourant bekend gemaakt. Het gemeentebestuur is bevoegd om voor bepaalde groepen winkelbedrijven of voor uitzonderlijke gevallen ontheffing te verlenen.
Bron: Winkelsluitingsbesluit 1941, art. 9
Waardering: B (5)
Handeling: Het bij ‘algemene beschikking’ machtigen van de gemeenten in het rijk of in delen van het rijk tot het verlenen van ontheffingen van de Winkelsluitingswet wegens bijzondere omstandigheden
Periode: 1946–1952
Opmerkingen: De machtiging geldt vooral een regeling van tijdelijke aard, die voortkomt uit bijzondere omstandigheden. In een dergelijke machtiging kunnen aan de ontheffing voorwaarden worden gesteld.
Bron: Winkelsluitingsbesluit 1941, art. 8
Waardering: B (6)
10.1.7.2 Winkelsluitingswet 1951
Handeling: Het – op verzoek van de brancheorganisaties – bij AMVB stellen van nadere regelingen ter uitvoering van de Winkelsluitingswet 1951
Periode: 1952–1976
Opmerkingen: De wet geeft aan de Minister een tweetal bevoegdheden: Het nader aanwijzen van bedrijven als winkels die vallen onder de Winkelsluitingswet (art. 1, lid 3); Het aanwijzen van groepen winkels die tussen 18.00 uur en 19.00 uur geopend mogen zijn ‘voor het verrichten van werkzaamheden, die beslissend zijn voor het karakter van die winkels.’ (art. 3, lid 3). Een en ander kan slechts geschieden op verzoek van de hoofdbedrijf- of bedrijfschappen dan wel de branche-organisaties in overleg met de werknemers. (art. 14, lid 1).
Bron: Winkelsluitingswet art. 3, lid 2
Waardering: B (5)
Handeling: Het machtigen van gemeentebesturen tot het verlenen van algemene ontheffing van verplichtingen gesteld door de Winkelsluitingswet op grond van buitengewone omstandigheden
Periode: 1952–1976
Opmerkingen: Een dergelijke beschikking wordt in de Staatscourant bekend gemaakt.
Bron: Winkelsluitingswet, art. 13
Waardering: B (6)
Handeling: Het monitoren van strafverordeningen van gemeentebesturen ten aanzien van de Winkelsluitingswet
Periode: 1952–1976
Opmerkingen: Regelingen betreffende koopavonden (art. 3, lid 3), halvedagsluitingen (art. 4, lid 1) en vakantieregelingen (art. 5, lid 1) dienen aan het Ministerie van Economische Zaken ter kennisneming te worden toegezonden.
Bron: Winkelsluitingswet, art. 17, lid 2
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het verlenen van ontheffing van verplichtingen gesteld door de Winkelsluitingswet aan houders van groepen verkoopautomaten
Periode: 1952–1976
Opmerkingen: Een dergelijke beschikking wordt in de Staatscourant bekend gemaakt.
Bron: Winkelsluitingswet, art. 16, lid 4
Waardering: V 5 jaar
10.1.7.3 Winkelsluitingswet 1976
Handeling: Het bij AMVB nader aanwijzen van bedrijven die vallen onder de Winkelsluitingswet
Periode: 1976–1996
Product: Aanwijzing van herenkappers, Stb. 1977, 622
Bron: Winkelsluitingswet 1976, art. 1, lid 2
Waardering: B (5)
Handeling: Het bij AMVB vrijstelling verlenen van verplichtingen gesteld door de Winkelsluitingswet aan groepen winkelhouders of bij bijzondere gelegenheden
Periode: 1976–1996
Product: Aanwijzing van diverse groepen en gelegenheden, Stb. 1977, 690
Aanwijzing van diverse groepen en gelegenheden, Stb. 1977, 674; 1979, 88; 1979, 640
Bron: Winkelsluitingswet 1976, art. 11
Waardering: B (5)
Handeling: Het bij Ministeriele regeling vaststellen van de formulieren waarop de waarmerking van openingstijden van winkels dienen te worden aangevraagd en waarop de openingstijden dienen te worden aangekondigd
Periode: 1976–1996
Product: Beschikking tot uitvoering van artikel 2, lid 2 van de Winkelsluitingswet 1976 (Stcrt.1978, 68); wijziging (Stcrt. 1991, 218)
Bron: Winkelsluitingswet 1976, art. 2, lid 2
Waardering: V, 10 jaar na vervallen
Handeling: Het bij Ministeriele regeling aanwijzen van D’gemeenten en het vaststellen van de formulieren waarop de waarmerking van experimentele openingstijden van winkels dienen te worden aangevraagd en dienen te worden aangekondigd
Periode: 1976–1996
Product: Beschikking tot aanwijzing van experimenteergemeenten (Stcrt. 1991, 610)
Bron: Winkelsluitingswet 1976, art. 15a (=Wet D’gemeenten en D’provincies, art 10)
Waardering: B (5)
Handeling: Het bij circulaire uitvaardigen van nadere aanwijzingen over de uitvoering van de Winkelwet
Periode: 1976–1996
Product: Circulaire van 1978 (Stcrt. 68); Circulaire van 1979 (Stcrt. 91); Circulaire van 1980 (Stcrt. 83); Circulaire van 1981 (Stcrt. 120); Circulaire van 1984 (Stcrt. 121); Circulaire van 1988 (Stcrt. 109) inzake ‘particuliere markten’; Circulaire van 1991 voor experimenterende D’gemeenten
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het goedkeuren van gemeentelijke verordeningen tot vrijstelling van verplichtingen gesteld door de Winkelsluitingswet aan bepaalde groepen van winkelhouders
Periode: 1976–1996
Bron: Winkelsluitingswet 1976, art. 9, lid 2
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het voorbereiden van een kroonuitspraak inzake een beroep tegen gemeentelijke beschikkingen op verzoeken om ontheffing van verplichtingen inzake de winkelsluitingswet bij bijzondere gelegenheden
Periode: 1976–1996
Bron: Mededeling in de circulaire van 1981 Stcrt. 120
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het goedkeuren van gemeentelijke verordeningen tot het niet van toepassing zijn van bij AMVB vastgestelde vrijstellingen van verplichtingen gesteld door de Winkelsluitingswet
Periode: 1976–1996
Bron: Winkelsluitingswet 1976, art. 11, lid 2
Waardering: V 5 jaar
10.1.7.4 Winkeltijdenwet 1996
Handeling: Het bij AMVB vaststellen van algemene vrijstellingen van bepalingen van de WTW
Periode: 1996–
Bron: Winkeltijdenwet, art. 5, 8.
Waardering: B (1)
10.1.7.5 Uitverkopen
10.1.7.5.1 Uitverkoopwet 1935
Handeling: Het vaststellen van modellen van vergunningaanvragen en van door de Kamer van Koophandel te verstrekken vergunningsbewijzen inzake uitverkopen
Periode: 1946–1957
Bron: Uitverkoopwet 1935, art. 2.
Waardering: B (5) model
V 5 jaar overige neerslag
Handeling: Het beslissen op een beroep tegen beschikkingen van Kamers van Koophandel inzakevergunningen aan ondernemers voor het houden van uitverkopen
Periode: 1946–1957
Opmerkingen: Indien tegen een beschikking van de Kamer van Koophandel beroep wordt ingesteld, stelt de Minister de KvK hiervan op de hoogte; binnen een maand neemt hij eenbesluit. Indien het beroep van de klager wordt toegewezen, wordt de Kamer van Koophandel verzocht een nieuwe beschikking te treffen waarin de uitspraak van de Minister in acht wordt genomen.
Bron: Uitverkoopwet 1935, art. 11.
Waardering: V 5 jaar
10.1.7.5.2 Uitverkopenwet 1956
Handeling: Het bij AMVB stellen van nadere regels voor de uitvoering van de Uitverkopenwet 1956
Periode: 1956–1984
Product: Uitverkopenbesluit, Stb. 1956, 347
Opmerkingen: De Minister heeft de bevoegdheid om:vast te stellen welke gegevens er bij de aanvrage van een vergunning bij de Kamer van Koophandel moeten worden ingediend; (art. 6); vast te stellen welk bedrag er bij de indiening van een aanvraag dient te worden betaald (art. 10); nadere voorschriften vast te stellen ter bevordering van een goede uitvoering van de wet (art. 14).
Bron: Uitverkopenwet 1956
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het bij Ministeriele regeling vaststellen van tijdsruimten waarbinnen uitverkopen mogen worden gehouden zonder vergunning van de Kamer van Koophandel
Periode: 1956–1984
Opmerkingen: De perioden mogen niet meer bedragen dan twee per jaar en mogen maximaal 19 werkdagen omvatten.
Bron: Uitverkopenwet 1956, art. 3
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het delegeren van regelingsbevoegdheden ten aanzien van tijdsruimten waarbinnen uitverkopen mogen worden gehouden aan hoofdbedrijfschappen of productschappen
Periode: 1956–1984
Bron: Uitverkopenwet 1956, art. 3, lid 4
Waardering: V 5 jaar
11. Deel B Handelingen van actoren die vallen onder het zorgdragerschap van de Minister van Economische Zaken
11.1 Actor: Commissie Economische Mededinging
Handeling: Het adviseren inzake het algemeen verbindend- en onverbindendverklaringen van bepalingen in mededingingsregelingen.
Periode: 1958–
Grondslag: WEM, art. 7.
Product: Adviezen
Waardering: B (5)
Handeling: Het adviseren inzake bij AMVB algemeen onverbindend te verklaren bepalingen in mededingingsregelingen.
Periode: 1958–1997
Grondslag: WEM, art. 11
Product: adviezen
Waardering: B (5)
Handeling: Het adviseren inzake verzoekers van aanmelders van een regeling om vrijstelling van bij AMVB algemeen onverbindend verklaarde bepalingen in mededingingsregelingen.
Periode: 1958–1997
Grondslag: WEM, art. 13
Product: adviezen
Waardering: B (5)
Handeling: Het adviseren van de Minister de onverbindenverklaring van mededingingsregelingen wegens vastgestelde strijdigheid met het algemeen belang.
Periode: 1958–1997
Grondslag: WEM, art. 19, lid 1-2. Art. 20
Product: adviezen
Opmerking: Hierbij zijn ook de onderzoeken van de commissie inbegrepen die omschreven zijn in art. 16 van de wet en kunnen leiden tot voorafgaand advies van de Minister.
Waardering: B (5)
Handeling: Het adviseren van de Minister inzake het tijdelijk ongeldig verklaren van mededingingsregelingen ter wille van het algemeen belang.
Periode: 1995–1997
Grondslag: WEM Stb 1994, Stb 801, art. 9g, lid 8
Product: Adviezen
Waardering: B (5)
Handeling: Het adviseren van de Minister inzake te treffen maatregelen tegen economische machtsposities in strijd met het algemeen belang
Periode: 1958–1997
Grondslag: WEM, art. 25
Product: Advies
Waardering: B (5)
11.2 Actor: Commissie Ordelijk Economisch Verkeer
Handeling: Het adviseren van de Minister inzake het beleid betreffende het ordelijk economisch verkeer
Periode: 1964–1967
Product: Advies
Waardering: B (1)
11.3 Actor: Economische Controledienst
Handeling: Het op last van de Europese Commissie verifiëren van inbreuken van de EG-verdragsbepalingen op het gebied van mededinging
Periode: 1962–
Bron: EEG-verordening van de Raad nr. 17, Pb. EG 204/62, art.14
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het op verzoek van de Europese Commissie verlenen van bijstand bij verificatie van economische machtsconcentraties
Periode: 1989–
Opmerkingen: Verificatie kan zowel worden uitgevoerd door de autoriteiten van de Lidstaten als door EC-functionarissen, eventueel bijgestaan door diezelfde autoriteiten.
Bron: EU Verordening 1989, 4064, art. 12
Waardering: V 15 jaar
Handeling: Het opsporen van overtredingen van de Uitverkopenwet.
Periode: 1935–1956
Grondslag: Uitverkopenwet 1935
Product: opsporingsdossiers
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het opsporen van overtredingen van de Uitverkopenwet.
Periode: 1956–1984
Grondslag: Memorie van Antwoord intrekking uitverkopenwet 1984
Waardering: V 5 jaar
11.4 Actor: Interdepartementaal Steunoverleg
265.
Handeling: Het voeren van overleg over het opstellen van richtlijnen inzake de aanmeldingen van overheidssteun bij de Europese Commissie.
Periode: 1998–
Grondslag: EEG-verdrag 1956, Artikel 93, lid 3
Product: Notulen
Opmerking: De Minister van Economische Zaken is voorzitter van deze commissie. Andere departementen die deelnemen aan het overleg zijn Financiën, LNV, VWS, OCenW, SZW
Waardering: B (5)
11.5 Actor: Nederlandse Mededingingsautoriteit
11.5.1 Organisatie van de Nederlandse Mededingingsautoriteit Nma
Handeling: Het vaststellen van nadere regels omtrent de uitvoering van de Mededingingswet
Periode: 1998–
Product: Besluit aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Mw
Opmerking: Deze besluiten
Bron: Art. 5:11 Awb
Waardering: V 10 jaar na vervallen
Handeling: Het opstellen van nadere aanwijzingen over de toepassing van de Mededingingswet
Periode: 1998–
Product: Voorlichtingsbrochures en formulieren, mededelingen op de website.
Opmerkingen: Het betreft toezicht op concentraties; kartelverbod; misbruik van een economische machtspositie; het melden van een concentratie; het aanvragen van ontheffing; het indienen van een klacht.
Bron: Art. 4: 4 Awb (jo. Art. 35, lid 1 Mw)
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het aanwijzen van toezichthoudende ambtenaren
Periode: 1997–
Product: Besluit aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Mw. Stcrt. 1998, 1
Opmerking: Deze toezichthoudende ambtenaren kunnen ook zitting hebben in andere toezichthoudende organen als de Verzekeringskamer, de Belastingkamer en in de Dte.
Bron: Art. 5:11 Awb
Waardering: V 5 jaar na beëindigen benoeming
Handeling: Het instellen van bijzondere organen
Periode: 1998–
Product: Besluit tot instelling adviescommissie bezwaarschriften, Strct. 1998, 146
Bron: Art. 5:11 Awb
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het sluiten en eventueel herzien van overeenkomsten met zelfstandige bestuursorganen met toezichthoudende bevoegdheden op economische marktsectoren
Periode: 1998–
Product: Protocol van samenwerking (bestuursovereenkomst)
Opmerking: In 1998 werd een protocol van samenwerking gesloten met de OPTA. Op 10 december 1999 werd een protocol gesloten met de Nederlandse Bank en de Verzekeringskamer als toezichthoudende organen inzake het bank- en verzekeringswezen. In elk protocol is vastgesteld dat de overeenkomst periodiek wordt geëvalueerd
Bron: Integraal Mededingingsrecht 1999, p. 287, vlgg
Waardering: B 4
Handeling: Het benoemen van leden van een bezwaarcommissie tegen beschikkingen van de directeur-generaal van de Nma
Periode: 1997–
Opmerkingen: Deze commissie adviseert directeur-generaal van de Nma. In geval van bezwaren tegen zijn beschikkingen.
Bron: Mededingingswet, art 92; Mandaatregeling 1998
Waardering: V 5 jaar na beëindigen benoeming
Handeling: Het op verzoek van binnenlandse en buitenlandse overheidsinstellingen verstrekken van inlichtingen over machtsconcentraties en mededingingsafspraken
Periode: 1997–
Product: Gegevens, verwerkt in de Nma-website 1999
Opmerkingen: Het betreft hier verstrekking van gegevens met betrekking tot het tegengaan van kartels en machtsconcentraties.
Bron: Mededingingswet, art 91
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het op verzoek van samenwerkingspartners verstrekken van inlichtingen over aldaar af te handelen aanmeldingen van machtsconcentraties en mededingingsafspraken
Periode: 1997–
Opmerkingen: Het betreft hier verstrekking van gegevens met betrekking tot het tegengaan van kartels en machtsconcentraties.
Bron: de desbetreffende samenwerkingsprotocollen
Waardering: V 5 jaar
11.5.2 Mededingingsafspraken & Ontheffingen
Handeling: Het na aanmelding van mededingingsafspraken al dan niet verlenen van een ontheffing van het verbod tot deze afspraken of het verlengen daarvan
Periode: 1998–
Product: Beschikking
Opmerking: Bij deze handeling behoren ook procedures met betrekking tot bezwaar en beroep tegen deze beschikkingen.
Bron: Mededingingswet, art. 17-22
Waardering: B (5) met betrekking tot neerslag naar aanleiding van een klacht
Overig: V 10 jaar na vervallen
Handeling: Het toetsen van bestaande en vóór de invoering van de Mededingingswet toegelaten mededingingsafspraken
Periode: 1998–1999
Opmerkingen: Het betreft hier een eenmalige actie op grond van een overgangsregeling.
Bron: Mededingingswet, art. 100
Waardering: V 10 jaar na vervallen
Handeling: Het intrekken van verleende ontheffingen van een verbod op mededingingsafspraken
Periode: 1998–2004
Bron: Mededingingswet art. 23
Waardering: V 10 jaar na vervallen
Handeling: Het van toepassing verklaren van de Mededingingswet op samenwerkingsverbanden met een opbrengst en omzet beneden de Nederlandse norm of van samenwerkingsverbanden waarvoor een Europese vrijstelling geldt
Periode: 1998–
Opmerkingen: De directeur-generaal van de Nma kan dit doen, als een dergelijke afspraak de marktwerking dreigt te belemmeren. Hij maakt zijn voornemen tot het van toepassing verklaren van de Mededingingswet bekend aan de samenwerkende partners, die in de gelegenheid worden gesteld hun mening aan de Nma kenbaar te maken. Daarna neemt hij een definitieve beschikking.
Bron: Mededingingswet art. 9, art. 13, lid 2
Waardering: B (5)
11.5.3 Uitzonderingen op het kartelverbod
Handeling: Het op aanvraag van toepassing verklaren van een per AMVB vastgestelde vrijstelling van een samenwerkingsafspraak
Periode: –
Opmerkingen: In de Mededingingswet is vastgesteld dat een dergelijke vrijstelling niet wordt verleend dan na schriftelijk overleg met de belanghebbenden. Een vrijstellingsbesluit met een dergelijke bevoegdheid is tot op heden nog niet vastgesteld.
Bron: Mededingingswet art. 7, lid 3; 15, lid 4: het desbetreffende AMVB
Waardering: V 10 jaar na vervallen
Handeling: Het op verzoek van belanghebbenden alsnog doen van uitspraken ten aanzien van uitzonderlijke bagatel-afspraken
Periode: –
Product: Kartelbeschikking
Opmerkingen: Een dergelijk besluit is tot op heden nog niet genomen.
Bron: Mededingingswet art. 15
Waardering: B (5)
Handeling: Het alsnog verbieden of vergunningplichtig stellen van vrijgestelde exclusieve-afnameovereenkomsten van samenwerkingsverbanden in de detailhandel
Periode: 1998–
Product: Kartelverbod
Opmerkingen: Bepaalde samenwerkingsovereenkomsten in de detailhandel zijn vrijgesteld (Stb. 1997, 704). Als voorwaarde voor afnameovereenkomsten is echter gesteld dat een ondernemer niet meer dan 60% verplicht is af te nemen, Is deze norm overschreven, dan kan de Nma alsnog art. 6.1 van de Wm van toepassing verklaren.
Bron: Besluit vrijstelling samenwerkingsovereenkomsten detailhandel, art. 4
Waardering: V 10 jaar na vervallen
11.5.4 Aanmelding van economische machtsconcentraties
Handeling: Het beschikken op aanmeldingen van economische machtsconcentraties
Periode: 1998–
Bron: Mededingingswet art. 34 e.v
Waardering: B(5) Besluit, indien er geen vergunning voor economische machtsconcentratie nodig is;
V, 10 jaar overige neerslag
B (5) voor alle neerslag, indien er wel een vergunning voor economische machtsconcentratie nodig is.
Handeling: Het verlenen van tijdelijke ontheffingen aan economische machtsconcentraties van hun meldingsplicht
Periode: 1998–
Bron: Mededingingswet art. 40, lid 1
Waardering: V 10 jaar na onherroepelijkheid
Handeling: Het beschikken op verzoeken om vergunningen van economische machtsconcentraties
Periode: 1998–
Product: Vergunningen met daaraan verbonden voorwaarden
Bron: Mededingingswet art. 41 e.v
Waardering: B(5)
Handeling: Het verlenen van tijdelijke ontheffingen aan machtsconcentraties van door de Nma verboden handelingen
Periode: 1998–
Bron: Mededingingswet art. 46, lid 1
Waardering: V 10 jaar na onherroepelijkheid
Handeling: Het intrekken of wijzigen van vergunningen aan machtsconcentraties
Periode: 1998–
Opmerkingen: Deze vergunningen worden ingetrokken indien gebleken is dat de mededelingen die daartoe hebben geleid onjuist blijken te zijn geweest. Veelal is dit een reactie op klachten van benadeelde derden.
Bron: Mededingingswet art. 45
Waardering: B(5)
11.5.5 Toelating van bedrijven met een taak van algemeen economisch belang
Handeling: Het op aanvraag beoordelen van bedrijfswerkzaamheden van ondernemingen die bij wet zijn belast met een taak van algemeen economisch belang.
Periode: 1998–
Bron: Mededingingswet art. 25
Waardering: B(5)
11.5.6 Toezicht en sancties
Handeling: Het opleggen van boeten en dwangsommen bij vastgestelde overtredingen van de mededingingswet
Periode: 1997–
Opmerkingen: De directeur-generaal van de Nma maakt bij constatering van een overtreding, die kan leiden tot de oplegging van een boete of dwangsom, rapport op. Hierop heeft de betrokken onderneming de gelegenheid zijn zienswijze uiteen te zetten; ook andere belanghebbenden kunnen dit doen. Daarna stelt de DG zijn beschikking vast. De boete bedraagt maximaal 1 miljoen gulden of, indien dit meer is, 10% van de omzet van de concentratie. De last onder dwangsom kan dienen om een overtreding ongedaan te maken. Beide maatregelen sluiten elkaar niet uit. De overtreding verjaart na vijf jaar.
Bron: Mededingingswet, art. 56-65
Waardering: B(5)
Handeling: Het intrekken of wijzigen van lastgevingen onder dwangsom
Periode: 1998–
Bron: Mededingingswet art. 66
Waardering: B(5)
Handeling: Het opleggen van voorlopige last onder dwangsom
Periode: 1998–
Bron: Mededingingswet art. 83-87
Waardering: B(5)
Handeling: Het opleggen van boeten bij vastgestelde overtreding van de medewerkingsplicht van ondernemingen
Periode: 1997–
Opmerkingen: De Directeur-generaal kan boetes opleggen bij het verstrekken van onjuiste gegevens, het weigeren van toezicht en het verlenen van tegenwerking. De overtreding verjaart na twee jaar.
Bron: Mededingingswet, art. 69-82
Waardering: B(5)
Handeling: Het opleggen van boeten bij door het concentratietoezicht vastgestelde overtredingen van vergunningen.
Periode: 1997–
Opmerkingen: De overtreding verjaart na twee jaar.
Bron: Mededingingswet, art. 69–82
Waardering: B(5)
11.6 Actor: Rijksbureau voor handel en nijverheid
Handeling: Het bemiddelen bij aanvragen van vergunningen van ondernemingen van industriële en groothandelsbedrijven van artikelen onder hun ressort.
Periode: 1946–1950
Grondslag: Circulaire van de Minister 1946 22265 HIP/158
Opmerking: Hieronder is inbegrepen: het toekennen van vergunningen op grond van eerder toegekende bevoegdheden ter afdoening van aanvragen vóór 15 april 1946.
Waardering: V 5 jaar
12. Deel C Overige actoren
12.1 Actor: Minister van Binnenlandse Zaken (Bezitsvorming en Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie)
Handeling: Het overleggen met het Ministerie van Economische Zaken inzake het algemeen verbindend verklaren van aangemelde mededingingsregelingen.
Periode: 1958–1959
Grondslag: WEM, art. 6, lid 1, met uitvoeringsbesluit in Stb. 1958, 490
Waardering: V 5 jaar
12.2 Actor: Minister van Financiën
Handeling: Het opstellen van richtlijnen inzake de aanmeldingen van overheidssteun bij de Europese Commissie.
Periode: 1998–
Grondslag: EEG-verdrag 1956, artikel 93, lid 3
Produkt Richtlijnen, aanmeldingsprocedures, notificaties
Waardering: B (5)
12.3 Actor: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV)
Handeling: Het opstellen van richtlijnen inzake de aanmeldingen van overheidssteun bij de Europese Commissie.
Periode: 1998–
Grondslag: EEG-verdrag 1956, artikel 93, lid 3
Produkt Richtlijnen, aanmeldingsprocedures, notificaties
Waardering: B (5)
12.4 Actor: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
Handeling: Het opstellen van richtlijnen inzake de aanmeldingen van overheidssteun bij de Europese Commissie.
Periode: 1998–
Grondslag: EEG-verdrag 1956, artikel 93, lid 3
Produkt Richtlijnen, aanmeldingsprocedures, notificaties
Waardering: B (5)
12.5 Actor: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
Handeling: Het opstellen van richtlijnen inzake de aanmeldingen van overheidssteun bij de Europese Commissie.
Periode: 1998–
Grondslag: EEG-verdrag 1956, artikel 93, lid 3
Produkt Richtlijnen, aanmeldingsprocedures, notificaties
Waardering: B (5)
12.6 Actor: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
Handeling: Het opstellen van richtlijnen inzake de aanmeldingen van overheidssteun bij de Europese Commissie.
Periode: 1998–
Grondslag: EEG-verdrag 1956, artikel 93, lid 3
Produkt Richtlijnen, aanmeldingsprocedures, notificaties
Waardering: B (5)
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)