Regeling van de Minister van Economische Zaken van 28 februari 2008, nr. WJZ 8024263, tot vaststelling van algemene uitvoeringsregels voor de subsidieverstrekking op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie (Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie)
Gelet op artikel 31, negende lid, onderdeel d, van de Elektriciteitswet 1998 en de artikelen 3, derde lid, onder d, en zesde lid, 56, eerste en derde lid, 62, vierde lid, 63, tweede lid, 66, tweede en vierde lid, 68, vierde lid, en 70, tweede lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit stimulering duurzame energieproductie in werking treedt.
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
- –. bioraffinage: proces waarbij biomassa wordt gescheiden in verschillende stromen waarbij het hoofdproduct, eventueel na verdere verwerking, wordt gebruikt ter verdringing van grondstoffen van fossiele oorsprong en waarbij restproducten zoals lignine kunnen ingezet worden voor energietoepassingen;
- –. bosbeheereenheid: een of meer bospercelen die als één geheel worden beheerd;
- –. cumulatietoets: toets aan de steunruimte zoals die is gemaximeerd in de Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming en energie 2014–2020 (PbEU 2014 C 200);
- –. ean-code: uniek 18-cijferig nummer dat dient om een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte of hernieuwbaar gas of een aansluiting van een productie-installatie of een productie-eenheid op het net te identificeren;
- –. garantie van oorsprong: garantie van oorsprong als bedoeld in artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong;
- –. garantiebeheerinstantie: garantiebeheerinstantie als bedoeld in artikel 75 van de Elektriciteitswet 1998;
- –. gasnetbeheerder: netbeheerder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Gaswet;
- –. groen gas hub: verzameling van productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas waarvoor voor de invoeding van het hernieuwbaar gas op een gasnet gezamenlijk een of meerdere aansluitingen worden gebruikt, waarmee gezamenlijk hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die nuttig wordt gebruikt of waarmee gezamenlijk hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd die op een elektriciteitsnet of installatie, met uitzondering van de productie-installatie, wordt ingevoed;
- –. levering: hoeveelheid biomassa die is ingezet voor energieproductie en waarvoor de fysieke en duurzaamheidseigenschappen voor de gehele levering gelijk zijn;
- –. meetbedrijf: meetbedrijf als bedoeld in artikel 27 van de Warmtewet, of instantie die uitvoering geeft aan de taak van de netbeheerder, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel i van de Elektriciteitswet 1998;
- –. meetprotocol: document waarin de bemetering van een productie-installatie, de wijze van meten en de wijze van kwaliteitsborging van de meetgegevens ten aanzien van de hoeveelheden elektriciteit, gas, warmte, waterstof, koolstofdioxide of mechanische energie die de installatie opwekt, de hoeveelheden brandstof die de installatie verbruikt en de wijze van bepaling van de calorische waarde van de brandstof beschreven zijn;
- –. meetrapport: rapport dat alle meetgegevens van de desbetreffende kalendermaand bevat;
- –. milieu- en energiesteunkader: Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2014-2020 (PbEU 2014, C 200);
- –. minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;
- –. NTA 8003:2017: de Nederlands Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassingen, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-Instituut, zoals deze luidde op 30 november 2017;
- –. nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte: warmte, uitgedrukt in GJ, die vrijkomt uit productie-installaties voor vermindering van broeikasgas en die, voor zover daarmee de uitstoot van broeikasgas wordt voorkomen, wordt aangewend voor:
- a. gebouwklimatisering van de binnenruimten van gebouwen;
- b. tapwaterverwarming en verwarming van water dat wordt ingezet in bedrijfsprocessen, met uitzondering van het gebruik als voedingswater voor een productie-installatie waarmee elektriciteit wordt opgewekt;
- c. verwarming in industriële processen en van tuinbouwkassen, met uitzondering van:
- 1°. de inzet in een turbine of organische rankine cyclus waarmee elektriciteit wordt opgewekt;
- 2°. de inzet bij aardgasexpansie;
- 3°. het drogen en verwarmen van inputstromen van een productie-installatie voor het opwekken van elektriciteit, inclusief het voorverwarmen van verbrandingslucht;
- 4°. de inzet voor rookgasreiniging en waterzuivering van een productie-installatie;
- 5°. de verwarming van een installatie of een onderdeel daarvan, waarmee energie of een energiedrager wordt geproduceerd;
- 6°. de verwarming van opslagtanks van grondstoffen en producten die gebruikt worden om energie mee op te wekken;
- d. klimaatregeling van koelcellen en industriële koelingstoepasssingen;
- e. levering aan een warmtenet, mits de producent aannemelijk kan maken dat de warmte gebruikt wordt voor een van de toepassingen, bedoeld onder a tot en met d;
- –. oordeel omtrent de geschiktheid: op verzoek van een producent door een meetbedrijf afgegeven oordeel dat een productie-installatie geschikt is voor de opwekking van koolstofdioxide-arme warmte, de productie van waterstof of de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide of dat een meetinrichting geschikt is voor de meting van warmte die met een productie-installatie wordt opgewekt en nuttig wordt aangewend, de waterstof die met de productie-installatie wordt geproduceerd of het broeikasgas dat met de productie-installatie wordt afgevangen en permanent wordt opgeslagen;
- –. P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie: netto elektriciteitsproductie waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en windturbine dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%;
- –. productie-eenheid: deel van een productie-installatie dat zelfstandig kan worden ingezet voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte of de productie van hernieuwbaar gas;
- –. richtlijn hernieuwbare energie: richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140);
- –. systeemgrens van de productie-installatie: fictieve gesloten omhulling van één of meer productie-eenheden die dezelfde wijze van opwekking van warmte gebruiken;
- –. verificatieprotocol: verificatieprotocol duurzaamheid vaste biomassa voor energietoepassingen als bedoeld in artikel 4 van de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen.
§ 2. Aanvraag om subsidie
Artikel 2
De aanvraag om subsidieverlening gaat vergezeld van:
- a. vergunningen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van de productie-installatie, en
- b. de aanvraag van de vergunning krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, indien het project op grond van die wet vergunningplichtig is.
Het eerste lid is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee.
Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare energie door middel van zonne-energie.
Voor de uitvoering van het eerste lid worden tijdelijke vergunningen die zijn verleend op grond van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onderdeel 2°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet in aanmerking genomen.
In afwijking van het eerste lid eerste lid, aanhef en onderdeel a, gaat de aanvraag om subsidieverlening met betrekking tot productie-installaties voor de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide vergezeld van de aanvragen voor vergunningen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van de productie-installatie.
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, gaat de aanvraag ten aanzien van een productie-installatie die wordt gerealiseerd op percelen in eigendom van het Rijk waarop het recht van opstal is verkregen bij een openbare gunningsprocedure, waarbij de hoogte van de subsidie op basis van het besluit onderdeel was van de gunningscriteria, niet vergezeld van de benodigde vergunning krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, maar een ontwerp van de desbetreffende vergunning.
§ 3. Nadere verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Artikel 3
De subsidie-ontvanger verstrekt de opdrachten voor de levering van onderdelen voor de bouw van de productie-installatie binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening en zendt een afschrift aan de Minister.
De subsidie-ontvanger rapporteert na de datum van de beschikking tot subsidieverlening tot het moment van ingebruikname jaarlijks over de voortgang van de realisatie van het op grond van artikel 56, vierde lid, onderdeel f, van het besluit in de aanvraag opgenomen tijdschema.
De subsidie-ontvanger zendt de Minister binnen een jaar na de datum van ingebruikname van de productie-installatie of op verzoek van de minister een overzicht van de daadwerkelijke investeringskosten, van de overige kosten en baten gedurende de exploitatie, van de reeds ontvangen subsidies en overige steun en van de nog te ontvangen subsidies en overige steun. Indien de verleende subsidie meer bedraagt dan € 125.000, gaat het overzicht vergezeld van een accountantsverklaring. De accountantsverklaring wordt opgesteld conform het model en het controleprotocol die zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
Het eerste lid is niet van toepassing op de ontvanger van subsidie voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee.
Het derde lid is niet van toepassing als de subsidieontvanger geen andere subsidie heeft ontvangen dan die op grond van het besluit en geen andere overige steun heeft ontvangen dan die op grond van artikel 3.42 en 3.42a van de Wet op de inkomstenbelasting 2001, tenzij sprake is van een productie-installatie voor restwarmte, de productie van koolstofdioxide-arme warmte met een elektroboiler en de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide.
De productie-installatie wordt in stand gehouden in Nederland of binnen de Nederlandse exclusieve economische zone.
In afwijking van het eerste lid verstrekt de subsidie-ontvanger de opdrachten voor de levering van onderdelen voor de bouw van de productie-installatie voor de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide binnen 30 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening en zendt deze een afschrift aan de minister.
Het afschrift, bedoeld in het zevende lid, gaat vergezeld van de vergunningen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van de productie-installatie bedoeld in dat lid.
Artikel 4
De subsidie-ontvanger meet de productie van elektriciteit, warmte, gas of waterstof, dan wel de vermindering van koolstofdioxide per beschikking tot subsidieverlening.
De minister kan ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, indien de beschikking betrekking heeft op een productie-installatie:
- a. die is zijn aangewezen onder artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het besluit; of
- b. die in capaciteit wordt uitgebreid.
Aan de ontheffing kunnen voorwaarden en voorschriften verbonden worden.
Artikel 5
De subsidie-ontvanger verstrekt de minister op aanvraag gegevens over de verkoopprijs van de met de gesubsidieerde productie samenhangende garanties van oorsprong.
De verklaring, bedoeld in artikel 63b, eerste lid, van het besluit komt overeen met de gegevens die zijn geregistreerd bij de Nederlandse Emissieautoriteit.
Artikel 6
Indien aan een subsidieontvanger die een productie-installatie bedrijft waarin door middel van thermische conversie vloeibare biomassa wordt omgezet in hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare warmte uitsluitend subsidie wordt verstrekt voor zover de subsidieontvanger per levering aantoont dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie, toont de subsidieontvanger dit aan met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
Een subsidie-ontvanger toont door middel van certificaten, afgegeven op basis van een certificeringsysteem waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 18, vierde lid, van de richtlijn hernieuwbare energie heeft besloten dat deze accurate gegevens bevat met het oog op de toepassing van artikel 17 van de richtlijn hernieuwbare energie, aan dat vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
Artikel 7
Dit artikel is van toepassing op een subsidieontvanger die een daartoe bij een openstellingsregeling aangewezen categorie productie-installatie bedrijft:
- a. voor de productie van stoom door middel van verbranding van houtpellets in een ketel;
- b. waarin vaste of gasvormige biomassa wordt omgezet in hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte;
- c. voor de productie van elektriciteit door middel van kolen waarin biomassa mee wordt gestookt, of
- d. voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets met een brander in een ketel, een oven of een fornuis.
Een subsidieontvanger maakt gebruik van vaste biomassa die per levering vergezeld gaat van de benodigde conformiteitsbeoordelingsverklaringen van een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie afhankelijk van de van toepassing zijnde duurzaamheidseisen, bedoeld in artikel 2 van de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen, en ten aanzien van elke aard van vaste biomassa.
Van de totale massa vaste biomassa die in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, is ten hoogste 30% aangemerkt als gecontroleerde biomassa als bedoeld in onderdeel 12.6 van bijlage B, van de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen.
§ 4. Voorschotten
Artikel 8
De Minister stelt een voorschot binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar bij aan de hand van:
- a. het aantal kWh of kg verminderde broeikasgas dat in het betreffende kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt;
- b. de voor het betreffende kalenderjaar vastgestelde correcties op grond van artikelen 14, vierde lid, 22, vierde lid, 31, vierde lid, 39, vierde lid, 47, vierde lid, 54, vierde lid, 55i, derde lid en 55p, derde lid van het besluit,
- c. indien artikel 11, derde lid, onderdeel a, b of c, 28, derde lid, onderdeel a, b of c, of 44, derde lid, onderdeel a, b, of c, van het besluit van toepassing is, het aantal geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt, het aantal gerealiseerde vollasturen van de productie-installatie of het gerealiseerde rendement van de productie-installatie en
- d. indien artikel 55f, derde lid van het besluit van toepassing is, het aantal verminderde kg broeikasgas in Nederland, het gerealiseerde aantal vollasturen van de productie-installatie of het gerealiseerde rendement van de productie-installatie.
De Minister verrekent een tekort aan verstrekte maandelijkse bedragen of een tekort op het jaarlijkse bedrag, als bedoeld in artikel 68, tweede lid, van het besluit, door het te weinig betaalde bedrag aan het voorschot binnen zes weken na de datum van bijstelling van het voorschot aan de subsidie-ontvanger te verstrekken.
De minister verrekent een teveel aan verstrekte maandelijkse bedragen of een teveel op het verstrekte jaarlijkse bedrag als bedoeld in artikel 68, tweede lid, van het besluit, door het bedrag van het teveel betaalde voorschot aan de subsidie-ontvanger in mindering te brengen op het eerst volgende te verstrekken maandelijkse bedrag of op het eerst volgende te verstrekken jaarlijkse bedrag en vervolgens op zoveel maandelijkse of jaarlijkse bedragen als nodig is om het teveel betaalde voorschot volledig te verrekenen. Indien geen maandelijkse of jaarlijkse bedragen meer verschuldigd zijn, wordt een teveel betaald voorschot teruggevorderd.
De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger, voor voorschotten betaald tot en met 2012, een teveel aan verstrekte maandelijkse bedragen of een teveel op het verstrekte jaarlijkse bedrag als bedoeld in artikel 68, tweede lid, van het besluit, tot het teveel betaalde bedrag volledig is verrekend, verrekenen door het bedrag van het teveel betaalde voorschot aan de subsidieontvanger in delen in mindering te brengen op de volgende te verstrekken maandelijkse bedragen of op de volgende te verstrekken jaarlijkse bedragen. Indien geen maandelijkse of jaarlijkse bedragen meer verschuldigd zijn, wordt een teveel betaald voorschot teruggevorderd.
Indien toepassing is gegeven aan artikel 12, vierde lid, van het besluit, waarbij de productie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de in de subsidiebeschikking opgenomen maximale productie die voor subsidie in aanmerking komt en de productie die in voorkomend geval bij toepassing van artikel 15, derde lid, van het besluit bij de maximale productie wordt opgeteld, overschrijdt, verdeelt de Minister bij de bijstelling van een voorschot als bedoeld in het eerste lid, de productie die voor subsidie in aanmerking komt evenredig aan de productie die is ingevoed en de productie die niet is ingevoed.
Artikel 9
Het in artikel 68, eerste lid, van het besluit bedoelde maandelijkse bedrag bedraagt één-twaalfde van 80% van het product van:
- a. de in beschikking tot subsidieverlening voor het betreffende kalenderjaar opgenomen maximum productie, waar de minister op verzoek van de producent, het aantal kWh of het verschil in kg broeikasgas, bedoeld in artikel 15, derde of vierde lid, 23, derde of vierde lid, 32, derde of vierde lid, 40, derde of vierde lid, 48, derde of vierde lid, 55, derde of vierde lid, 55j, derde of vierde lid of 55q, derde of vierde lid, van het besluit, bij op kan tellen, en
- b. het voor de subsidie-ontvanger geldende:
- 1°. basisbedrag, of bij toepassing van artikel 11, derde lid, onderdeel c, 28, derde lid, onderdeel c, 44, derde lid, onderdeel c, of 55f, derde lid van het besluit het basisbedrag behorende bij het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen rendement, verminderd met de bij ministeriële regeling vastgestelde correcties op grond van artikel 14, vijfde lid, 31, vijfde lid, 47, vijfde lid, of 55i, vierde lid, van het besluit,
- 2°. het tenderbedrag verminderd met de bij ministeriële regeling vastgestelde correcties op grond van artikel 22, vijfde lid, 39, vijfde lid, 54, vijfde lid, of 55p, vierde lid, van het besluit, of
- 3°. fasebedrag, verminderd met de bij ministeriële regeling vastgestelde correcties op grond van artikel 14, vijfde lid, 31, vijfde lid, 47, vijfde lid, of 55i, vierde lid, van het besluit.
Het in artikel 68, eerste lid, van het besluit bedoelde jaarlijkse bedrag bedraagt 80% van het product van:
- a. de in beschikking tot subsidieverlening voor het betreffende kalenderjaar opgenomen maximum productie, waar de minister op verzoek van de producent, het aantal kWh, bedoeld in artikel 15, derde of vierde lid, 23, derde of vierde lid, 32, derde of vierde lid, 40, derde of vierde lid, 48, derde of vierde lid, of 55, derde of vierde lid, van het besluit, bij op kan tellen, en
- b. het voor de subsidie-ontvanger geldende:
- 1°. basisbedrag, of bij toepassing van artikel 11, derde lid, onderdeel c, 28, derde lid, onderdeel c, 44, derde lid, onderdeel c, of 55f, derde lid van het besluit het basisbedrag behorende bij het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen rendement, verminderd met de bij ministeriële regeling vastgestelde correcties op grond van artikel 14, vijfde lid, 31, vijfde lid, 47, vijfde lid, of 55i, vierde lid, van het besluit,
- 2°. het tenderbedrag verminderd met de bij ministeriële regeling vastgestelde correcties op grond van artikel 22, vijfde lid, 39, vijfde lid, 54, vijfde lid, of 55p, vierde lid, van het besluit, of
- 3°. fasebedrag, verminderd met de bij ministeriële regeling vastgestelde correcties op grond van artikel 14, vijfde lid, 31, vijfde lid, 47, vijfde lid, of 55i, vierde lid, van het besluit.
Indien de subsidieperiode start op een andere datum dan 1 januari of eindigt op een andere datum dan 31 december bedraagt voor het eerste jaar respectievelijk het laatste jaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt het maandelijkse of jaarlijkse bedrag een evenredig deel van het aantal maanden of van het jaar waarover het voorschot wordt verstrekt.
De minister kan het maandelijkse of jaarlijkse bedrag herberekenen indien:
- a. de subsidie-ontvanger een verzoek tot ontheffing als bedoeld in artikel 62, derde lid, van het besluit, indient;
- b. de maandelijkse productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte, hernieuwbaar gas of de maandelijkse vermindering van broeikasgas gedurende ten minste twee maanden ten minste 50 procent zal achterblijven dan wel achter is gebleven ten opzichte van de in de beschikking tot voorschotverlening opgenomen maximum productie in kWh;
- c. de minister na het begin van de voorschotverlening meer dan een maand geen productiegegevens heeft ontvangen over de betreffende productie-installatie, of
- d. de cumulatieve productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte, hernieuwbaar gas of de cumulatieve vermindering van broeikasgas in het betreffende kalenderjaar ten minste 20% zal achterblijven dan wel achter is gebleven ten opzichte van de in de beschikking tot voorschotverlening opgenomen maximum productie in kWh.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, ten eerste, kan de Minister van een lager basisbedrag uitgaan indien het rendement van de productie-installatie gedurende ten minste twee jaar structureel is achtergebleven ten opzichte van het in de beschikking tot voorschotverlening opgenomen rendement.
§ 5. Subsidievaststelling
Artikel 10
Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.
§ 5. Subsidievaststelling
Artikel 11
Voor de toepassing van artikel 3, eerste en tweede lid, van het besluit geldt dat geen sprake is van dezelfde productie-installatie wanneer:
- a. het een productie-installatie op een andere locatie betreft;
- b. het een productie-installatie met een andere opwekkingstechnologie betreft.
Onverminderd het eerste lid geldt voor de toepassing van artikel 3, eerste en tweede lid, van het besluit dat geen sprake is van dezelfde productie-installatie wanneer het een productie-installatie betreft waarvan het vermogen meer dan 20% afwijkt ten opzichte van het vermogen van een productie-installatie waarvoor eerder een beschikking tot subsidieverlening is verstrekt, indien de beschikking tot subsidieverlening voor 1 juli 2011 is ingetrokken of de subsidie voor 1 juli 2011 is vastgesteld.
Artikel 12
Onder ingrijpende uitbreiding als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, van het besluit wordt verstaan een uitbreiding van een bestaande productie-installatie met ten minste één productie-eenheid.
In afwijking van het eerste lid wordt bij een afvalverbrandingsinstallatie onder ingrijpende uitbreiding verstaan een uitbreiding met tenminste een nieuwe verbrandingsoven met bijbehorende ketel en een rookgasreiniginginstallatie.
Onder gehele vervanging als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, van het besluit wordt verstaan het vervangen van de gehele productie-installatie door een nieuwe productie-installatie.
Onder renovatie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, tweede lid, onderdeel c en derde lid, onderdeel c, van het besluit wordt verstaan het in nieuwstaat brengen van die voorzieningen van een productie-installatie die zorg dragen voor de omzetting van hernieuwbare energiebronnen in elektriciteit of gas.
Artikel 13
De Minister deelt de garantiebeheerinstantie per productie-installatie voor hernieuwbare elektriciteit waarvoor subsidie op grond van het besluit is verleend de locatiegegevens, de ean-code en andere voor de subsidieverlening relevante informatie mee.
De garantiebeheerinstantie deelt de Minister per productie-installatie voor hernieuwbare elektriciteit waarvoor subsidie op grond van het besluit is verleend het aantal kWh waarvoor garanties van oorsprong is verstrekt mee.
De garantiebeheerinstantie verstrekt op verzoek van de Minister alle overige voor de subsidieverlening relevante informatie.
Artikel 14
In aanvulling op de voor de subsidieverstrekking toegestane biomassastromen kunnen subsidie-ontvangers aan wie subsidie is verstrekt op grond van:
- a. artikel 29, eerste lid, onderdeel b, of 42, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008,
- b. artikel 29, eerste lid, onderdeel b, of 51, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009 of
- c. artikel 29, eerste lid, onderdeel b, of 54, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010,
met ingang van 1 juli 2011 ten hoogste 50 procent van de massa die wordt vergist laten bestaan uit biomassastromen als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van de nummers 410, 420, 500, 550 tot en met 559.
In aanvulling op de voor de subsidieverstrekking toegestane biomassastromen kunnen subsidie-ontvangers aan wie subsidie is verstrekt op grond van:
- a. artikel 29, eerste lid, onderdeel c, of 51, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009 of
- b. artikel 29, eerste lid, onderdeel c, of 54, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010,
met ingang van 1 juli 2011 biomassastromen als bedoeld in de NTA 8003:2017: 430, 512 en 587 gebruiken.
In aanvulling op de voor de subsidieverstrekking toegestane biomassastromen kunnen subsidie-ontvangers aan wie subsidie is verstrekt op grond van artikel 21, eerste lid, onderdeel c, of 44, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 met ingang van 1 januari 2011 biomassastromen als bedoeld in de NTA 8003:2017: 512 en 587 gebruiken.
In aanvulling op de voor de subsidieverstrekking toegestane biomassastromen kunnen subsidie-ontvangers met een productie-installatie op een landbouwbedrijf aan wie subsidie is verstrekt op grond van artikel 116, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, met ingang van 4 april 2013 tevens uitsluitend plantaardige stoffen vermeld onder de categorieën A tot en met G1 onder categorie 1 van Bijlage Aa, onderdeel IV, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet vergisten.
Als productie-installaties als bedoeld in artikel 15, zesde lid, van het besluit worden aangewezen productie-installaties waarvoor subsidie is verstrekt op grond van:
- a. artikelen 3, eerste lid,15, eerste lid, 22, eerste lid29, eerste lid, van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008;
- b. artikel 2, eerste lid, 7a, eerste en tweede lid, 15, eerste lid, 22, eerste lid, 29, eerste lid, 35, eerste lid, van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009;
- c. artikel 2, eerste lid, 15, eerste lid, 22, eerste lid, 29, eerste lid, 35, eerste lid, van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010, en
- d. artikel 4, eerste lid, 10, eerste lid, 16, eerste lid, 21, eerste lid, 26, eerste lid, 31, eerste lid, 35, eerste lid, 44, eerste lid, 48, eerste lid, 52, eerste lid, 56, eerste lid, van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011.
In aanvulling op de voor de subsidieverstrekking toegestane biomassastromen kunnen subsidieontvangers aan wie subsidie is verstrekt op grond van:
- a. artikel 32, eerste lid, of artikel 34, eerste lid, onderdelen a en b, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015;
- b. artikel 30, eerste lid, of artikel 32 eerste lid, onderdelen a of b van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2016, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie najaar 2016 of van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2017;
- c. artikel 30, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie najaar 2017;
- d. artikel 36, eerste lid, of artikel 38, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2018 of van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie najaar 2018; of
- e. artikel 40, eerste lid, artikel 42, eerste lid, of artikel 44, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2019,
biomassa uit bioraffinage als bedoeld onder nummer 595 van NTA 8003:2017 die is geproduceerd uit biomassa als bedoeld onder nummers 110 tot en met 138 van NTA 8003:2017 gebruiken tot ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt
Bij de toepassing van het zesde lid is artikel 7 van toepassing op de vaste biomassa die wordt gebruikt voor de productie van de biomassa uit bioraffinage, bedoeld in het zesde lid.
§ 4. Voorschotten
Artikel 15
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit stimulering duurzame energieproductie in werking treedt.
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie.
Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Bijlage 1a
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.
Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Bijlage 3
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.
Bijlage 4
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.
Bijlage 5
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.
Bijlage 6
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.
Bijlage 7
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
Accountantsverklaring
Dit formulier is te vinden op www.agentschapnl.nl/sde.
Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Dit formulier is te vinden op www.agentschapnl.nl/sde
Dit formulier is verstrekt door en moet worden ingediend bij:
Agentschap NL
NL Energie en Klimaat
Postbus 10073
8000 GB Zwolle
T. (088) 602 34 50
Toelichting
Agentschap NL
Hanzelaan 310
8017 JK Zwolle
T. (088) 602 30 00 (receptie)
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
Toelichting
Met dit formulier kan de accountant een verklaring afgeven zoals bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie. Dit betreft een overzicht van de investeringskosten en de overige subsidies en steunsituatie. Dit laatste is noodzakelijk in verband met de EU-steunregels ten behoeve van het milieu (EU-Milieu Steun Kader). Deze accountantsverklaring is nodig wanneer aan de subsidie-ontvanger op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een subsidie is verstrekt van meer dan € 125.000,–.
Met dit formulier kan de accountant een verklaring afgeven zoals bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie. Dit betreft een overzicht van de investeringskosten en de overige subsidies en steunsituatie. Dit laatste is noodzakelijk in verband met de EU-steunregels ten behoeve van het milieu (EU-Milieu Steun Kader). Deze accountantsverklaring is nodig wanneer aan de subsidie-ontvanger op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een subsidie is verstrekt van meer dan € 125.000,–.
De accountantsverklaring moet worden opgestuurd naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland binnen een jaar na ingebruikname van de productie-installatie voor hernieuwbare energie.
MODEL ACCOUNTANTSVERKLARING
Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.
Met dit formulier kan de accountant een verklaring afgeven zoals bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie. Dit betreft een overzicht van de investeringskosten en de overige subsidies en steunsituatie. Dit laatste is noodzakelijk in verband met de EU-steunregels ten behoeve van het milieu (EU-Milieu Steun Kader). Deze accountantsverklaring is nodig wanneer aan de subsidie-ontvanger op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een subsidie is verstrekt van meer dan € 125.000,–.
Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Opdracht
Wij hebben het bijgevoegde overzicht van investeringskosten en de steunsituatie van [.....naam aanvrager.....] te [.....statutaire vestigingsplaats.....] gewaarmerkt en gecontroleerd.
Voor de gesubsidieerde activiteiten is met aanvraagnummer [.....nr.....] bij brief van [.....datum.....] met kenmerk [.....kenmerk.....] door de Minister van Economische Zaken een subsidie verleend. Deze subsidie is verleend in het kader van de SDE.
Werkzaamheden
Onze controle is verricht in overeenstemming met de algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten. Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de aanvraag geen onjuistheden van materieel belang bevat.
MODEL ACCOUNTANTSVERKLARING
De accountantsverklaring moet worden opgestuurd naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland binnen een jaar na ingebruikname van de productie-installatie voor hernieuwbare energie.
Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.
Met dit formulier kan de accountant een verklaring afgeven zoals bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie. Dit betreft een overzicht van de investeringskosten en de overige subsidies en steunsituatie. Dit laatste is noodzakelijk in verband met de EU-steunregels ten behoeve van het milieu (EU-Milieu Steun Kader). Deze accountantsverklaring is nodig wanneer aan de subsidie-ontvanger op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een subsidie is verstrekt van meer dan € 125.000,–.
De accountantsverklaring moet worden opgestuurd naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland binnen een jaar na ingebruikname van de productie-installatie voor hernieuwbare energie.
In dit document is ook het controleprotocol opgenomen.
Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.
MODEL ACCOUNTANTSVERKLARING
ten behoeve van het Ministerie van Economische Zaken
Naam accountantskantoor:
Wij hebben het bijgevoegde overzicht van investeringskosten en de steunsituatie van [.....naam aanvrager.....] te [.....statutaire vestigingsplaats.....] gewaarmerkt en gecontroleerd.
Ondertekening door accountant
Het overzicht van de investeringskosten en steunsituatie is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de leiding van [.....naam huishouding.....]
Inschrijfnummer NOVAA of NIVRA:
CONTROLE-PROTOCOL
Een controle omvat onder meer een onderzoek (eventueel door middel van deelwaarnemingen) naar de gegevens in de aanvraag met betrekking tot de steunsituatie van het project en het bijgevoegde overzicht van investeringskosten. De controle is uitgevoerd met inachtneming van het bij deze verklaring behorende controleprotocol. Tevens omvat de controle de beoordeling dat de investeringskosten voldoen aan de eisen zoals opgenomen in artikel 36 van Communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu (PbEG 2001 C37).
Toelichtende paragraaf
[.....indien van toepassing toelichting op de verklaring en eventuele specifieke bevindingen.....]
Ondertekening door accountant
Ondergetekende, [naam, titel], verklaart dat de investeringskosten van de gesubsidieerde activiteiten gevestigd te [.....], locatiegegevens van de installatie [....], in totaal EUR [.....]. hebben bedragen.
Naam accountantskantoor:
[.....indien van toepassing toelichting op de verklaring en eventuele specifieke bevindingen.....]
Ondertekening door accountant
Plaats en datum:
3. Reikwijdte en intensiteit van de accountantscontrole
Vestigingsplaats:
Telefoonnummer:
1. Doelstelling
Inschrijfnummer NOVAA of NIVRA:
Ondertekening:
De accountant legt de uitkomsten van de controle vast in een accountantsverklaring. Voor deze verklaring dient de tekst te worden gehanteerd conform de model verklaring.
Voor de strekking van de accountantsverklaring, goedkeurend, met beperking, afkeurend of oordeelonthouding, zijn de volgende toleranties bepalend:
Bijlage 1a
Vervallen
Bijlage 1a
Vervallen
2. Toleranties en gewenste zekerheid
3. Reikwijdte en intensiteit van de accountantscontrole
Deze toleranties zijn gebaseerd op percentages die gelden voor de financiële verantwoording van departementen, op grond van de richtlijnen van het Interdepartementaal Overleg Departementale Accountantsdiensten.
De accountantscontrole verschafteen redelijke mate van zekerheid aan de gebruiker van de verklaring. Volgens de richtlijnen voor de accountantscontrole betekent dit dat de accountant een (relatief) hoge, maar geen absolute mate van zekerheid verschaft. Indien dit begrip ten behoeve van het gebruik van statistische technieken moet worden gekwantificeerd, dan dient een betrouwbaarheid van 95% te worden gehanteerd.
Inzake het omgaan met geconstateerde fouten geldt de gedragslijn, dat geconstateerde fouten, die invloed hebben op de omvang van de subsidie van EZ en die herstelbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd. Dat geldt ook voor fouten waarbij de tolerantiegrens niet wordt overschreden. De niet herstelde fouten wegen mee in de oordeelsvorming over de aanvraag.
Bijlage 5 behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Dit controleprotocol dient om de reikwijdte en het object van de accountantscontrole nader aan te geven. Niet beoogd wordt een aanpak van de accountantscontrole voor te schrijven. Veelal zal de accountant zich immers bij zijn controle baseren op een (risico)analyse van de administratieve organisatie en interne controle bij de te controleren subsidie-ontvanger en op basis daarvan komen tot een optimale afweging van de in te zetten controlemiddelen.
Bij de controle wordt vastgesteld, dat de vermelde investeringskosten juist zijn. Er wordt nagegaan of er ook andere subsidies (steunsituatie) zijn verkregen. Hieronder zijn nadere aanwijzingen voor de controle verstrekt.
De accountant controleert of de aanvraag voldoet aan de volgende eisen:
Naast zijn oordeel over de financiële verantwoording vermeldt de accountant in een toelichtende paragraaf eventuele specifieke bevindingen, die naar het oordeel van de accountant van belang (kunnen) zijn voor de Minister van Economische Zaken.
De auditdienst van het Ministerie van Economische Zaken kan een review uitvoeren op de uitgevoerde accountantscontrole inzake deze subsidie. De accountant, die de controle uitvoert, verstrekt de auditdienst desgevraagd alle inlichtingen en bescheiden op een wijze zoals deze dienst dat gewenst acht. De eventuele extra kosten van de externe accountant van de subsidieontvanger in verband met de review zijn voor rekening van de subsidieontvanger.
5. Verslaglegging
De accountant legt de uitkomsten van de controle vast in een accountantsverklaring. Voor deze verklaring dient de tekst te worden gehanteerd conform de model verklaring.
Naast zijn oordeel over de financiële verantwoording vermeldt de accountant in een toelichtende paragraaf eventuele specifieke bevindingen, die naar het oordeel van de accountant van belang (kunnen) zijn voor de Minister van Economische Zaken.
3 Dit dient dezelfde code te zijn als de code waarop garanties van oorsprong of certificaten worden geregistreerd of het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte wordt gemeten.
3 Dit dient dezelfde code te zijn als de code waarop garanties van oorsprong of certificaten worden geregistreerd of het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte wordt gemeten.
Vanaf 1 november 2009 worden alle bank- en betaalrekeningen vervangen door de zogenoemde IBAN (International Bank Account Number) en BIC (Bank Identifier Code). De IBAN en BIC bij uw bankrekening staan op uw bankafschrift of zijn te vinden op www.ibanbicservice.nl.
5. Wijzigingen
Toelichting
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
Vaststellingsformulier
Bijlage 5 behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
1 Indien u een particulier bent vult u hier uw volledige naam in. Vraag 1b t/m 1d slaat u dan over.
Dit formulier is bedoeld om een verzoek in te dienen tot vaststelling van de subsidie op grond van de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) aan het eind van de subsidieperiode.
Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.
Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd.
1 Indien u een particulier bent vult u hier uw volledige naam in. Vraag 1b t/m 1d slaat u dan over.
2 Naamloze vennootschap, maatschap, besloten vennootschap, commanditaire vennootschap, coöperatieve vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging, stichting, Europees economisch samenwerkingsverband, eenmanszaak.
Vanaf 1 november 2009 worden alle bank- en betaalrekeningen vervangen door de zogenoemde IBAN (International Bank Account Number) en BIC (Bank Identifier Code). De IBAN en BIC bij uw bankrekening staan op uw bankafschrift of zijn te vinden op www.ibanbicservice.nl.
Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:
3 Dit dient dezelfde code te zijn als de code waarop garanties van oorsprong of certificaten worden geregistreerd of het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte wordt gemeten.
U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van essentiële wijzigingen: gewijzigde datum van ingebruikname, gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode, uitbedrijfname, renovatie en uitbreiding, langdurige stilstand, indien van toepassing ingrijpende wijzigingen van de brandstofmix, wijzigingen van de technische specificatie van de installatie, et cetera en daarnaast van wijzigingen in de gegevens van de aanvrager en de steunsituatie.
Vanaf 1 november 2009 worden alle bank- en betaalrekeningen vervangen door de zogenoemde IBAN (International Bank Account Number) en BIC (Bank Identifier Code). De IBAN en BIC bij uw bankrekening staan op uw bankafschrift of zijn te vinden op www.ibanbicservice.nl.
U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surséance van betaling of tot verzoek faillietverklaring of wanneer een verzoek is ingediend voor de schuldsaneringregeling natuurlijke personen of andere zaken die van invloed zijn op de subsidieverstrekking.
Zijn er ten opzichte van de bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland opgegeven gegevens wijzigingen opgetreden op de volgende punten?:
U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van essentiële wijzigingen: gewijzigde datum van ingebruikname, gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode, uitbedrijfname, renovatie en uitbreiding, langdurige stilstand, indien van toepassing ingrijpende wijzigingen van de brandstofmix, wijzigingen van de technische specificatie van de installatie, et cetera en daarnaast van wijzigingen in de gegevens van de aanvrager en de steunsituatie.
Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:
U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surséance van betaling of tot verzoek faillietverklaring of wanneer een verzoek is ingediend voor de schuldsaneringregeling natuurlijke personen of andere zaken die van invloed zijn op de subsidieverstrekking.
Aldus naar waarheid ingevuld,
Zijn er nog andere gegevens, die voor de aanvraag om vaststelling van belang kunnen zijn?
Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:
Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd.
Aldus naar waarheid ingevuld,
Bij dit formulier voor aanvraag om vaststelling moet u de volgende bijlagen meesturen:
Toelichting op format biomassaverklaring
Toelichting:
Met dit formulier verklaart u:
Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist en ondertekend door zowel producent als meetbedrijf en - voor zover van toepassing - voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend.
5. Eisen voor duurzaam bosbeheer
P6 Relevante internationale, nationale en regionale/lokale wet- en regelgeving dient te worden nageleefd.
Met dit formulier verklaart u:
Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist en ondertekend door zowel producent als meetbedrijf en - voor zover van toepassing - voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend.
3. Gegevens productie-installatie
C6.3 Anticorruptie wetgeving, waar deze bestaat, wordt nageleefd. Bij gebrek aan anticorruptie wetgeving dient de (bos)beheerder andere anticorruptie maatregelen te treffen die in verhouding staan tot de schaal en intensiteit van de beheeractiviteiten en het risico op corruptie.
Factuurgegevens:
C7.1 Terreinen met een hoge beschermingswaarde en representatieve gebieden van bostypen die binnen de bosbeheereenheid voorkomen, zijn in kaart gebracht, geïnventariseerd, en worden beschermd en zo mogelijk versterkt.
U verklaart door het invullen en ondertekenen van dit formulier:
Bijlage 3. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
6. Ondertekening aanvrager (producent)
5. Algemene verklaring
U verklaart door het invullen en ondertekenen van dit formulier:
d Dat u deze verklaring naar waarheid heeft ingevuld.
Let op! Maak een kopie van deze ingevulde verklaring voor eigen gebruik.
Plaats: ..........
Datum: ..........
Handtekening aanvrager: ..........
Let op! Maak een kopie van deze ingevulde verklaring voor eigen gebruik.
Ruimte voor opmerkingen producent:
Handtekening meetbedrijf: ..........
Toelichting
Datum: ..........
Naam meetbedrijf: ..........
Handtekening meetbedrijf: ..........
Ruimte voor opmerkingen meetbedrijf:
3. Systeemgrens
Meetvoorwaarden voor productie-installaties
1. Definities
2. Algemene eisen
P9 De productiecapaciteit van hout en relevante andere bosproducten dan hout moet in stand worden gehouden om de toekomst van de bossen te waarborgen.
4. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters voor koolstofdioxide-arme warmte
Toelichting: Overexploitatie van afzonderlijke commerciële boomsoorten dient voorkomen te worden.
C9.2 De bosbeheereenheid wordt adequaat beschermd tegen illegale exploitatie van hout en niet-hout bosproducten, inclusief de producten van jacht en visserij, illegale vestiging van nederzettingen, illegaal landgebruik, illegaal gestichte branden en overige illegale activiteiten.
P10 Het bosbeheer moet bijdragen aan de lokale economie en werkgelegenheid.
Houtige biomassa afkomstig uit (productie)bossen
Toelichting: De werkgelegenheid voor de plaatselijke bevolking, inclusief inheemse volken, kan gestimuleerd te worden, bijvoorbeeld door middel van opleidingsactiviteiten.
P11 Duurzaam bosbeheer moet worden gerealiseerd op basis van een beheersysteem.
C11.1 Het bosbeheer is gericht op realisatie van de doelstellingen die in een plan voor het bosbeheer zijn vastgelegd en omvat de cyclus van inventarisatie en analyse, planning, uitvoering, monitoring, evaluatie en bijstelling.
Toelichting: Met het toepassen van de management cyclus wordt een continue verbetering van het beheer beoogd teneinde de langdurige instandhouding van de bossen te waarborgen. Onderdeel van de planning is de uitvoering van een Environmental Impact Assessment (EIA).
Bijlage 4. behorend bij artikel 8, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
2. Tabel duurzaamheidscriteria
Jaarlijks voorschotformulier
Een realistische begroting moet de uitvoering van het plan mogelijk maken.
C11.3 Essentiële elementen voor het bosbeheer zijn op kaarten aangegeven.
Toelichting:
Het gaat hier in ieder geval om terreinen met hoge beschermingswaarden en gebieden waar houtoogst plaatsvindt.
C11.4 De uitvoering van het plan voor het bosbeheer en de ecologische en economische effecten daarvan worden periodiek op basis van adequate gegevens gemonitord.
Toelichting:
Ecologische effecten zijn bijvoorbeeld verandering van flora en fauna, samenstelling van het bos; economische effecten betreffen bijvoorbeeld werkgelegenheid, producten en diensten uit het bos.
C11.5 Het bosbeheer wordt uitgevoerd door vakbekwame medewerkers en boswerkers. De vakbekwaamheid en kennis worden op peil gehouden door middel van adequate periodieke scholing.
P12 Beheer in groep- of regioverband moet voldoende waarborgen bieden voor duurzaam bosbeheer.
Toelichting
Toelichting: de entiteit dient voor de vastlegging van de verantwoordelijkheid voor goed bosbeheer.
2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)
Toelichting: een beschrijving van de status van het bos in de betreffende regio dient te worden gegeven en te worden aangetoond dat op lange termijn de koolstofvoorraden in stand blijven of groeien.
Er worden 5 biomassa categorieën onderscheiden (zie SDE+ bijlage 4 tabel 1) Deze hebben elk hun eigen bron (zie tabel hier onder)
P13 Er dient een Chain of Custody (CoC) te bestaan voor de biomassa van de eerste schakel in de keten, tot aan de bio-energieproducent, die voorziet in een koppeling tussen de bron en het materiaal in het product of de productlijn, en waarvan de broeikasgasuitstootgegevens van iedere afzonderlijke schakel (operator) bekend zijn.
Toelichting:
Er worden 5 biomassa categorieën onderscheiden (zie SDE+ bijlage 4 tabel 1) Deze hebben elk hun eigen bron (zie tabel hier onder)
1 Voor kleine bosbeheereenheden geldt een tijdelijke uitzondering voor de bron en de eerste schakel. Zie voor een toelichting hoofdstuk 2 met overzicht eisen aan de onderscheiden categorieën biomassa.
5. Wijzigingen
C13.1 Iedere afzonderlijke organisatie in de Chain of Custody beschikt over een Chain-of-Custody-systeem dat voldoet aan de eisen van deze standaard.
C13.2 Iedere afzonderlijke organisatie in de Chain of Custody beschikt over de voor haar organisatie relevante broeikasgasuitstootgegevens die verkregen zijn volgens een methodiek, gebaseerd op de meest recente publicatie van de Europese Commissie betreffende duurzaamheidscriteria voor vaste biomassa en verstrekte referentiewaarden voor fossiele brandstoffen.
Toelichting: Op dit moment is dat het Staff Working Document, SWD (2014) 259. (Zie voor een nadere toelichting P1)
C13.3 Het managementsysteem van iedere organisatie in de CoC waarborgt dat aan de eisen van deze CoC-standaard wordt voldaan.
Toelichting: Indien een organisatie het certificaat ook op uitbesteding van toepassing wil laten zijn, dient de organisatie erop toe te zien dat de (onder)aannemer labels van het systeem uitsluitend gebruikt voor producten die onder de uitbestedingsovereenkomst vallen.
C13.4 Iedere afzonderlijke organisatie in de Chain of Custody registreert de hoeveelheden en de namen en certificaatnummers van de organisaties waarvan zij biomassa koopt en waaraan zij biomassa verkoopt.
8. Ondertekening
2. Algemene eisen
3. Systeemgrens
1. Gegevens producent
2. Locatiegegevens productie-installatie
Model Geothermisch Onderzoek SDE+
Het percentage materiaal in een product of productlijn dat aan de relevante principes uit tabel 1 en de daaronder liggende criteria voldoet wordt vermeld.
Voor beide methoden geldt:
Toelichting:
De duurzaamheidskenmerken hebben niet alleen betrekking op het duurzaam beheer van de bron maar ook op relevante broeikasuitstootgegevens die verkregen zijn volgens een methodiek gebaseerd op de meest recente publicatie van de Europese Commissie betreffende duurzaamheidseisen voor vaste biomassa en verstrekte referentiewaarden voor fossiele brandstoffen.
De percentage-based methode mag uitsluitend worden gebruikt voor uit de bossen afkomstige biomassa.
P14 Bij een groepsmanagementsysteem voor de chain of custody moet de groep als geheel aan dezelfde eisen voldoen als aan afzonderlijke bedrijven gesteld worden. In dit kader stelt het systeem de volgende eisen.
7. Algemene informatie
Toelichting:
De entiteit beschikt over een effectief managementsysteem, alsmede over technische en menselijke hulpmiddelen.
De entiteit voert jaarlijks een audit uit bij een deel van de aangesloten groepsleden (op basis van een vastgestelde steekproefmethode).
C14.2 De groep werkt volgens P13 en de daartoe behorende criteria; daarnaast voldoet ieder groepslid aan deze eisen voor zover deze op de werkzaamheden van dat lid van toepassing zijn.
C14.3 De groepsleiding beschikt over een registratiesysteem waarin worden opgenomen:
7. Definities
C15.1 De systeemmanager hanteert regels voor het gebruik van logo’s en labels en voor het toezien op de naleving ervan. De regels omvatten tenminste:
omschrijving van logo's en labels;
C15.2 Het logo is auteursrechtelijk beschermd en als handelsmerk geregistreerd.
C15.3 Er is een duidelijk beschreven mechanisme voor de controle van alle claims die gedaan worden over het gecertificeerde kenmerk van producten, dat ervoor zorgt dat claims duidelijk en accuraat zijn en dat actie ondernomen wordt om onjuiste of misleidende claims te voorkomen.
Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.
Bijlage 5 behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.
Dit formulier is bedoeld om een verzoek in te dienen tot vaststelling van de subsidie op grond van de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) aan het eind van de subsidieperiode.
2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)
2 Naamloze vennootschap, maatschap, besloten vennootschap, commanditaire vennootschap, coöperatieve vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging, stichting, Europees economisch samenwerkingsverband, eenmanszaak.
Dit formulier is bedoeld om een verzoek in te dienen tot vaststelling van de subsidie op grond van de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) aan het eind van de subsidieperiode.
Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.
3 Dit dient dezelfde code te zijn als de code waarop garanties van oorsprong of certificaten worden geregistreerd of het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte wordt gemeten.
1 Indien u een particulier bent vult u hier uw volledige naam in. Vraag 1b t/m 1d slaat u dan over.
2 Naamloze vennootschap, maatschap, besloten vennootschap, commanditaire vennootschap, coöperatieve vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging, stichting, Europees economisch samenwerkingsverband, eenmanszaak.
U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Agentschap NL onverwijld schriftelijk melding zal doen van essentiële wijzigingen: gewijzigde datum van ingebruikname, gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode, uitbedrijfname, renovatie en uitbreiding, langdurige stilstand, indien van toepassing ingrijpende wijzigingen van de brandstofmix, wijzigingen van de technische specificatie van de installatie, et cetera en daarnaast van wijzigingen in de gegevens van de aanvrager en de steunsituatie.
Vanaf 1 november 2009 worden alle bank- en betaalrekeningen vervangen door de zogenoemde IBAN (International Bank Account Number) en BIC (Bank Identifier Code). De IBAN en BIC bij uw bankrekening staan op uw bankafschrift of zijn te vinden op www.ibanbicservice.nl.
Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
4. Rekeninggegevens
Vaststellingsformulier
Dit formulier is te vinden op www.agentschapnl.nl/sde
Zijn er ten opzichte van de bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland opgegeven gegevens wijzigingen opgetreden op de volgende punten?:
U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van essentiële wijzigingen: gewijzigde datum van ingebruikname, gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode, uitbedrijfname, renovatie en uitbreiding, langdurige stilstand, indien van toepassing ingrijpende wijzigingen van de brandstofmix, wijzigingen van de technische specificatie van de installatie, et cetera en daarnaast van wijzigingen in de gegevens van de aanvrager en de steunsituatie.
Zijn er nog andere gegevens, die voor de aanvraag om vaststelling van belang kunnen zijn?
U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surséance van betaling of tot verzoek faillietverklaring of wanneer een verzoek is ingediend voor de schuldsaneringregeling natuurlijke personen of andere zaken die van invloed zijn op de subsidieverstrekking.
Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd.
Zijn er nog andere gegevens, die voor de aanvraag om vaststelling van belang kunnen zijn?
Bij dit formulier voor aanvraag om vaststelling moet u de volgende bijlagen meesturen:
Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd.
Model Geothermisch Onderzoek SDE+
Bij dit formulier voor aanvraag om vaststelling moet u de volgende bijlagen meesturen:
Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:
Toelichting
2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)
Model Geothermisch Onderzoek SDE+
4. Rekeninggegevens
5. Wijzigingen
Het geologisch onderzoek concentreert zich uiteraard op het inschatten van de geologische parameters. Met deze parameters en met de niet-geologische parameters (doublet, put- en pompspecificatie) berekent u de P50 waarde. Het resultaat presenteert u eveneens in het geologisch onderzoek.
Bij uw SDE+ subsidieaanvraag in de categorieën Geothermie moet u als bijlage bij het aanvraagformulier een geologisch onderzoek toevoegen.
In dit Model Geologisch Onderzoek SDE+ staat aangegeven welke aspecten u daarin dient te behandelen.
Het geologisch onderzoek concentreert zich uiteraard op het inschatten van de geologische parameters. Met deze parameters en met de niet-geologische parameters (doublet, put- en pompspecificatie) berekent u de P50 waarde. Het resultaat presenteert u eveneens in het geologisch onderzoek.
Voor het geologisch onderzoek geldt een verplichte hoofdstukindeling. Belangrijk is dat u telkens motiveert waarom u een bepaalde keuze gemaakt heeft. Als het onderwerp van een bepaalde paragraaf niet relevant is voor uw situatie, dan moet u dit met een korte motivatie noemen.
TNO faciliteert het samenstellen van het geologisch onderzoek door via www.nlog.nl de volgende hulpmiddelen beschikbaar te stellen:
1.1. Gepland doublet en gebruikte parameters
U presenteert:
Hier geeft u aan voor welk vermogen u aanspraak wilt maken op ondersteuning uit de SDE+ 2014 (het P50 vermogen).
U presenteert:
Zijn er andere subsidies of fiscale faciliteiten voor het project verstrekt die u nog niet heeft opgegeven in het aanvraagformulier of eerdere voorschotaanvraag?
Hier geeft u aan voor welk vermogen u aanspraak wilt maken op ondersteuning uit de SDE+ 2014 (het P50 vermogen).
4. Algemene verklaring
U verklaart door het invullen en ondertekenen van dit formulier:
○ nee
○ ja, namelijk:
.....
.....
.....
.....
.....
8.. Ondertekening
Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd.
Aldus naar waarheid ingevuld,
Bij dit formulier voor aanvraag om vaststelling moet u de volgende bijlagen meesturen:
Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:
Agentschap NL
Agentschap NL is een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken. Agentschap NL voert beleid uit voor diverse ministeries als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal. Agentschap NL is hèt aanspreekpunt voor bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Voor informatie en advies, financiering, netwerken en wet- en regelgeving.
De divisie NL Energie en Klimaat versterkt de samenleving door te werken aan de energie- en klimaatoplossingen van de toekomst.
Per 1 januari 2010 bundelen EVD, Octrooicentrum Nederland en SenterNovem hun krachten in één organisatie: Agentschap NL. Bij Agentschap NL kunnen ondernemers, kennisinstellingen en overheden terecht voor informatie, advies, financiering en netwerken op het gebied van duurzaam, innovatief en internationaal ondernemen en samenwerken. SenterNovem vormt vanaf 1 januari de divisies NL Energie en Klimaat, NL Milieu en Leefomgeving en NL Innovatie.
Bij publicaties van Agentschap NL die informeren over subsidieregelingen geldt dat de beoordeling van subsidieaanvragen uitsluitend plaatsvindt aan de hand van de officiële publicatie van het besluit in de Staatscourant.
Bijlage 6
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.
Bijlage 7
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.
Artikel 7a
De private conformiteitsbeoordelingsverklaring, bedoeld in artikel 63a, eerste lid, van het besluit wordt afgegeven door een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen op basis van verificatie overeenkomstig paragraaf 2.6 van het verificatieprotocol.
Artikel 7b
De subsidie-ontvanger die een productie-installatie bedrijft waarin vaste of gasvormige biomassa wordt omgezet in hernieuwbare elektriciteit, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van elektriciteit door middel van kolen waarin biomassa wordt meegestookt of een productie-installatie bedrijft waarin vaste biomassa wordt omgezet in hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets geproduceerd uit vaste biomassa in een ketel met een vermogen groter dan of gelijk aan 5 MW, zendt binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar waarover een voorschot wordt verstrekt aan de minister een verklaring waaruit blijkt dat de gebruikte biomassa aan artikel 7 voldoet, met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt opgesteld overeenkomstig paragraaf 2.6 van het verificatieprotocol door een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen.
De subsidie-ontvanger toont voor het deel van de rapportage betreffende houtige biomassa afkomstig uit een bosbeheereenheid die kleiner is dan 500 hectare dat betrekking heeft op het duurzaam bosbeheer op regionaal niveau of op het niveau van de bosbeheereenheid aan dat aan de duurzaamheidseisen is voldaan, met uitzondering van:
- a. de laatste twee jaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt aan een subsidie-ontvanger die een productie-installatie bedrijft die in 2015 of 2016 in gebruik of opnieuw in gebruik is genomen, waarvoor op het niveau van de bosbeheereenheid wordt aangetoond dat aan de duurzaamheidseisen is voldaan,
- b. de laatste drie jaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt aan een subsidie-ontvanger die een productie-installatie bedrijft die in 2017 of 2018 in gebruik of opnieuw in gebruik is genomen, waarvoor op het niveau van de bosbeheereenheid wordt aangetoond dat aan de duurzaamheidseisen is voldaan,
- c. de laatste vier jaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt aan een subsidie-ontvanger die een productie-installatie bedrijft die in 2019 in gebruik of opnieuw in gebruik is genomen, waarvoor op het niveau van de bosbeheereenheid wordt aangetoond dat aan de duurzaamheidseisen is voldaan,
- d. de laatste vijf jaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt aan een subsidie-ontvanger die een productie-installatie bedrijft die in 2020 in gebruik of opnieuw in gebruik is genomen, waarvoor op het niveau van de bosbeheereenheid wordt aangetoond dat aan de duurzaamheidseisen is voldaan,
- e. een subsidie-ontvanger die een productie-installatie bedrijft die na 2020 in gebruik of opnieuw in gebruik is genomen, waarvoor voor de gehele subsidieperiode op het niveau van de bosbeheereenheid wordt aangetoond dat aan de duurzaamheidseisen is voldaan.
De subsidie-ontvanger toont voor het deel van de rapportage betreffende houtige biomassa afkomstig uit een bosbeheereenheid groter dan of gelijk aan 500 hectare dat betrekking heeft op het duurzaam bosbeheer op het niveau van de bosbeheereenheid aan dat aan de duurzaamheidseisen is voldaan.
§ 4. Voorschotten
§ 6. Overige bepalingen
§ 7. Slotbepalingen
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
Bezoekadres
Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
MODEL ACCOUNTANTSVERKLARING
MODEL ACCOUNTANTSVERKLARING
Wij hebben het bijgevoegde overzicht van investeringskosten en de steunsituatie van [.....naam aanvrager.....] te [.....statutaire vestigingsplaats.....] gewaarmerkt en gecontroleerd.
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
Met dit formulier kan de accountant een verklaring afgeven zoals bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie. Dit betreft een overzicht van de investeringskosten en de overige subsidies en steunsituatie. Dit laatste is noodzakelijk in verband met de EU-steunregels ten behoeve van het milieu (EU-Milieu Steun Kader). Deze accountantsverklaring is nodig wanneer aan de subsidie-ontvanger op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een subsidie is verstrekt van meer dan € 125.000,–.
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
MODEL ACCOUNTANTSVERKLARING
Opdracht
Voor de gesubsidieerde activiteiten is met aanvraagnummer [.....nr.....] bij brief van [.....datum.....] met kenmerk [.....kenmerk.....] door de Minister van Economische Zaken een subsidie verleend. Deze subsidie is verleend in het kader van de SDE.
Het overzicht van de investeringskosten en steunsituatie is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de leiding van [.....naam huishouding.....]
Voor de gesubsidieerde activiteiten is met aanvraagnummer [.....nr.....] bij brief van [.....datum.....] met kenmerk [.....kenmerk.....] door de Minister van Economische Zaken een subsidie verleend. Deze subsidie is verleend in het kader van de SDE.
Werkzaamheden
Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.
Oordeel
Wij zijn van oordeel dat de verstrekte informatie voldoet aan de daaraan te stellen eisen. [.....c.q. andere oordelen.....].
Naam accountantskantoor:
CONTROLE-PROTOCOL
Naam accountant (RA/AA):
4. Review van de accountantscontrole
Bijlage 1a
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
Inzake het omgaan met geconstateerde fouten geldt de gedragslijn, dat geconstateerde fouten, die invloed hebben op de omvang van de subsidie van EZ en die herstelbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd. Dat geldt ook voor fouten waarbij de tolerantiegrens niet wordt overschreden. De niet herstelde fouten wegen mee in de oordeelsvorming over de aanvraag.
Voor de strekking van de accountantsverklaring, goedkeurend, met beperking, afkeurend of oordeelonthouding, zijn de volgende toleranties bepalend:
1 Indien u een particulier bent vult u hier uw volledige naam in. Vraag 1b t/m 1d slaat u dan over.
2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)
Bijlage 5 behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
Dit formulier is bedoeld om een verzoek in te dienen tot vaststelling van de subsidie op grond van de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) aan het eind van de subsidieperiode.
1. Gegevens aanvrager
4. Rekeninggegevens
Duurzaamheidscriteria vloeibare biomassa thermische conversie
Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
4. Dossiergegevens
Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:
Verzoek tot oordeel omtrent de geschiktheid van een productie-installatie voor:
Indien zich meerdere productie-installaties achter één aansluiting bevinden, dient u tevens een systeemgrens van de productie-installaties te bepalen. Deze systeemgrens kan meerdere productie-eenheden omvatten.
3. Gegevens productie-installatie
d Dat u deze verklaring naar waarheid heeft ingevuld.
Kruis aan om wat voor soort installatie het gaat bij deze aanvraag. Er is slechts één antwoord mogelijk.
Plaats: ..........
Werkzaamheden
6. Ondertekening aanvrager (producent)
3. Dossiergegevens
Toelichting
5. Ondertekening
Plaats: ..........
Bijlage 4. behorend bij artikel 8, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 4. , behorende bij artikel 7 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
2. Algemene eisen
C8.6 Het bosbeheer is gericht op het voorkomen en beheersen van ziekten en plagen voor zover deze een bedreiging vormen voor het natuurlijk kapitaal.
C8.7 Het gebruik van chemicaliën is slechts toegestaan indien maximaal gebruik van ecologische processen en duurzame alternatieven ontoereikend blijkt. Het gebruik van pesticiden die door de Wereldgezondheidsorganisatie geclassificeerd zijn als type 1A en 1B en van gechloreerde koolwaterstoffen is niet toegestaan.
C8.8 Anorganisch afval en zwerfvuil wordt voorkomen, verzameld, op de aangegeven plaatsen opgeslagen en op een milieuverantwoorde wijze afgevoerd.
C9.1 De productiecapaciteit van ieder bostype binnen de bosbeheereenheid wordt in stand gehouden.
C10.1 Het bosbeheer biedt een redelijk perspectief op werkgelegenheid aan de plaatselijke bevolking, inclusief inheemse volken, evenals op het lokaal verwerken van hout en andere bosproducten dan hout.
5. Wijzigingen
Toelichting:
Het bosbeheer plan dient duidelijke beschrijvingen (ecosystemen, soorten) en doelstellingen te bevatten, met in acht name van de economische, sociale en ecologische functies en aspecten. Dit betekent onder meer het in kaart brengen en adresseren van ecologisch waardevolle gebieden.
3. Beoordelingstabel voor biomassa vanuit het oogpunt van koolstofschuld
Vaststellingsformulier
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
4. Rekeninggegevens
6. Eisen voor de chain of custody
C12.1 Een groep of regioverband staat onder leiding en toezicht van een zelfstandige juridische entiteit,
6. Eisen voor de chain of custody
8. Ondertekening
2 Eerste inzamelpunt is de eerste juridische eigenaar van het materiaal, na het bedrijf waarvan de biomassastroom wordt afgevoerd.
Bijlage 6
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.
Bijlage 7
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.
§ 3.1. Algemene verplichtingen
§ 3.2. Verplichtingen gebruik vaste en gasvormige biomassa
§ 3.2. Verplichtingen gebruik vaste en gasvormige biomassa
Artikel 7c
De subsidieontvanger die een productie-installatie bedrijft waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte of hernieuwbaar gas wordt geproduceerd door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke meststoffen:
- a. voldoet aan de artikelen 33 en 39 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet en de artikelen 38, vierde lid, 40, tweede lid, 46, achtste lid, en 47, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
- b. produceert slechts product dat beantwoordt aan Bijlage Aa, onderdeel IV, categorie 1 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
- c. gebruikt slechts coproducten, genoemd in Bijlage Aa, onderdeel IV, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
- d. voldoet bij gebruik van coproducten, genoemd in Bijlage Aa, onderdeel IV, categorie 1, onder G, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet aan de eisen bedoeld in bijlage II, tabel 1, en tabel 4, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet; en
- e. gebruikt bij nakoming van artikel 24, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit dezelfde benamingen en coderingen, genoemd in Bijlage Aa van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet.
Artikel 7d
Een subsidie-ontvanger dient bij het meetbedrijf een verzoek in om een oordeel omtrent de geschiktheid van diens productie-installatie voor de opwekking van koolstofdioxide-arme warmte, de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide of de productie van waterstof met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 8.
Een oordeel omtrent de geschiktheid is vijf jaar geldig of tot het moment waarop de subsidie-ontvanger een aanpassing heeft doorgevoerd in zijn productie-installatie die een wijziging van een van de gegevens, vermeld in het verzoek, bedoeld in het eerste lid, ten gevolge heeft. Een subsidie-ontvanger verricht een nieuw verzoek, bedoeld in het eerste lid, voordat de geldigheidsduur van het oordeel is verlopen.
De subsidie-ontvanger bepaalt in het verzoek, bedoeld in het eerste lid, de systeemgrens van iedere productie-installatie, waarvoor subsidie is aangevraagd, op dusdanige wijze dat de subsidiabele productie kan worden gemeten.
Een wijziging van de systeemgrens van een productie-installatie leidt er niet toe dat één of meer productie-eenheden van de desbetreffende productie-installatie gaan behoren aan een andere productie-installatie.
De subsidie-ontvanger stelt het meetbedrijf in staat het onderzoek te verrichten ten behoeve van de beoordeling van de geschiktheid.
De minister verstrekt het eerste voorschot aan een subsidie-ontvanger niet eerder dan nadat de subsidie-ontvanger het oordeel omtrent de geschiktheid overlegt of doet overleggen aan de minister.
De minister verstrekt uitsluitend een voorschot indien een subsidie-ontvanger over een geldig oordeel omtrent de geschiktheid beschikt.
Artikel 7e
Een subsidie-ontvanger stelt een meetprotocol op met inachtneming van de meetvoorwaarden voor koolstofdioxide-arme warmte, voor waterstof en voor koolstofdioxide, genoemd in bijlage 9.
De subsidie-ontvanger laat het meetprotocol beoordelen door een meetbedrijf.
Het meetprotocol heeft een geldigheid van vijf jaar of tot het moment dat de subsidie-ontvanger een aanpassing van de productie-installatie of het productieproces doorvoert die een wijziging van het meetprotocol tot gevolg heeft. De subsidie-ontvanger stelt voorafgaand aan het verlopen van de geldigheidsduur een nieuw meetprotocol op.
De minister verstrekt het eerste voorschot aan een subsidie-ontvanger niet eerder dan nadat de subsidie-ontvanger het beoordeelde meetprotocol overlegt of doet overleggen aan de minister.
De minister verstrekt uitsluitend een voorschot indien een subsidie-ontvanger over een geldig meetprotocol beschikt.
Artikel 7f
De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat alle energie- of productiestromen die zijn omschreven in de meetvoorwaarden, bedoeld in bijlage 9 en die de systeemgrens passeren, worden gemeten in overeenstemming met het meetprotocol.
De minister kan het meetbedrijf verzoeken afwijkingen van het meetprotocol te melden aan de minister.
Artikel 7g
De subsidie-ontvanger stelt elke kalendermaand een meetrapport op met inachtneming van het meetprotocol dat:
- a. de wijze van totstandkoming van de meetgegevens beschrijft, en
- b. geverifieerd wordt door een meetbedrijf, waarbij het desbetreffende meetbedrijf ten minste de meetgegevens en het gerealiseerde energetische rendement ten opzichte van de geproduceerde energie bevestigt.
Artikel 7h
Een subsidie-ontvanger legt het meetrapport uiterlijk 20 dagen na afloop van de kalendermaand waarop het meetrapport betrekking heeft over aan de minister.
De minister stelt na ontvangst van het meetrapport op verzoek van een subsidie-ontvanger die een productie-installatie voor de productie van koolstofdioxide-arme warmte in stand houdt de nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte in MWh vast.
Indien de subsidie-ontvanger die een productie-installatie voor de productie van koolstofdioxide-arme warmte in stand houdt, gebruik maakt van warmte afkomstig van een andere bron, draagt de subsidie-ontvanger er zorg voor dat het meetbedrijf de hoeveelheid gebruikte warmte in mindering brengt op de hoeveelheid geproduceerde koolstofdioxide-arme warmte.
Artikel 7i
Bij een productie-installatie voor restwarmte zonder warmtepompsysteem, wordt de productie gemeten bij de uitgang van het warmteoverdrachtsstation.
Artikel 7j
Dit artikel is van toepassing indien een subsidie-ontvanger met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of gebruikt, waarbij gebruik wordt gemaakt van gasvormig transport van koolstofdioxide en van een basisinfrastructuur voor koolstofdioxide.
De subsidie-ontvanger meet elke kalendermaand de hoeveelheid koolstofdioxide die wordt ingevoed in de basisinfrastructuur voor koolstofdioxide volgens de meetvoorwaarden, opgenomen in bijlage 9, en draagt er zorg voor dat deze uiterlijk twintig dagen na afloop van de kalendermaand aan de Minister wordt overgedragen.
De meting, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan op de grens tussen de productie-installatie en de gedeelde voorzieningen van de basisinfrastructuur voor koolstofdioxide.
De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de meting, bedoeld in het tweede lid, plaatsvindt bij alle productie-installaties die aangesloten zijn op de basisinfrastructuur voor koolstofdioxide.
Indien de subsidie-ontvanger met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat, stelt de Minister de hoeveelheid koolstofdioxide die voor subsidie in aanmerking komt per productie-installatie vast door de hoeveelheid koolstofdioxide die in de basisinfrastructuur voor koolstofdioxide permanent wordt opgeslagen te verdelen naar rato van de geleverde koolstofdioxide, uitgedrukt in 1.000 kg koolstofdioxide, over de productie-installaties die aangesloten zijn op de desbetreffende basisinfrastructuur voor koolstofdioxide.
Indien er sprake is van meerdere productie-installaties met één aansluiting op een basisinfrastructuur voor koolstofdioxide en van meerdere subsidie-ontvangers wijzen de subsidie-ontvangers voor de meting, bedoeld in het tweede lid, tezamen één meetbedrijf aan.
Indien een subsidie-ontvanger is aangesloten op een basisinfrastructuur voor koolstofdioxide waar zowel productie-installaties voor de afvang en de permanente opslag van koolstofdioxide als productie-installaties voor de afvang en het gebruik van koolstofdioxide zijn aangesloten, verstrekt hij uiterlijk tien dagen na afloop van de kalendermaand aan het meetbedrijf, bedoeld in het vijfde lid, een overzicht over welk deel van de totale hoeveelheid koolstofdioxide permanent is opgeslagen en welk deel van de productie nuttig is aangewend.
Artikel 7k
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
§ 5. Subsidievaststelling
§ 4. Voorschotten
§ 6. Overige bepalingen
Artikel 14a
Productie-installaties, met uitzondering van productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, waarvoor subsidie is verstrekt op grond van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010 en de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011, worden met ingang van 1 januari 2012 aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, derde lid, 32, derde lid, of 48, derde lid, van het besluit.
Bij de toepassing van de artikelen 15, derde lid, 23, derde lid, 32, derde lid, 40, derde lid, 48, derde lid, 55, derde lid, 55j, derde lid of 55q derde lid, van het besluit bedraagt het aantal kWh of aantal kg verminderde broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, indien de subsidieperiode start op een andere datum dan 1 januari voor het eerste jaar waarover subsidie wordt verstrekt, een evenredig deel van het aantal maanden of van het jaar waarover subsidie wordt verstrekt.
Artikel 14b
Productie-installaties, met uitzondering van productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, waarvoor subsidie is verstrekt op grond van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013 en de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014, worden met ingang van 1 januari 2015 aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, vierde lid, 32, vierde lid, of 48, vierde lid, van het besluit, met dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in de artikel 15, vierde lid, 32, vierde lid, of 48, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.
§ 6. Overige bepalingen
Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
In dit document is ook het controleprotocol opgenomen.
ten behoeve van het Ministerie van Economische Zaken
Ondertekening door accountant
Werkzaamheden
2. Toleranties en gewenste zekerheid
Telefoonnummer:
1. Doelstelling
Dit controleprotocol heeft als doel het geven van aanwijzingen aan de accountant, die is belast met de controle van de door de subsidieontvanger aan de Minister van Economische Zaken (EZ) te verstrekken onderbouwing van de investeringskosten en de steunsituatie ingevolge de algemene uitvoeringsregels voor de subsidieverstrekking op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie (SDE).
De controle kan worden uitgevoerd door een registeraccountant (RA) of een accountant-administratieconsulent (AA). De gevraagde verklaring kan ook worden verstrekt door een niet als openbaar accountant optredende intern accountant.
Biomassaverklaring hernieuwbare warmte en hernieuwbaar gas
Toelichting
1. Eisen aan de eindgebruiker
Bijlage 2. behorende bij artikel 6, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 3. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
3. Dossiergegevens
Zijn er ten opzichte van de bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland opgegeven gegevens wijzigingen opgetreden op de volgende punten?:
Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.
2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)
6. Algemene informatie
7. Opmerkingen
Assurance rapport productie hernieuwbare warmte of hernieuwbaar gas uit biomassa
Toelichting
Bijlage 3. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
Overige informatie
C8.5 Indien branden worden gebruikt voor het bereiken van beheerdoelstellingen zoals regeneratie van specifieke boomsoorten zijn er adequate veiligheidsmaatregelen getroffen.
Houtige biomassa afkomstig uit (productie)bossen
Opdracht
C12.2 Een groep of regioverband voldoet aan de eisen voor duurzaam bosbeheer. Bovendien voldoet het bosbeheer van ieder lid van een groep of regioverband aan deze eisen voor zover deze van toepassing zijn op het beheer van dat bos.
3. Dossiergegevens
Bijlage 4. behorende bij artikel 7d, eerste lid en artikel 7f, eerste en tweede lid, onderdeel a, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
6. Algemene informatie
Verplichte onderdelen samenvatting ‘geologisch onderzoek’
Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
Model Geothermisch Onderzoek SDE+
C14.1 Een groep staat onder leiding van een juridische entiteit die verantwoordelijk is voor de groep als geheel. De entiteit beschikt over een management systeem waarmee effectief het aantal deelnemende locaties binnen de scope van het certificaat wordt aangestuurd.
P15 Logo’s en labels die behoren tot een certificeringssysteem en voorkomen op producten en documenten moeten een ondubbelzinnige betekenis hebben en moeten toegepast worden in overeenstemming met de regels die vastgesteld zijn door het certificeringssysteem. In dit kader gelden de volgende eisen voor het certificatie systeem.
Vaststellingsformulier
1.2. Verwacht vermogen en overschrijdingskansgrafiek
Toelichting
3. Dossiergegevens
3. Dossiergegevens
3. Dossiergegevens
3 Dit dient dezelfde code te zijn als de code waarop garanties van oorsprong of certificaten worden geregistreerd of het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte wordt gemeten.
Vanaf 1 november 2009 worden alle bank- en betaalrekeningen vervangen door de zogenoemde IBAN (International Bank Account Number) en BIC (Bank Identifier Code). De IBAN en BIC bij uw bankrekening staan op uw bankafschrift of zijn te vinden op www.ibanbicservice.nl.
5. Wijzigingen
Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
Aldus naar waarheid ingevuld,
Bijlage 7 behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie.
Dit model is te vinden op www.rvo.nl/sde
In dit Model Geologisch Onderzoek SDE+ staat aangegeven welke aspecten u daarin dient te behandelen.
Bijlage 7 behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie.
Dit model is te vinden op www.rvo.nl/sde
Verplichte inhoudsopgave ‘Geologisch Onderzoek’
Een uitgebreide toelichting op de verplichte hoofdstukindeling voor de SDE+ projecten vindt u via www.rvo.nl/sde.
Verplichte onderdelen samenvatting ‘geologisch onderzoek’
1.1. Gepland doublet en gebruikte parameters
1.2. Verwacht vermogen en overschrijdingskansgrafiek
5. Ondertekening
Bijlage 7
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.
Toelichting
ten behoeve van het Ministerie van Economische Zaken
Toelichting
Toelichting
Onze controle is verricht in overeenstemming met de algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten. Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de aanvraag geen onjuistheden van materieel belang bevat.
CONTROLE-PROTOCOL
CONTROLE-PROTOCOL
Bijlage 2. behorende bij artikel 6, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
1. Gegevens aanvrager
Bijlage 3. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
1. Gegevens aanvrager
5. Wijzigingen
2. Correspondentieadres:
Assurance rapport
2. Correspondentieadres:
7. Ondertekening meetbedrijf
5. Alternatieve meting
4. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters
Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Restproducten uit multifunctionele bossen zonder kaalkap of verjongingsgebieden van meer dan 5 hectare
4. Rekeninggegevens
8. Ondertekening
Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
6. Algemene informatie
1.2. Verwacht vermogen en overschrijdingskansgrafiek
C13.5 Ondernemers bewaren alle bewijsstukken gedurende minimaal 5 jaar.
C13.6 Vermenging van materiaal met verschillende duurzaamheidseigenschappen afkomstig uit de categorieën 1 en 2 is toegestaan wanneer bij de eindgebruiker minimaal 70% van het mengsel aan alle relevante principes uit tabel 1 en de daaronder liggende criteria voldoet en het overige materiaal voldoet aan de volgende eisen:
C13.7 Indien materialen met verschillende (duurzaamheids)kenmerken in de keten gemengd worden, wordt één of meer van de volgende benaderingen gevolgd:
5. Ondertekening
Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Model Geothermisch Onderzoek SDE+
Toelichting
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
7. Definities
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.
Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
3. Dossiergegevens
4. Definities
Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
7. Opmerkingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.
Biogeen afval en restproducten uit de categorieën 4-7
C11.2 Er is een plan voor bosbeheer dat minimaal bestaat uit:
Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vaststellingsformulier
3. Dossiergegevens
4. Rekeninggegevens
Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Toelichting
Verplichte inhoudsopgave ‘Geologisch Onderzoek’
Verplichte onderdelen samenvatting ‘geologisch onderzoek’
Verplichte inhoudsopgave ‘Geologisch Onderzoek’
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.
Artikel 8a
De productie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, in verband met een beschikking op een aanvraag die op of na 1 december 2015 is ingediend, wordt verminderd met het aantal kWh dat is ingevoed op een elektriciteitsnet gedurende elke periode waarin de prijs van elektriciteit negatief is, tenzij desbetreffende periode korter dan zes uur duurt.
Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van een subsidieontvanger van wie het nominaal geïnstalleerd vermogen voor elektriciteitsproductie per aansluiting op het elektriciteitsnet minder dan 500 kW bedraagt of, indien het de productie van elektriciteit uit windenergie betreft, minder dan 3 MW bedraagt.
§ 5. Subsidievaststelling
§ 4. Voorschotten
Artikel 14c
De vermindering van de productie die op grond van artikel 8a wordt toegepast, wordt tevens toegepast op het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt, bedoeld in artikel 15, eerste lid, artikel 23, eerste lid, artikel 48, eerste lid en artikel 55 eerste lid, van het besluit.
§ 5. Subsidievaststelling
Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
ten behoeve van het Ministerie van Economische Zaken
Opdracht
2. Toleranties en gewenste zekerheid
4. Review van de accountantscontrole
Bijlage 3. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 4. , behorende bij artikel 7 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
Toelichting
Bijlage 3. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
7. Opmerkingen
Toelichting op format biomassaverklaring
1. Gegevens producent
4. Typegegevens productie-installatie
7. Ondertekening meetbedrijf
Bijlage 9. behorende bij de artikelen 7e , 7f en 7j van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Toelichting
6. Eisen voor de chain of custody
Volume-credit methode:
De geregistreerde kenmerken en hoeveelheid van een onderscheiden outputstroom zijn gelijk aan de kenmerken en de hoeveelheid van de betreffende input stroom met in acht name van de conversie factor.
Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Toelichting
1.1. Gepland doublet en gebruikte parameters
7. Definities
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.
Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Bijlage 2. behorende bij artikel 6, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
5. Eisen voor duurzaam bosbeheer
Percentage-based methode:
Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vaststellingsformulier
Bijlage 5 behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)
2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)
7. Opmerkingen
Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Verplichte inhoudsopgave ‘Geologisch Onderzoek’
Verplichte onderdelen samenvatting ‘geologisch onderzoek’
Verplichte onderdelen samenvatting ‘geologisch onderzoek’
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.
Artikel 14d
Op een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2 van de Regeling windenergie op zee 2015 blijft artikel 2 van deze regeling van toepassing zoals dat luidde op het tijdstip van indienen van die aanvraag.
Artikel 14d
Indien een subsidie die op grond van het besluit wordt verleend, staatssteun bevat die door het milieu – en energiesteunkader wordt gerechtvaardigd, maakt de minister binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de gegevens, bedoeld in paragraaf 5.2.7, onderdeel 104, van het milieu- en energiesteunkader, bekend.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, blijven voor ten minste tien jaar openbaar beschikbaar.
§ 6. Overige bepalingen
Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Toelichtende paragraaf
3. Reikwijdte en intensiteit van de accountantscontrole
Bijlage 3. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 1a
Vervallen
Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
1. Gegevens aanvrager
5. Wijzigingen
Zijn er ten opzichte van de bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland opgegeven gegevens wijzigingen opgetreden op de volgende punten?:
8. Ondertekening
Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Model Geothermisch Onderzoek SDE+
Verplichte inhoudsopgave ‘Geologisch Onderzoek’
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.
Artikel 14e
Indien een subsidie die op grond van het besluit wordt verleend, staatssteun bevat die door het milieu – en energiesteunkader wordt gerechtvaardigd, maakt de minister binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de gegevens, bedoeld in paragraaf 3.2.7, onderdeel 104, van het milieu- en energiesteunkader, bekend, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan € 500.000.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, blijven voor ten minste tien jaar openbaar beschikbaar.
Artikel 2a
De aanvraag om subsidieverlening gaat vergezeld van een haalbaarheidsstudie.
De haalbaarheidsstudie, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval:
- a. een omschrijving van de productie-installatie;
- b. een exploitatieberekening;
- c. een financieringsplan voor de productie-installatie waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- d. inzicht in het eigen vermogen van de aanvrager, en
- e. indien het eigen vermogen minder dan 20% van de investering in de productie-installatie of indien de aanvrager meer dan één aanvraag per openstellingsperiode heeft ingediend minder dan 20% van de som van de investeringen in de productie-installaties bedraagt een intentieverklaring van een financier ter financiering van de productie-installatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee heeft in afwijking van het tweede lid, onderdeel e, de intentieverklaring van de financier betrekking op de financiering van het restant dat nodig is om 20% van de investering te bereiken.
De exploitatieberekening, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, omvat:
- a. een specificatie van de investeringskosten per component van de productie-installatie,
- b. een overzicht van alle kosten en baten van de productie-installatie, en
- c. een berekening van het projectrendement over de subsidielooptijd of, indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee, de looptijd van het project.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee wordt als de aanvrager in de aanvraag dit aangeeft tot het eigen vermogen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, meegerekend:
- a. indien de aanvrager een samenwerkingsverband is de eigen vermogens van de deelnemers aan het samenwerkingsverband;
- b. indien de subsidie-aanvrager of een deelnemer aan een samenwerkingsverband een dochteronderneming is en de moederonderneming daarmee schriftelijk instemt het overige eigen vermogen van de moederonderneming.
Voor de bepaling van de omvang van het eigen vermogen overeenkomstig het vijfde lid, wordt het eigen vermogen van een deelnemer aan een samenwerkingsverband of van een moederonderneming meegerekend in het eigen vermogen van ten hoogste twee subsidie-aanvragers. Indien het eigen vermogen van dezelfde entiteit op grond van het vijfde lid voor de aanvragen van meer dan twee subsidie-aanvragers zou worden meegerekend, wordt dat eigen vermogen bij alle aanvragen buiten beschouwing gelaten.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, met een gezamenlijke vermogen van minder dan 1 MWp, bevat de haalbaarheidsstudie, in afwijking van het tweede lid, in ieder geval:
- a. een omschrijving van de productie-installatie; en
- b. een financieringsplan voor de productie-installatie waarvoor de subsidie is aangevraagd.
Artikel 2b
In aanvulling op artikel 2a, tweede lid, bevat de haalbaarheidsstudie tevens:
- a. indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit waterkracht, hernieuwbare energie uit biomassa of de vermindering van broeikasgas een energie- of productopbrengstberekening;
- b. indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas met een aansluiting met een doorlaatwaarde groter dan 40m3(n) per uur een verklaring met prijsindicatie van de netbeheerder voor het invoeden van hernieuwbaar gas;
- c. indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare of koolstofdioxide-arme warmte een onderbouwing van de warmteafzet;
- d. indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare of koolstofdioxide-arme warmte door middel van geothermie een geologisch rapport;
- e. indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee:
- 1°. een windenergie-opbrengstberekening, en
- 2°. informatie die aannemelijk maakt dat tijdig zal zijn voldaan aan artikel 6:16d, eerste lid, onderdeel c, van het Waterbesluit;
- f. indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie, niet zijnde windenergie op zee, met een vermogen van ten minste 100 kW een windenergie-opbrengstberekening;
- g. indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie met een vermogen groter dan of gelijk aan 1 MWp door middel van zonnepanelen met een zonvolgsysteem, een zonne-energieopbrengstberekening;
- h. indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie een kaart van de locatie van de productie-installatie waarop de zonnepanelen zijn ingetekend;
- i. indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de benutting van restwarmte een kaart waarop het tracé van de transportleiding is ingetekend.
Het geologisch rapport, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, voldoet aan het model ‘Specificaties geologisch onderzoek voor geothermieprojecten - rapportagevereisten SDE+ en RNES’ van 18 april 2017 van TNO zoals gepubliceerd op de website van de Rijksdienst van ondernemend Nederland.
De windenergie-opbrengstberekening, bedoeld in het eerste lid, onderdelen e en f, is opgesteld door een organisatie met expertise op het gebied van windenergie-opbrengstberekeningen, met gebruikmaking van gerenommeerde rekenmodellen, omgevingsmodellen, windmodellen en windkaarten en bevat ten minste:
- a. de locatiegegevens van het windpark;
- b. de technische specificaties waaronder merk, type, ashoogte, rotordiameter en vermogenscurve van de beoogde windturbines;
- c. de lokale windgegevens voor het windpark, en
- d. een berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie op jaarbasis van het windpark.
Bij de berekening van de P50-waarde, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, zijn voor wat betreft de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee de beschikbaarheid, zogeffecten, elektriciteitsverliezen, en terugregelverliezen opgenomen en is de organisatie met expertise op het gebied van windenergie-opbrengstberekeningen, bedoeld in het derde lid, onafhankelijk.
Bij de berekening van de P50-waarde, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, wordt voor wat betreft de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie, niet zijnde windenergie op zee, voor de windenergie-opbrengstberekening per windturbinelocatie op de beoogde ashoogte de beschikbaarheid, zogeffecten, elektriciteitsverliezen, eigen consumptie, turbinerendement, terugregelverliezen en een berekende windsnelheid opgenomen, waarbij de berekende windsnelheid:
- a. gebaseerd is op de omgevingseffecten en lokale windgegevens voor de windturbinelocatie over een aaneengesloten periode van minimaal 10 jaar; en
- b. niet hoger is dan de gemiddelde windsnelheid volgens een middel dat door de minister ter beschikking wordt gesteld.
De zonne-energieopbrengstberekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, is gebaseerd op een gemiddelde jaarlijkse instraling op een horizontaal vlak van ten hoogste 1.000 kWh per m2 en bevat ten minste:
- a. technische specificaties van de zonnepanelen, waaronder minimaal het piekvermogen en het aantal panelen;
- b. technische specificaties van het automatische zonvolgsysteem, waaronder minimaal een beschrijving of verstelling van de hellingshoek, verstelling in oost-westoriëntatie of verstelling van de hellingshoek en verstelling in oost-westoriëntatie van de zonnepanelen wordt toegepast;
- c. het totale vermogen van omvormers en het aansluitvermogen van de netaansluiting;
- d. verliezen ten gevolge van reflectie, schaduwwerking, vervuiling en degradatie van de zonnepanelen; en
- e. een berekening van gemiddelde netto elektriciteitsproductie op jaarbasis, rekening houdend met de verliezen, bedoeld in onderdeel d, over een periode van 15 jaar van het zonne-energiesysteem.
Artikel 2c
Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee worden bij de aanvraag tevens de volgende gegevens toegevoegd:
- a. indien de aanvrager een samenwerkingsverband betreft een door elke deelnemer ondertekende verklaring van deelname aan het samenwerkingsverband;
- b. de meest recent vastgestelde jaarrekening van de aanvrager, diens moederonderneming, de deelnemers aan het samenwerkingsverband of hun moederondernemingen waarbij de jaarrekening betrekking heeft op een jaar dat ten hoogste drie kalenderjaren voor het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend;
- c. de bescheiden waarmee voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat aan het van toepassing zijnde kavelbesluit wordt voldaan, en
- d. het projectplan waaruit de voornemens van de aanvrager blijken inzake de wijze waarop en de partijen waardoor de productie-installatie wordt gerealiseerd en geëxploiteerd.
§ 3. Nadere verplichtingen van de subsidie-ontvanger
§ 3.1. Algemene verplichtingen
§ 3.2. Verplichtingen gebruik vaste en gasvormige biomassa
§ 3.3. Verplichtingen vergisting en co-vergisting van dierlijke meststoffen
§ 5. Subsidievaststelling
§ 6. Overige bepalingen
§ 7. Slotbepalingen
Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Oordeel
Toelichtende paragraaf
Bijlage 2. behorende bij artikel 6, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 3. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 4. , behorende bij artikel 7 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
6. Algemene informatie
7. Opmerkingen
8. Ondertekening
Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Toelichting
U presenteert:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.
Bijlage 1a
Vervallen
7. Opmerkingen
Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.
§ 4. Voorschotten
§ 5. Subsidievaststelling
§ 6. Overige bepalingen
§ 7. Slotbepalingen
Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
5. Verslaglegging
4. Review van de accountantscontrole
2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)
Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.
Artikel 2d
Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie op een locatie waarbij de subsidieaanvrager niet de eigenaar van de locatie is, gaat de aanvraag vergezeld van:
- a. de toestemming van de eigenaar of eigenaren dat de desbetreffende productie-installatie op desbetreffende locatie wordt gevestigd met gebruikmaking van het middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld; of
- b. een gedoogplichtbeschikking op grond van artikel 2, vijfde lid, of artikel 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht met betrekking tot de desbetreffende locatie voor het vestigen van de desbetreffende productie-installatie.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie, waterkracht of windenergie, of een productie-installatie waarbij sprake is van gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassavergisting, gaat de aanvraag vergezeld van de verklaring van de netbeheerder over de beschikbaarheid van transportcapaciteit voor de nauwkeurig omschreven productie-installatie met gebruikmaking van het middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide gaat de aanvraag vergezeld van de verklaring of de verklaringen over de beschikbaarheid van transport- en opslagcapaciteit van de partij of partijen die het transport of de permanente opslag van de koolstofdioxide uitvoeren met betrekking tot de desbetreffende productie-installatie.
§ 3. Nadere verplichtingen van de subsidie-ontvanger
§ 3.1. Algemene verplichtingen
§ 3.3. Verplichtingen vergisting en co-vergisting van dierlijke meststoffen
§ 6. Overige bepalingen
3. Reikwijdte en intensiteit van de accountantscontrole
5. Verslaglegging
Vaststellingsformulier
Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.
§ 3.4. Verplichtingen CO2-reducerende technieken
§ 3.4.1. Algemene verplichtingen
§ 3.4.2. Verplichtingen voor de permanente opslag van koolstofdioxide
§ 4. Voorschotten
§ 7. Slotbepalingen
Artikel 14f
Op aanvragen om subsidie die voor de inwerkingtreding van de Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 17 september 2020, tot wijziging van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie in verband met de uitbreiding met productie-installaties voor broeikasgasvermindering (Stcrt. 2020, 48287) zijn ontvangen, is deze regeling van toepassing zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van die regeling.
Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
Bijlage 4. , behorende bij artikel 7 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 1a
Vervallen
3. Dossiergegevens
6. Algemene informatie
Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 8. behorende bij artikel 7d van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
Toelichting
Bijlage 9. behorende bij de artikelen 7e , 7f en 7j van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
Meetvoorwaarden voor productie-installaties
1. Definities
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.
Artikel 7l
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 7m
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 7n
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
§ 7. Slotbepalingen
Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
Bijlage 2. behorende bij artikel 6, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 3. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 4. , behorende bij artikel 7 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
4. Rekeninggegevens
7. Opmerkingen
8. Ondertekening
Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 8. behorende bij artikel 7d van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
3. Systeemgrens
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.