← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 28 februari 2008, nr. WJZ 8024263, tot vaststelling van algemene uitvoeringsregels voor de subsidieverstrekking op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie (Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie)

Geldende tekst a fecha 2023-01-01

Gelet op artikel 31, negende lid, onderdeel d, van de Elektriciteitswet 1998 en de artikelen 3, derde lid, onder d, en zesde lid, 56, eerste en derde lid, 62, vierde lid, 63, tweede lid, 66, tweede en vierde lid, 68, vierde lid, en 70, tweede lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit stimulering duurzame energieproductie in werking treedt.

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

§ 2. Aanvraag om subsidie

Artikel 2
1.

De aanvraag om subsidieverlening gaat vergezeld van vergunningen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van de productie-installatie.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee.

3.

Voor de uitvoering van het eerste lid worden tijdelijke vergunningen die zijn verleend op grond van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onderdeel 2°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet in aanmerking genomen.

4.

In afwijking van het eerste lid gaat de aanvraag om subsidieverlening met betrekking tot een productie-installatie voor de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide of voor de afvang en het gebruik van koolstofdioxide vergezeld van een in behandeling genomen aanvraag voor het milieudeel van de vergunning die op grond van artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht noodzakelijk is voor de realisatie van de afvanginstallatie en, indien van toepassing, de vervloeiingsinstallatie van de productie-installatie.

5.

Het eerste lid is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide, voor zover het de vergunning betreft die op grond van artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht noodzakelijk is voor de realisatie van het opslagvoorkomen waar de productie-installatie voor de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide gebruik van maakt.

6.

In afwijking van het eerste lid gaat de aanvraag ten aanzien van een productie-installatie die wordt gerealiseerd op percelen in eigendom van het Rijk waarop het recht van opstal is verkregen bij een openbare gunningsprocedure, waarbij de hoogte van de subsidie op basis van het besluit onderdeel was van de gunningscriteria, niet vergezeld van de benodigde vergunning krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, maar een ontwerp van de desbetreffende vergunning.

§ 3. Nadere verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Artikel 3
1.

De subsidie-ontvanger verstrekt de opdrachten voor de levering van onderdelen voor de bouw van de productie-installatie binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening en zendt een afschrift aan de Minister.

2.

De subsidie-ontvanger rapporteert na de datum van de beschikking tot subsidieverlening tot het moment van ingebruikname jaarlijks over de voortgang van de realisatie van het op grond van artikel 56, vierde lid, onderdeel f, van het besluit in de aanvraag opgenomen tijdschema.

3.

De subsidie-ontvanger zendt de Minister binnen een jaar na de datum van ingebruikname van de productie-installatie of op verzoek van de minister een overzicht van de daadwerkelijke investeringskosten, van de overige kosten en baten gedurende de exploitatie, van de reeds ontvangen subsidies en overige steun en van de nog te ontvangen subsidies en overige steun. Het overzicht wordt gezonden met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. Indien de verleende subsidie meer bedraagt dan € 125.000, gaat het overzicht vergezeld van een accountantsverklaring. De accountantsverklaring wordt opgesteld conform het model en het controleprotocol die zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

4.

De Minister kan de termijn, bedoeld in het derde lid, op verzoek van de subsidie-ontvanger eenmalig verlengen met ten minste zes weken.

5.

De subsidie-ontvanger meldt iedere wijziging van reeds ontvangen subsidies en overige steun en van de nog te ontvangen subsidies en overige steun aan de Minister.

6.

Het eerste lid is niet van toepassing op de ontvanger van subsidie voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee.

7.

Het derde lid is niet van toepassing indien de subsidie-ontvanger geen andere subsidie heeft ontvangen dan die op grond van het besluit en geen andere overige steun, met uitzondering van het financieel voordeel dat is behaald op grond van de Regeling groenprojecten 2016, heeft ontvangen, tenzij sprake is van een productie-installatie voor restwarmte, de productie van koolstofdioxide-arme warmte met een elektroboiler of een industriële warmtepomp met 3.000 vollasturen, waterstof uit elektrolyse, de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide of de afvang en het gebruik van koolstofdioxide of de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa waarvoor via verlengde levensduur opnieuw subsidie is gegeven.

8.

De productie-installatie wordt in stand gehouden in Nederland of binnen de Nederlandse exclusieve economische zone.

9.

In afwijking van het eerste lid verstrekt de subsidie-ontvanger de opdrachten voor de levering van onderdelen voor de bouw van de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of koolstofdioxide-warmte door middel van geothermie, voor de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide of voor de afvang en het gebruik van koolstofdioxide binnen 36 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening en zendt deze een afschrift aan de minister.

10.

Het afschrift, bedoeld in het negende lid, gaat vergezeld van de vergunningen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van de productie-installatie bedoeld in dat lid.

11.

De subsidie-ontvanger met een productie-installatie voor de afvang en opslag van koolstofdioxide verstrekt binnen twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening een afschrift van een in behandeling genomen aanvraag van de vergunning die op grond van artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht noodzakelijk is voor de realisatie van het opslagvoorkomen waar de productie-installatie voor de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide gebruik van maakt.

Artikel 4
1.

De subsidie-ontvanger meet de productie van elektriciteit, warmte, gas, waterstof of geavanceerde hernieuwbare brandstof, dan wel de vermindering van koolstofdioxide per beschikking tot subsidieverlening.

2.

De minister kan ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, indien de beschikking betrekking heeft op een productie-installatie:

3.

Aan de ontheffing kunnen voorwaarden en voorschriften verbonden worden.

Artikel 5
1.

De subsidie-ontvanger verstrekt de minister op aanvraag gegevens over de verkoopprijs van de met de gesubsidieerde productie samenhangende garanties van oorsprong.

2.

De verklaring, bedoeld in artikel 63b, eerste lid, van het besluit komt overeen met de gegevens die zijn geregistreerd bij de Nederlandse Emissieautoriteit.

Artikel 6
1.

Dit artikel is van toepassing op een subsidieontvanger die een productie-installatie bedrijft waarvoor subsidie wordt verstrekt onder de voorwaarde dat de subsidieontvanger aantoont dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van richtlijn (EU) 2018/2001.

2.

Een subsidieontvanger maakt gebruik van biomassa die per levering vergezeld gaat van de benodigde conformiteitsbeoordelingsverklaringen, afgegeven op grond van een certificatieschema waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, vierde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat deze accurate gegevens verschaft met het oog op de toepassing van artikel 29 van richtlijn (EU) 2018/2001 of op grond van een nationaal systeem, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, zesde lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit voldoet aan de in die richtlijn bepaalde voorwaarden, afhankelijk van de van toepassing zijnde criteria, bedoeld in het eerste lid.

3.

In afwijking van het tweede lid kan een subsidieontvanger voor biomassa als bedoeld in de nummers 170 tot en met 179, 300 tot en met 329 en 410 van NTA 8003:2017 gebruik maken van biomassa die per levering vergezeld gaat van de benodigde conformiteitsbeoordelingsverklaringen afgegeven op grond van het verificatieprotocol, bedoeld in artikel 7ba, eerste lid.

4.

De subsidieontvanger zendt binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar waarover een voorschot wordt verstrekt aan de minister een jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaring afgegeven op grond van het verificatieprotocol, bedoeld in artikel 7ba, eerste lid.

5.

In afwijking van het tweede lid kan een subsidieontvanger tot 1 juli 2022 aantonen dat hij heeft voldaan aan het eerste lid door gebruik te maken van biomassa die per levering vergezeld gaat van de benodigde conformiteitsbeoordelingsverklaringen, afgegeven op grond van:

Een certificatieschema als bedoeld in de onderdelen a en b mag alleen worden gebruikt indien de goedkeuring voor dit certificatieschema geldig was op 1 juli 2021 en het certificatieschema is aangemeld voor een besluit van de Europese Commissie op grond van artikel 30, vierde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001, maar de Europese Commissie nog niet heeft besloten over de aanmelding.

6.

In afwijking van het tweede en vierde lid kan een subsidieontvanger, indien deze niet reeds moest voldoen aan artikel 6 of 7, derde lid, zoals deze artikelen luidden vóór 1 januari 2022, tot 1 januari 2023 aantonen dat hij heeft voldaan aan het eerste lid door vóór 1 juli 2022 aan te tonen:

7.

Het vijfde en zesde lid zijn niet van toepassing op subsidieontvangers als bedoeld in het derde lid.

8.

In afwijking van het tweede lid kan een subsidieontvanger die vloeibare biomassa inzet en niet zelf is gecertificeerd voor een certificatieschema, tot 1 juli 2022 aantonen dat hij voldoet aan het eerste lid op de wijze beschreven in het vijfde lid en tot 1 januari 2023 aantonen dat hij voldoet aan het eerste lid op de wijze beschreven in het tweede lid, mits hij tevens vóór 1 juli 2022 aantoont hetgeen genoemd is in het zesde lid, onderdeel a.

Artikel 7
1.

Dit artikel is van toepassing op een subsidieontvanger die een daartoe bij een openstellingsregeling aangewezen categorie productie-installatie bedrijft:

2.

Een subsidieontvanger maakt gebruik van vaste biomassa die per levering vergezeld gaat van de benodigde conformiteitsbeoordelingsverklaringen afgegeven op grond van een certificatieschema, bedoeld in artikel 10 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen, of op grond van het verificatieprotocol, bedoeld in artikel 4 van de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen, afhankelijk van de van toepassing zijnde duurzaamheidseisen, bedoeld in artikel 2 van de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen, en ten aanzien van elke aard van vaste biomassa.

3.

Van de totale massa houtige biomassa uit bosbeheereenheden die in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, hoeft ten hoogste 30% te voldoen aan de duurzaamheidscriteria en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van richtlijn (EU) 2018/2001.

4.

In afwijking van het derde lid geldt voor een subsidieontvanger die een productie-installatie bedrijft met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen kleiner dan 20 MW dat van de totale massa houtige biomassa uit bosbeheereenheden die in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, ten hoogste 30% hoeft te voldoen aan de eisen 1.1a, 1.1b, eerste en vierde volzin, 3.1, 3.2, 3.3, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 7.1 en 7.3 van bijlage B van de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen.

5.

Voor de biomassa, bedoeld in het vierde lid, is de biomassaproducent de eerste schakel van de handelsketen en is de bron de bosbeheereenheid of het oorsprongsgebied.

6.

In afwijking van het tweede lid geldt voor een subsidieontvanger die een productie-installatie bedrijft met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen kleiner dan 20 MW, het bepaalde in eis 1.1b, tweede en derde volzin, van bijlage B van de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen, niet.

§ 4. Voorschotten

Artikel 8
1.

De Minister stelt een voorschot binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar bij aan de hand van:

2.

De Minister verrekent een tekort aan verstrekte maandelijkse bedragen of een tekort op het jaarlijkse bedrag, als bedoeld in artikel 68, tweede lid, van het besluit, door het te weinig betaalde bedrag aan het voorschot binnen zes weken na de datum van bijstelling van het voorschot aan de subsidie-ontvanger te verstrekken.

3.

De minister verrekent een teveel aan verstrekte maandelijkse bedragen of een teveel op het verstrekte jaarlijkse bedrag als bedoeld in artikel 68, tweede lid, van het besluit, door het bedrag van het teveel betaalde voorschot aan de subsidie-ontvanger in mindering te brengen op het eerst volgende te verstrekken maandelijkse bedrag of op het eerst volgende te verstrekken jaarlijkse bedrag en vervolgens op zoveel maandelijkse of jaarlijkse bedragen als nodig is om het teveel betaalde voorschot volledig te verrekenen. Indien geen maandelijkse of jaarlijkse bedragen meer verschuldigd zijn, wordt een teveel betaald voorschot teruggevorderd.

4.

De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger een teveel aan verstrekte maandelijkse bedragen of een teveel op het verstrekte jaarlijkse bedrag als bedoeld in artikel 68, tweede lid, van het besluit, tot het teveel betaalde bedrag volledig is verrekend, verrekenen door het bedrag van het teveel betaalde voorschot aan de subsidieontvanger in delen in mindering te brengen op de volgende te verstrekken maandelijkse bedragen of op de volgende te verstrekken jaarlijkse bedragen. Indien geen maandelijkse of jaarlijkse bedragen meer verschuldigd zijn, wordt een teveel betaald voorschot teruggevorderd.

5.

Indien toepassing is gegeven aan artikel 12, vierde lid, van het besluit, waarbij de productie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de in de subsidiebeschikking opgenomen maximale productie die voor subsidie in aanmerking komt en de productie die in voorkomend geval bij toepassing van artikel 15, derde lid, van het besluit bij de maximale productie wordt opgeteld, overschrijdt, verdeelt de Minister bij de bijstelling van een voorschot als bedoeld in het eerste lid, de productie die voor subsidie in aanmerking komt evenredig aan de productie die is ingevoed en de productie die niet is ingevoed.

Artikel 9
1.

Het in artikel 68, eerste lid, van het besluit bedoelde maandelijkse bedrag bedraagt één-twaalfde van 80% van het product van:

2.

Het in artikel 68, eerste lid, van het besluit bedoelde jaarlijkse bedrag bedraagt 80% van het product van:

3.

Indien de subsidieperiode start op een andere datum dan 1 januari of eindigt op een andere datum dan 31 december bedraagt voor het eerste jaar respectievelijk het laatste jaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt het maandelijkse of jaarlijkse bedrag een evenredig deel van het aantal maanden of van het jaar waarover het voorschot wordt verstrekt.

4.

De minister kan het maandelijkse of jaarlijkse bedrag herberekenen indien:

5.

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, ten eerste, kan de Minister van een lager basisbedrag uitgaan indien het rendement van de productie-installatie gedurende ten minste twee jaar structureel is achtergebleven ten opzichte van het in de beschikking tot voorschotverlening opgenomen rendement.

§ 5. Subsidievaststelling

Artikel 10

Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.

§ 5. Subsidievaststelling

Artikel 11
1.

Voor de toepassing van artikel 3, eerste en tweede lid, van het besluit geldt dat geen sprake is van dezelfde productie-installatie wanneer:

2.

Onverminderd het eerste lid geldt voor de toepassing van artikel 3, eerste en tweede lid, van het besluit dat geen sprake is van dezelfde productie-installatie wanneer het een productie-installatie betreft waarvan het vermogen meer dan 20% afwijkt ten opzichte van het vermogen van een productie-installatie waarvoor eerder een beschikking tot subsidieverlening is verstrekt, indien de beschikking tot subsidieverlening voor 1 juli 2011 is ingetrokken of de subsidie voor 1 juli 2011 is vastgesteld.

Artikel 12
1.

Onder ingrijpende uitbreiding als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, van het besluit wordt verstaan een uitbreiding van een bestaande productie-installatie met ten minste één productie-eenheid.

2.

In afwijking van het eerste lid wordt bij een afvalverbrandingsinstallatie onder ingrijpende uitbreiding verstaan een uitbreiding met tenminste een nieuwe verbrandingsoven met bijbehorende ketel en een rookgasreiniginginstallatie.

3.

Onder gehele vervanging als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, van het besluit wordt verstaan het vervangen van de gehele productie-installatie door een nieuwe productie-installatie.

4.

Onder renovatie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, tweede lid, onderdeel c, en derde lid, onderdeel c, van het besluit wordt verstaan het in nieuwstaat brengen van die voorzieningen van een productie-installatie die zorg dragen voor broeikasgasreductie of voor de omzetting van hernieuwbare energiebronnen in elektriciteit, gas of warmte.

Artikel 13
Artikel 14
1.

In aanvulling op de voor de subsidieverstrekking toegestane biomassastromen kunnen subsidie-ontvangers aan wie subsidie is verstrekt op grond van:

met ingang van 1 juli 2011 ten hoogste 50 procent van de massa die wordt vergist laten bestaan uit biomassastromen als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van de nummers 410, 420, 500, 550 tot en met 559.

2.

In aanvulling op de voor de subsidieverstrekking toegestane biomassastromen kunnen subsidie-ontvangers aan wie subsidie is verstrekt op grond van:

met ingang van 1 juli 2011 biomassastromen als bedoeld in de NTA 8003:2017: 430, 512 en 587 gebruiken.

3.

In aanvulling op de voor de subsidieverstrekking toegestane biomassastromen kunnen subsidie-ontvangers aan wie subsidie is verstrekt op grond van artikel 21, eerste lid, onderdeel c, of 44, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 met ingang van 1 januari 2011 biomassastromen als bedoeld in de NTA 8003:2017: 512 en 587 gebruiken.

4.

In aanvulling op de voor de subsidieverstrekking toegestane biomassastromen kunnen subsidie-ontvangers met een productie-installatie op een landbouwbedrijf aan wie subsidie is verstrekt op grond van artikel 116, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, met ingang van 4 april 2013 tevens uitsluitend plantaardige stoffen vermeld onder de categorieën A tot en met G1 onder categorie 1 van Bijlage Aa, onderdeel IV, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet vergisten.

5.

Als productie-installaties als bedoeld in artikel 15, zesde lid, van het besluit worden aangewezen productie-installaties waarvoor subsidie is verstrekt op grond van:

6.

In aanvulling op de voor de subsidieverstrekking toegestane biomassastromen kunnen subsidieontvangers aan wie subsidie is verstrekt op grond van:

biomassa uit bioraffinage als bedoeld onder nummer 595 van NTA 8003:2017 die is geproduceerd uit biomassa als bedoeld onder nummers 110 tot en met 138 van NTA 8003:2017 gebruiken tot ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt

7.

Bij de toepassing van het zesde lid is artikel 7 van toepassing op de vaste biomassa die wordt gebruikt voor de productie van de biomassa uit bioraffinage, bedoeld in het zesde lid.

§ 4. Voorschotten

Artikel 15

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit stimulering duurzame energieproductie in werking treedt.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie.

Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Bijlage 1a

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.

Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Bijlage 3

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.

Bijlage 4

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.

Bijlage 5

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.

Bijlage 6

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.

Bijlage 7

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

Accountantsverklaring

Dit formulier is te vinden op www.agentschapnl.nl/sde.

Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Dit formulier is te vinden op www.agentschapnl.nl/sde

Dit formulier is verstrekt door en moet worden ingediend bij:

Agentschap NL

NL Energie en Klimaat

Postbus 10073

8000 GB Zwolle

T. (088) 602 34 50

Toelichting

Agentschap NL

Hanzelaan 310

8017 JK Zwolle

T. (088) 602 30 00 (receptie)

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

Toelichting

Met dit formulier kan de accountant een verklaring afgeven zoals bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie. Dit betreft een overzicht van de investeringskosten en de overige subsidies en steunsituatie. Dit laatste is noodzakelijk in verband met de EU-steunregels ten behoeve van het milieu (EU-Milieu Steun Kader). Deze accountantsverklaring is nodig wanneer aan de subsidie-ontvanger op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een subsidie is verstrekt van meer dan € 125.000,–.

Met dit formulier kan de accountant een verklaring afgeven zoals bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie. Dit betreft een overzicht van de investeringskosten en de overige subsidies en steunsituatie. Dit laatste is noodzakelijk in verband met de EU-steunregels ten behoeve van het milieu (EU-Milieu Steun Kader). Deze accountantsverklaring is nodig wanneer aan de subsidie-ontvanger op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een subsidie is verstrekt van meer dan € 125.000,–.

De accountantsverklaring moet worden opgestuurd naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland binnen een jaar na ingebruikname van de productie-installatie voor hernieuwbare energie.

MODEL ACCOUNTANTSVERKLARING

Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.

Met dit formulier kan de accountant een verklaring afgeven zoals bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie. Dit betreft een overzicht van de investeringskosten en de overige subsidies en steunsituatie. Dit laatste is noodzakelijk in verband met de EU-steunregels ten behoeve van het milieu (EU-Milieu Steun Kader). Deze accountantsverklaring is nodig wanneer aan de subsidie-ontvanger op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een subsidie is verstrekt van meer dan € 125.000,–.

Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Opdracht

Wij hebben het bijgevoegde overzicht van investeringskosten en de steunsituatie van [.....naam aanvrager.....] te [.....statutaire vestigingsplaats.....] gewaarmerkt en gecontroleerd.

Voor de gesubsidieerde activiteiten is met aanvraagnummer [.....nr.....] bij brief van [.....datum.....] met kenmerk [.....kenmerk.....] door de Minister van Economische Zaken een subsidie verleend. Deze subsidie is verleend in het kader van de SDE.

Werkzaamheden

Onze controle is verricht in overeenstemming met de algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten. Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de aanvraag geen onjuistheden van materieel belang bevat.

MODEL ACCOUNTANTSVERKLARING

De accountantsverklaring moet worden opgestuurd naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland binnen een jaar na ingebruikname van de productie-installatie voor hernieuwbare energie.

Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.

Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

De accountantsverklaring moet worden opgestuurd naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland binnen een jaar na ingebruikname van de productie-installatie voor hernieuwbare energie.

Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

De accountantsverklaring moet worden opgestuurd naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland binnen een jaar na ingebruikname van de productie-installatie voor hernieuwbare energie.

MODEL ACCOUNTANTSVERKLARING

ten behoeve van het Ministerie van Economische Zaken

In dit document is ook het controleprotocol opgenomen.

Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.

MODEL ACCOUNTANTSVERKLARING

Voor de gesubsidieerde activiteiten is met aanvraagnummer [.....nr.....] bij brief van [.....datum.....] met kenmerk [.....kenmerk.....] door de Minister voor Klimaat en Energieeen subsidie verleend. Deze subsidie is verleend in het kader van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie.

Het overzicht van de investeringskosten en steunsituatie is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de leiding van [.....naam huishouding.....]

CONTROLE-PROTOCOL

Een controle omvat onder meer een onderzoek (eventueel door middel van deelwaarnemingen) naar de gegevens in de aanvraag met betrekking tot de steunsituatie van het project en het bijgevoegde overzicht van investeringskosten. De controle is uitgevoerd met inachtneming van het bij deze verklaring behorende controleprotocol. Tevens omvat de controle de beoordeling dat de investeringskosten voldoen aan de eisen zoals opgenomen de Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van klimaat, milieubescherming en energie 2022 (PbEU 2022/C 80/01). Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

Toelichtende paragraaf

Ondergetekende, [naam, titel], verklaart dat de investeringskosten van de gesubsidieerde activiteiten gevestigd te [.....], locatiegegevens van de installatie [....], in totaal EUR [.....]. hebben bedragen.

Ondertekening door accountant

Plaats en datum:

Naam accountantskantoor:

Vestigingsplaats:

Toelichtende paragraaf

Naam accountant (RA/AA):

Toelichtende paragraaf

Ondertekening:

Naam accountantskantoor:

1. Doelstelling

Dit controleprotocol heeft als doel het geven van aanwijzingen aan de accountant, die is belast met de controle van de door de subsidieontvanger aan de Minister voor Klimaat en Energiete verstrekken onderbouwing van de investeringskosten en de steunsituatie ingevolge de algemene uitvoeringsregels voor de subsidieverstrekking op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie.

De controle kan worden uitgevoerd door een registeraccountant (RA) of een accountant-administratieconsulent (AA). De gevraagde verklaring kan ook worden verstrekt door een niet als openbaar accountant optredende intern accountant.

Telefoonnummer:

Voor de strekking van de accountantsverklaring, goedkeurend, met beperking, afkeurend of oordeelonthouding, zijn de volgende toleranties bepalend:

Bijlage 1a

Vervallen

Bijlage 1a

Vervallen

CONTROLE-PROTOCOL

3. Reikwijdte en intensiteit van de accountantscontrole

Dit controleprotocol dient om de reikwijdte en het object van de accountantscontrole nader aan te geven. Niet beoogd wordt een aanpak van de accountantscontrole voor te schrijven. Veelal zal de accountant zich immers bij zijn controle baseren op een (risico)analyse van de administratieve organisatie en interne controle bij de te controleren subsidie-ontvanger en op basis daarvan komen tot een optimale afweging van de in te zetten controlemiddelen.

Bij de controle wordt vastgesteld, dat de vermelde investeringskosten juist zijn. Er wordt nagegaan of er ook andere subsidies (steunsituatie) zijn verkregen. Hieronder zijn nadere aanwijzingen voor de controle verstrekt.

De accountant controleert of de aanvraag voldoet aan de volgende eisen:

Voor de strekking van de accountantsverklaring, goedkeurend, met beperking, afkeurend of oordeelonthouding, zijn de volgende toleranties bepalend:

De auditdienst van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat kan een review uitvoeren op de uitgevoerde accountantscontrole inzake deze subsidie. De accountant, die de controle uitvoert, verstrekt de auditdienst desgevraagd alle inlichtingen en bescheiden op een wijze zoals deze dienst dat gewenst acht. De eventuele extra kosten van de externe accountant van de subsidieontvanger in verband met de review zijn voor rekening van de subsidieontvanger.

De accountantscontrole verschafteen redelijke mate van zekerheid aan de gebruiker van de verklaring. Volgens de richtlijnen voor de accountantscontrole betekent dit dat de accountant een (relatief) hoge, maar geen absolute mate van zekerheid verschaft. Indien dit begrip ten behoeve van het gebruik van statistische technieken moet worden gekwantificeerd, dan dient een betrouwbaarheid van 95% te worden gehanteerd.

De accountant legt de uitkomsten van de controle vast in een accountantsverklaring. Voor deze verklaring dient de tekst te worden gehanteerd conform de model verklaring.

Naast zijn oordeel over de financiële verantwoording vermeldt de accountant in een toelichtende paragraaf eventuele specifieke bevindingen, die naar het oordeel van de accountant van belang (kunnen) zijn voor de Minister voor Klimaat en Energie.

Dit controleprotocol dient om de reikwijdte en het object van de accountantscontrole nader aan te geven. Niet beoogd wordt een aanpak van de accountantscontrole voor te schrijven. Veelal zal de accountant zich immers bij zijn controle baseren op een (risico)analyse van de administratieve organisatie en interne controle bij de te controleren subsidie-ontvanger en op basis daarvan komen tot een optimale afweging van de in te zetten controlemiddelen.

4. Review van de accountantscontrole

De accountant controleert of de aanvraag voldoet aan de volgende eisen:

Naast zijn oordeel over de financiële verantwoording vermeldt de accountant in een toelichtende paragraaf eventuele specifieke bevindingen, die naar het oordeel van de accountant van belang (kunnen) zijn voor de Minister van Economische Zaken.

De auditdienst van het Ministerie van Economische Zaken kan een review uitvoeren op de uitgevoerde accountantscontrole inzake deze subsidie. De accountant, die de controle uitvoert, verstrekt de auditdienst desgevraagd alle inlichtingen en bescheiden op een wijze zoals deze dienst dat gewenst acht. De eventuele extra kosten van de externe accountant van de subsidieontvanger in verband met de review zijn voor rekening van de subsidieontvanger.

Naast zijn oordeel over de financiële verantwoording vermeldt de accountant in een toelichtende paragraaf eventuele specifieke bevindingen, die naar het oordeel van de accountant van belang (kunnen) zijn voor de Minister van Economische Zaken.

De accountant legt de uitkomsten van de controle vast in een accountantsverklaring. Voor deze verklaring dient de tekst te worden gehanteerd conform de model verklaring.

5. Wijzigingen

Toelichting

1. Gegevens aanvrager

Vaststellingsformulier

2 Naamloze vennootschap, maatschap, besloten vennootschap, commanditaire vennootschap, coöperatieve vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging, stichting, Europees economisch samenwerkingsverband, eenmanszaak.

1 Indien u een particulier bent vult u hier uw volledige naam in. Vraag 1b t/m 1d slaat u dan over.

Bijlage 5 behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

3 Dit dient dezelfde code te zijn als de code waarop garanties van oorsprong of certificaten worden geregistreerd of het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte wordt gemeten.

Bijlage 5 behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.

U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van essentiële wijzigingen: gewijzigde datum van ingebruikname, gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode, uitbedrijfname, renovatie en uitbreiding, langdurige stilstand, indien van toepassing ingrijpende wijzigingen van de brandstofmix, wijzigingen van de technische specificatie van de installatie, et cetera en daarnaast van wijzigingen in de gegevens van de aanvrager en de steunsituatie.

Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.

U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surséance van betaling of tot verzoek faillietverklaring of wanneer een verzoek is ingediend voor de schuldsaneringregeling natuurlijke personen of andere zaken die van invloed zijn op de subsidieverstrekking.

1 Indien u een particulier bent vult u hier uw volledige naam in. Vraag 1b t/m 1d slaat u dan over.

2 Naamloze vennootschap, maatschap, besloten vennootschap, commanditaire vennootschap, coöperatieve vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging, stichting, Europees economisch samenwerkingsverband, eenmanszaak.

Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd.

Bij dit formulier voor aanvraag om vaststelling moet u de volgende bijlageneen machtiging meesturen indien dit formulier is ondertekend door een ander dan de aanvrager.

Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:

U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van essentiële wijzigingen: gewijzigde datum van ingebruikname, gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode, uitbedrijfname, renovatie en uitbreiding, langdurige stilstand, indien van toepassing ingrijpende wijzigingen van de brandstofmix, wijzigingen van de technische specificatie van de installatie, et cetera en daarnaast van wijzigingen in de gegevens van de aanvrager en de steunsituatie.

Vanaf 1 november 2009 worden alle bank- en betaalrekeningen vervangen door de zogenoemde IBAN (International Bank Account Number) en BIC (Bank Identifier Code). De IBAN en BIC bij uw bankrekening staan op uw bankafschrift of zijn te vinden op www.ibanbicservice.nl.

U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van essentiële wijzigingen: gewijzigde datum van ingebruikname, gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode, uitbedrijfname, renovatie en uitbreiding, langdurige stilstand, indien van toepassing ingrijpende wijzigingen van de brandstofmix, wijzigingen van de technische specificatie van de installatie, et cetera en daarnaast van wijzigingen in de gegevens van de aanvrager en de steunsituatie.

Zijn er ten opzichte van de bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland opgegeven gegevens wijzigingen opgetreden op de volgende punten?:

Verzoek tot oordeel omtrent de geschiktheid van een productie-installatie voor:

de productie van koolstofdioxide-arme warmte door middel van elektriciteit in een hybride glasoven.

U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surséance van betaling of tot verzoek faillietverklaring of wanneer een verzoek is ingediend voor de schuldsaneringregeling natuurlijke personen of andere zaken die van invloed zijn op de subsidieverstrekking.

Met dit formulier verklaart u:

Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist en ondertekend door zowel producent als meetbedrijf en – voor zover van toepassing – voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend.

8. Ondertekening

Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd.

Factuurgegevens:

Bij dit formulier voor aanvraag om vaststelling moet u de volgende bijlagen meesturen:

3. Gegevens productie-installatie

P6 Relevante internationale, nationale en regionale/lokale wet- en regelgeving dient te worden nageleefd.

Kruis aan om wat voor soort installatie het gaat bij deze aanvraag. Er is slechts één antwoord mogelijk.

Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist en ondertekend door zowel producent als meetbedrijf en – voor zover van toepassing – voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend.

3. Gegevens productie-installatie

Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist en ondertekend door zowel producent als meetbedrijf en – voor zover van toepassing – voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend.

Plaats:..........

Datum:..........

Handtekening aanvrager:..........

Bijlage 3. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

3. Gegevens productie-installatie

7. Ondertekening meetbedrijf

Plaats:..........

Datum:..........

Naam meetbedrijf:..........

Handtekening meetbedrijf:..........

Ruimte voor opmerkingen meetbedrijf:

Datum: ..........

Plaats: ..........

Datum: ..........

Handtekening aanvrager: ..........

3. Systeemgrens

Ruimte voor opmerkingen producent:

Datum: ..........

Plaats: ..........

Datum: ..........

Meetvoorwaarden voor productie-installaties

1. Definities

Meetvoorwaarden voor productie-installaties

1. Definities

P9 De productiecapaciteit van hout en relevante andere bosproducten dan hout moet in stand worden gehouden om de toekomst van de bossen te waarborgen.

1. Definities

Toelichting: Overexploitatie van afzonderlijke commerciële boomsoorten dient voorkomen te worden.

C9.2 De bosbeheereenheid wordt adequaat beschermd tegen illegale exploitatie van hout en niet-hout bosproducten, inclusief de producten van jacht en visserij, illegale vestiging van nederzettingen, illegaal landgebruik, illegaal gestichte branden en overige illegale activiteiten.

P10 Het bosbeheer moet bijdragen aan de lokale economie en werkgelegenheid.

5. Alternatieve meting

Toelichting: De werkgelegenheid voor de plaatselijke bevolking, inclusief inheemse volken, kan gestimuleerd te worden, bijvoorbeeld door middel van opleidingsactiviteiten.

P11 Duurzaam bosbeheer moet worden gerealiseerd op basis van een beheersysteem.

C11.1 Het bosbeheer is gericht op realisatie van de doelstellingen die in een plan voor het bosbeheer zijn vastgelegd en omvat de cyclus van inventarisatie en analyse, planning, uitvoering, monitoring, evaluatie en bijstelling.

Toelichting: Met het toepassen van de management cyclus wordt een continue verbetering van het beheer beoogd teneinde de langdurige instandhouding van de bossen te waarborgen. Onderdeel van de planning is de uitvoering van een Environmental Impact Assessment (EIA).

Bijlage 4. behorend bij artikel 8, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

2. Tabel duurzaamheidscriteria

Jaarlijks voorschotformulier

Een realistische begroting moet de uitvoering van het plan mogelijk maken.

C11.3 Essentiële elementen voor het bosbeheer zijn op kaarten aangegeven.

Toelichting:

Het gaat hier in ieder geval om terreinen met hoge beschermingswaarden en gebieden waar houtoogst plaatsvindt.

C11.4 De uitvoering van het plan voor het bosbeheer en de ecologische en economische effecten daarvan worden periodiek op basis van adequate gegevens gemonitord.

Toelichting:

Ecologische effecten zijn bijvoorbeeld verandering van flora en fauna, samenstelling van het bos; economische effecten betreffen bijvoorbeeld werkgelegenheid, producten en diensten uit het bos.

C11.5 Het bosbeheer wordt uitgevoerd door vakbekwame medewerkers en boswerkers. De vakbekwaamheid en kennis worden op peil gehouden door middel van adequate periodieke scholing.

P12 Beheer in groep- of regioverband moet voldoende waarborgen bieden voor duurzaam bosbeheer.

Toelichting

Toelichting: de entiteit dient voor de vastlegging van de verantwoordelijkheid voor goed bosbeheer.

2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)

Toelichting: een beschrijving van de status van het bos in de betreffende regio dient te worden gegeven en te worden aangetoond dat op lange termijn de koolstofvoorraden in stand blijven of groeien.

Er worden 5 biomassa categorieën onderscheiden (zie SDE+ bijlage 4 tabel 1) Deze hebben elk hun eigen bron (zie tabel hier onder)

P13 Er dient een Chain of Custody (CoC) te bestaan voor de biomassa van de eerste schakel in de keten, tot aan de bio-energieproducent, die voorziet in een koppeling tussen de bron en het materiaal in het product of de productlijn, en waarvan de broeikasgasuitstootgegevens van iedere afzonderlijke schakel (operator) bekend zijn.

Toelichting:

Er worden 5 biomassa categorieën onderscheiden (zie SDE+ bijlage 4 tabel 1) Deze hebben elk hun eigen bron (zie tabel hier onder)

1 Voor kleine bosbeheereenheden geldt een tijdelijke uitzondering voor de bron en de eerste schakel. Zie voor een toelichting hoofdstuk 2 met overzicht eisen aan de onderscheiden categorieën biomassa.

5. Wijzigingen

C13.1 Iedere afzonderlijke organisatie in de Chain of Custody beschikt over een Chain-of-Custody-systeem dat voldoet aan de eisen van deze standaard.

C13.2 Iedere afzonderlijke organisatie in de Chain of Custody beschikt over de voor haar organisatie relevante broeikasgasuitstootgegevens die verkregen zijn volgens een methodiek, gebaseerd op de meest recente publicatie van de Europese Commissie betreffende duurzaamheidscriteria voor vaste biomassa en verstrekte referentiewaarden voor fossiele brandstoffen.

Toelichting: Op dit moment is dat het Staff Working Document, SWD (2014) 259. (Zie voor een nadere toelichting P1)

C13.3 Het managementsysteem van iedere organisatie in de CoC waarborgt dat aan de eisen van deze CoC-standaard wordt voldaan.

Toelichting: Indien een organisatie het certificaat ook op uitbesteding van toepassing wil laten zijn, dient de organisatie erop toe te zien dat de (onder)aannemer labels van het systeem uitsluitend gebruikt voor producten die onder de uitbestedingsovereenkomst vallen.

C13.4 Iedere afzonderlijke organisatie in de Chain of Custody registreert de hoeveelheden en de namen en certificaatnummers van de organisaties waarvan zij biomassa koopt en waaraan zij biomassa verkoopt.

8. Ondertekening

2. Algemene eisen

3. Systeemgrens

1. Gegevens producent

2. Locatiegegevens productie-installatie

Model Geothermisch Onderzoek SDE+

Het percentage materiaal in een product of productlijn dat aan de relevante principes uit tabel 1 en de daaronder liggende criteria voldoet wordt vermeld.

Voor beide methoden geldt:

Toelichting:

De duurzaamheidskenmerken hebben niet alleen betrekking op het duurzaam beheer van de bron maar ook op relevante broeikasuitstootgegevens die verkregen zijn volgens een methodiek gebaseerd op de meest recente publicatie van de Europese Commissie betreffende duurzaamheidseisen voor vaste biomassa en verstrekte referentiewaarden voor fossiele brandstoffen.

De percentage-based methode mag uitsluitend worden gebruikt voor uit de bossen afkomstige biomassa.

P14 Bij een groepsmanagementsysteem voor de chain of custody moet de groep als geheel aan dezelfde eisen voldoen als aan afzonderlijke bedrijven gesteld worden. In dit kader stelt het systeem de volgende eisen.

7. Algemene informatie

Toelichting:

De entiteit beschikt over een effectief managementsysteem, alsmede over technische en menselijke hulpmiddelen.

De entiteit voert jaarlijks een audit uit bij een deel van de aangesloten groepsleden (op basis van een vastgestelde steekproefmethode).

C14.2 De groep werkt volgens P13 en de daartoe behorende criteria; daarnaast voldoet ieder groepslid aan deze eisen voor zover deze op de werkzaamheden van dat lid van toepassing zijn.

C14.3 De groepsleiding beschikt over een registratiesysteem waarin worden opgenomen:

7. Definities

C15.1 De systeemmanager hanteert regels voor het gebruik van logo’s en labels en voor het toezien op de naleving ervan. De regels omvatten tenminste:

omschrijving van logo's en labels;

C15.2 Het logo is auteursrechtelijk beschermd en als handelsmerk geregistreerd.

C15.3 Er is een duidelijk beschreven mechanisme voor de controle van alle claims die gedaan worden over het gecertificeerde kenmerk van producten, dat ervoor zorgt dat claims duidelijk en accuraat zijn en dat actie ondernomen wordt om onjuiste of misleidende claims te voorkomen.

Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.

Bijlage 5 behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.

Dit formulier is bedoeld om een verzoek in te dienen tot vaststelling van de subsidie op grond van de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) aan het eind van de subsidieperiode.

2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)

2 Naamloze vennootschap, maatschap, besloten vennootschap, commanditaire vennootschap, coöperatieve vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging, stichting, Europees economisch samenwerkingsverband, eenmanszaak.

Dit formulier is bedoeld om een verzoek in te dienen tot vaststelling van de subsidie op grond van de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) aan het eind van de subsidieperiode.

Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.

3 Dit dient dezelfde code te zijn als de code waarop garanties van oorsprong of certificaten worden geregistreerd of het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte wordt gemeten.

1 Indien u een particulier bent vult u hier uw volledige naam in. Vraag 1b t/m 1d slaat u dan over.

2 Naamloze vennootschap, maatschap, besloten vennootschap, commanditaire vennootschap, coöperatieve vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging, stichting, Europees economisch samenwerkingsverband, eenmanszaak.

U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Agentschap NL onverwijld schriftelijk melding zal doen van essentiële wijzigingen: gewijzigde datum van ingebruikname, gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode, uitbedrijfname, renovatie en uitbreiding, langdurige stilstand, indien van toepassing ingrijpende wijzigingen van de brandstofmix, wijzigingen van de technische specificatie van de installatie, et cetera en daarnaast van wijzigingen in de gegevens van de aanvrager en de steunsituatie.

Vanaf 1 november 2009 worden alle bank- en betaalrekeningen vervangen door de zogenoemde IBAN (International Bank Account Number) en BIC (Bank Identifier Code). De IBAN en BIC bij uw bankrekening staan op uw bankafschrift of zijn te vinden op www.ibanbicservice.nl.

Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

4. Rekeninggegevens

Vaststellingsformulier

Dit formulier is te vinden op www.agentschapnl.nl/sde

Zijn er ten opzichte van de bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland opgegeven gegevens wijzigingen opgetreden op de volgende punten?:

U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van essentiële wijzigingen: gewijzigde datum van ingebruikname, gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode, uitbedrijfname, renovatie en uitbreiding, langdurige stilstand, indien van toepassing ingrijpende wijzigingen van de brandstofmix, wijzigingen van de technische specificatie van de installatie, et cetera en daarnaast van wijzigingen in de gegevens van de aanvrager en de steunsituatie.

Zijn er nog andere gegevens, die voor de aanvraag om vaststelling van belang kunnen zijn?

U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surséance van betaling of tot verzoek faillietverklaring of wanneer een verzoek is ingediend voor de schuldsaneringregeling natuurlijke personen of andere zaken die van invloed zijn op de subsidieverstrekking.

Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd.

Zijn er nog andere gegevens, die voor de aanvraag om vaststelling van belang kunnen zijn?

Bij dit formulier voor aanvraag om vaststelling moet u de volgende bijlagen meesturen:

Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd.

Model Geothermisch Onderzoek SDE+

Bij dit formulier voor aanvraag om vaststelling moet u de volgende bijlagen meesturen:

Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:

Toelichting

2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)

Model Geothermisch Onderzoek SDE+

4. Rekeninggegevens

5. Wijzigingen

Het geologisch onderzoek concentreert zich uiteraard op het inschatten van de geologische parameters. Met deze parameters en met de niet-geologische parameters (doublet, put- en pompspecificatie) berekent u de P50 waarde. Het resultaat presenteert u eveneens in het geologisch onderzoek.

Bij uw SDE+ subsidieaanvraag in de categorieën Geothermie moet u als bijlage bij het aanvraagformulier een geologisch onderzoek toevoegen.

In dit Model Geologisch Onderzoek SDE+ staat aangegeven welke aspecten u daarin dient te behandelen.

Het geologisch onderzoek concentreert zich uiteraard op het inschatten van de geologische parameters. Met deze parameters en met de niet-geologische parameters (doublet, put- en pompspecificatie) berekent u de P50 waarde. Het resultaat presenteert u eveneens in het geologisch onderzoek.

Voor het geologisch onderzoek geldt een verplichte hoofdstukindeling. Belangrijk is dat u telkens motiveert waarom u een bepaalde keuze gemaakt heeft. Als het onderwerp van een bepaalde paragraaf niet relevant is voor uw situatie, dan moet u dit met een korte motivatie noemen.

TNO faciliteert het samenstellen van het geologisch onderzoek door via www.nlog.nl de volgende hulpmiddelen beschikbaar te stellen:

1.1. Gepland doublet en gebruikte parameters

U presenteert:

Hier geeft u aan voor welk vermogen u aanspraak wilt maken op ondersteuning uit de SDE+ 2014 (het P50 vermogen).

U presenteert:

Zijn er andere subsidies of fiscale faciliteiten voor het project verstrekt die u nog niet heeft opgegeven in het aanvraagformulier of eerdere voorschotaanvraag?

Hier geeft u aan voor welk vermogen u aanspraak wilt maken op ondersteuning uit de SDE+ 2014 (het P50 vermogen).

4. Algemene verklaring

U verklaart door het invullen en ondertekenen van dit formulier:

○ nee

○ ja, namelijk:

.....

.....

.....

.....

.....

8.. Ondertekening

Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd.

Aldus naar waarheid ingevuld,

Bij dit formulier voor aanvraag om vaststelling moet u de volgende bijlagen meesturen:

Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:

Agentschap NL

Agentschap NL is een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken. Agentschap NL voert beleid uit voor diverse ministeries als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal. Agentschap NL is hèt aanspreekpunt voor bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Voor informatie en advies, financiering, netwerken en wet- en regelgeving.

De divisie NL Energie en Klimaat versterkt de samenleving door te werken aan de energie- en klimaatoplossingen van de toekomst.

Per 1 januari 2010 bundelen EVD, Octrooicentrum Nederland en SenterNovem hun krachten in één organisatie: Agentschap NL. Bij Agentschap NL kunnen ondernemers, kennisinstellingen en overheden terecht voor informatie, advies, financiering en netwerken op het gebied van duurzaam, innovatief en internationaal ondernemen en samenwerken. SenterNovem vormt vanaf 1 januari de divisies NL Energie en Klimaat, NL Milieu en Leefomgeving en NL Innovatie.

Bij publicaties van Agentschap NL die informeren over subsidieregelingen geldt dat de beoordeling van subsidieaanvragen uitsluitend plaatsvindt aan de hand van de officiële publicatie van het besluit in de Staatscourant.

Bijlage 6

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.

Bijlage 7

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

Artikel 7a

Vervallen

Artikel 7b
1.

De subsidie-ontvanger die een productie-installatie bedrijft, bedoeld in artikel 7, eerste lid, zendt binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar waarover een voorschot wordt verstrekt aan de minister een verklaring waaruit blijkt dat de gebruikte biomassa aan artikel 7 voldoet.

2.

De verklaring is een jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaring afgegeven op grond van het verificatieprotocol, bedoeld in artikel 4 van de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen.

3.

De subsidie-ontvanger toont voor het deel van de rapportage betreffende houtige biomassa afkomstig uit een bosbeheereenheid die kleiner is dan 500 hectare dat betrekking heeft op het duurzaam bosbeheer op regionaal niveau of op het niveau van de bosbeheereenheid aan dat aan de duurzaamheidseisen is voldaan, met uitzondering van:

4.

De subsidie-ontvanger toont voor het deel van de rapportage betreffende houtige biomassa afkomstig uit een bosbeheereenheid groter dan of gelijk aan 500 hectare dat betrekking heeft op het duurzaam bosbeheer op het niveau van de bosbeheereenheid aan dat aan de duurzaamheidseisen is voldaan.

§ 4. Voorschotten

§ 6. Overige bepalingen

§ 7. Slotbepalingen

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

Bezoekadres

Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

MODEL ACCOUNTANTSVERKLARING

MODEL ACCOUNTANTSVERKLARING

Wij hebben het bijgevoegde overzicht van investeringskosten en de steunsituatie van [.....naam aanvrager.....] te [.....statutaire vestigingsplaats.....] gewaarmerkt en gecontroleerd.

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

Met dit formulier kan de accountant een verklaring afgeven zoals bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie. Dit betreft een overzicht van de investeringskosten en de overige subsidies en steunsituatie. Dit laatste is noodzakelijk in verband met de EU-steunregels ten behoeve van het milieu (EU-Milieu Steun Kader). Deze accountantsverklaring is nodig wanneer aan de subsidie-ontvanger op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een subsidie is verstrekt van meer dan € 125.000,–.

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

MODEL ACCOUNTANTSVERKLARING

Opdracht

Met dit formulier kan de accountant een verklaring afgeven als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie. Het betreft een overzicht van de investeringskosten en de overige subsidies en steunsituatie. Deze laatste is noodzakelijk in verband met de EU-steunregels ten behoeve van het milieu (EU-milieusteunkader).

Deze accountantsverklaring is nodig wanneer aan de subsidieontvanger op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie een subsidie is verstrekt van meer dan € 125.000,-. De accountantsverklaring moet worden opgestuurd naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland binnen een jaar na ingebruikname van de productie-installatie.

Wij hebben het bijgevoegde overzicht van investeringskosten en de steunsituatie van [.....naam aanvrager.....] te [.....statutaire vestigingsplaats.....] gewaarmerkt en gecontroleerd.

Opdracht

Wij zijn van oordeel dat de verstrekte informatie voldoet aan de daaraan te stellen eisen. [.....c.q. andere oordelen.....].

Werkzaamheden

[.....indien van toepassing toelichting op de verklaring en eventuele specifieke bevindingen.....]

Inschrijfnummer NOVAA of NIVRA:

CONTROLE-PROTOCOL

Plaats en datum:

4. Review van de accountantscontrole

Bijlage 1a

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.

1. Doelstelling

Inzake het omgaan met geconstateerde fouten geldt de gedragslijn, dat geconstateerde fouten, die invloed hebben op de omvang van de subsidie van de Minister voor Klimaat en Energie en die herstelbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd. Dat geldt ook voor fouten waarbij de tolerantiegrens niet wordt overschreden. De niet herstelde fouten wegen mee in de oordeelsvorming over de aanvraag.

De controle kan worden uitgevoerd door een registeraccountant (RA) of een accountant-administratieconsulent (AA). De gevraagde verklaring kan ook worden verstrekt door een niet als openbaar accountant optredende intern accountant.

Bij de controle wordt vastgesteld, dat de vermelde investeringskosten juist zijn. Er wordt nagegaan of er ook andere subsidies (steunsituatie) zijn verkregen. Hieronder zijn nadere aanwijzingen voor de controle verstrekt.

4. Review van de accountantscontrole

Dit formulier is bedoeld om een verzoek in te dienen tot vaststelling van de subsidie op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie aan het eind van de subsidieperiode.

Dit formulier is bedoeld om een verzoek in te dienen tot vaststelling van de subsidie op grond van de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) aan het eind van de subsidieperiode.

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

1. Gegevens aanvrager

5. Wijzigingen

Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

7. Opmerkingen

Indien zich meerdere productie-installaties achter één aansluiting bevinden, dient u tevens een systeemgrens van de productie-installaties te bepalen. Deze systeemgrens kan meerdere productie-eenheden omvatten.

Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:

U verklaart door het invullen en ondertekenen van dit formulier:

3. Gegevens productie-installatie

Let op! Maak een kopie van deze ingevulde verklaring voor eigen gebruik.

Ruimte voor opmerkingen producent:

Plaats: ..........

3. Gegevens productie-installatie

6. Ondertekening aanvrager (producent)

5. Algemene verklaring

6. Ondertekening aanvrager (producent)

1. Definities

Let op! Maak een kopie van deze ingevulde verklaring voor eigen gebruik.

Bijlage 4. behorend bij artikel 8, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 4. , behorende bij artikel 7 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

2. Algemene eisen

Handtekening meetbedrijf: ..........

Ruimte voor opmerkingen meetbedrijf:

C8.8 Anorganisch afval en zwerfvuil wordt voorkomen, verzameld, op de aangegeven plaatsen opgeslagen en op een milieuverantwoorde wijze afgevoerd.

C9.1 De productiecapaciteit van ieder bostype binnen de bosbeheereenheid wordt in stand gehouden.

C10.1 Het bosbeheer biedt een redelijk perspectief op werkgelegenheid aan de plaatselijke bevolking, inclusief inheemse volken, evenals op het lokaal verwerken van hout en andere bosproducten dan hout.

5. Wijzigingen

Toelichting:

Het bosbeheer plan dient duidelijke beschrijvingen (ecosystemen, soorten) en doelstellingen te bevatten, met in acht name van de economische, sociale en ecologische functies en aspecten. Dit betekent onder meer het in kaart brengen en adresseren van ecologisch waardevolle gebieden.

3. Beoordelingstabel voor biomassa vanuit het oogpunt van koolstofschuld

Vaststellingsformulier

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

4. Rekeninggegevens

6. Eisen voor de chain of custody

C12.1 Een groep of regioverband staat onder leiding en toezicht van een zelfstandige juridische entiteit,

6. Eisen voor de chain of custody

8. Ondertekening

2 Eerste inzamelpunt is de eerste juridische eigenaar van het materiaal, na het bedrijf waarvan de biomassastroom wordt afgevoerd.

Bijlage 6

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.

Bijlage 7

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

§ 3.1. Algemene verplichtingen

§ 3.1. Algemene verplichtingen

§ 3.2. Verplichtingen gebruik biomassa

Artikel 7c

De subsidieontvanger die een productie-installatie bedrijft waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, hernieuwbaar gas of geavanceerde hernieuwbare brandstof wordt geproduceerd door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke meststoffen:

Artikel 7d
1.

Een subsidie-ontvanger dient bij het meetbedrijf een verzoek in om een oordeel omtrent de geschiktheid van diens productie-installatie voor de opwekking van koolstofdioxide-arme warmte, de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide, de afvang en het gebruik van koolstofdioxide, de productie van waterstof of de productie van geavanceerde hernieuwbare brandstof met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 8.

2.

Een oordeel omtrent de geschiktheid is vijf jaar geldig of tot het moment waarop de subsidie-ontvanger een aanpassing heeft doorgevoerd in zijn productie-installatie die een wijziging van een van de gegevens, vermeld in het verzoek, bedoeld in het eerste lid, ten gevolge heeft. Een subsidie-ontvanger verricht een nieuw verzoek, bedoeld in het eerste lid, voordat de geldigheidsduur van het oordeel is verlopen.

3.

De subsidie-ontvanger bepaalt in het verzoek, bedoeld in het eerste lid, de systeemgrens van iedere productie-installatie, waarvoor subsidie is aangevraagd, op dusdanige wijze dat de subsidiabele productie kan worden gemeten.

4.

Een wijziging van de systeemgrens van een productie-installatie leidt er niet toe dat één of meer productie-eenheden van de desbetreffende productie-installatie gaan behoren aan een andere productie-installatie.

5.

De subsidie-ontvanger stelt het meetbedrijf in staat het onderzoek te verrichten ten behoeve van de beoordeling van de geschiktheid.

6.

De minister verstrekt het eerste voorschot aan een subsidie-ontvanger niet eerder dan nadat de subsidie-ontvanger het oordeel omtrent de geschiktheid overlegt of doet overleggen aan de minister.

7.

De minister verstrekt uitsluitend een voorschot indien een subsidie-ontvanger over een geldig oordeel omtrent de geschiktheid beschikt.

Artikel 7e
1.

Een subsidie-ontvanger stelt een meetprotocol op met inachtneming van de meetvoorwaarden voor koolstofdioxide-arme warmte, voor waterstof, voor koolstofdioxide en voor geavanceerde hernieuwbare brandstof, genoemd in bijlage 9.

2.

De subsidie-ontvanger laat het meetprotocol beoordelen door een meetbedrijf.

3.

Het meetprotocol heeft een geldigheid van vijf jaar of tot het moment dat de subsidie-ontvanger een aanpassing van de productie-installatie of het productieproces doorvoert die een wijziging van het meetprotocol tot gevolg heeft. De subsidie-ontvanger stelt voorafgaand aan het verlopen van de geldigheidsduur een nieuw meetprotocol op.

4.

De minister verstrekt het eerste voorschot aan een subsidie-ontvanger niet eerder dan nadat de subsidie-ontvanger het beoordeelde meetprotocol overlegt of doet overleggen aan de minister.

5.

De minister verstrekt uitsluitend een voorschot indien een subsidie-ontvanger over een geldig meetprotocol beschikt.

Artikel 7f
1.

De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat alle energie- of productiestromen die zijn omschreven in de meetvoorwaarden, bedoeld in bijlage 9 en die de systeemgrens passeren, worden gemeten in overeenstemming met het meetprotocol.

2.

De minister kan het meetbedrijf verzoeken afwijkingen van het meetprotocol te melden aan de minister.

Artikel 7g
1.

De subsidie-ontvanger stelt elke kalendermaand een meetrapport op met inachtneming van het meetprotocol dat:

2.

Het meetrapport bevat voor een productie-installatie voor waterstof uit elektrolyse met een aansluiting op het elektriciteitsnet de meetgegevens van de in- en uitgaande energiestromen van het elektrolyseproces en het aantal productie-uren.

3.

Het meetrapport bevat voor een productie-installatie voor de productie van koolstofdioxide-arme warmte met een elektroboiler voor warmte het aantal productie-uren.

Artikel 7h
1.

Een subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat het meetrapport uiterlijk 20 dagen na afloop van de kalendermaand waarop het meetrapport betrekking heeft, wordt overgedragen aan de Minister.

2.

De minister stelt na ontvangst van het meetrapport op verzoek van een subsidie-ontvanger die een productie-installatie voor de productie van koolstofdioxide-arme warmte in stand houdt de nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte in MWh vast.

3.

Indien de subsidie-ontvanger die een productie-installatie voor de productie van koolstofdioxide-arme warmte in stand houdt, gebruik maakt van warmte afkomstig van een andere bron, draagt de subsidie-ontvanger er zorg voor dat het meetbedrijf de hoeveelheid gebruikte warmte in mindering brengt op de hoeveelheid geproduceerde koolstofdioxide-arme warmte.

Artikel 7i
1.

Bij een productie-installatie voor restwarmte zonder warmtepompsysteem, wordt de productie gemeten bij de uitgang van het warmteoverdrachtsstation.

2.

Bij een productie-installatie voor restwarmtebenutting met een warmtepomp wordt de productie gemeten bij de uitgang van de warmtepomp.

3.

Bij een productie-installatie voor de productie van koolstofdioxide-arme warmte door middel van elektriciteit in een hybride glasoven worden alleen de ingaande energiestromen gemeten.

Artikel 7j
1.

De artikelen 7d tot en met 7h zijn niet van toepassing op een productie-installatie die waterstof produceert met behulp van elektrolyse met een directe aansluiting op een productie-installatie die elektriciteit produceert met behulp van windenergie of een productie-installatie die elektriciteit produceert uit zonlicht door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen.

2.

Het aantal kg verminderde broeikasgas dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt bij een productie-installatie die waterstof produceert als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald op basis van het aantal kWh waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met de hiervoor bedoelde productie-installatie in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid waterstof heeft geproduceerd met een directe aansluiting op een productie-installatie die elektriciteit produceert met behulp van windenergie of een productie-installatie die elektriciteit produceert uit zonlicht door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen.

Artikel 7k
1.

Dit artikel is van toepassing indien een subsidie-ontvanger met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of gebruikt, waarbij gebruik wordt gemaakt van gasvormig transport van koolstofdioxide en van een basisinfrastructuur voor koolstofdioxide.

2.

De subsidie-ontvanger meet elke kalendermaand de hoeveelheid koolstofdioxide die wordt ingevoed in de basisinfrastructuur voor koolstofdioxide volgens de meetvoorwaarden, opgenomen in bijlage 9, en draagt er zorg voor dat deze uiterlijk twintig dagen na afloop van de kalendermaand aan de Minister wordt overgedragen.

3.

De meting, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan op de grens tussen de productie-installatie en de gedeelde voorzieningen van de basisinfrastructuur voor koolstofdioxide.

4.

De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de meting, bedoeld in het tweede lid, plaatsvindt bij alle productie-installaties die aangesloten zijn op de basisinfrastructuur voor koolstofdioxide.

5.

Indien de subsidie-ontvanger met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat, stelt de Minister de hoeveelheid koolstofdioxide die voor subsidie in aanmerking komt per productie-installatie vast door de hoeveelheid koolstofdioxide die in de basisinfrastructuur voor koolstofdioxide permanent wordt opgeslagen te verdelen naar rato van de geleverde koolstofdioxide, uitgedrukt in 1.000 kg koolstofdioxide, over de productie-installaties die aangesloten zijn op de desbetreffende basisinfrastructuur voor koolstofdioxide.

6.

Indien er sprake is van meerdere productie-installaties met één aansluiting op een basisinfrastructuur voor koolstofdioxide en van meerdere subsidie-ontvangers wijzen de subsidie-ontvangers voor de meting, bedoeld in het tweede lid, tezamen één meetbedrijf aan.

7.

Indien een subsidie-ontvanger is aangesloten op een basisinfrastructuur voor koolstofdioxide waar zowel productie-installaties voor de afvang en de permanente opslag van koolstofdioxide als productie-installaties voor de afvang en het gebruik van koolstofdioxide zijn aangesloten, verstrekt hij uiterlijk tien dagen na afloop van de kalendermaand aan het meetbedrijf, bedoeld in het vijfde lid, een overzicht over welk deel van de totale hoeveelheid koolstofdioxide permanent is opgeslagen en welk deel van de productie nuttig is aangewend.

§ 5. Subsidievaststelling

§ 4. Voorschotten

§ 6. Overige bepalingen

Artikel 14a
1.

Productie-installaties, met uitzondering van productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, waarvoor subsidie is verstrekt op grond van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010 en de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011, worden met ingang van 1 januari 2012 aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, derde lid, 32, derde lid, of 48, derde lid, van het besluit.

2.

Bij de toepassing van de artikelen 15, derde lid, 23, derde lid, 32, derde lid, 40, derde lid, 48, derde lid, 55, derde lid, 55j, derde lid of 55q derde lid, van het besluit bedraagt het aantal kWh of aantal kg verminderde broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, indien de subsidieperiode start op een andere datum dan 1 januari voor het eerste jaar waarover subsidie wordt verstrekt, een evenredig deel van het aantal maanden of van het jaar waarover subsidie wordt verstrekt.

Artikel 14b

Productie-installaties, met uitzondering van productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, waarvoor subsidie is verstrekt op grond van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013 en de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014, worden met ingang van 1 januari 2015 aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, vierde lid, 32, vierde lid, of 48, vierde lid, van het besluit, met dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in de artikel 15, vierde lid, 32, vierde lid, of 48, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

§ 6. Overige bepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

In dit document is ook het controleprotocol opgenomen.

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

Toelichting

ten behoeve van het Ministerie van Economische Zaken

Oordeel

Telefoonnummer:

1. Doelstelling

Deze toleranties zijn gebaseerd op percentages die gelden voor de financiële verantwoording van departementen, op grond van de richtlijnen van het Interdepartementaal Overleg Departementale Accountantsdiensten.

De accountantscontrole verschafteen redelijke mate van zekerheid aan de gebruiker van de verklaring. Volgens de richtlijnen voor de accountantscontrole betekent dit dat de accountant een (relatief) hoge, maar geen absolute mate van zekerheid verschaft. Indien dit begrip ten behoeve van het gebruik van statistische technieken moet worden gekwantificeerd, dan dient een betrouwbaarheid van 95% te worden gehanteerd.

2. Toleranties en gewenste zekerheid

Toelichting

1. Eisen aan de eindgebruiker

Bijlage 2. behorende bij artikel 6, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 3. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

3. Dossiergegevens

Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.

1 Indien u een particulier bent vult u hier uw volledige naam in. Vraag 1b t/m 1d slaat u dan over.

6. Algemene informatie

2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)

7. Opmerkingen

4. Rekeninggegevens

1. Gegevens producent

Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

4. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters

Naam meetbedrijf: ..........

3. Systeemgrens

Opdracht

C12.2 Een groep of regioverband voldoet aan de eisen voor duurzaam bosbeheer. Bovendien voldoet het bosbeheer van ieder lid van een groep of regioverband aan deze eisen voor zover deze van toepassing zijn op het beheer van dat bos.

3. Dossiergegevens

Bijlage 4. behorende bij artikel 7d, eerste lid en artikel 7f, eerste en tweede lid, onderdeel a, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

6. Algemene informatie

Verplichte onderdelen samenvatting ‘geologisch onderzoek’

Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

Model Geothermisch Onderzoek SDE+

C14.1 Een groep staat onder leiding van een juridische entiteit die verantwoordelijk is voor de groep als geheel. De entiteit beschikt over een management systeem waarmee effectief het aantal deelnemende locaties binnen de scope van het certificaat wordt aangestuurd.

P15 Logo’s en labels die behoren tot een certificeringssysteem en voorkomen op producten en documenten moeten een ondubbelzinnige betekenis hebben en moeten toegepast worden in overeenstemming met de regels die vastgesteld zijn door het certificeringssysteem. In dit kader gelden de volgende eisen voor het certificatie systeem.

Vaststellingsformulier

1.2. Verwacht vermogen en overschrijdingskansgrafiek

Toelichting

3. Dossiergegevens

3. Dossiergegevens

3. Dossiergegevens

3 Dit dient dezelfde code te zijn als de code waarop garanties van oorsprong of certificaten worden geregistreerd of het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte wordt gemeten.

Vanaf 1 november 2009 worden alle bank- en betaalrekeningen vervangen door de zogenoemde IBAN (International Bank Account Number) en BIC (Bank Identifier Code). De IBAN en BIC bij uw bankrekening staan op uw bankafschrift of zijn te vinden op www.ibanbicservice.nl.

5. Wijzigingen

Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

Aldus naar waarheid ingevuld,

Bijlage 7 behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie.

Dit model is te vinden op www.rvo.nl/sde

In dit Model Geologisch Onderzoek SDE+ staat aangegeven welke aspecten u daarin dient te behandelen.

Bijlage 7 behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie.

Dit model is te vinden op www.rvo.nl/sde

Verplichte inhoudsopgave ‘Geologisch Onderzoek’

Een uitgebreide toelichting op de verplichte hoofdstukindeling voor de SDE+ projecten vindt u via www.rvo.nl/sde.

Verplichte onderdelen samenvatting ‘geologisch onderzoek’

1.1. Gepland doublet en gebruikte parameters

1.2. Verwacht vermogen en overschrijdingskansgrafiek

5. Ondertekening

Bijlage 7

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

Toelichting

ten behoeve van het Ministerie van Economische Zaken

Toelichting

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

Onze controle is verricht in overeenstemming met de algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten. Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de aanvraag geen onjuistheden van materieel belang bevat.

Werkzaamheden

2. Toleranties en gewenste zekerheid

Bijlage 2. behorende bij artikel 6, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

2. Toleranties en gewenste zekerheid

1. Gegevens aanvrager

Bijlage 3. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

4. Rekeninggegevens

3. Dossiergegevens

5. Algemene verklaring

Assurance rapport

1. Gegevens producent

2. Algemene eisen

2. Algemene eisen

4. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters

Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Restproducten uit multifunctionele bossen zonder kaalkap of verjongingsgebieden van meer dan 5 hectare

4. Rekeninggegevens

8. Ondertekening

Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

6. Algemene informatie

1.2. Verwacht vermogen en overschrijdingskansgrafiek

C13.5 Ondernemers bewaren alle bewijsstukken gedurende minimaal 5 jaar.

C13.6 Vermenging van materiaal met verschillende duurzaamheidseigenschappen afkomstig uit de categorieën 1 en 2 is toegestaan wanneer bij de eindgebruiker minimaal 70% van het mengsel aan alle relevante principes uit tabel 1 en de daaronder liggende criteria voldoet en het overige materiaal voldoet aan de volgende eisen:

C13.7 Indien materialen met verschillende (duurzaamheids)kenmerken in de keten gemengd worden, wordt één of meer van de volgende benaderingen gevolgd:

5. Ondertekening

Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Model Geothermisch Onderzoek SDE+

Toelichting

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

7. Definities

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

Bijlage 9. behorende bij de artikelen 7e, 7f en 7j van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

3. Dossiergegevens

4. Definities

Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

7. Opmerkingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

Biogeen afval en restproducten uit de categorieën 4-7

C11.2 Er is een plan voor bosbeheer dat minimaal bestaat uit:

Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vaststellingsformulier

3. Dossiergegevens

4. Rekeninggegevens

Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Toelichting

Verplichte inhoudsopgave ‘Geologisch Onderzoek’

Verplichte onderdelen samenvatting ‘geologisch onderzoek’

Verplichte inhoudsopgave ‘Geologisch Onderzoek’

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

Artikel 8a
1.

De productie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, in verband met een beschikking op een aanvraag die op of na 1 december 2015 is ingediend, wordt verminderd met het aantal kWh dat is ingevoed op een elektriciteitsnet gedurende elke periode waarin de waarde voor elektriciteit negatief is, tenzij desbetreffende periode korter dan zes uur duurt.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van een subsidieontvanger van wie het nominaal geïnstalleerd vermogen voor elektriciteitsproductie per aansluiting op het elektriciteitsnet minder dan 500 kW bedraagt of, indien het de productie van elektriciteit uit windenergie betreft, minder dan 3 MW bedraagt.

§ 5. Subsidievaststelling

§ 4. Voorschotten

Artikel 14c

De vermindering van de productie die op grond van artikel 8a wordt toegepast, wordt tevens toegepast op het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt, bedoeld in artikel 15, eerste lid, artikel 23, eerste lid, artikel 48, eerste lid en artikel 55 eerste lid, van het besluit.

§ 4. Voorschotten

Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

ten behoeve van het Ministerie van Economische Zaken

MODEL ACCOUNTANTSVERKLARING

Oordeel

CONTROLE-PROTOCOL

Bijlage 3. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 4. , behorende bij artikel 7 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)

Vaststellingsformulier

2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)

Bijlage 3. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

7. Opmerkingen

Toelichting op format biomassaverklaring

6. Ondertekening aanvrager (producent)

1. Gegevens producent

7. Ondertekening meetbedrijf

Bijlage 9. behorende bij de artikelen 7e , 7f en 7j van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Toelichting

6. Eisen voor de chain of custody

Volume-credit methode:

De geregistreerde kenmerken en hoeveelheid van een onderscheiden outputstroom zijn gelijk aan de kenmerken en de hoeveelheid van de betreffende input stroom met in acht name van de conversie factor.

Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Toelichting

1.1. Gepland doublet en gebruikte parameters

7. Definities

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Bijlage 2. behorende bij artikel 6, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

5. Eisen voor duurzaam bosbeheer

Percentage-based methode:

Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vaststellingsformulier

Bijlage 5 behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)

2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)

7. Opmerkingen

Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Verplichte inhoudsopgave ‘Geologisch Onderzoek’

Verplichte onderdelen samenvatting ‘geologisch onderzoek’

Verplichte onderdelen samenvatting ‘geologisch onderzoek’

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

Artikel 14d

Op een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2 van de Regeling windenergie op zee 2015 blijft artikel 2 van deze regeling van toepassing zoals dat luidde op het tijdstip van indienen van die aanvraag.

Artikel 14d
1.

Indien een subsidie die op grond van het besluit wordt verleend, staatssteun bevat die door het milieu – en energiesteunkader wordt gerechtvaardigd, maakt de minister binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de gegevens, bedoeld in paragraaf 5.2.7, onderdeel 104, van het milieu- en energiesteunkader, bekend.

2.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, blijven voor ten minste tien jaar openbaar beschikbaar.

§ 6. Overige bepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Toelichtende paragraaf

3. Reikwijdte en intensiteit van de accountantscontrole

Bijlage 3. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 1a

Vervallen

Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

1. Gegevens aanvrager

5. Wijzigingen

Zijn er ten opzichte van de bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland opgegeven gegevens wijzigingen opgetreden op de volgende punten?:

8. Ondertekening

Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Model Geothermisch Onderzoek SDE+

Verplichte inhoudsopgave ‘Geologisch Onderzoek’

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

Artikel 14e
1.

Indien een subsidie die op grond van het besluit wordt verleend, staatssteun bevat die door het milieu – en energiesteunkader wordt gerechtvaardigd, maakt de minister binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de gegevens, bedoeld in paragraaf 3.2.7, onderdeel 104, van het milieu- en energiesteunkader, bekend, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan € 500.000.

2.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, blijven voor ten minste tien jaar openbaar beschikbaar.

Artikel 2a
1.

De aanvraag om subsidieverlening gaat vergezeld van een haalbaarheidsstudie.

2.

De haalbaarheidsstudie, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval:

3.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee heeft in afwijking van het tweede lid, onderdeel e, de intentieverklaring van de financier betrekking op de financiering van het restant dat nodig is om 20% van de investering te bereiken.

4.

De exploitatieberekening, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, omvat:

5.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee wordt als de aanvrager in de aanvraag dit aangeeft tot het eigen vermogen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, meegerekend:

6.

Voor de bepaling van de omvang van het eigen vermogen overeenkomstig het vijfde lid, wordt het eigen vermogen van een deelnemer aan een samenwerkingsverband of van een moederonderneming meegerekend in het eigen vermogen van ten hoogste twee subsidie-aanvragers. Indien het eigen vermogen van dezelfde entiteit op grond van het vijfde lid voor de aanvragen van meer dan twee subsidie-aanvragers zou worden meegerekend, wordt dat eigen vermogen bij alle aanvragen buiten beschouwing gelaten.

7.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, met een gezamenlijke vermogen van minder dan 1 MWp, bevat de haalbaarheidsstudie, in afwijking van het tweede lid, in ieder geval:

Artikel 2b
1.

In aanvulling op artikel 2a, tweede lid, bevat de haalbaarheidsstudie tevens:

2.

Het geologisch rapport, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, voldoet aan het model ‘Specificaties geologisch onderzoek voor geothermieprojecten - rapportagevereisten SDE+ en RNES’ van 18 april 2017 van TNO zoals gepubliceerd op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

3.

De windenergie-opbrengstberekening, bedoeld in het eerste lid, onderdelen e en f, is opgesteld door een organisatie met expertise op het gebied van windenergie-opbrengstberekeningen, met gebruikmaking van gerenommeerde rekenmodellen, omgevingsmodellen, windmodellen en windkaarten en bevat ten minste:

4.

Bij de berekening van de P50-waarde, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, zijn voor wat betreft de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee de beschikbaarheid, zogeffecten, elektriciteitsverliezen, en terugregelverliezen opgenomen en is de organisatie met expertise op het gebied van windenergie-opbrengstberekeningen, bedoeld in het derde lid, onafhankelijk.

5.

Bij de berekening van de P50-waarde, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, wordt voor wat betreft de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie, niet zijnde windenergie op zee, voor de windenergie-opbrengstberekening per windturbinelocatie op de beoogde ashoogte de beschikbaarheid, zogeffecten, elektriciteitsverliezen, eigen consumptie, turbinerendement, terugregelverliezen en een berekende windsnelheid opgenomen, waarbij de berekende windsnelheid:

6.

De zonne-energieopbrengstberekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, is gebaseerd op een gemiddelde jaarlijkse instraling op een horizontaal vlak van ten hoogste 1.000 kWh per m2 en bevat ten minste:

7.

Het rapport over de infrastructuur voor transport en opslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, voldoet aan het model ‘Vereiste informatie transport- en opslagverklaring’, gepubliceerd op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Artikel 2c

Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee worden bij de aanvraag tevens de volgende gegevens toegevoegd:

§ 3. Nadere verplichtingen van de subsidie-ontvanger

§ 3.1. Algemene verplichtingen

§ 3.2. Verplichtingen gebruik vaste en gasvormige biomassa

§ 3.3. Verplichtingen vergisting en co-vergisting van dierlijke meststoffen

§ 5. Subsidievaststelling

§ 6. Overige bepalingen

§ 6. Overige bepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Oordeel

ten behoeve van het Ministerie van Economische Zaken

Bijlage 2. behorende bij artikel 6, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 3. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 4. , behorende bij artikel 7 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

6. Algemene informatie

7. Opmerkingen

8. Ondertekening

Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Toelichting

U presenteert:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

Bijlage 1a

Vervallen

3. Dossiergegevens

Bijlage 8. behorende bij artikel 7d van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

§ 4. Voorschotten

§ 5. Subsidievaststelling

§ 6. Overige bepalingen

§ 4. Voorschotten

Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

5. Verslaglegging

3. Reikwijdte en intensiteit van de accountantscontrole

Vaststellingsformulier

Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

Artikel 2d
1.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie op een locatie waarbij de subsidieaanvrager niet de eigenaar van de locatie is, gaat de aanvraag vergezeld van:

2.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie, waterkracht of windenergie, of een productie-installatie waarbij sprake is van gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassavergisting, gaat de aanvraag vergezeld van de verklaring van de netbeheerder over de beschikbaarheid van transportcapaciteit voor de nauwkeurig omschreven productie-installatie met gebruikmaking van het middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee.

4.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide gaat de aanvraag vergezeld van de verklaring of de verklaringen over de beschikbaarheid van transport- en opslagcapaciteit van de partij of partijen die het transport of de permanente opslag van de koolstofdioxide uitvoeren met betrekking tot de desbetreffende productie-installatie.

§ 3. Nadere verplichtingen van de subsidie-ontvanger

§ 3.1. Algemene verplichtingen

§ 3.3. Verplichtingen vergisting en co-vergisting van dierlijke meststoffen

§ 6. Overige bepalingen

4. Review van de accountantscontrole

5. Verslaglegging

Toelichting

Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

§ 3.4. Verplichtingen CO2-reducerende technieken

§ 3.3. Verplichtingen vergisting en co-vergisting van dierlijke meststoffen

§ 3.4.2. Verplichtingen voor de permanente opslag en het gebruik van koolstofdioxide en geavanceerde hernieuwbare brandstof

§ 4. Voorschotten

§ 7. Slotbepalingen

Artikel 14f

Op aanvragen om subsidie die voor de inwerkingtreding van de Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 17 september 2020, tot wijziging van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie in verband met de uitbreiding met productie-installaties voor broeikasgasvermindering (Stcrt. 2020, 48287) zijn ontvangen, is deze regeling van toepassing zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van die regeling.

Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

Bijlage 4. , behorende bij artikel 7 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

1. Gegevens aanvrager

6. Algemene informatie

Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 8. behorende bij artikel 7d van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

4. Typegegevens productie-installatie

Bijlage 9. behorende bij de artikelen 7e , 7f en 7j van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

5. Alternatieve meting

1. Definities

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

Artikel 7l
1.

Dit artikel is van toepassing indien een subsidie-ontvanger met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanente opslaat of gebruikt, waarbij gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport.

2.

De subsidie-ontvanger overlegt aan de Minister een verificatierapport dat betrekking heeft op het voorgaande kalenderjaar, van een verificateur als bedoeld in artikel 3, onderdeel 3, van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar waarop het verificatierapport betrekking heeft.

3.

Voor het opstellen van het verificatierapport wordt gebruikgemaakt van een door de Minister beschikbaar gesteld middel.

4.

Indien de subsidie-ontvanger met de productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat, blijkt uit het verificatierapport dat de gemeten hoeveelheden koolstofdioxide, beschreven in het meetrapport, bedoeld in artikel 7g, permanent zijn opgeslagen.

5.

Indien de subsidie-ontvanger met de productie-installatie koolstofdioxide afvangt en gebruikt, blijkt uit het verificatierapport dat de gemeten hoeveelheden koolstofdioxide, beschreven in het meetrapport, bedoeld in artikel 7g, nuttig zijn aangewend.

Artikel 7m
1.

Dit artikel is van toepassing indien een subsidie-ontvanger met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat.

2.

De subsidie-ontvanger verzekert zich dat de hoeveelheid koolstofdioxide die permanent wordt opgeslagen wordt gemeten volgens de meetvoorwaarden, opgenomen in bijlage 9.

3.

De subsidie-ontvanger overlegt uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar de meetgegevens van de beheerder van de basisinfrastructuur voor koolstofdioxide over de hoeveelheid permanent opgeslagen koolstofdioxide aan de Minister.

4.

Indien er sprake is van een vloeibaar transport van koolstofdioxide waarbij koolstofdioxide van meerdere productie-installaties wordt gemengd, wijst de subsidie-ontvanger voor de meting, bedoeld in het tweede lid, één meetbedrijf aan.

5.

Indien er sprake is van een vloeibaar transport van koolstofdioxide, draagt de subsidie-ontvanger er zorg voor dat hij beschikt over transportdocumenten, waaruit sluitend de afleverlocatie en de afleverhoeveelheid van het transport door hem en derde partijen en de permanente opslag van koolstofdioxide blijkt.

Artikel 7n
1.

Dit artikel is van toepassing indien een subsidie-ontvanger met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en gebruikt.

2.

De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de productie van koolstofdioxide nuttig wordt aangewend.

3.

De subsidie-ontvanger overlegt uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar de meetgegevens van de beheerder van de basisinfrastructuur voor koolstofdioxide over de hoeveelheid nuttig aangewende koolstofdioxide aan de Minister.

4.

Indien sprake is voor vloeibaar transport van koolstofdioxide, draagt de subsidie-ontvanger er zorg voor dat hij beschikt over transportdocumenten, waaruit sluitend de afleverlocatie en de afleverhoeveelheid van het transport door haar en derde partijen en de nuttige aanwending van koolstofdioxide blijkt.

§ 7. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

Bijlage 2. behorende bij artikel 6, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 1a

Vervallen

Bijlage 2. behorende bij artikel 6, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 1a

Vervallen

8. Ondertekening

Verzoek tot oordeel omtrent geschiktheid

6. Algemene informatie

Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Meetvoorwaarden voor productie-installaties

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

4. Typegegevens productie-installatie

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

Artikel 1a

Deze regeling berust mede op artikel 63a, derde, vijfde en zesde lid, en artikel 71a van het besluit.

§ 2. Aanvraag om subsidie

§ 3. Nadere verplichtingen van de subsidie-ontvanger

§ 3.3. Verplichtingen vergisting en co-vergisting van dierlijke meststoffen

§ 3.4.1. Algemene verplichtingen

§ 3.4.2. Verplichtingen voor de permanente opslag en het gebruik van koolstofdioxide en geavanceerde hernieuwbare brandstof

§ 5. Subsidievaststelling

§ 5. Subsidievaststelling

§ 7. Slotbepalingen

Artikel 14g
1.

Een subsidieontvanger aan wie subsidie is verstrekt voor de inzet van vaste biomassa in een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, op grond van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2016, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie najaar 2016, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2017, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie najaar 2017, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2018, de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie najaar 2018, met een thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW, kan gebruik maken van artikel 7, tweede, derde, vierde of zesde lid, met dien verstande dat bij de toepassing van dat vierde of zesde lid, voor ‘kleiner dan 20 MW’ wordt gelezen ‘gelijk aan of groter dan 20 MW’.

3.

Bij de toepassing van het eerste lid, kan een subsidieontvanger als bedoeld in dat lid tevens ook een combinatie toepassen van artikel 7, derde en vierde lid.

Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

Bijlage 2. behorende bij artikel 6, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 3. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 9. behorende bij de artikelen 7e, 7f en 7j van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

Artikel 7ba
1.

Het verificatieprotocol, bedoeld in artikel 63a, vijfde lid, van het besluit is het verificatieprotocol dat op de website van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland geplaatst is onder de naam Verificatieprotocol duurzaamheid biomassa die voor SDE moet voldoen aan de REDII – eisen.

2.

Artikel 14 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen is van toepassing op het verificatieprotocol in het eerste lid.

Artikel 7bb

De inspecteurs van de Nederlandse emissieautoriteit worden aangewezen als ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 71a van het besluit.

§ 3.4. Verplichtingen CO2-reducerende technieken

§ 3.4.1. Algemene verplichtingen

§ 3.4.2. Verplichtingen voor de permanente opslag en het gebruik van koolstofdioxide en geavanceerde hernieuwbare brandstof

§ 4. Voorschotten

§ 7. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

Bijlage 4. , behorende bij artikel 7 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 5. behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

5. Wijzigingen

Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 8. behorende bij artikel 7d van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

Bijlage 9. behorende bij de artikelen 7e, 7f en 7j van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.

Artikel 7o
1.

Dit artikel is van toepassing indien een subsidie-ontvanger met een productie-installatie geavanceerde hernieuwbare brandstof produceert.

2.

De hoeveelheid geavanceerde hernieuwbare brandstof die voor subsidie in aanmerking komt, wordt bepaald op basis van het register hernieuwbare energie vervoer.

3.

Uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar overlegt de subsidie-ontvanger aan de Minister:

4.

De subsidie-ontvanger mengt de geavanceerde hernieuwbare brandstof die in aanmerking komt voor subsidie, niet met andere brandstoffen die niet voor subsidie in aanmerking komen.

§ 5. Subsidievaststelling

§ 6. Overige bepalingen

§ 7. Slotbepalingen

Artikel 14h
1.

Op beschikkingen tot subsidieverlening die zijn afgegeven op aanvragen voor subsidie die zijn ontvangen voor inwerkingtreding van de Regeling van de Minister voor Klimaat en Energie van datum 2022, nr. WJZ/ 22007309, tot wijziging van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie in verband met wijzigingen in aan te leveren gegevens en enkele andere wijzigingen (Stct. nummer, 2022) blijft artikel 3, negende lid, van toepassing zoals dat luidde van toepassing op beschikkingen tot subsidieverlening die zijn afgeven voor de inwerkingtreding van die regeling.

2.

Op beschikkingen tot subsidieverlening die zijn afgegeven op aanvragen voor subsidie die zijn ontvangen voor inwerkingtreding van de Regeling van de Minister voor Klimaat en Energie van datum 2022, nr. WJZ/ 22007309, tot wijziging van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie in verband met wijzigingen in aan te leveren gegevens en enkele andere wijzigingen (Stct. nummer, 2022), is artikel 7g, tweede en derde lid, is niet van toepassing.

Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

Bijlage 6. behorende bij artikel 7e, eerste lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

Vervallen

Toelichting

2. Correspondentieadres:

Bijlage 9. behorende bij de artikelen 7e, 7f en 7k van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

Meetvoorwaarden voor productie-installaties

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.