Bijlage bij besluit van 12 juni 2008, nr. CPP2008/1137M

Type Beleidsregel
Publication 2026-07-01
Laatst bijgewerkt 2026-07-03
State In force
Source BWB
artikelen 314
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

77.2. Waarschuwingsbrief voorafgaand aan signalering

In alle gevallen houdt de ontvanger rekening met hetgeen in het DWU is bepaald over bezwaar en beroep: elke beslissing moet in de vorm van een beschikking worden genomen en tegen elke beschikking moet beroep mogelijk zijn. Dit betekent dus dat ook bij de invordering tegen elke beslissing beroep mogelijk is.

77.4. Verwijderen verplichtingensignaal

Op grond van de bepalingen in de diverse nationale wetten is de douane-ontvanger ook belast met de invordering voor de ter zake van de invoer verschuldigde omzetbelasting, accijnzen, verbruiksbelastingen en kolenbelasting, alsmede voor de bestuurlijke boeten, rente op achterstallen en de kosten van ambtelijke werkzaamheden. Voor de uitvoering van zijn werkzaamheden gelden voor de douane-ontvanger in beginsel de bepalingen van de wet en van deze leidraad.

77.3. Aanbrengen verplichtingensignaal

Artikel 36 van de wet is van toepassing op belastingaanslagen bij invoer, met name belastingaanslagen omzetbelasting, accijns, de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en kolenbelasting.

77.4. Verwijderen verplichtingensignaal

De termijn waarbinnen aan die eis moet zijn voldaan, is vier weken na de dagtekening van het verzoek tot aanvulling of vervanging.

Als de belastingschuldige in gebreke is te betalen en er geen uitzicht is op spoedige betaling of verhaal zal de ontvanger de borg aanspreken. Het aanspreken van de borg vindt pas plaats nadat de totale omvang van de verschuldigde belasting is vastgesteld en deze schuld onherroepelijk vast staat. Het aanspreken van de borg vindt zoveel mogelijk in één keer plaats.

Toepassing van het verplichtingensignaal kan plaatsvinden als een belastingschuldige tenminste vijf aanslagen motorrijtuigenbelasting die onherroepelijk vaststaan, onbetaald heeft gelaten. Het is niet noodzakelijk dat de betreffende aanslagen betrekking hebben op aaneensluitende tijdvakken of op hetzelfde voertuig.

76.4. Uitwinnen van zekerheid voor rechten bij invoer

De ontvanger kan een zekerheid uitwinnen als de schuldenaar na een ingebrekestelling (aanmaning) niet aan een uitnodiging tot betaling voldoet. Als de ontvanger de schuldenaar een betalingsregeling verleent, wint de ontvanger de zekerheid niet uit zolang de schuldenaar aan deze regeling voldoet.

75.3. Rechtsmiddelen en vervolgingskosten

76.6. Geen zekerheid bij douaneschuld en versnelde invordering

De wettelijke bepalingen die gelden voor de rechten bij in- en uitvoer zijn in beginsel ook van toepassing op de omzetbelasting ex artikel 22 Wet op de Omzetbelasting, de accijnzen, de verbruiksbelastingen en kolenbelasting die bij invoer verschuldigd worden. Het DWU is dan ook voor deze nationale middelen medebepalend voor het onder de wet te voeren invorderingsbeleid.

Het voorgaande laat onverlet dat kwijtschelding wordt verleend dan wel kosten buiten invordering worden gelaten, wanneer de hoofdsom wordt kwijtgescholden dan wel buiten invordering gelaten. Hiervoor wordt verwezen naar hetgeen is vermeld bij artikel 26 van deze leidraad.

77.1. Voorwaarden voor aanbrengen verplichtingensignaal

77.1. Voorwaarden voor aanbrengen verplichtingensignaal

Als zekerheid is gesteld op grond van communautaire bepalingen of van de Algemene douanewet moet de zekerheid worden uitgewonnen door het organisatieonderdeel van de Belastingdienst waar de zekerheid is gesteld. Als bij het verlenen van uitstel van betaling als voorwaarde een afzonderlijke zekerheid is gesteld voor belastingen bij invoer, moet deze worden uitgewonnen door de ontvanger die het uitstel heeft verleend.

77.3. Aanbrengen verplichtingensignaal

Als het bedrag van een vordering zo laag is dat dit niet voor verdragsinvordering in aanmerking komt, schrijft de ontvanger bij uitblijven van de betaling na betekening van het dwangbevel de borg aan met het verzoek het verschuldigde bedrag te voldoen.

Voordat een signalering in het kentekenregister wordt aangebracht, zendt de ontvanger de belastingschuldige een waarschuwingsbrief.

De bescheiden die betrekking hebben op de invordering van invoerrechten (waaronder begrepen, de landbouwheffingen en de anti-dumpingheffingen), worden gedurende minimaal vier jaar na afdoening bewaard.

76.6. Geen zekerheid bij douaneschuld en versnelde invordering

Met inachtneming van artikel 97 DWU kan versnelde invordering plaatsvinden als aanvulling of vervanging van de gestelde zekerheid niet tijdig is verricht.

22.5. Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement

22.8. Verzet en beroep

75.5. Niet in rekening brengen van vervolgingskosten

76.2. Aanspreken borg

76.5. Bewaren invorderingsbescheiden

In deze leidraad wordt op diverse plaatsen de directeur aangewezen als instantie bij wie men in administratief beroep kan komen tegen beslissingen van de ontvanger. In voorkomende gevallen gelden deze aanwijzingen ook voor de rechten bij in- en uitvoer.

76.3

Het verplichtingensignaal is een signalering in het kentekenregister van de RDW/Centrum voor voertuigtechniek en informatie. Het verplichtingensignaal wordt in het kentekenregister aangebracht als een belastingschuldige achterstand in de betaling van motorrijtuigenbelasting heeft, terwijl invordering niet op andere wijze mogelijk is gebleken. Na signalering kan de belastingschuldige geen kenteken meer op zijn naam zetten.

77.2. Waarschuwingsbrief voorafgaand aan signalering

Als de inspecteur wegens onregelmatigheden ook een derde als medeschuldenaar uitnodigt tot betaling, zal de ontvanger eerst dwanginvordering toepassen ten aanzien van degene die de onregelmatigheden heeft begaan, voordat hij de borg aanspreekt. Bij aangifte op eigen naam voor rekening van een derde (indirecte vertegenwoordiging) probeert de ontvanger eerst betaling van deze derde te verkrijgen voordat hij de borg aanspreekt.

Artikel 78. Internationale invordering

Als sprake is van een in het buitenland gevestigde schuldenaar waarvan bekend is dat in het buitenland zekerheid is gesteld voor Uniedouanevervoer/gemeenschappelijk douanevervoer of een andere douaneregeling dan wel ingeval van tijdelijke opslag, vraagt de ontvanger bij het verzoek om bijstand bij de invordering ook om zo nodig de borg uit te winnen.

77.2. Waarschuwingsbrief voorafgaand aan signalering

77.4. Verwijderen verplichtingensignaal

De ontvanger geeft aan de RDW opdracht een aangebrachte signalering uit het register te verwijderen als alle aanslagen motorrijtuigenbelasting ten name van belastingschuldige zijn voldaan, met uitzondering van de aanslagen genoemd in artikel 77.1, onderdelen a tot en met d, van deze leidraad.

Artikel 79.5a

De termijn waarbinnen aan die eis moet zijn voldaan, is vier weken na de dagtekening van het verzoek tot aanvulling of vervanging.

Tegen deze beschikking is beroep mogelijk in de zin van artikel 44 DWU.

De ontvanger geeft aan de RDW opdracht een aangebrachte signalering uit het register te verwijderen als alle aanslagen motorrijtuigenbelasting ten name van belastingschuldige zijn voldaan, met uitzondering van de aanslagen genoemd in artikel 77.1, onderdelen a tot en met f, van deze leidraad. Voor de aanslagen motorrijtuigenbelasting waarvoor het verplichtingensignaal is aangebracht en nadien een verzoek om uitstel van betaling is gedaan, blijft het verplichtingensignaal in beginsel gehandhaafd. Dit geldt ook voor een nadien gedaan verzoek om kwijtschelding dat afgewezen wordt.

78.4.2. Invordering buiten vijfjaarstermijn

Het volgende beleid is in dit artikel opgenomen:

Artikel 7a.2. Controle van een aangewezen bankrekening op de tenaamstelling

22.8.2. Taken met betrekking tot de schriftelijke mededeling ex artikel 435, derde lid, Rv inzake bodembeslag

24.5. Verrekening en fiscale eenheid vennootschapsbelasting

75.7. Niet-verwijtbaarheid en vervolgingskosten

75.11. Limitering betekeningskosten dwangbevel

Als door de ontvanger of de belastingdeurwaarder op dezelfde dag aan een belastingschuldige meerdere dwangbevelen worden betekend, is de belastingschuldige niet meer betekeningskosten verschuldigd dan het, op grond van artikel 3, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen, maximaal in rekening te brengen bedrag voor het betekenen van een dwangbevel.

75.6. Onverschuldigdheid van vervolgingskosten

76.5. Bewaren invorderingsbescheiden

76.6. Geen zekerheid bij douaneschuld en versnelde invordering

Artikel 43 van de wet is van toepassing op de omzetbelasting bij invoer.

76.5. Bewaren invorderingsbescheiden

Artikel 77. Verplichtingensignaal motorrijtuigenbelasting

Het verplichtingensignaal is een signalering in het kentekenregister van de RDW/Centrum voor voertuigtechniek en informatie. Het verplichtingensignaal wordt in het kentekenregister aangebracht als een belastingschuldige achterstand in de betaling van motorrijtuigenbelasting heeft, terwijl invordering niet op andere wijze mogelijk is gebleken. Na signalering kan de belastingschuldige geen kenteken meer op zijn naam zetten.

Artikel 79.16. Uitbetaling van toeslagen aan een derde die failliet is gegaan of dreigt te failleren

Als de Dienst Toeslagen, met gebruikmaking van de mogelijkheid in artikel 25, derde lid, van de Awir, toeslagen aan een derde uitbetaalt, stopt zij hiermee in de volgende situaties:

22.7. Bodemrecht en voorrang

Artikel 76. Douane en invordering

76.1. Algemene uitgangspunten

76.6. Geen zekerheid bij douaneschuld en versnelde invordering

77.4. Verwijderen verplichtingensignaal

77.1. Voorwaarden voor aanbrengen verplichtingensignaal

Toepassing van het verplichtingensignaal kan plaatsvinden als een belastingschuldige tenminste vijf aanslagen motorrijtuigenbelasting die onherroepelijk vaststaan, onbetaald heeft gelaten. Het is niet noodzakelijk dat de betreffende aanslagen betrekking hebben op aaneensluitende tijdvakken of op hetzelfde voertuig.

78.4.2. Invordering buiten vijfjaarstermijn

Na beëindiging van de WSNP door het verlenen van de schone lei, geldt de datum van die beëindiging als het begin waarop de telling van de aanslagen motorrijtuigenbelasting – voor de vraag of een verplichtingensignaal al dan niet moet worden aangebracht – (opnieuw) een aanvang neemt.

77.6. De aantekening ‘katvanger’

In die brief deelt de ontvanger mee dat de belastingschuldige signalering kan voorkomen door alsnog de motorrijtuigenbelasting binnen veertien dagen te voldoen.

77.3. Aanbrengen verplichtingensignaal

Als na afloop van de termijn van veertien dagen na de waarschuwingsbrief geen betaling heeft plaatsgevonden, geeft de ontvanger de RDW opdracht om het verplichtingensignaal aan te brengen.

De ontvanger stelt de belastingschuldige in kennis van het aanbrengen van het verplichtingensignaal. Een faillissement, wettelijke schuldsaneringsregeling of minnelijke schuldsaneringsregeling staat het aanbrengen van een verplichtingensignaal niet in de weg.

Het volgende beleid is in dit artikel opgenomen:

78.1. Doen van een verzoek in situaties die buiten de werking van de EU-Richtlijn 2010/24 vallen

De ontvanger zal het verplichtingensignaal opheffen als hem blijkt dat de aanslagen betaald zijn of het recht op invordering ervan is vervallen.

78.6. Koersverschillen bij internationale invordering

Bij katvangers gelden niet de uitzonderingsbepalingen artikel 77.1, onderdelen a tot en met d, van deze leidraad en blijft het versturen van een waarschuwingsbrief achterwege.

Artikel 78. Internationale invordering

De ontvanger geeft aan de RDW opdracht een aangebrachte signalering uit het register te verwijderen als alle aanslagen motorrijtuigenbelasting ten name van belastingschuldige zijn voldaan, met uitzondering van de aanslagen genoemd in artikel 77.1, onderdelen a tot en met f, van deze leidraad. Voor de aanslagen motorrijtuigenbelasting waarvoor het verplichtingensignaal is aangebracht en nadien een verzoek om uitstel van betaling is gedaan, blijft het verplichtingensignaal in beginsel gehandhaafd. Dit geldt ook voor een nadien gedaan verzoek om kwijtschelding dat afgewezen wordt.

78.2. Overleg met het ministerie

Naar aanleiding van een gemotiveerd verzoek kan de ontvanger besluiten een verplichtingensignaal op te heffen. De belastingschuldige moet aantonen dat het verplichtingensignaal leidt tot een onoverkomelijke ernstige vorm van hinder. Daarnaast geldt als voorwaarde dat de belastingschuldige alle nieuwe fiscale verplichtingen met betrekking tot het motorrijtuig volledig en tijdig nakomt.

Artikel 22bis.6. Overgangsrecht

Met betrekking tot de financieringsovereenkomsten die zijn gesloten voor 1 juli 2014 is artikel 22bis.2, onderdeel b en d, van deze leidraad niet van toepassing als de derde schriftelijk afstand heeft gedaan van zijn eigendoms- of zekerheidsrechten vóór het in het in artikel 22bis, tweede lid, van de wet bedoelde mededelingsplichtige voornemen.

75.5. Niet in rekening brengen van vervolgingskosten

De ontvanger stelt de belastingschuldige in kennis van het beëindigen van het verplichtingensignaal.

77.5. Verplichtingensignaal in relatie tot WSNP

Voor toepassing van het verplichtingensignaal tellen echter de volgende aanslagen motorrijtuigenbelasting niet mee:

77.2. Waarschuwingsbrief voorafgaand aan signalering

Voordat een signalering in het kentekenregister wordt aangebracht, zendt de ontvanger de belastingschuldige een waarschuwingsbrief.

Artikel 79. Invordering van een toeslagschuld (Awir)

79.4a. Wettelijk breed moratorium

De ontvanger stelt de belastingschuldige in kennis van het beëindigen van het verplichtingensignaal.

Het komt voor dat bijstand kan worden gevraagd aan een bepaalde staat op grond van verschillende internationale regelingen. Het is dan mogelijk dat de ene regeling een ruimere wederzijdse bijstand toestaat dan de andere. In dat geval kan het verzoek worden gebaseerd op de regeling die de ruimste mogelijkheden biedt.

Gedurende de WSNP wordt voor wat betreft het verplichtingensignaal gehandeld als ware er niet sprake van een WSNP. Als het verplichtingensignaal is aangebracht en daarna volgt WSNP, blijft het verplichtingensignaal gehandhaafd.

78.4.1. Invordering betwiste schuld

Als een belanghebbende zich wendt tot de burgerlijke rechter om te voorkomen dat Nederland aan een andere staat inlichtingen verstrekt, neemt de ontvanger ook contact op met het ministerie.

13.1. Betekening dwangbevel per post

13.2. Betekening dwangbevel door de belastingdeurwaarder

22.8.1. Verzet artikel 435, derde lid, Rv tegen bodembeslag

Artikel 22bis. Mededeling

76.3

78.3. Geen verdere invorderingsmaatregelen treffen

77.4. Verwijderen verplichtingensignaal

Artikel 79. Invordering van een toeslagschuld (Awir)

78.2. Overleg met het ministerie

Na beëindiging van de WSNP door het verlenen van de schone lei, geldt de datum van die beëindiging als het begin waarop de telling van de aanslagen motorrijtuigenbelasting – voor de vraag of een verplichtingensignaal al dan niet moet worden aangebracht – (opnieuw) een aanvang neemt.

Het verplichtingensignaal dat wordt aangebracht voor belastingschuldigen van wie uit onderzoek is gebleken dat een motorrijtuig waarvan hij kentekenhouder is, hem niet toebehoort, voorziet de ontvanger van de aantekening ‘katvanger’.

78.4. Eu-richtlijn 2008/55/eg

De overeenkomstige toepassing van artikel 19 van de wet houdt in dat aan het doen van een vordering een vooraankondiging vooraf gaat, ook als het gaat om een vordering onder een uitkeringsinstantie.

77.5. Verplichtingensignaal in relatie tot WSNP

78.3. Geen verdere invorderingsmaatregelen treffen

Bij katvangers gelden niet de uitzonderingsbepalingen artikel 77.1, onderdelen a tot en met d, van deze leidraad en blijft het versturen van een waarschuwingsbrief achterwege.

7.3. Teveelbetaling

7.7. Afboeking van betalingen door aansprakelijkgestelden

7.9. Mededeling afboeking betaling

Artikel 10. Versnelde invordering

14.1. Tenuitvoerlegging algemeen

14.1.13. Invordering en ontnemingswetgeving

14.2.8. Beslag roerende zaken bij derden

14.2.9. Wegvoeren van beslagen zaken

14.2.12. bewaarder en beslag roerende zaken

75.11. Limitering betekeningskosten dwangbevel

Artikel 78. Internationale invordering

De internationale invordering betreft alle maatregelen die in het buitenland kunnen worden getroffen om belasting en overige schuldvorderingen in te vorderen en op alle maatregelen die op verzoek van een andere staat in Nederland genomen kunnen worden om een buitenlandse schuld in te vorderen. Waar in dit hoofdstuk wordt gesproken over belastingschuld of belastingaanslag worden daaronder mede begrepen andere vorderingen die onder de werkingssfeer van een internationale regeling betreffende wederzijdse bijstand bij invordering vallen.

Het volgende beleid is in dit artikel opgenomen:

Als een verzoek om wederzijdse bijstand niet mogelijk is, kan de ontvanger door middel van een civiele procedure een Nederlandse belastingschuld in het buitenland trachten in te vorderen. Hiervoor is toestemming van het ministerie vereist.

78.6. Koersverschillen bij internationale invordering

De ontvanger verzoekt om bijstand bij de invordering van belastingaanslagen die onherroepelijk vaststaan, geheel invorderbaar zijn en waarvoor een dwangbevel voor de gehele schuld is uitgevaardigd en betekend. Het mag ook gaan om het niet-bestreden gedeelte van een betwiste belastingaanslag of een ambtshalve opgelegde belastingaanslag waarvan het vermoeden gerechtvaardigd is dat deze (gedeeltelijk) materieel verschuldigd is. De ontvanger kan daarnaast altijd een verzoek om conservatoire maatregelen doen als hij zekerheidsmaatregelen noodzakelijk acht.

22.8.3. Opschorting verkoop na verzet in rechte tegen bodembeslag

22bis.2.1. Gevolgen niet melden door de belastingschuldige

Als de belastingschuldige niet heeft voldaan aan de verplichting tot mededeling, bedoeld in artikel 22bis, derde lid, van de wet, is de pandhouder of overige derde gehouden tot betaling van het bedrag zoals bepaald in artikel 22bis, twaalfde lid, van de wet. Deze betalingsverplichting geldt niet voor zover de pandhouder of overige derde aannemelijk maakt dat de waarde van de bodemzaken hem direct, noch indirect ten goede is gekomen.

De pandhouder of overige derde kan dit onder meer aannemelijk maken aan de hand van zijn eigen administratie.

76.2. Aanspreken borg

77.6. De aantekening ‘katvanger’

78.5. Overige internationale invordering

79.3b. Toeslagschuld na de toepassing van de WSNP of MSNP

De belastingdeurwaarder is in de Awir bevoegd verklaard voor het verrichten van deurwaarderswerkzaamheden in opdracht van Dienst Toeslagen.

79.4. Minnelijke schuldsaneringsregeling, (buiten)gerechtelijk akkoord en toeslagschuld

Als een belanghebbende zich wendt tot de burgerlijke rechter om te voorkomen dat Nederland aan een andere staat inlichtingen verstrekt, neemt de ontvanger ook contact op met het ministerie.

78.3. Geen verdere invorderingsmaatregelen treffen

De belastingdeurwaarder is in de Awir bevoegd verklaard voor het verrichten van deurwaarderswerkzaamheden in opdracht van Dienst Toeslagen.

78.4.1. Invordering betwiste schuld

Op grond van artikel 32, zesde lid, Awir kan Dienst Toeslagen gebruik maken van de bevoegdheid tot het doen van een vordering ex artikel 19 van de wet onder de werkgever, de uitkeringsinstantie of een andere derde als bedoeld in het eerste lid van laatstgenoemd artikel.

Als de toeslagschuld niet of niet volledig binnen de betalingstermijn wordt voldaan, zendt Dienst Toeslagen de belanghebbende eerst (kosteloos) een schriftelijke betalingsherinnering voordat tot dwanginvordering wordt overgegaan.

Als een verzoek om wederzijdse bijstand niet mogelijk is, kan de ontvanger door middel van een civiele procedure een Nederlandse belastingschuld in het buitenland trachten in te vorderen. Hiervoor is toestemming van het ministerie vereist.

78.6. Koersverschillen bij internationale invordering

De ontvanger gaat bij de invordering van een bedrag, dat op verzoek van een bevoegde autoriteit van een staat met een andere valuta dan die van Nederland, uit van de wisselkoers die gold op de datum waarop het oorspronkelijke verzoek door de verzoekende autoriteit is verzonden. Dit geldt eveneens voor een bevoegde autoriteit als de ontvanger een verzoek om bijstand bij de invordering bij hem indient met een andere valuta dan die van Nederland.1Zie artikel 18, tweede lid, Verordening 1189/2011/EU en artikel 24, paragraaf 1, sub paragraaf 250 van de Commentary on the provisions of the convention (Wabb-verdrag) en paragraaf 2.3, sub paragraaf 104 van de OECD Manual on the Implementation of Assistance Collection.

78.1. Doen van een verzoek in situaties die buiten de werking van de EU-Richtlijn 2010/24 vallen

78.4.2. Invordering buiten vijfjaarstermijn

79.3b. Toeslagschuld na de toepassing van de WSNP of MSNP

Het komt voor dat bijstand kan worden gevraagd aan een bepaalde staat op grond van verschillende internationale regelingen. Het is dan mogelijk dat de ene regeling een ruimere wederzijdse bijstand toestaat dan de andere. In dat geval kan het verzoek worden gebaseerd op de regeling die de ruimste mogelijkheden biedt.

78.2. Overleg met het ministerie

Verzoeken waarvan de voldoening kan leiden tot aantasting van de openbare orde of andere wezenlijke belangen van de staat dan wel invloed kunnen hebben op het gevoerde beleid worden voorgelegd aan het ministerie.

79.1. De betalingsherinnering en toeslagschuld

De Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door de directeur-generaal Toeslagen, heeft de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, eerste en tweede gedachtestreepje en onderdeel c Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, bedoelde algemeen directeuren, mandaat verleend om namens de Dienst Toeslagen toeslagschuld in te vorderen. In de uitoefening van die invorderingstaak treden zij niet op in hun hoedanigheid van ontvanger maar als het bestuursorgaan Dienst Toeslagen.

Het volgende beleid is in dit artikel opgenomen:

78.4.2. Invordering buiten vijfjaarstermijn

79.3a. Toeslagschuld ontstaan gedurende faillissement, WSNP of MSNP

Als door Nederland met een staat een minimumbedrag is overeengekomen voor het verlenen van bijstand bij de invordering, gaat de ontvanger niet over tot het verzoeken van bijstand aan die staat als het verschuldigde bedrag minder bedraagt dan het afgesproken bedrag. Dit geldt ook voor het doen van een verzoek tot het nemen van conservatoire maatregelen in het buitenland.

78.5. Overige internationale invordering

22.8.2. Taken met betrekking tot de schriftelijke mededeling ex artikel 435, derde lid, Rv inzake bodembeslag

22.8.3. Opschorting verkoop na verzet in rechte tegen bodembeslag

78.1. Doen van een verzoek in situaties die buiten de werking van de EU-Richtlijn 2010/24 vallen

Een verzoek om bijstand bij de invordering in een andere staat wordt in beginsel pas gedaan wanneer de ontvanger mag aannemen dat het treffen van invorderingsmaatregelen in Nederland niet of niet geheel tot betaling van de schuld zal leiden. Er hoeft niet te worden gewacht tot een daadwerkelijke invorderingsprocedure is gestart of is afgerond.

79.3. Faillissement, WSNP en toeslagschuld

Dit betekent voor de uitvoering het volgende. Als het ingevorderde bedrag gelijk is aan het bedrag van bovengenoemde wisselkoers, dan wordt het totale bedrag van de schuldvordering geacht te zijn ingevorderd. Dit geldt zowel in de situatie dat de ontvanger zelf een verzoek om bijstand in de invordering heeft gedaan, als in de situatie dat de ontvanger op verzoek van een andere staat een bedrag invordert.

De ontvanger meldt namens Dienst Toeslagen de openstaande toeslagschuld over de periode voorafgaand aan het tijdstip van faillissement of schuldsanering, ter verificatie aan bij de curator of de bewindvoerder. Voorafgaand aan de aanmelding van de toeslagschuld blijft verrekening van die schuld met uit te betalen bedragen op basis van een voorschot achterwege.

Hoofdstuk 2 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) bevat de procedureregels die gelden voor de inkomensafhankelijke regelingen die door Dienst Toeslagen worden uitgevoerd, te weten:

79.3a. Toeslagschuld ontstaan gedurende faillissement, WSNP of MSNP

De Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door de directeur-generaal Toeslagen, heeft de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, eerste en tweede gedachtestreepje en onderdeel c Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, bedoelde algemeen directeuren, mandaat verleend om namens de Dienst Toeslagen toeslagschuld in te vorderen. In de uitoefening van die invorderingstaak treden zij niet op in hun hoedanigheid van ontvanger maar als het bestuursorgaan Dienst Toeslagen.

78.4. Eu-richtlijn 2008/55/eg

Artikel 79. Invordering van een toeslagschuld (Awir)

De belastingdeurwaarder is in de Awir bevoegd verklaard voor het verrichten van deurwaarderswerkzaamheden in opdracht van Dienst Toeslagen.

Het volgende beleid is in dit artikel opgenomen:

79.1. De betalingsherinnering en toeslagschuld

Als de toeslagschuld niet of niet volledig binnen de betalingstermijn wordt voldaan, zendt Dienst Toeslagen de belanghebbende eerst (kosteloos) een schriftelijke betalingsherinnering voordat tot dwanginvordering wordt overgegaan.

79.2. Invordering toeslagschuld door middel van vordering

Op grond van artikel 32, zesde lid, Awir kan Dienst Toeslagen gebruik maken van de bevoegdheid tot het doen van een vordering ex artikel 19 van de wet onder de werkgever, de uitkeringsinstantie of een andere derde als bedoeld in het eerste lid van laatstgenoemd artikel.

Artikel 79.5b. Verrekening van kinderopvangtoeslag

Eventuele verschillen tussen het bedrag waarvoor om bijstand in de invordering is verzocht en het uiteindelijk ingevorderde bedrag, als gevolg van wisselkoersschommelingen tussen de wisselkoers die gold op het tijdstip van verzending van het verzoek en het tijdstip van ontvangst van de gelden, worden door de ontvanger niet in aanmerking genomen.

79.3b. Toeslagschuld na de toepassing van de WSNP of MSNP

Paragraaf 3 van hoofdstuk 2 Awir omschrijft de bevoegdheden die Dienst Toeslagen heeft om een teruggevorderde toeslag in te vorderen. Dit hoofdstuk beschrijft het beleid bij invordering van toeslagschuld.

79.3a. Toeslagschuld ontstaan gedurende faillissement, WSNP of MSNP

79.4a. Wettelijk breed moratorium

Gedurende een door de rechtbank afgekondigde afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, schort de ontvanger lopende invorderingsmaatregelen op. Verrekeningen met uit te betalen toeslagen vinden gedurende de afkoelingsperiode niet plaats, ongeacht de periode waarop de toeslag betrekking heeft. De afkoelingsperiode is niet van invloed op een eventueel verleende betalingsregeling. Hierop blijft het in de artikelen 79.7 en 79.8 van deze leidraad opgenomen beleid van toepassing. Gedurende de afkoelingsperiode schort de Dienst Toeslagen de uitbetaling aan een derde op grond van een executoriaal beslag op uit te betalen toeslagen van de belanghebbende op.

79.3b. Toeslagschuld na de toepassing van de WSNP of MSNP

79.2. Invordering toeslagschuld door middel van vordering

Op grond van artikel 32, zesde lid, Awir kan Dienst Toeslagen gebruik maken van de bevoegdheid tot het doen van een vordering ex artikel 19 van de wet onder de werkgever, de uitkeringsinstantie of een andere derde als bedoeld in het eerste lid van laatstgenoemd artikel.

De overeenkomstige toepassing van artikel 19 van de wet houdt in dat aan het doen van een vordering een vooraankondiging vooraf gaat, ook als het gaat om een vordering onder een uitkeringsinstantie.

Een toeslagschuld kan worden verrekend met een aan dezelfde belanghebbende uit te betalen teruggaaf die voortvloeit uit een aanslag of voorlopige aanslag inkomstenbelasting. Van deze bevoegdheid zal alleen gebruik worden gemaakt als de ontvanger de belastingteruggaaf niet met belastingschulden wil verrekenen.

Artikel 79.5b. Verrekening van kinderopvangtoeslag

De ontvanger meldt namens Dienst Toeslagen de openstaande toeslagschuld over de periode voorafgaand aan het tijdstip van faillissement of schuldsanering, ter verificatie aan bij de curator of de bewindvoerder. Voorafgaand aan de aanmelding van de toeslagschuld blijft verrekening van die schuld met uit te betalen bedragen op basis van een voorschot achterwege.

79.4. Minnelijke schuldsaneringsregeling, (buiten)gerechtelijk akkoord en toeslagschuld

79.5. Verrekening en toeslagschuld

Een toeslagschuld kan worden verrekend met een aan dezelfde belanghebbende uit te betalen teruggaaf die voortvloeit uit een aanslag of voorlopige aanslag inkomstenbelasting. Van deze bevoegdheid zal alleen gebruik worden gemaakt als de ontvanger de belastingteruggaaf niet met belastingschulden wil verrekenen.

79.6. Verrekening en uitstel van betaling toeslagschuld

Zodra Dienst Toeslagen bekend is met het feit dat ten aanzien van een belanghebbende het faillissement is uitgesproken dan wel de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard, zullen eventuele invorderingsmaatregelen worden gestaakt en lopende betalingsregelingen worden beëindigd.

Artikel 79.5a. Verrekening en beslagvrije voet

Gedurende het faillissement of de wettelijke schuldsaneringsregeling vindt eveneens geen verrekening plaats van de aangemelde toeslagschuld met uit te betalen bedragen op basis van een verleend voorschot. Uitbetalingen met een eenmalig karakter (nabetaling van een toeslag of een teruggaaf inkomstenbelasting) kunnen wel worden verrekend indien en voor zover zij betrekking hebben op de periode gelegen vóór de datum van faillissement dan wel de toepassingverklaring van de wettelijke schuldsaneringsregeling. In het geval vóór de faillissementsuitspraak dan wel voor de uitspraak tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling verrekening van een schuld met een voorschot of een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting heeft plaatsgevonden waarbij (ook) termijnen zijn verrekend die betrekking hebben op de periode na de faillissementsuitspraak respectievelijk de schuldsaneringsregeling, zal de verrekening in zoverre – namelijk voor zover de verrekening heeft plaatsgevonden met dat deel van het voorschot of de teruggaaf dat opeisbaar wordt vanaf datum faillissement of schuldsaneringsregeling – worden teruggedraaid. Dit laatste geldt ook in het geval van verrekening met termijnbedragen ingevolge een betalingsregeling als bedoeld in de artikelen 79.7 en 79.8.

79.5. Verrekening en toeslagschuld

79.3a. Toeslagschuld ontstaan gedurende faillissement, WSNP of MSNP

Over de betaling van toeslagschuld die is ontstaan gedurende de periode na de datum van de uitspraak tot faillietverklaring dan wel de datum van toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling of de minnelijke schuldsaneringsregeling, treedt de ontvanger in overleg met de curator of de bewindvoerder. Als de toeslagschuld niet uit de boedel kan worden voldaan is betaling van de schuld met behulp van een betalingsregeling op de voet van de artikelen 79.7 of 79.8 mogelijk. In het geval van een betalingsregeling op de voet van artikel 79.8 houdt de ontvanger bij de vaststelling van het inkomen van de schuldenaar geen rekening met een eventuele afdracht van een deel van dat inkomen aan de bewindvoerder.

79.3b. Toeslagschuld na de toepassing van de WSNP of MSNP

Zie voor toeslagschulden na de toepassing van de WSNP of MSNP de artikelen 73.2.2, 73.2.3 en 73.2.4 onderscheidenlijk 73.5.7.

79.4. Minnelijke schuldsaneringsregeling, (buiten)gerechtelijk akkoord en toeslagschuld

Voor een toeslagschuld geldt dat het invorderingsbeleid voor belastingschulden zoals dat is verwoord in de artikelen 73.5 en 73.6 van deze leidraad overeenkomstig wordt toegepast. In aanvulling op artikel 73.5.1, vijfde volzin, en artikel 73.5.3, laatste volzin, geldt dat een verrekening van een voorschot ter zake van toeslagen, die in termijnen behoort te worden uitbetaald, moet worden teruggedraaid voor zover die verrekening betrekking heeft op de voorschottermijnen die verstrijken na de ontvangst van het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst of van de schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 73.5.1, tweede volzin. Dit geldt ook als sprake is van een verrekening met termijnbedragen ingevolge een betalingsregeling als bedoeld in de artikelen 79.7 en 79.8. Voor de toepassing van artikel 73.6 van deze leidraad geldt – anders dan voor belastingschulden – voor toeslagschulden dat de ontvanger in het kader van een akkoord een gelijk percentage opeist als het percentage dat aan concurrente schuldeisers op hun vorderingen zal worden uitgekeerd.

79.4a. Wettelijk breed moratorium

Gedurende een door de rechtbank afgekondigde afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, schort de ontvanger lopende invorderingsmaatregelen op. Verrekeningen met uit te betalen toeslagen vinden gedurende de afkoelingsperiode niet plaats, ongeacht de periode waarop de toeslag betrekking heeft. De afkoelingsperiode is niet van invloed op een eventueel verleende betalingsregeling. Hierop blijft het in de artikelen 79.7 en 79.8 van deze leidraad opgenomen beleid van toepassing. Gedurende de afkoelingsperiode schort de Dienst Toeslagen de uitbetaling aan een derde op grond van een executoriaal beslag op uit te betalen toeslagen van de belanghebbende op.

79.5. Verrekening en toeslagschuld

Een toeslagschuld kan worden verrekend met een aan dezelfde belanghebbende uit te betalen teruggaaf die voortvloeit uit een aanslag of voorlopige aanslag inkomstenbelasting. Van deze bevoegdheid zal alleen gebruik worden gemaakt als de ontvanger de belastingteruggaaf niet met belastingschulden wil verrekenen.

79.7. Standaardbetalingsregeling toeslagschuld

Uitgangspunt is dat de belanghebbende die te veel ontvangen toeslag moet terugbetalen in de gelegenheid wordt gesteld om het bedrag van de toeslagschuld te voldoen met een standaardbetalingsregeling.

De Dienst Toeslagen houdt bij verrekening van uit te betalen voorschotten huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget of een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting met van de belanghebbende te innen toeslagschuld, rekening met de voor de belanghebbende geldende beslagvrije voet. Als de belanghebbende na een verrekening aannemelijk maakt dat voor hem een andere beslagvrije voet geldt, zal de Dienst Toeslagen rekening houden met de aangepaste beslagvrije voet vanaf de laatste verrekening die plaatsvond vóór de indiening van het verzoek en bij de daaropvolgende verrekeningen.

De standaardbetalingsregeling wordt zonder nader onderzoek in te stellen door de Dienst Toeslagen in de terugvorderingsbeschikking aangeboden. Wanneer een belanghebbende instemt met een door de Dienst Toeslagen aangeboden betalingsregeling moet de eerste termijn zijn voldaan op de vervaldag van de terugvorderingsbeschikking, zodat de regeling start. Na het verstrijken van de vervaldag van de terugvorderingsbeschikking wordt een standaardbetalingsregeling op aanvraag van de belanghebbende verleend.

Artikel 79.9a. Uitstel van betaling in verband met bezwaar of herzieningsverzoek tegen een terugvorderingsbeschikking

De Dienst Toeslagen wijst een verzoek om een betalingsregeling af wanneer het belang van de invordering zich verzet tegen het verlenen van de betalingsregeling.

79.5c. Toeslagverrekening zonder kosten

1. Als belanghebbende een terugvordering niet of niet geheel betaalt en voor de terugvordering geen betalingsregeling als bedoeld in artikel 79.7 aangaat, of niet om een betalingsregeling als bedoeld in artikel 79.7 of 79.8 verzoekt, kan Dienst Toeslagen betaling van de terugvordering bewerkstelligen door middel van de maatregel Toeslagverrekening zonder kosten. Dienst Toeslagen verrekent dan de terugvordering met een aan belanghebbende maandelijks uit te keren voorschotbedrag.

79.9. Geen verdere invorderingsmaatregelen voor toeslagschuld treffen

Als de belanghebbende door de verrekening van een voorschot kinderopvangtoeslag de lopende kosten voor kinderopvang geheel of gedeeltelijk niet meer kan voldoen, kan hij de Dienst Toeslagen verzoeken de verrekening ongedaan te maken. Als de belanghebbende aannemelijk maakt dat hij door de verrekening een lager bedrag aan bestaansmiddelen overhoudt dan overeenkomt met de voor hem geldende beslagvrije voet, vermeerderd met het bedrag van de lopende kosten van de kinderopvang als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid van de Wet kinderopvang, met inachtneming van het bepaalde in artikel 1.7, eerste, tweede en vierde lid van de Wet Kinderopvang, zal de Dienst Toeslagen rekening houden met de beslagvrije voet, vermeerderd met het bedrag van de lopende kosten voor de kinderopvang van de belanghebbende, vanaf de laatste verrekening die plaatsvond vóór de indiening van het verzoek en bij de daaropvolgende verrekeningen.

Artikel 79.9a. Uitstel van betaling in verband met bezwaar of herzieningsverzoek tegen een terugvorderingsbeschikking

2. Dienst Toeslagen zal gedurende het uitvoeren van de Toeslagverrekening zonder kosten in beginsel niet overgaan tot het nemen van aanvullende invorderingsmaatregelen voor de terugvordering waarvoor de maatregel wordt uitgevoerd. Als er aanwijzingen zijn dat de belangen van de Staat kunnen worden geschaad, kan Dienst Toeslagen ondanks het uitvoeren van de maatregel wel invorderingsmaatregelen treffen.

79.10. Aansprakelijkheid partner voor toeslagschuld

Het initiatief om tot verrekening over te gaan, zal in de regel liggen bij Dienst Toeslagen. De belanghebbende kan Dienst Toeslagen echter ook verzoeken om van de verrekeningsbevoegdheid gebruik te maken. In dat geval kan ook verrekening plaats vinden voordat de betalingstermijn is verstreken.

Artikel 79.5a. Verrekening en beslagvrije voet

Artikel 79.5b. Verrekening van kinderopvangtoeslag

79.5c. Toeslagverrekening zonder kosten

1. Als belanghebbende een terugvordering niet of niet geheel betaalt en voor de terugvordering geen betalingsregeling als bedoeld in artikel 79.7 aangaat, of niet om een betalingsregeling als bedoeld in artikel 79.7 of 79.8 verzoekt, kan Dienst Toeslagen betaling van de terugvordering bewerkstelligen door middel van de maatregel Toeslagverrekening zonder kosten. Dienst Toeslagen verrekent dan de terugvordering met een aan belanghebbende maandelijks uit te keren voorschotbedrag.

79.8. Betalingsregeling toeslagschuld op basis van betalingscapaciteit

3. Belanghebbende kan voorafgaand aan of gedurende de uitvoering van de Toeslagverrekening zonder kosten een verzoek bij Dienst Toeslagen indienen om de maatregel niet uit te voeren of voor het stopzetten van de maatregel. Dienst Toeslagen kent dit verzoek alleen toe als belanghebbende het op dat moment openstaande bedrag van de terugvordering ineens betaalt of als belanghebbende verzoekt om een betalingsregeling om de terugvordering te betalen en Dienst Toeslagen geen aanleiding heeft die betalingsregeling niet toe te kennen. Gedurende de behandeling van het verzoek wordt de maatregel voortgezet.

Artikel 79.9a. Uitstel van betaling in verband met bezwaar of herzieningsverzoek tegen een terugvorderingsbeschikking

Als een verzoek van een belanghebbende als bedoeld in artikel 3a van de Awir is toegewezen, dan wordt de eventuele partner als bedoeld in artikel 3 van de Awir niet als partner aangemerkt voor de toepassing van dit artikel. Dit geldt voor zover de belanghebbende ten tijde van het verzoek om een persoonlijke betalingsregeling nog steeds verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 3a van de Awir.

Zolang door Dienst Toeslagen uitstel is verleend voor de betaling van een toeslagschuld, vindt met betrekking tot deze toeslagschuld in beginsel geen verrekening plaats met termijnbedragen die worden uitbetaald:

Verrekening met termijnbedragen is echter wel toegestaan indien en voor zover deze worden aangewend voor de aflossing van een toeslagschuld door middel van een betalingsregeling als bedoeld in artikel 79.8 van deze leidraad. De verrekening wordt altijd geacht op basis van termijnen (niet ineens) plaats te vinden.

79.7. Standaardbetalingsregeling toeslagschuld

Uitgangspunt is dat de belanghebbende die te veel ontvangen toeslag moet terugbetalen in de gelegenheid wordt gesteld om het bedrag van de toeslagschuld te voldoen met een standaardbetalingsregeling.

79.3. Faillissement, WSNP en toeslagschuld

3. Belanghebbende kan voorafgaand aan of gedurende de uitvoering van de Toeslagverrekening zonder kosten een verzoek bij Dienst Toeslagen indienen om de maatregel niet uit te voeren of voor het stopzetten van de maatregel. Dienst Toeslagen kent dit verzoek alleen toe als belanghebbende het op dat moment openstaande bedrag van de terugvordering ineens betaalt of als belanghebbende verzoekt om een betalingsregeling om de terugvordering te betalen en Dienst Toeslagen geen aanleiding heeft die betalingsregeling niet toe te kennen. Gedurende de behandeling van het verzoek wordt de maatregel voortgezet.

79.13. Informatieverzoek gerechtsdeurwaarder omtrent toeslag

2. Dienst Toeslagen zal gedurende het uitvoeren van de Toeslagverrekening zonder kosten in beginsel niet overgaan tot het nemen van aanvullende invorderingsmaatregelen voor de terugvordering waarvoor de maatregel wordt uitgevoerd. Als er aanwijzingen zijn dat de belangen van de Staat kunnen worden geschaad, kan Dienst Toeslagen ondanks het uitvoeren van de maatregel wel invorderingsmaatregelen treffen.

Artikel 79.8a. Toeslagschuld te wijten aan opzet of grove schuld

4. Als de Toeslagverrekening zonder kosten wordt stopgezet, wordt deze niet opnieuw opgestart, ongeacht de reden waarom de maatregel is stopgezet.

79.11. Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde toeslagen

79.9. Geen verdere invorderingsmaatregelen voor toeslagschuld treffen

De standaardbetalingsregeling wordt zonder nader onderzoek in te stellen door de Dienst Toeslagen in de terugvorderingsbeschikking aangeboden. Wanneer een belanghebbende instemt met een door de Dienst Toeslagen aangeboden betalingsregeling moet de eerste termijn zijn voldaan op de vervaldag van de terugvorderingsbeschikking, zodat de regeling start. Na het verstrijken van de vervaldag van de terugvorderingsbeschikking wordt een standaardbetalingsregeling op aanvraag van de belanghebbende verleend.

De periode waarover de regeling zich uitstrekt is maximaal 24 maanden te rekenen vanaf de vervaldag van de terugvorderingsbeschikking of de datum van de beschikking waarbij de Dienst Toeslagen de betalingsregeling toestaat. De situatie kan zich voordoen dat de belanghebbende tijdens de looptijd van een standaardbetalingsregeling te maken krijgt met een nieuwe terugvordering. Er wordt dan een afzonderlijke standaardbetalingsregeling aangeboden voor de nieuwe terugvordering. Op verzoek van de belanghebbende kunnen deze afzonderlijke standaardbetalingsregelingen worden gebundeld tot een gezamenlijke standaardbetalingsregeling. Voor het totaalbedrag geldt dan weer de aflossingssystematiek van ten minste € 20 per maand per terugvordering gedurende maximaal 24 maanden gerekend vanaf de datum van het besluit waarbij de gebundelde betalingsregeling wordt toegekend.

De Dienst Toeslagen wijst een verzoek om een betalingsregeling af wanneer het belang van de invordering zich verzet tegen het verlenen van de betalingsregeling.

Artikel 79.9a. Uitstel van betaling in verband met bezwaar of herzieningsverzoek tegen een terugvorderingsbeschikking

Voor een toeslagschuld die is te wijten aan opzet of grove schuld van de belanghebbende of diens partner kan de Belastingdienst/Toeslagen een betalingsregeling van ten hoogste 24 maanden toestaan als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

79.6. Verrekening en uitstel van betaling toeslagschuld

Zolang door Dienst Toeslagen uitstel is verleend voor de betaling van een toeslagschuld, vindt met betrekking tot deze toeslagschuld in beginsel geen verrekening plaats met termijnbedragen die worden uitbetaald:

79.10. Aansprakelijkheid partner voor toeslagschuld

4. Als de Toeslagverrekening zonder kosten wordt stopgezet, wordt deze niet opnieuw opgestart, ongeacht de reden waarom de maatregel is stopgezet.

79.6. Verrekening en uitstel van betaling toeslagschuld

Als de belanghebbende wel over betalingscapaciteit beschikt, maar deze is niet voldoende om de toeslagschuld af te lossen in 24 maanden, dan zal de Dienst Toeslagen een regeling voor 24 maanden treffen, gebaseerd op die betalingscapaciteit. In de uitstelbeschikking zal worden opgenomen dat de regeling opnieuw wordt bezien na verloop van twaalf maanden.

79.12. Beslag door derden op toeslag

De standaardbetalingsregeling gaat uit van een af te lossen bedrag van € 20 per maand voor iedere terugvordering afzonderlijk. Als een terugvordering meer bedraagt dan € 480, wordt het maandelijks af te lossen bedrag zodanig verhoogd dat aflossing binnen 24 maandelijkse termijnen mogelijk is. De belanghebbende lost de toeslagschuld af door maandelijks het termijnbedrag over te maken naar de rekening van de Dienst Toeslagen.

79.8. Betalingsregeling toeslagschuld op basis van betalingscapaciteit

79.9b. Uitstel van betaling voor een bestuurlijke boete

79.13. Informatieverzoek gerechtsdeurwaarder omtrent toeslag

Wanneer een belanghebbende niet aan zijn aflossingsverplichtingen voldoet wordt de betalingsregeling beëindigd.

79.8. Betalingsregeling toeslagschuld op basis van betalingscapaciteit

De Dienst Toeslagen kan een andere betalingsregeling toestaan dan de standaardbetalingsregeling. Dit kan alleen als de belanghebbende schriftelijk kenbaar maakt dat hij niet in staat is de toeslagschuld te voldoen onder de condities die gelden voor de standaardbetalingsregeling. De belanghebbende moet dan op het daartoe bestemde formulier de benodigde informatie verstrekken aan de Dienst Toeslagen zodat beoordeeld kan worden of er sprake is van onvoldoende betalingscapaciteit om een maandelijkse aflossing overeenkomstig de standaardbetalingsregeling te voldoen.

79.13. Informatieverzoek gerechtsdeurwaarder omtrent toeslag

79.13. Informatieverzoek gerechtsdeurwaarder omtrent toeslag

De artikelen 11, 12, eerste tot en met vierde lid, 13 tot en met 16 van de regeling en de artikelen 25.5.5 tot en met 25.5.9 zijn hierbij van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:

79.9. Geen verdere invorderingsmaatregelen voor toeslagschuld treffen

Als uit de verstrekte gegevens blijkt dat de betalingscapaciteit voldoende is om de toeslagschuld af te lossen volgens de standaardbetalingsregeling, zal de Dienst Toeslagen een betalingsregeling toestaan waarbij de openstaande toeslagschuld in maximaal 24 maanden wordt voldaan.

Artikel 79.18. Afboeking van de betaling van een toeslagschuld

Als de belanghebbende wel over betalingscapaciteit beschikt, maar deze is niet voldoende om de toeslagschuld af te lossen in 24 maanden, dan zal de Dienst Toeslagen een regeling voor 24 maanden treffen, gebaseerd op die betalingscapaciteit. In de uitstelbeschikking zal worden opgenomen dat de regeling opnieuw wordt bezien na verloop van twaalf maanden.

Artikel 79.9a. Uitstel van betaling in verband met bezwaar of herzieningsverzoek tegen een terugvorderingsbeschikking

Als een belanghebbende of de in artikel 3 van de Awir bedoelde partner over vermogen in de zin van artikel 12, eerste tot en met vierde lid, van de regeling beschikt waarvan het niet onredelijk bezwarend is om dit liquide te maken, wordt pas na aanwending van dit vermogen een persoonlijke betalingsregeling toegekend, met dien verstande dat bevoorrechte schulden op het vermogen in mindering worden gebracht.

De Dienst Toeslagen wijst een verzoek om een persoonlijke betalingsregeling eveneens af wanneer het belang van de invordering zich verzet tegen het verlenen van de betalingsregeling.

Wanneer een belanghebbende niet aan zijn aflossingsverplichtingen voldoet, wordt de betalingsregeling beëindigd.

Artikel 79.8a. Toeslagschuld te wijten aan opzet of grove schuld

Voor toeslagschulden regelt artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Awir het uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen. De leden 1 tot en met 6 van dat artikel 7 zijn niet van toepassing als het ontstaan van de terugvordering te wijten is aan opzet of grove schuld (artikel 7, zesde lid, van de Uitvoeringsregeling Awir). In aanvulling op dat zesde lid geldt het volgende.

Artikel 79.8a. Toeslagschuld te wijten aan opzet of grove schuld

79.20. Corrigeren invorderingsrente

79.14. Rijksadvocaat in civiele procedures over toeslagen

Als het mogelijk is om een regeling van korter dan 24 maanden te treffen, moet die kortere regeling worden overeengekomen, afhankelijk van de betalingscapaciteit.

Een toeslagschuld die is te wijten aan opzet of grove schuld van de belanghebbende of diens partner en waarvoor geen betalingsregeling overeengekomen kan worden, moet geheel worden ingevorderd. Als belanghebbende of diens partner aannemelijk maakt dat zij niet meer beschikken over het ten onrechte ontvangen voorschot, belichaamd in de toeslagschuld, houdt de Belastingdienst/Toeslagen, op verzoek, bij de verrekening van een voorschot met die toeslagschuld, er rekening mee dat belanghebbende een bedrag aan bestaansmiddelen overhoudt dat overeenkomt met de voor hem geldende beslagvrije voet. In afwijking van wat in de eerste en tweede alinea van dit artikel is geregeld, is in deze gevallen geen sprake van een betalingsregeling.

De Dienst Toeslagen houdt de invordering van de toeslagschuld aan als er een verzoekschrift is ingediend bij Zijne Majesteit de Koning, de Commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven uit de Tweede Kamer of de Commissie voor de Verzoekschriften uit de Eerste Kamer de Staten-Generaal, de Nationale Ombudsman of het Ministerie van Financiën tot op dat verzoekschrift is beslist. De Dienst Toeslagen houdt de invordering van een toeslagschuld ook aan als de Belangenbehartiger een casus van de belanghebbende in behandeling heeft genomen. De Dienst Toeslagen doet dit tot het moment waarop behandeling van de casus door de Belangenbehartiger definitief is afgerond. Als naar het oordeel van de Dienst Toeslagen aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de Staat worden geschaad, kunnen na voorafgaande toestemming van het ministerie toch invorderingsmaatregelen getroffen worden.

80.2. Moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen

Eventuele bevoorrechte schulden (zoals belastingschulden) worden op het vermogen in mindering gebracht.

1.1.6. Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelen

1.1.6. Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelen

79.9b. Uitstel van betaling voor een bestuurlijke boete

Als een verzoek van een belanghebbende als bedoeld in artikel 3a van de Awir is toegewezen, dan wordt de eventuele partner als bedoeld in artikel 3 van de Awir niet als partner aangemerkt voor de toepassing van dit artikel. Dit geldt voor zover de belanghebbende ten tijde van het verzoek om een persoonlijke betalingsregeling nog steeds verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 3a van de Awir.

Artikel 79.17. Versnelde invordering toeslagen

Als blijkt dat de betalingscapaciteit lager is dan € 20 per maand, maar voldoende om het bedrag van de toeslagschuld in maximaal 24 maanden te voldoen – zij het met een lager bedrag dan € 20 – dan zal de Dienst Toeslagen een betalingsregeling toestaan die is gebaseerd op die betalingscapaciteit.

Na twaalf maanden kan de Dienst Toeslagen de belanghebbende opnieuw een vragenformulier toesturen. Als na ontvangst van het formulier een inkomensverbetering wordt geconstateerd, dan wordt het lopende uitstel ingetrokken en een nieuwe betalingsregeling getroffen op basis van het hogere bedrag van de betalingscapaciteit, gedurende de resterende twaalf maanden. Als een inkomensvermindering wordt geconstateerd, dan wordt een nieuwe betalingsregeling getroffen op basis van het lagere bedrag voor de resterende periode van twaalf maanden.

79.12. Beslag door derden op toeslag

79.11. Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde toeslagen

79.9b. Uitstel van betaling voor een bestuurlijke boete

Artikel 7.2 van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing bij de betaling van toeslagschulden.

Voor een toeslagschuld die is te wijten aan opzet of grove schuld van de belanghebbende of diens partner kan de Belastingdienst/Toeslagen een betalingsregeling van ten hoogste 24 maanden toestaan als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

79.11. Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde toeslagen

79.19. Onverschuldigdheid vervolgingskosten toeslagschuld

De Dienst Toeslagen kan als de belanghebbende of de in artikel 3 Awir bedoelde partner over vermogen in de zin van artikel 12, eerste tot en met vierde lid, van de regeling beschikt, waarvan het onredelijk bezwarend is dit liquide te maken als bedoeld in artikel 7, zevende lid, Uitvoeringsregeling Awir (hierna: illiquide vermogen), op verzoek een verlengde persoonlijke betalingsregeling toekennen met inachtneming van het volgende.

Artikel 79.17. Versnelde invordering toeslagen

De Dienst Toeslagen verlengt de persoonlijke betalingsregeling van 24 maanden met maximaal 48 maanden. Bij de maandelijkse termijnbetalingen houdt de Dienst Toeslagen rekening met de betalingscapaciteit van de belanghebbende. Deze wordt overeenkomstig artikel 79.8 van deze leidraad vastgesteld. In de periode waarmee de persoonlijke betalingsregeling is verlengd, lost de belanghebbende in beginsel een bedrag af gelijk aan de (over)waarde van het illiquide vermogen. Wanneer de betalingscapaciteit onvoldoende is om in een periode van 48 maanden een bedrag gelijk aan de (over)waarde van het illiquide vermogen af te lossen wordt maandelijks een bedrag afgelost gebaseerd op de aanwezige betalingscapaciteit. Wanneer de belanghebbende niet over enige betalingscapaciteit beschikt wordt een betalingsregeling voor maximaal 72 maanden toegekend waarin, zolang er geen betalingscapaciteit is, niet afgelost hoeft te worden.

79.15. Verzoekschriften aan andere instellingen

79.13. Informatieverzoek gerechtsdeurwaarder omtrent toeslag

Als de omstandigheden op grond waarvan de betalingsregeling is toegekend veranderen, is de belanghebbende verplicht de Dienst Toeslagen zo spoedig mogelijk hierover te informeren. Voorts kan de Dienst Toeslagen jaarlijks beoordelen of er sprake is van een verandering van het inkomen. Als blijkt dat er wijzigingen hebben plaatsgevonden van het inkomen, berekent de Dienst Toeslagen opnieuw de betalingscapaciteit van de belanghebbende en past het maandbedrag zo nodig aan. Wanneer een betalingsregeling is toegekend waarin de belanghebbende een bedrag aflost gelijk aan de (over)waarde van het illiquide vermogen of de toeslagschuld past de Dienst Toeslagen na verloop van 24 maanden de betalingsregeling alleen aan als de betalingscapaciteit naar beneden moet worden bijgesteld. Wanneer de belanghebbende een lager bedrag aflost dan de (over)waarde van het illiquide vermogen of de toeslagschuld past de Dienst Toeslagen de betalingsregeling ook aan wanneer de betalingscapaciteit naar boven moet worden bijgesteld. In dit laatste geval zal het maandelijks af te lossen bedrag worden verhoogd.

Artikel 79.8b. Verlengde betalingsregeling in verband met illiquide vermogen

Belanghebbende kan tijdens de looptijd van een verlengde betalingsregeling te maken krijgen met een nieuwe terugvordering. De Dienst Toeslagen kan deze terugvordering op verzoek van een belanghebbende meenemen in de verlengde betalingsregeling. De looptijd van de verlengde betalingsregeling blijft ongewijzigd. Nieuwe terugvorderingen kunnen tot 4 jaar gerekend vanaf de datum van het besluit waarbij de verlengde betalingsregeling is vastgesteld worden meegenomen.

79.19. Onverschuldigdheid vervolgingskosten toeslagschuld

De Dienst Toeslagen wijst een verzoek om een verlengde betalingsregeling af wanneer het belang van de invordering zich verzet tegen het verlenen van de betalingsregeling. De Dienst Toeslagen beëindigt de betalingsregeling als de gerechtigdheid tot het illiquide vermogen wijzigt. De betalingsregeling wordt eveneens beëindigd wanneer een belanghebbende niet aan zijn aflossingsverplichtingen voldoet. Wanneer de betalingsregeling wordt beëindigd kan de Dienst Toeslagen de invordering aanhouden voor een redelijke termijn zodat de belanghebbende het vermogen liquide kan maken dan wel op een andere manier een bedrag gelijk aan de (over)waarde van het vermogen kan voldoen. Dit geldt eveneens wanneer de Dienst Toeslagen de betalingsregeling afwijst.

1.1.8. Voor de invordering minder geschikte dagen

1.1.10. Positie belastingdeurwaarder

1.1.11. Bewaren invorderingsbescheiden

1.1.14. Diplomatieke status

7.6. Afboeking betaling op bestuurlijke boeten waarvoor uitstel van betaling is verleend

7.7. Afboeking van betalingen door aansprakelijkgestelden

7.8. Betaling bij vergissing

9.6. Verzuim ontvanger bij uitbetaling

Artikel 79.18. Afboeking van de betaling van een toeslagschuld

79.9. Geen verdere invorderingsmaatregelen voor toeslagschuld treffen

Als de belanghebbende een betalingsregeling is toegestaan als bedoeld in artikel 79.8 van deze leidraad, die rekening houdt met een betalingscapaciteit die ontoereikend is om het teruggevorderde bedrag binnen 24 maanden te voldoen, zal de Dienst Toeslagen na afloop van die betalingsregeling de belanghebbende meedelen geen invorderingsmaatregelen te zullen nemen voor de nog openstaande schuld. Hetzelfde geldt wanneer de belanghebbende een verlengde betalingsregeling is toegestaan als bedoeld in artikel 79.8b en er nog een openstaande schuld is na afloop van de regeling.

Artikel 79.17. Versnelde invordering toeslagen

In de hiervoor genoemde situaties wordt aan de mededeling de voorwaarde verbonden dat gedurende 3 jaar te rekenen vanaf de datum van de mededeling, eventuele toeslagen en teruggaven inkomstenbelasting – voor zover die niet in maandelijkse termijnen worden uitbetaald – zullen worden verrekend met de buiten de invordering gelaten schuld.

Artikel 79.9a. Uitstel van betaling in verband met bezwaar of herzieningsverzoek tegen een terugvorderingsbeschikking

Voor de toepassing van artikel 8 Uitvoeringsregeling Awir merkt Dienst Toeslagen een gemotiveerd bezwaarschrift tegen een terugvorderingsbeschikking of een herzieningsverzoek van een terugvorderingsbeschikking aan als een verzoek om uitstel van betaling. In beginsel verleent de Dienst Toeslagen het uitstel, tenzij de belanghebbende ter zake van de betreffende tegemoetkoming of het voorschot daarop onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel de belangen van de Staat zich tegen het verlenen van uitstel verzetten.

Een beroepschrift, een ingesteld hoger beroep of een verzoek om ambtshalve herziening, gelden niet als een verzoek om uitstel van betaling. In die situaties verzoekt de belanghebbende afzonderlijk om uitstel van betaling.

Artikel 75.6 van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing bij de invordering van toeslagschulden.

79.10. Aansprakelijkheid partner voor toeslagschuld

De partner van de belanghebbende – als bedoeld in artikel 3 Awir – is op grond van artikel 33 van de Awir aansprakelijk voor de schuld die voortvloeit uit een toeslagschuld die de belanghebbende onbetaald laat. In overeenstemming met de Awir zal de partner alleen aansprakelijk worden gesteld voor zover die ook feitelijk partner van de belanghebbende was gedurende de periode waarop de toeslagschuld betrekking heeft.

1.1.9. Binnenkomst van bescheiden

1.1.13. Informatieplicht

79.14. Rijksadvocaat in civiele procedures over toeslagen

Als een belanghebbende of de in artikel 3 Awir bedoelde partner over vermogen in de zin van artikel 12, eerste tot en met vierde lid, van de regeling beschikt, waarvan het niet onredelijk bezwarend is om dit liquide te maken, kent de Dienst Toeslagen pas na aanwending van dit vermogen een verlengde betalingsregeling toe.

79.15. Verzoekschriften aan andere instellingen

De Dienst Toeslagen houdt de invordering van de toeslagschuld aan als er een verzoekschrift is ingediend bij Zijne Majesteit de Koning, de Commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven uit de Tweede Kamer of de Commissie voor de Verzoekschriften uit de Eerste Kamer de Staten-Generaal, de Nationale Ombudsman of het Ministerie van Financiën tot op dat verzoekschrift is beslist. De Dienst Toeslagen houdt de invordering van een toeslagschuld ook aan als de Belangenbehartiger een casus van de belanghebbende in behandeling heeft genomen. De Dienst Toeslagen doet dit tot het moment waarop behandeling van de casus door de Belangenbehartiger definitief is afgerond. Als naar het oordeel van de Dienst Toeslagen aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de Staat worden geschaad, kunnen na voorafgaande toestemming van het ministerie toch invorderingsmaatregelen getroffen worden.

79.19. Onverschuldigdheid vervolgingskosten toeslagschuld

Artikel 80. Invordering, Awb en het moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen

In dit artikel is beleid opgenomen met betrekking tot artikel 4:121 van de Awb en het moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen.

80.1. Tenuitvoerlegging termijndwangbevel

Een eenmaal ingestelde vervolging voor één of meer van de vervallen termijnen van de belastingaanslag wordt met dezelfde voortvarendheid voltooid als de eindvervolging.

Derdenbeslag wordt gelegd onder de Staat der Nederlanden (het organisatieonderdeel Dienst Toeslagen). Dat organisatieonderdeel van de Belastingdienst is het bestuursorgaan dat op grond van de Awir is belast met de uitbetaling van de toeslagen.

Een gelegd beslag onder (de ontvanger van) de regiokantoren is niet rechtsgeldig. In die gevallen meldt (de ontvanger van) het regiokantoor op het verklaringsformulier geen toeslag verschuldigd te zijn en wordt voor nadere informatie verwezen naar Dienst Toeslagen.

79.13. Informatieverzoek gerechtsdeurwaarder omtrent toeslag

Een gerechtsdeurwaarder die gerechtigd is beslag te leggen ten laste van een schuldenaar is bevoegd aan Dienst Toeslagen te vragen of er periodieke betalingen worden verricht aan de schuldenaar. Artikel 67.2 van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de gerechtsdeurwaarder in zijn verzoek om informatie duidelijk moet maken dat hij handelt in opdracht van een schuldeiser die bevoegd is beslag te leggen op een toeslag.

Als aan de hand van de gegevens op het door de belanghebbende ingevulde vragenformulier is vastgesteld dat hij niet over enige betalingscapaciteit beschikt, dan zal Dienst Toeslagen de belanghebbende na die vaststelling meedelen geen invorderingsmaatregelen te zullen nemen voor de toeslagschuld in kwestie.

79.9b. Uitstel van betaling voor een bestuurlijke boete

Een nieuwe partner kan dus niet aansprakelijk worden gesteld voor een toeslagschuld die betrekking heeft op de periode waarin er nog geen sprake was van partnerschap.

79.11. Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde toeslagen

In aansluiting op artikel 33 van de Awir beschrijft dit artikel het beleid dat de Dienst Toeslagen hanteert bij de toepassing van de wettelijke aansprakelijkheid van derden voor terugvorderingen die samenhangen met toeslagen die zijn uitbetaald op een bankrekening waarover die derde heeft kunnen beschikken.

79.12. Beslag door derden op toeslag

79.14. Rijksadvocaat in civiele procedures over toeslagen

In de uitoefening van invorderingstaken door Dienst Toeslagen kan de Staat betrokken worden in een procedure voor de civiele rechter. In zaken waarin procesvertegenwoordiging verplicht is, zal de rijksadvocaat optreden als procesvertegenwoordiger.

79.15. Verzoekschriften aan andere instellingen

De Dienst Toeslagen houdt de invordering van de toeslagschuld aan als er een verzoekschrift is ingediend bij Zijne Majesteit de Koning, de Commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven uit de Tweede Kamer of de Commissie voor de Verzoekschriften uit de Eerste Kamer de Staten-Generaal, de Nationale Ombudsman of het Ministerie van Financiën tot op dat verzoekschrift is beslist. De Dienst Toeslagen houdt de invordering van een toeslagschuld ook aan als de Belangenbehartiger een casus van de belanghebbende in behandeling heeft genomen. De Dienst Toeslagen doet dit tot het moment waarop behandeling van de casus door de Belangenbehartiger definitief is afgerond. Als naar het oordeel van de Dienst Toeslagen aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de Staat worden geschaad, kunnen na voorafgaande toestemming van het ministerie toch invorderingsmaatregelen getroffen worden.

Artikel 79.17. Versnelde invordering toeslagen

Het beleid zoals beschreven in de artikelen 10 tot en met 10.7 van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing op de versnelde invordering van toeslagen.

Artikel 79.18. Afboeking van de betaling van een toeslagschuld

Artikel 7.2 van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing bij de betaling van toeslagschulden.

79.19. Onverschuldigdheid vervolgingskosten toeslagschuld

Artikel 75.6 van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing bij de invordering van toeslagschulden.

79.20. Corrigeren invorderingsrente

Artikel 28.2 van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing bij de invordering van toeslagschulden.

Artikel 80. Invordering, Awb en het moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen

In dit artikel is beleid opgenomen met betrekking tot artikel 4:121 van de Awb en het moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen.

80.1. Tenuitvoerlegging termijndwangbevel

Een eenmaal ingestelde vervolging voor één of meer van de vervallen termijnen van de belastingaanslag wordt met dezelfde voortvarendheid voltooid als de eindvervolging.

Als echter moet worden overgegaan tot lijfsdwang voor alle tot het moment van tenuitvoerlegging vervallen termijnen, dan kunnen in die tenuitvoerlegging niet worden begrepen de termijnen die zijn vervallen na de termijn(en) waarvoor het dwangbevel is uitgevaardigd.

Voor die nader vervallen termijnen moet wel eerst een aanmaning worden verzonden, waarna voor die termijnen een eigen dwangbevel kan worden uitgevaardigd.

80.2. Moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen

Het overgangsrecht met betrekking tot Afdeling 4.4.1 van de Awb (Vaststelling en inhoud van de verplichting tot betaling) bepaalt kort gezegd het volgende. Op een betalingsverplichting die is vastgesteld of ontstaan voor 1 juli 2009 geldt het recht van voor die datum. Voor betalingsverplichtingen van na 1 juli 2009 geldt de genoemde afdeling 4.4.1. Bij aanslagbelastingen geldt als moment van vaststelling de datum van dagtekening van de aanslag. Bij aangiftebelastingen wordt voor het moment van vaststelling aangesloten bij de dagtekening van de naheffingsaanslag.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)