Bijlage bij besluit van 12 juni 2008, nr. CPP2008/1137M

Type Beleidsregel
Publication 2026-07-01
Laatst bijgewerkt 2026-07-03
State In force
Source BWB
artikelen 314
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Voor een akkoord als bedoeld in artikel 22a van de regeling, betekent dit dat de ontvanger daarmee in kan stemmen, als het door hem te ontvangen deel van de belastingschuld, ten minste hetzelfde percentage bedraagt als hetgeen aan concurrente crediteuren op hun vorderingen wordt aangeboden die in het akkoord zijn betrokken.

Indien een akkoord op grond van artikel 22a van de regeling niet mogelijk is, vindt kwijtschelding voor ondernemers uitsluitend plaats bij een zogenoemd saneringsakkoord in de zin van artikel 22 van de regeling. Zie ook artikel 26.3 van deze leidraad.

73.6.6. Begrip belastingschuld en (buiten)gerechtelijk akkoord

Bij de beoordeling van een akkoord stelt de ontvanger eerst vast op welke belastingaanslagen het akkoord betrekking heeft. Uitgangspunt daarbij is de materiële belastingschuld die is ontstaan tot aan de dag dat de wettelijke schuldsaneringsregeling is uitgesproken of de dag waarop een buitengerechtelijk akkoord wordt aangeboden.

Er rust een inspanningsverplichting op de Belastingdienst om de te saneren schuld zo volledig mogelijk en tot het juiste bedrag vast te stellen, in die zin dat de materieel verschuldigde belasting wordt geformaliseerd in een aanslag.

De ontvanger betrekt bestuurlijke boeten, rente en kosten integraal in een akkoord.

73.6.7. Schuldig nalatig en (buiten)gerechtelijk akkoord

Voor het premiedeel AOW dat is begrepen in aanslagen waarvoor de Sociale Verzekeringsbank een onherroepelijk vaststaande beschikking van schuldige nalatigheid heeft afgegeven, mag de ontvanger geen enkele poging tot invordering meer ondernemen. Daarnaast dient de ontvanger deze aanslagen niet ter verificatie in bij een faillissement of WSNP. Dit betekent dat deze aanslagen niet worden meegenomen in een (buiten)gerechtelijk akkoord.

Het onderscheid in de verschillende inkomensbestanddelen is gebaseerd op artikel 25, vierde, vijfde en achtste lid en artikel 70b, van de wet. Het uitstel wordt per bestanddeel bij voor bezwaar vatbare beschikking verleend.

74.1.4. Hoogte zekerheid

Aangezien de ontvanger niet heeft ingestemd met het akkoord, verleent hij geen kwijtschelding. De belastingvorderingen die resteren na het dwangakkoord blijven als natuurlijke verbintenissen over.

Belastingteruggaven met een dagtekening gelegen na de datum van het akkoord die betrekking hebben op een periode vóór de uitspraak van de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, zal de ontvanger in beginsel niet verrekenen met de vorderingen die tot een natuurlijke verbintenis zijn getransformeerd. De ontvanger verrekent deze belastingteruggaven alleen als het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn de belastingteruggaaf niet te kunnen verrekenen. Daarvan is in ieder geval sprake als de vordering van de ontvanger en de belastingteruggaaf zien op dezelfde belasting en hetzelfde tijdvak.

73.6.9. Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord

Indien een akkoord op grond van artikel 22a van de regeling niet mogelijk is, vindt kwijtschelding voor ondernemers uitsluitend plaats bij een zogenoemd saneringsakkoord in de zin van artikel 22 van de regeling. Zie ook artikel 26.3 van deze leidraad.

73.7. Wettelijk breed moratorium

Gedurende een door de rechtbank afgekondigde afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, schort de ontvanger lopende invorderingsmaatregelen op. Verrekeningen met belastingteruggaven vinden gedurende de afkoelingsperiode niet plaats, ongeacht de periode waarin die teruggaaf is ontstaan. De afkoelingsperiode is niet van invloed op een eventueel verleend uitstel van betaling of een voorwaardelijk verleende kwijtschelding. Hierop blijft het in deze leidraad opgenomen beleid op de artikelen 25 en 26 van de wet van toepassing. Gedurende de afkoelingsperiode schort de ontvanger de uitbetaling aan een derde op in verband met een executoriaal beslag op belastingteruggaven van de belastingschuldige.

Artikel 74. Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten

In dit artikel is het volgende beleid over uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten opgenomen:

74.1. Uitstelfaciliteiten op grond van artikel 25 van de wet – algemene uitgangspunten

74.1.1. Voorwaarden bij uitstel zonder schriftelijk verzoek

In het geval waarin op grond van de artikelen 1e en 2, van de regeling of op grond van deze leidraad een schriftelijk verzoek van de belastingschuldige niet nodig is om voor de uitstelfaciliteit in aanmerking te komen, verleent de ontvanger automatisch uitstel van betaling onder de voorwaarden dat:

19.1.1. Bekendmaking vordering

19.2.3. Opkomen in faillissement

19.3.9. Toepassing beslagvrije voet bij AOW-gerechtigden

20.1. Voorwaarden lijfsdwang

21.4. Bodemvoorrecht in faillissement en in de WSNP

22.8.1. Verzet artikel 435, derde lid, Rv tegen bodembeslag

22.8.6. Taak van de ontvanger met betrekking tot beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet

24.6.4. Beroepsprocedure weigeren instemming cessie of verpanding en Awb

25.1.3. Redenen afwijzing verzoek om uitstel

25.1.5. Beëindigen van een betalingsregeling met meer dan één termijn

25.1.5. Beëindigen van een betalingsregeling met meer dan één termijn

25.1.9. Uitstel voor een ambtshalve belastingaanslag

25.1.8. Na (afwijzen) uitstel veertien dagen wachttijd

25.1.11. Uitstel voor een bestuurlijke boete

25.1.11. Uitstel voor een bestuurlijke boete

25.1.15. Verzoekschriften aan andere instellingen

25.2.2.a. Afzonderlijk verzoek om uitstel in verband met een bezwaarschrift

25.2.6. Onherroepelijke invorderingsmaatregelen voor bestreden belastingschuld

25.2.3. De beslissing op het verzoek om uitstel van betaling

25.6.2b. Verklaring derde deskundige

25.5.10. Belastingschuldige stelt zelf een betalingsregeling voor

25.6.3. Uitstelbeleid particulieren geldt voor ex-ondernemers

26.2.12. Studiefinanciering en kwijtschelding voor particulieren

26.4.2. Administratief beroep of nieuw verzoek om kwijtschelding bij de ontvanger

26.4.3. Beroepsfase kwijtschelding

28.3a. Vermindering in rekening gebrachte invorderingsrente bij uitstel van betaling op grond van artikel 25.4.6

28.2. Correctie berekende invorderingsrente

Artikel 27a. Betalingskorting

28.5. Rente- of schadevergoeding

33.3. Lichaam dat is ontbonden bij aansprakelijkheid

Op de volgorde waarin de ontvanger deze derden aansprakelijk stelt, is het bepaalde in artikel 35.11 van deze leidraad van overeenkomstige toepassing. In doorleensituaties betekent dit dat de ontvanger de doorlener als eerste aansprakelijk stelt en pas daarna de uiteindelijke inlener.

34.4.3. Wanprestatie/onrechtmatig handelen en inlenersprakelijkheid

35.3.7. Winkelbedrijf in de confectiesector en eigenbouwerschap

36.4. Kennelijk onbehoorlijk bestuur

In deze omstandigheden moet de belastingschuldige de betalingsonmacht melden aan de ontvanger.

Artikel 38. Aansprakelijkheid voor loon- en kansspelbelasting

43.2. Uitstel van betaling – verzoek om verrekening en fiscale eenheid omzetbelasting

Artikel 45

49.3. De aansprakelijkstelling – in gebreke zijn

49.9. Overgangsrecht

Artikel 55. tot en met 57

58.1. Geen invorderingsonderzoek tijdens een gerechtelijke procedure

Artikel 70d. tot en met 72

Artikel 67. Geheimhoudingsplicht

73.1.1. Aanmelden belastingschulden in WSNP of faillissement

In aansluiting op artikel 70cc van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de disculpatiemogelijkheid van de bestuurder.

73.1.8. Uitstel in relatie tot WSNP en faillissement

Artikel 73. Insolventieprocedures

73.1.6. Bodemvoorrecht in WSNP en faillissement

73.2.2. De WSNP is beëindigd met een schone lei

73.3a.1. Geldend beleid bij aangeboden WHOA-akkoord

73.4.7. Steunvordering UWV voor faillissementsaanvraag

73.4.12. Opkomen in faillissement

73.6.1. Buitengerechtelijk akkoord

73.5.7. Na de toepassing van de MSNP

74.1. Uitstelfaciliteiten op grond van artikel 25 van de wet – algemene uitgangspunten

73.7. Wettelijk breed moratorium

Gedurende een door de rechtbank afgekondigde afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, schort de ontvanger lopende invorderingsmaatregelen op. Verrekeningen met belastingteruggaven vinden gedurende de afkoelingsperiode niet plaats, ongeacht de periode waarin die teruggaaf is ontstaan. De afkoelingsperiode is niet van invloed op een eventueel verleend uitstel van betaling of een voorwaardelijk verleende kwijtschelding. Hierop blijft het in deze leidraad opgenomen beleid op de artikelen 25 en 26 van de wet van toepassing. Gedurende de afkoelingsperiode schort de ontvanger de uitbetaling aan een derde op in verband met een executoriaal beslag op belastingteruggaven van de belastingschuldige.

Artikel 74. Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten

74.1. Uitstelfaciliteiten op grond van artikel 25 van de wet – algemene uitgangspunten

In aanvulling op artikel 1e, tweede lid, van de regeling kan zekerheidstelling door de belastingschuldige achterwege blijven, als er sprake is van emigratie én waardeoverdracht van kapitaal aan een buitenlandse, niet in een EU-lidstaat, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland gevestigde, aangewezen verzekeraar of pensioenfonds, welke zich heeft verplicht tot het verschaffen van inlichtingen en tot het stellen van zekerheid.

74.2.2. Verscheidene contracten en artikel 25, vijfde lid, van de wet

Het onderscheid in de verschillende inkomensbestanddelen is gebaseerd op artikel 25, vierde, vijfde en achtste lid en artikel 70b, van de wet. Het uitstel wordt per bestanddeel bij voor bezwaar vatbare beschikking verleend.

74.1.4. Hoogte zekerheid

In de gevallen waarin de ontvanger zekerheid eist alvorens uitstel van betaling te verlenen, moet de hoogte van de zekerheidstelling steeds gelijk zijn aan de actuele waarde van de fiscale claim.

1.1.7. Invorderingsmaatregelen tegen grote bedrijven

1.1.8. Voor de invordering minder geschikte dagen

1.1.9. Binnenkomst van bescheiden

1.1.10. Positie belastingdeurwaarder

1.1.10. Positie belastingdeurwaarder

1.1.12. Verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingen

1.1.13. Informatieplicht

1.1.12. Verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingen

Artikel 2. Begrippen

2.1. Woonplaats

3.2.2. Ontbreken belastingaanslag en conservatoir beslag

Artikel 3a

Artikel 6. Reikwijdte van de wet

7.6. Afboeking betaling op bestuurlijke boeten waarvoor uitstel van betaling is verleend

7.4. Rente en kosten bij afboeking betalingen

22.9.2.1. Leaseregeling

23a.1. Wanneer kan het bijzonder verhaalsrecht worden ingeroepen

24.6.3. Instemming of weigering met een cessie of verpanding

25.1.10. Uitstel voor een aanslag ter behoud van rechten

25.2.1. Bezwaar tegen hoogte belastingaanslag

Als de ontvanger overgaat tot verrekening, licht hij de belastingschuldige in bij de bekendmaking van de beschikking omtrent zijn beweegredenen.

25.2.10. Uitstel voor herzieningsverzoeken en verzoeken om ambtshalve vermindering

25.3a.4. Redenen beëindigen standaardbetalingsregeling

25.5. Betalingsregeling voor particulieren

25.5.7. Berekening betalingscapaciteit – bijzondere uitgaven

25.5.11. Betalingsregeling langer dan twaalf maanden

25.5.11. Betalingsregeling langer dan twaalf maanden

25.7.2. Beroepsfase uitstel

26.3.3. Voorwaarden tot deelname aan een saneringsakkoord

Artikel 41

42.1. Reikwijdte aansprakelijkheid voor overdrachtsbelasting

42d.1. Hoofdelijke aansprakelijkheid en verhaal op de opbrengst

Artikel 46. Aansprakelijkheid voor rechten van successie of erfbelasting, overgang en schenking of schenkbelasting

49.3.2. In gebreke zijn en versnelde invordering

49.6. Aansprakelijkheid – eerst uitwinning belastingschuldige

Artikel 55. tot en met 57

53.2. Ontslag van betalingsverplichting aansprakelijk gestelde bestuurder en verwijtbaarheid

Artikel 62. Informatieverplichtingen van de administratieplichtige

73.1.11. Toeslagenschuld in relatie tot MSNP, WSNP en faillissement

73.2.3. De WSNP is beëindigd zonder schone lei of de schone lei is ingetrokken

73.3a.2a. Tijdelijk uitkeringspercentage WHOA

73.4.7. Steunvordering UWV voor faillissementsaanvraag

73.5.2. Opschorten invorderingsmaatregelen na verzoek MSNP

73.6.1. Buitengerechtelijk akkoord

73.5a. Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door anderen dan leden van de NVVK of gemeenten

73.6.9. Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord

73.6.8. Gevolgen dwangakkoord

Als de rechter in het kader van een wettelijke schuldsanering een dwangakkoord oplegt aan de gezamenlijke schuldeisers, lijdt de ontvanger het deel van de belastingschuld dat onvoldaan blijft oninbaar.

74.1.3. Conserverende aanslag met meerdere inkomensbestanddelen

Als uitstel van betaling is verleend voor een conserverende belastingaanslag, dan wordt dat uitstel niet beëindigd als zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet.

73.1.11. Toeslagenschuld in relatie tot MSNP, WSNP en faillissement

73.3.1. Uitstel, kwijtschelding en surséance

73.3.1. Uitstel, kwijtschelding en surséance

73.6.4a. Tijdelijk uitkeringspercentage buitengerechtelijk akkoord voor ondernemers

73.6.1. Buitengerechtelijk akkoord

73.6.6. Begrip belastingschuld en (buiten)gerechtelijk akkoord

74.1.5. Versnelde invordering

74.2. Uitstel op basis van artikel 25, vijfde lid, van de wet

De uitsteltermijn voor een conserverende aanslag als bedoeld in artikel 70b van de wet vangt aan vanaf de dag na de vervaldag van de voor die aanslag geldende enige of laatste betalingstermijn.

In aanvulling op artikel 1e, tweede lid, van de regeling kan zekerheidstelling door de belastingschuldige achterwege blijven, als er sprake is van emigratie én waardeoverdracht van kapitaal aan een buitenlandse, niet in een EU-lidstaat, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland gevestigde, aangewezen verzekeraar of pensioenfonds, welke zich heeft verplicht tot het verschaffen van inlichtingen en tot het stellen van zekerheid.

In aanvulling op de artikelen 1e en 2, van de regeling kan een schriftelijk verzoek om voor uitstel in aanmerking te komen ook achterwege blijven, als er sprake is van een conserverende belastingaanslag die wordt opgelegd naar aanleiding van een M-biljet dat is ingediend in verband met de emigratie van een belastingschuldige naar een land dat geen lidstaat is van de Europese Unie.

74.1.3. Conserverende aanslag met meerdere inkomensbestanddelen

Er kan een conserverende belastingaanslag opgelegd worden die betrekking heeft op meerdere te conserveren inkomensbestanddelen. Als voor al deze of voor enkele bestanddelen uitstel van betaling wordt verzocht, dan verleent de ontvanger uitstel recht evenredig aan het aandeel van het betreffende inkomensbestanddeel in de grondslag van de geconserveerde belasting.

26.5.1. Invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding

Artikel 27a. Betalingskorting

Artikel 28. Invorderingsrente

27.7. Na verjaring geen civiele invordering

33.6. Gewezen bestuurder bij aansprakelijkheid

Artikel 35. Ketenaansprakelijkheid

35.5.1. Vrijwaring ketenaansprakelijkheid door betaling via de g-rekening

35.3.5. Woningcorporaties en eigenbouwerschap

35.5. Ketenaansprakelijkheid en g-rekening

35.3.4. Uitbesteding werk en eigenbouwerschap

35.5.3. Wanprestatie/onrechtmatig handelen en ketenaansprakelijkheid

35.12.7. Beslistermijn verzoek betalingsgedrag

36.5.1. Betalingsonmacht en de wijze van melding daarvan

36.5.7. Faillissement en melding betalingsonmacht

49.3.1. Wanneer in gebreke

49.3.2. In gebreke zijn en versnelde invordering

73.3a. WHOA-akkoord

73.4.14. Na de toepassing van het faillissement

73.7. Wettelijk breed moratorium

Als een voorlopige conserverende aanslag wordt gevolgd door een conserverende aanslag, dan stelt de ontvanger de belastingschuldige schriftelijk in kennis van het feit dat het verleende uitstel voor de betaling van de voorlopige conserverende aanslag, de zekerheid die in verband hiermee is gesteld, alsmede eventueel gedane betalingen, worden toegerekend aan de conserverende aanslag.

74.2.1. Zekerheid en artikel 25, vijfde lid, van de wet

Naast de normale vormen van zekerheid, kan zekerheidstelling ook plaatsvinden door verpanding van het pensioenkapitaal aan de Belastingdienst, mits de buitenlandse verzekeraar instemt met die verpanding.

Het onderscheid in de verschillende inkomensbestanddelen is gebaseerd op artikel 25, vierde, vijfde en achtste lid en artikel 70b, van de wet. Het uitstel wordt per bestanddeel bij voor bezwaar vatbare beschikking verleend.

74.1.4. Hoogte zekerheid

In de gevallen waarin de ontvanger zekerheid eist alvorens uitstel van betaling te verlenen, moet de hoogte van de zekerheidstelling steeds gelijk zijn aan de actuele waarde van de fiscale claim.

De uitsteltermijn voor een conserverende aanslag als bedoeld in artikel 70b van de wet vangt aan vanaf de dag na de vervaldag van de voor die aanslag geldende enige of laatste betalingstermijn.

74.4. Nadere voorwaarden voor uitstel op basis van artikel 25, achtste lid, van de wet

Bij uitstel van betaling op grond van artikel 25, negende, veertiende of zestiende lid, van de wet is artikel 25.1.4 van deze leidraad van toepassing. Dit houdt in dat het verleende uitstel onder meer wordt beëindigd als er een situatie is ontstaan zoals omschreven in de artikelen 10 en 15 van de wet en de ontvanger van oordeel is dat de verhaalbaarheid van de belastingschuld waarvoor uitstel is verleend, ernstig in gevaar komt.

Als een betalingsregeling is getroffen voor de belastingaanslag die is opgelegd bij vervreemding van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen, is over die betalingen invorderingsrente verschuldigd indien en voor zover de betaling van de verschenen termijnen niet tijdig plaatsvindt.

74.9. Vervallen

Voor zover de conserverende aanslag meer bedraagt dan de voorlopige conserverende aanslag verleent de ontvanger uitstel van betaling voor het bedrag dat de voorlopige conserverende aanslag te boven gaat, met inachtneming van de bepalingen die gelden voor die conserverende aanslag.

74.2. Uitstel op basis van artikel 25, vijfde lid, van de wet

Als een betalingsregeling is getroffen voor de belastingaanslag die is opgelegd bij vervreemding van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen, is over die betalingen invorderingsrente verschuldigd indien en voor zover de betaling van de verschenen termijnen niet tijdig plaatsvindt.

74.6. Schriftelijk verzoek en artikel 25, twaalfde lid, van de wet

In dit verband wordt gewezen op artikel 64, eerste lid, aanhef en onderdeel a., van de Pensioenwet dat een zodanige verpanding voor pensioenen mogelijk maakt. Overigens geldt dat verpanding van het pensioenkapitaal in het kader van artikel 25, vijfde lid, van de wet geen handeling is die tot invordering van de conserverende belastingaanslag leidt.

74.6.1. Schriftelijk verzoek en artikel 25, twaalfde lid, van de wet

Invorderingsrente wordt dan berekend vanaf het tijdstip waarop de desbetreffende termijnen zijn verschenen tot het moment van de feitelijke voldoening. Invorderingsrente is tevens verschuldigd vanaf het tijdstip waarop de wettelijke aanspraak op uitstel van betaling is vervallen omdat niet (meer) aan de daartoe gestelde voorwaarden wordt voldaan.

Als een conserverende aanslag is opgelegd die betrekking heeft op meer dan één lijfrentecontract of pensioenregeling en vervolgens worden één of meer van die contracten of regelingen op niet-reguliere wijze afgewikkeld, dan moet het uitstel daarvoor worden ingetrokken en wordt het uitstel gecontinueerd voor de overige contracten en regelingen. De hierbij noodzakelijke toerekening van het uitstel vindt opnieuw naar evenredigheid plaats.

De ontvanger verleent uitsluitend uitstel van betaling als de belastingschuldige daartoe een schriftelijk verzoek heeft ingediend. Het indienen van een aangiftebiljet voor het recht van successie (erfbelasting) waarin een beroep wordt gedaan op de uitstelfaciliteiten bedoeld in artikel 25, twaalfde lid, van de wet wordt als een zodanig verzoek aangemerkt.

74.6.1. Schriftelijk verzoek en artikel 25, twaalfde lid, van de wet

De inspecteur zal dan een (nieuwe) belastingaanslag opleggen naar aanleiding van die omstandigheden.

58.3. Invorderingsonderzoek tijdens faillissement

62.1. Gerechtelijke verklaringsprocedure

73.6.6. Begrip belastingschuld en (buiten)gerechtelijk akkoord

73.6.9. Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord

74.1.2. M-biljet is verzoek om uitstel

74.5. Rente en uitstel op basis van artikel 25, negende en elfde lid

74.2.3. Remigratie en artikel 25, vijfde lid, van de wet

De inspecteur zal dan een (nieuwe) belastingaanslag opleggen naar aanleiding van die omstandigheden.

74.3. Duur van het uitstel op basis van artikel 70b van de wet

Als uitstel van betaling is verleend voor een conserverende belastingaanslag, dan wordt dat uitstel niet beëindigd als zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet.

74.5. Rente en uitstel op basis van artikel 25, negende en elfde lid

In aanvulling op artikel 1e, tweede lid, van de regeling kan zekerheidstelling door de belastingschuldige achterwege blijven, als er sprake is van emigratie én waardeoverdracht van kapitaal aan een buitenlandse, niet in een EU-lidstaat, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland gevestigde, aangewezen verzekeraar of pensioenfonds, welke zich heeft verplicht tot het verschaffen van inlichtingen en tot het stellen van zekerheid.

74.6. Schriftelijk verzoek en artikel 25, twaalfde lid, van de wet

10.4. Geen vaste woonplaats in Nederland en versnelde invordering

11.3. Achterwege laten van tussentijdse vervolging en aanmaning

11.5. Betalingsherinnering

12.1. Onderwerp van het dwangbevel

12.1. Onderwerp van het dwangbevel

13.1. Betekening dwangbevel per post

Artikel 13. Betekening van het dwangbevel

13.2. Betekening dwangbevel door de belastingdeurwaarder

13.3. Bijzondere gevallen van betekening dwangbevel

13.3. Bijzondere gevallen van betekening dwangbevel

14.5.4. Deskundige hulp en beslag op schepen

14.5.4. Deskundige hulp en beslag op schepen

19.1.1. Bekendmaking vordering

19.1.3. Niet voldoen aan de vordering

19.1.5. Vermindering of vernietiging van de belastingaanslag in relatie tot vordering

Artikel 19.1.8. Vordering ten laste van de echtgenoot

22.8.8. Onduidelijk bezwaar tegen bodembeslag

22.8.9. Samenloop administratief beroep en verzet tegen bodembeslag

24.3a. Verrekening teruggaaf artikel 29, eerste lid, Wet op de omzetbelasting

24.6.4. Beroepsprocedure weigeren instemming cessie of verpanding en Awb

25.1. Algemene uitgangspunten uitstelbeleid

25.6.1. Duur betalingsregeling ondernemers

Artikel 26. Kwijtschelding van belastingen

26.6. Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding

26.4.5. Beslissing directeur op beroep bij kwijtschelding

28.3. Vermindering terecht in rekening gebrachte invorderingsrente

27.7. Na verjaring geen civiele invordering

32.3. Belastingrente, heffingsrente en aansprakelijkheid

34.4.1. Vrijwaring inlenersaansprakelijkheid door betaling via de g-rekening

33.3. Lichaam dat is ontbonden bij aansprakelijkheid

34.4.2. Inlenersaansprakelijkheid bij WSNP of faillissement uitlener

35.12.11. Curator/bewindvoerder en verklaring betalingsgedrag

35.12.2. Twee soorten verklaringen betalingsgedrag onderaannemer

35.12.8. Wanneer geen verklaring betalingsgedrag

74.1.5. Versnelde invordering

Als een voorlopige conserverende aanslag wordt gevolgd door een conserverende aanslag, dan stelt de ontvanger de belastingschuldige schriftelijk in kennis van het feit dat het verleende uitstel voor de betaling van de voorlopige conserverende aanslag, de zekerheid die in verband hiermee is gesteld, alsmede eventueel gedane betalingen, worden toegerekend aan de conserverende aanslag.

Als een betalingsregeling is getroffen voor de belastingaanslag die is opgelegd ter zake van inkomen uit aanmerkelijk belang in verband met de indirecte overdracht (de houdstermaatschappij van de aandelen in de werkmaatschappij draagt de aandelen over) van de aandelen in een vennootschap van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen tegen een lagere prijs dan de waarde in economische verkeer, derhalve een gift, is over de betalingen invorderingsrente verschuldigd indien en voor zover de betaling van de verschenen termijnen niet tijdig plaatsvindt.

Als aan een belastingschuldige een conserverende belastingaanslag is opgelegd en deze remigreert binnen tien jaar nadat de ontvanger uitstel van betaling heeft verleend op de voet van artikel 25, vijfde lid, van de wet, gaat de ontvanger niet op basis van die conserverende belastingaanslag over tot invordering, als zich na datum van remigratie een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 25, vijfde lid, laatste volzin, van de wet.

74.6.2. Rente en artikel 25, elfde lid, van de wet

In dit artikel is het volgende beleid over kosten van vervolging opgenomen:

De uitsteltermijn voor een conserverende aanslag als bedoeld in artikel 70b van de wet vangt aan vanaf de dag na de vervaldag van de voor die aanslag geldende enige of laatste betalingstermijn.

74.4. Nadere voorwaarden voor uitstel op basis van artikel 25, achtste lid, van de wet

Vervallen.

74.8. Uitstel op basis van artikel 25, zestiende lid, van de wet

Invorderingsrente wordt dan berekend vanaf het tijdstip waarop de desbetreffende termijnen zijn verschenen tot het moment van de feitelijke voldoening. Als het recht op uitstel geheel of ten dele is vervallen, wordt invorderingsrente berekend vanaf het moment dat de rechtvaardigingsgrond voor het uitstel niet langer bestaat.

74.5a. Rente en uitstel op basis van artikel 25, elfde lid, van de wet

Als een betalingsregeling is getroffen voor de belastingaanslag die is opgelegd ter zake van inkomen uit aanmerkelijk belang in verband met de indirecte overdracht (de houdstermaatschappij van de aandelen in de werkmaatschappij draagt de aandelen over) van de aandelen in een vennootschap van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen tegen een lagere prijs dan de waarde in economische verkeer, derhalve een gift, is over de betalingen invorderingsrente verschuldigd indien en voor zover de betaling van de verschenen termijnen niet tijdig plaatsvindt.

74.11. Uitstel op basis van artikel 25, achttiende en negentiende lid, van de wet

Het uitstel wordt verleend voor de aflossingsperiode die is overeengekomen tussen de overdrager en de overnemer. Als geen aflossingsperiode is overeengekomen, of als de aflossingsperiode meer bedraagt meer tien kalenderjaren, dan eindigt de uitstelperiode bij het begin van het tiende jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de belastingaanslag betrekking heeft.

De ontvanger verleent uitsluitend uitstel van betaling als de belastingschuldige daartoe een schriftelijk verzoek heeft ingediend. Het indienen van een aangiftebiljet voor het recht van successie (erfbelasting) waarin een beroep wordt gedaan op de uitstelfaciliteiten bedoeld in artikel 25, twaalfde lid, van de wet wordt als een zodanig verzoek aangemerkt.

Als het recht op uitstel is vervallen, wordt invorderingsrente berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag na de dag waarop het uitstel is geëindigd tot het moment van betaling.

74.6.2. Rente en artikel 25, elfde lid, van de wet

Het uitstel wordt verleend voor de aflossingsperiode die is overeengekomen tussen de overdrager en de overnemer. Als geen aflossingsperiode is overeengekomen, of als de aflossingsperiode meer bedraagt meer tien kalenderjaren, dan eindigt de uitstelperiode bij het begin van het tiende jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de belastingaanslag betrekking heeft.

Artikel 15

19.1.6b. Geen vordering voor corona bonus zorgprofessional

22.9.2.1. Leaseregeling

24.2. Betwiste schuld en verrekening

25.6.3. Uitstelbeleid particulieren geldt voor ex-ondernemers

25.5a. Verlengde betalingsregeling in verband met illiquide vermogen

26.4.7. Niet tijdig beslissen op een verzoek om kwijtschelding

33.4. Vereffenaar bij aansprakelijkheid

35.3.2. Het begrip bedrijf en eigenbouwerschap

35.3.3. De normale bedrijfsuitoefening en eigenbouwerschap

Artikel 61. Geen geheimhoudingsplicht bij de informatieverplichtingen

73.6.2a. Betaling bedrag saneringsakkoord

74.1.5. Versnelde invordering

74.7. Beoordeling verzoek om uitstel en artikel 25, veertiende lid, van de wet

74.4. Nadere voorwaarden voor uitstel op basis van artikel 25, achtste lid, van de wet

Naast de normale vormen van zekerheid, kan zekerheidstelling ook plaatsvinden door verpanding van het pensioenkapitaal aan de Belastingdienst, mits de buitenlandse verzekeraar instemt met die verpanding.

74.2.3. Remigratie en artikel 25, vijfde lid, van de wet

75.1. Gevorderde som bevat geen vervolgingskosten

Bij de beoordeling van het direct af te lossen bedrag en van de vermogensbestanddelen van de belastingschuldige wordt gehandeld in overeenstemming met het reguliere uitstelbeleid.

Bij de beoordeling van het direct af te lossen bedrag en van de vermogensbestanddelen van de belastingschuldige wordt gehandeld in overeenstemming met het reguliere uitstelbeleid.

74.9. Vervallen

Invorderingsrente wordt dan berekend vanaf het tijdstip waarop de desbetreffende termijnen zijn verschenen tot het moment van de feitelijke voldoening. Invorderingsrente is tevens verschuldigd vanaf het tijdstip waarop de wettelijke aanspraak op uitstel van betaling is vervallen omdat niet (meer) aan de daartoe gestelde voorwaarden wordt voldaan.

74.6. Schriftelijk verzoek en artikel 25, twaalfde lid, van de wet

74.6.1. Schriftelijk verzoek en artikel 25, twaalfde lid, van de wet

Een verzoek van de belastingschuldige tot vermindering van de in rekening gebrachte kosten wordt aangemerkt als een bezwaarschrift. Het bepaalde in artikel 75.3 van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing.

74.7. Beoordeling verzoek om uitstel en artikel 25, veertiende lid, van de wet

Als uitgangspunt voor de betalingsregeling als bedoeld in artikel 25, veertiende lid, van de wet geldt de situatie waarin niet (direct) de benodigde middelen worden verkregen om de verschuldigde belasting te voldoen. Wordt de zaak vervreemd of vinden aflossingen plaats, komen in zoverre middelen beschikbaar om de nog openstaande belastingschuld te betalen en is er aanleiding het uitstel te beëindigen.

74.7.1. Vervallen

Vervallen.

Dit artikel beschrijft het beleid bij het in rekening brengen van kosten van vervolging. Met ‘vervolgingskosten of kosten’ wordt bedoeld de kosten die op grond van de Kostenwet invordering rijksbelastingen (Kostenwet) in rekening worden gebracht.

Als uitgangspunt voor de betalingsregeling als bedoeld in artikel 25, zestiende lid, van de wet geldt de situatie waarin niet (direct) de benodigde middelen worden verkregen om de verschuldigde belasting te voldoen. Voor zover de woning ophoudt een eigen woning te zijn dan wel aflossingen plaatsvinden, komen in zoverre middelen beschikbaar om de nog openstaande belastingschuld te betalen en is er aanleiding het uitstel te beëindigen.

75.7. Niet-verwijtbaarheid en vervolgingskosten

Om redenen van beleid worden de laatstgenoemde kosten enkel in rekening gebracht als de verkoop op uitdrukkelijk verzoek van de belastingschuldige elders gebeurt dan wel als daarbij voornamelijk zijn belang is gediend. Eventuele gemaakte reiskosten door de Belastingdienst voor de betekening en de tenuitvoerlegging van het dwangbevel kunnen niet op de belastingschuldige worden verhaald, evenals mogelijke porti- en telefoonkosten.

7.5. Het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagen

10.6. Verkoop namens derden en versnelde invordering

11.5. Betalingsherinnering

11.6. Aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg

12.2. Tegen wie verleent de ontvanger een dwangbevel

Artikel 14. Tenuitvoerlegging van het dwangbevel

14.1.2. Houding van de belastingdeurwaarder tijdens tenuitvoerlegging

14.1.2. Houding van de belastingdeurwaarder tijdens tenuitvoerlegging

14.1.4. Volgorde van uitwinning bij beslag

14.1.9. Opschorten van de executie

14.2. Beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn

14.2.2. Domiciliekeuze en beslag roerende zaken

14.2.9. Wegvoeren van beslagen zaken

25.1.2. Toewijzing van het verzoek om uitstel van betaling

25.3.4. Verrekening en uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag

25.5.4. Behandeling verzoek betalingsregeling particulieren

25.7.4. Niet tijdig beslissen op een verzoek om uitstel

35.2.1. Werk van stoffelijke aard

35.3.1. Eigenbouwerschap – beoordeling van geval tot geval

Artikel 62. Informatieverplichtingen van de administratieplichtige

74.5a. Rente en uitstel op basis van artikel 25, elfde lid, van de wet

Als een betalingsregeling is getroffen voor de belastingaanslag die is opgelegd bij vervreemding van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen, is over die betalingen invorderingsrente verschuldigd indien en voor zover de betaling van de verschenen termijnen niet tijdig plaatsvindt.

74.10. Uitstel op basis van artikel 25, zeventiende lid, van de wet

74.8. Uitstel op basis van artikel 25, zestiende lid, van de wet

Vervallen.

Als de belastingschuldige in beroep gaat tegen de uitspraak op het bezwaar, handelt de ontvanger overeenkomstig de voorschriften van het Besluit Beroep in Belastingzaken.

75.11. Limitering betekeningskosten dwangbevel

Als het recht op uitstel is vervallen, wordt invorderingsrente berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag na de dag waarop het uitstel is geëindigd tot het moment van betaling.

24.6.5. Bekendmaking beschikking directeur bij cessie of verpanding

27.6. Rente en kosten en verjaring

28.2. Correctie berekende invorderingsrente

34.1. Vervoersovereenkomsten en huur van bemand materieel

36.5.3. Melding betalingsonmacht ten kantore

74.1.6. Voorlopige conserverende aanslag gevolgd door conserverende aanslag

75.3. Rechtsmiddelen en vervolgingskosten

75.6. Onverschuldigdheid van vervolgingskosten

Als het recht op uitstel is vervallen, wordt invorderingsrente berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag volgend op de dag waarop het uitstel is geëindigd tot het moment van betaling.

Bij de beoordeling van het direct af te lossen bedrag en van de vermogensbestanddelen van de belastingschuldige wordt gehandeld in overeenstemming met het reguliere uitstelbeleid.

74.9. Vervallen

74.11. Uitstel op basis van artikel 25, achttiende en negentiende lid, van de wet

Het uitstel wordt verleend voor de aflossingsperiode die is overeengekomen tussen de overdrager en de overnemer. Als geen aflossingsperiode is overeengekomen, of als de aflossingsperiode meer bedraagt meer tien kalenderjaren, dan eindigt de uitstelperiode bij het begin van het tiende jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de belastingaanslag betrekking heeft.

75.11. Limitering betekeningskosten dwangbevel

Als het recht op uitstel is vervallen, wordt invorderingsrente berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag volgend op de dag waarop het uitstel is geëindigd tot het moment van betaling.

Artikel 75. Kosten van vervolging

Dit artikel beschrijft het beleid bij het in rekening brengen van kosten van vervolging. Met ‘vervolgingskosten of kosten’ wordt bedoeld de kosten die op grond van de Kostenwet invordering rijksbelastingen (Kostenwet) in rekening worden gebracht.

76.1. Algemene uitgangspunten

In dit artikel is het volgende beleid over kosten van vervolging opgenomen:

In de volgende gevallen brengt de ontvanger voor het uitbrengen van exploten geen vervolgingskosten in rekening:

De gevorderde som bij een aanmaning of dwangbevel (waarvan onderscheidenlijk sprake is in artikel 2 en artikel 3, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen) is te verstaan als het belastingbedrag waarvoor de aanmaning of het dwangbevel is uitgevaardigd, dus zonder de vervolgingskosten en eventuele – pro memorie opgenomen – rente.

75.2. Aan derden toekomende bedragen

Onder de bedragen die op grond van artikel 6 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen aan de belastingschuldige in rekening worden gebracht, vallen:

14.2.9. Wegvoeren van beslagen zaken

14.2.13. Executoriale verkoop computerapparatuur

14.2.16. Bieden voor rekening van het Rijk en beslag roerende zaken

Als de belastingschuldige te kennen geeft dat hij een afschrift van het proces-verbaal van verkoop wenst, wordt hem dit zo spoedig mogelijk toegezonden, met dien verstande dat de namen en woonplaatsen van de kopers onleesbaar zijn gemaakt.

14.3.1. Bewaring van in beslag genomen roerende zaken bij beslag onroerende zaken

14.4.3. Roerende zaken bij derden

14.4.3. Roerende zaken bij derden

14.4.8. Afdracht binnen de vierwekentermijn bij derdenbeslag

14.4.12. Onverschuldigde betaling en derdenbeslag

14.4.12. Onverschuldigde betaling en derdenbeslag

19.3.1. Overwegen van vordering op periodieke uitkeringen

19.3.3a. Beslagvrije voet en vakantiegeld

19.3.7. Periodieke uitkeringen onder de bijstandsnorm

19.5. Vrij te laten bedrag en betalingsvordering bij geen adres in Nederland

20.1. Voorwaarden lijfsdwang

20.3. Toepassing van lijfsdwang

20.5. Lijfsdwang in geval van civiele vordering

Artikel 21. Voorrecht rijksbelastingen

22.3. Overbetekening bodembeslag

22.8. Verzet en beroep

22.8.9. Samenloop administratief beroep en verzet tegen bodembeslag

22.9.2. Lease

24.6.1. Geen verrekening bij instemming cessie of verpanding

33.7. Disculpatie bestuurders, leiders en vaste vertegenwoordigers

59.1. Teruggave gegevensdragers aan derde

63b.3. Verzuimboete bij niet nakomen verplichting artikel 60, tweede lid van de wet

74.1.2. M-biljet is verzoek om uitstel

74.3. Duur van het uitstel op basis van artikel 70b van de wet

75.2. Aan derden toekomende bedragen

74.10. Uitstel op basis van artikel 25, zeventiende lid, van de wet

Voor het verlenen van uitstel van betaling op grond van artikel 25, zeventiende lid, van de wet wordt geen zekerheid verlangd.

75.10. Geen kwijtschelding van vervolgingskosten

Als om uitstel van betaling wordt verzocht, is het beleid dat is verwoord in artikel 25.1 en 25.2 van deze leidraad van overeenkomstige toepassing.

75.4. Verzoek om vermindering vervolgingskosten aanmerken als bezwaar

Naast de gevallen genoemd in artikel 25, negentiende lid, van de wet, beëindigt de ontvanger het uitstel als de onderneming na de overdracht wederom is gestaakt en de overnemer als gevolg daarvan voldoende liquide middelen heeft verkregen om de verschuldigde overdrachtsprijs te kunnen voldoen.

Als om uitstel van betaling wordt verzocht, is het beleid dat is verwoord in artikel 25.1 en 25.2 van deze leidraad van overeenkomstige toepassing.

75.4. Verzoek om vermindering vervolgingskosten aanmerken als bezwaar

Hieronder vallen ook de kosten die verbonden zijn aan de werkzaamheden die de belastingdeurwaarder verricht voor de invordering op civiele wijze.

73.4.3. Particulieren en faillissement

74.2.2. Verscheidene contracten en artikel 25, vijfde lid, van de wet

74.5. Rente en uitstel op basis van artikel 25, negende en elfde lid

75.3. Rechtsmiddelen en vervolgingskosten

75.1. Gevorderde som bevat geen vervolgingskosten

34.9. Latere brutering en inlenersaansprakelijkheid

Artikel 75. Kosten van vervolging

75.9. Aansprakelijkgestelden en vervolgingskosten

Van zo’n situatie kan sprake zijn als de belastingschuldige aantoont in omstandigheden te hebben verkeerd die het hem feitelijk onmogelijk maakten zijn verplichtingen tijdig na te komen en bovendien de invordering van vervolgingskosten – gezien de omstandigheden van het specifieke geval – onredelijk en onbillijk is.

Als de belastingschuldige in beroep gaat tegen de uitspraak op het bezwaar, handelt de ontvanger overeenkomstig de voorschriften van het Besluit Beroep in Belastingzaken.

De ontvanger kan zich beperken tot de stukken die in de procedure over de toepassing van de Kostenwet relevant zijn.

75.9. Aansprakelijkgestelden en vervolgingskosten

Als om uitstel van betaling wordt verzocht, is het beleid dat is verwoord in artikel 25.1 en 25.2 van deze leidraad van overeenkomstige toepassing.

8.4. Vooraf uitnodigen erfgenamen tot betalen belastingaanslag

9.3. Uitbetaling voorlopige teruggave in één termijn

9.5. Begrippen bij betalingstermijnen

9.6. Verzuim ontvanger bij uitbetaling

9.6. Verzuim ontvanger bij uitbetaling

10.2. vrees voor verduistering en versnelde invordering

75.5. Niet in rekening brengen van vervolgingskosten

75.8. Versnelde invordering en vervolgingskosten

Indiening van een bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep) stuit op grond van artikel 6:16 Awb niet de aanvang of de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de akte van vervolging.

75.4. Verzoek om vermindering vervolgingskosten aanmerken als bezwaar

Een verzoek van de belastingschuldige tot vermindering van de in rekening gebrachte kosten wordt aangemerkt als een bezwaarschrift. Het bepaalde in artikel 75.3 van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing.

25.4.3. Verrekening tijdens een betalingsregeling

74.2.1. Zekerheid en artikel 25, vijfde lid, van de wet

75.6. Onverschuldigdheid van vervolgingskosten

Naast de gevallen waarin ten aanzien van de kostenberekening rekenfouten zijn gemaakt dan wel een onjuist tarief is gehanteerd, zijn kosten niet verschuldigd in de volgende gevallen:

Om redenen van beleid worden de laatstgenoemde kosten enkel in rekening gebracht als de verkoop op uitdrukkelijk verzoek van de belastingschuldige elders gebeurt dan wel als daarbij voornamelijk zijn belang is gediend. Eventuele gemaakte reiskosten door de Belastingdienst voor de betekening en de tenuitvoerlegging van het dwangbevel kunnen niet op de belastingschuldige worden verhaald, evenals mogelijke porti- en telefoonkosten.

Het voorgaande laat onverlet dat kwijtschelding wordt verleend dan wel kosten buiten invordering worden gelaten, wanneer de hoofdsom wordt kwijtgescholden dan wel buiten invordering gelaten. Hiervoor wordt verwezen naar hetgeen is vermeld bij artikel 26 van deze leidraad.

75.11. Limitering betekeningskosten dwangbevel

Als door de ontvanger of de belastingdeurwaarder op dezelfde dag aan een belastingschuldige meerdere dwangbevelen worden betekend, is de belastingschuldige niet meer betekeningskosten verschuldigd dan het, op grond van artikel 3, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen, maximaal in rekening te brengen bedrag voor het betekenen van een dwangbevel.

Naast de gevallen waarin ten aanzien van de kostenberekening rekenfouten zijn gemaakt dan wel een onjuist tarief is gehanteerd, zijn kosten niet verschuldigd in de volgende gevallen:

75.7. Niet-verwijtbaarheid en vervolgingskosten

In uitzonderlijke situaties kan er voor de ontvanger aanleiding bestaan de in rekening gebrachte vervolgingskosten – hoezeer ook verschuldigd – te verminderen als de belastingschuldige hier schriftelijk om verzoekt.

Van zo’n situatie kan sprake zijn als de belastingschuldige aantoont in omstandigheden te hebben verkeerd die het hem feitelijk onmogelijk maakten zijn verplichtingen tijdig na te komen en bovendien de invordering van vervolgingskosten – gezien de omstandigheden van het specifieke geval – onredelijk en onbillijk is.

75.8. Versnelde invordering en vervolgingskosten

Als invorderingsmaatregelen worden getroffen met inachtneming van de artikelen 10 en 15 van de wet, vermeldt de belastingdeurwaarder in de akte van betekening bij het dwangbevel dat de in verband met die maatregelen berekende vervolgingskosten niet verschuldigd zijn als de openstaande belastingschuld binnen twee werkdagen na uitreiking van het aanslagbiljet wordt betaald. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op de beslagkosten.

75.9. Aansprakelijkgestelden en vervolgingskosten

Voor de door aansprakelijkgestelden verschuldigde kosten die het gevolg zijn van invorderingsmaatregelen die tegen de aansprakelijkgestelde zijn genomen, is artikel 75 van overeenkomstige toepassing.

75.10. Geen kwijtschelding van vervolgingskosten

Kwijtschelding van vervolgingskosten is niet mogelijk wegens vermeende betalingsonmacht. De ontvanger doet in dat geval ook geen toezegging dat deze kosten niet zullen worden ingevorderd.

76.4. Uitwinnen van zekerheid voor rechten bij invoer

De ontvanger kan een zekerheid uitwinnen als de schuldenaar na een ingebrekestelling (aanmaning) niet aan een uitnodiging tot betaling voldoet. Als de ontvanger de schuldenaar een betalingsregeling verleent, wint de ontvanger de zekerheid niet uit zolang de schuldenaar aan deze regeling voldoet.

Artikel 77. Verplichtingensignaal motorrijtuigenbelasting

Als zekerheid is gesteld op grond van communautaire bepalingen of van de Algemene douanewet moet de zekerheid worden uitgewonnen door het organisatieonderdeel van de Belastingdienst waar de zekerheid is gesteld. Als bij het verlenen van uitstel van betaling als voorwaarde een afzonderlijke zekerheid is gesteld voor belastingen bij invoer, moet deze worden uitgewonnen door de ontvanger die het uitstel heeft verleend.

76.4. Uitwinnen van zekerheid voor rechten bij invoer

De ontvanger kan een zekerheid uitwinnen als de schuldenaar na een ingebrekestelling (aanmaning) niet aan een uitnodiging tot betaling voldoet. Als de ontvanger de schuldenaar een betalingsregeling verleent, wint de ontvanger de zekerheid niet uit zolang de schuldenaar aan deze regeling voldoet.

De invordering van de eigen middelen voor de Europese Unie (rechten bij in- en uitvoer) vindt voor een belangrijk deel plaats met toepassing van verordeningen. Met name het DWU en de daarbij horende gedelegeerde verordening en uitvoeringsverordening (hierna tezamen aangeduid als: DWU) zijn in dit verband van belang. De invordering vindt plaats op grond van de wet, maar als de wet strijdig is met het DWU geldt hetgeen in het DWU is bepaald.

De wettelijke bepalingen die gelden voor de rechten bij in- en uitvoer zijn in beginsel ook van toepassing op de omzetbelasting ex artikel 22 Wet op de Omzetbelasting, de accijnzen, de verbruiksbelastingen en kolenbelasting die bij invoer verschuldigd worden. Het DWU is dan ook voor deze nationale middelen medebepalend voor het onder de wet te voeren invorderingsbeleid.

76.6. Geen zekerheid bij douaneschuld en versnelde invordering

De bevoegdheid tot invordering door de ontvanger van de douane-onderdelen van de organisatie van de Belastingdienst (hierna: de douane-ontvanger) vloeit voort uit artikel 5, punt 1 DWU en artikel 1:3 Adw. De bevoegdheid van de douane-ontvanger strekt zich uit tot onder meer de invoerrechten (waaronder begrepen de landbouwheffingen en de anti-dumpingheffingen).

Artikel 22bis.1. Uitzondering verplichte mededeling ex artikel 22bis, tweede of derde lid van de wet

1.

De verplichting tot mededeling, bedoeld in artikel 22bis, tweede of derde lid van de wet, geldt behoudens de in de wet genoemde gevallen bovendien niet indien de derde of belastingschuldige geen ander voornemen in de zin van artikel 22bis, tweede of derde lid van de wet heeft dan het afvoeren van een bodemzaak van de bodem van de belastingschuldige en:

2.

Voor ‘de individuele bodemzaak’, ‘een individuele bodemzaak’, ‘die zaak’, ‘de bodemzaak’ of ‘die bodemzaak’ zoals genoemd in het eerste lid, onderdeel B, kan gelezen worden ‘het samenstel van bodemzaken die samen één zaak vormen’.

3.

Voor ‘individuele bodemzaak’, ‘zaak’ of ‘bodemzaak’ zoals genoemd in het eerste lid, onderdeel B, kan gelezen worden ‘verschillende bodemzaken die gezamenlijk en gelijktijdig verworven en geleverd of verpand worden’.

Artikel 22bis.2. Onverkorte mededelingsverplichting

In afwijking van artikel 22bis.1., eerste lid, geldt de mededelingsplicht voor de onder onderdeel B genoemde gevallen onverkort indien:

Artikel 22bis.3. Normale uitoefening van het bedrijf of beroep

Onder handelingen die worden verricht in de normale uitoefening van het bedrijf of beroep van de belastingschuldige worden verstaan vervangingsinvesteringen of andere handelingen die nadrukkelijk in het teken staan van de continuïteit van het bedrijf of beroep van de belastingschuldige zoals dat bedrijf ten tijde van die handeling wordt gevoerd respectievelijk het beroep wordt uitgeoefend. Handelingen die plaatsvinden met het oogmerk zekerheid uit te winnen of te versterken, vinden niet plaats in de normale uitoefening van het bedrijf of het beroep.

Artikel 22bis.4. Reactietermijn ontvanger na mededeling

In het geval de ontvanger na ontvangst van een mededeling besluit geen beslag te leggen, stelt hij de derde of de belastingschuldige daarvan zo spoedig mogelijk in kennis.

Ten aanzien van de behandelingstermijn van de mededeling houdt de ontvanger zoveel als mogelijk rekening met de hem ter kennis gebrachte gerechtvaardigde belangen van de belastingschuldige en van derden.

Artikel 22bis.5. Overleg n.a.v. mededeling ex artikel 22bis, tweede lid, van de wet

De derde of de belastingschuldige die voornemens is zijn rechten uit te oefenen, dan wel een andere handeling te verrichten of te laten verrichten in de zin van artikel 22bis, tweede of derde lid, van de wet, kan in overleg treden met de ontvanger teneinde overeenstemming te bereiken over de afhandeling van de mededeling. Hierbij zijn de uitgangspunten als beschreven in de artikelen 22bis.5.1. tot en met 22bis.5.3. van deze leidraad van toepassing.

Artikel 22bis.5.1. Afkoop voorrecht of verhaalsrecht

Op verzoek van de derde of de belastingschuldige die de mededeling heeft gedaan, kan de ontvanger afzien van het leggen van beslag c.q. de vervolging van een naar aanleiding van de mededeling gelegd beslag op de betreffende bodemzaken, tegen betaling van een geldsom. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:

Artikel 22bis.5.2. Reorganisatie en schuldsanering

Op verzoek van de belastingschuldige of de derde die de mededeling heeft gedaan, kan de ontvanger afzien van het leggen van beslag c.q. de vervolging van een naar aanleiding van de mededeling gelegd beslag op de betreffende bodemzaken indien dit noodzakelijk is voor de instandhouding van de onderneming of van een deel van de onderneming. Wanneer de bedoelde instandhouding niet kan slagen zonder schuldsanering, is daarbij het bepaalde in de artikelen 26.3 of 73.6 van deze leidraad van overeenkomstige toepassing. Waar op grond van deze artikelen zekerheidstelling wordt vereist, omvat die zekerheid tenminste de betreffende bodemzaken.

Artikel 22bis.5.3. Reorganisatie en uitstel van betaling

Op verzoek van de belastingschuldige of de derde die de mededeling heeft gedaan, kan de ontvanger afzien van het leggen van beslag c.q. de vervolging van een naar aanleiding van de mededeling gelegd beslag op de betreffende bodemzaken indien dit noodzakelijk is voor de instandhouding van de onderneming of van een deel van de onderneming. Wanneer de bedoelde instandhouding niet kan slagen zonder dat voor een bepaalde periode uitstel van betaling wordt verleend, is daarbij het bepaalde in de artikelen 25.6.1. tot en met 25.6.2B. van deze leidraad van overeenkomstige toepassing. In elk geval is voor het uitstel zekerheidstelling vereist, welke zekerheid tenminste de betreffende bodemzaken omvat.

Artikel 22bis. Mededeling

22a.1. Autoverhuurbedrijven en leasemaatschappijen

In de volgende gevallen brengt de ontvanger voor het uitbrengen van exploten geen vervolgingskosten in rekening:

Artikel 76. Douane en invordering

In dit artikel over de Douane en invordering is het volgende beleid opgenomen:

De bevoegdheid tot invordering door de ontvanger van de douane-onderdelen van de organisatie van de Belastingdienst (hierna: de douane-ontvanger) vloeit voort uit artikel 5, punt 1 DWU en artikel 1:3 Adw. De bevoegdheid van de douane-ontvanger strekt zich uit tot onder meer de invoerrechten (waaronder begrepen de landbouwheffingen en de anti-dumpingheffingen).

76.2. Aanspreken borg

In deze leidraad wordt op diverse plaatsen de directeur aangewezen als instantie bij wie men in administratief beroep kan komen tegen beslissingen van de ontvanger. In voorkomende gevallen gelden deze aanwijzingen ook voor de rechten bij in- en uitvoer.

Als door de ontvanger of de belastingdeurwaarder op dezelfde dag aan een belastingschuldige meerdere dwangbevelen worden betekend, is de belastingschuldige niet meer betekeningskosten verschuldigd dan het, op grond van artikel 3, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen, maximaal in rekening te brengen bedrag voor het betekenen van een dwangbevel.

Artikel 76. Douane en invordering

In dit artikel over de Douane en invordering is het volgende beleid opgenomen:

76.1. Algemene uitgangspunten

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)