Bijlage bij besluit van 12 juni 2008, nr. CPP2008/1137M

Type Beleidsregel
Publication 2026-07-01
Laatst bijgewerkt 2026-07-03
State In force
Source BWB
artikelen 314
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Artikel 63. tot en met 63ab

In aansluiting op artikel 62 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de gerechtelijke verklaringsprocedure.

62.1. Gerechtelijke verklaringsprocedure

Alleen als de derde dit schriftelijk verzoekt, geeft de ontvanger de gegevensdragers terug aan de belastingschuldige.

Artikel 60. Formele bepalingen voor de informatieverplichtingen

In aansluiting op artikel 60 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

60.1. Redelijke termijn voor verstrekken van informatie

Er zijn in deze leidraad op artikel 62a van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Artikel 63. tot en met 63ab

Als de gegevens ook na herhaald verzoek niet voldoen aan de gestelde eisen, beoordeelt de ontvanger of hij een civiele procedure begint of de strafsancties van Hoofdstuk VIII van de wet toepast. Aan de belastingschuldige die niet voldoet aan de verplichting van artikel 60, tweede lid, van de wet, kan de ontvanger een verzuimboete als bedoeld in artikel 63b, tweede lid, van de wet opleggen.

Artikel 63b. Bestuurlijke boeten

In aansluiting op artikel 61 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over niet van de administratie gescheiden (beroeps-)vertrouwelijke gegevens.

61.1. Niet van de administratie gescheiden (beroeps-)vertrouwelijke gegevens

Doorgaans zijn de beroepsvertrouwelijke gegevens en de financiële gegevens gescheiden. Als het onvermijdelijk is dat de ontvanger privacygegevens onder ogen krijgt, vormt dit geen grond om de verstrekking van gegevens of de beschikbaarstelling van gegevensdragers te weigeren. De ontvanger is op grond van artikel 67, eerste lid, van de wet gehouden tot geheimhouding van die gegevens.

Artikel 62. Informatieverplichtingen van de administratieplichtige

Er zijn in deze leidraad op artikel 62bis van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Artikel 63c. en 64

Er zijn in deze leidraad op de artikelen 63c en 64 van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Artikel 65. Niet nakomen informatieverplichting: strafmaat voor misdrijf

In aansluiting op artikel 63b van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

63b.1. Algemene uitgangspunten

Er zijn in deze leidraad op de artikelen 65a en 66 van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Artikel 67. Geheimhoudingsplicht

Ter zake van een verzuim als bedoeld in artikel 63b, eerste lid, van de wet kan de ontvanger een boete opleggen van 5 procent van de niet, gedeeltelijk niet of niet binnen de termijn betaalde belasting tot het wettelijk maximum van die bepaling. De boete wordt minimaal gesteld op € 50. In afwijking hiervan kan de ontvanger in uitzonderlijke gevallen een boete tot het in artikel 63b, eerste lid, van de wet genoemde maximum opleggen, zonder rekening te houden met de genoemde 5 procent. Als het bedrag waarover de bestuurlijke boete is berekend wordt verlaagd door een vermindering of teruggaaf van belasting over dezelfde belasting en hetzelfde tijdvak, wordt de opgelegde boete naar evenredigheid verlaagd, tot een minimum van € 50.

67.1. Bekendmaking aan de belastingschuldige

Deze informatieplicht behelst uitsluitend gegevens met betrekking tot:

73.1.1. Aanmelden belastingschulden in WSNP of faillissement

De beschikking waarbij de verzuimboete wordt opgelegd kan, maar behoeft niet gelijktijdig met een eventuele (ambtshalve) beslissing te worden genomen.

73.1.2. Invorderingsmaatregelen tijdens de toepassing van WSNP of faillissement

De ontvanger meldt ook conserverende belastingschulden ter verificatie aan bij de bewindvoerder.

73.1.5. Belangenbehartiging door de bewindvoerder of de curator

Aan de tweede eis is in elk geval niet voldaan, wanneer de bestuurder ten tijde van het sluiten van de overeenkomst tot afkoop van deze verplichtingen met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid kon voorzien dat de afwikkeling van die overeenkomst tot gevolg heeft dat er voor de voldoening van de ten gevolge van de afkoop verschuldigde vennootschapsbelasting geen of onvoldoende middelen beschikbaar zijn.

Artikel 70d. tot en met 72

In aansluiting op artikel 67 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

67.1. Bekendmaking aan de belastingschuldige

Er zijn in deze leidraad op de artikelen 70d, 70e, 70ea, 70f, 71 en 72 van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Artikel 73. Insolventieprocedures

In dit artikel is het volgende beleid over insolventieprocedures opgenomen:

73.1. Algemene uitgangspunten insolventieprocedures

Het verstrekken van andere informatie dan hiervoor genoemd, is in strijd met de geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de wet. Aan het enkele feit dat de gerechtsdeurwaarder een verzoek doet op grond van artikel 475g, derde lid, Rv mag de ontvanger het vertrouwen ontlenen dat er een gerechtigdheid bestaat tot het leggen van beslag tegen de schuldenaar in kwestie.

73.1.3. Boedelschulden

De ontvanger ziet er op toe dat de boedelschulden tijdig door de curator worden voldaan. Als belastingschulden die als boedelschulden kunnen worden aangemerkt, ten onrechte niet worden voldaan, wendt de ontvanger zich in beginsel eerst tot de curator teneinde informatie te verkrijgen over de toestand van de boedel en zo mogelijk langs minnelijke weg alsnog voldoening te bewerkstelligen. Als dit niet leidt tot een bevredigende oplossing wendt de ontvanger zich met zijn grieven tot de rechter-commissaris. In het uiterste geval kan de ontvanger rechtstreeks verhaal zoeken op de boedel.

73.1.8. Uitstel in relatie tot WSNP en faillissement

Na beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling kan de ontvanger voor belastingaanslagen die als natuurlijke verbintenissen moeten worden aangemerkt, geen bodembeslag meer leggen. Ook een reeds gelegd bodembeslag kan de ontvanger dan niet meer uitwinnen. Daarom zal de ontvanger in elk geval vóór het einde van de wettelijke schuldsaneringsregeling overgaan tot verkoop van de inbeslaggenomen bodemgoederen. Aansprakelijkstelling voor belastingaanslagen tijdens zowel het faillissement als tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling is mogelijk.

Artikel 70cc.1. Disculpatiemogelijkheid aansprakelijkheid bestuurder voor vennootschapsbelasting tot 1 april 2017

Belastingschulden ontstaan gedurende een surséance zijn boedelschulden in het faillissement (zie artikel 19.2.2 van deze leidraad).

73.1.4. Proceskostengarantie

In dit artikel is het volgende beleid over insolventieprocedures opgenomen:

73.1. Algemene uitgangspunten insolventieprocedures

De ontvanger meldt ook conserverende belastingschulden ter verificatie aan bij de bewindvoerder.

73.2.2. De WSNP is beëindigd met een schone lei

De ontvanger wint beslagen op zaken van derden niet uit, dan in het geval de verwachting gerechtvaardigd is dat de schuld niet geheel uit de boedel zal worden voldaan, tenzij de belangen van de ontvanger een ander standpunt rechtvaardigen. Voor bodemzaken ex artikel 22 van de wet behoudt de ontvanger het recht om lopende de insolventieprocedure over te gaan tot beslaglegging en executie. Het voorgaande is zowel van toepassing in faillissement als bij een wettelijke schuldsaneringsregeling.

73.1.7. Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar

De ontvanger ziet er op toe dat de boedelschulden tijdig door de curator worden voldaan. Als belastingschulden die als boedelschulden kunnen worden aangemerkt, ten onrechte niet worden voldaan, wendt de ontvanger zich in beginsel eerst tot de curator teneinde informatie te verkrijgen over de toestand van de boedel en zo mogelijk langs minnelijke weg alsnog voldoening te bewerkstelligen. Als dit niet leidt tot een bevredigende oplossing wendt de ontvanger zich met zijn grieven tot de rechter-commissaris. In het uiterste geval kan de ontvanger rechtstreeks verhaal zoeken op de boedel.

73.3.1. Uitstel, kwijtschelding en surséance

Zie voor toeslagenschuld in relatie tot MSNP artikel 79.4 en in relatie tot WSNP en/of faillissement artikel 79.3 van deze leidraad.

73.1.12. Verplichtingensignaal in relatie tot MSNP, WSNP en faillissement

Zie voor toeslagenschuld in relatie tot MSNP artikel 79.4 en in relatie tot WSNP en/of faillissement artikel 79.3 van deze leidraad.

73.1.12. Verplichtingensignaal in relatie tot MSNP, WSNP en faillissement

De bevoegdheid wordt pas uitgeoefend voor zover bij het vaststellen van de (slot)uitdelingslijst in het faillissement blijkt dat de bevoorrechte vorderingen van de ontvanger boven de pandhouder niet uit het vrije actief kunnen worden voldaan, of voor zover op voorhand duidelijk is dat de hoogte van de belastingschuld aantasting van de rechten van de pandhouder onvermijdelijk maakt.

73.2. insolventieprocedure – wettelijke schuldsanering

Zie voor bodemvoorrecht in WSNP en faillissement artikel 21.4 van deze leidraad.

73.1.7. Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar

Met betrekking tot belastingteruggaven die betrekking hebben op de periode voor de beëindiging (met schone lei) van de wettelijke schuldsaneringsregeling en die worden vastgesteld na beëindiging van die regeling, geldt het volgende. Teruggaven (na mogelijke verrekening met openstaande schulden) van minder dan € 500 worden uitbetaald aan de belastingschuldige zelf. Indien de belastingteruggave (na mogelijke verrekening met openstaande schulden) € 500 of meer bedraagt, zal de ontvanger contact opnemen met de gewezen bewindvoerder om met hem te overleggen of de vereffening moet worden heropend.

73.2.4. De WSNP is tussentijds beëindigd

Reeds in gang gezette aansprakelijkheidsprocedures kan de ontvanger voortzetten.

73.2.3. De WSNP is beëindigd zonder schone lei of de schone lei is ingetrokken

Zie voor bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot faillissement artikel 36.1, 36.2, 36.3 en 36.5.7 van deze leidraad.

73.1.11. Toeslagenschuld in relatie tot MSNP, WSNP en faillissement

Zie voor toeslagenschuld in relatie tot MSNP artikel 79.4 en in relatie tot WSNP en/of faillissement artikel 79.3 van deze leidraad.

73.1.12. Verplichtingensignaal in relatie tot MSNP, WSNP en faillissement

Voor uitstel van betaling in relatie tot surséance wordt verwezen naar artikel 25.1.4 en 25.4.4 van deze leidraad.

73.2.1. Kwijtschelding tijdens WSNP

Belastingvorderingen waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is en voor zover die na de beëindiging op grond van artikel 356, tweede lid, FW onvoldaan zijn gebleven, zijn aan te merken als natuurlijke verbintenissen ongeacht of de vorderingen door de ontvanger bij de bewindvoerder zijn aangemeld.

73.3a.1. Geldend beleid bij aangeboden WHOA-akkoord

Belastingteruggaven met een dagtekening gelegen na de datum waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling is geëindigd met een schone lei, die materieel betrekking hebben op een periode vóór de uitspraak van de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, zal de ontvanger in beginsel niet verrekenen met de vorderingen die tot een natuurlijke verbintenis zijn getransformeerd. De ontvanger verrekent deze belastingteruggaven alleen als het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn als de hij de belastingteruggave niet kan verrekenen. Daarvan is in ieder geval sprake als de vordering van de ontvanger, en de belastingteruggaaf zien op dezelfde belasting en hetzelfde tijdvak.

73.3a.2. Voorwaarden WHOA-akkoord

Reeds in gang gezette aansprakelijkheidsprocedures kan de ontvanger voortzetten.

73.2.3. De WSNP is beëindigd zonder schone lei of de schone lei is ingetrokken

De WSNP kan ook eindigen zonder schone lei (artikel 358, tweede lid, Fw) en de reeds verstrekte schone lei kan worden ingetrokken (artikel 358a, eerste lid, Fw). In die situaties kan de ontvanger de invordering hervatten.

73.2.4. De WSNP is tussentijds beëindigd

Als een schuldsaneringsregeling tussentijds wordt beëindigd in de zin van artikel 350, vijfde lid, Fw, blijft omzetting in faillissement achterwege als er geen baten beschikbaar zijn. In die situatie geldt het invorderingsbeleid voor natuurlijke personen bij opheffing van een faillissement wegens gebrek aan baten (artikel 73.4.14).

73.3. Insolventieprocedure – surséance

Het beleid in deze leidraad en in de regeling dat ziet op kwijtschelding van belastingen is ook van toepassing op een verzoek om instemming met een akkoord als bedoeld in artikel 370, eerste lid, FW, tenzij daarvan wordt afgeweken in de volgende artikelen.

73.3a.2. Voorwaarden WHOA-akkoord

Voor het verstrekken van de gegevens van de belastingschuldige geldt niet hetgeen in artikel 73.4.1 tot en met 73.4.6 van deze leidraad is vermeld met betrekking tot een faillissementsaanvraag door de ontvanger.

73.4.9. Verzet tegen faillietverklaring

Voor akkoorden die in het kader van de WHOA (artikel 370, eerste lid, FW) aan de ontvanger worden aangeboden, betekent dit dat de ontvanger daarmee in kan stemmen, als het door hem te ontvangen deel van de belastingschuld ten minste hetzelfde percentage bedraagt als hetgeen aan concurrente crediteuren die in het akkoord zijn betrokken, op hun vorderingen wordt aangeboden. Bij de beoordeling van het akkoord houdt de ontvanger rekening met de zogenoemde 20%-regel als bedoeld in artikel 374, tweede lid, FW. De ontvanger kan daardoor onder omstandigheden ook medewerking verlenen aan een akkoord als bedoeld in artikel 370 FW, ondanks dat hij niet ten minste hetzelfde percentage ontvangt als hetgeen aan concurrente crediteuren als bedoeld in artikel 374, tweede lid, FW, op hun vorderingen zal worden uitgekeerd.

73.4.5. Verzoek om uitstel van betaling vóór behandeling faillissementsaanvraag door rechter

Als een akkoord als bedoeld in artikel 370, eerste lid, FW, waarmee de ontvanger niet heeft ingestemd, door de rechtbank wordt gehomologeerd, verleent de ontvanger voor het resterende deel van de belastingaanslagen geen kwijtschelding maar neemt hij geen verdere invorderingsmaatregelen.

73.4.8. Verlenen van steunvordering en faillissementsaanvraag

Voor het verstrekken van de gegevens van de belastingschuldige geldt niet hetgeen in artikel 73.4.1 tot en met 73.4.6 van deze leidraad is vermeld met betrekking tot een faillissementsaanvraag door de ontvanger.

73.4.1. Faillissementsaanvraag – algemeen

Voor het verstrekken van de gegevens van de belastingschuldige geldt niet hetgeen in artikel 73.4.1 tot en met 73.4.6 van deze leidraad is vermeld met betrekking tot een faillissementsaanvraag door de ontvanger.

73.4.10. Beroep op regresrecht in faillissement

Het aanvragen van het faillissement van een particulier blijft achterwege als wordt verwacht dat de ontvanger de eventuele vermogensbestanddelen ook geheel of nagenoeg geheel zonder faillissement kan uitwinnen, zelfs als daarbij niet de gehele schuld wordt voldaan.

73.4.15. Opening nationale (secundaire) insolventieprocedure

Bij de afwikkeling van een faillissement door de curator kan vertraging ontstaan als schuldenaren van de failliet hoofdelijk aansprakelijk zijn voor diens belastingschulden. Om vertraging tegen te gaan en mogelijke patstellingen in de afwikkeling van het faillissement te voorkomen, kan (uitsluitend) de curator zich tot de ontvanger wenden met het verzoek om een besluit te nemen over het wel of niet aansprakelijk stellen van de schuldenaar van de belastingschuldige. De ontvanger moet het belang van de curator en de door deze vertegenwoordigde schuldeisers betrekken in de besluitvorming of hij tot aansprakelijkstelling zal overgaan.

73.4.11. Verzending of uitreiking aanslagbiljet bij faillissement

De ontvanger betrekt in ieder geval de volgende aspecten bij de mogelijke, door hem te nemen beslissingen:

73.4.16. Omzetting faillissement in WSNP

Voor toezending of uitreiking van het aanslagbiljet ingeval van faillissement wordt verwezen naar artikel 8.1 van deze leidraad.

73.4.12. Opkomen in faillissement

Voor het verstrekken van de gegevens van de belastingschuldige geldt niet hetgeen in artikel 73.4.1 tot en met 73.4.6 van deze leidraad is vermeld met betrekking tot een faillissementsaanvraag door de ontvanger.

73.4.14. Na de toepassing van het faillissement

Bij natuurlijke personen hervat de ontvanger slechts in bijzondere omstandigheden de invordering na beëindiging van het faillissement. Deze omstandigheden doen zich onder andere voor als de betrokkene binnen vijf jaar na het faillissement beschikt over een meer dan modaal inkomen of over vermogensbestanddelen van substantiële waarde.

73.4.16. Omzetting faillissement in WSNP

Bij de afwikkeling van een faillissement door de curator kan vertraging ontstaan als schuldenaren van de failliet hoofdelijk aansprakelijk zijn voor diens belastingschulden. Om vertraging tegen te gaan en mogelijke patstellingen in de afwikkeling van het faillissement te voorkomen, kan (uitsluitend) de curator zich tot de ontvanger wenden met het verzoek om een besluit te nemen over het wel of niet aansprakelijk stellen van de schuldenaar van de belastingschuldige. De ontvanger moet het belang van de curator en de door deze vertegenwoordigde schuldeisers betrekken in de besluitvorming of hij tot aansprakelijkstelling zal overgaan.

73.5.1. Voorwaarden voor MSNP

De ontvanger betrekt in ieder geval de volgende aspecten bij de mogelijke, door hem te nemen beslissingen:

73.5. Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door leden van de NVVK of gemeenten

De voorwaarden onder d en e zijn niet van toepassing op een ex-ondernemer indien aannemelijk is dat hij in de toekomst geen bedrijf zal uitoefenen of niet zelfstandig een beroep zal uitoefenen.

73.5.5. Intrekken uitstel gedurende MSNP

De ontvanger maakt in beginsel geen gebruik van de bevoegdheid van artikel 196 Fw, om na de beëindiging van een faillissement het proces-verbaal van de verificatievergadering voor het onbetaald gebleven bedrag tegen de schuldenaar te executeren. Als er wel aanleiding tot invordering bestaat, doet de ontvanger dit zoveel mogelijk bij dwangbevel.

73.5.5. Intrekken uitstel gedurende MSNP

Als na beëindiging van faillissement daaruit ontvangen gelden moeten worden terugbetaald, treedt de ontvanger in verband met artikel 194 Fw in overleg met de curator.

73.5.1a. Tijdelijk uitkeringspercentage MSNP voor ondernemers

Onmiddellijk na kennisname van de in het buitenland geopende hoofdprocedure, beoordeelt de ontvanger of hij baat heeft bij het openen van een secundaire of territoriale procedure in Nederland. Een secundaire procedure betreft alleen de liquidatieprocedure – dus niet de surseance van betaling – en wordt afgewikkeld volgens het in Nederland geldende recht. De staat van insolventie behoeft daarbij niet te worden aangetoond.

73.4.16. Omzetting faillissement in WSNP

Als sprake is van een verleend uitstel van betaling op grond van een schuldregelingsovereenkomst, handelt de ontvanger gedurende de periode van uitstel op dezelfde wijze als bij een wettelijke schuldsaneringsregeling.

73.5.1. Voorwaarden voor MSNP

Een schuldhulpverleningstraject vangt in het algemeen aan met een stabilisatie-overeenkomst tussen de schuldenaar en de schuldhulpverlener als hierna bedoeld in onderdeel b. Voor de toepassing van dit artikel wordt met een stabilisatie-overeenkomst gelijkgesteld een schriftelijke mededeling van de schuldhulpverlener waarin staat dat hij activiteiten ontplooit die erop gericht zijn de financiële situatie van de schuldenaar op korte termijn te stabiliseren.

73.5.4. Houding ontvanger tijdens uitstel MSNP

Het uitstel vangt aan met ingang van de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Na totstandkoming van een schuldregelingsovereenkomst onderzoekt de schuldhulpverlener of een schuldregeling met de schuldeisers tot stand kan worden gebracht. De schuldhulpverlener streeft ernaar dit onderzoek af te ronden binnen 120 dagen, maar uiterlijk binnen 240 dagen, gerekend vanaf de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Wanneer de schuldregeling met de schuldeisers tot stand is gebracht, zet de schuldhulpverlener de schuldregelingsovereenkomst voort; hij stelt de schuldeisers daarvan schriftelijk op de hoogte. Slaagt de schuldhulpverlener niet tijdig in het tot stand brengen van de schuldregeling, dan beëindigt hij de schuldregelingsovereenkomst.

73.6.2a. Betaling bedrag saneringsakkoord

Aanslagen waarvoor de Sociale Verzekeringsbank een onherroepelijk vaststaande beschikking van schuldige nalatigheid heeft afgegeven, blijven voor de toepassing van dit artikel buiten beschouwing. Eventuele buitenlandse belastingschulden waarvoor een verzoek om bijstand is gedaan door een andere staat, neemt de ontvanger ook niet mee in de uitstelregeling. In plaats daarvan stuurt de ontvanger het verzoek terug en informeert de andere staat over de voorgenomen minnelijke schuldsaneringsregeling onder toevoeging van de gegevens van de schuldhulpverlener bij wie de andere staat de schuldvordering kan aanmelden.

73.5.1a. Tijdelijk uitkeringspercentage MSNP voor ondernemers

Bij die belangenafweging zullen de volgende omstandigheden een rol kunnen spelen:

73.6.4. Voorwaarden voor toetreding tot een gerechtelijk akkoord

Als de belastingschuldige verzoekt om kwijtschelding van belastingschulden die materieel zijn ontstaan na de dag van de dagtekening van de schuldregelingsovereenkomst, dan wordt het verzoek behandeld overeenkomstig het bestaande beleid.

73.6.4a. Tijdelijk uitkeringspercentage buitengerechtelijk akkoord voor ondernemers

Om de totstandkoming van minnelijke saneringsakkoorden van ondernemers te bevorderen, neemt de ontvanger in de periode van 1 augustus 2022 tot 1 april 2024 genoegen met ten minste hetzelfde uitkeringspercentage als aan concurrente schuldeisers wordt aangeboden.

73.6.1. Buitengerechtelijk akkoord

De ontvanger trekt in de situaties genoemd bij het eerste, tweede, derde en vierde gedachtestreepje het uitstel niet eerder in, dan nadat hij de schuldhulpverlener een brief heeft gestuurd over zijn voornemen het uitstel in te trekken als belastingschuldige niet binnen veertien dagen zijn verplichtingen correct nakomt.

73.5.6. De schuldenaar voldoet aan zijn verplichtingen MSNP

In de kennisgeving moet zijn gesteld dat de overeenkomst na eindcontrole is beëindigd en de schuldenaar aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Voor de gevolgen van een buitengerechtelijk akkoord wordt verwezen naar artikel 73.6.3 van deze leidraad.

73.5.7. Na de toepassing van de MSNP

Bij die belangenafweging zullen de volgende omstandigheden een rol kunnen spelen:

73.6.7. Schuldig nalatig en (buiten)gerechtelijk akkoord

Gedurende een door de rechtbank afgekondigde afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, schort de ontvanger lopende invorderingsmaatregelen op. Verrekeningen met belastingteruggaven vinden gedurende de afkoelingsperiode niet plaats, ongeacht de periode waarin die teruggaaf is ontstaan. De afkoelingsperiode is niet van invloed op een eventueel verleend uitstel van betaling of een voorwaardelijk verleende kwijtschelding. Hierop blijft het in deze leidraad opgenomen beleid op de artikelen 25 en 26 van de wet van toepassing. Gedurende de afkoelingsperiode schort de ontvanger de uitbetaling aan een derde op in verband met een executoriaal beslag op belastingteruggaven van de belastingschuldige.

Artikel 74. Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten

De ontvanger stemt alleen in met een buitengerechtelijk akkoord als het bodemvoorrecht of de waarde van de bodemzaken tot uitdrukking komt in het aangeboden bedrag.

73.6.3. Gevolgen buitengerechtelijk akkoord

De ontvanger heft de beslagen op zodra hij ontvangt wat hij heeft gevorderd op grond van het buitengerechtelijk akkoord.

73.6.8. Gevolgen dwangakkoord

De betaling van het aangeboden bedrag moet in beginsel ineens plaatsvinden. Als de ontvanger bij wijze van uitzondering instemt met betaling in termijnen eist hij zekerheid.

74.1.4. Hoogte zekerheid

De ontvanger stemt alleen in met een akkoord als het bodemvoorrecht of de waarde van de bodemzaken tot uitdrukking komt in het aangeboden bedrag.

73.6.4a. Tijdelijk uitkeringspercentage buitengerechtelijk akkoord voor ondernemers

Om de totstandkoming van minnelijke saneringsakkoorden van ondernemers te bevorderen, neemt de ontvanger in de periode van 1 augustus 2022 tot 1 april 2024 genoegen met ten minste hetzelfde uitkeringspercentage als aan concurrente schuldeisers wordt aangeboden.

7.1. Tijdstip betaling

Artikel 7. Betaling en afboeking

7.3. Teveelbetaling

7.6. Afboeking betaling op bestuurlijke boeten waarvoor uitstel van betaling is verleend

7a.1. Aanwijzen rekeningnummer voor uitbetaling

7a.1. Aanwijzen bankrekening voor uitbetaling

8.2. Bekendmaking als de rechtspersoon (vermoedelijk) is opgehouden te bestaan

9.1. Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige aanslagen

9.3. Uitbetaling voorlopige teruggave in één termijn

10.1. Reikwijdte versnelde invordering

10.7. Vordering ex artikel 19 en versnelde invordering

11.1. De geadresseerde van de aanmaning

11.6. Aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg

Artikel 12. Dwangbevel

Artikel 13. Betekening van het dwangbevel

Artikel 13. Betekening van het dwangbevel

13.1.1. Adressering van per post betekende dwangbevelen

13.2. Betekening dwangbevel door de belastingdeurwaarder

13.2. Betekening dwangbevel door de belastingdeurwaarder

14.1.1. Keuze van invorderingsmaatregelen

14.1. Tenuitvoerlegging algemeen

14.1.8. Opheffing beslag tegen betaling door een derde

14.1.11. Samenloop opheffing beslag en onderhandse verkoop

Als op een inbeslaggenomen goed ook een strafrechtelijk beslag ex artikel 94 Sv rust – dat wil zeggen niet zijnde een beslag in het kader van een ontnemingsmaatregel – dan wordt het beslag dat de belastingdeurwaarder heeft gelegd pas vervolgd nadat het strafrechtelijke beslag is opgeheven.

14.1.13. Invordering en ontnemingswetgeving

14.2.1. Kennisgeving vooraf en beslag roerende zaken

14.2.8. Beslag roerende zaken bij derden

14.2.8. Beslag roerende zaken bij derden

14.2.12. bewaarder en beslag roerende zaken

In overleg met de notaris wordt in de voorwaarden van verkoop bepaald dat de kosten van executie, toewijzing en eventuele rangregeling door de executant zullen worden voldaan uit de koopprijs en dat het tekort – als de koopprijs niet toereikend mocht zijn – door de executant zal worden aangezuiverd.

14.3.4. Voorwaarden van verkoop van onroerende zaken

14.4.1. Beslag op vordering van een derde

14.4.1b. Bankbeslag en energietoeslag

Bij een derdenbeslag op een polis van levens- of spaarverzekering of lijfrente geldt – naast de voorschriften in artikel 479l Rv en volgende – het volgende:

14.4.13. Derdenbeslag onder de Staat of de ontvanger en het doen van verklaring

14.4.9. Derdenbeslag op polis van levens- of spaarverzekering of lijfrente

14.4.11. Opheffing van het derdenbeslag

14.5.4. Deskundige hulp en beslag op schepen

14.5.3. Afgelasting van de verkoop van een schip

16.1. Voor 1 januari 2011 gelegde derdenbeslagen

17.2. Verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering

19.1.1. Bekendmaking vordering

Als de derde betaalt op een vordering die betrekking heeft op twee of meer belastingaanslagen heeft hij niet het recht om aan te geven ter voldoening van welke belastingaanslag de betaling strekt.

19.1.5. Vermindering of vernietiging van de belastingaanslag in relatie tot vordering

19.1.6. Doorbreken beslagverboden en vordering

19.1.6a. Toepassing 5%-regeling

De vordering kan niet plaatsvinden voor kinderbijslag onder welke benaming dan ook. In voorkomend geval wordt voor de toepassing van de verruimde beslagmogelijkheid uitgegaan van het maximale bereik: een tiende deel van het bedrag dat op grond van de wet niet vatbaar is voor beslag.

19.1.6a. Toepassing 5%-regeling

19.1.7. Notoire wanbetaler en vordering

19.2.3. Opkomen in faillissement

19.3.1. Overwegen van vordering op periodieke uitkeringen

19.3.3. Beslagvrije voet en vordering op periodieke uitkeringen

19.3.9. Toepassing beslagvrije voet bij AOW-gerechtigden

20.3. Toepassing van lijfsdwang

20.4. Lijfsdwang met vonnis ex artikel 585, Rv

21.2. Bestuurlijke boete en bodemvoorrecht

22.3. Overbetekening bodembeslag

22.3. Overbetekening bodembeslag

22.6. Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar

22.8.6. Taak van de ontvanger met betrekking tot beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet

22.8.7. Beslissing directeur op het beroepschrift tegen een bodembeslag

22.8.11. Beëindiging operationele lease-overeenkomst

22.9.2. Lease

22.9.2.1. Leaseregeling

In dit verband wordt verwezen naar het besluit van 15 november 1999, nummer AFZ 99/3262M, Stcrt. 225, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 10 december 2019, nummer 2019-166072.

22.9.2.3. Beëindiging operationele leaseovereenkomst

Artikel 23

In aansluiting op artikel 23a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

Artikel 22a. Bijzonder verhaalsrecht in relatie tot autoverhuurbedrijven en leasemaatschappijen

Artikel 24. Verrekening

24.3a. Verrekening teruggaaf artikel 29, eerste lid, Wet op de omzetbelasting

24.4. Bekendmaking verrekening

Als verliezen die zijn ontstaan tijdens het bestaan van de fiscale eenheid, worden teruggewenteld naar perioden die zijn gelegen vóór het begin van de bestaansperiode, dan vallen de teruggaven buiten de bestaansduur van de fiscale eenheid. Dit neemt niet weg dat verrekening mogelijk is op de voet van artikel 24 van de wet als het om dezelfde belastingschuldige gaat.

24.6.2. Mogelijkheid van cessie of verpanding uit te betalen bedragen

24.6.4. Beroepsprocedure weigeren instemming cessie of verpanding en Awb

25.1. Algemene uitgangspunten uitstelbeleid

Als het verzoek om uitstel van betaling schriftelijk is ingediend, stelt de ontvanger de belastingschuldige van het vervallen van het verleende uitstel schriftelijk op de hoogte onder opgaaf van reden.

25.1.8. Na (afwijzen) uitstel veertien dagen wachttijd

25.1.10. Uitstel voor een aanslag ter behoud van rechten

Als de belastingschuldige uitstel van betaling vraagt voor een ambtshalve opgelegde belastingaanslag, geeft de ontvanger de belastingschuldige een termijn van ten hoogste een maand om alsnog bij de inspecteur een bezwaarschrift tegen de aanslag in te dienen. Dat bezwaarschrift moet vergezeld gaan van het ingevulde aangiftebiljet. De termijn begint te lopen vanaf de dagtekening van de kennisgeving van de ontvanger dat de belastingschuldige een bezwaarschrift en een aangiftebiljet moet indienen. De invordering wordt voor die termijn geschorst.

25.1.15. Verzoekschriften aan andere instellingen

25.1.14. Tijdstip indiening verzoek om uitstel

De ontvanger wijst een verzoek om uitstel van betaling in het algemeen af als het verzoek is ingediend nadat aankondiging van een ten laste van de belastingschuldige te houden executoriale verkoop heeft plaatsgevonden, of als publicatie daarvan niet meer is te voorkomen.

25.2. Uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag

25.2.2.a. Afzonderlijk verzoek om uitstel in verband met een bezwaarschrift

25.2.4. Uitstel in verband met een onderlinge overlegprocedure

25.2.6. Onherroepelijke invorderingsmaatregelen voor bestreden belastingschuld

25.2.8. Geen uitstel voor het niet-bestreden bedrag

Als sprake is van een bestreden en niet-bestreden bedrag van een belastingaanslag, dan verleent de ontvanger uitstel onder de opschortende voorwaarde dat het niet-bestreden bedrag per omgaande dan wel tijdig wordt betaald.

25.3.1. Uitstel in verband met een belastingteruggaaf en andere uit te betalen bedragen

25.3a. Uitstel volgens de standaardbetalingsregeling voor particulieren

25.3a.1. Voorwaarden standaardbetalingsregeling

25.3a.2. Verrekening tijdens de standaardbetalingsregeling

25.5.1. Duur betalingsregeling particulieren

Voor de berekening van de betalingscapaciteit vraagt de ontvanger zo nodig nadere gegevens bij de verzoeker op. Bij de berekening van de betalingscapaciteit gaat de ontvanger uit van de begrippen en normen die gelden bij het kwijtscheldingsbeleid, behalve voor zover daarvan in artikel 25.5.6 tot en met 25.5.9 van deze leidraad wordt afgeweken. Ook met betrekking tot het vermogen gaat de ontvanger uit van het vermogensbegrip zoals dat geldt in de kwijtscheldingsregeling.

25.5.4. Behandeling verzoek betalingsregeling particulieren

25.5.7. Berekening betalingscapaciteit – bijzondere uitgaven

25.5.6a. Correctie vaststellen nettowoonlasten

25.5.7. Berekening betalingscapaciteit – bijzondere uitgaven

25.6.1. Duur betalingsregeling ondernemers

25.6. Betalingsregeling voor ondernemers

Als een ondernemer (hoofdzakelijk) door een oorzaak die buiten zijn invloed ligt in tijdelijke liquiditeitsproblemen is gekomen, kan de ontvanger desgevraagd uitstel voor een langere periode verlenen. Daartoe moet de ondernemer aan de hand van een door een derde deskundige opgestelde verklaring (zie artikel 25.6.2B) het voor de ontvanger aannemelijk maken dat:

25.7.2. Beroepsfase uitstel

25.6.2c. Geen uitstel voor ondernemers in verband met betalingsproblemen als al kort uitstel is verleend

25.7.4. Niet tijdig beslissen op een verzoek om uitstel

Artikel 25a. Uitstel van betaling exitheffingen inkomstenbelasting

25.7. Administratief beroep

Artikel 25b.1. Beoordeling zekerheid bij uitstel van betaling ter zake van exitheffingen

Als tijdens de beroepsprocedure blijkt dat de ontvanger uitstel van betaling had moeten verlenen, dan hoeft de directeur niet te volstaan met de uitspraak dat de ontvanger niet tijdig heeft beslist, maar kan hij op het beroepschrift van de belastingschuldige inhoudelijk beslissen.

26.1.2. Het indienen van een verzoek om kwijtschelding

26.1.10. Begrip ‘ex-ondernemer’ en kwijtschelding

26.2. Kwijtschelding van rijksbelastingen voor particulieren

26.1.1. Kwijtschelding van betaalde belastingschulden

Als de ontvanger het verzoek toewijst, betaalt hij de belastingschuldige het bedrag terug waarvoor kwijtschelding is verleend.

26.1.3. Niet ingevuld of onjuist ingevuld verzoekformulier om kwijtschelding

26.2.5. De eigen woning en kwijtschelding voor particulieren

26.2.10. Betalingscapaciteit en kwijtschelding voor particulieren

26.1.11. Verzoekschriften aan andere instellingen

26.2.10. Betalingscapaciteit en kwijtschelding voor particulieren

26.2.12. Studiefinanciering en kwijtschelding voor particulieren

26.2.15. Woonlasten en kwijtschelding van belasting van voorhuwelijkse belastingschulden

Voor de beoordeling van een verzoek om kwijtschelding van belastingaanslagen ten name van overledenen zijn de financiële omstandigheden van de erfgenamen in beginsel niet van belang. Alleen de vraag of de belastingaanslagen uit het actief van de nalatenschap (hadden) kunnen worden voldaan is van belang.

26.2.10. Betalingscapaciteit en kwijtschelding voor particulieren

26.2.18. Inkomen wikker

26.2.14. Betalingen op belastingschulden en kwijtschelding voor particulieren

26.3.3. Voorwaarden tot deelname aan een saneringsakkoord

26.2.19. Normpremie zorgverzekering begrepen in de bijstandsuitkering

26.3.5. Ten minste dubbele percentage en saneringsakkoord

26.4.4. Gegevens en normen eerste verzoek om kwijtschelding

26.3.4. Toepassingsbereik saneringsakkoord

De ontvanger merkt een door de belastingschuldige gemaakt bezwaar tegen de beslissing op het verzoek om kwijtschelding aan als een administratief beroep dat is gericht aan de directeur. Dit geldt ook als de belastingschuldige een nieuw verzoek om kwijtschelding indient voor dezelfde belastingschuld waarvoor de ontvanger eerder een verzoek om kwijtschelding geheel of gedeeltelijk heeft afgewezen en daarbij geen andere feiten of veranderde omstandigheden vermeldt.

26.5. Voortzetting van de invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding

27.1. Versnelde invordering en verjaring

26.3.7. Rente en kosten en saneringsakkoord

Artikel 27. Verjaring

26.4. Administratief beroep

Als de belastingschuldige zich niet kan verenigen met de beschikking van de ontvanger op het verzoek om kwijtschelding, kan hij een gemotiveerd beroepschrift richten tot de directeur. Het beroepschrift wordt ingediend bij de ontvanger. In verband met het aan de directeur uit te brengen advies zendt de ontvanger zo nodig opnieuw een verzoekformulier aan de belastingschuldige toe.

26.4.4. Gegevens en normen eerste verzoek om kwijtschelding

26.5. Voortzetting van de invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding

27.1. Versnelde invordering en verjaring

28.2. Correctie berekende invorderingsrente

Artikel 28. Invorderingsrente

Artikel 28c

33.1. Leider vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger bij aansprakelijkheid

In aansluiting op artikel 30 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

28.4. Verzuim van de Belastingdienst en invorderingsrente

28.7. Verminderingen en toepassing artikel 28, zesde lid, van de wet

32.3. Belastingrente, heffingsrente en aansprakelijkheid

Artikel 29

Niet-verwijtbaarheid wordt naar redelijkheid en billijkheid beoordeeld, waarbij veel afhankelijk is van de feitelijke omstandigheden. Zo kan van niet-verwijtbaarheid sprake zijn als een ondernemer, hoewel hij de nodige voorzieningen heeft getroffen om eventuele tegenslagen in zijn bedrijf het hoofd te bieden, toch wordt geconfronteerd met niet te voorziene calamiteiten. Daaronder is begrepen een sterk verslechterde economische situatie van zodanige omvang dat hij ondanks zijn voorzorgen niet meer in staat is zijn betalingsverplichtingen na te komen.

30.1. Verzoek tot vermindering rente is bezwaar

Artikel 31. en artikel 31a

32.1. Keuze aansprakelijkheid

34.2. Extraterritoriale werking van de inlenersaansprakelijkheid

34.4.2. Inlenersaansprakelijkheid bij WSNP of faillissement uitlener

34.4. Inlenersaansprakelijkheid en g-rekening

34.6.1. Voorwaarden disculpatie van inlener van SNA-gecertificeerde uitzendondernemingen

Artikel 34. Inlenersaansprakelijkheid

34.4.4. Surseance en inlenersaansprakelijkheid

35.2. Het begrip aannemer en ketenaansprakelijkheid

De berekening van de verschuldigde premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet vindt plaats alsof de identiteit van de arbeidskrachten waarvoor de inlener om matiging verzoekt op het moment van inhouding vaststond. De uitkomst van die berekening vormt het bedrag waarvoor de inlener na matiging aansprakelijk gesteld kan worden.

35.2. Het begrip aannemer en ketenaansprakelijkheid

35.2.1. Werk van stoffelijke aard

35.4. Extraterritoriale werking van de ketenaansprakelijkheid

35.5. Ketenaansprakelijkheid en g-rekening

In de confectiesector kan sprake zijn van eigenbouwerschap. Daarbij is het niet noodzakelijk dat het betreffende bedrijf ook zelfstandig in staat is de betreffende werkzaamheden uit te voeren. Voorwaarde is dan wel dat het bedrijf dat de werkzaamheden uitbesteedt de algehele leiding over die werkzaamheden heeft, althans bij de productie een rol bekleedt die die van een opdrachtgever overstijgt.

35.5.4. Surseance en ketenaansprakelijkheid

35.8.1. Gehele keten moet niet-verwijtbaar zijn

35.7. Samenloop derdenbeslag en ketenaansprakelijkheid

35.11.1. VAR-wuo of VAR-row in plaats van VAR-dga

35.12.9. Nieuwe ondernemer en verklaring betalingsgedrag

35.10. Latere brutering en ketenaansprakelijkheid

35.11. Volgorde aansprakelijkstelling binnen de keten

35.12.8. Wanneer geen verklaring betalingsgedrag

35.12.10. Zelfstandige zonder personeel en verklaring betalingsgedrag

35.12.6. Geen aansprakelijkheid voor de ontvanger

35a.4. Volgorde aansprakelijkstelling bij opdrachtgeversaansprakelijkheid

35b.2. Volgorde aansprakelijkstelling bij kopersaansprakelijkheid

35b.2. Volgorde aansprakelijkstelling bij kopersaansprakelijkheid

35a.4. Volgorde aansprakelijkstelling bij opdrachtgeversaansprakelijkheid

In aansluiting op artikel 36 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

36.5.2. Verzoek waaruit betalingsproblemen blijken en melding betalingsonmacht

36.5.10. Na melding betalingsonmacht 1e fase – opvragen nadere gegevens

36.5.10. Na melding betalingsonmacht 1e fase – opvragen nadere gegevens

36.6. Aansprakelijkheid bestuurder

36.5.13. Driejaarsperiode bij doorlopende melding betalingsonmacht

Artikel 37. Aansprakelijkheid voor loon- en omzetbelasting

38.1. Geen aansprakelijkstelling voor loon- en kansspelbelasting bij goede trouw

42.1. Reikwijdte aansprakelijkheid voor overdrachtsbelasting

Zekerheid kan ook worden gesteld voor belastingschulden over toekomstige jaren en/of reeds verstreken jaren waarover nog geen aanslag is opgelegd.

43.1. Teruggaaf omzetbelasting aan fiscale eenheid

Artikel 42a. en 42c

44.1. Aansprakelijkheid kind voor inkomensbestanddelen die aan de ouder zijn toegerekend

Aansprakelijkstelling blijft achterwege als sprake is van polissen die in de zin van artikel 3.126, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, onderdeel b of onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden geacht te zijn overgedragen aan een andere toegelaten verzekeraar.

44a.2. Omvang aansprakelijkheid verzekeraar van lijfrenten en beroepspensioenen

Artikel 44b

Als een nalatenschap onder het voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, wordt de vereffening van de boedel afgewacht, met dien verstande dat de ontvanger maatregelen neemt ter beveiliging van zijn rechten (zie artikel 14.1.3 van deze leidraad).

De ontvanger zal – als beide aansprakelijkheidsregelingen van toepassing zijn – trachten de belastingschuld eerst te verhalen op de erfgenamen.

Artikel 48. Beperking aansprakelijkheid van erfgenamen

49.6. Aansprakelijkheid – eerst uitwinning belastingschuldige

49.3. De aansprakelijkstelling – in gebreke zijn

49.8.2. Beslissing op het bezwaarschrift

Artikel 55. tot en met 57

Het beleid voor uitstel van betaling verwoord in artikel 25.2 is van overeenkomstige toepassing:

49.9.1. Bij civiele procedure geen invordering of verrekening

49.9.2. Wijziging eis

58.2. Gegevens voor invordering van ‘eigen’ belastingschulden

59.1. Teruggave gegevensdragers aan derde

De ontvanger houdt de betaling van de teruggaaf – als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de wet – aan gedurende vier weken na de dagtekening van de schriftelijke mededeling aan de belastingschuldige.

Artikel 62bis

Artikel 62a

63b.2. Betalingsverzuim bij aanslagbelastingen

Artikel 67. Geheimhoudingsplicht

Artikel 62bis

De beschikking waarbij de verzuimboete wordt opgelegd kan, maar behoeft niet gelijktijdig met een eventuele (ambtshalve) beslissing te worden genomen.

Artikel 63b. Bestuurlijke boeten

Artikel 65a. en artikel 66

67.3. Informatieverstrekking aan gerechtsdeurwaarder over periodieke betalingen

Deze informatieplicht behelst uitsluitend gegevens met betrekking tot:

Artikel 70d. tot en met 72

De ontvanger meldt ook conserverende belastingschulden ter verificatie aan bij de bewindvoerder.

73.1.10. Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot WSNP en faillissement

73.1.1. Aanmelden belastingschulden in WSNP of faillissement

73.1.3. Boedelschulden

73.1.9. Kwijtschelding in relatie tot WSNP en faillissement

73.3a.2. Voorwaarden WHOA-akkoord

73.3.2. Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot surséance

73.4.5. Verzoek om uitstel van betaling vóór behandeling faillissementsaanvraag door rechter

73.3.2. Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot surséance

73.4.10. Beroep op regresrecht in faillissement

73.3a.4. Gevolgen homologatie WHOA-akkoord zonder instemming

73.4.8. Verlenen van steunvordering en faillissementsaanvraag

73.4.10. Beroep op regresrecht in faillissement

73.5.1. Voorwaarden voor MSNP

73.4.11. Verzending of uitreiking aanslagbiljet bij faillissement

73.4.7. Steunvordering UWV voor faillissementsaanvraag

73.4.10. Beroep op regresrecht in faillissement

73.4.16. Omzetting faillissement in WSNP

73.4.11. Verzending of uitreiking aanslagbiljet bij faillissement

73.5.5. Intrekken uitstel gedurende MSNP

Aanslagen waarvoor de Sociale Verzekeringsbank een onherroepelijk vaststaande beschikking van schuldige nalatigheid heeft afgegeven, blijven voor de toepassing van dit artikel buiten beschouwing. Eventuele buitenlandse belastingschulden waarvoor een verzoek om bijstand is gedaan door een andere staat, neemt de ontvanger ook niet mee in de uitstelregeling. In plaats daarvan stuurt de ontvanger het verzoek terug en informeert de andere staat over de voorgenomen minnelijke schuldsaneringsregeling onder toevoeging van de gegevens van de schuldhulpverlener bij wie de andere staat de schuldvordering kan aanmelden.

73.5.4. Houding ontvanger tijdens uitstel MSNP

73.6.2. Voorwaarden voor toetreding tot een buitengerechtelijk akkoord

73.5.5. Intrekken uitstel gedurende MSNP

73.5.2. Opschorten invorderingsmaatregelen na verzoek MSNP

73.5.4. Houding ontvanger tijdens uitstel MSNP

73.6.2a. Betaling bedrag saneringsakkoord

73.6.5. Gevolgen toetreden tot gerechtelijk akkoord

73.6.8. Gevolgen dwangakkoord

73.6.4. Voorwaarden voor toetreding tot een gerechtelijk akkoord

74.1.5. Versnelde invordering

Deze tijdelijke maatregel is van toepassing op akkoorden als bedoeld in artikel 22a van de regeling voor zover deze zijn gericht op het voortzetten van een onderneming en in de periode van 1 augustus 2022 tot 1 april 2024 zijn ontvangen. Deze maatregel kan bovendien van toepassing worden geacht als de belastingschuldige de rechtbank verzoekt om een akkoord aan de gezamenlijke schuldeisers op te leggen (zie artikel 287a, eerste lid, FW) en de ontvanger reeds had ingestemd met het akkoord dat aan de rechter wordt voorgelegd.

73.6.5. Gevolgen toetreden tot gerechtelijk akkoord

Als de ontvanger vrijwillig toetreedt tot een gerechtelijk akkoord verleent hij kwijtschelding voor het deel van de belastingschuld dat onbetaald blijft, nadat hij het bedrag dat hem op grond van het akkoord toekomt, heeft ontvangen.

9.4. Dagtekening aanslagbiljet

10.3. Metterwoon verlaten van Nederland en versnelde invordering

10.4. Geen vaste woonplaats in Nederland en versnelde invordering

10.7. Vordering ex artikel 19 en versnelde invordering

11.2. Aanmaning ten onrechte verzonden

Artikel 12. Dwangbevel

14.1.5. Verhaal op met vruchtgebruik of recht van gebruik bezwaarde zaken

14.1.8. Opheffing beslag tegen betaling door een derde

14.1.9. Opschorten van de executie

14.1.10. Onderhandse verkoop

14.1.12. Strafrechtelijk beslag

14.1.13. Invordering en ontnemingswetgeving

14.2.6. Beroep of verzet door een derde tegen inbeslagneming roerende zaken

14.2.5. Beslag op roerende zaken van derden

14.2.6. Beroep of verzet door een derde tegen inbeslagneming roerende zaken

14.2.9. Wegvoeren van beslagen zaken

14.2.11. Afsluiting en beslag roerende zaken

14.2.10. Belasting van personenauto’s en motorrijwielen en belasting zware motorrijtuigen en beslag roerende zaken

14.2.11. Afsluiting en beslag roerende zaken

14.2.15. Beslag op illegale zaken

14.2.18. Afboeking executieopbrengst verkoop roerende zaken

14.3. Beslag op onroerende zaken

14.3.4. Voorwaarden van verkoop van onroerende zaken

14.4.5. Derdenbeslag op een vordering waar geen beslagvrije voet voor geldt

14.4.4. Plaats beslaglegging en omvang derdenbeslag

14.4.5c. Toepassing 5%-regeling

14.4.10. Retentierecht en derdenbeslag

14.4.10. Retentierecht en derdenbeslag

17.2. Verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering

19.1.5. Vermindering of vernietiging van de belastingaanslag in relatie tot vordering

19.1.6. Doorbreken beslagverboden en vordering

Artikel 19.1.8. Vordering ten laste van de echtgenoot

19.3. Vorderingen met betrekking tot periodieke uitkeringen

19.3.7. Periodieke uitkeringen onder de bijstandsnorm

20.4. Lijfsdwang met vonnis ex artikel 585, Rv

Het bodemvoorrecht wordt buiten faillissement geldend gemaakt door op de betreffende bodemzaak beslag te leggen. De bezitloos pandhouder blijft ook na dit beslag bevoegd de betreffende zaken tot zich te nemen en te executeren, met inachtneming van de bepalingen betreffende executie krachtens pandrecht.

21.6. Geheel of gedeeltelijk afzien van voorrang

22.1. Werkingssfeer en reikwijdte bodemrecht

Artikel 22. Bodemrecht

22.5. Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement

22.7. Bodemrecht en voorrang

22.8.1. Verzet artikel 435, derde lid, Rv tegen bodembeslag

22.9. Terughoudend beleid bij reëel eigendom derde

22.8.12. Executie en bodemrecht

22.9.2.1. Leaseregeling

22.9.2.3. Beëindiging operationele leaseovereenkomst

22.9.2.2. Geen terughoudend beleid

23a.1. Wanneer kan het bijzonder verhaalsrecht worden ingeroepen

24.1.1. Verrekening voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting en beslagvrije voet

24.2. Betwiste schuld en verrekening

24.5a. Verrekeningsbevoegdheid fiscale eenheid vennootschapsbelasting tijdens faillissement

24.6. Instemmingsregeling bij cessie en verpanding

24.5a. Verrekeningsbevoegdheid fiscale eenheid vennootschapsbelasting tijdens faillissement

24.6.3. Instemming of weigering met een cessie of verpanding

24.6.4. Beroepsprocedure weigeren instemming cessie of verpanding en Awb

24.6.6. Houding ontvanger bij procedure tegen weigeren instemming met cessie of verpanding

24.6.6. Houding ontvanger bij procedure tegen weigeren instemming met cessie of verpanding

25.1.1. Houding van de ontvanger tijdens behandeling verzoek om uitstel

25.1.4. Redenen beëindigen uitstel

25.1.13. Zekerheid bij uitstel

25.2.4. Uitstel in verband met een onderlinge overlegprocedure

25.2.7a. Nadere voorwaarden bij herbeoordeling verleend uitstel

25.3.2. Berekening van het uit te betalen bedrag bij uitstel

De ontvanger beslist – onder door hem te stellen voorwaarden – in het algemeen positief op een volledig gemotiveerd verzoek om uitstel van betaling. De toewijzende beslissing strekt zich niet verder uit dan tot het te verrekenen bedrag.

25.4.6. Tijdelijke goedkeuring voor uitstel van betaling voor schrijnende situaties in de erfbelasting

25.5.6. Betalingscapaciteit en betalingsregeling particulieren

25.5.5. Vermogen en betalingsregeling particulieren

25.7.1. Toetsing uitstelbeschikking door directeur

26.1.1. Kwijtschelding van betaalde belastingschulden

26.1.10. Begrip ‘ex-ondernemer’ en kwijtschelding

26.2.15. Woonlasten en kwijtschelding van belasting van voorhuwelijkse belastingschulden

26.2.13. Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage en kwijtschelding voor particulieren

26.3.4. Toepassingsbereik saneringsakkoord

26.3.4. Toepassingsbereik saneringsakkoord

26.6. Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding

26.6. Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding

26.4.6. Invordering tijdens administratief beroep en herhaald verzoek om kwijtschelding en ambtshalve behandeling beroepschrift

27.5. Afstand van verjaring

Artikel 28. Invorderingsrente

28.3a. Vermindering in rekening gebrachte invorderingsrente bij uitstel van betaling op grond van artikel 25.4.6

28.3a. Vermindering in rekening gebrachte invorderingsrente bij uitstel van betaling op grond van artikel 25.4.6

Artikel 28a. en artikel 28b

34.2. Extraterritoriale werking van de inlenersaansprakelijkheid

De ontvanger moet aannemelijk maken dat het niet-betalen van de belastingschuld is te wijten aan kennelijk onbehoorlijk bestuur van de vereffenaar. De betekenis van het begrip kennelijk onbehoorlijk bestuur in dit lid is dezelfde als in artikel 36 van de wet.

Artikel 33. Aansprakelijkheid van bestuurder, leider vaste inrichting, vaste vertegenwoordiger en vereffenaar voor alle rijksbelastingen

34.8.1. Berekening omvang inlenersaansprakelijkheid voor de loonheffingen

34.5. Rechtstreekse storting door inlener bij de B/CA

34.8.1. Berekening omvang inlenersaansprakelijkheid voor de loonheffingen

34.6.2. Alternatief voor het storten op de G-rekening voor in een OESO-land beursgenoteerde uitzendondernemingen

34.7. Verklaring betalingsgedrag uitlener

34.9. Latere brutering en inlenersaansprakelijkheid

35.3. Het begrip eigenbouwer

35.3.1. Eigenbouwerschap – beoordeling van geval tot geval

35.3.5. Woningcorporaties en eigenbouwerschap

Vervoersovereenkomsten als bedoeld in artikel 34.1 vallen buiten de werking van artikel 35 van de wet, omdat geen sprake is van een werk van stoffelijke aard. Als het vervoer echter onderdeel uitmaakt van en ondergeschikt is aan een overeenkomst tot uitvoering van een werk van stoffelijke aard, dan moet dat vervoer niet worden afgesplitst van dat grotere geheel.

Artikel 35. Ketenaansprakelijkheid

35.3.7. Winkelbedrijf in de confectiesector en eigenbouwerschap

35.5.1. Vrijwaring ketenaansprakelijkheid door betaling via de g-rekening

35.5.2. Ketenaansprakelijkheid bij WSNP of faillissement onderaannemer

35a.2. Normale uitoefening van het bedrijf en opdrachtgeversaansprakelijkheid

35a.1. Dienstbetrekking en opdrachtgeversaansprakelijkheid

36.4. Kennelijk onbehoorlijk bestuur

36.5.1. Betalingsonmacht en de wijze van melding daarvan

36.4.1. Wanneer kennelijk onbehoorlijk bestuur

Bij ieder gesprek ten kantore waarin de (tijdelijke) betalingsproblemen van de belastingschuldige ter sprake komen, wijst de ontvanger op de meldingsplicht. De ontvanger licht ook de implicaties van de melding toe. De ontvanger reikt in alle gevallen een formulier uit waarmee de belastingschuldige de betalingsonmacht schriftelijk kan melden.

36.6.3. Aansprakelijkheid nieuwe bestuurder

Artikel 40. Aansprakelijkheid van de vervreemder van aandelen of een belang

Artikel 43a

44.1. Aansprakelijkheid kind voor inkomensbestanddelen die aan de ouder zijn toegerekend

46.1. Volgorde aansprakelijkstelling voor successierecht of erfbelasting

43.1. Teruggaaf omzetbelasting aan fiscale eenheid

Artikel 48. Beperking aansprakelijkheid van erfgenamen

49.2. Aansprakelijkstelling voor invorderingsrente

49.2. Aansprakelijkstelling voor invorderingsrente

49.3.1. Wanneer in gebreke

49.8.1. Uitstel in verband met bezwaar tegen een beschikking aansprakelijkstelling

Artikel 58. Informatieverplichtingen van de belastingschuldige of de aansprakelijkgestelde

Artikel 51. Conservatoir beslag bij aansprakelijkheid

Artikel 53. Aansprakelijkheid: verhaalsrechten en kwijtschelding

Artikel 62a

63b.3. Verzuimboete bij niet nakomen verplichting artikel 60, tweede lid van de wet

Artikel 65. Niet nakomen informatieverplichting: strafmaat voor misdrijf

73.1.2. Invorderingsmaatregelen tijdens de toepassing van WSNP of faillissement

73.2.1. Kwijtschelding tijdens WSNP

73.1.2. Invorderingsmaatregelen tijdens de toepassing van WSNP of faillissement

73.3. Insolventieprocedure – surséance

73.1.8. Uitstel in relatie tot WSNP en faillissement

73.4.1. Faillissementsaanvraag – algemeen

73.3a.3. Gevolgen homologatie WHOA-akkoord bij instemming

73.4.6. Toestemming voor faillissementsaanvraag

73.4.8. Verlenen van steunvordering en faillissementsaanvraag

73.5.2. Opschorten invorderingsmaatregelen na verzoek MSNP

73.6.3. Gevolgen buitengerechtelijk akkoord

73.6. Insolventieprocedure – akkoorden

73.6.2. Voorwaarden voor toetreding tot een buitengerechtelijk akkoord

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)