Regeling houdende regels met betrekking tot onderhoudserkenningen en erkenningen van geluidmeetorganisaties (Regeling erkenningen luchtwaardigheid 2008)
Gelet op artikel 3.25 van de Wet luchtvaart en de artikelen 18, tweede lid, 19, tweede lid, onderdelen c en g, en 20, van het Besluit luchtvaartuigen 2008;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- autoriseringspersoneel: personeel dat door de houder van een erkenning volgens een door de Minister aanvaarde procedure is gemachtigd geluidsmeetrapporten af te geven nadat geluidsmetingen zijn verricht;
- certificeringspersoneel: personeel dat door de houder van een erkenning volgens een door de Minister aanvaarde procedure is gemachtigd luchtvaartuigen of onderdelen daarvan als geschikt voor gebruik te certificeren;
- ernstig defect of gebrek: defect of gebrek van zodanige aard, dat als gevolg hiervan de veilige uitvoering van de vlucht niet meer is gewaarborgd of een ernstige verwonding van een inzittende tot gevolg kan hebben of zijn leven in gevaar kan brengen;
- EZT: onderhoudstechnicus voor zweefvliegtuigen of motorzweefvliegtuigen, die door de Minister is erkend voor de werkzaamheden, die in het bewijs van erkenning zijn genoemd (erkend zweefvliegtechnicus);
- houder van een erkenning: natuurlijk of rechtspersoon, erkend door de Minister voor de werkzaamheden die zijn opgenomen in het bewijs van erkenning;
- kleine luchtvaart: luchtvaartuigen vallende onder verordening (EG) nr. 216/2008 en geclassificeerd als vliegtuigen met een maximaal toelaatbare startmassa van 5700 kg of minder, eenmotorige helikopters of ballonnen;
- kwaliteitssysteem: stelsel van vastgelegde bedrijfskundige procedures, regels en voorzieningen dat betrekking heeft op het productieproces en ten doel heeft te verzekeren dat de resultaten van het productieproces aan de vooraf gestelde eisen voldoen;
- kwaliteitsborging: het aantoonbaar op het vereiste peil houden van het kwaliteitssysteem;
- kwaliteitsborgingsfunctie: inspectie- en kwaliteitsorganisatie, aanvaard door de Minister voor het houden van toezicht en het beoordelen van de kwaliteit van de werkzaamheden, teneinde het vereiste kwaliteitsniveau te handhaven;
- luchtwaardigheidsgegevens: alle informatie die nodig is om ervoor te zorgen dat het luchtvaartuig of het onderdeel daarvan in een zodanige staat kan worden gehouden dat de luchtwaardigheid van het luchtvaartuig of het goed functioneren van de operationele uitrusting of de nooduitrusting verzekerd is;
- Minister: Minister van Verkeer en Waterstaat; verordening (EG) nr. 216/2008: verordening van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (PbEU L 79).
In deze regeling wordt onder productie mede verstaan: het verrichten van diensten.
Hoofdstuk 2. Europese erkenningen
Artikel 2
De Minister kan op een aanvraag de volgende erkenningen afgeven:
- a. een MTOA,
- b. een POA,
- c. een MOA,
- d. een MOA-F, of
- e. een CAMO-erkenning.
De aanvraag wordt ingediend door de functionaris van het bedrijf, die de eindverantwoordelijkheid draagt ten aanzien van het door het bedrijf gevoerde beleid.
Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager naast de in de van toepassing zijnde Parts genoemde gegevens de volgende gegevens
- a. een uittreksel, niet ouder dan drie maanden, uit het Handelsregister; en
- b. een zelfevaluatie, waarin is opgenomen op welke wijze de aanvrager aan de in de van toepassing zijnde regelgeving bedoelde eisen voldoet, en waar dit in het handboek staat beschreven.
Artikel 3
Artikel 2 is van toepassing op de aanvraag voor een wijziging van een erkenning, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.
Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.
Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk vier weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.
Artikel 4
Vanaf het tijdstip van schorsing van een erkenning mag de houder die bevoegdheden, waarop de schorsing van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
Om een schorsing op te heffen toont de houder aan, dat de redenen, die tot schorsing hebben geleid, zijn vervallen.
Artikel 5
Vanaf het tijdstip van intrekking van een erkenning mag de houder die bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
De Minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.
Artikel 6
De houder van een POA zal de te melden afwijkingen volgens 21 A.165(f)2 van Part 21 bij verordening (EG) 1702/2003 schriftelijk en onverwijld maar uiterlijk binnen 72 uur na constatering aan de Minister melden.
Hoofdstuk 3. Erkend inspecteur
Artikel 7
Degene, die een aanvraag voor erkend inspecteur heeft ingediend, wordt erkend, nadat hij heeft aangetoond, dat hij:
- a. aan de erkenningsvoorwaarden opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage A voldoet, en
- b. wordt voorgedragen door de onderneming waarvoor hij werkzaamheden verricht.
Artikel 8
Bij de aanvraag voor erkenning als erkend inspecteur verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:
- a. een korte levensbeschrijving van de aanvrager waarin in ieder geval opleiding, ervaring en vroegere functies zijn opgenomen;
- b. een opgave van de werkzaamheden, welke de aanvrager zal gaan uitvoeren onder de erkenning;
- c. een exemplaar van het handboek, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage A;
- d. een exemplaar van te gebruiken modellen van de verklaringen van overeenstemming met de luchtwaardigheidseisen.
Artikel 9
Van de erkenning als erkend inspecteur wordt door de Minister een bewijs afgegeven, dat vermeldt tot welke datum de erkenning geldig is.
Artikel 10
Ten aanzien van de verlenging van een erkend inspecteur zijn de artikelen 7 en 8 van toepassing, met dien verstande dat:
- a. kan worden volstaan met aan te geven, welke veranderingen zich hebben voorgedaan ten aanzien van de gegevens, die voor de laatst verleende erkenning zijn ingediend; en
- b. de erkende inspecteur gedurende de voorafgaande termijn van geldigheid van de erkenning, de werkzaamheden waarvoor hij is erkend, in voldoende mate heeft verricht.
Teneinde de erkenning tijdig te kunnen verlengen, moet de aanvraag hiertoe uiterlijk acht weken, doch niet eerder dan twaalf weken voor de in artikel 9 bedoelde datum worden ingediend.
Artikel 11
De erkende inspecteur deelt de Minister onverwijld iedere wijziging van de bij de laatst ingediende aanvraag verstrekte gegevens volgens artikel 8, aanhef en onder b tot en met d.
De Minister kan voorwaarden stellen waaronder de in het eerste lid bedoelde wijzigingen worden geaccepteerd.
Artikel 12
De erkenning als erkend inspecteur wordt gewijzigd, nadat door de houder van de erkenning is aangetoond, dat hij ook na de invoering van de wijziging aan de voor de verkrijging van een erkenning als erkend inspecteur gestelde voorwaarden zal blijven voldoen.
De artikelen 7 en 8 zijn van toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.
Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.
Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk vier weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.
Artikel 13
Vanaf het tijdstip van schorsing van de erkenning mag de houder die bevoegdheden waarop de schorsing van de erkenning als erkend inspecteur betrekking heeft, niet uitoefenen.
Om een schorsing op te heffen wordt door de houder van de erkenning aangetoond dat de omstandigheden, die tot schorsing hebben geleid, zijn opgeheven.
Artikel 14
Vanaf het tijdstip van intrekking van de erkenning mag de houder die bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning als erkend inspecteur betrekking heeft, niet uitoefenen
De erkend inspecteur is verplicht het bewijs van erkenning zo spoedig mogelijk aan de Minister te zenden.
De Minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.
Artikel 15
Het handboek van de aanvrager bevat in ieder geval de informatie die is voorgeschreven in de bij deze regeling behorende bijlage A.
De wijzigingen in het handboek worden zo spoedig mogelijk aan de Minister gezonden.
Artikel 16
De erkend inspecteur bewaart de verklaringen van overeenstemming met de luchtwaardigheidseisen met betrekking tot de door hem verrichtte werkzaamheden.
Artikel 17
Indien naar het oordeel van de Minister, een verbetering van het kwaliteitssysteem noodzakelijk is, treft de erkende inspecteur, met inachtneming van de door de Minister gegeven aanwijzingen, maatregelen ter verbetering van het kwaliteitssysteem.
Hoofdstuk 4. Erkend zweefvliegtechnicus (EZT)
Artikel 18
Degene die een aanvraag voor een erkenning als EZT heeft ingediend wordt erkend, nadat hij door tussenkomst van de kwaliteitsborgingsfunctie heeft aangetoond, dat hij
- a. aan de erkenningsvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage B voldoet, en
- b. wordt voorgedragen door de zweefvliegclub waarvoor hij werkzaamheden gaat verrichten.
Artikel 19
Bij de aanvraag voor erkenning als EZT verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:
- a. een korte levensbeschrijving van de aanvrager en de uitvoerder van de kwaliteitsborgingsfunctie, waarin in ieder geval opleiding, ervaring en vroegere functies zijn opgenomen;
- b. een afschrift van de overeenkomst met de uitvoerder van de kwaliteitsborgingsfunctie;
- c. een opgave van de werkzaamheden, welke de aanvrager zal uitbesteden aan derden;
- d. een opgave van de werkzaamheden, welke de aanvrager zal gaan uitvoeren onder de erkenning;
- e. een exemplaar van het handboek, bedoeld in bij deze regeling behorende bijlage B;
- f. een exemplaar van te gebruiken modellen van het certificaat van vrijgave en het certificaat van vrijgave voor gebruik;
- g. een evaluatieadvies van de kwaliteitsborgingsfunctie ten aanzien van de gevraagde erkenning.
Artikel 20
Van de erkenning als EZT wordt een bewijs afgegeven, dat vermeldt tot welke datum de erkenning geldig is.
Artikel 21
Ten aanzien van de verlenging van een erkenning als EZT zijn de artikelen 18 en 19 van toepassing, met dien verstande dat:
- a. kan worden volstaan met aan te geven, welke veranderingen zich hebben voorgedaan ten aanzien van de gegevens, die voor de laatst verleende erkenning zijn ingediend;
- b. de EZT gedurende de voorafgaande termijn van geldigheid van de erkenning, de werkzaamheden waarvoor hij is erkend, in voldoende mate heeft verricht.
Teneinde de erkenning tijdig te kunnen verlengen, moet de aanvraag hiertoe uiterlijk acht weken, doch niet eerder dan twaalf weken voor de in artikel 20 bedoelde datum worden ingediend.
Artikel 22
De EZT deelt de Minister onverwijld iedere wijziging van de bij de laatst ingediende aanvraag verstrekte gegevens volgens artikel 19, aanhef en onder b tot en met f.
De Minister kan voorwaarden stellen waaronder de in het eerste lid bedoelde wijzigingen worden geaccepteerd.
Artikel 23
De erkenning als EZT wordt gewijzigd, nadat door tussenkomst van de kwaliteitsborgingsfunctie is aangetoond, dat de houder ook na de invoering van de wijziging aan de voor de verkrijging van een erkenning als EZT gestelde voorwaarden zal blijven voldoen.
De artikelen 18 en 19 zijn van toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.
Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.
Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk vier weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.
Artikel 24
Vanaf het tijdstip van schorsing mag de houder die bevoegdheden, waarop de schorsing van de erkenning als EZT betrekking heeft, niet uitoefenen.
Om een schorsing op te heffen wordt aangetoond, dat de omstandigheden, die tot schorsing hebben geleid, zijn opgeheven.
Artikel 25
Vanaf het tijdstip van intrekking mag de houder die bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning als EZT betrekking heeft, niet uitoefenen.
De EZT is verplicht het bewijs van erkenning zo spoedig mogelijk aan de Minister te zenden.
De Minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.
Artikel 26
Het handboek van de aanvrager bevat in ieder geval de informatie die is voorgeschreven in de bij deze regeling behorende bijlage B.
De wijzigingen in het handboek worden zo spoedig mogelijk aan de Minister gezonden.
Artikel 27
De EZT bewaart de volgende gegevens ten minste gedurende de aangegeven termijn:
- a. de tekeningen, specificaties en overige gegevens met betrekking tot onderhoud uitgevoerde werkzaamheden aan luchtvaartuigen en onderdelen: twee jaren na beëindiging van de werkzaamheden;
- b. de ontvangen certificaten van vrijgave voor gebruik en verklaringen van conformiteit voor materialen of onderdelen: twee jaren na verwerking ervan.
Artikel 28
De EZT meldt een defect of gebrek zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 72 uur na constatering, schriftelijk aan de Minister.
De melding gaat vergezeld van een zo volledig mogelijke beschrijving van hetgeen werd gevonden en een opgave van de overige van belang zijnde gegevens.
Indien er sprake is van een ernstig defect of gebrek meldt de EZT het ernstig defect of gebrek onmiddellijk aan de Minister.
Artikel 29
Indien naar het oordeel van de Minister, een verbetering van het kwaliteitssysteem noodzakelijk is, treft de EZT, met inachtneming van de door de Minister gegeven aanwijzingen, maatregelen ter verbetering van het kwaliteitssysteem.
Hoofdstuk 5. Bedrijfserkenningen op basis van Nederlandse eisen
Artikel 30
De Minister geeft op aanvraag een erkenning af nadat de aanvrager heeft aangetoond, dat:
- a. hij aan de erkenningsvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage C bij deze regeling voldoet;
- b. hij in Nederland is gevestigd.
De aanvraag wordt ingediend door de functionaris van het bedrijf, die de eindverantwoordelijkheid draagt ten aanzien van het door het bedrijf gevoerde beleid.
Artikel 31
Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:
- a. een korte levensbeschrijving van de aanvrager, het hoofd van de kwaliteitsafdeling, de gemachtigden, alsmede overige leden van het personeel die met betrekking tot de erkenning van het bedrijf een belangrijke functie vervullen, waarin in ieder geval opleiding, ervaring en vroegere functies zijn opgenomen;
- b. een globale opsomming van de werkzaamheden, die het bedrijf uitbesteedt aan andere bedrijven;
- c. een opgave van de potentiële afnemers van de resultaten van het productieproces ten behoeve waarvan een erkenning wordt aangevraagd;
- d. een exemplaar van het handboek, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage C;
- e. een exemplaar van te gebruiken modellen van het certificaat van vrijgave en het certificaat van vrijgave voor gebruik;
- f. een uittreksel, niet ouder dan drie maanden, uit het Handelsregister;
- g. een zelfevaluatie, waarin is opgenomen op welke wijze de aanvrager aan de in de van toepassing zijnde regelgeving bedoelde eisen voldoet, en waar dit in het handboek staat beschreven.
Artikel 32
Van de erkenning wordt een bewijs afgegeven, dat vermeldt tot welke datum de erkenning geldig is.
Artikel 33
Ten aanzien van de verlenging van een erkenning zijn de artikelen 30 en 31 van toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met aan te geven welke veranderingen zich hebben voorgedaan ten aanzien van de gegevens die voor de laatst verleende erkenning zijn ingediend.
Teneinde de erkenning tijdig te kunnen verlengen, moet de aanvraag hiertoe uiterlijk acht weken, doch niet eerder dan twaalf weken voor de in artikel 32 bedoelde datum worden ingediend.
Artikel 34
De houder van een erkenning bereidt wijzigingen in het functioneren van de organisatie zodanig voor en voert deze zodanig uit, dat het kwaliteitssysteem van de houder van de erkenning aantoonbaar in stand en effectief blijft.
In de volgende gevallen moet de houder van een erkenning een aanvraag voor acceptatie van wijziging van de bij de oorspronkelijke aanvraag verstrekte gegevens indienen:
- a. een belangrijke wijziging in het volume van de productie, ten behoeve waarvan het bedrijf is erkend;
- b. een wijziging in het kwaliteitsbeleid;
- c. een belangrijke wijziging van de organisatie;
- d. een wijziging van de erkenningaanvrager, de leiding van de kwaliteitsafdeling of de technische leiding van het bedrijf;
- e. een wijziging in de lijst van gemachtigden, tenzij anderszins met het bedrijf is overeengekomen;
- f. een belangrijke wijziging in de toegepaste werkwijzen;
- g. verandering in de behuizing en de uitrusting van het bedrijf.
Artikel 35
Een aanvraag tot wijziging wordt door de Minister goedgekeurd nadat is aangetoond, dat het bedrijf ook na de invoering van de wijziging aan de voor de verkrijging van een erkenning gestelde voorwaarden zal blijven voldoen.
De artikelen 30 en 31 zijn van toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.
Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.
Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk vier weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.
Artikel 36
Vanaf het tijdstip van schorsing mag de houder die bevoegdheden, waarop de schorsing van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
Om een schorsing op te heffen wordt aangetoond, dat de omstandigheden, die tot schorsing hebben geleid, zijn opgeheven.
Artikel 37
Vanaf het tijdstip van intrekking mag de houder die bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
De houder van de erkenning is verplicht het bewijs van erkenning zo spoedig mogelijk aan de Minister te zenden.
De Minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.
Artikel 38
Het handboek van de aanvrager bevat in ieder geval de informatie die is voorgeschreven in de bij deze regeling behorende bijlage C.
In door de Minister te bepalen gevallen beschikt de aanvrager over een centraal handboek. Het centrale handboek bevat de hoofdlijnen van en verwijzingen naar het handboek.
De aanvrager zendt wijzigingen in het handboek zo spoedig mogelijk aan de Minister.
Artikel 39
De houder van een erkenning bewaart de volgende gegevens ten minste gedurende de aangegeven termijn:
- a. de gegevens met betrekking tot onderhoud van onderdelen of producten: tien jaren na het beëindigen van de werkzaamheden;
- b. de administratie betreffende de afgegeven certificaten van vrijgave en certificaten van vrijgave voor gebruik: tien jaren na de autorisatie daarvan;
- c. de ontvangen certificaten van vrijgave voor gebruik of verklaringen van conformiteit voor materialen of onderdelen, welke van derden zijn betrokken: tien jaren na de verwerking van deze materialen of onderdelen.
Artikel 40
De houder van een erkenning meldt ernstige tekortkomingen die tijdens het productieproces ontstaan, een ernstig defect of een ernstig gebrek zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 72 uur na constatering of het bekend worden ervan, schriftelijk aan de Minister.
De melding gaat vergezeld van een zo volledig mogelijke beschrijving van hetgeen werd gevonden en een opgave van de overige van belang zijnde gegevens.
Indien er sprake is van direct gevaar voor het veilig gebruik of de inzittende, meldt de houder van een erkenning de tekortkoming, het ernstig defect of gebrek onmiddellijk aan de Minister.
Artikel 41
Indien naar het oordeel van de Minister een verbetering van het kwaliteitssysteem noodzakelijk is, treft de houder van een erkenning, met inachtneming van de door de Minister gegeven aanwijzingen, maatregelen ter verbetering van het kwaliteitssysteem.
Hoofdstuk 6. Erkende geluidsmeetorganisatie
Artikel 42
De aanvrager wordt erkend nadat deze naar het oordeel van de Minister genoegzaam heeft aangetoond, dat hij:
- a. aan de erkenningsvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage D voldoet;
- b. in Nederland is gevestigd.
De aanvraag wordt ingediend door de functionaris van de organisatie, die de eindverantwoordelijkheid draagt ten aanzien van het door de organisatie gevoerde beleid.
Artikel 43
Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:
- a. een korte levensbeschrijving van de aanvrager, de uitvoerder van de kwaliteitsborgingsfunctie, en het autoriseringspersoneel, waarin in ieder geval opleiding, ervaring en vroegere functies zijn opgenomen;
- b. in het geval van een eenmansorganisatie, een afschrift van de overeenkomst met de uitvoerder van de kwaliteitsborgingsfunctie;
- c. een exemplaar van het handboek, bedoeld in artikel 16 van de bij deze regeling behorende bijlage D;
- d. een exemplaar van te gebruiken modellen van het geluidsmeetrapport;
- e. een uittreksel, niet ouder dan drie maanden, uit het Handelsregister indien de organisatie aldaar is ingeschreven, of in het geval van een eenmansorganisatie, een uittreksel, niet ouder dan drie maanden uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;
- f. een zelfevaluatie, waarin is opgenomen op welke wijze de aanvrager aan de in de van toepassing zijnde regelgeving bedoelde eisen voldoet, en waar dit in het handboek staat beschreven.
Artikel 44
Van de erkenning wordt een bewijs afgegeven, dat vermeldt tot welke datum de erkenning geldig is.
Artikel 45
Ten aanzien van de verlenging van een erkenning zijn de artikelen 42 en 43 van toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met aan te geven, welke veranderingen zich hebben voorgedaan ten aanzien van de gegevens, die voor de laatst verleende erkenning zijn ingediend.
Teneinde de erkenning tijdig te kunnen verlengen, moet de aanvraag hiertoe uiterlijk acht weken, doch niet eerder dan twaalf weken voor de in artikel 44 bedoelde datum worden ingediend.
Artikel 46
De houder van een erkenning, niet zijnde een eenmansorganisatie, bereidt wijzigingen in het functioneren van de organisatie zodanig voor en voert deze op zodanige wijze uit, dat het kwaliteitssysteem van de houder van de erkenning aantoonbaar in stand en effectief blijft.
De houder van een erkenning, niet zijnde een eenmansorganisatie, dient een aanvraag voor acceptatie van wijziging van de bij de oorspronkelijke aanvraag verstrekte gegevens in bij:
- a. een wijziging in het kwaliteitsbeleid;
- b. een belangrijke wijziging van de organisatie;
- c. een wijziging van de erkenningaanvrager, of de leiding van de kwaliteitsafdeling;
- d. een wijziging in de lijst van autoriseringspersoneel, tenzij anderszins met het bedrijf is overeengekomen;
- e. een belangrijke wijziging in de toegepaste werkwijzen;
- f. verandering in de meetuitrusting van het bedrijf;
- g. de ingebruikname van een nieuwe geluidsmeetlocatie.
De houder van een erkenning, zijnde een eenmansorganisatie, deelt de Minister onverwijld iedere wijziging mee van de bij de laatst ingediende aanvraag verstrekte gegevens volgens artikel 43, aanhef en onder b tot en met f.
De Minister kan voorwaarden stellen waaronder de in het derde lid bedoelde wijzigingen worden geaccepteerd.
Artikel 47
Een aanvraag tot wijziging, wordt door de Minister goedgekeurd, nadat is aangetoond, dat de organisatie ook na de invoering van de wijziging aan de voor de verkrijging van een erkenning gestelde voorwaarden zal blijven voldoen.
De erkenning als eenmansorganisatie wordt gewijzigd, nadat door tussenkomst van de uitvoerder van de kwaliteitsborgingsfunctie is aangetoond, dat de houder ook na de invoering van de wijziging aan de voor de verkrijging van een erkenning als geluidsmeetorganisatie gestelde voorwaarden zal blijven voldoen.
De artikelen 42 en 43 zijn van toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.
Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.
Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk acht weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.
Artikel 48
Vanaf het tijdstip van schorsing mag de houder die bevoegdheden, waarop de schorsing van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
Om een schorsing op te heffen wordt aangetoond, dat de omstandigheden, die tot schorsing hebben geleid, zijn opgeheven.
Artikel 49
Vanaf het tijdstip van intrekking mag de houder de bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
De houder van de erkenning is verplicht het bewijs van erkenning zo spoedig mogelijk aan de Minister te zenden.
De Minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.
Artikel 50
Het handboek van de aanvrager bevat in ieder geval de informatie die is voorgeschreven in de bij deze regeling behorende bijlage D.
De aanvrager zendt wijzigingen in het handboek zo spoedig mogelijk aan de Minister.
Artikel 51
De houder van een erkenning bewaart de volgende gegevens ten minste gedurende de aangegeven termijn:
- a. de geluidsmeetrapporten en overige gegevens met betrekking tot de geluidsmetingen die hebben plaatsgevonden: twee jaren na de geluidsmeting;
- b. de administratie betreffende de afgegeven geluidsmeetrapporten: twee jaren na de autorisatie daarvan.
Artikel 52
De houder van een erkenning meldt een defect of een gebrek zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 72 uur na de ontdekking ervan, schriftelijk aan de Minister.
De melding gaat vergezeld van een zo volledig mogelijke beschrijving van hetgeen werd gevonden en een opgave van de overige van belang zijnde gegevens.
Indien er sprake is van een ernstig defect of gebrek meldt de houder van de erkenning het ernstige defect of het ernstige gebrek onmiddellijk aan de Minister.
Artikel 53
Indien naar het oordeel van de Minister een verbetering van het kwaliteitssysteem noodzakelijk is, treft de erkende geluidsmeetorganisatie, met inachtneming van de door de Minister gegeven aanwijzingen, maatregelen ter verbetering van het kwaliteitssysteem.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 54
De Minister publiceert periodiek de volgende gegevens van de houders van een erkenning:
- a. naam;
- b. vestigingsplaats of -plaatsen;
- c. omschrijving van de werkzaamheden, waarvoor de houder van een erkenning is erkend.
Artikel 55
De Regeling erkenningen luchtwaardigheid en de Regeling JAR-147 opleidingsinstellingen worden ingetrokken.
Artikel 56
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 57
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenningen luchtwaardigheid 2008.
Bijlage A. Erkenningsvoorwaarden voor een erkend inspecteur
Artikel 1. De organisatiestructuur
De aanvrager beschikt over een beschrijving, inclusief een organisatieschema, waaruit de plaats van de aanvrager in de onderneming blijkt.
Artikel 2. Vakbekwaamheid
De aanvrager beschikt met betrekking tot het gebied van de werkzaamheden ten aanzien waarvan hij de erkenning aanvraagt, over:
Artikel 3. Ervaring
Ten einde een goede uitvoering van werkzaamheden te kunnen waarborgen, zal de aanvrager:
Artikel 4. Documentatie
De aanvrager beschikt op de werkplek over de van toepassing zijnde voorschriften, specificaties, normen en andere gegevens die ingevolge de aanwijzingen van de Minister van toepassing zijn op de certificatieprocessen.
Artikel 5. Kwaliteitssysteem
De aanvrager is verantwoordelijk voor een kwaliteitssysteem dat in ieder geval de volgende aspecten bevat:
Artikel 6. De certificatieprocessen
De certificatieprocessen van de aanvrager waarborgen dat de werkzaamheden worden uitgevoerd, overeenkomstig de van toepassing zijnde specificaties, voorschriften en instructies zodat de resultaten van het certificatieproces aan een vooraf vastgestelde kwaliteit voldoen.
Artikel 7. Het documentatiebeheer
De aanvrager beschikt over een systeem dat waarborgt dat de beschikbare documentatie wordt bijgehouden en actueel blijft.
Artikel 8. De vrijgave
Artikel 9. Een doelmatige en deugdelijke technische administratie
De aanvrager zorgt voor een doelmatige en deugdelijke technische administratie met betrekking tot:
Artikel 10. Kwaliteitsborging
Artikel 11. Handboek
Het handboek van de aanvrager bevat een beschrijving hoe hij aan de artikelen 4 tot en met 10 voldoet en een wijzigingsprocedure van het handboek.
Bijlage B. Erkenningsvoorwaarden voor EZT
Artikel 1. Vakbekwaamheid
De aanvrager beschikt over een geldig bewijs van bevoegdheid als onderhoudstechnicus, met de bevoegdverklaring(en) in overeenstemming met de aard van de werkzaamheden.
Artikel 2. Bedrijfsmiddelen
Artikel 3. Documentatie
De aanvrager beschikt in de werkplaats over de van toepassing zijnde voorschriften, specificaties, normen en andere gegevens die ingevolge de aanwijzingen van de Minister van toepassing zijn op de materialen, onderdelen, producten en productieprocessen.
Artikel 4. Kwaliteitssysteem
De aanvrager is verantwoordelijk voor een kwaliteitssysteem dat in ieder geval de volgende aspecten bevat:
Artikel 5. Het kwaliteitsbeleid
Artikel 6. De productieprocessen
De aanvrager waarborgt dat de werkzaamheden tijdens het productieproces worden uitgevoerd, overeenkomstig de van toepassing zijnde specificaties, voorschriften en instructies, met gebruikmaking van de van toepassing zijnde bedrijfsmiddelen zodat de resultaten van het productieproces aan een vooraf vastgestelde kwaliteit voldoen.
Artikel 7. Het documentbeheer
De aanvrager beschikt over een systeem dat waarborgt dat de beschikbare documentatie wordt bijgehouden en actueel blijft.
Artikel 8. De meetapparatuur en beproevingsmiddelen
De aanvrager beschikt over een systeem dat waarborgt dat de meet- en beproevingsmiddelen in deugdelijke toestand worden gehouden.
Artikel 9. De deugdelijkheid van materialen en producten
Artikel 10. De vrijgave
Artikel 11. Een doelmatige en deugelijke technische administratie
De aanvrager zorgt voor een doelmatige en deugdelijke technische administratie met betrekking tot:
Artikel 12. Kwaliteitsborging
Artikel 13. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de kwaliteitsborgingsfunctie
Artikel 14. Handboek
Het handboek van de aanvrager bevat een beschrijving hoe hij aan de artikelen 2 tot en met 13 voldoet alsmede een wijzigingsprocedure van het handboek.
Bijlage C. Erkenningsvoorwaarden voor een erkend bedrijf
Artikel 1. De organisatiestructuur
Artikel 2. Personeelscapaciteit
Artikel 3. Bedrijfsmiddelen
Artikel 4. Documentatie
De aanvrager beschikt in het bedrijf, daar waar deze voor de uitvoering van de werkzaamheden benodigd zijn, over de van toepassing zijnde voorschriften, specificaties, normen en andere gegevens, die ingevolge de aanwijzingen van de Minister van toepassing zijn op de materialen, onderdelen, producten en productieprocessen.
Artikel 5. Kwaliteitssysteem
Artikel 6. Kwaliteitsbeleid
Artikel 7. De opleiding, kwalificatie en ervaring van het personeel
Artikel 8. De productieprocessen
De aanvrager waarborgt dat:
Artikel 9. Het documentatiebeheer
De aanvrager beschikt over een systeem dat waarborgt, dat de beschikbare documentatie wordt bijgehouden en actueel blijft.
Artikel 10. De meet- en beproevingsmiddelen
Artikel 11. De deugdelijkheid van toegeleverde materialen, onderdelen en producten en uitbestede werkzaamheden
Artikel 12. De opslag van materialen en producten
De aanvrager zorgt voor een goede opslag van en een goede handelwijze met materialen, halffabrikaten, onderdelen en producten, zodat:
Artikel 13. De identificatie en traceerbaarheid van materialen, onderdelen en producten
Artikel 14. De vrijgave
Artikel 15. Een doelmatige en deugdelijke technische administratie
Artikel 16. De kwaliteitsborging
Artikel 17. Handboek
Bijlage D. Erkenningsvoorwaarden voor een erkende geluidsmeetorganisatie
Artikel 1. De organisatiestructuur
Artikel 2. Personeelscapaciteit
Artikel 3. Bedrijfsmiddelen
Artikel 4. Documentatie
De aanvrager beschikt in de organisatie, daar waar deze voor de uitvoering van de werkzaamheden benodigd zijn, over de van toepassing zijnde voorschriften, specificaties, normen en andere gegevens.
Artikel 5. Kwaliteitssysteem
Artikel 6. Kwaliteitsbeleid
Artikel 7. De opleiding, kwalificatie en ervaring van het personeel
Artikel 8. Het geluidsmeetproces
De aanvrager waarborgt dat de werkzaamheden tijdens het geluidsmeetproces worden uitgevoerd, overeenkomstig de van toepassing zijnde voorschriften en instructies, met gebruikmaking van de van toepassing zijnde bedrijfsmiddelen.
Artikel 9. Het documentatiebeheer
De aanvrager beschikt over een systeem dat waarborgt dat de beschikbare documentatie wordt bijgehouden en actueel blijft.
Artikel 10. De identificatie en traceerbaarheid van meetapparatuur
Artikel 11. De geluidsmeetrapporten
Artikel 12. Een doelmatige en deugdelijke technische administratie
Artikel 13. De kwaliteitsborging bij een organisatie niet zijnde een eenmansorganisatie
Artikel 14. Kwaliteitsborging bij een eenmansorganisatie
Artikel 15. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de uitvoerder van de kwaliteitsborgingsfunctie bij een eenmansorganisatie
Artikel 16. Handboek
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.