← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling houdende regels met betrekking tot onderhoudserkenningen en erkenningen van geluidmeetorganisaties (Regeling erkenningen luchtwaardigheid 2008)

Geldende tekst a fecha 2008-11-12

Gelet op artikel 3.25 van de Wet luchtvaart en de artikelen 18, tweede lid, 19, tweede lid, onderdelen c en g, en 20, van het Besluit luchtvaartuigen 2008;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

In deze regeling wordt onder productie mede verstaan: het verrichten van diensten.

Hoofdstuk 2. Europese erkenningen

Artikel 2
1.

De Minister kan op een aanvraag de volgende erkenningen afgeven:

2.

De aanvraag wordt ingediend door de functionaris van het bedrijf, die de eindverantwoordelijkheid draagt ten aanzien van het door het bedrijf gevoerde beleid.

3.

Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager naast de in de van toepassing zijnde Parts genoemde gegevens de volgende gegevens

Artikel 3
1.

Artikel 2 is van toepassing op de aanvraag voor een wijziging van een erkenning, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.

2.

Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.

3.

Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk vier weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.

Artikel 4
1.

Vanaf het tijdstip van schorsing van een erkenning mag de houder die bevoegdheden, waarop de schorsing van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.

2.

Om een schorsing op te heffen toont de houder aan, dat de redenen, die tot schorsing hebben geleid, zijn vervallen.

Artikel 5
1.

Vanaf het tijdstip van intrekking van een erkenning mag de houder die bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.

2.

De Minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.

Artikel 6

De houder van een POA zal de te melden afwijkingen volgens 21 A.165(f)2 van Part 21 bij verordening (EG) 1702/2003 schriftelijk en onverwijld maar uiterlijk binnen 72 uur na constatering aan de Minister melden.

Hoofdstuk 3. Erkend inspecteur

Artikel 7

Degene, die een aanvraag voor erkend inspecteur heeft ingediend, wordt erkend, nadat hij heeft aangetoond, dat hij:

Artikel 8

Bij de aanvraag voor erkenning als erkend inspecteur verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:

Artikel 9

Van de erkenning als erkend inspecteur wordt door de Minister een bewijs afgegeven, dat vermeldt tot welke datum de erkenning geldig is.

Artikel 10
1.

Ten aanzien van de verlenging van een erkend inspecteur zijn de artikelen 7 en 8 van toepassing, met dien verstande dat:

2.

Teneinde de erkenning tijdig te kunnen verlengen, moet de aanvraag hiertoe uiterlijk acht weken, doch niet eerder dan twaalf weken voor de in artikel 9 bedoelde datum worden ingediend.

Artikel 11
1.

De erkende inspecteur deelt de Minister onverwijld iedere wijziging van de bij de laatst ingediende aanvraag verstrekte gegevens volgens artikel 8, aanhef en onder b tot en met d.

2.

De Minister kan voorwaarden stellen waaronder de in het eerste lid bedoelde wijzigingen worden geaccepteerd.

Artikel 12
1.

De erkenning als erkend inspecteur wordt gewijzigd, nadat door de houder van de erkenning is aangetoond, dat hij ook na de invoering van de wijziging aan de voor de verkrijging van een erkenning als erkend inspecteur gestelde voorwaarden zal blijven voldoen.

2.

De artikelen 7 en 8 zijn van toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.

3.

Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.

4.

Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk vier weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.

Artikel 13
1.

Vanaf het tijdstip van schorsing van de erkenning mag de houder die bevoegdheden waarop de schorsing van de erkenning als erkend inspecteur betrekking heeft, niet uitoefenen.

2.

Om een schorsing op te heffen wordt door de houder van de erkenning aangetoond dat de omstandigheden, die tot schorsing hebben geleid, zijn opgeheven.

Artikel 14
1.

Vanaf het tijdstip van intrekking van de erkenning mag de houder die bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning als erkend inspecteur betrekking heeft, niet uitoefenen

2.

De erkend inspecteur is verplicht het bewijs van erkenning zo spoedig mogelijk aan de Minister te zenden.

3.

De Minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.

Artikel 15
1.

Het handboek van de aanvrager bevat in ieder geval de informatie die is voorgeschreven in de bij deze regeling behorende bijlage A.

2.

De wijzigingen in het handboek worden zo spoedig mogelijk aan de Minister gezonden.

Artikel 16

De erkend inspecteur bewaart de verklaringen van overeenstemming met de luchtwaardigheidseisen met betrekking tot de door hem verrichtte werkzaamheden.

Artikel 17

Indien naar het oordeel van de Minister, een verbetering van het kwaliteitssysteem noodzakelijk is, treft de erkende inspecteur, met inachtneming van de door de Minister gegeven aanwijzingen, maatregelen ter verbetering van het kwaliteitssysteem.

Hoofdstuk 4. Erkend zweefvliegtechnicus (EZT)

Artikel 18

Degene die een aanvraag voor een erkenning als EZT heeft ingediend wordt erkend, nadat hij door tussenkomst van de kwaliteitsborgingsfunctie heeft aangetoond, dat hij

Artikel 19

Bij de aanvraag voor erkenning als EZT verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:

Artikel 20

Van de erkenning als EZT wordt een bewijs afgegeven, dat vermeldt tot welke datum de erkenning geldig is.

Artikel 21
1.

Ten aanzien van de verlenging van een erkenning als EZT zijn de artikelen 18 en 19 van toepassing, met dien verstande dat:

2.

Teneinde de erkenning tijdig te kunnen verlengen, moet de aanvraag hiertoe uiterlijk acht weken, doch niet eerder dan twaalf weken voor de in artikel 20 bedoelde datum worden ingediend.

Artikel 22
1.

De EZT deelt de Minister onverwijld iedere wijziging van de bij de laatst ingediende aanvraag verstrekte gegevens volgens artikel 19, aanhef en onder b tot en met f.

2.

De Minister kan voorwaarden stellen waaronder de in het eerste lid bedoelde wijzigingen worden geaccepteerd.

Artikel 23
1.

De erkenning als EZT wordt gewijzigd, nadat door tussenkomst van de kwaliteitsborgingsfunctie is aangetoond, dat de houder ook na de invoering van de wijziging aan de voor de verkrijging van een erkenning als EZT gestelde voorwaarden zal blijven voldoen.

2.

De artikelen 18 en 19 zijn van toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.

3.

Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.

4.

Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk vier weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.

Artikel 24
1.

Vanaf het tijdstip van schorsing mag de houder die bevoegdheden, waarop de schorsing van de erkenning als EZT betrekking heeft, niet uitoefenen.

2.

Om een schorsing op te heffen wordt aangetoond, dat de omstandigheden, die tot schorsing hebben geleid, zijn opgeheven.

Artikel 25
1.

Vanaf het tijdstip van intrekking mag de houder die bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning als EZT betrekking heeft, niet uitoefenen.

2.

De EZT is verplicht het bewijs van erkenning zo spoedig mogelijk aan de Minister te zenden.

3.

De Minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.

Artikel 26
1.

Het handboek van de aanvrager bevat in ieder geval de informatie die is voorgeschreven in de bij deze regeling behorende bijlage B.

2.

De wijzigingen in het handboek worden zo spoedig mogelijk aan de Minister gezonden.

Artikel 27

De EZT bewaart de volgende gegevens ten minste gedurende de aangegeven termijn:

Artikel 28
1.

De EZT meldt een defect of gebrek zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 72 uur na constatering, schriftelijk aan de Minister.

2.

De melding gaat vergezeld van een zo volledig mogelijke beschrijving van hetgeen werd gevonden en een opgave van de overige van belang zijnde gegevens.

3.

Indien er sprake is van een ernstig defect of gebrek meldt de EZT het ernstig defect of gebrek onmiddellijk aan de Minister.

Artikel 29

Indien naar het oordeel van de Minister, een verbetering van het kwaliteitssysteem noodzakelijk is, treft de EZT, met inachtneming van de door de Minister gegeven aanwijzingen, maatregelen ter verbetering van het kwaliteitssysteem.

Hoofdstuk 5. Bedrijfserkenningen op basis van Nederlandse eisen

Artikel 30
1.

De Minister geeft op aanvraag een erkenning af nadat de aanvrager heeft aangetoond, dat:

2.

De aanvraag wordt ingediend door de functionaris van het bedrijf, die de eindverantwoordelijkheid draagt ten aanzien van het door het bedrijf gevoerde beleid.

Artikel 31

Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:

Artikel 32

Van de erkenning wordt een bewijs afgegeven, dat vermeldt tot welke datum de erkenning geldig is.

Artikel 33
1.

Ten aanzien van de verlenging van een erkenning zijn de artikelen 30 en 31 van toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met aan te geven welke veranderingen zich hebben voorgedaan ten aanzien van de gegevens die voor de laatst verleende erkenning zijn ingediend.

2.

Teneinde de erkenning tijdig te kunnen verlengen, moet de aanvraag hiertoe uiterlijk acht weken, doch niet eerder dan twaalf weken voor de in artikel 32 bedoelde datum worden ingediend.

Artikel 34
1.

De houder van een erkenning bereidt wijzigingen in het functioneren van de organisatie zodanig voor en voert deze zodanig uit, dat het kwaliteitssysteem van de houder van de erkenning aantoonbaar in stand en effectief blijft.

2.

In de volgende gevallen moet de houder van een erkenning een aanvraag voor acceptatie van wijziging van de bij de oorspronkelijke aanvraag verstrekte gegevens indienen:

Artikel 35
1.

Een aanvraag tot wijziging wordt door de Minister goedgekeurd nadat is aangetoond, dat het bedrijf ook na de invoering van de wijziging aan de voor de verkrijging van een erkenning gestelde voorwaarden zal blijven voldoen.

2.

De artikelen 30 en 31 zijn van toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.

3.

Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.

4.

Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk vier weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.

Artikel 36
1.

Vanaf het tijdstip van schorsing mag de houder die bevoegdheden, waarop de schorsing van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.

2.

Om een schorsing op te heffen wordt aangetoond, dat de omstandigheden, die tot schorsing hebben geleid, zijn opgeheven.

Artikel 37
1.

Vanaf het tijdstip van intrekking mag de houder die bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.

2.

De houder van de erkenning is verplicht het bewijs van erkenning zo spoedig mogelijk aan de Minister te zenden.

3.

De Minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.

Artikel 38
1.

Het handboek van de aanvrager bevat in ieder geval de informatie die is voorgeschreven in de bij deze regeling behorende bijlage C.

2.

In door de Minister te bepalen gevallen beschikt de aanvrager over een centraal handboek. Het centrale handboek bevat de hoofdlijnen van en verwijzingen naar het handboek.

3.

De aanvrager zendt wijzigingen in het handboek zo spoedig mogelijk aan de Minister.

Artikel 39

De houder van een erkenning bewaart de volgende gegevens ten minste gedurende de aangegeven termijn:

Artikel 40
1.

De houder van een erkenning meldt ernstige tekortkomingen die tijdens het productieproces ontstaan, een ernstig defect of een ernstig gebrek zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 72 uur na constatering of het bekend worden ervan, schriftelijk aan de Minister.

2.

De melding gaat vergezeld van een zo volledig mogelijke beschrijving van hetgeen werd gevonden en een opgave van de overige van belang zijnde gegevens.

3.

Indien er sprake is van direct gevaar voor het veilig gebruik of de inzittende, meldt de houder van een erkenning de tekortkoming, het ernstig defect of gebrek onmiddellijk aan de Minister.

Artikel 41

Indien naar het oordeel van de Minister een verbetering van het kwaliteitssysteem noodzakelijk is, treft de houder van een erkenning, met inachtneming van de door de Minister gegeven aanwijzingen, maatregelen ter verbetering van het kwaliteitssysteem.

Hoofdstuk 6. Erkende geluidsmeetorganisatie

Artikel 42
1.

De aanvrager wordt erkend nadat deze naar het oordeel van de Minister genoegzaam heeft aangetoond, dat hij:

2.

De aanvraag wordt ingediend door de functionaris van de organisatie, die de eindverantwoordelijkheid draagt ten aanzien van het door de organisatie gevoerde beleid.

Artikel 43

Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:

Artikel 44

Van de erkenning wordt een bewijs afgegeven, dat vermeldt tot welke datum de erkenning geldig is.

Artikel 45
1.

Ten aanzien van de verlenging van een erkenning zijn de artikelen 42 en 43 van toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met aan te geven, welke veranderingen zich hebben voorgedaan ten aanzien van de gegevens, die voor de laatst verleende erkenning zijn ingediend.

2.

Teneinde de erkenning tijdig te kunnen verlengen, moet de aanvraag hiertoe uiterlijk acht weken, doch niet eerder dan twaalf weken voor de in artikel 44 bedoelde datum worden ingediend.

Artikel 46
1.

De houder van een erkenning, niet zijnde een eenmansorganisatie, bereidt wijzigingen in het functioneren van de organisatie zodanig voor en voert deze op zodanige wijze uit, dat het kwaliteitssysteem van de houder van de erkenning aantoonbaar in stand en effectief blijft.

2.

De houder van een erkenning, niet zijnde een eenmansorganisatie, dient een aanvraag voor acceptatie van wijziging van de bij de oorspronkelijke aanvraag verstrekte gegevens in bij:

3.

De houder van een erkenning, zijnde een eenmansorganisatie, deelt de Minister onverwijld iedere wijziging mee van de bij de laatst ingediende aanvraag verstrekte gegevens volgens artikel 43, aanhef en onder b tot en met f.

4.

De Minister kan voorwaarden stellen waaronder de in het derde lid bedoelde wijzigingen worden geaccepteerd.

Artikel 47
1.

Een aanvraag tot wijziging, wordt door de Minister goedgekeurd, nadat is aangetoond, dat de organisatie ook na de invoering van de wijziging aan de voor de verkrijging van een erkenning gestelde voorwaarden zal blijven voldoen.

2.

De erkenning als eenmansorganisatie wordt gewijzigd, nadat door tussenkomst van de uitvoerder van de kwaliteitsborgingsfunctie is aangetoond, dat de houder ook na de invoering van de wijziging aan de voor de verkrijging van een erkenning als geluidsmeetorganisatie gestelde voorwaarden zal blijven voldoen.

3.

De artikelen 42 en 43 zijn van toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.

4.

Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.

5.

Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk acht weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.

Artikel 48
1.

Vanaf het tijdstip van schorsing mag de houder die bevoegdheden, waarop de schorsing van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.

2.

Om een schorsing op te heffen wordt aangetoond, dat de omstandigheden, die tot schorsing hebben geleid, zijn opgeheven.

Artikel 49
1.

Vanaf het tijdstip van intrekking mag de houder de bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.

2.

De houder van de erkenning is verplicht het bewijs van erkenning zo spoedig mogelijk aan de Minister te zenden.

3.

De Minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.

Artikel 50
1.

Het handboek van de aanvrager bevat in ieder geval de informatie die is voorgeschreven in de bij deze regeling behorende bijlage D.

2.

De aanvrager zendt wijzigingen in het handboek zo spoedig mogelijk aan de Minister.

Artikel 51

De houder van een erkenning bewaart de volgende gegevens ten minste gedurende de aangegeven termijn:

Artikel 52
1.

De houder van een erkenning meldt een defect of een gebrek zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 72 uur na de ontdekking ervan, schriftelijk aan de Minister.

2.

De melding gaat vergezeld van een zo volledig mogelijke beschrijving van hetgeen werd gevonden en een opgave van de overige van belang zijnde gegevens.

3.

Indien er sprake is van een ernstig defect of gebrek meldt de houder van de erkenning het ernstige defect of het ernstige gebrek onmiddellijk aan de Minister.

Artikel 53

Indien naar het oordeel van de Minister een verbetering van het kwaliteitssysteem noodzakelijk is, treft de erkende geluidsmeetorganisatie, met inachtneming van de door de Minister gegeven aanwijzingen, maatregelen ter verbetering van het kwaliteitssysteem.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 54

De Minister publiceert periodiek de volgende gegevens van de houders van een erkenning:

Artikel 55

De Regeling erkenningen luchtwaardigheid en de Regeling JAR-147 opleidingsinstellingen worden ingetrokken.

Artikel 56

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 57

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenningen luchtwaardigheid 2008.

Bijlage A. Erkenningsvoorwaarden voor een erkend inspecteur

Artikel 1. De organisatiestructuur

De aanvrager beschikt over een beschrijving, inclusief een organisatieschema, waaruit de plaats van de aanvrager in de onderneming blijkt.

Artikel 2. Vakbekwaamheid

De aanvrager beschikt met betrekking tot het gebied van de werkzaamheden ten aanzien waarvan hij de erkenning aanvraagt, over:

Artikel 3. Ervaring

Ten einde een goede uitvoering van werkzaamheden te kunnen waarborgen, zal de aanvrager:

Artikel 4. Documentatie

De aanvrager beschikt op de werkplek over de van toepassing zijnde voorschriften, specificaties, normen en andere gegevens die ingevolge de aanwijzingen van de Minister van toepassing zijn op de certificatieprocessen.

Artikel 5. Kwaliteitssysteem

De aanvrager is verantwoordelijk voor een kwaliteitssysteem dat in ieder geval de volgende aspecten bevat:

Artikel 6. De certificatieprocessen

De certificatieprocessen van de aanvrager waarborgen dat de werkzaamheden worden uitgevoerd, overeenkomstig de van toepassing zijnde specificaties, voorschriften en instructies zodat de resultaten van het certificatieproces aan een vooraf vastgestelde kwaliteit voldoen.

Artikel 7. Het documentatiebeheer

De aanvrager beschikt over een systeem dat waarborgt dat de beschikbare documentatie wordt bijgehouden en actueel blijft.

Artikel 8. De vrijgave

Artikel 9. Een doelmatige en deugdelijke technische administratie

De aanvrager zorgt voor een doelmatige en deugdelijke technische administratie met betrekking tot:

Artikel 10. Kwaliteitsborging

Artikel 11. Handboek

Het handboek van de aanvrager bevat een beschrijving hoe hij aan de artikelen 4 tot en met 10 voldoet en een wijzigingsprocedure van het handboek.

Bijlage B. Erkenningsvoorwaarden voor EZT

Artikel 1. Vakbekwaamheid

De aanvrager beschikt over een geldig bewijs van bevoegdheid als onderhoudstechnicus, met de bevoegdverklaring(en) in overeenstemming met de aard van de werkzaamheden.

Artikel 2. Bedrijfsmiddelen

Artikel 3. Documentatie

De aanvrager beschikt in de werkplaats over de van toepassing zijnde voorschriften, specificaties, normen en andere gegevens die ingevolge de aanwijzingen van de Minister van toepassing zijn op de materialen, onderdelen, producten en productieprocessen.

Artikel 4. Kwaliteitssysteem

De aanvrager is verantwoordelijk voor een kwaliteitssysteem dat in ieder geval de volgende aspecten bevat:

Artikel 5. Het kwaliteitsbeleid

Artikel 6. De productieprocessen

De aanvrager waarborgt dat de werkzaamheden tijdens het productieproces worden uitgevoerd, overeenkomstig de van toepassing zijnde specificaties, voorschriften en instructies, met gebruikmaking van de van toepassing zijnde bedrijfsmiddelen zodat de resultaten van het productieproces aan een vooraf vastgestelde kwaliteit voldoen.

Artikel 7. Het documentbeheer

De aanvrager beschikt over een systeem dat waarborgt dat de beschikbare documentatie wordt bijgehouden en actueel blijft.

Artikel 8. De meetapparatuur en beproevingsmiddelen

De aanvrager beschikt over een systeem dat waarborgt dat de meet- en beproevingsmiddelen in deugdelijke toestand worden gehouden.

Artikel 9. De deugdelijkheid van materialen en producten

Artikel 10. De vrijgave

Artikel 11. Een doelmatige en deugelijke technische administratie

De aanvrager zorgt voor een doelmatige en deugdelijke technische administratie met betrekking tot:

Artikel 12. Kwaliteitsborging

Artikel 13. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de kwaliteitsborgingsfunctie

Artikel 14. Handboek

Het handboek van de aanvrager bevat een beschrijving hoe hij aan de artikelen 2 tot en met 13 voldoet alsmede een wijzigingsprocedure van het handboek.

Bijlage C. Erkenningsvoorwaarden voor een erkend bedrijf

Artikel 1. De organisatiestructuur

Artikel 2. Personeelscapaciteit

Artikel 3. Bedrijfsmiddelen

Artikel 4. Documentatie

De aanvrager beschikt in het bedrijf, daar waar deze voor de uitvoering van de werkzaamheden benodigd zijn, over de van toepassing zijnde voorschriften, specificaties, normen en andere gegevens, die ingevolge de aanwijzingen van de Minister van toepassing zijn op de materialen, onderdelen, producten en productieprocessen.

Artikel 5. Kwaliteitssysteem

Artikel 6. Kwaliteitsbeleid

Artikel 7. De opleiding, kwalificatie en ervaring van het personeel

Artikel 8. De productieprocessen

De aanvrager waarborgt dat:

Artikel 9. Het documentatiebeheer

De aanvrager beschikt over een systeem dat waarborgt, dat de beschikbare documentatie wordt bijgehouden en actueel blijft.

Artikel 10. De meet- en beproevingsmiddelen

Artikel 11. De deugdelijkheid van toegeleverde materialen, onderdelen en producten en uitbestede werkzaamheden

Artikel 12. De opslag van materialen en producten

De aanvrager zorgt voor een goede opslag van en een goede handelwijze met materialen, halffabrikaten, onderdelen en producten, zodat:

Artikel 13. De identificatie en traceerbaarheid van materialen, onderdelen en producten

Artikel 14. De vrijgave

Artikel 15. Een doelmatige en deugdelijke technische administratie

Artikel 16. De kwaliteitsborging

Artikel 17. Handboek

Bijlage D. Erkenningsvoorwaarden voor een erkende geluidsmeetorganisatie

Artikel 1. De organisatiestructuur

Artikel 2. Personeelscapaciteit

Artikel 3. Bedrijfsmiddelen

Artikel 4. Documentatie

De aanvrager beschikt in de organisatie, daar waar deze voor de uitvoering van de werkzaamheden benodigd zijn, over de van toepassing zijnde voorschriften, specificaties, normen en andere gegevens.

Artikel 5. Kwaliteitssysteem

Artikel 6. Kwaliteitsbeleid

Artikel 7. De opleiding, kwalificatie en ervaring van het personeel

Artikel 8. Het geluidsmeetproces

De aanvrager waarborgt dat de werkzaamheden tijdens het geluidsmeetproces worden uitgevoerd, overeenkomstig de van toepassing zijnde voorschriften en instructies, met gebruikmaking van de van toepassing zijnde bedrijfsmiddelen.

Artikel 9. Het documentatiebeheer

De aanvrager beschikt over een systeem dat waarborgt dat de beschikbare documentatie wordt bijgehouden en actueel blijft.

Artikel 10. De identificatie en traceerbaarheid van meetapparatuur

Artikel 11. De geluidsmeetrapporten

Artikel 12. Een doelmatige en deugdelijke technische administratie

Artikel 13. De kwaliteitsborging bij een organisatie niet zijnde een eenmansorganisatie

Artikel 14. Kwaliteitsborging bij een eenmansorganisatie

Artikel 15. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de uitvoerder van de kwaliteitsborgingsfunctie bij een eenmansorganisatie

Artikel 16. Handboek

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.