Regeling houdende regels met betrekking tot onderhoudserkenningen en erkenningen van geluidmeetorganisaties (Regeling erkenningen luchtwaardigheid 2008)
Gelet op artikel 3.25 van de Wet luchtvaart en de artikelen 18, tweede lid, 19, tweede lid, onderdelen c en g, en 20, van het Besluit luchtvaartuigen 2008;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- autoriseringspersoneel: personeel dat door de houder van een erkenning volgens een door de Minister aanvaarde procedure is gemachtigd geluidsmeetrapporten af te geven nadat geluidsmetingen zijn verricht;
- BvL-acceptatiekeuring: inspectie zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Regeling bewijzen van luchtwaardigheid;
- BvL-verlengingsinspectie: inspectie zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Regeling bewijzen van luchtwaardigheid;
- CAMO-erkenning: erkenning voor het beheren van de blijvende luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en de onderdelen daarvan, als bedoeld in verordening (EU) nr. 1321/2014, Part M, section A, subpart G;
- certificeringspersoneel: personeel dat door de houder van een erkenning volgens een door de Minister aanvaarde procedure is gemachtigd luchtvaartuigen of onderdelen daarvan als geschikt voor gebruik te certificeren;
- ernstig defect of gebrek: defect of gebrek van zodanige aard, dat als gevolg hiervan de veilige uitvoering van de vlucht niet meer is gewaarborgd of een ernstige verwonding van een inzittende tot gevolg kan hebben of zijn leven in gevaar kan brengen;
- houder van een erkenning: natuurlijk of rechtspersoon, erkend door de Minister voor de werkzaamheden die zijn opgenomen in het bewijs van erkenning;
- kwaliteitssysteem: stelsel van vastgelegde bedrijfskundige procedures, regels en voorzieningen dat betrekking heeft op het productieproces en ten doel heeft te verzekeren dat de resultaten van het productieproces aan de vooraf gestelde eisen voldoen;
- kwaliteitsborging: het aantoonbaar op het vereiste peil houden van het kwaliteitssysteem;
- kwaliteitsborgingsfunctie: inspectie- en kwaliteitsorganisatie, aanvaard door de Minister voor het houden van toezicht en het beoordelen van de kwaliteit van de werkzaamheden, teneinde het vereiste kwaliteitsniveau te handhaven;
- luchtwaardigheidsgegevens: alle informatie die nodig is om ervoor te zorgen dat het luchtvaartuig of het onderdeel daarvan in een zodanige staat kan worden gehouden dat de luchtwaardigheid van het luchtvaartuig of het goed functioneren van de operationele uitrusting of de nooduitrusting verzekerd is;
- minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- MOA: erkenning voor het onderhoud van vliegtuigen, helikopters en luchtschepen of onderdelen daarvan, als bedoeld in bijlage II bij verordening (EU) nr. 1321/2014, (Maintenance Organisation Approval).
In deze regeling wordt onder productie mede verstaan: het verrichten van diensten.
Hoofdstuk 2. Europese erkenningen
Artikel 2
De aanvraag voor een erkenning als bedoeld in verordening (EU) nr. 1321/2014 en verordening (EU) nr. 748/2012 wordt ingediend door de functionaris van het bedrijf, die de eindverantwoordelijkheid draagt ten aanzien van het door het bedrijf gevoerde beleid.
Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager naast de in de van toepassing zijnde Parts genoemde gegevens de volgende gegevens
- a. een uittreksel, niet ouder dan drie maanden, uit het Handelsregister; en
- b. een zelfevaluatie, waarin is opgenomen op welke wijze de aanvrager aan de in de van toepassing zijnde regelgeving bedoelde eisen voldoet, en waar dit in het handboek staat beschreven.
Artikel 3
Artikel 2 is van toepassing op de aanvraag voor een wijziging van een erkenning, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.
Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.
Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk vier weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.
Artikel 4
Vanaf het tijdstip van schorsing van een erkenning mag de houder die bevoegdheden, waarop de schorsing van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
Om een schorsing op te heffen toont de houder aan, dat de redenen, die tot schorsing hebben geleid, zijn vervallen.
Artikel 5
Vanaf het tijdstip van intrekking van een erkenning mag de houder die bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
De minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.
Artikel 6
De houder van een POA zal de te melden afwijkingen volgens 21 A.165(f)2 van Part 21 bij verordening (EU) nr. 748/2012 schriftelijk en onverwijld maar uiterlijk binnen 72 uur na constatering aan de Minister melden.
Hoofdstuk 3. Erkend inspecteur
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Vervallen
Artikel 9
Vervallen
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
Vervallen
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Vervallen
Artikel 15
Vervallen
Artikel 16
Vervallen
Artikel 17
Vervallen
Hoofdstuk 4. Erkend zweefvliegtechnicus (EZT)
Artikel 18
Vervallen
Artikel 19
Vervallen
Artikel 20
Vervallen
Artikel 21
Vervallen
Artikel 22
Vervallen
Artikel 23
Vervallen
Artikel 24
Vervallen
Artikel 25
Vervallen
Artikel 26
Vervallen
Artikel 27
Vervallen
Artikel 28
Vervallen
Artikel 29
Vervallen
Hoofdstuk 5. Bedrijfserkenningen op basis van Nederlandse eisen
Artikel 30
De minister geeft een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel a, af nadat de aanvrager heeft aangetoond:
- a. dat hij in Nederland is gevestigd; en
- b. dat hij aan de erkenningsvoorwaarden opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage C voldoet; of
- c. indien hij een MOA of MOA-F bezit, zijn handboek voorziet van een aanvulling waarin het verschil tussen zijn MOA of MOA-F en de erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel a, is opgenomen.
De minister geeft een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel b, af nadat de aanvrager heeft aangetoond, dat:
- a. hij in Nederland is gevestigd;
- b. hij voldoet aan de overeenkomstig van toepassing zijnde voorwaarden van Part M, subpart G, van verordening (EU) nr. 1321/2014 en
- c. zijn handboek voorziet van een aanvulling waarin de verschillen ten opzichte van Part M en de Regeling onderhoud luchtvaartuigen worden vermeld.
De minister geeft een aanvullende onderhoudserkenning als bedoeld in artikel 29a, tweede lid, onderdelen a en b, af indien de aanvrager zijn handboek heeft aangevuld met een procedure met betrekking tot deze keuringen, inspecties en verklaringen.
De minister geeft een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel c, af nadat de aanvrager heeft aangetoond, dat:
- a. hij in Nederland is gevestigd en
- b. hij voldoet aan:
- 1°. de overeenkomstig van toepassing zijnde voorwaarden van Part 21, subpart J, van verordening (EU) nr. 748/2012; en
- 2°. de aanvullende of afwijkende voorwaarden opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage E.
De minister geeft een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel d, af nadat de aanvrager heeft aangetoond dat:
- a. hij een vestiging in Nederland heeft;
- b. hij aan de criteria voor gekwalificeerde instanties, opgenomen in Bijlage V van de basisverordening voldoet en
- c. zijn handboek een door de minister goedgekeurde keuringsmethodiek bevat voor de keuring van RPA’s tot 150 kg.
Artikel 31
Bij de aanvraag voor een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdelen a en b, verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:
- a. een korte levensbeschrijving van de aanvrager, het hoofd van de kwaliteitsafdeling, de gemachtigden, alsmede overige leden van het personeel die met betrekking tot de erkenning van het bedrijf een belangrijke functie vervullen, waarin in ieder geval opleiding, ervaring en vroegere functies zijn opgenomen;
- b. een globale opsomming van de werkzaamheden, die het bedrijf uitbesteedt aan andere bedrijven;
- c. een opgave van de potentiële afnemers van de resultaten van het productieproces ten behoeve waarvan een erkenning wordt aangevraagd;
- d. een exemplaar van het handboek, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage C;
- e. een exemplaar van te gebruiken modellen van het certificaat van vrijgave en het certificaat van vrijgave voor gebruik;
- f. een uittreksel, niet ouder dan drie maanden, uit het Handelsregister;
- g. een zelfevaluatie, waarin is opgenomen op welke wijze de aanvrager aan de in de van toepassing zijnde regelgeving bedoelde eisen voldoet, en waar dit in het handboek staat beschreven.
Bij de aanvraag voor een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel c, verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:
- a. een korte levensbeschrijving van de aanvrager, het hoofd van de kwaliteitsafdeling, de gemachtigden, alsmede overige leden van het personeel die met betrekking tot de erkenning van het bedrijf een belangrijke functie vervullen, waarin in ieder geval opleiding, ervaring en vroegere functies zijn opgenomen;
- b. een exemplaar van het handboek, als bedoeld in onderdeel 21.A.243 van Part 21 bij verordening (EU) nr. 748/2012;
- c. een uittreksel, niet ouder dan drie maanden, uit het Handelsregister;
- d. een zelfevaluatie betreffende de aanvrager, waarin is opgenomen op welke wijze de aanvrager aan de in de van toepassing zijnde regelgeving bedoelde eisen voldoet, onder verwijzing naar de passages in het handboek waar dit staat beschreven.
Artikel 32
Van de erkenning wordt een bewijs afgegeven.
Artikel 33
Vervallen
Artikel 34
De houder van een erkenning bereidt wijzigingen in het functioneren van de organisatie zodanig voor en voert deze zodanig uit, dat het kwaliteitssysteem van de houder van de erkenning aantoonbaar in stand en effectief blijft.
De houder van een erkenning dient een aanvraag in voor acceptatie van wijziging van de bij de oorspronkelijke aanvraag verstrekte gegevens bij wijziging van:
- a. de benaming van de organisatie;
- b. de locatie van de organisatie;
- c. de aanvullende locaties van de organisatie;
- d. de verantwoordelijke manager;
- e. het personeel verantwoordelijk voor de naleving door de organisatie van de van toepassing zijnde eisen;
- f. de faciliteiten, procedures, reikwijdte van werkzaamheden en personeel die de erkenning kunnen beïnvloeden.
Artikel 35
Een aanvraag tot wijziging wordt door de minister goedgekeurd nadat is aangetoond, dat het bedrijf ook na de invoering van de wijziging aan de voor de verkrijging van een erkenning gestelde voorwaarden zal blijven voldoen.
De artikelen 30 en 31 zijn van toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.
Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.
Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk vier weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.
Artikel 36
Vanaf het tijdstip van schorsing mag de houder die bevoegdheden, waarop de schorsing van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
Om een schorsing op te heffen wordt aangetoond, dat de omstandigheden, die tot schorsing hebben geleid, zijn opgeheven.
Artikel 37
Vanaf het tijdstip van intrekking mag de houder die bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
De houder van de erkenning is verplicht het bewijs van erkenning zo spoedig mogelijk aan de minister te zenden.
De minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.
Artikel 38
Het handboek van de aanvrager van een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdelen a en b, bevat in ieder geval de informatie die is voorgeschreven in de bij deze regeling behorende bijlage C.
Het handboek van de aanvrager van een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel c, bevat de informatie die is voorgeschreven in onderdeel 21.A.243 van Part 21 bij verordening (EU) nr. 748/2012, met in achtneming van de van toepassing zijnde aanvullingen en afwijkingen als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage E.
In door de minister te bepalen gevallen beschikt de aanvrager over een centraal handboek. Het centrale handboek bevat de hoofdlijnen van en verwijzingen naar het handboek.
De aanvrager zendt wijzigingen in het handboek zo spoedig mogelijk aan de minister.
Artikel 39
De houder van een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdelen a en b, bewaart de volgende gegevens ten minste gedurende de aangegeven termijn:
- a. de gegevens met betrekking tot onderhoud van onderdelen of producten: tien jaren na het beëindigen van de werkzaamheden;
- b. de administratie betreffende de afgegeven certificaten van vrijgave en certificaten van vrijgave voor gebruik: tien jaren na de autorisatie daarvan;
- c. de ontvangen certificaten van vrijgave voor gebruik of verklaringen van conformiteit voor materialen of onderdelen, welke van derden zijn betrokken: tien jaren na de verwerking van deze materialen of onderdelen.
De houder van een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel a, die in het bezit is van een MOA of MOA-F, bewaart de gegevens, bedoeld in Part M, subpart F, van verordening (EU) nr. 1321/2014, ten minste gedurende de daarin aangegeven termijnen.
De houder van een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel b, bewaart de gegevens, bedoeld in Part M, subpart G, van verordening (EU) nr. 1321/2014, ten minste gedurende de daarin aangegeven termijnen.
De houder van een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel c, bewaart de verklaring van goedkeuring, de ontwerpgegevens en de technische onderbouwing ten minste tot 2 jaar na het uit dienst nemen van het goedgekeurde ontwerp.
Artikel 40
De houder van een erkenning meldt ernstige tekortkomingen die tijdens het productieproces ontstaan, een ernstig defect of een ernstig gebrek zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 72 uur na constatering of het bekend worden ervan, schriftelijk aan de minister.
De melding gaat vergezeld van een zo volledig mogelijke beschrijving van hetgeen werd gevonden en een opgave van de overige van belang zijnde gegevens.
Indien er sprake is van direct gevaar voor het veilig gebruik of de inzittende, meldt de houder van een erkenning de tekortkoming, het ernstig defect of gebrek onmiddellijk aan de minister.
Artikel 41
Indien naar het oordeel van de minister een verbetering van het kwaliteitssysteem noodzakelijk is, treft de houder van een erkenning, met inachtneming van de door de minister gegeven aanwijzingen, maatregelen ter verbetering van het kwaliteitssysteem.
Hoofdstuk 6. Erkende geluidsmeetorganisatie
Artikel 42
De aanvrager wordt erkend nadat deze naar het oordeel van de minister genoegzaam heeft aangetoond, dat hij:
- a. aan de erkenningsvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage D voldoet;
- b. in Nederland is gevestigd.
De aanvraag wordt ingediend door de functionaris van de organisatie, die de eindverantwoordelijkheid draagt ten aanzien van het door de organisatie gevoerde beleid.
Artikel 43
Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:
- a. een korte levensbeschrijving van de aanvrager, de uitvoerder van de kwaliteitsborgingsfunctie, en het autoriseringspersoneel, waarin in ieder geval opleiding, ervaring en vroegere functies zijn opgenomen;
- b. in het geval van een eenmansorganisatie, een afschrift van de overeenkomst met de uitvoerder van de kwaliteitsborgingsfunctie;
- c. een exemplaar van het handboek, bedoeld in artikel 16 van de bij deze regeling behorende bijlage D;
- d. een exemplaar van te gebruiken modellen van het geluidsmeetrapport;
- e. een uittreksel, niet ouder dan drie maanden, uit het Handelsregister indien de organisatie aldaar is ingeschreven, of in het geval van een eenmansorganisatie, een gewaarmerkt afschrift, niet ouder dan drie maanden, uit de basisregistratie personen;
- f. een zelfevaluatie, waarin is opgenomen op welke wijze de aanvrager aan de in de van toepassing zijnde regelgeving bedoelde eisen voldoet, en waar dit in het handboek staat beschreven.
Artikel 44
Van de erkenning wordt een bewijs afgegeven.
Artikel 45
Vervallen
Artikel 46
De houder van een erkenning, niet zijnde een eenmansorganisatie, bereidt wijzigingen in het functioneren van de organisatie zodanig voor en voert deze op zodanige wijze uit, dat het kwaliteitssysteem van de houder van de erkenning aantoonbaar in stand en effectief blijft.
De houder van een erkenning, niet zijnde een eenmansorganisatie, dient een aanvraag voor acceptatie van wijziging van de bij de oorspronkelijke aanvraag verstrekte gegevens in bij:
- a. een wijziging in het kwaliteitsbeleid;
- b. een belangrijke wijziging van de organisatie;
- c. een wijziging van de erkenningaanvrager, of de leiding van de kwaliteitsafdeling;
- d. een wijziging in de lijst van autoriseringspersoneel, tenzij anderszins met het bedrijf is overeengekomen;
- e. een belangrijke wijziging in de toegepaste werkwijzen;
- f. verandering in de meetuitrusting van het bedrijf;
- g. de ingebruikname van een nieuwe geluidsmeetlocatie.
De houder van een erkenning, zijnde een eenmansorganisatie, deelt de minister onverwijld iedere wijziging mee van de bij de laatst ingediende aanvraag verstrekte gegevens volgens artikel 43, aanhef en onder b tot en met f.
De minister kan voorwaarden stellen waaronder de in het derde lid bedoelde wijzigingen worden geaccepteerd.
Artikel 47
Een aanvraag tot wijziging, wordt door de minister goedgekeurd, nadat is aangetoond, dat de organisatie ook na de invoering van de wijziging aan de voor de verkrijging van een erkenning gestelde voorwaarden zal blijven voldoen.
De erkenning als eenmansorganisatie wordt gewijzigd, nadat door tussenkomst van de uitvoerder van de kwaliteitsborgingsfunctie is aangetoond, dat de houder ook na de invoering van de wijziging aan de voor de verkrijging van een erkenning als geluidsmeetorganisatie gestelde voorwaarden zal blijven voldoen.
De artikelen 42 en 43 zijn van toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.
Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.
Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk acht weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.
Artikel 48
Vanaf het tijdstip van schorsing mag de houder die bevoegdheden, waarop de schorsing van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
Om een schorsing op te heffen wordt aangetoond, dat de omstandigheden, die tot schorsing hebben geleid, zijn opgeheven.
Artikel 49
Vanaf het tijdstip van intrekking mag de houder de bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
De houder van de erkenning is verplicht het bewijs van erkenning zo spoedig mogelijk aan de minister te zenden.
De minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.
Artikel 50
Het handboek van de aanvrager bevat in ieder geval de informatie die is voorgeschreven in de bij deze regeling behorende bijlage D.
De aanvrager zendt wijzigingen in het handboek zo spoedig mogelijk aan de minister.
Artikel 51
De houder van een erkenning bewaart de volgende gegevens ten minste gedurende de aangegeven termijn:
- a. de geluidsmeetrapporten en overige gegevens met betrekking tot de geluidsmetingen die hebben plaatsgevonden: twee jaren na de geluidsmeting;
- b. de administratie betreffende de afgegeven geluidsmeetrapporten: twee jaren na de autorisatie daarvan.
Artikel 52
De houder van een erkenning meldt een defect of een gebrek zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 72 uur na de ontdekking ervan, schriftelijk aan de minister.
De melding gaat vergezeld van een zo volledig mogelijke beschrijving van hetgeen werd gevonden en een opgave van de overige van belang zijnde gegevens.
Indien er sprake is van een ernstig defect of gebrek meldt de houder van de erkenning het ernstige defect of het ernstige gebrek onmiddellijk aan de minister.
Artikel 53
Indien naar het oordeel van de minister een verbetering van het kwaliteitssysteem noodzakelijk is, treft de erkende geluidsmeetorganisatie, met inachtneming van de door de minister gegeven aanwijzingen, maatregelen ter verbetering van het kwaliteitssysteem.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 54
De minister publiceert periodiek de volgende gegevens van de houders van een erkenning:
- a. naam;
- b. vestigingsplaats of -plaatsen;
- c. omschrijving van de werkzaamheden, waarvoor de houder van een erkenning is erkend.
Artikel 55
De Regeling erkenningen luchtwaardigheid en de Regeling JAR-147 opleidingsinstellingen worden ingetrokken.
Artikel 56
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 57
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenningen luchtwaardigheid 2008.
Bijlage A. Erkenningsvoorwaarden voor een erkend inspecteur
Artikel 1. De organisatiestructuur
De aanvrager beschikt over een beschrijving, inclusief een organisatieschema, waaruit de plaats van de aanvrager in de onderneming blijkt.
Artikel 2. Vakbekwaamheid
De aanvrager beschikt met betrekking tot het gebied van de werkzaamheden ten aanzien waarvan hij de erkenning aanvraagt, over:
Artikel 1. De organisatiestructuur
De aanvrager beschikt over een beschrijving, inclusief een organisatieschema, waaruit de plaats van de aanvrager in de onderneming blijkt.
Artikel 1. De organisatiestructuur
De aanvrager beschikt met betrekking tot het gebied van de werkzaamheden ten aanzien waarvan hij de erkenning aanvraagt, over:
Artikel 3. Bedrijfsmiddelen
Ten einde een goede uitvoering van werkzaamheden te kunnen waarborgen, zal de aanvrager:
Artikel 4. Documentatie
De aanvrager beschikt op de werkplek over de van toepassing zijnde voorschriften, specificaties, normen en andere gegevens die ingevolge de aanwijzingen van de minister van toepassing zijn op de certificatieprocessen.
Artikel 6. Kwaliteitsbeleid
De aanvrager is verantwoordelijk voor een kwaliteitssysteem dat in ieder geval de volgende aspecten bevat:
Artikel 8. De productieprocessen
Artikel 7. Het documentatiebeheer
De aanvrager beschikt over een systeem dat waarborgt dat de beschikbare documentatie wordt bijgehouden en actueel blijft.
Artikel 8. De vrijgave
Artikel 10. De meet- en beproevingsmiddelen
De aanvrager zorgt voor een doelmatige en deugdelijke technische administratie met betrekking tot:
Bijlage B. Erkenningsvoorwaarden voor EZT
Artikel 10. Kwaliteitsborging
Het handboek van de aanvrager bevat een beschrijving hoe hij aan de artikelen 4 tot en met 10 voldoet en een wijzigingsprocedure van het handboek.
Artikel 14. De vrijgave
Artikel 15. Een doelmatige en deugdelijke technische administratie
De aanvrager beschikt in de werkplaats over de van toepassing zijnde voorschriften, specificaties, normen en andere gegevens die ingevolge de aanwijzingen van de Minister van toepassing zijn op de materialen, onderdelen, producten en productieprocessen.
Artikel 17. Handboek
De aanvrager is verantwoordelijk voor een kwaliteitssysteem dat in ieder geval de volgende aspecten bevat:
Artikel 1. De organisatiestructuur
Artikel 2. Personeelscapaciteit
De aanvrager beschikt in het bedrijf, daar waar deze voor de uitvoering van de werkzaamheden benodigd zijn, over de van toepassing zijnde voorschriften, specificaties, normen en andere gegevens, die ingevolge de aanwijzingen van de minister van toepassing zijn op de materialen, onderdelen, producten en productieprocessen.
Artikel 4. Documentatie
De aanvrager beschikt in de organisatie, daar waar deze voor de uitvoering van de werkzaamheden benodigd zijn, over de van toepassing zijnde voorschriften, specificaties, normen en andere gegevens.
Artikel 5. Kwaliteitssysteem
De aanvrager waarborgt dat:
Artikel 7. De opleiding, kwalificatie en ervaring van het personeel
Artikel 8. Het geluidsmeetproces
Artikel 10. De meet- en beproevingsmiddelen
De aanvrager zorgt voor een doelmatige en deugdelijke technische administratie met betrekking tot:
Artikel 11. De deugdelijkheid van toegeleverde materialen, onderdelen en producten en uitbestede werkzaamheden
Artikel 10. De identificatie en traceerbaarheid van meetapparatuur
Artikel 11. De geluidsmeetrapporten
Het handboek van de aanvrager bevat een beschrijving hoe hij aan de artikelen 2 tot en met 13 voldoet alsmede een wijzigingsprocedure van het handboek.
Bijlage C. Erkenningsvoorwaarden voor een erkend bedrijf
Artikel 14. Kwaliteitsborging bij een eenmansorganisatie
Artikel 15. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de uitvoerder van de kwaliteitsborgingsfunctie bij een eenmansorganisatie
Artikel 16. Handboek
Artikel 1. De organisatiestructuur
De aanvrager beschikt in het bedrijf, daar waar deze voor de uitvoering van de werkzaamheden benodigd zijn, over de van toepassing zijnde voorschriften, specificaties, normen en andere gegevens, die ingevolge de aanwijzingen van de Minister van toepassing zijn op de materialen, onderdelen, producten en productieprocessen.
Artikel 2. Personeelscapaciteit
Artikel 3. Bedrijfsmiddelen
Artikel 4. Documentatie
Artikel 5. Kwaliteitssysteem
De aanvrager waarborgt dat:
Artikel 6. Kwaliteitsbeleid
De aanvrager beschikt over een systeem dat waarborgt, dat de beschikbare documentatie wordt bijgehouden en actueel blijft.
Artikel 8. Het geluidsmeetproces
Artikel 9. Het documentatiebeheer
Artikel 9. Het documentatiebeheer
De aanvrager beschikt over een systeem dat waarborgt dat de beschikbare documentatie wordt bijgehouden en actueel blijft.
Artikel 10. De identificatie en traceerbaarheid van meetapparatuur
Artikel 11. De geluidsmeetrapporten
Artikel 12. Een doelmatige en deugdelijke technische administratie
Artikel 13. De kwaliteitsborging bij een organisatie niet zijnde een eenmansorganisatie
Artikel 14. Kwaliteitsborging bij een eenmansorganisatie
Bijlage D. Erkenningsvoorwaarden voor een erkende geluidsmeetorganisatie
Artikel 16. Handboek
Artikel 2. Personeelscapaciteit
Artikel 3. Bedrijfsmiddelen
Artikel 4. Documentatie
De aanvrager beschikt in de organisatie, daar waar deze voor de uitvoering van de werkzaamheden benodigd zijn, over de van toepassing zijnde voorschriften, specificaties, normen en andere gegevens.
Artikel 5. Kwaliteitssysteem
Artikel 6. Kwaliteitsbeleid
Artikel 7. De opleiding, kwalificatie en ervaring van het personeel
Artikel 8. Het geluidsmeetproces
De aanvrager waarborgt dat de werkzaamheden tijdens het geluidsmeetproces worden uitgevoerd, overeenkomstig de van toepassing zijnde voorschriften en instructies, met gebruikmaking van de van toepassing zijnde bedrijfsmiddelen.
Artikel 9. Het documentatiebeheer
De aanvrager beschikt over een systeem dat waarborgt dat de beschikbare documentatie wordt bijgehouden en actueel blijft.
Artikel 10. De identificatie en traceerbaarheid van meetapparatuur
Artikel 11. De geluidsmeetrapporten
Artikel 12. Een doelmatige en deugdelijke technische administratie
Artikel 13. De kwaliteitsborging bij een organisatie niet zijnde een eenmansorganisatie
Artikel 14. Kwaliteitsborging bij een eenmansorganisatie
Artikel 15. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de uitvoerder van de kwaliteitsborgingsfunctie bij een eenmansorganisatie
Artikel 16. Handboek
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 6a
De minister kan op aanvraag de houder van een door de minister afgegeven CAMO-erkenning aanvullend erkennen voor het uitvoeren van een acceptatiekeuring ten behoeve van de afgifte van een EASA-standaard-BvL, een EASA-beperkt-BvL dan wel een export-BvL voor een, in Nederland geregistreerd, luchtvaartuig als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de basisverordening en de daarbij behorende verklaringen.
De minister geeft deze aanvullende erkenning af indien de aanvrager zijn handboek heeft aangevuld met een procedure met betrekking tot deze keuringen en verklaringen.
De minister kan de aanvullende erkenning tot het uitvoeren van acceptatiekeuringen intrekken, indien:
- a. een positief advies is uitgebracht over een niet-luchtwaardig luchtvaartuig; of
- b. positieve adviezen zijn uitgebracht die op onderdelen onjuist zijn, zonder dat er sprake is van niet-luchtwaardige luchtvaartuigen.
Hoofdstuk 3. Erkend inspecteur
Hoofdstuk 4. Erkend zweefvliegtechnicus (EZT)
Hoofdstuk 5. Bedrijfserkenningen op basis van Nederlandse eisen
Artikel 29a
De minister kan op aanvraag aan een bedrijf de volgende erkenningen afgeven:
- a. een erkenning tot het onderhoud van een Nederlands luchtvaartuig;
- b. een erkenning tot het onderhoudsmanagement van een Nederlands luchtvaartuig;
- c. een erkenning voor het verrichten van ontwerpwerkzaamheden voor een Nederlands luchtvaartuig, en
- d. een erkenning tot het uitvoeren van een acceptatiekeuring ten behoeve van de afgifte van een speciaal-BvL voor een RPA.
De erkenning voor de activiteiten, bedoeld onder a tot en met c, is slechts mogelijk voor zover het een luchtvaartuig betreft als bedoeld in de onderdelen a, b en d van bijlage II bij de basisverordening of dat volledig wordt ingezet voor niet-militaire staatsactiviteiten of diensten.
De minister kan op aanvraag de houder van een erkenning als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, de bevoegdheid verlenen tot het aanvullend erkennen voor:
- a. het uitvoeren van een BvL-verlengingsinspectie aan een luchtvaartuig als bedoeld in de onderdelen a, b en d van bijlage II bij de basisverordening of dat volledig wordt ingezet voor niet-militaire staatsactiviteiten of diensten, en dat is ingeschreven in het Nederlands register voor burgerluchtvaartuigen; en
- b. het uitvoeren van een acceptatiekeuring ten behoeve van de afgifte van een EASA-standaard-BvL, een EASA-beperkt-BvL, een ICAO-standaard-BvL dan wel een export-BvL en de daarbij behorende verklaringen.
Artikel 36a
De minister kan de bevoegdheid tot het uitvoeren van BvL-verlengingsinspecties of acceptatiekeuringen als bedoeld in artikel 29a, tweede lid, intrekken, indien:
- a. een positief advies is uitgebracht over een niet-luchtwaardig luchtvaartuig; of
- b. positieve adviezen zijn uitgebracht die op onderdelen onjuist zijn, zonder dat er sprake is van niet-luchtwaardige luchtvaartuigen.
Hoofdstuk 6. Erkende geluidsmeetorganisatie
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Bijlage A. Erkenningsvoorwaarden voor een erkend inspecteur
Artikel 1. De organisatiestructuur
De aanvrager beschikt over een beschrijving, inclusief een organisatieschema, waaruit de plaats van de aanvrager in de onderneming blijkt.
Artikel 2. Vakbekwaamheid
De aanvrager beschikt met betrekking tot het gebied van de werkzaamheden ten aanzien waarvan hij de erkenning aanvraagt, over:
Artikel 2. Personeelscapaciteit
Ten einde een goede uitvoering van werkzaamheden te kunnen waarborgen, zal de aanvrager:
Artikel 4. Documentatie
De aanvrager beschikt in het bedrijf, daar waar deze voor de uitvoering van de werkzaamheden benodigd zijn, over de van toepassing zijnde voorschriften, specificaties, normen en andere gegevens, die ingevolge de aanwijzingen van de minister van toepassing zijn op de materialen, onderdelen, producten en productieprocessen.
Artikel 5. Kwaliteitssysteem
De aanvrager is verantwoordelijk voor een kwaliteitssysteem dat in ieder geval de volgende aspecten bevat:
Artikel 7. De opleiding, kwalificatie en ervaring van het personeel
De certificatieprocessen van de aanvrager waarborgen dat de werkzaamheden worden uitgevoerd, overeenkomstig de van toepassing zijnde specificaties, voorschriften en instructies zodat de resultaten van het certificatieproces aan een vooraf vastgestelde kwaliteit voldoen.
Artikel 12. De opslag van materialen en producten
Bijlage B. Erkenningsvoorwaarden voor EZT
Vervallen
Bijlage B. Erkenningsvoorwaarden voor EZT
Vervallen
Artikel 16. De kwaliteitsborging
Artikel 2. Personeelscapaciteit
De aanvrager beschikt in het bedrijf, daar waar deze voor de uitvoering van de werkzaamheden benodigd zijn, over de van toepassing zijnde voorschriften, specificaties, normen en andere gegevens, die ingevolge de aanwijzingen van de Minister van toepassing zijn op de materialen, onderdelen, producten en productieprocessen.
Artikel 3. Bedrijfsmiddelen
Artikel 6. Kwaliteitsbeleid
De aanvrager beschikt over een systeem dat waarborgt, dat de beschikbare documentatie wordt bijgehouden en actueel blijft.
Artikel 9. Het documentatiebeheer
De aanvrager zorgt voor een goede opslag van en een goede handelwijze met materialen, halffabrikaten, onderdelen en producten, zodat:
Artikel 12. Een doelmatige en deugdelijke technische administratie
Artikel 13. De kwaliteitsborging bij een organisatie niet zijnde een eenmansorganisatie
Bijlage D. Erkenningsvoorwaarden voor een erkende geluidsmeetorganisatie
Artikel 1. De organisatiestructuur
De aanvrager beschikt in de organisatie, daar waar deze voor de uitvoering van de werkzaamheden benodigd zijn, over de van toepassing zijnde voorschriften, specificaties, normen en andere gegevens.
Artikel 5. Kwaliteitssysteem
Artikel 7. De opleiding, kwalificatie en ervaring van het personeel
De aanvrager waarborgt dat de werkzaamheden tijdens het geluidsmeetproces worden uitgevoerd, overeenkomstig de van toepassing zijnde voorschriften en instructies, met gebruikmaking van de van toepassing zijnde bedrijfsmiddelen.
De aanvrager beschikt over een systeem dat waarborgt dat de beschikbare documentatie wordt bijgehouden en actueel blijft.
Artikel 10. De identificatie en traceerbaarheid van meetapparatuur
Artikel 15. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de uitvoerder van de kwaliteitsborgingsfunctie bij een eenmansorganisatie
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 1a
Deze regeling is gebaseerd op de artikelen 1.5 en 3.25 van de Wet luchtvaart en de artikelen 18, tweede lid, 19, tweede lid, onderdelen c en g, en 20 van het Besluit luchtvaartuigen 2008.
Hoofdstuk 2. Europese erkenningen
Hoofdstuk 3. Erkend inspecteur
Hoofdstuk 4. Erkend zweefvliegtechnicus (EZT)
Hoofdstuk 5. Bedrijfserkenningen op basis van Nederlandse eisen
Hoofdstuk 6. Erkende geluidsmeetorganisatie
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Bijlage A. Erkenningsvoorwaarden voor een erkend inspecteur
Vervallen
De aanvrager waarborgt dat:
Artikel 9. Het documentatiebeheer
De aanvrager beschikt over een systeem dat waarborgt, dat de beschikbare documentatie wordt bijgehouden en actueel blijft.
Artikel 11. De deugdelijkheid van toegeleverde materialen, onderdelen en producten en uitbestede werkzaamheden
De aanvrager zorgt voor een doelmatige en deugdelijke technische administratie met betrekking tot:
Artikel 13. De identificatie en traceerbaarheid van materialen, onderdelen en producten
Het handboek van de aanvrager bevat een beschrijving hoe hij aan de artikelen 4 tot en met 10 voldoet en een wijzigingsprocedure van het handboek.
Bijlage C. Erkenningsvoorwaarden voor een erkend bedrijf
Artikel 6. Kwaliteitsbeleid
De aanvrager waarborgt dat:
De aanvrager waarborgt dat de werkzaamheden tijdens het geluidsmeetproces worden uitgevoerd, overeenkomstig de van toepassing zijnde voorschriften en instructies, met gebruikmaking van de van toepassing zijnde bedrijfsmiddelen.
De aanvrager zorgt voor een goede opslag van en een goede handelwijze met materialen, halffabrikaten, onderdelen en producten, zodat:
Bijlage E. bedoeld inartikel 30, onderdeel c, 2°, enartikel 38, tweede lid, van de Regeling erkenningen luchtwaardigheid 2008
De minister geeft een nationale ontwerperkenning af overeenkomstig verordening Bijlage I (Part 21) van verordening (EU) nr. 748/2012, en bijbehorend AMC en GM materiaal, met dien verstande dat:
- a. onder ‘het Agentschap’ of ‘EASA’ telkens moet worden verstaan: de Inspectie Leefomgeving en Transport;
- b. in afwijking van onderdelen 21.A.113 en 21.A.115 van Subdeel E een aanvraag voor een aanvullend typecertificaat wordt ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport door middel van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier ‘Goedkeuring wijziging luchtvaartuig (-onderdeel) (GWL)’;
- c. in onderdeel 21.A.118A(b) van Subdeel E onder ‘EPA’ moet worden verstaan: NLPA;
- d. in afwijking van onderdelen 21.A.234, 21.A.247 en 21.A.253 van Subdeel J een aanvraag voor een erkenning of wijziging van een erkenning wordt ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport door middel van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier ‘Aanvraag nationale bedrijfserkenning’ waarvan exemplaren bij de Inspectie Leefomgeving en Transport te verkrijgen zijn;
- e. in afwijking van items 3 en 4 van onderdeel 21.A.263(c) van Subdeel J de nationaal erkende ontwerporganisatie (NL.DOA) gebruik kan maken van haar privileges om documenten goed te keuren onder vermelding van ‘De technische inhoud van dit document is goedgekeurd krachtens erkenning als ontwerporganisatie ref. NL.DOA.[XYZ]’;
- f. in afwijking van onderdeel 21.A.433 van Subdeel M wordt een aanvraag voor goedkeuring van een reparatieontwerp ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport door middel van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier ‘Goedkeuring wijziging luchtvaartuig (-onderdeel) (GWL)’;
- g. in onderdelen 21.A.451(a)2 en 21.A.451(b)2 van Subdeel M onder ‘EPA’ moet worden verstaan: NLPA;
- h. in afwijking van onderdeel 21.A.707(a) een aanvraag voor een vliegvergunning wordt ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport;
- i. in afwijking van onderdeel 21.A.709(a)1 van Subdeel P een aanvraag voor goedkeuring van de vluchtcondities voor een vliegvergunning wordt ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport;
- j. in onderdeel 21.A.804(a)3 van Subdeel Q onder ‘EPA’ moet worden verstaan: NLPA.
De aanvrager beschikt in de organisatie, daar waar deze voor de uitvoering van de werkzaamheden benodigd zijn, over de van toepassing zijnde voorschriften, specificaties, normen en andere gegevens.
De aanvrager waarborgt dat de werkzaamheden tijdens het geluidsmeetproces worden uitgevoerd, overeenkomstig de van toepassing zijnde voorschriften en instructies, met gebruikmaking van de van toepassing zijnde bedrijfsmiddelen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage E. , bedoeld inartikel 30, onderdeel c, 2°, enartikel 38, tweede lid, van de Regeling erkenningen luchtwaardigheid 2008
De minister geeft een nationale ontwerperkenning af overeenkomstig verordening Bijlage I (Part 21) van verordening (EU) nr. 748/2012, en bijbehorend AMC en GM materiaal, met dien verstande dat:
- a. onder ‘het Agentschap’ of ‘EASA’ telkens moet worden verstaan: de Inspectie Leefomgeving en Transport;
- b. in afwijking van onderdelen 21.A.113 en 21.A.115 van Subdeel E een aanvraag voor een aanvullend typecertificaat wordt ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport door middel van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier ‘Goedkeuring wijziging luchtvaartuig (-onderdeel) (GWL)’;
- c. in onderdeel 21.A.118A(b) van Subdeel E onder ‘EPA’ moet worden verstaan: NLPA;
- d. in afwijking van onderdelen 21.A.234, 21.A.247 en 21.A.253 van Subdeel J een aanvraag voor een erkenning of wijziging van een erkenning wordt ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport door middel van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier ‘Aanvraag nationale bedrijfserkenning’ waarvan exemplaren bij de Inspectie Leefomgeving en Transport te verkrijgen zijn;
- e. in afwijking van onderdeel 21.A.259(a) van Subdeel J de geldigheidsduur van de erkenning maximaal 2 jaar is;
- f. in afwijking van items 3 en 4 van onderdeel 21.A.263(c) van Subdeel J de nationaal erkende ontwerporganisatie (NL.DOA) gebruik kan maken van haar privileges om documenten goed te keuren onder vermelding van ‘De technische inhoud van dit document is goedgekeurd krachtens erkenning als ontwerporganisatie ref. NL.DOA.[XYZ]’;
- g. in afwijking van onderdeel 21.A.433 van Subdeel M wordt een aanvraag voor goedkeuring van een reparatieontwerp ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport door middel van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier ‘Goedkeuring wijziging luchtvaartuig (-onderdeel) (GWL)’;
- h. in onderdelen 21.A.451(a)2 en 21.A.451(b)2 van Subdeel M onder ‘EPA’ moet worden verstaan: NLPA;
- i. in afwijking van onderdeel 21.A.707(a) een aanvraag voor een vliegvergunning wordt ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport;
- j. in afwijking van onderdeel 21.A.709(a)1 van Subdeel P een aanvraag voor goedkeuring van de vluchtcondities voor een vliegvergunning wordt ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport;
- k. in onderdeel 21.A.804(a)3 van Subdeel Q onder ‘EPA’ moet worden verstaan: NLPA.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage B. Erkenningsvoorwaarden voor EZT
Vervallen
Bijlage C. Erkenningsvoorwaarden voor een erkend bedrijf
De aanvrager zorgt voor een goede opslag van en een goede handelwijze met materialen, halffabrikaten, onderdelen en producten, zodat:
Bijlage D. Erkenningsvoorwaarden voor een erkende geluidsmeetorganisatie
De aanvrager beschikt over een systeem dat waarborgt dat de beschikbare documentatie wordt bijgehouden en actueel blijft.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.