← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009

Geldende tekst a fecha 2011-12-01

Gelet op de artikelen 2, eerste en vierde lid, 3, zesde lid, 7, derde lid, 9, vijfde lid, 12a, derde lid, 12b, derde lid, en 12c, tweede lid, van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 en artikel 33, eerste en tweede lid, van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Hoofdstuk 2. Aanwijzing van het instituut

Hoofdstuk 2. Aanwijzing van het instituut

Hoofdstuk 4. Examen

Hoofdstuk 3. Geschiktheidstest

Hoofdstuk 6. Bijscholing

Hoofdstuk 4. Examen

Hoofdstuk 8. Toezicht door rijksgecommitteerden

Hoofdstuk 5. Stage

Hoofdstuk 10. Militaire rijinstructeur en politierijinstructeur

Hoofdstuk 6. Bijscholing

Hoofdstuk 12. Migrerende beroepsbeoefenaars

Hoofdstuk 13. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 25
1.

In afwijking van artikel 3:6 van de Regeling rijonderricht motorrijtuigen zoals deze gold voor de inwerkingtreding van deze regeling, hoeft de aanvrager voor het tweede deel van een examen aan wie niet eerder een instructeursbewijs of een certificaat rijinstructeur is afgegeven bij de aanvraag niet in het bezit te zijn van de in dat artikel genoemde documenten.

2.

In afwijking van artikel 3:7 van de Regeling rijonderricht motorrijtuigen zoals deze gold voor de inwerkingtreding van deze regeling, hoeft de aanvrager voor het tweede deel van een examen voor de categorie A, B, C en D bij die aanvraag niet in het bezit te zijn van het in dat artikel genoemde certificaat.

Artikel 26

De tarieven in artikel 10:1 van de Regeling rijonderricht motorrijtuigen zoals deze gold tot de inwerkingtreding van deze regeling zijn van toepassing voor degene die op het moment van inwerkingtreding van de Wet van 24 oktober 2008 tot wijziging van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 naar aanleiding van de evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk (Stb. 432) deelneemt aan een examen rijinstructeur.

Artikel 27

Certificaten en bewijzen van ontheffing, afgegeven overeenkomstig de modellen in de bijlage bij de Regeling rijonderricht motorrijtuigen, zoals deze gold voor de inwerkingtreding van deze regeling, behouden hun geldigheid voor de duur waarvoor zij zijn verleend.

Artikel 28

De Regeling rijonderricht motorrijtuigen wordt ingetrokken.

Artikel 29

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009.

Artikel 30

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2009 met uitzondering van artikel 25, dat in werking treedt op 1 juni 2009 en terug werkt tot en met 3 februari 2009.

Bijlage 1

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 2. Bij de regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Als instituut bedoeld in artikel 2 van de wet wordt aangewezen de Stichting VAM (IBKI) te Nieuwegein.

Artikel 3

Degene die de geschiktheidstest als bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de wet niet met goed gevolg heeft afgelegd, kan deze test opnieuw afleggen. Het is niet mogelijk alleen delen van de test af te leggen.

Artikel 4
1.

De examens voor rijinstructeurs voor de categorie B als bedoeld in artikel 2 van het besluit bestaan uit drie fases. De kandidaat is vrij in de volgorde waarin hij de onderdelen van de fases 1 en 2 aflegt.

2.

Fase 1 (Competent in verkeersdeelname) bestaat uit een theorietoets en een praktijkrit. Fase 2 (Didactische voorwaarden) bestaat uit een theorietoets Lesvoorbereiding en een theorietoets Lesuitvoering en beoordelen.

3.

De kandidaat sluit elk onderdeel van fase 1 en fase 2 met het oordeel ‘voldoende’ af. Elk oordeel ‘voldoende’ is twaalf aaneengesloten maanden geldig. Binnen de periode dat een oordeel ‘voldoende’ geldig is, kan de kandidaat de onderdelen die niet met het oordeel ‘voldoende’ zijn afgesloten opnieuw afleggen. De kandidaat die elk onderdeel van fase 1 en fase 2 met een voldoende heeft afgesloten, mag deelnemen aan fase 3 (Stage).

4.

Met inachtneming van artikel 5 van het besluit omvat de theorietoets in fase 1 de in bijlage 1, onderdeel I, genoemde onderdelen.

5.

Met inachtneming van artikel 5 van het besluit omvat de praktijkrit in fase 1 naast de onderdelen, bedoeld in het vierde lid, de in bijlage 1, onderdeel II, genoemde onderdelen.

6.

Met inachtneming van artikel 5 van het besluit omvat de theorietoets Lesvoorbereiding in fase 2 de in bijlage 1, onderdeel III, genoemde onderdelen.

7.

Met inachtneming van artikel 5 van het besluit omvat de theorietoets Lesuitvoering en beoordelen in fase 2 de in bijlage 1, onderdeel IV genoemde onderdelen.

8.

De examens voor rijinstructeurs voor de categorie A, C, D en E bij C of D als bedoeld in artikel 2 van het besluit bestaan uit fase 1 (Competent in verkeersdeelname). De kandidaat is vrij in de volgorde waarin hij de onderdelen van deze fase aflegt.

9.

Het derde lid is van overeenkomstige toepassing voor de examens voor de rijinstructeur voor de categorie A, C, D en E bij C of D.

Artikel 5
1.

De kandidaat die deelneemt aan de stage voor de categorie B rijdt in de stageperiode minimaal vijf klokuren mee tijdens de rijlessen van zijn stagebegeleider en geeft daarna zelf minimaal vijfendertig klokuren volledige praktische rijlessen aan een leerling die wordt opgeleid voor het praktijkexamen in de categorie B. De stage wordt uitgevoerd overeenkomstig de aanwijzingen van het instituut.

2.

De kandidaat die deelneemt aan de stage voor de categorieën A, C of D geeft zelf minimaal twintig klokuren volledige praktische rijlessen aan een leerling die wordt opgeleid voor het praktijkexamen in de categorie die overeenkomt met de categorie voor het geven van rijonderricht waarvoor de stagebegeleider het certificaat, bedoeld in artikel 13, aanhef en onderdeel b, van de wet, heeft. De stage wordt uitgevoerd overeenkomstig de aanwijzingen van het instituut.

3.

Tijdens de stage wordt de stagiair begeleid door een stagebegeleider van de rijschool waar de stage wordt doorlopen. De begeleider is tenminste drie jaar in het bezit van een certificaat, bedoeld in artikel 13, aanhef en onderdeel b, van de wet, van dezelfde categorie als waarvoor de kandidaat aan de stage deelneemt. De door de stagiair gegeven praktische rijlessen staan steeds onder direct toezicht van de stagebegeleider.

4.

De kandidaat deelt het instituut tijdig schriftelijk mee in welke periode en waar hij de stagelessen meerijdt en geeft.

5.

Met inachtneming van artikel 8 van het besluit omvat de stage de in bijlage 1, onderdeel V, genoemde onderdelen.

6.

De beoordeling van de stage vindt plaats overeenkomstig de in bijlage 1, onderdeel VI, genoemde eisen.

7.

Bij een beoordeling met een resultaat ‘onvoldoende’ kan de stagiair tijdens de termijn dat zijn certificaat, bedoeld in artikel 13, onderdeel a, van de wet, geldig is maximaal twee keer een nieuwe beoordeling vragen. Op de rijlessen van zijn stagebegeleider waarbij de kandidaat in die periode van de stage meerijdt en de volledige praktische rijlessen die de kandidaat zelf geeft aan een leerling die wordt opgeleid voor het praktijkexamen in de betrokken rijbewijscategorie zijn het derde en het vierde lid van overeenkomstige toepassing.

8.

Het instituut voert onaangekondigd steekproefsgewijs inspecties uit bij de in het derde lid bedoelde rijschool ten aanzien van de authenticiteit van de door de stagiair en diens begeleider geleverde prestatie en de uitvoering van de stage. Als de inspectie leidt tot een oordeel ‘onvoldoende’, vindt een onaangekondigde nieuwe inspectie plaats. Leidt ook de nieuwe inspectie tot het oordeel ‘onvoldoende’, dan komen de tot dan toe door de stagiair en zijn begeleider geleverde prestaties niet meer in aanmerking voor de in het zesde lid bedoelde beoordeling en is de begeleider voortaan niet meer bevoegd tot begeleiding van stagiaires.

9.

Het instituut kan de maximale duur dat het certificaat, bedoeld in artikel 13, onderdeel a, van de wet, geldig is en de maximale duur van de stage éénmalig verlengen. Aan de verlenging van de maximale duur van de stage kunnen voorschriften worden verbonden. De verlenging kan alleen worden verleend indien de stagiair wegens verschoonbare redenen de stage niet heeft kunnen afmaken. De verlenging is beperkt tot maximaal vier aaneengesloten maanden, afhankelijk van de ernst van de reden. Indien verlenging op medische gronden wordt verzocht, gaat het verzoek om verlenging vergezeld van een medische verklaring met betrekking tot de gronden. Het eerste tot en met het achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing. Het instituut houdt de verleende verlengingen bij in het register.

Artikel 6

Degene die gecertificeerde theoretische bijscholing geeft als bedoeld in artikel 12b van de wet, meldt de cursusnaam, de locatie, de datum en de cursisten die zich hebben opgegeven tenminste twee weken voor de aanvang daarvan aan bij het instituut. Na afloop van de bijscholing meldt hij uiterlijk twee weken na het aflopen daarvan de namen van degenen die aan de bijscholing hebben deelgenomen aan het instituut. Het instituut houdt deze gegevens bij in het register.

Artikel 7
1.

Het instituut toetst de aanvragen voor certificering van de theoretische bijscholing aan de volgende criteria:

Het instituut stelt een formulier op voor de aanvraag.

2.

De aanvraag om te worden gecertificeerd gaat vergezeld van alle gegevens en bescheiden met betrekking tot de in het eerste lid genoemde criteria die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn, overeenkomstig het in het eerste lid genoemde formulier.

3.

Het toezicht door het instituut wordt steekproefsgewijs verricht.

Artikel 8
1.

De rijinstructeur die praktische bijscholing wil volgen als bedoeld in artikel 12b van de wet, dient bij het instituut een aanvraag in om voor de betrokken praktijkbegeleiding te worden ingepland.

2.

Het instituut houdt de resultaten van de praktijkbegeleiding bij in het register.

3.

Het instituut kan de maximale duur dat het certificaat, bedoeld in artikel 13, aanhef en onderdeel b, van de wet geldig is éénmalig verlengen in het geval dat de rijinstructeur wegens verschoonbare redenen niet aan zijn verplichting tot praktische bijscholing, bedoeld in artikel 12b van de wet, heeft kunnen voldoen. Aan de verlenging kunnen voorschriften worden verbonden. De verlenging is beperkt tot maximaal twaalf aaneengesloten maanden, afhankelijk van de ernst van de reden. Indien verlenging op medische gronden wordt verzocht, gaat het verzoek om verlenging vergezeld van een medische verklaring met betrekking tot de gronden.

4.

Het instituut houdt de verleende verlengingen bij in het register.

Hoofdstuk 7. Herintreding

Artikel 9

Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing in het geval de rijinstructeur de fasen 1 of 2 uit het examen, of de praktijkrit uit het examen in het kader van het herintrederstraject, bedoeld in artikel 12c van de wet, doet.

Hoofdstuk 8. Toezicht door rijksgecommitteerden

Artikel 10

Het toezicht, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de wet, zal in het algemeen steekproefsgewijs worden verricht.

Artikel 11

De rijksgecommitteerden zijn bevoegd alle gebeurtenissen en beraadslagingen met betrekking tot de uitvoering door het instituut van de taken, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de wet, bij te wonen en kennis te nemen van alle daarop betrekking hebbende stukken.

Artikel 12

De rijksgecommitteerden brengen telkenmale onverwijld van het door hen verrichte toezicht rapport uit aan de Minister.

Hoofdstuk 9. Commissie van beroep

Artikel 13

De commissie van beroep doet de Minister een voorstel voor een reglement van orde. Het secretariaat wordt gevoerd door een door de Minister aangewezen ambtenaar.

Hoofdstuk 10. Militaire rijinstructeur en politierijinstructeur

Artikel 14

Als diploma van een militaire rijinstructeur als bedoeld in artikel 8 van de wet wordt aangewezen het Diploma militair rijinstructeur.

Artikel 15

Als diploma van een politierijinstructeur als bedoeld in artikel 8 van de wet wordt aangewezen:

Hoofdstuk 11. Vaststelling van documenten

Artikel 16

Het certificaat rijinstructeur is overeenkomstig de modellen in bijlage 2 van deze regeling.

Artikel 17

De certificaten scholing educatieve maatregel ten behoeve van respectievelijk de lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer, de educatieve maatregel alcohol en verkeer en de educatieve maatregel gedrag en verkeer, alsmede het certificaat scholing alcoholslotprogramma zijn overeenkomstig de modellen in bijlage 2 bij deze regeling.

Hoofdstuk 12. Migrerende beroepsbeoefenaars

Artikel 18

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 19
1.

Een aanvraag wordt ingediend bij het instituut.

2.

Bij de aanvraag overlegt de aanvrager de documenten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Aw.

Artikel 20

Indien het door toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de Aw, noodzakelijk is dat een aanpassingsstage wordt doorlopen of proeve van bekwaamheid wordt afgelegd, maakt de aanvrager zijn keuze tussen de aanpassingsstage en de proeve van bekwaamheid kenbaar, tenzij artikel 11, vijfde lid, van de Aw van toepassing is.

Artikel 21

Het instituut stelt vast op welk terrein en binnen welke termijn de aanvrager de aanpassingsstage doorloopt.

Artikel 22

Het instituut stelt vast binnen welke termijn en in welke examenonderdelen, genoemd in de artikelen 5 tot en met 7 van het besluit, de aanvrager de proeve van bekwaamheid aflegt.

Artikel 23

De aanvraag wordt afgewezen, indien de aanvrager de aanpassingsstage of de proeve van bekwaamheid niet met goed gevolg heeft volbracht.

Artikel 24

Het certificaat, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel f, van de wet kan alleen bevoegdheden verlenen die overeenkomen met die welke de aanvrager had in de betrokken staat van oorsprong of herkomst.

Hoofdstuk 13. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage 1

I. Onderdelen, bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009

A. Competentie: Verantwoord rijden als eerste bestuurder

B. Competentie: voertuigbeheersing als tweede bestuurder

De kandidaat laat zien dat hij als tweede bestuurder van een lesauto beschikt over voertuigbeheersing, doordat hij:

II. Onderdelen, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de Regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009

Competentie: verwoorden van de taakprocessen

De kandidaat kan na afloop van een zelfstandig gereden verkeersopgave in een personenauto in reële verkeerssituaties verwoorden hoe de taakprocessen, die nodig zijn om concrete verkeersopgaven op te lossen, doorlopen moeten worden. Hij beschikt daartoe over kennis van en inzicht in de verkeerstaak van de bestuurder en in de taakprocessen die doorlopen moeten worden om te kunnen komen tot een veilige, vlotte en milieubewuste uitvoering van de verkeerstaak.

III. Onderdelen, bedoeld in artikel 4, zesde lid, van de Regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009.

A. Competentie: lesplanning op maat maken

De kandidaat bepaalt vooraf een rijvaardigheids-didactische structuur waarin de rijopleiding aangeboden wordt, maar gaat hier tegelijkertijd tijdens de opleiding flexibel mee om als de situatie van de cursist dat vereist. Hij is bereid de opleiding af te stemmen op de specifieke kenmerken en de vorderingen van de cursist. Hij geeft in principe les volgens een vooraf bepaalde rijvaardigheids-didactische structuur, maar weet wanneer hij hiervan moet afwijken.

Hij beschikt hiertoe over kennis en inzicht in:

B. Competentie: uitwerken van rijvaardigheidsdidactiek

C. Competentie: organiseren

IV. Onderdelen, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009

A. Competentie: instructie geven

B. Competentie: coachen van leerprocessen

C. Competentie: beoordelen van rijvorderingen

V. Onderdelen, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van de Regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009

A. Competentie: instructie geven

B. Competentie: coachen van het leerproces

C. Competentie: beoordelen van rijvorderingen:

VI. Eisen ten aanzien van de beoordeling van de stage, bedoeld in artikel 5, zesde lid, van de Regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009

Bijlage 2. Bij de regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009

Modellen van diverse certificaten en bewijs van ontheffing

Model 1A Certificaat voor het geven van rijonderricht anders dan tijdens de stage (afgegeven met ingang van 1 juni 2009)1Het opnemen van de foto op de certificaten in de modellen 1A en 1B is facultatief.

Model 1B Certificaat voor het geven van rijonderricht tijdens de stage (afgegeven met ingang van 1 juni 2009)1Het opnemen van de foto op de certificaten in de modellen 1A en 1B is facultatief.

Model 2A Certificaat voor het geven van scholing educatieve maatregel ten behoeve van de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (afgegeven met ingang van 1 juni 2009)

Model 2B Certificaat voor het geven van scholing educatieve maatregel ten behoeve van de Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (afgegeven met ingang 1 juni 2009)

Model 2C Certificaat voor het geven van scholing educatieve maatregel ten behoeve van de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (afgegeven met ingang van 1 juni 2009)

Model 2D certificaat scholing alcoholslotprogramma

Model 3A Bewijs van ontheffing (afgegeven met ingang van 1 juni 2009)

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Lijntekening hologram

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.