Wijzigingsgeschiedenis

Regeling houdende bepalingen over de organisatie en inzet van de Dienst speciale interventies (Regeling Dienst speciale interventies)

7 versions · 2023-01-01
2023-01-01
Regeling Dienst speciale interventies — art. 1
2017-03-18
Regeling Dienst speciale interventies — arts. 1, 2, 3 y 5 más
2017-01-01
Regeling Dienst speciale interventies
2015-07-01
Regeling Dienst speciale interventies — art. 6
2013-01-01
Regeling Dienst speciale interventies

Wijzigingen op 2013-01-01

@@ -8,7 +8,7 @@
In deze regeling wordt verstaan onder:
- **aanhoudings- en ondersteuningseenheden:** eenheden als bedoeld in [artikel 8 van het Besluit beheer regionale politiekorpsen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006560&artikel=8) en eenheden van het Korps landelijke politiediensten en de Koninklijke marechaussee die met dezelfde taken zijn belast.
- **aanhoudings- en ondersteuningseenheden:** eenheden als bedoeld in [artikel 18 van de Regeling beheer politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032673&artikel=18) en eenheden van de Koninklijke marechaussee die met dezelfde taken zijn belast.
##### Artikel 2
@@ -18,7 +18,7 @@
- b. de beveiliging van personen en objecten in bijzondere situaties, waaronder het beveiligen van ambtenaren van de Algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst bij operaties van die dienst;
- c. het uitvoeren van andere door de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Justitie en van Defensie opgedragen bijzondere onderdelen van de politietaak.
- c. het uitvoeren van andere door de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Defensie opgedragen bijzondere onderdelen van de politietaak.
2. De Dienst speciale interventies bestaat uit de volgende eenheden:
@@ -30,9 +30,9 @@
3. De Dienst speciale interventies wordt geleid door het hoofd van de Dienst speciale interventies. Het hoofd kan worden vervangen door het plaatsvervangend hoofd.
4. De Dienst speciale interventies is een bijstandseenheid als bedoeld in [artikel 60, eerste lid, van de Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=60) en bestaat uit ambtenaren van de krijgsmacht en ambtenaren van politie.
4. De Dienst speciale interventies is een bijstandseenheid als bedoeld in [artikel 59, eerste lid, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=59) en bestaat uit ambtenaren van de krijgsmacht en ambtenaren van politie.
5. Het beheer van de Dienst speciale interventies berust bij het Korps landelijke politiediensten, met uitzondering van de Unit interventie mariniers waarvan het beheer berust bij de Minister van Defensie.
5. Het beheer van de Dienst speciale interventies berust bij de Landelijke eenheid politiediensten, met uitzondering van de Unit interventie mariniers waarvan het beheer berust bij de Minister van Defensie.
##### Artikel 3
@@ -40,37 +40,23 @@
##### Artikel 4
1. De bewapening van ambtenaren die ten behoeve van de uitvoering van de politietaak werkzaam zijn bij de Dienst speciale interventies bestaat uit de bewapening, genoemd in de [Bewapeningsregeling politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009152), en andere wapens van de categorieën I, II, III en IV en munitie van de categorie II en III, genoemd in de [artikel 2 van de Wet wapens en munitie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008804&artikel=2), waarvan het merk en type door de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie, in overeenstemming met de Minister van Defensie, is goedgekeurd.
2. De bewapening kan voor de verschillende eenheden van de Dienst speciale interventies verschillen.
3. De uitrusting van ambtenaren die ten behoeve van de daadwerkelijke taakuitvoering werkzaam zijn bij de Dienst speciale interventies bestaat in ieder geval uit de uitrusting, genoemd in de [Uitrustingsregeling politie 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006556).
4. De eenheden van de DSI kunnen andere dan door de Ministers vastgestelde wapens en munitie technisch beproeven, indien het hoofd van de Dienst speciale interventie de beproeving vooraf schriftelijk meldt aan de Ministers, zonder dat die bewapening operationeel wordt ingezet tegen personen of goederen.
5. Binnen twee maanden na de technische beproeving rapporteert het hoofd van de DSI aan de ministers de resultaten van de beproeving en welke bestemming wordt gegeven aan de bewapening waarmee de beproeving is uitgevoerd.
Vervallen
##### Artikel 5
1. De Minister van Justitie beslist over het verlenen van bijstand door de Dienst speciale interventies.
2. De Minister van Justitie brengt de Minister van Defensie en de Minister van BZK onmiddellijk in kennis van zijn beslissing tot bijstandverlening door de Dienst speciale interventies.
Vervallen
##### Artikel 6
1. Behoeft een politiekorps of de Koninklijke marechaussee bijstand van de Dienst speciale interventies, dan richt de officier van Justitie daartoe een verzoek aan de voorzitter van het College van procureurs-generaal.
1. De voorzitter van het College van procureurs-generaal is bevoegd in naam van de Minister van Veiligheid en Justitie te beslissen op een verzoek tot bijstand van de Dienst speciale interventies, tenzij het een situatie betreft:
2. De voorzitter van het College van procureurs-generaal geleidt dit verzoek door aan de Minister van Justitie, tenzij hij bevoegd is deze beslissing in naam van de Minister van Justitie te nemen.
3. De voorzitter van het College van procureurs-generaal is bevoegd in naam van de Minister van Justitie te beslissen op een verzoek tot bijstand van de Dienst speciale interventies, tenzij het een situatie betreft:
- a. waarvoor geen standaard inzetscenario als bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026381&artikel=8&z=2009-09-17&g=2009-09-17), voorhanden is; of
- a. waarvoor geen standaard inzetscenario als bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026381&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01), voorhanden is; of
- b. waarin zich meerdere incidenten op verschillende locaties tegelijkertijd voordoen, waartussen vermoedelijk een verband bestaat; of
- c. waarin op enige andere wijze een groot nationaal belang in het geding is.
4. De voorzitter van het college van procureurs-generaal brengt de Minister van Justitie onmiddellijk in kennis van zijn beslissing tot bijstandverlening door de Dienst speciale interventies.
2. De voorzitter van het College van procureurs-generaal brengt de Minister van Veiligheid en Justitie onmiddellijk in kennis van zijn beslissing tot bijstandverlening door de Dienst Speciale Interventies.
##### Artikel 7
@@ -82,15 +68,15 @@
- b. de situatie van de dreiging.
3. Het operationeel plan van inzet behoeft goedkeuring van de Minister van Justitie, dan wel van de voorzitter van het College van procureurs-generaal indien hij bevoegd is te beslissen over een verzoek tot bijstand.
3. Het operationeel plan van inzet behoeft goedkeuring van de Minister van Veiligheid en Justitie, dan wel van de voorzitter van het College van procureurs-generaal indien hij bevoegd is te beslissen over een verzoek tot bijstand.
##### Artikel 8
1. De Ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie stellen gezamenlijk standaard inzetscenario’s vast ten behoeve van de inzet van de Dienst speciale interventies.
1. De Ministers van Veiligheid en Justitie en van Defensie stellen gezamenlijk standaard inzetscenario’s vast ten behoeve van de inzet van de Dienst speciale interventies.
2. Het hoofd van de Dienst speciale interventies neemt bij het opstellen van het operationeel plan de standaardscenario’s in acht.
3. Indien er voor de inzet van de Dienst speciale interventies geen standaard inzetscenario voorhanden is, raadpleegt de Minister van Justitie, indien mogelijk, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Defensie voorafgaand aan de goedkeuring van het operationeel plan van inzet.
3. Indien er voor de inzet van de Dienst speciale interventies geen standaard inzetscenario voorhanden is, raadpleegt de Minister van Veiligheid en Justitie, indien mogelijk, de Minister van Defensie voorafgaand aan de goedkeuring van het operationeel plan van inzet.
##### Artikel 9
@@ -115,3 +101,9 @@
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Dienst speciale interventies.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 9a
Deze regeling berust op [artikel 59, vierde lid, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=59).
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2009-09-17
Regeling Dienst speciale interventies — arts. 1, 2, 3 y 9 más
2009-09-17
Regeling Dienst speciale interventies
original version Tekst op deze datum