Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2010

Type ZBO-regeling
Publication 2011-09-21
State In force
Source BWB
artikelen 50
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
13.

De in het zevende lid herberekende gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010 per verzekerde per éénpersoonsadresklasse 2010 worden per overeenkomstige éénpersoonsadresklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per éénpersoonsadresklasse 2010 per zorgverzekeraar, zoals berekend in artikel 17, twaalfde lid. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het twaalfde lid.

14.

De in het zevende lid herberekende gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010 per verzekerde per risicoklasse GGZ-kosten lage drempelklasse worden per overeenkomstige risicoklasse GGZ-kosten lage drempelklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per risicoklasse GGZ-kosten lage drempelklasse2010 per zorgverzekeraar, zoals berekend in artikel 17, dertiende lid. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het dertiende lid.

15.

De in het zevende lid herberekende gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010 per verzekerde per risicoklasse GGZ-kosten hoge drempelklasse 2010 worden per overeenkomstige risicoklasse GGZ-kosten hoge drempelklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per risicoklasse GGZ-kosten hoge drempelklasse 2010 per zorgverzekeraar, zoals berekend in artikel 17, dertiende lid. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het veertiende lid.

16.

Het college herberekent op basis van de uitkomsten verkregen na toepassing van artikel 17 het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010 voor de verzekerden jonger dan 18 jaar 2010 van alle zorgverzekeraars op de wijze zoals beschreven in artikel 11, tiende lid.

17.

Het college berekent de schalingsfactor kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010 door de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010, bepaald in het tweede lid, te sommeren over alle zorgverzekeraars en deze te delen door het in het zestiende lid herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010 voor de verzekerden jonger dan 18 jaar 2010 van alle zorgverzekeraars.

18.

Het college herberekent het normbedrag voor de normatieve GGZ kosten voor verzekerden jonger dan 18 jaar door deze te vermenigvuldigen met de herberekende schalingsfactor kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan 18 jaar 2010, en deze vervolgens af te ronden op twee decimalen.

19.

Het herberekende normbedrag voor de normatieve GGZ kosten voor verzekerden jonger dan 18 jaar per verzekerde 2010 wordt vermenigvuldigd met het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

20.

Het college calculeert per zorgverzekeraar 100 procent na over het verschil tussen de kosten van de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg verkregen in tweede lid en het resultaat verkregen in het negentiende lid.

21.

De som van het resultaat van het vijftiende en het twintigste lid wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010.

22.

Voor de toepassing van artikel 3.19 van de Regeling zorgverzekering vermindert het college het resultaat van artikel 13, zesde lid met de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, zoals bepaald in het eerste lid.

Artikel 22. De voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten van overige prestaties 2010

1.

Het college bepaalt op basis van de jaarstaat 2010 de kosten van overige prestaties 2010 met inachtneming van de artikelen 3.12 en 3.13 van de Regeling zorgverzekering.

2.

Het college berekent het normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2010 voor het totaal van alle verzekerden 2010 van alle zorgverzekeraars op de wijze zoals beschreven in artikel 12, eerste tot en met het zevende lid.

3.

Het college herberekent op basis van de uitkomsten verkregen na toepassing van artikel 17 de schalingsfactor kosten van overige prestaties 2010 door de som van de in het eerste lid bepaalde kosten van overige prestaties 2010 van alle zorgverzekeraars te delen door het in het tweede lid herberekende normatieve bedrag kosten van overige prestaties voor alle verzekerden 2010 van alle zorgverzekeraars.

4.

Het college herberekent alle gewichten uit artikel 12 door deze te vermenigvuldigen met de schalingsfactor kosten van overige prestaties 2010, en deze vervolgens af te ronden op twee decimalen.

5.

De in het vierde lid herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde 2009 naar leeftijd en geslacht worden per overeenkomstige risicoklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2010 per risicoklasse per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

6.

De in het vierde lid herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per FKG 2010 worden per overeenkomstige FKG vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2010 zoals berekend in artikel 17, zevende lid, per FKG 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.

7.

De in het vierde lid herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per DKG 2010 worden per overeenkomstige DKG vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2010 zoals berekend in artikel 17, achtste lid, per DKG 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.

8.

De in het vierde lid herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2010, worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2010 per aard van het inkomenklasse 2010 per zorgverzekeraar, zoals berekend in artikel 17, negende lid.

9.

De in het vierde lid herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per regioklasse 2010 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2010 per regioklasse 2010 per zorgverzekeraar, zoals berekend in artikel 17, tiende lid. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het achtste lid.

10.

De in het vierde lid herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde bij sociaal economische statusklasse 2010 worden per overeenkomstige sociaal economische statusklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden per sociaal economische statusklasse 2010 per zorgverzekeraar, zoals berekend in artikel 17, negende lid. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het negende lid. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.

11.

Het resultaat van het tiende lid wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van overige prestaties 2010.

Artikel 23. De voorlopige herberekening van de opbrengst van het normatieve eigen risico 2010

1.

Uitgangspunt voor de herberekening van de opbrengst van het normatieve eigen risico zijn de opgaven, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de verzekerdenaantallen van de zorgverzekeraar.

2.

Het college herberekent op de wijze zoals beschreven in artikel 13 de normatieve eigen risico opbrengst 2010 op basis van de werkelijke verzekerden aantallen 2010 van 18 jaar en ouder zoals berekend in artikel 17.

Artikel 24. De voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2010 en de voorlopige herberekening en voorlopige vaststelling van de bijdrage 2010

1.

Het college herberekent het normatieve bedrag 2010 voorlopig als de som van het voorlopige herberekende deelbedrag B-dbc’s 2010, het voorlopig herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2010, het voorlopige herberekende deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2010, het voorlopig herberekende deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010 en het voorlopig herberekende deelbedrag kosten van overige prestaties 2010.

2.

Voor de toepassing van artikel 3.21 van de Regeling zorgverzekering berekent het college:

3.

Voor de toepassing van artikel 3.21 van de Regeling zorgverzekering gebruikt het college:

4.

Het college bepaalt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van 18 jaar en ouder 2010 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2010.

5.

Het college vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in de jaarstaat 2010 als gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.

6.

Het college herberekent voorlopig de aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar door het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar in 2010 te vermenigvuldigen met EUR 50.

7.

Het college herberekent de bijdrage 2010 voorlopig door de som van het herberekende normatieve bedrag 2010 bedoeld in het eerste lid, met toepassing van het tweede lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar bedoeld in het vijfde lid te verminderen met de voorlopig herberekende normatieve eigen risico opbrengst bedoeld in artikel 23 en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het vierde lid.

8.

Het college stelt de bijdrage 2010 in september 2011 voorlopig vast ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage. De bepaling van de verzekerdenaantallen is definitief, behoudens de corrrecties van de Nederlandse Zorgautoriteit en de aanpassingen op basis van het uitstroombestand 2011.

Hoofdstuk IV. De tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage 2010 aan een zorgverzekeraar

Artikel 25. Algemene bepaling

1.

Het college betrekt de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast bij de verzekerdenaantallen.

2.

Het college herberekent het normatieve bedrag voor de tweede keer voorlopig met inachtneming van de opgave hoge kosten compensatie 2010, de jaarstaat 2012, het opbrengstresultaat 2010 en de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast.

Artikel 26. De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten van B-dbc’s 2010.

1.

Het college hanteert bij de tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten van B-dbc’s 2010 als uitgangspunten:

2.

Het college bepaalt de kosten van B-dbc’s 2010 met inachtneming van de artikelen 3.12 en 3.13 van de Regeling zorgverzekering.

3.

Het college herberekent het deelbedrag kosten van B-dbc’s 2010 voor het totaal van alle verzekerden van alle zorgverzekeraars 2010 op de wijze zoals beschreven in artikel 8, gebruik makend van de gewichten uit het eerste lid.

4.

Het college herberekent de schalingsfactor kosten van B-dbc’s 2010 door de som van de totale kosten van B-dbc’s 2010 van alle zorgverzekeraars, zoals bepaald in het tweede lid, te delen door het herberekende normatieve deelbedrag kosten van B-dbc’s voor het totaal van alle verzekerden 2010 van alle verzekeraars, zoals berekend in het derde lid.

5.

Het college herberekent alle gewichten uit het eerste lid door deze te vermenigvuldigen met de herberekende schalingsfactor kosten van B-dbc’s 2010 en rondt deze af op twee decimalen.

6.

Het college vermenigvuldigt de in het vijfde lid herberekende gewichten kosten van B-dbc’s per verzekerde per risicoklasse naar leeftijd en geslacht 2010 met de aantallen verzekerden per overeenkomstige risicoklasse per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

7.

De in het vijfde lid herberekende gewichten kosten van B-dbc’s 2010 per verzekerde worden per overeenkomstige FKG vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2010 per FKG 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.

8.

De in het vijfde lid herberekende gewichten kosten van B-dbc’s per verzekerde worden per overeenkomstige DKG vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2010 per DKG 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.

9.

De in het vijfde lid herberekende gewichten kosten van B-dbc’s per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2010 worden per zorgverzekeraar per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2010 per aard van het inkomenklasse 2010. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het achtste lid.

10.

De in het vijfde lid herberekende gewichten kosten van B-dbc’s per verzekerde per regioklasse 2010 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden per regioklasse 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het negende lid.

11.

De in het vijfde lid herberekende gewichten kosten van B-dbc’s per verzekerde per sociaal economische statusklasse 2010 worden per overeenkomstige sociaal economische statusklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden per sociaal economische statusklasse 2009 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tiende lid.

12.

Het college past een hoge kostencompensatie toe overeenkomstig artikel 3.15 van de Regeling zorgverzekering en verrekent dit met het resultaat van het elfde lid.

13.

Het resultaat van het twaalfde lid wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van B-dbc’s 2010.

14.

Voor de toepassing van artikel 3.21 van de Regeling zorgverzekering trekt het college van het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van B-dbc’s 2010 af de kosten van B-dbc’s 2010, zoals bepaald in het tweede lid.

Artikel 27. De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2010.

1.

Het college hanteert bij de tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2010 als uitgangspunten:

2.

Het college bepaalt de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2009 met inachtneming van de artikelen 3.12, 3.13 en 3.16 van de Regeling zorgverzekering.

3.

Het college herberekent het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2010 voor het totaal van alle verzekerden van alle zorgverzekeraars 2010 op de wijze zoals beschreven in artikel 9, gebruik makend van de gewichten uit het eerste lid.

4.

Het college herberekent de schalingsfactor variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2010 door de som van de totale variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2010 van alle zorgverzekeraars, zoals bepaald in het tweede lid, te delen door het herberekende normatieve deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp voor het totaal van alle verzekerden 2010 van alle verzekeraars, zoals berekend in het derde lid.

5.

Het college herberekent alle gewichten uit het eerste lid door deze te vermenigvuldigen met de herberekende schalingsfactor variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2010 en rond deze af op twee decimalen.

6.

Het college vermenigvuldigt de in het vijfde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per risicoklasse 2010 naar leeftijd en geslacht met de aantallen verzekerden per overeenkomstige risicoklasse per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

7.

De in het vijfde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde 2010 worden per overeenkomstige FKG vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2010 per FKG 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.

8.

De in het vijfde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde 2010 worden per zorgverzekeraar per overeenkomstige DKG 2010 vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2010 per DKG 2010. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.

9.

De in het vijfde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2010 worden per zorgverzekeraar per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2010 per aard van het inkomenklasse 2010. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het achtste lid.

10.

De in het vijfde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per regioklasse 2010, worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden per regioklasse 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het negende lid.

11.

De in het vijfde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per sociaal economische statusklasse 2010, worden per overeenkomstige sociaal economische statusklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden per sociaal economische statusklasse 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tiende lid.

12.

Het college past een hoge kostencompensatie toe overeenkomstig artikel 3.16 van de Regeling zorgverzekering en verrekent dit met het resultaat van het elfde lid.

13.

Vervolgens calculeert het college per zorgverzekeraar 30 procent na op het verschil tussen de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, verkregen in het tweede lid en het resultaat van het twaalfde lid.

14.

Het resultaat van het dertiende lid wordt aangeduid als het tweede voorlopig herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2010.

15.

Voor de toepassing van artikel 3.21 van de Regeling zorgverzekering trekt het college van het tweede voorlopig herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2010 af de kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2010, zoals bepaald in het tweede lid.

Artikel 28. De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2010

Het college herberekent voor de tweede keer voorlopig het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2010 overeenkomstig artikel 20, met inachtneming van artikel 25.

Artikel 29. De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010

1.

Voor de tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg hanteert het college als uitgangspunten:

2.

Het college bepaalt de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010 voor verzekerden van 18 jaar en ouder met inachtneming van de artikelen 3.12 en 3.13 van de Regeling zorgverzekering.

3.

Het college bepaalt de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan 18 jaar 2010 met inachtneming van de artikelen 3.12 en 3.13 van de Regeling zorgverzekering.

4.

Het college berekent het gewicht kosten van overige prestaties per verzekerde voor de risicoklasse GGZ kosten lage drempelklasse 2010 0 door het totaal aantal verzekerden per GGZ kosten lage drempelklasse 1 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het geraamde totaal aantal verzekerden GGZ kosten lage drempelklasse 2010 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

5.

Het college berekent het gewicht kosten van overige prestaties per verzekerde voor de risicoklasse GGZ kosten hoge drempelklasse 2010 0 door het totaal aantal verzekerden per GGZ kosten hoge drempelklasse 1 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het geraamde totaal aantal verzekerden GGZ kosten hoge drempelklasse 2010 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

6.

Het college herberekent het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010 voor de verzekerden van 18 jaar en ouder 2010 van alle zorgverzekeraars op de wijze zoals beschreven in het tweede tot en met negende lid van artikel 11, gebruik makend van de gewichten uit het eerste lid.

7.

Het college herberekent de schalingsfactor kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder 2010 door de som van de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010 van alle zorgverzekeraars, zoals bepaald in het tweede lid, te delen door het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010 voor de verzekerden van 18 jaar en ouder 2010 van alle zorgverzekeraars, als berekend in het zesde lid.

8.

Het college herberekent alle gewichten uit het eerste lid door deze te vermenigvuldigen met de herberekende schalingsfactor geestelijke gezondheidszorg 2010, en deze vervolgens af te ronden op twee decimalen.

9.

De herberekende gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde 2010 worden per overeenkomstige risicoklasse naar leeftijd en geslacht vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2010 per risicoklasse 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

10.

De herberekende gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per FKG GGZ 2010 worden per overeenkomstige FKG GGZ vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2010 per FKG GGZ 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het negende lid.

11.

De herberekende gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2010 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2010 per aard van het inkomenklasse 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tiende lid.

12.

De herberekende gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per GGZ regioklasse 2010 worden per overeenkomstige GGZ regioklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2010 per GGZ regioklasse 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het elfde lid.

13.

De herberekende gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per sociaal economische statusklasse 2010 worden per overeenkomstige sociaal economische statusklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2010 per sociaal economische statusklasse 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het twaalfde lid.

14.

De herberekende gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per éénpersoonsadresklasse 2010, worden per overeenkomstige éénpersoonsadresklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per éénpersoonsadresklasse 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het dertiende lid.

15.

De herberekende gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per GGZ kosten lage drempelklasse 2010, worden per overeenkomstige GGZ kosten lage drempelklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per GGZ kosten lage drempelklasse 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het veertiende lid.

16.

De herberekende gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per GGZ kosten hoge drempelklasse 2010, worden per overeenkomstige GGZ kosten hoge drempelklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per GGZ kosten hoge drempelklasse 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijftiende lid.

17.

Het college past een hoge kostencompensatie toe overeenkomstig artikel 3.19 van de Regeling zorgverzekering en verrekent dit met het resultaat van het zestiende lid.

18.

Het college herberekent het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010 voor de verzekerden jonger dan 18 jaar 2010 van alle zorgverzekeraars op de wijze zoals beschreven in artikel 11, tiende lid.

19.

Het college herberekent de schalingsfactor kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan 18 jaar 2010 door de som van de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010 van alle zorgverzekeraars, zoals bepaald in het derde lid, te delen door het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010 voor de verzekerden jonger dan 18 jaarvan alle zorgverzekeraars, als berekend in het achttiende lid.

20.

Het college herberekent de gewichten voor de geneeskundige GGZ kosten voor verzekerden jonger dan 18 jaar per verzekerde per jonger dan 18 jaarklasse door deze te vermenigvuldigen met de herberekende schalingsfactor kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan 18 jaar 2010, en deze vervolgens af te ronden op twee decimalen.

21.

De herberekende gewichten voor geneeskundige GGZ kosten voor verzekerden jonger dan 18 jaar per verzekerde 2010 wordt vermenigvuldigd met het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

22.

Het college calculeert per zorgverzekeraar 100 procent na op het verschil tussen de kosten van de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, verkregen in het derde lid en het resultaat van het eenentwintigste lid.

23.

De som van het resultaat van het zeventiende lid en het tweeëntwintigste lid wordt aangeduid als het tweede voorlopig herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010.

24.

Voor de toepassing van artikel 3.21 van de Regeling zorgverzekering vermindert het college van het resultaat van artikel 14, zesde lid met de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, zoals bepaald in het tweede lid.

Artikel 30. De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten van overige prestaties 2010

1.

Voor de tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten van overige prestaties hanteert het college als uitgangspunten:

2.

Het college bepaalt de kosten van overige prestaties 2010 met inachtneming van de artikelen 3.12 en 3.13 van de Regeling zorgverzekering.

3.

Het college herberekent het normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2010 voor het totaal van alle verzekerden 2010 van alle zorgverzekeraars op de wijze zoals beschreven in artikel 12, gebruik makend van de gewichten uit het eerste lid.

4.

Het college herberekent de schalingsfactor kosten van overige prestaties 2010 door de som van de kosten van overige prestaties 2010 van alle zorgverzekeraars, zoals bepaald in het tweede lid, te delen door het normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2010 voor het totaal van alle verzekerden 2010 van alle zorgverzekeraars, als berekend in het derde lid.

5.

Het college herberekent alle gewichten uit het eerste lid door deze te vermenigvuldigen met de herberekende schalingsfactor overige prestaties 2010, en deze vervolgens af te ronden op twee decimalen.

6.

De herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde 2010 worden per overeenkomstige risicoklasse naar leeftijd en geslacht vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2010 per risicoklasse 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

7.

De herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per FKG 2010 worden per overeenkomstige FKG vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2010 per FKG 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.

8.

De herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per DKG 2010 worden per overeenkomstige DKG vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2010 per DKG 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.

9.

De herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2010 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2010 per aard van het inkomenklasse 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het achtste lid.

10.

De herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per regioklasse 2010 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2010 per regioklasse 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het negende lid.

11.

De herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per sociaal economische statusklasse 2010, worden per overeenkomstige sociaal economische statusklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden per sociaal economische statusklasse 2010 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tiende lid.

12.

Het college past een hoge kostencompensatie toe overeenkomstig artikel 3.20 van de Regeling zorgverzekering en verrekent dit met het resultaat van het elfde lid.

13.

Het resultaat van het twaalfde lid wordt aangeduid als het tweede voorlopig herberekende deelbedrag kosten van overige prestaties 2010.

Artikel 31. De tweede voorlopige herberekening van de normatieve eigen risico opbrengst 2010

Het college herberekent voor de tweede keer voorlopig de normatieve eigen risico opbrengst 2010 overeenkomstig artikel 13 en artikel 23, met inachtneming van artikel 25.

Artikel 32. De tweede voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2010 en de tweede voorlopige herberekening en de vaststelling van de bijdrage 2010

1.

Het college herberekent het normatieve bedrag 2010 voor de tweede keer voorlopig als de som van het tweede voorlopige deelbedrag B-dbc’s 2010, het tweede voorlopige deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2010, het tweede voorlopige deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2010, het tweede voorlopige deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010 en het tweede voorlopige deelbedrag kosten van overige prestaties 2010.

2.

Voor de toepassing van artikel 3.21 van de Regeling zorgverzekering berekent het college:

3.

Voor de toepassing van artikel 3.21 van de Regeling zorgverzekering gebruikt het college:

4.

Het college bepaalt de tweede voorlopige opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van 18 jaar en ouder 2010 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2010.

5.

Het college vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in zijn jaarverslag als gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.

6.

Het college berekent de tweede voorlopige aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar door het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar 2010 te vermenigvuldigen met EUR 50.

7.

Het college berekent de bijdrage 2010 voor de tweede keer voorlopig door de som van het tweede voorlopige normatieve bedrag 2010 bedoeld in het eerste lid, met toepassing van het tweede lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar bedoeld in het vijfde lid, te verminderen met de tweede voorlopige normatieve eigen risico opbrengst bedoeld in artikel 31, en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het vierde lid.

8.

Het college stelt de voorlopige bijdrage 2010 voor de tweede keer voorlopig vast in september 2013 ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage. De bepaling van de verzekerdenaantallen is definitief.

Hoofdstuk V. De vaststelling van de bijdrage 2010 aan een zorgverzekeraar

Artikel 33. Algemene bepaling

Het college herberekent de vereveningsbijdrage definitief met inachtneming van de correcties die voortkomen uit de reviewrapportage die de Nederlandse zorgautoriteit uitbrengt over de jaarstaat 2012.

Artikel 34. De definitieve herberekening van het deelbedrag kosten van B-dbc’s 2010

Het college herberekent definitief het deelbedrag kosten van B-dbc’s 2010 overeenkomstig artikel 26, met inachtneming van artikel 33.

Artikel 35. De definitieve herberekening van het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2010

Het college herberekent definitief het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2010 overeenkomstig artikel 27, met inachtneming van artikel 33.

Artikel 36. De definitieve herberekening van het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2010

Het college herberekent definitief het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2010 overeenkomstig artikel 28, met inachtneming van artikel 33.

Artikel 37. De definitieve herberekening van het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010

Het college herberekent definitief het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010 overeenkomstig artikel 29, met inachtneming van artikel 33.

Artikel 38. De definitieve herberekening van het deelbedrag kosten van overige prestaties 2010

Het college herberekent definitief het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2010 overeenkomstig artikel 30, met inachtneming van artikel 33.

Artikel 39. De definitieve herberekening van de normatieve eigen risico opbrengst 2010

Het college herberekent definitief het deelbedrag de normatieve eigen risico opbrengst overeenkomstig artikel 31, met inachtneming van artikel 33.

Artikel 40. De definitieve herberekening van het normatieve bedrag 2010 en de definitieve herberekening en de vaststelling van de bijdrage 2010

1.

Het college herberekent definitief het normatieve bedrag 2010 overeenkomstig artikel 32, met inachtneming van artikel 33.

2.

Het college stelt de bijdrage 2010 vast in april 2014 ter hoogte van de in het vorige lid definitief berekende bijdrage.

Hoofdstuk VI. De uitkering voor de kosten van prestaties die door het college naar het werkelijk bedrag worden vergoed

Artikel 41

1.

Bij gelegenheid van de vaststelling van de bijdrage 2010 als bedoeld in artikel 40 stelt het college per zorgverzekeraar ook de uitkering 2010 vast voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed.

2.

In afwachting van de vaststelling van de uitkering 2010 voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed, stelt het college bij de voorlopige vaststelling van de bijdrage 2010 bedoeld in artikel 24 ook de voorlopige uitkering 2010 voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed, vast.

3.

In afwachting van de vaststelling van de uitkering 2010 voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed, stelt het college bij de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage 2010 bedoeld in artikel 32 ook de tweede voorlopige uitkering 2010 voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed, vast.

Hoofdstuk VII. De betalingen aan de zorgverzekeraars

Artikel 42

1.

Het college betaalt de zorgverzekeraars de bijdrage, bedoeld in artikel 14, vierde lid, uit. Het college maakt bij de betaling onderscheid naar de volgende bestanddelen:

2.

Het college betaalt de zorgverzekeraars de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar, bedoeld in artikel 14, vijfde lid gelijktijdig met de betaling genoemd in het eerste lid uit.

3.

Voor de betaling van de kosten, die op grond van de Zorgverzekeringswet naar werkelijke kosten worden vergoed, kan het college ambtshalve een bedrag vaststellen, waarmee de betaling aan de zorgverzekeraars wordt verhoogd.

4.

Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste en het tweede lid resulteert in een negatief saldo voor de zorgverzekeraar, schort het college de betalingen aan de zorgverzekeraar op, tot het negatieve saldo is verrekend.

Artikel 43

1.

Bij gelegenheid van de voorlopige vaststelling van de bijdrage, bedoeld in artikel 24, achtste lid, stelt het college ook het volgende vast:

2.

Het college verrekent de som van de onderdelen c en d uit het eerste lid zo mogelijk met de op grond van artikel 24, achtste lid, voorlopig vastgestelde bijdrage.

3.

Indien verrekening, als bedoeld in het tweede lid, niet mogelijk blijkt, vordert het college het door de zorgverzekeraar af te dragen bedrag bij de zorgverzekeraar in, dan wel betaalt het college het door de zorgverzekeraar te ontvangen bedrag, aan de zorgverzekeraar na.

Artikel 44. compensatiebijdrage voor wanbetaling

1.

Het college stelt voor zorgverzekeraars met een datum aanlevering na 1 januari 2010 een compensatiebijdrage voor wanbetaling vast.

2.

Het college stelt de compensatiebijdrage voor het jaar 2010 uiterlijk 1 oktober 2011 vast overeenkomstig artikel 3.23 van de Regeling zorgverzekering.

3.

De zorgverzekeraar bedoeld in het eerste lid ontvangt de compensatiebijdrage 2010 onder de voorwaarde dat is voldaan aan het bepaalde in artikel 3.24, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering.

4.

Het college baseert zich voor de vaststelling van de compensatiebijdrage op de opgave van de zorgverzekeraar op 1 juni 2011 over het totale aantal wanbetalers en het totale aantal premieachterstandsdagen. In die opgave zet de zorgverzekeraar het bedrag aan premieachterstand om in een periode van premieachterstand. Hierbij wordt verondersteld dat alle premieinkomsten en door de verzekerde betaalde verplichtingen op grond van het verplicht eigen risico met de oudste openstaande premieschuld zijn verrekend.

5.

Het college voert ten behoeve van de berekening van de compensatiebijdrage bedoeld in het tweede lid de volgende berekeningsstappen uit:

6.

Het college stelt op basis van de opgave van de zorgverzekeraar de hoogte van de compensatiebijdrage 2010 vast op het totaal van de compensatiebijdrage berekend in het vijfde lid, onderdeel c, onder aftrek van de bedragen die aan de zorgverzekeraar zijn uitgekeerd in het kader van de compensatieregeling voor wanbetalers in de jaren 2006 tot en met 2009. Daaraan worden toegevoegd de compensatiebedragen voor de wanbetalers waarvan de zorgverzekering is beëindigd vóór 1 januari 2010 of waarmee voor 1 januari 2010 een schuldsanering of betalingsregeling is overeengekomen.

7.

Het college keert het resultaat van het zesde lid uiterlijk op 1 oktober 2011 uit.

8.

De zorgverzekeraar bedoeld in het eerste lid doet een geactualiseerde opgave uiterlijk op 1 juni 2012 die zonodig de opgave van 1 juni 2011 bedoeld in het vierde lid corrigeert.

9.

Het college herziet de vaststelling van de compensatiebijdrage bedoeld in zesde lid, op basis van de opgave bedoeld in het achtste lid. Indien de herziene vaststelling hoger uitkomt dan de eerder met toepassing van het zesde lid vastgestelde compensatiebijdrage verrekent of betaalt het college het verschil uit. Indien de herziene vasttelling lager uitkomt dan de eerder met toepassing van het zesde lid vastgestelde bijdrage verrekent het college het verschil dan wel vordert dit verschil bij de zorgverzekeraar in.

Artikel 45. Betaling

1.

Het college bepaalt de som van de bestanddelen genoemd in artikel 42, eerste lid, onder a, eerste lid, onder b, eerste lid, onder c en de uitkering genoemd in artikel 42, tweede lid.

2.

Het college deelt het resultaat van artikel 14, zesde lid, door het resultaat van het eerste lid.

3.

Het college vermenigvuldigt de bestanddelen genoemd in artikel 42, eerste lid, onder a, eerste lid, onder b, eerste lid, onder c en de uitkering bedoeld in artikel 42, tweede lid, met het percentage dat het resultaat is van het tweede lid.

4.

De resultaten van het derde lid worden genoemd als volgt:

5.

Het college betaalt de netto te betalen bedragen berekend in het vierde lid in termijnen op de eerste werkdag van de maand, overeenkomstig onderstaand betalingsschema:

Bestanddelen betalingen Bestanddelen betalingen Bestanddelen betalingen Bestanddelen betalingen
Betaalmoment artikel 45 vierde lid, onder a artikel 45 vierde lid, onder b artikel 45 vierde lid, onder c artikel 45 vierde lid, onder d
januari 2010 0,5200%
februari 2010 0,9195% 2,0800% 8,3333%
maart 2010 2,6437% 4,1700% 8,3333% 8,3333%
april 2010 4,3678% 6,2500% 8,3334% 8,3334%
mei 2010 6,0920% 7,8100% 8,3333% 8,3333%
juni 2010 7,6435% 8,3400% 8,3333% 8,3333%
juli 2010 8,3333% 8,3300% 8,3334% 8,3334%
augustus 2010 8,3333% 8,3300% 8,3333% 8,3333%
september 2010 8,3333% 8,3400% 8,3333% 8,3333%
oktober 2010 8,3333% 8,3300% 8,3334% 8,3334%
november 2010 8,3333% 8,3300% 8,3333% 8,3333%
december 2010 8,3333% 8,3400% 8,3333% 8,3333%
januari 2011 8,3333% 7,8100% 8,3334% 8,3334%
februari 2011 7,4139% 6,2500% 8,3333%
maart 2011 5,6897% 4,1700%
april 2011 3,9656% 2,0800%
mei 2011 2,2414% 0,5200%
juni 2011 0,6898%
6.

Voor een zorgverzekeraar, die zich op grond van artikel 25 Zorgverzekeringswet aanmeldt bij de Nederlandse Zorgautoriteit nadat het college de bijdragen voor de zorgverzekeraars heeft toegekend, kan het college voor die zorgverzekeraar afwijken van de vorige leden.

7.

Het college kan, indien naar zijn oordeel uit nieuwe informatie blijkt dat de verwachting is dat bij de eerstvolgende herberekening of herziening van de bijdrage, de bijdrage meer dan 5 procent hoger zal zijn dan bij de laatst toegekende of voorlopig vastgestelde bijdrage, afwijken van de vorige leden en de betalingen aan een zorgverzekeraar aanpassen.

Artikel 46

1.

Bij de herberekening en herziening van de toegekende bijdrage 2010 op grond van artikel 16 herziet het college de te betalen termijnen overeenkomstig artikel 45 voor de eerste keer. Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de eerste keer herziene termijnen.

2.

Bij gelegenheid van de voorlopige vaststelling van de bijdrage, op grond van hoofdstuk III, herziet het college voor de tweede keer de te betalen termijnen overeenkomstig artikel 45. Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de tweede keer herziene termijnen.

3.

Bij gelegenheid van de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage, op grond van hoofdstuk IV, herziet het college de te betalen termijnen voor de derde keer overeenkomstig artikel 45. Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de derde maal herziene termijnen.

4.

Bij gelegenheid van de definitieve vaststelling van de bijdrage, op grond van hoofdstuk V, stelt het college de te betalen termijnen definitief vast overeenkomstig artikel 45.

Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de definitief te betalen termijnen.

5.

Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste, tweede, derde en vierde lid, resulteert in een positief saldo voor de zorgverzekeraar, betaalt het college dat saldo ineens aan de zorgverzekeraar, behoudens een eventuele verrekening met een vordering op de zorgverzekeraar uit hoofde van de Zorgverzekeringswet dan wel de AWBZ.

6.

Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste, tweede, derde en vierde lid, resulteert in een negatief saldo voor de zorgverzekeraar, wordt dat saldo ineens door de desbetreffende zorgverzekeraar aan het college terugbetaald, behoudens voor zover het college het bedrag heeft verrekend met enige vordering op de zorgverzekeraar op grond van de Zorgverzekeringswet dan wel de AWBZ.

Artikel 47

1.

De zorgverzekeraar en het college zijn over en weer rente verschuldigd en hebben over en weer aanspraak op rente over de verschillen, bedoeld in artikel 46.

2.

De rente, bedoeld in het eerste lid, wordt bij de voorlopige, tweede voorlopige en de definitieve vaststelling van de uitkering door het college verwerkt en zo mogelijk verrekend met andere betalingen die uit deze vaststellingen voortvloeien.

Artikel 48

1.

Bij de verrekening van verschillen, bedoeld in artikel 46, tweede, derde en vierde lid, berekent het college rente over het verschil vanaf de datum waarop het verschil is ontstaan tot de datum waarop de verschillen worden verrekend.

2.

Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in artikel 46, tweede lid, berekent het college rente vanaf de betaaldata, genoemd in artikel 45 en artikel 46, eerste en tweede lid tot de datum van de voorlopige vaststelling van de bijdrage.

3.

Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in artikel 46, derde lid, berekent het college rente vanaf de betaaldata, genoemd in artikel 45 en artikel 46, eerste, tweede en derde lid tot de datum van de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage.

4.

Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in artikel 46, vierde lid, berekent het college rente vanaf de betaaldata, genoemd in artikel 45 en artikel 46 eerste, tweede, derde en vierde lid tot de datum van de definitieve vaststelling van de bijdrage.

5.

Voor een zorgverzekeraar waarvoor krachtens artikel 46, vierde en vijfde lid, afwijkende betalingen hebben plaatsgevonden, kan het college bij de renteberekening afwijken van de vorige leden.

6.

Voor het rentepercentage gaat het college uit van het gemiddelde van de maandrentes van het Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) voor driemaands termijngelden zonder onderpand over de periodes, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid. Voor de laatste kalendermaand vóór de betaling wordt uitgegaan van de rente over de voorafgaande kalendermaand.

7.

De rente betreft een samengestelde rente en wordt op maandbasis berekend.

Bij de berekening wordt een maand op 30 en een jaar op 360 dagen gesteld.

8.

Indien de situatie zich voordoet dat het in deze paragraaf bedoelde Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) niet meer kan worden toegepast, zal een zoveel als mogelijk overeenkomstig tarief worden gehanteerd.

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Artikel 49

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2010.

Artikel 50

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2010.

Bijlage 1. Prevalentie-ontwikkeling 2009-2010 per morbiditeitsrisicoklasse per FKG 2010

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)