Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 juni 2010, nr. 2010-0000147401, CZW/WVOB, houdende regels over functies voor het personeel van de veiligheidsregio’s (Regeling personeel veiligheidsregio’s)
Gelet op artikel 2 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 1
Met betrekking tot de functies, genoemd in bijlage 1 bij het Besluit personeel veiligheidsregio’s, zijn de taken die behoren tot deze functies, de competenties die vereist zijn om deze taken te vervullen, en het daarvoor vereiste competentieniveau opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage A.
Met betrekking tot de functies, genoemd in artikel 2, tweede lid, van het Besluit personeel veiligheidsregio’s, zijn de taken die behoren tot deze functies, de competenties die vereist zijn om deze taken te vervullen, en het daarvoor vereiste competentieniveau opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage B.
Met betrekking tot de functies, genoemd in artikel 2, derde lid, van het Besluit personeel veiligheidsregio’s, zijn de taken die behoren tot deze functies, de competenties die vereist zijn om deze taken te vervullen, en het daarvoor vereiste competentieniveau opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage C.
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio’s in werking treedt.
Artikel 3
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling personeel veiligheidsregio’s.
Bijlage A. , behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement a. Functie adviseur gevaarlijke stoffen
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub a Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
¹ Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Analyseren en beoordelen incident
De AGS analyseert en beoordeelt het incident tijdens de uitruk- en verkenningsfase op basis van de beschikbare gegevens en vertaalt deze informatie naar mogelijke scenario’s. De AGS stelt dit beeld gedurende het incidentverloop zo nodig bij. Analytisch vermogen is hierbij van groot belang.
Kerntaak 2:. Vormen advies
Op basis van de gekozen scenario’s formuleert de AGS een advies. Hierbij houdt hij rekening met operationele mogelijkheden en sluit hij aan op de doelgroep en de belangen van de ontvanger(s).
Kerntaak 3:. Optreden als AGS (overdragen advies en samenwerken met betrokken partijen) bij incidenten met gevaarlijke stoffen
In het brongebied brengt de AGS, onder turbulente omstandigheden, een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, maar ook samenwerking en afstemming met betrokken partijen, als bij een COPI, spelen hierbij een belangrijke rol. Daarnaast kan de AGS optreden als adviseur van het OT. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Analyseren en beoordelen incident
Werkzaamheden
De AGS analyseert en beoordeelt het incident tijdens de uitruk- en verkenningsfase op basis van de beschikbare gegevens en vertaalt deze informatie naar mogelijke scenario’s. De AGS stelt dit beeld gedurende het incidentverloop zo nodig bij. Analytisch vermogen is hierbij van groot belang.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Vraagt indien nodig een second opinion aan of geeft een second opinion aan een collega-AGS.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren AGS
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Vormen advies
Werkzaamheden
Op basis van de gekozen scenario’s formuleert de AGS een advies. Hierbij houdt hij rekening met operationele mogelijkheden en sluit hij aan op de doelgroep en de belangen van de ontvanger(s). Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren AGS
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Optreden als AGS (overdragen advies en samenwerken met betrokken partijen) bij incidenten met gevaarlijke stoffen
Werkzaamheden
In het brongebied brengt de AGS, onder turbulente omstandigheden, een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, maar ook samenwerking en afstemming met betrokken partijen, als bij een COPI, spelen hierbij een belangrijke rol. Daarnaast kan de AGS optreden als adviseur van het OT. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Informeert en draagt advies voortvloeiend uit kerntaak 2 over aan alle betrokkenen.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren AGS
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement b. Functie bevelvoerder
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub b Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken en taakgebieden
Kerntaak 1:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de uitrukwerkzaamheden
Geeft leiding aan de uitvoering van de werkzaamheden op het gebied van de voorbereiding op de verkenning en inzet.
Kerntaak 2:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de verkenningswerkzaamheden
Verzamelt en analyseert gegevens met betrekking tot het incident en stelt op basis daarvan een (voorlopig) plan en vervolgens een verkenningsplan op. Informeert de ploegen, maakt een taakverdeling en bepaalt de persoonlijke bescherming.
Kerntaak 3:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de inzetwerkzaamheden
Geeft leiding aan de uitvoering van de werkzaamheden met betrekking tot de bestrijding van het incident en het redden van mens en/of dier.
Kerntaak 4:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de nazorgwerkzaamheden
Coördineert de personele en materiele nazorg (inclusief de evaluatie van het proces en het functioneren) en zorgt voor de administratieve afhandeling van het incident.
De kerntaken worden uitgevoerd in vier te onderscheiden operationele taakgebieden:
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Taakgebied 1:. Optreden bij brandbestrijding
De bevelvoerder geeft leiding aan de bemensing van een blusvoertuig en de bemensing van een bijzonder voertuig dat aan zijn tankautospuit is gekoppeld. De bevelvoerder voert taken uit in het kader van het bestrijden van de brand in de ruimste zin van het woord. De bevelvoerder maakt gebruik van alle mensen en middelen die hem ter beschikking staan.
Algemene werkzaamheden
Kerntaak 1:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de uitrukwerkzaamheden
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 2:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de verkenningswerkzaamheden
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 3:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de inzetwerkzaamheden
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 4:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de nazorgwerkzaamheden
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Taakgebied 2:. Optreden bij technische hulpverlening
De bevelvoerder geeft leiding aan de bemensing van een blusvoertuig en de bemensing van een bijzonder voertuig dat aan zijn tankautospuit is gekoppeld. De bevelvoerder voert taken uit in het kader van de technische hulpverlening in de ruimste zin van het woord. De bevelvoerder maakt gebruik van alle mensen en middelen die hem daarvoor ter beschikking staan.
Algemene werkzaamheden
Kerntaak 1:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de uitrukwerkzaamheden
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 2:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de verkenningswerkzaamheden
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 3:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de inzetwerkzaamheden
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 4:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de nazorgwerkzaamheden
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Taakgebied 3:. Optreden bij incidenten met gevaarlijke stoffen
De bevelvoerder geeft leiding aan de bemensing van een blusvoertuig en de bemensing van een bijzonder voertuig dat aan zijn tankautospuit is gekoppeld. De bevelvoerder voert taken uit in het kader van de bestrijding van incidenten waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De bevelvoerder maakt gebruik van de uitrusting die hem daarvoor ter beschikking staat.
Algemene werkzaamheden
Kerntaak 1:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de uitrukwerkzaamheden
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 2:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de verkenningswerkzaamheden
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 3:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de inzetwerkzaamheden
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 4:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de nazorgwerkzaamheden
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Taakgebied 4:. Optreden bij bestrijding van waterongevallen
De bevelvoerder geeft leiding aan de bemensing van een blusvoertuig en aan de duikploegleider. Hij voert taken uit ter voorbereiding op de inzet van en ter ondersteuning van de duikploegleider. Hij kan zijn ploeg, indien nodig, zelfstandig een oppervlakteredding uit laten voeren.
Algemene werkzaamheden
Kerntaak 1:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de uitrukwerkzaamheden
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 2:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de verkenningswerkzaamheden
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 3:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de inzetwerkzaamheden
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 4:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de nazorgwerkzaamheden
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement c. Functie brandweerduiker
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub c Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning
De brandweerduiker selecteert uit de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen, controleert deze, trekt deze aan en voert een buddycheck uit. Hij draagt zorg voor voldoende fysieke en mentale getraindheid.
Kerntaak 2:. Inzet
Kerntaak 3:. Nazorg
In samenspraak met de assistent duikploeg maakt de brandweerduiker het voertuig en de persoonlijke duikuitrustingsstukken inzetgereed. Na afloop van de inzet neemt hij met de ploegleden deel aan een evaluatiegesprek over de inzet en na een traumatische ervaring aan een nazorggesprek. Hij registreert de noodzakelijke gegevens in zijn persoonlijk duikerslogboek en laat dat aftekenen door de duikploegleider.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Uitruk/Verkenning
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Inzet
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Heeft een goede fysieke en psychische conditie.
Kerntaak 3:. Nazorg
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement d. Functie centralist meldkamer
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub d Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Ontvangen en aannemen van een inkomende melding
De centralist meldkamer neemt de melding aan, beoordeelt deze conform de landelijk en regionaal geldende afspraken op classificatie en prioriteit en legt de melding vast. Zonodig instrueert, adviseert en/of verwijst hij door.
Kerntaak 2:. Uitgeven van een melding en ondersteunen van de inzet
De centralist meldkamer alarmeert de eenheden en coördineert de uitrukfase. Hij zorgt voor een adequate informatievoorziening richting de eigen eenheden en eventuele andere (hulp)diensten en coördineert de radiocommunicatie. Tijdens de bestrijding van het incident legt de centralist de relevante informatie vast. Hij handelt hulpvragen vanuit het veld, zoals opschaling en specialistische aanvragen, adequaat af.
Kerntaak 3:. Afsluiten van een melding
Na afloop van het incident legt de centralist meldkamer de relevante informatie vast. Hij evalueert het eigen handelen en levert, indien van toepassing, een bijdrage aan de algemene evaluatie van de melding.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Ontvangen en aannemen van een melding
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Uitgeven van een melding en ondersteunen van de inzet
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Afsluiten van de melding
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement e. Functie chauffeur
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub e Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
1 Overal waar in dit document ‘hij’ wordt aangeduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning
De chauffeur rijdt, na controle van het voertuig, veilig, effectief en efficiënt naar het incident. Hij plaatst het voertuig daar op de aangegeven opstelplaats en creëert een veilige situatie rondom het voertuig.
Kerntaak 2:. Nazorg
De chauffeur maakt het voertuig inzetgereed in samenspraak met de bevelvoerder. Na afloop van de inzet neemt hij met de ploegleden deel aan een evaluatiegesprek over de inzet, en na een traumatische ervaring aan een nazorggesprek.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Uitruk/Verkenning
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 2:. Nazorg
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement f. Functie commandant van dienst
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub f Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
1 Daar waar hij staat, kan ook zij gelezen worden.
2.1. Kerntaken
De kerntaken van de commandant van dienst liggen in het verlengde van de hiervoor geschetste rollen. Bij de beschrijving van de kerntaken is rekening gehouden met de beschrijving van de Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijding Procedure (GRIP).
Kerntaak 1:. Optreden als operationeel leider ROT
De commandant van dienst treedt op als operationeel leider (OL) en geeft in die rol leiding aan de multidisciplinaire samenwerking in het ROT. Hij is verantwoordelijk voor het multidisciplinair aanpakken van de gevolgen van het incident. Hij vertaalt de tactische informatie waar nodig naar strategische beslispunten en treedt in voorkomende gevallen namens het OT op als adviseur naar het bestuur/de burgemeester (BT). Vanaf GRIP 3 is de OL verantwoordelijk voor het samenstellen van realistische multidisciplinair samengestelde scenario’s, heldere adviezen en beslispunten voor het BT.
Kerntaak 2:. Adviseren van de burgemeester in het beleidsteam
Als lid van het beleidsteam (BT) adviseert de commandant van dienst de burgemeester vanuit multidisciplinair perspectief over strategisch, politiek of bestuurlijk te nemen beslissingen.
Op de volgende pagina’s worden de kerntaken nader uitgewerkt aan de hand van activiteiten en beoordelingscriteria.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Optreden als operationeel leider ROT
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 2:. Adviseren van de burgemeester in het beleidsteam
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement g. Functie controleur brandpreventie
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub g Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Controleren
De controleur brandpreventie controleert het brandveilig gebruik aan de hand van de gebruiksvoorwaarden uit het Gebruiksbesluit en handelt klachten af.
Kerntaak 2:. Rapporteren
De controleur brandpreventie rapporteert na locatiebezoek aan de leidinggevende en de gebruiker. Hij rapporteert klachten aan de leidinggevende.
Kerntaak 3:. Geven van voorlichting
De controleur brandpreventie geeft situatiespecifieke voorlichting over gebruiksvoorwaarden met betrekking tot de brandveiligheid.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de controleur brandpreventie vastgesteld.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Controleren
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Rapporteren
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Geven van voorlichting
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement h. Functie docent
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub h Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Didactisch handelen
De docent richt het onderwijs in en verzorgt de lessen.
Kerntaak 2:. Coachen en begeleiden van cursisten in hun leerproces
De docent begeleidt de deelnemers in hun leerproces en zorgt voor een goed leer- en leefklimaat.
Kerntaak 3:. Begeleiden van toetsmomenten
De docent richt formatieve toetsen in en bereidt cursisten voor op summatieve toetsen.
Kerntaak 4:. Functioneren binnen het opleidingsinstituut
De docent werkt samen met andere instructeurs, leerwerkplekbegeleiders en gastdocenten. Hij stemt zijn werkzaamheden af met andere betrokkenen, zoals het hoofd opleidingen, de oefencoördinator, en trajectbegeleiders.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Didactisch handelen
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Coachen en begeleiden van cursisten in hun leerproces
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Begeleiden van toetsmomenten
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 4:. Functioneren binnen het opleidingsinstituut
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement i. Functie duikploegleider
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub i Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning
De duikploegleider maakt een inschatting van de aard, omvang en dynamiek van het incident en selecteert het van toepassing zijnde scenario. Hij adviseert de bevelvoerder of officier van dienst ten aanzien van de opschaling conform de geldende richtlijnen. De duikploegleider bepaalt de grootte en vorm van het zoekgebied. Hij zorgt er voor dat alle benodigde veiligheidsmaatregelen op de kant genomen worden.
Kerntaak 2:. Inzet
De duikploegleider geeft leiding aan de technische uitvoering van het duiken van een brandweerploeg. Hij communiceert met de reddingsduiker te water of met de seinlijnhouder met behulp van een seinlijn en communicatieapparatuur (spreekverbinding). In een noodsituatie maakt hij de keuze tussen communicatie met de duiker in nood of met de veiligheidsduiker. De duikploegleider organiseert de eerste medische hulp aan een duiker in nood. Hij is duikmedisch begeleider.
In gevallen waarbij acuut gevaar bestaat voor het milieu of voor de scheepvaart mogen objecten worden opgespoord en geborgen. Beslissing hieromtrent wordt door de bevelvoerder en/of officier van dienst in overleg met de waterbeheerder genomen.
Kerntaak 3:. Nazorg
De duikploegleider is verantwoordelijk voor de nazorg van het ingezette personeel, materiaal en materieel. Na afloop van de inzet voert hij een evaluatiegesprek met de ploegleden over de inzet, of een nazorggesprek als het een traumatische ervaring betreft. Hij registreert de noodzakelijke gegevens in zijn duiklogboek en tekent het door de duiker zelf ingevulde persoonlijke logboek af.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Uitruk/Verkenning
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Inzet
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Nazorg
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement j. Functie gaspakdrager
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub j Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning
De gaspakdrager maakt op juiste en doeltreffende wijze gebruik van de door de inzetleider (op advies van OVD/AGS) geselecteerde beschermingsmiddelen en controleert deze. Hij voert, op veilige wijze en volgens vaste procedures, een verkenning uit met een collega gaspakdrager. Hij kan op een correcte manier meetapparatuur gebruiken, aflezen en de gegevens interpreteren.
Kerntaak 2:. Inzet
De gaspakdrager redt slachtoffers in diverse situaties en voert stabiliserende, bronbestrijdings- en effectbeperkende werkzaamheden uit. De gaspakdrager kan een noodontsmetting toepassen of hierbij assisteren.
Kerntaak 3:. Nazorg
De gaspakdrager voert de ontsmettingsprocedure uit en draagt zorg voor een zorgvuldige behandeling en registratie van de door hem gebruikte middelen. Na afloop van de inzet neemt hij met de ploegleden deel aan een evaluatiegesprek over de inzet, en na een traumatische ervaring aan een nazorggesprek.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Uitruk/Verkenning
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Inzet
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Nazorg
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement k. Functie hoofdofficier van dienst
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub k Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Leidinggeven aan brandweereenheden bij de bestrijding van het incident
De HOVD is als compagniescommandant verantwoordelijk voor de bestrijding van het incident in zijn compagniesvak.
Kerntaak 2:. Leidinggeven aan cq. coördineren van multidisciplinaire samenwerking
De HOVD geeft leiding aan de multidisciplinaire samenwerking in het CoPI. Hij is verantwoordelijk voor het gecoördineerd optreden van alle disciplines ter plaatse van het incident.
Kerntaak 3:. Multidisciplinaire maatregelen (laten) treffen in het effectgebied
Als hoofd van de sectie brandweer in het ROT ondersteunt de HOVD de eenheden die de bron- en effectbestrijding uitvoeren (voorwaardenscheppend) en hij is verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen in het effectgebied.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Leidinggeven aan brandweereenheden bij de bestrijding van het incident
Werkzaamheden
Treedt op als compagniescommandant:
Treedt op als commandant ondersteuningspeloton:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Leidinggeven aan cq. coördineren van multidisciplinaire samenwerking
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Treffen van maatregelen in het effectgebied
Werkzaamheden
Neemt als hoofd sectie brandweer deel aan het ROT:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement l. Functie instructeur
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub l Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Didactisch handelen
De instructeur verzorgt afgebakende onderdelen en oefeningen.
Kerntaak 2:. Begeleiden van deelnemers
De instructeur draagt bij aan de begeleiding van de deelnemers in hun leerproces en zorgt voor een goed leer- en leefklimaat.
Kerntaak 3:. Beoordelen van deelnemers
De instructeur bereidt de deelnemers voor op de toetsen en beoordeelt de deelnemers.
Kerntaak 4:. Functioneren binnen het opleidingsinstituut
De instructeur werkt samen met andere didactisch betrokkenen.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Didactisch handelen
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Begeleiden van deelnemers
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Beoordelen van deelnemers
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 4:. Functioneren binnen de vakbekwaamheidorganisatie
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement m. Functie manager veiligheid
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub m Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
1 Overal in dit document waar de manager veiligheid in de mannelijke vorm wordt aangeduid, kan nadrukkelijk ook vrouwelijke vorm gelezen worden. Slechts omwille van de leesbaarheid is voor een enkelvoudige (mannelijke) aanduiding gekozen.
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Initiëren van strategisch beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied en bijdragen aan het strategisch beleid van de organisatie als geheel
De manager veiligheid is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de organisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie. De manager veiligheid draagt daarbij zorg voor het beheren en beheersen van het beleid binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied.
Kerntaak 2:. Prioriteren en implementeren van vastgesteld beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied
De manager veiligheid geeft binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied richting aan de implementatie van het vastgestelde beleid binnen de regionale brandweerorganisatie. Hij treedt hierin sturen en bepalend op. Specifiek geeft hij hierin sturing aan de uitwerking van programma’s.
Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en de inzet van middelen en situationeel leidinggeven aan zijn organisatieonderdeel/werkgebied
De manager veiligheid is verantwoordelijk voor de personele zorg en de inzet van middelen van het organisatieonderdeel/werkgebied. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken en de inzet van middelen waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld.
Kerntaak 4:. Randvoorwaarden creëren voor en acteren in relevante netwerken
Voor de manager veiligheid is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij in beeld in zowel de mono- als multidisciplinaire omgeving.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Initiëren van strategisch beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied en bijdragen aan het strategisch beleid van de organisatie als geheel
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Prioriteren en implementeren van vastgesteld beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en de inzet van middelen en situationeel leidinggeven aan zijn organisatieonderdeel/werkgebied
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 4:. Randvoorwaarden creëren voor en acteren in relevante netwerken
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement n. Functie manschap
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub n Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken en taakgebieden
Kerntaak 1:. Voert uitrukwerkzaamheden uit
Voert werkzaamheden uit met betrekking tot de voorbereiding op de verkenning en inzet.
Kerntaak 1:. uitrukken naar het incident*
De manschap rukt uit samen met collega manschap(pen), bevelvoerder en chauffeur in een brandweereenheid1Afhankelijk van de samenstelling van de brandweereenheid kunnen meerdere functies door een persoon worden uitgevoerd.. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid (persoonlijke bescherming, incidentafhankelijke middelen en een begrepen/bevestigde opdracht) aan bij het incident.
Kerntaak 2:. verkennen van het incident*
De manschap verkent, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, methodisch en veilig het incident. Hij neemt, zo nodig, middelen mee ter ondersteuning. Hij meldt de bevindingen aan de bevelvoerder.
Kerntaak 3:. bestrijden van het incident*
De manschap richt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, een veilige werkomgeving in. Hij voert de opdracht van de bevelvoerder uit en kiest hierbij zelf de middelen en de werkwijze om dit te realiseren.
De kerntaken worden uitgevoerd in vier te onderscheiden operationele taakgebieden:
De manschap ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt, teruggekomen op de kazerne, ervoor dat de brandweereenheid weer uitruk gereed is. De manschap werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied
Taakgebied 1:. Brandbestrijding
De manschap A voert met de overige leden van de blusploeg en onder leiding van de bevelvoerder taken uit in het kader van het bestrijden van de brand in de ruimste zin van het woord. De manschap A maakt gebruik van de standaarduitrusting die hem ter beschikking staat.
Kerntaak 1:. uitrukken naar het incident*
Werkzaamheden
Werkzaamheden:
Kerntaak 2:. verkennen van het incident*
Werkzaamheden
Werkzaamheden:
Kerntaak 3:. bestrijden van het incident*
Werkzaamheden
Werkzaamheden:
Kerntaak 4:. herstellen na het incident*
Werkzaamheden
Werkzaamheden:
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement o
Gevaar-/risicoherkenning
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement p. Functie medewerker brandpreventie
Veiligheid
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Adviseren bij standaard en niet-complexe plantoetsing
De medewerker brandpreventie adviseert bij standaard bouwvergunningen en niet-complexe milieuvergunningen en meldingen. Daarnaast behandelt hij vergunningen op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en Brandbeveiligingsverordening (BBV) in het kader van brandveilig gebruik. Adviseren bij en behandelen van gebruiksmeldingen en gebruiksvergunningen op basis van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken behoren ook tot de werkzaamheden.
Kerntaak 2:. Uitvoeren van inspecties brandpreventie
Werkzaamheden
Kerntaak 3:. Onderhouden van netwerken en relevante in- en externe contacten
Kerntaak 2:. Voert verkenningswerkzaamheden uit
Kerntaak 4:. Geven van voorlichting over brandpreventie
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 3:. Voert inzetwerkzaamheden uit
Werkzaamheden
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Adviseren bij standaard en niet-complexe plantoetsing
Werkzaamheden
Bouw- en milieuvergunningen en meldingen
Vergunningen op basis van APV en BBV in het kader van het brandveilig gebruik
Gebruiksmeldingen en gebruiksvergunningen op basis van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Uitvoeren van inspecties brandpreventie
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Onderhouden van netwerken en relevante in- en externe contacten
Werkzaamheden
De manschap A voert met de overige leden van de blusploeg onder leiding van een bevelvoerder werkzaamheden uit in het kader van de ongevalbestrijding gevaarlijke stoffen. Hij maakt daarbij gebruik van de standaarduitrusting die hem daarvoor ter beschikking staat.
Beoordelingscriteria
Kerntaak 4:. Geven van voorlichting over brandpreventie
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement q. Functie medewerker operationele voorbereiding
Werkzaamheden
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Planvorming
Kerntaak 1:. Verlenen van logistieke ondersteuning
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Leveren van informatie voor de operationele dienst
Gevaar-/risicoherkenning
Materieelbeheer
Kerntaak 3:. Uitvoeren van taken op het gebied van materieel beheer
Professionele beroepshouding
Persoonlijke bescherming(smiddelen)
Materialen
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Verlenen van logistieke ondersteuning
Werkzaamheden
De manschap A voert met de overige leden van de blusploeg onder leiding van de bevelvoerder voorbereidende werkzaamheden uit voor de inzet van een duikteam.
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Leveren van informatie voor de operationele dienst
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Uitvoeren van taken op het gebied van materieel beheer
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement r. Functie medewerker opleiden en oefenen
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Draagt bij aan het ontwikkelen van beleid op het gebied van opleiden en oefenen
Persoonlijke bescherming(smiddelen)
Kerntaak 2:. Coördineert de uitvoering van beleid
Samenwerken
Kerntaak 3:. Kwaliteitsbewaking
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement o. Functie manschap B
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
¹ Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
Werkzaamheden
Kerntaak 1:. Geven van voorlichting
De manschap B geeft algemene voorlichting over de werkzaamheden van de brandweer aan specifieke doelgroepen.
Beoordelingscriteria
De manschap B stuurt onder supervisie van een bevelvoerder een klein team aan bij het uitvoeren van specifieke werkzaamheden. Bij niet spoedeisende hulpverlening en dienstverlening treedt hij zelfstandig op.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Kwaliteitsbewaking
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement s. Functie meetplanleider
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
¹ Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Analyseren en beoordelen van effecten van incidenten
Kerntaak 1:. Adviseren bij standaard en niet-complexe plantoetsing
De medewerker brandpreventie adviseert bij standaard bouwvergunningen en niet-complexe milieuvergunningen en meldingen. Daarnaast behandelt hij vergunningen op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en Brandbeveiligingsverordening (BBV) in het kader van brandveilig gebruik. Adviseren bij en behandelen van gebruiksmeldingen en gebruiksvergunningen op basis van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken behoren ook tot de werkzaamheden.
Kerntaak 2:. Uitvoeren van inspecties brandpreventie
De medewerker brandpreventie voert (integrale brandveiligheids-) inspecties uit en rapporteert hierover.
Kerntaak 3:. Onderhouden van netwerken en relevante in- en externe contacten
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
De medewerker brandpreventie geeft voorlichting over zijn werkzaamheden aan diverse doelgroepen, zorgt voor informatieoverdracht aan de repressieve dienst en werkt mee aan voorlichtingscampagnes.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker brandpreventie vastgesteld.
Op basis van de gegevens die de MPL van de AGS en de meetploegen krijgt, analyseert en beoordeelt de MPL de mogelijke gevolgen van een incident voor de omgeving. Analytisch vermogen is hierbij van belang.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Adviseren bij standaard en niet-complexe plantoetsing
Vereiste competenties en niveaus van functioneren MPL
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Vormen advies
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Vereiste competenties en niveaus van functioneren MPL
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Optreden als MPL (overdragen advies en samenwerken met betrokken partijen) bij incidenten met gevaarlijke stoffen
Werkzaamheden
Kerntaak 3:. Onderhouden van netwerken en relevante in- en externe contacten
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Vereiste competenties en niveaus van functioneren MPL
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement t. Functie oefencoördinator
Beoordelingscriteria
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub q Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
Kerntaak 2:. Vertalen van oefenbeleid naar jaarlijkse oefendoelen en thema’s
Planvorming
Kerntaak 3:. Coördineren en uitvoeren van het oefenprogramma
De oefencoördinator zorgt ervoor dat het oefenprogramma daadwerkelijk uitgevoerd wordt.
Kerntaak 4:. Evalueren en kwaliteitszorg
De oefencoördinator evalueert en registreert de oefenresultaten en levert hiermee een bijdrage aan kwaliteitszorg.
Materieelbeheer
Kerntaak 3:. Uitvoeren van taken op het gebied van materieel beheer
De medewerker operationele voorbereiding zorgt voor onderhoud van materieel en materiaal. Hij1Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.adviseert zijn leidinggevende over nieuw aan te schaffen materieel en materiaal en geeft input voor beleid op het gebied van materieelbeheer. Hij verzorgt instructie over het gebruik van materieel en materiaal.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker operationele voorbereiding vastgesteld.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Vertalen van oefenbeleid naar jaarlijkse oefendoelen en thema’s
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Coördineren en uitvoeren van het oefenprogramma
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 4:. Evalueren en kwaliteitszorg
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub r Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
1.1. Algemene informatie
Kerntaak 1:. Draagt bij aan het ontwikkelen van beleid op het gebied van opleiden en oefenen
De medewerker opleiden en oefenen levert een inhoudelijke bijdrage aan het opstellen van het (meerjaren)beleid op het gebied van opleiden en oefenen en het regionaal of gemeentelijk jaarplan voor opleiden en oefenen. Hij draagt voor zijn eigen bijdrage zorg voor de afstemming van het meerjarenbeleid met opleidings- en oefenplannen van andere diensten en de behoefte van de werkomgeving (de eigen organisatie en die van de partners).
Kerntaak 1:. Leidinggeven aan brandweereenheden bij de bestrijding van het incident
De OVD stuurt brandweerprocessen aan bij basis en grootschalig monodisciplinair repressief optreden. Hij is eindverantwoordelijk voor de bestrijding van het incident bij basis monodisciplianir repressief optreden. Bij grootschalige incidenten is hij als pelotonscommandant verantwoordelijk voor de bestrijding van het incident in zijn pelotonsvak.
Kerntaak 2:. Coördineren van multidisciplinaire samenwerking
De OVD kan de multidisciplinaire samenwerking coördineren in het motorkapoverleg en start indien nodig het CoPI op. Hij kan verantwoordelijk zijn voor het gecoördineerd optreden van alle disciplines ter plaatse van het incident bij routinematige incidenten, vanaf GRIP 1 neemt de OVD de leiding van het CoPI op zich totdat de HOVD ter plaatse is.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker opleiden en oefenen vastgesteld.
De OVD informeert en adviseert (gevraagd en ongevraagd) het bevoegd gezag, betrokken diensten, pers en publiek over de bestrijding van het incident.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Leidinggeven aan brandweereenheden bij de bestrijding van het incident
De medewerker opleiden en oefenen:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
De medewerker opleiden en oefenen:
Werkzaamheden
Beoordelingscriteria
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Informeren, ondersteunen en adviseren van de HOVD
Werkzaamheden
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub s Besluit personeel veiligheidsregio’s
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
¹ Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
2.1. Kerntaken
1.1. Algemene informatie
¹ Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
2.1. Kerntaken
Op basis van de beschikbare gegevens vormt de MPL adviezen over de maatregelen in het effectgebied. Hierbij houdt hij rekening met mogelijke ontwikkelingen van het incident, de operationele mogelijkheden en houdt hij rekening met de multidisciplinaire belangen van betrokkenen. Dit doet hij in nauwe samenwerking met de GAGS.
Kerntaak 3:. Optreden als MPL (overdragen advies en samenwerken met betrokken partijen) bij incidenten met gevaarlijke stoffen
Onder turbulente omstandigheden verifieert de MPL de inschatting van het effectgebied door het leiden van de meetplanorganisatie. De MPL brengt een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, omgaan met keuzes en dilemma’s, rekening houden met betrokken partijen en afstemming met de AGS spelen een belangrijke rol. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.
De operationeel manager geeft leiding aan een team van medewerkers. Hij is het samenbindende element tussen deze individuele medewerkers en vormt de schakel tussen medewerkers en organisatie. Hij draagt bij aan de ontwikkeling van medewerkers en team en het creëren van een collegiaal werkklimaat.
Kerntaak 3:. Monitoren, bijsturen en rapporteren van de werkuitvoering
Kerntaak 1:. Analyseren en beoordelen van effecten van incidenten
Kerntaak 4:. Leveren van inhoudelijke bijdragen: signaleren van knelpunten en adviseren over aanpassingen van beleid en/of procedures en plannen
De operationeel manager is niet alleen een leidinggevende; hij is daarnaast ook vakman op zijn kennisgebied. Dat vakmanschap benut hij om, in samenspraak met anderen, bijdragen te leveren aan de verbetering van werkprocessen, diensten en producten van zijn afdeling/team, maar ook daarbuiten.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
De brandweer is een speler in een veld met diverse actoren: interne collega’s, (keten)partners, burgers, etc. Samenwerken en elkaar kennen wordt steeds belangrijker. Op alle niveaus onderhoudt de brandweer contacten met al deze partijen, om van hen te leren maar ook om aan hen te leren. Ook de operationeel manager heeft deze rol.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren MPL
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Opstellen en (laten) uitvoeren van planningen
Werkzaamheden
De operationeel manager stuurt de werkuitvoering van de medewerkers van zijn afdeling aan. Het opstellen en uitvoeren van plannen vormen daarin het centrale sturingsmechanisme voor de bedrijfsvoering. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Stelt jaar- en/of projectplannen op van het eigen vakgebied binnen de aangereikte kaders (m.n.: wetgeving, organisatieplan, beleidsplan, Arbo) en stemt hierover af met belangrijke partijen (met name de naast hoger leidinggevende).
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Proces
Product
Onder turbulente omstandigheden verifieert de MPL de inschatting van het effectgebied door het leiden van de meetplanorganisatie. De MPL brengt een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, omgaan met keuzes en dilemma’s, rekening houden met betrokken partijen en afstemming met de AGS spelen een belangrijke rol. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Informeert en draagt advies voortvloeiend uit kerntaak 2 over aan hoofd stafsectie brandweer en AGS.
Product
Kerntaak 3:. Monitoren, bijsturen en rapporteren van de werkuitvoering
Werkzaamheden
Supplement t. Functie oefencoördinator
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub t Besluit personeel veiligheidsregio’s
Beoordelingscriteria
Proces
Product
De oefencoördinator levert een bijdrage aan de beleidsvorming op het gebied van oefenen. Hij 1Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.maakt daarbij gebruik van zijn kennis op het gebied van de oefenbehoefte, de leerpunten uit incidenten en de evaluatie van oefenactiviteiten.
Werkzaamheden
De operationeel manager is niet alleen leidinggevende; hij is daarnaast ook vakman op zijn kennisgebied. Dat vakmanschap benut hij om, in samenspraak met anderen, bijdragen te leveren aan de verbetering van werkprocessen, diensten en producten van zijn afdeling/team, maar ook daarbuiten. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
De oefencoördinator zorgt ervoor dat het oefenprogramma daadwerkelijk uitgevoerd wordt.
Proces
De oefencoördinator evalueert en registreert de oefenresultaten en levert hiermee een bijdrage aan kwaliteitszorg.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de oefencoördinator vastgesteld.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
1.1. Algemene informatie
Werkzaamheden
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Leiding geven aan medewerkers
Kerntaak 2:. Vertalen van oefenbeleid naar jaarlijkse oefendoelen en thema’s
Kerntaak 2:. Uitvoeren van beheersmatige taken
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 3:. Uitvoeren van administratieve taken
Kerntaak 3:. Coördineren en uitvoeren van het oefenprogramma
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Leiding geven aan medewerkers
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Uitvoeren van beheersmatige taken
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub u Besluit personeel veiligheidsregio’s
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
1 Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
Kerntaak 3:. Uitvoeren van administratieve taken
Werkzaamheden
De OVD stuurt brandweerprocessen aan bij basis en grootschalig monodisciplinair repressief optreden. Hij is eindverantwoordelijk voor de bestrijding van het incident bij basis monodisciplianir repressief optreden. Bij grootschalige incidenten is hij als pelotonscommandant verantwoordelijk voor de bestrijding van het incident in zijn pelotonsvak.
Beoordelingscriteria
De OVD kan de multidisciplinaire samenwerking coördineren in het motorkapoverleg en start indien nodig het CoPI op. Hij kan verantwoordelijk zijn voor het gecoördineerd optreden van alle disciplines ter plaatse van het incident bij routinematige incidenten, vanaf GRIP 1 neemt de OVD de leiding van het CoPI op zich totdat de HOVD ter plaatse is.
Supplement x. Functie commandant
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub x Besluitpersoneel veiligheidsregio’s
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Leiding geven aan de regionale brandweerorganisatie
De commandant is ambtelijk eindverantwoordelijk voor de regionale brandweerorganisatie. Hij draagt daarin zorg voor het functioneren van de regionale brandweer en het personeel dat daarbij werkzaam is.
Bij grootschalige incidenten is de OVD als pelotonscommandant verantwoordelijk voor de bestrijding van het incident in zijn pelotonsvak. Kernactiviteiten zijn in dit verband:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 3:. Adviseren van het bestuur van de veiligheidsregio
Kerntaak 2:. Coördineren van multidisciplinaire samenwerking
Werkzaamheden
De OVD kan de multidisciplinaire samenwerking in het motorkapoverleg coördineren. Hij is dan verantwoordelijk voor het gecoördineerd optreden van alle disciplines ter plaatse van het incident in GRIP 0 situatie. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Kerntaak 1:. Leiding geven aan de regionale brandweerorganisatie
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
De OVD informeert en adviseert (gevraagd en ongevraagd) het bevoegd gezag, betrokken diensten, pers en publiek over de bestrijding van het incident. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Adviseren van het bestuur van de veiligheidsregio
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub v Besluit personeel veiligheidsregio’s
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
¹ Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement y. Functie specialist brandpreventie
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub y Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
1 Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
2.1. Kerntaken
De operationeel manager is verantwoordelijk voor de aanwending en besteding van middelen die door de naast hogere leidinggevende zijn gedelegeerd. Vanuit die verantwoordelijkheid is actieve procesbewaking van groot belang.
Kerntaak 4:. Leveren van inhoudelijke bijdragen: signaleren van knelpunten en adviseren over aanpassingen van beleid en/of procedures en plannen
De operationeel manager is niet alleen een leidinggevende; hij is daarnaast ook vakman op zijn kennisgebied. Dat vakmanschap benut hij om, in samenspraak met anderen, bijdragen te leveren aan de verbetering van werkprocessen, diensten en producten van zijn afdeling/team, maar ook daarbuiten.
Kerntaak 5:. Onderhouden van netwerken en relevante interne en externe contacten
De brandweer is een speler in een veld met diverse actoren: interne collega’s, (keten)partners, burgers, etc. Samenwerken en elkaar kennen wordt steeds belangrijker. Op alle niveaus onderhoudt de brandweer contacten met al deze partijen, om van hen te leren maar ook om aan hen te leren. Ook de operationeel manager heeft deze rol.
De specialist brandpreventie voert op locatie inspectie uit of laat deze uitvoeren en geeft een waardeoordeel in de vorm van een inspectierapport aan de vergunningverlener.
Kerntaak 4:. Onderhouden van netwerken en relevante in- en externe contacten
Kerntaak 1:. Opstellen en (laten) uitvoeren van planningen
Kerntaak 5:. Geven van voorlichting over brandpreventie
Het geven van brandpreventieve voorlichting vormt een structureel onderdeel van het takenpakket van de specialist brandpreventie. Zowel het geven van voorlichting buiten als binnen de organisatie of het leveren van een bijdrage aan schriftelijke voorlichting behoren tot zijn taken.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Bijdrage leveren aan totstandkoming van preventiebeleid
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Adviseren bij het verlenen van vergunningen
Werkzaamheden
Bouw en milieuvergunningen
Gebruiksvergunningen en vergunningen op basis van APV en BBV
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
De operationeel manager is verantwoordelijk voor de aanwending en besteding van middelen die door de naast hogere leidinggevende zijn gedelegeerd. Vanuit die verantwoordelijkheid is actieve procesbewaking van groot belang. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Kerntaak 3:. Uitvoeren van inspecties brandpreventie
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 4:. Onderhouden van netwerken en relevante in- en externe contacten
Werkzaamheden
De operationeel manager is niet alleen leidinggevende; hij is daarnaast ook vakman op zijn kennisgebied. Dat vakmanschap benut hij om, in samenspraak met anderen, bijdragen te leveren aan de verbetering van werkprocessen, diensten en producten van zijn afdeling/team, maar ook daarbuiten. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Beoordelingscriteria
Kerntaak 5:. Geven van voorlichting over brandpreventie
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub w Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
¹ Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
2.1. Kerntaken
2.1. Kerntaken
De ploegchef is verantwoordelijk voor de kwaliteit, continuïteit, efficiency en vakbekwaamheid van de ploeg medewerkers waaraan hij leiding geeft. Tevens is hij verantwoordelijk voor de uitvoering van het personeelsbeleid binnen deze ploeg.
Kerntaak 2:. Het ontwikkelen en in stand houden van organisatorische kaders ten behoeve van de incidentbestrijding:
De ploegchef zorgt voor planning van werkzaamheden en activiteiten op het gebied van materieel en materiaal, onderhoud, opleiden en oefenen. Hij draagt zorg voor het aanleveren van verschillende managementgegevens. Hij zorgt voor de invulling van de dienstroosters en de oefenregistratie. Hij bewaakt de kwaliteit van de ploeg.
Kerntaak 4:. Het ontwikkelen en in stand houden van organisatorische kaders ten behoeve van de rampenbeheersing (projectmatig, in samenwerking met andere diensten):
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de ploegchef vastgesteld.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Werkzaamheden
Kerntaak 1:. Leiding geven aan medewerkers
Werkzaamheden
De ploegchef:
Beoordelingscriteria
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Planvorming organisatie incidentbestrijding
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 3:. Planvorming inzet rampenbeheersing
Werkzaamheden
Supplement x. Functie regionaal commandant
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
1 Waar hij staat, kan ook zij gelezen worden.
Kerntaak 4:. Planvorming organisatie rampenbeheersing
Werkzaamheden
Deze kerntaak omvat het ontwikkelen en in stand houden van organisatorische kaders ten behoeve van multidisciplinair optreden bij rampen en grote incidenten.
Kerntaak 2:. Ontwikkelen, vormen en uitzetten van visie en strategie voor de brandweerorganisatie
De regionaal commandant initieert en ontwikkelt mede de visie en strategie voor de regionale brandweerorganisatie.
Beoordelingscriteria
De regionaal commandant adviseert het (algemeen) bestuur van de veiligheidsregio en de lokale besturen gevraagd en ongevraagd over brandweeraangelegenheden. Daarbij ondersteunt hij het (algemeen) bestuur van de veiligheidsregio over strategische en bestuurlijke kwesties, inspelend op maatschappelijke, politieke en landelijke ontwikkelingen.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Ontwikkelen van beleid op de terreinen van opleiden, oefenen en bijscholen
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Ontwikkelen, organiseren, leiden en evalueren van opleidingen, oefeningen en bijscholingsactiviteiten
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 3:. Zorg dragen voor en borgen van de kwaliteit van opleidingen, oefeningen en bijscholingsactiviteiten
Kerntaak 3:. Adviseren van het bestuur van de veiligheidsregio
Werkzaamheden
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Ontwikkelen van beleid op de terreinen van opleiden, oefenen en bijscholen
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub y Besluit personeel veiligheidsregio’s
Kerntaak 2:. Ontwikkelen, organiseren, leiden en evalueren van opleidingen, oefeningen en bijscholingsactiviteiten
1 Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
De specialist brandpreventie heeft op basis van zijn praktijkervaring een signaalfunctie om relevante zaken aan te kaarten met betrekking tot preventiebeleid.
Werkzaamheden
De specialist brandpreventie adviseert de vergunning verlenende afdelingen over het al dan niet verlenen van bouw-, milieu- en gebruiksvergunningen.
Beoordelingscriteria
De specialist brandpreventie voert op locatie inspectie uit of laat deze uitvoeren en geeft een waardeoordeel in de vorm van een inspectierapport aan de vergunningverlener.
Supplement bb. Functie specialist risico’s en veiligheid
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub bb Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
Het geven van brandpreventieve voorlichting vormt een structureel onderdeel van het takenpakket van de specialist brandpreventie. Zowel het geven van voorlichting buiten als binnen de organisatie of het leveren van een bijdrage aan schriftelijke voorlichting behoren tot zijn taken.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Inventariseren, analyseren en beoordelen van bestaande en tijdelijke risico’s in het verzorgingsgebied
Werkzaamheden
Kerntaak 3:. Adviseren over de beheersing van bestaande, nieuwe en tijdelijke risico’s van objecten en situaties
Beoordelingscriteria
Kerntaak 4:. Beoordelen van maatregelen
Werkzaamheden
Kerntaak 5:. Initiëren en onderhouden van netwerken, afstemmen met relevante partijen, stimuleren van veiligheidsbewustzijn
Gebruiksvergunningen en vergunningen op basis van APV en BBV
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Ontwikkelen van beleid op het gebied van risicobeheersing
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 4:. Onderhouden van netwerken en relevante in- en externe contacten
Kerntaak 2:. Inventariseren, analyseren en beoordelen van bestaande en tijdelijke risico’s in het verzorgingsgebied
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Adviseren over de beheersing van bestaande, nieuwe en tijdelijke risico’s van objecten en situaties
Werkzaamheden
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub z Besluit personeel veiligheidsregio’s
Kerntaak 4:. Beoordelen van maatregelen
1 Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Het ontwikkelen, valideren en implementeren van plannen, procedures en instructies ten behoeve van de inzet van de repressieve dienst bij incidentbestrijding:
Kerntaak 2:. Het ontwikkelen en in stand houden van organisatorische kaders ten behoeve van de incidentbestrijding:
Kerntaak 3:. Het ontwikkelen, valideren en implementeren van plannen en procedures ten behoeve van het multidisciplinair optreden bij rampen en grote incidenten (aandachtspunt: projectmatig, in samenwerking met de eigen en andere diensten):
Kerntaak 4:. Het ontwikkelen en in stand houden van organisatorische kaders ten behoeve van de rampenbeheersing (projectmatig, in samenwerking met andere diensten):
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Planvorming inzet incidentbestrijding
Werkzaamheden
Deze kerntaak omvat het ontwikkelen, valideren en implementeren van plannen, procedures en instructies ten behoeve van de inzet van de repressieve dienst (en andere relevante partijen, bijv. meldkamer) bij incidentbestrijding.
Bij deze kerntaak behoren de volgende werkzaamheden:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Afstemming binnen de eigen organisatie inzake concrete projecten en de hierover geformuleerde adviezen, vooral ten behoeve van operationele voorbereiding.
Kerntaak 2:. Planvorming organisatie incidentbestrijding
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Deze kerntaak omvat het ontwikkelen en in stand houden van organisatorische kaders ten behoeve van de incidentbestrijding.
Bij deze kerntaak behoren de volgende werkzaamheden:
Supplement cc. Functie strategisch manager
Beoordelingscriteria
De desbetreffende functionaris is daarnaast:
Kerntaak 3:. Planvorming inzet rampenbeheersing
2.1. Kerntaken
Deze kerntaak omvat het ontwikkelen valideren en implementeren van plannen en procedures ten behoeve van het multidisciplinair optreden bij rampen en grote incidenten.
De strategisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de organisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie. De strategisch manager draagt daarbij zorg voor het beheren en beheersen van het beleid binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied.
Kerntaak 2:. Prioriteren en implementeren van vastgesteld beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en de inzet van middelen en situationeel leidinggeven aan zijn organisatieonderdeel/werkgebied
Werkzaamheden
Deze kerntaak omvat het ontwikkelen en in stand houden van organisatorische kaders ten behoeve van multidisciplinair optreden bij rampen en grote incidenten.
Voor de strategisch manager is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij in beeld in zowel de mono- als multidisciplinaire omgeving.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Initiëren van strategisch beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied enbijdragen aan het strategisch beleid van de organisatie als geheel
Werkzaamheden
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub aa. Besluit personeel veiligheidsregio’s
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Prioriteren en implementeren van vastgesteld beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied
Werkzaamheden
Ontwikkeld beleid, afgestemd op landelijke beleidsmatige, juridische en maatschappelijke ontwikkelingen. Stelt de opleidings-, oefen- en bijscholingsbehoeften vast. Stelt meerjaren beleidsplan op.
Beoordelingscriteria
Ontwikkelt, organiseert en evalueert de opleidings-, oefen- en bijscholingsprogramma’s. Maakt gebruik van onderwijskundige concepten en didactische modellen om de inhoud, effectiviteit en kwaliteit van opleidingen, oefeningen en bijscholingsactiviteiten te ontwikkelen, evalueren, beoordelen en verbeteren. Stelt een opleidings-, oefen- en bijscholingsbegroting op.
Geeft als eindverantwoordelijke leiding aan grootschalige, multidisciplinaire oefeningen, treedt op als oefenleider bij bestuurlijke oefeningen en veldoefeningen vanaf pelotonsniveau. Is verantwoordelijk voor het coachen van oefenleiders en instructeurs.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Richt mede een kwaliteitszorgsysteem in voor het opleiden, oefenen en bijscholen en onderhoudt het kwaliteitszorgsysteem.Voert steekproefsgewijs kwaliteitscontroles/audits uit.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement dd. Functie tactisch manager
Kerntaak 2:. Ontwikkelen, organiseren, leiden en evalueren van opleidingen, oefeningen en bijscholingsactiviteiten
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Bijdragen aan het strategisch beleid van de organisatie en ontwikkelen van strategisch beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied
Kerntaak 3:. Zorg dragen voor en borgen van de kwaliteit van opleiden, oefenen en bijscholen
Kerntaak 2:. Implementeren van vastgesteld beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en situationeel leidinggeven aan operationele managers/vakspecialisten/projectleiders
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Kerntaak 4:. Coördineren, bijsturen en rapporteren van werkzaamheden
Periodiek checkt de tactisch manager of de realisatie van plannen naar wens verloopt. Op basis van de uitkomsten beslist hij over het vervolg en vindt rapportage naar het strategisch management plaats.
Kerntaak 5:. Onderhouden van relevante netwerken
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Ontwikkelen van beleid op het gebied van risicobeheersing
De specialist risico’s en veiligheid vertaalt bevindingen op basis van zijn praktijkervaring naar beleidsvoorstellen op het gebied van risicobeheersing. Daarnaast levert de specialist risico’s en veiligheid input bij de totstandkoming van het regionaal en/of gemeentelijk integraal veiligheidsbeleid. Aanvullend heeft de specialist risico’s en veiligheid een rol bij implementatie en uitvoering.
Kerntaak 1:. Bijdragen aan ontwikkeling van strategisch beleid van de organisatie en het eigen organisatieonderdeel/werkgebied
De specialist risico’s en veiligheid genereert risico-informatie over het verzorgingsgebied als onderdeel van een cyclisch beleidsproces of in opdracht om uiteindelijk (eventueel ongevraagd) advies uit te brengen over de mate van beheersbaarheid van risico’s (inclusief het voorkomen van risico’s).
Kerntaak 3:. Adviseren over de beheersing van bestaande, nieuwe en tijdelijke risico’s van objecten en situaties
MT
Kerntaak 4:. Beoordelen van maatregelen
De specialist risico’s en veiligheid beoordeelt de veiligheidsmaatregelen (technisch en procedureel) van bedrijven. Hij doet dit onder andere in het kader van BEVI, BRZO, besluit bedrijfsbrandweren, complexe bouwvergunningen en de brandveiligheidsparagraaf in de milieuvergunning.
Beoordelingscriteria
De specialist risico’s en veiligheid stimuleert het veiligheidsbewustzijn door actief aandacht te vragen voor fysieke veiligheid. Ook stemt de specialist risico’s en veiligheid, zowel binnen als buiten de organisatie, zaken op het gebied van fysieke veiligheid af en wisselt deze uit.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en situationeel leidinggeven aan operationele managers/vakspecialisten/projectleiders
Werkzaamheden
De tactisch manager is verantwoordelijk voor de personele zorg van het organisatieonderdeel. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 4:. Coördineren, bijsturen en rapporteren van werkzaamheden
Werkzaamheden
Kerntaak 3:. Adviseren over de beheersing van bestaande, nieuwe en tijdelijke risico’s van objecten en situaties
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Brengt schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag:
Als onderdeel van dit advies:
Werkzaamheden
Beoordelingscriteria
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Een SRV beoordeelt de effectiviteit van beheersmaatregelen die door bedrijven of andere organisaties genomen dienen te worden. Meestal betreft dit een wettelijke adviestaak van de (regionale) brandweer. Het gaat hier bijvoorbeeld om werkzaamheden inzake het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI).
In samenwerking met een specialist uit de kernregio BRZO, het mede-uitvoeren van werkzaamheden in het kader van BRZO1Gegeven het aantal BRZO bedrijven per regio, zal niet elke SRV deze werkzaamheden volledig zelfstandig uitvoeren. Wel dient de SRV kennis te hebben van de werkzaamheden en de vertaalslag weten te maken naar het eigen verzorgingsgebied.:
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub ee Besluit personeel veiligheidsregio’s
Werkzaamheden inzake het verstrekken van bouwvergunningen:
Toezicht op brandveiligheidparagraaf in de milieuvergunning (inspectie):
Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning
Beoordelingscriteria
T.a.v. adviezen:
De verkenner gevaarlijke stoffen voert metingen en waarnemingen uit.
Kerntaak 3:. Nazorg
Werkzaamheden
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Uitleg geven over de visie van de rampenbestrijdingsorganisatie inzake concrete projecten en de hierover geformuleerde adviezen: onder anderen:
Afstemming binnen de eigen organisatie inzake concrete projecten en de hierover geformuleerde adviezen, vooral ten behoeve van operationele voorbereiding.
Afstemming en uitwisseling met specialisten uit het vakgebied:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Inzet
Werkzaamheden
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub cc Besluit personeel veiligheidsregio’s
Beoordelingscriteria
¹ Overal in dit document waar de strategisch manager in de mannelijke vorm wordt aangeduid, kan nadrukkelijk ook vrouwelijke vorm gelezen worden. Slechts omwille van de leesbaarheid is voor een enkelvoudige (mannelijke) aanduiding gekozen.
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
De strategisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de organisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie. De strategisch manager draagt daarbij zorg voor het beheren en beheersen van het beleid binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied.
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
De strategisch manager geeft binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied richting aan de implementatie van het vastgestelde beleid binnen de regionale brandweerorganisatie. Hij treedt hierin sturen en bepalend op. Specifiek geeft hij hierin sturing aan de uitwerking van programma’s.
Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en de inzet van middelen en situationeel leidinggeven aan zijn organisatieonderdeel/werkgebied
De strategisch manager is verantwoordelijk voor de personele zorg en de inzet van middelen van het organisatieonderdeel/werkgebied. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken en de inzet van middelen waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld.
2.1. Kerntaken
Voor de strategisch manager is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij in beeld in zowel de mono- als multidisciplinaire omgeving.
De voertuigbediener stelt, in samenwerking met de chauffeur, het voertuig op en creëert een veilige werkomgeving.
Kerntaak 2:. Inzet
Kerntaak 1:. Initiëren van strategisch beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied enbijdragen aan het strategisch beleid van de organisatie als geheel
Kerntaak 3:. Nazorg
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Uitruk/Verkenning
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Inzet
Werkzaamheden
Als pompbediener
Als bediener van redvoertuigen
Als bediener van een hulpverleningsvoertuig
Als bediener van een HAB
Als bediener van de verbindingscommandowagen
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub dd Besluit personeel veiligheidsregio’s
Als bediener redvoertuig
Als bediener hulpverleningsvoertuig
Als bediener van een HAB (korpsspecifiek)
De tactisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de brandweerorganisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie.
Kerntaak 3:. Nazorg
Uitgangspunt voor deze kerntaak is dat de tactisch manager voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied beschikt over een meerjarenplan en meerjarenbegroting. Nu is het zaak dit plan te concretiseren naar een jaarplan en naar concrete kaders voor de operationele managers, specialisten en projectleiders waaraan de tactisch manager leiding geeft. De tactisch manager weet het bieden van duidelijke kaders daarbij te verbinden met het inspireren en motiveren van zijn mensen.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
De tactisch manager is verantwoordelijk voor de personele zorg van het organisatieonderdeel. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld.
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Periodiek checkt de tactisch manager of de realisatie van plannen naar wens verloopt. Op basis van de uitkomsten beslist hij over het vervolg en vindt rapportage naar het strategisch management plaats.
Competenties
Voor de tactisch manager binnen de brandweer is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij ook in beeld bij de andere partijen om door hem betrokken te worden.
Zorgvuldig en stipt handelen, gericht op het voorkómen van fouten. Nauwkeurig uitvoeren van activiteiten.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Bijdragen aan ontwikkeling van strategisch beleid van de organisatie en het eigen organisatieonderdeel/werkgebied
Werkzaamheden
De tactisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de brandweerorganisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.
Niveau 1:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Arbeidsveiligheid
Werkzaamheden
Niveau 1:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Daadkracht
Werkzaamheden
Niveau 1:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Flexibel
Werkzaamheden
Niveau 1:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Incidentbestrijding
Werkzaamheden
Basisniveau (1):
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Inleven
Supplement ee. Functie verkenner gevaarlijke stoffen
Niveau 1:
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Innoveren en creativiteit
Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.
Kerntaak 2:. Inzet
Niveau 2:
Kerntaak 3:. Nazorg
De verkenner gevaarlijke stoffen controleert na een inzet de inventaris van de WVD-koffer op compleetheid en werking en vult deze aan. Na afloop van de inzet neemt hij met de ploegleden deel aan de registratie en evaluatie.
Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Uitruk/Verkenning
Werkzaamheden
Leren en reflecteren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Inzet
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Maatschappelijk georiënteerd
Kerntaak 3:. Nazorg
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Mondeling communiceren
Supplement ff. Functie voertuigbediener
Niveau 1:
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Onafhankelijk
Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.
Kerntaak 2:. Inzet
Niveau 2:
Kerntaak 3:. Nazorg
De voertuigbediener draagt zorg voor het inzetgereed maken van het voertuig en neemt deel aan de evaluatie en nazorg.
Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Uitruk/Verkenning
Werkzaamheden
Plannen, organiseren en coördineren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Inzet
Werkzaamheden
Als pompbediener
Politiek-bestuurlijk inzicht
Als bediener van een hulpverleningsvoertuig
Als bediener van een HAB
Als bediener van de verbindingscommandowagen
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Probleem oplossen
Als pompbediener
Als bediener redvoertuig
Als bediener hulpverleningsvoertuig
Als bediener van een HAB (korpsspecifiek)
Resultaatgericht
Kerntaak 3:. Nazorg
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Risico’s en veiligheid
Supplement gg. uitwerking competentiematrix
Basisniveau (1):
Toepassings- en overdrachtsniveau (2):
Expertniveau (3):
Sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties (omgeving): dit betreft de sociale, maatschappelijke en communicatieve competenties die betrekking hebben op de interactie met de omgeving zowel extern als intern. Deze competenties zijn vervolgens gekoppeld aan een niveauduiding
Zich inzetten om met anderen resultaten te bereiken en daarmee bijdragen aan een gezamenlijk doel. Denken en handelen vanuit gemeenschappelijke belangen.
Competenties
Accuraat
Niveau 3:
Niveau 1
Kalm, objectief en effectief blijven functioneren bij tijdsdruk, tegenslag, teleurstelling of tegenspel. Om kunnen gaan met weerstanden.
Niveau 1:
Samenwerken
Niveau 3:
Niveau 1
Niveau 2:
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub a Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
Functienaam: algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ)
Beschrijving van de functie: De ACGZ geeft functioneel leiding aan de sectie geneeskundige zorg. De ACGZ kan monodisciplinair ingezet worden op basis van inzetcriteria en/of verzoek van de officier van dienst geneeskundig (OvD-G). De ACGZ is multidisciplinair actief vanaf activering van het Regionaal Operationeel Team (ROT) als lid van het ROT. De ACGZ is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling. De ACGZ is aangewezen als het daartoe bevoegde gezag door de directeur publieke gezondheid voor zover het de GHOR-taken betreft (DPG). De ACGZ is verantwoordelijk voor de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en legt verantwoording af aan de DPG. De ACGZ adviseert de operationeel leider over te nemen tactische multidisciplinaire beslissingen en ontvangt, voor de multidisciplinaire aspecten, functioneel leiding van de operationeel leider. De ACGZ adviseert de DPG over dilemma’s en besluiten op strategisch niveau. De ACGZ geeft functioneel leiding aan het hoofd acute gezondheidszorg (HAG), het hoofd publieke gezondheidszorg (HPG), de OvD-G, het hoofd informatie geneeskundige zorg (HIN) en het hoofd ondersteuning geneeskundige zorg (HON).
Niveau 2
Niveau 3
Kerntaak 2:. Inrichten en uitvoeren van het besluitvormingsproces gericht op de multidisciplinaire samenwerking
Dit betreft strategische en organisatorische competenties die met name betrekking hebben op het geven van richting aan organisatie(onderdeel) (visie, strategievorming) en de inrichting van het werk (de interne organisatie).
2.2. Competentiematrix ACGZ
In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.
Niveau 1
Niveau 2:
Niveau 3:
Kerntaak 2:. Inrichten en uitvoeren van het besluitvormingsproces gericht op de multidisciplinaire samenwerking
Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Supplement b. Functie directeur publieke gezondheid voor zover het de GHOR-taken betreft
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub b Besluit personeel veiligheidsregio’s
Niveau 1
Functienaam: directeur publieke gezondheid voor zover het de GHOR-taken betreft (DPG)
Beschrijving van de functie: De DPG bevindt zich bovenaan in de (operationele) commandostructuur van de GHOR en is belast met de operationele leiding van de geneeskundige hulpverlening. De DPG heeft – afhankelijk van de activering – zitting in het Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) of het Regionaal Beleidsteam (RBT), stemt daar de multidisciplinaire samenwerking op beleids-/strategisch niveau af en adviseert de burgemeester of de voorzitter van de veiligheidsregio over de te nemen beleidsbeslissingen. De DPG geeft direct functioneel leiding aan de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ). De DPG onderhoudt contacten met de liaisons in het Nationaal Crisiscentrum (NCC) en met collega DPG’en.
2.1. Kerntaken
Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.
Niveau 1
Niveau 2:
In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken
Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.
Niveau 1
Neemt als hoogste leidinggevende van de GHOR-keten deel aan het GBT/RBT en:
Kerntaak 2:. Strategisch multidisciplinair adviseren
Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.
Niveau 1
Niveau 2
Analyseren
Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.
Functienaam: hoofd acute gezondheidszorg (HAG)
Beschrijving van de functie: Het HAG coördineert het proces acute gezondheidszorg en adviseert de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ) op dit terrein. Het proces acute gezondheidszorg bestaat uit de deelprocessen triage, behandeling en transport van slachtoffers. Hierbij is het HAG verantwoordelijk voor de voortgang, coördinatie en aansturing van het proces acute gezondheidszorg. Het HAG wordt monodisciplinair ingezet op basis van criteria. In de regel is dit vanaf activering van het Regionaal Operationeel Team (ROT). Echter kan het HAG bij behoefte vanuit bijvoorbeeld de officier van dienst geneeskundig (OvD-G) ook worden ingezet bij activering van het commando plaats incident of mono-opschaling. Het HAG is aangewezen door de directeur publieke gezondheid voor zover het de GHOR-taken betreft (DPG) als het daartoe bevoegde gezag. Het HAG opereert op tactisch niveau. Het HAG is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling. Het HAG legt verantwoording af aan en ontvangt functioneel leiding van de ACGZ. Het HAG geeft functioneel leiding aan de OvD-G.
Niveau 3
Kerntaak 1:. Coördineren van het proces acute gezondheidszorg
Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.
Niveau 1
In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.
Niveau 3:
Kerntaak 1:. Coördineren van het proces acute gezondheidszorg
Formuleert doelstellingen helder, concreet en meetbaar en maakt duidelijke afspraken. Houdt zich aan de voortgang en informeert en rapporteert daarover. Denkt vooruit.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3:
Supplement d. Functie hoofd informatie geneeskundige zorg
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub d Besluit personeel veiligheidsregio’s
Niveau 1
Functienaam: hoofd informatie geneeskundige zorg (HIN)
Beschrijving van de functie: Lid van de sectie geneeskundige zorg. Hoofd van de taakorganisatie informatie. Kan monodisciplinair ingezet worden op basis van (regionale) inzetcriteria. Multidisciplinair actief vanaf activering van het regionaal operationeel team (ROT). Er kunnen redenen zijn om de HIN-functie te vervullen indien geen sprake is van een dergelijke activering, bijvoorbeeld bij een pandemie-scenario. Het HIN is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling. Het HIN is aangewezen door het daartoe bevoegde gezag. Het HIN ontvangt functioneel (operationeel) leiding van en legt verantwoording af aan de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ). Het HIN is verantwoordelijk voor de informatieverzameling en -bundeling vanuit de witte kolom en de duiding van die informatie richting ROT. Het HIN duidt de informatie vanuit de witte kolom richting informatiemanager ROT. Het HIN geeft functioneel leiding aan de taakorganisatie informatie. Het HIN geeft functioneel leiding aan de informatiecoördinatoren zorginstellingen.
2.1. Kerntaken
Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.
Niveau 1
Niveau 2
2.2. Competentiematrix HIN
In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Niveau 1
Niveau 2:
Niveau 3:
Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Niveau 1
Niveau 2
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub e Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
Functienaam: hoofd ondersteuning geneeskundige zorg (HON)
Beschrijving van de functie: Het HON is lid van de sectie geneeskundige zorg en hoofd van de taakorganisatie ondersteuning en kan monodisciplinair ingezet worden. Het HON is multidisciplinair actief vanaf activering van het Regionaal Operationeel Team (ROT). Het HON is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling. Het HON is aangewezen door het daartoe bevoegde gezag. Het HON ontvangt functioneel leiding van en legt verantwoording af aan de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ). Het HON stemt functioneel af met de ondersteuningsmanager (multidisciplinair). Het HON geeft functioneel leiding aan de taakorganisatie ondersteuning, aan de logistiek coördinatoren binnen de geneeskundige keten en aan de medewerkers/leden van de backoffice GHOR.
Niveau 2:
Niveau 3:
Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie ondersteunings-/resourcemanagement
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Niveau 1
Mondeling communiceren
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Niveau 1
Werkzaamheden:
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Niveau 1
Niveau 3
Werkzaamheden:
Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.
Niveau 1
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub f Besluit personeel veiligheidsregio’s
Niveau 3
Onafhankelijk
Beschrijving van de functie: Het HPG coördineert het proces publieke gezondheidszorg en adviseert de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ) daarover. Het proces publieke gezondheidszorg bestaat uit de deelprocessen medische milieukunde (MMK), infectieziektebestrijding (IZB), gezondheidsonderzoek na rampen (GOR) en psychosociale hulpverlening (PSH). Hierbij is het HPG verantwoordelijk voor de voortgang, coördinatie en aansturing van het proces publieke gezondheidszorg. Het HPG wordt monodisciplinair ingezet. In de regel is dit vanaf activering van het Regionaal Operationeel Team (ROT). Echter kan het HPG bij behoefte vanuit bijvoorbeeld de ACGZ, de directeur publieke gezondheid voor zover het de GHOR-taken betreft (DPG) of de GGD ook worden ingezet bij activering van het commando plaats incident of mono-opschaling. Het HPG is aangewezen door de DPG als het daartoe bevoegde gezag. Het HPG opereert op tactisch niveau. Het HPG is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling. Het HPG legt verantwoording af aan en ontvangt functioneel leiding van de ACGZ. Het HPG coördineert de processen betreffende MMK, IZB, PSH en GOR.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3:
2.2. Competentiematrix HPG
In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Kerntaak 2:. Adviseren van de ACGZ
Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.
Niveau 1
Niveau 2
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub g Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
Functienaam: officier van dienst geneeskundig (OvD-G)
Beschrijving van de functie: De OvD-G is de hoogste leidinggevende van de geneeskundige hulpverlening op het commando plaats incident. De OvD-G geeft leiding aan en adviseert over de geneeskundige hulpverlening op het plaats incident. De OvD-G ontvangt leiding van de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ). De OvD-G geeft binnen het proces acute gezondheidszorg functioneel leiding aan de deeltaken triage, behandeling en transport. De OvD-G signaleert binnen het proces publieke gezondheidszorg de noodzaak tot de inzet van de deeltaken medische milieukunde (MMK), psychosociale hulpverlening (PSH), infectieziektebestrijding (IZB) en/of gezondheidsonderzoek na rampen (GOR) en belegt dit op de juiste plaats binnen de crisisorganisatie GGD. De OvD-G stemt de multidisciplinaire samenwerking op operationeel niveau af in het kader van het motorkapoverleg of het commando plaats incident. De OvD-G wordt gecoördineerd door de leider commando plaats incident (multi). De OvD-G ontvangt functioneel leiding van de ACGZ. Op het moment dat de functie van hoofd publieke gezondheidszorg (HPG)/hoofd acute gezondheidszorg (HAG) is ingevuld, ontvangt de OvD-G functioneel leiding van HPG/HAG. De OvD-G rapporteert en adviseert in het kader van de uitvoering van zijn mono- en multitaken.
Niveau 2:
Niveau 3:
Kerntaak 2:. Multidisciplinair samenwerken
Aanpassen van de eigen stijl, benadering en gedrag aan wisselende eisen en omstandigheden. Openstaan voor nieuwe ideeën en actief zoeken naar alternatieven om het gestelde doel te bereiken.
Niveau 1
In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.
Niveau 3
Kerntaak 1:. Leidinggeven aan de geneeskundige hulpverlening op het plaats incident
Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.
Niveau 1:
Niveau 2
Niveau 3:
Werkzaamheden:
Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.
Niveau 3
Politiek-bestuurlijk inzicht
De niveauaanduiding van de competenties is als volgt:
Vaktechnische competenties: per functie wordt aangegeven of er sprake is van noodzakelijke kennis en kunde tot op detailniveau (d); of alleen op hoofdlijnen (h); of op gemiddeld niveau (m).
Niveau 2
Niveau 3:
Vakmatige competenties (professie)
Dit betreft competenties op vakgebieden die specifiek voor de brandweer zijn.
Incidentbestrijding
Dit vakgebied omvat de repressieve taken van de rampenbestrijdingsorganisatie, zoals het operationeel leidinggeven dan wel adviseren bij incidenten van verschillende schaalgrootten (zowel mono- als multidisciplinair). Ook de aan het operationeel optreden gelieerde aandachtsgebieden zoals evaluaties, bedrijfsopvang, nazorg, procedures (w.o. alarmerings- en opschalingsprocedures), Arbo-wetgeving en andere wettelijke kaders vallen onder dit vakgebied.
Effectief organiseren van het eigen werk door het plannen van doelstellingen, tijd en activiteiten; beschikbare tijd en energie richten op de hoofdzaken en acute problemen.
Overdrachtsniveau (2)
Eigen taken, beslissingsbevoegdheden en verantwoordelijkheden op duidelijke wijze toedelen aan juiste medewerkers.
G5:. Voortgangsbewaking
Opstellen en bewaken van procedures om de voortgang van de taken en activiteiten van medewerkers en van de eigen taken en verantwoordelijkheden te bewaken en zeker te stellen.
Basisniveau (1):
Ideeën en meningen aan anderen duidelijk maken, gebruik makend van duidelijke taal. Ideeën en meningen duidelijk maken in een rapportage of document dat de juiste opzet heeft en structuur heeft, grammaticaal correct is en dat de juiste taal en terminologie voor de lezer bevat. Bijv. SitRaps, logboek.
Expertniveau (3)
Bijlage B. , behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s
G8:. Luisteren
Tonen belangrijke informatie op te pikken uit mondelinge mededelingen. Doorvragen en ingaan op reacties.
G9:. Samenwerken
Bijdragen aan een gezamenlijk resultaat, ook wanneer de samenwerking niet direct van eigen belang is.
G10:. Probleemanalyse
Kerntaak 1:. Leidinggeven aan de geneeskundige hulpverlening op de plaats incident.
G11:. Oordeelsvorming
Kerntaak 3:. Rapporteren en adviseren.
G12:. Besluitvaardigheid
Beslissingen nemen door middel van het ondernemen van acties of het zich vastleggen door middel van het uitspreken van oordelen.
G13:. Organisatiesensitiviteit
Kerntaak 1:. Leidinggeven aan de geneeskundige hulpverlening op de plaats incident
G14:. Omgevingsbewustzijn
Laten blijken goed geïnformeerd te zijn over organisatorische, maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie en organisatie.
G15:. Aanpassingsvermogen
Werkzaamheden
Afstemmen van de multidisciplinaire samenwerking in het CoPI:
Kerntaak 3:. Rapporteren en adviseren
G17:. Energie
Gedurende een lange periode in hoge mate actief zijn wanneer de functie dat vraagt. Hard werken, uithoudingsvermogen tonen.
G18:. Discipline
Zich voegen naar het beleid en/of de procedures van de organisatie. Bij onduidelijkheid of veranderingen bevestiging zoeken bij de juiste autoriteit.
Organisatiecompetenties
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Inrichten en in stand houden ambulancestation.
Kerntaak 2:. Coördineren gewondenvervoer.
Vaktechnische competenties
V1:. Bestuurlijke en operationele omgeving/positionering
Kent de bestuurlijke en operationele omgeving en zijn positie daarin.
V2:. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
Kerntaak 1:. Inrichten en in stand houden ambulancestation
V3:. Processen en taken
Beschikt over de benodigde kennis, inzicht en vaardigheden om processen en hieruit voortvloeiende taken te vervullen.
V4:. Richtlijnen, protocollen en procedures
Werkzaamheden
V5:. Technische hulpmiddelen
Werkzaamheden
Voert de registratie van de per ambulance vervoerde slachtoffers uit:
Bijlage B, behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Niveauduiding gedragscompetenties
Niveau: 1
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Leidinggeven aan het actiecentrum GHOR.
Kerntaak 2:. Rapporteren en adviseren.
2.2. Competentiematrix
Niveau: 7
3.1. Uitwerking kerntaken
Niveauduiding organisatie/proces competenties
Werkzaamheden
Is en houdt zich op de hoogte van de beleidsontwikkelingen m.b.t. de rampenorganisaties en inhoudelijke processen en procedures. Kent de relevante sleutelfiguren in het beleids- en uitvoeringsveld.
Kerntaak 2:. Rapporteren en adviseren
Werkzaamheden
Bijlage B, behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement d. Functie hoofd gewondennest
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub d Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Inrichten van een gewondennest of behandelcentrum.
Kerntaak 2:. Leidinggeven aan een gewondennnest of behandelcentrum.
Supplement a. Functie calamiteitencoördinator meldkamer
2.2. Competentiematrix
In supplement k is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Inrichten van een gewondennest of behandelcentrum
2.1. Kerntaken
Richt een gewondennest (GN) of behandelcentrum (BC) in:
Kerntaak 2:. Leidinggeven aan een gewondennest of behandelcentrum
Kerntaak 2:. Creëren en delen van informatie
Kerntaak 3:. Rapporteren en adviseren
2.2. Competenties
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
Bijlage B, behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement e. Functie hoofd sectie GHOR
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub e Besluit personeel veiligheidsregio’s
Kerntaak 1:. Leiding geven aan het gemeenschappelijk meldkamerproces
Werkzaamheden
Kerntaak 1:. Tactisch leidinggeven aan de GHOR-keten.
Kerntaak 2:. Creëren en delen van informatie
Werkzaamheden
2.2. Competentiematrix
In supplement k is de competentiematrix uitgewerkt.
Supplement b. Functie evaluator multidisciplinair oefenen
Kerntaak 1:. Tactisch leidinggeven aan de GHOR-keten
1.1. Algemene informatie
Neemt als tactisch leidinggevende over de GHOR-keten deel aan het ROT:
Kerntaak 1:. Het voorbereiden op de uitvoering van de evaluatieopdracht
Werkzaamheden
Neemt als adviseur deel aan het ROT:
Kerntaak 3:. Rapporteren en adviseren
Kerntaak 3:. Het geven van feedback
De evaluator multidisciplinair oefenen analyseert zijn observaties, formuleert een oordeel hierover en doet aanbevelingen. Hij bespreekt dit met de deelnemers.
Kerntaak 4:. Het uitvoeren van een schriftelijke evaluatie
Supplement f. Functie leider kernteam psychosociale hulpverlening
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub f Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Het voorbereiden op de uitvoering van de evaluatie-opdracht
Werkzaamheden
Kerntaak 4:. Adviseren aan het HS-GHOR.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 2:. Het observeren van teamgedrag en -prestaties (inhoud, proces en resultaat)
In supplement k is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 3:. Het geven van feedback
Geeft namens de RGF leiding op tactisch niveau aan de psychosociale hulpverlening
Kerntaak 2:. Verzamelen, analyseren, evalueren van informatie
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 4:. Het uitvoeren van een schriftelijke evaluatie
Werkzaamheden
Kerntaak 4:. Adviseren aan het HS-GHOR
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 5:. Afronding
Werkzaamheden
De evaluator multidisciplinair oefenen evalueert de klanttevredenheid van de opdrachtgever en de deelnemer.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Supplement c. Functie informatiemanager commando plaats incident
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3 sub c Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
2.1. Kerntaak
Kerntaak 1:. Zorg dragen voor het informatieproces in het COPI
Kerntaak 3:. Afstemmen en samenwerken met de andere diensten ter plaatse.
2.2. Competenties
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Leiding geven aan en coördineren van het psychosociaal opvangteam
3.1. Uitwerking kerntaken
Directe leiding en uitvoeringscoördinatie van het psychosociaal opvangteam:
Werkzaamheden
Werkzaamheden
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement d. Functie informatiemanager regionaal operationeel team
Bijlage B, behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Sturing geven aan het regionale informatieproces
Kerntaak 1:. Leidinggeven aan de geneeskundige hulpverlening op de plaats incident.
Kerntaak 2:. Leiding geven aan de sectie informatiemanagement in het ROT
Kerntaak 3:. Rapporteren en adviseren.
Kerntaak 3:. Optreden als adviseur in het informatieproces
De informatiemanager ROT geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de regionaal operationeel leider vanuit het informatieproces.
2.2. Competenties
Kerntaak 1:. Leidinggeven aan de geneeskundige hulpverlening op de plaats incident
Werkzaamheden
In supplement j. is het competentieoverzicht uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Sturing geven aan het regionale informatieproces
Afstemmen van de multidisciplinaire samenwerking in het motorkapoverleg of in het CoPI:
Kerntaak 3:. Rapporteren en adviseren
Werkzaamheden
Rapporteert en adviseert:
Werkzaamheden
Supplement i. Functie operationeel directeur GHOR
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub i Besluit personeel veiligheidsregio’s
Werkzaamheden
2.1. Kerntaken
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement e. Functie leider commando plaats incident
2.2. Competentiematrix
In supplement k is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Leidinggeven aan het COPI
De leider commando plaats incident (COPI), geeft leiding aan de multidisciplinaire samenwerking in het COPI. Hij is verantwoordelijk voor het multidisciplinair aanpakken van de gevolgen van het incident.
Kerntaak 2:. Adviseren en informeren van het lokale bestuur (GRIP 1)/de regionaal operationeel leider (GRIP 2 en hoger)
Werkzaamheden
Neemt als adviseur deel aan het GBT/RBT:
Bijlage B, behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement j. Functie operationeel medewerker actiecentrum GHOR
In supplement j. is het competentieoverzicht uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Leidinggeven aan het COPI
Werkzaamheden
Kerntaak 2:. Rapporteren en adviseren.
Kerntaak 2:. Adviseren en informeren van het lokale bestuur (GRIP 1)/de regionaal operationeel leider (GRIP 2 en hoger)
In supplement k is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Uitvoeren van opdrachten HAc-GHOR
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Geeft binnen het Ac uitvoering aan de opdrachten van het HAc m.b.t. de logistieke en facilitaire ondersteuning van de drie GHOR-processen, bestaande uit (o.a.):
Kerntaak 2:. Rapporteren en adviseren
1.1. Algemene informatie
Rapporteert en adviseert aan het HAc:
Kerntaak 1:. Bijdragen aan beleidsvorming op het gebied van multidisciplinaire OTO activiteiten
Supplement k. Uitwerking competentiematrix
De PMO zorgt voor de afstemming van het (meerjaren)beleid en het jaarplan ‘Oefenen» met de regionale en landelijke richtlijnen. Ook stemt hij het beleid en het plan af op de mono-disciplinaire oefenplannen van andere diensten en de behoeften van zowel de eigen organisatie als die van de partners.
Gedragscompetenties: hierbij zijn achttien verschillende competenties benoemd (genummerd G1 t/m G18), omschreven en van gedragsvoorbeelden voorzien.
De PMO vertaalt het vastgestelde (meerjaren)beleid in effectieve multidisciplinaire OTO activiteiten. Het team dat zorgt voor voorbereiding, uitvoering en evaluatie, ontwikkelt deze activiteiten onder zijn verantwoordelijke leiding. Daarbij houdt de PMO rekening met leerbehoefte(n), ontwikkelnoodzaak en leervoorkeur(en). In overleg met multidisciplinaire partners zorgt de PMO dat deze activiteiten worden uitgevoerd. De PMO draagt er zorg voor dat de deelnemers aan én begeleiders van de multidisciplinaire OTO- activiteiten, zijn of worden geïnstrueerd. Onder zijn verantwoordelijkheid vindt observatie en evaluatie van de activiteiten plaats. Indien nodig geeft de PMO zelf tussentijds feedback.
Vaktechnische competenties: hierbij zijn zes competenties benoemd en uitgewerkt.
De PMO bewaakt de kwaliteit van de multidisciplinaire OTO activiteiten. Hij stelt voor iedere activiteit eenduidige kwaliteitscriteria op, in samenspraak met zijn team en relevante partners in de veiligheidsregio. Deze criteria zijn SMART geformuleerd. De PMO zorgt op basis van deze criteria voor evaluatie van de activiteiten en levert op die manier input ten behoeve van het kwaliteitssysteem in de desbetreffende veiligheidsregio. Op grond van de analyse adviseert de PMO in bijstelling en/of aanpassing van de multidisciplinaire OTO activiteiten.
Gedragscompetenties: uit de achttien omschreven gedragscompetenties worden er per functie maximaal acht toegewezen in volgorde van belangrijkheid (1 t/m 8).
De PMO evalueert op cyclische basis, systematisch de kwaliteit van de multidisciplinaire OTO activiteiten, alsmede het professionele functioneren van de betrokken partijen. Evaluatie geschiedt, aan de hand van de vooraf gestelde criteria, in samenspraak met alle relevante betrokken partijen uit de veiligheidsregio. Daarbij stimuleert de PMO de betrokkenen tot reflectie op het eigen handelen.
Evaluatie heeft enerzijds tot doel inhoudelijke en organisatorische verbeteringen te realiseren in de activiteiten. Anderzijds dient de cyclische evaluatie aantoonbaar te leiden tot verdere professionalisering van de betrokkenen. De PMO adviseert in het aanbrengen van noodzakelijke en gewenste verbeteringen in de multidisciplinaire activiteiten. Tevens adviseert hij in de wenselijkheid en noodzaak van gerichte professionaliseringsacties (zoals scholing, coaching, training en dergelijke).
Kerntaak 5:. Het verzorgen van communicatie en public relations in het kader van de multidisciplinaire OTO activiteiten
G1:. Leidinggeven
In supplement k. is deze competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken
Aansturen en tot uitvoering brengen van diverse uitvoerende activiteiten. Taken en verantwoordelijkheden toewijzen. Activiteiten coördineren en zonodig knelpunt wegnemen. In organisatorische zin randvoorwaarden creëren.
Werkzaamheden
De PMO levert binnen de veiligheidsregio een inhoudelijke bijdrage aan het opstellen en uitvoeren van het (meerjaren)beleid op het gebied van multidisciplinaire OTO activiteiten. Onderdeel daarvan is een beleidskader voor de evaluatie van deze activiteiten en de systematiek van borging. De PMO is bovendien mede verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van het jaarplan ‘Oefenen» van de desbetreffende veiligheidsregio.
G4:. Delegeren
Eigen taken, beslissingsbevoegdheden en verantwoordelijkheden op duidelijke wijze toedelen aan juiste medewerkers.
Kerntaak 2:. Het ontwikkelen, organiseren en uitvoeren van multidisciplinaire OTO activiteiten
Opstellen en bewaken van procedures om de voortgang van de taken en activiteiten van medewerkers en van de eigen taken en verantwoordelijkheden te bewaken en zeker te stellen.
G6:. Mondelinge/schriftelijke communicatie
Ideeën en meningen aan anderen duidelijk maken, gebruik makend van duidelijke taal. Ideeën en meningen duidelijk maken in een rapportage of document dat de juiste opzet heeft en structuur heeft, grammaticaal correct is en dat de juiste taal en terminologie voor de lezer bevat. Bijv. SitRaps, logboek.
Kerntaak 3:. Borgen van de kwaliteit van multidisciplinaire OTO activiteiten
Gebruikmakend van de juiste stijl en methode proberen anderen te overtuigen van een bepaald standpunt en trachten instemming te verkrijgen met bepaalde plannen, ideeën of activiteiten.
G8:. Luisteren
Tonen belangrijke informatie op te pikken uit mondelinge mededelingen. Doorvragen en ingaan op reacties.
Kerntaak 4:. Het leren van multidisciplinaire OTO activiteiten door de cyclische inzet van evaluaties
Bijdragen aan een gezamenlijk resultaat, ook wanneer de samenwerking niet direct van eigen belang is.
G10:. Probleemanalyse
Evaluatie heeft enerzijds tot doel inhoudelijke en organisatorische verbeteringen te realiseren in de activiteiten. Anderzijds dient de cyclische evaluatie aantoonbaar te leiden tot verdere professionalisering van de betrokkenen. De PMO adviseert in het aanbrengen van noodzakelijke en gewenste verbeteringen in de multidisciplinaire activiteiten. Tevens adviseert hij in de wenselijkheid en noodzaak van gerichte professionaliseringsacties (zoals scholing, coaching, training en dergelijke).
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Gegevens en mogelijke alternatieve handelswijzen in het licht van relevante criteria tegen elkaar afwegen en tot realistische beoordelingen komen.
Werkzaamheden
De PMO is verantwoordelijk voor het verzorgen van communicatie en public relations (PR) aangaande de ontwikkeling, voorbereiding en uitvoering van de multidisciplinaire OTO activiteiten. Daartoe stelt hij een communicatiebeleidsplan op. Hij draagt er zorg voor dat alle betrokkenen binnen de veiligheidsregio tijdig en juist zijn geïnformeerd. Zijn inzet is er tevens op gericht relevante partners in de veiligheidsregio te overtuigen van het nut en de noodzaak van de multidisciplinaire OTO activiteiten. Mede doordat hij zijn contacten met relevante betrokkenen zorgvuldig onderhoudt, creëert de PMO draagvlak voor de multidisciplinaire OTO activiteiten. De uitkomsten van evaluatie van ontwikkelde en uitgevoerde activiteiten koppelt de PMO terug aan alle relevante betrokkenen en het Management Team (MT). Hij legt zowel mondeling als schriftelijk verantwoording af over de verrichte werkzaamheden en behaalde resultaten.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Onderkennen van invloed en gevolgen van eigen beslissingen of activiteiten op andere onderdelen van de organisatie; onderkennen van belangen van andere onderdelen van de organisatie.
Supplement g. Functie regionaal operationeel leider
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3 sub g Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.
2.1. Kerntaken
Effectief blijven presteren onder tijdsdruk, bij tegenslag en onder extreme fysieke en psychische omstandigheden.
G17:. Energie
Gedurende een lange periode in hoge mate actief zijn wanneer de functie dat vraagt. Hard werken, uithoudingsvermogen tonen.
G18:. Discipline
Zich voegen naar het beleid en/of de procedures van de organisatie. Bij onduidelijkheid of veranderingen bevestiging zoeken bij de juiste autoriteit.
Organisatiecompetenties
De competenties voor de functie regionaal operationeel leider zijn te vinden in onderstaande tabel.
In supplement j. is het competentieoverzicht uitgewerkt.
O3: De actuele organisatiestructuur en primaire processen en procedures van de GHOR-ketenorganisaties.
Kerntaak 1:. Leiding geven aan het ROT
Werkzaamheden
De regionaal operationeel leider geeft leiding aan de multidisciplinaire samenwerking in het ROT. Hij is verantwoordelijk voor het multidisciplinair aanpakken van de gevolgen van het incident. Hierin vertaalt hij de tactische informatie waar nodig naar strategische beslispunten en treedt in voorkomende gevallen namens het ROT op als adviseur naar het bestuur/de burgemeester (beleidsteam).
Kerntaak 2:. Adviseren en informeren aan/van het beleidsteam
Heeft inzicht in verantwoordelijkheden en bevoegdheden.
V3:. Processen en taken
Beschikt over de benodigde kennis, inzicht en vaardigheden om processen en hieruit voortvloeiende taken te vervullen.
Supplement h. Functie voorlichtingsfunctionaris commando plaats incident
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3 sub h Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.
2.1. Kerntaken
Kent de juridische aspecten die van invloed zijn op de functies binnen de operationele GHOR organisatie.
Niveauduiding gedragscompetenties
Niveau: 1
Het doeltreffend en doelmatig verzamelen van informatie en die delen binnen het COPI en met de voorlichter ROT bij melding en opschaling conform de GRIP structuur.
Niveau: 3
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
De competenties voor de functie voorlichtingsfunctionaris commando plaats incident zijn te vinden in onderstaande tabel.
In supplement j. is het competentieoverzicht uitgewerkt.
Niveau: 7
Niveau: 8
Werkzaamheden
De voorlichtingsfunctionaris commando plaats incident (COPI) heeft als primaire taak het informeren van de media en het geven van sturing aan het totale proces voorlichting bij het plaats incident. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Is en houdt zich op de hoogte van de beleidsontwikkelingen m.b.t. de rampenorganisaties en inhoudelijke processen en procedures. Kent de relevante sleutelfiguren in het beleids- en uitvoeringsveld.
Niveau: Tactisch
Het doeltreffend en doelmatig verzamelen van informatie en die delen binnen het COPI en met de voorlichter ROT bij melding en opschaling conform de GRIP structuur. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Niveau: Operationeel
Is en houdt zich op de hoogte van de ontwikkelingen mbt de GHOR-ketenorganisaties en de primaire processen in het algemeen en die van het eigen beroepsdomein in het bijzonder. Kent de relevante sleutelfiguren in zijn beroepsdomein.
Niveauduiding vaktechnische competenties
Niveau: Op detailniveau
In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.
Niveau: Op gemiddeld niveau
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement a. Functie calamiteitencoördinator meldkamer
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3 sub a Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
¹ Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij» worden gelezen.
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Leidinggeven aan het gemeenschappelijk meldkamerproces
De calamiteitencoördinator geeft leiding aan de multidisciplinaire invulling van het gemeenschappelijke meldkamerproces binnen het meldkamerdomein. Een adequate en snelle opschaling en het borgen van de veiligheid van de hulpverleningsdiensten zijn hierbij belangrijke aandachtspunten.
Kerntaak 1:. Het adviseren van het ROT over alle aspecten van voorlichting
De calamiteitencoördinator geeft doelmatig sturing aan het verzamelen van relevante gegevens, het verwerken tot informatie en de deling van de informatie bij, alarmering en opschaling van de bestrijdingsorganisatie.
2.2. Competenties
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
De competenties voor de functie calamiteitencoördinator meldkamer zijn te vinden in onderstaande tabel.
De voorlichtingsfunctionaris ROT geeft sturing aan het totale proces voorlichting. Hij draagt zorg voor een goedlopend communicatieproces. Hij zorgt voor tijdige en kwalitatief hoogwaardige adviezen. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement j. Uitwerking competentieoverzicht
Werkzaamheden
Kerncompetenties: hierbij zijn de verschillende kerncompetenties omschreven en van gedragsvoorbeelden voorzien.
Kerncompetenties
Werkzaamheden
De calamiteitencoördinator geeft doeltreffend en doelmatig sturing aan het verzamelen van relevante gegevens, het verwerken tot informatie en de deling van de informatie bij, alarmering en opschaling van de bestrijdingsorganisatie conform de GRIP structuur. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Accuraat
Zorgvuldig en stipt handelen, gericht op het voorkómen van fouten. Nauwkeurig uitvoeren van activiteiten.
Analyseren
2.1. Kerntaken
Communiceren
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Daadkracht
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Delegeren
Eigen taken, beslissingsbevoegdheden en verantwoordelijkheden op duidelijke wijze toedelen aan juiste medewerkers.
Inleven
Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.
Leiding geven
Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.
In supplement k. is deze competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken
Oordelen
Werkzaamheden
De evaluator multidisciplinair oefenen zorgt ervoor dat hij een heldere opdrachtformulering ontvangt. Hij bereidt zich aan de hand van de opdrachtkaders en relevante documentatie voor op het observeren en evalueren van de multidisciplinaire oefening en maakt werkafspraken met zijn collega evaluatoren.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Plannen, organiseren en coördineren
Werkzaamheden
De evaluator multidisciplinair oefenen zorgt ervoor dat hij een heldere opdrachtformulering ontvangt. Hij bereidt zich aan de hand van de opdrachtkaders en relevante documentatie voor op het observeren en evalueren van de multidisciplinaire oefening en maakt werkafspraken met zijn collega evaluatoren.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Probleemanalyse
Werkzaamheden
De evaluator multidisciplinair oefenen analyseert zijn observaties, formuleert een oordeel hierover en doet aanbevelingen. Hij bespreekt dit met de deelnemers.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Stressbestendigheid
Werkzaamheden
De Evaluator Multidisciplinair Oefenen legt zijn observaties, zijn oordeel hierover en zijn aanbevelingen schriftelijk vast in een evaluatierapport. De eindrapportage wordt aangeboden aan de opdrachtgever.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement k. Uitwerking competentiematrix
Voor het competentieprofiel is een kader ontwikkeld dat de volgende competenties onderscheidt:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Supplement c. Functie informatiemanager commando plaats incident
Sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties (omgeving): dit betreft de sociale, maatschappelijke en communicatieve competenties die betrekking hebben op de interactie met de omgeving zowel extern als intern. Deze competenties zijn vervolgens gekoppeld aan een niveauduiding
Competenties
In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.
2.1. Kerntaak
Kerntaak 1:. Zorg dragen voor het informatieproces in het COPI
Niveau 2:
2.2. Competenties
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
Zich inzetten om met anderen resultaten te bereiken en daarmee bijdragen aan een gezamenlijk doel. Denken en handelen vanuit gemeenschappelijke belangen.
Niveau 1
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Zorg dragen voor het informatieproces in het COPI
Stressbestendig
Kalm, objectief en effectief blijven functioneren bij tijdsdruk, tegenslag, teleurstelling of tegenspel. Om kunnen gaan met weerstanden.
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement d. Functie informatiemanager regionaal operationeel team
Niveau 3
Strategische en organisatorische competenties (organisatie)
Dit betreft strategische en organisatorische competenties die met name betrekking hebben op het geven van richting aan organisatie(onderdeel) (visie, strategievorming) en de inrichting van het werk (de interne organisatie).
Probleem oplossen
Kerntaak 1:. Sturing geven aan het regionale informatieproces
Niveau 1
Kerntaak 2:. Leiding geven aan de sectie informatiemanagement in het ROT
Niveau 3:
Innoveren en creativiteit
Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.
2.2. Competenties
Niveau 2
Niveau 3
In supplement j. is het competentieoverzicht uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Sturing geven aan het regionale informatieproces
Werkzaamheden
Niveau 3
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Kerntaak 2:. Sturing geven aan de regionale informatieorganisatie
Werkzaamheden
Niveau 2:
Kerntaak 3:. Optreden als adviseur in het informatieproces
Innoveren/creativiteit
Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement e. Functie leider commando plaats incident
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3 sub e Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
Niveau 1
2.1. Kerntaken
Analyseren
Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.
Kerntaak 2:. Adviseren en informeren van het lokale bestuur (GRIP 1)/de regionaal operationeel leider (GRIP 2 en hoger)
Niveau 2
2.2. Competenties
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.
Niveau 1
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Leidinggeven aan het COPI
Resultaatgericht
Formuleert doelstellingen helder, concreet en meetbaar en maakt duidelijke afspraken. Houdt zich aan de voortgang en informeert en rapporteert daarover. Denkt vooruit.
Kerntaak 2:. Adviseren en informeren van het lokale bestuur (GRIP 1)/de regionaal operationeel leider (GRIP 2 en hoger)
Werkzaamheden
Niveau 3:
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement f. Functie procesmanager multidisciplinair oefenen
Niveau 2:
1.1. Algemene informatie
Leren en reflecteren
Kerntaak 1:. Bijdragen aan beleidsvorming op het gebied van multidisciplinaire OTO activiteiten
Niveau 1
Niveau 2
Sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties (omgeving)
Dit betreft sociale, maatschappelijke en communicatieve competenties die betrekking hebben op de interactie met de omgeving zowel extern als intern.
Daadkracht
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Kerntaak 4:. Het leren van multidisciplinaire OTO activiteiten door de cyclische inzet van evaluaties
Niveau 2:
Niveau 3:
Mondeling communiceren
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Niveau 1
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Bijdragen aan beleidsvorming op het gebied van multidisciplinaire OTO activiteiten
Inleven
Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.
Niveau 1
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 2:. Het ontwikkelen, organiseren en uitvoeren van multidisciplinaire OTO activiteiten
Daadkracht
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Mondeling communiceren
Werkzaamheden
Niveau 1
Daadkracht
Kerntaak 4:. Het leren van multidisciplinaire OTO activiteiten door de cyclische inzet van evaluaties
Werkzaamheden
Niveau 3
Evaluatie heeft enerzijds tot doel inhoudelijke en organisatorische verbeteringen te realiseren in de activiteiten. Anderzijds dient de cyclische evaluatie aantoonbaar te leiden tot verdere professionalisering van de betrokkenen. De PMO adviseert in het aanbrengen van noodzakelijke en gewenste verbeteringen in de multidisciplinaire activiteiten. Tevens adviseert hij in de wenselijkheid en noodzaak van gerichte professionaliseringsacties (zoals scholing, coaching, training en dergelijke).
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 5:. Het verzorgen van communicatie en public relations in het kader van de multidisciplinaire OTO activiteiten
Werkzaamheden
Niveau 3:
Onafhankelijk
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement g. Functie regionaal operationeel leider
Niveau 2
1.1. Algemene informatie
In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Leiding geven aan het ROT
Niveau 2
Kerntaak 2:. Adviseren en informeren aan/van het beleidsteam
De regionaal operationeel leider, is verantwoordelijk voor de benodigde informatie overdracht en advisering aan de burgemeester (beleidsteam). Hij vertaalt de tactische informatie waar nodig naar strategische beslispunten en treedt in voorkomende gevallen namens het ROT op als adviseur. (Vanaf GRIP 2 is de regionaal operationeel leider verantwoordelijk voor het samenstellen van realistische multidisciplinair samengestelde scenario’s, heldere adviezen en beslispunten voor het beleidsteam.)
2.2. Competenties
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Onafhankelijk
Kerntaak 1:. Leiding geven aan het ROT
Werkzaamheden
Niveau 2:
Kerntaak 2:. Adviseren en informeren aan/van het beleidsteam
Flexibel
Aanpassen van de eigen stijl, benadering en gedrag aan wisselende eisen en omstandigheden. Openstaan voor nieuwe ideeën en actief zoeken naar alternatieven om het gestelde doel te bereiken.
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement h. Functie voorlichtingsfunctionaris commando plaats incident
Niveau 3
Maatschappelijk georiënteerd
Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Informeren van media
Niveau 3:
Leiderschap
Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.
2.2. Competenties
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op de positionering van de brandweer en rampenbestrijdingsorganisatie in de politiek-bestuurlijke context.
Niveau 1:
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Informeren van media
Werkzaamheden
De voorlichtingsfunctionaris commando plaats incident (COPI) heeft als primaire taak het informeren van de media en het geven van sturing aan het totale proces voorlichting bij het plaats incident. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Kerntaak 2:. Informatie delen
Werkzaamheden
Het doeltreffend en doelmatig verzamelen van informatie en die delen binnen het COPI en met de voorlichter ROT bij melding en opschaling conform de GRIP structuur. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Bijlage C. behorende bij artikel 2 lid 3 Besluit personeel veiligheidsregio’s
Supplement i. Functie voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel team
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3 sub i Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Het adviseren van het ROT over alle aspecten van voorlichting
De voorlichtingsfunctionaris ROT is verantwoordelijk voor een adequate en volledige communicatie met én advisering aan het ROT. Hij adviseert en informeert het ROT, waarmee dit team besluiten kan nemen op het operationeel niveau.
Kerntaak 2:. Sturing geven aan het communicatieproces
De voorlichtingsfunctionaris ROT geeft sturing aan het totale proces voorlichting. Hij draagt zorg voor een goedlopend voorlichtingsproces. Hij zorgt voor tijdige en kwalitatief hoogwaardige adviezen.
2.2. Competenties
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
De competenties voor de functie voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel team zijn te vinden in onderstaande tabel.
In supplement j. is het competentieoverzicht uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Het adviseren van het ROT over alle aspecten van voorlichting
Werkzaamheden
De voorlichtingsfunctionaris ROT is verantwoordelijk voor een adequate en volledige communicatie met en advisering aan het ROT. Hij adviseert en informeert het ROT, waarmee dit team besluiten kan nemen op operationeel niveau. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Kerntaak 2:. Sturing geven aan het communicatieproces
Werkzaamheden
De voorlichtingsfunctionaris ROT geeft sturing aan het totale proces voorlichting. Hij draagt zorg voor een goedlopend communicatieproces. Hij zorgt voor tijdige en kwalitatief hoogwaardige adviezen. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement j. Uitwerking competentieoverzicht
Voor het competentieprofiel is een kader ontwikkeld dat de volgende competenties onderscheidt:
Kerncompetenties: hierbij zijn de verschillende kerncompetenties omschreven en van gedragsvoorbeelden voorzien.
Kerncompetenties
In deze bijlage zijn alle competenties, die zijn benoemd in de kwalificatiedossiers van de functionarissen werkzaam binnen de organisatie van rampenbestrijding en crisisbeheersing, opgenomen.
Aanpassingsvermogen
Effectief blijven handelen door zich aan te passen aan veranderde omstandigheden, taken verantwoordelijkheden en/of mensen.
Accuraat
Zorgvuldig en stipt handelen, gericht op het voorkómen van fouten. Nauwkeurig uitvoeren van activiteiten.
Analyseren
Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.
Communiceren
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Daadkracht
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Delegeren
Eigen taken, beslissingsbevoegdheden en verantwoordelijkheden op duidelijke wijze toedelen aan juiste medewerkers.
Inleven
Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.
Leiding geven
Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.
Omgevingsbewustzijn
Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.
Oordelen
Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.
Overtuigingskracht
Het verkrijgen van instemming en enthousiasme voor bepaalde doelen, plannen of ideeën zodat deze worden geaccepteerd of gedragen.
Plannen, organiseren en coördineren
Vanuit een vastgesteld doel bepalen welke taken/activiteiten georganiseerd en gepland moeten worden en daar naar handelen. Bepalen van prioriteiten en aangeven van een volgorde van werkzaamheden.
Politiek-bestuurlijk inzicht
Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op de positionering van de brandweer en rampenbestrijdingsorganisatie in de politiek-bestuurlijke context.
Probleemanalyse
Signaleren van problemen, herkennen van belangrijke informatie; verbanden leggen tussen gegevens. Opsporen van mogelijke oorzaken van problemen; zoeken naar ter zake doende gegevens.
Samenwerken
Zich inzetten om met anderen resultaten te bereiken en daarmee bijdragen aan een gezamenlijk doel. Denken en handelen vanuit gemeenschappelijke belangen.
Stressbestendigheid
Kalm, objectief en effectief blijven functioneren bij tijdsdruk, tegenslag, teleurstelling of tegenspel. Om kunnen gaan met weerstanden.
Sturing geven aan proces
Op inspirerende wijze richting geven aan het proces. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden.
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement k. Uitwerking competentiematrix
Voor het competentieprofiel is een kader ontwikkeld dat de volgende competenties onderscheidt:
Kerncompetenties: bij de functieomschrijving de verschillende kerncompetenties beschreven, van gedragsvoorbeelden voorzien en vervolgens gekoppeld aan niveauduiding. Deze niveauduiding is opgedeeld in het niveau aangaande de strategische/organisatorische competenties en het niveau aangaande de sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties.
Strategische/organisatorische competenties: dit betreft de verschillende competenties die met name betrekking hebben op het geven van richting aan organisatie(onderdeel) (visie, strategievorming) en de inrichting van het werk (de interne organisatie). Deze competenties zijn vervolgens gekoppeld aan een niveauduiding
Sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties (omgeving): dit betreft de sociale, maatschappelijke en communicatieve competenties die betrekking hebben op de interactie met de omgeving zowel extern als intern. Deze competenties zijn vervolgens gekoppeld aan een niveauduiding
Competenties
Accuraat
Zorgvuldig en stipt handelen, gericht op het voorkómen van fouten. Nauwkeurig uitvoeren van activiteiten.
Niveau 1
Niveau 2:
Niveau 3:
Samenwerken
Zich inzetten om met anderen resultaten te bereiken en daarmee bijdragen aan een gezamenlijk doel. Denken en handelen vanuit gemeenschappelijke belangen.
Niveau 1
Niveau 2:
Niveau 3
Stressbestendig
Kalm, objectief en effectief blijven functioneren bij tijdsdruk, tegenslag, teleurstelling of tegenspel. Om kunnen gaan met weerstanden.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Strategische en organisatorische competenties (organisatie)
Dit betreft strategische en organisatorische competenties die met name betrekking hebben op het geven van richting aan organisatie(onderdeel) (visie, strategievorming) en de inrichting van het werk (de interne organisatie).
Probleem oplossen
Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.
Niveau 1
Niveau 2:
Niveau 3:
Innoveren en creativiteit
Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Plannen, organiseren en coördineren
Vanuit een vastgesteld doel bepalen welke taken/activiteiten georganiseerd en gepland moeten worden en daar naar handelen. Bepalen van prioriteiten en aangeven van een volgorde van werkzaamheden.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Leren en reflecteren
Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.
Niveau 1
Niveau 2:
Niveau 3:
Innoveren/creativiteit
Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.
Niveau 1
Niveau 2
Problemen oplossen
Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.
Niveau 1
Niveau 2
Analyseren
Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Oordelen
Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3:
Resultaatgericht
Formuleert doelstellingen helder, concreet en meetbaar en maakt duidelijke afspraken. Houdt zich aan de voortgang en informeert en rapporteert daarover. Denkt vooruit.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3:
Probleem oplossen
Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.
Niveau 1
Niveau 2:
Niveau 3:
Leren en reflecteren
Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.
Niveau 1
Niveau 2
Sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties (omgeving)
Dit betreft sociale, maatschappelijke en communicatieve competenties die betrekking hebben op de interactie met de omgeving zowel extern als intern.
Daadkracht
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Niveau 1
Niveau 2:
Niveau 3:
Mondeling communiceren
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Inleven
Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.
Niveau 1
Niveau 2:
Niveau 3:
Daadkracht
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Niveau 1
Mondeling communiceren
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Niveau 1
Daadkracht
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Niveau 1
Niveau 3
(taakgericht) Leiderschap
Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3:
Onafhankelijk
Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3:
(mondeling) Communiceren
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Inleven
Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Onafhankelijk
Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.
Niveau 1
Niveau 2:
Niveau 3:
Flexibel
Aanpassen van de eigen stijl, benadering en gedrag aan wisselende eisen en omstandigheden. Openstaan voor nieuwe ideeën en actief zoeken naar alternatieven om het gestelde doel te bereiken.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Maatschappelijk georiënteerd
Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.
Niveau 1:
Niveau 2
Niveau 3:
Leiderschap
Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.
Niveau 3
Politiek-bestuurlijk inzicht
Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op de positionering van de brandweer en rampenbestrijdingsorganisatie in de politiek-bestuurlijke context.
Niveau 1:
Niveau 2
Niveau 3:
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Functienaam: Manschap
Beschrijving van de functie: De manschap:
2.1. Kerntaken en taakgebieden
Kerntaak 4:. herstellen na het incident*
- het incident kan zijn: brand, hulpverlening, gevaarlijke stoffen of waterongevallen. In voorkomende gevallen kan er ook sprake zijn van dienstverlening.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied
De manschap rukt uit samen met collega manschap(pen), bevelvoerder en chauffeur in een brandweereenheid. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid (persoonlijke bescherming, incidentafhankelijke middelen en een begrepen/bevestigde opdracht) aan bij het incident.
De manschap verkent, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, methodisch en veilig het incident. Hij neemt, zo nodig, middelen mee ter ondersteuning. Hij meldt de bevindingen aan de bevelvoerder.
De manschap richt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, een veilige werkomgeving in. Hij voert de opdracht van de bevelvoerder uit en kiest hierbij zelf de middelen en de werkwijze om dit te realiseren.
De manschap ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt, teruggekomen op de kazerne, ervoor dat de brandweereenheid weer uitruk gereed is. De manschap werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.
Vervallen.
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub p Besluit personeel veiligheidsregio’s
De medewerker brandpreventie voert (integrale brandveiligheids-) inspecties uit en rapporteert hierover.
De medewerker brandpreventie onderhoudt contacten met alle partners die van belang zijn voor het uitvoeren van zijn werkzaamheden.
De medewerker brandpreventie geeft voorlichting over zijn werkzaamheden aan diverse doelgroepen, zorgt voor informatieoverdracht aan de repressieve dienst en werkt mee aan voorlichtingscampagnes.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker brandpreventie vastgesteld.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub q Besluit personeel veiligheidsregio’s
De medewerker operationele voorbereiding draagt er zorg voor dat de benodigde middelen op het juiste moment op de juiste plaats zijn zodat de repressieve taak goed uitgevoerd kan worden.
De medewerker operationele voorbereiding draagt zorg voor de controle van bluswatervoorzieningen (o.a. brandkranen), zoekt en verstrekt informatie aan de repressieve dienst over actuele wijzigingen in de infrastructuur in het verzorgingsgebied (bijvoorbeeld in de vorm van bereikbaarheid- en aanvalskaarten) en zoekt en verstrekt informatie aan de repressieve dienst over objecten, zoals de bereikbaarheid van veiligheidsvoorzieningen in objecten.
De medewerker operationele voorbereiding zorgt voor onderhoud van materieel en materiaal. Hij1Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.adviseert zijn leidinggevende over nieuw aan te schaffen materieel en materiaal en geeft input voor beleid op het gebied van materieelbeheer. Hij verzorgt instructie over het gebruik van materieel en materiaal.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker operationele voorbereiding vastgesteld.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub r Besluit personeel veiligheidsregio’s
De medewerker opleiden en oefenen levert een inhoudelijke bijdrage aan het opstellen van het (meerjaren)beleid op het gebied van opleiden en oefenen en het regionaal of gemeentelijk jaarplan voor opleiden en oefenen. Hij draagt voor zijn eigen bijdrage zorg voor de afstemming van het meerjarenbeleid met opleidings- en oefenplannen van andere diensten en de behoefte van de werkomgeving (de eigen organisatie en die van de partners).
De medewerker opleiden en oefenen vertaalt het vastgestelde beleid in (regionale) opleidings- en oefentrajecten en draagt in overleg met het regionaal opleidingsinstituut en het regionaal oefenbureau zorg voor de uitvoering ervan.
De medewerker opleiden en oefenen bewaakt de kwaliteit van de uitvoering van de opleidings- en oefentrajecten. Hij verzamelt evaluatiegegevens en vertaalt deze naar voorstellen voor mogelijke aanpassingen van beleid. De medewerker opleiden en oefenen is verantwoordelijk voor de registratie van relevante opleidings- en oefengegevens dan wel de organisatie daarvan.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker opleiden en oefenen vastgesteld.
Kerntaak 1:. Draagt bij aan het ontwikkelen van beleid op het gebied van opleiden en oefenen
De medewerker opleiden en oefenen:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 2:. Coördineert de uitvoering van beleid
Werkzaamheden
De medewerker opleiden en oefenen:
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub s Besluit personeel veiligheidsregio’s
Op basis van de gegevens die de MPL van de AGS en de meetploegen krijgt, analyseert en beoordeelt de MPL de mogelijke gevolgen van een incident voor de omgeving. Analytisch vermogen is hierbij van belang.
Kerntaak 2:. Vormen advies
Op basis van de beschikbare gegevens vormt de MPL adviezen over de maatregelen in het effectgebied. Hierbij houdt hij rekening met mogelijke ontwikkelingen van het incident, de operationele mogelijkheden en houdt hij rekening met de multidisciplinaire belangen van betrokkenen. Dit doet hij in nauwe samenwerking met de GAGS.
Kerntaak 3:. Optreden als MPL (overdragen advies en samenwerken met betrokken partijen) bij incidenten met gevaarlijke stoffen
Onder turbulente omstandigheden verifieert de MPL de inschatting van het effectgebied door het leiden van de meetplanorganisatie. De MPL brengt een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, omgaan met keuzes en dilemma’s, rekening houden met betrokken partijen en afstemming met de AGS spelen een belangrijke rol. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.
Kerntaak 1:. Analyseren en beoordelen van effecten van incidenten
Werkzaamheden
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Vraagt indien nodig een second opinion aan.
Op basis van de beschikbare gegevens vormt de MPL adviezen over de maatregelen in het effectgebied. Hierbij houdt hij rekening met mogelijke ontwikkelingen van het incident, de operationele mogelijkheden en houdt hij rekening met de multidisciplinaire belangen van betrokkenen. Dit doet hij in nauwe samenwerking met de AGS.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Onder turbulente omstandigheden verifieert de MPL de inschatting van het effectgebied door het leiden van de meetplanorganisatie. De MPL brengt een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, omgaan met keuzes en dilemma’s, rekening houden met betrokken partijen en afstemming met de AGS spelen een belangrijke rol. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Informeert en draagt advies voortvloeiend uit kerntaak 2 over aan hoofd stafsectie brandweer en AGS.
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub t Besluit personeel veiligheidsregio’s
Kerntaak 1:. Bijdragen aan beleidsvorming op het gebied van oefenen
De oefencoördinator levert een bijdrage aan de beleidsvorming op het gebied van oefenen. Hij 1Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.maakt daarbij gebruik van zijn kennis op het gebied van de oefenbehoefte, de leerpunten uit incidenten en de evaluatie van oefenactiviteiten.
De oefencoördinator ontwikkelt oefenprogramma’s binnen de daarvoor geldende randvoorwaarden. Hij werkt daarvoor samen met de Specialist opleiden en oefenen.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de oefencoördinator vastgesteld.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Bijdragen aan beleidsvorming op het gebied van oefenen
Werkzaamheden
Supplement u. Functie officier van dienst
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub u Besluit personeel veiligheidsregio’s
1 Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
2.1. Kerntaken
Kerntaak 3:. Informeren, ondersteunen en adviseren van de HOVD
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Werkzaamheden
De OVD stuurt brandweerprocessen aan bij basis en grootschalig monodisciplinair repressief optreden. Hij is eindverantwoordelijk voor de bestrijding van het incident bij basis monodisciplianir repressief optreden. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Bij grootschalige incidenten is de OVD als pelotonscommandant verantwoordelijk voor de bestrijding van het incident in zijn pelotonsvak. Kernactiviteiten zijn in dit verband:
Kerntaak 2:. Coördineren van multidisciplinaire samenwerking
De OVD kan de multidisciplinaire samenwerking in het motorkapoverleg coördineren. Hij is dan verantwoordelijk voor het gecoördineerd optreden van alle disciplines ter plaatse van het incident in GRIP 0 situatie. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
De OVD informeert en adviseert (gevraagd en ongevraagd) het bevoegd gezag, betrokken diensten, pers en publiek over de bestrijding van het incident. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Beoordelingscriteria
Supplement v. Functie operationeel manager
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub v Besluit personeel veiligheidsregio’s
Kerntaak 1:. Opstellen en (laten) uitvoeren van planningen
De operationeel manager stuurt de werkuitvoering van de medewerkers van zijn afdeling aan. Het opstellen van plannen en het laten uitvoeren daarvan, vormen daarin het centrale sturingsmechanisme voor de bedrijfsvoering.
Kerntaak 2:. Leidinggeven aan (project-)medewerkers
De operationeel manager is verantwoordelijk voor de aanwending en besteding van middelen die door de naast hogere leidinggevende zijn gedelegeerd. Vanuit die verantwoordelijkheid is actieve procesbewaking van groot belang.
Kerntaak 5:. Onderhouden van netwerken en relevante interne en externe contacten
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Kerntaak 2:. Leidinggeven aan (project-)medewerkers
Beoordelingscriteria
Proces
De operationeel manager is verantwoordelijk voor de aanwending en besteding van middelen die door de naast hogere leidinggevende zijn gedelegeerd. Vanuit die verantwoordelijkheid is actieve procesbewaking van groot belang. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 4:. Leveren van inhoudelijke bijdragen: signaleren van knelpunten en adviseren over aanpassingen van beleid en/of procedures en plannen
Beoordelingscriteria
Product
Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio’s
Supplement w. Functie ploegchef
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub w Besluit personeel veiligheidsregio’s
¹ Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
De ploegchef is verantwoordelijk voor de kwaliteit, continuïteit, efficiency en vakbekwaamheid van de ploeg medewerkers waaraan hij leiding geeft. Tevens is hij verantwoordelijk voor de uitvoering van het personeelsbeleid binnen deze ploeg.
De ploegchef zorgt voor planning van werkzaamheden en activiteiten op het gebied van materieel en materiaal, onderhoud, opleiden en oefenen. Hij draagt zorg voor het aanleveren van verschillende managementgegevens. Hij zorgt voor de invulling van de dienstroosters en de oefenregistratie. Hij bewaakt de kwaliteit van de ploeg.
De ploegchef draagt zorg voor gegevens ten behoeve van de personeelsadministratie, zoals de urenverantwoording en ziekmelding. Hij draagt tevens zorg voor het aanleveren van gegevens ten behoeve van het opstellen van onder meer MARAP’s en houdt planningslijsten en de oefenregistratie bij.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de ploegchef vastgesteld.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
De ploegchef:
Werkzaamheden
Beoordelingscriteria
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
1 Waar hij staat, kan ook zij gelezen worden.
Kerntaak 2:. Ontwikkelen, vormen en uitzetten van visie en strategie voor de brandweerorganisatie
De commandant initieert en ontwikkelt mede de visie en strategie voor de regionale brandweerorganisatie.
De commandant adviseert het (algemeen) bestuur van de veiligheidsregio en de lokale besturen gevraagd en ongevraagd over brandweeraangelegenheden. Daarbij ondersteunt hij het (algemeen) bestuur van de veiligheidsregio over strategische en bestuurlijke kwesties, inspelend op maatschappelijke, politieke en landelijke ontwikkelingen.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Ontwikkelen, vormen en uiteenzetten van visie en strategie voor de regionale brandweerorganisatie
Werkzaamheden
Beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Bijdrage leveren aan totstandkoming van preventiebeleid
De specialist brandpreventie heeft op basis van zijn praktijkervaring een signaalfunctie om relevante zaken aan te kaarten met betrekking tot preventiebeleid.
Kerntaak 2:. Adviseren bij het verlenen van vergunningen
De specialist brandpreventie adviseert de vergunning verlenende afdelingen over het al dan niet verlenen van bouw-, milieu- en gebruiksvergunningen.
Kerntaak 3:. Uitvoeren van inspecties brandpreventie
De werkzaamheden van de specialist brandpreventie zijn zowel intern als extern gericht. Vaak fungeert hij als solist binnen diverse teams. Afstemming en overleg zijn dan ook noodzakelijk. Het onderhouden van netwerken en relevante in- en externe contacten is daarom als aparte kerntaak gedefinieerd.
Beoordelingscriteria
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Supplement z. Functie specialist operationele voorbereiding
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub z Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
1 Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
Kerntaak 1:. Het ontwikkelen, valideren en implementeren van plannen, procedures en instructies ten behoeve van de inzet van de repressieve dienst bij incidentbestrijding:
Kerntaak 3:. Het ontwikkelen, valideren en implementeren van plannen en procedures ten behoeve van het multidisciplinair optreden bij rampen en grote incidenten (aandachtspunt: projectmatig, in samenwerking met de eigen en andere diensten):
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Planvorming inzet incidentbestrijding
Deze kerntaak omvat het ontwikkelen, valideren en implementeren van plannen, procedures en instructies ten behoeve van de inzet van de repressieve dienst (en andere relevante partijen, bijv. meldkamer) bij incidentbestrijding.
Bij deze kerntaak behoren de volgende werkzaamheden:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
De desbetreffende functionaris is daarnaast:
Deze kerntaak omvat het ontwikkelen en in stand houden van organisatorische kaders ten behoeve van de incidentbestrijding.
Bij deze kerntaak behoren de volgende werkzaamheden:
De desbetreffende functionaris is daarnaast:
Deze kerntaak omvat het ontwikkelen valideren en implementeren van plannen en procedures ten behoeve van het multidisciplinair optreden bij rampen en grote incidenten.
Beoordelingscriteria
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement aa. Functie specialist opleiden en oefenen
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub aa. Besluit personeel veiligheidsregio’s
Ontwikkeld beleid, afgestemd op landelijke beleidsmatige, juridische en maatschappelijke ontwikkelingen. Stelt de opleidings-, oefen- en bijscholingsbehoeften vast. Stelt meerjaren beleidsplan op.
Ontwikkelt, organiseert en evalueert de opleidings-, oefen- en bijscholingsprogramma’s. Maakt gebruik van onderwijskundige concepten en didactische modellen om de inhoud, effectiviteit en kwaliteit van opleidingen, oefeningen en bijscholingsactiviteiten te ontwikkelen, evalueren, beoordelen en verbeteren. Stelt een opleidings-, oefen- en bijscholingsbegroting op.
Geeft als eindverantwoordelijke leiding aan grootschalige, multidisciplinaire oefeningen, treedt op als oefenleider bij bestuurlijke oefeningen en veldoefeningen vanaf pelotonsniveau. Is verantwoordelijk voor het coachen van oefenleiders en instructeurs.
Richt mede een kwaliteitszorgsysteem in voor het opleiden, oefenen en bijscholen en onderhoudt het kwaliteitszorgsysteem.Voert steekproefsgewijs kwaliteitscontroles/audits uit.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Beoordelingscriteria
Werkzaamheden
Kerntaak 3:. Zorg dragen voor en borgen van de kwaliteit van opleiden, oefenen en bijscholen
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Ontwikkelen van beleid op het gebied van risicobeheersing
De specialist risico’s en veiligheid vertaalt bevindingen op basis van zijn praktijkervaring naar beleidsvoorstellen op het gebied van risicobeheersing. Daarnaast levert de specialist risico’s en veiligheid input bij de totstandkoming van het regionaal en/of gemeentelijk integraal veiligheidsbeleid. Aanvullend heeft de specialist risico’s en veiligheid een rol bij implementatie en uitvoering.
De specialist risico’s en veiligheid genereert risico-informatie over het verzorgingsgebied als onderdeel van een cyclisch beleidsproces of in opdracht om uiteindelijk (eventueel ongevraagd) advies uit te brengen over de mate van beheersbaarheid van risico’s (inclusief het voorkomen van risico’s).
De specialist risico’s en veiligheid brengt schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag over de mate van beheersbaarheid en verplichte en/of mogelijke beheersmaatregelen:
De specialist risico’s en veiligheid beoordeelt de veiligheidsmaatregelen (technisch en procedureel) van bedrijven. Hij doet dit onder andere in het kader van BEVI, BRZO, besluit bedrijfsbrandweren, complexe bouwvergunningen en de brandveiligheidsparagraaf in de milieuvergunning.
De specialist risico’s en veiligheid stimuleert het veiligheidsbewustzijn door actief aandacht te vragen voor fysieke veiligheid. Ook stemt de specialist risico’s en veiligheid, zowel binnen als buiten de organisatie, zaken op het gebied van fysieke veiligheid af en wisselt deze uit.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
De functionaris:
Brengt schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag:
Als onderdeel van dit advies:
Beoordelingscriteria
Werkzaamheden
Een SRV beoordeelt de effectiviteit van beheersmaatregelen die door bedrijven of andere organisaties genomen dienen te worden. Meestal betreft dit een wettelijke adviestaak van de (regionale) brandweer. Het gaat hier bijvoorbeeld om werkzaamheden inzake het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI).
In samenwerking met een specialist uit de kernregio BRZO, het mede-uitvoeren van werkzaamheden in het kader van BRZO1Gegeven het aantal BRZO bedrijven per regio, zal niet elke SRV deze werkzaamheden volledig zelfstandig uitvoeren. Wel dient de SRV kennis te hebben van de werkzaamheden en de vertaalslag weten te maken naar het eigen verzorgingsgebied.:
Werkzaamheden inzake besluit bedrijfsbrandweren:
Werkzaamheden inzake het verstrekken van bouwvergunningen:
Toezicht op brandveiligheidparagraaf in de milieuvergunning (inspectie):
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
T.a.v. adviezen:
T.a.v. inspecties:
Kerntaak 5:. Initiëren en onderhouden van netwerken, afstemmen met relevante partijen, stimuleren van veiligheidsbewustzijn
Werkzaamheden
Actief relevante partners benaderen en uitleg geven over de noodzaak van aandacht voor fysieke veiligheid in de besluitvorming.
Uitleg geven over de visie van de rampenbestrijdingsorganisatie inzake concrete projecten en de hierover geformuleerde adviezen: onder anderen:
Afstemming en uitwisseling met specialisten uit het vakgebied:
Beoordelingscriteria
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub cc Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
¹ Overal in dit document waar de strategisch manager in de mannelijke vorm wordt aangeduid, kan nadrukkelijk ook vrouwelijke vorm gelezen worden. Slechts omwille van de leesbaarheid is voor een enkelvoudige (mannelijke) aanduiding gekozen.
Kerntaak 1:. Initiëren van strategisch beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied en bijdragen aan het strategisch beleid van de organisatie als geheel
De strategisch manager geeft binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied richting aan de implementatie van het vastgestelde beleid binnen de regionale brandweerorganisatie. Hij treedt hierin sturen en bepalend op. Specifiek geeft hij hierin sturing aan de uitwerking van programma’s.
De strategisch manager is verantwoordelijk voor de personele zorg en de inzet van middelen van het organisatieonderdeel/werkgebied. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken en de inzet van middelen waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld.
Kerntaak 4:. Randvoorwaarden creëren voor en acteren in relevante netwerken
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en de inzet van middelen en situationeel leidinggeven aan zijn organisatieonderdeel/werkgebied
Werkzaamheden
Beoordelingscriteria
Kerntaak 4:. Randvoorwaarden creëren voor en acteren in relevante netwerken
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub dd Besluit personeel veiligheidsregio’s
De tactisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de brandweerorganisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie.
Uitgangspunt voor deze kerntaak is dat de tactisch manager voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied beschikt over een meerjarenplan en meerjarenbegroting. Nu is het zaak dit plan te concretiseren naar een jaarplan en naar concrete kaders voor de operationele managers, specialisten en projectleiders waaraan de tactisch manager leiding geeft. De tactisch manager weet het bieden van duidelijke kaders daarbij te verbinden met het inspireren en motiveren van zijn mensen.
De tactisch manager is verantwoordelijk voor de personele zorg van het organisatieonderdeel. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld.
Voor de tactisch manager binnen de brandweer is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij ook in beeld bij de andere partijen om door hem betrokken te worden.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Werkzaamheden
De tactisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de brandweerorganisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Eigen organisatieonderdeel/werkgebied
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 2:. Implementeren van vastgesteld beleid voor eigen organisatieonderdeel/werkgebied
Werkzaamheden
Uitgangspunt voor deze kerntaak is dat de tactisch manager voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied beschikt over een meerjarenplan en meerjarenbegroting. Nu is het zaak dit plan te concretiseren naar een jaarplan en naar concrete kaders voor de operationele managers, specialisten en projectleiders waaraan de tactisch manager leiding geeft. De tactisch manager weet het bieden van duidelijke kaders daarbij te verbinden met het inspireren en motiveren van zijn mensen. Deze kerntaak brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Periodiek checkt de tactisch manager of de realisatie van plannen naar wens verloopt. Op basis van de uitkomsten beslist hij over het vervolg en vindt rapportage naar het strategisch management plaats. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Beoordelingscriteria
Kerntaak 5:. Onderhouden van netwerken met relevante contacten
Voor de tactisch manager binnen de brandweer is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij ook in beeld bij de andere partijen om door hen betrokken te worden. Dit netwerken brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement ee. Functie verkenner gevaarlijke stoffen
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
De verkenner gevaarlijke stoffen selecteert de persoonlijke beschermingsmiddelen, controleert deze en trekt deze aan. Hij controleert de inventaris van de WVD-koffer op compleetheid en werking. De verkenner gevaarlijke stoffen ontvangt en registreert de meetopdracht en rukt met de meetploeg uit naar de opgegeven locatie.
Kerntaak 2:. Inzet
De verkenner gevaarlijke stoffen controleert na een inzet de inventaris van de WVD-koffer op compleetheid en werking en vult deze aan. Na afloop van de inzet neemt hij met de ploegleden deel aan de registratie en evaluatie.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Uitruk/Verkenning
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 3:. Nazorg
Beoordelingscriteria
Supplement ff. Functie voertuigbediener
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub ff Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning
De voertuigbediener maakt het voertuig inzetgereed en houdt het operationeel.
De voertuigbediener draagt zorg voor het inzetgereed maken van het voertuig en neemt deel aan de evaluatie en nazorg.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Als pompbediener
Als bediener van de verbindingscommandowagen
Werkzaamheden
Beoordelingscriteria
Supplement gg. uitwerking competentiematrix
Accuraat
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
Analyseren
Niveau 2:
Niveau 3:
Arbeidsveiligheid kenmerkt zich in het gedrag van de werknemer waarin hij zijn taak uitvoert zonder effecten te ondervinden van slechte arbeidshygiëne of een arbeidsongeval. Om dit te kunnen zal de werknemer tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden verschillende vormen/niveaus van risicoanalyse uitvoeren.
Niveau 2:
Niveau 3:
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Niveau 2:
Niveau 3:
Aanpassen van de eigen stijl, benadering en gedrag aan wisselende eisen en omstandigheden. Openstaan voor nieuwe ideeën en actief zoeken naar alternatieven om het gestelde doel te bereiken.
Niveau 2:
Niveau 3:
Dit vakgebied omvat de repressieve taken van de rampenbestrijdingsorganisatie, zoals het operationeel leidinggeven dan wel adviseren bij incidenten van verschillende schaalgrootten (zowel mono- als multidisciplinair). Ook de aan het operationeel optreden gelieerde aandachtsgebieden zoals evaluaties, bedrijfsopvang, nazorg, procedures (w.o. alarmerings- en opschalingsprocedures), Arbowetgeving en andere wettelijke kaders vallen onder dit vakgebied.
Overdrachtsniveau (2):
Expertniveau (3):
Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.
Niveau 2:
Niveau 3:
Niveau 1:
Niveau 3:
(taakgericht) Leiderschap
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Niveau 2:
Niveau 3:
Niveau 1:
Niveau 3:
Oordelen
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
Vanuit een vastgesteld doel bepalen welke taken/activiteiten georganiseerd en gepland moeten worden en daar naar handelen. Bepalen van prioriteiten en aangeven van een volgorde van werkzaamheden.
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op de positionering van de brandweer en rampenbestrijdingsorganisatie in de politiek-bestuurlijke context.
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
Formuleert doelstellingen helder, concreet en meetbaar en maakt duidelijke afspraken. Houdt zich aan de voortgang en informeert en rapporteert daarover. Denkt vooruit.
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
Dit vakgebied omvat het onderwerp risico’s en veiligheid. Het gaat hierbij om onder meer de aandachtsgebieden risicomanagement, risicoanalyses, risicocommunicatie, integraal veiligheidsbeleid, arbeidsveiligheid en milieuveiligheid.
Samenwerken
Niveau 1:
Niveau 2:
Stressbestendig
Niveau 2:
Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement a. Functie algemeen commandant geneeskundige zorg
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Functioneel leiding geven aan de sectie geneeskundige zorg
Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Functioneel leiding geven aan de sectie geneeskundige zorg
Werkzaamheden:
Werkzaamheden:
Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen
Werkzaamheden:
Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
Kerntaak 1:. Strategisch leiding geven aan de GHOR-keten
Kerntaak 2:. Strategisch multidisciplinair adviseren
2.2. Competentiematrix DPG
Kerntaak 1:. Strategisch leiding geven aan de GHOR-keten
Werkzaamheden:
Werkzaamheden:
Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement c. Functie hoofd acute gezondheidszorg
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub c Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Kerntaak 2:. Adviseren van de ACGZ
2.2 Competentiematrix HAG
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Werkzaamheden:
Kerntaak 2:. Adviseren van de ACGZ
Werkzaamheden:
Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
Kerntaak 1:. Het organiseren, bewaken en borgen van het informatieproces monodisciplinair
Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie informatiemanagement
Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen
Kerntaak 1:. Het organiseren, bewaken en borgen van het informatieproces monodisciplinair
Werkzaamheden:
Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie ondersteuningsmanagement
Werkzaamheden:
Werkzaamheden:
Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement e. Functie hoofd ondersteuning geneeskundige zorg
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Functioneel leiding geven aan de backoffice GHOR
Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen
2.2. Competentiematrix HON
In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Functioneel leiding geven aan de backoffice GHOR
Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie ondersteuningsmanagement
Werkzaamheden:
Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen
Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement f. Functie hoofd publieke gezondheidszorg
1.1. Algemene informatie
Functienaam: hoofd publieke gezondheidszorg (HPG)
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Coördineren van het proces publieke gezondheidszorg
Kerntaak 2:. Adviseren van de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ)
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Coördineren van het proces publieke gezondheidszorg
Werkzaamheden:
Werkzaamheden:
Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement g. Functie officier van dienst geneeskundig
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Leiding geven aan de geneeskundige hulpverlening op het plaats incident
Kerntaak 3:. Rapporteren en adviseren
2.2. Competentiematrix OvD-G
3.1. Uitwerking kerntaken
Werkzaamheden:
Kerntaak 2:. Multidisciplinair samenwerken
Werkzaamheden:
Kerntaak 3:. Rapporteren en adviseren
Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement h. Uitwerking competentiematrix
Voor het competentieprofiel is een kader ontwikkeld dat de volgende competenties onderscheidt:
Gedragscompetenties
G1:. Leidinggeven
Richting en sturing geven aan anderen in het kader van hun taakvervulling; stijl en methode aanpassen aan betrokken individuen, taken en situatie.
G2:. Operationeel management
Aansturen en tot uitvoering brengen van diverse uitvoerende activiteiten. Taken en verantwoordelijkheden toewijzen. Activiteiten coördineren en zonodig knelpunt wegnemen. In organisatorische zin randvoorwaarden creëren.
G3:. Organiseren van eigen werk
G4:. Delegeren
G6:. Mondelinge/schriftelijke communicatie
G7:. Overtuigingskracht
Gebruikmakend van de juiste stijl en methode proberen anderen te overtuigen van een bepaald standpunt en trachten instemming te verkrijgen met bepaalde plannen, ideeën of activiteiten.
Signaleren van problemen, herkennen van belangrijke informatie; verbanden leggen tussen gegevens. Opsporen van mogelijke oorzaken van problemen; zoeken naar ter zake doende gegevens.
Gegevens en mogelijke alternatieve handelwijzen in het licht van relevante criteria tegen elkaar afwegen en tot realistische beoordelingen komen.
Onderkennen van invloed en gevolgen van eigen beslissingen of activiteiten op andere onderdelen van de organisatie; onderkennen van belangen van andere onderdelen van de organisatie.
Effectief blijven handelen door zich aan te passen aan veranderde omstandigheden, taken verantwoordelijkheden en/of mensen.
G16:. Stressbestendigheid
Effectief blijven presteren onder tijdsdruk, bij tegenslag en onder extreme fysieke en psychische omstandigheden.
O1: Beleid van de rampenorganisaties in het algemeen en de GHOR-ketenorganisaties in het bijzonder met betrekking tot de ontwikkelingen in structuur, cultuur en inhoudelijke processen en procedures.
O2: Ontwikkelingen in de structuur en processen van de rampenorganisaties in het algemeen en de GHOR-ketenorganisaties in het bijzonder.
O3: De actuele organisatiestructuur en primaire processen en procedures van de GHOR-ketenorganisaties.
Heeft inzicht in verantwoordelijkheden en bevoegdheden.
Kent de richtlijnen, protocollen en procedures en kan deze toepassen en waar nodig bijstellen.
Heeft kennis van en kan gebruik maken van de beschikbare (technische) hulpmiddelen.
V6:. Juridische aspecten
Kent de juridische aspecten die van invloed zijn op de functies binnen de operationele GHOR organisatie.
Niveau: 2
Niveau: 3
Niveau: 4
Niveau: 5
Niveau: 6
Niveau: 8
Niveau: Strategisch
Niveau: Tactisch
Is en houdt zich op de hoogte van de ontwikkelingen m.b.t. de rampenorganisaties en inhoudelijke processen en procedures. Kent de relevante sleutelfiguren in het uitvoeringsveld.
Niveau: Operationeel
Is en houdt zich op de hoogte van de ontwikkelingen mbt de GHOR-ketenorganisaties en de primaire processen in het algemeen en die van het eigen beroepsdomein in het bijzonder. Kent de relevante sleutelfiguren in zijn beroepsdomein.
Niveauduiding vaktechnische competenties
Niveau: Op detailniveau.
Niveau: Op hoofdlijnen.
Niveau: Op gemiddeld niveau.
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3 sub a Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
¹ Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij» worden gelezen.
In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.
Kerntaak 1:. Leidinggeven aan het gemeenschappelijk meldkamerproces
De calamiteitencoördinator geeft leiding aan de multidisciplinaire invulling van het gemeenschappelijke meldkamerproces binnen het meldkamerdomein. Een adequate en snelle opschaling en het borgen van de veiligheid van de hulpverleningsdiensten zijn hierbij belangrijke aandachtspunten.
De calamiteitencoördinator geeft doelmatig sturing aan het verzamelen van relevante gegevens, het verwerken tot informatie en de deling van de informatie bij, alarmering en opschaling van de bestrijdingsorganisatie.
De competenties voor de functie calamiteitencoördinator meldkamer zijn te vinden in onderstaande tabel.
In supplement j. is het competentieoverzicht uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken
De calamiteitencoördinator geeft leiding aan de multidisciplinaire invulling van het gemeenschappelijke meldkamerproces binnen het meldkamerdomein. Een adequate en snelle opschaling en het borgen van de veiligheid van de hulpverleningsdiensten zijn hierbij belangrijke aandachtspunten. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
De calamiteitencoördinator geeft doeltreffend en doelmatig sturing aan het verzamelen van relevante gegevens, het verwerken tot informatie en de deling van de informatie bij, alarmering en opschaling van de bestrijdingsorganisatie conform de GRIP structuur. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3 sub b Besluit personeel veiligheidsregio’s
2.1. Kerntaken
De evaluator multidisciplinair oefenen zorgt ervoor dat hij een heldere opdrachtformulering ontvangt. Hij bereidt zich aan de hand van de opdrachtkaders en relevante documentatie voor op het observeren en evalueren van de multidisciplinaire oefening en maakt werkafspraken met zijn collega evaluatoren.
Kerntaak 2:. Het observeren van teamgedrag en -prestaties (inhoud, proces en resultaat)
De evaluator multidisciplinair oefenen observeert aan de hand van geoperationaliseerde oefendoelen (organisatorisch, functioneel en/of persoonlijk) de deelnemers aan de oefening en legt zijn waarnemingen vast.
De evaluator multidisciplinair oefenen legt zijn observaties, zijn oordeel hierover en zijn aanbevelingen schriftelijk vast in een evaluatierapport. De eindrapportage wordt aangeboden aan de opdrachtgever.
Kerntaak 5:. Afronding
De evaluator multidisciplinair oefenen evalueert de klanttevredenheid van de opdrachtgever en de deelnemers.
In supplement k. is deze competentiematrix uitgewerkt.
De evaluator multidisciplinair oefenen zorgt ervoor dat hij een heldere opdrachtformulering ontvangt. Hij bereidt zich aan de hand van de opdrachtkaders en relevante documentatie voor op het observeren en evalueren van de multidisciplinaire oefening en maakt werkafspraken met zijn collega evaluatoren.
Werkzaamheden
De evaluator multidisciplinair oefenen zorgt ervoor dat hij een heldere opdrachtformulering ontvangt. Hij bereidt zich aan de hand van de opdrachtkaders en relevante documentatie voor op het observeren en evalueren van de multidisciplinaire oefening en maakt werkafspraken met zijn collega evaluatoren.
Werkzaamheden
De evaluator multidisciplinair oefenen analyseert zijn observaties, formuleert een oordeel hierover en doet aanbevelingen. Hij bespreekt dit met de deelnemers.
De Evaluator Multidisciplinair Oefenen legt zijn observaties, zijn oordeel hierover en zijn aanbevelingen schriftelijk vast in een evaluatierapport. De eindrapportage wordt aangeboden aan de opdrachtgever.
In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.
De informatiemanager COPI verzamelt, analyseert en beoordeelt zelfstandig informatie in het COPI. Tevens is hij verantwoordelijk voor het verzorgen van een adequaat en doelmatig informatieproces in het COPI. Hij is hiermee voorwaardenscheppend voor andere functionarissen in het COPI.
De competenties voor de functie informatiemanager commando plaats incident zijn te vinden in onderstaande tabel.
In supplement j. is het competentieoverzicht uitgewerkt.
Kerntaak 1:. Zorg dragen voor het informatieproces in het COPI
De informatiemanager COPI verzamelt, analyseert en beoordeelt zelfstandig informatie in het COPI. Tevens is hij verantwoordelijk voor het verzorgen van een adequaat en doelmatig informatieproces in het COPI. Hij is hiermee voorwaardenscheppend voor andere functionarissen in het COPI. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3 sub d Besluit personeel veiligheidsregio’s
De informatiemanager ROT zorgt voor het verzamelen, analyseren en beoordelen van informatie ten behoeve van het totaalbeeld van de ramp of crisis. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor het beschikbaar houden van een actueel totaalbeeld tijdens een ramp of crisis.
De informatiemanager ROT geeft leiding en invulling aan de sectie informatiemanagement..
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
De competenties voor de functie informatiemanager regionaal operationeel team zijn te vinden in onderstaande tabel.
Werkzaamheden
De informatiemanager ROT zorgt voor het verzamelen, analyseren en beoordelen van informatie ten behoeve van het totaalbeeld van de ramp of crisis. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor het beschikbaar houden van een actueel totaalbeeld tijdens een ramp of crisis.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Kerntaak 2:. Sturing geven aan de regionale informatieorganisatie
De informatiemanager ROT geeft leiding en invulling aan de multidisciplinaire sectie informatiemanagement in het ROT. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Kerntaak 3:. Optreden als adviseur in het informatieproces
De informatiemanager ROT geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de regionaal operationeel leider vanuit het informatieproces. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3 sub e Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.
De leider commando plaats incident (COPI), adviseert en deelt doeltreffend en doelmatig informatie mede aan het lokale bestuur bij GRIP 1 en in het geval van GRIP 2 (en hoger) naar de regionaal operationeel leider.
2.2. Competenties
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
De competenties voor de functie leider commando plaats incident zijn te vinden in onderstaande tabel.
De leider commando plaats incident (COPI), geeft leiding aan de multidisciplinaire samenwerking in het COPI. Hij is verantwoordelijk voor het multidisciplinair aanpakken van de gevolgen van het incident. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Werkzaamheden
De leider commando plaats incident (COPI), adviseert en deelt doeltreffend en doelmatig informatie mede aan het lokale bestuur bij GRIP 1 en in het geval van GRIP 2 (en hoger) naar de regionaal operationeel leider.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Supplement f. Functie procesmanager multidisciplinair oefenen
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3 sub f Besluit personeel veiligheidsregio’s
2.1. Kerntaken
De PMO levert binnen de veiligheidsregio een inhoudelijke bijdrage aan het opstellen en uitvoeren van het (meerjaren)beleid op het gebied van multidisciplinaire OTO activiteiten. Onderdeel daarvan is een beleidskader voor de evaluatie van deze activiteiten en de systematiek van borging. De PMO is bovendien mede verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van het jaarplan ‘Oefenen» van de desbetreffende veiligheidsregio.
Kerntaak 2:. Het ontwikkelen, organiseren en uitvoeren van multidisciplinaire OTO activiteiten
Kerntaak 3:. Borgen van de kwaliteit van multidisciplinaire OTO activiteiten
Kerntaak 4:. Het leren van multidisciplinaire OTO activiteiten door de cyclische inzet van evaluaties
De PMO is verantwoordelijk voor het verzorgen van communicatie en public relations (PR) aangaande de ontwikkeling, voorbereiding en uitvoering van de multidisciplinaire OTO activiteiten. Daartoe stelt hij een communicatiebeleidsplan op. Hij draagt er zorg voor dat alle betrokkenen binnen de veiligheidsregio tijdig en juist zijn geïnformeerd. Zijn inzet is er tevens op gericht relevante partners in de veiligheidsregio te overtuigen van het nut en de noodzaak van de multidisciplinaire OTO activiteiten. Mede doordat hij zijn contacten met relevante betrokkenen zorgvuldig onderhoudt, creëert de PMO draagvlak voor de multidisciplinaire OTO activiteiten. De uitkomsten van evaluatie van ontwikkelde en uitgevoerde activiteiten koppelt de PMO terug aan alle relevante betrokkenen en het management team (MT). Hij legt zowel mondeling als schriftelijk verantwoording af over de verrichte werkzaamheden en behaalde resultaten.
Kerntaak 1:. Bijdragen aan beleidsvorming op het gebied van multidisciplinaire OTO activiteiten
De PMO zorgt voor de afstemming van het (meerjaren)beleid en het jaarplan ‘Oefenen» met de regionale en landelijke richtlijnen. Ook stemt hij het beleid en het plan af op de mono-disciplinaire oefenplannen van andere diensten en de behoeften van zowel de eigen organisatie als die van de partners.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Werkzaamheden
De PMO vertaalt het vastgestelde (meerjaren)beleid in effectieve multidisciplinaire OTO activiteiten. Het team dat zorgt voor voorbereiding, uitvoering en evaluatie, ontwikkelt deze activiteiten onder zijn verantwoordelijke leiding. Daarbij houdt de PMO rekening met leerbehoefte(n), ontwikkelnoodzaak en leervoorkeur(en). In overleg met multidisciplinaire partners zorgt de PMO dat deze activiteiten worden uitgevoerd. De PMO draagt er zorg voor dat de deelnemers aan én begeleiders van de multidisciplinaire OTO-activiteiten, zijn of worden geïnstrueerd. Onder zijn verantwoordelijkheid vindt observatie en evaluatie van de activiteiten plaats. Indien nodig geeft de PMO zelf tussentijds feedback.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Werkzaamheden
De PMO bewaakt de kwaliteit van de multidisciplinaire OTO activiteiten. Hij stelt voor iedere activiteit eenduidige kwaliteitscriteria op, in samenspraak met zijn team en relevante partners in de veiligheidsregio. Deze criteria zijn SMART geformuleerd. De PMO zorgt op basis van deze criteria voor evaluatie van de activiteiten en levert op die manier input ten behoeve van het kwaliteitssysteem in de desbetreffende veiligheidsregio. Op grond van de analyse adviseert de PMO in bijstelling en/of aanpassing van de multidisciplinaire OTO activiteiten.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Werkzaamheden
De PMO evalueert op cyclische basis, systematisch de kwaliteit van de multidisciplinaire OTO activiteiten, alsmede het professionele functioneren van de betrokken partijen. Evaluatie geschiedt, aan de hand van de vooraf gestelde criteria, in samenspraak met alle relevante betrokken partijen uit de veiligheidsregio. Daarbij stimuleert de PMO de betrokkenen tot reflectie op het eigen handelen.
Kerntaak 5:. Het verzorgen van communicatie en public relations in het kader van de multidisciplinaire OTO activiteiten
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Kerntaak 1:. Leiding geven aan het ROT
De regionaal operationeel leider geeft leiding aan de multidisciplinaire samenwerking in het ROT. Hij is verantwoordelijk voor het multidisciplinair aanpakken van het effectgebied van het incident. Hierin vertaalt hij de tactische informatie waar nodig naar strategische beslispunten en treedt in voorkomende gevallen namens het ROT op als adviseur naar het bestuur/de burgemeester (beleidsteam).
Kerntaak 2:. Adviseren en informeren aan/van het beleidsteam
De regionaal operationeel leider, is verantwoordelijk voor de benodigde informatie overdracht en advisering aan de burgemeester (beleidsteam). Hij vertaalt de tactische informatie waar nodig naar strategische beslispunten en treedt in voorkomende gevallen namens het ROT op als adviseur. (Vanaf GRIP 2 is de regionaal operationeel leider verantwoordelijk voor het samenstellen van realistische multidisciplinair samengestelde scenario’s, heldere adviezen en beslispunten voor het beleidsteam.)
2.2. Competenties
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
3.1. Uitwerking kerntaken
Werkzaamheden
De regionaal operationeel leider, is verantwoordelijk voor de benodigde informatie overdracht en advisering aan de burgemeester (beleidsteam). Hij vertaalt de tactische informatie waar nodig naar strategische beslispunten en treedt in voorkomende gevallen namens het ROT op als adviseur. (Vanaf GRIP 2 is de regionaal operationeel leider verantwoordelijk voor het samenstellen van realistische multidisciplinair samengestelde scenario’s, heldere adviezen en beslispunten voor het beleidsteam.)
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Kerntaak 1:. Informeren van media
De voorlichtingsfunctionaris commando plaats incident (COPI) heeft als primaire taak het informeren van de media en het geven van sturing aan het totale proces voorlichting bij het plaats incident.
Kerntaak 2:. Informatie delen
2.2. Competenties
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Informeren van media
Kerntaak 2:. Informatie delen
Werkzaamheden
Bijlage C. behorende bij artikel 2 lid 3 Besluit personeel veiligheidsregio’s
Supplement i. Functie voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel team
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3 sub i Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Het adviseren van het ROT over alle aspecten van voorlichting
De voorlichtingsfunctionaris ROT is verantwoordelijk voor een adequate en volledige communicatie met én advisering aan het ROT. Hij adviseert en informeert het ROT, waarmee dit team besluiten kan nemen op het operationeel niveau.
Kerntaak 2:. Sturing geven aan het communicatieproces
De voorlichtingsfunctionaris ROT geeft sturing aan het totale proces voorlichting. Hij draagt zorg voor een goedlopend voorlichtingsproces. Hij zorgt voor tijdige en kwalitatief hoogwaardige adviezen.
2.2. Competenties
De competenties voor de functie voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel team zijn te vinden in onderstaande tabel.
In supplement j. is het competentieoverzicht uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken
Werkzaamheden
De voorlichtingsfunctionaris ROT is verantwoordelijk voor een adequate en volledige communicatie met en advisering aan het ROT. Hij adviseert en informeert het ROT, waarmee dit team besluiten kan nemen op operationeel niveau. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Kerntaak 2:. Sturing geven aan het communicatieproces
Werkzaamheden
Voor het competentieprofiel is een kader ontwikkeld dat de volgende competenties onderscheidt:
In deze bijlage zijn alle competenties, die zijn benoemd in de kwalificatiedossiers van de functionarissen werkzaam binnen de organisatie van rampenbestrijding en crisisbeheersing, opgenomen.
Aanpassingsvermogen
Effectief blijven handelen door zich aan te passen aan veranderde omstandigheden, taken verantwoordelijkheden en/of mensen.
Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.
Omgevingsbewustzijn
Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.
Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.
Overtuigingskracht
Het verkrijgen van instemming en enthousiasme voor bepaalde doelen, plannen of ideeën zodat deze worden geaccepteerd of gedragen.
Vanuit een vastgesteld doel bepalen welke taken/activiteiten georganiseerd en gepland moeten worden en daar naar handelen. Bepalen van prioriteiten en aangeven van een volgorde van werkzaamheden.
Politiek-bestuurlijk inzicht
Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op de positionering van de brandweer en rampenbestrijdingsorganisatie in de politiek-bestuurlijke context.
Signaleren van problemen, herkennen van belangrijke informatie; verbanden leggen tussen gegevens. Opsporen van mogelijke oorzaken van problemen; zoeken naar ter zake doende gegevens.
Samenwerken
Zich inzetten om met anderen resultaten te bereiken en daarmee bijdragen aan een gezamenlijk doel. Denken en handelen vanuit gemeenschappelijke belangen.
Kalm, objectief en effectief blijven functioneren bij tijdsdruk, tegenslag, teleurstelling of tegenspel. Om kunnen gaan met weerstanden.
Sturing geven aan proces
Op inspirerende wijze richting geven aan het proces. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden.
Kerncompetenties: bij de functieomschrijving de verschillende kerncompetenties beschreven, van gedragsvoorbeelden voorzien en vervolgens gekoppeld aan niveauduiding. Deze niveauduiding is opgedeeld in het niveau aangaande de strategische/organisatorische competenties en het niveau aangaande de sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties.
Strategische/organisatorische competenties: dit betreft de verschillende competenties die met name betrekking hebben op het geven van richting aan organisatie(onderdeel) (visie, strategievorming) en de inrichting van het werk (de interne organisatie). Deze competenties zijn vervolgens gekoppeld aan een niveauduiding
Accuraat
Zorgvuldig en stipt handelen, gericht op het voorkómen van fouten. Nauwkeurig uitvoeren van activiteiten.
Niveau 1
Niveau 3:
Samenwerken
Niveau 2:
Niveau 3
Niveau 1
Niveau 2
Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.
Niveau 2:
Niveau 1
Plannen, organiseren en coördineren
Vanuit een vastgesteld doel bepalen welke taken/activiteiten georganiseerd en gepland moeten worden en daar naar handelen. Bepalen van prioriteiten en aangeven van een volgorde van werkzaamheden.
Niveau 1
Niveau 2
Leren en reflecteren
Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.
Niveau 1
Niveau 3:
Niveau 1
Niveau 2
Problemen oplossen
Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.
Niveau 2
Niveau 1
Niveau 3
Oordelen
Niveau 2
Niveau 3:
Niveau 1
Niveau 2
Probleem oplossen
Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.
Niveau 1
Niveau 3:
Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Niveau 2:
Niveau 3:
Niveau 1
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Niveau 1
(taakgericht) Leiderschap
Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.
Niveau 1
Niveau 2
Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.
Niveau 1
Niveau 3:
(mondeling) Communiceren
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Niveau 1
Niveau 3
Inleven
Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.
Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.
Niveau 1
Niveau 3:
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 1:
Niveau 2
Niveau 3
Politiek-bestuurlijk inzicht
Niveau 2
Niveau 3:
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.