← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 juni 2010, nr. 2010-0000147401, CZW/WVOB, houdende regels over functies voor het personeel van de veiligheidsregio’s (Regeling personeel veiligheidsregio’s)

Geldende tekst a fecha 2023-04-25

Gelet op artikel 2 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.

Artikel 1
1.

Met betrekking tot de functies, genoemd in bijlage 1 en bijlage 1a bij het Besluit personeel veiligheidsregio’s, zijn de taken die behoren tot deze functies, de competenties die vereist zijn om deze taken te vervullen, en het daarvoor vereiste competentieniveau opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage A.

2.

Met betrekking tot de functies, genoemd in artikel 2, tweede lid, van het Besluit personeel veiligheidsregio’s, zijn de taken die behoren tot deze functies, de competenties die vereist zijn om deze taken te vervullen, en het daarvoor vereiste competentieniveau opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage B.

3.

Met betrekking tot de functies, genoemd in artikel 2, derde lid, van het Besluit personeel veiligheidsregio’s, zijn de taken die behoren tot deze functies, de competenties die vereist zijn om deze taken te vervullen, en het daarvoor vereiste competentieniveau opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage C.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio’s in werking treedt.

Artikel 3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling personeel veiligheidsregio’s.

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement a. Functie adviseur gevaarlijke stoffen

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

1.1. Algemene informatie

Functienaam: Adviseur gevaarlijke stoffen

2.1. Kerntaken

2.1. Kerntaken en werkgebieden

De AGS analyseert en beoordeelt het incident tijdens de uitruk- en verkenningsfase op basis van de beschikbare gegevens en vertaalt deze informatie naar mogelijke scenario’s en scenario ontwikkelingen. De AGS stelt dit beeld gedurende het incident zo nodig bij. Op basis van de gekozen scenario’s formuleert de AGS een mono- en multidisciplinair advies. Hierbij houdt hij rekening met operationele mogelijkheden en sluit hij aan op de doelgroep en de belangen van de ontvanger(s).

Kerntaak 2:. Vormen advies

Op basis van de gekozen scenario’s formuleert de AGS een advies. Hierbij houdt hij rekening met operationele mogelijkheden en sluit hij aan op de doelgroep en de belangen van de ontvanger(s).

Kerntaak 3:. Optreden als AGS (overdragen advies en samenwerken met betrokken partijen) bij incidenten met gevaarlijke stoffen

In het brongebied brengt de AGS, onder turbulente omstandigheden, een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, maar ook samenwerking en afstemming met betrokken partijen, als bij een COPI, spelen hierbij een belangrijke rol. Daarnaast kan de AGS optreden als adviseur van het OT. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Kerntaak 1:. Analyseren en beoordelen incident

Werkzaamheden

Niveau A: inschatten, non-verbaal

Onderkent en verplaatst zich in de gevoelens en behoeften van anderen, en houdt rekening met de gevolgen van eigen handelen op andere mensen of onderdelen van de organisatie.

Niveau B: reageren

Vereiste competenties en niveaus van functioneren AGS

Beoordelingscriteria

Kerntaak 2:. Vormen advies

Werkzaamheden

Op basis van de gekozen scenario’s formuleert de AGS een advies. Hierbij houdt hij rekening met operationele mogelijkheden en sluit hij aan op de doelgroep en de belangen van de ontvanger(s). Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Supplement b. Functie bevelvoerder

Beoordelingscriteria

1.1. Algemene informatie

Werkzaamheden

Beschrijving van de functie: De bevelvoerder:

Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Informeert en draagt advies voortvloeiend uit kerntaak 2 over aan alle betrokkenen.

Vereiste competenties en niveaus van functioneren AGS

Kerntaak 2:. verkennen van het incident*

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Kerntaak 3:. bestrijden van het incident*

De bevelvoerder bestrijdt het incident op basis van zijn inzetplan. Hij geeft daarbij leiding aan de eenheden die onder zijn bevel staan.

Kerntaak 4:. herstellen na het incident*

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Kerntaak 1:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de uitrukwerkzaamheden

Geeft leiding aan de uitvoering van de werkzaamheden op het gebied van de voorbereiding op de verkenning en inzet.

Kerntaak 1:. uitrukken naar het incident*

De bevelvoerder rukt samen met zijn manschap(pen) uit naar het incident in een brandweereenheid. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid qua verkenningsplan en voorlopig inzetplan ter plaatse.

Werkzaamheden:

De bevelvoerder verkent of laat zijn manschappen methodisch en veilig het incident verkennen. Op basis van de bevindingen maakt hij zijn (voorlopig) inzetplan definitief.

Kerntaak 3:. bestrijden van het incident*

De bevelvoerder bestrijdt het incident op basis van zijn inzetplan. Hij geeft daarbij leiding aan de eenheden die onder zijn bevel staan.

De kerntaken worden uitgevoerd in vier te onderscheiden operationele taakgebieden:

De bevelvoerder bestrijdt het incident op basis van zijn inzetplan. Hij geeft daarbij leiding aan de eenheden die onder zijn bevel staan.

Werkzaamheden:

De bevelvoerder geeft leiding aan de bemensing van een blusvoertuig en de bemensing van een bijzonder voertuig dat aan zijn tankautospuit is gekoppeld. De bevelvoerder voert taken uit in het kader van het bestrijden van de brand in de ruimste zin van het woord. De bevelvoerder maakt gebruik van alle mensen en middelen die hem ter beschikking staan.

Kerntaak 1:. uitrukken naar het incident*

Werkzaamheden:

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement c. Functie brandweerduiker

Kerntaak 2:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de verkenningswerkzaamheden

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 3:. bestrijden van het incident*

Kerntaak 3:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de inzetwerkzaamheden

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Kerntaak 4:. herstellen na het incident*

Kerntaak 4:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de nazorgwerkzaamheden

Werkzaamheden:

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement c. Functie brandweerduiker

3.1. Uitwerking kerntaken

De brandweerduiker moet kunnen omgaan met schokkende gebeurtenissen.

4.1. Competenties

Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning

Werkzaamheden

Kerntaak 2:. Inzet

Kerntaak 3:. Nazorg

Werkzaamheden

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement d. Functie centralist meldkamer

Kerntaak 1:. Uitruk/Verkenning

1.1. Algemene informatie

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Tijdens en na afloop van het incident legt de centralist meldkamer relevante informatie over (het verloop van) het incident vast in het meldkamersysteem. Hij reflecteert op zijn handelen en de samenwerking. De centralist meldkamer levert, indien nodig, een bijdrage aan de evaluatie van het incident.

Algemene werkzaamheden

3.1. Uitwerking kerntaken

Werkzaamheden

4.1. Competenties

Beoordelingscriteria

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement d. Functie centralist meldkamer

Kerntaak 3:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de inzetwerkzaamheden

1.1. Algemene informatie

2.1. Kerntaken

Kerntaak 1:. Ontvangen en aannemen van een inkomende melding

Werkzaamheden

Kerntaak 2:. Uitgeven van een melding en ondersteunen van de inzet

Beoordelingscriteria

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Na afloop van het incident legt de centralist meldkamer de relevante informatie vast. Hij evalueert het eigen handelen en levert, indien van toepassing, een bijdrage aan de algemene evaluatie van de melding.

Algemene werkzaamheden

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 1:. Ontvangen en aannemen van een melding

Werkzaamheden

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Kerntaak 1:. uitrukken naar het incident*

Kerntaak 2:. Uitgeven van een melding en ondersteunen van de inzet

Kerntaak 2:. herstellen na het incident*

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied

Kerntaak 1:. uitrukken naar het incident*

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Werkzaamheden:

Kerntaak 2:. herstellen na het incident*

Supplement e. Functie chauffeur

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub e Besluit personeel veiligheidsregio’s

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement f. Functie commandant van dienst

Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning

De brandweerduiker selecteert uit de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen, controleert deze, trekt deze aan en voert een buddycheck uit. Hij draagt zorg voor voldoende fysieke en mentale getraindheid.

Kerntaak 1:. uitrukken naar het incident*

2.1. Kerntaken

De kerntaken van de commandant van dienst liggen in het verlengde van de hiervoor geschetste rollen. Bij de beschrijving van de kerntaken is rekening gehouden met de beschrijving van de Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijding Procedure (GRIP).

De chauffeur ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt er na terugkomst op de kazerne voor dat het voertuig weer uitruk gereed is. De chauffeur werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Kerntaak 2:. Adviseren van de burgemeester in het beleidsteam

Kerntaak 1:. uitrukken naar het incident*

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Werkzaamheden:

3.1. Uitwerking kerntaken

Kerntaak 1:. Optreden als operationeel leider ROT

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Heeft een goede fysieke en psychische conditie.

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement g. Functie controleur brandpreventie

Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

1.1. Algemene informatie

De commandant van dienst treedt op als operationeel leider (OL) en geeft in die rol leiding aan de multidisciplinaire samenwerking in het ROT. Hij is verantwoordelijk voor het multidisciplinair aanpakken van de gevolgen van het incident. Hij vertaalt de tactische informatie waar nodig naar strategische beslispunten en treedt in voorkomende gevallen namens het OT op als adviseur naar het bestuur/de burgemeester (BT). Vanaf GRIP 3 is de OL verantwoordelijk voor het samenstellen van realistische multidisciplinair samengestelde scenario’s, heldere adviezen en beslispunten voor het BT.

Kerntaak 1:. Controleren

2.1. Kerntaken

Kerntaak 2:. Rapporteren

De controleur brandpreventie rapporteert na locatiebezoek aan de leidinggevende en de gebruiker. Hij rapporteert klachten aan de leidinggevende.

Kerntaak 3:. Geven van voorlichting

De controleur brandpreventie geeft situatiespecifieke voorlichting over gebruiksvoorwaarden met betrekking tot de brandveiligheid.

Werkzaamheden

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Kerntaak 1:. Controleren

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

Kerntaak 2:. Rapporteren

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

Kerntaak 3:. Geven van voorlichting

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement h. Functie docent

Supplement e. Functie chauffeur

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub e Besluit personeel veiligheidsregio’s

Kerntaak 1:. Controleren

Beschrijving van de functie: De docent:

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Kerntaak 1:. didactisch handelen

Voorbereiden, verzorgen en evalueren van activerend onderwijs afgestemd op het naar in werksituaties vereiste gedrag.

Kerntaak 2:. coachen en begeleiden van deelnemers en instructeurs

Coachen en begeleiden van deelnemers in relatie tot studievoortgang, leerproces en leerproblematiek. Coachen en begeleiden van instructeurs bij hun taakuitoefening.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Kerntaak 3:. Geven van voorlichting

Werkzaamheden

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied

Kerntaak 1:. didactisch handelen

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Werkzaamheden:

Kerntaak 2:. coachen en begeleiden van deelnemers en instructeurs

1.1. Algemene informatie

Werkzaamheden:

Beschrijving van de functie: De docent:

2.1. Kerntaken en taakgebieden

1 Daar waar hij staat, kan ook zij gelezen worden.

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

De kerntaken van de commandant van dienst liggen in het verlengde van de hiervoor geschetste rollen. Bij de beschrijving van de kerntaken is rekening gehouden met de beschrijving van de Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijding Procedure (GRIP).

Kerntaak 1:. Optreden als operationeel leider ROT

De commandant van dienst treedt op als operationeel leider (OL) en geeft in die rol leiding aan de multidisciplinaire samenwerking in het ROT. Hij is verantwoordelijk voor het multidisciplinair aanpakken van de gevolgen van het incident. Hij vertaalt de tactische informatie waar nodig naar strategische beslispunten en treedt in voorkomende gevallen namens het OT op als adviseur naar het bestuur/de burgemeester (BT). Vanaf GRIP 3 is de OL verantwoordelijk voor het samenstellen van realistische multidisciplinair samengestelde scenario’s, heldere adviezen en beslispunten voor het BT.

Kerntaak 2:. Adviseren van de burgemeester in het beleidsteam

Beschrijving van de functie: De duikploegleider:

Op de volgende pagina’s worden de kerntaken nader uitgewerkt aan de hand van activiteiten en beoordelingscriteria.

De duikploegleider rukt samen met de rest van de duikploeg uit naar het incident. Hij maakt een inschatting van de aard, omvang en dynamiek van het incident en selecteert het van toepassing zijnde scenario. Hij schaalt indien nodig met extra duikploegen op en adviseert de bevelvoerder of officier van dienst ten aanzien van de overige ondersteunende eenheden. De duikploegleider ziet toe op de fysieke en mentale conditie van de duikploeg.

3.1. Uitwerking kerntaken

Werkzaamheden:

Kerntaak 2:. coachen en begeleiden van deelnemers en instructeurs

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Werkzaamheden:

3.1. Uitwerking kerntaken

4.1. Competenties

Werkzaamheden:

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Niveau D (besluiten)

1.1. Algemene informatie

1.1. Algemene informatie

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

De controleur brandpreventie controleert het brandveilig gebruik aan de hand van de gebruiksvoorwaarden uit het Gebruiksbesluit en handelt klachten af.

Kerntaak 2:. Rapporteren

De controleur brandpreventie rapporteert na locatiebezoek aan de leidinggevende en de gebruiker. Hij rapporteert klachten aan de leidinggevende.

Kerntaak 3:. Geven van voorlichting

Beschrijving van de functie: De gaspakdrager:

Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de controleur brandpreventie vastgesteld.

De gaspakdrager maakt op juiste en doeltreffende wijze gebruik van de door de inzetleider (op advies van OvD/AGS) geselecteerde beschermingsmiddelen en controleert deze. Hij voert, op veilige wijze en volgens geldende procedures, een verkenning uit met een collega gaspakdrager. De gaspakdrager voert metingen, monstername en waarnemingen uit in het brongebied van het incident en draagt de resultaten over aan de inzetleider.

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

3.1. Uitwerking kerntaken

4.1. Competenties

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

Kerntaak 2:. Inzet

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement k. Functie hoofdofficier van dienst

Werkzaamheden

1.1. Algemene informatie

Beoordelingscriteria

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub h Besluit personeel veiligheidsregio’s

Kerntaak 1:. Taakcommandant Brandweer*

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 2:. Algemeen Commandant Brandweerzorg*

De HOvD geeft als Algemeen Commandant Brandweerzorg leiding aan de totale brandweerinzet die de bron- en effectbestrijding uitvoert. Hij doet dit door leiding te geven aan het actiecentrum Brandweerzorg waarvan de samenstelling op basis van de incidenttypering kan variëren. Hij neemt vanaf GRIP 2 namens de brandweer deel aan het ROT en draagt bij aan het treffen van multidisciplinaire maatregelen in het effectgebied.

Kerntaak 2:. Coachen en begeleiden van cursisten in hun leerproces

De docent begeleidt de deelnemers in hun leerproces en zorgt voor een goed leer- en leefklimaat.

Kerntaak 3:. Begeleiden van toetsmomenten

De docent richt formatieve toetsen in en bereidt cursisten voor op summatieve toetsen.

Kerntaak 1:. Taakcommandant Brandweer

De HOvD geeft als Taakcommandant Brandweer leiding aan brandweereenheden (pelotons) bij de bestrijding van het incident ter plaatse. Bij reguliere incidenten, geeft de Taakcommandant (afhankelijk van de situatie) sturing dan wel advies aan de Officier van Dienst (OvD) Brandweer ter plaatse. Bij grootschalige incidenten is de Taakcommandant (als Hoofd van de taakorganisatie Bron- en Emissiebestrijding, Grootschalige Redding of Grootschalige Ontsmetting) verantwoordelijk voor de bestrijding van het incident (in zijn inzetvak). Tevens kan de Taakcommandant plaatsnemen in het CoPI.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Kerntaak 2:. Algemeen Commandant Brandweerzorg

Werkzaamheden

Werkzaamheden:

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement l. Functie instructeur

Werkzaamheden

1.1. Algemene informatie

Beoordelingscriteria

Kerntaak 3:. Nazorg

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Kerntaak 1:. didactisch handelen*

Beoordelingscriteria

Kerntaak 2:. begeleiden van deelnemers in hun leerproces*

Supplement k. Functie hoofdofficier van dienst

Kerntaak 3:. begeleiden van toetsmomenten*

1.1. Algemene informatie

Beoordelingscriteria

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied

Kerntaak 1:. didactisch handelen

Voorbereiden, verzorgen en evalueren van activerend onderwijs afgestemd op het naar in werksituaties vereiste gedrag.

Werkzaamheden:

Kerntaak 2:. begeleiden van deelnemers in hun leerproces

Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Kerntaak 3:. begeleiden van toetsmomenten

Verzorgen van formatieve toetsen en uitvoeren van toetsmomenten als objectief beoordelaar.

In gevallen waarbij acuut gevaar bestaat voor het milieu of voor de scheepvaart mogen objecten worden opgespoord en geborgen. Beslissing hieromtrent wordt door de bevelvoerder en/of officier van dienst in overleg met de waterbeheerder genomen.

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

De HOvD geeft als Taakcommandant Brandweer leiding aan brandweereenheden (pelotons) bij de bestrijding van het incident ter plaatse. Bij reguliere incidenten, geeft de Taakcommandant (afhankelijk van de situatie) sturing dan wel advies aan de Officier van Dienst (OvD) Brandweer ter plaatse. Bij grootschalige incidenten is de Taakcommandant (als Hoofd van de taakorganisatie Bron- en Emissiebestrijding, Grootschalige Redding of Grootschalige Ontsmetting) verantwoordelijk voor de bestrijding van het incident (in zijn inzetvak). Tevens kan de Taakcommandant plaatsnemen in het CoPI.

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 1:. Uitruk/Verkenning

2.1. Kerntaken

Kerntaak 1:. Initiëren van strategisch beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied en bijdragen aan het strategisch beleid van de organisatie als geheel

Supplement l. Functie instructeur

Kerntaak 2:. Prioriteren en implementeren van vastgesteld beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en de inzet van middelen en situationeel leidinggeven aan zijn organisatieonderdeel/werkgebied

Beoordelingscriteria

Kerntaak 4:. Randvoorwaarden creëren voor en acteren in relevante netwerken

Kerntaak 1:. didactisch handelen*

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Kerntaak 1:. Initiëren van strategisch beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied en bijdragen aan het strategisch beleid van de organisatie als geheel

Werkzaamheden

Verzorgen van formatieve toetsen en uitvoeren van toetsmomenten als objectief beoordelaar.

Beoordelingscriteria

Kerntaak 2:. Prioriteren en implementeren van vastgesteld beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied

Werkzaamheden

Voorbereiden, verzorgen en evalueren van activerend onderwijs afgestemd op het naar in werksituaties vereiste gedrag.

Beoordelingscriteria

De gaspakdrager redt slachtoffers in diverse situaties en voert stabiliserende, bronbestrijdings- en effectbeperkende werkzaamheden uit. De gaspakdrager kan een noodontsmetting toepassen of hierbij assisteren.

Werkzaamheden

De gaspakdrager voert de ontsmettingsprocedure uit en draagt zorg voor een zorgvuldige behandeling en registratie van de door hem gebruikte middelen. Na afloop van de inzet neemt hij met de ploegleden deel aan een evaluatiegesprek over de inzet, en na een traumatische ervaring aan een nazorggesprek.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Kerntaak 4:. Randvoorwaarden creëren voor en acteren in relevante netwerken

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement n. Functie manschap

Werkzaamheden

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 1:. Initiëren van strategisch beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied en bijdragen aan het strategisch beleid van de organisatie als geheel

Kerntaak 3:. Nazorg

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Kerntaak 1:. uitrukken naar het incident*

Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en de inzet van middelen en situationeel leidinggeven aan zijn organisatieonderdeel/werkgebied

Kerntaak 2:. verkennen van het incident*

Kerntaak 4:. Randvoorwaarden creëren voor en acteren in relevante netwerken

Voor de manager veiligheid is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij in beeld in zowel de mono- als multidisciplinaire omgeving.

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 4:. herstellen na het incident*

Kerntaak 1:. Initiëren van strategisch beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied en bijdragen aan het strategisch beleid van de organisatie als geheel

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

De HOVD geeft leiding aan de multidisciplinaire samenwerking in het CoPI. Hij is verantwoordelijk voor het gecoördineerd optreden van alle disciplines ter plaatse van het incident.

Kerntaak 1:. uitrukken naar het incident*

De manschap rukt uit samen met collega manschap(pen), bevelvoerder en chauffeur in een brandweereenheid. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid (persoonlijke bescherming, incidentafhankelijke middelen en een begrepen/bevestigde opdracht) aan bij het incident.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Kerntaak 2:. verkennen van het incident*

Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en de inzet van middelen en situationeel leidinggeven aan zijn organisatieonderdeel/werkgebied

Werkzaamheden:

Treedt op als compagniescommandant:

De manschap richt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, een veilige werkomgeving in. Hij voert de opdracht van de bevelvoerder uit en kiest hierbij zelf de middelen en de werkwijze om dit te realiseren.

Werkzaamheden:

Kerntaak 4:. herstellen na het incident*

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Werkzaamheden:

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement o

Kerntaak 3:. Treffen van maatregelen in het effectgebied

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Functienaam: Manschap

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

1.1. Algemene informatie

2.1. Kerntaken

Kerntaak 1:. Adviseren bij standaard en niet-complexe plantoetsing

De wijze van aanpak en uitvoering van het werk wordt voor een groot deel aan de MB zelf overgelaten. Hij krijgt voornamelijk te maken met niet-complexe vraagstukken op het gebied van brandveiligheid. Hierbij gaat het met name om werkzaamheden die binnen het reguliere werkproces vallen.

2.1. Kerntaken en werkgebieden

Kerntaak 1. : levert input voor beleid op gebied van brandveiligheid

Kerntaak 3:. Onderhouden van netwerken en relevante in- en externe contacten

Daarnaast levert hij input voor de totstandkoming van landelijk, regionaal en/of gemeentelijk integraal veiligheidsbeleid. Hierbij is hij proactief ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen. Hij neemt zelfstandig het initiatief om input te leveren voor beleidsvoorstellen. Daarnaast kan de MB een rol spelen bij de implementatie en de uitvoering van dit beleid.

Kerntaak 2. : verzamelt en geeft informatie over brandveiligheid

De MB stimuleert het bewustzijn van brandveiligheid door contacten te onderhouden met alle partners in het verzorgingsgebied die van belang zijn voor het uitvoeren van zijn werkzaamheden. Hij verzamelt en beheert risico-informatie en zorgt voor terugkoppeling van relevante risico’s aan interne en externe partijen. Ook geeft hij voorlichting over brandveiligheid aan diverse doelgroepen. Verder werkt hij mee aan voorlichtingscampagnes.

Kerntaak 3. : signaleert, analyseert en beoordeelt standaard, niet-complexe brandveiligheidsrisico’s en -maatregelen

De MB signaleert, analyseert en beoordeelt risico-informatie over de brandveiligheid binnen gestelde kaders, om uiteindelijk advies te kunnen uitbrengen over maatregelen om deze risico’s te beheersen (kerntaak 4). Hij signaleert daarbij ook complexe vraagstukken en schakelt dan de SB in.

Kerntaak 4. : adviseert over standaard, niet-complexe brandveiligheidsrisico’s en -maatregelen

De MB brengt onderbouwd advies uit over standaard, niet-complexe brandveiligheidsrisico’s en -maatregelen in de planfase en houdt toezicht op de naleving van brandveiligheid en adviseert over handhaving in de uitvoerings- en gebruiksfase aan:

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Kerntaak 1. : levert input voor beleid op gebied van brandveiligheid

Kerntaak 2. : verzamelt en geeft informatie over brandveiligheid

Kerntaak 3. : signaleert, analyseert en beoordeelt standaard, niet-complexe brandveiligheidsrisico’s en -maatregelen

Kerntaak 4. : adviseert over standaard, niet-complexe brandveiligheidsrisico’s en -maatregelen

4.1. Competenties

Kerntaak 2:. Uitvoeren van inspecties brandpreventie

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement q. Functie medewerker operationele voorbereiding

Beoordelingscriteria

1.1. Algemene informatie

2.1. Kerntaken

Planvorming

Kerntaak 1:. Verlenen van logistieke ondersteuning

Kerntaak 4:. Geven van voorlichting over brandpreventie

Kerntaak 2:. Leveren van informatie voor de operationele dienst

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Materieelbeheer

Kerntaak 3:. Uitvoeren van taken op het gebied van materieel beheer

Supplement q. Functie medewerker operationele voorbereiding

Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker operationele voorbereiding vastgesteld.

1.1. Algemene informatie

1 Overal in dit document waar de manager veiligheid in de mannelijke vorm wordt aangeduid, kan nadrukkelijk ook vrouwelijke vorm gelezen worden. Slechts omwille van de leesbaarheid is voor een enkelvoudige (mannelijke) aanduiding gekozen.

Kerntaak 1:. Verlenen van logistieke ondersteuning

Werkzaamheden

De medewerker operationele voorbereiding draagt er zorg voor dat de benodigde middelen op het juiste moment op de juiste plaats zijn zodat de repressieve taak goed uitgevoerd kan worden.

Beoordelingscriteria

De medewerker operationele voorbereiding draagt zorg voor de controle van bluswatervoorzieningen (o.a. brandkranen), zoekt en verstrekt informatie aan de repressieve dienst over actuele wijzigingen in de infrastructuur in het verzorgingsgebied (bijvoorbeeld in de vorm van bereikbaarheid- en aanvalskaarten) en zoekt en verstrekt informatie aan de repressieve dienst over objecten, zoals de bereikbaarheid van veiligheidsvoorzieningen in objecten.

Werkzaamheden

De manager veiligheid is verantwoordelijk voor de personele zorg en de inzet van middelen van het organisatieonderdeel/werkgebied. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken en de inzet van middelen waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld.

Beoordelingscriteria

Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker operationele voorbereiding vastgesteld.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement r. Functie medewerker opleiden en oefenen

Beoordelingscriteria

1.1. Algemene informatie

2.1. Kerntaken

Kerntaak 1:. Draagt bij aan het ontwikkelen van beleid op het gebied van opleiden en oefenen

Beoordelingscriteria

Kerntaak 2:. Coördineert de uitvoering van beleid

Werkzaamheden

Kerntaak 3:. Kwaliteitsbewaking

Beoordelingscriteria

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement r. Functie medewerker opleiden en oefenen

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Kerntaak 1:. Draagt bij aan het ontwikkelen van beleid op het gebied van opleiden en oefenen

Werkzaamheden

Kerntaak 1:. Draagt bij aan het ontwikkelen van beleid op het gebied van opleiden en oefenen

De medewerker opleiden en oefenen levert een inhoudelijke bijdrage aan het opstellen van het (meerjaren)beleid op het gebied van opleiden en oefenen en het regionaal of gemeentelijk jaarplan voor opleiden en oefenen. Hij draagt voor zijn eigen bijdrage zorg voor de afstemming van het meerjarenbeleid met opleidings- en oefenplannen van andere diensten en de behoefte van de werkomgeving (de eigen organisatie en die van de partners).

Beoordelingscriteria

Kerntaak 2:. Coördineert de uitvoering van beleid

Werkzaamheden

De medewerker opleiden en oefenen:

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Kerntaak 3:. Kwaliteitsbewaking

De medewerker operationele voorbereiding zorgt voor onderhoud van materieel en materiaal. Hij1Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.adviseert zijn leidinggevende over nieuw aan te schaffen materieel en materiaal en geeft input voor beleid op het gebied van materieelbeheer. Hij verzorgt instructie over het gebruik van materieel en materiaal.

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

De medewerker opleiden en oefenen:

De kerntaken worden uitgevoerd in vier te onderscheiden operationele taakgebieden:

De manschap ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt, teruggekomen op de kazerne, ervoor dat de brandweereenheid weer uitruk gereed is. De manschap werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.

Kerntaak 2:. Coördineert de uitvoering van beleid

1.1. Algemene informatie

¹ Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.

2.1. Kerntaken

Kerntaak 1:. Analyseren en beoordelen van effecten van incidenten

Kerntaak 3:. Kwaliteitsbewaking

Kerntaak 2:. Vormen advies

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Kerntaak 3:. Optreden als MPL (overdragen advies en samenwerken met betrokken partijen) bij incidenten met gevaarlijke stoffen

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement s. Functie meetplanleider

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Kerntaak 1:. Analyseren en beoordelen van effecten van incidenten

Werkzaamheden

2.1. Kerntaken

Kerntaak 1:. Analyseren en beoordelen van effecten van incidenten

Kerntaak 1:. Draagt bij aan het ontwikkelen van beleid op het gebied van opleiden en oefenen

Vereiste competenties en niveaus van functioneren MPL

Beoordelingscriteria

Kerntaak 2:. Vormen advies

Werkzaamheden

1.1. Algemene informatie

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Vereiste competenties en niveaus van functioneren MPL

De medewerker brandpreventie adviseert bij standaard bouwvergunningen en niet-complexe milieuvergunningen en meldingen. Daarnaast behandelt hij vergunningen op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en Brandbeveiligingsverordening (BBV) in het kader van brandveilig gebruik. Adviseren bij en behandelen van gebruiksmeldingen en gebruiksvergunningen op basis van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken behoren ook tot de werkzaamheden.

Kerntaak 3:. Optreden als MPL (overdragen advies en samenwerken met betrokken partijen) bij incidenten met gevaarlijke stoffen

Werkzaamheden

Kerntaak 3:. Onderhouden van netwerken en relevante in- en externe contacten

Vereiste competenties en niveaus van functioneren MPL

Beoordelingscriteria

Vereiste competenties en niveaus van functioneren MPL

Beoordelingscriteria

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement t. Functie oefencoördinator

Vereiste competenties en niveaus van functioneren MPL

1.1. Algemene informatie

2.1. Kerntaken

Kerntaak 1:. Bijdragen aan beleidsvorming op het gebied van oefenen

Beoordelingscriteria

Kerntaak 2:. Vertalen van oefenbeleid naar jaarlijkse oefendoelen en thema’s

Supplement s. Functie meetplanleider

Kerntaak 3:. Coördineren en uitvoeren van het oefenprogramma

Beoordelingscriteria

Kerntaak 4:. Evalueren en kwaliteitszorg

Supplement t. Functie oefencoördinator

Kerntaak 1:. Analyseren en beoordelen van effecten van incidenten

1.1. Algemene informatie

De manschap A voert met de overige leden van de blusploeg onder leiding van een bevelvoerder werkzaamheden uit in het kader van de ongevalbestrijding gevaarlijke stoffen. Hij maakt daarbij gebruik van de standaarduitrusting die hem daarvoor ter beschikking staat.

Kerntaak 1:. Bijdragen aan beleidsvorming op het gebied van oefenen

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

Kerntaak 2:. Vertalen van oefenbeleid naar jaarlijkse oefendoelen en thema’s

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

Kerntaak 3:. Coördineren en uitvoeren van het oefenprogramma

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

Kerntaak 4:. Evalueren en kwaliteitszorg

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement u. Functie officier van dienst

Beoordelingscriteria

1.1. Algemene informatie

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

2.1. Kerntaken en taakgebieden

De manschap A voert met de overige leden van de blusploeg onder leiding van de bevelvoerder voorbereidende werkzaamheden uit voor de inzet van een duikteam.

Werkzaamheden

Kerntaak 2:. initiëren en coördineren van multidisciplinaire samenwerking

Beoordelingscriteria

Kerntaak 3:. deelnemen aan het CoPI

Supplement u. Functie officier van dienst

Kerntaak 4:. deelnemen aan het actiecentrum Brandweerzorg

1.1. Algemene informatie

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Leiderschapsprofiel

2.1. Kerntaken en taakgebieden

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied

Kerntaak 1:. leidinggeven aan brandweereenheden bij de bestrijding van het incident

Kerntaak 2:. initiëren en coördineren van multidisciplinaire samenwerking

Werkzaamheden:

Kerntaak 2:. initiëren en coördineren van multidisciplinaire samenwerking

Persoonlijke bescherming(smiddelen)

Werkzaamheden:

Kerntaak 3:. deelnemen aan het CoPI*

Werkzaamheden

Werkzaamheden:

Kerntaak 4:. deelnemen aan het actiecentrum Brandweerzorg

Bij grootschalig monodisciplinair optreden of bij multidisciplinair repressief optreden adviseert, ondersteunt en informeert de OvD de Algemeen Commandant Brandweerzorg in het actiecentrum Brandweerzorg. Levert een bijdrage aan de operationele brandweerprocessen.

Werkzaamheden:

De OvD maakt een analyse van het incident en de te verwachten incidentontwikkeling. Op basis hiervan besluit de OvD tot een passende brandweerinzet en geeft leiding aan de uitvoerende brandweerprocessen in het veld. Bij grootschalig repressief optreden is de OvD pelotonscommandant en staat dan onder leiding van de Taakcommandant Brandweer.

Supplement v. Functie operationeel manager

Kerntaak 2:. initiëren en coördineren van multidisciplinaire samenwerking

Bij multidisciplinair repressief optreden kan de OvD het multidisciplinaire overleg in het motorkapoverleg opstarten en coördineren en schaalt zo nodig op naar GRIP 1 of 2.

Werkzaamheden:

Beschrijving van de functie: De operationeel manager:

Bij multidisciplinair optreden vertegenwoordigt de OvD de brandweer in het CoPI in de rol van Taakcommandant Brandweer (deze rol wordt in opgeschaalde situaties door de Hoofd Officier van Dienst (HOvD) ingevuld). Draagt bij aan het totaalbeeld door multidisciplinair relevante aspecten uit de monodisciplinaire inzet in te brengen. Stemt af met de multipartners en draagt bij aan het teamresultaat. Vertaalt de multidisciplinaire besluiten uit het CoPI naar monodisciplinaire acties.

Werkzaamheden:

Kerntaak 4:. deelnemen aan het actiecentrum Brandweerzorg

Beoordelingscriteria

Werkzaamheden:

3.1. Uitwerking kerntaken

4.1. Competenties

1.1. Algemene informatie

1.1. Algemene informatie

Supplement s. Functie meetplanleider

2.1. Kerntaken en taakgebieden

2.1. Kerntaken en taakgebieden

De operationeel manager geeft leiding aan een team van medewerkers. Hij is de verbinding tussen de individuele medewerkers en vormt de schakel tussen medewerkers en organisatie. Hij draagt bij aan de ontwikkeling van medewerkers en team en het creëren van een collegiaal werkklimaat.

Supplement w. Functie ploegchef

Kerntaak 1:. Analyseren en beoordelen van effecten van incidenten

1.1. Algemene informatie

Functienaam: ploegchef

4.1. Competenties

Niveau B (leren)

Kerntaak 3:. Onderhouden van netwerken en relevante in- en externe contacten

De ploegchef is verantwoordelijk voor de kwaliteit, continuïteit, efficiency en vakbekwaamheid van de ploeg medewerkers waaraan hij leiding geeft èn waar hij zelf onderdeel van uitmaakt. De ploegchef coacht en begeleidt zijn ploeg, heeft oog voor de cohesie in zijn ploeg en kan omgaan met onderlinge conflicten. Hij stuurt aan op effectief groepsgedrag. Hij is zich bewust van zijn voorbeeldfunctie en vertoont in de uitvoering van zijn functie voorbeeldgedrag. De ploegchef reflecteert op zijn eigen handelen en op het functioneren van de ploeg.

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Niveau B (formuleert resultaten)

Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker brandpreventie vastgesteld.

In de competentiematrix wordt het verband tussen competenties en kerntaken weergegeven.

Werkzaamheden:

1.1. Algemene informatie

Vereiste competenties en niveaus van functioneren MPL

Werkzaamheden:

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement x. Functie commandant

Werkzaamheden:

1.1. Algemene informatie

3.1. Uitwerking kerntaken

2.1. Kerntaken

Kerntaak 1:. Leiding geven aan de regionale brandweerorganisatie

Supplement v. Functie operationeel manager

Kerntaak 2:. Ontwikkelen, vormen en uitzetten van visie en strategie voor de brandweerorganisatie

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 3:. Adviseren van het bestuur van de veiligheidsregio

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement x. Functie commandant

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Kerntaak 1:. Leiding geven aan de regionale brandweerorganisatie

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

De commandant is ambtelijk eindverantwoordelijk voor de regionale brandweerorganisatie. Hij draagt daarin zorg voor het functioneren van de regionale brandweer en het personeel dat daarbij werkzaam is.

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

Kerntaak 3:. Adviseren van het bestuur van de veiligheidsregio

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

De oefencoördinator evalueert en registreert de oefenresultaten en levert hiermee een bijdrage aan kwaliteitszorg.

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement y. Functie specialist brandpreventie/specialist brandveiligheid

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s.

Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker operationele voorbereiding vastgesteld.

Functienaam: specialist brandpreventie/specialist brandveiligheid

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

2.1. Kerntaken en werkgebieden

Kerntaak 1. : ontwikkelt beleid op gebied van brandveiligheid

Werkzaamheden

Kerntaak 2. : initieert en onderhoudt netwerken, stemt af met relevante partijen

Beoordelingscriteria

Kerntaak 3. : inventariseert, analyseert en beoordeelt complexe omgevingsveilig-heidsrisico’s en -maatregelen

Supplement y. Functie specialist brandpreventie

Kerntaak 4. : adviseert over complexe brandveiligheidsrisico’s en -maatregelen

1.1. Algemene informatie

3.1. Uitwerking kerntaken

Kerntaak 1. : ontwikkelt beleid op gebied van brandveiligheid

Kerntaak 2. : initieert en onderhoudt netwerken, stemt af met relevante partijen

Kerntaak 3. : inventariseert, analyseert en beoordeelt brandveiligheidsrisico’s en -maatregelen

Kerntaak 4. : adviseert over complexe brandveiligheidsrisico’s en -maatregelen

De specialist brandpreventie adviseert de vergunning verlenende afdelingen over het al dan niet verlenen van bouw-, milieu- en gebruiksvergunningen.

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement z. Functie specialist operationele voorbereiding

Kerntaak 4:. Onderhouden van netwerken en relevante in- en externe contacten

De werkzaamheden van de specialist brandpreventie zijn zowel intern als extern gericht. Vaak fungeert hij als solist binnen diverse teams. Afstemming en overleg zijn dan ook noodzakelijk. Het onderhouden van netwerken en relevante in- en externe contacten is daarom als aparte kerntaak gedefinieerd.

Kerntaak 5:. Geven van voorlichting over brandpreventie

Beschrijving van de functie: De specialist operationele voorbereiding:

2.1. Kerntaken en taakgebieden

¹ Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.

De SOV verzamelt informatie uit de meest uiteenlopende bronnen, maakt behoefteanalyses, selecteert scenario’s en evalueert en analyseert bestaande instrumenten die ingezet zijn ter voorbereiding op of ter evaluatie van de incidentbestrijding en crisisbeheersing.

De OVD informeert en adviseert (gevraagd en ongevraagd) het bevoegd gezag, betrokken diensten, pers en publiek over de bestrijding van het incident.

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Kerntaak 3:. implementeren en informeren

Kerntaak 2:. Adviseren bij het verlenen van vergunningen

De medewerker opleiden en oefenen:

Bouw en milieuvergunningen

Gebruiksvergunningen en vergunningen op basis van APV en BBV

Leiderschapsprofiel

Beoordelingscriteria

De medewerker opleiden en oefenen:

Kerntaak 1:. analyseren en evalueren

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Werkzaamheden:

Kerntaak 2:. ontwikkelen, beheren en innoveren

Werkzaamheden

Werkzaamheden:

Kerntaak 3:. implementeren en informeren

Kerntaak 5:. Geven van voorlichting over brandpreventie

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub s Besluit personeel veiligheidsregio’s

Kerntaak 4:. adviseren en afstemmen

Een SOV geeft advies over de operationele voorbereiding van incidentbestrijding en crisisbeheersing en stemt deze af op zowel operationeel, tactisch als strategisch niveau.

Werkzaamheden:

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

1.1. Algemene informatie

Functienaam: Specialist operationele voorbereiding (SOV)

Kerntaak 3:. Optreden als MPL (overdragen advies en samenwerken met betrokken partijen) bij incidenten met gevaarlijke stoffen

Beschrijving van de functie: De Specialist Opleiden en Oefenen:

De operationeel manager geeft leiding aan een team van medewerkers. Hij is het samenbindende element tussen deze individuele medewerkers en vormt de schakel tussen medewerkers en organisatie. Hij draagt bij aan de ontwikkeling van medewerkers en team en het creëren van een collegiaal werkklimaat.

Kerntaak 3:. Monitoren, bijsturen en rapporteren van de werkuitvoering

Kerntaak 2:. ontwikkelen, beheren en innoveren

Kerntaak 4:. Leveren van inhoudelijke bijdragen: signaleren van knelpunten en adviseren over aanpassingen van beleid en/of procedures en plannen

Coördineert de uitvoering van opleidings- en oefenprogramma’s op verschillende niveaus.

De SOV verzorgt en begeleidt de invoering en de in gebruik name van de betreffende instrumenten voor of ter verbetering van de operationele voorbereiding en zorgt voor het in stand houden van de organisatorische kaders om dit te realiseren.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Kerntaak 1:. Leiding geven aan de regionale brandweerorganisatie

Leiderschapsprofiel

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Stemt activiteiten van zichzelf (en anderen) op elkaar af en bepaalt hun volgorde zodat doeleinden efficiënt en effectief gerealiseerd worden.

Niveau B: afstemmen

Werkzaamheden

Werkzaamheden:

Kerntaak 2:. ontwikkelen, beheren en innoveren

Kerntaak 3:. Adviseren van het bestuur van de veiligheidsregio

Onder turbulente omstandigheden verifieert de MPL de inschatting van het effectgebied door het leiden van de meetplanorganisatie. De MPL brengt een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, omgaan met keuzes en dilemma’s, rekening houden met betrokken partijen en afstemming met de AGS spelen een belangrijke rol. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.

Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 4:. adviseren en afstemmen

Werkzaamheden

2.1. Kerntaken en werkgebieden

1 Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.

Supplement aa. Specialist Opleiden en Oefenen (SOO)

Kerntaak 2. : initieert en onderhoudt netwerken, stemt af met relevante partijen

1.1. Algemene informatie

Functienaam: Specialist Opleiden en Oefenen (SOO)

Werkzaamheden

De operationeel manager is niet alleen leidinggevende; hij is daarnaast ook vakman op zijn kennisgebied. Dat vakmanschap benut hij om, in samenspraak met anderen, bijdragen te leveren aan de verbetering van werkprocessen, diensten en producten van zijn afdeling/team, maar ook daarbuiten. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Ontwikkelt op basis van eigen onderzoek en onderzoek van anderen passend vakbekwaamheidsbeleid en zorgt voor de implementatie daarvan binnen de organisatie en in samenwerking met relevante netwerkpartners.

Kerntaak 1. : ontwikkelt beleid op gebied van omgevingsveiligheid

Coördineert de uitvoering van opleidings- en oefenprogramma’s op verschillende niveaus.

Het geven van brandpreventieve voorlichting vormt een structureel onderdeel van het takenpakket van de specialist brandpreventie. Zowel het geven van voorlichting buiten als binnen de organisatie of het leveren van een bijdrage aan schriftelijke voorlichting behoren tot zijn taken.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Kerntaak 4. : adviseert over complexe ruimtelijke veiligheidsrisico’s

4.1. Competenties

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement cc. Functie strategisch manager

Beoordelingscriteria

1.1. Algemene informatie

Werkzaamheden

2.1. Kerntaken

Kerntaak 1:. Initiëren van strategisch beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied en bijdragen aan het strategisch beleid van de organisatie als geheel

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Kerntaak 2:. Prioriteren en implementeren van vastgesteld beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied

Supplement bb. Functie specialist risico’s en veiligheid

Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en de inzet van middelen en situationeel leidinggeven aan zijn organisatieonderdeel/werkgebied

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 4:. Randvoorwaarden creëren voor en acteren in relevante netwerken

Kerntaak 1:. Ontwikkelen van beleid op het gebied van risicobeheersing

Werkzaamheden

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Kerntaak 1:. Initiëren van strategisch beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied enbijdragen aan het strategisch beleid van de organisatie als geheel

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub u Besluit personeel veiligheidsregio’s

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

1 Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.

Kerntaak 2:. Prioriteren en implementeren van vastgesteld beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied

Werkzaamheden

De specialist risico’s en veiligheid stimuleert het veiligheidsbewustzijn door actief aandacht te vragen voor fysieke veiligheid. Ook stemt de specialist risico’s en veiligheid, zowel binnen als buiten de organisatie, zaken op het gebied van fysieke veiligheid af en wisselt deze uit.

Beoordelingscriteria

De OVD kan de multidisciplinaire samenwerking coördineren in het motorkapoverleg en start indien nodig het CoPI op. Hij kan verantwoordelijk zijn voor het gecoördineerd optreden van alle disciplines ter plaatse van het incident bij routinematige incidenten, vanaf GRIP 1 neemt de OVD de leiding van het CoPI op zich totdat de HOVD ter plaatse is.

Werkzaamheden

Beschrijving van de functie: De specialist operationele voorbereiding:

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Kerntaak 4:. Randvoorwaarden creëren voor en acteren in relevante netwerken

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Op basis van een analyse en/of evaluatie ontwikkelt, beheert en innoveert een SOV instrumenten voor of ter verbetering van de operationele voorbereiding op de incidentbestrijding en crisisbeheersing.

Bij grootschalige incidenten is de OVD als pelotonscommandant verantwoordelijk voor de bestrijding van het incident in zijn pelotonsvak. Kernactiviteiten zijn in dit verband:

Supplement dd. Functie tactisch manager

Kerntaak 3:. Adviseren over de beheersing van bestaande, nieuwe en tijdelijke risico’s van objecten en situaties

1.1. Algemene informatie

2.1. Kerntaken

Als onderdeel van dit advies:

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Kerntaak 2:. Implementeren van vastgesteld beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied

Kerntaak 4:. Beoordelen van maatregelen

Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en situationeel leidinggeven aan operationele managers/vakspecialisten/projectleiders

De tactisch manager is verantwoordelijk voor de personele zorg van het organisatieonderdeel. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld.

Kerntaak 4:. Coördineren, bijsturen en rapporteren van werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Kerntaak 5:. Onderhouden van relevante netwerken

Kerntaak 3:. implementeren en informeren

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

T.a.v. adviezen:

Werkzaamheden

Kerntaak 5:. Initiëren en onderhouden van netwerken, afstemmen met relevante partijen, stimuleren van veiligheidsbewustzijn

MT

Supplement aa. Functie specialist opleiden en oefenen

Uitleg geven over de visie van de rampenbestrijdingsorganisatie inzake concrete projecten en de hierover geformuleerde adviezen: onder anderen:

Beoordelingscriteria

Afstemming en uitwisseling met specialisten uit het vakgebied:

Werkzaamheden

Uitgangspunt voor deze kerntaak is dat de tactisch manager voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied beschikt over een meerjarenplan en meerjarenbegroting. Nu is het zaak dit plan te concretiseren naar een jaarplan en naar concrete kaders voor de operationele managers, specialisten en projectleiders waaraan de tactisch manager leiding geeft. De tactisch manager weet het bieden van duidelijke kaders daarbij te verbinden met het inspireren en motiveren van zijn mensen. Deze kerntaak brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Ontwikkelt, organiseert en evalueert de opleidings-, oefen- en bijscholingsprogramma’s. Maakt gebruik van onderwijskundige concepten en didactische modellen om de inhoud, effectiviteit en kwaliteit van opleidingen, oefeningen en bijscholingsactiviteiten te ontwikkelen, evalueren, beoordelen en verbeteren. Stelt een opleidings-, oefen- en bijscholingsbegroting op.

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

Werkzaamheden

Kerntaak 1:. Opstellen en (laten) uitvoeren van planningen

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Het geven van brandpreventieve voorlichting vormt een structureel onderdeel van het takenpakket van de specialist brandpreventie. Zowel het geven van voorlichting buiten als binnen de organisatie of het leveren van een bijdrage aan schriftelijke voorlichting behoren tot zijn taken.

De strategisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de organisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie. De strategisch manager draagt daarbij zorg voor het beheren en beheersen van het beleid binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied.

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

Kerntaak 5:. Onderhouden van netwerken met relevante contacten

Werkzaamheden

Beoordelingscriteria

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

De operationeel manager is verantwoordelijk voor de aanwending en besteding van middelen die door de naast hogere leidinggevende zijn gedelegeerd. Vanuit die verantwoordelijkheid is actieve procesbewaking van groot belang. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Beoordelingscriteria

1.1. Algemene informatie

2.1. Kerntaken

Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning

Beoordelingscriteria

Kerntaak 2:. Inzet

De verkenner gevaarlijke stoffen voert metingen en waarnemingen uit.

Kerntaak 3:. Nazorg

Beoordelingscriteria

Kerntaak 4:. Randvoorwaarden creëren voor en acteren in relevante netwerken

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Kerntaak 1:. Uitruk/Verkenning

Werkzaamheden

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub w Besluit personeel veiligheidsregio’s

Beoordelingscriteria

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

De ploegchef is verantwoordelijk voor de kwaliteit, continuïteit, efficiency en vakbekwaamheid van de ploeg medewerkers waaraan hij leiding geeft. Tevens is hij verantwoordelijk voor de uitvoering van het personeelsbeleid binnen deze ploeg.

Kerntaak 3:. Nazorg

De ploegchef zorgt voor planning van werkzaamheden en activiteiten op het gebied van materieel en materiaal, onderhoud, opleiden en oefenen. Hij draagt zorg voor het aanleveren van verschillende managementgegevens. Hij zorgt voor de invulling van de dienstroosters en de oefenregistratie. Hij bewaakt de kwaliteit van de ploeg.

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

De tactisch manager is verantwoordelijk voor de personele zorg van het organisatieonderdeel. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Beoordelingscriteria

1.1. Algemene informatie

Werkzaamheden

Beschrijving van de functie: De voertuigbediener:

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Kerntaak 1:. Bijdragen aan ontwikkeling van strategisch beleid van de organisatie en het eigen organisatieonderdeel/werkgebied

Werkzaamheden

Kerntaak 4:. Beoordelen van maatregelen

3.1. Uitwerking kerntaken

Beoordelingscriteria

4.1. Competenties

Beoordelingscriteria

Kerntaak 2:. Implementeren van vastgesteld beleid voor eigen organisatieonderdeel/werkgebied

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Niveau D: reduceren

Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en situationeel leidinggeven aan operationele managers/vakspecialisten/projectleiders

Niveau C: beheersing

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Formuleert heldere doelstellingen en resultaten en is er actief op gericht om deze te behalen.

Kerntaak 4:. Coördineren, bijsturen en rapporteren van werkzaamheden

Afstemming en uitwisseling met specialisten uit het vakgebied:

Supplement gg. uitwerking competentiematrix

De regionaal commandant adviseert het (algemeen) bestuur van de veiligheidsregio en de lokale besturen gevraagd en ongevraagd over brandweeraangelegenheden. Daarbij ondersteunt hij het (algemeen) bestuur van de veiligheidsregio over strategische en bestuurlijke kwesties, inspelend op maatschappelijke, politieke en landelijke ontwikkelingen.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt

Kerntaak 5:. Onderhouden van netwerken met relevante contacten

Werkzaamheden

1.1. Algemene informatie

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Analyseren

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement ee. Functie verkenner gevaarlijke stoffen

Kerntaak 2:. Prioriteren en implementeren van vastgesteld beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied

1.1. Algemene informatie

Arbeidsveiligheid

Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning

Kerntaak 4:. Randvoorwaarden creëren voor en acteren in relevante netwerken

Kerntaak 2:. Inzet

Werkzaamheden

Daadkracht

Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).

Werkzaamheden

Niveau 2:

Kerntaak 1:. Uitruk/Verkenning

Flexibel

Aanpassen van de eigen stijl, benadering en gedrag aan wisselende eisen en omstandigheden. Openstaan voor nieuwe ideeën en actief zoeken naar alternatieven om het gestelde doel te bereiken.

Beoordelingscriteria

Niveau 2:

Werkzaamheden

De specialist brandpreventie voert op locatie inspectie uit of laat deze uitvoeren en geeft een waardeoordeel in de vorm van een inspectierapport aan de vergunningverlener.

Beoordelingscriteria

Basisniveau (1):

Werkzaamheden

Expertniveau (3):

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement ff. Functie voertuigbediener

Supplement dd. Functie tactisch manager

1.1. Algemene informatie

Innoveren en creativiteit

2.1. Kerntaken

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Kerntaak 5:. Initiëren en onderhouden van netwerken, afstemmen met relevante partijen, stimuleren van veiligheidsbewustzijn

Kerntaak 2:. Implementeren van vastgesteld beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied

(taakgericht) Leiderschap

3.1. Uitwerking kerntaken

Kerntaak 1:. Ontwikkelen van beleid op het gebied van risicobeheersing

4.1. Competenties

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Leren en reflecteren

Kerntaak 4:. Onderhouden van netwerken en relevante in- en externe contacten

Kerntaak 2:. Inventariseren, analyseren en beoordelen van bestaande en tijdelijke risico’s in het verzorgingsgebied

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Kerntaak 1:. Bijdragen aan ontwikkeling van strategisch beleid van de organisatie en het eigen organisatieonderdeel/werkgebied

Maatschappelijk georiënteerd

Kerntaak 3:. Adviseren over de beheersing van bestaande, nieuwe en tijdelijke risico’s van objecten en situaties

Werkzaamheden

Beoordelingscriteria

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Mondeling communiceren

Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).

Supplement gg. uitwerking competentiematrix

Niveau 2:

Accuraat

Onafhankelijk

Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en situationeel leidinggeven aan operationele managers/vakspecialisten/projectleiders

Werkzaamheden

Kerntaak 4:. Het ontwikkelen en in stand houden van organisatorische kaders ten behoeve van de rampenbeheersing (projectmatig, in samenwerking met andere diensten):

Niveau 3:

Oordelen

Kerntaak 4:. Coördineren, bijsturen en rapporteren van werkzaamheden

Werkzaamheden

Niveau 2:

Niveau 3:

Plannen, organiseren en coördineren

Kerntaak 5:. Onderhouden van netwerken met relevante contacten

Niveau 1:

Kerntaak 2:. Planvorming organisatie incidentbestrijding

Daadkracht

Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).

Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op de positionering van de brandweer en rampenbestrijdingsorganisatie in de politiek-bestuurlijke context.

Supplement ee. Functie verkenner gevaarlijke stoffen

Beoordelingscriteria

Niveau 3:

Probleem oplossen

Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning

Niveau 1:

Niveau 2:

Incidentbestrijding

Resultaatgericht

Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en de inzet van middelen en situationeel leidinggeven aan zijn organisatieonderdeel/werkgebied

Werkzaamheden

Niveau 2:

Niveau 3:

Risico’s en veiligheid

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

Kerntaak 2:. Inzet

Expertniveau (3):

Samenwerken

Beoordelingscriteria

Kerntaak 3:. Nazorg

Niveau 2:

(taakgericht) Leiderschap

Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.

Kalm, objectief en effectief blijven functioneren bij tijdsdruk, tegenslag, teleurstelling of tegenspel. Om kunnen gaan met weerstanden.

Supplement ff. Functie voertuigbediener

Niveau 2:

Niveau 3:

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement hh. Leiderschapsprofiel

Profiel: tactisch leidinggevende

Profiel: operationeel leidinggevende

Profiel: tactisch specialist

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement ii. Functie duikploegleider/duikmedisch begeleider

2.1. Kerntaken

1.1. Algemene informatie

Mondeling communiceren

Werkzaamheden

2.1. Overzicht kerntaken

Beoordelingscriteria

Kerntaak 2:. Inzet

3.1. Uitwerking kerntaken

De duikmedisch begeleider concentreert zich in stressvolle situaties (onder tijdsdruk) op de getroffen duiker.

4.1. Competenties

Als bediener van een hulpverleningsvoertuig

Als bediener van een HAB

De specialist risico’s en veiligheid vertaalt bevindingen op basis van zijn praktijkervaring naar beleidsvoorstellen op het gebied van risicobeheersing. Daarnaast levert de specialist risico’s en veiligheid input bij de totstandkoming van het regionaal en/of gemeentelijk integraal veiligheidsbeleid. Aanvullend heeft de specialist risico’s en veiligheid een rol bij implementatie en uitvoering.

Supplement a. Functie algemeen commandant geneeskundige zorg

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub a Besluit personeel veiligheidsregio’s

1.1. Algemene informatie

Functienaam: algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ)

Plannen, organiseren en coördineren

Vanuit een vastgesteld doel bepalen welke taken/activiteiten georganiseerd en gepland moeten worden en daar naar handelen. Bepalen van prioriteiten en aangeven van een volgorde van werkzaamheden.

Kerntaak 1:. Functioneel leiding geven aan de sectie geneeskundige zorg

Niveau 2:

Niveau 3:

2.2. Competentiematrix ACGZ

Beoordelingscriteria

3.1. Uitwerking kerntaken

Kerntaak 1:. Functioneel leiding geven aan de sectie geneeskundige zorg

Werkzaamheden:

De tactisch manager is verantwoordelijk voor de personele zorg van het organisatieonderdeel. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Werkzaamheden:

Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen

Werkzaamheden:

Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement b. Functie directeur publieke gezondheid voor zover het de GHOR-taken betreft

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Niveau 1:

Functienaam: directeur publieke gezondheid voor zover het de GHOR-taken betreft (DPG)

Werkzaamheden

2.1. Kerntaken

Kerntaak 1:. Strategisch leiding geven aan de GHOR-keten

Kerntaak 2:. Strategisch multidisciplinair adviseren

Toepassings- en overdrachtsniveau (2):

In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub ee Besluit personeel veiligheidsregio’s

Zich inzetten om met anderen resultaten te bereiken en daarmee bijdragen aan een gezamenlijk doel. Denken en handelen vanuit gemeenschappelijke belangen.

Niveau 1:

Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning

Kerntaak 2:. Strategisch multidisciplinair adviseren

T.a.v. adviezen:

Kalm, objectief en effectief blijven functioneren bij tijdsdruk, tegenslag, teleurstelling of tegenspel. Om kunnen gaan met weerstanden.

Supplement c. Functie hoofd acute gezondheidszorg

Werkzaamheden

Niveau 3:

Functienaam: hoofd acute gezondheidszorg (HAG)

Beschrijving van de functie: Het HAG coördineert het proces acute gezondheidszorg en adviseert de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ) op dit terrein. Het proces acute gezondheidszorg bestaat uit de deelprocessen triage, behandeling en transport van slachtoffers. Hierbij is het HAG verantwoordelijk voor de voortgang, coördinatie en aansturing van het proces acute gezondheidszorg. Het HAG wordt monodisciplinair ingezet op basis van criteria. In de regel is dit vanaf activering van het Regionaal Operationeel Team (ROT). Echter kan het HAG bij behoefte vanuit bijvoorbeeld de officier van dienst geneeskundig (OvD-G) ook worden ingezet bij activering van het commando plaats incident of mono-opschaling. Het HAG is aangewezen door de directeur publieke gezondheid voor zover het de GHOR-taken betreft (DPG) als het daartoe bevoegde gezag. Het HAG opereert op tactisch niveau. Het HAG is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling. Het HAG legt verantwoording af aan en ontvangt functioneel leiding van de ACGZ. Het HAG geeft functioneel leiding aan de OvD-G.

Basisniveau (1):

Kerntaak 1:. Coördineren van het proces acute gezondheidszorg

Kerntaak 2:. Adviseren van de ACGZ

2.2 Competentiematrix HAG

Supplement ii. Functie duikploegleider/duikmedisch begeleider

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

Kerntaak 1:. Coördineren van het proces acute gezondheidszorg

Functienaam: duikploegleider/duikmedisch begeleider

Kerntaak 2:. Adviseren van de ACGZ

Werkzaamheden:

De duikmedisch begeleider kent medische risico’s met betrekking tot duiken. Hij kent de oorzaken van duikerziekten en aan duiken gerelateerde aandoeningen, herkent deze aan symptomen en stelt de diagnose. De duikmedisch begeleider deelt zijn diagnose met de duikerarts en met de verpleegkundige van de ambulancedienst.

Supplement d. Functie hoofd informatie geneeskundige zorg

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub d Besluit personeel veiligheidsregio’s

1.1. Algemene informatie

Functienaam: hoofd informatie geneeskundige zorg (HIN)

2.1. Kerntaken

Niveau D (ontspannen)

Niveau 3:

Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie informatiemanagement

Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen

2.2. Competentiematrix HIN

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Kerntaak 1:. Het organiseren, bewaken en borgen van het informatieproces monodisciplinair

Werkzaamheden:

Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie ondersteuningsmanagement

Werkzaamheden:

Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen

Werkzaamheden:

Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement e. Functie hoofd ondersteuning geneeskundige zorg

Werkzaamheden:

1.1. Algemene informatie

Werkzaamheden:

Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen

2.1. Kerntaken

Kerntaak 1:. Functioneel leiding geven aan de backoffice GHOR

Niveau 3:

Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen

2.2. Competentiematrix HON

Als bediener van een HAB (korpsspecifiek)

Beschrijving van de functie: De DPG bevindt zich bovenaan in de (operationele) commandostructuur van de GHOR en is belast met de operationele leiding van de geneeskundige hulpverlening. De DPG heeft – afhankelijk van de activering – zitting in het Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) of het Regionaal Beleidsteam (RBT), stemt daar de multidisciplinaire samenwerking op beleids-/strategisch niveau af en adviseert de burgemeester of de voorzitter van de veiligheidsregio over de te nemen beleidsbeslissingen. De DPG geeft direct functioneel leiding aan de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ). De DPG onderhoudt contacten met de liaisons in het Nationaal Crisiscentrum (NCC) en met collega DPG’en.

Kerntaak 1:. Functioneel leiding geven aan de backoffice GHOR

Uitgangspunt voor deze kerntaak is dat de tactisch manager voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied beschikt over een meerjarenplan en meerjarenbegroting. Nu is het zaak dit plan te concretiseren naar een jaarplan en naar concrete kaders voor de operationele managers, specialisten en projectleiders waaraan de tactisch manager leiding geeft. De tactisch manager weet het bieden van duidelijke kaders daarbij te verbinden met het inspireren en motiveren van zijn mensen.

Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie ondersteuningsmanagement

Niveau 1:

Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen

Niveau 3:

Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op de positionering van de brandweer en rampenbestrijdingsorganisatie in de politiek-bestuurlijke context.

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub f Besluit personeel veiligheidsregio’s

1.1. Algemene informatie

Werkzaamheden:

Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub c Besluit personeel veiligheidsregio’s

Niveau 2:

2.2. Competentiematrix HPG

Resultaatgericht

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Kerntaak 1:. Coördineren van het proces publieke gezondheidszorg

Niveau 2:

Kerntaak 2:. Adviseren van de ACGZ

Werkzaamheden:

Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement g. Functie officier van dienst geneeskundig

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub g Besluit personeel veiligheidsregio’s

1.1. Algemene informatie

Werkzaamheden:

Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s

2.1. Kerntaken

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub d Besluit personeel veiligheidsregio’s

Kerntaak 2:. Multidisciplinair samenwerken

Kerntaak 3:. Rapporteren en adviseren

2.2. Competentiematrix OvD-G

2.1. Kerntaken

Niveau 2:

Kerntaak 1:. Leidinggeven aan de geneeskundige hulpverlening op het plaats incident

Werkzaamheden:

Kerntaak 2:. Multidisciplinair samenwerken

Werkzaamheden:

Niveau 1:

Werkzaamheden:

Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement h. Uitwerking competentiematrix

Voor het competentieprofiel is een kader ontwikkeld dat de volgende competenties onderscheidt:

Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen

Vaktechnische competenties: per functie wordt aangegeven of er sprake is van noodzakelijke kennis en kunde tot op detailniveau (d); of alleen op hoofdlijnen (h); of op gemiddeld niveau (m).

Gedragscompetenties

De verkenner gevaarlijke stoffen controleert na een inzet de inventaris van de WVD-koffer op compleetheid en werking en vult deze aan. Na afloop van de inzet neemt hij met de ploegleden deel aan de registratie en evaluatie.

Richting en sturing geven aan anderen in het kader van hun taakvervulling; stijl en methode aanpassen aan betrokken individuen, taken en situatie.

G2:. Operationeel management

Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen

G3:. Organiseren van eigen werk

2.1. Kerntaken

G4:. Delegeren

Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie ondersteunings-/resourcemanagement

G5:. Voortgangsbewaking

2.2. Competentiematrix HON

G6:. Mondelinge/schriftelijke communicatie

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

G7:. Overtuigingskracht

Werkzaamheden:

G8:. Luisteren

Werkzaamheden:

G9:. Samenwerken

Bijdragen aan een gezamenlijk resultaat, ook wanneer de samenwerking niet direct van eigen belang is.

G10:. Probleemanalyse

Supplement f. Functie hoofd publieke gezondheidszorg

G11:. Oordeelsvorming

Gegevens en mogelijke alternatieve handelwijzen in het licht van relevante criteria tegen elkaar afwegen en tot realistische beoordelingen komen.

G12:. Besluitvaardigheid

Beslissingen nemen door middel van het ondernemen van acties of het zich vastleggen door middel van het uitspreken van oordelen.

G13:. Organisatiesensitiviteit

Onderkennen van invloed en gevolgen van eigen beslissingen of activiteiten op andere onderdelen van de organisatie; onderkennen van belangen van andere onderdelen van de organisatie.

Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.

2.2. Competentiematrix HPG

G15:. Aanpassingsvermogen

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

G16:. Stressbestendigheid

Werkzaamheden:

G17:. Energie

Werkzaamheden:

G18:. Discipline

Supplement g. Functie officier van dienst geneeskundig

Organisatiecompetenties

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 2:. Adviseren van de ACGZ

2.2 Competentiematrix HAG

Vaktechnische competenties

V1:. Bestuurlijke en operationele omgeving/positionering

Kerntaak 2:. Multidisciplinair samenwerken

V2:. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden

2.2. Competentiematrix OvD-G

V3:. Processen en taken

3.1. Uitwerking kerntaken

V4:. Richtlijnen, protocollen en procedures

Werkzaamheden:

V5:. Technische hulpmiddelen

Werkzaamheden:

V6:. Juridische aspecten

Kent de juridische aspecten die van invloed zijn op de functies binnen de operationele GHOR organisatie.

Toepassings- en overdrachtsniveau (2):

Niveau: 1

Niveau: 2

Niveau: 3

Competenties

Gedragscompetenties

Niveau: 6

Niveau: 7

Niveau: 8

Aansturen en tot uitvoering brengen van diverse uitvoerende activiteiten. Taken en verantwoordelijkheden toewijzen. Activiteiten coördineren en zonodig knelpunt wegnemen. In organisatorische zin randvoorwaarden creëren.

G3:. Organiseren van eigen werk

Is en houdt zich op de hoogte van de beleidsontwikkelingen m.b.t. de rampenorganisaties en inhoudelijke processen en procedures. Kent de relevante sleutelfiguren in het beleids- en uitvoeringsveld.

Niveau: Tactisch

Is en houdt zich op de hoogte van de ontwikkelingen m.b.t. de rampenorganisaties en inhoudelijke processen en procedures. Kent de relevante sleutelfiguren in het uitvoeringsveld.

Niveau: Operationeel

1.1. Algemene informatie

Functienaam: hoofd ondersteuning geneeskundige zorg (HON)

Niveau: Op detailniveau.

Niveau: Op hoofdlijnen.

Niveau: Op gemiddeld niveau.

G8:. Luisteren

Tonen belangrijke informatie op te pikken uit mondelinge mededelingen. Doorvragen en ingaan op reacties.

G9:. Samenwerken

Bijdragen aan een gezamenlijk resultaat, ook wanneer de samenwerking niet direct van eigen belang is.

Functienaam: calamiteitencoördinator meldkamer

Beschrijving van de functie: De calamiteitencoördinator meldkamer:

Niveau 3:

Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie ondersteuningsmanagement

De calamiteitencoördinator meldkamer wordt vooraf geraadpleegd en adviseert bij het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken. De calamiteitencoördinator meldkamer is verantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken. De calamiteitencoördinator is verantwoordelijk voor het verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken van feiten en gegevens.

De calamiteitencoördinator meldkamer wordt vooraf geraadpleegd en adviseert bij het (her)definiëren van de prestaties binnen operationele leiding, operatiën en informatie. De calamiteitencoördinator meldkamer is verantwoordelijk voor het (her) organiseren van de randvoorwaarden voor operationele leiding, operatiën en informatie. De calamiteitencoördinator meldkamer is verantwoordelijk voor het uitvoeren van operationele leiding, operatiën en informatie in de meldkamer.

Niveau 2

De calamiteitencoördinator meldkamer wordt vooraf geraadpleegd en adviseert bij het (her)organiseren van de randvoorwaarden voor de grootschalige alarmering.

G14:. Omgevingsbewustzijn

Besluiten over opschaling op basis van onvolledige en/of tegenstrijdige (niet gevalideerde) informatie en beperkte tijd.

Besluiten in een korte tijdsbestek op basis van ingekleurde, gefragmenteerde en/of onvolledige informatie.

Besluiten op basis van huidige scenario binnen het totale overzicht met in ogenschouw mogelijk toekomstige scenario’s.

Besluiten met een bepaalde mate van kennis van functionele partners; wat doen zij aan incident- en gevolgbestrijding?

2.1. Kerntaken

De calamiteitencoördinator meldkamer is verantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken en veredelen tot een startbeeld en dit beschikbaar te stellen.

De calamiteiten coördinator is verantwoordelijk voor het verzamelen, verwerken en veredelen van feiten en gegevens en het beschikbaar stellen van het startbeeld

Inschatten van informatie op haar waarde qua bruikbaarheid, afhankelijk van actor en tijd.

Delen van informatie op basis van onvolledige en/of tegenstrijdige dan wel ongevalideerde informatie.

Organisatiecompetenties

De calamiteitencoördinator meldkamer is verantwoordelijk voor het uitvoeren van operationele leiding, operatiën en informatie in de meldkamer.

Onafhankelijk en rolvast uitvoeren van taken ondanks de hoge tijdsdruk en onzekerheid.

Aansturen van proces en niet van het personeel, zonder hiërarchische verhoudingen maar op basis van de eigen positie.

Vaktechnische competenties

Afwegen van de mate waarin opschaling effectief en efficiënt is, rekening houdend met bestuurlijke gevoeligheid.

Kent de bestuurlijke en operationele omgeving en zijn positie daarin.

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt terzake doende gegevens.

1.1. Algemene informatie

Blijft onder tijdsdruk, hoge werkdruk en bemoeilijkende omstandigheden adequaat functioneren (bijvoorbeeld tegenslag, teleurstelling).

Niveau A: beheersen

Brengt belangen, opinies en inbreng van diverse partijen samen. Geeft vorm aan en richting aan (uiteenlopende) samenwerkingsverbanden en realiseert een gemeenschappelijk resultaat.

Niveau B: afstemmen

V5:. Technische hulpmiddelen

Niveau A: daadkrachtig optreden

Is zich bewust van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren. Speelt in op deze ontwikkelingen en vertaalt deze naar het eigen werkgebied.

Niveau B: regionaal

Niveau 3:

Kerntaak 1:. Leidinggeven aan de geneeskundige hulpverlening op het plaats incident

Niveau: 2

Functienaam: evaluator multidisciplinair oefenen

Beschrijving van de functie: De evaluator multidisciplinair oefenen:

Niveau: 5

Werkzaamheden:

Niveau: 7

De evaluator multidisciplinair oefenen wordt vooraf geraadpleegd en adviseert over het organiseren van de randvoorwaarden van de evaluatie van de multidisciplinaire oefening.

Voor iedere oefenactiviteit en doelstelling zijn andere dataverzamelingsmethoden mogelijk. De evaluator multidisciplinair oefenen dient hier een juiste keuze in te maken.

Overdenkt en weegt vooraf de mogelijke effecten af die de schriftelijke evaluatie met zich meebrengt.

4.1. Competenties

Verricht werkzaamheden met een grote mate van accuratesse.

Niveau D: kwaliteit bewaken

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt terzake doende gegevens.

G2:. Operationeel management

Weegt gegevens en mogelijke handelwijzen in het licht van relevante criteria tegen elkaar af om tot realistische beoordelingen te komen.

G3:. Organiseren van eigen werk

Onderkent en verplaatst zich in de gevoelens en behoeften van anderen, en houdt rekening met de gevolgen van eigen handelen op andere mensen of onderdelen van de organisatie.

Niveau C: bewust zijn van

Brengt opvattingen duidelijk onder woorden en weet aan te sluiten bij de lezer. Formuleert ingewikkelde zaken kernachtig en weet woorden trefzeker te kiezen.

Niveau B: kernachtig

Supplement c. Informatiemanager commando plaats incident (CoPI)

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3, sub c van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

Functienaam: calamiteitencoördinator meldkamer

Functienaam: informatiemanager CoPI

Beschrijving van de functie: De informatiemanager CoPI:

2.1. Overzicht kerntaken

De informatiemanager CoPI wordt vooraf geraadpleegd en adviseert aan de leider CoPI bij het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers; Indien de informatiemanager ROT de regie op het informatieproces op zich heeft genomen, wordt de informatiemanager CoPI alleen vooraf geraadpleegd en adviseert hij over het proces in het CoPI. De informatiemanager CoPI is verantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers; Indien de informatiemanager ROT de regie op het informatieproces op zich heeft genomen, is de informatiemanager CoPI alleen verantwoordelijk voor het proces in het CoPI. De informatiemanager CoPI is verantwoordelijk voor het verzamelen, verwerken, veredelen en beschikbaar stellen van feiten en gegevens binnen de crisisstructuur.

De informatiemanager CoPI ondersteunt de leider CoPI bij het (her)definiëren van de te behalen prestaties bij het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.

De informatiemanager CoPI ondersteunt de leider CoPI bij het (her)definiëren van de prestaties binnen operationele leiding, operatiën, informatie en crisiscommunicatie. De informatiemanager CoPI ondersteunt de leider CoPI bij het organiseren van de randvoorwaarden voor operationele leiding, operatiën, informatie en crisiscommunicatie.

De calamiteitencoördinator meldkamer wordt vooraf geraadpleegd en adviseert bij het (her)organiseren van de randvoorwaarden voor de grootschalige alarmering.

Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie ondersteunings-/resourcemanagement

De informatiemanager CoPI is verantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers; Indien de informatiemanager ROT de regie op het informatieproces op zich heeft genomen, is de informatiemanager CoPI alleen verantwoordelijk voor het proces in het CoPI.

De informatiemanager CoPI is verantwoordelijk voor het verzamelen, verwerken, veredelen en beschikbaar stellen van feiten en gegevens binnen de crisisstructuur.

G12:. Besluitvaardigheid

Een evenwicht houden tussen actieve ‘coachende’ sturing en directieve sturing.

De informatiemanager CoPI ondersteunt de leider CoPI bij het (her)definiëren van de te behalen prestaties bij het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.

Werkzaamheden:

Overdenken en vooraf afwegen welk besluit genomen moet worden in het licht van de mogelijke effecten van informatiespreiding.

Op de juiste momenten blijven overtuigen en accepteren dat je advies niet wordt overgenomen.

Omgaan met de verschillende belangen tussen de betrokken partijen en daarbij omgaan met eventuele weerstand.

Werkzaamheden:

De informatiemanager CoPI ondersteunt de leider CoPI bij het organiseren van de randvoorwaarden voor operationele leiding, operatiën, informatie en crisiscommunicatie.

Omgaan met het mogelijk niet als volwaardig lid van het team gezien worden en daarbij toch rolvast weten te blijven.

Overdenken en vooraf afwegen welk besluit genomen moet worden in het licht van de mogelijke effecten van informatiespreiding.

Op de juiste momenten blijven overtuigen en accepteren dat je advies niet wordt overgenomen.

G18:. Discipline

Zich voegen naar het beleid en/of de procedures van de organisatie. Bij onduidelijkheid of veranderingen bevestiging zoeken bij de juiste autoriteit.

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt terzake doende gegevens.

Niveau C: overzicht houden

Stemt activiteiten van zichzelf (en anderen) op elkaar af en bepaalt hun volgorde zodat doeleinden efficiënt en effectief gerealiseerd worden.

2.2. Competentiematrix HPG

Verricht werkzaamheden met een grote mate van accuratesse.

Niveau B: langdurig en effectief

Blijft onder tijdsdruk, hoge werkdruk en bemoeilijkende omstandigheden adequaat functioneren (bijvoorbeeld tegenslag, teleurstelling).

Niveau B: analyseren en bespreken

Kerntaak 2:. Adviseren van de ACGZ

Niveau B: woordenschat en bondig

Beschikt over de benodigde kennis, inzicht en vaardigheden om processen en hieruit voortvloeiende taken te vervullen.

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3, sub d van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

Kent de richtlijnen, protocollen en procedures en kan deze toepassen en waar nodig bijstellen.

V5:. Technische hulpmiddelen

Beschrijving van de functie: De informatiemanager ROT:

Beschrijving van de functie: De OvD-G is de hoogste leidinggevende van de geneeskundige hulpverlening op het commando plaats incident. De OvD-G geeft leiding aan en adviseert over de geneeskundige hulpverlening op het plaats incident. De OvD-G ontvangt leiding van de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ). De OvD-G geeft binnen het proces acute gezondheidszorg functioneel leiding aan de deeltaken triage, behandeling en transport. De OvD-G signaleert binnen het proces publieke gezondheidszorg de noodzaak tot de inzet van de deeltaken medische milieukunde (MMK), psychosociale hulpverlening (PSH), infectieziektebestrijding (IZB) en/of gezondheidsonderzoek na rampen (GOR) en belegt dit op de juiste plaats binnen de crisisorganisatie GGD. De OvD-G stemt de multidisciplinaire samenwerking op operationeel niveau af in het kader van het motorkapoverleg of het commando plaats incident. De OvD-G wordt gecoördineerd door de leider commando plaats incident (multi). De OvD-G ontvangt functioneel leiding van de ACGZ. Op het moment dat de functie van hoofd publieke gezondheidszorg (HPG)/hoofd acute gezondheidszorg (HAG) is ingevuld, ontvangt de OvD-G functioneel leiding van HPG/HAG. De OvD-G rapporteert en adviseert in het kader van de uitvoering van zijn mono- en multitaken.

De informatiemanager ROT wordt vooraf geraadpleegd en adviseert aan de regionaal operationeel leider bij het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers.

De informatiemanager ROT is verantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers.

Kerntaak 2:. Multidisciplinair samenwerken

De informatiemanager ROT ondersteunt de regionaal operationeel leider bij het (her)definiëren van de te behalen prestaties bij het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.

De informatiemanager ROT ondersteunt de regionaal operationeel leider bij het (her)definiëren van de prestaties binnen de algemene operationele leiding. De informatiemanager ROT ondersteunt de regionaal operationeel leider bij het organiseren van de randvoorwaarden binnen de algemene operationele leiding.

Niveau: 4

De informatiemanager ROT wordt vooraf geraadpleegd en adviseert aan de regionaal operationeel leider bij het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers.

Kerntaak 1:. Leidinggeven aan de geneeskundige hulpverlening op het plaats incident

De informatiemanager ROT is eindverantwoordelijk voor het verzamelen, verwerken, veredelen en beschikbaar stellen van feiten en gegevens binnen de crisisstructuur.

Bewust zijn van de mogelijke risico’s die het detailniveau waarop het totaalbeeld wordt geschetst met zich meebrengt. Een afweging maken in de verkregen informatie en het beschikbaar stellen van informatie voor het totaalbeeld. De waarde van de informatie is naast de bruikbaarheid ook afhankelijk van de actor en de tijd.

Een evenwicht houden tussen actieve ‘coachende’ sturing en directieve sturing.

De informatiemanager ROT ondersteunt de regionaal operationeel leider bij het (her)definiëren van de te behalen prestaties bij het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.

Werkzaamheden:

Omgaan met het mogelijk niet als volwaardig lid van het team gezien worden en daarbij toch rolvast weten te blijven.

Overdenken en vooraf afwegen welk besluit genomen moet worden in het licht van de mogelijke effecten van informatiespreiding.

Politiek-bestuurlijk inzicht

Omgaan met de verschillende belangen tussen de betrokken partijen en daarbij omgaan met eventuele weerstand.

De informatiemanager ROT ondersteunt de regionaal operationeel leider bij het (her)definiëren van de prestaties binnen de algemene operationele leiding.

De informatiemanager ROT ondersteunt de regionaal operationeel leider bij het organiseren van de randvoorwaarden binnen de algemene operationele leiding.

Omgaan met het mogelijk niet als volwaardig lid van het team gezien worden en daarbij toch rolvast weten te blijven.

Vakmatige competenties (professie)

Op de juiste momenten blijven overtuigen en accepteren dat je advies niet wordt overgenomen. Omgaan met de verschillende belangen tussen de betrokken partijen en daarbij omgaan met eventuele weerstand.

4.1. Competenties

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt terzake doende gegevens.

Niveau B: relaties leggen

Stemt activiteiten van zichzelf (en anderen) op elkaar af en bepaalt hun volgorde zodat doeleinden efficiënt en effectief gerealiseerd worden.

Niveau B: afstemmen

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Niveau A: overzicht houden

Blijft onder tijdsdruk, hoge werkdruk en bemoeilijkende omstandigheden adequaat functioneren (bijvoorbeeld tegenslag, teleurstelling).

Niveau D: ontspannen

Maakt ideeën en meningen in begrijpelijke taal aan anderen mondeling duidelijk en weet aan te sluiten bij het publiek.

Bijlage B. , behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement e. functie leider commando plaats incident

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3, sub e van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

1.1. Algemene informatie

Functienaam: Leider commando plaats incident

Kerntaak 1:. Leiding geven aan het gemeenschappelijk meldkamerproces

2.1. Overzicht kerntaken

G11:. Oordeelsvorming

Kerntaak 2:. Creëren en delen van informatie

Werkzaamheden

De leider CoPI is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de te behalen prestaties bij het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement b. Functie evaluator multidisciplinair oefenen

G14:. Omgevingsbewustzijn

De leider CoPI is eindverantwoordelijk voor het verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken van feiten en gegevens aan de juiste afnemers.

2.1. Kerntaken

3.1. Uitwerking kerntaken

De leider CoPI is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de prestaties binnen operationele leiding, operatiën, informatie en crisiscommunicatie.

Kerntaak 2:. Het observeren van teamgedrag en -prestaties (inhoud, proces en resultaat)

G17:. Energie

Onafhankelijk en rolvast blijven uitvoeren van taken, ondanks tijdsdruk, onzekerheid en urgentie, kolom overstijgend.

Supplement d. Informatiemanager regionaal operationeel team

Afwegen of besluit aan bevoegd gezag moet worden voorgelegd, op basis van belangen van het bevoegd gezag.

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 5:. Afronding

Kerntaak 1:. Inrichten en in stand houden ambulancestation.

2.1. Overzicht kerntaken

3.1. Uitwerking kerntaken

Supplement b. Evaluator multidisciplinair oefenen

De leider CoPI is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers.

1.1 Algemene informatie

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

3.1. Uitwerking kerntaken

Zorgen voor communicatie op basis van het maatschappelijke beeld over de risicovolle situatie in de media en maatschappij.

V4:. Richtlijnen, protocollen en procedures

3.1. Uitwerking kerntaken

4.1. Competenties

Werkzaamheden

Niveau C: overzicht houden

4.1. Competenties

Kerntaak 4:. Het uitvoeren van een schriftelijke evaluatie

Geeft situationeel sturing aan een individuele medewerker en/of een groep in het kader van de taakvervulling.

1.1. Algemene informatie

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Kerntaak 5:. Afronding

Werkzaamheden

2.2. Competentiematrix

Overdenken en vooraf afwegen welk besluit genomen moet worden in het licht van de mogelijke effecten van informatiespreiding.

Supplement c. Functie informatiemanager commando plaats incident

1.1. Algemene informatie

Supplement c. Informatiemanager commando plaats incident (CoPI)

Beschrijving van de functie: De procesmanager multidisciplinair oefenen:

2.1. Overzicht kerntaken

Kerntaak 1:. Zorg dragen voor het informatieproces in het COPI

Bijlage B, behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s

2.1. Overzicht kerntaken

De Procesmanager Multidisciplinair Oefenen is eindverantwoordelijk voor het uitvoeren van de evaluatie van de multidisciplinaire oefening.

1.1. Algemene informatie

3.1. Uitwerking kerntaken

3.1. Uitwerking kerntaken

Supplement e. functie leider commando plaats incident

Werkzaamheden

1.1. Algemene informatie

De Procesmanager Multidisciplinair Oefenen is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de prestaties in de uitvoering van de evaluatie van de multidisciplinaire oefening.

Supplement d. Functie informatiemanager regionaal operationeel team

2.1. Overzicht kerntaken

1.1. Algemene informatie

De mogelijke effecten die de schriftelijke rapportage met zich meebrengt vooraf overdenken en afwegen.

2.1. Kerntaken

Kerntaak 1:. Sturing geven aan het regionale informatieproces

Kerntaak 3:. Rapporteren en adviseren

4.1. Competenties

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt terzake doende gegevens.

Kerntaak 3:. Optreden als adviseur in het informatieproces

Supplement e. Functie hoofd sectie GHOR

Niveau B: regionaal

4.1. Competenties

Werkzaamheden

Kerntaak 1:. Tactisch leidinggeven aan de GHOR-keten.

3.1. Uitwerking kerntaken

Kerntaak 1:. Sturing geven aan het regionale informatieproces

Werkzaamheden

Formuleert heldere doelstellingen en resultaten en is er actief op gericht om deze te behalen.

Supplement b. Functie evaluator multidisciplinair oefenen

Supplement g. functie regionaal operationeel leider

Werkzaamheden

Besluiten met voldoende mate van kennis van functionele partners; op basis van hun incident- en gevolgbestrijding.

Supplement d. Informatiemanager regionaal operationeel team

Werkzaamheden

De leider CoPI is eindverantwoordelijk voor het verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken van feiten en gegevens aan de juiste afnemers.

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement e. Functie leider commando plaats incident

De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de te behalen prestaties bij het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident. De regionaal operationeel leider is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van de randvoorwaarden voor het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.

1.1. Algemene informatie

Supplement f. Functie leider kernteam psychosociale hulpverlening

De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het adviseren van het bevoegd gezag bij niet opgeschaalde (of dreiging van) incidenten met een bepaalde uitstraling of effecten.

3.1. Uitwerking kerntaken

2.1. Kerntaken

3.1. Uitwerking kerntaken

Kerntaak 1:. Het voorbereiden op de uitvoering van de evaluatie-opdracht

2.2. Competenties

Kerntaak 4:. Adviseren aan het HS-GHOR.

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Kerntaak 2:. Het observeren van teamgedrag en -prestaties (inhoud, proces en resultaat)

Het afwegen van de veiligheid van eigen personeel, andere hulpverleningsdiensten en derden tegen het beoogde (doel/taak/opdracht).

Kerntaak 1:. Leidinggeven aan het COPI

Supplement f. functie procesmanager multidisciplinair oefenen (PMO)

Kerntaak 3:. Het geven van feedback

Beslissen over de openbaarheid van de informatie; wat wel of niet vrijgeven?

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

2.1. Overzicht kerntaken

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement f. Functie procesmanager multidisciplinair oefenen

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

4.1. Competenties

2.1. Kerntaken

Niveau B: relaties leggen

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Supplement c. Functie informatiemanager commando plaats incident

Geeft situationeel sturing aan een individuele medewerker en/of een groep in het kader van de taakvervulling.

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 3:. Borgen van de kwaliteit van multidisciplinaire OTO activiteiten

2.1. Kerntaak

Kerntaak 4:. Het leren van multidisciplinaire OTO activiteiten door de cyclische inzet van evaluaties

Kerntaak 3:. Afstemmen en samenwerken met de andere diensten ter plaatse.

Supplement h. Functionaris crisiscommunicatie commando plaats incident/ communicatieadviseur CoPI

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3, sub h van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 1:. Leiding geven aan en coördineren van het psychosociaal opvangteam

4.1. Competenties

De communicatieadviseur CoPI:

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Werkzaamheden

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

3.1. Uitwerking kerntaken

Werkzaamheden

inzet van de leden ten behoeve van het groepsdoel, desnoods ten koste van eigen korte termijn

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Kerntaak 3:. Borgen van de kwaliteit van multidisciplinaire OTO activiteiten

3.1. Uitwerking kerntaken

Kerntaak 2:. Leiding geven aan de sectie informatiemanagement in het ROT

Supplement g. functie regionaal operationeel leider

Kerntaak 4:. Het leren van multidisciplinaire OTO activiteiten door de cyclische inzet van evaluaties

Verricht zonder hulp van anderen taken, probeert op eigen kracht probleemsituaties de baas te worden. Handelt volgens eigen overtuiging, onafhankelijk van anderen.

2.2. Competenties

Kerntaak 1:. Leidinggeven aan de geneeskundige hulpverlening op de plaats incident

2.1. Overzicht kerntaken

De volgende competenties worden als aanwezig verondersteld:

Supplement i. Functionaris crisiscommunicatie regionaal operationeel team/communicatieadviseur ROT

Kerntaak 1:. Sturing geven aan het regionale informatieproces

De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers. De regionaal operationeel leider is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers.

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement g. Functie regionaal operationeel leider

De communicatieadviseur ROT:

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Supplement i. Functie operationeel directeur GHOR

De communicatieadviseur ROT adviseert over mogelijke implicaties van ontwikkelingen en besluiten voor de communicatieaanpak.

Kerntaak 1:. Leiding geven aan het ROT

2.1. Kerntaken

3.1. Uitwerking kerntaken

4.1. Competenties

2.2. Competenties

Niveau A (daadkrachtig optreden)

3.1. Uitwerking kerntaken

2.1. Kerntaken

3.1. Uitwerking kerntaken

Niveau B (relaties leggen)

Werkzaamheden

Werkzaamheden

Verricht zonder hulp van anderen taken, probeert op eigen kracht probleemsituaties de baas te worden. Handelt volgens eigen overtuiging, onafhankelijk van anderen.

Supplement f. functie procesmanager multidisciplinair oefenen (PMO)

Supplement j. Functie operationeel medewerker actiecentrum GHOR

In supplement j. is het competentieoverzicht uitgewerkt.

Supplement h. Functie voorlichtingsfunctionaris commando plaats incident

Kerntaak 1:. Leidinggeven aan het COPI

2.1. Overzicht kerntaken

Kerntaak 2:. Rapporteren en adviseren.

2.1. Kerntaken

Niveau B: stimuleren

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Kerntaak 2:. Informatie delen

3.1. Uitwerking kerntaken

Niveau B: regionaal

Supplement h. Functionaris crisiscommunicatie commando plaats incident/ communicatieadviseur CoPI

1.1. Algemene informatie

Het leggen van de focus bij oefenactiviteiten op de inhoudelijke aspecten ervan, alsook op het laten functioneren van de organisatie ervan, het hebben van overzicht en het zo nodig bijsturen.

3.1. Uitwerking kerntaken

Kerntaak 1:. Informeren van media

De communicatieadviseur CoPI:

Integer rapporteren over zowel positieve als negatieve prestaties van geoefenden binnen de oefening.

De communicatieadviseur CoPI handelt op basis van de kaders (strategie en doelstellingen) en mandaten waarbinnen de communicatie-operatie plaatsvindt (informatievoorziening, schadebeperking, betekenisgeving). Stemt hierover af met leider CoPI en andere partners.

De communicatieadviseur CoPI informeert publiek en pers over feiten, omstandigheden, te voorziene ontwikkelingen en aandachtspunten.

De communicatieadviseur CoPI draagt bij aan het omgevingsbeeld en rapporteert over communicatiefeiten en -gebeurtenissen, aard, toon en ervaring met publiek en media.

Afweging maken tussen strategische ambities en de operationele haalbaarheid in de multidisciplinaire OTO-planning.

De communicatieadviseur CoPI:

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt terzake doende gegevens.

1.1. Algemene informatie

G1:. Leidinggeven

Overtuigt anderen van een bepaald standpunt om instemming te krijgen met bepaalde plannen, ideeën of producten.

Kerntaak 1:. Het adviseren van het ROT over alle aspecten van voorlichting

Voert in een team een opdracht uit. Draagt bij aan de harmonie van de groep en aan de optimale inzet van de leden ten behoeve van het groepsdoel, desnoods ten koste van eigen korte termijn belangen.

Kerntaak 2:. Sturing geven aan het communicatieproces

Verricht zonder hulp van anderen taken, probeert op eigen kracht probleemsituaties de baas te worden. Handelt volgens eigen overtuiging, onafhankelijk van anderen.

2.2. Competenties

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.

Kerntaak 2:. Het ontwikkelen, organiseren en uitvoeren van multidisciplinaire OTO activiteiten

De volgende competenties worden als aanwezig verondersteld:

Supplement i. Functionaris crisiscommunicatie regionaal operationeel team/communicatieadviseur ROT

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3, sub i van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

1.1. Algemene informatie

Functienaam: functionaris crisiscommunicatie regionaal operationeel team/ communicatieadviseur ROT

Kerntaak 2:. Sturing geven aan het communicatieproces

De communicatieadviseur ROT:

2.1. Kerntaken en taakgebieden

De communicatieadviseur ROT deelt informatie over het omgevingsbeeld en meldt welke communicatieactiviteiten in voorbereiding zijn en op welke van de communicatiedoelstellingen het accent ligt.

Supplement j. Uitwerking competentieoverzicht

De communicatieadviseur ROT deelt informatie, besluiten en inzetopdrachten binnen het ROT en analyseert welke informatie relevant is voor het communicatieproces.

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het adviseren van het bevoegd gezag bij niet opgeschaalde (of dreiging van) incidenten met een bepaalde uitstraling of effecten.

4.1. Competenties

Selecteert één te volgen verantwoorde strategie voor zichzelf (en anderen), ondanks onvolledigheid in kennis van alternatieven en van hun risico's.

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Overtuigt anderen van een bepaald standpunt om instemming te krijgen met bepaalde plannen, ideeën of producten.

Supplement g. Functie regionaal operationeel leider

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.

1.1. Algemene informatie

Is zich bewust van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren. Speelt in op deze ontwikkelingen en vertaalt deze naar het eigen werkgebied.

2.1. Kerntaken

Verricht zonder hulp van anderen taken, probeert op eigen kracht probleemsituaties de baas te worden. Handelt volgens eigen overtuiging, onafhankelijk van anderen.

G17:. Energie

De volgende competenties worden als aanwezig verondersteld:

G18:. Discipline

De regionaal operationeel leider is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van de randvoorwaarden voor het realiseren van de crisiscommunicatie.

Organisatiecompetenties

Zorgen voor communicatie op basis van het onjuiste beeld over de crisisorganisatie in de media en maatschappij.

Zorgen voor communicatie ondanks de positie en snelheid van (sociale) media.

De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het adviseren van het bevoegd gezag bij niet opgeschaalde (of dreiging van) incidenten met een bepaalde uitstraling of effecten.

Kerntaak 1:. Leiding geven aan het ROT

4.1. Competenties

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt terzake doende gegevens.

Overtuigingskracht

Blijft onder tijdsdruk, hoge werkdruk en bemoeilijkende omstandigheden adequaat functioneren (bijvoorbeeld tegenslag, teleurstelling).

Plannen, organiseren en coördineren

Geeft situationeel sturing aan een individuele medewerker en/of een groep in het kader van de taakvervulling.

Politiek-bestuurlijk inzicht

Selecteert één te volgen verantwoorde strategie voor zichzelf (en anderen), ondanks onvolledigheid in kennis van alternatieven en van hun risico's.

Probleemanalyse

Is zich bewust van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren. Speelt in op deze ontwikkelingen en vertaalt deze naar het eigen werkgebied.

Samenwerken

Zich inzetten om met anderen resultaten te bereiken en daarmee bijdragen aan een gezamenlijk doel. Denken en handelen vanuit gemeenschappelijke belangen.

Stressbestendigheid

Kalm, objectief en effectief blijven functioneren bij tijdsdruk, tegenslag, teleurstelling of tegenspel. Om kunnen gaan met weerstanden.

Functienaam: Functionaris crisiscommunicatie commando plaats incident/communicatieadviseur CoPI

Beschrijving van de functie: De functionaris crisiscommunicatie commando plaats incident/

De communicatieadviseur CoPI:

De competenties voor de functie voorlichtingsfunctionaris commando plaats incident zijn te vinden in onderstaande tabel.

De communicatieadviseur CoPI handelt op basis van de kaders (strategie en doelstellingen) en mandaten waarbinnen de communicatie-operatie plaatsvindt (informatievoorziening, schadebeperking, betekenisgeving). Stemt hierover af met leider CoPI en andere partners.

De communicatieadviseur CoPI informeert publiek en pers over feiten, omstandigheden, te voorziene ontwikkelingen en aandachtspunten.

De communicatieadviseur CoPI draagt bij aan het omgevingsbeeld en rapporteert over communicatiefeiten en -gebeurtenissen, aard, toon en ervaring met publiek en media.

3.1. Uitwerking kerntaken

De communicatieadviseur CoPI:

Is en houdt zich op de hoogte van de beleidsontwikkelingen m.b.t. de rampenorganisaties en inhoudelijke processen en procedures. Kent de relevante sleutelfiguren in het beleids- en uitvoeringsveld.

Selecteert één te volgen verantwoorde strategie voor zichzelf (en anderen), ondanks onvolledigheid in kennis van alternatieven en van hun risico's.

Niveau C (afwegen)

Overtuigt anderen van een bepaald standpunt om instemming te krijgen met bepaalde plannen, ideeën of producten.

Niveau C (acceptatie bereiken)

Samenwerken

Niveau C (terugkoppelen)

Verricht zonder hulp van anderen taken, probeert op eigen kracht probleemsituaties de baas te worden. Handelt volgens eigen overtuiging, onafhankelijk van anderen.

Niveau B (proberen)

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Stressbestendig

De volgende competenties worden als aanwezig verondersteld:

Supplement i. Functionaris crisiscommunicatie regionaal operationeel team/communicatieadviseur ROT

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3, sub i van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

Niveau 3

Strategische en organisatorische competenties (organisatie)

Kerntaak 1:. Leidinggeven aan het gemeenschappelijk meldkamerproces

De communicatieadviseur ROT:

2.1. Kerntaken en taakgebieden

De communicatieadviseur ROT deelt informatie over het omgevingsbeeld en meldt welke communicatieactiviteiten in voorbereiding zijn en op welke van de communicatiedoelstellingen het accent ligt.

2.2. Competenties

De communicatieadviseur ROT deelt informatie, besluiten en inzetopdrachten binnen het ROT en analyseert welke informatie relevant is voor het communicatieproces.

De communicatieadviseur ROT deelt en bespreekt informatie, besluiten en opdrachten van het ROT met het hoofd crisiscommunicatie.

Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.

4.1. Competenties

Supplement j. Uitwerking competentieoverzicht

Werkzaamheden

Overtuigt anderen van een bepaald standpunt om instemming te krijgen met bepaalde plannen, ideeën of producten.

Kerncompetenties

Werkzaamheden

Niveau B (relaties leggen)

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Leren en reflecteren

Verricht zonder hulp van anderen taken, probeert op eigen kracht probleemsituaties de baas te worden. Handelt volgens eigen overtuiging, onafhankelijk van anderen.

Analyseren

2.1. Kerntaken

Communiceren

Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).

Daadkracht

Niveau 1

Delegeren

Eigen taken, beslissingsbevoegdheden en verantwoordelijkheden op duidelijke wijze toedelen aan juiste medewerkers.

Inleven

Niveau 1

Leiding geven

Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.

Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.

3.1. Uitwerking kerntaken

Oordelen

Werkzaamheden

De evaluator multidisciplinair oefenen zorgt ervoor dat hij een heldere opdrachtformulering ontvangt. Hij bereidt zich aan de hand van de opdrachtkaders en relevante documentatie voor op het observeren en evalueren van de multidisciplinaire oefening en maakt werkafspraken met zijn collega evaluatoren.

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Plannen, organiseren en coördineren

Werkzaamheden

Niveau 3:

Resultaatgericht

Probleemanalyse

Werkzaamheden

Niveau 2

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Probleem oplossen

Werkzaamheden

Niveau 1

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Leren en reflecteren

Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Supplement c. Functie informatiemanager commando plaats incident

Sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties (omgeving): dit betreft de sociale, maatschappelijke en communicatieve competenties die betrekking hebben op de interactie met de omgeving zowel extern als intern. Deze competenties zijn vervolgens gekoppeld aan een niveauduiding

Competenties

In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.

2.1. Kerntaak

Kerntaak 1:. Zorg dragen voor het informatieproces in het COPI

Niveau 2:

2.2. Competenties

Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.

Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).

Niveau 1

3.1. Uitwerking kerntaken

Kerntaak 1:. Zorg dragen voor het informatieproces in het COPI

Inleven

Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement d. Functie informatiemanager regionaal operationeel team

Niveau 3:

Daadkracht

Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).

Probleem oplossen

Mondeling communiceren

Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).

Kerntaak 2:. Leiding geven aan de sectie informatiemanagement in het ROT

Niveau 3:

Innoveren en creativiteit

Niveau 1

2.2. Competenties

Niveau 2

Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.

Niveau 1

3.1. Uitwerking kerntaken

Kerntaak 1:. Sturing geven aan het regionale informatieproces

Onafhankelijk

Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.

Niveau 1

Kerntaak 2:. Sturing geven aan de regionale informatieorganisatie

Werkzaamheden

Niveau 2:

Kerntaak 3:. Optreden als adviseur in het informatieproces

Innoveren/creativiteit

Niveau 2

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Inleven

Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.

1.1. Algemene informatie

Niveau 2

2.1. Kerntaken

Onafhankelijk

Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.

Kerntaak 2:. Adviseren en informeren van het lokale bestuur (GRIP 1)/de regionaal operationeel leider (GRIP 2 en hoger)

Niveau 2:

2.2. Competenties

Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.

Aanpassen van de eigen stijl, benadering en gedrag aan wisselende eisen en omstandigheden. Openstaan voor nieuwe ideeën en actief zoeken naar alternatieven om het gestelde doel te bereiken.

Niveau 1

3.1. Uitwerking kerntaken

Kerntaak 1:. Leidinggeven aan het COPI

Maatschappelijk georiënteerd

Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.

Kerntaak 2:. Adviseren en informeren van het lokale bestuur (GRIP 1)/de regionaal operationeel leider (GRIP 2 en hoger)

Werkzaamheden

Niveau 3:

Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement f. Functie procesmanager multidisciplinair oefenen

Niveau 2:

1.1. Algemene informatie

Leren en reflecteren

Kerntaak 1:. Bijdragen aan beleidsvorming op het gebied van multidisciplinaire OTO activiteiten

Niveau 3:

Niveau 2

Sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties (omgeving)

Dit betreft sociale, maatschappelijke en communicatieve competenties die betrekking hebben op de interactie met de omgeving zowel extern als intern.

Daadkracht

Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).

Kerntaak 4:. Het leren van multidisciplinaire OTO activiteiten door de cyclische inzet van evaluaties

Niveau 2:

Niveau 3:

Mondeling communiceren

Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).

Niveau 1

3.1. Uitwerking kerntaken

Kerntaak 1:. Bijdragen aan beleidsvorming op het gebied van multidisciplinaire OTO activiteiten

Inleven

Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.

Niveau 1

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Kerntaak 2:. Het ontwikkelen, organiseren en uitvoeren van multidisciplinaire OTO activiteiten

Daadkracht

Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Mondeling communiceren

Werkzaamheden

Niveau 1

Daadkracht

Kerntaak 4:. Het leren van multidisciplinaire OTO activiteiten door de cyclische inzet van evaluaties

Werkzaamheden

Niveau 3

Evaluatie heeft enerzijds tot doel inhoudelijke en organisatorische verbeteringen te realiseren in de activiteiten. Anderzijds dient de cyclische evaluatie aantoonbaar te leiden tot verdere professionalisering van de betrokkenen. De PMO adviseert in het aanbrengen van noodzakelijke en gewenste verbeteringen in de multidisciplinaire activiteiten. Tevens adviseert hij in de wenselijkheid en noodzaak van gerichte professionaliseringsacties (zoals scholing, coaching, training en dergelijke).

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Kerntaak 5:. Het verzorgen van communicatie en public relations in het kader van de multidisciplinaire OTO activiteiten

Werkzaamheden

Niveau 3:

Onafhankelijk

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement g. Functie regionaal operationeel leider

Niveau 2

1.1. Algemene informatie

In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.

2.1. Kerntaken

Kerntaak 1:. Leiding geven aan het ROT

Niveau 2

Kerntaak 2:. Adviseren en informeren aan/van het beleidsteam

De regionaal operationeel leider, is verantwoordelijk voor de benodigde informatie overdracht en advisering aan de burgemeester (beleidsteam). Hij vertaalt de tactische informatie waar nodig naar strategische beslispunten en treedt in voorkomende gevallen namens het ROT op als adviseur. (Vanaf GRIP 2 is de regionaal operationeel leider verantwoordelijk voor het samenstellen van realistische multidisciplinair samengestelde scenario’s, heldere adviezen en beslispunten voor het beleidsteam.)

2.2. Competenties

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Onafhankelijk

Kerntaak 1:. Leiding geven aan het ROT

Werkzaamheden

Niveau 2:

Kerntaak 2:. Adviseren en informeren aan/van het beleidsteam

Flexibel

Aanpassen van de eigen stijl, benadering en gedrag aan wisselende eisen en omstandigheden. Openstaan voor nieuwe ideeën en actief zoeken naar alternatieven om het gestelde doel te bereiken.

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement h. Functie voorlichtingsfunctionaris commando plaats incident

Niveau 3

Maatschappelijk georiënteerd

Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.

2.1. Kerntaken

Kerntaak 1:. Informeren van media

Niveau 3:

Leiderschap

Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.

2.2. Competenties

Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.

Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op de positionering van de brandweer en rampenbestrijdingsorganisatie in de politiek-bestuurlijke context.

Niveau 1:

3.1. Uitwerking kerntaken

Kerntaak 1:. Informeren van media

Werkzaamheden

De voorlichtingsfunctionaris commando plaats incident (COPI) heeft als primaire taak het informeren van de media en het geven van sturing aan het totale proces voorlichting bij het plaats incident. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Kerntaak 2:. Informatie delen

Werkzaamheden

Het doeltreffend en doelmatig verzamelen van informatie en die delen binnen het COPI en met de voorlichter ROT bij melding en opschaling conform de GRIP structuur. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Bijlage C. behorende bij artikel 2 lid 3 Besluit personeel veiligheidsregio’s

Supplement i. Functie voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel team

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3 sub i Besluit personeel veiligheidsregio’s

1.1. Algemene informatie

In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.

2.1. Kerntaken

Kerntaak 1:. Het adviseren van het ROT over alle aspecten van voorlichting

De voorlichtingsfunctionaris ROT is verantwoordelijk voor een adequate en volledige communicatie met én advisering aan het ROT. Hij adviseert en informeert het ROT, waarmee dit team besluiten kan nemen op het operationeel niveau.

Kerntaak 2:. Sturing geven aan het communicatieproces

De voorlichtingsfunctionaris ROT geeft sturing aan het totale proces voorlichting. Hij draagt zorg voor een goedlopend voorlichtingsproces. Hij zorgt voor tijdige en kwalitatief hoogwaardige adviezen.

2.2. Competenties

Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.

De competenties voor de functie voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel team zijn te vinden in onderstaande tabel.

In supplement j. is het competentieoverzicht uitgewerkt.

3.1. Uitwerking kerntaken

Kerntaak 1:. Het adviseren van het ROT over alle aspecten van voorlichting

Werkzaamheden

De voorlichtingsfunctionaris ROT is verantwoordelijk voor een adequate en volledige communicatie met en advisering aan het ROT. Hij adviseert en informeert het ROT, waarmee dit team besluiten kan nemen op operationeel niveau. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Kerntaak 2:. Sturing geven aan het communicatieproces

Werkzaamheden

De voorlichtingsfunctionaris ROT geeft sturing aan het totale proces voorlichting. Hij draagt zorg voor een goedlopend communicatieproces. Hij zorgt voor tijdige en kwalitatief hoogwaardige adviezen. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement j. Uitwerking competentieoverzicht

Voor het competentieprofiel is een kader ontwikkeld dat de volgende competenties onderscheidt:

Kerncompetenties: hierbij zijn de verschillende kerncompetenties omschreven en van gedragsvoorbeelden voorzien.

Kerncompetenties

In deze bijlage zijn alle competenties, die zijn benoemd in de kwalificatiedossiers van de functionarissen werkzaam binnen de organisatie van rampenbestrijding en crisisbeheersing, opgenomen.

Aanpassingsvermogen

Effectief blijven handelen door zich aan te passen aan veranderde omstandigheden, taken verantwoordelijkheden en/of mensen.

Accuraat

Zorgvuldig en stipt handelen, gericht op het voorkómen van fouten. Nauwkeurig uitvoeren van activiteiten.

Analyseren

Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.

Communiceren

Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).

Daadkracht

Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).

Delegeren

Eigen taken, beslissingsbevoegdheden en verantwoordelijkheden op duidelijke wijze toedelen aan juiste medewerkers.

Inleven

Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.

Leiding geven

Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.

Omgevingsbewustzijn

Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.

Oordelen

Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.

Overtuigingskracht

Het verkrijgen van instemming en enthousiasme voor bepaalde doelen, plannen of ideeën zodat deze worden geaccepteerd of gedragen.

Plannen, organiseren en coördineren

Vanuit een vastgesteld doel bepalen welke taken/activiteiten georganiseerd en gepland moeten worden en daar naar handelen. Bepalen van prioriteiten en aangeven van een volgorde van werkzaamheden.

Politiek-bestuurlijk inzicht

Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op de positionering van de brandweer en rampenbestrijdingsorganisatie in de politiek-bestuurlijke context.

Probleemanalyse

Signaleren van problemen, herkennen van belangrijke informatie; verbanden leggen tussen gegevens. Opsporen van mogelijke oorzaken van problemen; zoeken naar ter zake doende gegevens.

Samenwerken

Zich inzetten om met anderen resultaten te bereiken en daarmee bijdragen aan een gezamenlijk doel. Denken en handelen vanuit gemeenschappelijke belangen.

Stressbestendigheid

Kalm, objectief en effectief blijven functioneren bij tijdsdruk, tegenslag, teleurstelling of tegenspel. Om kunnen gaan met weerstanden.

Sturing geven aan proces

Op inspirerende wijze richting geven aan het proces. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden.

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement k. Uitwerking competentiematrix

Voor het competentieprofiel is een kader ontwikkeld dat de volgende competenties onderscheidt:

Kerncompetenties: bij de functieomschrijving de verschillende kerncompetenties beschreven, van gedragsvoorbeelden voorzien en vervolgens gekoppeld aan niveauduiding. Deze niveauduiding is opgedeeld in het niveau aangaande de strategische/organisatorische competenties en het niveau aangaande de sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties.

Strategische/organisatorische competenties: dit betreft de verschillende competenties die met name betrekking hebben op het geven van richting aan organisatie(onderdeel) (visie, strategievorming) en de inrichting van het werk (de interne organisatie). Deze competenties zijn vervolgens gekoppeld aan een niveauduiding

Sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties (omgeving): dit betreft de sociale, maatschappelijke en communicatieve competenties die betrekking hebben op de interactie met de omgeving zowel extern als intern. Deze competenties zijn vervolgens gekoppeld aan een niveauduiding

Competenties

Accuraat

Zorgvuldig en stipt handelen, gericht op het voorkómen van fouten. Nauwkeurig uitvoeren van activiteiten.

Niveau 1

Niveau 2:

Niveau 3:

Samenwerken

Zich inzetten om met anderen resultaten te bereiken en daarmee bijdragen aan een gezamenlijk doel. Denken en handelen vanuit gemeenschappelijke belangen.

Niveau 1

Niveau 2:

Niveau 3

Stressbestendig

Kalm, objectief en effectief blijven functioneren bij tijdsdruk, tegenslag, teleurstelling of tegenspel. Om kunnen gaan met weerstanden.

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Strategische en organisatorische competenties (organisatie)

Dit betreft strategische en organisatorische competenties die met name betrekking hebben op het geven van richting aan organisatie(onderdeel) (visie, strategievorming) en de inrichting van het werk (de interne organisatie).

Probleem oplossen

Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.

Niveau 1

Niveau 2:

Niveau 3:

Innoveren en creativiteit

Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Plannen, organiseren en coördineren

Vanuit een vastgesteld doel bepalen welke taken/activiteiten georganiseerd en gepland moeten worden en daar naar handelen. Bepalen van prioriteiten en aangeven van een volgorde van werkzaamheden.

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Leren en reflecteren

Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.

Niveau 1

Niveau 2:

Niveau 3:

Innoveren/creativiteit

Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.

Niveau 1

Niveau 2

Problemen oplossen

Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.

Niveau 1

Niveau 2

Analyseren

Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Oordelen

Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3:

Resultaatgericht

Formuleert doelstellingen helder, concreet en meetbaar en maakt duidelijke afspraken. Houdt zich aan de voortgang en informeert en rapporteert daarover. Denkt vooruit.

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3:

Probleem oplossen

Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.

Niveau 1

Niveau 2:

Niveau 3:

Leren en reflecteren

Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.

Niveau 1

Niveau 2

Sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties (omgeving)

Dit betreft sociale, maatschappelijke en communicatieve competenties die betrekking hebben op de interactie met de omgeving zowel extern als intern.

Daadkracht

Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).

Niveau 1

Niveau 2:

Niveau 3:

Mondeling communiceren

Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Inleven

Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.

Niveau 1

Niveau 2:

Niveau 3:

Daadkracht

Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).

Niveau 1

Mondeling communiceren

Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).

Niveau 1

Daadkracht

Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).

Niveau 1

Niveau 3

(taakgericht) Leiderschap

Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3:

Onafhankelijk

Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3:

(mondeling) Communiceren

Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Inleven

Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Onafhankelijk

Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.

Niveau 1

Niveau 2:

Niveau 3:

Flexibel

Aanpassen van de eigen stijl, benadering en gedrag aan wisselende eisen en omstandigheden. Openstaan voor nieuwe ideeën en actief zoeken naar alternatieven om het gestelde doel te bereiken.

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Maatschappelijk georiënteerd

Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.

Niveau 1:

Niveau 2

Niveau 3:

Leiderschap

Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.

Niveau 3

Politiek-bestuurlijk inzicht

Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op de positionering van de brandweer en rampenbestrijdingsorganisatie in de politiek-bestuurlijke context.

Niveau 1:

Niveau 2

Niveau 3:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De medewerker opleiden en oefenen vertaalt het vastgestelde beleid in (regionale) opleidings- en oefentrajecten en draagt in overleg met het regionaal opleidingsinstituut en het regionaal oefenbureau zorg voor de uitvoering ervan.

De medewerker operationele voorbereiding draagt er zorg voor dat de benodigde middelen op het juiste moment op de juiste plaats zijn zodat de repressieve taak goed uitgevoerd kan worden.

Kerntaak 2:. Leveren van informatie voor de operationele dienst

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub s Besluit personeel veiligheidsregio’s

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Beoordelingscriteria

De manschap rukt uit samen met collega manschap(pen), bevelvoerder en chauffeur in een brandweereenheid. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid (persoonlijke bescherming, incidentafhankelijke middelen en een begrepen/bevestigde opdracht) aan bij het incident.

Op basis van de beschikbare gegevens vormt de MPL adviezen over de maatregelen in het effectgebied. Hierbij houdt hij rekening met mogelijke ontwikkelingen van het incident, de operationele mogelijkheden en houdt hij rekening met de multidisciplinaire belangen van betrokkenen. Dit doet hij in nauwe samenwerking met de GAGS.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt

¹ Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.

De medewerker opleiden en oefenen levert een inhoudelijke bijdrage aan het opstellen van het (meerjaren)beleid op het gebied van opleiden en oefenen en het regionaal of gemeentelijk jaarplan voor opleiden en oefenen. Hij draagt voor zijn eigen bijdrage zorg voor de afstemming van het meerjarenbeleid met opleidings- en oefenplannen van andere diensten en de behoefte van de werkomgeving (de eigen organisatie en die van de partners).

Onder turbulente omstandigheden verifieert de MPL de inschatting van het effectgebied door het leiden van de meetplanorganisatie. De MPL brengt een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, omgaan met keuzes en dilemma’s, rekening houden met betrokken partijen en afstemming met de AGS spelen een belangrijke rol. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.

Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

De medewerker brandpreventie geeft voorlichting over zijn werkzaamheden aan diverse doelgroepen, zorgt voor informatieoverdracht aan de repressieve dienst en werkt mee aan voorlichtingscampagnes.

Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker brandpreventie vastgesteld.

Op basis van de beschikbare gegevens vormt de MPL adviezen over de maatregelen in het effectgebied. Hierbij houdt hij rekening met mogelijke ontwikkelingen van het incident, de operationele mogelijkheden en houdt hij rekening met de multidisciplinaire belangen van betrokkenen. Dit doet hij in nauwe samenwerking met de AGS.

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

De oefencoördinator evalueert en registreert de oefenresultaten en levert hiermee een bijdrage aan kwaliteitszorg.

De medewerker operationele voorbereiding draagt er zorg voor dat de benodigde middelen op het juiste moment op de juiste plaats zijn zodat de repressieve taak goed uitgevoerd kan worden.

Op basis van de beschikbare gegevens vormt de MPL adviezen over de maatregelen in het effectgebied. Hierbij houdt hij rekening met mogelijke ontwikkelingen van het incident, de operationele mogelijkheden en houdt hij rekening met de multidisciplinaire belangen van betrokkenen. Dit doet hij in nauwe samenwerking met de AGS.

De medewerker operationele voorbereiding zorgt voor onderhoud van materieel en materiaal. Hij1Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.adviseert zijn leidinggevende over nieuw aan te schaffen materieel en materiaal en geeft input voor beleid op het gebied van materieelbeheer. Hij verzorgt instructie over het gebruik van materieel en materiaal.

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Kerntaak 1:. leidinggeven aan brandweereenheden bij de bestrijding van het incident

De OvD maakt een analyse van het incident en de te verwachten incidentontwikkeling. Op basis hiervan besluit de OvD tot een passende brandweerinzet en geeft leiding aan de uitvoerende brandweerprocessen in het veld. Bij grootschalig repressief optreden is de OvD pelotonscommandant en staat dan onder leiding van de Taakcommandant Brandweer.

Bij multidisciplinair repressief optreden kan de OvD het multidisciplinaire overleg in het motorkapoverleg opstarten en coördineren en schaalt zo nodig op naar GRIP 1 of 2.

Bij grootschalig monodisciplinair optreden of bij multidisciplinair repressief optreden adviseert, ondersteunt en informeert de OvD de Algemeen Commandant Brandweerzorg in het actiecentrum Brandweerzorg. Levert een bijdrage aan de operationele brandweerprocessen.

De medewerker opleiden en oefenen bewaakt de kwaliteit van de uitvoering van de opleidings- en oefentrajecten. Hij verzamelt evaluatiegegevens en vertaalt deze naar voorstellen voor mogelijke aanpassingen van beleid. De medewerker opleiden en oefenen is verantwoordelijk voor de registratie van relevante opleidings- en oefengegevens dan wel de organisatie daarvan.

Het brandweerveld heeft voor alle leiders op operationeel, tactisch en strategisch niveau zes rollen gedefinieerd. Aan de functie OvD wordt het volgende leiderschapsprofiel toegekend: Operationeel leidinggevende. In supplement hh wordt dit profiel nader uitgewerkt.

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 3:. deelnemen aan het CoPI*

2.1. Kerntaken en taakgebieden

De operationeel manager geeft leiding aan een team van medewerkers. Hij is de verbinding tussen de individuele medewerkers en vormt de schakel tussen medewerkers en organisatie. Hij draagt bij aan de ontwikkeling van medewerkers en team en het creëren van een collegiaal werkklimaat.

Niveau C (motiveren)

De operationeel manager is werkzaam in een branche die zich kenmerkt door een grote diversiteit aan actoren. Denk hier bij aan interne collega’s, (keten)partners en burgers. Hij onderhoudt contacten met al deze actoren op de voor hem relevante niveaus en heeft daarnaast kennis van het bestuurlijk krachtenveld. In de organisatie is hij de schakel tussen de tactische en de meer praktische werklaag. Hij zit met beide groepen aan tafel en stemt zijn communicatie af op zijn gesprekspartners.

3.1. Uitwerking kerntaken

Beschrijving van de functie: De ploegchef:

2.1. Kerntaken en taakgebieden

De ploegchef is verantwoordelijk voor het functioneren en het vakmanschap van de individuele medewerkers waaraan hij leiding geeft. Hij heeft oog voor het welbevinden van deze medewerkers. De ploegchef is verantwoordelijk voor de uitvoering van het personeelsbeleid, hij draagt zorg voor gegevens ten behoeve van de personeelsadministratie, zoals de urenverantwoording en ziekmelding. De ploegchef coacht en begeleidt zijn medewerkers.

3.1. Uitwerking kerntaken

4.1. Competenties

Er zijn drie typen competenties:

Er zijn voor elke functie specifieke competenties benoemd. In de competentiematrix

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

De ploegchef draagt zorg voor de paraatheid van de operationele dienst. Dit betekent dat hij zorgt voor de dienstroosters, de planning van werkzaamheden en activiteiten op het gebied van vakbekwaamheid, onderhoud, materieel en materiaal. Hij draagt zorg voor het aanleveren van verschillende managementgegevens. Hij doet dit zowel proactief als reactief. Hij signaleert niet alleen problemen, gevaarlijke situaties of trends, maar pakt ze indien nodig ook op en lost ze op of komt met verbetervoorstellen. Hierbij wordt een hoge mate van zelfstandigheid verwacht.

Er zijn voor elke functie specifieke competenties benoemd. In de competentiematrix

De commandant initieert en ontwikkelt mede de visie en strategie voor de regionale brandweerorganisatie.

Deze zijn nader uitgewerkt in de Regeling Personeel Veiligheidsregio’s (bijlage A1Regeling personeel Veiligheidsregio’s, bijlage A, supplement GG (https://wetten.overheid.nl/BWBR0027840/2018-10-01#BijlageA)).

1 Waar hij staat, kan ook zij gelezen worden.

Kerntaak 2:. Ontwikkelen, vormen en uiteenzetten van visie en strategie voor de regionale brandweerorganisatie

De operationeel manager is niet alleen een leidinggevende; hij is daarnaast ook vakman op zijn kennisgebied. Dat vakmanschap benut hij om, in samenspraak met anderen, bijdragen te leveren aan de verbetering van werkprocessen, diensten en producten van zijn afdeling/team, maar ook daarbuiten.

De brandweer is een speler in een veld met diverse actoren: interne collega’s, (keten)partners, burgers, etc. Samenwerken en elkaar kennen wordt steeds belangrijker. Op alle niveaus onderhoudt de brandweer contacten met al deze partijen, om van hen te leren maar ook om aan hen te leren. Ook de operationeel manager heeft deze rol.

De operationeel manager stuurt de werkuitvoering van de medewerkers van zijn afdeling aan. Het opstellen en uitvoeren van plannen vormen daarin het centrale sturingsmechanisme voor de bedrijfsvoering. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Stelt jaar- en/of projectplannen op van het eigen vakgebied binnen de aangereikte kaders (m.n.: wetgeving, organisatieplan, beleidsplan, Arbo) en stemt hierover af met belangrijke partijen (met name de naast hoger leidinggevende).

Beoordelingscriteria

1.1. Algemene informatie

Werkzaamheden

4.1. Competenties

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub u Besluit personeel veiligheidsregio’s

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 1:. Bijdrage leveren aan totstandkoming van preventiebeleid

Op basis van een analyse en/of evaluatie ontwikkelt, beheert en innoveert een SOV instrumenten voor of ter verbetering van de operationele voorbereiding op de incidentbestrijding en crisisbeheersing.

Kerntaak 4:. adviseren en afstemmen

Een SOV geeft advies over de operationele voorbereiding van incidentbestrijding en crisisbeheersing en stemt deze af op zowel operationeel, tactisch als strategisch niveau.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied

De SOV verzamelt informatie uit de meest uiteenlopende bronnen, maakt behoefteanalyses, selecteert scenario’s en evalueert en analyseert bestaande instrumenten die ingezet zijn ter voorbereiding op of ter evaluatie van de incidentbestrijding en crisisbeheersing.

De OVD informeert en adviseert (gevraagd en ongevraagd) het bevoegd gezag, betrokken diensten, pers en publiek over de bestrijding van het incident. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Werkzaamheden:

Beoordelingscriteria

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub v Besluit personeel veiligheidsregio’s

1.1. Algemene informatie

Functienaam: Specialist Opleiden en Oefenen (SOO)

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Ontwikkelt op basis van eigen onderzoek en onderzoek van anderen passend vakbekwaamheidsbeleid en zorgt voor de implementatie daarvan binnen de organisatie en in samenwerking met relevante netwerkpartners.

3.1. Uitwerking kerntaken

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement bb. Functie specialist risico en veiligheid/specialist ruimtelijke veiligheid

Beoordelingscriteria

De operationeel manager is verantwoordelijk voor de aanwending en besteding van middelen die door de naast hogere leidinggevende zijn gedelegeerd. Vanuit die verantwoordelijkheid is actieve procesbewaking van groot belang. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Kerntaak 1. : ontwikkelt beleid op gebied van omgevingsveiligheid

Kerntaak 3. : inventariseert, analyseert en beoordeelt complexe omgevingsveiligheidsrisico’s en -maatregelen

3.1. Uitwerking kerntaken

Kerntaak 2. : initieert en onderhoudt netwerken, stemt af met relevante partijen

Kerntaak 3. : inventariseert, analyseert en beoordeelt complexe omgevingsveiligheidsrisico’s en -maatregelen

3.1. Werkzaamheden

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.

Bouwt een netwerk van (in)formele contacten op dat voor de organisatie functioneel is of kan worden.

Niveau B: afstemmen

Niveau C: brede kaders

De strategisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de organisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie. De strategisch manager draagt daarbij zorg voor het beheren en beheersen van het beleid binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied.

Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de ploegchef vastgesteld.

De strategisch manager geeft binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied richting aan de implementatie van het vastgestelde beleid binnen de regionale brandweerorganisatie. Hij treedt hierin sturen en bepalend op. Specifiek geeft hij hierin sturing aan de uitwerking van programma’s.

Voor de strategisch manager is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij in beeld in zowel de mono- als multidisciplinaire omgeving.

Werkzaamheden

Beoordelingscriteria

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en de inzet van middelen en situationeel leidinggeven aan zijn organisatieonderdeel/werkgebied

Beoordelingscriteria

1 Waar hij staat, kan ook zij gelezen worden.

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

De SOV verzorgt en begeleidt de invoering en de in gebruik name van de betreffende instrumenten voor of ter verbetering van de operationele voorbereiding en zorgt voor het in stand houden van de organisatorische kaders om dit te realiseren.

Een SOV geeft advies over de operationele voorbereiding van incidentbestrijding en crisisbeheersing en stemt deze af op zowel operationeel, tactisch als strategisch niveau.

Brengt schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag:

Kerntaak 1:. Bijdragen aan het strategisch beleid van de organisatie en ontwikkelen van strategisch beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied

Werkzaamheden:

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Kerntaak 1:. Bijdragen aan ontwikkeling van strategisch beleid van de organisatie en het eigen organisatieonderdeel/werkgebied

Kerntaak 2:. Implementeren van vastgesteld beleid voor eigen organisatieonderdeel/werkgebied

De specialist brandpreventie heeft op basis van zijn praktijkervaring een signaalfunctie om relevante zaken aan te kaarten met betrekking tot preventiebeleid.

Beoordelingscriteria

De specialist brandpreventie adviseert de vergunning verlenende afdelingen over het al dan niet verlenen van bouw-, milieu- en gebruiksvergunningen.

Beoordelingscriteria

De tactisch manager is verantwoordelijk voor de personele zorg van het organisatieonderdeel. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Supplement ee. Functie verkenner gevaarlijke stoffen

Werkzaamheden

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

De specialist risico’s en veiligheid stimuleert het veiligheidsbewustzijn door actief aandacht te vragen voor fysieke veiligheid. Ook stemt de specialist risico’s en veiligheid, zowel binnen als buiten de organisatie, zaken op het gebied van fysieke veiligheid af en wisselt deze uit.

Kerntaak 2:. Inzet

1 Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.

Beoordelingscriteria

Werkzaamheden

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement ff. Functie voertuigbediener

Deze kerntaak omvat het ontwikkelen, valideren en implementeren van plannen, procedures en instructies ten behoeve van de inzet van de repressieve dienst (en andere relevante partijen, bijv. meldkamer) bij incidentbestrijding.

Functienaam: voertuigbediener

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

De voertuigbediener rukt met de bezetting uit in een brandweereenheid. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid (persoonlijke bescherming) aan bij het incident. De voertuigbediener stelt, eventueel in samenwerking met de bijrijder en in overleg met de leidinggevende, het voertuig op en creëert een veilige werkomgeving.

MT

Deze zijn niet afzonderlijk te benoemen.

Niveau C: voorbeeld zijn

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.

Werkzaamheden

Niveau C: brede kaders

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Competenties

Accuraat

Zorgvuldig en stipt handelen, gericht op het voorkómen van fouten. Nauwkeurig uitvoeren van activiteiten.

Ontwikkeld beleid, afgestemd op landelijke beleidsmatige, juridische en maatschappelijke ontwikkelingen. Stelt de opleidings-, oefen- en bijscholingsbehoeften vast. Stelt meerjaren beleidsplan op.

Niveau 1:

Niveau 2:

Richt mede een kwaliteitszorgsysteem in voor het opleiden, oefenen en bijscholen en onderhoudt het kwaliteitszorgsysteem.Voert steekproefsgewijs kwaliteitscontroles/audits uit.

Arbeidsveiligheid kenmerkt zich in het gedrag van de werknemer waarin hij zijn taak uitvoert zonder effecten te ondervinden van slechte arbeidshygiëne of een arbeidsongeval. Om dit te kunnen zal de werknemer tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden verschillende vormen/niveaus van risicoanalyse uitvoeren.

Kerntaak 1:. Initiëren van strategisch beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied enbijdragen aan het strategisch beleid van de organisatie als geheel

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Kerntaak 2:. Inzet

Incidentbestrijding

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Inleven

Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.

Niveau 2:

Functienaam: voertuigbediener

Niveau 1:

Niveau 3:

De voertuigbediener ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt ervoor dat de brandweereenheid na inzet weer uitrukgereed is. De voertuigbediener werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.

Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.

Niveau 2:

Niveau 3:

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Competenties

Niveau 3:

Zorgvuldig en stipt handelen, gericht op het voorkómen van fouten. Nauwkeurig uitvoeren van activiteiten.

Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.

Niveau 1:

Niveau 2:

Analyseren

Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.

Niveau 1:

Kerntaak 5:. Initiëren en onderhouden van netwerken, afstemmen met relevante partijen, stimuleren van veiligheidsbewustzijn

Arbeidsveiligheid

Arbeidsveiligheid kenmerkt zich in het gedrag van de werknemer waarin hij zijn taak uitvoert zonder effecten te ondervinden van slechte arbeidshygiëne of een arbeidsongeval. Om dit te kunnen zal de werknemer tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden verschillende vormen/niveaus van risicoanalyse uitvoeren.

Vanuit een vastgesteld doel bepalen welke taken/activiteiten georganiseerd en gepland moeten worden en daar naar handelen. Bepalen van prioriteiten en aangeven van een volgorde van werkzaamheden.

Niveau 2:

Politiek-bestuurlijk inzicht

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Niveau 2:

Flexibel

Aanpassen van de eigen stijl, benadering en gedrag aan wisselende eisen en omstandigheden. Openstaan voor nieuwe ideeën en actief zoeken naar alternatieven om het gestelde doel te bereiken.

Kerntaak 1:. Initiëren van strategisch beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied en bijdragen aan het strategisch beleid van de organisatie als geheel

Dit vakgebied omvat de repressieve taken van de rampenbestrijdingsorganisatie, zoals het operationeel leidinggeven dan wel adviseren bij incidenten van verschillende schaalgrootten (zowel mono- als multidisciplinair). Ook de aan het operationeel optreden gelieerde aandachtsgebieden zoals evaluaties, bedrijfsopvang, nazorg, procedures (w.o. alarmerings- en opschalingsprocedures), Arbowetgeving en andere wettelijke kaders vallen onder dit vakgebied.

Niveau 1:

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.

Innoveren en creativiteit

Werkzaamheden

Stressbestendig

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Beoordelingscriteria

Leren en reflecteren

Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.

Functienaam: duikploegleider/duikmedisch begeleider

Niveau 1:

De duikmedisch begeleider verleent eerste duikmedische hulp aan een duiker met een duikerziekte en/of een aan duiken gerelateerde aandoening. Hij kiest de meest passende behandeling en begint met de behandeling van aandoeningen. Hij past EHBO-procedures en cardiopulmonaire resuscitatie (reanimatie) toe en gebruikt de zuurstofkoffer en AED. Hij bewaakt de veiligheid en de behandeling van de getroffen duiker.

Niveau D (reduceren)

Niveau D (ontspannen)

Oordelen

Beoordelingscriteria

Niveau 2:

Beschrijving van de functie: De ACGZ geeft functioneel leiding aan de sectie geneeskundige zorg. De ACGZ kan monodisciplinair ingezet worden op basis van inzetcriteria en/of verzoek van de officier van dienst geneeskundig (OvD-G). De ACGZ is multidisciplinair actief vanaf activering van het Regionaal Operationeel Team (ROT) als lid van het ROT. De ACGZ is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling. De ACGZ is aangewezen als het daartoe bevoegde gezag door de directeur publieke gezondheid voor zover het de GHOR-taken betreft (DPG). De ACGZ is verantwoordelijk voor de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en legt verantwoording af aan de DPG. De ACGZ adviseert de operationeel leider over te nemen tactische multidisciplinaire beslissingen en ontvangt, voor de multidisciplinaire aspecten, functioneel leiding van de operationeel leider. De ACGZ adviseert de DPG over dilemma’s en besluiten op strategisch niveau. De ACGZ geeft functioneel leiding aan het hoofd acute gezondheidszorg (HAG), het hoofd publieke gezondheidszorg (HPG), de OvD-G, het hoofd informatie geneeskundige zorg (HIN) en het hoofd ondersteuning geneeskundige zorg (HON).

2.1. Kerntaken

Kerntaak 2:. Inrichten en uitvoeren van het besluitvormingsproces gericht op de multidisciplinaire samenwerking

Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen

Uitgangspunt voor deze kerntaak is dat de tactisch manager voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied beschikt over een meerjarenplan en meerjarenbegroting. Nu is het zaak dit plan te concretiseren naar een jaarplan en naar concrete kaders voor de operationele managers, specialisten en projectleiders waaraan de tactisch manager leiding geeft. De tactisch manager weet het bieden van duidelijke kaders daarbij te verbinden met het inspireren en motiveren van zijn mensen. Deze kerntaak brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Periodiek checkt de tactisch manager of de realisatie van plannen naar wens verloopt. Op basis van de uitkomsten beslist hij over het vervolg en vindt rapportage naar het strategisch management plaats. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 5:. Onderhouden van netwerken met relevante contacten

Voor de tactisch manager binnen de brandweer is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij ook in beeld bij de andere partijen om door hen betrokken te worden. Dit netwerken brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

2.2. Competentiematrix DPG

Supplement ee. Functie verkenner gevaarlijke stoffen

Kerntaak 1:. Strategisch leiding geven aan de GHOR-keten

Werkzaamheden:

Niveau 3:

Werkzaamheden:

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub c Besluit personeel veiligheidsregio’s

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement hh. Leiderschapsprofiel

2.1. Kerntaken

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Werkzaamheden:

Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s

3.1. Uitwerking kerntaken

De duikmedisch begeleider concentreert zich in stressvolle situaties (onder tijdsdruk) op de getroffen duiker.

4.1. Competenties

2.1. Kerntaken

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub a Besluit personeel veiligheidsregio’s

In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.

Beschrijving van de functie: De ACGZ geeft functioneel leiding aan de sectie geneeskundige zorg. De ACGZ kan monodisciplinair ingezet worden op basis van inzetcriteria en/of verzoek van de officier van dienst geneeskundig (OvD-G). De ACGZ is multidisciplinair actief vanaf activering van het Regionaal Operationeel Team (ROT) als lid van het ROT. De ACGZ is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling. De ACGZ is aangewezen als het daartoe bevoegde gezag door de directeur publieke gezondheid voor zover het de GHOR-taken betreft (DPG). De ACGZ is verantwoordelijk voor de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en legt verantwoording af aan de DPG. De ACGZ adviseert de operationeel leider over te nemen tactische multidisciplinaire beslissingen en ontvangt, voor de multidisciplinaire aspecten, functioneel leiding van de operationeel leider. De ACGZ adviseert de DPG over dilemma’s en besluiten op strategisch niveau. De ACGZ geeft functioneel leiding aan het hoofd acute gezondheidszorg (HAG), het hoofd publieke gezondheidszorg (HPG), de OvD-G, het hoofd informatie geneeskundige zorg (HIN) en het hoofd ondersteuning geneeskundige zorg (HON).

Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie ondersteunings-/resourcemanagement

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Werkzaamheden:

Werkzaamheden:

Werkzaamheden:

Supplement f. Functie hoofd publieke gezondheidszorg

Niveau 2:

Functienaam: hoofd publieke gezondheidszorg (HPG)

Beschrijving van de functie: Het HPG coördineert het proces publieke gezondheidszorg en adviseert de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ) daarover. Het proces publieke gezondheidszorg bestaat uit de deelprocessen medische milieukunde (MMK), infectieziektebestrijding (IZB), gezondheidsonderzoek na rampen (GOR) en psychosociale hulpverlening (PSH). Hierbij is het HPG verantwoordelijk voor de voortgang, coördinatie en aansturing van het proces publieke gezondheidszorg. Het HPG wordt monodisciplinair ingezet. In de regel is dit vanaf activering van het Regionaal Operationeel Team (ROT). Echter kan het HPG bij behoefte vanuit bijvoorbeeld de ACGZ, de directeur publieke gezondheid voor zover het de GHOR-taken betreft (DPG) of de GGD ook worden ingezet bij activering van het commando plaats incident of mono-opschaling. Het HPG is aangewezen door de DPG als het daartoe bevoegde gezag. Het HPG opereert op tactisch niveau. Het HPG is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling. Het HPG legt verantwoording af aan en ontvangt functioneel leiding van de ACGZ. Het HPG coördineert de processen betreffende MMK, IZB, PSH en GOR.

2.1. Kerntaken

Functienaam: hoofd acute gezondheidszorg (HAG)

In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.

Niveau 1:

Niveau 3:

In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.

Basisniveau (1):

Expertniveau (3):

Functienaam: officier van dienst geneeskundig (OvD-G)

Niveau 1:

Niveau 3:

Functienaam: hoofd informatie geneeskundige zorg (HIN)

In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.

Niveau 3:

Expertniveau (3):

In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.

Niveau 2:

Niveau 3:

De niveauaanduiding van de competenties is als volgt:

Beschrijving van de functie: De ACGZ geeft functioneel leiding aan de sectie geneeskundige zorg. De ACGZ kan monodisciplinair ingezet worden op basis van inzetcriteria en/of verzoek van de officier van dienst geneeskundig (OvD-G). De ACGZ is multidisciplinair actief vanaf activering van het Regionaal Operationeel Team (ROT) als lid van het ROT. De ACGZ is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling. De ACGZ is aangewezen als het daartoe bevoegde gezag door de directeur publieke gezondheid voor zover het de GHOR-taken betreft (DPG). De ACGZ is verantwoordelijk voor de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en legt verantwoording af aan de DPG. De ACGZ adviseert de operationeel leider over te nemen tactische multidisciplinaire beslissingen en ontvangt, voor de multidisciplinaire aspecten, functioneel leiding van de operationeel leider. De ACGZ adviseert de DPG over dilemma’s en besluiten op strategisch niveau. De ACGZ geeft functioneel leiding aan het hoofd acute gezondheidszorg (HAG), het hoofd publieke gezondheidszorg (HPG), de OvD-G, het hoofd informatie geneeskundige zorg (HIN) en het hoofd ondersteuning geneeskundige zorg (HON).

G1:. Leidinggeven

Niveau 1:

Aansturen en tot uitvoering brengen van diverse uitvoerende activiteiten. Taken en verantwoordelijkheden toewijzen. Activiteiten coördineren en zonodig knelpunt wegnemen. In organisatorische zin randvoorwaarden creëren.

Beschrijving van de functie: Het HON is lid van de sectie geneeskundige zorg en hoofd van de taakorganisatie ondersteuning en kan monodisciplinair ingezet worden. Het HON is multidisciplinair actief vanaf activering van het Regionaal Operationeel Team (ROT). Het HON is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling. Het HON is aangewezen door het daartoe bevoegde gezag. Het HON ontvangt functioneel leiding van en legt verantwoording af aan de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ). Het HON stemt functioneel af met de ondersteuningsmanager (multidisciplinair). Het HON geeft functioneel leiding aan de taakorganisatie ondersteuning, aan de logistiek coördinatoren binnen de geneeskundige keten en aan de medewerkers/leden van de backoffice GHOR.

Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.

Eigen taken, beslissingsbevoegdheden en verantwoordelijkheden op duidelijke wijze toedelen aan juiste medewerkers.

Niveau 2:

Opstellen en bewaken van procedures om de voortgang van de taken en activiteiten van medewerkers en van de eigen taken en verantwoordelijkheden te bewaken en zeker te stellen.

Ideeën en meningen aan anderen duidelijk maken, gebruik makend van duidelijke taal. Ideeën en meningen duidelijk maken in een rapportage of document dat de juiste opzet heeft en structuur heeft, grammaticaal correct is en dat de juiste taal en terminologie voor de lezer bevat. Bijv. SitRaps, logboek.

Niveau 1:

Gebruikmakend van de juiste stijl en methode proberen anderen te overtuigen van een bepaald standpunt en trachten instemming te verkrijgen met bepaalde plannen, ideeën of activiteiten.

Niveau 3:

Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).

Beschrijving van de functie: De DPG bevindt zich bovenaan in de (operationele) commandostructuur van de GHOR en is belast met de operationele leiding van de geneeskundige hulpverlening. De DPG heeft – afhankelijk van de activering – zitting in het Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) of het Regionaal Beleidsteam (RBT), stemt daar de multidisciplinaire samenwerking op beleids-/strategisch niveau af en adviseert de burgemeester of de voorzitter van de veiligheidsregio over de te nemen beleidsbeslissingen. De DPG geeft direct functioneel leiding aan de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ). De DPG onderhoudt contacten met de liaisons in het Nationaal Crisiscentrum (NCC) en met collega DPG’en.

Signaleren van problemen, herkennen van belangrijke informatie; verbanden leggen tussen gegevens. Opsporen van mogelijke oorzaken van problemen; zoeken naar ter zake doende gegevens.

Functienaam: hoofd publieke gezondheidszorg (HPG)

Niveau 3:

Kerntaak 1:. Coördineren van het proces publieke gezondheidszorg

Laten blijken goed geïnformeerd te zijn over organisatorische, maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie en organisatie.

In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.

Effectief blijven handelen door zich aan te passen aan veranderde omstandigheden, taken verantwoordelijkheden en/of mensen.

Effectief blijven presteren onder tijdsdruk, bij tegenslag en onder extreme fysieke en psychische omstandigheden.

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub c Besluit personeel veiligheidsregio’s

Gedurende een lange periode in hoge mate actief zijn wanneer de functie dat vraagt. Hard werken, uithoudingsvermogen tonen.

Functienaam: hoofd acute gezondheidszorg (HAG)

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub g Besluit personeel veiligheidsregio’s

O1: Beleid van de rampenorganisaties in het algemeen en de GHOR-ketenorganisaties in het bijzonder met betrekking tot de ontwikkelingen in structuur, cultuur en inhoudelijke processen en procedures.

O2: Ontwikkelingen in de structuur en processen van de rampenorganisaties in het algemeen en de GHOR-ketenorganisaties in het bijzonder.

O3: De actuele organisatiestructuur en primaire processen en procedures van de GHOR-ketenorganisaties.

Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.

Kent de bestuurlijke en operationele omgeving en zijn positie daarin.

Niveau 2:

Heeft inzicht in verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

Beschikt over de benodigde kennis, inzicht en vaardigheden om processen en hieruit voortvloeiende taken te vervullen.

Niveau 1:

Kent de richtlijnen, protocollen en procedures en kan deze toepassen en waar nodig bijstellen.

Niveau 3:

Beschrijving van de functie: Lid van de sectie geneeskundige zorg. Hoofd van de taakorganisatie informatie. Kan monodisciplinair ingezet worden op basis van (regionale) inzetcriteria. Multidisciplinair actief vanaf activering van het regionaal operationeel team (ROT). Er kunnen redenen zijn om de HIN-functie te vervullen indien geen sprake is van een dergelijke activering, bijvoorbeeld bij een pandemie-scenario. Het HIN is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling. Het HIN is aangewezen door het daartoe bevoegde gezag. Het HIN ontvangt functioneel (operationeel) leiding van en legt verantwoording af aan de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ). Het HIN is verantwoordelijk voor de informatieverzameling en -bundeling vanuit de witte kolom en de duiding van die informatie richting ROT. Het HIN duidt de informatie vanuit de witte kolom richting informatiemanager ROT. Het HIN geeft functioneel leiding aan de taakorganisatie informatie. Het HIN geeft functioneel leiding aan de informatiecoördinatoren zorginstellingen.

Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen

Niveau: 4

Niveau: 5

Werkzaamheden:

Niveau: Strategisch

Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement e. Functie hoofd ondersteuning geneeskundige zorg

G7:. Overtuigingskracht

Kerntaak 1:. Functioneel leiding geven aan de backoffice GHOR

Supplement a. Calamiteitencoördinator meldkamer

G10:. Probleemanalyse

Kerntaak 1:. Functioneel leiding geven aan de backoffice GHOR

2.1. Kerntaken en taakgebieden

G12:. Besluitvaardigheid

Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen

3.1. Uitwerking kerntaken

Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s

G15:. Aanpassingsvermogen

G17:. Energie

Kerntaak 2:. Adviseren van de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ)

G18:. Discipline

Kerntaak 1:. Coördineren van het proces publieke gezondheidszorg

Werkzaamheden:

V1:. Bestuurlijke en operationele omgeving/positionering

4.1. Competenties

V2:. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden

Niveau B: relaties leggen

V3:. Processen en taken

Kerntaak 1:. Leiding geven aan de geneeskundige hulpverlening op het plaats incident

Kerntaak 3:. Rapporteren en adviseren

V6:. Juridische aspecten

Supplement b. Evaluator multidisciplinair oefenen

1.1 Algemene informatie

Kerntaak 2:. Multidisciplinair samenwerken

Werkzaamheden:

2.1. Overzicht kerntaken

Supplement h. Uitwerking competentiematrix

Gedragscompetenties

G1:. Leidinggeven

Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen

Kerntaak 1:. Het organiseren, bewaken en borgen van het informatieproces monodisciplinair

G4:. Delegeren

Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie ondersteuningsmanagement

Supplement a. Calamiteitencoördinator meldkamer

1.1. Algemene informatie

1.1. Algemene informatie

G7:. Overtuigingskracht

3.1. Uitwerking kerntaken

3.1. Uitwerking kerntaken

G11:. Oordeelsvorming

2.2. Competentiematrix HON

Bewust zijn van de mogelijke risico’s die het detailniveau waarop het totaalbeeld wordt geschetst met zich meebrengt. Een afweging maken in de verkregen informatie en het beschikbaar stellen van informatie voor het totaalbeeld. De waarde van de informatie is naast de bruikbaarheid ook afhankelijk van de actor en de tijd.

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

G13:. Organisatiesensitiviteit

G14:. Omgevingsbewustzijn

Werkzaamheden:

G15:. Aanpassingsvermogen

G16:. Stressbestendigheid

Supplement f. Functie hoofd publieke gezondheidszorg

1.1. Algemene informatie

Omgaan met de verschillende belangen tussen de betrokken partijen en daarbij omgaan met eventuele weerstand.

Organisatiecompetenties

Kerntaak 1:. Coördineren van het proces publieke gezondheidszorg

Kerntaak 2:. Adviseren van de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ)

V1:. Bestuurlijke en operationele omgeving/positionering

Kerntaak 1:. Coördineren van het proces publieke gezondheidszorg

V2:. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden

V3:. Processen en taken

Supplement d. Informatiemanager regionaal operationeel team

V4:. Richtlijnen, protocollen en procedures

2.1. Kerntaken

3.1. Uitwerking kerntaken

Kerntaak 3:. Rapporteren en adviseren

2.2. Competentiematrix OvD-G

3.1. Uitwerking kerntaken

Werkzaamheden:

Kerntaak 2:. Multidisciplinair samenwerken

Niveauduiding organisatie/proces competenties

Kerntaak 3:. Rapporteren en adviseren

Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement h. Uitwerking competentiematrix

Op de juiste momenten blijven overtuigen en accepteren dat je advies niet wordt overgenomen.

1.1. Algemene informatie

G1:. Leidinggeven

Overdenken en vooraf afwegen welk besluit genomen moet worden in het licht van de mogelijke effecten van informatiespreiding.

2.1. Overzicht kerntaken

De informatiemanager CoPI wordt vooraf geraadpleegd en adviseert aan de leider CoPI bij het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers; Indien de informatiemanager ROT de regie op het informatieproces op zich heeft genomen, wordt de informatiemanager CoPI alleen vooraf geraadpleegd en adviseert hij over het proces in het CoPI. De informatiemanager CoPI is verantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers; Indien de informatiemanager ROT de regie op het informatieproces op zich heeft genomen, is de informatiemanager CoPI alleen verantwoordelijk voor het proces in het CoPI. De informatiemanager CoPI is verantwoordelijk voor het verzamelen, verwerken, veredelen en beschikbaar stellen van feiten en gegevens binnen de crisisstructuur.

G3:. Organiseren van eigen werk

3.1. Uitwerking kerntaken

G6:. Mondelinge/schriftelijke communicatie

3.1. Uitwerking kerntaken

Niveau B: woordenschat en bondig

Omgaan met het mogelijk niet als volwaardig lid van het team gezien worden en daarbij toch rolvast weten te blijven.

De leider CoPI is verantwoordelijk voor het (her)organiseren van de randvoorwaarden voor operationele leiding, operatiën, informatie en crisiscommunicatie.

De leider CoPI is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers.

Niveau B: langdurig en effectief

4.1. Competenties

De leider CoPI is verantwoordelijk voor het (her)organiseren van de randvoorwaarden voor operationele leiding, operatiën, informatie en crisiscommunicatie.

De leider CoPI is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de te behalen prestaties bij het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.

De leider CoPI is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van de randvoorwaarden voor het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.

Het afwegen van de veiligheid van eigen personeel, andere hulpverleningsdiensten en derden tegen het beoogde (doel/taak/opdracht).

Afwegen van de openbaarheid van de informatie; wat wel of niet vrijgeven?

Zorgen voor communicatie ondanks de positie en snelheid van (sociale) media.

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt terzake doende gegevens.

V6:. Juridische aspecten

Blijft onder tijdsdruk, hoge werkdruk en bemoeilijkende omstandigheden adequaat functioneren (bijvoorbeeld tegenslag, teleurstelling).

Niveau C: bijsturen

Brengt belangen, opinies en inbreng van diverse partijen samen. Geeft vorm aan en richting aan (uiteenlopende) samenwerkingsverbanden en realiseert een gemeenschappelijk resultaat.

Niveau A: beheersen

Selecteert één te volgen verantwoorde strategie voor zichzelf (en anderen), ondanks onvolledigheid in kennis van alternatieven en van hun risico's

Niveau C: afwegen

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3, sub f van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

Functienaam: procesmanager multidisciplinair oefenen

Stemt activiteiten van zichzelf (en anderen) op elkaar af en bepaalt hun volgorde zodat doeleinden efficiënt en effectief gerealiseerd worden.

De Procesmanager Multidisciplinair Oefenen is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de multidisciplinaire OTO-activiteit.

De Procesmanager Multidisciplinair Oefenen is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de prestaties in de uitvoering van de evaluatie van de multidisciplinaire oefening.

De Procesmanager is verantwoordelijk voor het organiseren van de randvoorwaarden voor de evaluatie van de multidisciplinaire oefening.

Niveauduiding vaktechnische competenties

De Procesmanager Multidisciplinair Oefenen wordt vooraf geraadpleegd en adviseert het afdelings-/bureauhoofd bij het organiseren van de randvoorwaarden voor het uitvoeren van het multidisciplinaire OTO-beleid.

Maakt ideeën en meningen in begrijpelijke taal aan anderen mondeling duidelijk en weet aan te sluiten bij het publiek.

De Procesmanager Multidisciplinair Oefenen is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de multidisciplinaire OTO-activiteit.

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Het leggen van de focus bij oefenactiviteiten op de inhoudelijke aspecten ervan, alsook op het laten functioneren van de organisatie ervan, het hebben van overzicht en het zo nodig bijsturen.

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

De Procesmanager is verantwoordelijk voor het organiseren van de randvoorwaarden voor de evaluatie van de multidisciplinaire oefening.

De Procesmanager Multidisciplinair Oefenen is eindverantwoordelijk voor het uitvoeren van de evaluatie van de multidisciplinaire oefening.

Kerntaak 1:. Leidinggeven aan het gemeenschappelijk meldkamerproces

De inhoudelijke beoordelingscapaciteit van de evaluator over de inhoud van de opdracht overdenken en afwegen.

Afweging maken tussen strategische ambities en de operationele haalbaarheid in de multidisciplinaire OTO-planning.

Niveau C: overzicht houden

Is zich bewust van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren. Speelt in op deze ontwikkelingen en vertaalt deze naar het eigen werkgebied.

3.1. Uitwerking kerntaken

Voert in een team een opdracht uit. Draagt bij aan de harmonie van de groep en aan de optimale

Niveau B: zorgdragen voor cohesie

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

De leider CoPI is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van de randvoorwaarden voor het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.

1.1. Algemene informatie

Beschrijving van de functie: De regionaal operationeel leider:

2.1. Overzicht kerntaken

De regionaal operationeel leider ondersteunt de voorzitter veiligheidsregio dan wel de burgemeester bij het (her)definiëren van de prestaties binnen de algemene operationele leiding.

De regionaal operationeel leider is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van de randvoorwaarden voor het realiseren van de crisiscommunicatie.

4.1. Competenties

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt terzake doende gegevens.

De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het (her)organiseren van de randvoorwaarden binnen de algemene operationele leiding.

Afwegen of besluit aan bevoegd gezag moet worden voorgelegd, op basis van belangen van het bevoegd gezag.

3.1. Uitwerking kerntaken

Besluiten met voldoende mate van kennis van functionele partners; op basis van hun incident- en gevolgbestrijding.

1.1. Algemene informatie

De regionaal operationeel leider is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van de randvoorwaarden voor het realiseren van de crisiscommunicatie.

De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het adviseren van het bevoegd gezag bij niet opgeschaalde (of dreiging van) incidenten met een bepaalde uitstraling of effecten.

Selecteert één te volgen verantwoorde strategie voor zichzelf (en anderen), ondanks onvolledigheid in kennis van alternatieven en van hun risico's.

Niveau B: regionaal

De Procesmanager Multidisciplinair Oefenen wordt vooraf geraadpleegd en adviseert het afdelings-/bureauhoofd bij het organiseren van de randvoorwaarden voor het uitvoeren van het multidisciplinaire OTO-beleid.

Functienaam: Functionaris crisiscommunicatie commando plaats incident/communicatieadviseur CoPI

2.1. Overzicht kerntaken

De communicatieadviseur CoPI handelt op basis van de kaders (strategie en doelstellingen) en mandaten waarbinnen de communicatie-operatie plaatsvindt (informatievoorziening, schadebeperking, betekenisgeving). Stemt hierover af met leider CoPI en andere partners.

Niveau B: afstemmen

Overtuigt anderen van een bepaald standpunt om instemming te krijgen met bepaalde plannen, ideeën of producten.

Voert in een team een opdracht uit. Draagt bij aan de harmonie van de groep en aan de optimale inzet van de leden ten behoeve van het groepsdoel, desnoods ten koste van eigen korte termijn belangen.

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.

Niveau B (relaties leggen)

1.1. Algemene informatie

Functienaam: functionaris crisiscommunicatie regionaal operationeel team/ communicatieadviseur ROT

Beschrijving van de functie: De functionaris crisiscommunicatie regionaal operationeel team/

3.1. Uitwerking kerntaken

De communicatieadviseur ROT deelt informatie over het omgevingsbeeld en meldt welke communicatieactiviteiten in voorbereiding zijn en op welke van de communicatiedoelstellingen het accent ligt.

2.1. Kerntaken

De communicatieadviseur ROT deelt en bespreekt informatie, besluiten en opdrachten van het ROT met het hoofd crisiscommunicatie.

Selecteert één te volgen verantwoorde strategie voor zichzelf (en anderen), ondanks onvolledigheid in kennis van alternatieven en van hun risico's.

1.1. Algemene informatie

Overtuigt anderen van een bepaald standpunt om instemming te krijgen met bepaalde plannen, ideeën of producten.

Niveau B (regionaal)

Kerntaak 2:. Adviseren en informeren aan/van het beleidsteam

Niveau A (eigen koers varen)

De volgende competenties worden als aanwezig verondersteld:

Niveau C: voorbeeld zijn

Kerntaak 1:. Informeren van media

Selecteert één te volgen verantwoorde strategie voor zichzelf (en anderen), ondanks onvolledigheid in kennis van alternatieven en van hun risico's.

Niveau C: afwegen

2.2. Competenties

De Procesmanager Multidisciplinair Oefenen is professional in zijn vakgebied, maar is niet per definitie inhoudelijk expert in alle disciplines waarvoor hij de OTO-activiteiten moet ontwikkelen en uitvoeren.

1.1. Algemene informatie

Beschrijving van de functie: De functionaris crisiscommunicatie commando plaats incident/

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Werkzaamheden

3.1. Uitwerking kerntaken

Niveau C (afwegen)

Kerntaak 1:. Bijdragen aan beleidsvorming op het gebied van multidisciplinaire OTO activiteiten

Niveau B (proberen)

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Werkzaamheden

De PMO vertaalt het vastgestelde (meerjaren)beleid in effectieve multidisciplinaire OTO activiteiten. Het team dat zorgt voor voorbereiding, uitvoering en evaluatie, ontwikkelt deze activiteiten onder zijn verantwoordelijke leiding. Daarbij houdt de PMO rekening met leerbehoefte(n), ontwikkelnoodzaak en leervoorkeur(en). In overleg met multidisciplinaire partners zorgt de PMO dat deze activiteiten worden uitgevoerd. De PMO draagt er zorg voor dat de deelnemers aan én begeleiders van de multidisciplinaire OTO-activiteiten, zijn of worden geïnstrueerd. Onder zijn verantwoordelijkheid vindt observatie en evaluatie van de activiteiten plaats. Indien nodig geeft de PMO zelf tussentijds feedback.

Kerntaak 1:. Het adviseren van het ROT over alle aspecten van voorlichting

Werkzaamheden

Beschrijving van de functie: De functionaris crisiscommunicatie regionaal operationeel team/

2.1. Overzicht kerntaken

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

De communicatieadviseur ROT adviseert over mogelijke implicaties van ontwikkelingen en besluiten voor de communicatieaanpak.

3.1. Uitwerking kerntaken

Accuraat

Daadkracht

Niveau A (eigen koers varen)

Delegeren

Beslissen over de openbaarheid van de informatie; wat wel of niet vrijgeven?

Inleven

Zorgen voor communicatie op basis van het maatschappelijke beeld over de risicovolle situatie in de media en maatschappij.

Omgevingsbewustzijn

Werkzaamheden

Niveau C: voorbeeld zijn

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Supplement h. Functionaris crisiscommunicatie commando plaats incident/ communicatieadviseur CoPI

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3, sub h van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

1.1. Algemene informatie

2.2. Competenties

3.1. Uitwerking kerntaken

Kerntaak 1:. Informeren van media

4.1. Competenties

Werkzaamheden

Bijlage C. behorende bij artikel 2 lid 3 Besluit personeel veiligheidsregio’s

Supplement i. Functie voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel team

Voert in een team een opdracht uit. Draagt bij aan de harmonie van de groep en aan de optimale inzet van de leden ten behoeve van het groepsdoel, desnoods ten koste van eigen korte termijn belangen.

1.1. Algemene informatie

2.1. Kerntaken

Kerntaak 1:. Het adviseren van het ROT over alle aspecten van voorlichting

Niveau B (relaties leggen)

Kerntaak 2:. Sturing geven aan het communicatieproces

Niveau 1

2.2. Competenties

Functienaam: functionaris crisiscommunicatie regionaal operationeel team/ communicatieadviseur ROT

Beschrijving van de functie: De functionaris crisiscommunicatie regionaal operationeel team/

Probleem oplossen

Werkzaamheden

De communicatieadviseur ROT adviseert over mogelijke implicaties van ontwikkelingen en besluiten voor de communicatieaanpak.

Kerntaak 2:. Sturing geven aan het communicatieproces

Innoveren en creativiteit

Niveau A (daadkrachtig optreden)

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.

Aanpassingsvermogen

Is zich bewust van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren. Speelt in op deze ontwikkelingen en vertaalt deze naar het eigen werkgebied.

De volgende competenties worden als aanwezig verondersteld:

Omgevingsbewustzijn

Niveau 1

Niveau 3

Oordelen

Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.

Niveau 2

Politiek-bestuurlijk inzicht

Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op de positionering van de brandweer en rampenbestrijdingsorganisatie in de politiek-bestuurlijke context.

Niveau 1

Samenwerken

Niveau 3:

Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.

Sturing geven aan proces

Niveau 2:

Niveau 1

Niveau 2

Daadkracht

Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).

Niveau 1

Niveau 3:

Mondeling communiceren

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 1

Niveau 2:

Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.

Niveau 1

Niveau 3

Plannen, organiseren en coördineren

Niveau 2

Niveau 3:

Niveau 2

Leren en reflecteren

Niveau 2

Niveau 3:

Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).

Niveau 3

Niveau 2

Problemen oplossen

Niveau 1

Niveau 3

Niveau 1

Niveau 3:

Flexibel

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 1:

Niveau 2

Leiderschap

Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.

Niveau 3

Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op de positionering van de brandweer en rampenbestrijdingsorganisatie in de politiek-bestuurlijke context.

Niveau 2

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 2:

Niveau 3:

Niveau 1

Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).

Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).

Niveau 1

(taakgericht) Leiderschap

Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.

Niveau 1

Niveau 2

Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.

Niveau 1

Niveau 3:

(mondeling) Communiceren

Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).

Niveau 1

Niveau 3

Inleven

Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.

Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.

Niveau 1

Niveau 3:

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 1:

Niveau 2

Niveau 3

Politiek-bestuurlijk inzicht

Niveau 2

Niveau 3:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De bevelvoerder coördineert de personele en materiële nazorg (inclusief de evaluatie van het proces en het functioneren). Hij zorgt voor de administratieve afhandeling van het incident.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied

Kerntaak 3:. bestrijden van het incident*

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Kerntaak 4:. herstellen na het incident*

De bevelvoerder rukt samen met zijn manschap(pen) uit naar het incident in een brandweereenheid. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid qua verkenningsplan en voorlopig inzetplan ter plaatse.

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

Beschrijving van de functie: De brandweerduiker:

De brandweerduiker werkt samen met de rest van de duikploeg en zorgt eenmaal ter plaatse dat hij snel inzet gereed is. Risico’s en gevaarsituaties die de veiligheid van de brandweerweerduiker en slachtoffer(s) kunnen bedreigen meldt hij bij de duikploegleider.

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub c Besluit personeel veiligheidsregio’s

1.1. Algemene informatie

Niveau D (meewerken)

Niveau D (kwaliteit bewaken)

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Beoordelingscriteria

In de koude fase heeft de centralist meldkamer twee taken:

Niveau B: afstemmen

Niveau B: relaties leggen

Niveau B: langdurig en effectief

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

Functienaam: Chauffeur

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

1.1. Algemene informatie

De chauffeur zorgt ervoor dat hij met het voertuig veilig, verantwoord, voorspelbaar en zo nodig vlot op de plaats van het incident aankomt. Hij plaatst het voertuig daar op de (aangegeven) opstelplaats en creëert een veilige situatie rondom het voertuig.

Kerntaak 2:. herstellen na het incident*

De commandant van dienst treedt op als operationeel leider (OL) en geeft in die rol leiding aan de multidisciplinaire samenwerking in het ROT. Hij is verantwoordelijk voor het multidisciplinair aanpakken van de gevolgen van het incident. Hij vertaalt de tactische informatie waar nodig naar strategische beslispunten en treedt in voorkomende gevallen namens het OT op als adviseur naar het bestuur/de burgemeester (BT). Vanaf GRIP 3 is de OL verantwoordelijk voor het samenstellen van realistische multidisciplinair samengestelde scenario’s, heldere adviezen en beslispunten voor het BT.

Op de volgende pagina’s worden de kerntaken nader uitgewerkt aan de hand van activiteiten en beoordelingscriteria.

De chauffeur ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt er na terugkomst op de kazerne voor dat het voertuig weer uitruk gereed is. De chauffeur werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.

Kerntaak 2:. Adviseren van de burgemeester in het beleidsteam

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub f Besluit personeel veiligheidsregio’s

1 Daar waar hij staat, kan ook zij gelezen worden.

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

De controleur brandpreventie controleert het brandveilig gebruik aan de hand van de gebruiksvoorwaarden uit het Gebruiksbesluit en handelt klachten af.

Op de volgende pagina’s worden de kerntaken nader uitgewerkt aan de hand van activiteiten en beoordelingscriteria.

Kerntaak 1:. Optreden als operationeel leider ROT

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub g Besluit personeel veiligheidsregio’s

De controleur brandpreventie controleert het brandveilig gebruik aan de hand van de gebruiksvoorwaarden uit het Gebruiksbesluit en handelt klachten af.

De controleur brandpreventie rapporteert na locatiebezoek aan de leidinggevende en de gebruiker. Hij rapporteert klachten aan de leidinggevende.

De controleur brandpreventie geeft situatiespecifieke voorlichting over gebruiksvoorwaarden met betrekking tot de brandveiligheid.

Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de controleur brandpreventie vastgesteld.

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

1.1. Algemene informatie

Werkzaamheden

Kerntaak 2:. Rapporteren

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Kerntaak 3:. begeleiden van toetsmomenten

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub h Besluit personeel veiligheidsregio’s

Functienaam: Docent

Werkzaamheden:

Voorbereiden, verzorgen en evalueren van activerend onderwijs afgestemd op het naar in werksituaties vereiste gedrag.

Supplement i. Functie duikploegleider

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

1.1. Algemene informatie

Functienaam: duikploegleider

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Kerntaak 1:. didactisch handelen

De duikploegleider analyseert en beoordeelt de risico’s en gevaarsituaties die de veiligheid van de brandweerduiker en slachtoffer(s) kunnen bedreigen. Hij bereidt de duikarbeid voor. Hij maakt voor spoedeisende situaties een mentaal inzetplan en voor niet-spoedeisende situaties een schriftelijk werkplan en brieft de duikploeg. De duikploegleider bepaalt de grootte en vorm van het zoekgebied en de toe te passen zoekmethode(n). Hij zorgt ervoor dat alle veiligheidsmaatregelen op de duiklocatie genomen worden.

De duikploegleider is verantwoordelijk voor de nazorg aan de duikploeg, duikuitrusting en waterongevallenwagen. Tijdens inzetten neemt hij het optreden van de duikploeg waar en geeft op een gepast moment feedback. Na afloop van de inzet voert hij een evaluatiegesprek met de ploegleden over de inzet. Als het een schokkende gebeurtenis betreft organiseert hij personele nazorg. Hij registreert de noodzakelijke gegevens van een inzet in zijn duiklogboek en laat dit aftekenen. Hij controleert en tekent het door de duiker(s) zelf ingevulde duiklogboek af.

Verzorgen van formatieve toetsen en uitvoeren van toetsmomenten als objectief beoordelaar.

Supplement i. Functie duikploegleider

Niveau C (voorbeeld zijn)

Supplement j. Functie gaspakdrager

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

1.1. Algemene informatie

Functienaam: gaspakdrager

2.1. Kerntaken en taakgebieden

De gaspakdrager voert stabiliserende, bronbestrijdings- en effectbeperkende werkzaamheden uit in diverse situaties die het optreden in gaspak noodzakelijk kunnen maken. In voorkomende gevallen bergt en/of redt hij slachtoffers. Bij een calamiteit redt hij zijn collega gaspakdrager.

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub j Besluit personeel veiligheidsregio’s

Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Leiderschapsprofiel

Het brandweerveld heeft voor alle leiders op operationeel, tactisch en strategisch niveau zes rollen gedefinieerd. Aan de functie HOvD wordt het volgende leiderschapsprofiel toegekend: Tactisch leidinggevende. In supplement hh wordt dit profiel nader uitgewerkt.

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied

De gaspakdrager voert de ontsmettingsprocedure uit en draagt zorg voor een zorgvuldige behandeling en registratie van de door hem gebruikte middelen. Na afloop van de inzet neemt hij met de ploegleden deel aan een evaluatiegesprek over de inzet, en na een traumatische ervaring aan een nazorggesprek.

Werkzaamheden:

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub k Besluit personeel veiligheidsregio’s

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Beschrijving van de functie: De hoofdofficier van dienst:

Kerntaak 1:. Taakcommandant Brandweer*

De HOvD geeft als Taakcommandant Brandweer leiding aan brandweereenheden (pelotons) bij de bestrijding van het incident ter plaatse. Bij reguliere incidenten, geeft de Taakcommandant (afhankelijk van de situatie) sturing dan wel advies aan de Officier van Dienst (OvD) Brandweer ter plaatse. Bij grootschalige incidenten is de Taakcommandant (als Hoofd van de taakorganisatie Bron- en Emissiebestrijding, Grootschalige Redding of Grootschalige Ontsmetting) verantwoordelijk voor de bestrijding van het incident (in zijn inzetvak). Tevens kan de Taakcommandant plaatsnemen in het Commando Plaats Incident (CoPI).

Begeleiden van deelnemers bij de uitvoering van leeractiviteiten.

Werkzaamheden:

Werkzaamheden:

1 Overal in dit document waar de manager veiligheid in de mannelijke vorm wordt aangeduid, kan nadrukkelijk ook vrouwelijke vorm gelezen worden. Slechts omwille van de leesbaarheid is voor een enkelvoudige (mannelijke) aanduiding gekozen.

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub l Besluit personeel veiligheidsregio’s

Functienaam: Instructeur

De manager veiligheid is verantwoordelijk voor de personele zorg en de inzet van middelen van het organisatieonderdeel/werkgebied. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken en de inzet van middelen waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt

Begeleiden van deelnemers bij de uitvoering van leeractiviteiten.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en de inzet van middelen en situationeel leidinggeven aan zijn organisatieonderdeel/werkgebied

Begeleiden van deelnemers bij de uitvoering van leeractiviteiten.

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

Verzorgen van formatieve toetsen en uitvoeren van toetsmomenten als objectief beoordelaar.

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub m Besluit personeel veiligheidsregio’s

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

Beschrijving van de functie: De manschap:

De manager veiligheid geeft binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied richting aan de implementatie van het vastgestelde beleid binnen de regionale brandweerorganisatie. Hij treedt hierin sturen en bepalend op. Specifiek geeft hij hierin sturing aan de uitwerking van programma’s.

De manager veiligheid is verantwoordelijk voor de personele zorg en de inzet van middelen van het organisatieonderdeel/werkgebied. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken en de inzet van middelen waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld.

De manschap richt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, een veilige werkomgeving in. Hij voert de opdracht van de bevelvoerder uit en kiest hierbij zelf de middelen en de werkwijze om dit te realiseren.

Werkzaamheden

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied

Werkzaamheden

Werkzaamheden:

Kerntaak 3:. bestrijden van het incident*

Beoordelingscriteria

Vervallen.

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s.

Beschrijving van de functie: De medewerker brandpreventie/medewerker brandveiligheid (MB)

Kerntaak 2:. verkennen van het incident*

De manschap verkent, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, methodisch en veilig het incident. Hij neemt, zo nodig, middelen mee ter ondersteuning. Hij meldt de bevindingen aan de bevelvoerder.

De MB signaleert risico’s en trends in de praktijk op het gebied van brandveiligheid.

Kerntaak 4:. herstellen na het incident*

De manschap ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt, teruggekomen op de kazerne, ervoor dat de brandweereenheid weer uitruk gereed is. De manschap werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.

Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker brandpreventie vastgesteld.

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied

3.1. Uitwerking kerntaken

De manschap verkent, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, methodisch en veilig het incident. Hij neemt, zo nodig, middelen mee ter ondersteuning. Hij meldt de bevindingen aan de bevelvoerder.

De manschap richt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, een veilige werkomgeving in. Hij voert de opdracht van de bevelvoerder uit en kiest hierbij zelf de middelen en de werkwijze om dit te realiseren.

De manschap ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt, teruggekomen op de kazerne, ervoor dat de brandweereenheid weer uitruk gereed is. De manschap werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.

Vervallen.

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub p Besluit personeel veiligheidsregio’s

De medewerker operationele voorbereiding zorgt voor onderhoud van materieel en materiaal. Hij1Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.adviseert zijn leidinggevende over nieuw aan te schaffen materieel en materiaal en geeft input voor beleid op het gebied van materieelbeheer. Hij verzorgt instructie over het gebruik van materieel en materiaal.

Kerntaak 2:. Uitvoeren van inspecties brandpreventie

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria

De medewerker brandpreventie onderhoudt contacten met alle partners die van belang zijn voor het uitvoeren van zijn werkzaamheden.

Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker brandpreventie vastgesteld.

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Kerntaak 3:. Uitvoeren van taken op het gebied van materieel beheer

Werkzaamheden

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub q Besluit personeel veiligheidsregio’s

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker opleiden en oefenen vastgesteld.

Beoordelingscriteria

Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker operationele voorbereiding vastgesteld.

Supplement s. Functie meetplanleider

De medewerker opleiden en oefenen vertaalt het vastgestelde beleid in (regionale) opleidings- en oefentrajecten en draagt in overleg met het regionaal opleidingsinstituut en het regionaal oefenbureau zorg voor de uitvoering ervan.

Op basis van de beschikbare gegevens vormt de MPL adviezen over de maatregelen in het effectgebied. Hierbij houdt hij rekening met mogelijke ontwikkelingen van het incident, de operationele mogelijkheden en houdt hij rekening met de multidisciplinaire belangen van betrokkenen. Dit doet hij in nauwe samenwerking met de AGS.

Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Beoordelingscriteria

Onder turbulente omstandigheden verifieert de MPL de inschatting van het effectgebied door het leiden van de meetplanorganisatie. De MPL brengt een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, omgaan met keuzes en dilemma’s, rekening houden met betrokken partijen en afstemming met de AGS spelen een belangrijke rol. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub s Besluit personeel veiligheidsregio’s

¹ Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Op basis van de beschikbare gegevens vormt de MPL adviezen over de maatregelen in het effectgebied. Hierbij houdt hij rekening met mogelijke ontwikkelingen van het incident, de operationele mogelijkheden en houdt hij rekening met de multidisciplinaire belangen van betrokkenen. Dit doet hij in nauwe samenwerking met de GAGS.

Onder turbulente omstandigheden verifieert de MPL de inschatting van het effectgebied door het leiden van de meetplanorganisatie. De MPL brengt een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, omgaan met keuzes en dilemma’s, rekening houden met betrokken partijen en afstemming met de AGS spelen een belangrijke rol. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.

De oefencoördinator ontwikkelt oefenprogramma’s binnen de daarvoor geldende randvoorwaarden. Hij werkt daarvoor samen met de Specialist opleiden en oefenen.

Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de oefencoördinator vastgesteld.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Functienaam: officier van dienst (OvD)

Beschrijving van de functie: De officier van dienst:

Informeert en draagt advies voortvloeiend uit kerntaak 2 over aan hoofd stafsectie brandweer en AGS.

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub t Besluit personeel veiligheidsregio’s

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Het brandweerveld heeft voor alle leiders op operationeel, tactisch en strategisch niveau zes rollen gedefinieerd. Aan de functie OvD wordt het volgende leiderschapsprofiel toegekend: Operationeel leidinggevende. In supplement hh wordt dit profiel nader uitgewerkt.

Bij multidisciplinair repressief optreden kan de OvD het multidisciplinaire overleg in het motorkapoverleg opstarten en coördineren en schaalt zo nodig op naar GRIP 1 of 2.

Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de oefencoördinator vastgesteld.

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub u Besluit personeel veiligheidsregio’s

Niveau B (relaties leggen)

Niveau B (zorgdragen voor cohesie)

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

Leiderschapsprofiel

De ploegchef draagt zorg voor de paraatheid van de operationele dienst. Dit betekent dat hij zorgt voor de dienstroosters, de planning van werkzaamheden en activiteiten op het gebied van vakbekwaamheid, onderhoud, materieel en materiaal. Hij draagt zorg voor het aanleveren van verschillende managementgegevens. Hij doet dit zowel proactief als reactief. Hij signaleert niet alleen problemen, gevaarlijke situaties of trends, maar pakt ze indien nodig ook op en lost ze op of komt met verbetervoorstellen. Hierbij wordt een hoge mate van zelfstandigheid verwacht.

hieronder worden deze benoemd voor de functie ploegchef, in relatie tot de kerntaken. In de bijlage wordt beschreven welke betekenis de niveaus uit de competentiematrix hebben.

De ploegchef is verantwoordelijk voor het functioneren en het vakmanschap van de individuele medewerkers waaraan hij leiding geeft. Hij heeft oog voor het welbevinden van deze medewerkers. De ploegchef is verantwoordelijk voor de uitvoering van het personeelsbeleid, hij draagt zorg voor gegevens ten behoeve van de personeelsadministratie, zoals de urenverantwoording en ziekmelding. De ploegchef coacht en begeleidt zijn medewerkers.

1 Waar hij staat, kan ook zij gelezen worden.

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

De operationeel manager is verantwoordelijk voor de aanwending en besteding van middelen die door de naast hogere leidinggevende zijn gedelegeerd. Vanuit die verantwoordelijkheid is actieve procesbewaking van groot belang.

De commandant adviseert het (algemeen) bestuur van de veiligheidsregio en de lokale besturen gevraagd en ongevraagd over brandweeraangelegenheden. Daarbij ondersteunt hij het (algemeen) bestuur van de veiligheidsregio over strategische en bestuurlijke kwesties, inspelend op maatschappelijke, politieke en landelijke ontwikkelingen.

Werkzaamheden

Beoordelingscriteria

De SB genereert risico-informatie over de brandveiligheid aan de hand van scenario’s, mate van waarschijnlijkheid en impact en maatschappelijke ontwikkelingen, om uiteindelijk advies uit te kunnen brengen over beheersmaatregelen ten aanzien van deze risico’s (kerntaak 4).

De operationeel manager is niet alleen leidinggevende; hij is daarnaast ook vakman op zijn kennisgebied. Dat vakmanschap benut hij om, in samenspraak met anderen, bijdragen te leveren aan de verbetering van werkprocessen, diensten en producten van zijn afdeling/team, maar ook daarbuiten. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Kerntaak 2:. ontwikkelen, beheren en innoveren

De SOV verzorgt en begeleidt de invoering en de in gebruik name van de betreffende instrumenten voor of ter verbetering van de operationele voorbereiding en zorgt voor het in stand houden van de organisatorische kaders om dit te realiseren.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Supplement aa. Specialist Opleiden en Oefenen (SOO)

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Signaleert hiaten op het gebied van vakbekwaam worden (VBW) en vakbekwaam blijven (VBB) binnen de organisatie. Onderzoekt ontwikkelings- en/of leervraagstukken op persoonlijk en organisatieniveau en in het netwerk van samenwerkingspartners.

Ontwikkelt mono, multi, grootschalige of specialistische opleidings- en oefenprogramma’s op basis van het ontwikkelde vakbekwaamheidsbeleid met als doel de vakbekwaamheid op individueel en organisatie niveau te borgen.

Kerntaak 3:. implementeren en informeren

3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied

Kerntaak 1:. analyseren en evalueren

Beschrijving van de functie: De specialist risico en veiligheid/specialist ruimtelijke veiligheid (SRV):

De SRV stimuleert het omgevingsveiligheidsbewustzijn door actief aandacht te vragen voor omgevingsveiligheid, zowel binnen als buiten de eigen organisatie. Hij is medeverantwoordelijk voor het delen van risico-informatie. Ook stemt hij zaken op het gebied van omgevingsveiligheid af met interne en externe partijen en wisselt deze uit. Daarnaast levert de SRV een bijdrage aan voorlichting over omgevingsveiligheid, buiten en binnen de organisatie.

De SRV inventariseert, analyseert en beoordeelt risico-informatie over de omgevingsveiligheid aan de hand van scenario’s, mate van waarschijnlijkheid en impact en maatschappelijke ontwikkelingen, om uiteindelijk advies uit te kunnen brengen over deze risico’s (kerntaak 4).

Kerntaak 4. : adviseert over complexe ruimtelijke veiligheidsrisico’s

De SRV brengt, gevraagd en ongevraagd, onderbouwd advies uit over complexe ruimtelijke veiligheidsrisico’s in de bestaande en in ontwikkeling zijnde leefomgeving. De SRV participeert actief in de totstandkoming van de verschillende planfiguren van de omgevingswet. Het doel van het advies is om bij te dragen aan het verbeteren van de beheersbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Daarnaast is het doel om het bevoegd gezag in staat te stellen een bewuste en bekwame afweging te maken tussen het belang van de ruimtelijke ontwikkeling en de mate van omgevingsveiligheid. Het advies is bestemd voor:

Ontwikkelt mono, multi, grootschalige of specialistische opleidings- en oefenprogramma’s op basis van het ontwikkelde vakbekwaamheidsbeleid met als doel de vakbekwaamheid op individueel en organisatie niveau te borgen.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Functienaam: Specialist operationele voorbereiding (SOV)

De functionaris:

De tactisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de brandweerorganisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie.

De SOV verzamelt informatie uit de meest uiteenlopende bronnen, maakt behoefteanalyses, selecteert scenario’s en evalueert en analyseert bestaande instrumenten die ingezet zijn ter voorbereiding op of ter evaluatie van de incidentbestrijding en crisisbeheersing.

Periodiek checkt de tactisch manager of de realisatie van plannen naar wens verloopt. Op basis van de uitkomsten beslist hij over het vervolg en vindt rapportage naar het strategisch management plaats.

T.a.v. inspecties:

Werkzaamheden

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Beoordelingscriteria

Kerntaak 4:. Coördineren, bijsturen en rapporteren van werkzaamheden

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub bb Besluit personeel veiligheidsregio’s

De verkenner gevaarlijke stoffen controleert na een inzet de inventaris van de WVD-koffer op compleetheid en werking en vult deze aan. Na afloop van de inzet neemt hij met de ploegleden deel aan de registratie en evaluatie.

De specialist risico’s en veiligheid brengt schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag over de mate van beheersbaarheid en verplichte en/of mogelijke beheersmaatregelen:

De specialist risico’s en veiligheid beoordeelt de veiligheidsmaatregelen (technisch en procedureel) van bedrijven. Hij doet dit onder andere in het kader van BEVI, BRZO, besluit bedrijfsbrandweren, complexe bouwvergunningen en de brandveiligheidsparagraaf in de milieuvergunning.

Uitgangspunt voor deze kerntaak is dat de tactisch manager voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied beschikt over een meerjarenplan en meerjarenbegroting. Nu is het zaak dit plan te concretiseren naar een jaarplan en naar concrete kaders voor de operationele managers, specialisten en projectleiders waaraan de tactisch manager leiding geeft. De tactisch manager weet het bieden van duidelijke kaders daarbij te verbinden met het inspireren en motiveren van zijn mensen.

Beoordelingscriteria

Als onderdeel van dit advies:

In samenwerking met een specialist uit de kernregio BRZO, het mede-uitvoeren van werkzaamheden in het kader van BRZO1Gegeven het aantal BRZO bedrijven per regio, zal niet elke SRV deze werkzaamheden volledig zelfstandig uitvoeren. Wel dient de SRV kennis te hebben van de werkzaamheden en de vertaalslag weten te maken naar het eigen verzorgingsgebied.:

Blijft onder tijdsdruk, hoge werkdruk en bemoeilijkende omstandigheden adequaat functioneren (bijvoorbeeld tegenslag, teleurstelling).

Verricht zonder hulp van anderen taken, probeert op eigen kracht probleemsituaties de baas te worden. Handelt volgens eigen overtuiging, onafhankelijk van anderen.

Maakt ideeën en meningen in begrijpelijke taal aan anderen mondeling duidelijk en weet aan te sluiten bij het publiek.

Niveau D: helpen en informeren

Niveau 1:

Niveau 3:

Niveau 3:

Niveau 2:

Niveau 3:

Kerntaak 3:. Nazorg

Niveau 3:

Niveau 2:

Niveau 1:

Niveau 3:

Niveau 1:

Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.

Niveau 1:

Werkzaamheden

Kerntaak 2:. Inzet

Niveau 3:

Formuleert doelstellingen helder, concreet en meetbaar en maakt duidelijke afspraken. Houdt zich aan de voortgang en informeert en rapporteert daarover. Denkt vooruit.

Inleven

Niveau 2:

De voertuigbediener maakt het voertuig inzetgereed en houdt het operationeel.

Niveau 1:

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

Als pompbediener

Als bediener redvoertuig

Kerntaak 2:. Inrichten en uitvoeren van het besluitvormingsproces gericht op de multidisciplinaire samenwerking

Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.

Niveau 1:

Niveau 2:

Niveau 3:

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub b Besluit personeel veiligheidsregio’s

Beschrijving van de functie: De DPG bevindt zich bovenaan in de (operationele) commandostructuur van de GHOR en is belast met de operationele leiding van de geneeskundige hulpverlening. De DPG heeft – afhankelijk van de activering – zitting in het Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) of het Regionaal Beleidsteam (RBT), stemt daar de multidisciplinaire samenwerking op beleids-/strategisch niveau af en adviseert de burgemeester of de voorzitter van de veiligheidsregio over de te nemen beleidsbeslissingen. De DPG geeft direct functioneel leiding aan de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ). De DPG onderhoudt contacten met de liaisons in het Nationaal Crisiscentrum (NCC) en met collega DPG’en.

Dit vakgebied omvat het onderwerp risico’s en veiligheid. Het gaat hierbij om onder meer de aandachtsgebieden risicomanagement, risicoanalyses, risicocommunicatie, integraal veiligheidsbeleid, arbeidsveiligheid en milieuveiligheid.

Basisniveau (1):

3.1. Uitwerking kerntaken

Neemt als hoogste leidinggevende van de GHOR-keten deel aan het GBT/RBT en:

Niveau 1:

Overdrachtsniveau (2):

Expertniveau (3):

In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.

Niveau 2:

Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.

De duikmedisch begeleider verleent eerste duikmedische hulp aan een duiker met een duikerziekte en/of een aan duiken gerelateerde aandoening. Hij kiest de meest passende behandeling en begint met de behandeling van aandoeningen. Hij past EHBO-procedures en cardiopulmonaire resuscitatie (reanimatie) toe en gebruikt de zuurstofkoffer en AED. Hij bewaakt de veiligheid en de behandeling van de getroffen duiker.

Beschrijving van de functie: Lid van de sectie geneeskundige zorg. Hoofd van de taakorganisatie informatie. Kan monodisciplinair ingezet worden op basis van (regionale) inzetcriteria. Multidisciplinair actief vanaf activering van het regionaal operationeel team (ROT). Er kunnen redenen zijn om de HIN-functie te vervullen indien geen sprake is van een dergelijke activering, bijvoorbeeld bij een pandemie-scenario. Het HIN is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling. Het HIN is aangewezen door het daartoe bevoegde gezag. Het HIN ontvangt functioneel (operationeel) leiding van en legt verantwoording af aan de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ). Het HIN is verantwoordelijk voor de informatieverzameling en -bundeling vanuit de witte kolom en de duiding van die informatie richting ROT. Het HIN duidt de informatie vanuit de witte kolom richting informatiemanager ROT. Het HIN geeft functioneel leiding aan de taakorganisatie informatie. Het HIN geeft functioneel leiding aan de informatiecoördinatoren zorginstellingen.

Niveau 1:

Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.

Niveau 1:

Niveau 2:

Niveau 3:

Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).

Niveau 1:

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub e Besluit personeel veiligheidsregio’s

Niveau 3:

Beschrijving van de functie: Het HON is lid van de sectie geneeskundige zorg en hoofd van de taakorganisatie ondersteuning en kan monodisciplinair ingezet worden. Het HON is multidisciplinair actief vanaf activering van het Regionaal Operationeel Team (ROT). Het HON is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling. Het HON is aangewezen door het daartoe bevoegde gezag. Het HON ontvangt functioneel leiding van en legt verantwoording af aan de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ). Het HON stemt functioneel af met de ondersteuningsmanager (multidisciplinair). Het HON geeft functioneel leiding aan de taakorganisatie ondersteuning, aan de logistiek coördinatoren binnen de geneeskundige keten en aan de medewerkers/leden van de backoffice GHOR.

Niveau 1:

Niveau 2:

Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.

In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.

Niveau 3:

Vanuit een vastgesteld doel bepalen welke taken/activiteiten georganiseerd en gepland moeten worden en daar naar handelen. Bepalen van prioriteiten en aangeven van een volgorde van werkzaamheden.

In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.

Formuleert doelstellingen helder, concreet en meetbaar en maakt duidelijke afspraken. Houdt zich aan de voortgang en informeert en rapporteert daarover. Denkt vooruit.

Dit vakgebied omvat het onderwerp risico’s en veiligheid. Het gaat hierbij om onder meer de aandachtsgebieden risicomanagement, risicoanalyses, risicocommunicatie, integraal veiligheidsbeleid, arbeidsveiligheid en milieuveiligheid.

Beschrijving van de functie: De OvD-G is de hoogste leidinggevende van de geneeskundige hulpverlening op het commando plaats incident. De OvD-G geeft leiding aan en adviseert over de geneeskundige hulpverlening op het plaats incident. De OvD-G ontvangt leiding van de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ). De OvD-G geeft binnen het proces acute gezondheidszorg functioneel leiding aan de deeltaken triage, behandeling en transport. De OvD-G signaleert binnen het proces publieke gezondheidszorg de noodzaak tot de inzet van de deeltaken medische milieukunde (MMK), psychosociale hulpverlening (PSH), infectieziektebestrijding (IZB) en/of gezondheidsonderzoek na rampen (GOR) en belegt dit op de juiste plaats binnen de crisisorganisatie GGD. De OvD-G stemt de multidisciplinaire samenwerking op operationeel niveau af in het kader van het motorkapoverleg of het commando plaats incident. De OvD-G wordt gecoördineerd door de leider commando plaats incident (multi). De OvD-G ontvangt functioneel leiding van de ACGZ. Op het moment dat de functie van hoofd publieke gezondheidszorg (HPG)/hoofd acute gezondheidszorg (HAG) is ingevuld, ontvangt de OvD-G functioneel leiding van HPG/HAG. De OvD-G rapporteert en adviseert in het kader van de uitvoering van zijn mono- en multitaken.

Beschrijving van de functie: Lid van de sectie geneeskundige zorg. Hoofd van de taakorganisatie informatie. Kan monodisciplinair ingezet worden op basis van (regionale) inzetcriteria. Multidisciplinair actief vanaf activering van het regionaal operationeel team (ROT). Er kunnen redenen zijn om de HIN-functie te vervullen indien geen sprake is van een dergelijke activering, bijvoorbeeld bij een pandemie-scenario. Het HIN is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling. Het HIN is aangewezen door het daartoe bevoegde gezag. Het HIN ontvangt functioneel (operationeel) leiding van en legt verantwoording af aan de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ). Het HIN is verantwoordelijk voor de informatieverzameling en -bundeling vanuit de witte kolom en de duiding van die informatie richting ROT. Het HIN duidt de informatie vanuit de witte kolom richting informatiemanager ROT. Het HIN geeft functioneel leiding aan de taakorganisatie informatie. Het HIN geeft functioneel leiding aan de informatiecoördinatoren zorginstellingen.

Kerntaak 3:. Rapporteren en adviseren

Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Kerntaak 1:. Functioneel leiding geven aan de sectie geneeskundige zorg

Effectief organiseren van het eigen werk door het plannen van doelstellingen, tijd en activiteiten; beschikbare tijd en energie richten op de hoofdzaken en acute problemen.

Tonen belangrijke informatie op te pikken uit mondelinge mededelingen. Doorvragen en ingaan op reacties.

1.1. Algemene informatie

G14:. Omgevingsbewustzijn

Zich voegen naar het beleid en/of de procedures van de organisatie. Bij onduidelijkheid of veranderingen bevestiging zoeken bij de juiste autoriteit.

In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.

Heeft kennis van en kan gebruik maken van de beschikbare (technische) hulpmiddelen.

Werkzaamheden:

Niveauduiding gedragscompetenties

Supplement h. Uitwerking competentiematrix

2.2. Competentiematrix HIN

G1:. Leidinggeven

G2:. Operationeel management

Niveauduiding organisatie/proces competenties

Werkzaamheden:

G4:. Delegeren

Kerntaak 2:. Adviseren van de ACGZ

V4:. Richtlijnen, protocollen en procedures

3.1. Uitwerking kerntaken

Is en houdt zich op de hoogte van de beleidsontwikkelingen m.b.t. de rampenorganisaties en inhoudelijke processen en procedures. Kent de relevante sleutelfiguren in het beleids- en uitvoeringsveld.

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3, sub a van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

G9:. Samenwerken

De informatiemanager CoPI wordt vooraf geraadpleegd en adviseert aan de leider CoPI bij het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers; Indien de informatiemanager ROT de regie op het informatieproces op zich heeft genomen, wordt de informatiemanager CoPI alleen vooraf geraadpleegd en adviseert hij over het proces in het CoPI.

Omgaan met het mogelijk niet als volwaardig lid van het team gezien worden en daarbij toch rolvast weten te blijven.

De informatiemanager CoPI ondersteunt de leider CoPI bij het (her)definiëren van de prestaties binnen operationele leiding, operatiën, informatie en crisiscommunicatie.

G17:. Energie

Niveau D: uitwerken

Vaktechnische competenties

Maakt ideeën en meningen in begrijpelijke taal aan anderen mondeling duidelijk en weet aan te sluiten bij het publiek.

2.1. Overzicht kerntaken

De informatiemanager ROT is eindverantwoordelijk voor het verzamelen, verwerken, veredelen en beschikbaar stellen van feiten en gegevens binnen de crisisstructuur.

De informatiemanager ROT is verantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers.

Op basis van de beschikbare data gevraagd en ongevraagd adviseren van de regionaal operationeel leider over de te bereiken doelen van het ROT.

Niveauduiding vaktechnische competenties

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 1:. Leidinggeven aan het gemeenschappelijk meldkamerproces

Kerntaak 2:. Creëren en delen van informatie

2.2. Competenties

Overdenken en vooraf afwegen welk besluit genomen moet worden in het licht van de mogelijke effecten van informatiespreiding.

Omgaan met de verschillende belangen tussen de betrokken partijen en daarbij omgaan met eventuele weerstand.

3.1. Uitwerking kerntaken

De leider CoPI is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de prestaties binnen operationele leiding, operatiën, informatie en crisiscommunicatie.

De leider CoPI is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers.

1.1. Algemene informatie

De leider CoPI is (eind)verantwoordelijk voor het uitvoeren van de operationele leiding, operatiën, informatie en crisiscommunicatie.

Kerntaak 3:. Het geven van feedback

Adequaat omgaan met conflicterende belangen in de organisatie van rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Kerntaak 4:. Het uitvoeren van een schriftelijke evaluatie

Besluitvorming en advisering op basis van de verschillende rollen van de burgermeester.

Werkzaamheden

De leider CoPI is eindverantwoordelijk voor het verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken van feiten en gegevens aan de juiste afnemers.

2.1. Overzicht kerntaken

Zorgen voor communicatie op basis van het onjuiste beeld over de crisisorganisatie in de media en maatschappij.

Werkzaamheden

Supplement f. functie procesmanager multidisciplinair oefenen (PMO)

Niveau B: kernachtig

Stemt activiteiten van zichzelf (en anderen) op elkaar af en bepaalt hun volgorde zodat doeleinden efficiënt en effectief gerealiseerd worden.

Niveau B: afstemmen

Niveau B: formuleert resultaten

Afwegen en beslissen op basis van (conflicterende) belangen.

De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de te behalen prestaties bij het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.

De regionaal operationeel leider is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van de randvoorwaarden voor het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.

De regionaal operationeel leider is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers.

Zorgen voor communicatie op basis van het maatschappelijke beeld over de risicovolle situatie in de media en maatschappij.

Zorgen voor communicatie op basis van het onjuiste beeld over de crisisorganisatie in de media en maatschappij.

Herkennen van bestuurlijke dilemma’s en deze doorzetten naar het juiste bevoegd gezag.

3.1. Uitwerking kerntaken

Blijft onder tijdsdruk, hoge werkdruk en bemoeilijkende omstandigheden adequaat functioneren (bijvoorbeeld tegenslag, teleurstelling).

Niveau C: voorbeeld zijn

Kerntaak 2:. Het ontwikkelen, organiseren en uitvoeren van multidisciplinaire OTO activiteiten

Niveau B: stimuleren

Niveau C: afwegen

De mogelijke effecten die de schriftelijke rapportage met zich meebrengt vooraf overdenken en afwegen.

Kerntaak 5:. Het verzorgen van communicatie en public relations in het kader van de multidisciplinaire OTO activiteiten

De communicatieadviseur CoPI informeert publiek en pers over feiten, omstandigheden, te voorziene ontwikkelingen en aandachtspunten.

Niveau C (acceptatie bereiken)

1.1. Algemene informatie

Niveau B (proberen)

Kerntaak 5:. Het verzorgen van communicatie en public relations in het kader van de multidisciplinaire OTO activiteiten

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3, sub i van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

De regionaal operationeel leider is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van de randvoorwaarden voor het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.

Niveau A (overwicht houden)

Kerntaak 1:. Leiding geven aan het ROT

4.1. Competenties

Niveau B: relaties leggen

Is zich bewust van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren. Speelt in op deze ontwikkelingen en vertaalt deze naar het eigen werkgebied.

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3, sub h van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

Werkzaamheden

Kerntaak 2:. Informatie delen

4.1. Competenties

2.1. Kerntaken

Niveau B (relaties leggen)

De regionaal operationeel leider ondersteunt de voorzitter veiligheidsregio dan wel de burgemeester bij het (her)definiëren van de prestaties binnen de algemene operationele leiding.

De communicatieadviseur ROT deelt en bespreekt informatie, besluiten en opdrachten van het ROT met het hoofd crisiscommunicatie.

In deze bijlage zijn alle competenties, die zijn benoemd in de kwalificatiedossiers van de functionarissen werkzaam binnen de organisatie van rampenbestrijding en crisisbeheersing, opgenomen.

Aanpassingsvermogen

Niveau A (daadkrachtig optreden)

Niveau A (overwicht houden)

Analyseren

Niveau B (relaties leggen)

Communiceren

Niveau B (regionaal)

Leiding geven

Herkennen van bestuurlijke dilemma’s en deze doorzetten naar het juiste bevoegd gezag.

Sturing geven aan proces

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties (omgeving): dit betreft de sociale, maatschappelijke en communicatieve competenties die betrekking hebben op de interactie met de omgeving zowel extern als intern. Deze competenties zijn vervolgens gekoppeld aan een niveauduiding

Competenties

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.

Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.

Niveau 1

Selecteert één te volgen verantwoorde strategie voor zichzelf (en anderen), ondanks onvolledigheid in kennis van alternatieven en van hun risico's.

Plannen, organiseren en coördineren

Niveau A (overwicht houden)

Niveau A (eigen koers varen)

Niveau 3:

Innoveren/creativiteit

Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.

Niveau 2

Problemen oplossen

Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.

Niveau 2

Analyseren

Niveau 2

Niveau 1

Formuleert doelstellingen helder, concreet en meetbaar en maakt duidelijke afspraken. Houdt zich aan de voortgang en informeert en rapporteert daarover. Denkt vooruit.

Niveau 3:

Sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties (omgeving)

Dit betreft sociale, maatschappelijke en communicatieve competenties die betrekking hebben op de interactie met de omgeving zowel extern als intern.

Niveau 1

Daadkracht

Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).

(taakgericht) Leiderschap

(mondeling) Communiceren

Niveau 1

Politiek-bestuurlijk inzicht

Niveau 1:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Beschrijving van de functie: De leider commando plaats incident:

De leider CoPI is eindverantwoordelijk voor het uitvoeren van operationele leiding, operatiën, informatie en crisiscommunicatie.

De leider CoPI is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van de randvoorwaarden voor het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.

De leider CoPI is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van de randvoorwaarden voor het realiseren van de crisiscommunicatie.

Besluiten met voldoende mate van kennis van functionele partners; op basis van hun incident- en gevolgbestrijding.

De leider CoPI is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van de randvoorwaarden voor het realiseren van de crisiscommunicatie.

Bewust zijn van de mogelijke risico’s die het detailniveau waarop het totaalbeeld wordt geschetst met zich meebrengt. Een afweging maken in de verkregen informatie en het beschikbaar stellen van informatie voor het totaalbeeld. De waarde van de informatie is naast de bruikbaarheid ook afhankelijk van de actor en de tijd.

Niveau A: beheersen

De Procesmanager Multidisciplinair Oefenen is professional in zijn vakgebied, maar is niet per definitie inhoudelijk expert in alle disciplines waarvoor hij de OTO-activiteiten moet ontwikkelen en uitvoeren.

Een afweging maken tussen kosten en impact van een oefenactiviteit ten opzichte van de baten.

Integer rapporteren over zowel positieve als negatieve prestaties van geoefenden binnen de oefening.

De Procesmanager Multidisciplinair Oefenen wordt vooraf geraadpleegd en adviseert het afdelings-/bureauhoofd bij het organiseren van de randvoorwaarden voor het uitvoeren van het multidisciplinaire OTO-beleid.

De leider CoPI is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers.

inzet van de leden ten behoeve van het groepsdoel, desnoods ten koste van eigen korte termijn

belangen.

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3, sub g van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het organiseren van de randvoorwaarden binnen de algemene operationele leiding. De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het uitvoeren van algemene operationele leiding (binnen het ROT en onderliggende diensten).

2.1. Overzicht kerntaken

De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers. De regionaal operationeel leider is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers.

Adviseren en beslissen rekening houdend met verschillende verantwoordelijkheden (functionele en algemene keten).

De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers.

Zorgen voor communicatie ondanks de positie en snelheid van (sociale) media.

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt terzake doende gegevens.

Is zich bewust van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren. Speelt in op deze ontwikkelingen en vertaalt deze naar het eigen werkgebied.

Beschrijving van de functie: De functionaris crisiscommunicatie commando plaats incident/

Niveau C: overzicht houden

De communicatieadviseur CoPI draagt bij aan het omgevingsbeeld en rapporteert over communicatiefeiten en -gebeurtenissen, aard, toon en ervaring met publiek en media.

De communicatieadviseur CoPI:

Selecteert één te volgen verantwoorde strategie voor zichzelf (en anderen), ondanks onvolledigheid in kennis van alternatieven en van hun risico's.

Niveau C (afwegen)

Niveau C (terugkoppelen)

De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het organiseren van de randvoorwaarden binnen de algemene operationele leiding. De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het uitvoeren van algemene operationele leiding (binnen het ROT en onderliggende diensten).

De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het (her)organiseren van de randvoorwaarden binnen de algemene operationele leiding.

De communicatieadviseur ROT deelt informatie, besluiten en inzetopdrachten binnen het ROT en analyseert welke informatie relevant is voor het communicatieproces.

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.

Is zich bewust van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren. Speelt in op deze ontwikkelingen en vertaalt deze naar het eigen werkgebied.

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt terzake doende gegevens.

Geeft situationeel sturing aan een individuele medewerker en/of een groep in het kader van de taakvervulling.

Functienaam: Functionaris crisiscommunicatie commando plaats incident/communicatieadviseur CoPI

Selecteert één te volgen verantwoorde strategie voor zichzelf (en anderen), ondanks onvolledigheid in kennis van alternatieven en van hun risico's.

Niveau C (acceptatie bereiken)

Niveau C (terugkoppelen)

Niveau B: relaties leggen

Niveau B: stimuleren

Niveau C: afwegen

Niveau B: regionaal

1.1. Algemene informatie

3.1. Uitwerking kerntaken

Niveau B (regionaal)

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Beschrijving van de functie: De adviseur gevaarlijke stoffen (AGS):

De AGS treedt op als adviseur van het ROT en kan optreden als vraagregisseur naar externe partners. De AGS werkt samen met de coördinator verkenningseenheden om een multidisciplinair advies op te stellen voor het effectgebied. De AGS kan een adviserende rol hebben tijdens de nazorgfase.

3.1. Uitwerking kerntaken

*Vormt een advies over:

4.1. Competenties

Niveau A: Achterhalen

Maakt ideeën en meningen in begrijpelijke taal aan anderen mondeling duidelijk en weet aan te

sluiten bij het publiek.

Weegt gegevens en mogelijke handelwijzen in het licht van relevante criteria tegen elkaar af om tot realistische beoordelingen te komen.

Niveau A: besluiten

Voert in een team een opdracht uit. Draagt bij aan de harmonie van de groep en aan de optimale inzet van de leden ten behoeve van het groepsdoel, desnoods ten koste van eigen korte termijn belangen.

Niveau A: betrekken van derden

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

Functienaam: Bevelvoerder

2.1. Kerntaken en taakgebieden

Kerntaak 1:. uitrukken naar het incident*

De bevelvoerder rukt samen met zijn manschap(pen) uit naar het incident in een brandweereenheid. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid qua verkenningsplan en voorlopig inzetplan ter plaatse.

De bevelvoerder verkent of laat zijn manschappen methodisch en veilig het incident verkennen. Op basis van de bevindingen maakt hij zijn (voorlopig) inzetplan definitief.

Kerntaak 2:. verkennen van het incident*

De bevelvoerder verkent of laat zijn manschappen methodisch en veilig het incident verkennen. Op basis van de bevindingen maakt hij zijn (voorlopig) inzetplan (definitief).

Werkzaamheden:

De bevelvoerder coördineert de personele en materiële nazorg (inclusief de evaluatie van het proces en het functioneren). Hij zorgt voor de administratieve afhandeling van het incident.

Functienaam: Brandweerduiker

De brandweerduiker rukt samen met de rest van de duikploeg uit naar het incident. Hij selecteert de persoonlijke beschermingsmiddelen, controleert deze, trekt deze aan en voert een buddycheck uit. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid (persoonlijke bescherming, incidentafhankelijke middelen en een begrepen/bevestigde opdracht) aan bij het incident.

De brandweerduiker spoort als reddingsduiker mensen en dieren op in het water van maximaal 15 meter diepte en op het water en redt of bergt ze. In gevallen waarbij acuut gevaar bestaat voor het milieu of voor de scheepvaart spoort de brandweerduiker objecten op en bergt ze. De brandweerduiker kan als oppervlakteredder optreden.

Als reserveduiker staat de brandweerduiker gereed om directe hulp te verlenen aan een reddingsduiker die in een noodsituatie verkeert. Tevens ondersteunt de reserveduiker de reddingsduiker aan de oppervlakte bij het overdragen van het slachtoffer.

In samenspraak met de rest van de duikploeg maakt de brandweerduiker de waterongevallenwagen inzetgereed. Hij maakt de persoonlijke duikuitrusting inzetgereed. Hij registreert de noodzakelijke gegevens in zijn persoonlijk duiklogboek en laat dat aftekenen door de duikploegleider. Na afloop van de inzet neemt hij met de ploegleden deel aan een evaluatiegesprek over de inzet en na een traumatische ervaring indien nodig aan een nazorgtraject.

Niveau C (voorbeeld zijn)

Niveau D (binnen kaders)

Niveau D (uitvoeren)

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

Functienaam: centralist meldkamer

Beschrijving van de functie: De centralist meldkamer:

De centralist meldkamer neemt de melding aan, beoordeelt de melding en legt de melding vast. Dit doet hij conform de landelijk en regionaal geldende afspraken op classificatie en prioriteit. Indien noodzakelijk stelt hij de prioritering bij. Daarnaast geeft de centralist meldkamer de melder een handelingsperspectief.

De centralist meldkamer beoordeelt de melding en het inzetvoorstel en alarmeert de eenheden en functionarissen. Hij coördineert de uitruk- en inzetfase. De centralist meldkamer haalt pro actief relevante informatie en deelt dit met de (aanrijdende) eenheden en functionarissen en indien nodig met de andere (hulp) diensten.

Bij incidenten die niet passen in procedures en processen kan hij zelfstandig (gemotiveerd) afwijken van standaardprocedures en adequate beslissingen nemen.

Blijft onder tijdsdruk, hoge werkdruk en bemoeilijkende omstandigheden adequaat functioneren (bijvoorbeeld tegenslag, teleurstelling).

Niveau C: voorbeeld zijn

Stemt activiteiten van zichzelf (en anderen) op elkaar af en bepaalt hun volgorde zodat doeleinden efficiënt en effectief gerealiseerd worden.

Weet wensen of behoeften van klanten of gebruikers te onderzoeken en hiernaar te handelen. Speelt in op de doelstellingen van doelgroepen en opdrachtgevers voor de langere termijn.

Niveau B: inleven

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.

Verricht werkzaamheden met een grote mate van accuratesse.

Supplement e. Functie chauffeur

Functienaam: Chauffeur

Beschrijving van de functie: De chauffeur:

De chauffeur zorgt ervoor dat hij met het voertuig veilig, verantwoord, voorspelbaar en zo nodig vlot op de plaats van het incident aankomt. Hij plaatst het voertuig daar op de (aangegeven) opstelplaats en creëert een veilige situatie rondom het voertuig.

De chauffeur ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt er na terugkomst op de kazerne voor dat het voertuig weer uitruk gereed is. De chauffeur werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

De chauffeur zorgt ervoor dat hij met het voertuig veilig, verantwoord, voorspelbaar en zo nodig vlot op de plaats van het incident aankomt. Hij plaatst het voertuig daar op de (aangegeven) opstelplaats en creëert een veilige situatie rondom het voertuig.

De chauffeur ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt er na terugkomst op de kazerne voor dat het voertuig weer uitruk gereed is. De chauffeur werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.

Werkzaamheden:

1 Daar waar hij staat, kan ook zij gelezen worden.

Kerntaak 1:. Optreden als operationeel leider ROT

Als lid van het beleidsteam (BT) adviseert de commandant van dienst de burgemeester vanuit multidisciplinair perspectief over strategisch, politiek of bestuurlijk te nemen beslissingen.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

2.1. Kerntaken

Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de controleur brandpreventie vastgesteld.

Functienaam: Docent

Verzorgen van formatieve toetsen en uitvoeren van toetsmomenten als objectief beoordelaar.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Voorbereiden, verzorgen en evalueren van activerend onderwijs afgestemd op het naar in werksituaties vereiste gedrag.

Coachen en begeleiden van deelnemers in relatie tot studievoortgang, leerproces en leerproblematiek. Coachen en begeleiden van instructeurs bij hun taakuitoefening.

Kerntaak 3:. begeleiden van toetsmomenten

Verzorgen van formatieve toetsen en uitvoeren van toetsmomenten als objectief beoordelaar.

De duikploegleider geeft leiding aan de technische uitvoering van de duikarbeid door een duikploeg. Als signaalhouder communiceert hij met de reddingsduiker te water met behulp van een seinlijn en communicatieapparatuur. Wanneer hij niet zelf signaalhouder is, communiceert hij met de signaalhouder. Hij bewaakt de duikdiepte, het luchtverbruik en de duiktijd van de duiker(s) (het duikschema). De duikploegleider schakelt indien nodig tussen scenario’s en maakt daarbij voor spoedeisende situaties een (nieuw) mentaal inzetplan en voor niet-spoedeisende situaties een (nieuw) schriftelijk werkplan. In een noodsituatie geeft hij leiding aan de uitvoering van de noodprocedure. De duikploegleider draagt het slachtoffer over aan de bevelvoerder van de tankautospuit. Hij organiseert de eerste medische hulp aan een duiker in nood. Hij stuurt het duikmedisch handelen aan. In gevallen waarbij acuut gevaar bestaat voor het milieu of voor de scheepvaart geeft de duikploegleider leiding aan het opsporen en bergen van objecten.

De duikploegleider geeft leiding aan een oppervlakteredding als deze wordt uitgevoerd door de duikploeg.

De duikploegleider leidt oefeningen van de duikploeg. Hij maakt voor oefeningen een schriftelijk werkplan en brieft de duikploeg. Tijdens oefeningen neemt hij het optreden van de duikploeg waar en geeft op een gepast moment feedback.

Niveau C (bijsturen)

Niveau C (overzicht houden)

Niveau D (nakomen)

De gaspakdrager werkt voor het ontsmetten samen met de basis ontsmettingseenheid (BOE). Hij draagt zorg voor een zorgvuldige behandeling en draagt bij aan de registratie van de door hem gebruikte middelen. Na afloop van de inzet neemt hij met de ploegleden deel aan de evaluatie van de inzet en na een traumatische ervaring aan een nazorggesprek.

Niveau C (voorbeeld zijn)

Niveau C (terugkoppelen)

Niveau D (uitvoeren)

Niveau D (kwaliteit bewaken)

Niveau D (volgen)

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

Functienaam: Hoofdofficier van dienst (HOvD)

Beschrijving van de functie: De hoofdofficier van dienst:

De HOvD geeft als Taakcommandant Brandweer leiding aan brandweereenheden (pelotons) bij de bestrijding van het incident ter plaatse. Bij reguliere incidenten, geeft de Taakcommandant (afhankelijk van de situatie) sturing dan wel advies aan de Officier van Dienst (OvD) Brandweer ter plaatse. Bij grootschalige incidenten is de Taakcommandant (als Hoofd van de taakorganisatie Bron- en Emissiebestrijding, Grootschalige Redding of Grootschalige Ontsmetting) verantwoordelijk voor de bestrijding van het incident (in zijn inzetvak). Tevens kan de Taakcommandant plaatsnemen in het Commando Plaats Incident (CoPI).

De HOvD geeft als Algemeen Commandant Brandweerzorg leiding aan de totale brandweerinzet die de bron- en effectbestrijding uitvoert. Hij doet dit door leiding te geven aan het actiecentrum Brandweerzorg waarvan de samenstelling op basis van de incidenttypering kan variëren. Hij neemt vanaf GRIP 2 namens de brandweer deel aan het ROT en draagt bij aan het treffen van multidisciplinaire maatregelen in het effectgebied.

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

Functienaam: Instructeur

Beschrijving van de functie: De instructeur:

Voorbereiden, verzorgen en evalueren van activerend onderwijs afgestemd op het naar in werksituaties vereiste gedrag.

Begeleiden van deelnemers bij de uitvoering van leeractiviteiten.

Verzorgen van formatieve toetsen en uitvoeren van toetsmomenten als objectief beoordelaar.

Werkzaamheden:

Supplement m. Functie manager veiligheid

De manager veiligheid is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de organisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie. De manager veiligheid draagt daarbij zorg voor het beheren en beheersen van het beleid binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied.

De manager veiligheid geeft binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied richting aan de implementatie van het vastgestelde beleid binnen de regionale brandweerorganisatie. Hij treedt hierin sturen en bepalend op. Specifiek geeft hij hierin sturing aan de uitwerking van programma’s.

Voor de manager veiligheid is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij in beeld in zowel de mono- als multidisciplinaire omgeving.

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Functienaam: Manschap

De manschap rukt uit samen met collega manschap(pen), bevelvoerder en chauffeur in een brandweereenheid1Afhankelijk van de samenstelling van de brandweereenheid kunnen meerdere functies door een persoon worden uitgevoerd.. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid (persoonlijke bescherming, incidentafhankelijke middelen en een begrepen/bevestigde opdracht) aan bij het incident.

De manschap verkent, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, methodisch en veilig het incident. Hij neemt, zo nodig, middelen mee ter ondersteuning. Hij meldt de bevindingen aan de bevelvoerder.

Kerntaak 3:. bestrijden van het incident*

De manschap ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt, teruggekomen op de kazerne, ervoor dat de brandweereenheid weer uitruk gereed is. De manschap werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

De manschap verkent, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, methodisch en veilig het incident. Hij neemt, zo nodig, middelen mee ter ondersteuning. Hij meldt de bevindingen aan de bevelvoerder.

De manschap ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt, teruggekomen op de kazerne, ervoor dat de brandweereenheid weer uitruk gereed is. De manschap werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.

Supplement p. Functie medewerker brandpreventie/medewerker brandveiligheid

De medewerker brandpreventie voert (integrale brandveiligheids-) inspecties uit en rapporteert hierover.

Kerntaak 1:. Adviseren bij standaard en niet-complexe plantoetsing

De medewerker operationele voorbereiding zorgt voor onderhoud van materieel en materiaal. Hij1Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.adviseert zijn leidinggevende over nieuw aan te schaffen materieel en materiaal en geeft input voor beleid op het gebied van materieelbeheer. Hij verzorgt instructie over het gebruik van materieel en materiaal.

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

Werkzaamheden

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub s Besluit personeel veiligheidsregio’s

Vraagt indien nodig een second opinion aan.

Op basis van de beschikbare gegevens vormt de MPL adviezen over de maatregelen in het effectgebied. Hierbij houdt hij rekening met mogelijke ontwikkelingen van het incident, de operationele mogelijkheden en houdt hij rekening met de multidisciplinaire belangen van betrokkenen. Dit doet hij in nauwe samenwerking met de GAGS.

Op basis van de gegevens die de MPL van de AGS en de meetploegen krijgt, analyseert en beoordeelt de MPL de mogelijke gevolgen van een incident voor de omgeving. Analytisch vermogen is hierbij van belang.

Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

De oefencoördinator levert een bijdrage aan de beleidsvorming op het gebied van oefenen. Hij 1Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.maakt daarbij gebruik van zijn kennis op het gebied van de oefenbehoefte, de leerpunten uit incidenten en de evaluatie van oefenactiviteiten.

Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

De oefencoördinator ontwikkelt oefenprogramma’s binnen de daarvoor geldende randvoorwaarden. Hij werkt daarvoor samen met de Specialist opleiden en oefenen.

Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de oefencoördinator vastgesteld.

De oefencoördinator levert een bijdrage aan de beleidsvorming op het gebied van oefenen. Hij 1Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.maakt daarbij gebruik van zijn kennis op het gebied van de oefenbehoefte, de leerpunten uit incidenten en de evaluatie van oefenactiviteiten.

De oefencoördinator zorgt ervoor dat het oefenprogramma daadwerkelijk uitgevoerd wordt.

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

Beschrijving van de functie: De officier van dienst:

Bij multidisciplinair optreden vertegenwoordigt de OvD de brandweer in het CoPI in de rol van Taakcommandant Brandweer (deze rol wordt in opgeschaalde situaties door de Hoofd Officier van Dienst (HOvD) ingevuld). Draagt bij aan het totaalbeeld door multidisciplinair relevante aspecten uit de monodisciplinaire inzet in te brengen. Stemt af met de multipartners en draagt bij aan het teamresultaat. Vertaalt de multidisciplinaire besluiten uit het CoPI naar monodisciplinaire acties.

De operationeel manager levert input voor het opstellen van nieuw of het aanpassen van bestaand beleid. Hij vertaalt beleid naar procedures en plannen voor de werkuitvoering van zijn team en past deze zo nodig aan. Hij signaleert knelpunten en relevante ontwikkelingen bij de uitvoering van beleid, procedures en/of plannen en vertaalt deze naar een advies.

Niveau B (leren)

De operationeel manager stuurt de werkuitvoering van de medewerkers van zijn team aan. Hij vertaalt de visie en het beleid van de organisatie naar gewenste resultaten en werkprocessen voor zijn team. Hiervoor is onder andere kennis van bedrijfsvoering op het gebied van organisatie, HR, ICT, financiën, inkoop en wet- en regelgeving nodig. Hij bewaakt het proces tijdens de werkuitvoering en stuurt bij als dat noodzakelijk is.

Supplement w. Functie ploegchef

Deze zijn nader uitgewerkt in de Regeling Personeel Veiligheidsregio’s (bijlage A1Regeling personeel Veiligheidsregio’s, bijlage A, supplement GG (https://wetten.overheid.nl/BWBR0027840/2018-10-01#BijlageA)).

In de competentiematrix wordt het verband tussen competenties en kerntaken weergegeven.

De commandant is ambtelijk eindverantwoordelijk voor de regionale brandweerorganisatie. Hij draagt daarin zorg voor het functioneren van de regionale brandweer en het personeel dat daarbij werkzaam is.

De commandant initieert en ontwikkelt mede de visie en strategie voor de regionale brandweerorganisatie.

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

1 Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.

De specialist brandpreventie heeft op basis van zijn praktijkervaring een signaalfunctie om relevante zaken aan te kaarten met betrekking tot preventiebeleid.

De specialist brandpreventie voert op locatie inspectie uit of laat deze uitvoeren en geeft een waardeoordeel in de vorm van een inspectierapport aan de vergunningverlener.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

Kerntaak 1:. analyseren en evalueren

4.1. Competenties

Niveau B: relaties leggen

Niveau B: contact onderhouden

Formuleert heldere doelstellingen en resultaten en is er actief op gericht om deze te behalen.

Niveau B: ontwikkelen, verbeteren

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

Niveau B: relaties leggen

Niveau B: contact onderhouden

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

¹ Overal in dit document waar de strategisch manager in de mannelijke vorm wordt aangeduid, kan nadrukkelijk ook vrouwelijke vorm gelezen worden. Slechts omwille van de leesbaarheid is voor een enkelvoudige (mannelijke) aanduiding gekozen.

Is zich ervan bewust dat het te leveren product moet voldoen aan gestelde eisen, normen en prioriteiten en handelt hiernaar. Legt verantwoording af voor het gerealiseerde kwaliteitsniveau. Streeft naar continue kwaliteitsverbetering.

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt

De specialist risico’s en veiligheid genereert risico-informatie over het verzorgingsgebied als onderdeel van een cyclisch beleidsproces of in opdracht om uiteindelijk (eventueel ongevraagd) advies uit te brengen over de mate van beheersbaarheid van risico’s (inclusief het voorkomen van risico’s).

De specialist risico’s en veiligheid brengt schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag over de mate van beheersbaarheid en verplichte en/of mogelijke beheersmaatregelen:

De specialist risico’s en veiligheid beoordeelt de veiligheidsmaatregelen (technisch en procedureel) van bedrijven. Hij doet dit onder andere in het kader van BEVI, BRZO, besluit bedrijfsbrandweren, complexe bouwvergunningen en de brandveiligheidsparagraaf in de milieuvergunning.

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Beoordelingscriteria

In samenwerking met een specialist uit de kernregio BRZO, het mede-uitvoeren van werkzaamheden in het kader van BRZO1Gegeven het aantal BRZO bedrijven per regio, zal niet elke SRV deze werkzaamheden volledig zelfstandig uitvoeren. Wel dient de SRV kennis te hebben van de werkzaamheden en de vertaalslag weten te maken naar het eigen verzorgingsgebied.:

Werkzaamheden inzake het verstrekken van bouwvergunningen:

Voor de tactisch manager binnen de brandweer is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij ook in beeld bij de andere partijen om door hem betrokken te worden.

Eigen organisatieonderdeel/werkgebied

Afstemming binnen de eigen organisatie inzake concrete projecten en de hierover geformuleerde adviezen, vooral ten behoeve van operationele voorbereiding.

Periodiek checkt de tactisch manager of de realisatie van plannen naar wens verloopt. Op basis van de uitkomsten beslist hij over het vervolg en vindt rapportage naar het strategisch management plaats. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

De strategisch manager is verantwoordelijk voor de personele zorg en de inzet van middelen van het organisatieonderdeel/werkgebied. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken en de inzet van middelen waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld.

Voor de strategisch manager is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij in beeld in zowel de mono- als multidisciplinaire omgeving.

Voor de tactisch manager binnen de brandweer is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij ook in beeld bij de andere partijen om door hen betrokken te worden. Dit netwerken brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

De tactisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de brandweerorganisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie.

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

De voertuigbediener ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt ervoor dat de brandweereenheid na inzet weer uitrukgereed is. De voertuigbediener werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.

Niveau D: uitvoeren

Beoordelingscriteria

Voert in een team een opdracht uit. Draagt bij aan de harmonie van de groep en aan de optimale inzet van de leden ten behoeve van het groepsdoel, desnoods ten koste van eigen korte termijn belangen.

Beoordelingscriteria

Periodiek checkt de tactisch manager of de realisatie van plannen naar wens verloopt. Op basis van de uitkomsten beslist hij over het vervolg en vindt rapportage naar het strategisch management plaats. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Niveau 2:

Niveau 1:

Niveau 1:

Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.

Niveau C: voorbeeld zijn

Niveau 2:

Niveau 3:

Maakt ideeën en meningen in begrijpelijke taal aan anderen mondeling duidelijk en weet aan te sluiten bij het publiek.

Niveau C: brede kaders

Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.

Niveau 1:

Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.

Dit vakgebied omvat het onderwerp risico’s en veiligheid. Het gaat hierbij om onder meer de aandachtsgebieden risicomanagement, risicoanalyses, risicocommunicatie, integraal veiligheidsbeleid, arbeidsveiligheid en milieuveiligheid.

Basisniveau (1):

Toepassings- en overdrachtsniveau (2):

Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.

Zich inzetten om met anderen resultaten te bereiken en daarmee bijdragen aan een gezamenlijk doel. Denken en handelen vanuit gemeenschappelijke belangen.

Niveau 1:

Niveau 1:

Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.

Niveau 1:

Niveau 3:

Niveau 3:

Beschrijving van de functie: De duikploegleider/duikmedisch begeleider:

De duikmedisch begeleider kent medische risico’s met betrekking tot duiken. Hij kent de oorzaken van duikerziekten en aan duiken gerelateerde aandoeningen, herkent deze aan symptomen en stelt de diagnose. De duikmedisch begeleider deelt zijn diagnose met de duikerarts en met de verpleegkundige van de ambulancedienst.

Niveau 1:

Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.

Niveau 1:

In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.

Niveau 1:

Niveau 2:

Niveau 3:

Beschrijving van de functie: De duikploegleider/duikmedisch begeleider:

Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s

In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub b Besluit personeel veiligheidsregio’s

Kerntaak 2:. Adviseren van de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ)

Werkzaamheden:

Werkzaamheden:

3.1. Uitwerking kerntaken

Werkzaamheden:

Werkzaamheden:

In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.

Werkzaamheden:

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub f Besluit personeel veiligheidsregio’s

In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.

G5:. Voortgangsbewaking

Is en houdt zich op de hoogte van de ontwikkelingen mbt de GHOR-ketenorganisaties en de primaire processen in het algemeen en die van het eigen beroepsdomein in het bijzonder. Kent de relevante sleutelfiguren in zijn beroepsdomein.

Niveauduiding vaktechnische competenties

De calamiteitencoördinator meldkamer wordt vooraf geraadpleegd en adviseert bij het (her)organiseren van de randvoorwaarden voor de grootschalige alarmering. De calamiteitencoördinator meldkamer is verantwoordelijk voor besluiten tot en het uitvoeren van de grootschalige alarmering.

G16:. Stressbestendigheid

De calamiteitencoördinator meldkamer wordt vooraf geraadpleegd en adviseert bij het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en beschikbaar te stellen.

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3, sub b van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

De evaluator multidisciplinair oefenen wordt vooraf geraadpleegd en adviseert over het organiseren van de randvoorwaarden voor de evaluatie van de multidisciplinaire oefening. De evaluator multidisciplinair oefenen is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de evaluatie van de multidisciplinaire oefening.

Niveauduiding organisatie/proces competenties

Niveau B: relaties leggen

Niveauduiding vaktechnische competenties

Niveau B: afwegen

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

2.1. Kerntaken en taakgebieden

De calamiteitencoördinator meldkamer wordt vooraf geraadpleegd en adviseert bij het (her)organiseren van de randvoorwaarden voor de grootschalige alarmering. De calamiteitencoördinator meldkamer is verantwoordelijk voor besluiten tot en het uitvoeren van de grootschalige alarmering.

4.1. Competenties

1.1. Algemene informatie

Functienaam: informatiemanager regionaal operationeel team

3.1. Uitwerking kerntaken

Supplement c. Informatiemanager commando plaats incident (CoPI)

Verricht werkzaamheden met een grote mate van accuratesse

4.1. Competenties

De leider CoPI is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers.

Functienaam: regionaal operationeel leider

De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het uitvoeren van algemene operationele leiding (binnen de rampenbestrijding en crisisbeheersing).

De Procesmanager Multidisciplinair Oefenen is eindverantwoordelijk voor het uitvoeren van de evaluatie van de multidisciplinaire oefening.

De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de te behalen prestaties bij het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.

Blijft onder tijdsdruk, hoge werkdruk en bemoeilijkende omstandigheden adequaat functioneren (bijvoorbeeld tegenslag, teleurstelling).

4.1. Competenties

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Functienaam: Medewerker brandpreventie/Medewerker brandveiligheid

Voor elke functie zijn er specifieke competenties benoemd. In de competentiematrix hieronder worden deze benoemd voor de functie MB, in relatie tot de kerntaken. In de bijlage Competentiewoordenboek brandweerfuncties op (v)mbo-niveau is beschreven welke betekenis de niveaus uit de competentiematrix hebben.

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

De medewerker operationele voorbereiding draagt er zorg voor dat de benodigde middelen op het juiste moment op de juiste plaats zijn zodat de repressieve taak goed uitgevoerd kan worden.

De medewerker operationele voorbereiding draagt zorg voor de controle van bluswatervoorzieningen (o.a. brandkranen), zoekt en verstrekt informatie aan de repressieve dienst over actuele wijzigingen in de infrastructuur in het verzorgingsgebied (bijvoorbeeld in de vorm van bereikbaarheid- en aanvalskaarten) en zoekt en verstrekt informatie aan de repressieve dienst over objecten, zoals de bereikbaarheid van veiligheidsvoorzieningen in objecten.

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Kerntaak 2:. Leveren van informatie voor de operationele dienst

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

De medewerker opleiden en oefenen levert een inhoudelijke bijdrage aan het opstellen van het (meerjaren)beleid op het gebied van opleiden en oefenen en het regionaal of gemeentelijk jaarplan voor opleiden en oefenen. Hij draagt voor zijn eigen bijdrage zorg voor de afstemming van het meerjarenbeleid met opleidings- en oefenplannen van andere diensten en de behoefte van de werkomgeving (de eigen organisatie en die van de partners).

De medewerker opleiden en oefenen vertaalt het vastgestelde beleid in (regionale) opleidings- en oefentrajecten en draagt in overleg met het regionaal opleidingsinstituut en het regionaal oefenbureau zorg voor de uitvoering ervan.

De medewerker opleiden en oefenen bewaakt de kwaliteit van de uitvoering van de opleidings- en oefentrajecten. Hij verzamelt evaluatiegegevens en vertaalt deze naar voorstellen voor mogelijke aanpassingen van beleid. De medewerker opleiden en oefenen is verantwoordelijk voor de registratie van relevante opleidings- en oefengegevens dan wel de organisatie daarvan.

Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker opleiden en oefenen vastgesteld.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

De medewerker opleiden en oefenen:

Beoordelingscriteria

Op basis van de gegevens die de MPL van de AGS en de meetploegen krijgt, analyseert en beoordeelt de MPL de mogelijke gevolgen van een incident voor de omgeving. Analytisch vermogen is hierbij van belang.

Onder turbulente omstandigheden verifieert de MPL de inschatting van het effectgebied door het leiden van de meetplanorganisatie. De MPL brengt een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, omgaan met keuzes en dilemma’s, rekening houden met betrokken partijen en afstemming met de AGS spelen een belangrijke rol. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.

Op basis van de gegevens die de MPL van de AGS en de meetploegen krijgt, analyseert en beoordeelt de MPL de mogelijke gevolgen van een incident voor de omgeving. Analytisch vermogen is hierbij van belang.

Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Informeert en draagt advies voortvloeiend uit kerntaak 2 over aan hoofd stafsectie brandweer en AGS.

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

De oefencoördinator zorgt ervoor dat het oefenprogramma daadwerkelijk uitgevoerd wordt.

De oefencoördinator evalueert en registreert de oefenresultaten en levert hiermee een bijdrage aan kwaliteitszorg.

De OvD maakt een analyse van het incident en de te verwachten incidentontwikkeling. Op basis hiervan besluit de OvD tot een passende brandweerinzet en geeft leiding aan de uitvoerende brandweerprocessen in het veld. Bij grootschalig repressief optreden is de OvD pelotonscommandant en staat dan onder leiding van de Taakcommandant Brandweer.

Bij multidisciplinair repressief optreden kan de OvD het multidisciplinaire overleg in het motorkapoverleg opstarten en coördineren en schaalt zo nodig op naar GRIP 1 of 2.

Bij multidisciplinair optreden vertegenwoordigt de OvD de brandweer in het CoPI in de rol van Taakcommandant Brandweer (deze rol wordt in opgeschaalde situaties door de Hoofd Officier van Dienst (HOvD) ingevuld). Draagt bij aan het totaalbeeld door multidisciplinair relevante aspecten uit de monodisciplinaire inzet in te brengen. Stemt af met de multipartners en draagt bij aan het teamresultaat. Vertaalt de multidisciplinaire besluiten uit het CoPI naar monodisciplinaire acties.

Bij grootschalig monodisciplinair optreden of bij multidisciplinair repressief optreden adviseert, ondersteunt en informeert de OvD de Algemeen Commandant Brandweerzorg in het actiecentrum Brandweerzorg. Levert een bijdrage aan de operationele brandweerprocessen.

De OvD maakt een analyse van het incident en de te verwachten incidentontwikkeling. Op basis hiervan besluit de OvD tot een passende brandweerinzet en geeft leiding aan de uitvoerende brandweerprocessen in het veld. Bij grootschalig repressief optreden is de OvD pelotonscommandant en staat dan onder leiding van de Taakcommandant Brandweer.

Functienaam: operationeel manager (OM)

De operationeel manager stuurt de werkuitvoering van de medewerkers van zijn team aan. Hij vertaalt de visie en het beleid van de organisatie naar gewenste resultaten en werkprocessen voor zijn team. Hiervoor is onder andere kennis van bedrijfsvoering op het gebied van organisatie, HR, ICT, financiën, inkoop en wet- en regelgeving nodig. Hij bewaakt het proces tijdens de werkuitvoering en stuurt bij als dat noodzakelijk is.

De operationeel manager is werkzaam in een branche die zich kenmerkt door een grote diversiteit aan actoren. Denk hier bij aan interne collega’s, (keten)partners en burgers. Hij onderhoudt contacten met al deze actoren op de voor hem relevante niveaus en heeft daarnaast kennis van het bestuurlijk krachtenveld. In de organisatie is hij de schakel tussen de tactische en de meer praktische werklaag. Hij zit met beide groepen aan tafel en stemt zijn communicatie af op zijn gesprekspartners.

Niveau B (formuleert resultaten)

Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s

De commandant adviseert het (algemeen) bestuur van de veiligheidsregio en de lokale besturen gevraagd en ongevraagd over brandweeraangelegenheden. Daarbij ondersteunt hij het (algemeen) bestuur van de veiligheidsregio over strategische en bestuurlijke kwesties, inspelend op maatschappelijke, politieke en landelijke ontwikkelingen.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt

Beschrijving van de functie: De specialist brandpreventie/specialist brandveiligheid (SB):

De SB vertaalt bevindingen op basis van praktijkervaringen en onderzoeksresultaten naar beleidsvoorstellen op het gebied van brandveiligheid. Daarnaast levert hij input voor de totstandkoming van landelijk, regionaal en/of gemeentelijk integraal veiligheidsbeleid. Hierbij is hij proactief ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen. Hij is ‘aanjager’ en neemt zelfstandig het initiatief om te komen tot beleidsvoorstellen. Daarnaast heeft de SB een rol bij de implementatie en de uitvoering van dit beleid.

De SB stimuleert het brandveiligheidsbewustzijn door actief aandacht te vragen voor brandveiligheid, zowel binnen als buiten de eigen organisatie. Ook stemt hij zaken op het gebied van brandveiligheid af met interne en externe partijen en wisselt deze uit. Daarnaast behoort het organiseren van voorlichting over brandveiligheid, buiten en binnen de organisatie, tot zijn taken. Ook levert hij in sommige gevallen zelf een bijdrage aan voorlichting over brandveiligheid, binnen en buiten de organisatie.

De SB brengt onderbouwd advies uit over complexe brandveiligheidsrisico’s en maatregelen in de planfase, houdt toezicht op de naleving van brandveiligheid en adviseert over handhaving in de uitvoerings- en gebruiksfase. Het advies is bestemd voor:

Functienaam: Specialist operationele voorbereiding (SOV)

Het brandweerveld heeft voor alle leiders op operationeel, tactisch en strategisch niveau zes rollen gedefinieerd. Aan de functie SOV wordt het volgende leiderschapsprofiel toegekend: Tactisch specialist. In supplement hh wordt dit profiel nader uitgewerkt.

Op basis van een analyse en/of evaluatie ontwikkelt, beheert en innoveert een SOV instrumenten voor of ter verbetering van de operationele voorbereiding op de incidentbestrijding en crisisbeheersing.

De SOV verzorgt en begeleidt de invoering en in gebruik nemen van de betreffende instrumenten voor of ter verbetering van de operationele voorbereiding en zorgt voor het in stand houden van de organisatorische kaders om dit te realiseren.

Bouwt een netwerk van (in)formele contacten op dat voor de organisatie functioneel is of kan worden.

Niveau C: brede kaders

Is zich ervan bewust dat het te leveren product moet voldoen aan gestelde eisen, normen en prioriteiten en handelt hiernaar. Legt verantwoording af voor het gerealiseerde kwaliteitsniveau. Streeft naar continue kwaliteitsverbetering.

Functienaam: specialist risico en veiligheid/specialist ruimtelijke veiligheid

De SRV ontwikkelt beleidsvoorstellen op het gebied van omgevingsveiligheid. Daarnaast levert hij input voor de totstandkoming van landelijk, regionaal en/of gemeentelijk integraal veiligheidsbeleid en het regionaal risicoprofiel. Hierbij is hij proactief ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen. Hij neemt zelfstandig het initiatief om te komen tot beleidsvoorstellen. Daarnaast heeft de SRV een rol bij de implementatie en de uitvoering van dit beleid.

De strategisch manager is verantwoordelijk voor de personele zorg en de inzet van middelen van het organisatieonderdeel/werkgebied. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken en de inzet van middelen waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld.

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

Uitgangspunt voor deze kerntaak is dat de tactisch manager voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied beschikt over een meerjarenplan en meerjarenbegroting. Nu is het zaak dit plan te concretiseren naar een jaarplan en naar concrete kaders voor de operationele managers, specialisten en projectleiders waaraan de tactisch manager leiding geeft. De tactisch manager weet het bieden van duidelijke kaders daarbij te verbinden met het inspireren en motiveren van zijn mensen.

De tactisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de brandweerorganisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

Vereiste competenties en niveaus van functioneren

Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en situationeel leidinggeven aan operationele managers/vakspecialisten/projectleiders

Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s

De verkenner gevaarlijke stoffen selecteert de persoonlijke beschermingsmiddelen, controleert deze en trekt deze aan. Hij controleert de inventaris van de WVD-koffer op compleetheid en werking. De verkenner gevaarlijke stoffen ontvangt en registreert de meetopdracht en rukt met de meetploeg uit naar de opgegeven locatie.

In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.

De voertuigbediener maakt het voertuig inzetgereed en houdt het operationeel.

Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.

Niveau 3:

Niveau 1:

Niveau 3:

Dit vakgebied omvat de repressieve taken van de rampenbestrijdingsorganisatie, zoals het operationeel leidinggeven dan wel adviseren bij incidenten van verschillende schaalgrootten (zowel mono- als multidisciplinair). Ook de aan het operationeel optreden gelieerde aandachtsgebieden zoals evaluaties, bedrijfsopvang, nazorg, procedures (w.o. alarmerings- en opschalingsprocedures), Arbowetgeving en andere wettelijke kaders vallen onder dit vakgebied.

Overdrachtsniveau (2):

Niveau 1:

Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.

Niveau 2:

Niveau 1:

Niveau 3:

Niveau 3:

Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s

1.1. Algemene informatie

Kerntaak 1:. Het organiseren, bewaken en borgen van het informatieproces monodisciplinair

Functienaam: hoofd ondersteuning geneeskundige zorg (HON)

Kerntaak 1:. Coördineren van het proces publieke gezondheidszorg

Kerntaak 1:. Leiding geven aan de geneeskundige hulpverlening op het plaats incident

Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s

Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3, sub a van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.

1.1. Algemene informatie

De calamiteitencoördinator meldkamer is verantwoordelijk voor het besluiten tot en uitvoeren van de grootschalige alarmering.

De calamiteitencoördinator meldkamer wordt vooraf geraadpleegd en adviseert bij het (her)definiëren van de prestaties binnen operationele leiding, operatiën en informatie.

Het (laten) afwegen van de veiligheid van eigen personeel, andere hulpverleningsdiensten en derden tegen het beoogde (doel/taak/opdracht).

Selecteert één te volgen verantwoorde strategie voor zichzelf (en anderen), ondanks onvolledigheid in kennis van alternatieven en van hun risico's.

4.1. Competenties

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.