Wijzigingsgeschiedenis

Schenk- en erfbelasting, verkrijging door aanstaande of voormalige echtgenoot of partner, wijziging huwelijkse voorwaarden, pleegkind

5 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Schenk- en erfbelasting, verkrijging door aanstaande of voormalige echt
2018-03-31
Schenk- en erfbelasting, verkrijging door aanstaande of voormalige echt
2018-01-01
Schenk- en erfbelasting, verkrijging door aanstaande of voormalige echt
2010-01-01
Schenk- en erfbelasting, verkrijging door aanstaande of voormalige echt

Wijzigingen op 2010-01-01

@@ -141,127 +141,3 @@
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van plaatsing in de **Staatscourant** en werkt terug tot en met 1 januari 2010.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
### 3.2.1. Wijziging naar een wettelijke gemeenschap van goederen bij huwelijkse voorwaarden
### 3.2.3. Wederkerig finaal verrekenbeding
Mij is bekend dat het gemeenschappelijk worden van deze onderlinge schuld ongewenste effecten kan hebben. Dat komt omdat hierdoor de vordering van degene die het meeste heeft ingelegd per saldo lager wordt. Deze verlaging wordt voorkomen door in de huwelijkse voorwaarden op te nemen dat de gemeenschap van goederen niet de onderlinge schuld omvat. Deze oplossing wordt dan ook in de praktijk geadviseerd. Gebleken is dat er onduidelijkheid bestaat over de mogelijke gevolgen voor de schenkbelasting van een dergelijke bepaling in de huwelijkse voorwaarden. Deze onduidelijkheid wil ik wegnemen voor de veel voorkomende situatie dat twee mensen samen een woning hebben gekocht en daarna een wettelijke gemeenschap van goederen ontstaat. Daarom keur ik, ondanks dat in het geschetste geval wordt afgeweken van het standaard wettelijke huwelijksgoederenregime, onder voorwaarden goed dat in dit geval voor de toepassing van de [Successiewet](onbekend) geen sprake is van een schenking. Deze goedkeuring geldt zowel bij het opstellen van huwelijkse voorwaarden voor het aangaan van het huwelijk als tijdens het huwelijk, waarbij een wettelijke gemeenschap van goederen wordt aangegaan waarin de echtgenoten voor gelijke delen gerechtigd zijn. Bij opstellen van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk moet gedacht worden aan de situatie dat echtgenoten zijn gehuwd onder koude uitsluiting maar wel gezamenlijk een eigen woning hebben en na 1 januari 2018 hun huwelijkse voorwaarden wijzigen, waarbij een wettelijke gemeenschap van goederen wordt overeengekomen.
### 3.3. Een algehele gemeenschap van goederen met ongelijke delen
De arresten van 28 januari 1959 (BNB 1959/122) en 17 maart 1971 (BNB 1971/95), die veelal worden aangehaald bij situaties waarin echtgenoten hun huwelijksgoederenregime wijzigen naar algehele gemeenschap van goederen, zijn gewezen voor situaties waarin de echtgenoten voor gelijke delen gerechtigd werden in een algehele gemeenschap van goederen. Er kan verschil van mening bestaan over de vraag of de genoemde arresten ook gelden voor situaties waarbij echtgenoten overeenkomen om bij ontbinding van een algehele gemeenschap van goederen niet te verdelen op basis van gelijke delen. In de brief van 6 februari 2012 aan de Tweede Kamer3Kamerstukken II 2011/2012, 28 867, nr. 28. heeft de toenmalige Staatssecretaris van Financiën toegelicht dat het enkele feit dat de verdeelsleutel afwijkt van 50-50, niet in alle gevallen betekent dat sprake is van een schenking. Als voorbeeld wordt in die brief een verdeelsleutel 70-30 genoemd. Dit gehanteerde voorbeeld heeft in de praktijk tot de vraag geleid of elke verdeelsleutel mogelijk is zonder dat dit tot een schenking leidt. Ik wens duidelijkheid te verschaffen over de reikwijdte van de aangehaalde toelichting. Op basis van een redelijke wetsuitleg keur ik daarom het volgende goed.
De echtgenoten hebben geen goederengemeenschap. De partners gaan een beperkte gemeenschap aan voor bijvoorbeeld een pand. De ene partner brengt het pand in. De andere partner brengt niets in. Door de wijziging van het goederenregime zijn beiden (ieder voor de helft) gerechtigd tot dat pand. De vermogensverschuiving is dan voltooid en bepaalbaar. De partner die het pand heeft ingebracht schenkt aan zijn partner de helft van de waarde van het pand.
Ik keur met toepassing van [artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=63) (de hardheidsclausule) goed dat op verzoek geen schenkbelasting wordt geheven als de in wettelijke gemeenschap gehuwden alsnog huwelijkse voorwaarden opmaken in de volgende twee situaties.
De huwelijkse voorwaarden worden gemaakt op de voet van [Titel 8, afdeling 1 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&afdeling=1).
### 4. Pleegkinderen
In dit onderdeel is het beleid opgenomen over het begrip pleegkind in de zin van [artikel 19, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, van de Successiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002226&artikel=19). Dit is van belang indien de pleegouder het pleegkind bij testament tot erfgenaam of legataris benoemd heeft en bij schenkingen aan het pleegkind. Het pleegkind krijgt in dat geval de vrijstelling en het tarief die gelden voor een kind (tariefgroep 1). De [Successiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002226) kent een eigen invulling van het begrip pleegkind. Dat begrip geeft invulling aan een situatie uit het verleden en kan daarom afwijken van de (huidige) definitie die geldt voor de [Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353) of de [Algemene wet kinderbijslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002368).
### 4.1. Vijfjaarstermijn
Eén van de vereisten tot gelijkstelling met een wettelijk kind is, dat het pleegkind gedurende ten minste vijf jaren als een eigen kind is onderhouden en opgevoed door de pleegouder. De wettekst spreekt niet van een periode van vijf aaneengesloten jaren. De criteria ‘als een eigen kind onderhouden en opvoeden’ vereisen naar mijn oordeel echter wel een zodanige duurzaamheid en continuïteit, dat aan dit vereiste niet wordt voldaan indien bijvoorbeeld het kind louter de zondagen en vakantiedagen bij de ‘pleegouders’ doorbrengt.
De vijfjaarstermijn is uitdrukkelijk gesteld en wordt strikt toegepast. Ik vind strikte toepassing van die termijn alleen onredelijk als de vijfjaarstermijn door het overlijden van de pleegouder niet is vervuld.
Ik keur met toepassing van [artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=63) (de hardheidsclausule) goed dat de vijfjaarstermijn van [artikel 19, tweede lid, van de Successiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002226&artikel=19) niet geldt als uitsluitend als gevolg van het overlijden van de pleegouder de vijfjaarstermijn niet is vervuld. De goedkeuring geldt onder de volgende voorwaarden:
### 4.2. Uitsluitend
Op grond van [artikel 19, tweede lid, van de Successiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002226&artikel=19) moet het kind uitsluitend door de pleegouder – dan wel uitsluitend door hem en zijn echtgenoot tezamen – zijn onderhouden en opgevoed.
Met toepassing van [artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=63) (de hardheidsclausule) keur ik goed dat ook sprake is van een pleegkind als naast de pleegouder ook ten hoogste één persoon, die met de pleegouder heeft samengewoond, zich tijdens die periode met het onderhoud en de opvoeding heeft beziggehouden. Die éne persoon die met de pleegouder heeft samengewoond kan ook één van de ouders van het pleegkind zijn.
### 4.3. Onderhoud
De omstandigheid dat het pleegkind een verhoudingsgewijs onbelangrijk eigen inkomen had, of dat van een derde (bijvoorbeeld een voogdijvereniging) een bijdrage in de kosten van het levensonderhoud is ontvangen staat het vereiste onderhoud door de pleegouder niet in de weg, mits het deel dat ten laste van de pleegouder bleef, substantieel is.
### 4.4. Kleinkind van pleegouder
De gelijkstelling voor de erf- of schenkbelasting van pleegkinderen met kinderen is niet alleen van belang voor de toepassing van de kindvrijstelling en tariefgroep I bij het kind of de oudervrijstelling bij de ouder. De pleegkindrelatie telt door in de op- en neergaande rechte lijn van afstamming. Zo wordt bijvoorbeeld het kind van een pleegkind beschouwd als kleinkind van de pleegouder. Familierelaties zoals pleegbroers- of zussen zijn door de wetswijziging per 1 januari 2010 niet meer van belang, omdat die dezelfde vrijstelling en tarief (tariefgroep II) hebben als derden.
### 5. Ingetrokken regeling(en)
De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:
### 6. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van plaatsing in de **Staatscourant** en werkt terug tot en met 1 januari 2010.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Echtgenoten kunnen ook een gemeenschap van goederen laten ontstaan door het opstellen van huwelijkse voorwaarden. Dit kan zowel voor als tijdens het huwelijk. Ook is het mogelijk dat er al een gemeenschap van goederen bestond en dat deze tijdens het huwelijk wordt gewijzigd door huwelijkse voorwaarden op te stellen of te wijzigen.
### 3.1. Aangaan van een huwelijk zonder huwelijkse voorwaarden
Dit besluit werd eerder gewijzigd bij besluit van 29 maart 2018, nr. 2018-45958 (Stcrt. 2018, nr. 18050) naar aanleiding van toezeggingen tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2018 in de Eerste Kamer1Kamerstukken I 2017/18, 34 785, D, p. 18.. Daarna werd dit besluit gewijzigd bij besluit van 17 december 2025, nr. 2025-25247, Stcrt. 2025, 39607, waarbij de onderdelen 3.3 en 3.4 zijn vervallen.
### 2. Tarief aanstaande en ex-echtgenoten of partners
De voorwaarden waaronder een tegemoetkoming wordt verleend, zijn hieronder vermeld.
### 2.1. Aanstaande echtgenoot
X en Y zijn van plan te trouwen. X overlijdt door een verkeersongeval. Y is erfgenaam van X. De geplande trouwdatum lag binnen zes maanden na het overlijden. De door Y verschuldigde erfbelasting kan door de goedkeuring toch worden berekend naar tariefgroep I. De partnervrijstelling is niet van toepassing.
### 2.2. Ex-echtgenoot
Twee echtgenoten bezitten allebei de helft van hun echtelijke woning. Zij besluiten tot een echtscheiding en de echtscheiding wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Eén van de afspraken die zij bij de echtscheidingsregeling maken is de volgende. Bij het overlijden van één van de ex-echtgenoten, zal via een testamentaire making zijn aandeel in het pand aan de andere ex-echtgenoot toekomen. De erfbelasting die deze verkrijger over deze verkrijging is verschuldigd, kan door de goedkeuring worden berekend naar tariefgroep I. De partnervrijstelling is niet van toepassing.
### 2.3. Aanstaande partner
De tegemoetkoming wordt net als onder [CPP2007/1223M](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022212) in ieder geval verleend in de volgende situatie. De erflater en zijn vriendin hebben een woning gekocht om daarin duurzaam een gezamenlijke huishouding te gaan voeren. Zij hebben een notarieel vastgelegde wederzijdse zorgverplichting. De gezamenlijke huishouding kon feitelijk niet aanvangen door een ernstige ziekte van de erflater die zich heeft geopenbaard nadat de notariële akte is opgemaakt en de woning is gekocht. De erflater overlijdt als gevolg van deze ziekte. De erfbelasting die de vriendin over een verkrijging van de erflater is verschuldigd, kan door de goedkeuring worden berekend naar tariefgroep I. De partnervrijstelling is niet van toepassing.
### 2.4. Voormalige ongehuwde partner
In het kader van de beëindiging van de gezamenlijke huishouding krijgen de voormalige ongehuwde partners ieder hun deel van het gezamenlijk vermogen. De voormalige partners spreken bij de beëindiging af dat bij het overlijden van één van de partners, zijn deel toekomt toe aan de ander. Eén van de voormalige ongehuwde partners komt te overlijden. De vermogensbestanddelen die de langstlevende als gevolg hiervan verkrijgt, leiden tot verschuldigdheid van erfbelasting. Deze belasting kan door de goedkeuring worden berekend naar tariefgroep I. De partnervrijstelling is niet van toepassing.
### 2.5. Van tafel en bed gescheiden echtgenoten
Man en vrouw zijn van tafel en bed gescheiden. De man heeft in zijn testament opgenomen dat hij een geldbedrag vermaakt aan zijn (van tafel en bed gescheiden) echtgenote of hij had haar als begunstigde van een levensverzekering aangewezen. De man overlijdt. Op dat moment hebben man en vrouw beiden geen partner als bedoeld in [artikel 1a van de Successiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002226&artikel=1a). Het legaat of die verzekeringsuitkering kan naar tariefgroep I belast worden. De partnervrijstelling is niet van toepassing.
### 2.6. Verbreking gezamenlijke huishouding door opname in een verpleeg- of verzorgingstehuis
De regeling van [artikel 2 van de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027018&artikel=2) geldt ook voor gevallen waarin de samenwoning vóór 1 januari 2010 is verbroken door opname in een verzorgings- of verpleegtehuis.
### 2.7. Mantelzorgers
De uitzondering voor mantelzorger geldt ingeval een van deze bloedverwanten een uitkering als bedoeld in [artikel 19a van de Wet maatschappelijke ondersteuning](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020031&artikel=19a) (mantelzorgcompliment) heeft genoten in verband met in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van overlijden van de andere bloedverwant aan die bloedverwant verleende zorg.
### 3. Ontstaan of wijzigen huwelijksgoederengemeenschap
### 3.1. Aangaan van een huwelijk zonder huwelijkse voorwaarden
Uitgangspunt voor de toepassing van de [Successiewet](onbekend) is dat het aangaan van het huwelijk zonder opstellen van huwelijkse voorwaarden, geen schenking is. Dit betekent dat het van rechtswege ontstaan van een wettelijke gemeenschap van goederen, waarin de echtgenoten voor gelijke delen gerechtigd zijn voor de toepassing van de Successiewet geen schenking is. Dit gold ook voor huwelijken die voor 1 januari 2018 zijn aangegaan onder het toen geldende wettelijke regime, de algehele gemeenschap van goederen.
### 3.2. Aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden
### 3.2.1. Wijziging naar een wettelijke gemeenschap van goederen bij huwelijkse voorwaarden
Als echtgenoten tijdens het huwelijk hun huwelijkse voorwaarden wijzigen in een wettelijke gemeenschap van goederen, ontstaat vermogensrechtelijk dezelfde situatie zoals opgenomen in onderdeel 3.1 van dit besluit. Omdat het wettelijke regime van kracht wordt, waarbij beide echtgenoten voor gelijke delen gerechtigdheid zijn in de gemeenschap van goederen, is er voor de toepassing van de [Successiewet](onbekend) geen sprake van een schenking.
### 3.2.2. Aangaan van of wijziging naar een algehele gemeenschap van goederen bij huwelijkse voorwaarden
### 3.2.3. Wederkerig finaal verrekenbeding
Ik keur goed dat als echtgenoten een huwelijk aangaan onder huwelijkse voorwaarden waarbij iedere gemeenschap is uitgesloten en waarbij zij een wederkerig verplicht finaal verrekenbeding overeenkomen dat hen ertoe verplicht om bij echtscheiding en overlijden of alleen bij overlijden hun vermogens te verrekenen alsof zij op basis van een gelijke gerechtigdheid gehuwd zijn in wettelijke of algehele gemeenschap van goederen, dit voor de toepassing van de [Successiewet](onbekend) niet leidt tot een schenking. Dit geldt ook als echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben opgesteld waarbij iedere gemeenschap is uitgesloten en zij tijdens het huwelijk alsnog een wederkerig verplicht finaal verrekenbeding opnemen dat hen ertoe verplicht om bij echtscheiding en overlijden of alleen bij overlijden hun vermogens te verrekenen alsof zij op basis van een gelijke gerechtigdheid gehuwd zijn in een wettelijke of algehele gemeenschap van goederen.
### 3.2.4. Uitsluiten van vermogensbestanddelen
De goedkeuring voor beide situaties geldt als is voldaan aan de volgende voorwaarden.
### 4.2. Uitsluitend
Op grond van [artikel 19, tweede lid, van de Successiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002226&artikel=19) moet het kind uitsluitend door de pleegouder – dan wel uitsluitend door hem en zijn echtgenoot tezamen – zijn onderhouden en opgevoed.
### 4.4. Kleinkind van pleegouder
### 6. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van plaatsing in de **Staatscourant** en werkt terug tot en met 1 januari 2010.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
2010-01-01
Schenk- en erfbelasting, verkrijging door aanstaande of voormalige e
original version Tekst op deze datum