Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 17 mei 2010, houdende regels met betrekking tot de financiële functie van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, hun bevoegdheid tot het heffen van belastingen en hun financiële verhouding met het Rijk (Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba)
8 versions
· 2023-01-01
2023-01-01
Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba — arts.
2021-07-01
Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba — arts.
2018-01-01
Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba — arts.
2014-11-29
Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba — arts.
2012-07-01
Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2011-01-01
Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2010-10-10
Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba — arts.
Wijzigingen op 2010-10-10
@@ -793,517 +793,3 @@
Deze wet wordt aangehaald als: Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 1. Algemene bepalingen
##### Artikel 40
De eilandsraad besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een eilandbelasting door het vaststellen van een belastingverordening.
##### Artikel 41
Een belastingverordening vermeldt, in de daartoe leidende gevallen, de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing, het tijdstip van beëindiging van de heffing en hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is.
##### Artikel 42
1. Behalve de eilandbelastingen waarvan de heffing krachtens andere wetten dan deze geschiedt, worden geen andere eilandbelastingen geheven dan die bedoeld in de tweede en derde paragraaf van dit hoofdstuk.
2. Behoudens het bepaalde in andere wetten dan deze en in de tweede en derde paragraaf van dit hoofdstuk kunnen de eilandbelastingen worden geheven naar in de belastingverordening te bepalen heffingsmaatstaven, met dien verstande dat het bedrag van een eilandbelasting niet afhankelijk mag worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen.
#### § 2. Bijzondere bepalingen omtrent de grondbelasting en de opcenten op de vastgoedbelasting
##### Artikel 43
1. Ter zake van binnen het openbaar lichaam gelegen onroerende zaken kunnen worden geheven:
- a. onder de naam grondbelasting, een eilandbelasting van degenen die bij het begin van het kalenderjaar het genot hebben krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van:
- 1°. onroerende zaken die als eigen woning worden aangemerkt als bedoeld in [artikel 4 van de Wet inkomstenbelasting BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029281&artikel=4) en die een in de aanhef bedoelde rechthebbende als hoofdverblijf ter beschikking staan;
- 2°. onroerende zaken die tot het vermogen van een onderneming behoren waarmee die onderneming opbrengst als bedoeld in [artikel 6 van de Wet inkomstenbelasting BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029281&artikel=6) verkrijgt;
- b. opcenten op de hoofdsom van de vastgoedbelasting, bedoeld in [artikel 4.1 van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=4.1).
2. Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder a, wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat op dat tijdstip een ander genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
##### Artikel 44
1. De grondbelasting wordt geheven bij wege van aanslag.
2. Een aanslag bevat in ieder geval:
- a. de naam, het adres en de woon- of vestigingsplaats van degene aan wie de aanslag wordt opgelegd;
- b. een aanduiding van de onroerende zaak;
- c. de heffingsmaatstaf;
- d. de waardepeildatum;
- e. het kalenderjaar waarvoor de aanslag geldt, en
- f. het te betalen belastingbedrag.
3. Het niet naleven van de voorschriften van het tweede lid brengt geen nietigheid van de aanslag mee.
##### Artikel 44a
1. Besluiten tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van opcenten op de hoofdsom van de vastgoedbelasting treden in werking met ingang van 1 januari van enig jaar. Een desbetreffend besluit wordt vóór 30 november van het voorafgaande jaar in afschrift ter kennis gebracht van Onze Minister van Financiën.
2. Een in het eerste lid bedoeld besluit heeft geen gevolgen voor de opcenten die zijn betaald over een tijdvak dat vóór de datum van inwerkingtreding van dat besluit is aangevangen.
##### Artikel 45
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als één onroerende zaak aangemerkt:
- a. een gebouwd eigendom;
- b. een ongebouwd eigendom;
- c. een gedeelte van een in onderdeel a of onderdeel b bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
- d. een samenstel van twee of meer van de in onderdeel a of onderdeel b bedoelde eigendommen of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.
##### Artikel 46
1. De heffingsmaatstaf voor de grondbelasting is de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen.
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een onroerende zaak bepaald op de vervangingswaarde indien dit leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid. Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met:
- a. de aard en de bestemming van de zaak;
- b. de sedert de stichting van de zaak opgetreden technische en functionele veroudering, waarbij de invloed van latere wijzigingen in aanmerking wordt genomen.
##### Artikel 47
1. De waarde van de onroerende zaken ter zake waarvan de grondbelasting wordt geheven wordt vastgesteld door de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar.
2. De waarde wordt bepaald naar de waarde die de onroerende zaak op de waardepeildatum heeft naar de staat waarin de zaak op die datum verkeert.
3. De waardepeildatum ligt één jaar voor het begin van het tijdvak waarvoor de waarde wordt vastgesteld.
4. De waarde geldt voor een tijdvak van vijf achtereenvolgende jaren.
##### Artikel 48
Indien een onroerende zaak in het jaar voorafgaand aan het tijdvak of in de loop van het tijdvak wijzigt als gevolg van bouw, verbouwing, verbetering, afbraak of vernietiging wordt in afwijking van [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=2&artikel=47&z=2011-01-01&g=2011-01-01) de waarde bepaald naar de staat van die zaak bij het begin van het kalenderjaar volgend op dat waarin de genoemde wijziging zich heeft voorgedaan.
##### Artikel 49
1. In afwijking van [artikel 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=2&artikel=46&z=2011-01-01&g=2011-01-01) wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de grondbelasting buiten aanmerking gelaten, de waarde van:
- a. de delfstoffen in de bodem en de door natuurvorming in of boven de grond aanwezige meststoffen;
- b. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
- c. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;
- d. openbare land- en waterwegen;
- e. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;
- f. werken die zijn bestemd voor de levering van water, de inzameling en zuivering van riool- en ander afvalwater of de levering van elektriciteit en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;
- g. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken.
##### Artikel 50
1. De grondbelasting bedraagt een percentage van de heffingsgrondslag.
2. De opcenten, bedoeld in [artikel 43, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=2&artikel=43&z=2011-01-01&g=2011-01-01), worden uitgedrukt in een percentage van de hoofdsom van de vastgoedbelasting.
3. Het tarief van de belastingen, bedoeld in [artikel 43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=2&artikel=43&z=2011-01-01&g=2011-01-01), wordt gelijkelijk vastgesteld voor onderscheidenlijk:
- a. de grondbelasting, voor zover het betreft onroerende zaken als bedoeld in [artikel 43, eerste lid, onderdeel a, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=2&artikel=43&z=2011-01-01&g=2011-01-01);
- b. de grondbelasting, voor zover het betreft onroerende zaken als bedoeld in [artikel 43, eerste lid, onderdeel a, onder 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=2&artikel=43&z=2011-01-01&g=2011-01-01);
- c. de opcenten op de vastgoedbelasting. bedoeld in [artikel 43, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=2&artikel=43&z=2011-01-01&g=2011-01-01).
##### Artikel 51
1. In de belastingverordening kan worden bepaald dat geen grondbelasting wordt geheven indien de heffingsmaatstaf blijft beneden een bedrag van USD 12 000 dan wel een in de belastingverordening te bepalen lager bedrag.
2. In de belastingverordening kunnen belastingbedragen tot maximaal USD 10 worden opgenomen waarvoor geen invordering zal plaatsvinden. Voor de toepassing van de vorige volzin kan in de belastingverordening worden bepaald dat het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen wordt aangemerkt als één belastingbedrag.
##### Artikel 52
Bij gehele of gedeeltelijke vernieling van gebouwen door onvoorziene rampen wordt op verzoek aan de belastingschuldige een vermindering of teruggaaf van grondbelasting verleend naar evenredigheid van het resterende deel van het belastingjaar waarop de grondbelasting betrekking heeft en van de vermindering in waarde.
#### § 3. Bijzondere bepalingen omtrent enkele andere belastingen dan de grondbelasting
##### Artikel 53
1. Onder de naam toeristenbelasting kan een eilandbelasting worden geheven ter zake van verblijf binnen het grondgebied van het openbaar lichaam door niet-ingezetenen van het openbaar lichaam.
2. Voor zover een eilandbelasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot verblijf biedt is deze bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt als degene die gelegenheid tot verblijf biedt in ieder geval aangemerkt:
- a. de eigenaar van een onroerende zaak waar een niet-ingezetene verblijft, indien deze onroerende zaak door de eigenaar zelf wordt geëxploiteerd,
- b. de exploitant van een onroerende zaak waar een niet-ingezetene verblijft,
- c. de schipper of gezagvoerder die een vaartuig onder zijn verantwoordelijkheid heeft of de beheerder of gebruiker van het vaartuig.
##### Artikel 54
1. Onder de naam verhuurbelasting motorrijtuigen kan ter zake van de verhuur van een motorrijtuig op twee of meer wielen een eilandbelasting worden geheven van degene, die als verhuurder de huurovereenkomst ter zake van dat motorrijtuig sluit.
2. De belasting kan als zodanig verhaald worden op degene die het motorrijtuig huurt.
##### Artikel 55
1. Ter zake van het houden van een motorrijtuig kan onder de naam motorrijtuigenbelasting een belasting worden geheven van degene die bij aanvang van een tijdvak het motorrijtuig houdt.
2. Onder motorrijtuig wordt verstaan een personenauto, motorrijwiel, autobus, vrachtauto of bestelauto, die naar zijn aard voor gebruik op de openbare weg is bestemd en overeenkomstig deze bestemming binnen of op het grondgebied van het openbaar lichaam wordt gebruikt.
3. Het tarief van de motorrijtuigenbelasting kan afhankelijk worden gesteld van
- a. de massa van het motorrijtuig,
- b. de aard van de brandstof van het motorrijtuig,
- c. de aard van de aandrijving van het motorrijtuig, alsmede
- d. het soort motorrijtuig.
4. Het in het eerste lid bedoelde tijdvak is een kalenderjaar dan wel, indien het houderschap in de loop van een kalenderjaar aanvangt, het aantal nog in dat kalenderjaar resterende gehele of gedeeltelijke kalenderkwartalen.
##### Artikel 56
1. In het kader van de parkeerregulering kunnen de volgende belastingen worden geheven:
- a. een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bijde belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het bestuurscollege te bepalen plaats, tijdstip en wijze;
- b. een belasting ter zake van een vanwege het openbaar lichaam verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder parkeren verstaan het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op de binnen het openbaar lichaam gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.
3. De belasting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd.
4. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt degene die de belasting voldoet dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen.
5. Zolang geen voldoening van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde belasting heeft plaatsgevonden wordt de houder van het voertuig aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd. Met betrekking tot een motorrijtuig ter zake waarvan motorrijtuigenbelasting als bedoeld in [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=3&artikel=55&z=2011-01-01&g=2011-01-01) wordt geheven wordt als houder aangemerkt degene die ter zake van dat motorrijtuig belastingplichtig is voor de motorrijtuigenbelasting. De tweede volzin vindt geen toepassing indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, in welk geval de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.
6. De belasting wordt niet geheven van degene die ingevolge het vijfde lid is aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
7. De belasting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.
8. Het tarief van de in het eerste lid bedoelde belastingen kan afhankelijk worden gesteld van de parkeerduur, van de parkeertijd, van de ingenomen oppervlakte en van de ligging van de terreinen of weggedeelten.
##### Artikel 57
[Vervallen]
##### Artikel 58
1. Ter zake van het houden van een hond kan van de houder een hondenbelasting worden geheven.
2. De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt het houden van een hond door een lid van een huishouden aangemerkt als het houden van een hond door een door de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde ambtenaar van het openbaar lichaam aan te wijzen lid van dat huishouden.
##### Artikel 59
Ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg kan een reclamebelasting worden geheven.
##### Artikel 60
Ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond van het openbaar lichaam kan een precariobelasting worden geheven.
##### Artikel 61
Onder de naam havenbelasting kan een belasting worden geheven ter zake van degene, die als schipper of gezagvoerder het vaartuig onder zijn verantwoordelijkheid heeft, of van de beheerder of gebruiker van het vaartuig ter zake van:
- a. het liggen of meren van vaartuigen in havens of aan kaden en terreinen, welke bij het openbaar lichaam in eigendom of in beheer en onderhoud zijn;
- b. het ankeren in de territoriale wateren, bedoeld in de [Rijkswet uitbreiding territoriale zee van het Koninkrijk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003749) voor zover deze wateren grenzen aan het openbaar lichaam.
##### Artikel 62
1. Rechten kunnen worden geheven ter zake van:
- a. het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde bezittingen van het openbaar lichaam of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij het openbaar lichaam in beheer of in onderhoud zijn;
- b. het genot van door of vanwege het openbaar lichaam verstrekte diensten.
2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de in het eerste lid bedoelde rechten aangemerkt als eilandbelastingen.
##### Artikel 63
De rechten, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=3&artikel=62&z=2011-01-01&g=2011-01-01), kunnen worden geheven door het openbaar lichaam dat het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen toestaat of de diensten verleent, ongeacht of het belastbare feit zich binnen of buiten het grondgebied van het openbaar lichaam voordoet.
##### Artikel 64
1. In belastingverordeningen op grond waarvan rechten als bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=3&artikel=62&z=2011-01-01&g=2011-01-01) worden geheven, worden de tarieven zodanig vastgesteld dat de geraamde baten van de rechten niet uitgaan boven de geraamde lasten ter zake.
2. Onder de in het eerste lid bedoelde lasten worden mede verstaan bijdragen aan bestemmingsreserves en voorzieningen voor noodzakelijke vervanging van de betrokken activa.
##### Artikel 65
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen inzake de eilandbelastingen, bedoeld in de tweede en derde paragraaf van dit hoofdstuk, nadere regels worden gegeven.
#### § 4. Heffing en invordering
##### Artikel 66
In deze paragraaf wordt verstaan onder heffing op andere wijze: heffing op andere wijze dan bij wege van aanslag of bij wege van voldoening op aangifte.
##### Artikel 67
1. Onverminderd het overigens in deze paragraaf bepaalde geschieden de heffing en de invordering van eilandbelastingen, andere dan die bedoeld in [artikel 43, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=2&artikel=43&z=2011-01-01&g=2011-01-01), met toepassing van de [hoofdstukken I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&hoofdstuk=I) en [VIII van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&hoofdstuk=VIII) als waren die belastingen BES belastingen.
2. Onverminderd het overigens in deze paragraaf bepaalde gelden de bevoegdheden en de verplichtingen van de hierna vermelde, in de [Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244) genoemde functionarissen, met betrekking tot de eilandbelastingen voor de daarachter genoemde colleges of functionarissen:
- a. Onze Minister van Financiën en de directeur: het bestuurscollege;
- b. de inspecteur: de eilandambtenaar, belast met de heffing van eilandbelastingen;
- c. de ontvanger of een inzake BES belastingen bevoegde ontvanger: de eilandambtenaar belast met de invordering van eilandbelastingen;
- d. de ambtenaren van de rijksbelastingdienst: de eilandambtenaren belast met de heffing of de invordering van eilandbelastingen;
- e. de belastingdeurwaarder: de daartoe aangewezen eilandambtenaar.
3. Onverminderd het overigens in deze paragraaf bepaalde wordt met betrekking tot eilandbelastingen in de [Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244) voor «algemene maatregel van bestuur» en voor «ministeriële regeling» ge
lezen: besluit van het bestuurscollege.
4. Onverminderd het overigens in deze paragraaf bepaalde wordt met betrekking tot eilandbelastingen in de [Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244) onder «belastingwet» mede verstaan: een belastingverordening, bedoeld in [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=40&z=2011-01-01&g=2011-01-01), en de daarop berustende bepalingen, alsmede andere algemeen verbindende voorschriften of besluiten van algemene strekking met betrekking tot de in [paragraaf 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01) bedoelde eilandbelastingen.
##### Artikel 68
1. Het bestuurscollege kan bepalen dat voor de toezending of uitreiking van aanslagbiljetten ingevolge [artikel 8.2, eerste lid, van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.2) voor de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde ambtenaar een andere eilandambtenaar in de plaats treedt.
2. De colleges van twee of meer openbare lichamen kunnen met betrekking tot een of meer eilandbelastingen bepalen dat ambtenaren van een van die openbare lichamen worden aangewezen als:
- a. de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde ambtenaar van die openbare lichamen voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de heffing van eilandbelastingen;
- b. de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde ambtenaar van die openbare lichamen voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de invordering van eilandbelastingen;
- c. de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde ambtenaren van die openbare lichamen voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de heffing of de invordering van eilandbelastingen;
- d. de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde ambtenaar van die openbare lichamen, voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de invordering van eilandbelastingen.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het bestuurscollege van het openbaar lichaam waarvan de ambtenaar, belast met de invordering van eilandbelastingen op grond van het tweede lid, onderdeel b, wordt aangewezen.
4. Indien voor de heffing of de invordering van eilandbelastingen een gemeenschappelijke regeling is getroffen en bij die regeling een openbaar lichaam is ingesteld, kan bij of krachtens die regeling worden bepaald dat een daartoe aangewezen ambtenaar van dat openbare lichaam wordt aangewezen als:
- a. de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde ambtenaar van het openbaar lichaam dat de desbetreffende taken heeft overgedragen, voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de heffing van eilandbelastingen;
- b. de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde ambtenaar van het openbaar lichaam dat de desbetreffende taken heeft overgedragen, voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de invordering van eilandbelastingen;
- c. de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde ambtenaren van het openbaar lichaam dat de desbetreffende taken heeft overgedragen, voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de heffing of de invordering van eilandbelastingen;
- d. de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde ambtenaar van het openbaar lichaam dat de desbetreffende taken heeft overgedragen, voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de invordering van eilandbelastingen.
5. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam dat is ingesteld op grond van de [Wet gemeenschappelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003740) waarvan een ambtenaar op grond van het vierde lid, onderdeel b, wordt aangewezen.
##### Artikel 69
Eilandbelastingen kunnen worden geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of op andere wijze, doch niet bij wege van afdracht op aangifte.
##### Artikel 70
1. Indien de eilandbelastingen op andere wijze worden geheven, bepaalt de belastingverordening op welke wijze deze worden geheven en de wijze waarop de belastingschuld aan de belastingplichtige wordt bekendgemaakt. De belastingverordening kan bepalen dat het bestuurscollege omtrent de uitvoering van een en ander nadere regels geeft.
2. De op andere wijze geheven belastingen worden voor de toepassing van de [Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244) aangemerkt als bij wege van aanslag geheven belastingen, met dien verstande dat wordt verstaan onder:
- a. **de aanslag, de voorlopige aanslag en de navorderingsaanslag:** het gevorderde, het voorlopig gevorderde, onderscheidenlijk het nagevorderde bedrag;
- b. **het aanslagbiljet:** de kennisgeving van het in onderdeel a bedoelde bedrag;
- c. **de dagtekening van het aanslagbiljet:** de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving van het in onderdeel a bedoelde bedrag, of bij gebreke van een schriftelijke kennisgeving, de datum waarop het bedrag op andere wijze ter kennis van de belastingplichtige is gebracht.
##### Artikel 71
1. De belasting, bedoeld in [artikel 56, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=3&artikel=56&z=2011-01-01&g=2011-01-01), wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte dan wel op andere wijze.
2. Als voldoening op aangifte wordt uitsluitend aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van een parkeermeter of een parkeerautomaat op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het bestuurscollege gestelde voorschriften.
3. In afwijking van [artikel 8.92, eerste lid, van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.92) kan geen bezwaarschrift worden ingediend inzake het bedrag dat overeenkomstig het tweede lid, onderdeel a, op aangifte is voldaan.
4. Ingeval een naheffingsaanslag wordt opgelegd, wordt deze berekend over een parkeerduur van een uur, tenzij aannemelijk is dat het voertuig langer dan een uur zonder betaling geparkeerd heeft gestaan.
5. De [artikelen 8.22, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.22), [8.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.23) en [8.26 van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.26) blijven buiten toepassing.
6. Ter zake van het opleggen van een naheffingsaanslag worden kosten in rekening gebracht. Deze kosten maken onderdeel uit van de naheffingsaanslag en worden afzonderlijk op het aanslagbiljet vermeld. Ten aanzien van hetzelfde voertuig worden per aaneengesloten periode de kosten niet vaker dan eenmaal per kalenderdag in rekening gebracht.
7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels gesteld worden met betrekking tot de wijze van berekening en de maximale hoogte van de in het zesde lid bedoelde kosten. In de belastingverordening wordt het bedrag van de in rekening te brengen kosten bepaald.
8. Indien het niet mogelijk is het aanslagbiljet terstond aan de belastingschuldige uit te reiken, kan worden volstaan met het aanbrengen van het aanslagbiljet op of aan het voertuig. Alsdan vermeldt het aanslagbiljet niet de naam van de belastingschuldige maar het kenteken van het voertuig. Bij gebreke van een kenteken vermeldt het aanslagbiljet een of meer gegevens die kenmerkend zijn voor het geparkeerde voertuig.
9. De naheffingsaanslag is dadelijk en ineens invorderbaar.
##### Artikel 72
1. Na afloop van een in de belastingverordening te bepalen termijn, die ten minste 24 uren bedraagt nadat het aanslagbiljet aan de belastingschuldige is uitgereikt dan wel nadat het aanslagbiljet, overeenkomstig [artikel 71, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=71&z=2011-01-01&g=2011-01-01), aan het voertuig is aangebracht, is de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar bevoegd het voertuig naar een door hem aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te doen stellen. Ter zake van de in de eerste volzin bedoelde overbrenging en bewaring wordt procesverbaal opgemaakt en worden kosten in rekening gebracht.
2. De in [artikel 67, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar draagt er zorg voor dat in een daartoe aangelegd register aantekening wordt gemaakt van de gevallen waarin de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid wordt uitgeoefend.
3. De in [artikel 67, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar draagt zorg voor de bewaring van de ingevolge het eerste lid in bewaring gestelde voertuigen.
4. De in [artikel 67, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar geeft het voertuig terug aan de rechthebbende, nadat de naheffingsaanslag, en de kosten van overbrenging en bewaring zijn voldaan.
5. Wanneer het voertuig binnen 48 uren na het in bewaring stellen niet is afgehaald, geeft de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar zo mogelijk binnen zeven dagen van de overbrenging en bewaring kennis:
- a. indien het voertuig een motorrijtuig is ter zake waarvan motorrijtuigenbelasting wordt geheven, aan degene die ter zake van dat motorrijtuig belastingplichtig is voor de motorrijtuigenbelasting;
- b. indien blijkt dat ter zake van het voertuig aangifte van vermissing is gedaan, aan degene die aangifte heeft gedaan;
- c. in nader door Onze Minister te bepalen gevallen op de daarbij aangegeven wijze.
6. De kosten van opsporing van degene aan wie de kennisgeving wordt gezonden en die van het doen van de kennisgeving worden voor de toepassing van dit artikel gerekend tot de kosten van overbrenging en bewaring.
7. Wanneer het voertuig binnen drie maanden na het in bewaring stellen niet is afgehaald, is de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar bevoegd het te verkopen of, indien verkoop naar hun oordeel niet mogelijk is, het voertuig om niet aan een derde in eigendom over te dragen of te laten vernietigen. Gelijke bevoegdheid heeft de in artikel 67, tweede lid, onderdeel c, bedoelde eilandambtenaar ook binnen die termijn, zodra het gezamenlijke bedrag van de naheffingsaanslag en de kosten van overbrenging en bewaring, vermeerderd met de voor de verkoop, de eigendomsoverdracht om niet of de vernietiging geraamde kosten, in verhouding tot de waarde van het voertuig naar zijn mening onevenredig hoog zou worden. Verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging vindt niet plaats binnen twee weken nadat de kennisgeving als bedoeld in het vijfde lid is uitgegaan. Voor de toepassing van de volgende leden worden de kosten van verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging gerekend tot de kosten van overbrenging en bewaring.
8. Gedurende drie jaren na het tijdstip van de verkoop heeft degene, die op dat tijdstip eigenaar was, recht op de opbrengst van het voertuig, met dien verstande dat eerst de kosten van het bewaren van het voertuig en vervolgens de naheffingsaanslag met die opbrengst worden verrekend. Na het verstrijken van die termijn vervalt het eventueel batige saldo aan het openbaar lichaam.
9. In de belastingverordening wordt bepaald tot welke bedragen de kosten van het overbrengen en bewaren van het voertuig in rekening worden gebracht. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels gesteld worden met betrekking tot de wijze van berekening van die kosten.
10. De in [artikel 67, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar stelt het bedrag van de in rekening te brengen kosten vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
11. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels gesteld worden omtrent de overbrenging, bewaring, verkoop, eigendomsoverdracht om niet en vernietiging, het inrichten en aanhouden van het in het tweede lid bedoelde register, alsmede omtrent hetgeen verder voor de uitvoering van dit artikel wenselijk is.
12. Indien aantoonbaar is dat tijdens de overbrenging en bewaring schade aan het voertuig is toegebracht, is het openbaar lichaam gehouden deze schade te vergoeden.
##### Artikel 73
1. Bij de heffing en invordering van eilandbelastingen blijven de [artikelen 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.1), [8.4, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.4), [8.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.5), [8.11, eerste, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.11), [8.43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.43), [8.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.55), [8.77, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.77), [8.79, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.79), [8.80, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.80), [8.81](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.81), [8.83, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.83), [8.86](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.86), [8.87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.87), [8.91](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.91) en [8.120 tot en met 8.129 van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.120) buiten toepassing. Bij de heffing van eilandbelastingen die op andere wijze worden geheven, blijven bovendien de [artikelen 8.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.2), [8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.3), [8.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.7), en [8.9 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.91) buiten toepassing.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de kosten van vervolging worden bepaald als bedoeld in [artikel 8.39, tweede lid, van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.39).
##### Artikel 74
1. Met betrekking tot de bij wege van aanslag en bij wege van voldoening op aangifte geheven eilandbelastingen moet het aangiftebiljet binnen een bij de belastingverordening gestelde termijn worden ingeleverd bij de eilandambtenaar, bedoeld in [artikel 67, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01). De belastingverordening kan bepalen dat de in de vorige volzin bedoelde eilandambtenaar voor de termijn, genoemd in de belastingverordening, een kortere termijn in de plaats kan stellen.
2. Als de belastingverordening geen regeling bevat omtrent het inleveren van het aangiftebiljet is [artikel 8.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.4) of [artikel 8.5 van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.5) onverkort van toepassing.
3. Onverminderd [artikel 8.3, vijfde lid, van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.3), kan in afwijking van artikel 8.3, eerste en vierde lid, van de Belastingwet BES de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar vorderen dat een verplichting tot het doen van aangifte of tot het indienen van een verzoek om uitreiking van een aangiftebiljet wordt nagekomen door het mondeling doen van aangifte. Daarbij:
- a. worden de door de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar gevraagde bescheiden overgelegd;
- b. kan de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar vorderen dat een van de mondelinge aangifte opgemaakt relaas door de aangever wordt ondertekend, bij gebreke waarvan de aangifte geacht wordt niet te zijn gedaan.
4. Indien het derde lid toepassing vindt, kan de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar voor de termijnen, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, kortere termijnen in de plaats stellen en is [artikel 8.9 van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.9) niet van toepassing.
##### Artikel 75
1. Met betrekking tot de bij wege van voldoening op aangifte geheven eilandbelastingen bepaalt de belastingverordening binnen welke termijn de verschuldigde belasting moet worden betaald.
2. Voor zover de belastingverordening geen termijn noemt als bedoeld in het eerste lid is [artikel 8.11 van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.11) onverkort van toepassing.
3. Bij toepassing van [artikel 74, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=74&z=2011-01-01&g=2011-01-01), kan de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar voor de termijnen, bedoeld in het eerste en tweede lid, een kortere termijn in de plaats stellen.
##### Artikel 76
1. De in [artikel 67, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar is bevoegd voor eenzelfde belastingplichtige bestemde belastingaanslagen van dezelfde soort die betrekking kunnen hebben op verschillende belastingen, op één aanslagbiljet te verenigen.
2. Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ingeval de belasting op andere wijze wordt geheven.
##### Artikel 77
1. Degene die ingevolge de belastingverordening aanspraak kan maken op een gehele of gedeeltelijke vrijstelling, vermindering, ontheffing of teruggaaf, kan binnen zes weken nadat de omstandigheid welke die aanspraak deed ontstaan, zich heeft voorgedaan, of, voor zover het een belasting betreft die bij wege van aanslag wordt geheven en op dat tijdstip nog geen aanslagbiljet is uitgereikt of is toegezonden, binnen zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet, een aanvraag tot het verkrijgen van vrijstelling, vermindering, ontheffing of teruggaaf indienen bij de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar.
2. Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ingeval de belasting op andere wijze wordt geheven.
3. De in [artikel 67, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar beslist op de aanvraag bij voor bezwaar vatbare beschikking.
##### Artikel 78
In de gevallen waarin het volkenrecht dan wel, naar het oordeel van Onze Minister en Onze Minister van Financiën, het internationale gebruik daartoe noodzaakt, wordt vrijstelling van eilandbelastingen verleend. Onze genoemde Ministers kunnen gezamenlijk ter zake nadere regels stellen.
##### Artikel 79
Naast een in de belastingverordening voorziene vermindering, ontheffing of teruggaaf kan de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar ook een in de belastingverordening voorziene vrijstelling ambtshalve verlenen.
##### Artikel 80
1. Met betrekking tot eilandbelastingen kunnen bij algemene maatregel van bestuur:
- a. regels worden gesteld waarbij de [artikelen 8.83, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.83), [8.86](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.86), [8.87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.87), en [8.91 van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.91) geheel of gedeeltelijk van toepassing worden verklaard, dan wel
- b. regels worden gesteld die overeenkomen met die in de in onderdeel a genoemde artikelen.
2. De in het eerste lid bedoelde regels bevatten in elk geval een omschrijving van degene op wie de verplichting rust, alsmede van de eilandbelasting ten behoeve waarvan de verplichting geldt. Voorts vermelden deze regels naar gelang de aard van de verplichting een omschrijving van de aard van de te verstrekken gegevens en inlichtingen, van de aard van de gegevens welke uit de administratie dienen te blijken of van het doel waarvoor het voor raadpleging beschikbaar stellen van gegevensdragers kan geschieden.
##### Artikel 81
1. De belastingverordening bepaalt binnen welke termijnen een belastingaanslag invorderbaar is. Voor zover de belastingverordening geen termijnen noemt als bedoeld in de vorige volzin is [artikel 8.43 van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.43) van toepassing.
2. Bij toepassing van [artikel 74, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=74&z=2011-01-01&g=2011-01-01), kan de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar voor de termijnen, bedoeld in het eerste en tweede lid, een kortere termijn in de plaats stellen.
3. De belastingverordening kan bepalen dat het verschuldigde bedrag moet worden betaald gelijktijdig met en op dezelfde wijze als de voldoening van een andere vordering aan de schuldeiser van die andere vordering.
4. Het eerste tot en met derde lid vinden overeenkomstige toepassing ingeval de belasting op andere wijze wordt geheven.
##### Artikel 82
De verrekening van aan de belastingschuldige uit te betalen en van hem te innen bedragen ter zake van eilandbelastingen op de voet van [artikel 8.59 van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.59) is ook mogelijk indien de in [artikel 8.43 van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.43) gestelde termijn, dan wel de krachtens [artikel 81, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=81&z=2011-01-01&g=2011-01-01), gestelde termijn nog niet is verstreken.
##### Artikel 83
1. Indien ter zake van hetzelfde voorwerp van de belasting of hetzelfde belastbare feit twee of meer personen belastingplichtig zijn, kan de belastingaanslag ten name van een van hen worden gesteld.
2. Indien de belastingplicht, bedoeld in het eerste lid, voortvloeit uit het genot van een onroerende zaak krachtens eigendom, bezit of beperkt recht en de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen is gesteld, kan de met de invordering van eilandbelastingen belaste eilandambtenaar de belastingaanslag op de gehele onroerende zaak verhalen ten name van degene te wiens name de aanslag is gesteld, zonder rekening te houden met de rechten van de overige belastingplichtigen.
3. De belastingschuldige die de belastingaanslag heeft voldaan kan hetgeen hij meer heeft voldaan dan overeenkomt met zijn belastingplicht verhalen op de overige belastingplichtigen naar evenredigheid van ieders belastingplicht.
4. Tegen een met toepassing van het eerste lid vastgestelde belastingaanslag kan mede bezwaar en beroep als bedoeld in [titel 8 van hoofdstuk VIII van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&titeldeel=8) worden ingesteld door de belastingplichtige wiens naam niet op het aanslagbiljet staat vermeld.
5. Van het derde lid kan bij overeenkomst worden afgeweken.
##### Artikel 84
1. De in [artikel 8.58 van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&artikel=8.58) bedoelde kwijtschelding wordt met betrekking tot eilandbelastingen verleend door de in [artikel 67, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), bedoelde eilandambtenaar.
2. De eilandsraad kan bepalen dat in het geheel geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend.
3. Het bestuurscollege kan de belasting geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren. Het daartoe strekkende besluit ontheft de eilandambtenaar belast met de invordering van eilandbelastingen van de verplichting verder pogingen tot invordering te doen.
##### Artikel 85
Indien ter zake van een eilandbelasting exploot moet worden gedaan, een akte van vervolging betekend of een dwangbevel ten uitvoer gelegd in een gemeente, of in een ander openbaar lichaam dan die aan welke de belasting is verschuldigd, is daartoe naast de belastingdeurwaarder van laatstbedoeld openbaar lichaam mede de belastingdeurwaarder van de desbetreffende gemeente en van het andere openbaar lichaam bevoegd en desgevraagd verplicht.
##### Artikel 86
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen inzake alle eilandbelastingen in het kader van deze paragraaf passende nadere regels worden gegeven ter aanvulling van de in deze paragraaf geregelde onderwerpen.
### Hoofdstuk V. De financiële verhouding
#### § 1. Algemene bepalingen
#### § 2. Het BES-fonds
#### § 3. Bijzondere uitkeringen
#### § 4. Overige bepalingen
### Hoofdstuk VI. Wijziging van andere wetten
### Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 57a
Onder de naam rioolheffing kan ter bestrijding van de kosten die voor het openbaar lichaam verbonden zijn aan het beheer van afvalwater een belasting worden geheven van degenen die, al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, feitelijk gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens [artikel 4.25 van de Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031218&artikel=4.25) een verplichting geldt tot het inzamelen van huishoudelijk afvalwater.
#### § 4. Heffing en invordering
### Hoofdstuk V. De financiële verhouding
#### § 1. Algemene bepalingen
#### § 2. Het BES-fonds
#### § 3. Bijzondere uitkeringen
#### § 4. Overige bepalingen
### Hoofdstuk VI. Wijziging van andere wetten
### Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2010-10-10
Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ve
original version
Tekst op deze datum