Wijzigingsgeschiedenis
Wet medisch tuchtrecht BES
8 versions
· 2024-01-01
2024-01-01
Wet medisch tuchtrecht BES — arts. 1, 2, 3 y 4 más
Wijzigingen op 2024-01-01
@@ -12,7 +12,7 @@
- d. **apotheker:** degene die tot de uitoefening van de artsenijbereidkunde bevoegd is op grond van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels;
- e. **College:** het college, bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=8&z=2022-04-01&g=2022-04-01);
- e. **College:** het college, bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=8&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- f. **openbaar lichaam:** openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
@@ -24,23 +24,23 @@
##### Artikel 2
De geneeskundige of tandheelkundige, die zich schuldig maakt aan gedragingen, welke het vertrouwen dat men in een geneeskundige of een tandheelkundige moet kunnen hebben ondermijnen, of aan nalatigheid, waardoor schade ontstaat voor een persoon, te wiens behoeve hem geneeskundige of tandheelkundige raad of bijstand gevraagd wordt of aan wie hij die raad of bijstand verleent, of die in de uitoefening van de geneeskunst of tandheelkunst blijk geeft van niet toelaatbare onkunde, kan, onverminderd zijn aansprakelijkheid ingevolge andere wettelijke voorschriften, worden onderworpen aan een van de maatregelen vermeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2022-04-01&g=2022-04-01).
De geneeskundige of tandheelkundige, die zich schuldig maakt aan gedragingen, welke het vertrouwen dat men in een geneeskundige of een tandheelkundige moet kunnen hebben ondermijnen, of aan nalatigheid, waardoor schade ontstaat voor een persoon, te wiens behoeve hem geneeskundige of tandheelkundige raad of bijstand gevraagd wordt of aan wie hij die raad of bijstand verleent, of die in de uitoefening van de geneeskunst of tandheelkunst blijk geeft van niet toelaatbare onkunde, kan, onverminderd zijn aansprakelijkheid ingevolge andere wettelijke voorschriften, worden onderworpen aan een van de maatregelen vermeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
##### Artikel 3
De verloskundige, die zich schuldig maakt aan gedragingen, welke het vertrouwen dat men in een verloskundige moet kunnen hebben, ondermijnen, of aan nalatigheid, waardoor schade ontstaat voor een zwangere vrouw of kraamvrouw, te wier behoeve haar verloskundige raad of bijstand gevraagd wordt of aan wie zij die raad of bijstand verleent, of voor een met haar bijstand geboren kind, of die in de uitoefening van de verloskunst, voorzover zij daartoe bevoegd is, blijk geeft van niet toelaatbare onkunde, kan, onverminderd haar aansprakelijkheid ingevolge andere wettelijke voorschriften, worden onderworpen aan een van de maatregelen, vermeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2022-04-01&g=2022-04-01).
De verloskundige, die zich schuldig maakt aan gedragingen, welke het vertrouwen dat men in een verloskundige moet kunnen hebben, ondermijnen, of aan nalatigheid, waardoor schade ontstaat voor een zwangere vrouw of kraamvrouw, te wier behoeve haar verloskundige raad of bijstand gevraagd wordt of aan wie zij die raad of bijstand verleent, of voor een met haar bijstand geboren kind, of die in de uitoefening van de verloskunst, voorzover zij daartoe bevoegd is, blijk geeft van niet toelaatbare onkunde, kan, onverminderd haar aansprakelijkheid ingevolge andere wettelijke voorschriften, worden onderworpen aan een van de maatregelen, vermeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
##### Artikel 4
De apotheker, die zich schuldig maakt aan gedragingen, welke het vertrouwen dat men in een apotheker moet kunnen hebben, ondermijnen, of aan nalatigheid, waardoor schade ontstaat voor een persoon, te wiens behoeve hem wordt gevraagd geneesmiddelen te bereiden of tot geneeskundig doel af te leveren of voor wie hij geneesmiddelen bereidt of tot geneeskundig doel aflevert, of die in de uitoefening van de artsenijbereidkunde blijk geeft van niet toelaatbare onkunde, kan, onverminderd zijn aansprakelijkheid ingevolge andere wettelijke voorschriften, worden onderworpen aan een van de maatregelen, vermeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2022-04-01&g=2022-04-01).
De apotheker, die zich schuldig maakt aan gedragingen, welke het vertrouwen dat men in een apotheker moet kunnen hebben, ondermijnen, of aan nalatigheid, waardoor schade ontstaat voor een persoon, te wiens behoeve hem wordt gevraagd geneesmiddelen te bereiden of tot geneeskundig doel af te leveren of voor wie hij geneesmiddelen bereidt of tot geneeskundig doel aflevert, of die in de uitoefening van de artsenijbereidkunde blijk geeft van niet toelaatbare onkunde, kan, onverminderd zijn aansprakelijkheid ingevolge andere wettelijke voorschriften, worden onderworpen aan een van de maatregelen, vermeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
##### Artikel 5
Ten aanzien van een geneeskundige, een tandheelkundige, een verloskundige of een apotheker, die door ziels- of lichaamsziekte of door ouderdoms- of lichaamsgebreken ongeschikt moet worden geacht voor de uitoefening van de praktijk, kunnen de maatregelen, vermeld onder [artikel 7, eerste lid, onder d, e, f en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2022-04-01&g=2022-04-01), worden toegepast.
Ten aanzien van een geneeskundige, een tandheelkundige, een verloskundige of een apotheker, die door ziels- of lichaamsziekte of door ouderdoms- of lichaamsgebreken ongeschikt moet worden geacht voor de uitoefening van de praktijk, kunnen de maatregelen, vermeld onder [artikel 7, eerste lid, onder d, e, f en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2024-01-01&g=2024-01-01), worden toegepast.
##### Artikel 6
1. Ten aanzien van een geneeskundige, een tandheelkundige, een verloskundige of een apotheker, die de gewoonte maakt van drankmisbruik, misbruik van verdovende middelen als bedoeld in een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen regeling, of misbruik van die pharmacologische middelen, waarbij psychische veranderingen kunnen optreden, wordt de maatregel vermeld in [artikel 7, eerste lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2022-04-01&g=2022-04-01), toegepast.
1. Ten aanzien van een geneeskundige, een tandheelkundige, een verloskundige of een apotheker, die de gewoonte maakt van drankmisbruik, misbruik van verdovende middelen als bedoeld in een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen regeling, of misbruik van die pharmacologische middelen, waarbij psychische veranderingen kunnen optreden, wordt de maatregel vermeld in [artikel 7, eerste lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2024-01-01&g=2024-01-01), toegepast.
2. Het College kan bepalen, dat de ontzegging niet zal ingaan, mits de betrokkene zich onderwerpt aan een ontwenningskuur, de duur van twee jaar en zes maanden niet te boven gaande, en hij tijdens de duur daarvan geen gebruik maakt van zijn bevoegdheid. De ontzegging zal alsnog ingaan, wanneer het College zulks gelast op grond dat de betrokkene een ontwenningskuur, voorgeschreven door een ten genoegen van het College door hem te kiezen geneeskundige, binnen een door het College te stellen termijn niet naleeft of op grond dat hij geneeskunst, tandheelkunst, de verloskunde onderscheidenlijk de artsennijbereidkunde uitoefent voordat de geneeskundige, die de kuur heeft voorgeschreven, in overleg met de Inspectie gezondheidszorg en jeugd de kuur heeft beëindigd verklaard. Gelijke last kan het College geven op grond dat de betrokkene in gebreke blijft binnen de door het College gestelde termijn een geneeskundige ten genoegen van het College te kiezen.
@@ -50,7 +50,7 @@
##### Artikel 7
1. De maatregelen, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=2&z=2022-04-01&g=2022-04-01), zijn:
1. De maatregelen, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), zijn:
- a. waarschuwing;
@@ -76,7 +76,7 @@
##### Artikel 8
1. De toepassing van de in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2022-04-01&g=2022-04-01) vermelde maatregelen geschiedt in eerste aanleg door het Medisch Tuchtcollege.
1. De toepassing van de in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2024-01-01&g=2024-01-01) vermelde maatregelen geschiedt in eerste aanleg door het Medisch Tuchtcollege.
2. Het College is gevestigd op een van de openbare lichamen en houdt zo nodig mede zitting op de andere openbare lichamen.
@@ -92,7 +92,7 @@
##### Artikel 10
1. Onverminderd [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=9&z=2022-04-01&g=2022-04-01) is vereist dat de leden van het College de Nederlandse nationaliteit bezitten. Ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd, zijn niet benoembaar. Indien een lid van het College met dit toezicht wordt belast, houdt zijn lidmaatschap van dit College op.
1. Onverminderd [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=9&z=2024-01-01&g=2024-01-01) is vereist dat de leden van het College de Nederlandse nationaliteit bezitten. Ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd, zijn niet benoembaar. Indien een lid van het College met dit toezicht wordt belast, houdt zijn lidmaatschap van dit College op.
2. De voorzitter van het College wordt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister benoemd voor een tijdvak van zes jaren en is herbenoembaar.
@@ -100,7 +100,7 @@
4. Aan een lid van het College wordt op zijn verzoek tussentijds ontslag verleend. Aan een lid van het College wordt in ieder geval ontslag verleend met het bereiken van de zeventigjarige leeftijd. In de gevallen genoemd in de eerste twee volzinnen van dit lid, vindt het ontslag van de voorzitter van het College plaats bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister en vindt het ontslag van de overige leden plaats door Onze Minister.
5. en lid van het College blijft na het verstrijken van zijn benoemingstermijn of zijn ontslag vanwege het bereiken van de zeventigjarige leeftijd, bevoegd om deel te nemen aan de verdere behandeling van en de beslissing over klachten, aan de behandeling waarvan hij voor het verstrijken van zijn benoemingstermijn of zijn ontslag reeds heeft deelgenomen.
5. Een lid van het College blijft na het verstrijken van zijn benoemingstermijn of zijn ontslag vanwege het bereiken van de zeventigjarige leeftijd, bevoegd om deel te nemen aan de verdere behandeling van en de beslissing over klachten, aan de behandeling waarvan hij voor het verstrijken van zijn benoemingstermijn of zijn ontslag reeds heeft deelgenomen.
##### Artikel 10a
@@ -156,7 +156,7 @@
##### Artikel 14
1. Indien de behandeling van een zaak niet mogelijk blijkt zonder dat degene over wie geklaagd is gehoord wordt, en deze, hoewel krachtens [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=12&z=2022-04-01&g=2022-04-01) opgeroepen, niet is verschenen en het College desondanks van oordeel is dat het algemeen belang de afdoening vordert, kan het College beslissen dat hij of zij op een daarbij te bepalen dag moet verschijnen. ledere beslissing houdt de overwegingen in waarop zij steunt.
1. Indien de behandeling van een zaak niet mogelijk blijkt zonder dat degene over wie geklaagd is gehoord wordt, en deze, hoewel krachtens [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=12&z=2024-01-01&g=2024-01-01) opgeroepen, niet is verschenen en het College desondanks van oordeel is dat het algemeen belang de afdoening vordert, kan het College beslissen dat hij of zij op een daarbij te bepalen dag moet verschijnen. ledere beslissing houdt de overwegingen in waarop zij steunt.
2. Het bepaalde in de [artikelen 198](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=198) en [463 van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=463) geldt mede ten aanzien van de geneeskundige, de tandheelkundige, de verloskundige of de apotheker, bedoeld in het eerste lid.
@@ -168,7 +168,7 @@
##### Artikel 15a
Indien tegen een geneeskundige, een tandheelkundige, een verloskundige of een apotheker een klacht is ingediend ingevolge [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=12&z=2022-04-01&g=2022-04-01)van deze wet en bij de behandeling van deze klacht blijkt, dat in de strafzaak ten aanzien van het feit waarop de klacht betrekking heeft, door de Rechter is gedaan óf blijkt, dat de betrokkene ten aanzien van dat feit een civiele procedure heeft gevoerd, kan op eenvoudig verzoek van de voorzitter van het College door de president van het Gemeenschappelijk Hof worden bepaald, dat het betreffende dossier geheel of ten dele door de griffier van dat Hof voor ten hoogste 14 dagen ter inzage van het college wordt gegeven.
Indien tegen een geneeskundige, een tandheelkundige, een verloskundige of een apotheker een klacht is ingediend ingevolge [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=12&z=2024-01-01&g=2024-01-01)van deze wet en bij de behandeling van deze klacht blijkt, dat in de strafzaak ten aanzien van het feit waarop de klacht betrekking heeft, door de Rechter is gedaan óf blijkt, dat de betrokkene ten aanzien van dat feit een civiele procedure heeft gevoerd, kan op eenvoudig verzoek van de voorzitter van het College door de president van het Gemeenschappelijk Hof worden bepaald, dat het betreffende dossier geheel of ten dele door de griffier van dat Hof voor ten hoogste 14 dagen ter inzage van het college wordt gegeven.
Indien de betreffende zaak nog in behandeling is kan zodanige inzage ook worden verleend, doch kan hierbij worden bepaald, dat zulks slechts ter Griffie van het Gemeenschappelijk Hof op een door de President eerder vermeld vast te stellen tijdstip plaats vinden.
@@ -176,13 +176,13 @@
##### Artikel 16
1. De leden van het College, zomede de secretaris en de plaatsvervangende secretaris, zijn verplicht tot geheimhouding van de bij het College aanhangige zaken, van de beraadslagingen over en van de beslissingen op een zaak, voorzover niet bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=19&z=2022-04-01&g=2022-04-01), mededeling aan ambtenaren van politie of justitie wordt vereist.
2. Bij zijn beslissing kan het College bepalen dat die beslissing met het oog op het algemeen belang geheel of gedeeltelijk voor bekendmaking in aanmerking komt. Indien één van de in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2022-04-01&g=2022-04-01) genoemde maatregelen wordt opgelegd, wordt de beslissing bekendgemaakt op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
1. De leden van het College, zomede de secretaris en de plaatsvervangende secretaris, zijn verplicht tot geheimhouding van de bij het College aanhangige zaken, van de beraadslagingen over en van de beslissingen op een zaak, voorzover niet bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=19&z=2024-01-01&g=2024-01-01), mededeling aan ambtenaren van politie of justitie wordt vereist.
2. Bij zijn beslissing kan het College bepalen dat die beslissing met het oog op het algemeen belang geheel of gedeeltelijk voor bekendmaking in aanmerking komt. Indien één van de in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2024-01-01&g=2024-01-01) genoemde maatregelen wordt opgelegd, wordt de beslissing bekendgemaakt op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
3. Aan de Inspectie gezondheidszorg en jeugd wordt van de beslissing afschrift gezonden. Deze is, behalve indien zijn ambtsvervulling anders vordert, gehouden tot geheimhouding.
4. Onze Minister ontvangt een afschrift van de beslissing indien een maatregel, bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2022-04-01&g=2022-04-01), is opgelegd.
4. Onze Minister ontvangt een afschrift van de beslissing indien een maatregel, bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2024-01-01&g=2024-01-01), is opgelegd.
##### Artikel 17
@@ -190,13 +190,13 @@
2. Hoger beroep kan worden ingesteld:
- a. door degeen, ten aanzien waarvan een der maatregelen, bedoeld in [artikel 7, lid l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2022-04-01&g=2022-04-01) is toegepast;
- b. door degeen, op wiens schriftelijke klacht, als bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=12&z=2022-04-01&g=2022-04-01), de zaak aanhangig is gemaakt, doch alleen indien niet-ontvankelijkverklaring, afwijzing zonder nader onderzoek, of niet-toepassing na onderzoek, van een der in [artikel 7, lid l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2022-04-01&g=2022-04-01) bedoelde maatregelen is gevolgd.
- a. door degeen, ten aanzien waarvan een der maatregelen, bedoeld in [artikel 7, lid l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2024-01-01&g=2024-01-01) is toegepast;
- b. door degeen, op wiens schriftelijke klacht, als bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=12&z=2024-01-01&g=2024-01-01), de zaak aanhangig is gemaakt, doch alleen indien niet-ontvankelijkverklaring, afwijzing zonder nader onderzoek, of niet-toepassing na onderzoek, van een der in [artikel 7, lid l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2024-01-01&g=2024-01-01) bedoelde maatregelen is gevolgd.
3. Het Gemeenschappelijk Hof houdt de zaak aan zich en doet deze zelf af, behoudens de bevoegdheid het instellen van een nader onderzoek aan een rechter-commissaris op te dragen.
4. De [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=13&z=2022-04-01&g=2022-04-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=15&z=2022-04-01&g=2022-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
4. De [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=13&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=15&z=2024-01-01&g=2024-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 18
@@ -220,7 +220,7 @@
##### Artikel 8a
1. In gevallen waarin een der in [artikel 7, eerste lid, onder f en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2022-04-01&g=2022-04-01), omschreven maatregelen is opgelegd, kan, zo bijzondere omstandigheden zulks wettigen, bij koninklijk besluit worden bepaald dat de betrokkene in de hem ontzegde bevoegdheid wordt hersteld.
1. In gevallen waarin een der in [artikel 7, eerste lid, onder f en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2024-01-01&g=2024-01-01), omschreven maatregelen is opgelegd, kan, zo bijzondere omstandigheden zulks wettigen, bij koninklijk besluit worden bepaald dat de betrokkene in de hem ontzegde bevoegdheid wordt hersteld.
2. In een besluit krachtens het eerste lid kunnen, al dan niet met een beperking tot een in dat besluit te bepalen proeftijd, voorwaarden worden gesteld, door de betrokkene in acht te nemen. Indien blijkt dat de betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan niet-naleving van een gestelde voorwaarde, kan, onder intrekking van dat besluit, bij koninklijk besluit worden bepaald dat de opgelegde maatregel opnieuw van kracht wordt.
@@ -228,4 +228,4 @@
##### Artikel 8b
Herziening van een onherroepelijk geworden tuchtrechtelijke eindbeslissing waarbij een in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2022-04-01&g=2022-04-01), omschreven maatregel werd opgelegd, is mogelijk, wanneer naderhand omstandigheden zijn gebleken die naar ernstig vermoeden tot een afwijkende beslissing zouden hebben geleid, indien zij tijdig bekend waren geworden. Bij algemene maatregel van bestuur worden hieromtrent nadere regels gesteld. De herziening zal niet kunnen leiden tot een wijziging in hetgeen voorheen was beslist, ten nadele van de betrokkene.
Herziening van een onherroepelijk geworden tuchtrechtelijke eindbeslissing waarbij een in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028542&artikel=7&z=2024-01-01&g=2024-01-01), omschreven maatregel werd opgelegd, is mogelijk, wanneer naderhand omstandigheden zijn gebleken die naar ernstig vermoeden tot een afwijkende beslissing zouden hebben geleid, indien zij tijdig bekend waren geworden. Bij algemene maatregel van bestuur worden hieromtrent nadere regels gesteld. De herziening zal niet kunnen leiden tot een wijziging in hetgeen voorheen was beslist, ten nadele van de betrokkene.
2022-04-01
Wet medisch tuchtrecht BES — arts. 1, 2, 3 y 4 más
2019-04-01
Wet medisch tuchtrecht BES — arts. 1, 2, 3 y 5 más
2018-08-01
Wet medisch tuchtrecht BES — arts. 1, 2, 3 y 8 más
2014-02-15
Wet medisch tuchtrecht BES — arts. 1, 2, 3 y 8 más
2012-07-28
Wet medisch tuchtrecht BES — arts. 1, 2, 3 y 8 más
2011-03-09
Wet medisch tuchtrecht BES — arts. 1, 2, 3 y 10 más
2010-10-10
Wet medisch tuchtrecht BES
original version
Tekst op deze datum