Wet maritiem beheer BES

Type Wet Bes
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 165
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

Handelen als bedoeld in het eerste lid, voor zover niet opzettelijk begaan, is een overtreding en wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste één jaar, hetzij met geldboete van maximaal de vijfde categorie, hetzij met beide straffen.

3.

Bij herhaling van een overtreding als bedoeld in het eerste lid, kan de boete worden verhoogd door ten hoogste de keren van herhalen te vermenigvuldigen met ten hoogste het bedrag van een geldboete van de derde categorie.

Artikel 82

Degene die opzettelijk handelt in strijd met het gebod gegeven bij artikel 26, artikel 37, eerste lid, artikel 61, artikel 62 of artikel 65, begaat een overtreding en wordt gestraft met een geldboete van maximaal de vijfde categorie.

Artikel 83

1.

Indien een handeling wordt verricht of een overtreding wordt begaan met of vanaf een buitenlands schip, kan, in afwijking van artikel 80 en artikel 81, enkel een geldboete worden opgelegd.

2.

Het eerste lid geldt ook indien niet wordt voldaan aan een aanwijzing.

§ 6.4. Zekerheidsstelling

Artikel 84

1.

Bij vermoeden van handelen in strijd met de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften, bedoeld in artikel 4, tweede lid, artikel 11, artikel 18, artikel 19, artikel 20, artikel 25, artikel 26, artikel 27, artikel 28, artikel 44, artikel 46a, eerste lid, artikel 51, vierde lid, artikel 57, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, of artikel 62, kan aan de gezagvoerder bevel worden gegeven dat het schip een haven of binnenwater op of een rede bij Bonaire, Sint Eustatius of Saba niet zal verlaten dan nadat op een bij dat bevel aan te wijzen plaats een daarbij te bepalen geldsom is gestort, waarop de ter zake van die strafbare gedraging op te leggen geldboete zal kunnen worden verhaald. Het bevel wordt zonodig met behulp van de sterke arm ten uitvoer gelegd.

2.

Het in het eerste lid bedoelde bevel wordt op vordering van de officier van justitie gegeven door de rechter voor wie de zaak wordt of zal worden vervolgd. De gezagvoerder wordt vooraf gehoord, althans daartoe behoorlijk opgeroepen. Het bevel is dadelijk uitvoerbaar en wordt onverwijld aan de gezagvoerder betekend.

3.

Tegen het bevel of de beschikking tot afwijzing van de vordering kan de verdachte binnen drie dagen na de betekening en het Openbaar Ministerie binnen drie dagen nadat het bevel is gegeven of de beschikking is genomen, in beroep komen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het Hof beslist zo spoedig mogelijk.

4.

Zodra het in de strafzaak gewezen vonnis onherroepelijk is geworden, wordt de gestorte geldsom wederom ter beschikking van de rechthebbende gesteld, nadat daarop een bij dat vonnis opgelegde geldboete in mindering is gebracht. Tot dat tijdstip en te rekenen van de dag dat de geldsom werd gestort, wordt over die som de wettelijke rente vergoed.

Artikel 85

1.

Indien aan overheidswerken door een schip schade is toegebracht, kan aan de gezagvoerder bevel worden gegeven dat dit schip een haven of binnenwater op of een rede bij Bonaire, Sint Eustatius of Saba niet zal verlaten dan nadat op een bij dat bevel aan te wijzen plaats en daarbij te bepalen geldsom is gestort, waarop de kosten, bedoeld in artikel 67, vierde lid, zullen kunnen worden verhaald. Het bevel wordt zo nodig met behulp van de sterke arm ten uitvoer gelegd.

2.

Het in het eerste lid bedoelde bevel wordt gegeven door een daartoe door het bevoegd gezag aangewezen persoon. Het bevel is dadelijk uitvoerbaar en wordt onverwijld aan de gezagvoerder betekend.

3.

Tegen het bevel kan de gezagvoerder of de scheepsbeheerder een kort geding aanspannen bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

4.

Onverminderd het recht op volledige schadevergoeding, is het bevoegd gezag bevoegd het gestorte bedrag aan zekerheidsstelling, bedoeld in het eerste lid, aan te wenden tot herstel van de schade. Indien de werkelijke schade minder blijkt te bedragen dan het gestorte bedrag, dan wordt het overschot met de wettelijke rente daarvan, te rekenen van de dag van storting, ter beschikking gesteld van hem, die de zekerheid heeft gesteld.

§ 5.3. Stilleggen van werkzaamheden

Artikel 86

1.

Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van de regels geven bij of krachtens deze wet en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

2.

De verplichting, genoemd in het eerste lid, geldt niet voor degene die reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt.

Hoofdstuk 7. [vervallen]

Artikel 87

[vervallen

Artikel 88

[vervallen]

Artikel 89

[vervallen]

Artikel 89a

[vervallen]

Artikel 89b

[vervallen]

Artikel 90

[vervallen]

Artikel 91

[vervallen]

Artikel 92

[vervallen]

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 96

[vervallen]

Artikel 97

De Algemene Termijnenwet is van toepassing op termijnen gesteld bij of krachtens deze wet.

Artikel 98

Indien voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet van 14 maart 2018 tot wijziging van de Waterwet en van de Wet maritiem beheer BES in verband met de uitvoering van de wijziging van het Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972 (mariene geo-engineering) (Stb. 98) voor een activiteit als bedoeld in artikel 46a, eerste lid, een ontheffing is verleend op grond van artikel 45, eerste lid, of artikel 46, eerste lid, berust deze op artikel 46a, mits de activiteit in bijlage 4 bij het Protocol van 1996 is aangemerkt als een activiteit waarvoor een vergunning kan worden verleend.

Artikel 99

Deze wet wordt aangehaald als: Wet maritiem beheer BES.

Artikel 19a

1.

De gezagvoerder van een schip dat zich bevindt in de territoriale zee, met inbegrip van de baaien en inhammen die hiermee in open verbinding staan, licht de beheerder in omtrent hem bekende schepen, overblijfselen van schepen en alle andere voorwerpen in zee gestrand, gezonken of aan de grond geraakt, of vastgeraakt op of in waterkeringen of andere waterstaatswerken of die zich op het zeestrand bevinden, die nog niet zijn aangegeven op een nautische kaart.

2.

De verplichting, bedoeld in het eerste lid, rust ook op degene die belast is met het beheer van een platform dat zich in de territoriale zee, met inbegrip van de baaien en inhammen die hiermee in open verbinding staan, bevindt.

Artikel 19b

De gezagvoerder van een schip dat zich bevindt in de territoriale zee, met inbegrip van de baaien en inhammen die hiermee in open verbinding staan, meldt de beheerder zo uitgebreid mogelijk de volgende informatie met betrekking tot een schip, overblijfselen van schepen en alle andere voorwerpen in zee gestrand, gezonken of aan de grond geraakt, of vastgeraakt op of in waterkeringen of andere waterstaatswerken of die zich op het zeestrand bevinden:

  • a. de positie;
  • b. het aantal personen en de aard van de lading aan boord;
  • c. de aard van de schade;
  • d. of het schip naar zijn oordeel een gevaar is voor de navigatie;
  • e. andere nuttige informatie of bijzonderheden welke het opruimen van het schip vergemakkelijken.

Artikel 19c

1.

De beheerder is bevoegd overblijfselen van schepen en alle andere voorwerpen in de territoriale zee, met inbegrip van de baaien en inhammen die hiermee in open verbinding staan, die zijn gestrand, gezonken of aan de grond geraakt, of vastgeraakt op of in waterkeringen of andere waterstaatswerken of die zich op het zeestrand bevinden, niet zijnde een wrak als bedoeld in paragraaf 4.6, op te ruimen zonder dat hij door belanghebbenden bij het wrak, of het opgeruimde voorwerp dan wel de zaken aan boord van of in of op het wrak of voorwerp, aansprakelijk kan worden gesteld voor door die opruiming aan hen toegebrachte schade.

2.

De kosten, krachtens het eerste lid gemaakt, komen ten laste van de beheerder, onverminderd diens bevoegdheid om de krachtens dit artikel te zijnen laste komende kosten te verhalen op degene, die volgens de wet daarvoor aansprakelijk is.

3.

Al hetgeen in verband met het opruimen op grond van het eerste lid wordt geborgen, wordt tegen voldoening van de ter zake van de opruiming gemaakte kosten of tegen het stellen van zekerheid voor de voldoening daarvan afgegeven aan belanghebbenden, die zich daartoe aanmelden en zich als zodanig kunnen legitimeren.

4.

De beheerder kan niet aansprakelijk worden gesteld voor afgifte van het geborgene aan een onbevoegde.

5.

Indien belanghebbenden zich niet aanmelden, dan wel in gebreke blijven binnen een door de beheerder te stellen termijn de in het derde lid bedoelde kosten te voldoen of voor de voldoening daarvan zekerheid te stellen, is de beheerder bevoegd het geborgene te verkopen.

§ 3.2. Verbod inzake bouwwerken, voorwerpen of ander materiaal in zee

§ 3.3. Regels voor scheepsactiviteiten

Artikel 26a

1.

De beheerder is, in het belang van de orde, de veiligheid en ter bescherming van het milieu, bevoegd op kosten van de scheepsbeheerder een schip dat zich in de territoriale zee, met inbegrip van de baaien en inhammen die hiermee in open verbinding staan, bevindt te verhalen of te doen verhalen. Onder verhalen wordt in dit verband verstaan het verplaatsen van een schip naar een ligplaats of bewaarplaats.

2.

Met uitzondering van een spoedeisend geval, dan wel ingeval van een onbekende scheepsbeheerder, wordt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geen gebruik gemaakt dan nadat de beheerder schriftelijk opdracht heeft gegeven aan de scheepsbeheerder om dit schip vóór een in deze opdracht vermeld tijdstip te verhalen naar een door de beheerder aangewezen plaats en gebleken is dat op het genoemde tijdstip geen gevolg is gegeven aan de opdracht.

3.

Indien het schip in kennelijk onbeheerde toestand verkeert of de scheepsbeheerder onbekend is, roept de beheerder deze op om dit schip op te halen tegen betaling van de verhaalkosten en ligkosten. Bij deze oproep worden tenminste de naam, het type schip, alsmede het registratienummer of het brandmerk van het schip vermeld. De oproep geschiedt door middel van bekendmaking in de nieuwsbladen. Indien het een vreemd schip betreft geeft de beheerder zo spoedig mogelijk kennis van de oproep aan de consulaire ambtenaar van de vreemde Staat, voor zover zodanig consulair ambtenaar in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba benoemd is. Indien er geen consulaire ambtenaar in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is benoemd, vindt deze kennisgeving plaats aan de ambassadeur of tijdelijk zaakgelastigde van de desbetreffende Staat tot wiens ambtsgebied de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba behoren.

4.

Ten aanzien van het verhaal van de kosten, bedoeld in het eerste en derde lid, op de scheepsbeheerder van het betrokken schip is artikel 70 van toepassing.

Artikel 26b

1.

Indien een schip dat zich in de territoriale zee, met inbegrip van de baaien en inhammen die hiermee in open verbinding staan, bevindt gevaar, schade of hinder veroorzaakt of dreigt te veroorzaken, kan de beheerder aan de gezagvoerder of de scheepsbeheerder van dit schip voorschriften stellen, houdende maatregelen ter voorkoming of beëindiging van dat gevaar, die schade of hinder.

2.

De gezagvoerder en de scheepsbeheerder zijn verplicht te voldoen aan de voorschriften, bedoeld in het eerste lid.

3.

Indien één van de personen, bedoeld in het tweede lid, voldoet aan de verplichting, bedoeld in het tweede lid, vervalt deze verplichting voor de andere.

Artikel 28a

1.

Een schip met een brutotonnage van 300 of meer dat op grond van Nederlandse rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren, vaart niet een in Bonaire, Sint Eustatius of Saba, met inbegrip van de territoriale zee, gelegen haven of ankerplaats binnen of vertrekt daaruit niet, indien het voor dat schip overeenkomstig het gestelde in artikel 28 van de Wet bestrijding maritieme ongevallen dan wel artikel 12, veertiende lid, van het Wrakopruimingsverdrag afgegeven certificaat zich niet aan boord bevindt.

2.

Een niet in Nederland geregistreerd schip met een brutotonnage van 300 of meer vaart niet een in Bonaire, Sint Eustatius of Saba of in de territoriale zee gelegen haven of ankerplaats binnen of vertrekt daaruit niet, als voor dat schip niet overeenkomstig artikel 12 van het Wrakopruimingsverdrag een certificaat als bedoeld in dat artikel is afgegeven of indien dat certificaat zich niet aan boord bevindt.

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid behoeft het certificaat zich niet aan boord te bevinden indien elektronisch, overeenkomstig artikel 12, dertiende lid, van het Wrakopruimingsverdrag, door of vanwege Onze Minister kan worden gecontroleerd of voor het desbetreffende schip een certificaat is afgegeven.

§ 3.4. Vaartbeperking in beschermde gebieden

§ 3.5. Wetenschappelijk onderzoek

§ 3.6. Noodrecht

Hoofdstuk 4. Uitvoering van specifieke verdragen

§ 4.1

§ 4.3. Interventieverdrag en rampenbestrijding

§ 4.5. Grensverdrag

§ 4.6. Wrakopruimingsverdrag

Onderdeel 4.6.1. Algemene bepalingen

Artikel 49a

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • daarmee samenhangende belangen: de belangen van een kuststaat die rechtstreeks worden getroffen of bedreigd door een wrak, zoals:
  • 1°. maritieme activiteiten op of voor de kust, in een haven of in zeemondingen, met inbegrip van de visserij, die een essentieel middel van bestaan vormen voor de betrokken personen;
  • 2°. toeristische attracties en andere economische belangen in het betrokken gebied;
  • 3°. de gezondheid van de bevolking aan de kust en het welzijn van het betrokken gebied, met inbegrip van het behoud van de levende mariene rijkdommen en van de flora en fauna;
  • 4°. infrastructuur buitengaats en onder water;
  • exploitant van het schip: eigenaar van het schip of elke andere organisatie of persoon, zoals de manager of rompbevrachter, die namens de eigenaar de verantwoordelijkheid heeft aanvaard voor de exploitatie van het schip en die bij de aanvaarding van die verantwoordelijkheid de verplichting op zich heeft genomen zich te kwijten van alle bijbehorende taken en verantwoordelijkheden die worden opgelegd door de Internationale Veiligheidsbeleidscode (ISM-code), zoals gewijzigd;
  • geregistreerde eigenaar: degene die als eigenaar van het schip is ingeschreven of, bij het ontbreken van registratie, de persoon of personen die eigenaar was of waren van het schip op het tijdstip van het maritiem ongeval, met dien verstande dat indien evenwel een schip eigendom is van een staat en geëxploiteerd wordt door een maatschappij die in die staat is geregistreerd als exploitant van het schip, onder «geregistreerde eigenaar» die maatschappij wordt verstaan;
  • gevaar: elke situatie of dreiging die:
  • 1°. een gevaar of belemmering vormt voor de scheepvaart, of
  • 2°. naar redelijkerwijs verwacht kan worden zal uitmonden in grote schadelijke gevolgen voor het mariene milieu of schade aan de kustlijn of daarmee samenhangende belangen van een of meer staten;
  • maritiem ongeval: aanvaring, stranding, ander navigatieincident of ander voorval aan boord van het schip of daarbuiten waardoor materiële schade aan een schip of zijn lading wordt veroorzaakt of dreigt te worden veroorzaakt;
  • Nederlands schip: schip dat op grond van Nederlandse rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren;
  • opruiming en opruimen: elke vorm van voorkomen, beperken of ongedaan maken van het gevaar dat ontstaat door een wrak;
  • schip: zeeschip, ongeacht het type, met inbegrip van draagvleugelboten, luchtkussenvaartuigen, onderwatervaartuigen, drijvende vaartuigen en drijvende platforms, met uitzondering van platforms die ter plaatse worden ingezet bij de exploratie, exploitatie of productie van minerale rijkdommen van de zeebodem;
  • staat waar het schip geregistreerd is: met betrekking tot een geregistreerd schip, de staat waarin het schip is geregistreerd en met betrekking tot een niet-geregistreerd schip, de staat waarvan het schip gerechtigd is de vlag te voeren;
  • wrak:
  • 1°. als gevolg van een maritiem ongeval gezonken of gestrand schip;
  • 2°. als gevolg van een maritiem ongeval gezonken of gestrand deel van een schip, met inbegrip van zaken die zich aan boord van dat schip bevinden of hebben bevonden;
  • 3°. als gevolg van een maritiem ongeval op zee door een schip verloren zaak die is gestrand, gezonken of op zee op drift geraakt, of
  • 4°. schip dat als gevolg van een maritiem ongeval op het punt van zinken of stranden staat of naar redelijkerwijs verwacht kan worden zal zinken of stranden indien niet reeds doeltreffende maatregelen worden genomen om hulp te verlenen aan het in gevaar verkerend schip of andere zaak.

Artikel 49b

1.

Deze paragraaf is van toepassing op een wrak dat als gevolg van een maritiem ongeval een gevaar vormt in de territoriale zee, met inbegrip van de baaien en inhammen die hiermee in open verbinding staan, en de exclusieve economische zone, voor zover niet elders in deze paragraaf anders is bepaald.

Artikel 49c

Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen, wordt onder het verlenen van hulp aan een schip mede verstaan het verlenen van hulp aan zaken die zich aan boord daarvan bevinden of aan van dat schip afkomstige drijvende of gezonken zaken.

Artikel 49d

Indien het schip toebehoort aan een rederij die een boekhouder heeft aangesteld, of indien er sprake is van rompbevrachting, treedt de boekhouder, onderscheidenlijk de rompbevrachter voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen in de plaats van de geregistreerde eigenaar.

Onderdeel 4.6.2. Meldingsverplichting

Artikel 49e

1.

Indien zich een maritiem ongeval heeft voorgedaan ten gevolge waarvan:

  • 1°. een schip is gezonken of gestrand;
  • 2°. een deel van een schip, met inbegrip van zaken die zich aan boord van dat schip bevinden of hebben bevonden, is gezonken of gestrand;
  • 3°. een door een schip op zee verloren zaak is gestrand, gezonken of op zee op drift geraakt, of
  • 4°. een schip op het punt van zinken of stranden staat of naar redelijkerwijs verwacht kan worden, zal zinken of stranden indien niet reeds doeltreffende maatregelen worden genomen om hulp te verlenen, maakt de gezagvoerder of de exploitant van het schip daarvan zo spoedig mogelijk melding en verstrekt daarbij de gegevens, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Wrakopruimingsverdrag aan Onze Minister, die daarvoor een instantie kan aanwijzen. Zodra door de gezagvoerder of de exploitant van het schip aan de meldplicht uit hoofde van dit artikel is voldaan, is de ander daarvan ontslagen.
2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de te verstrekken informatie, alsmede de wijze waarop de melding geschiedt en de informatie wordt verstrekt.

3.

Het eerste lid en het bepaalde krachtens het tweede lid is niet van toepassing voor zover op grond van artikel 14 van de Wet voorkoming van verontreiniging door schepen BES aan de bevoegde autoriteiten van het ongeval melding moet worden gemaakt en daarbij de in het tweede lid bedoelde informatie moet worden verstrekt.

Onderdeel 4.6.3. Lokaliseren, markeren, waarschuwen, vaststellen gevaar

Artikel 49f

1.

Zodra Onze Minister op de hoogte is van de aanwezigheid van een wrak, draagt hij er zorg voor dat onmiddellijk de deelnemers aan het scheepvaartverkeer en de betrokken staten worden gewaarschuwd.

2.

Indien Onze Minister redenen heeft om aan te nemen dat een wrak een gevaar vormt, draagt hij er zorg voor dat alle redelijkerwijs uitvoerbare maatregelen worden getroffen om de precieze locatie van het wrak vast te stellen.

Artikel 49g

1.

Zodra Onze Minister op de hoogte is van de aanwezigheid van een wrak, neemt hij een beschikking, inhoudend dat het wrak een gevaar vormt, indien hij daarvoor met inachtneming van de criteria van artikel 6 van het Wrakopruimingsverdrag gronden aanwezig acht.

2.

Indien Onze Minister overeenkomstig het eerste lid heeft vastgesteld dat een wrak een gevaar vormt, draagt hij er zorg voor dat:

  • a. alle redelijke maatregelen worden getroffen om het wrak te markeren overeenkomstig het toepasselijke internationaal aanvaarde systeem voor bebakening;
  • b. de bijzonderheden van de markering van het wrak worden bekendgemaakt met behulp van alle gepaste middelen, met inbegrip van zeevaartkundige publicaties;
  • c. de beschikking wordt bekendgemaakt aan de geregistreerde eigenaar en zo spoedig mogelijk wordt medegedeeld aan de staat waar het schip geregistreerd is;
  • d. met het bevoegd gezag van de staat waar het schip geregistreerd is en van andere staten die negatieve gevolgen van het wrak ondervinden, overleg wordt gevoerd over de met betrekking tot het wrak te treffen maatregelen.

Onderdeel 4.6.4. Opruimen

Artikel 49h

1.

Indien Onze Minister overeenkomstig artikel 49g heeft vastgesteld dat een wrak een gevaar vormt, draagt de geregistreerde eigenaar er zorg voor dat:

  • a. het wrak wordt opgeruimd en
  • b. aan Onze Minister een bewijs wordt overgelegd van verzekering of andere financiële zekerheid zoals vereist op grond van artikel 12 van het Wrakopruimingsverdrag, tenzij een andere belanghebbende een zodanig bewijs heeft overgelegd.
2.

De geregistreerde eigenaar kan ter voldoening aan het eerste lid, aanhef en onderdeel a, een overeenkomst sluiten met een hulpverlener of andere persoon teneinde het wrak te doen opruimen.

Artikel 49i

Indien Onze Minister overeenkomstig artikel 6 van het Wrakopruimingsverdrag heeft vastgesteld dat een wrak een gevaar vormt:

  • a. stelt hij in een beschikking een redelijke termijn binnen welke de geregistreerde eigenaar het wrak moet opruimen, rekening houdend met de aard van het vastgestelde gevaar;
  • b. vermeldt hij bij de bekendmaking van de beschikking met de door hem gestelde termijn, dat hij het wrak overeenkomstig artikel 49l en artikel 8:615 van het Burgerlijk Wetboek BES voor rekening van de geregistreerde eigenaar kan doen opruimen, indien de geregistreerde eigenaar verzuimt het wrak binnen die termijn op te ruimen en
  • c. stelt hij de geregistreerde eigenaar schriftelijk ervan in kennis dat hij voornemens is onmiddellijk op te treden indien het gevaar bijzonder groot wordt.

Artikel 49j

Alvorens het opruimen aanvangt, kan Onze Minister in een tot de geregistreerde eigenaar gerichte beschikking voorschriften vastleggen voor dit opruimen, uitsluitend voor zover dat nodig is om te waarborgen dat het opruimen geschiedt in overeenstemming met overwegingen betreffende de veiligheid en de bescherming van het mariene milieu.

Artikel 49k

Wanneer het opruimen door de geregistreerde eigenaar is aangevangen, kan Onze Minister besluiten tot optreden bij het opruimen voor zover dat nodig is om te waarborgen dat dit doeltreffend geschiedt, in overeenstemming met overwegingen betreffende de veiligheid en de bescherming van het mariene milieu.

Artikel 49l

1.

Indien de geregistreerde eigenaar verzuimt het wrak binnen de ingevolge artikel 49i, aanhef en onder a, vastgestelde termijn op te ruimen, of indien geen contact kan worden gelegd met de geregistreerde eigenaar, kan Onze Minister het wrak langs de naar zijn oordeel meest praktische en snelle weg doen opruimen, in overeenstemming met overwegingen betreffende de veiligheid en de bescherming van het mariene milieu.

2.

Voorts kan Onze Minister in omstandigheden waarin onmiddellijk optreden vereist is en hij de staat waar het schip geregistreerd is en de geregistreerde eigenaar daarvan in kennis heeft gesteld, het wrak langs de naar zijn oordeel meest praktische en snelle weg doen opruimen, in overeenstemming met overwegingen betreffende de veiligheid en de bescherming van het mariene milieu.

3.

Al hetgeen in verband met het opruimen op grond van het eerste lid wordt geborgen, wordt tegen voldoening van de ter zake van de opruiming gemaakte kosten of tegen het stellen van zekerheid voor de voldoening daarvan afgegeven aan belanghebbenden, die zich daartoe aanmelden en zich als zodanig kunnen legitimeren.

4.

Onze Minister kan niet aansprakelijk worden gesteld voor afgifte van het geborgene aan een onbevoegde.

5.

Indien belanghebbenden zich niet aanmelden, dan wel in gebreke blijven binnen een door Onze Minister te stellen termijn de in het derde lid bedoelde kosten te voldoen of voor de voldoening daarvan zekerheid te stellen, is Onze Minister bevoegd het geborgene te verkopen.

Onderdeel 4.6.5. Bepalingen voor de territoriale zee, met inbegrip van de baaien en inhammen die hiermee in open verbinding staan

Artikel 49m

1.

Met betrekking tot een wrak dat zich bevindt in de territoriale zee, met inbegrip van de baaien en inhammen die hiermee in open verbinding staan, zijn artikel 49g, tweede lid, aanhef en onderdeel c, wat betreft mededeling aan de staat waar het schip geregistreerd is, en onderdeel d, alsmede de kennisgevingsverplichtingen van artikel 49l, tweede lid, niet van toepassing.

Hoofdstuk 4a. Vergoeding van kosten

Artikel 49n

Indien Onze Minister ingevolge artikel 49j, 49k of 49l een schip naar een haven in Bonaire, Sint Eustatius of Saba heeft doen brengen, vergoedt Onze Minister de redelijke kosten van die maatregelen van het daartoe bevoegde gezag die redelijkerwijs nodig zijn om het gevaar verbonden aan het brengen van het schip naar, en het verblijf in, de haven dan wel de gevolgen ervan, te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken.

Artikel 49o

1.

Indien een persoon, nadat een maritiem ongeval als bedoeld inartikel 49a heeft plaatsgevonden, hulp heeft verleend aan het desbetreffende schip en als gevolg van een besluit of handeling van Onze Minister krachtens artikel 49j, 49k of 49l bij de hulpverlening schade heeft geleden die hij niet kan verhalen op de geregistreerde eigenaar van dat schip of een andere persoon, kent Onze Minister de hulpverlener op diens verzoek een billijke tegemoetkoming in die schade toe.

2.

Een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd, respectievelijk kan slechts gedeeltelijk worden toegekend, indien de door de hulpverlener geleden schade geheel respectievelijk gedeeltelijk is te wijten aan diens schuld of de schuld van degenen voor wie hij aansprakelijk is.

3.

Onze Minister neemt bij de toepassing van het eerste lid bij de bepaling van de door de hulpverlener geleden schade in het bijzonder in aanmerking:

  • a. de bij de hulpverlening gemaakte kosten;
  • b. het verlies of de beschadiging van het bij de hulpverlening ingezet materieel of gebruikte materialen;
  • c. de bij de hulpverlening gelopen risico's;
  • d. het gederfde hulploon.

Hoofdstuk 5. Handhaving

§ 5.1. Toezicht en opsporing

Artikel 51a

De ambtenaren, bedoeld in artikel 51, zijn tevens belast met het uitvoeren van maatregelen genomen krachtens artikel 49k of 49l.

§ 5.2. Aanhouding en vasthouding van schepen

§ 5.3. Stilleggen van werkzaamheden

Hoofdstuk 6. Sancties

§ 6.1. Bestuursdwang

§ 6.2. Last onder dwangsom

§ 6.3. Strafbepalingen

§ 6.4. Zekerheidsstelling

§ 6.5. Geheimhoudingsplicht

Hoofdstuk 7. [vervallen]

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 46a

1.

Het is zonder daartoe strekkende vergunning van Onze Minister verboden stoffen in zee te brengen vanaf of vanuit een schip, lucht- vaartuig of bouwwerk ten behoeve van een activiteit waarbij bewust wordt ingegrepen in het mariene milieu om natuurlijke processen te beïnvloeden en die als zodanig is aangewezen in bijlage 4 bij het Protocol van 1996.

2.

De beoordeling van de aanvraag voor een vergunning geschiedt met inachtneming van bijlage 4 en bijlage 5 bij het Protocol van 1996.

3.

Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden en de vergunning kan onder beperkingen worden verleend.

4.

Een wijziging van bijlage 4 bij het Protocol van 1996 gaat voor de toepassing van dit artikel gelden met ingang van de dag waarop die wijziging internationaal in werking treedt, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

5.

Indien voorafgaand aan de dag waarop het eerste lid van toepassing wordt op een activiteit, voor die activiteit een ontheffing is verleend op grond van artikel 45, eerste lid, of artikel 46, eerste lid, wordt deze geacht te zijn verleend als een vergunning op grond van het eerste lid, mits de activiteit in bijlage 4 bij het Protocol van 1996 is aangemerkt als een activiteit waarvoor een vergunning kan worden verleend.

§ 4.6. Wrakopruimingsverdrag

Onderdeel 4.6.1. Algemene bepalingen

Onderdeel 4.6.2. Meldingsverplichting

Onderdeel 4.6.3. Lokaliseren, markeren, waarschuwen, vaststellen gevaar

Onderdeel 4.6.4. Opruimen

Onderdeel 4.6.5. Bepalingen voor de territoriale zee, met inbegrip van de baaien en inhammen die hiermee in open verbinding staan

Hoofdstuk 4a. Vergoeding van kosten

Hoofdstuk 5. Handhaving

§ 5.1. Toezicht en opsporing

§ 5.2. Aanhouding en vasthouding van schepen

Hoofdstuk 6. Sancties

§ 6.1. Bestuursdwang

§ 6.2. Last onder dwangsom

§ 6.3. Strafbepalingen

§ 6.4. Zekerheidsstelling

§ 6.5. Geheimhoudingsplicht

Hoofdstuk 7. [vervallen]

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)