Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES

Type Wet Bes
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 169
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
5.

Het proces-verbaal van het behandelde ter zitting wordt door de voorzitter en de griffier die op de zitting dienst gedaan heeft, ondertekend. Bij verhindering van een hunner wordt de reden daarvan in het proces-verbaal vermeld en wordt, voor zoveel de voorzitter betreft, het proces-verbaal ondertekend door een der leden die over de zaak gezeten hebben, naar rang van benoeming.

§ 4. Afstand van beroep; schorsing van het geding; voeging van zaken en splitsing

Artikel 121

In hoger beroep vinden de artikelen 80 en 81 overeenkomstige toepassing.

§ 5. Raadkamer

Artikel 122
1.

De raad beraadslaagt en beslist in raadkamer en grondt de beslissing zowel op het onderzoek op de zitting in hoger beroep als op het onderzoek in eerste aanleg, zoals dit volgens het proces-verbaal dier zitting heeft plaats gehad en op die stukken, ten aanzien waarvan de voorschriften van de artikelen 112 en 124, vierde lid, zijn toegepast.

2.

De raad beslist zo spoedig mogelijk na het sluiten van het onderzoek.

Artikel 123
1.

In alle zaken zal de voorzitter hoofdelijk omvraag doen, beginnende bij het jongste lid.

2.

Zelf brengt hij het laatst zijn advies uit.

3.

Ieder lid is verplicht aan de stemming deel te nemen.

4.

Een afwezig lid kan zijn advies niet door een der aanwezigen doen voordragen of het schriftelijk uitbrengen.

5.

Alle beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen.

6.

Wanneer meer dan twee verschillende gevoelens zijn geuit, wordt beslist in de zin, die het meest overeenkomt met het gevoelen der meerderheid.

Artikel 124
1.

Blijkt tijdens de behandeling in raadkamer, dat het onderzoek niet volledig is geweest, dan kan de raad bij met redenen omkleed bevel gelasten, dat op een daarbij aangewezen of nader door de voorzitter vast te stellen zitting het onderzoek wordt hervat.

2.

Het bevel wijst aan de getuigen of deskundigen, van wie het verhoor en omschrijft de bescheiden, waarvan de behandeling op de zitting door de raad nodig wordt geacht.

3.

De getuigen of deskundigen wier verhoor is gelast, worden door de griffier opgeroepen en ten aanzien van de bescheiden in het bevel omschreven wordt gehandeld overeenkomstig de artikelen 50, eerste en tweede lid en 55, tweede lid.

4.

Van de dag, uur en plaats waarop de zitting zal worden gehouden geeft de griffier aan partijen kennis. Deze dag wordt zodanig bepaald, dat de zitting niet wordt gehouden dan nadat gedurende tenminste zes dagen alle op het beroep betrekking hebbende stukken op de door de raad aangewezen plaats zijn nedergelegd ter kosteloze inzage van partijen.

§ 6. Uitspraak

Artikel 125
1.

De uitspraak van de raad betreft de beschikkingen, handelingen of weigeringen (om te beschikken of te handelen), door de vorderingen der partijen aan zijn oordeel onderworpen.

2.

De uitspraak geschiedt in het openbaar door de voorzitter of, bij diens verhindering, door een der leden die over de zaak hebben geoordeeld, naar rang van benoeming. Hiervan wordt in de uitspraak melding gemaakt.

Artikel 126
1.

De raad bevestigd de uitspraak, hetzij met overneming, hetzij met verbetering van de gronden of doet, met gehele of gedeeltelijke vernietiging daarvan, hetgeen het gerecht had behoren te doen.

2.

Bij de uitspraak kan de aangevallen beslissing gewijzigd worden, ook ten nadele van degene, die daartegen in beroep kwam.

3.

In het geval bedoeld in het eerste lid van artikel 99 beslist de raad over de oorspronkelijke klacht.

Artikel 127
1.

Wanneer het gerecht de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar heeft uitgesproken en de raad deze uitspraak vernietigd met ontvankelijkverklaring van het bezwaar, wordt de zaak naar het gerecht teruggewezen om te worden hervat in de stand, waarin zij zich bevond.

2.

De griffier van de raad zendt de processtukken, onder bijvoeging van een afschrift der beslissing, zo spoedig mogelijk in ter griffie van het gerecht.

3.

De rechter bepaalt de dag, uur en plaats voor de behandeling.

4.

De griffier geeft hiervan kennis aan de partijen.

Artikel 128
1.

De voorzitter geeft voor het bij de uitspraak vastgestelde bedrag der schadevergoeding een bevelschrift van tenuitvoerlegging af.

2.

Hij geeft ook voor het bedrag der bij de uitspraak vastgestelde geldelijke aanspraak een bevelschrift van tenuitvoerlegging af.

Artikel 129

De uitspraken zijn gedagtekend en behelzen:

  • a. de namen en woonplaatsen der partijen en van haar vertegenwoordigers en gemachtigden;
  • b. de gronden der uitspraak, zo wat de daadzaken als wat het rechtspunt aangaat;
  • c. een stellige beslissing;
  • d. de namen van hen die als voorzitter en als leden over de zaak hebben geoordeeld.
Artikel 130

De uitspraak wordt door de voorzitter en de griffier die in raadkamer tegenwoordig is geweest, ondertekend. Bij verhindering van een hunner wordt de reden daarvan in de uitspraak vermeld en wordt, voor zoveel de voorzitter betreft, de uitspraak ondertekend door een der leden die over de zaak hebben geoordeeld, naar rang van benoeming.

Artikel 131

In geen geval mag de uitspraak later dan drie weken na het sluiten van het onderzoek plaats hebben.

§ 7. Afschrift en teruggave van stukken

Artikel 132

De artikelen 92 en 93 vinden overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk Tweede. Enige bijzondere gedingen in hoger beroep

§ 1. Beroep vóór disciplinaire strafoplegging

Artikel 133
1.

Indien, in het geval bij artikel 95 bedoeld, de betrokkene tijdig een bezwaarschrift heeft ingediend, is beroep van de beslissing van het gerecht toegelaten.

2.

Het wordt als een gewoon beroep behandeld en de raad is bevoegd in plaats van het bevoegd gezag de beslissing te nemen, die naar zijn oordeel genomen behoort te worden.

§ 2. Beroep bij niet of niet volledig gevolg geven aan een veroordeling

Artikel 134
1.

Indien, in het geval bij artikel 96 bedoeld, de betrokkene tijdig een bezwaarschrift heeft ingediend, is beroep van de beslissing van het gerecht toegelaten.

2.

Het wordt als een gewoon beroep behandeld. Artikel 96, derde lid, vindt overeenkomstige toepassing.

Titel V. Herziening

Artikel 135
1.

Ieder die partij was in een geding, is bevoegd, binnen drie maanden nadat van enige omstandigheid als in het tweede lid bedoeld is gebleken, de herziening van een onherroepelijke of onherroepelijk geworden uitspraak te verzoeken.

2.

Zij wordt verzocht op grond, dat gebleken is van enige omstandigheid, die bij de behandeling van het bezwaar en/of beroep aan het gerecht en/of de raad niet bekend was en die op zich zelf of in verband met andere feiten of omstandigheden ernstige twijfel doet ontstaan aan de juistheid van de uitspraak van het gerecht en/of de raad.

3.

Van uitspraken, die niet zijn einduitspraken, kan de herziening slechts tegelijk met die van de einduitspraak worden verzocht.

Artikel 136
1.

De herziening wordt verzocht aan het gerecht of de raad naar gelang het betreft een beslissing door het gerecht of door de raad genomen.

2.

Het verzoek om herziening mits schorsende kracht.

Artikel 137

Op de behandeling van een verzoek om herziening vinden de voorschriften omtrent de behandeling in eerste aanleg of in hoger beroep overeenkomstige toepassing. Tegen de uitspraak in herziening staat geen voorziening open.

Titel VI. Straf- en slotbepalingen

Artikel 138
1.

Hij die als getuige of deskundige ingevolge de voorschriften van deze wet opgeroepen of door een partij ter zitting medegebracht een der in deze wet omschreven verplichtingen niet nakomt, wordt voor zover het Wetboek van Strafrecht BES er niet in voorziet, gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van de eerste categorie.

2.

De feiten worden beschouwd als overtredingen.

Artikel 139

[vervallen]

Artikel 140

[vervallen]

Artikel 141

Stukken opgemaakt ter voldoening aan bepalingen van deze wet zijn vrij van zegel en worden, voor zover zulks vereist wordt, kosteloos geregistreerd.

Artikel 142
1.

Met afwijking in zoverre van het bepaalde in artikel 9, eerste lid, treedt de voor de eerste maal benoemde rechter-plaatsvervanger in ambtenarenzaken na drie jaren af.

2.

Met afwijking in zoverre van het bepaalde in artikel 18, eerste lid treden een van de voor de eerste maal benoemde leden en een van de voor de eerste maal benoemde leden-plaatsvervangers van de raad van beroep, telkens door het lot aan te wijzen, na drie jaren af.

Artikel 143

Deze wet wordt aangehaald als: Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)