Burgerlijk Wetboek BES Boek 1
De aanwijzing van de centrale autoriteit staat er niet aan in de weg dat een persoon zich rechtstreeks tot de rechter of andere autoriteiten wendt om de erkenning van de ouderlijke verantwoordelijkheid over een kind, het herstel van die verantwoordelijkheid over een kind te bereiken, of de vaststelling of wijziging van een beslissing inzake ouderlijke verantwoordelijkheid dan wel een maatregel ter bescherming van een kind te verkrijgen.
Artikel 377ee
De centrale autoriteit is bevoegd, zo nodig ook zonder uitdrukkelijke volmacht van degene die zich met een verzoek tot haar heeft gewend, namens hem, anders dan in rechte, op te treden.
Onverminderd het bepaalde in artikel 5, derde lid, van het op 20 mei 1980 te Luxemburg tot stand gekomen Europese verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen (Trb. 1981, 10) en artikel 26 van het op 25 oktober 1980 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (Trb. 1987, 139), draagt de centrale autoriteit zelf alle kosten die aan de uitvoering van haar taak zijn verbonden.
Artikel 377ff
De centrale autoriteit kan de uitvoering van bepaalde handelingen overeenkomstig door haar te geven aanwijzingen opdragen aan de voogdijraad. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn mede van toepassing ten aanzien van de voogdijraad.
Artikel 377gg
De gezaghebber en de ambtenaren van de burgerlijke stand verschaffen de centrale autoriteit kosteloos alle inlichtingen en verstrekken haar kosteloos en vrij van zegel alle afschriften en uittreksels uit hun registers die deze autoriteit van hen vraagt in verband met de uitvoering van haar taak.
Artikel 377hh
Indien de centrale autoriteit voor het vinden van de verblijfplaats van een kind in een openbaar lichaam medewerking behoeft van dienaren van de openbare macht, kan zij zich voor het verkrijgen daarvan wenden tot de officier van justitie.
De officier van justitie behandelt een verzoek om medewerking van de centrale autoriteit met voorrang.
De ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die is aangewezen om zijn medewerking te verlenen aan de opsporing van de verblijfplaats van een kind, mag daartoe elke plaats betreden, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van die taak nodig is.
Afdeling 2. Taak en bevoegdheden van de centrale autoriteit
Artikel 377ii
De beslissing tot plaatsing van, of tot verstrekking van zorg aan een uit een openbaar lichaam afkomstig kind in een pleeggezin of in een instelling in een andere staat ingevolge artikel 33 van het verdrag wordt genomen door de centrale autoriteit, bedoeld in artikel 377dd, eerste lid, van dit Boek.
De centrale autoriteit zendt een gemotiveerd verzoek, vergezeld van een rapport betreffende het kind, toe aan de centrale autoriteit dan wel de andere bevoegde autoriteit van de staat waar de plaatsing of de verstrekking van zorg dient plaats te vinden. Zij treedt met deze autoriteit in overleg.
De in het eerste lid bedoelde beslissing wordt eerst genomen nadat de centrale autoriteit, bedoeld in artikel 377dd, eerste lid, van dit Boek de volgende bescheiden heeft ontvangen:
- a. een schriftelijke verklaring van de personen of de instelling bij welke de plaatsing of de verstrekking van zorg dient plaats te vinden, waaruit hun instemming blijkt;
- b. indien gewenst, een door de centrale autoriteit of de andere bevoegde autoriteit in het land van plaatsing opgesteld rapport waaruit de geschiktheid van de pleegouder tot het verstrekken van pleegzorg aan het kind blijkt;
- c. de instemming, bedoeld in artikel 33, tweede lid, van het verdrag;
- d. indien toepasselijk, bescheiden waaruit blijkt dat het kind toestemming heeft of zal verkrijgen om de staat waar de plaatsing of de verstrekking van zorg zal plaatsvinden, binnen te komen en met het oog op de plaatsing of de verstrekking van zorg een verblijfsrecht in die staat heeft of zal verkrijgen.
Artikel 377jj
In geval van plaatsing van een kind vanuit een andere staat in een openbaar lichaam of verstrekking van zorg aan een zodanig kind in een pleeggezin of in een instelling in een openbaar lichaam ingevolge artikel 33 van het verdrag dient de instemming, bedoeld in de genoemde artikelen, te worden gegeven door de centrale autoriteit, bedoeld in artikel 377dd, eerste lid, van dit Boek.
De instemming, bedoeld in het eerste lid, wordt pas gegeven nadat de centrale autoriteit van de bevoegde autoriteit van de staat van herkomst van het kind een gemotiveerd verzoek heeft ontvangen, vergezeld van een rapport betreffende het kind, en nadat zij de volgende bescheiden heeft ontvangen, welke bescheiden zij toezendt aan de bevoegde autoriteit van het land van herkomst van het kind:
- a. een schriftelijke verklaring van de personen of de instelling bij welke de plaatsing of de verstrekking van zorg dient plaats te vinden, waaruit hun instemming blijkt;
- b. indien gewenst, een rapport waaruit de geschiktheid van de pleegouder tot het verstrekken van pleegzorg aan het kind blijkt;
- c. indien van toepassing, bescheiden waaruit blijkt dat het kind toestemming heeft of zal verkrijgen om Bonaire, Sint Eustatius of Saba binnen te komen en met het oog op de plaatsing of de verstrekking van zorg een verblijfsrecht heeft of zal verkrijgen.
Artikel 377kk
Indien de voorschriften van artikel 377jj van dit Boek niet in acht zijn genomen, kan de officier van justitie of de centrale autoriteit de rechter verzoeken de voogdijraad te belasten met de voorlopige toevertrouwing over het kind. Dit verzoek kan ook worden gedaan door de voogdijraad. Tenzij de rechter een langere termijn van verval van de voorlopige toevertrouwing heeft bepaald, wendt de raad zich binnen zes weken na de beslissing over de voorlopige voogdij tot de rechter om een voorziening in het gezag over de minderjarige te verkrijgen.
De zesde afdeling van titel veertien van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES inzake voogdij is niet van toepassing op de uitoefening van de voorlopige toevertrouwing als bedoeld in de artikelen 241, 271, 272, 331 en 332 van dit Boek. Artikel 813, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES is bij een voorlopige toevertrouwing van overeenkomstige toepassing.
De voorlopige toevertrouwing eindigt, behoudens eerdere opheffing, op het tijdstip waarop hetzij de voogdij over het kind, dan wel diens plaatsing bij andere personen of een andere instelling, een aanvang neemt, of zijn terugkeer naar het land van herkomst is geregeld.
De kosten die de voogdijraad of, in voorkomend geval, de gezinsvoogdij-instelling ten behoeve van het kind moet maken, komen ten laste van degene bij wie het kind in strijd met artikel 377jj van dit Boek is geplaatst.
Afdeling 4. Rechtspleging ter zake van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen
Artikel 377ll
Tegen een besluit van Onze Minister is bezwaar mogelijk overeenkomstig de Wet administratieve rechtspraak BES. Onverminderd de bevoegdheid van de rechter in kort geding, is het Gerecht in eerste aanleg bevoegd tot kennisneming van alle zaken met betrekking tot de regeling en de uitoefening van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen in internationale gevallen, behoudens voor zover het betreft de erkenning, de niet-erkenning en de tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissingen.
Artikel 377mm
De zaken tot kennisneming waarvan het Gerecht in eerste aanleg op grond van artikel 377ll van dit Boek bevoegd is, worden ingeleid met een verzoekschrift. Het verzoekschrift wordt ingediend door een advocaat.
Artikel 377nn
Artikel 377v van dit Boek is van overeenkomstige toepassing in gevallen die door het verdrag of deze Titel worden bestreken.
Afdeling 5. Erkenning, niet-erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen op grond van het verdrag
Artikel 377oo
De voorzieningenrechter van het Gerecht in eerste aanleg is bevoegd tot kennisneming van alle verzoeken die betrekking hebben op de erkenning, de niet-erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen die op grond van het verdrag zijn gegeven. Ten aanzien van het verlof tot tenuitvoerlegging zijn de artikelen 985 tot en met 990 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES niet van toepassing.
Een beslissing op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt gevraagd bij verzoekschrift. Het wordt ingediend door een advocaat.
Artikel 377pp
De voorzieningenrechter bij wie een verzoek als bedoeld in artikel 377oo van dit Boek, eerste lid, is ingediend, doet daarover onverwijld uitspraak.
Het verlof tot tenuitvoerlegging is uitvoerbaar bij voorraad.
Artikel 377qq
Het Gerecht in eerste aanleg neemt kennis van het hoger beroep van een beschikking als bedoeld in artikel 377pp, eerste lid, van dit Boek. Alleen de partijen kunnen hoger beroep tegen de beschikking instellen.
Het hoger beroep tegen een beschikking waarbij een verzoek als bedoeld in artikel 377oo, eerste lid, van dit Boek is ingewilligd, moet worden ingesteld binnen een maand na de betekening van de beschikking. Indien de partij tegen wie tenuitvoerlegging wordt gevraagd, haar gewone verblijfplaats heeft in het buitenland, bedraagt de termijn voor het instellen van hoger beroep twee maanden, te rekenen vanaf de datum van de betekening aan deze partij in persoon of aan zijn adres. De termijn kan niet op grond van de afstand worden verlengd.
Indien hoger beroep wordt ingesteld door de verzoeker en is gericht tegen de weigering om een verzoek als bedoeld in artikel 377oo, eerste lid, van dit Boek in te willigen, wordt het ingesteld binnen een maand na de dagtekening van de beschikking.
Het Gerecht in eerste aanleg doet onverwijld uitspraak in hoger beroep.
Tegen de in hoger beroep gegeven beschikking kan slechts beroep in cassatie worden ingesteld.
Het Gerecht in eerste aanleg in hoger beroep, onderscheidenlijk de Hoge Raad als beroep in cassatie is ingesteld, kan op verzoek van de partij tegen wie tenuitvoerlegging wordt gevraagd, zijn uitspraak aanhouden indien in de staat van herkomst van de beslissing een gewoon rechtsmiddel is ingesteld of de termijn daartoe nog niet is verstreken. In dit laatste geval kan het Gerecht, onderscheidenlijk de Hoge Raad, een termijn vaststellen binnen welke het rechtsmiddel moet worden ingesteld.
Indien in de beslissing uitspraak is gedaan over meer dan een onderdeel van het verzoek en de tenuitvoerlegging niet voor het geheel kan worden toegestaan, wordt de tenuitvoerlegging voor één of meer van die onderdelen toegestaan.
Afdeling 6. Internationale samenwerking van gerechten
Artikel 377rr
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba kiest uit zijn leden een of meer rechters, die voor de openbare lichamen in het bijzonder belast zijn met het faciliteren van contacten, over en weer, met rechters in het buitenland over aanhangige procedures inzake internationale kwesties van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen.
Indien een rechter in verband met een procedure in het eerste lid een rechter in het buitenland wenst te consulteren, kan hij gebruik maken van de tussenkomst van de in het eerste lid bedoelde rechter.
De in het tweede lid bedoelde tussenkomst wordt ook verleend aan een rechter in het buitenland die in verband met een bij hem aanhangige procedure als bedoeld in het eerste lid een rechter van het Gerecht in eerste aanleg of van het Gemeenschappelijk Hof wenst te consulteren.
Indien in verband met een consultatie als bedoeld in het tweede of het derde lid stukken dienen te worden vertaald of indien daarvoor de bijstand van een tolk nodig is, draagt de in het eerste lid bedoelde rechter hiervoor zorg.
Voordat een consultatie als bedoeld in het tweede lid plaatsvindt, stelt de rechter bij wie de procedure aanhangig is, de partijen hiervan in kennis. Nadat de consultatie heeft plaatsgevonden, doet hij partijen verslag van de consultatie.
De overdracht van verzoeken als bedoeld in de artikelen 8 en 9 van het verdrag geschiedt door tussenkomst van de in het eerste lid bedoelde rechter. De rechter die een verzoek heeft overgedragen, stelt partijen hiervan in kennis.
Afdeling 5. Erkenning, niet-erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen op grond van het verdrag
Artikel 377ss
Tot de afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 40 van het verdrag is bevoegd de notaris.
De verklaring wordt afgegeven op een door Onze Minister vastgesteld formulier.
Titel 16. Curatele
Titel 17. Levensonderhoud
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 2. Voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen en stiefkinderen
Afdeling 3. Kosten van bevalling
Afdeling 4. Uitkering tot levensonderhoud na beëindiging van een langdurige buitenhuwelijkse samenleving anders dan door de dood
Titel 18. Afwezigheid, vermissing en vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
Afdeling 1. Onderbewindstelling in geval van afwezigheid
Afdeling 2. Personen wier bestaan onzeker is
Afdeling 3. Vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
Titel 19. Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen
Titel 20. Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen
Afdeling 7. Buiten de openbare lichamen voltrokken huwelijken en geregistreerde partnerschappen
Artikel 80a
Een huwelijk, voltrokken op grond van het in het Europese deel van Nederland geldende Burgerlijk Wetboek, heeft in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba de rechtsgevolgen die het Europees Nederlandse burgerlijk recht aan het betreffende huwelijk verbindt, ongeacht de wettelijke regelingen en voorschriften die van toepassing zijn in deze lichamen. De artikelen 5 tot en met 7 van de Wet conflictenrecht huwelijk zijn van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 80b
Een geregistreerd partnerschap, voltrokken op grond van het in het Europese deel van Nederland geldende Burgerlijk Wetboek, heeft in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba de rechtsgevolgen die het Europees Nederlandse burgerlijk recht aan het geregistreerd partnerschap verbindt, ongeacht de wettelijke regelingen en voorschriften die van toepassing zijn in deze lichamen. In de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is de Wet conflictenrecht geregistreerd partnerschap van toepassing op een buiten het Koninkrijk aangegaan geregistreerd partnerschap.
Titel 6. Rechten en verplichtingen van echtgenoten
Titel 7. De wettelijke gemeenschap van goederen
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 3. Ontbinding van de gemeenschap
Afdeling 4. Opheffing van de gemeenschap bij beschikking
Titel 8. Huwelijkse voorwaarden
Afdeling 1. Huwelijkse voorwaarden in het algemeen
Afdeling 2. Giften bij huwelijkse voorwaarden
Titel 9. Ontbinding van het huwelijk
Afdeling 1. Ontbinding van het huwelijk in het algemeen
Afdeling 2. Echtscheiding
Titel 10. Scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
Afdeling 1. Scheiding van tafel en bed
Afdeling 2. Ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
Titel 11. Afstamming
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 2. Ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap
Afdeling 3. Erkenning
Afdeling 5. Inroeping of betwisting van staat
Afdeling 6. De bijzondere curator
Titel 12. Adoptie
Afdeling 1. Adoptie in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Afdeling 2. In het Europese deel van Nederland uitgesproken adopties
Titel 12a. Interlandelijke adoptie
Artikel 232a
In deze Titel wordt verstaan onder:
- a. het verdrag: het op 29 mei 1993 te 's-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie (Trb. 1993, 197);
- b. de centrale autoriteit van de staat van herkomst: de in de staat van herkomst van het kind aangewezen centrale autoriteit dan wel de overheidsinstantie, de vergunninghoudende instelling of andere persoon of instelling aan wie in die staat bepaalde taken van de centrale autoriteit zijn opgedragen;
- c. adoptie: een interlandelijke adoptie op verzoek van de in artikel 1:227, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek BES genoemde personen;
- d. Onze Minister: de Minister van Justitie.
Hoofdstuk 2. Taak en bevoegdheden van de centrale autoriteit en de vergunninghoudende instelling
Hoofdstuk 3. Procedure in geval van interlandelijke adoptie door personen die hun gewone verblijfplaats in een openbaar lichaam hebben
Hoofdstuk 4. Procedure in geval van interlandelijke adoptie van een kind dat zijn gewone verblijfplaats in een openbaar lichaam heeft
Hoofdstuk 5. Toepassing Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie
Titel 13. Minderjarigheid
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 2. Handlichting
Afdeling 3. Voogdijraden
Afdeling 4. Registers betreffende het over minderjarigen uitgeoefende gezag
Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 2. Ouderlijk gezag
§ 1. Het gezamenlijk gezag van ouders binnen en buiten huwelijk en het gezag van één ouder na scheiding
§ 2. Het gezag van één ouder anders dan na scheiding
§ 2a. Gezag na meerderjarigverklaring
§ 3. Het bewind van de ouders
Afdeling 3. Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de gezagsuitoefening door de ouders en de gezagsuitoefening door één van hen
Afdeling 4. Ondertoezichtstelling van kinderen
Afdeling 5. Ontheffing en ontzetting van het ouderlijk gezag
Afdeling 6. Voogdij
§ 2. Voogdij door een der ouders opgedragen
§ 3. Voogdij door de rechter opgedragen
§ 5. Ontslag van de voogdij
§ 6. Onbevoegdheid tot de voogdij
§ 7. Ondertoezichtstelling van onder voogdij staande minderjarigen
§ 8. Ontzetting van voogdij
§ 9. Het toezicht van de voogd over de persoon van de minderjarige
§ 10. Het bewind van de voogd
§ 11. De rekening en verantwoording bij het einde van de voogdij
Titel 15. Omgang, informatie en raadpleging
Titel 15a. De centrale autoriteit en burgerrechtelijke aspecten van internationale kinderontvoering
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 2. Taak en bevoegdheden van de centrale autoriteit
Afdeling 3. Rechtspleging in verband met internationale ontvoering van kinderen en het omgangsrecht
Titel 15b. Ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 3. Procedure in geval van plaatsing van een kind vanuit een openbaar lichaam in een andere staat en in geval van plaatsing van een kind vanuit een andere staat in een openbaar lichaam
Afdeling 4. Rechtspleging ter zake van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen
Afdeling 6. Internationale samenwerking van gerechten
Titel 16. Curatele
Titel 17. Levensonderhoud
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 2. Voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen en stiefkinderen
Afdeling 3. Kosten van bevalling
Afdeling 4. Uitkering tot levensonderhoud na beëindiging van een langdurige buitenhuwelijkse samenleving anders dan door de dood
Titel 18. Afwezigheid, vermissing en vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
Afdeling 1. Onderbewindstelling in geval van afwezigheid
Afdeling 2. Personen wier bestaan onzeker is
Afdeling 3. Vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
Titel 19. Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen
Titel 20. Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen
Artikel 232aa
Een in het Europese deel van Nederland uitgesproken adoptie heeft in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba de rechtsgevolgen die het Europees Nederlandse burgerlijk recht aan de adoptie verbindt, ongeacht de wettelijke regelingen en voorschriften die van toepassing zijn in deze lichamen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)