← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Justitie van 4 oktober 2010 nr 5669054/10, tot vaststelling van de Regeling toelating en uitzetting BES

Geldende tekst a fecha 2017-01-01

Gelet op de artikelen 7, derde lid,9, derde lid, onder a en 24, derde lid, van de Wet toelating en uitzetting BES en de artikelen 2.12, 3.3, zesde lid, 3.5, derde lid, onder a en b, 3.10, eerste en tweede lid, 5.17, 5.19, vierde lid, onder c, 5.20, tweede lid, onder d, 5.34, derde lid, 5.35, tweede lid, 6.2, derde lid, 6.11, tweede lid en 6.32, van het Besluit toelating en uitzetting BES;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Visa als instrumenten van het toelatingsbeleid

Artikel 2.1
1.

De beschikking, waarbij de aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf wordt ingewilligd, kan worden bekendgemaakt door uitreiking van een visumsticker als bedoeld in bijlage 1, waaruit het verleende blijkt.

2.

De beschikking, waarbij de aanvraag tot het verlenen van een terugkeervisum wordt ingewilligd, kan worden bekendgemaakt door uitreiking van een visumsticker als bedoeld in bijlage 2, waaruit het verleende blijkt.

Hoofdstuk 3. Toegang

Artikel 3.1

De passagiersgegevens, bedoeld in artikel 3.3, zesde lid, van het besluit worden elektronisch verstrekt, op de door de ambtenaar belast met de grensbewaking voorgeschreven wijze.

Artikel 3.2

Als de landen, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onder a, van het besluit, zijn aangewezen de landen vermeld in bijlage 3 bij deze regeling.

Artikel 3.3

Als de categorieën vreemdelingen, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onder b, van het besluit zijn aangewezen de vreemdelingen die behoren tot een van de categorieën, opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling, voor zover de vreemdeling:

Artikel 3.4
1.

De voorschriften en bijzondere regels, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling.

2.

Als de categorieën van personen, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het besluit, zijn aangewezen de personen die behoren tot een van de categorieën, opgenomen in bijlage 6 bij deze regeling.

Hoofdstuk 4. Toelating bij vergunning verleend of van rechtswege toegekend

Artikel 4.1
1.

Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 6 van de Wet, is de vreemdeling die in het bezit is van een machtiging tot voorlopig verblijf, geldig voor het doel waar verblijf voor wordt gevraagd, geen leges verschuldigd.

2.

Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen of wijzigen onderscheidenlijk verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 6 van de Wet, is de vreemdeling die niet in het bezit is van een machtiging tot voorlopig verblijf geldig voor het doel waar verblijf voor wordt gevraagd, voor een verblijfsdoel als bedoeld in kolom I, het daarachter vermelde bedrag in kolom II onderscheidenlijk kolom III verschuldigd.

I. Verblijfsdoel II. Verlening of wijziging III. Verlenging
a. ‘gezinshereniging of gezinsvorming’ USD 597 USD 174
b. ‘verblijf ter adoptie of als pleegkind’ USD 41 USD 41
c. ‘het verrichten van arbeid in loondienst’ USD 420 USD 280
d. ‘het verrichten van arbeid als zelfstandige’ USD 973 USD 280
e. ‘voortgezet verblijf’ USD 174 USD 174
f. ‘verblijf als gepensioneerde of rentenier’ USD 661 USD 280
g. ‘wedertoelating’ USD 740 USD 280
h. ‘het volgen van studie’ USD 312 USD 118
i. ‘verblijf als stagiair’ USD 584 niet van toepassing
j. ‘verblijf als praktikant’ USD 584 niet van toepassing
k. ‘vervolging van mensenhandel’ USD 0 USD 0
l. ‘verblijf als investeerder’ USD 661 USD 280
m. ‘verblijf als vrijwilliger’ USD 661 USD 280
Artikel 4.2
1.

In afwijking van artikel 4.1 is de vreemdeling voor een aanvraag om verlening of wijziging van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 6 van de Wet geen leges verschuldigd indien hij:

2.

In aanvulling op het eerste lid kan de Minister in overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken bepalen dat de vastgestelde leges niet zijn verschuldigd in het belang van de internationale betrekkingen.

Artikel 4.3
1.

In afwijking van artikel 4.1 is de vreemdeling voor een aanvraag om verlenging van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 6 van de Wet geen leges verschuldigd indien:

Artikel 4.4

In afwijking van artikel 4.1 is de vreemdeling geen leges verschuldigd ter zake van:

Artikel 4.5
1.

Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 6 van de Wet, is de vreemdeling een bedrag van USD 289 verschuldigd.

2.

Ter zake van de afgifte ter uitvoering van artikel 6.18, tweede lid, van het besluit, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 6 van de Wet blijkt, is de vreemdeling een bedrag van USD 41 verschuldigd.

Artikel 4.6

In afwijking van de tarieftabel in artikel 4.1, rijen a en e, en artikel 4.5, eerste lid, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van USD 134 verschuldigd.

Artikel 4.7
1.

Ter zake van de afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet, is de vreemdeling dan wel Nederlander, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de Wet een bedrag van USD 121 verschuldigd.

2.

In afwijking van het eerste lid is de vreemdeling een bedrag van USD 41 verschuldigd, ingeval sprake is van een verlenging van de termijn, bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, onder c, van het Besluit.

3.

In afwijking van het eerste lid is de persoon, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet geen leges verschuldigd.

Artikel 4.8

Als de landen, bedoeld in artikel 9, derde lid, onder a, van de Wet, zijn aangewezen de landen vermeld in bijlage 3 bij deze regeling.

Artikel 4.9

Als de landen, bedoeld in de artikelen 5.17, 5.19, vierde lid, onder c, 5.20, tweede lid, onder d en 5.35, tweede lid, van het besluit, zijn aangewezen:

Artikel 4.10
1.

Middelen van bestaan uit arbeid als zelfstandige zijn eerst duurzaam, indien zij gedurende ten minste anderhalf jaar zijn verworven en nog een jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing, indien de aanvraag strekt tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 6 van de Wet onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid als zelfstandige.

Hoofdstuk 5. Grensbewaking, toezicht en uitvoering

Artikel 5.1

De grensdoorlaatposten, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van het besluit en vermeld in kolom A van bijlage 6 bij deze regeling, zijn voor het inreizen en uitreizen van personen opengesteld gedurende de tijden, vermeld in kolom B van bijlage 7 bij deze regeling.

Artikel 5.2
1.

Het model van de bemanningslijst, bedoeld in artikel 6.11, tweede lid, van het besluit, is opgenomen in bijlage 8 bij deze regeling.

2.

Het model van de pasagierslijst, bedoeld in artikel 6.11, tweede lid, van het besluit, is opgenomen in bijlage 9 bij deze regeling.

Hoofdstuk 6. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen

Artikel 6.1

Indien de korpschef of de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee de bevoegdheid, bedoeld in artikel 22d, vierde lid, van de Wet, mandateert, doet hij dat niet dan aan een ambtenaar, belast met het toezicht op vreemdelingen, die tevens hulpofficier van justitie is.

Artikel 6.2
1.

De ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst die daartoe bevoegd is, kan de maatregel van beperking van vrijheid van beweging, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet, opleggen, wijzigen of opheffen.

2.

De korpschef kan de maatregel van beperking van vrijheid van beweging, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet in spoedeisende gevallen opleggen.

3.

Indien de korpschef van deze bevoegdheid ondermandaat verleent, doet hij dat niet dan aan een ambtenaar, belast met het toezicht op vreemdelingen, die tevens hulpofficier van justitie is.

Artikel 6.3

De maatregel, bedoeld in artikel 15c van de Wet, wordt opgelegd, gewijzigd en opgeheven door de ambtenaar bedoeld in artikel 22a, eerste lid, onder a en b, van de Wet, die tevens hulpofficier van justitie is.

Artikel 6.4

De hulpofficier van justitie die bevoegd is tot inbewaringstelling, is bevoegd tot het nemen van het besluit, bedoeld in artikel 7.5, eerste lid, van het besluit, en tot het doen van de kennisgeving, bedoeld in artikel 7.5, tweede lid, van het besluit.

Hoofdstuk 7. Algemene en slotbepalingen

Artikel 7.1
1.

De verwerking van bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Wet is noodzakelijk:

2.

De bijzondere persoonsgegevens worden ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde doeleinden opgenomen in documenten die in een persoonsgebonden dossier en in een geautomatiseerd bestand worden neergelegd. De gegevens in het geautomatiseerde bestand worden gebruikt voor het opstellen van beschikkingen.

Artikel 7.2
1.

Voorzover de bijzondere persoonsgegevens zijn opgeslagen in de vreemdelingenadministratie, wordt dit bestand beveiligd tegen ongeautoriseerd gebruik door:

2.

De autorisaties als bedoeld in het eerste lid worden toegekend aan medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de ambtenaren, bedoeld in de artikelen 22a en 22b van de Wet en de ambtenaren van de BES- unit van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

3.

De Minister stelt richtlijnen op voor het verwerken van bijzondere persoonsgegevens in het geautomatiseerde systeem.

Artikel 7.3
1.

Bijzondere persoongegevens als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Wet kunnen worden verstrekt aan de volgende derde personen en instanties:

2.

De verstrekking van bijzondere persoonsgegevens aan de in het eerste lid genoemde personen geschiedt op geen andere wijze dan schriftelijk.

Artikel 7.4

De onverenigbare verwerking van bijzondere persoonsgegevens wordt op de volgende wijze tegengegaan:

Artikel 7.5

Indien het bij koninklijke boodschap van 13 januari 2010 ingediende voorstel van wet, houdende wijziging van de Wet toelating en uitzetting BES (Kamerstukken II, 2009/10, 32 282, nrs. 1–3), nadat het tot wet is verheven, in werking treedt, treedt deze regeling op hetzelfde tijdstip in werking.

Artikel 7.6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toelating en uitzetting BES

Bijlage 1. behorend bij artikel 2.1, eerste lid, Regeling toelating en uitzetting BES (model machtiging tot voorlopig verblijf)

Bijlage 1. behorend bij artikel 2.1, eerste lid, Regeling toelating en uitzetting BES (model machtiging tot voorlopig verblijf)

Bijlage 1. behorend bij artikel 2.1, eerste lid, Regeling toelating en uitzetting BES (model machtiging tot voorlopig verblijf)

Niet MVV-plichtig

Lidstaten van de EU

Lidstaten van de EER

Lidstaten van de EER

Australië

Canada

Japan

Monaco

Nieuw-Zeeland

Vaticaanstad

Verenigde Staten

Zuid-Korea

Bijlage 4. behorend bij artikel 3.3 Regeling toelating en uitzetting BES (categorieën vreemdelingen die toegang tot de openbare lichamen hebben, zonder in het bezit te zijn van een MVV)

Bijlage 4. behorend bij artikel 3.3 Regeling toelating en uitzetting BES (categorieën vreemdelingen die toegang tot de openbare lichamen hebben, zonder in het bezit te zijn van een MVV)

Voorschriften voor de zeegrenzen

Voor verplichtingen met het oog op grensbewaking bij binnenkomst over zee wordt verwezen naar artikelen 6.6 tot en met 6.10 BTU-BES.

Controles van schepen worden gedaan door ambtenaren belast met de grensbewaking. Schepen worden gecontroleerd:

Controles van schepen worden gedaan door ambtenaren belast met de grensbewaking. Schepen worden gecontroleerd:

De controle kan ook tijdens de vaart worden gedaan, of bij aankomst of vertrek van het vaartuig op het grondgebied van een derde land.

Met deze controle wordt nagegaan of de bemanning en de passagiers aan de in artikel 2r WTU-BES bedoelde voorwaarden voldoen.

De gezagvoerder of de scheepsagent, stelt een bemanningslijst en, in voorkomend geval, een passagierslijst in tweevoud op.

Op grond van artikel 6.8, eerste lid, BTU-BES verstrekt de gezagvoerder of de scheepsagent de bemannings- en passagierslijst onmiddellijk bij het binnenvaren van de openbare lichamen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. De lijsten met de namen worden afgestempeld in de eerste haven van binnenkomst op het grondgebied van de openbare lichamen en nadien telkens wanneer deze worden gewijzigd. Als deze lijsten in geval van overmacht niet aan de ambtenaar belast met de grensbewaking kunnen worden overhandigd, wordt een kopie afgegeven bij de grensdoorlaatpost.

Van beide lijsten wordt één exemplaar naar behoren afgetekend door de ambtenaar belast met de grensbewaking en aan de gezagvoerder teruggegeven. Het exemplaar moet tijdens de ligtijd op eenvoudig verzoek te overleggen zijn.

Op grond van artikel 6.8, tweede lid, BTU-BES meldt de gezagvoerder of in diens plaats de scheepsagent alle wijzigingen met betrekking tot de samenstelling van de bemanning of de passagiers bij de bevoegde autoriteit.

Verder meldt de gezagvoerder op grond van het vierde lid onmiddellijk en zo mogelijk vóór het binnenlopen van het vaartuig in de haven, de aanwezigheid van verstekelingen bij de bevoegde autoriteiten. De verstekelingen blijven echter onder de verantwoordelijkheid van de gezagvoerder.

De gezagvoerder of de scheepsagent stelt op grond van artikel 6.9 BTU-BES het hoofd van de doorlaatpost tijdig in kennis van de afvaart van het vaartuig. De kennisgeving wordt ten hoogste zes en ten minste drie uren voor het daadwerkelijke vertrek gedaan. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt vervolgens het tweede exemplaar van de vooraf ingevulde en afgetekende lijst of lijsten terug. Als een schip vertraging heeft kan de uitreiscontrole opnieuw plaatsvinden.

Specifieke controleprocedures voor bepaalde soorten zeeschepen

Cruiseschepen

De bemanningsleden en passagiers van cruiseschepen zijn in beginsel niet onderworpen aan grenscontroles. In de paspoorten van de bemanning en passagiers worden geen stempels aangebracht (zie artikel 2v, tweede lid, onder d, WTU-BES).

Wel moet de gezagvoerder van een cruiseschip of de scheepsagent de vaarroute en het programma van de cruise ten minste 24 uur vóór de afvaart uit de haven van vertrek en vóór de aankomst in de volgende haven op het grondgebied van de openbare lichamen aan de betrokken ambtenaren belast met de grensbewaking verstrekken. Daarnaast geldt de standaard procedure betreffende het tijdig overleggen van de bemannings- en passagierslijsten.

Wel moet de gezagvoerder van een cruiseschip of de scheepsagent de vaarroute en het programma van de cruise ten minste 24 uur vóór de afvaart uit de haven van vertrek en vóór de aankomst in de volgende haven op het grondgebied van de openbare lichamen aan de betrokken ambtenaren belast met de grensbewaking verstrekken. Daarnaast geldt de standaard procedure betreffende het tijdig overleggen van de bemannings- en passagierslijsten.

Op de lijst met de namen van de bemanningsleden en de passagiers worden vermeld:

Als het cruiseschip uit een in een derde land gelegen haven komt en voor het eerst een haven op het grondgebied van de openbare lichamen aandoet, worden de bemanning en de passagiers aan inreiscontroles onderworpen op basis van de lijst met de namen van de bemanningsleden en de passagiers.

Als het cruiseschip uit een in een derde land gelegen haven komt en opnieuw een op het grondgebied van de openbare lichamen gelegen haven aandoet, worden de bemanning en de passagiers aan inreiscontroles onderworpen op basis van de lijst met de namen van de bemanningsleden en de passagiers. Dit geldt voor zover die lijsten zijn gewijzigd sinds het cruiseschip de vorige haven op het grondgebied van de openbare lichamen heeft aangedaan.

Voorschriften voor de luchtgrenzen

Passagiers die aan land gaan, worden niet aan inreiscontroles onderworpen, tenzij een beoordeling van het veiligheidsrisico of van het risico van illegale immigratie duidelijk maakt dat die controles wel moeten worden uitgevoerd.

Op grond van artikel 6.11, eerste en tweede lid, BTU-BES verstrekt de gezagvoerder van het vliegtuig in tweevoud aan een ambtenaar belast met de grensbewaking de verklaring en de gegevens over de bemanning en passagiers. Dit gebeurt direct bij binnenkomst op de luchthaven. De modellen zijn te vinden in de RTU-BES.

Op grond van artikel 6.11, eerste en tweede lid, BTU-BES verstrekt de gezagvoerder van het vliegtuig in tweevoud aan een ambtenaar belast met de grensbewaking de verklaring en de gegevens over de bemanning en passagiers. Dit gebeurt direct bij binnenkomst op de luchthaven. De modellen zijn te vinden in de RTU-BES.

Op grond van artikel 6.11, derde lid, WTU-BES zijn de gezagvoerder en diens luchtvaartmaatschappij verplicht op verzoek van de ambtenaar belast met grensbewaking alle inlichtingen te verstrekken over de vreemdelingen die door deze luchtvaartmaatschappij zijn vervoerd (naar en tussen de openbare lichamen).

In beginsel vinden grenscontroles plaats op de luchthavens die zijn aangemerkt als grensdoorlaatposten. Controles van vliegtuigen worden verricht door ambtenaren belast met de grensbewaking. Er worden geen grenscontroles uitgevoerd in het luchtvaartuig of aan de gate, tenzij er een redelijk vermoeden bestaat dat met het vliegtuig personen worden vervoerd met betrekking tot wie de ambtenaren belast met de grensbewaking een toezichthoudende taak hebben (artikel 22e WTU-BES). Zo kan van de gezagvoerder van een luchtvaartuig worden gevorderd (artikel 22e, tweede lid WTU-BES) dat hij zijn luchtvaartuig naar een bepaalde plaats overbrengt. De ambtenaren belast met de grensbewaking zijn bevoegd deze vordering te doen. Deze vordering wordt in verband met de veiligheid van het luchthaventerrein gedaan door tussenkomst van de luchtverkeersleiding. De luchtverkeersleiding bepaalt de plaats op het luchthaventerrein waarheen het luchtvaartuig zal worden overgebracht (artikel 6.12 BTU-BES).

Met de grenscontrole wordt nagegaan of de personen aan boord van het vliegtuig aan de in artikel 2r WTU-BES bedoelde voorwaarden voldoen. Bijzondere regels in verband met de grenscontrole van piloten en bemanningsleden van vliegtuigen worden behandeld bijlage 6 bij deze regeling.

Met de grenscontrole wordt nagegaan of de personen aan boord van het vliegtuig aan de in artikel 2r WTU-BES bedoelde voorwaarden voldoen. Bijzondere regels in verband met de grenscontrole van piloten en bemanningsleden van vliegtuigen worden behandeld bijlage 6 bij deze regeling.

Specifieke controleprocedures voor personen op particuliere vluchten

Wanneer een luchtvaartuig dat een verbinding uit een derde land verzorgt, in geval van overmacht, bij dreigend gevaar of op instructie van de bevoegde autoriteiten of landt zonder dat daarvoor toestemming is gegeven, kan de vlucht niet worden voortgezet zonder de toestemming van de grenswachters en de douaneautoriteiten.

Bij particuliere vluchten uit of naar derde landen verstrekt de gezagvoerder aan de grenswachters van het openbaar lichaam van bestemming vóór het opstijgen een "algemene verklaring" (general declaration), die met name een vliegplan als bedoeld in bijlage 2 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart en gegevens betreffende de identiteit van de passagiers bevat.

Bijlage 6. behorend bij artikel 3.10, tweede lid, Regeling toelating en uitzetting BES (bijzondere regels voor bepaalde categorieën personen)

1. Staatshoofden

In afwijking van artikel 2r t/m 2x WTU-BES hoeven staatshoofden en hun gevolg wier aankomst en vertrek langs diplomatieke weg officieel aan de grenswachters is aangekondigd, niet aan grenscontrole te worden onderworpen.

1. Staatshoofden

In afwijking van artikel 2r t/m 2x WTU-BES hoeven staatshoofden en hun gevolg wier aankomst en vertrek langs diplomatieke weg officieel aan de grenswachters is aangekondigd, niet aan grenscontrole te worden onderworpen.

Voor de controle op de bemanningsleden van vliegtuigen gelden de voorschriften van de artikelen 2r tot en met 2x WTU-BES. Bemanningsleden van vliegtuigen worden zoveel mogelijk met voorrang gecontroleerd. Dit betekent dat deze controle hetzij plaatsvindt voordat de passagiers worden gecontroleerd, hetzij aan aparte controleposten wordt verricht. In afwijking van artikel 2r WTU-BES mogen de bemanningsleden die bij het dienstdoende grenscontrolepersoneel bekend zijn, steekproefsgewijs worden gecontroleerd.

3. Zeelieden

Voor de controle op de bemanningsleden van vliegtuigen gelden de voorschriften van de artikelen 2r tot en met 2x WTU-BES. Bemanningsleden van vliegtuigen worden zoveel mogelijk met voorrang gecontroleerd. Dit betekent dat deze controle hetzij plaatsvindt voordat de passagiers worden gecontroleerd, hetzij aan aparte controleposten wordt verricht. In afwijking van artikel 2r WTU-BES mogen de bemanningsleden die bij het dienstdoende grenscontrolepersoneel bekend zijn, steekproefsgewijs worden gecontroleerd.

Dit belet niet dat, naar gelang van de beoordeling van het veiligheidsrisico of het risico van illegale immigratie, zeelieden door de grenswachters aan een controle overeenkomstig artikel 2t WTU-BES worden onderworpen voordat zij het vaartuig verlaten.

Dit belet niet dat, naar gelang van de beoordeling van het veiligheidsrisico of het risico van illegale immigratie, zeelieden door de grenswachters aan een controle overeenkomstig artikel 2t WTU-BES worden onderworpen voordat zij het vaartuig verlaten.

Indien een zeeman een bedreiging voor de openbare orde, de binnenlandse veiligheid of de volksgezondheid vormt, kan hem het recht worden ontzegd het vaartuig te verlaten.

4. Houders van een diplomatiek, een officieel of een dienstpaspoort en leden van internationale organisaties

Zeelieden die zich buiten de binnengevaren haven wensen te begeven, moeten voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst op het grondgebied van de lidstaten als bedoeld in artikel 2r WTU-BES.

In afwijking van artikel 2r WTU-BES, zijn de houders van genoemde documenten vrijgesteld van de verplichting om aan te tonen dat zij over voldoende middelen van bestaan beschikken.

In afwijking van artikel 2r WTU-BES, zijn de houders van genoemde documenten vrijgesteld van de verplichting om aan te tonen dat zij over voldoende middelen van bestaan beschikken.

Wanneer iemand zich op voorrechten, immuniteiten of vrijstellingen beroept, kan de grenswachter verlangen dat deze persoon, door overlegging van passende documenten – met name door de ontvangende staat afgegeven verklaringen of een diplomatiek paspoort – of op enige andere wijze aantoont dat hij of zij de betrokken voorrechten, immuniteiten of vrijstellingen geniet. In geval van twijfel kan de grenswachter zich in spoedeisende gevallen rechtstreeks tot het ministerie van Buitenlandse Zaken richten.

5. Minderjarigen

Onder de bedoelde door internationale organisaties afgegeven documenten wordt in deze paragraaf met name verstaan:

Wanneer het een begeleide minderjarige betreft, gaat de grenswachter na of de begeleidende volwassene het ouderlijk gezag over de minderjarige uitoefent, in het bijzonder wanneer de minderjarige door slechts één volwassene wordt begeleid en er ernstige redenen bestaan om aan te nemen dat de minderjarige onwettig is onttrokken aan het toezicht van de persoon of personen die wettelijk het ouderlijke gezag over hem uitoefenen. In dat geval verricht de grenswachter verder onderzoek, teneinde eventuele onverenigbare of tegenstrijdige elementen in de verstrekte inlichtingen te ontdekken.

Wanneer het een begeleide minderjarige betreft, gaat de grenswachter na of de begeleidende volwassene het ouderlijk gezag over de minderjarige uitoefent, in het bijzonder wanneer de minderjarige door slechts één volwassene wordt begeleid en er ernstige redenen bestaan om aan te nemen dat de minderjarige onwettig is onttrokken aan het toezicht van de persoon of personen die wettelijk het ouderlijke gezag over hem uitoefenen. In dat geval verricht de grenswachter verder onderzoek, teneinde eventuele onverenigbare of tegenstrijdige elementen in de verstrekte inlichtingen te ontdekken.

Bijlage 7. behorend bij artikel 5.1 Regeling toelating en uitzetting BES

A. grensdoorlaatpost B. openstellingstijden
In het openbaar lichaam Bonaire: In het openbaar lichaam Bonaire:
– de rede van Kralendijk 07.00–19.00 uur
– Blauwe Pan en Brazil op afroep
– Flamingo luchthaven 00.00–24.00 uur
In het openbaar lichaam Sint Eustatius: In het openbaar lichaam Sint Eustatius:
– de Oranjebaai 07.00–19.00 uur
- luchthaven 07.00–20.00 uur
In het openbaar lichaam Saba: In het openbaar lichaam Saba:
– de Fortbaai 07.00–19.00 uur
– luchthaven 07.00–18.00 uur

Bijlage 7. behorend bij artikel 5.1 Regeling toelating en uitzetting BES

A. grensdoorlaatpost B. openstellingstijden
In het openbaar lichaam Bonaire: In het openbaar lichaam Bonaire:
– de rede van Kralendijk 07.00–19.00 uur
– Blauwe Pan en Brazil op afroep
– Flamingo luchthaven 00.00–24.00 uur
In het openbaar lichaam Sint Eustatius: In het openbaar lichaam Sint Eustatius:
– de Oranjebaai 07.00–19.00 uur
- luchthaven 07.00–20.00 uur
In het openbaar lichaam Saba: In het openbaar lichaam Saba:
– de Fortbaai 07.00–19.00 uur
– luchthaven 07.00–18.00 uur

Bijlage 7. behorend bij artikel 5.1 Regeling toelating en uitzetting BES

A. grensdoorlaatpost B. openstellingstijden
In het openbaar lichaam Bonaire: In het openbaar lichaam Bonaire:
– de rede van Kralendijk 07.00–19.00 uur
– Blauwe Pan en Brazil op afroep
– Flamingo luchthaven 00.00–24.00 uur
In het openbaar lichaam Sint Eustatius: In het openbaar lichaam Sint Eustatius:
– de Oranjebaai 07.00–19.00 uur
- luchthaven 07.00–20.00 uur
In het openbaar lichaam Saba: In het openbaar lichaam Saba:
– de Fortbaai 07.00–19.00 uur
– luchthaven 07.00–18.00 uur

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2.1
1.

De beschikking, waarbij de aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf wordt ingewilligd, kan worden bekendgemaakt door uitreiking van een visumsticker als bedoeld in bijlage 1, waaruit het verleende blijkt.

2.

De beschikking, waarbij de aanvraag tot het verlenen van een terugkeervisum wordt ingewilligd, kan worden bekendgemaakt door uitreiking van een visumsticker als bedoeld in bijlage 2, waaruit het verleende blijkt.

Hoofdstuk 3. Toegang

Hoofdstuk 4. Toelating bij vergunning verleend of van rechtswege toegekend

Hoofdstuk 5. Grensbewaking, toezicht en uitvoering

Hoofdstuk 6. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen

Hoofdstuk 7. Algemene en slotbepalingen

Bijlage 2. behorend bij artikel 2.1, tweede lid, Regeling toelating en uitzetting BES (model terugkeervisum)

Niet MVV-plichtig

Zwitserland

Bijlage 4. behorend bij artikel 3.3 Regeling toelating en uitzetting BES (categorieën vreemdelingen die toegang tot de openbare lichamen hebben, zonder in het bezit te zijn van een MVV)

Voorschriften voor de zeegrenzen

Voor de bijzondere regels in verband met de toegangs- en grenscontrole van zeelieden wordt verwezen naar paragraaf 3 van bijlage 6.

Cruiseschepen

Passagiers die aan land gaan, worden niet aan inreiscontroles onderworpen, tenzij een beoordeling van het veiligheidsrisico of van het risico van illegale immigratie duidelijk maakt dat die controles wel moeten worden uitgevoerd.

Voorschriften voor de luchtgrenzen

Wanneer een luchtvaartuig dat een verbinding uit een derde land verzorgt, in geval van overmacht, bij dreigend gevaar of op instructie van de bevoegde autoriteiten of landt zonder dat daarvoor toestemming is gegeven, kan de vlucht niet worden voortgezet zonder de toestemming van de grenswachters en de douaneautoriteiten.

Specifieke controleprocedures voor personen op particuliere vluchten

Bij particuliere vluchten uit of naar derde landen verstrekt de gezagvoerder aan de grenswachters van het openbaar lichaam van bestemming vóór het opstijgen een "algemene verklaring" (general declaration), die met name een vliegplan als bedoeld in bijlage 2 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart en gegevens betreffende de identiteit van de passagiers bevat.

Bijlage 6. behorend bij artikel 3.10, tweede lid, Regeling toelating en uitzetting BES (bijzondere regels voor bepaalde categorieën personen)

1. Staatshoofden

In afwijking van artikel 2r t/m 2x WTU-BES hoeven staatshoofden en hun gevolg wier aankomst en vertrek langs diplomatieke weg officieel aan de grenswachters is aangekondigd, niet aan grenscontrole te worden onderworpen.

2. Piloten en andere bemanningsleden van vliegtuigen

Voor de controle op de bemanningsleden van vliegtuigen gelden de voorschriften van de artikelen 2r tot en met 2x WTU-BES. Bemanningsleden van vliegtuigen worden zoveel mogelijk met voorrang gecontroleerd. Dit betekent dat deze controle hetzij plaatsvindt voordat de passagiers worden gecontroleerd, hetzij aan aparte controleposten wordt verricht. In afwijking van artikel 2r WTU-BES mogen de bemanningsleden die bij het dienstdoende grenscontrolepersoneel bekend zijn, steekproefsgewijs worden gecontroleerd.

3. Zeelieden

Zeelieden die zich buiten de binnengevaren haven wensen te begeven, moeten voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst op het grondgebied van de lidstaten als bedoeld in artikel 2r WTU-BES.

4. Houders van een diplomatiek, een officieel of een dienstpaspoort en leden van internationale organisaties

Onder de bedoelde door internationale organisaties afgegeven documenten wordt in deze paragraaf met name verstaan:

5. Minderjarigen

Wanneer een minderjarige alleen reist, zorgt de grenswachter ervoor, door middel van een grondige controle van de reisdocumenten en de bewijsstukken, dat de minderjarige het grondgebied niet verlaat tegen de wil van de personen die het ouderlijk gezag over hem uitoefenen.

Bijlage 8. behorend bij artikel 5.2, tweede lid, Regeling toelating en uitzetting BES

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 5.1a

Als ambtenaren belast met het toezicht op de naleving en de uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking en met betrekking tot het toezicht op personen als bedoeld in artikel 22a, eerste lid, onder c, van de Wet zijn aangewezen de medewerkers grensbewaking van de Rijksdienst Caribisch Nederland.

Hoofdstuk 6. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen

Hoofdstuk 7. Algemene en slotbepalingen

Bijlage 3. behorend bij artikel 3.2 Regeling toelating en uitzetting BES en artikel 9, derde lid, onder a, Wet toelating en uitzetting BES (landen van welke de onderdanen zijn vrijgesteld van de MVV-plicht)

Niet MVV-plichtig

Zwitserland

Bijlage 5. behorend bij artikel 3.10, eerste lid, Regeling toelating en uitzetting BES (specifieke voorschriften voor de verschillende soorten grenzen en de verschillende vervoermiddelen die voor de overschrijding van de buitengrenzen van de openbare lichamen worden gebruikt)

Voorschriften voor de zeegrenzen

Voor de bijzondere regels in verband met de toegangs- en grenscontrole van zeelieden wordt verwezen naar paragraaf 3 van bijlage 6.

Cruiseschepen

Voorschriften voor de luchtgrenzen

Specifieke controleprocedures voor personen op particuliere vluchten

Als niet met zekerheid kan worden bepaald of een vlucht uit of naar het grondgebied van de openbare lichamen geen tussenlanding op het grondgebied van een derde land maakt, verrichten de bevoegde autoriteiten een personencontrole overeenkomstig de artikelen 6.11 en 6.12 BTU.

Bijlage 6. behorend bij artikel 3.10, tweede lid, Regeling toelating en uitzetting BES (bijzondere regels voor bepaalde categorieën personen)

2. Piloten en andere bemanningsleden van vliegtuigen

3. Zeelieden

4. Houders van een diplomatiek, een officieel of een dienstpaspoort en leden van internationale organisaties

5. Minderjarigen

Wanneer een minderjarige alleen reist, zorgt de grenswachter ervoor, door middel van een grondige controle van de reisdocumenten en de bewijsstukken, dat de minderjarige het grondgebied niet verlaat tegen de wil van de personen die het ouderlijk gezag over hem uitoefenen.

Bijlage 9. behorend bij artikel 5.2, tweede lid, Regeling toelating en uitzetting BES

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2.2
1.

De beschikking, waarbij de aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf wordt ingewilligd, kan worden bekendgemaakt door uitreiking van een visumsticker als bedoeld in bijlage 1, waaruit het verleende blijkt.

2.

De beschikking, waarbij de aanvraag tot het verlenen van een terugkeervisum wordt ingewilligd, kan worden bekendgemaakt door uitreiking van een visumsticker als bedoeld in bijlage 2, waaruit het verleende blijkt.