Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2.2. Vereiste bescheiden arbeid als zelfstandige op grond van het Verdrag
Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende te zijn verzekerd tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
6. Geldigheidsduur
3. Aanvraag gedurende verblijf in de vrije termijn
4. Verblijfsvoorwaarden
4. Verblijfsvoorwaarden
3. Aanvraag gedurende verblijf in de vrije termijn
4. Verblijfsvoorwaarden
Dit verblijfsrecht is tijdelijk van aard. Dit moet uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend, worden vermeld.
6.2. Arbeidsmarktaantekening
7. Het verrichten van arbeid
9. Verandering van opleiding of onderwijsinstelling
Een pensioenuitkering moet op het tijdstip waarop de aanvraag om een verblijfsvergunning is ontvangen of de beschikking wordt gegeven nog ten minste één jaar beschikbaar zijn. Dit kan worden aangetoond met een verklaring of brief van het pensioenfonds.
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 9, eerste lid, WTU-BES van toepassing. Deze staan in hoofdstuk 3 van de CTU-BES.
Hoofdstuk 9. Investeerders
2. Verblijfsvoorwaarden
5.3. Arbeidsmarktaantekening
5.1. Beperking
5.2. Arbeidsmarktaantekening
4. Gezinshereniging
5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
3. Vereiste bescheiden
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Het verblijfsrecht van de hoofdpersoon/vrijwilliger is tijdelijk (zie artikel 5.3, tweede lid, onder f, BTU-BES). Artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES en bovenstaande beleidsregel maken het mogelijk dat ook in dat geval een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging kan worden verleend.
2.2. Vereiste bescheiden
1.1. Inleiding
2.2. Vereiste bescheiden
2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Een schijnhuwelijk is een huwelijk dat wordt aangegaan met als doel de nog niet of niet meer tot de openbare lichamen toegelaten buitenlandse partner een verblijfsrecht te verschaffen. Het gaat hierbij om voorgenomen huwelijken die op de openbare lichamen zullen plaatsvinden en huwelijken die in het buitenland zijn gesloten.
2.3.1. Beperking
2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
2.3.3. Voorschrift
2.4. Geldigheidsduur
3. Schijnhuwelijk
4.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
4.3.1. Beperking
4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
4.3.3. Voorschrift
4.4. Geldigheidsduur
5. Minderjarige kinderen
5.1. Verblijfsvoorwaarden
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s))’.
6. Verruimde gezinshereniging
Verder wordt de eis gesteld dat achterlating van de persoon die om toelating verzoekt bij zijn/haar kind in de openbare lichamen een onevenredige hardheid oplevert.
5.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
7.3. Belangenafweging
3. Buitenlandse pleegkinderen
7.4.2. Arbeidsmarktaantekening
7.5. Geldigheidsduur
Hoofdstuk 12. Buitenlandse adoptiekinderen en buitenlandse pleegkinderen
1. Inleiding
3.3.1. Beperking
2.3. Oud-Nederlanders die geboren en getogen zijn buiten de openbare lichamen
2.3.3. Vereiste bescheiden
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kan worden verleend aan de vreemdeling die:
8.5. Aard van het verblijfsrecht
8.6. Verlenging geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
Hoofdstuk 14. Mensenhandel
1. Inleiding
2. Slachtoffer mensenhandel
De aanvraag wordt niet afgewezen:
4.2.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES).
6.2. Verblijfsvoorwaarden getuige-aangever
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de getuige-aangever kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- en vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan. Hierbij is van belang dat het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen noodzakelijk acht. Als het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen niet van belang acht, wordt de aanvraag om verlenging afgewezen.
7.1. Algemeen
2. Voortgezet verblijf na verblijf als minderjarige in het kader van gezinshereniging
2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
2.3.3. Voorschriften
3. Voortgezet verblijf voor de overige gezinsleden
Bij de beoordeling of artikel 8 EVRM aanleiding vormt om toch voortzetting van het verblijf toe te staan moet gedacht worden aan de volgende omstandigheden:
Voorbeeld 2:
Er kan ook sprake zijn van objectieve belemmeringen om het gezinsleven buiten de openbare lichamen voort te zetten. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan:
3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
3.3.3. Voorschrift
3.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
4.1. Verblijfsvoorwaarden
4.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
4.3.3. Voorschrift
4.4. Geldigheidsduur
5.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
5.3.2. Arbeidsmarktaantekening
5.3.3. Voorschrift
5.4. Geldigheidsduur
2.2. Vervolgingsgronden
2.2.2. Vervolging vanwege godsdienst
2.2.4. Vervolging vanwege nationaliteit en ras
2.4. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
aanleiding zijn om tot vluchtelingschap te besluiten, indien de betrokkene ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren heeft tegen de vervulling van de dienstplicht.
2.5. Bijzondere situaties
2.5.1. Refugiés sur place
De vrees voor vervolging hoeft niet altijd aanwezig te zijn op het moment dat iemand zijn land verlaat. Een persoon die geen vervolging te vrezen had op het moment dat hij zijn land van herkomst verliet, maar op een later tijdstip tijdens zijn verblijf buiten het land van herkomst vluchteling wordt heet ‘refugié sur place’. Er zijn twee mogelijke omstandigheden die iemand tot refugié sur place maken.
2.5.3. Minderjarige vreemdelingen
2.6. Artikelen 1B tot en met 1F Vluchtelingenverdrag
2.6.4. Artikel 1D
2.6.5. Artikel 1E
3.2.1. Uitzonderlijke situatie
3.2.3. Kwetsbare minderheidsgroep
3.3. Het verbod op uitzetting heeft een absoluut karakter
4.1. Afwijzing zonder statusbepaling
4.2.1. Algemeen
4.2.2. Toetsingsvolgorde bij toetsing aan het Vluchtelingenverdrag
4.4.2. Openbare orde en het Vluchtelingenverdrag
4.4.3. Openbare orde en artikel 3 EVRM
5. De procedure van verzoeken om bescherming
5.3. Handelingen in het kader van het toezicht
Wanneer een vreemdeling een aanvraag om bescherming wil indienen en er geen aanleiding bestaat om de vreemdeling in bewaring te stellen, dient de ambtenaar belast met grensbewaking (die tevens bevoegd is om handelingen in het kader van toezicht uit te voeren) of de ambtenaar belast met toezicht handelingen uit te voeren ter voorbereiding van de indiening en behandeling van de aanvraag om bescherming.
5.8. Het horen van de vreemdeling en de beslissing
5.10. De strekking van de beslissing
5.10.1. Inwilligende beslissing
5.10.3. Afwijzende beslissing met de beslissing dat de vreemdeling mag worden uitgezet
5.10.4. Bijzondere situatie: de vreemdeling krijgt geen verblijfsvergunning maar mag niet worden uitgezet
5.11. Kennisgeving van beslissingen en aanzegging van vertrek
5.12. Vertrek van de vreemdeling
De vreemdeling kan zich in verbinding stellen met de IND unit Caribisch Nederland om een afspraak te maken voor de indiening van een tweede of opvolgende aanvraag. Op de afgesproken datum wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld de aanvraagformulieren te ondertekenen. De vreemdeling wordt gevraagd de nieuwe feiten en omstandigheden te noemen. Indien de IND unit Caribisch Nederland constateert dat er sprake is van een herhaling van hetgeen al in de eerdere procedure naar voren is gebracht, wordt het gehoor gestopt. De IND unit Caribisch Nederland brengt in dit geval de politie of de ambtenaar belast met de grensbewaking, direct – telefonisch en schriftelijk – van het voorlopig oordeel op de hoogte dat de betrokkene de afronding van de procedure niet mag afwachten. Een voorlopige voorziening gericht tegen het vertrek mag, indien er geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn, niet worden afgewacht.
Hoofdstuk 17. Vertrek, uitzetting en ongewenstverklaring
2. Vertrek
2. Vertrek
2.2. Vertrek naar een ander land dan het land van herkomst
2.3.4. Onthouden van een vertrektermijn
2.4. Reisdocumenten
3. Uitzetting
3.4. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
3.7. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
4. Bericht van vertrek of uitzetting
5. Vreemdelingen in de strafrechtketen
6. Ongewenstverklaring
6.1. Inleiding
6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
6.5.1. Inleiding
6.5.3. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
Hoofdstuk 18. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
2.2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
2.2.2. Aanmelding vreemdeling
2.2.3. Het lichten van vreemdelingen
1. Inleiding
2. Bezwaar en beroep algemeen
2.1. Vereisten voor de indiening van bezwaar
De IND-unit Caribisch Nederland streeft er naar om binnen uiterlijk vier maanden na de datum van indiening op het bezwaarschrift te beslissen (zie artikel 69, eerste lid, WarBES).
In het geval de vreemdeling bezwaar of beroep instelt tegen een beschikking waarbij hem verder verblijf wordt ontzegd, neemt de IND-unit Caribisch Nederland het verblijfsdocument niet in als de uitzetting hangende het bezwaar of beroep mag worden afgewacht.
2.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening
Een vreemdeling mag een verzoek om een voorlopige voorziening, gericht tegen de uitzetting afwachten, tenzij:
2.4. Beroep
De IND-unit Caribisch Nederland is verplicht om bij de beschikking mededeling te doen van de mogelijkheid van het indienen van beroep en de termijn waarbinnen het beroepschrift moet zijn ingediend bij het Gerecht in Eerste Aanleg (artikel 16, lid 4, WarBES). De beroepstermijn bedraagt, in afwijking van de WarBES, vier weken.
Als betrokkene verblijft op Saba of Sint Eustatius, dan moet het beroepschrift worden gestuurd naar de Griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg te Sint Maarten.
De IND-unit Caribisch Nederland kan, in het geval gewichtige redenen daartoe aanleiding geven, het verstrekken van inlichtingen of stukken weigeren dan wel meedelen dat uitsluitend het Gerecht in Eerste Aanleg kennis mag nemen van de verstrekte inlichtingen of stukken. Hiervan is sprake als de beslissing berust op vertrouwelijke informatie.
Het Gerecht in Eerste Aanleg kan aanvullende informatie inwinnen bij de IND-unit Caribisch Nederland, maar ook bij andere overheidsinstanties.
2.5. Hoger beroep
Een vreemdeling kan in hoger beroep gaan bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Wanneer een vreemdeling in hoger beroep gaat, moet hij een kopie van het hoger beroepschrift aan de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel (dus de IND-unit Caribisch Nederland) verzenden.
3. Bijzondere rechtsmiddelen in de situatie van vrijheidsontneming
In de situatie van vrijheidsontneming gelden bijzondere rechtsmiddelen. Deze zijn uitgewerkt in de artikelen 22j – 22x, WTU-BES.
4. Klachten
De Awb is niet van toepassing op de openbare lichamen, met uitzondering van hoofdstuk 9 (klachtbehandeling). Dit betekent dat vreemdelingen volgens hoofdstuk 9 van de Awb klachten kunnen indienen tegen de gedragingen van de IND unit Caribisch Nederland tot een jaar nadat de gedraging plaats heeft gevonden. Ongeacht de geldende wettelijke termijn ontvangt de IND unit Caribisch Nederland de klachten bij voorkeur zo snel mogelijk nadat de gedraging zich heeft voorgedaan.
De IND-BES unit doet de ingekomen klacht zoveel mogelijk informeel af, waarbij de IND unit Caribisch Nederland in samenspraak met de klager een oplossing zoekt. Van de informeel gemaakte afspraken wordt een telefoonnotitie gemaakt. Hierin wordt vastgelegd of de klager akkoord gaat dat de IND unit Caribisch Nederland de klacht als afgehandeld mag beschouwen. De klager wordt de telefoonnotitie toegezonden. Indien de klager niet akkoord gaat met een informele afdoening, wordt schriftelijk aangegeven of de klacht als gegrond of ongegrond wordt beschouwd. Als de klager niet tevreden is over de klachtafhandeling of indien de klachtafhandeling niet tijdig heeft plaatsgevonden, kan de klager zich wenden tot de Nationale ombudsman.
Modellen CTU-BES
De ambtenaar weigert de toegang aan de vreemdeling die is gesignaleerd in een van bovengenoemde database. Hiervan kan worden afgeweken als Onze Minister dit noodzakelijk acht op grond van klemmende redenen van humanitaire aard, in het belang van het land of internationale betrekkingen.
2.3.1. Geldig document voor grensoverschrijding
De ambtenaar belast met grensbewaking is bevoegd om zelfstandig een bijzonder doorlaatbewijs af te geven aan een niet-visumplichtige vreemdeling. Voor afgifte moet steeds aan elk van de volgende voorwaarden zijn voldaan:
2.3.2. Visum voor kort verblijf, terugkeervisum, machtiging tot voorlopig verblijf (mvv)
De regels over het terugkeervisum worden nader uitgewerkt in paragraaf 6 van dit hoofdstuk.
2.3.3. Het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf
Het door de vreemdeling opgegeven doel en de duur van het voorgenomen verblijf moet aannemelijk worden gemaakt. Ter onderbouwing hiervan moet de vreemdeling alle gegevens verstrekken en beschikbare documenten tonen. Indien het doel en de voorgenomen verblijfsduur niet voldoende aannemelijk zijn gemaakt wordt de toegang op grond van artikel 2r, eerste lid, onder c, WTU-BES geweigerd.
2.3.4. Voldoende middelen van bestaan
2.3.5. Geen gevaar voor de openbare orde, openbare veiligheid, de volksgezondheid of de internationale betrekkingen
2.3.6. Signalering (inter)nationale database
Bij twijfel kan de ambtenaar belast met de grensbewaking contact opnemen met de IND-unit Caribisch Nederland en de zaak voorleggen. De IND-unit Caribisch Nederland beslist of aan de vreemdeling alsnog toegang moet worden verleend op grond van klemmende redenen van humanitaire aard, in het belang van het land of de internationale betrekkingen. In het laatste geval dient de ambtenaar belast met de grensbewaking contact op te nemen met de Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid (DCV) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De vreemdeling moet natuurlijk ook voldoen aan alle overige voorwaarden voor toegang.
3.1. Algemeen
Het bovenstaande doet niet af aan de mogelijkheid om aangifte te doen betreffende mensenhandel. Zie hiervoor hoofdstuk 14 CTU-BES.
Het kan voorkomen dat een vreemdeling bij een ambtenaar belast met de grensbewaking aangeeft een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bescherming te willen indienen. Voor de procedure wordt verwezen naar hoofdstuk 16 CTU-BES.
3.2. Minimumcontrole en grondige controle
Een grondige controle bij uitreis staat uitgewerkt in artikel 2t, derde lid, WTU-BES. Daarbij kan worden onderzocht:
3.3. Stempel
3.5. Toegangsverlening onder voorwaarden
Er kan door ambtenaren belast met grensbewaking aan de vreemdeling ‘toegang onder voorwaarden’ worden verleend als er sprake is van:
De aantekeningen worden geplaatst door middel van het aanbrengen van de sticker ’Doorlating onder voorwaarden openbare lichamen’ (MBES45). Deze sticker moet in het paspoort worden aangebracht. De inreisstempel wordt half op en half onder het laminaat geplaatst.
3.6. Toegangsweigering
3.6.1. Algemeen
De toegang wordt geweigerd door de ambtenaar belast met de grensbewaking. De ambtenaar kan ook een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 2o, eerste en tweede lid, WTU-BES opleggen.
Vanwege het ingrijpende karakter blijft de toepassing van een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel beperkt tot het strikt noodzakelijke. De beginselen van proportionaliteit (doelmatigheid) en subsidiariteit (toepassen lichter middel voor zover mogelijk) moeten voortdurend in acht worden genomen. De uitvoering van deze maatregelen is met strikte waarborgen omkleed.
3.6.2. Procedure voor weigering toegang aan de grens
Iedere toegangsweigering moet worden geregistreerd. De volgende zaken met betrekking tot de vreemdeling moeten worden bijgehouden:
3.6.3. Weigering toegang gevaar openbare orde en nationale veiligheid
In het geval een vreemdeling de toegang tot het grondgebied is geweigerd omdat hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid, treft de ambtenaar belast met de grensbewaking de nodige maatregelen die erop gericht zijn de volksgezondheid te beschermen. De ambtenaar belast met grensbewaking informeert de Korpschef van het openbare lichaam waar de vreemdeling toegang is geweigerd, over de in het kader van de grensbewaking getroffen maatregelen.
3.6.4. Aanwenden rechtsmiddelen
Het beroep kan binnen vier weken worden ingediend bij het Gerecht in Eerste Aanleg, zittingsplaats Bonaire. De behandeling van het beroepschrift mag niet in de openbare lichamen worden afgewacht. Zie hoofdstuk 19 CTU-BES.
3.6.5. De toegang blijft geweigerd
Overtreding van voornoemde aanwijzingen is een strafbaar feit op grond van artikel 26 WTU-BES.
3.6.7. Verplichtingen voor vervoerder
Ten aanzien van de zeevaart moet als het gaat om vreemdelingen die geen verzoek tot bescherming indienen, het vertrek worden geëffectueerd zodra het aanvoerende schip vertrekt, tenzij het vertrek voordien, in overleg met de verantwoordelijke reder, op andere wijze kan worden geëffectueerd.
4. Verplichtingen in het kader van toezicht
4.1. Algemeen
Ten aanzien van vreemdelingen kan worden voorzien in een verplichting tot het – zonodig in persoon – verstrekken van gegevens die van belang zijn voor de toepassing van het bepaalde bij en op grond van de WTU-BES.
De verplichting tot het op vordering verstrekken van gegevens kan worden opgelegd aan alle hier in de openbare lichamen aanwezige vreemdelingen, ongeacht of zij rechtmatig of onrechtmatig in de openbare lichamen verblijven. De vordering is steeds gericht tot de vreemdeling zelf, tenzij het kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar betreft. Ten aanzien van vreemdelingen beneden de leeftijd van twaalf jaar kan een vordering worden gericht tot de wettelijke vertegenwoordiger.
4.2. De verplichting tot opgave van verhuizing
4.3. De verplichting tot het verstrekken van gegevens
De verplichting tot het op vordering verstrekken van gegevens kan worden opgelegd aan alle aanwezige vreemdelingen. De vordering is gericht op de vreemdeling zelf, tenzij het gaat om kinderen jonger dan twaalf jaar. Ten aanzien van vreemdelingen die jonger zijn dan twaalf jaar kan een vordering worden gericht tot de wettelijk vertegenwoordiger (artikel 6.34, vierde lid, BTU-BES).
Aanleiding tot het opleggen van deze verplichting bestaat bijvoorbeeld als:
4.3.3. Melding door de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
4.3.5. Verstrekken van gegevens over (vroegere) buitenlandse werknemers
Op grond van artikel 3.37 BTU-BES zijn werkgevers verplicht om ten aanzien van vreemdelingen aan wie het niet was toegestaan arbeid te verrichten desgevraagd gegevens te verstrekken aan de Korpschef. De verplichting geldt voor daartoe gevorderde werkgevers van wie bij de Korpschef bekend is dat zij vreemdelingen in dienst gehad hebben die illegaal in de openbare lichamen hebben verbleven of die ongeoorloofd in de openbare lichamen arbeid hebben verricht. De gevraagde gegevens moeten onmiddellijk of binnen een door de Korpschef aangegeven termijn worden verstrekt.
In het algemeen zal er aanleiding bestaan de werkgever te verplichten de gegevens te verstrekken over alle vreemdelingen, die op een bepaalde datum (te weten de datum waarop de vordering wordt gedaan) bij hem in dienst zijn, evenals de vreemdelingen (of bepaalde categorieën van vreemdelingen) die vanaf die datum bij hem tewerkgesteld worden. Het gaat om de volgende gegevens van zijn werknemers:
4.3.6. Mededeling over het zoeken of gaan verrichten van arbeid
Het ligt voor de hand in dit geval evenmin vrijstelling van de meldplicht te verlenen.
4.3.7. Mededeling over vervallen verblijf van rechtswege dan wel verblijfsdoel
4.4.1. Foto en vingerafdrukken
De in artikel 6.41, onder b, BTU-BES genoemde verplichting mag alleen worden opgelegd als daartoe, naar het oordeel van de desbetreffende ambtenaar, in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat. Dit wil zeggen, alleen in speciale daarvoor in aanmerking komende gevallen. De verplichting zich te laten fotograferen en vingerafdrukken van zich te laten nemen behoort in ieder geval te worden opgelegd aan vreemdelingen:
4.6. Aanmelding na binnenkomst in de openbare lichamen
Voor de berekening van het verblijf worden voorgaande verblijven in de openbare lichamen binnen een tijdvak van zes maanden onmiddellijk voorafgaande aan de binnenkomst mede in aanmerking genomen.
In het algemeen rust de aanmeldplicht op de vreemdeling zelf. Een uitzondering op deze regel bestaat voor kinderen jonger dan twaalf jaar. Degenen bij wie deze kinderen wonen of verblijven, zijn in dit geval tot aanmelding verplicht.
4.6.2. Verblijf korter dan drie maanden
De verplichting tot aanmelding geldt ingevolge artikel 6.44, derde lid BTRU-BES niet voor de vreemdeling die zijn intrek neemt in een hotel of in een inrichting, waarvan de eigenaar, houder of beheerder bij of op grond van gemeentelijke verordening verplicht is aan de daartoe aangewezen autoriteit kennis te geven van het verschaffen van nachtverblijf aan personen.
4.7. Periodieke aanmelding
4.7.1. Periodieke aanmelding ex artikel 6.47 BTU-BES
De vreemdeling moet zich dan wekelijks melden, tenzij de Korpschef een andere termijn stelt. De verplichting geldt niet voor vreemdelingen die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd.
Bij aanvang van de procedure tot het verlenen van een verblijfsvergunning moet de vreemdeling door de Korpschef erop worden gewezen dat op hem, hangende de beslissing op zijn aanvraag een meldplicht rust (artikel 22h, eerste lid, onder f, WTU-BES juncto artikel 6.47, eerste lid, onder b, BTU-BES).
4.7.2. Individuele verplichting tot periodieke aanmelding
Betreffende het opleggen van de verplichting wordt door de Korpschef de bij artikel 6.25, eerste lid, onder e, BTU-BES voorgeschreven aantekening in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling geplaatst. In de gevallen als omschreven in het derde lid van artikel 6.25 BTU-BES wordt de aantekening geplaatst op een afzonderlijk inlegblad.
4.8. Inleveren van het document waaruit het rechtmatige verblijf blijkt
Het niet voldoen aan deze verplichting is op grond van het bepaalde in artikel 26 WTU-BES een strafbaar feit.
4.9. Toezicht op documenten
4.9.1. Aangifte van vermissing van documenten
De IND unit Caribisch Nederland moet hierover worden bericht.
Het niet voldoen aan de verplichting van artikel 6.40 BTU-BES is op grond van het bepaalde in artikel 26 WTU-BES een strafbaar feit. Dit kan ertoe leiden dat er door Burgerzaken geen nieuw verblijfsdocument wordt afgegeven.
4.9.2. Vervanging van identiteitspapieren
4.9.3. Gedragslijn bij vreemdelingen zonder documenten
Een vreemdeling die, bij aanmelding of bij aantreffen, niet (meer) in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding, moet op grond van artikel 22d WTU-BES worden staande gehouden en gehoord. Zijn identiteit moet worden vastgelegd aan de hand van:
Van alle aangetroffen bescheiden, zoals reisbiljetten, diploma’s en dergelijke, moeten fotokopieën worden gemaakt. Op basis van aanwezige informatie zal de KMar proberen het voor het vertrek van de vreemdeling benodigde document te verkrijgen.
5. Verplichtingen vervoerders, en gezagvoerders
5.1. Verplichtingen voor vervoerders
Voor de openbare lichamen geldt dat vooral voor:
die één of meer vreemdelingen aanvoeren via een plaats waar buitengrenscontrole plaatsvindt en zich aan een aantal verplichtingen moeten houden.
5.1.1. De zorgplicht
De hierboven bedoelde controle houdt minimaal het volgende in:
5.1.2. De afschriftplicht
Eerdergenoemde lijst kan worden aangepast als ervaringsgegevens hiertoe aanleiding geven. Wanneer de lijst is aangepast wordt de lijst per brief kenbaar gemaakt aan de luchtvervoerders die vliegen vanaf een bepaalde locatie waarop de afschriftplicht van toepassing is. Hierbij zal worden aangegeven per wanneer de afschriftplicht geldt.
5.1.3. De passagiersinformatieplicht
De passagiersgegevens worden elektronisch door de luchtvervoerder verstrekt. De ambtenaar belast met de grensbewaking die vordert tot het verzamelen en verstrekken van de passagiersgegevens, schrijft een specifieke wijze van elektronische verstrekking voor (artikel 3.2 BTU-BES). Voorgeschreven kan worden om de gegevens via een daartoe ter beschikking gesteld geautomatiseerd systeem of via een beveiligde internetverbinding aan te leveren. De door de luchtvervoerder verzamelde gegevens moeten voor het einde van de instapcontrole, de zogenaamde ‘flightclosure’, worden overgelegd.
5.1.4. De terugvoerplicht
Voor vreemdelingen die geen verzoek tot bescherming indienen, moet het vertrek worden geëffectueerd met als bestemming de plaats van het opstappen dan wel een andere plaats waar de toegang van de vreemdeling gewaarborgd is, zodra plaatsing aan boord van een luchtvaartuig van de betreffende maatschappij mogelijk is.
5.1.5. Strafrechtelijke aansprakelijkheid
5.1.6. Aansprakelijkheid voor uitzetting- en verblijfskosten
Als het niet mogelijk is om de vreemdeling binnen redelijke tijd naar een plaats buiten de openbare lichamen te vervoeren, dan kunnen de kosten van uitzetting, waaronder ook de verblijfskosten, uit de openbare lichamen, kunnen worden verhaald op een reder of luchtvaartmaatschappij (zie artikel 22, tweede lid, WTU-BES juncto artikel 8.3 BTU-BES). Deze kosten omvatten volgens artikel 8.3 BTU-BES in ieder geval de kosten die verbonden zijn aan:
Ook als het uiteindelijk niet mogelijk blijkt de vreemdeling uit te zetten, is de vervoerder aansprakelijk voor de kosten die gemaakt worden met betrekking tot de door hem aangevoerde geweigerde vreemdeling.
5.2. Verplichtingen voor gezagvoerders
De overheid van de openbare lichamen kan de vervoerder opleggen om op de passagierslijst naast de namen van de reizigers ook andere gegevens vast te leggen.
6. Terugkeervisum
6.1. Algemeen
De aanvraag (of wijziging) van een terugkeervisum moet in persoon plaatsvinden bij een loket van de IND-unit Caribisch Nederland. Bij de aanvraag moeten de volgende documenten worden overgelegd:
Een terugkeervisum wordt geweigerd ten behoeve van de terugkeer uit het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag verband houdend met bescherming als bedoeld in artikel 12a WTU-BES heeft gedaan en die in afwachting is van een beslissing op die aanvraag.
6.4. Geldigheidsduur
Onze Minister kan vrijstelling dan wel ontheffing verlenen van het eerste en tweede lid. De geldigheidsduur van een terugkeervisum kan niet worden verlengd.
6.5. Kosten
6.6. Wijzigen
In het geval dat de vreemdeling er voor kiest om:
Wijzigen van een terugkeervisum kan géén verlenging (artikel 2j, vierde lid, WTU-BES) en evenmin een omzetting van een enkele reis in een meervoudig terugkeervisum met zich meebrengen. Wel kan de reden (de oorzaak) of ook de beoogde duur van het verblijf in het land van herkomst van de aanvraag wijzigen, waardoor aanleiding kan bestaan de duur van het terugkeervisum in te korten. Inkorten vindt plaats door het aanbrengen van een nieuw sticker, waarbij het oorspronkelijke sticker ongeldig wordt gemaakt middels het doorhalen van de oude sticker door de IND unit Caribisch Nederland.
6.7. Intrekking
Als een ambtenaar van toezicht op grond van art 2c, sub b, c of d, WTU-BES een terugkeervisum wil intrekken moet hier eerst contact over worden opgenomen met de IND unit Caribisch Nederland. Als toestemming wordt verleend voor intrekking, dan moet de intrekking van het terugkeervisum worden voorzien van een dienststempel en een paraaf van de desbetreffende ambtenaar belast met toezicht op vreemdelingen.
7. Specifieke voorschriften voor grenscontroles en categorieën vreemdelingen
7.1. Specifieke voorschriften voor categorieën vreemdelingen
7.1.1. Vreemdelingen die van rechtswege toelating tot verblijf hebben
Nederlanders hebben op grond van artikel 3, vijfde en zesde lid, WTU-BES van rechtswege toelating tot verblijf.
Het Gemeenschappelijk Hof van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft op 15 december 2014 uitspraak gedaan inzake de uitleg van artikel 3 van het Protocol bij het Nederlands-Amerikaans verdrag inzake vriendschap, handel en scheepvaart.
De strekking van deze uitspraak is dat Amerikaanse onderdanen in het Caribisch Deel van het Koninkrijk de openbare lichamen aanspraak hebben op gelijke behandeling als Nederlanders die niet in het Caribisch Deel van het Koninkrijk zijn geboren. Dit betekent dat Amerikaanse onderdanen, net als die Nederlanders, op grond van artikel 3, vijfde en zesde lid WTU-BES op het grondgebied van de openbare lichamen van rechtswege toelating tot verblijf hebben.
7.1.2. Toeristen
Nederlanders mogen maximaal zes maanden binnen een tijdvak van een jaar als toerist op het grondgebied van de openbare lichamen verblijven (artikel 4.2, derde lid, BTU-BES), zonder verblijf van rechtswege toegekend. Deze termijn kan niet worden verlengd.
7.1.3. Piloten en andere bemanningsleden van luchtvaartuigen
7.1.5. Zeelieden
Hoofdstuk 2. Toelating van rechtswege
1. Inleiding
2. Nederlanders
2.1. Algemeen
2.2. Uitleg artikel 1a WTU-BES
3.1. Bijzondere categorieën
3.2.1. Indiening van de aanvraag
3.2.2. Vereiste bescheiden
3.2.3. Verklaring
4. Verblijf in de vrije termijn
1. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
Hoofdstuk 3. Toelating bij vergunning verleend
1.1. Inleiding
Deze beperkingen kunnen nader worden omschreven bij de verlening van de verblijfsvergunning (zie artikel 5.2, tweede lid, BTU-BES).
1.3. Ingangsdatum
1.4. Arbeidsmarktaantekening
1.6. Aantekening omtrent beroep op de publieke middelen
1.8. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
1.9. Afwijzingsgronden van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
1.9.1. Mvv-vereiste
1.9.1.1. Vrijstellingen
1.9.1.3. Hardheidsclausule
1.9.2. Geldig document voor grensoverschrijding
1.9.3. Middelen van bestaan
1.9.3.1. Zelfstandige middelen van bestaan
1.9.3.2. Duurzaamheid middelen van bestaan
1.9.3.3. Voldoende middelen van bestaan
1.9.4. Openbare orde en nationale veiligheid
1.9.5. Medisch onderzoek
1.9.6. Niet voldoen aan de beperking
3.1.1. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de vreemdeling
3.6.1. Restitutie leges
3.7.1. Herstel verzuim
3.7.3. Rechtmatig verblijf hangende besluitvorming
3.8. Overgangsrecht
3.8.1. Geldige verblijfstitels, verklaringen van verblijf van rechtswege en nvt-verklaringen
3.8.2. In behandeling zijnde verzoeken
3.8.3. Voortgezet verblijf na vijf jaar
Hoofdstuk 4. Arbeid in loondienst
1. Inleiding
3.2. Vrijgestelde categorieën vreemdelingen
4. Bijzondere categorieën vreemdelingen
4.1. Nederlandse zeeschepen
4.2. Internationale luchtvaart en scheepvaart
4.3.1. Inleiding
4.3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
4.4.2. Meldplicht
4.4.3. Arbeidsovereenkomst of stage voor maximaal drie maanden
4.4.4. Grensarbeiders
4.4.4.1. Verblijfsvoorwaarden
4.5. Van rechtswege toegelaten vreemdelingen
4.5. Van rechtswege toegelaten vreemdelingen
5.5. Samenwerking met de arbeidsbemiddelingsorganisatie en de RCN-unit SZW
Hoofdstuk 5. Arbeid als zelfstandige
2. Verblijfsvoorwaarden
3. Vereiste bescheiden
4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
4.3. Voorschriften
De geldigheidsduur van de te verlenen verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is een jaar. Deze kan daarna steeds met een jaar worden verlengd, als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan.
6. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
6.2. Arbeidsmarktaantekening
9. Verandering van opleiding of onderwijsinstelling
3.2. Verblijfsvoorwaarden
3.1. Inleiding
4. Overwinteraars
4.3. Vereiste bescheiden
4.3. Vereiste bescheiden
4. Gezinshereniging
5.2. Arbeidsmarktaantekening
3. Vereiste bescheiden
4.2. Arbeidsmarktaantekening
4.3. Voorschriften
6. Gezinshereniging
Hoofdstuk 11. Gezinshereniging en gezinsvorming
2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
3. Schijnhuwelijk
3. Schijnhuwelijk
4.2. Vereiste bescheiden
4.2. Vereiste bescheiden
4.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
5. Minderjarige kinderen
5.2. Vereiste bescheiden
5.3.2. Vereiste bescheiden
5.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
5.4.2. Arbeidsmarktaantekening
3.2. Vereiste bescheiden
3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Tegen het verblijf van de vreemdeling mag geen bezwaar bestaan uit oogpunt van openbare orde of nationale veiligheid.
8.1. Verblijfsvoorwaarden
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘in afwachting verzoek ex artikel 17 RWN’.
8.3.2. Arbeidsmarktaantekening
8.6.2. Vereiste bescheiden
4. De beslissing
4.2.2. Arbeidsmarktaantekening
4.2.2. Arbeidsmarktaantekening
5. Geldigheidsduur
2.3.1. Beperking
2.3.3. Voorschriften
3.3.1. Beperking
4.2. Vereiste bescheiden
4.3.1. Beperking
4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
4.3.3. Voorschrift
5.2. Vereiste bescheiden
5.3.1. Beperking
5.3.2. Arbeidsmarktaantekening
5.3.3. Voorschrift
2. Bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag
2.1. De vreemdeling is verdragsvluchteling op grond van artikel 1A
2.2.1. Discriminatie als daad van vervolging
2.2. Vervolgingsgronden
2.2.3. Vervolging vanwege politieke overtuiging
2.3. Politieke en commune delicten en discriminatoire of onevenredige bestraffing
2.6.1. Algemeen
2.6. Artikelen 1B tot en met 1F Vluchtelingenverdrag
2.6.5. Artikel 1E
2.7. Terugzending (refoulement)
3.2. Individualiseringsvereiste in de jurisprudentie
3.3. Het verbod op uitzetting heeft een absoluut karakter
4.4.2. Openbare orde en het Vluchtelingenverdrag
5.4. Geen aantekeningen in documenten
5.5. Aanmelding en meldplicht
5.7. Melding op afspraak en het indienen van de aanvraag bij de IND unit Caribisch Nederland
5.8. Het horen van de vreemdeling en de beslissing
5.9. Mededelingen omtrent wijziging van de situatie
5.14. Regeling van het verblijf na inwilliging van de aanvraag
9. Verblijfsbeëindiging
De rechtspositie van de vreemdeling is nadien dezelfde als die van een vreemdeling die nimmer in het bezit is geweest van een vergunning tot verblijf.
3.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
3.5. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
3.4. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
3.5. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
4. Bericht van vertrek of uitzetting
6. Ongewenstverklaring
6.5.1. Inleiding
6.5.2. Inhoud van het verzoek
Hoofdstuk 19. Rechtsmiddelen
1. Inleiding
2. Bezwaar en beroep algemeen
2.1. Vereisten voor de indiening van bezwaar
2.2. Opschorting van de werking van het (afwijzende) besluit
Beschikkingen genomen op grond van de WTU-BES hebben onmiddellijke werking. Het instellen van een rechtsmiddel schorst de werking ervan in beginsel niet. In individuele gevallen kan dit anders worden bepaald. In de volgende situaties zal de IND-unit Caribisch Nederland hiertoe in ieder geval niet overgaan), indien:
2.4. Beroep
2.5. Hoger beroep
Een vreemdeling kan in hoger beroep gaan bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
3. Bijzondere rechtsmiddelen in de situatie van vrijheidsontneming
In de situatie van vrijheidsontneming gelden bijzondere rechtsmiddelen. Deze zijn uitgewerkt in de artikelen 22j – 22x, WTU-BES.
De Awb is niet van toepassing op de openbare lichamen, met uitzondering van hoofdstuk 9 (klachtbehandeling). Dit betekent dat vreemdelingen volgens hoofdstuk 9 van de Awb klachten kunnen indienen tegen de gedragingen van de IND unit Caribisch Nederland tot een jaar nadat de gedraging plaats heeft gevonden. Ongeacht de geldende wettelijke termijn ontvangt de IND unit Caribisch Nederland de klachten bij voorkeur zo snel mogelijk nadat de gedraging zich heeft voorgedaan.
Machtiging tot voorlopig verblijf
Machtiging tot voorlopig verblijf
MBES01
Voor meer informatie over de aanvraagprocedure kunt u contact opnemen met de IND-unit Caribisch Nederland van het openbaar lichaam waar u de aanvraag heeft ingediend.
Dit is een productie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)
Met dit formulier kunt u namens een vreemdeling een aanvraag voor afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) doen. Iemand die langer dan drie maanden in de openbare lichamen wil verblijven moet meestal een mvv of een geldig verblijfsdocument hebben (artikel 2c Wet Toelating en Uitzetting BES). Als u een vreemdeling wilt ontvangen, kunt u de IND-unit Caribisch Nederland verzoeken een mvv af te geven aan deze vreemdeling. U bent dan zijn referent (verblijfgever). De IND-unit Caribisch Nederland heeft hiervoor zowel gegevens van de vreemdeling als van u nodig. Aan deze aanvraag zijn kosten verbonden. Vul per aanvrager 1 formulier in.
Als u uw aanvraag in persoon heeft ingediend bij één van de loketten van de IND-unit Caribisch Nederland (zie hieronder de bezoekadressen) en uw aanvraag is volledig, wordt uw aanvraag in behandeling genomen. Als uw aanvraag niet compleet is, kan deze niet worden beoordeeld.
Bonaire:
Kaya Gresia 11
Telefoon: +599-715 8330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
Sint Eustatius:
Cottageroad z/n, Oranjestad
Telefoon: +599-318 3377
E-mailadres: INDStatia@rijksdienstCN.com
Saba:
Cap. Matthew Levenstone Street z/n, The Bottom
Telefoon: +599-416 3805
E-mailadres: INDSaba@rijksdienstCN.com
Algemene informatie:
Telefoonummer: +599-7158330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
Website: www.rijksdienstcn.com/immigratie-naturalisatie
Let op! Als u een kopie van een document bij de aanvraag heeft gevoegd, wordt u aan het loket gevraagd het originele document te tonen. Dit is noodzakelijk om de echtheid van het originele document te kunnen controleren. U moet het originele document dus altijd kunnen tonen.
Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met MVV
Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zonder MVV of wijziging verblijfsdoel
MBES03
Voor meer informatie over de aanvraagprocedure kunt u contact opnemen met de IND-unit Caribisch Nederland van het openbaar lichaam waar u de aanvraag heeft ingediend.
Dit is een productie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)
Met dit formulier kunt u een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd indienen, terwijl u niet hoeft te beschikken over een geldige MVV of een aanvraag om wijziging van het verblijfsdoel van uw huidige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Vul per aanvrager 1 formulier in.
Als u uw aanvraag in persoon heeft ingediend bij één van de loketten van de IND-unit Caribisch Nederland (zie hieronder de bezoekadressen) en uw aanvraag is volledig, wordt uw aanvraag in behandeling genomen. Als uw aanvraag niet compleet is, kan deze niet worden beoordeeld.
Bonaire:
Kaya Gresia 11
Telefoon: +599-715 8330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
Sint Eustatius:
Cottageroad z/n, Oranjestad
Telefoon: +599-318 3377
E-mailadres: INDStatia@rijksdienstCN.com
Saba:
Cap. Matthew Levenstone Street z/n, The Bottom
Telefoon: +599-416 3805
E-mailadres: INDSaba@rijksdienstCN.com
Algemene informatie:
Telefoonummer: +599-7158330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
Website: www.rijksdienstcn.com/immigratie-naturalisatie
*** Afhankelijk van het land moet de akte gelegaliseerd worden door de Nederlandse ambassade in het land van herkomst dan wel voorzien zijn van een apostille stempel. Als de akte is opgesteld in een andere taal dan het Nederlands of Engels moet ook een vertaling van de akte worden bijgevoegd die is opgemaakt door een beëdigde vertaler. Deze akte moet ook gelegaliseerd worden bij de afdeling Burgerzaken van het betreffende Openbaar Lichaam. Let op! Voor inschrijving in de basisadministratie persoonsgegevens is een gelegaliseerde dan wel een van apostille voorziene geboorteakte noodzakelijk. Informeer bij Burgerzaken welke documenten nog meer benodigd zijn voor de inschrijving.**
bij arbeid in loondienst:
bij arbeid als zelfstandige:
Uitgangspunt middelen van bestaan: De verblijfgever moet voldoen aan de norm van minimaal 120% van het brutoinkomen per maand (of per jaar) op grond van de Wet minimumloon als de aanvraag is ingediend voor een partner of 1 kind. Als de aanvraag is ingediend voor een partner en één of meerdere kinderen dan moet het inkomen gelijk zijn aan 140% van het brutoinkomen per maand (of per jaar) op grond van de Wet minimumloon BES.
Let op! Als u een kopie van een document bij de aanvraag heeft gevoegd, wordt u aan het loket gevraagd het originele document te tonen. Dit is noodzakelijk om de echtheid van het originele document te kunnen controleren. U moet het originele document dus altijd kunnen tonen.
Verlenging verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
MBES04
Voor meer informatie over de aanvraagprocedure kunt u contact opnemen met de IND-unit Caribisch Nederland van het openbaar lichaam waar u de aanvraag heeft ingediend.
Dit is een productie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)
Met dit formulier kunt u een aanvraag indienen voor de verlenging van de geldigheidsduur van uw verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Dien geen aanvraag in als uw verblijfsvergunning nog langer dan 4 maanden geldig is. Dit kan een reden zijn om uw aanvraag af te wijzen. De IND-unit Caribisch Nederland beoordeelt uw aanvraag en bepaalt of u in aanmerking komt voor verlenging van de geldigheidsduur van uw verblijfsvergunning. Of en hoe lang de geldigheidsduur van uw verblijfsvergunning wordt verlengd, is afhankelijk van uw situatie. Meestal kan uw verblijfsvergunning voor 1 jaar worden verlengd. U komt alleen in aanmerking voor verlenging als u:
In alle andere gevallen kunt u dit formulier niet gebruiken om uw aanvraag in te dienen. Vul per aanvrager 1 formulier in.
Als u uw aanvraag in persoon heeft ingediend bij één van de loketten van de IND-unit Caribisch Nederland (zie hieronder de bezoekadressen) en uw aanvraag is volledig, wordt uw aanvraag in behandeling genomen. Als uw aanvraag niet compleet is, kan deze niet worden beoordeeld.
Bonaire:
Kaya Gresia 11
Telefoon: +599-715 8330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
Sint Eustatius:
Cottageroad z/n, Oranjestad
Telefoon: +599-318 3377
E-mailadres: INDStatia@rijksdienstCN.com
Saba:
Cap. Matthew Levenstone Street z/n, The Bottom
Telefoon: +599-416 3805
E-mailadres: INDSaba@rijksdienstCN.com
Algemene informatie:
Telefoonummer: +599-7158330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
Website: www.rijksdienstcn.com/immigratie-naturalisatie
*** Afhankelijk van het land moet de akte gelegaliseerd worden door de Nederlandse ambassade in het land van herkomst dan wel voorzien zijn van een apostille stempel. Als de akte is opgesteld in een andere taal dan het Nederlands of Engels moet ook een vertaling van de akte worden bijgevoegd die is opgemaakt door een beëdigde vertaler. Deze akte moet ook gelegaliseerd worden bij de afdeling Burgerzaken van het betreffende Openbaar Lichaam. Let op! Voor inschrijving in de basisadministratie persoonsgegevens is een gelegaliseerde dan wel een van apostille voorziene geboorteakte noodzakelijk. Informeer bij Burgerzaken welke documenten nog meer benodigd zijn voor de inschrijving.**
4. Verblijf in de vrije termijn
1. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
1.6. Aantekening omtrent beroep op de publieke middelen
1.7. Voorschriften
1.9. Afwijzingsgronden van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
1.9.1.1. Vrijstellingen
1.9.1.2. Toetsing van de vrijstellingscategorie
1.9.1.3. Hardheidsclausule
1.9.3. Middelen van bestaan
1.9.4. Openbare orde en nationale veiligheid
1.9.5. Medisch onderzoek
1.12. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd
1.12.2. Wijzigen verblijfsdoel van de verblijfsvergunning
1.12.3. Gronden intrekking
2. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
3. Procedurele bepalingen
3.1. De mvv-aanvraag
3.1.1. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de vreemdeling
3.1.2. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de referent
3.1.3. Afgifte mvv
3.4. Onderbouwende gegevens en bescheiden
3.5. Specifieke bepalingen procedure verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd
1.1. Samenhang tussen de WTU-BES en de Wav BES
1.2. Meerdere werkgevers
2.1. Verblijfsvoorwaarden
2.2. Vereiste bescheiden
2.3.2. Procedure gezinsleden bij het loket van de IND-unit Caribisch Nederland
2.4. Samenhang beslissing aanvraag TWV en verblijfsvergunning
2.5. Geldigheidsduur: relatie met de TWV
2.6. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
4.4.4.1. Verblijfsvoorwaarden
4.7. Dienstverrichters
5.1. Inleiding
5.3.1. Houders van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
5.3.2. Houders van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
5.5. Samenwerking met de arbeidsbemiddelingsorganisatie en de RCN-unit SZW
6. Strafbepalingen in de WTU-BES
Hoofdstuk 6. Het Nederlands-Amerikaans vriendschapsverdrag
2. Voorwaarden
2.2. Vereiste bescheiden arbeid als zelfstandige op grond van het Verdrag
2.3. Vereiste bescheiden arbeid in loondienst als sleutelpersoneel op grond van het Verdrag
3. Vereiste bescheiden
4.3. Voorschriften
Hoofdstuk 11. Gezinshereniging en gezinsvorming
1. Algemeen
4. Relatie
5. Minderjarige kinderen
5.2. Vereiste bescheiden
De bijzondere vereisten voor toelating zijn als volgt:
6.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
3. Buitenlandse pleegkinderen
De meerderjarige oud-Nederlander die buiten de openbare lichamen is geboren en die woont in een ander land dan dat waarvan hij onderdaan is, kan in aanmerking komen voor verblijf in de openbare lichamen, als er naar het oordeel van de Minister sprake is van bijzondere banden met de openbare lichamen.
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kan worden verleend aan de vreemdeling die:
Hoofdstuk 14. Mensenhandel
2. Slachtoffer mensenhandel
2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
2.4. Geldigheidsduur
4. Voortgezet verblijf na overlijden van (huwelijks) partner
4.4. Geldigheidsduur
5.4. Geldigheidsduur
Hoofdstuk 16. Aanvragen om bescherming tegen terugzending
2.2.2. Vervolging vanwege godsdienst
2.2.4. Vervolging vanwege nationaliteit en ras
2.2.5. Vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep
2.3. Politieke en commune delicten en discriminatoire of onevenredige bestraffing
2.4. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
2.5.3. Minderjarige vreemdelingen
2.6.2. Artikel 1B
2.6.3. Artikel 1C
3.2.1. Uitzonderlijke situatie
4.4.3. Openbare orde en artikel 3 EVRM
5. De procedure van verzoeken om bescherming
5.3. Handelingen in het kader van het toezicht
5.4. Geen aantekeningen in documenten
5.5. Aanmelding en meldplicht
5.6. Voorbereidende handelingen van de IND unit Caribisch Nederland
3.7. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
5. Vreemdelingen in de strafrechtketen
6.2. Gronden voor ongewenstverklaring
6.3. Procedurele aspecten
6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
2. Maatregelen
2.2. Vrijheidsontnemende maatregelen
2.2.2. Aanmelding vreemdeling
3. Beroep
Hoofdstuk 19. Rechtsmiddelen
2.1. Vereisten voor de indiening van bezwaar
2.2. Opschorting van de werking van het (afwijzende) besluit
2.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening
4. Klachten
Modellen CTU-BES
bij renteniers:
bij gepensioneerden:
Let op! Als u een kopie van een document bij de aanvraag heeft gevoegd, wordt u aan het loket gevraagd het originele document te tonen. Dit is noodzakelijk om de echtheid van het originele document te kunnen controleren. U moet het originele document dus altijd kunnen tonen.
Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
Verklaring toelating van rechtswege
MBES08
Voor meer informatie over de aanvraagprocedure kunt u contact opnemen met de IND-unit Caribisch Nederland van het openbaar lichaam waar u de aanvraag heeft ingediend.
Dit is een productie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)
Met dit formulier kunt u een aanvraag indienen voor een verklaring voor toelating van rechtswege (artikel 3 Wet Toelating en Uitzetting BES). Vul per aanvrager 1 formulier in.
De volgende personen krijgen toelating van rechtswege in de openbare lichamen op grond van artikel 3 WTU-BES:
Als u uw aanvraag in persoon heeft ingediend bij één van de loketten van de IND-unit Caribisch Nederland (zie hieronder de bezoekadressen) en uw aanvraag is volledig, wordt uw aanvraag in behandeling genomen. Als uw aanvraag niet compleet is, kan deze niet worden beoordeeld.
Bonaire:
Kaya Gresia 11
Telefoon: +599-715 8330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
Sint Eustatius:
Cottageroad z/n, Oranjestad
Telefoon: +599-318 3377
E-mailadres: INDStatia@rijksdienstCN.com
Saba:
Cap. Matthew Levenstone Street z/n, The Bottom
Telefoon: +599-416 3805
E-mailadres: INDSaba@rijksdienstCN.com
Algemene informatie:
Telefoonummer: +599-7158330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
Website: www.rijksdienstcn.com/immigratie-naturalisatie
*** Afhankelijk van het land moet de akte gelegaliseerd worden door de Nederlandse ambassade in het land van herkomst dan wel voorzien zijn van een apostille stempel. Als de akte is opgesteld in een andere taal dan het Nederlands of Engels moet ook een vertaling van de akte worden bijgevoegd die is opgemaakt door een beëdigde vertaler. Let op! Voor inschrijving in de administratie persoonsgegevens is een gelegaliseerde dan wel een van apostille voorziene geboorteakte noodzakelijk.**
Let op! Als u een kopie van een document bij de aanvraag heeft gevoegd, wordt u aan het loket gevraagd het originele document te tonen. Dit is noodzakelijk om de echtheid van het originele document te kunnen controleren. U moet het originele document dus altijd kunnen tonen.
Verlenging verklaring toelating van rechtswege
MBES08a
MBES08a
Voor meer informatie over de aanvraagprocedure kunt u contact opnemen met de IND-unit Caribisch Nederland van het openbaar lichaam waar u de aanvraag heeft ingediend.
Dit is een productie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)
Met dit formulier kunt u een aanvraag indienen voor een verlenging van verklaring voor toelating van rechtswege (artikel 3 Wet Toelating en Uitzetting BES). Vul per aanvrager 1 formulier in.
De volgende personen krijgen toelating van rechtswege in de openbare lichamen op grond van artikel 3 WTU-BES:
Als u uw aanvraag in persoon heeft ingediend bij één van de loketten van de IND-unit Caribisch Nederland (zie hieronder de bezoekadressen) en uw aanvraag is volledig, wordt uw aanvraag in behandeling genomen. Als uw aanvraag niet compleet is, kan deze niet worden beoordeeld.
Bonaire:
Kaya Gresia 11
Telefoon: +599-715 8330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
Sint Eustatius:
Cottageroad z/n, Oranjestad
Telefoon: +599-318 3377
E-mailadres: INDStatia@rijksdienstCN.com
Saba:
Cap. Matthew Levenstone Street z/n, The Bottom
Telefoon: +599-416 3805
E-mailadres: INDSaba@rijksdienstCN.com
Algemene informatie:
Telefoonummer: +599-7158330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
Website: www.rijksdienstcn.com/immigratie-naturalisatie
door vreemdelingen en Nederlanders als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a tot en met g, WTU-BES:
door Nederlanders als bedoeld in artikel 3, vijfde en zesde lid, WTU-BES:
bij arbeid in loondienst:
bij arbeid als zelfstandige:
bij renteniers:
bij gepensioneerden:
bij stage:
bij studie:
als partner/echtgenoot garant staat:
Uitgangspunt bij middelen van bestaan: de verblijfgever moet voldoen aan de norm van minimaal 120% van het brutoinkomen per maand (of per jaar) op grond van de Wet minimumloon als de aanvraag is ingediend voor een partner of een kind. Als de aanvraag is ingediend voor een partner en één of meerdere kinderen dan moet het inkomen gelijk zijn aan 140% van het brutoinkomen per maand (of per jaar) op grond van de Wet minimumloon BES.
Let op! Als u een kopie van een document bij de aanvraag heeft gevoegd, wordt u aan het loket gevraagd het originele document te tonen. Dit is noodzakelijk om de echtheid van het originele document te kunnen controleren. U moet het originele document dus altijd kunnen tonen.
Verklaring niet van toepassing (NVT)
Verklaring niet van toepassing (NVT)
Verlening van een terugkeervisum
1. Inleiding
6.1. Beperking
3.3. Vereiste bescheiden
4.1. Verblijfsvoorwaarden
5.1. Verblijfsvoorwaarden
6.2. Vereiste bescheiden
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
7.4.1. Beperking
7.5. Geldigheidsduur
Op grond van artikel 5.25 BTU-BES wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor ten hoogste één jaar en kan de verblijfsvergunning telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd.
3.1. Verblijfsvoorwaarden
3.2. Verblijfsvoorwaarden voor een vergunning voor bepaalde tijd
5.1. Beperking
De genoemde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt aan de oud-Nederlanders verleend onder de beperking ‘wedertoelating’.
5.2. Arbeidsmarktaantekening
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar (art. 6, tweede lid, WTU-BES en art. 5.28 BTU-BES).
8. Verblijfsvergunning in afwachting van verzoek ex artikel 17 RWN
Aan personen die een verzoek als bedoeld in artikel 17 RWN hebben ingediend tot vaststelling van het Nederlanderschap kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend.
3.1. Verblijfsvoorwaarden getuige-aangever
5.1. Slachtoffer
De IND unit Caribisch Nederland trekt de verblijfsvergunning vervolgens in.
2.2. Vereiste bescheiden
2.4. Geldigheidsduur
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
5.15. Doormigratie
9.1. Verblijfsbeëindiging omdat de grond voor bescherming is vervallen
2.3.3. Verkorten van de vertrektermijn
2.4.1. Het stellen van aantekeningen in reisdocumenten
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)