Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 30 september 2010 tot invoering van een nieuw griffierechtenstelsel in burgerlijke zaken (Wet griffierechten burgerlijke zaken)

27 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 18, 24
2025-07-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 18, 24
2025-01-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 18, 24
2024-01-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 18, 24
2023-05-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken
2023-01-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 18, 24
2022-01-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 18, 24
2021-04-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 18, 24
2021-01-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken
2020-01-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 18, 24
2019-01-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken
2018-09-19
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 18, 24
2018-01-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 18, 24
2017-09-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 18, 24

Wijzigingen op 2017-09-01

@@ -14,25 +14,25 @@
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. **Onze Minister:** Onze Minister van Justitie;
- a. **Onze Minister:** Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
- b. **Hoge Raad:** de Hoge Raad der Nederlanden;
- c. **zaken waarbij een vordering wordt ingesteld:** zaken als bedoeld in [artikel 78 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=78);
- d. **zaken die met een verzoekschrift worden ingeleid:** zaken als bedoeld in [artikel 261 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=261).
- d. **zaken waarbij een verzoek wordt ingediend:** zaken als bedoeld in [artikel 261 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=261).
Voor overige gevallen luidt het artikel als volgt:
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. **Onze Minister:** Onze Minister van Justitie;
- a. **Onze Minister:** Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
- b. **Hoge Raad:** de Hoge Raad der Nederlanden;
- c. **zaken die bij dagvaarding worden ingeleid:** zaken als bedoeld in [artikel 78 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=78);
- d. **zaken die met een verzoekschrift worden ingeleid:** zaken als bedoeld in [artikel 261 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=261).
- d. **zaken waarbij een verzoek wordt ingediend:** zaken als bedoeld in [artikel 261 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=261).
##### Artikel 2
@@ -48,32 +48,76 @@
1. In zaken waarbij een vordering wordt ingesteld, wordt van elke eiser en elke verschenen verweerder voor iedere instantie een griffierecht geheven, voor zover bij of krachtens deze wet of een andere wet niet anders is bepaald.
2. In zaken waarbij een verzoek wordt ingediend, wordt voor de indiening van een verzoek of een verweerschrift een griffierecht geheven, voor zover bij of krachtens deze wet of een andere wet niet anders is bepaald.
3. De eiser is het griffierecht verschuldigd vanaf de indiening van de procesinleiding, en in geval van een kort geding vanaf de indiening van de procesinleiding bij de aanvraag als bedoeld in [artikel 254, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=254), en zorgt dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort. De verweerder is het griffierecht verschuldigd vanaf zijn verschijning in het geding en zorgt dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
4. De verzoeker en de belanghebbende zijn het griffierecht verschuldigd vanaf de indiening van het verzoekschrift respectievelijk het verweerschrift en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de behandeling plaatsvindt dan wel ter griffie is gestort.
5. De hoogte van het griffierecht wordt bepaald aan de hand van de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd.
Voor overige gevallen luidt het artikel als volgt:
1. In zaken die bij dagvaarding worden ingeleid, wordt op de eerste roldatum, dan wel in zaken als bedoeld in [artikel 254 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=254) op de eerste terechtzitting, van elke eiser en elke verschenen gedaagde voor iedere instantie een griffierecht geheven, voor zover bij of krachtens deze wet of een andere wet niet anders is bepaald.
2. Voor de indiening van een verzoekschrift of een verweerschrift wordt een griffierecht geheven, voor zover bij of krachtens deze wet of een andere wet niet anders is bepaald.
3. De eiser is het griffierecht verschuldigd vanaf de indiening van de procesinleiding, en in geval van een kort geding vanaf de indiening van de procesinleiding bij de aanvraag als bedoeld in [artikel 254, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=254), en zorgt dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort. De verweerder is het griffierecht verschuldigd vanaf zijn verschijning in het geding en zorgt dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
3. De eiser is het griffierecht verschuldigd vanaf de eerste uitroeping van de zaak ter terechtzitting of bij gebreke daarvan vanaf de eerste roldatum en zorgt dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort. De gedaagde is het griffierecht verschuldigd vanaf zijn verschijning in het geding en zorgt dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
4. De verzoeker en de belanghebbende zijn het griffierecht verschuldigd vanaf de indiening van het verzoekschrift respectievelijk het verweerschrift en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de behandeling plaatsvindt dan wel ter griffie is gestort.
5. De hoogte van het griffierecht wordt bepaald aan de hand van de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd.
Voor overige gevallen luidt het artikel als volgt:
1. In zaken die bij dagvaarding worden ingeleid, wordt op de eerste roldatum, dan wel in zaken als bedoeld in [artikel 254 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=254) op de eerste terechtzitting, van elke eiser en elke verschenen gedaagde voor iedere instantie een griffierecht geheven, voor zover bij of krachtens deze wet of een andere wet niet anders is bepaald.
2. Voor de indiening van een verzoekschrift of een verweerschrift wordt een griffierecht geheven, voor zover bij of krachtens deze wet of een andere wet niet anders is bepaald.
3. De eiser is het griffierecht verschuldigd vanaf de eerste uitroeping van de zaak ter terechtzitting of bij gebreke daarvan vanaf de eerste roldatum en zorgt dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort. De gedaagde is het griffierecht verschuldigd vanaf zijn verschijning in het geding en zorgt dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
4. De verzoeker en de belanghebbende zijn het griffierecht verschuldigd vanaf de indiening van het verzoekschrift respectievelijk het verweerschrift en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de behandeling plaatsvindt dan wel ter griffie is gestort.
5. De hoogte van het griffierecht wordt bepaald aan de hand van de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd.
##### Artikel 4
Dit artikel is gewijzigd in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI.
1. Geen griffierecht wordt geheven van:
- a. het openbaar ministerie indien het ambtshalve optreedt;
- b. de verweerder in een zaak in behandeling bij de kantonrechter of de pachtkamer bij de rechtbank;
- c. de oorspronkelijke eiser in geval van verzet als bedoeld in de [achtste afdeling van de tweede titel van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&afdeling=Achtste);
- d. de oorspronkelijke eiser en de oorspronkelijke verweerder in geval van verzet door derden als bedoeld in de [negende titel van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&titeldeel=Negende);
- e. de partij in een zaak in vrijwaring als bedoeld in [artikel 210 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=210) die in de hoofdzaak reeds griffierecht verschuldigd is geworden, en
- f. partijen en anderen die verschijnen in de prejudiciële procedure als bedoeld in [artikel 393 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=393).
2. Geen griffierecht wordt geheven voor:
- a. het indienen van een verweerschrift bij de kantonrechter of de pachtkamer bij de rechtbank;
- b. het instellen van een tegenvordering of tegenverzoek als bedoeld in [artikel 30i, achtste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=30i);
- c. het instellen van incidenteel beroep als bedoeld in de [artikelen 339, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=339), [361, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=361), en [410 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=410);
- d. het indienen van een zelfstandig verzoek als bedoeld in [artikel 282, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=282);
- e. het doen van rekening en verantwoording als bedoeld in [artikel 771 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=771);
- f. de indiening van een verzoekschrift, indien dit verzoekschrift in de loop van een aanhangig geding wordt ingediend en op dit geding betrekking heeft;
- g. de indiening van een verzoekschrift strekkende tot begroting van de nakosten als bedoeld in [artikel 237, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=237);
- h. het voeren van verweer tegen handelingen als bedoeld onder b tot en met g;
- i. het doen van een eigen aangifte tot faillietverklaring als bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van de Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=4), alsmede voor het aanwenden van een rechtsmiddel tegen de afwijzing van deze aangifte;
- j. de indiening van een verzoekschrift tot het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen als bedoeld in [artikel 284, eerste lid, van de Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=284), alsmede voor het aanwenden van een rechtsmiddel tegen de afwijzing van dit verzoek, en
- k. de indiening van een verzoek tot rangschikking.
3. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent bepaalde categorieën van zaken waarbij een vordering wordt ingesteld of een verzoek wordt ingediend, waarin geen griffierecht wordt geheven.
Voor overige gevallen luidt het artikel als volgt:
1. Geen griffierecht wordt geheven van:
- a. het openbaar ministerie indien het ambtshalve optreedt;
- b. de gedaagde in een zaak in behandeling bij de kantonrechter of de pachtkamer bij de rechtbank;
- c. de oorspronkelijke eiser in geval van verzet als bedoeld in de [achtste afdeling van de tweede titel van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&afdeling=Achtste);
@@ -112,9 +156,17 @@
##### Artikel 5
1. De vordering tot voeging of tussenkomst, bedoeld in [artikel 217 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=217), geldt voor de partij die de vordering instelt, als het aanvangen van een nieuwe zaak. Van hem wordt een bedrag aan griffierecht geheven met betrekking tot de vordering in de oorspronkelijke zaak op basis van de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd. Geen griffierecht wordt geheven van de partij die zich voegt aan de zijde van de gedaagde als bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=4&z=2017-03-01&g=2017-03-01).
2. De partij, bedoeld in het eerste lid, is het griffierecht verschuldigd vanaf het tijdstip waarop hij de vordering tot voeging of tussenkomst instelt en zorgt dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
Dit artikel is gewijzigd in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI.
1. De vordering tot voeging of tussenkomst, bedoeld in [artikel 217 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=217), geldt voor de partij die de vordering instelt, als het aanvangen van een nieuwe zaak. Van hem wordt een bedrag aan griffierecht geheven met betrekking tot de vordering in de oorspronkelijke zaak op basis van de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd. Geen griffierecht wordt geheven van de partij die zich voegt aan de zijde van de verweerder als bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=4&z=2017-09-01&g=2017-09-01).
2. De partij, bedoeld in het eerste lid, is het griffierecht verschuldigd vanaf het tijdstip waarop hij de vordering tot voeging of tussenkomst indient en zorgt dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
Voor overige gevallen luidt het artikel als volgt:
1. De vordering tot voeging of tussenkomst, bedoeld in [artikel 217 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=217), geldt voor de partij die de vordering instelt, als het aanvangen van een nieuwe zaak. Van hem wordt een bedrag aan griffierecht geheven met betrekking tot de vordering in de oorspronkelijke zaak op basis van de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd. Geen griffierecht wordt geheven van de partij die zich voegt aan de zijde van de gedaagde als bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=4&z=2017-09-01&g=2017-09-01).
2. De partij, bedoeld in het eerste lid, is het griffierecht verschuldigd vanaf het tijdstip waarop hij de vordering tot voeging of tussenkomst indient en zorgt dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
##### Artikel 6
@@ -132,10 +184,22 @@
##### Artikel 7
Het verzet door een derde tegen een vonnis of een arrest dat hem in zijn rechten benadeelt, bedoeld in de [negende titel van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&titeldeel=Negende), geldt voor de derde die het verzet doet, als het aanvangen van een nieuwe zaak. [Artikel 3, eerste, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=3&z=2017-03-01&g=2017-03-01), zijn op de derde van overeenkomstige toepassing.
Het verzet door een derde tegen een vonnis of een arrest dat hem in zijn rechten benadeelt, bedoeld in de [negende titel van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&titeldeel=Negende), geldt voor de derde die het verzet doet, als het aanvangen van een nieuwe zaak. [Artikel 3, eerste, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=3&z=2017-09-01&g=2017-09-01), zijn op de derde van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 8
Dit artikel is gewijzigd in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI.
1. Indien een zaak, in behandeling bij een kamer voor kantonzaken, met toepassing van [artikel 71, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=71), of [220, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=220) wordt verwezen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van hetzelfde gerecht om verder te worden behandeld en beslist, wordt het griffierecht van elke eiser dan wel elke verzoeker verhoogd voor zover op basis van de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd, een hoger bedrag aan griffierecht dient te worden geheven. Van elke verschenen verweerder dan wel belanghebbende, voor zover deze een verweerschrift heeft ingediend, wordt alsnog griffierecht geheven.
2. De eiser en de bij de eerste rechter verschenen verweerder zijn de ingevolge het eerste lid te heffen verhoging van het griffierecht verschuldigd vanaf de dag van de eerstvolgende proceshandeling bij de rechter naar wie de zaak is verwezen en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
3. De verzoeker en de belanghebbende zijn de ingevolge het eerste lid te heffen verhoging van het griffierecht verschuldigd vanaf de beslissing tot verwijzing en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
4. Indien een zaak in behandeling bij een kamer voor andere zaken dan kantonzaken, met toepassing van [artikel 71, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=71), of [220, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=220) wordt verwezen naar een kamer voor kantonzaken van hetzelfde gerecht om verder te worden behandeld en beslist, wordt het griffierecht verminderd voor zover op basis van de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd, een lager bedrag aan griffierecht dient te worden geheven, en wordt het te veel betaalde griffierecht door de griffier teruggestort.
Voor overige gevallen luidt het artikel als volgt:
1. Indien een zaak, in behandeling bij een kamer voor kantonzaken, met toepassing van [artikel 71, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=71), of [220, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=220) wordt verwezen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van hetzelfde gerecht om verder te worden behandeld en beslist, wordt het griffierecht van elke eiser dan wel elke verzoeker verhoogd voor zover op basis van de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd, een hoger bedrag aan griffierecht dient te worden geheven. Van elke verschenen gedaagde dan wel belanghebbende, voor zover deze een verweerschrift heeft ingediend, wordt alsnog griffierecht geheven.
2. De eiser en de bij de eerste rechter verschenen gedaagde zijn de ingevolge het eerste lid te heffen verhoging van het griffierecht verschuldigd vanaf de dag waarop de zaak ter rolle dient bij de rechter naar wie de zaak is verwezen en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
@@ -146,9 +210,23 @@
##### Artikel 9
Dit artikel is gewijzigd in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI.
1. Indien een zaak waarbij een vordering wordt ingesteld met toepassing van [artikel 73](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=73) of [220 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=220)wordt verwezen naar een ander gerecht om verder te worden behandeld en beslist, wordt van elke eiser en, voor zover van toepassing, elke verschenen verweerder opnieuw griffierecht geheven, met dien verstande dat het eerder geheven griffierecht hierop in mindering wordt gebracht.
2. Indien een zaak waarbij een verzoek wordt ingediend met toepassing van [artikel 73 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=73) wordt verwezen naar een ander gerecht om verder te worden behandeld en beslist, wordt van elke verzoeker en elke belanghebbende, voor zover deze een verweerschrift heeft ingediend, opnieuw griffierecht geheven, met dien verstande dat het eerder geheven griffierecht hierop in mindering wordt gebracht.
3. De eiser en de bij de eerste rechter verschenen verweerder zijn het ingevolge het eerste lid te heffen griffierecht verschuldigd vanaf de dag van de eerstvolgende proceshandeling bij de rechter naar wie de zaak is verwezen en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
4. De verzoeker en de belanghebbende zijn het ingevolge het tweede lid te heffen griffierecht verschuldigd vanaf de beschikking tot verwijzing en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
5. Indien een zaak, met toepassing van [artikel 73 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=73) wordt verwezen naar een lagere rechter bij een ander gerecht om verder te worden behandeld en beslist, wordt het griffierecht verminderd voor zover uit de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd, volgt dat een lager bedrag aan griffierecht dient te worden geheven, en wordt het te veel betaalde griffierecht door de griffier teruggestort.
Voor overige gevallen luidt het artikel als volgt:
1. Indien een zaak die bij dagvaarding moet worden ingeleid met toepassing van [artikel 73](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=73) of [220 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=220)wordt verwezen naar een andere gerecht om verder te worden behandeld en beslist, wordt van elke eiser en, voor zover van toepassing, elke verschenen gedaagde opnieuw griffierecht geheven, met dien verstande dat het eerder geheven griffierecht hierop in mindering wordt gebracht.
2. Indien een zaak die bij verzoekschrift moet worden ingeleid met toepassing van [artikel 73 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=73) wordt verwezen naar een andere gerecht om verder te worden behandeld en beslist, wordt van elke verzoeker en elke belanghebbende, voor zover deze een verweerschrift heeft ingediend, opnieuw griffierecht geheven, met dien verstande dat het eerder geheven griffierecht hierop in mindering wordt gebracht.
2. Indien een zaak waarbij een verzoek wordt ingediend met toepassing van [artikel 73 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=73) wordt verwezen naar een ander gerecht om verder te worden behandeld en beslist, wordt van elke verzoeker en elke belanghebbende, voor zover deze een verweerschrift heeft ingediend, opnieuw griffierecht geheven, met dien verstande dat het eerder geheven griffierecht hierop in mindering wordt gebracht.
3. De eiser en de bij de eerste rechter verschenen gedaagde zijn het ingevolge het eerste lid te heffen griffierecht verschuldigd vanaf de dag waarop de zaak ter rolle dient bij de rechter naar wie de zaak is verwezen en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
@@ -176,7 +254,7 @@
1. Op het griffierecht wordt in mindering gebracht het griffierecht dat reeds is voldaan in de zaak waarop de procesinleiding betrekking heeft.
2. Indien in een zaak waarbij een vordering is ingesteld, de eiser de procesinleiding intrekt voordat de verweerder in de procedure is verschenen of uiterlijk in de procedure had kunnen verschijnen, wordt van de eiser een derde deel van het ingevolge [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=3&z=2017-03-01&g=2017-03-01) verschuldigde griffierecht geheven met een maximum van € 75 voor onvermogenden, € 250 voor natuurlijke personen en € 500 voor rechtspersonen. Indien de eiser het griffierecht reeds heeft voldaan, stort de griffier het te veel betaalde griffierecht aan de eiser terug.
2. Indien in een zaak waarbij een vordering is ingesteld, de eiser de procesinleiding intrekt voordat de verweerder in de procedure is verschenen of uiterlijk in de procedure had kunnen verschijnen, wordt van de eiser een derde deel van het ingevolge [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=3&z=2017-09-01&g=2017-09-01) verschuldigde griffierecht geheven met een maximum van € 75 voor onvermogenden, € 250 voor natuurlijke personen en € 500 voor rechtspersonen. Indien de eiser het griffierecht reeds heeft voldaan, stort de griffier het te veel betaalde griffierecht aan de eiser terug.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
@@ -188,6 +266,20 @@
##### Artikel 12
Dit artikel is gewijzigd in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI.
1. Indien de vordering strekt tot betaling van een geldsom en de eiser zijn eis vermeerdert overeenkomstig [artikel 130 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=130), wordt het griffierecht verhoogd tot het griffierecht, dat partijen verschuldigd zouden zijn geweest, indien de vermeerderde eis was opgenomen in de procesinleiding.
2. Indien het verzoek strekt tot betaling van een geldsom en de verzoeker zijn verzoek vermeerdert overeenkomstig [artikel 283 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=283), is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
3. Bij heffing van het verhoogde griffierecht op de voet van het eerste of tweede lid wordt uitgegaan van de tarieven die gelden op het tijdstip waarop de eis of het verzoek wordt vermeerderd.
4. Partijen zijn het verhoogde griffierecht verschuldigd vanaf het tijdstip van de vermeerdering van de eis of het verzoek en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort. Indien de rechter de vermeerdering van de eis of het verzoek echter buiten beschouwing laat, blijft de heffing beperkt tot het oorspronkelijk geheven bedrag en wordt het eventueel te veel betaalde griffierecht door de griffier teruggestort.
5. Het griffierecht wordt niet verhoogd, indien op het tijdstip waarop de eis dan wel het verzoek wordt vermeerderd een van de stukken, bedoeld in [artikel 16, eerste lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=16&z=2017-09-01&g=2017-09-01), is overlegd.
Voor overige gevallen luidt het artikel als volgt:
1. Indien de vordering strekt tot betaling van een geldsom en de eiser zijn eis vermeerdert overeenkomstig [artikel 130 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=130), wordt het griffierecht verhoogd tot het griffierecht, dat partijen verschuldigd zouden zijn geweest, indien de vermeerderde eis was opgenomen in de dagvaarding.
2. Indien het verzoek strekt tot betaling van een geldsom en de verzoeker zijn verzoek vermeerdert overeenkomstig [artikel 283 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=283), is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
@@ -196,16 +288,32 @@
4. Partijen zijn het verhoogde griffierecht verschuldigd vanaf het tijdstip van de vermeerdering van de eis of het verzoek en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort. Indien de rechter de vermeerdering van de eis of het verzoek echter buiten beschouwing laat, blijft de heffing beperkt tot het oorspronkelijk geheven bedrag en wordt het eventueel te veel betaalde griffierecht door de griffier teruggestort.
5. Het griffierecht wordt niet verhoogd, indien op het tijdstip waarop de eis dan wel het verzoek wordt vermeerderd een van de stukken, bedoeld in [artikel 16, eerste lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=16&z=2017-03-01&g=2017-03-01), is overlegd.
5. Het griffierecht wordt niet verhoogd, indien op het tijdstip waarop de eis dan wel het verzoek wordt vermeerderd een van de stukken, bedoeld in [artikel 16, eerste lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=16&z=2017-09-01&g=2017-09-01), is overlegd.
##### Artikel 13
Dit artikel is gewijzigd in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI.
1. Indien de eis strekt tot betaling van een geldsom en de eiser zijn eis vermindert overeenkomstig [artikel 129 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=129) en van partijen minder griffierecht zou zijn geheven indien de verminderde eis was opgenomen in de procesinleiding, wordt het griffierecht niet alsnog verminderd.
2. Indien het verzoek strekt tot betaling van een geldsom en de verzoeker zijn verzoek vermindert overeenkomstig [artikel 283 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=283), is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
Voor overige gevallen luidt het artikel als volgt:
1. Indien de eis strekt tot betaling van een geldsom en de eiser zijn eis vermindert overeenkomstig [artikel 129 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=129) en van partijen minder griffierecht zou zijn geheven indien de verminderde eis was opgenomen in de dagvaarding, wordt het griffierecht niet alsnog verminderd.
2. Indien het verzoek strekt tot betaling van een geldsom en de verzoeker zijn verzoek vermindert overeenkomstig [artikel 283 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=283), is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 14
Dit artikel is gewijzigd in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI.
1. Indien de eis strekt tot veroordeling tot schadevergoeding op te maken bij staat, maar de rechter in het vonnis of het arrest overeenkomstig [artikel 97 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=97) de schade heeft begroot, wordt alsnog het griffierecht geheven dat partijen verschuldigd zouden zijn geweest, indien de eis in de procesinleiding had gestrekt tot betaling van een bepaalde geldsom ten belope van de begrote schade. Het reeds voldane griffierecht wordt hierop in mindering gebracht.
2. Partijen zijn het nader vastgestelde griffierecht verschuldigd vanaf het tijdstip waarop de rechter het vonnis of het arrest, bedoeld in het eerste lid, heeft gewezen en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
Voor overige gevallen luidt het artikel als volgt:
1. Indien de eis strekt tot veroordeling tot schadevergoeding op te maken bij staat, maar de rechter in het vonnis of het arrest overeenkomstig [artikel 97 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=97) de schade heeft begroot, wordt alsnog het griffierecht geheven dat partijen verschuldigd zouden zijn geweest, indien de eis in de dagvaarding had gestrekt tot betaling van een bepaalde geldsom ten belope van de begrote schade. Het reeds voldane griffierecht wordt hierop in mindering gebracht.
2. Partijen zijn het nader vastgestelde griffierecht verschuldigd vanaf het tijdstip waarop de rechter het vonnis of het arrest, bedoeld in het eerste lid, heeft gewezen en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
@@ -242,23 +350,23 @@
1. In elk faillissement betaalt de curator uit de baten van de boedel bij het deponeren van de eerste uitdelingslijst of zodra de uitspraak tot homologatie van een akkoord in kracht van gewijsde is gegaan, een griffierecht van € 609.
2. Onder het griffierecht, bedoeld in het eerste lid, is niet begrepen het griffierecht dat ingevolge [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=3&z=2017-03-01&g=2017-03-01), wordt geheven voor verificatiegeschillen. Partijen zijn dit griffierecht verschuldigd vanaf hun verschijning op de bepaalde terechtzitting en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
3. Van de niet-geverifieerde schuldeiser die ingevolge [artikel 186 van de Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=186) verzet doet tegen de uitdelingslijst, wordt overeenkomstig [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=3&z=2017-03-01&g=2017-03-01), griffierecht geheven, met dien verstande dat indien tevens door wel geverifieerde schuldeisers verzet wordt gedaan tegen de uitdelingslijst, geen griffierecht wordt geheven.
2. Onder het griffierecht, bedoeld in het eerste lid, is niet begrepen het griffierecht dat ingevolge [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=3&z=2017-09-01&g=2017-09-01), wordt geheven voor verificatiegeschillen. Partijen zijn dit griffierecht verschuldigd vanaf hun verschijning op de bepaalde zitting en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
3. Van de niet-geverifieerde schuldeiser die ingevolge [artikel 186 van de Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=186) verzet doet tegen de uitdelingslijst, wordt overeenkomstig [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=3&z=2017-09-01&g=2017-09-01), griffierecht geheven, met dien verstande dat indien tevens door wel geverifieerde schuldeisers verzet wordt gedaan tegen de uitdelingslijst, geen griffierecht wordt geheven.
4. Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing bij toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.
##### Artikel 18
1. [Artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=17&z=2017-03-01&g=2017-03-01) is van overeenkomstige toepassing in geval van een op de voet van [artikel 60b, eerste lid, van de Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=60b) aan de curator gegeven opdracht om het beheer van de onder bewind staande goederen over te nemen en voor de vereffening zorg te dragen, gegeven door de rechtbank op verzoek van een schuldeiser die op de goederen verhaal heeft, maar niet in het faillissement kan opkomen.
2. [Artikel 17, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=17&z=2017-03-01&g=2017-03-01), is van overeenkomstige toepassing in geval van benoeming door de rechter van een of meer vereffenaars van een ontbonden rechtspersoon, van een gemeenschap of van een nalatenschap.
1. [Artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=17&z=2017-09-01&g=2017-09-01) is van overeenkomstige toepassing in geval van een op de voet van [artikel 60b, eerste lid, van de Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=60b) aan de curator gegeven opdracht om het beheer van de onder bewind staande goederen over te nemen en voor de vereffening zorg te dragen, gegeven door de rechtbank op verzoek van een schuldeiser die op de goederen verhaal heeft, maar niet in het faillissement kan opkomen.
2. [Artikel 17, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=17&z=2017-09-01&g=2017-09-01), is van overeenkomstige toepassing in geval van benoeming door de rechter van een of meer vereffenaars van een ontbonden rechtspersoon, van een gemeenschap of van een nalatenschap.
##### Artikel 19
1. Voor de opening van een gerechtelijke rangregeling buiten faillissement en de benoeming van een rechter-commissaris als bedoeld in de [artikelen 481, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=481), [552, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=552), [584f, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=584f) en [776 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=776) wordt van de verzoeker een griffierecht geheven van € 363. De [artikelen 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=3&z=2017-03-01&g=2017-03-01), en [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=16&z=2017-03-01&g=2017-03-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. In het geval van verwijzing ingevolge tegenspraak wordt griffierecht geheven overeenkomstig [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=3&z=2017-03-01&g=2017-03-01). Partijen zijn het griffierecht verschuldigd vanaf hun verschijning op de bepaalde terechtzitting en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
1. Voor de opening van een gerechtelijke rangregeling buiten faillissement en de benoeming van een rechter-commissaris als bedoeld in de [artikelen 481, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=481), [552, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=552), [584f, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=584f) en [776 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=776) wordt van de verzoeker een griffierecht geheven van € 363. De [artikelen 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=3&z=2017-09-01&g=2017-09-01), en [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=16&z=2017-09-01&g=2017-09-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. In het geval van verwijzing ingevolge tegenspraak wordt griffierecht geheven overeenkomstig [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=3&z=2017-09-01&g=2017-09-01). Partijen zijn het griffierecht verschuldigd vanaf hun verschijning op de bepaalde zitting en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
##### Artikel 20
@@ -268,7 +376,7 @@
- b. verdere grossen, afschriften van vonnissen, arresten en beschikkingen voor zover deze nodig mochten zijn voor de tenuitvoerlegging, voor het aanwenden van rechtsmiddelen of krachtens wettelijk voorschrift;
- c. één afschrift van alle akten en processen-verbaal die met betrekking tot de behandeling ter terechtzitting zijn opgemaakt.
- c. één afschrift van alle akten en processen-verbaal die met betrekking tot de behandeling ter zitting zijn opgemaakt.
2. Geen griffierecht wordt in rekening gebracht voor beslissingen, akten en processen-verbaal, die een rechtstreeks uitvloeisel zijn van vonnissen, arresten of beschikkingen, met inbegrip van grossen of afschriften op de voet van het vorige lid.
@@ -276,10 +384,22 @@
##### Artikel 21
Dit artikel is gewijzigd in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI.
1. Onverminderd de overige artikelen van deze wet worden aan partijen en aan belanghebbenden afschriften van of uittreksels uit vonnissen, arresten, beschikkingen, akten, processen-verbaal, registers of andere stukken kosteloos afgegeven, indien en voor zover zij daarbij belang hebben en niet in staat zijn op andere wijze in de behoefte te voorzien. Bij weigering van de griffier kunnen partijen een verzoek tot afgifte van een afschrift of uittrekstel indienen bij de voorzieningenrechter of in kantonzaken, de kantonrechter. Hiervoor is geen griffierecht verschuldigd. Tegen de beslissing op het verzoek, bedoeld in de tweede volzin, is geen hogere voorziening toegelaten.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de griffierechten, verschuldigd voor de verstrekking van afschriften van en uittreksels uit vonnissen, arresten en beschikkingen anders dan in de gevallen, bedoeld in het eerste lid.
3. Vervallen.
4. Voor de uitgifte van afschriften en uittreksels uit de registers van de burgerlijke stand met bijlagen worden de bedragen berekend, bedoeld bij de [Wet rechten burgerlijke stand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001851).
Voor overige gevallen luidt het artikel als volgt:
1. Onverminderd de overige artikelen van deze wet worden aan partijen en aan belanghebbenden afschriften van of uittreksels uit vonnissen, arresten, beschikkingen, akten, processen-verbaal, registers of andere stukken kosteloos afgegeven, indien en voor zover zij daarbij belang hebben en niet in staat zijn op andere wijze in de behoefte te voorzien. Bij weigering van de griffier kunnen partijen een verzoek tot afgifte van een afschrift of uittrekstel indienen bij de voorzieningenrechter of in kantonzaken, de kantonrechter. Hiervoor is geen griffierecht verschuldigd. Tegen de beslissing op het verzoek, bedoeld in de tweede volzin, is geen hogere voorziening toegelaten.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de griffierechten, verschuldigd voor de verstrekking van afschriften van en uittreksels uit vonnissen, arresten en beschikkingen anders dan in de gevallen, bedoeld in het eerste lid.
3. Voor de geregelde verstrekking van niet-getekende afschriften van of uittreksels uit de rol aan advocaten of gemachtigden wordt een griffierecht geheven van € 20 per maand.
4. Voor de uitgifte van afschriften en uittreksels uit de registers van de burgerlijke stand met bijlagen worden de bedragen berekend, bedoeld bij de [Wet rechten burgerlijke stand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001851).
@@ -300,11 +420,11 @@
2. Voor de legalisatie van handtekeningen wordt voor iedere handtekening een griffierecht geheven van € 20, met dien verstande dat meerdere handtekeningen van dezelfde persoon op hetzelfde stuk als één handtekening worden beschouwd.
3. Voor zover niet anders is bepaald in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-03-01&g=2017-03-01) wordt voor de afgifte van apostilles als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het op 5 oktober 1961 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tot afschaffing van het vereiste van legalisatie van buitenlandse openbare akten, een griffierecht geheven van € 20 voor iedere apostille.
3. Voor zover niet anders is bepaald in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-09-01&g=2017-09-01) wordt voor de afgifte van apostilles als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het op 5 oktober 1961 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tot afschaffing van het vereiste van legalisatie van buitenlandse openbare akten, een griffierecht geheven van € 20 voor iedere apostille.
##### Artikel 24
Geen griffierecht wordt geheven van openbare colleges en van ambtenaren van openbare lichamen voor de afgifte van afschriften of uittreksels van stukken, of de legalisaties van handtekeningen dan wel afgifte van apostilles als bedoeld in [artikel 23, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=23&z=2017-03-01&g=2017-03-01), voor zover zij deze stukken behoeven voor de waarneming van de dienst.
Geen griffierecht wordt geheven van openbare colleges en van ambtenaren van openbare lichamen voor de afgifte van afschriften of uittreksels van stukken, of de legalisaties van handtekeningen dan wel afgifte van apostilles als bedoeld in [artikel 23, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=23&z=2017-09-01&g=2017-09-01), voor zover zij deze stukken behoeven voor de waarneming van de dienst.
##### Artikel 25
@@ -336,11 +456,11 @@
##### Artikel 29
1. Degene die de griffierechten en verschotten heeft betaald, kan gedurende een maand na die betaling tegen de beslissing van de griffier tot heffing van het griffierecht of de verschotten bij verzoekschrift in verzet komen bij het gerecht waaraan het griffierecht of de verschotten werden betaald.
1. Degene die de griffierechten en verschotten heeft betaald, kan gedurende een maand na die betaling tegen de beslissing van de griffier tot heffing van het griffierecht of de verschotten door indiening van een verzoek in verzet komen bij het gerecht waaraan het griffierecht of de verschotten werden betaald.
2. Tegen de beslissing van het gerecht is geen hogere voorziening toegelaten.
3. Voor de indiening van het verzoekschrift, bedoeld in het eerste lid, wordt geen griffierecht geheven.
3. Voor de indiening van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt geen griffierecht geheven.
##### Artikel 30
@@ -348,11 +468,11 @@
2. Het dwangbevel wordt uitvoerbaar verklaard indien het een enkelvoudige kamer betreft, door de rechter in die kamer dan wel, indien het een meervoudige kamer betreft, door de voorzitter van die kamer van het betrokken gerecht. Het dwangbevel levert een executoriale titel op, die met toepassing van de voorschriften van het [Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827) kan worden tenuitvoergelegd, indien tenminste een maand na de betekening is verstreken.
3. Gedurende een maand na de betekening van het dwangbevel kan de schuldenaar bij het betrokken gerecht, rechtdoende in burgerlijke zaken, daartegen bij verzoekschrift in verzet komen.
3. Gedurende een maand na de betekening van het dwangbevel kan de schuldenaar bij het betrokken gerecht, rechtdoende in burgerlijke zaken, daartegen door indiening van een verzoek in verzet komen.
4. Tegen de beslissing van het gerecht is geen hogere voorziening toegelaten.
5. Voor de indiening van het verzoekschrift, bedoeld in het derde lid, wordt geen griffierecht geheven.
5. Voor de indiening van het verzoek, bedoeld in het derde lid, wordt geen griffierecht geheven.
### Hoofdstuk 5. Intrekking van of wijzigingen in andere wetten
@@ -478,11 +598,7 @@
##### Artikel 56a
1. In zaken die bij dagvaarding worden ingeleid, zijn de [artikelen 1 tot en met 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2017-03-01&g=2017-03-01), [32, onderdelen A, N, O, R en S](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=5&artikel=32&z=2017-03-01&g=2017-03-01), of de onderdelen dan wel de subonderdelen daarvan alleen van toepassing in die zaken waarin de eerste roldatum, dan wel in zaken als bedoeld in [artikel 254 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=254) de eerste terechtzitting, is op of na het tijdstip van inwerkingtreding van die artikelen, onderdelen of subonderdelen daarvan.
2. In zaken die bij dagvaarding worden ingeleid, is [artikel 32, onderdelen B tot en met M, P, Q, en W tot en met Za](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028899&hoofdstuk=5&artikel=32&z=2017-03-01&g=2017-03-01), of de subonderdelen daarvan alleen van toepassing in die zaken waarin een dagvaarding is uitgebracht op of na het tijdstip van inwerkingtreding van die onderdelen of subonderdelen.
3. In zaken die bij verzoekschrift worden ingeleid, zijn de in deze wet opgenomen artikelen of de onderdelen dan wel de subonderdelen daarvan, alleen van toepassing indien het verzoekschrift wordt ingediend op of na het tijdstip van inwerkingtreding van die artikelen, onderdelen of subonderdelen.
Vervallen
##### Artikel 57
2017-03-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 12, 18 y 2 más
2017-01-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 12, 18 y 2 más
2016-01-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 12, 18 y 2 más
2015-01-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 12, 18 y 2 más
2014-01-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 12, 18 y 2 más
2013-04-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 12, 18 y 2 más
2013-01-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 12, 18 y 2 más
2012-07-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 12, 18 y 2 más
2012-01-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 12, 18 y 2 más
2011-07-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 12, 18 y 2 más
2011-01-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 7, 12, 18 y 3 más
2010-11-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken — arts. 1, 1, 2 y 67 más
2010-11-01
Wet griffierechten burgerlijke zaken
original version Tekst op deze datum