Wet van 16 december 2010 tot vaststelling van de Wet Douane- en Accijnswet BES (Douane- en Accijnswet BES)

Type Wet Bes
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 401
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Een beschikking tot toelating, bedoeld in artikel 5.4, derde lid, wordt door de inspecteur ingetrokken, indien blijkt dat:

  • a. onjuiste of onvolledige gegevens werden verstrekt die van beslissende invloed zijn geweest op de totstandkoming van het besluit tot toelating;
  • b. is gehandeld in strijd met de bepalingen van dit hoofdstuk of de daarop berustende bepalingen;
  • c. de aan de toelating verbonden voorschriften en beperkingen niet of niet volledig in acht genomen zijn;
  • d. is gehandeld in strijd met de bepalingen van de hoofdstukken I, II en III van deze wet; of
  • e. het bedrijf is gestaakt.
2.

Een beschikking tot toelating kan tevens door de inspecteur worden ingetrokken indien het bedrijf niet langer voldoet aan de in artikel 5.4 voor toelating tot een handels- en dienstenentrepot gestelde eisen.

3.

Intrekking kan op grond van het eerste lid:

  • a. onderdeel a, geschieden met terugwerkende kracht tot en met de datum van dagtekening van de beschikking waarin is besloten tot toelating;
  • b. onderdeel b, c, d of e, geschieden met terugwerkende kracht tot en met de dag waarop de in de genoemde onderdelen aangegeven handeling werd verricht.
4.

De intrekking van de beschikking tot toelating, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt aangemerkt als een beschikking van de inspecteur.

5.

Intrekking van de beschikking tot toelating, bedoeld in het eerste en tweede lid, verplicht de desbetreffende rechtspersoon zich binnen zes maanden na dagtekening van de beschikking tot intrekking uit het handels- en dienstenentrepot te verwijderen.

6.

Indien de rechtspersoon zich niet binnen zes maanden na dagtekening van de beschikking tot intrekking uit het handels- en dienstenentrepot verwijdert, kan de verwijdering per direct geschieden op kosten van de betrokken rechtspersoon.

Afdeling 3. Toelating tot een handels- en dienstenentrepot

Artikel 5.6

Onze Minister van Financiën of een door hem aangewezen functionaris is belast met het beheer en de exploitatie van handels- en dienstenentrepots.

Artikel 5.7

Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen goederen worden aangewezen die niet dan wel slechts onder voorwaarden in een handels- en dienstenentrepot aanwezig mogen zijn.

Afdeling 4. Beheer en exploitatie handels- en dienstenentrepots

Artikel 5.8
1.

Leveringen van goederen, andere dan verricht in het kader van uitvoer van die goederen buiten de BES eilanden, en van diensten, andere dan die bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, door een tot een handels- of dienstenentrepot toegelaten rechtspersoon, zijn niet toegestaan tenzij de inspecteur hiervoor op schriftelijk verzoek van die rechtspersoon een vergunning heeft verleend. De vergunning kan, afhankelijk van de omstandigheden, of voor een bepaalde tijd worden verleend, of telkens door de inspecteur worden verlengd.

2.

De inspecteur beslist bij beschikking op het in het vorige lid bedoelde verzoek van de rechtspersoon.

3.

Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van aan de verlening van de in het eerste lid bedoelde vergunning te stellen voorwaarden met betrekking tot onder meer de prijs, de kwaliteit en de distributie van de goederen, alsmede tot het voorkomen van ongewenste verstoringen van de binnen de BES eilanden bestaande markt.

4.

Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd indien het sociaal-economische belang van de BES eilanden dat vereist. De vergunning kan door de inspecteur worden ingetrokken indien de aan de vergunning te stellen voorwaarden niet of niet volledig in acht zijn genomen.

Afdeling 5. Vergunning overige leveringen van goederen en diensten

Artikel 5.9

Met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens dit hoofdstuk is de inspecteur belast.

Artikel 5.10

Onverminderd de toepassing van de bepalingen van de hoofdstukken II en III van deze wet, zijn op de afdelingen 1 tot en met 4 van dit hoofdstuk de bepalingen van hoofdstuk VIII van de Belastingwet BES van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk VI. Slotbepalingen

Artikel 6.1

Deze wet wordt aangehaald als: Douane- en Accijnswet BES.

Artikel 6.2

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende hoofdstukken, artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 4.50a
1.

Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt op verzoek teruggaaf van accijns verleend voor:

  • a. accijnsgoederen die naar een plaats buiten de BES eilanden zijn gebracht;
  • c. accijnsgoederen die verloren zijn gegaan door niet te voorziene omstandigheden of overmacht;
  • d. accijnsgoederen die zijn vernietigd onder ambtelijk toezicht;
  • e. accijnsgoederen die zijn gebracht binnen een accijnsgoederenplaats die voor dat soort accijnsgoed als zodanig is aangewezen.
2.

Teruggaaf van accijns wordt verleend tot ten hoogste het bedrag dat aan accijns is voldaan.

3.

Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Titel 5a. Teruggaaf

Afdeling 1. Accijnszegels

Afdeling 2. Controlebepalingen

Afdeling 3. Controlebevoegdheden

Titel 7. Verbodsbepalingen

Hoofdstuk V. Handels- en dienstenentrepots

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Afdeling 2. Instelling handels- en dienstenentrepot

Afdeling 4. Beheer en exploitatie handels- en dienstenentrepots

Afdeling 5. Vergunning overige leveringen van goederen en diensten

Hoofdstuk VI. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 4.14a
1.

Het vaststellen van de hoeveelheid benzine, bier, wijn of overige alcoholhoudende producten bij uitslag of invoer vindt plaats via betrouwbare meetapparatuur.

2.

Indien uitslag of invoer van benzine, bier, wijn of overige alcoholhoudende producten plaatsvindt in een kleinhandelsverpakking, wordt de uitgeslagen of ingevoerde hoeveelheid bepaald op basis van de op die verpakking aangegeven hoeveelheid, op voorwaarde dat deze hoeveelheid is vastgesteld overeenkomstig een internationaal erkende normering.

3.

Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Titel 3. Uitslag

Afdeling 1. Accijnsgoederenplaats

Afdeling 2. Vergunning accijnsgoederenplaats

Afdeling 3. Wijze van heffing en voldoening

Afdeling 4. Zekerheid

Titel 4. Invoer

Titel 5. Vrijstellingen

Titel 5a. Teruggaaf

Titel 6. Bijzondere bepalingen

Afdeling 1. Accijnszegels

Afdeling 3. Controlebevoegdheden

Titel 7. Verbodsbepalingen

Hoofdstuk V. Handels- en dienstenentrepots

Afdeling 2. Instelling handels- en dienstenentrepot

Afdeling 5. Vergunning overige leveringen van goederen en diensten

Afdeling 6. Slotbepalingen

Hoofdstuk VI. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2.134a
1.

Degene die een tot stand gebrachte identificatiemaatregel met betrekking tot goederen, bergingsmiddelen, verpakkingsmiddelen, werktuigen, leidingen, vervoermiddelen, gebouwen, terreinen of delen daarvan in strijd met de bepalingen van dit hoofdstuk of de daarop berustende bepalingen schendt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of met een geldboete van de vijfde categorie.

2.

Degene die een in het eerste lid omschreven feit opzettelijk begaat, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vijfde categorie, hetzij met beide voormelde straffen.

3.

Degene die, nadat hij door de inspecteur in kennis is gesteld van diens voornemen om een identificatiemaatregel als bedoeld in het eerste lid tot stand te brengen, er geen zorg voor draagt dat de inspecteur deze maatregel op een deugdelijke wijze tot stand kan brengen, alsmede degene die er geen zorg voor draagt dat de door de inspecteur tot stand gebrachte identificatiemaatregel in stand blijft, wordt gestraft met geldboete van de vierde categorie.

4.

Ten aanzien van de in het derde lid omschreven feiten kan voor de betrokkene niet het bestaan van overmacht worden aangenomen, indien hij niet onverwijld nadat hem bekend is geworden dat een identificatiemaatregel niet op deugdelijke wijze is tot stand gebracht of een identificatiemaatregel niet in stand is gebleven, daarvan aan de inspecteur mededeling doet.

Afdeling 4. Algemene bepalingen van strafrecht

Afdeling 5. Algemene bepalingen van strafvordering

Titel 9. Geheimhouding en bijzondere bepalingen

Hoofdstuk III. Invoerrechten

Titel 1. Algemene bepalingen

Titel 2. Douanewaarde

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Afdeling 2. Methoden van bepaling douanewaarde

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Paragraaf 2. De transactiewaarde

Paragraaf 3. De transactiewaarde van identieke goederen

Paragraaf 4. De transactiewaarde van soortgelijke goederen

Paragraaf 5. De terugrekenmethode

Paragraaf 6. De methode van de berekende waarde

Paragraaf 7. De methode van redelijke middelen

Titel 3. Vrijstellingen

Afdeling 1. Begripsbepalingen

Afdeling 2. Algemene bepalingen

Afdeling 3. Vrijstellingen van invoerrechten

Paragraaf 1. Vrijstellingen bij definitieve invoer

Paragraaf 2. Vrijstellingen bij tijdelijke invoer

Titel 4. Teruggaaf van invoerrechten

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Afdeling 2. Gevallen van teruggaaf

Paragraaf 1. Geen verschuldigdheid; bedrag van invoerrechten hoger dan verschuldigd

Paragraaf 2. Bij vergissing aangegeven goederen

Paragraaf 3. Geweigerde goederen

Paragraaf 4. Goederen in bijzondere situaties

Hoofdstuk IV. Accijnzen

Titel 1. Inleidende bepalingen

Afdeling 1. Belastbaar feit

Afdeling 2. Algemene verbodsbepaling

Titel 2. Definities accijnsgoederen en tarieven

Titel 3. Uitslag

Afdeling 1. Accijnsgoederenplaats

Afdeling 2. Vergunning accijnsgoederenplaats

Afdeling 3. Wijze van heffing en voldoening

Afdeling 4. Zekerheid

Titel 4. Invoer

Titel 5. Vrijstellingen

Titel 6. Bijzondere bepalingen

Afdeling 1. Accijnszegels

Afdeling 2. Controlebepalingen

Afdeling 3. Controlebevoegdheden

Titel 7. Verbodsbepalingen

Hoofdstuk V. Handels- en dienstenentrepots

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Afdeling 3. Toelating tot een handels- en dienstenentrepot

Afdeling 4. Beheer en exploitatie handels- en dienstenentrepots

Afdeling 6. Slotbepalingen

Hoofdstuk VI. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)