Wet van 16 december 2010 tot vaststelling van de Wet Douane- en Accijnswet BES (Douane- en Accijnswet BES)
Degene die een feit als omschreven in de voorgaande leden begaat, terwijl hij weet of vermoedt of redelijkerwijs kon vermoeden dat de invoerrechten niet zijn voldaan, noch overeenkomstig deze wet zijn verzekerd, wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie of, indien de te weinig geheven invoerrechten hoger zijn dan dit bedrag, ten hoogste tweemaal het bedrag van de te weinig geheven invoerrechten, hetzij met beide voormelde straffen.
Artikel 2.130
Degene die bij de toepassing van de bepalingen bij of krachtens deze wet tegenover de inspecteur een of meer valse of vervalste bescheiden gebruikt of doet gebruiken, wordt gestraft hetzij met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vijfde categorie of, indien de te weinig geheven invoerrechten hoger zijn dan dit bedrag, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven invoerrechten, hetzij met beide voormelde straffen.
Degene die het feit omschreven in het eerste lid opzettelijk begaat met het oogmerk om de invoerrechten geheel of ten dele te ontduiken of de ontduiking daarvan te bevorderen, wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie of, indien de te weinig geheven invoerrechten hoger zijn dan dit bedrag, ten hoogste tweemaal het bedrag van de te weinig geheven invoerrechten, hetzij met beide voormelde straffen.
Artikel 2.131
Degene die ingevolge dit hoofdstuk bevoegd is gebruik te maken van een vereenvoudigde regeling inzake een bepaalde douaneprocedure en in strijd met de voorwaarden en bepalingen daarvan handelt wordt gestraft hetzij met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vijfde categorie of, indien de te weinig geheven invoerrechten hoger zijn dan dit bedrag, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven invoerrechten, hetzij met beide voormelde straffen.
Degene die het in het voorgaand lid omschreven feit opzettelijk begaat met het oogmerk om de invoerrechten geheel of ten dele te ontduiken of de ontduiking daarvan te bevorderen, wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie of, indien de te weinig geheven invoerrechten hoger zijn dan dit bedrag, ten hoogste tweemaal het bedrag van de te weinig geheven invoerrechten, hetzij met beide voormelde straffen.
Artikel 2.132
Degene die in strijd handelt met de verplichtingen en voorwaarden die voortvloeien uit een douanebestemming die bij dit hoofdstuk aan goederen is gegeven wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vijfde categorie of, indien de te weinig geheven invoerrechten hoger zijn dat dit bedrag, ten hoogste tweemaal het bedrag van de te weinig geheven invoerrechten, hetzij met beide voormelde straffen.
Degene die het in het eerste lid genoemde feit opzettelijk begaat wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie of, indien de te weinig geheven invoerrechten hoger zijn dan dit bedrag, ten hoogste tweemaal het bedrag van de te weinig geheven invoerrechten, hetzij met beide voormelde straffen.
Artikel 2.133
Degene die de in de artikelen 3.31 en 3.148 opgenomen verbodsbepalingen overtreedt, wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vijfde categorie of, indien de te weinig geheven invoerrechten dan wel de teruggegeven invoerrechten hoger zijn dan dit bedrag, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven of teveel teruggegeven invoerrechten, hetzij met beide voormelde straffen.
Degene die het in het eerste lid omschreven feit opzettelijk begaat wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vijfde categorie of, indien de te weinig geheven invoerrechten dan wel de teruggegeven invoerrechten hoger zijn dan dit bedrag, ten hoogste tweemaal het bedrag van de te weinig geheven of teveel teruggegeven invoerrechten, hetzij met beide voormelde straffen.
Artikel 2.134
Degene die niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig voldoet aan een hem bij dit hoofdstuk opgelegde verplichting:
- a. tot het inrichten en voeren van een administratie op de voorgeschreven wijze en het bewaren van gegevensdragers of de inhoud daarvan;
- b. tot het ter inzage geven of ter beschikking stellen van gegevensdragers of de inhoud daarvan aan de inspecteur of aan andere met administratieve rechtsmacht beklede bevoegde ambtenaren;
- c. tot het verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen;
- d. welke is opgenomen in een vergunning, aan hem verleend als gebruiker van een gebouw, erf of besloten terrein;
- e. tot het gehoor geven aan een vordering die is gedaan door de inspecteur,
wordt gestraft hetzij met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vijfde categorie, hetzij met beide voormelde straffen.
Met dezelfde straf wordt gestraft degene die handelingen verricht zonder de daarvoor vereiste toestemming van de inspecteur, bedoeld in de artikelen 2.11, 2.12, 2.15, 2.18, tweede lid en artikel 2.104, eerste lid.
Degene die de in het eerste of tweede lid omschreven feiten opzettelijk begaat wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie, hetzij met beide voormelde straffen.
Artikel 2.135
Overtreding van krachtens dit hoofdstuk bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde bepalingen wordt, voor zover die overtreding is aangemerkt als strafbaar feit, gestraft hetzij met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.
Overtreding van krachtens dit hoofdstuk bij regeling van Onze Minister wie het aangaat vastgestelde bepalingen, wordt voor zover die overtreding is aangemerkt als strafbaar feit, gestraft met geldboete van de derde categorie.
In afwijking van het eerste lid wordt overtreding van krachtens artikel 2.26 vastgestelde bepalingen, voor zover die overtreding is aangemerkt als strafbaar feit en betrekking heeft op goederen die ingevolge regelingen van internationaal of nationaal recht worden aangemerkt als strategische goederen, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar of een geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 2.136
De bedragen, bedoeld in de artikelen 2.126 tot en met 2.135 ten aanzien van geldboetes, worden verhoogd met eenmaal het bedrag van die boete indien het bepaalde in die artikelen betrekking heeft op goederen die aan accijns zijn onderworpen.
Artikel 2.137
Degene die opzettelijk het in artikel 4.6 opgenomen verbod overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven accijns, hetzij met één van deze straffen.
Artikel 2.138
Degene die opzettelijk een accijnsgoed waarvoor vrijstelling of teruggaaf van accijns is verleend een bestemming geeft waarvoor geen vrijstelling of teruggaaf van accijns zou zijn verleend, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven accijns, hetzij met één van deze straffen.
Artikel 2.139
Degene die het in artikel 4.66, eerste lid, opgenomen verbod overtreedt, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
Degene die het in artikel 4.66, eerste lid, opgenomen verbod overtreedt terwijl hij weet of redelijkerwijs kan weten dat het distilleertoestel bestemd is of zal worden bestemd om te worden gebruikt tot ontduiking van de accijns, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.
Artikel 2.140
Degene die een in de artikelen 4.68, eerste lid, 4.69, eerste en tweede lid, of 4.70 opgenomen verbod overtreedt, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
Degene die een van de in het eerste lid bedoelde verboden opzettelijk overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren en geldboete van de vierde categorie, hetzij met één van deze straffen.
Artikel 2.141
Degene die tabaksproducten die in strijd met artikel 4.51 niet zijn voorzien van de voorgeschreven accijnszegels uitslaat of invoert, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie
Degene die het in het eerste lid bedoelde verbod opzettelijk overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren en geldboete van de vierde categorie, hetzij met één van deze straffen.
Artikel 2.142
Degene die ter verkrijging van de beschikking tot toelating van een rechtspersoon tot een handels- en dienstenentrepot, opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt, wordt gestraft, hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar en met geldboete van de vijfde categorie, hetzij met één van deze straffen.
Degene aan wiens schuld te wijten is dat de in het eerste lid bedoelde gegevens onjuist of onvolledig zijn verstrekt, wordt gestraft hetzij met hechtenisstraf van ten hoogste een jaar en met geldboete van de vijfde categorie, hetzij met één van deze straffen.
Degene die goederen vanuit een handels- en dienstenentrepot zonder de vereiste douaneformaliteiten te vervullen uitslaat, dan wel goederen in een handels- en dienstenentrepot voorhanden heeft die ingevolge de bij of krachtens artikel 5.7 bedoelde regeling, daarin niet aanwezig mogen zijn, dan wel goederen in een handels- en dienstenentrepot voorhanden heeft in strijd met de in genoemde regeling voor het hebben van die goederen in een handels- en dienstenentrepot gestelde voorwaarden, wordt gestraft, hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf maanden en met geldboete van de vijfde categorie, hetzij met één van deze straffen.
De goederen, bedoeld in het derde lid, worden verbeurd verklaard en overeenkomstig artikel 2.133 van deze wet in beslag genomen.
Afdeling 4. Algemene bepalingen van strafrecht
Artikel 2.143
De bij dit hoofdstuk strafbaar gestelde feiten, waarop gevangenisstraf is gesteld, zijn misdrijven. De overige bij dit hoofdstuk strafbaar gestelde feiten, alsmede de in de op dit hoofdstuk berustende bepalingen gestelde feiten, zijn overtredingen.
Artikel 2.144
Bij onherroepelijke veroordeling wegens een bij wettelijke regelingen als misdrijf aangemerkt strafbaar feit alsmede wegens een bij artikel 2.149, onderdeel a, bedoeld misdrijf, begaan door een douane-expediteur in de uitoefening van zijn bedrijf, kan de rechter ontzetting uitspreken van het recht om het bedrijf van douane-expediteur uit te oefenen voor een tijd die de duur van de gevangenisstraf ten minste zes maanden en ten hoogste zes jaren te boven gaat, of in geval van veroordeling tot geldboete als enige hoofdstraf, voor een tijd van tenminste zes maanden en ten hoogste zes jaren.
Artikel 2.145
Het recht tot strafvervolging op de voet van deze afdeling met betrekking tot een verzuim of een vergrijp als bedoeld in deze titel, vervalt ten aanzien van degene aan wie de inspecteur ter zake van dat verzuim of dat vergrijp reeds een bestuurlijke boete heeft opgelegd.
Afdeling 5. Algemene bepalingen van strafvordering
Artikel 2.146
Met het opsporen van bij dit hoofdstuk of de daarop berustende bepalingen strafbaar gestelde feiten zijn behalve de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde personen belast, de inspecteur, de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, dan wel de ambtenaren die bij regeling van Onze Minister van Financiën in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat zijn aangewezen.
Bij het opsporen van bij dit hoofdstuk strafbaar gestelde feiten gelden de opsporingsbevoegdheden en procedures van het Wetboek van Strafvordering BES, tenzij in deze afdeling hiervan afwijkende bepalingen zijn opgenomen.
Alle processen-verbaal betreffende bij dit hoofdstuk of de op daarop berustende bepalingen strafbaar gestelde feiten worden ingezonden bij de inspecteur. De inspecteur doet de processen-verbaal betreffende strafbare feiten, ter zake waarvan inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis is toegepast dan wel een woning tegen de wil van de bewoner is binnengetreden, met de in beslag genomen voorwerpen onverwijld toekomen aan de officier van justitie. De overige processen-verbaal doet de inspecteur, met de in beslag genomen voorwerpen, toekomen aan de officier van justitie, indien hij een vervolging wenselijk acht.
De officier van justitie is bevoegd, de zaak ter afdoening weer in handen van de inspecteur te stellen, welke daarmede alsdan kan handelen overeenkomstig artikel 2 147.
Artikel 14 van het Wetboek van Strafvordering BES vindt geen toepassing in zaken, waarin de inspecteur het procesverbaal niet aan de officier van justitie heeft doen toekomen.
Artikel 2.147
In zaken waarin de inspecteur het procesverbaal niet ingevolge het bepaalde in artikel 2.146, derde lid, in handen van de officier van justitie heeft doen toekomen, vervalt het recht tot strafvervolging door vrijwillige voldoening aan de schikkingvoorwaarden die de inspecteur ter voorkoming van strafvervolging heeft gesteld. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen functionarissen worden aangewezen die deze bevoegdheid namens de inspecteur kunnen uitoefenen.
Bij beschikking van de inspecteur kunnen als voorwaarden worden gesteld:
- a. betaling van een geldsom aan het Rijk, te bepalen op ten minste USD 56 en ten hoogste het maximum van de geldboete die voor dat feit kan worden opgelegd;
- b. afstand van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer;
- c. uitlevering, of voldoening aan het Rijk van de geschatte waarde, van voorwerpen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring;
- d. voldoening aan het Rijk van een geldsom gelijk aan of lager dan het geschatte voordeel – met inbegrip van de besparing van kosten – door de verdachte verkregen door middel van of uit het strafbare feit; of
- e. het alsnog voldoen aan een uit deze wet voortvloeiende verplichting.
De inspecteur bepaalt telkens de termijn waarbinnen aan de gestelde voorwaarden moet zijn voldaan en zo nodig tevens de plaats waar zulks moet geschieden. De gestelde termijn kan voor de afloop ervan een keer worden verlengd.
De in het tweede lid bedoelde geldsommen worden ingevorderd op de wijze voorzien in hoofdstuk VIII, titel 5, van de Belastingwet BES. Daartoe wordt een afschrift van de beschikking, bedoeld in het tweede lid, aan de ontvanger ter hand gesteld.
Artikel 2.148
De inspecteur en de ambtenaren belast met de opsporing van de bij dit hoofdstuk of de op daarop berustende bepalingen strafbaar gestelde feiten, zijn te allen tijde bevoegd tot inbeslagneming van de ingevolge het Wetboek van Strafvordering BES voor inbeslagneming vatbare voorwerpen. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen.
De goederen, vaartuigen, voertuigen, werktuigen, gereedschappen of andere voorwerpen, waarmede enige overtreding van deze wet is gepleegd, kunnen door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren als stukken van overtuiging worden ingenomen en door hen in beslag worden genomen indien zij vatbaar voor verbeurdverklaring zijn.
Bij het opsporen van bij dit hoofdstuk of de daarop berustende bepalingen strafbare gestelde feiten hebben de inspecteur en de in het eerste lid bedoelde ambtenaren toegang tot elke plaats welke zij redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig vinden. Zij zijn bevoegd zich door bepaalde door hen aangewezen personen te doen vergezellen.
In een woning treden zij op de voet van het eerste lid zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner niet binnen dan vergezeld van een officier van justitie of hulpofficier van justitie dan wel voorzien van een algemene of bijzondere schriftelijke last van de procureur-generaal of van de officier van justitie, dan wel voorzien van een bijzondere schriftelijke last van een zijner hulpofficieren.
Van het in het vierde lid bedoelde binnentreden wordt binnen tweemaal vierentwintig uur proces-verbaal opgemaakt. Daarin wordt melding gemaakt van het tijdstip van het binnentreden en van het beoogde doel, alsmede van de omstandigheid dat zij zich door bepaalde personen hebben doen vergezellen.
Artikel 2.149
De inspecteur en de ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de misdrijven omschreven:
- a. in de artikelen 183, 183a, 185 tot en met 188 en artikel 190 van het Wetboek van Strafrecht BES welke jegens hen zijn begaan;
- b. in de artikelen 273 tot en met 282 van het Wetboek van Strafrecht BES welke jegens hen zijn begaan gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening.
De ontvanger en degenen die namens hem een taak uitoefenen zijn belast met de opsporing van de in het eerste lid omschreven misdrijven.
Artikel 2.150
Met betrekking tot bij dit hoofdstuk of de daarop berustende bepalingen strafbaar gestelde feiten is de inspecteur bevoegd een van een misdrijf verdachte persoon naar een plaats voor verhoor te geleiden dan wel diens aanhouding of voorgeleiding te bevelen.
Indien de inspecteur die de verdachte heeft aangehouden of voor wie de verdachte wordt geleid de inverzekeringstelling of de bewaring van de verdachte nodig oordeelt, doet hij de verdachte voorgeleiden voor de officier van justitie of voor een hulpofficier van justitie.
Indien de verdachte niet voor de officier van justitie of voor een hulpofficier van justitie wordt voorgeleid, wordt de verdachte, na te zijn verhoord, dadelijk in vrijheid gesteld.
De verdachte mag niet langer dan zes uren voor verhoor worden opgehouden met dien verstande dat de tijd tussen 10 uur ’s avonds en 8 uur ’s morgens, alsmede de tijd benodigd voor de overbrenging van de plaats van aanhouding naar de plaats van verhoor, niet wordt meegerekend.
Artikel 2.151
De goederen die in beslag zijn genomen ter zake van het begaan van strafbare feiten als bedoeld in dit hoofdstuk of de daarop berustende bepalingen kunnen, voor zover de eisen van het onderzoek of het algemeen belang bij hun vernietiging of onbruikbaarmaking zich daartegen niet verzetten, zo nodig na monsterneming, overeenkomstig bij regeling van Onze Minister van Financiën te stellen regels, tegen zekerheidstelling worden vrijgegeven.
Het bepaalde in het eerste lid vindt geen toepassing ten aanzien van goederen, in beslag genomen in zaken waarin de inspecteur het proces-verbaal ingevolge het bepaalde in artikel 2.146, derde lid, aan de officier van justitie heeft doen toekomen en deze niet nadien het proces-verbaal overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.146, vierde lid weer in handen heeft gesteld van de inspecteur.
De overeenkomstig het eerste lid gestelde zekerheid treedt voor de toepassing van bepalingen betreffende verbeurdverklaring en inbeslagneming, alsmede voor de uitoefening van het recht van verhaal, in de plaats van de in beslag genomen goederen.
Artikel 2.152
Bij veroordeling wegens een in de artikelen 2.126 tot en met 2.129 en 2.133 omschreven feiten kunnen de in artikel 35 van het Wetboek van Strafrecht BES genoemde voorwerpen en vorderingen ook worden verbeurd verklaard, indien zij niet aan de in dat artikel bedoelde personen toebehoren.
Artikel 2.153
Ten dienste van de vervolging en berechting van bij dit hoofdstuk of de daarop berustende bepalingen strafbaar gestelde feiten kan Onze Minister van Financiën, in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, aanwijzen die het contact onderhouden met het openbaar ministerie.
Artikel 2.154
De griffier van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie verstrekt aan de inspecteur desgevraagd kosteloos afschrift of uittreksel van vonnissen of beslissingen, met toepassing van dit hoofdstuk gewezen of genomen.
Artikel 2.155
Van goederen die ter zake van het begaan van strafbare feiten als bedoeld in dit hoofdstuk of de op daarop berustende bepalingen, in beslag zijn genomen van onbekende personen, wordt volgens bij regeling van Onze Minister van Financiën te stellen regels in het openbaar mededeling gedaan.
Indien niet binnen een jaar na dagtekening van de in het eerste lid bedoelde mededeling op voldoende wijze blijkt wie de ten aanzien van de in beslag genomen goederen bevonden overtreding van de douanewetgeving heeft begaan en evenmin de belanghebbende bij de goederen aannemelijk maakt dat zij ten onrechte in beslag zijn genomen, vervallen de goederen aan de Staat.
Titel 9. Geheimhouding en bijzondere bepalingen
Artikel 2.156
Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van dit hoofdstuk, hoofdstuk III of hoofdstuk V en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
Onze Minister van Financiën kan ontheffing verlenen van de geheimhoudingsplicht, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2.157
Vervallen
Hoofdstuk III. Invoerrechten
Titel 1. Algemene bepalingen
Artikel 3.1
Op de bepalingen in dit hoofdstuk zijn de bepalingen in of krachtens hoofdstuk II van toepassing.
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder:
- a. geharmoniseerde systeem: goederenlijst met cijfercoderingen gebaseerd op het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen (Trb. 1985, 108);
- b. vrijstelling: invoer van een categorie van goederen zonder heffing van invoerrechten vanwege hun aard of bijzondere bestemming.
Artikel 3.2
Onder de naam invoerrechten wordt een belasting geheven ter zake van de invoer van goederen op één van de BES eilanden.
Het tarief van de invoerrechten bedraagt USD nihil.
Artikel 3.3
Invoerrechten worden geheven naar de waarde van de goederen, vastgesteld aan de hand van de in titel 2 van dit hoofdstuk opgenomen bepalingen.
Artikel 3.4
Voor de vaststelling van het belastbare gewicht van naar het gewicht belaste goederen wordt verstaan onder nettogewicht of gewicht zonder nadere aanduiding: het eigen gewicht van het goed, ontdaan van alle verpakkingsmiddelen.
Voor de toepassing van het eerste lid worden beschouwd als verpakkingsmiddelen: alle uitwendige en inwendige verpakkingsmiddelen, omhulsels, opwindmiddelen en dergelijke voorzieningen.
Artikel 3.5
Voor de berekening van invoerrechten wordt de waarde naar boven afgerond in eenheden USD.
Gedeelten van een kilogram, van een liter of van een meter worden respectievelijk als een heel kilogram, een hele liter of een hele meter in aanmerking genomen.
Indien de hoeveelheid waarover het invoerrecht moet worden berekend, minder is dan een kilogram, een liter of een meter, wordt in afwijking van het tweede lid, een hoeveelheid die dient als grondslag voor de berekening, bedoeld in het tweede lid, zodanig afgerond dat een gedeelte van 100 gram, een gedeelte van een deciliter of een gedeelte van een decimeter in aanmerking wordt genomen als 100 gram, een hele deciliter of een hele decimeter.
De door de aangever verschuldigde invoerrechten worden voor elke onder een post op een aangifte ten invoer aangegeven partij goederen naar boven afgerond op USD 0,10.
Titel 2. Douanewaarde
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 3.6
Voor de toepassing van deze titel en titel 3 wordt verstaan onder:
- a. douanewaarde: de waarde van de ingevoerde goederen;
- b. identieke goederen: in hetzelfde land voortgebrachte goederen die in alle opzichten, met inbegrip van de materiële kenmerken, kwaliteit en reputatie gelijk zijn, maar waarbij geringe verschillen in uiterlijk geen beletsel zijn om die goederen aan te merken als identiek;
- c. soortgelijke goederen: in hetzelfde land voortgebrachte goederen die, ofschoon zij niet in alle opzichten eender zijn, dezelfde kenmerken vertonen en gelijksoortige bestanddelen bevatten waardoor zij dezelfde functies kunnen vervullen en in de handel uitwisselbaar kunnen zijn.
Bij de vaststelling of goederen soortgelijk zijn, worden factoren als de kwaliteit van de goederen, hun reputatie en de aanwezigheid van een fabriekmerk of een handelsmerk in aanmerking genomen.
Voor de toepassing van deze titel worden personen slechts geacht te zijn verbonden indien:
- a. zij functionaris of directeur zijn van elkaars zaken;
- b. zij ingevolge wettelijke bepalingen worden erkend als in zaken verbonden;
- c. zij tot elkaar in een werkgever – werknemer – verhouding staan;
- d. enig persoon, rechtstreeks of zijdelings, 5% of meer van het stemgerechtigd uitstaand kapitaal of aandelen van beide bezit, controleert of houdt;
- e. één van hen de ander, rechtstreeks of zijdelings, controleert;
- f. beide, rechtstreeks of zijdelings, worden gecontroleerd door een derde persoon;
- g. zij samen, rechtstreeks of zijdelings, een derde persoon controleren; of
- h. zij leden zijn van dezelfde familie. Personen worden slechts geacht leden te zijn van dezelfde familie indien zij op een van de volgende wijzen met elkaar bloed- of aanverwant zijn:
- 1°. echtgenoot en echtgenote;
- 2°. ouder en kind;
- 3°. broers en zusters;
- 4°. grootouder en kleinkind;
- 5°. oom of tante en neef of nicht;
- 6°. schoonouder en schoondochter of schoonzoon;
- 7°. zwagers en schoonzusters.
Voor de toepassing van deze titel worden personen die in zaken zijn verbonden doordat de één exclusief agent, exclusief distributeur of exclusief concessiehouder, hoedanig ook aangeduid, van de ander is, enkel geacht te zijn verbonden, indien zij aan een van de criteria van het derde lid voldoen.
Artikel 3.7
Het tijdstip voor de bepaling van de douanewaarde is, tenzij anders is bepaald, het tijdstip waarop de douaneaangifte wordt aanvaard.
Artikel 3.8
Een ieder die direct of indirect bij de invoer van goederen is betrokken, dient aan de inspecteur binnen een door hem vastgestelde termijn alle nodige bescheiden en inlichtingen met betrekking tot die invoer te verstrekken en de inspecteur alle bijstand te verlenen, die hij redelijkerwijs noodzakelijk acht voor de uitoefening van zijn bevoegdheden.
Artikel 3.9
Bij de vaststelling van de douanewaarde met toepassing van de artikelen 3.14 tot en met 3.24, dient van elke afzonderlijke transactie een aangifte van gegevens inzake de douanewaarde te worden overgelegd tenzij de goederen niet aan invoerrechten zijn onderworpen.
De aangifte van gegevens inzake de douanewaarde kan alleen worden overgelegd door een aangever die zijn verblijfplaats of handelsvestiging heeft op een van de BES eilanden en die beschikt over de feitelijke gegevens van de betreffende transactie, tenzij de aangever van de goederen de douanebestemming doorgaand vervoer of tijdelijke invoer geeft.
De aangifte van gegevens inzake de douanewaarde bevat alle noodzakelijke gegevens ter bepaling van de douanewaarde en wordt opgenomen in de elektronische aangifte. Indien de aangifte schriftelijk wordt gedaan, wordt de verklaring gesteld op een formulier dat overeenstemt met een bij regeling van Onze Minister van Financiën vastgesteld model.
De aangifte van gegevens inzake de douanewaarde kan achterwege blijven, indien:
- a. de douanewaarde per zending, niet zijnde deelzendingen of zendingen die geregeld door eenzelfde afzender aan eenzelfde geadresseerde worden gezonden, niet meer bedraagt dan USD 4 190; of
- b. het incidentele zendingen betreft die uitsluitend goederen bevatten bestemd voor het persoonlijk gebruik door de geadresseerde of door leden van zijn gezin, waarbij uit de aard en de hoeveelheden van de goederen geen commerciële bijbedoelingen blijken.
De inspecteur kan ten aanzien van goederen die regelmatig op dezelfde plaats worden ingevoerd en die het voorwerp uitmaken van overeenkomsten, gesloten onder dezelfde handelsvoorwaarden tussen dezelfde verkoper en dezelfde koper, onder door hem te stellen voorwaarden toestaan dat de in het eerste lid bedoelde gegevens niet alle bij iedere aangifte ten invoer worden verstrekt.
Artikel 3.10
De aangever verstrekt een afzonderlijke opgave van gegevens met behulp waarvan de aangegeven douanewaarde is berekend, indien:
- a. een andere methode van waardebepaling wordt gehanteerd dan die bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, onderdeel a; of
- b. ingevolge artikel 3.9, vierde lid, een aangifte van gegevens inzake de douanewaarde als bedoeld in dat artikel, achterwege kan blijven, tenzij de aangegeven douanewaarde rechtstreeks uit de factuur of uit andere bescheiden blijkt.
De opgave bevat ten minste:
- a. de methode van bepaling van de douanewaarde;
- b. een gedetailleerde opgave van de wijze van berekening; en
- c. indien van toepassing, een verwijzing naar een door de inspecteur op grond van artikel 3.18, vierde lid, genomen beslissing.
Ingeval de aangifte ten invoer schriftelijk is gedaan legt de aangever een exemplaar van de factuur aan de inspecteur over, indien de douanewaarde van de in te voeren goederen op grond van die factuur is aangegeven. De inspecteur behoudt dit exemplaar.
Artikel 3.11
Indien de inspecteur afwijkt van de aangifte, verstrekt hij binnen één maand na ontvangst van een daartoe strekkend verzoek, een schriftelijke toelichting op de wijze waarop het geharmoniseerde systeem is toegepast dan wel de douanewaarde van de ingevoerde goederen is vastgesteld, behoudens in de gevallen bedoeld in artikel 3.15, derde lid.
Het verzoek bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk één maand na het vaststellen van de verschuldigde invoerrechten schriftelijk bij de inspecteur ingediend.
Artikel 3.12
Indien gegevens voor de bepaling van de douanewaarde zijn uitgedrukt in een andere munteenheid dan die van de BES eilanden, wordt gebruik gemaakt van de officiële wisselkoers zoals die is vastgesteld op het tijdstip waarop de invoerrechten verschuldigd worden.
Indien op het tijdstip waarop de invoerrechten verschuldigd worden de officiële wisselkoers, bedoeld in het eerste lid, niet is gepubliceerd of op het internet bekend gemaakt, wordt voor de bepaling van de douanewaarde de gemiddelde wisselkoers van de voorafgaande week gehanteerd.
Indien gegevens voor de bepaling van de douanewaarde zijn uitgedrukt in een munteenheid waarvoor het stelsel van Federale banken van de Verenigde Staten van Amerika geen wisselkoersen publiceert, wordt een wisselkoers gehanteerd op basis van die munteenheid ten opzichte van de euro zoals die wordt gepubliceerd op de voorlaatste maandag van de maand in de Financial Times Guide to World Currencies.
De wisselkoers, bedoeld in het derde lid, geldt gedurende de kalendermaand die volgt op de in het derde lid bedoelde publicatie in de Financial Times Guide to World Currencies.
Indien geen publicatie plaatsvindt op het tijdstip, bedoeld in het derde lid, wordt de voor de betrokken munteenheid laatst in de Financial Times Guide to World Currencies gepubliceerde wisselkoers van die munteenheid ten opzichte van de euro geacht de op de voorlaatste maandag van de maand gepubliceerde wisselkoers te zijn.
Indien een munteenheid als bedoeld in het derde lid revalueert of devalueert, waardoor de in de Financial Times Guide to World Currencies gepubliceerde wisselkoers vijf percent of meer afwijkt van de in het derde lid bedoelde wisselkoers, wordt de gerevalueerde dan wel gedevalueerde wisselkoers als nieuwe wisselkoers gebruikt.
Artikel 3.13
Indien goederen in een handels- en dienstenentrepot, een behandeling hebben ondergaan of in een douane-entrepot een bepaalde door de inspecteur toegestane behandeling hebben ondergaan, wordt op verzoek van de aangever voor het bepalen van het bedrag van de invoerrechten uitgegaan van de soort, de douanewaarde en de hoeveelheid die in aanmerking zouden zijn genomen indien de goederen niet aan genoemde behandelingen zouden zijn onderworpen.
Afdeling 2. Methoden van bepaling douanewaarde
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 3.14
De douanewaarde van in te voeren goederen wordt vastgesteld met toepassing van:
- a. de transactiewaardemethode;
- b. de transactiewaarde van identieke goederen;
- c. de transactiewaarde van soortgelijke goederen;
- d. de terugrekenmethode;
- e. de methode van de berekende waarde;
- f. de methode van redelijke middelen.
De douanewaarde wordt met toepassing van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde methode vastgesteld, indien aan de in paragraaf 2 opgenomen voorwaarden is voldaan. De toepassing van deze methode geschiedt overeenkomstig die paragraaf.
Indien een aangegeven douanewaarde op basis van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde methode niet aanvaard kan worden, wordt deze vastgesteld met toepassing van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde methode, tenzij in de mogelijkheid van een aanpassing van de douanewaarde is voorzien. De toepassing van deze methode geschiedt overeenkomstig paragraaf 3.
Indien de douanewaarde van goederen niet kan worden vastgesteld met toepassing van de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde methodes, wordt deze vastgesteld met toepassing van de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde methode. De toepassing van deze methode geschiedt overeenkomstig paragraaf 4.
Indien de douanewaarde van goederen niet kan worden vastgesteld met toepassing van de in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, bedoelde methodes, wordt deze vastgesteld met toepassing van de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde methode. De toepassing van deze methode geschiedt overeenkomstig paragraaf 5. Op verzoek van de importeur kan evenwel de in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde methode worden toegepast overeenkomstig het zesde lid.
Indien de douanewaarde van goederen niet kan worden vastgesteld met toepassing van de in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, bedoelde methodes, wordt deze vastgesteld met toepassing van de in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde methode. De toepassing van deze methode geschiedt overeenkomstig paragraaf 6.
Indien de douanewaarde van goederen niet kan worden vastgesteld met toepassing van de in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, bedoelde methodes, wordt deze vastgesteld met toepassing van de in het eerste lid, onderdeel f, bedoelde methode. De toepassing van deze methode geschiedt overeenkomstig paragraaf 7.
Artikel 3.15
Indien naar het oordeel van de inspecteur niet voldoende zekerheid of informatie is verkregen over de echtheid of de juistheid van de verklaringen, bescheiden of aangiften die ten behoeve van de vaststelling van de douanewaarde zijn overlegd, is deze bevoegd de aangegeven douanewaarde niet te aanvaarden.
De inspecteur behoeft de douanewaarde van ingevoerde goederen niet met toepassing van de methode van de transactiewaarde vast te stellen, indien gerede twijfel bestaat of de aangegeven waarde met de in artikel 3.16 omschreven werkelijk betaalde of te betalen prijs overeenkomt.
Indien bij de inspecteur de in het tweede lid bedoelde twijfel blijft bestaan, stelt hij de betrokkene, desgevraagd schriftelijk, in kennis van de redenen voor die twijfel en biedt hij hem een redelijke gelegenheid daarop te antwoorden.
De vaststelling van de douanewaarde wordt bij beschikking aan de belanghebbende meegedeeld.
Paragraaf 2. De transactiewaarde
Artikel 3.16
De douanewaarde van de in te voeren goederen is de transactiewaarde van die goederen, zijnde de voor de goederen werkelijk betaalde of te betalen prijs indien zij worden verkocht voor uitvoer naar de BES eilanden, in voorkomend geval aangepast overeenkomstig de artikelen 3.18 en 3.19.
De transactiewaarde wordt als douanewaarde aanvaard, tenzij:
- a. beperkingen aanwezig zijn voor wat betreft de overdracht of het gebruik van de goederen door de koper, met uitzondering van beperkingen die:
- 1°. worden opgelegd of geëist door de wet of de autoriteiten op de BES eilanden;
- 2°. het geografische gebied beperken waarbinnen de goederen mogen worden doorverkocht; of
- 3°. de waarde van de goederen niet aanzienlijk beïnvloeden;
- b. de verkoop of de prijs is beïnvloed door enige voorwaarde of prestatie waarvan de waarde met betrekking tot de goederen niet kan worden vastgesteld;
- c. een deel van de opbrengst van elke latere wederverkoop, overdracht of gebruik van de goederen door de koper direct of indirect ten goede zal komen aan de verkoper, en een aanpassing overeenkomstig artikel 3.18 niet mogelijk is;
- d. de koper en de verkoper zijn verbonden en de transactiewaarde niet overeenkomstig artikel 3.17 aanvaardbaar is.
De werkelijk betaalde of te betalen prijs is de totale betaling die door de koper aan de verkoper of door de koper ten behoeve van de verkoper aan een derde voor de ingevoerde goederen is of moet worden verricht.
De betaling kan door de overdracht van geld en door middel van kredietbrieven of verhandelbaar papier geschieden. De betaling kan direct of indirect plaatsvinden.
De door de koper of voor zijn rekening verrichte activiteiten die geen activiteiten zijn waarvoor in artikel 3.18 in een aanpassing is voorzien, worden niet beschouwd als een indirecte betaling aan de verkoper en worden aangemerkt als voor eigen rekening te zijn verricht, zelfs indien deze activiteiten geacht kunnen worden de verkoper tot voordeel te strekken of met diens instemming te zijn verricht.
Onder de in het vijfde lid bedoelde activiteiten wordt begrepen activiteiten die verband houden met het verhandelen van de goederen, zoals marktonderzoek, reclame voor en promotie van de verkoop van de betrokken goederen, alsmede door de koper voor eigen rekening verrichte activiteiten die verband houden met de voor de goederen verstrekte garantie.
Indien goederen die ten invoer worden aangegeven, deel uit maken van een grotere in een enkele transactie aangekochte hoeveelheid van dezelfde goederen, is de werkelijk betaalde of te betalen prijs, voor de toepassing van artikel 3.16, eerste lid, een prijs die in dezelfde verhouding staat tot de totale prijs als de aangegeven hoeveelheid staat tot de totale aangekochte hoeveelheid.
Een verhoudingsgewijze verdeling van de werkelijk betaalde of te betalen prijs wordt ook toegepast in geval van gedeeltelijk verlies of in geval van beschadiging vóór de invoer van de goederen waarvan de douanewaarde wordt bepaald.
Indien de goederen tussen het tijdstip van de verkoop en het tijdstip van invoer in een derde land zijn gebruikt, is de toepassing van de transactiewaarde niet verplicht.
De koper dient aan geen enkele voorwaarde te voldoen dan partij te zijn bij het koopcontract.
Artikel 3.17
Bij een verkoop tussen verbonden personen wordt de transactiewaarde aanvaard als:
- a. de verbondenheid geen invloed heeft gehad op de prijs; of
- b. op hetzelfde of ongeveer hetzelfde tijdstip die waarde een van de volgende waarden zeer dicht nabij komt:
- 1°. de douanewaarde van identieke of soortgelijke goederen bij verkopen voor uitvoer naar de BES eilanden tussen kopers en verkopers die niet zijn verbonden;
- 2°. de douanewaarde van identieke of soortgelijke goederen zoals vastgesteld met toepassing van de terugrekenmethode.
Bij het vaststellen of de transactiewaarde aanvaardbaar is, is het feit dat de koper en de verkoper verbonden zijn op zichzelf niet voldoende reden om de transactiewaarde als niet aanvaardbaar aan te merken.
Bij de toepassing van de in het eerste lid, onderdeel b, opgenomen criteria wordt rekening gehouden met verschillen in handelsniveau, de hoeveelheden, de elementen, genoemd in de artikelen 3.18 en 3.19, en met kosten die de verkoper draagt bij verkopen aan niet met hem verbonden kopers en die hij niet draagt bij verkopen aan kopers die wel met hem zijn verbonden.
Indien de inspecteur op grond van informatie van de aangever of op grond van op andere wijze verkregen inlichtingen, redenen heeft aan te nemen dat de verbondenheid de prijs heeft beïnvloed, deelt hij die redenen mee aan de aangever die een redelijke termijn krijgt tot reageren. Indien de aangever dit verlangt, wordt hij van die redenen schriftelijk in kennis gesteld.
De aangever dient aan te tonen dat wordt voldaan aan het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde criterium.
Artikel 3.18
Bij de vaststelling van de douanewaarde met toepassing van artikel 3.16 wordt de voor de in te voeren goederen werkelijk betaalde of te betalen prijs uitsluitend verhoogd met:
- a. de volgende elementen, voor zover deze ten laste komen van de koper en zij niet begrepen zijn in de werkelijk voor de goederen betaalde of te betalen prijs:
- 1°. commissies en courtage, met uitzondering van inkoopcommissies als bedoeld in artikel 3.19, onderdeel f;
- 2°. de kosten van de verpakkingsmiddelen die voor douanedoeleinden één geheel worden geacht te zijn met de goederen, met dien verstande dat de kosten van verpakkingsmiddelen die bij meer dan een invoer zullen worden gebruikt, op verzoek van de aangever naar verhouding worden toegedeeld;
- 3°. de kosten van het verpakken, zowel van het arbeidsloon als van het materiaal;
- b. de waarde naar verhouding toegedeeld, van de volgende goederen en diensten indien deze gratis of tegen verlaagde prijs direct of indirect door de koper worden geleverd voor gebruik in verband met de voortbrenging en verkoop voor uitvoer van de ingevoerde goederen, voor zover deze waarde niet is begrepen in de werkelijk betaalde of te betalen prijs:
- 1°. materialen, delen, onderdelen en dergelijke goederen, verwerkt in de ingevoerde goederen;
- 2°. werktuigen, matrijzen, gietvormen en dergelijke goederen, gebruikt bij de voortbrenging van de ingevoerde goederen;
- 3°. materialen, verbruikt bij de voortbrenging van de ingevoerde goederen;
- 4°. engineering, ontwikkeling, werken van kunst, ontwerpen, tekeningen en schetsen, verricht of gemaakt buiten de BES eilanden en noodzakelijk voor de voortbrenging van de ingevoerde goederen, hieronder niet begrepen de kosten van wetenschappelijk onderzoekswerk en voorlopige schetsontwerpen;
- c. royalty’s en licentierechten, waaronder niet begrepen betalingen voor het recht van reproductie van de ingevoerde goederen op de BES eilanden, die betrekking hebben op de goederen waarvan de waarde wordt bepaald en die de koper moet betalen, hetzij direct of indirect, ingevolge de voorwaarden van de verkoop, voor zover deze royalty’s en licentierechten niet zijn begrepen in de werkelijk betaalde of te betalen prijs;
- d. de waarde van dat deel van de opbrengst van latere wederverkoop, overdracht of gebruik van de ingevoerde goederen dat direct of indirect ten goede komt aan de verkoper;
- e. de kosten van vervoer en verzekering van de ingevoerde goederen en de kosten van het laden en van handelingen met de ingevoerde goederen in verband met het vervoer tot de plaats van binnenkomst van de goederen op de BES eilanden.
Indien het in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde vervoer kosteloos of met een vervoermiddel van de koper plaatsvindt en de goederen niet zijn verzekerd voor het vervoer, dienen de vracht- en verzekeringskosten tot de plaats van binnenkomst, berekend volgens de gebruikelijke tarieven voor vervoer en verzekering met een zelfde soort vervoermiddel, in de douanewaarde te worden begrepen.
Indien met toepassing van dit artikel elementen aan de werkelijk betaalde of te betalen prijs worden toegevoegd, geschiedt dit uitsluitend op basis van objectieve en meetbare gegevens.
Indien de kosten van een element betrekking hebben op verschillende transacties, of bij de berekening andere factoren in aanmerking moeten worden genomen, beslist de inspecteur over de toevoeging van dat element per aangifte ten invoer.
Artikel 3.19
De volgende kosten, betalingen en commissies behoren niet tot de douanewaarde, vastgesteld overeenkomstig artikel 3.16, op voorwaarde dat ze onderscheiden zijn van de werkelijk betaalde of te betalen prijs:
- a. kosten voor constructiewerkzaamheden, installatie, montage, onderhoud of technische bijstand, die na de invoer zijn verricht en die betrekking hebben op de ingevoerde goederen;
- b. invoerrechten en andere belastingen die op de BES eilanden zijn verschuldigd bij de invoer of de verkoop van de goederen;
- c. kosten voor opslag en bewaring in goede staat van de goederen gedurende de opslag op de BES eilanden gevestigde inrichtingen voor douaneopslag, entrepots of handels- en dienstenentrepots, indien de douanewaarde is gebaseerd op een werkelijk betaalde of te betalen prijs, waarin deze kosten zijn begrepen;
- d. een bedrag aan interne belastingen waaraan de betrokken goederen in het land van oorsprong of van uitvoer onderworpen zijn, op voorwaarde dat ten genoegen van de inspecteur kan worden aangetoond dat die goederen daarvan werden of zullen worden vrijgesteld ten voordele van de koper;
- e. betalingen voor het recht van reproductie van de ingevoerde goederen op de BES eilanden;
- f. inkoopcommissies, zijnde de vergoedingen die een importeur aan zijn agent betaalt voor de dienst van het hem vertegenwoordigen bij de aankoop van de goederen waarvan de waarde wordt bepaald;
- g. kosten van vervoer en verzekering en van handelingen met de ingevoerde goederen in verband met het vervoer na binnenkomst op de BES eilanden, met uitzondering van portokosten van met de post verzonden goederen;
- h. te betalen rente krachtens een door de koper aangegane financieringsovereenkomst in verband met de aankoop van ingevoerde goederen behoren niet tot de douanewaarde, indien:
- 1°. de rente onderscheiden is van de voor de goederen werkelijk betaalde of te betalen prijs;
- 2°. de financieringsovereenkomst schriftelijk is gesloten;
- 3°. dergelijke goederen verkocht worden tegen de prijs die als de werkelijk betaalde of te betalen prijs is aangegeven; en
- 4°. de gevraagde rentevoet niet hoger is dan het voor dergelijke transacties in het land waar en op het tijdstip waarop de financiering heeft plaatsgevonden, gebruikelijke niveau;
- i. korting voor contante betaling tot een maximum van 2% van de factuurwaarde.
Paragraaf 3. De transactiewaarde van identieke goederen
Artikel 3.20
De douanewaarde van goederen, vastgesteld met toepassing van dit artikel, wordt gebaseerd op de transactiewaarde van identieke goederen, die zijn verkocht voor uitvoer naar de BES eilanden en die zijn uitgevoerd op hetzelfde of nagenoeg hetzelfde tijdstip als dat van uitvoer van de goederen waarvan de waarde wordt bepaald.
Voor de vaststelling van de in het eerste lid bedoelde transactiewaarde wordt uitgegaan van de transactiewaarde van identieke goederen die zijn verkocht op hetzelfde handelsniveau en in dezelfde of nagenoeg dezelfde hoeveelheid als de goederen waarvan de waarde wordt bepaald. Bij afwezigheid van een dergelijke verkoop wordt gebruik gemaakt van de transactiewaarde van identieke goederen die zijn verkocht op een verschillend handelsniveau of in verschillende hoeveelheden, aangepast ten einde rekening te houden met de verschillen in handelsniveau of hoeveelheid, mits dergelijke aanpassingen kunnen worden gegrond op bewijzen waaruit duidelijk blijkt dat zij redelijk en exact zijn en daargelaten of daaruit een verhoging of een verlaging van de waarde voortvloeit.
Indien de in artikel 3.18, eerste lid, onderdeel e, bedoelde kosten zijn begrepen in de transactiewaarde, wordt deze waarde aangepast ten einde rekening te houden met belangrijke verschillen die, als gevolg van de verschillende afstanden en wijzen van vervoer, tussen de kosten voor de ingevoerde goederen en de in aanmerking genomen identieke goederen kunnen bestaan.
Indien bij de toepassing van dit artikel meer dan één transactiewaarde van identieke goederen wordt gevonden, wordt de laagste van die waarden gebruikt voor de vaststelling van de douanewaarde van de ingevoerde goederen.
Paragraaf 4. De transactiewaarde van soortgelijke goederen
Artikel 3.21
De douanewaarde van goederen, vastgesteld met toepassing van dit artikel, wordt gebaseerd op de transactiewaarde van soortgelijke goederen, die zijn verkocht voor uitvoer naar de BES eilanden en die zijn uitgevoerd op hetzelfde of nagenoeg hetzelfde tijdstip als dat van uitvoer van de goederen waarvan de waarde wordt bepaald.
Artikel 3.20, tweede tot en met vierde lid, is ten aanzien van de vaststelling van de douanewaarde met toepassing van de transactiewaarde van soortgelijke goederen van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 5. De terugrekenmethode
Artikel 3.22
De douanewaarde van goederen, vastgesteld met toepassing van dit artikel, wordt gebaseerd op de prijs waartegen de in te voeren goederen, ingevoerde identieke of ingevoerde soortgelijke goederen, op of omstreeks het tijdstip van invoer worden doorverkocht in de staat waarin ze zijn ingevoerd.
Bij de vaststelling van de in het eerste lid bedoelde prijs wordt uitgegaan van de prijs per eenheid, waartegen die goederen in de grootste totale hoeveelheid worden doorverkocht op het eerste handelsniveau na de invoer waarop zodanige verkopen plaatsvinden, aan personen die niet zijn verbonden met de verkoper.
Indien die verkopen niet op of omstreeks het tijdstip van invoer plaatsvinden, wordt uitgegaan van de prijs van doorverkoop op de vroegste datum na invoer, doch binnen 90 dagen na die invoer.
Op de prijs worden, voor zover ze daarin zijn begrepen, de volgende elementen in mindering gebracht:
- a. de gewoonlijk betaalde of overeengekomen commissie of de gebruikelijke opslag voor winst en algemene kosten bij verkoop op de BES eilanden van goederen van dezelfde aard of hetzelfde karakter;
- b. de gebruikelijke kosten van vervoer en verzekering en daarmee samenhangende kosten, ontstaan op de BES eilanden; en
- c. de invoerrechten en andere belastingen die op de BES eilanden zijn verschuldigd bij de invoer of de verkoop van de goederen.
Indien noch de in te voeren goederen, noch ingevoerde identieke of ingevoerde soortgelijke goederen, in de staat waarin zij zijn ingevoerd, op de BES eilanden worden verkocht, wordt op verzoek van de aangever de douanewaarde gebaseerd op de prijs waartegen de ingevoerde goederen, na bewerking of verwerking, worden doorverkocht aan personen op de BES eilanden die niet zijn verbonden met de personen van wie zij deze goederen kopen, onder aftrek van de waarde die door de bewerking of verwerking is toegevoegd en de aftrekposten, bedoeld in het vierde lid.
Paragraaf 6. De methode van de berekende waarde
Artikel 3.23
De douanewaarde van ingevoerde goederen, vastgesteld met toepassing van dit artikel, wordt gebaseerd op een berekende waarde, zijnde de som van:
- a. de kosten of de waarde van de materialen en van de vervaardiging of van andere bij de voortbrenging van de ingevoerde goederen verrichte behandelingen;
- b. een bedrag voor winst en algemene kosten dat overeenkomt met het bedrag dat door producenten in het land van uitvoer gewoonlijk in aanmerking wordt genomen bij de verkoop van goederen, bestemd voor uitvoer naar de BES eilanden, die dezelfde aard of hetzelfde karakter hebben als de goederen waarvan de waarde wordt bepaald;
- c.
- 1°. de kosten van vervoer en verzekering van de ingevoerde goederen; en
- 2°. de kosten van het laden en van handelingen met de ingevoerde goederen in verband met het vervoer tot de plaats van binnenkomst van de goederen op de BES eilanden.
Paragraaf 7. De methode van redelijke middelen
Artikel 3.24
De vaststelling van de douanewaarde met toepassing van de methode van redelijke middelen geschiedt aan de hand van op de BES eilanden beschikbare gegevens en in overeenstemming met de beginselen en de algemene bepalingen van:
- a. artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel 1994;
- b. de Overeenkomst inzake de toepassing van Artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel 1994;
- c. deze titel.
De douanewaarde, vastgesteld met toepassing van dit artikel, wordt niet gebaseerd op:
- a. de verkoopprijs op de BES eilanden van goederen die op de BES eilanden zijn voortgebracht;
- b. de prijs van goederen op de binnenlandse markt van het land van uitvoer;
- c. de prijs van goederen voor uitvoer vanuit het land van herkomst;
- d. minimum douanewaarden;
- e. willekeurig vastgestelde of fictieve waarden.
Titel 3. Vrijstellingen
Afdeling 1. Begripsbepalingen
Artikel 3.25
Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
- a. vergunninghouder: een persoon aan wie een vergunning is verleend;
- b. vrijstellingsdocument: het document, afgegeven op een aangifte ten invoer met vrijstelling van invoerrechten;
- c. persoonlijke goederen: goederen, uitsluitend bestemd voor het persoonlijk gebruik van de belanghebbenden of die voor de behoeften van hun huishoudens dienen;
- d. alcoholische producten: voor menselijke consumptie bestemde alcoholhoudende producten als bedoeld bij de posten 22.03 tot en met 22.08 van het geharmoniseerde systeem;
- e. vervoermiddelen:
- 1°. personenvoertuigen;
- 2°. middelen voor het bedrijfsmatig vervoer van personen en goederen;
- 3°. pleziervaartuigen;
- 4°. motorvoertuigen, niet zijnde personenvoertuigen;
- 5°. sportvliegtuigen;
- f. personenvoertuigen: motorvoertuigen, zijnde geen sportvoertuigen of voertuigen voor het bedrijven van een hobby, op twee of meer wielen, met inbegrip van aanhangwagens voor andere dan bedrijfsmatig vervoer van personen of goederen en geschikt voor de openbare weg;
- g. pleziervaartuigen: andere vaartuigen dan die welke op grond van hun constructietype en uitrusting geschikt en bestemd zijn voor het bedrijfmatig vervoer van personen of goederen;
- h. openbare instantie: instantie die door het openbaar gezag is gesticht of in stand wordt gehouden;
- i. buitenland: al hetgeen buiten een openbaar lichaam waar invoer van goederen plaatsvindt, is gelegen.
Artikel 3.26
Voor de toepassing van deze titel wordt onder normale verblijfplaats verstaan de plaats waar een natuurlijk persoon gedurende ten minste 183 dagen per kalenderjaar verblijft wegens persoonlijke en beroepsmatige bindingen, of indien hij geen beroepsmatige bindingen heeft, wegens persoonlijke bindingen waaruit nauwe banden tussen hemzelf en de plaats waar hij woont, blijken.
Indien de belanghebbende zijn beroepsmatige bindingen op een andere plaats heeft dan zijn persoonlijke bindingen en daardoor afwisselend verblijft in verschillende landen, wordt hij geacht zijn normale verblijfplaats te hebben in het land van zijn persoonlijke bindingen, mits hij daar op geregelde tijden terugkeert. Indien de belanghebbende zich op de plaats van zijn beroepsmatige bindingen bevindt voor een opdracht van een bepaalde duur, wordt hij niettemin geacht zijn normale verblijfplaats te hebben in het land van zijn persoonlijke bindingen.
De omstandigheid dat onderwijs wordt genoten in het buitenland houdt op zich niet in dat de normale verblijfplaats naar het buitenland is verplaatst.
De normale verblijfplaats dient te worden aangetoond. Indien de inspecteur daarom verzoekt worden aanvullende inlichtingen en bewijsstukken overgelegd.
Afdeling 2. Algemene bepalingen
Artikel 3.27
Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, is voor de invoer met vrijstelling een vergunning vereist. Een vergunning kan eenmalig of doorlopend zijn. Aan een vergunning kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
De vergunning dient vóór de aangifte ten invoer, dan wel in voorkomend geval vóór de aan de invoer voorafgaande uitvoer van de goederen, te zijn verkregen. In voorkomende gevallen kan een vergunning op de aangifte worden verleend.
Belanghebbende dient daartoe tijdig langs elektronische weg en in voorkomend geval schriftelijk een verzoek in bij de inspecteur en verstrekt daarbij alle informatie die nodig is voor een juiste beoordeling van het verzoek. Indien de inspecteur dit nodig acht, kan hij een termijn vaststellen waarbinnen de belanghebbende aanvullende informatie dient te verstrekken.
De beslissing van de inspecteur wordt op schrift gesteld en gemotiveerd.
De vergunninghouder is gehouden de inspecteur mededeling te doen van elk feit dat zich voordoet na afgifte van de vergunning dat gevolgen kan hebben voor de handhaving of de inhoud van de vergunning. De vergunninghouder is desgevraagd gehouden aan de inspecteur de goederen aan te wijzen waarop de vrijstelling betrekking heeft.
Op verzoek van de belanghebbende wordt de weigering van een vrijstelling, waarvoor geen vergunning vereist is, op schrift gesteld.
Artikel 3.28
Indien de vrijstelling afhankelijk is van de voorwaarde dat de goederen weer worden uitgevoerd dan wel tevoren zijn uitgevoerd, of een bepaalde bestemming volgen, dient naar het oordeel van de inspecteur, de vaststelling van de identiteit van de goederen te worden verzekerd.
In de in het eerste lid bedoelde gevallen kan de inspecteur eisen dat een goederenrekening wordt gehouden en, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, dat zekerheid wordt gesteld.
Indien de identiteit van de goederen niet kan worden verzekerd, kan de inspecteur beslissen de vrijstelling niet toe te passen.
Artikel 3.29
Ten aanzien van goederen die met vrijstelling zijn ingevoerd op voorwaarde dat de goederen weer worden uitgevoerd of een bepaalde bestemming volgen, kan de inspecteur op verzoek van de vergunninghouder toestemming verlenen:
- a. van de vrijstelling af te zien; of
- b. de goederen onder ambtelijk toezicht te vernietigen.
Artikel 3.27, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Toestemming wordt slechts verleend indien bijzondere omstandigheden, die bij de invoer niet waren te voorzien, beletten de goederen weer uit te voeren of daaraan de bestemming te geven met het oog waarop de vrijstelling is verleend.
Toestemming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan eveneens worden verleend wanneer de goederen vrij van alle kosten worden afgestaan aan het Rijk. In dat geval is de vergunninghouder vrijgesteld van de betaling van invoerrechten.
Voor goederen ten aanzien waarvan van de vrijstelling wordt afgezien, wordt tegelijk met het desbetreffende verzoek een aangifte ten invoer gedaan.
Voor de resten en afvallen van goederen die onder ambtelijk toezicht zijn vernietigd, wordt aangifte ten invoer gedaan.
De belanghebbende meldt onverwijld de vernietiging van goederen die naar zijn oordeel te wijten is aan toevallige omstandigheden of overmacht. De inspecteur kan deze vernietiging van goederen gelijkstellen aan vernietiging onder ambtelijk toezicht. Op de resten en afvallen is het zesde lid van toepassing.
Artikel 3.30
De inspecteur kan de vergunning tot invoer met vrijstelling intrekken indien:
- a. de bij of krachtens deze titel gestelde voorwaarden en bepalingen niet, niet tijdig of niet behoorlijk zijn nagekomen;
- b. de vergunning werd afgegeven op basis van de door de aanvrager verstrekte onjuiste of onvolledige gegevens en de vergunning niet zou zijn verleend indien de juiste gegevens bekend waren;
- c. aan de vergunninghouder surséance van betaling wordt verleend of deze in staat van faillissement wordt verklaard.
De intrekking van de vergunning is met redenen omkleed.
Artikel 3.31
Het is verboden:
- a. de bij of krachtens deze titel gestelde voorwaarden, verplichtingen en bepalingen niet, niet tijdig of niet behoorlijk na te komen;
- b. onjuiste of onvolledige informatie of gegevens te verstrekken, waarvan het gevolg is of zou kunnen zijn dat vrijstelling wordt genoten zonder dat daarop aanspraak bestaat;
- c. aan de goederen een andere bestemming te geven of te doen geven, dan die met het oog waarop de vergunning tot invoer met vrijstelling is verleend.
Afdeling 3. Vrijstellingen van invoerrechten
Paragraaf 1. Vrijstellingen bij definitieve invoer
Artikel 3.32. Verhuisgoederen
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van persoonlijke goederen door natuurlijke personen, die hun normale verblijfplaats naar de BES eilanden overbrengen.
De vrijstelling is beperkt tot persoonlijke goederen die:
- a. ten minste zes maanden vóór de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats in het land van herkomst heeft opgegeven, in zijn bezit zijn geweest en, wanneer het niet-verbruikbare goederen betreft, door hem in zijn vroegere normale verblijfpIaats zijn gebruikt, en
- b. bestemd zijn om door de belanghebbende voor hetzelfde doel te worden gebruikt in zijn nieuwe normale verblijfplaats.
Op verzoek van de inspecteur toont de aangever aan, dat wordt voldaan aan het tweede lid, onderdeel a.
De vrijstelling wordt slechts verleend indien:
- a. een door de belanghebbende ondertekende lijst wordt overgelegd, inhoudende een omschrijving van alle goederen waarvoor aanspraak op vrijstelling wordt gemaakt;
- b. de goederen vóór het verstrijken van een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats op één van de BES eilanden heeft gevestigd, ten invoer worden aangegeven.
In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, wordt voor de invoer van personenvoertuigen die deel uitmaken van de persoonlijke goederen van de belanghebbende vrijstelling verleend, indien het personenvoertuig ten minste een jaar voorafgaande aan de datum van inscheping in het land van herkomst, aantoonbaar en onafgebroken in bezit en in gebruik was van de belanghebbende, waarbij:
- a. de vrijstelling is beperkt tot één personenvoertuig per gezin of huishouding; en
- b. in daartoe aanleiding gevende gevallen de inspecteur de belanghebbende zekerheid kan laten stellen.
Van de vrijstelling zijn uitgesloten alcoholische producten, tabak en tabaksproducten, voor zover deze niet als normale huisvoorraad zijn te beschouwen, alsmede vervoermiddelen zijnde geen personenvoertuigen.
Artikel 3.33
De invoer van persoonlijke goederen kan in gedeelten plaatsvinden, mits binnen de termijn genoemd in artikel 3.32, vierde lid, onderdeel b.
In bijzondere gevallen kan de inspecteur afwijking van de in artikel 3.32, vierde lid, onderdeel b en artikel 3.32, vijfde lid, aanhef, genoemde termijnen toestaan.
Artikel 3.34
De inspecteur kan in de vergunning bepalen dat in aangiften ten invoer die voor de goederen, bedoeld in artikel 3.32 van deze wet, worden gedaan, als soort van de goederen mag worden vermeld: verhuisgoed.
Artikel 3.35
Binnen twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de aangifte ten invoer is aanvaard, mogen de met vrijstelling ingevoerde persoonlijke goederen niet zonder voorafgaande toestemming van de inspecteur worden uitgeleend, verpand, verhuurd, noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen.
Artikel 3.36. Persoonlijke goederen, verkregen in het kader van een erfopvolging
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van persoonlijke goederen die door:
- a. erfopvolging zijn verkregen door een natuurlijke persoon die zijn normale verblijfplaats op de BES eilanden heeft; of
- b. erfopvolging bij testament zijn verkregen door een rechtspersoon die een activiteit zonder winstoogmerk uitoefent en op één van de BES eilanden is gevestigd.
Van de vrijstelling zijn uitgesloten alcoholische producten, tabak en tabaksproducten en bedrijfsvoertuigen.
De vrijstelling wordt slechts verleend, indien:
- a. een door een notaris of vergelijkbare functionaris van het land van uitvoer afgegeven verklaring wordt overgelegd, waaruit blijkt dat de goederen door erfopvolging zijn verkregen;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)