Wet van 16 december 2010 tot vaststelling van de Wet Douane- en Accijnswet BES (Douane- en Accijnswet BES)
- b. een door belanghebbende ondertekende lijst wordt overgelegd, inhoudende een omschrijving van alle goederen waarvoor aanspraak op vrijstelling wordt gemaakt; en
- c. de goederen binnen een jaar na de datum waarop ze in bezit van belanghebbende zijn gesteld, ten invoer worden aangegeven.
Artikel 3.37
De invoer van de persoonlijke goederen mag binnen de in artikel 3.36, derde lid, onderdeel c, bedoelde termijn in gedeelten plaatsvinden.
De inspecteur kan op grond van bijzondere omstandigheden een verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijn toestaan.
Artikel 3.38
De inspecteur kan in de vergunning bepalen dat in aangiften ten invoer die voor de goederen, bedoeld in artikel 3.36 van deze wet, worden gedaan, als soort van de goederen mag worden vermeld: erfgoed.
Het eerste lid is niet van toepassing op motorvoertuigen.
Artikel 3.39. Roerende goederen studenten
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van persoonlijke goederen door:
- a. scholieren en studenten die met het oog op hun studie op één van de BES eilanden komen wonen;
- b. degenen die na beëindiging van hun studie in het buitenland op één van de BES eilanden komen wonen.
Scholier of student in de zin van het eerste lid is elke persoon die als regulier student is ingeschreven bij een universitaire instelling of bij een onderwijsinstelling voor het volgen van volledig dagonderwijs voor een hogere of middelbare beroepsopleiding.
De vrijstelling is beperkt tot:
- a. gebruikte roerende goederen die de normale meubilering van een studentenkamer vormen;
- b. linnengoed en kleding, zowel gebruikt als nieuw; en
- c. studiebenodigdheden, zijnde de voorwerpen en instrumenten die normaliter door een scholier of student worden gebruikt bij de studie.
De vrijstelling wordt slechts verleend indien een bewijs van inschrijving als bedoeld in het tweede lid en een door de belanghebbende ondertekende lijst wordt overgelegd, inhoudende een omschrijving van alle goederen waarvoor aanspraak op vrijstelling wordt gemaakt.
Artikel 3.35 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3.40
De inspecteur kan in de vergunning bepalen dat in aangiften ten invoer die voor de goederen, bedoeld in artikel 3.39 van deze wet worden gedaan, als soort van de goederen mag worden vermeld: roerende goederen studenten.
Artikel 3.41. Zendingen met een te verwaarlozen waarde
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor zendingen die per briefpost of als postpakket rechtstreeks aan een persoon op één van de BES eilanden worden gezonden en die goederen bevatten waarvan de totale waarde niet meer dan USD 28 bedraagt.
Van de vrijstelling zijn uitgesloten alcoholische producten en tabak en tabaksproducten.
Artikel 3.42
Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.
Artikel 3.43. Door particulieren aan particulieren gerichte zendingen
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van goederen, vervat in een zending die door een particulier worden verzonden naar een andere particulier die zich op één van de BES eilanden bevindt, indien de zending:
- a. een incidenteel karakter draagt;
- b. uitsluitend persoonlijke goederen bevat;
- c. door de afzender aan de geadresseerde wordt gezonden, zonder dat hiervoor door laatstgenoemde enigerlei betaling plaatsvindt; en
- d. geen hogere waarde heeft dan USD 70 waaronder begrepen de waarde van de in het tweede lid genoemde goederen.
De vrijstelling is voor alcoholische producten, tabak en tabaksproducten beperkt tot de voor elk van die goederen vastgestelde hoeveelheden:
- a. tabaksproducten:
- 1°. 50 sigaretten;
- 2°. 25 cigarillo’s (sigaren met een maximumgewicht van 3 gram per stuk);
- 3°. 10 sigaren;
- 4°. 50 gram rooktabak; of
- 5°. een proportioneel assortiment van deze onderscheiden producten;
- b. alcoholische producten:
- 1°. gedistilleerde dranken en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 22% vol; niet-gedenatureerde ethylalcohol van 80% vol en hoger: 1 liter;
- 2°. gedistilleerde dranken en alcoholhoudende dranken, aperitieven op basis van wijn of alcohol, tafia, sake of soortgelijke dranken met een alcoholgehalte van 22% vol of minder; mousserende wijnen, likeurwijnen: 1 liter; of
- 3°. een proportioneel assortiment van deze onderscheiden producten;
- c. niet-mousserende wijnen: 2 liter.
Artikel 3.44
Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.
Artikel 3.45. Persoonlijke bagage van reizigers
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers, voor zover het betreft:
- a. bagage die de reiziger:
- 1°. bij zijn aankomst op één van de BES eilanden bij de inspecteur kan aangeven; of
- 2°. later bij de inspecteur aangeeft, en bij zijn vertrek uit het buitenland als begeleidende bagage was ingeschreven bij de maatschappij die zijn vervoer naar één van de BES eilanden heeft verzorgd; en
- b. invoer die een incidenteel karakter draagt en uitsluitend betrekking heeft op persoonlijke goederen.
De vrijstelling is voor alcoholische producten, tabak en tabaksproducten beperkt tot voor elk van die goederen vastgestelde hoeveelheden:
- a. tabaksproducten:
- 1°. 200 sigaretten;
- 2°. 50 cigarillo’s (sigaren met een maximumgewicht van 3 gram per stuk);
- 3°. 25 sigaren;
- 4°. 125 gram rooktabak; of
- 5°. een proportioneel assortiment van deze onderscheiden producten;
- b. alcoholische producten:
- 1°. gedistilleerde dranken en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 22% vol; niet-gedenatureerde ethylalcohol van 80% vol en hoger: 1 liter; of
- 2°. gedistilleerde dranken en alcoholhoudende dranken, aperitieven op basis van wijn of alcohol, tafia, sake of soortgelijke dranken met een alcoholgehalte van 22% vol of minder; mousserende wijnen, likeurwijnen: 1 liter; of
- 3°. een proportioneel assortiment van deze onderscheiden producten; en
- 4°. 2 liter niet-mousserende wijnen en 8 liter bier.
Personeel van vervoermiddelen die worden gebruikt in het verkeer met het buitenland, kunnen aanspraak maken op de helft van de in het tweede lid, onderdelen a en b, genoemde hoeveelheden.
De vrijstelling wordt niet verleend voor alcoholische producten en tabak en tabaksproducten die ingevoerd worden door reizigers, jonger dan zeventien jaren.
Voor goederen die geen sporen van gebruik vertonen of die van bijzondere of kostbare aard zijn, wordt geen vrijstelling verleend, tenzij ten genoegen van de inspecteur wordt aangetoond dat deze tevoren uit het vrije verkeer zijn uitgevoerd.
Artikel 3.46
Voor in het buitenland verkregen goederen, niet zijnde goederen als bedoeld in artikel 3.45, tweede lid, wordt de vrijstelling verleend tot een totale waarde van USD 500 per reiziger.
Voor reizigers, jonger dan vijftien jaar is het in het eerste lid bedoelde bedrag beperkt tot USD 150.
Indien de totale waarde van de in het eerste lid bedoelde goederen het op grond van het eerste of tweede lid geldende maximum overschrijdt, is de vrijstelling slechts van toepassing voor goederen met een waarde tot deze bedragen, met dien verstande dat de waarde van een afzonderlijk goed niet mag worden gesplitst.
Artikel 3.47
Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.
De aangifte ten invoer kan mondeling geschieden.
Artikel 3.48. Goederen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van publicaties en documenten van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard, mits uit de aard en de hoeveelheid van de goederen geen commerciële bijbedoelingen blijken.
Artikel 3.49
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van bij regeling van Onze Minister van Financiën aangewezen visueel en auditief materiaal van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard.
De vrijstelling wordt slechts verleend indien het visueel en auditief materiaal betreft dat verkregen is uit een schenking door een in het buitenland gevestigde natuurlijke of rechtspersoon en dat bestemd is voor bij regeling van Onze Minister van Financiën aangewezen:
- a. openbare instellingen en organisaties van openbaar nut van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard; of
- b. particuliere instellingen en organisaties die in hoofdzaak werkzaam zijn op het gebied van opvoeding, wetenschap of cultuur.
Artikel 3.50
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van goederen die deel uitmaken van verzamelingen en kunstvoorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard, voor zover deze goederen:
- a. niet voor verkoop bestemd zijn; en
- b. bestemd zijn voor door bij regeling van Onze Minister van Financiën aangewezen:
- 1°. openbare instellingen en organisaties, alsmede instellingen en organisaties van openbaar nut, van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard; of
- 2°. musea, kunstgalerijen of andere instellingen.
Artikel 3.51. Goederen voor gehandicapten
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:
- a. goederen die speciaal zijn ontworpen voor de onderwijskundige, wetenschappelijke en culturele ontwikkeling van gehandicapten;
- b. goederen die speciaal zijn ontworpen voor de ondersteuning van tewerkstelling en voor de verbetering van de maatschappelijke positie van gehandicapten;
- c. reserve-onderdelen, onderdelen en specifieke hulpstukken, bestemd voor de in de onderdelen a en b, bedoelde goederen.
De vrijstelling wordt slechts verleend indien de goederen worden ingevoerd door:
- a. de gehandicapten zelf voor hun eigen gebruik; of
- b. bij regeling van Onze Minister van Financiën aan te wijzen instellingen en organisaties die zich in hoofdzaak bezig houden met de onderwijskundige, wetenschappelijke en culturele ontwikkeling van gehandicapten, dan wel met ondersteuning van tewerkstelling en verbetering van de maatschappelijke positie van gehandicapten.
Voor de toepassing van het tweede lid, onder a, kan de inspecteur vereisen dat de handicap wordt aangetoond door middel van een medische verklaring.
Artikel 3.52
De met vrijstelling ingevoerde goederen mogen niet zonder voorafgaande toestemming van de inspecteur worden uitgeleend, verpand, verhuurd, noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen.
Indien een goed wordt uitgeleend, verpand, verhuurd of overgedragen aan een persoon, instelling of organisatie die op grond van artikel 3.49 voor vrijstelling in aanmerking komt, en die het goed:
- a. gebruikt voor doeleinden die recht geven op deze vrijstelling, blijft de vrijstelling van kracht;
- b. niet gebruikt voor doeleinden die recht geven op deze vrijstelling, is artikel 3.29 van toepassing, met dien verstande dat het bedrag van de verschuldigde invoerrechten wordt vastgesteld op het tijdstip waarop de douaneaangifte wordt aanvaard.
Indien niet langer voldaan wordt aan de voorwaarden om voor de vrijstelling in aanmerking te komen of de met vrijstelling ingevoerde goederen voor andere doeleinden worden gebruikt, zijn het eerste lid en het tweede lid, onderdeel b, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3.53. Testsera voor bloedgroepenonderzoek
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:
- a. sera van menselijke, dierlijke, plantaardige of andere oorsprong, bestemd voor bloedgroepenonderzoek en voor het opsporen van de onverenigbaarheid van bloedgroepen;
- b. de voor het vervoer van de sera noodzakelijke speciale verpakkingen;
- c. de oplosmiddelen en de toebehoren die nodig zijn voor het gebruik van de sera en aan de zending zijn toegevoegd.
De vrijstelling wordt beperkt tot sera die bestemd zijn voor bij regeling van Onze Minister van Financiën aangewezen instellingen of laboratoria voor gebruik voor geneeskundige doeleinden, onder voorwaarde dat daarop geen winst wordt gemaakt.
Artikel 3.54
Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.
Artikel 3.55. Farmaceutische producten, gebruikt ter gelegenheid van internationale sportevenementen
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van farmaceutische producten voor geneeskunde die bestemd zijn voor gebruik door personen en dieren die uit het buitenland komen om aan op de BES eilanden georganiseerde internationale sportevenementen deel te nemen, zulks binnen de grenzen van hun behoeften gedurende het verblijf op de BES eilanden.
Artikel 3.56
Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.
De aangifte ten invoer kan mondeling geschieden.
Artikel 3.57. Goederen voor bestrijding van rampen
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor:
- a. goederen die worden ingevoerd door de overheid en andere bij regeling van Onze Minister van Financiën aangewezen instellingen, ten einde gratis:
- 1°. te worden verstrekt aan slachtoffers van rampen die op de BES eilanden plaatsvinden; of
- 2°. ter beschikking te worden gesteld van de slachtoffers van dergelijke rampen, doch eigendom van de betrokken instellingen blijven;
- b. goederen die door buitenlandse hulpeenheden worden ingevoerd om voor de duur van hun bijstand in hun behoeften te voorzien.
De vrijstelling wordt niet verleend voor goederen, bestemd voor de wederopbouw van het rampgebied, tenzij om niet ter beschikking gesteld door hulpverlenende landen of internationale organisaties.
Voor aanwijzing bij regeling van Onze Minister van Financiën komen slechts instellingen in aanmerking die geen winst beogen en in hoofdzaak werkzaam zijn op het gebied van hulpverlening of liefdadigheid. Aanwijzing vindt slechts plaats indien de boekhouding van de instelling het de inspecteur mogelijk maakt haar verrichtingen te controleren.
Voor de afgifte van het vrijstellingsdocument behoeft geen zekerheid te worden gesteld.
Artikel 3.58
Goederen die niet meer kunnen worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor de vrijstelling is verleend, mogen worden overgedragen aan een andere instelling die krachtens artikel 3.57 voor aanwijzing in aanmerking komt, indien de inspecteur hiervoor toestemming heeft gegeven, en de overdracht gratis geschiedt.
Indien een overdracht als bedoeld in het eerste lid, niet gratis geschiedt, is artikel 3.29 van toepassing, met dien verstande dat het bedrag van de verschuldigde invoerrechten wordt vastgesteld op het tijdstip waarop afgezien wordt van de verleende vrijstelling.
Indien een instelling niet langer voldoet aan de voorwaarden om voor vrijstelling in aanmerking te komen of de met vrijstelling ingevoerde goederen voor andere doeleinden wil gebruiken, is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3.59
De inspecteur kan in de vergunning bepalen dat in aangiften ten invoer als soort van de goederen mag worden vermeld: goederen voor bestrijding van rampen.
Artikel 3.60. Eerbewijzen
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:
- a. onderscheidingen die zijn verleend door buitenlandse regeringen aan personen die hun normale verblijfplaats op één van de BES eilanden hebben;
- b. bekers, medailles en soortgelijke goederen die voornamelijk een symbolisch karakter bezitten en die in het buitenland zijn verleend aan personen die hun normale verblijfplaats op één van de BES eilanden hebben, als eerbewijs voor de activiteiten die zij hebben ontplooid op gebieden zoals kunst, wetenschap, sport en openbare dienstverlening, of als bewijs van erkentelijkheid voor hun verdiensten ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis, en die door bedoelde personen zelf op één van de BES eilanden worden ingevoerd;
- c. bekers, medailles en soortgelijke goederen die voornamelijk een symbolisch karakter bezitten en gratis door in het buitenland gevestigde autoriteiten of personen worden aangeboden om op de BES eilanden voor dezelfde doeleinden, bedoeld in onderdeel b, te worden toegekend.
Onder soortgelijke goederen als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan: goederen die eenzelfde functie als bekers en medailles hebben, zoals vazen, sierborden, kleine sculpturen, schilderijen en miniaturen.
De vrijstelling wordt slechts verleend voor zover uit de aard en de hoeveelheden van de goederen geen commerciële bijbedoelingen blijken.
Artikel 3.61
Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.
De aangifte ten invoer van de in artikel 3.60, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde goederen kan mondeling geschieden.
Artikel 3.62. In het kader van buitenlandse betrekkingen ontvangen geschenken
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van goederen:
- a. die worden ingevoerd door personen die een officieel bezoek hebben afgelegd in het buitenland, en die deze goederen bij die gelegenheid ten geschenke hebben gekregen van de autoriteiten die hen hebben ontvangen;
- b. die worden ingevoerd door personen die een officieel bezoek komen afleggen op de BES eilanden teneinde die goederen bij die gelegenheid ten geschenke te geven aan de autoriteiten die hen ontvangen;
- c. die bij wijze van geschenk of als blijk van vriendschap of van hulde, door een in het buitenland gevestigde officiële autoriteit, openbare instantie of activiteiten van openbaar belang verrichtende rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie worden gericht aan een soortgelijke autoriteit, instantie of organisatie op de BES eilanden.
De vrijstelling wordt slechts verleend indien de goederen bedoeld zijn als incidenteel geschenk en voor zover uit de aard en de hoeveelheden van de goederen geen commerciële bijbedoelingen blijken.
Van de vrijstelling zijn uitgesloten alcoholische producten en tabak en tabaksproducten.
Artikel 3.63
Voor de invoer met vrijstelling van de in artikel 3.62, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde goederen is geen vergunning vereist.
De aangifte ten invoer van de in artikel 3.62, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde goederen kan mondeling geschieden.
Artikel 3.64. Voor vorsten en staatshoofden bestemde goederen
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:
- a. giften die zullen worden aangeboden aan regerende vorsten en staatshoofden;
- b. goederen, bestemd om te worden gebruikt of verbruikt door regerende buitenlandse vorsten en buitenlandse staatshoofden, alsmede door de personen die hen officieel vertegenwoordigen, gedurende hun officieel verblijf op de BES eilanden.
Artikel 3.65
Indien de goederen gelijktijdig met het officiële bezoek worden ingevoerd, is voor de invoer met vrijstelling geen vergunning vereist.
Indien de goederen gelijktijdig met het officiële bezoek worden ingevoerd, kan de aangifte ten invoer mondeling geschieden.
Artikel 3.66. Monsters van goederen
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van monsters van goederen waarvan de waarde onbeduidend is en die slechts kunnen dienen ter verkrijging van bestellingen voor goederen van het soort dat zij vertegenwoordigen, met het oog op de invoer daarvan op de BES eilanden.
Onder monsters van goederen als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan artikelen die representatief zijn voor een categorie van handelswaar, en die op grond van hun aard, hoeveelheid, verpakking, opmaak of daarop voorkomende aanwijzingen ongeschikt zijn om voor andere doeleinden te worden gebruikt dan voor klantenwerving.
Voor de beoordeling van de vraag of monsters al dan niet een onbeduidende waarde hebben, wordt de gezamenlijke waarde van alle monsters die van eenzelfde zending deel uitmaken, in aanmerking genomen. De waarden van de zendingen door dezelfde afzender aan verschillende geadresseerden verzonden, worden niet samengeteld, ook al worden de zendingen gelijktijdig ingevoerd.
De inspecteur kan eisen dat bepaalde artikelen, enkel in aanmerking komen voor vrijstelling, indien deze definitief onbruikbaar worden gemaakt door versnijding, doorboring, het aanbrengen van een duidelijk zichtbaar en onuitwisbaar kenteken of enig ander procédé, zonder dat deze behandeling evenwel tot gevolg mag hebben dat hun hoedanigheid van monster daardoor verloren gaat.
Artikel 3.67. Tentoonstellingsgoederen
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:
- a. kleine monsters die representatief zijn voor in het buitenland vervaardigde goederen en bestemd zijn voor tentoonstellingen;
- b. goederen die uitsluitend worden ingevoerd om te worden gedemonstreerd of om in het buitenland vervaardigde machines en apparaten te demonstreren tijdens tentoonstellingen;
- c. materialen van geringe waarde, zoals verf, lak, en behangselpapier, die worden gebruikt voor de bouw, de inrichting en de decoratie van tijdelijke kramen die door buitenlandse inzenders worden bezet op tentoonstellingen en die door hun gebruik als zodanig verloren gaan;
- d. drukwerk, catalogi, prospectussen, prijscouranten, aanplakbiljetten, al dan niet geïllustreerde kalenders, niet-ingelijste foto’s en andere voorwerpen die gratis worden verstrekt teneinde te worden gebruikt voor reclamedoeleinden voor in het buitenland vervaardigde goederen, die op tentoonstellingen worden tentoongesteld.
Voor de toepassing van de in het eerste lid bedoelde vrijstelling wordt verstaan onder tentoonstellingen:
- a. tentoonstellingen, jaarbeurzen, beurzen en dergelijke manifestaties op het gebied van handel, industrie, landbouw en ambachtelijke nijverheid;
- b. tentoonstellingen of manifestaties die voornamelijk voor liefdadige doeleinden worden georganiseerd;
- c. tentoonstellingen of manifestaties die voornamelijk worden georganiseerd met een wetenschappelijk, technisch, ambachtelijk, artistiek, opvoedkundig of cultureel, toeristisch, sportief, godsdienstig of kerkelijk doel of ter bevordering van de vriendschap tussen volkeren;
- d. vergaderingen van vertegenwoordigers van internationale organisaties of groeperingen;
- e. plechtigheden en manifestaties met een officieel of herdenkingskarakter.
De vrijstelling wordt niet verleend indien de goederen bestemd zijn voor particuliere tentoonstellingen die in winkels of handelsruimten worden georganiseerd met het oog op de verkoop van buitenlandse goederen.
Van de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde vrijstelling zijn uitgesloten alcoholische producten, tabak en tabaksproducten en brandstoffen.
Artikel 3.68
De in artikel 3.67, eerste lid, onderdeel a, bedoelde vrijstelling wordt slechts verleend indien:
- a. de monsters als zodanig worden ingevoerd of eerst tijdens de tentoonstelling worden vervaardigd van in grotere hoeveelheden vanuit het buitenland ingevoerde goederen;
- b. de monsters uitsluitend dienen om tijdens de tentoonstelling gratis aan bezoekers voor hun persoonlijk gebruik of verbruik te worden uitgereikt;
- c. de monsters kunnen worden onderkend als reclamemateriaal waarvan de waarde per eenheid gering is;
- d. de monsters ongeschikt zijn voor handelsdoeleinden en in voorkomend geval in verpakkingen worden aangeboden die een geringere hoeveelheid bevatten dan de kleinste in de handel verkrijgbare hoeveelheid van dezelfde goederen;
- e. de monsters van levensmiddelen en dranken die niet worden uitgereikt in een verpakking als bedoeld in onderdeel d, worden verbruikt ter plaatse van de tentoonstelling;
- f. de totale waarde en hoeveelheid van de monsters in een redelijke verhouding staan tot de aard van de tentoonstelling, het bezoekersaantal en de omvang van de deelneming van de inzender.
De in artikel 3.67, eerste lid, onderdeel b, bedoelde vrijstelling is beperkt tot goederen die tijdens de tentoonstelling worden verbruikt of tenietgaan, en waarvan de totale waarde en hoeveelheid in een redelijke verhouding staan tot de aard van de tentoonstelling, het bezoekersaantal en het belang van de deelneming van de exposant.
De in artikel 3.67, eerste lid, onderdeel d, bedoelde vrijstelling geldt slechts voor drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden die uitsluitend bestemd zijn om op de plaats van de tentoonstelling gratis aan het publiek te worden uitgereikt, en waarvan de totale waarde en hoeveelheid in een redelijke verhouding staan tot de aard van de tentoonstelling, het bezoekersaantal en het belang van de deelneming van de exposant.
Artikel 3.69. Zendingen voor het Bureau Intellectuele Eigendom
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van merken, modellen of tekeningen en de desbetreffende indieningdossiers, alsmede de dossiers betreffende aanvragen van octrooien en dergelijke, die bestemd zijn voor het Bureau voor de Intellectuele Eigendom.
Artikel 3.70
Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.
Artikel 3.71. Toeristisch materiaal
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van toeristisch reclamemateriaal, voor zover het betreft:
- a. bescheiden, bestemd om gratis te worden uitgereikt en die voornamelijk tot doel hebben het publiek ertoe te brengen vreemde landen te bezoeken, met name om daar bijeenkomsten of manifestaties bij te wonen die een cultureel, toeristisch, sportief of godsdienstig karakter bezitten dan wel verband houden met een beroep, mits deze bescheiden niet meer dan 25% particuliere handelsreclame bevatten en het oogmerk van propaganda van algemene aard er duidelijk uit blijkt;
- b. lijsten en jaarboeken van buitenlandse hotels, gepubliceerd door officiële organisaties voor toerisme of onder auspiciën daarvan, alsmede dienstregelingen van in het buitenland geëxploiteerde vervoerdiensten, wanneer deze bescheiden bestemd zijn om gratis te worden uitgereikt en niet meer dan 25% particuliere antireclame bevatten;
- c. technisch materiaal dat wordt toegezonden aan vertegenwoordigers of correspondenten die zijn erkend respectievelijk aangesteld door officiële nationale toeristenorganisaties, en dat niet bestemd is om te worden uitgereikt.
Artikel 3.72. Diverse goederen
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:
- a. mits de onder 1° tot en met 4° bedoelde goederen bestemd zijn om uitsluitend te worden gebezigd in de bedrijfsmatige uitoefening van landbouw, veehouderij, tuinbouw of visserij;
- 1°. machines, machineonderdelen, gereedschappen, werktuigen, werktuigonderdelen, ijzerwerk, chemicaliën, omheiningdraad;
- 2°. werkpaarden, fokdieren van zuiver ras en producten van het planten- en dierenrijk;
- 3°. bereid diervoeder en producten van plantaardige of dierlijke oorsprong, al dan niet gemengd; en
- 4°. mineralen, vitaminen en chemische verbindingen die kennelijk zijn bestemd voor de bereiding van bereid diervoeder;
- b. motorvoertuigen voor bedrijfsmatig vervoer van goederen en tractors, en vissersvaartuigen, die zijn bestemd en ingericht om uitsluitend te worden gebezigd in de bedrijfsmatige uitoefening van landbouw, veehouderij, tuinbouw of visserij;
- c. motorvoertuigen voor bedrijfsmatig vervoer van personen die blijkens een door het bevoegde gezag aan belanghebbende afgegeven vergunning of ontheffing zijn bestemd om uitsluitend geregeld openbaar vervoer of taxivervoer te verrichten;
- d. schepen die geregeld in het handelsverkeer met het buitenland worden gebruikt, alsmede hun inventaris voor zover deze niet wordt gelost;
- e. schepen, bestemd voor het onderhouden van geregelde verbindingen tussen de BES eilanden alsmede hun inventaris voor zover deze niet wordt gelost;
- f. bij regeling van Onze Minister van Financiën aan te wijzen goederen bestemd om te worden gebruikt in en ten behoeve van de luchtvaart;
- g. oorlogsmaterieel ten behoeve van de defensie van de BES eilanden aangevoerd door de Nederlandse strijdkrachten;
- h. gebruiksgoederen welke door de Nederlandse strijdkrachten voor rekening van het Rijk worden ingevoerd voor gebruik door die strijdkrachten;
- i. voor menselijke consumptie bestemde vis, levend, vers, gekoeld of bevroren, indien op de BES eilanden geen distributieschakel tussen vangst en aanbreng bestaat en de vis wordt aangebracht met kleine vissersvaartuigen;
- j. goederen bestemd voor projecten die in het kader van onderlinge hulp voor rekening van Aruba, Curaçao of Sint Maarten komen alsmede goederen die in het kader van ontwikkelingshulp voor rekening van internationale organisaties komen, zulks onder bij regeling van Onze Minister van Financiën te stellen voorwaarden;
- k. geluidsdragers met opnamen van op de BES eilanden gevestigde uitvoerende musici;
- l. materialen en benodigdheden, die naar aard en bestemming uitsluitend in ziekenhuizen worden gebruikt;
- m. gebruikte handels- en kantoorbescheiden zoals reisbiljetten, cognossementen en vrachtbrieven;
- n. persfoto’s, voor zover zulks blijkt uit daarop voorkomende of daaraan gehechte mededelingen, die worden toegezonden aan persagentschappen of aan uitgevers van dagbladen of tijdschriften;
- o. goederen, ingevoerd of wederingevoerd uit één van de BES eilanden, voor zover het betreft:
- 1°. ontwikkelde cinematografische films, geluidsfilms en dergelijke films, nadat deze uit de BES eilanden zijn uitgevoerd;
- 2°. toestellen, werktuigen, instrumenten en gereedschappen die zijn uitgevoerd om aldaar werkzaamheden mee te verrichten;
- p. verpakkingsmiddelen en andere goederen, hetzij gebruiksklaar, hetzij in losse onderdelen, vervaardigd en ingericht voor het vervoer van goederen, dekkleden en stuwmaterieel daaronder begrepen, alsmede goederen voor het afsluiten en etiketteren van deze verpakkingsmiddelen, bestemd om daaraan te worden aangebracht, ook indien deze voorwerpen apart worden ingevoerd, alles voor zover zij:
- 1°. na uit het vrije verkeer te zijn uitgevoerd teneinde daarmee goederen uit te voeren, weder worden ingevoerd zonder in het buitenland een bewerking of verwerking te hebben ondergaan;
- 2°. worden ingevoerd om te worden gebruikt bij de uitvoer van goederen;
- 3°. worden ingevoerd om te worden gebruikt voor de verpakking van op de BES eilanden gewonnen, vervaardigde, bewerkte of verwerkte goederen;
- q. bij regeling van Onze Minister van Financiën aangewezen veiligheidsmiddelen bestemd om te worden gebruikt in de bedrijfsmatige uitoefening van de visserij;
- r. goederen bestemd om te dienen als bewijs of soortgelijke doeleinden voor het Gemeenschappelijk Hof van Justitie of andere officiële instanties op de BES eilanden;
- s. brandstoffen voor de opwekking van energie voor gas-, elektriciteit- en waterleidingbedrijven;
- t. gas als bedoeld in artikel 6.11, eerste lid, onderdeel h, van de Belastingwet BES;
- u. niet-geïntegreerde zonnepanelen en -collectoren en geïntegreerde zonnepanelen en -collectoren welke als dakbedekking dienen; hetzelfde geldt voor bij ministeriële regeling aangewezen producten die bestemd zijn om daarop aangesloten te worden, ook indien zij apart worden ingevoerd;
- v. windturbines; hetzelfde geldt voor speciaal voor windturbines ontworpen of aangepaste onderdelen, ook indien zij apart worden ingevoerd.
Onder de bedrijfsmatige uitoefening van een visserijbedrijf als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt mede verstaan visserijactiviteiten die erop gericht zijn om in belangrijke mate in het levensonderhoud van de visser te voorzien.
De in het eerste lid, onderdeel b, genoemde vrijstelling wordt slechts verleend indien:
- a. de vergunninghouder het motorvoertuig geheel of nagenoeg geheel gebruikt voor het vervoeren in het kader van de landbouw, veehouderij, tuinbouw of visserij;
- b. in geval reeds eerder met toepassing van deze vrijstelling een motorvoertuig voor goederenvervoer is ingevoerd:
- 1°. het motorvoertuig ten minste vier jaar in gebruik is geweest; of
- 2°. van de vrijstelling is afgezien of ambtelijke vernietiging heeft plaatsgevonden overeenkomstig artikel 3.29.
De in het eerste lid, onderdeel c, genoemde vrijstelling wordt slechts verleend indien:
- a. het motorvoertuig voor personenvervoer geheel of nagenoeg geheel wordt gebezigd voor het verrichten van openbaar vervoer of taxivervoer;
- b. in geval reeds eerder met toepassing van deze vrijstelling een motorvoertuig voor personenvervoer is ingevoerd:
- 1°. het motorvoertuig ten minste drie jaar in gebruik is geweest; of
- 2°. van de vrijstelling is afgezien of ambtelijke vernietiging heeft plaatsgevonden overeenkomstig artikel 3.29.
Onder geregeld openbaar vervoer of geregelde verbindingen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en e, wordt verstaan: voor een ieder toegankelijk beroeps- of bedrijfsmatig vervoer van personen of goederen volgens een vaste dienstregeling en op een vastgesteld traject.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van dit artikel.
Artikel 3.73. Hulpmateriaal voor de stuwing en bescherming van goederen tijdens vervoer
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van materialen van uiteenlopende aard, zoals kabels, stro, doek, papier, karton, hout en plastic, die worden gebruikt voor het stuwen en de bescherming – met inbegrip van thermische bescherming – van goederen tijdens het vervoer naar de BES eilanden en die normaliter niet in aanmerking komen om opnieuw te worden gebruikt.
Artikel 3.74
Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.
De aangifte ten invoer kan mondeling geschieden.
Artikel 3.75. Brandstoffen en smeermiddelen in motorvoertuigen en containers
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor:
- a. brandstoffen die zich in de normale reservoirs bevinden van de:
- 1°. motorvoertuigen; of
- 2°. containers die zijn uitgerust met inrichtingen die speciaal zijn aangepast voor koelsystemen, systemen voor zuurstoftoevoer, thermische isolatiesystemen of andere systemen;
- b. brandstoffen die zich in draagbare reservoirs in motorvoertuigen bevinden, tot een maximum van tien liter per voertuig;
- c. smeermiddelen die zich in motorvoertuigen bevinden en die overeenkomen met de normale behoeften voor het functioneren ervan.
Onder normale reservoirs in de zin van het eerste lid wordt verstaan de:
- a. door de fabrikant blijvend in of aan alle motorvoertuigen van hetzelfde type als het betrokken voertuig aangebrachte reservoirs, waarvan de inrichting het rechtstreeks verbruik van brandstof mogelijk maakt, zowel voor de voortbeweging van de voertuigen als, in voorkomend geval, voor de werking, tijdens het vervoer, van koel- en andere systemen;
- b. door de fabrikant blijvend in of aan alle containers van hetzelfde type als de betrokken container aangebrachte reservoirs, waarvan de inrichting het rechtstreeks verbruik van brandstof mogelijk maakt voor de werking, gedurende het vervoer, van koel- en andere systemen waarmee de containers voor speciale doeleinden zijn uitgerust.
Artikel 3.76
Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.
De aangifte ten invoer kan mondeling geschieden.
Artikel 3.77
De met vrijstelling ingevoerde brandstoffen en smeermiddelen mogen niet uit het voertuig of de container waarin zij werden ingevoerd, worden verwijderd, behoudens ten behoeve van opslag gedurende reparaties aan het voertuig of de container.
Artikel 3.78. Lijkkisten, urnen en grafornamenten
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:
- a. lijkkisten die het stoffelijk overschot, en urnen die de as van overledenen bevatten, alsmede bloemen, kransen en andere ornamenten die deze gewoonlijk vergezellen;
- b. bloemen, kransen en andere ornamenten die worden meegebracht door personen die in het buitenland woonachtig zijn en zich naar een begrafenis begeven of graven op de BES eilanden komen verfraaien, voor zover uit de aard en de hoeveelheid van deze goederen geen commerciële overwegingen blijken.
Artikel 3.79
Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.
De aangifte ten invoer kan mondeling geschieden.
Artikel 3.80. Passieve veredeling
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor goederen uit het vrije verkeer die tijdelijk naar het buitenland worden uitgevoerd en na aldaar een veredelingshandeling te hebben ondergaan weer worden ingevoerd.
In de artikelen 3.80 tot en met 3.85 wordt verstaan onder:
- a. veredelingshandeling:
- 1°. het bewerken van goederen, daaronder begrepen het monteren, de assemblage en het aanpassen daarvan aan andere goederen;
- 2°. het verwerken van goederen;
- 3°. het herstellen van goederen, daaronder begrepen het reviseren en het afstellen;
- b. veredelingsproduct: een product dat het resultaat is van een of meer veredelingshandelingen.
Artikel 3.81
In de vergunning worden in elk geval opgenomen:
- a. de termijn waarbinnen de veredelingsproducten op de BES eilanden weer moeten worden ingevoerd;
- b. de berekeningsmethode ten behoeve van het vrij te stellen bedrag, en
- c. de wijze waarop de tijdelijk uitgevoerde goederen in de daaruit vervaardigde weer in te voeren veredelingsproducten worden geïdentificeerd.
De vergunning wordt verleend:
- a. aan personen die op de BES eilanden zijn gevestigd;
- b. indien de identiteit van de tijdelijk uit te voeren goederen kan worden vastgesteld in de veredelingsproducten; en
- c. indien geen bedrijf op de BES eilanden in staat is om aan de specifieke vereisten voor de veredeling te voldoen tegen vergelijkbare condities zoals prijs, kwaliteit en levertijd.
De belanghebbende verleent alle medewerking om aannemelijk te maken dat wordt voldaan aan het tweede lid, onderdeel c.
De vergunning wordt niet verleend voor de volgende goederen:
- a. goederen waarvan de uitvoer een teruggaaf van invoerrechten tot gevolg heeft; of
- b. goederen die, voorafgaand aan de uitvoer, op grond van hun bijzondere bestemming met vrijstelling van invoerrechten zijn ingevoerd, zolang die bijzondere bestemming nog niet is vervuld, tenzij deze goederen herstellingen moeten ondergaan.
De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan door de inspecteur met een redelijke duur verlengd worden indien de vergunninghouder een gemotiveerd verzoek daartoe indient.
Artikel 3.82
Voor vrijstelling komen veredelingsproducten in aanmerking die door de vergunninghouder of voor zijn rekening ten invoer zijn aangegeven.
Artikel 3.83
Vrijstelling wordt verleend tot het bedrag aan invoerrechten dat zou worden berekend voor de invoer van de onveredelde goederen indien deze op het moment van de invoer van de veredelde goederen zouden worden ingevoerd uit het land waar die veredelde goederen de laatste veredelingshandeling hebben ondergaan.
Bij het vaststellen van het bedrag wordt uitgegaan van invoer van de onveredelde goederen in de staat waarin zij zich bevonden op het tijdstip van de voorafgaande uitvoer, met inachtneming van de hoeveelheid en de soort op het tijdstip van die uitvoer.
Artikel 3.84
Gehele vrijstelling wordt verleend voor goederen die gratis zijn hersteld, hetzij op grond van contractuele of wettelijke garantieverplichting, hetzij wegens het bestaan van een fabricagefout, mits met deze gebreken geen rekening is gehouden bij de vaststelling van de douanewaarde ten tijde van de eerste invoer van de goederen.
Artikel 3.81, tweede lid, onderdeel c, is op de in het eerste lid bedoelde goederen niet van toepassing.
Voor goederen die tegen betaling zijn hersteld, wordt als douanewaarde het bedrag in aanmerking genomen dat gelijk is aan de herstellingskosten, mits de betaling van deze kosten de enige prestatie van de vergunninghouder vormt.
Artikel 3.85
In de aangifte ten uitvoer wordt vermeld:
- a. de aard van de behandeling die de goederen zullen ondergaan; en
- b. de waarde van de uitgevoerde goederen indien deze zouden worden ingevoerd op het tijdstip waarop de aangifte wordt gedaan.
Bij de aangifte ten invoer wordt het exemplaar voor aangever van de aangifte ten uitvoer overlegd.
Artikel 3.86. Terugkerende goederen
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor goederen die, na tijdelijk of voor een bepaald doel uit het vrije verkeer van één van de BES eilanden te zijn uitgevoerd, aldaar weer worden ingevoerd en:
- a. in het buitenland geen andere behandelingen hebben ondergaan dan die welke noodzakelijk waren om ze in goede staat te bewaren;
- b. in het buitenland andere behandelingen hebben ondergaan dan die welke nodig waren om ze in goede staat te bewaren, en na de uitvoer uit één van de BES eilanden is gebleken dat de goederen:
- 1°. gebreken vertonen en de behandelingen uitsluitend het doel hadden die gebreken te verhelpen;
- 2°. nadat men met dat gebruik was begonnen, ongeschikt waren voor het beoogde gebruik en de behandelingen uitsluitend het doel hebben gehad deze ongeschiktheid te verhelpen.
De wederinvoer van de goederen dient te geschieden binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de goederen uit één van de BES eilanden werden uitgevoerd.
Indien bijzondere omstandigheden of de aard van het doel ten behoeve waarvan zij werden uitgevoerd, zulks vereisen, kan de inspecteur de in het tweede lid bedoelde termijn zoveel langer als noodzakelijk is verlengen.
Indien de terugkerende goederen vóór hun uitvoer uit één van de BES eilanden waren ingevoerd vrij van rechten op grond van het volgen van een bepaalde bestemming, wordt de vrijstelling bij invoer slechts verleend indien de goederen voor dezelfde bestemming worden ingevoerd.
Artikel 3.87
Vrijstelling als bedoeld in artikel 3.86, eerste lid, onderdeel a, wordt slechts verleend indien bij de aangifte ten invoer een bewijs van herkomst uit de BES eilanden wordt overlegd dat op verzoek van belanghebbende, na de vaststelling van de identiteit van de goederen, voor de uitvoer wordt afgegeven.
Indien in verband met bijzondere omstandigheden ten tijde van de uitvoer niet voorzienbaar was dat de goederen weer zouden worden ingevoerd, kan de inspecteur vrijstelling verlenen.
Artikel 3.88
Indien de vrijstelling wordt verleend overeenkomstig de in artikel 3.87, eerste lid, bedoelde procedure, is geen vergunning vereist.
Artikel 3.89
Indien de in artikel 3.86, eerste lid, onderdeel b, bedoelde behandelingen aanleiding zouden hebben gegeven tot heffing van invoerrechten in het geval de goederen in het kader van de vrijstelling voor passieve veredeling zouden zijn uitgevoerd, zijn de bepalingen inzake die vrijstelling van toepassing.
De in het eerste lid bedoelde toepassing blijft achterwege indien de goederen een herstelling of revisie hebben ondergaan die:
- a. noodzakelijk was ten gevolge van een onvoorziene gebeurtenis in het buitenland;
- b. de waarde van de terugkerende goederen door de behandeling niet hoger is geworden dan de waarde op het ogenblik van hun uitvoer uit de BES eilanden;
- c. noodzakelijk in het buitenland diende te worden verricht.
De belanghebbende dient aan te tonen dat wordt voldaan aan het in het tweede lid, onderdeel c, opgenomen criterium.
Artikel 3.90. Provisie, scheepsbehoeften, brandstoffen en smeermiddelen in schepen en luchtvaartuigen
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:
- a. provisie en scheepsbehoeften aan boord van binnenkomende schepen;
- b. provisie, aanwezig in luchtvaartuigen van lijndiensten in internationaal verkeer; en
- c. brandstoffen en smeermiddelen aanwezig in binnenkomende schepen en luchtvaartuigen en bestemd voor de voortdrijving of smering daarvan, mits de goederen niet uit de schepen of luchtvaartuigen worden verwijderd.
De vrijstelling wordt slechts verleend voor de hoeveelheden die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor het verbruik of gebruik aan boord gedurende het verblijf op de BES eilanden.
Artikel 3.91
Provisie en scheepsbehoeften aan boord van binnenkomende schepen alsmede brandstoffen en smeermiddelen in die schepen, bestemd voor de voortdrijving of smering daarvan, kunnen slechts met vrijstelling worden ingevoerd, indien die goederen elektronisch dan wel schriftelijk ten invoer worden aangegeven.
Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.
Artikel 3.92. Diplomatieke vrijstellingen
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van goederen die bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik – gebruik door inwonende gezinsleden daaronder begrepen – van op de BES eilanden hun functie uitoefenende consulaire ambtenaren, met uitzondering van honoraire consuls, verbonden aan op de BES eilanden gevestigde consulaire posten, voor zover zij niet de Nederlandse nationaliteit bezitten, op de BES eilanden niet duurzaam verblijf houden en overigens op de BES eilanden geen enkele beroeps- of handelsactiviteit voor eigen rekening uitoefenen.
De vrijstelling wordt slechts verleend voor zover de staat waarvan de consulaire post op de BES eilanden is gevestigd, aan het Koninkrijk een overeenkomstige vrijstelling verleent.
Voor de afgifte van het vrijstellingsdocument behoeft geen zekerheid te worden gesteld.
Consulaire beambten die niet de Nederlandse nationaliteit bezitten, genieten de vrijstelling slechts met betrekking tot goederen, ingevoerd op het tijdstip waarop zij zich de eerste keer inrichten.
Artikel 3.93
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van goederen die bestemd zijn voor het officiële gebruik – bouwen en herstellen daaronder begrepen – van op de BES eilanden gevestigde consulaire posten die geleid worden door consulaire beroepsambtenaren.
De vrijstelling wordt slechts verleend indien het hoofd van de consulaire post in een verklaring bevestigt dat de goederen voor het officiële gebruik van de consulaire post zijn bestemd.
Artikel 3.92, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3.94
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van kanselarijbenodigdheden die:
- a. door of op verzoek van de zendstaat worden verstrekt aan een op de BES eilanden gevestigde consulaire post die geleid wordt door een honoraire ambtenaar; en
- b. bestemd zijn voor het officiële gebruik van deze post.
Onder kanselarijbenodigdheden wordt verstaan officiële emblemen en documenten alsmede kantoormeubilair en kantoorbenodigdheden.
De vrijstelling wordt slechts verleend indien het hoofd van de consulaire post in een verklaring bevestigt dat de goederen voor het officiële gebruik van de consulaire post zijn bestemd.
Artikel 3.92, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3.95
Vrijstelling van invoerrechten wordt, onder bij regeling van Onze Minister van Financiën te stellen voorwaarden, verleend voor de invoer van goederen, aangevoerd onder vigeur van vrijdombepalingen opgenomen in verdragen gesloten met internationale organisaties.
Paragraaf 2. Vrijstellingen bij tijdelijke invoer
Artikel 3.96. Actieve veredeling
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van goederen die op de BES eilanden een veredelingshandeling ondergaan.
Artikel 3.80, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
De vrijstelling geschiedt bij wijze van teruggaaf of onder toepassing van een systeem van zekerheidstelling, zulks ter beoordeling van de inspecteur.
De bij de aangifte ten invoer voor de goederen betaalde invoerrechten worden teruggegeven, dan wel de gestelde zekerheid wordt vrijgegeven, indien deze goederen in de vorm van veredelingsproducten weer worden uitgevoerd.
In de aangifte ten invoer moet worden vermeld dat gebruik wordt gemaakt van deze vrijstelling en moet worden verwezen naar de vergunning.
Op verzoek van de inspecteur moet de vergunning bij de aangifte ten invoer worden gevoegd.
Artikel 3.97
In de vergunning worden in elk geval opgenomen de:
- a. termijn waarbinnen de veredelingsproducten uit de BES eilanden weer moeten worden uitgevoerd;
- b. berekeningsmethode ten behoeve van het vrij te stellen bedrag; en
- c. wijze waarop de tijdelijk ingevoerde goederen in de daaruit vervaardigde weer uit te voeren veredelingsproducten worden geïdentificeerd.
De vergunning wordt verleend:
- a. aan personen die op de BES eilanden zijn gevestigd;
- b. indien de in te voeren goederen in de veredelingsproducten kunnen worden herkend; en
- c. indien op de BES eilanden geen bedrijf in staat is om de voor de veredeling benodigde grondstoffen of halffabricaten te produceren tegen vergelijkbare condities zoals prijs, kwaliteit en levertijd.
De belanghebbende verleent alle medewerking om aannemelijk te maken dat wordt voldaan aan het tweede lid, onderdeel c.
De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan door de inspecteur met een redelijke duur verlengd worden indien de vergunninghouder een gemotiveerd verzoek daartoe indient.
Artikel 3.98
De vergunninghouder dient een verzoek om teruggaaf van invoerrechten dan wel om vrijgave van de zekerheid in bij de inspecteur, binnen drie maanden na de dag waarop de uit de ingevoerde goederen verkregen veredelingsproducten:
- a. onder toezicht van de inspecteur uit de BES eilanden zijn uitgevoerd;
- b. met het oog op latere uitvoer ervan in een douane-entrepot zijn opgeslagen.
Wanneer bijzondere omstandigheden zulks rechtvaardigen, kan de inspecteur van de in het eerste lid bedoelde termijn afwijken.
Artikel 3.99. Tijdelijk ingevoerde vervoermiddelen
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van vervoermiddelen en de samen met deze vervoermiddelen ingevoerde normale uitrusting van de vervoermiddelen, die toebehoren aan:
- a. personen die hun normale verblijfplaats hebben in het buitenland en door de eigenaars van die vervoermiddelen of door andere personen die hun normale verblijfplaats hebben in het buitenland, worden ingevoerd en worden gebruikt voor hun persoonlijk gebruik ter gelegenheid van een tijdelijk bezoek;
- b. ondernemingen die de zetel van hun bedrijf in het buitenland hebben en de vervoermiddelen gebruiken voor het bedrijfsmatig vervoer van personen of goederen, al dan niet tegen betaling, beloning of ander materieel voordeel, mits dit vervoer begint en eindigt in het buitenland.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder persoonlijk gebruik: het gebruik voor andere doeleinden dan het vervoer van personen tegen betaling, beloning of ander materieel voordeel, het bedrijfsmatig vervoer van goederen of ander beroepsmatig gebruik.
Artikel 3.100
Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.
Artikel 3.101
De in artikel 3.99, eerste lid, onderdeel a, bedoelde vrijstelling wordt verleend voor de invoer van personenvoertuigen indien een schriftelijke aangifte ten invoer is gedaan door inlevering van:
- a. een carnet de passage en douane, dat is afgegeven door en onder aansprakelijkheid van een vereniging die is aangesloten bij de Alliance Internationale de Tourisme of de Fédération Internationale Automobile; of
- b. een identiteitskaart, afgegeven door de daartoe bevoegde autoriteiten.
Personenvoertuigen die overeenkomstig het eerste lid, onderdeel a, ten invoer worden aangegeven, dienen binnen de geldigheidsduur van het carnet, doch uiterlijk twaalf maanden na de datum van invoer weer te worden uitgevoerd.
Personenvoertuigen die overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b, ten invoer worden aangegeven, dienen binnen 30 dagen na de datum van invoer weer te worden uitgevoerd.
De inspecteur kan op grond van bijzondere omstandigheden een verlenging van de in het derde lid bedoelde termijn toestaan.
Op de aangifte ten invoer wordt als document afgegeven het overgelegde carnet of de identiteitskaart.
Voor de afgifte van het carnet behoeft geen zekerheid te worden gesteld.
Artikel 3.102
De in artikel 3.99, eerste lid, onderdeel b, bedoelde vrijstelling voor ondernemingen wordt verleend voor de invoer van vervoermiddelen die worden gebruikt voor het vervoer van personen of voor het bedrijfsmatig vervoer van goederen, voor opleggers, voor aanhangwagens en voor chassis voor containers.
De vrijstelling is van toepassing voor ondernemingen die:
- a. gevestigd zijn in een staat die een soortgelijke vrijstelling hanteert; en
- b. in het bezit zijn van een door het bevoegd gezag afgegeven vergunning voor vervoer over de weg.
De aangifte wordt gedaan door inlevering van:
- a. een carnet de passage en douane dat voor elk vervoermiddel afzonderlijk is afgegeven door en onder aansprakelijkheid van een vereniging die is aangesloten bij de Alliance Internationale de Tourisme of de Fédération Internationale Automobile; of
- b. een aangifte voor tijdelijke invoer van motorvoertuigen.
Artikel 3.103
De vrijstelling wordt verleend voor de invoer van pleziervaartuigen indien een elektronische dan wel schriftelijke aangifte ten invoer is gedaan door inlevering van:
- a. een carnet de passage en douane, dat is afgegeven door en onder aansprakelijkheid van een vereniging die is aangesloten bij de Alliance Internationale de Tourisme; of
- b. een door de inspecteur afgegeven verklaring betreffende de tijdelijke invoer met vrijstelling van pleziervaartuigen.
De aangifte ten invoer dient binnen 24 uur na binnenkomst op de BES eilanden te geschieden.
Pleziervaartuigen die overeenkomstig het eerste lid, onderdeel a, ten invoer worden aangegeven, dienen binnen de geldigheidsduur van het carnet, doch uiterlijk binnen twaalf maanden na de datum van invoer weer te worden uitgevoerd.
Pleziervaartuigen die overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b, ten invoer worden aangegeven, dienen binnen 30 dagen na de datum van invoer weer te worden uitgevoerd.
De inspecteur kan op grond van bijzondere omstandigheden een verlenging van de in het vierde lid bedoelde termijn toestaan.
Op de aangifte ten invoer wordt als document afgegeven het overgelegde carnet of de verklaring.
Voor de afgifte van het carnet behoeft geen zekerheid te worden gesteld.
Artikel 3.104
Het is verboden een met vrijstelling ingevoerd vervoermiddel te gebruiken zonder dat het ten bewijze van deze vrijstelling door de inspecteur afgegeven document, waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken, kan worden getoond.
Artikel 3.105. Tijdelijk ingevoerde containers
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:
- a. containers die gevuld worden ingevoerd om leeg of gevuld weer te worden uitgevoerd, of die leeg worden ingevoerd om gevuld weer te worden uitgevoerd;
- b. het normale toebehoren en de normale uitrusting van de containers, mits deze met de containers worden ingevoerd; en
- c. losse onderdelen ingevoerd voor het herstellen van een bepaalde container die reeds tijdelijk met vrijstelling is ingevoerd.
Onder containers wordt verstaan bergingsmiddelen die:
- a. een binnenwerks inhoud hebben van ten minste één kubieke meter;
- b. een duurzaam karakter hebben en uit dien hoofde voldoende stevig zijn voor herhaald gebruik;
- c. speciaal zijn ontworpen om het vervoer van goederen te vergemakkelijken zonder tussentijdse inlading en uitlading van die goederen zelf;
- d. zijn voorzien van inrichtingen die het hanteren van de container vergemakkelijken, in het bijzonder bij het overladen van het ene vervoermiddel op of in het andere; en
- e. zodanig zijn ontworpen dat zij gemakkelijk kunnen worden gevuld en geleegd.
Artikel 3.106
De met vrijstelling ingevoerde containers dienen binnen drie maanden na de datum van invoer weer te worden uitgevoerd.
De inspecteur kan op grond van bijzondere omstandigheden een verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijn toestaan.
Artikel 3.107
Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.
Artikel 3.108. Tijdelijk ingevoerde laadborden
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van laadborden die, teneinde daarmee goederen uit of in te voeren, leeg dan wel in gebruik worden ingevoerd, om na ten hoogste twaalf maanden op de BES eilanden te zijn verbleven, weer te worden uitgevoerd.
Artikel 3.109
Voor de invoer van gevuld ingevoerde laadborden met vrijstelling is geen vergunning vereist.
De aangifte ten invoer kan mondeling geschieden.
Artikel 3.110. Tijdelijk ingevoerd beroepsmateriaal
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:
- a. beroepsmateriaal, benodigd door een vertegenwoordiger van pers, radio of televisie die naar de BES eilanden komt voor het maken van reportages of voor uitzendingen of opnamen voor programma’s;
- b. filmmateriaal, benodigd door een persoon die naar de BES eilanden komt voor het maken van een of meer films;
- c. ander beroepsmateriaal, benodigd voor de uitoefening van het ambacht of het beroep van een persoon die naar de BES eilanden komt om een bepaald werk uit te voeren, met uitzondering van het materiaal dat bestemd is om te worden gebezigd voor vervoer op de BES eilanden of voor de vervaardiging of de verpakking van goederen;
- d. de bij het materiaal, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, behorende hulpmiddelen;
- e. onderdelen die later worden ingevoerd met het oog op reparatie van materiaal als bedoeld in de onderdelen a tot en met c.
De vrijstelling wordt slechts verleend indien het beroepsmateriaal:
- a. toebehoort aan een in het buitenland gevestigde persoon;
- b. wordt ingevoerd door een in het buitenland gevestigde persoon; en
- c. uitsluitend door of onder leiding van de persoon die zich op de BES eilanden begeeft, wordt gebruikt.
De in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde voorwaarde geldt niet voor filmmateriaal dat wordt ingevoerd voor het maken van films ter uitvoering van een overeenkomst inzake de co-productie die is gesloten met een op de BES eilanden gevestigde persoon.
Artikel 3.111
Het met vrijstelling ingevoerde materiaal wordt weer uitgevoerd binnen zes maanden na de datum van invoer.
De inspecteur kan op grond van bijzondere omstandigheden een verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijn toestaan.
Artikel 3.112. Tijdelijk ingevoerde tentoonstellingsgoederen
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van goederen die bestemd zijn om op tentoonstellingen te worden getoond of gebruikt, voor zover ze kunnen worden gerekend tot de volgende categorieën:
- a. goederen bestemd om te worden tentoongesteld of waarmee zal worden gedemonstreerd op tentoonstellingen;
- b. goederen bestemd om ten behoeve van de presentatie van ingevoerde producten op een tentoonstelling te worden gebruikt;
- c. materiaal – met inbegrip van vertalinginstallaties, geluidsopnameapparatuur en films van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard – bestemd om op internationale vergaderingen, conferenties en congressen te worden gebruikt;
- d. producten die tijdens de tentoonstellingen worden verkregen uit tijdelijk ingevoerde goederen, machines, apparaten of dieren.
Artikel 3.67, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
De vrijstelling wordt niet verleend indien de goederen bestemd zijn voor particuliere tentoonstellingen die in winkels of handelsruimten worden georganiseerd met het oog op de verkoop van buitenlandse goederen.
De goederen waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan mogen niet worden uitgeleend of verhuurd, noch gebruikt tegen vergoeding en mogen niet buiten de plaats worden gebracht waar tentoonstellingen en dergelijke worden gehouden.
Artikel 3.113
De met vrijstelling ingevoerde goederen worden binnen een maand na afloop van de tentoonstelling weer uitgevoerd, met dien verstande dat de wederuitvoer uiterlijk twaalf maanden na de datum van invoer dient te geschieden.
De inspecteur kan op grond van bijzondere omstandigheden verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijn toestaan.
Artikel 3.114
Toestemming als bedoeld in artikel 3.29, kan worden verleend zonder dat er sprake behoeft te zijn van bijzondere omstandigheden die bij de invoer niet waren voorzien.
Artikel 3.115. Tijdelijk ingevoerd opvoedkundig materiaal
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van opvoedkundig materiaal, onderdelen en toebehoren voor dit materiaal en gereedschap dat speciaal is ontworpen voor het onderhoud, de controle, afstelling of reparatie van dat materiaal, voor zover deze goederen:
- a. door erkende instellingen worden ingevoerd en onder het toezicht en de verantwoordelijkheid van die instellingen worden gebruikt;
- b. zonder winstoogmerk worden gebruikt;
- c. gelet op hun bestemming, in redelijke hoeveelheden worden ingevoerd; en
- d. eigendom blijven van een in het buitenland gevestigd persoon.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder:
- a. opvoedkundig materiaal: alle voor onderwijs of beroepsopleiding gebruikt materiaal en met name modellen, instrumenten, apparaten, machines en toebehoren;
- b. erkende bij regeling van Onze Minister van Financiën aangewezen instellingen:
- 1°. openbare instellingen of instellingen van openbaar nut, waarvan de voornaamste bezigheid het onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek is;
- 2°. particuliere instellingen waarvan de voornaamste bezigheid het onderwijs of wetenschappelijk onderzoek is.
Artikel 3.116
De met vrijstelling ingevoerde goederen worden weer uitgevoerd binnen een door de inspecteur gestelde termijn. De termijn is afhankelijk van het gebruik van de goederen, maar duurt niet langer dan zes maanden na de datum van invoer.
De inspecteur kan op grond van bijzondere omstandigheden verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijn met ten hoogste drie maanden toestaan.
Artikel 3.117. Tijdelijk ingevoerd wetenschappelijk materiaal
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:
- a. wetenschappelijk materiaal, onderdelen en toebehoren voor dit materiaal, en gereedschap dat speciaal is ontworpen voor het onderhoud, de controle, afstelling of reparatie van dat materiaal, en
- b. onderdelen van wetenschappelijk materiaal die later worden ingevoerd met het oog op reparatie van eerder met vrijstelling ingevoerd wetenschappelijk materiaal voor zover deze goederen:
- 1°. door erkende instellingen worden ingevoerd en onder het toezicht en de verantwoordelijkheid van die instellingen worden gebruikt;
- 2°. zonder winstoogmerk worden gebruikt;
- 3°. gelet op hun bestemming, in redelijke hoeveelheden worden ingevoerd; en
- 4°. eigendom blijven van een in het buitenland gevestigde persoon.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder:
- a. wetenschappelijk materiaal: de instrumenten, apparaten, machines en toebehoren die voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs worden gebruikt;
- b. erkende instellingen: bij ministeriële regeling aangewezen:
- 1°. openbare instellingen of instellingen van openbaar nut, waarvan de voornaamste bezigheid het onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek is;
- 2°. particuliere instellingen waarvan de voornaamste bezigheid het onderwijs of wetenschappelijk onderzoek is.
Artikel 3 111 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3.118. Tijdelijk ingevoerd medisch-chirurgisch en laboratoriummateriaal
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van medisch-chirurgisch en laboratoriummateriaal op voorwaarde dat:
- a. het een incidentele zending betreft;
- b. het materiaal in bruikleen ter beschikking is gesteld; en
- c. het materiaal voor diagnostische of therapeutische doeleinden zal worden aangewend door ziekenhuizen die bij regeling van Onze Minister van Financiën zijn aangewezen.
Onder incidentele zending als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt verstaan iedere zending van medisch-chirurgisch en laboratoriummateriaal op verzoek van ziekenhuizen die wegens bijzondere omstandigheden dringend behoefte hebben aan dit materiaal om hun ontoereikende eigen uitrusting aan te vullen.
Artikel 3 116 is van overeenkomstige toepassing.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)