← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 24 december 2010, nr. 5679537/10/DJI, houdende regels over de verlening van een machtiging tot verlof aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden (Verlofregeling TBS)

Geldende tekst a fecha 2012-05-27

Gelet op artikel 53, achtste lid, en 54, vijfde lid, van het Reglement verpleging ter beschikking gestelden;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen

Artikel 2
1.

Het hoofd FPC dient de verlofaanvraag schriftelijk in bij de Minister en voert deze in, in het door de Minister voorgeschreven geautomatiseerde systeem.

2.

Uit de verlofaanvraag blijkt dat deze is opgesteld op basis van multidisciplinair overleg en professioneel inhoudelijke toetsing.

3.

In de verlofaanvraag wordt door het FPCover de volgende onderwerpen informatie verschaft:

4.

Uit de verlofaanvraag blijkt dat een slachtofferonderzoek heeft plaatsgevonden. Van een machtiging wordt slechts gebruik gemaakt indien – voor zover daartoe de verplichting bestaat – een financiële regeling met slachtoffers en/of hun omgeving is getroffen.

5.

Indien de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde voor de datum voorwaardelijke invrijheidstelling in een FPC is geplaatst, wordt een machtiging niet verleend voor genoemde datum.

6.

Een machtiging wordt niet verleend

Artikel 3
1.

Een verzoek tot wijziging van het verlofplan wordt ondertekend door het hoofd FPC.

2.

Het verzoek bevat die informatie die relevant is voor de gevraagde wijziging. De wijziging van het verlofplan past binnen de bestaande machtiging.

Artikel 4
1.

Indien een machtiging wordt aangevraagd na overplaatsing, blijkt uit de aanvraag tot welke resultaten de behandelpogingen in het vorige FPC hebben geleid.

2.

Indien tot overplaatsing is besloten met het oog op voortzetting van de behandeling elders, kan het hoofd van het ontvangende FPC, op basis van de laatst verleende machtiging, een verlofaanvraag doen om een nieuwe machtiging te verlenen. Deze verlofaanvraag voldoet aan de volgende eisen:

Artikel 5
1.

Met het oog op een nieuwe machtiging wordt door het hoofd FPC een evaluatie opgesteld, die ten hoogste vier maanden en uiterlijk twee maanden voordat de machtiging verloopt, wordt ingediend.

2.

De evaluatie voldoet aan de eisen die aan een verlofaanvraag worden gesteld als vermeld in artikel 2, tweede lid, en derde lid.

3.

Bij de evaluatie proefverlof is het tweede lid niet van toepassing. Alsdan wordt over de volgende onderwerpen informatie verschaft:

Artikel 6
1.

Een verlofaanvraag wordt door de Minister procedureel getoetst en vervolgens, met het oog op een inhoudelijk advies voorgelegd aan het AVt.

2.

Onder een verlofaanvraag die aan het AVt wordt voorgelegd, wordt begrepen de evaluatie van een verlof, maar uitgezonderd de aanvraag voor incidenteel verlof en de aanvraag voor een machtiging eenmalig begeleid verlof.

3.

Indien het AVt adviseert geen machtiging te verlenen, beslist de Minister dienovereenkomstig.

4.

Indien het AVt adviseert machtiging te verlenen, kan de Minister gemotiveerd een andere beslissing nemen.

Artikel 7
1.

Indien bij een evaluatie van het onbegeleid verlof of het transmuraal verlof of het proefverlof door een administratieve nalatigheid een nieuwe machtiging niet aansluitend aan de bestaande machtiging kan worden verleend, kan de Minister ambtshalve een machtiging afgeven.

2.

De machtiging wordt overeenkomstig de bestaande machtiging, afgegeven voor de duur van maximaal vier weken.

3.

De Minister kan bij het verlenen van de in het vorige lid bedoelde machtiging aanvullende voorwaarden stellen.

Hoofdstuk 3. Resocialisatieverlof

Artikel 8
1.

De aanvraag voor een machtiging begeleid verlof kan alle verloven buiten het FPC onder begeleiding van personeelsleden of medewerkers van het FPC inhouden.

2.

Begeleid verlof is in de regel eendaags, maar kan in uitzonderlijke gevallen meerdaags zijn, indien daartoe bijzondere redenen bestaan die samenhangen met het doel van het verlof.

3.

De aanvraag voor een machtiging begeleid verlof bevat de voorgeschiedenis en de feitelijke gebeurtenissen met betrekking tot het delict van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde.

4.

De aanvraag voor een machtiging begeleid verlof bevat een risicotaxatie die is gericht op het begeleid verlof.

5.

De aanvraag voor een machtiging begeleid verlof gaat vergezeld van een specifiek risicomanagement waarvan een (vroeg)signaleringsplan deel uitmaakt.

6.

De aanvraag voor een machtiging begeleid verlof omvat een beveiligde fase van tenminste vijf beveiligde verloven, tenzij het hoofd FPC gemotiveerd en op grond van relevante gegevens aannemelijk maakt dat geen beveiligde fase nodig is, of daarvoor een contra indicatie is.

7.

De aanvraag voor een machtiging begeleid verlof omvat na de beveiligde fase een dubbel begeleide fase, tenzij het hoofd FPC op de wijze als genoemd in het vorige lid aannemelijk maakt dat geen dubbel begeleide fase nodig is.

Artikel 9
1.

De aanvraag voor een machtiging onbegeleid verlof kan zowel eendaags als meerdaags verlof inhouden, met een maximum van zes overnachtingen per week buiten het beveiligde deel van het FPC.

2.

De aanvraag voor een machtiging onbegeleid verlof bevat een risicotaxatie die is gericht op het onbegeleid verlof

3.

De aanvraag voor een machtiging onbegeleid verlof gaat vergezeld van een specifiek risicomanagement waarvan een terugvalpreventieplan of een (vroeg)signaleringsplan deel uitmaken.

4.

De machtiging onbegeleid verlof kan alleen worden verleend indien de voorgaande fase van begeleid verlof goed is verlopen of gemotiveerd is overgeslagen.

Artikel 10
1.

De aanvraag voor een machtiging transmuraal verlof kan een meerdaags verblijf in de samenleving buiten de beveiligde zone van het FPC inhouden.

2.

De aanvraag voor een machtiging transmuraal verlof bevat een risicotaxatie die is gericht op het transmuraal verlof.

3.

De aanvraag voor een machtiging transmuraal verlof gaat vergezeld van een specifiek risicomanagement waar een terugvalpreventieplan en/of een vroegsignaleringsplan deel van uitmaakt.

4.

De machtiging transmuraal verlof kan alleen worden verleend indien de voorgaande fasen van begeleid en onbegeleid verlof goed zijn verlopen of gemotiveerd zijn overgeslagen.

Artikel 11
1.

De aanvraag voor een machtiging proefverlof houdt in de regel een verblijf geheel buiten de beveiligde zone van het FPC in, waarbij het toezicht op de ter beschikking gestelde wordt uitgeoefend door de reclassering.

2.

De aanvraag voor een machtiging proefverlof bevat een risicotaxatie die is gericht op het proefverlof.

3.

De aanvraag voor een machtiging proefverlof gaat vergezeld van specifiek risicomanagement waarvan deel uitmaakt een terugvalpreventieplan of een signaleringsplan, en gaat tevens vergezeld van een proefverlofplan als bedoeld in artikel 54, tweede lid, Reglement verpleging ter beschikking gestelden.

4.

De machtiging proefverlof kan alleen worden verleend indien de voorgaande fasen van begeleid, onbegeleid en transmuraal verlof goed zijn verlopen of gemotiveerd zijn overgeslagen.

Hoofdstuk 4. Begeleid verlof in geval van long stay

Artikel 12
1.

Voor de ter beschikking gestelde die geplaatst is in een longstay-voorziening wordt geen machtiging voor verlof verleend, behoudens het bepaalde in het tweede lid en het bepaalde in artikel 13 en 14.

2.

Het hoofd FPC kan voor de ter beschikking gestelde, die geplaatst is in een longstay-voorziening en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, een machtiging begeleid verlof aanvragen.

3.

De aanvraag voor een machtiging begeleid verlof voor een ter beschikking gestelde die geplaatst is in een longstay-voorziening en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, bevat naast het bepaalde in artikel 8, informatie omtrent de aanvaarding door de ter beschikking gestelde van zijn verblijf in een longstay-voorziening.

4.

Het hoofd FPC kan de ter beschikking gestelde die geplaatst is in een longstay-voorziening en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, en voor wie een machtiging is verleend, begeleid verlof in groepsverband verlenen na toestemming van de Minister. De Minister geeft slechts toestemming voor bedoeld verlof, indien groepssamenstelling en groepsgrootte geen veiligheidsrisico’s voor de samenleving opleveren. De aanvraag voor begeleid groepsverlof bevat de informatie op basis waarvan bedoelde veiligheidsrisico’s kunnen worden afgewogen.

5.

De Minister kan aan de in het vorige lid bedoelde verlofverlening aanvullende voorwaarden verbinden.

Hoofdstuk 5. Incidenteel verlof en de machtiging eenmalig begeleid verlof

Artikel 13
1.

De aanvraag voor een machtiging tot incidenteel verlof geschiedt schriftelijk en kan worden gedaan indien er omstandigheden zijn in de persoonlijke levenssfeer van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde, die zijn aanwezigheid op een plaats buiten het FPC, om redenen van humanitaire aard, noodzakelijk maakt.

2.

Op een aanvraag voor een machtiging tot incidenteel verlof is artikel 2, met uitzondering van het zesde lid, onder b, niet van toepassing.

3.

In de aanvraag voor een machtiging tot incidenteel verlof geeft het hoofd FPC aan welke beveiliging en/of begeleiding hij noodzakelijk acht.

4.

Bij de afweging of een machtiging tot incidenteel verlof wordt verleend, betrekt de Minister de belangen van slachtoffers en hun omgeving, van het door de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde gepleegde delict.

Artikel 14
1.

De aanvraag voor een machtiging voor eenmalig begeleid verlof geschiedt schriftelijk en kan worden gedaan indien er omstandigheden zijn, die de aanwezigheid van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde op een plaats buiten het FPC noodzakelijk maakt, om redenen die voortvloeien uit de resocialisatie.

2.

Op een aanvraag voor een machtiging eenmalig begeleid verlof is artikel 2 niet van toepassing.

3.

In de aanvraag voor een machtiging eenmalig begeleid verlof geeft het hoofd van het FPC aan welke beveiliging en/of begeleiding hij noodzakelijk acht.

4.

Bij afweging of een machtiging eenmalig begeleid verlof wordt verleend, betrekt de Minister de belangen van de slachtoffers en/of hun omgeving, van het door betrokkene gepleegde delict.

Hoofdstuk 6. Einde verlof

Artikel 15
1.

De machtiging vervalt in de volgende gevallen:

2.

De machtiging kan worden ingetrokken in de gevallen als bedoeld in artikel 53, derde lid, en 57, vijfde lid, van het Reglement verpleging ter beschikking gestelden.

3.

De machtiging wordt ingetrokken indien de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde, geen rechtmatig verblijf meer heeft in Nederland.

Artikel 16
1.

Het hoofd FPC trekt het verlof in:

2.

In geval van een ernstige normschending beslist de minister schriftelijk na overleg met het hoofd FPC of, en zo ja onder welke voorwaarden, de machtiging wordt gecontinueerd.

Artikel 17
1.

Indien een machtiging begeleid verlof of onbegeleid verlof zonder overnachtingen is vervallen doordat de terbeschikkinggestelde of anderszins verpleegde, ten behoeve van wie de machtiging was verleend, of een strafbaar feit heeft gepleegd waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten of tijdens het verlof langer dan 24 uur ongeoorloofd afwezig is geweest, wordt gedurende tenminste één jaar geen nieuwe machtiging verleend.

2.

Indien een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde tijdens begeleid verlof ongeoorloofd afwezig is korter dan 24 uur, trekt de Minister de machtiging in. In dat geval verleent de Minister gedurende tenminste één jaar geen nieuwe machtiging.

3.

Indien een machtiging onbegeleid verlof met overnachtingen, transmuraal verlof of proefverlof is vervallen doordat de terbeschikkinggestelde of anderszins verpleegde, ten behoeve van wie de machtiging was verleend, tijdens het verlof langer dan 24 uur ongeoorloofd afwezig is geweest, wordt gedurende tenminste één jaar geen nieuwe machtiging verleend, tenzij zwaarwegende persoonlijke omstandigheden zich hiertegen verzetten.

4.

Indien de Minister de machtiging heeft ingetrokken naar aanleiding van een ongeoorloofde afwezigheid korter dan 24 uur door een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde tijdens onbegeleid verlof, transmuraal verlof of proefverlof, wordt gedurende tenminste één jaar geen nieuwe machtiging verleend, tenzij zwaarwegende persoonlijke omstandigheden zich hiertegen verzetten.

5.

Indien in de gevallen vermeld in het derde en het vierde lid binnen één jaar een nieuwe machtiging wordt aangevraagd, voldoet deze verlofaanvraag aan de vereisten van artikel 2. De verlofaanvraag bevat daarnaast een nieuwe risicotaxatie, specifieke informatie over de onttrekking en motiveert waarom sprake is van genoemde zwaarwegende persoonlijke omstandigheden.

6.

Het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing in die gevallen dat een machtiging wordt aangevraagd op grond van artikel 13 en 14.

Hoofdstuk 7. Overgangsbepaling

Artikel 18

Deze regeling is van toepassing op alle verlofaanvragen die na twee maanden na de inwerkingtreding van deze regeling worden ingediend.

Artikel 19

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Verlofregeling TBS.

Bijlage

Format bij de ministeriële regeling Verloftoetsing tbs

[naam FPC]

[datum]

kenmerk:

Mits-nummer:

Hierbij zenden wij u [de aanmelding]/ [de aanvraag]/ [het advies] met bijlagen ten behoeve van [naam patiënt], geboren [datum] te [plaats]

Box 1. Persoonsgegevens en voorgeschiedenis

1.1. Voorgeschiedenis en Persoonsgegevens

1.2. Strafrechterlijk verloop/Delictgeschiedenis

1.3. Behandelhistorie

Box 2. Delictdiagnostiek

2.1. (delict)diagnostiek

Box 3. Behandelverloop tot de aanvraag

3.1. Verloop behandeling tot aanvraag. Behandelinterventies en respons voor zover relevant voor het recidive risico en de verlofverlening (dus redengevend voor TBS, al dan niet op hoofdlijnen)

3.2. Farmacotherapie

3.3. Incidenten2Hieronder vallen tevens alle voorvallen die dienen te worden gemeld op grond van de Regeling melding bijzonder voorval.

Box 3a. Behandelverloop bij evaluatie proefverlof

3a.1. Verloop begeleiding tot aan de aanvraag.

3a.2. Medicatie

3a.3 Incidenten2Hieronder vallen tevens alle voorvallen die dienen te worden gemeld op grond van de Regeling melding bijzonder voorval.

Box 4. Risicotaxatie en risicomanagement

4.1. Risicoanalyse

4.2. Risicomanagement

4.3. Recidivegevaar

Box 4a. Risicotaxatie en risicomanagement bij evaluatie proefverlof

4a.1. Algemene dynamische risicofactoren (indien van toepassing) en beloop risicomanagement

4a.2. Specifieke/overige dynamische risicofactoren en beloop risicomanagement

4a.3. Slachtoffergerichte voorwaarden

4a.4. Recidivegevaar

Box 5. Verlofplan

5.1. Verlofplan

Op [datum] heeft het (wnd.) hoofd van het FPC op adviesvan de multidisciplinaire vergadering (advies uitgebracht d.d) ingestemd met het verlofvoorstel van [naam patiënt].

Box 5a. Beschouwing FPC bij evaluatie proefverlof

Verlofplan

Op [datum] heeft het (wnd.) hoofd van het FPC op adviesvan de multidisciplinaire vergadering (advies uitgebracht d.d) ingestemd met het verlofvoorstel van [naam patiënt].

Box 8. Samenvatting van de verlofaanvraag

8.1. Motivatie patiënt

8.2. Samenvatting en datum VTC

8.3. Meegestuurde bijlagen door FPC:

Box 8a. Bijlage evaluatie proefverlof

Meegestuurde bijlagen door FPC:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.