← Geldende tekst · Geschiedenis

Deelregeling projectsubsidies Fonds Podiumkunsten

Geldende tekst a fecha 2011-01-01

Gelet op artikel 10 lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid en artikel 4 van het Algemeen Reglement van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+

Besluit:

Artikel 1.1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Subsidievormen

Het bestuur kan subsidie verstrekken in de vorm van een productiesubsidie of een subsidie compositieopdracht voor activiteiten die bijdragen aan de kwaliteit en diversiteit in de podiumkunsten in Nederland en het opbouwen en bereiken van een publiek daarvoor.

Artikel 1.3. De aanvraag
1.

Een aanvraag wordt ingediend met behulp van een door het bestuur opgesteld aanvraagformulier voor de betreffende subsidievorm.

2.

Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het fonds en vergezeld gaat van de op het formulier vermelde bijlagen.

3.

Het bestuur kan een of meer aanvraagrondes per jaar per subsidievorm vaststellen. De bijbehorende indiendata worden bekendgemaakt via de website van het Fonds Podiumkunsten.

4.

Het bestuur kan digitale indiening mogelijk maken. Het bepaalde in lid een tot en met drie is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1.4. Procedure
1.

Het bestuur kan advies vragen over ingediende aanvragen. Adviseurs beoordelen de aan hen voorgelegde aanvragen met inachtneming van het bepaalde in deze regeling.

2.

Het bestuur informeert de aanvrager binnen 13 weken na de uiterlijke indiendatum schriftelijk over zijn besluit. Als voor de motivering van het besluit wordt verwezen naar een over de aanvraag uitgebracht advies wordt de tekst van het advies aan de aanvrager toegezonden.

Artikel 1.5. Subsidieplafond
1.

Het bestuur kan een of meer subsidieplafonds vaststellen voor de in deze regeling opgenomen subsidievormen.

2.

Het bestuur kan eerder vastgestelde subsidieplafonds verhogen of verlagen.

3.

Besluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid worden bekendgemaakt via de website van het Fonds Podiumkunsten.

Artikel 1.6. Verdeling budget
1.

Aanvragen die aan de voorwaarden voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen worden onderverdeeld in drie categorieën:

2.

Als een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen in de categorieën a en b te honoreren, plaatst het bestuur de aanvragen in categorie b in een rangorde op basis van de criteria voor de betreffende aanvragen.

3.

Het bestuur honoreert eerst de aanvragen in categorie a voor het geadviseerde subsidiebedrag en vervolgens de aanvragen in categorie b voor het geadviseerde subsidiebedrag in volgorde van de rangorde totdat het subsidieplafond is bereikt. De resterende aanvragen worden afgewezen.

4.

Indien het bestuur een subsidieplafond verhoogt, wordt eerst het subsidiebedrag van een aanvraag die wegens ontoereikendheid van het budget gedeeltelijk was gehonoreerd alsnog verhoogd tot het geadviseerde subsidiebedrag.

Artikel 1.7. Algemene weigeringsgronden
1.

Het bestuur kan, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, subsidie weigeren:

Paragraaf 2:. Productiesubsidies

Artikel 2.1. Doel

Het bestuur verstrekt productiesubsidies voor het ontwikkelen, uitvoeren of hernemen van voorstellingen en concerten om bij te dragen aan de kwaliteit en diversiteit in de podiumkunsten in Nederland en het opbouwen en bereiken van een publiek daarvoor.

Artikel 2.2. Aanvrager
1.

Een productiesubsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een instelling die primair gericht is op het zelf ontwikkelen en produceren van voorstellingen of concerten door professionele podiumkunstenaars.

2.

Een aanvrager kan per aanvraagronde maximaal 1 aanvraag indienen.

Artikel 2.3. Subsidieaanvraag
1.

Een aanvraag heeft betrekking op één specifieke productie.

2.

Als in het kader van de aanvraag tevens een compositie of theatertekst tot stand komt, wordt de aanvraag als geheel beoordeeld op basis van het bepaalde in deze paragraaf.

Artikel 2.4. Vereisten
1.

Subsidie kan worden verstrekt als de artistiek verantwoordelijke podiumkunstenaars minimaal twee jaar actief zijn en meerdere producties hebben voortgebracht en tenminste 50% van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd in Nederland plaatsvindt.

2.

Subsidie wordt niet verstrekt als het gevraagde subsidie niet in een redelijke verhouding staat tot het aantal te realiseren activiteiten of de te behalen eigen inkomsten. Hiervan is in elk geval sprake als niet minimaal 20% van de subsidiabele kosten worden gedekt door eigen inkomsten.

3.

Subsidie wordt niet verstrekt aan aanvragers die reeds een instellingssubsidie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of een vierjarige subsidie dan wel een meerjarige productiesubsidie van het Fonds Podiumkunsten ontvangen.

Artikel 2.5. Beoordeling

Aanvragen worden ten opzichte van elkaar afgewogen aan de hand van de volgende criteria:

Artikel 2.6. Hoogte subsidie
1.

Voor subsidiering komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking:

2.

Niet voor subsidiëring in aanmerking komen:

3.

De aanvrager moet kunnen aantonen dat de kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd redelijkerwijs toe te rekenen zijn aan de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Daarvan is in ieder geval geen sprake voor zover kosten hoger zijn dan bestaande normen of anderszins afwijken van wat de gangbare praktijk in het veld is.

4.

Als de aanvraag betrekking heeft op het hernemen van een eerder ontwikkelde productie bedraagt het subside maximaal 40% van de subsidiabele kosten.

5.

Het bestuur kan bepalen dat een subsidie voor een productie nooit meer bedraagt dan een bepaald bedrag.

Paragraaf 3:. Gereserveerd

Paragraaf 4:. Subsidie compositieopdrachten

Artikel 4.1. Doel

Het bestuur verstrekt subsidies compositieopdracht voor het verlenen van een opdracht tot het vervaardigen van een compositie om bij te dragen aan de kwaliteit en diversiteit in de podiumkunsten in Nederland en het opbouwen en bereiken van een publiek daarvoor.

Artikel 4.2. Aanvrager
1.

Een subsidie compositieopdracht kan worden aangevraagd door een instelling die voornemens is vanuit een artistiek-inhoudelijk uitgangspunt activiteiten te organiseren die zullen leiden tot voorstellingen of concerten en in dat kader een compositie wil laten vervaardigen.

2.

Een aanvrager kan per aanvraagronde maximaal 3 aanvragen indienen.

Artikel 4.3. Subsidieaanvraag
1.

Een aanvraag heeft betrekking op één opdracht aan een specifiek door de aanvrager gekozen componist.

2.

Als er sprake is van meerdere samenhangende opdrachten kunnen deze door middel van een gebundelde aanvraag worden ingediend, rekening houdend met het maximum van drie aanvragen per aanvrager per aanvraagronde.

Artikel 4.4. Vereisten
1.

Een subsidie compositieopdracht kan worden verstrekt als het te componeren werk minimaal tweemaal zal worden uitgevoerd.

2.

Maximaal één uitvoering kan worden vervangen door een televisie- of radio-uitzending van een opname van een onder verantwoordelijkheid van de opdrachtgever verzorgde uitvoering van de compositie of een andere publieke openbaarmaking die daaraan minimaal gelijk gesteld kan worden.

Artikel 4.5. Beoordeling

Aanvragen worden ten opzichte van elkaar afgewogen aan de hand van de volgende criteria:

Artikel 4.6. Hoogte subsidie

Het bestuur kan richtlijnen vaststellen aan de hand waarvan de hoogte van het subsidie wordt bepaald.

Paragraaf 5:. Overige bepalingen

Artikel 5.1. Aan het subsidie verbonden verplichtingen
1.

De ontvanger van het subsidie meldt onverwijld aan het bestuur als:

2.

De ontvanger van het subsidie plaatst het logo of de naam van het Fonds Podiumkunsten op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten.

3.

Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste en tweede lid opgenomen verplichtingen aan het subsidie verbinden.

Artikel 5.2. Verantwoording bij subsidies tot € 25.000
1.

Als de verstrekte subsidie kleiner is dan € 25.000, kan het bestuur na het verstrijken van de in de beschikking opgenomen einddatum de ontvanger van het subsidie verzoeken bewijsstukken te overleggen waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.

2.

Als de ontvanger van het subsidie niet kan aantonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt volgens plan hebben plaatsgevonden, kan het bestuur het subsidie lager vaststellen of intrekken.

3.

Als op enig moment blijkt dat niet is voldaan aan een enige verplichting, kan het bestuur het subsidie lager vaststellen of intrekken.

4.

Binnen 22 weken na het verstrijken van de in de aanvraag opgenomen afrondingsdatum stelt het bestuur het subsidie ambtshalve vast, tenzij dit niet mogelijk is omdat het bestuur de ontvanger van het subsidie heeft verzocht bewijsstukken als bedoeld in het eerste lid in te sturen.

Artikel 5.3. Verantwoording bij subsidies van € 25.000 en groter
1.

Als de verstrekte subsidie € 25.000 of meer bedraagt, stuurt de ontvanger van het subsidie binnen 3 maanden na het verstrijken van de in de beschikking opgenomen einddatum een korte verantwoording in over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.

2.

Als de verstrekte subsidie € 125.000 of meer bedraagt, stuurt de ontvanger van het subsidie binnen 3 maanden na het verstrijken van de in de beschikking opgenomen einddatum tevens een financiële verantwoording met daarbij een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 5.4. Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 5.5. Inwerkingtreding en overgangsrecht

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 5.6. Intrekking
1.

De Deelregeling projectsubsidies voor podiumkunstinstellingen van het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten+ 2009-2010 wordt ingetrokken.

2.

Op subsidies die zijn verleend op basis van de in het eerste lid genoemde regeling, blijft het bepaalde in die regeling van toepassing.

Artikel 5.7. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Deelregeling projectsubsidies Fonds Podiumkunsten.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.