Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van de Minister van Veiligheid en Justitie van 11 maart 2011, nr. 5688652/11, houdende mandaat van de bevoegdheid tot beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar (Mandaatbesluit bevoegdheid tot beëdiging buitengewoon opsporingsambtenaar)

4 versions · 2020-03-14
2020-03-14
Mandaatbesluit bevoegdheid tot beëdiging buitengewoon opsporingsambtena
2017-12-13
Mandaatbesluit bevoegdheid tot beëdiging buitengewoon opsporingsambtena

Wijzigingen op 2017-12-13

@@ -14,9 +14,11 @@
1. De direct toezichthouder kan bepalen dat het afleggen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in [artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007013&artikel=20), namens hem geschiedt in handen van de plaatsvervangend korpschef, alsmede direct leidinggevenden, in de rang van commissaris van politie.
2. Het hoofd van dienst, genoemd in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029739&artikel=1&z=2012-10-10&g=2012-10-10), kan bepalen dat het afleggen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in [artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007013&artikel=20), namens hem geschiedt in handen van zijn plaatsvervanger.
2. In aanvulling op het eerste lid kan het hoofd van een onder de centrale overheid ressorterende landelijke dienst, bepalen dat het afnemen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in [artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007013&artikel=20), namens hem geschiedt in handen van zijn plaatsvervanger.
3. In aanvulling op het tweede lid kan de Commandant Koninklijke Marechaussee, in zijn hoedanigheid van hoofd van dienst, bepalen dat het afleggen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in [artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007013&artikel=20), namens hem geschiedt in handen van de Districtscommandanten van de Koninklijke Marechaussee, de Commandant van het Landelijk Opleidings- en Kenniscentrum Koninklijke Marechaussee of hun plaatsvervangers.
3. Het hoofd van dienst, genoemd in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029739&artikel=1&z=2017-12-13&g=2017-12-13), kan bepalen dat het afleggen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in [artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007013&artikel=20), namens hem geschiedt in handen van zijn plaatsvervanger.
4. In aanvulling op het derde lid kan de Commandant Koninklijke Marechaussee, in zijn hoedanigheid van hoofd van dienst, bepalen dat het afleggen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in [artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007013&artikel=20), namens hem geschiedt in handen van de Districtscommandanten van de Koninklijke Marechaussee, de Commandant van het Landelijk Opleidings- en Kenniscentrum Koninklijke Marechaussee of hun plaatsvervangers.
##### Artikel 3
2012-10-10
Mandaatbesluit bevoegdheid tot beëdiging buitengewoon opsporingsambtena
2011-03-23
Mandaatbesluit bevoegdheid tot beëdiging buitengewoon opsporingsambt
original version Tekst op deze datum