Besluit van 23 mei 2011, houdende bepalingen inzake de productie en distributie van drinkwater en de organisatie van de openbare drinkwatervoorziening (Drinkwaterbesluit)

Type AMvB
Publication 2026-08-15
State In force
Source BWB
artikelen 127
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

Indien de inspecteur van oordeel is dat het legionella-beheersplan, bedoeld in artikel 38, eerste of tweede lid, onjuist of onvolledig is dan wel anderszins niet voldoet aan de voorschriften, opgenomen in artikel 38, vierde lid, kan hij de eigenaar verplichten tot het wijzigen, aanvullen of opnieuw opstellen van het legionella-beheersplan binnen een daarbij aangegeven termijn. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 40. Uitvoering maatregelen, logboek
1.

De eigenaar van een collectieve watervoorziening of collectief leidingnet voert maatregelen en controles uit overeenkomstig het legionella-beheersplan.

2.

De eigenaar, bedoeld in het eerste lid, houdt in een logboek aantekening van de krachtens hoofdstuk 4 uitgevoerde maatregelen, controles en onderzoeken, alsmede van de resultaten daarvan. Deze gegevens worden gedurende drie jaar bewaard.

3.

De eigenaar, bedoeld in het eerste lid, draagt er zorg voor dat het logboek voor de inspecteur ter inzage ligt ter plaatse van de collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet of, indien de inspecteur daarmee instemt, op een andere door de eigenaar te bepalen plaats. Op verzoek van de inspecteur wordt het logboek aan hem toegezonden in een door hem aangegeven vorm.

§ 4.2. Legionella-risicoanalyse en legionella-beheersplan

Artikel 41. Informeren inspecteur, nemen maatregelen
1.

In geval van omstandigheden die, naar de eigenaar van een collectieve watervoorziening of collectief leidingnet redelijkerwijze kan weten of vermoeden, gevaar of beletsel kunnen vormen voor het voldoen aan artikel 27 of artikel 36, eerste lid, voert hij uit voorzorg de maatregelen en controles uit die met het oog op deze omstandigheden in het legionella-beheersplan zijn opgenomen of, voor zover daaromtrent in het legionella-beheersplan geen maatregelen zijn opgenomen dan wel geen legionella-beheersplan van toepassing is, de maatregelen en controles die in deze omstandigheden redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd.

2.

Indien de inspecteur van oordeel is dat zich omstandigheden voordoen als bedoeld in het eerste lid kan hij de volgens hem noodzakelijke maatregelen voorschrijven. Deze kunnen afwijken van de in het eerste lid bedoelde maatregelen. De eigenaar, bedoeld in het eerste lid, is gehouden de door de inspecteur voorgeschreven maatregelen terstond en volledig uit te voeren.

3.

Indien het drinkwater, bedoeld in artikel 36, eerste lid, meer dan 1000 kolonie vormende eenheden legionellabacteriën per liter bevat, informeert de eigenaar van de desbetreffende collectieve watervoorziening of het desbetreffende collectieve leidingnet terstond en volledig de inspecteur. De inspecteur kan bepalen dat de eigenaar de verbruikers terstond en volledig informeert en adviseert over de door hen te nemen maatregelen ter bescherming van hun gezondheid.

4.

Indien de eigenaar van de collectieve watervoorziening of het collectief leidingnet vaststelt dat drinkwater niet voldoet aan artikel 36, eerste lid, ten gevolge van een oorzaak die gelegen is in een op zijn leidingnet aangesloten woninginstallatie, collectieve watervoorziening, collectief leidingnet of andere installatie, informeert hij terstond en volledig de eigenaar daarvan en adviseert hij deze over de te nemen herstelmaatregelen. Tevens informeert hij terstond en volledig de inspecteur.

Artikel 42. Wijze van monstername en analyse

Het nemen en analyseren van monsters ter uitvoering van hoofdstuk 4 en de daarop berustende bepalingen geschiedt overeenkomstig een bij ministeriële regeling vast te stellen methode.

Artikel 43. Frequentie monstername
1.

Bij de uitvoering van de legionella-risicoanalyse, bedoeld in artikel 37, eerste of tweede lid, en vervolgens ten minste om de zes maanden, onderzoekt de eigenaar van een collectieve watervoorziening of collectief leidingnet het drinkwater op de aanwezigheid van legionellabacteriën bij de tappunten, bedoeld in artikel 35, vierde lid.

2.

Indien de collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet maximaal zeven maanden per jaar in gebruik is, is de frequentie van het in het in het eerste lid bedoelde onderzoek ten minste eenmaal per jaar.

3.

Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld op welke wijze het aantal in dit onderzoek te betrekken meetpunten wordt bepaald. De inspecteur kan bepalen dat de meetfrequentie of het aantal in het onderzoek te betrekken meetpunten verlaagd of verhoogd wordt.

Artikel 44. Volgorde beheersmaatregelen
1.

De te nemen beheersmaatregelen zijn gebaseerd op thermisch beheer, op fysisch beheer, voor zover dit gecertificeerd is op basis van BRL K14010-1, op fotochemisch beheer, voor zover dit gecertificeerd is op basis van BRL K14010-1 en onverminderd artikel 14 van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden, of op een combinatie van deze beheersvormen.

2.

Voor zover thermisch, fysisch of fotochemisch beheer naar het schriftelijke en gemotiveerde oordeel van het bedrijf, bedoeld in artikel 37, derde lid, en artikel 38, eerste lid, redelijkerwijs niet mogelijk is, kan, onverminderd artikel 14 van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden, worden gekozen voor elektrochemisch beheer, voor zover dit gecertificeerd is op basis van BRL K14010-2.

3.

Voor zover elektrochemisch beheer naar het schriftelijke en gemotiveerde oordeel van het bedrijf, bedoeld in artikel 37, derde lid, en artikel 38, eerste lid, redelijkerwijs niet mogelijk is, kan, onverminderd artikel 14 van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden, worden gekozen voor chemisch beheer.

4.

Bij toepassing van fysisch of fotochemisch beheer is de eigenaar van de collectieve watervoorziening of het collectief leidingnet verantwoordelijk voor het in acht nemen van de voorwaarden en voorschriften, opgenomen in BRL K 14010-1.

5.

Bij toepassing van elektrochemisch beheer is de eigenaar verantwoordelijk voor het in acht nemen van de voorwaarden en voorschriften, opgenomen in BRL K 14010-2.

6.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste tot en met vijfde lid.

Hoofdstuk 5. Leveringszekerheid en continuïteit

Artikel 45. Hoeveelheid en druk
1.

De eigenaar van een drinkwaterbedrijf voldoet aan de in artikel 32, eerste lid, van de wet bepaalde hoeveelheideis en drukeis onder niet verstoorde omstandigheden, indien de inrichtingvan het distributienet en de productiecapaciteit het mogelijk maken om op een willekeurig moment van de dag in één uur tijd 1000 liter water op het leveringspunt van een enkelvoudige huishoudelijke installatie te leveren, terwijl de druk ter plaatse van het leveringspunt ten minste 150 kPa ten opzichte van het maaiveld is.

2.

In omstandigheden waarin naar het oordeel van de inspecteur naleving van de hoeveelheideis of drukeis, bedoeld in het eerste lid, redelijkerwijs niet mogelijk is, kan gedurende een door de inspecteur bepaalde periode en tot een daarbij bepaalde waarde worden afgeweken van die eis.

Artikel 46. Prognose waterbehoefte

De eigenaar van een drinkwaterbedrijf verschaft, middels het leveringsplan, inzicht in de redelijkerwijs te verwachten toekomstige behoefte aan drinkwater in het distributiegebied van zijn drinkwaterbedrijf en in de daaraan verbonden consequenties ten aanzien van de winning, zuivering en distributie van drinkwater en neemt in dat plan een daarop aansluitende planning voor de drinkwatervoorziening op voor een periode van ten minste tien jaar.

Artikel 47. Verstorings-risicoanalyse en -beheer
1.

Een verstorings-risicoanalyse omvat het inventariseren en analyseren van de voor het leveringsgebied van een drinkwaterbedrijf bestaande en te verwachten dreigingen voor de openbare drinkwatervoorziening. Van de verstorings-risicoanalyse maken in elk geval deel uit:

  • c. nationale dreigingen en scenario’s als bedoeld in het tweede lid.

De verstorings-risicoanalyse wordt met het oog op goedkeuring van het leveringsplan, bedoeld in artikel 37, derde lid, van de wet, voorafgaand aan de indiening van het leveringsplan aan de inspecteur ter beoordeling voorgelegd.

2.

Onze Minister kan nationale dreigingen vaststellen en deze nader uitwerken in scenario’s. Hij kan de eigenaar van een drinkwaterbedrijf verplichten deze nationale dreigingen en scenario’s op te nemen in zijn verstorings-risicoanalyse.

3.

Indien de inspecteur van oordeel is dat de verstorings-risicoanalyse, bedoeld in het eerste lid, onjuist of onvolledig is uitgevoerd dan wel anderszins niet voldoet aan de in bijlage B, behorende bij dit besluit, opgenomen vereisten voor de verstoringsparagraaf van het leveringsplan, bedoeld in het vijfde lid, kan hij de eigenaar van het drinkwaterbedrijf verzoeken om wijziging, aanvulling of het opnieuw uitvoeren van de verstorings-risicoanalyse binnen een daarbij aangegeven termijn.

4.

Artikel 46a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

5.

Aan de hand van de uitkomsten van de verstorings-risicoanalyse stelt de eigenaar van een drinkwaterbedrijf als onderdeel van het leveringsplan een verstoringsparagraaf op.

6.

In de verstoringsparagraaf worden in elk geval opgenomen:

  • c. maatregelen in verband met de dreigingen en scenario’s, bedoeld in het tweede lid.
7.

De vereisten, opgenomen in bijlage B, onderdeel 3, behorende bij dit besluit, zijn van toepassing op de verstoringsparagraaf.

Artikel 48. Nooddrinkwater
1.

De eigenaar van een drinkwaterbedrijf stelt op basis van de dreigingen, bedoeld in artikel 47, eerste en tweede lid, in overeenstemming met de inspecteur vast:

  • a. wat het maximale aantal personen is dat van nooddrinkwater moet kunnen worden voorzien, en
  • b. de met dat aantal corresponderende hoeveelheid nooddrinkwater die krachtens artikel 35, derde lid, van de wet, in geval van een verstoring als bedoeld in dat artikel dient te worden geleverd.
2.

De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er zorg voor dat in geval van een verstoring als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de wet een nooddrinkwatervoorziening wordt ingezet waarmee ten minste drie liter nooddrinkwater per persoon per dag kan worden geleverd op de door de gemeente aangewezen distributiepunten. Deze distributiepunten zijn zodanig ingericht dat met één distributiepunt een gebied van nooddrinkwater wordt voorzien, waar in niet-verstoorde omstandigheden maximaal 2500 personen verblijven.

Artikel 49. Noodwater-risicoanalyse
1.

In overleg met de inspecteur draagt de eigenaar van een drinkwaterbedrijf er zorg voor dat bij de inzet van noodwater een noodwater-risicoanalyse ten grondslag ligt aan de beoordeling of het noodwater geen onaanvaardbare risico’s voor de volksgezondheid of het distributienet oplevert.

2.

De inspecteur stelt ten behoeve van de uitvoering van een noodwater-risicoanalyse parameters ter beoordeling van de kwaliteit van noodwater op.

Artikel 50. Eigen voorziening bij uitval externe leveranties

De eigenaar van een drinkwaterbedrijf beschikt over onafhankelijke voorzieningen, die een continue levering van deugdelijk drinkwater gedurende ten minste tien dagen waarborgen op basis van een gemiddeld dagverbruik, teneinde de gevolgen van uitval van externe leveranties zo veel mogelijk te beperken.

Artikel 51. Oefening

In overleg met de inspecteur oefent de eigenaar van een drinkwaterbedrijf ten minste een maal per twee jaar de inzet van het drinkwaterbedrijf bij verstoringen, welke oefeningen eenmaal per vier jaar worden gecombineerd met de diensten en organisaties die deel uitmaken van het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s en met de politie.

Artikel 52. Voortzetting levering
1.

Bij uitval van een zelfstandig onderdeel van een watervoorzieningswerk draagt de eigenaar van een drinkwaterbedrijf er zorg voor dat binnen 24 uur een hoeveelheid drinkwater kan worden geleverd die op dagbasis ten minste 75% bedraagt van de hoeveelheid die wordt geleverd op de maximumdag. Onder maximumdag wordt verstaan de dag in een kalenderjaar waarop het drinkwaterwaterverbruik op etmaalbasis in een distributiegebied het hoogst is, met een overschrijdingskans van eenmaal per tien jaar. De eerste en tweede volzin gelden voor aansluitingen of clusters van aansluitingen met een verbruik gelijk aan dat van 2000 huishoudelijke aansluitingen of meer.

2.

Voor aansluitingen of clusters van aansluitingen met een verbruik dat minder bedraagt dan dat van 2000 huishoudelijke aansluitingen, spant de eigenaar van een drinkwaterbedrijf zich in om te voldoen aan het eerste lid.

3.

Bij uitval van meerdere zelfstandige onderdelen van een watervoorzieningswerk houdt de eigenaar van een drinkwaterbedrijf de levering in het door de uitval getroffen distributiegebied zo veel mogelijk in stand.

4.

In omstandigheden waarin naar het oordeel van de inspecteur naleving van het eerste lid redelijkerwijs niet mogelijk is, kan de inspecteur voor een daarbij te bepalen periode ontheffing verlenen van het in dat lid bepaalde.

Artikel 53. Leveringsplan
1.

Het leveringsplan, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de wet, bevat:

  • c. overige vereisten en gegevens als bedoeld in bijlage B.
2.

De inspecteur beoordeelt een aan hem krachtens artikel 37, derde lid, van de wet, overgelegd leveringsplan binnen zes maanden na de indiening van dat plan. Aan het vereiste van goedkeuring, bedoeld in artikel 37, derde lid, van de wet, wordt in elk geval voldaan indien de inspecteur niet binnen zes maanden na de indiening een beslissing heeft genomen.

3.

De eigenaar van een drinkwaterbedrijf herziet het leveringsplan ten minste eenmaal per vier jaar en tussentijds indien daar aanleiding toe is. Op de herziening zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing. Zo nodig geeft de inspecteur aanwijzingen.

4.

De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er, voor zover dat binnen zijn vermogen ligt, zorg voor dat het leveringsplan in overeenstemming is met het crisisplan, bedoeld in artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s, het calamiteitenplan, bedoeld in artikel 19.14 van de Omgevingswet en andere voor de leveringszekerheid van de drinkwatervoorziening van belang zijnde plannen, tenzij dat zou leiden tot strijdigheid met de wet en de daarop berustende bepalingen.

5.

De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er zorg voor dat de maatregelen en programma’s van de paragraaf risicobeheer van het watervoorzieningssysteem en de verstoringsparagraaf worden uitgevoerd binnen een daarbij genoemde termijn, voor de eerste maal uiterlijk op 12 januari 2029.

6.

Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld in het belang van een goede uitvoering van de artikelen 46a, 47 en het eerste tot en met vijfde lid.

Artikel 54. Optreden inspecteur
1.

Onverminderd artikel 50, eerste lid, van de wet, kan de inspecteur, indien de eigenaar van een drinkwaterbedrijf verzuimt het leveringsplan tijdig op te stellen, de eigenaar van een drinkwaterbedrijf verzoeken om dit binnen een daarbij aangegeven termijn alsnog te doen.

2.

Indien de inspecteur van oordeel is dat het leveringsplan niet aan de gestelde eisen voldoet, kan hij de eigenaar van een drinkwaterbedrijf verzoeken het leveringsplan binnen een daarbij aangegeven termijn in overeenstemming te brengen met die eisen.

3.

Zo nodig kan de inspecteur aanwijzingen geven bij een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid.

4.

Indien de eigenaar van een drinkwaterbedrijf geen gevolg geeft aan een verzoek op grond van het eerste of tweede lid, kan Onze Minister voorzien in het gevorderde ten laste van de eigenaar van het desbetreffende drinkwaterbedrijf.

Hoofdstuk 6. De doelmatigheid van de openbare drinkwatervoorziening

§ 6.1. Prestatievergelijking

Artikel 55. Frequentie

De uitvoering van de prestatievergelijking vindt plaats volgens een bij ministeriële regeling te bepalen frequentie.

Artikel 56. Protocol
1.

Het protocol, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet, bevat naast de in dat lid genoemde elementen:

  • a. een beschrijving van de te hanteren prestatie-indicatoren en de daaraan ten grondslag liggende berekeningsmethodieken;
  • c. voorschriften met betrekking tot:
  • 2°. het standaardiseren van de bedoelde gegevens;
  • 3°. het waarborgen van de betrouwbaarheid en validiteit van die gegevens.
2.

Financiële gegevens worden voorzien van een goedkeurende verklaring van een registeraccountant.

Artikel 57. Prestatie-indicatoren
1.

De in het protocol op te nemen prestatie-indicatoren voor kwaliteit hebben ten minste betrekking op:

  • a. bij ministeriële regeling aangewezen parameters en de daarbij behorende waarden en de frequentie en mate van overschrijdingen daarvan;
  • b. de kwaliteitsbewaking;
  • c. de lek- en spuiverliezen;
  • d. de druk in het distributienet.
2.

De in het protocol op te nemen prestatie-indicatoren voor klantenservice hebben ten minste betrekking op de volgende dienstverleningsprocessen:

  • a. het verhelpen van verstoringen;
  • b. geplande en ongeplande onderbrekingen van de levering;
  • c. facturering;
  • d. onderhoud aan het distributienet;
  • e. meteropname;
  • f. verhuizingen.
3.

De in het protocol op te nemen prestatie-indicatoren voor milieuaspecten hebben ten minste betrekking op:

  • a. het energieverbruik van het drinkwaterbedrijf;
  • b. het percentage hergebruik van afvalstoffen van het drinkwaterbedrijf,
  • c. de duurzaamheid van het inkoopbeleid van het drinkwaterbedrijf.
4.

De in het protocol op te nemen prestatie-indicatoren voor kostenefficiëntie hebben ten minste betrekking op de kosten van drinkwater, te onderscheiden in:

  • a. operationele kosten;
  • b. vermogenskosten;
  • c. afschrijvingen.

§ 6.2. Verslag prestatievergelijking

Artikel 58. Inhoud van verslag
1.

Het verslag, bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de wet, bevat ten minste:

  • a. een weergave van de prestaties van de afzonderlijke drinkwaterbedrijven in onderlinge vergelijking op basis van de gehanteerde prestatie-indicatoren;
  • b. een weergave van de veranderingen van de prestaties in de tijd;
  • c. een weergave van de kosten en kostenontwikkeling voor de kostensoorten, genoemd in artikel 57, vierde lid;
  • d. een weergave van de kosten en kostenontwikkeling van drinkwater per kubieke meter geleverd drinkwater en per aansluiting;
  • e. een weergave van de investeringen in onderzoek en ontwikkeling;
  • f. een analyse van de gerealiseerde efficiëntieverbetering;
  • g. informatie over de vermogensopbouw en de opbouw van reserves;
  • h. informatie over de uitkeringen aan aandeelhouders en andere winstgerechtigden.
2.

De in het verslag opgenomen gegevens en overige informatie zijn volledig en voldoende gedetailleerd om een adequaat beeld van de prestaties van de drinkwaterbedrijven te verkrijgen.

Hoofdstuk 7. Maatregelen in het belang van de volksgezondheid

Artikel 59. Verstrekking gegevens

Bij ministeriële regeling worden in het belang van de volksgezondheid gegevens als bedoeld in artikel 51 van de wet aangewezen die door de eigenaar van een drinkwaterbedrijf aan de toezichthouder worden verstrekt, op een bij die regeling aangegeven wijze.

Hoofdstuk 6. De doelmatigheid van de openbare drinkwatervoorziening

Artikel 60. Wijziging Arbeidsomstandighedenbesluit

Wijzigt het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Artikel 61. Wijziging Besluit gegevensverwerving CBS

Wijzigt het Besluit gegevensverwerving CBS.

Artikel 62. Wijziging Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Wijzigt het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Artikel 63. Wijziging Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden

Wijzigt het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden.

Artikel 64. Wijziging Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009

Wijzigt het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009.

Artikel 65. Wijziging Besluit milieu-effectrapportage 1994

Wijzigt het Besluit milieu-effectrapportage 1994.

Artikel 66. Wijziging Besluit houdende tijdelijke herindeling ministeriële taken in geval van een terroristische dreiging met een urgent karakter

Wijzigt het Besluit tijdelijke herindeling ministeriële taken in geval van een terroristische dreiging met een urgent karakter.

Artikel 67. Wijziging Mijnbouwbesluit

Wijzigt het Mijnbouwbesluit.

Artikel 68. Warenwetbesluit Verpakte waters

Wijzigt het Warenwetbesluit Verpakte waters.

Artikel 69. Overgangsregime
1.

Een risicoanalyse, uitgevoerd op grond van of overeenkomstig artikel 17k, eerste en tweede lid, van het Waterleidingbesluit, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit, geldt als een legionella-risicoanalyse, uitgevoerd op grond van artikel 37, eerste, tweede en derde lid.

2.

Een beheersplan, opgesteld op grond van of overeenkomstig artikel 17l, eerste en tweede lid, van het Waterleidingbesluit, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit, geldt als een legionella-beheersplan, opgesteld op grond van artikel 38, eerste en vierde lid.

3.

In gevallen waarin het eerste of tweede lid van toepassing zijn, zijn de artikelen 37, vierde, vijfde en zesde lid, respectievelijk 38, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.

4.

Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing, indien bij een controle als bedoeld in artikel 24, eerste of tweede lid, van de wet blijkt dat een risicoanalyse of een beheersplan, uitgevoerd op grond van of overeenkomstig artikel 17k, eerste en tweede lid, respectievelijk artikel 17l, eerste en tweede lid, van het Waterleidingbesluit, onjuist of onvolledig is uitgevoerd dan wel anderszins niet voldoet aan de in artikel 17k en 17l van het Waterleidingbesluit gestelde voorschriften.

5.

In geval van een situatie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, aanhef en onderdeel c, onder 2°, dan wel een situatie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, aanhef en onderdeel i, wordt aan de in hoofdstuk 4 bedoelde verplichtingen voor de eerste maal gevolg gegeven binnen ten hoogste één jaar nadat dit besluit in werking is getreden.

6.

Aan de in artikelen 15 tot en met 17 bedoelde verplichtingen wordt voor de eerste maal gevolg gegeven binnen ten hoogste één jaar nadat dit besluit in werking is getreden.

7.

Een melding, gedaan op grond van of overeenkomstig de brieven inzake gedifferentieerde handhaving van koper-zilverionisatie (d.d. 20 februari 2007 en 20 augustus 2008) of de brief inzake gedifferentieerde handhaving van anodische oxidatie (d.d. 6 maart 2008), geldt als een melding, gedaan op grond van artikel 14, derde lid, van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Artikel 70. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Drinkwaterwet in werking treedt.

Artikel 71. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Drinkwaterbesluit.

Bijlage A. behorend bij hoofdstuk 3 van het Drinkwaterbesluit

Parameter Maximum waarde Eenheid Opmerkingen
Escherichia coli 0 kve/100 ml kve = kolonievormende eenheden
Enterococcen 0 kve/100 ml
Cryptosporidium Noot 1
(Entero)virussen Noot 1
Giardia Noot 1
Campylobacter Noot 1
Bacteriofagen pve/l pve = plaquevormende eenheden Noot 1

Noot:

1) Micro-organismen mogen krachtens artikel 21, eerste lid, en artikel 25 van de wet, niet in een zodanige concentratie in het drinkwater voorkomen dat nadelige gevolgen voor de volksgezondheid kunnen ontstaan. Voor bepaalde micro-organismen, zoals virussen en protozoa (onder meer Cryptosporidium en Giardia), is het niet mogelijk om concentraties te meten op het zeer lage niveau, waarop blootstelling relevant is voor de gezondheid van de gebruiker. In plaats hiervan dient de eigenaar die gebruik maakt van oppervlaktewater als grondstof voor de bereiding van drinkwater op basis van metingen van de desbetreffende micro-organismen in de grondstof en gegevens over de verwijderingscapaciteit bij de verschillende zuiveringsprocessen (inclusief eventuele bodempassages) in overleg met de inspecteur een kwantitatieve risicoanalyse voor het bereide drinkwater op te stellen. De VROM-Inspectierichtlijn «Analyse microbiologische veiligheid drinkwater» dient hiertoe gebruikt te worden.

Voor het door middel van deze risicoanalyse berekende theoretische infectierisico geldt een grenswaarde van één infectie per 10 000 personen per jaar. De toetsing aan deze grenswaarde voor het infectierisico dient in elk geval te worden uitgevoerd voor Enterovirussen, Cryptosporidium en Giardia, maar geldt in principe ook voor andere pathogene micro-organismen. Indien het berekende infectierisico groter is dan de genoemde grenswaarde, dient de eigenaar met de inspecteur te overleggen over te nemen maatregelen.

De inspecteur kan bepalen dat voor kwetsbare grondwaterwinningen eenzelfde risicoanalyse wordt uitgevoerd.

Tot de groep van bacteriofagen worden in elk geval gerekend de somatische colifagen en de F-specifieke bacteriofagen.

Parameter Maximum waarde Eenheid Opmerkingen
Acrylamide 0,10 μg/l Noot 1
Antimoon 5,0 μg/l
Arseen 10 μg/l
Benzeen 1,0 μg/l
Benzo(a)pyreen 0,010 μg/l
Boor 0,5 mg/l
Bromaat 1,0 μg/l Bij desinfectie geldt een maximale waarde van 5,0 μg/l (als 90 percentielwaarde, met een maximum van 10 μg/l)
Cadmium 5,0 μg/l
Chroom 50 μg/l
Cyaniden (totaal) 50 μg/l Noot 3
1,2-Dichloorethaan 3,0 μg/l
Epichloorhydrine 0,10 μg/l Noot 1
Fluoride 1,0 mg/l
Koper 2,0 mg/l Noot 2
Kwik 1,0 μg/l
Lood 10 μg/l Noot 2
Nikkel 20 μg/l Noot 2
Nitraat 50 mg/l Noot 4
Nitriet 0,1 mg/l Noot 4
N- nitrosodimethylamine (NDMA) 12 ng/l
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) (som) 0,10 μg/l Som van gespecificeerde verbindingen met concentratie hoger dan de detectiegrens. Noot 5
Polychloorbifenylen (PCB’s) (individueel) 0,10 μg/l Per stof.
PCB’s (som) 0,50 μg/l Som van gespecificeerde verbindingen met concentratie > 0,05 μg/l. Noot 6
Pesticiden (individueel) 0,10 μg/l Per stof. Noot 7. Voor aldrin, dieldrin, heptachloor en heptachloorepoxide geldt een maximum waarde van 0,030 μg/l.
Pesticiden (som) 0,50 μg/l Som van afzonderlijke pesticiden met concentratie hoger dan de detectiegrens.
Seleen 10 μg/l
Tetra- en trichlooretheen (som) 10 μg/l
Trihalomethanen (som) 25 μg/l Noot 8
Vinylchloride 0,10 μg/l Noot 1

Noten:

1) Deze parameterwaarde heeft betrekking op de residuele monomeerconcentratie in het water, berekend aan de hand van specificaties inzake de maximum migratie van de overeenkomstige polymeer in contact met water, of betreft een feitelijk gemeten waarde.

2) Deze waarde geldt voor een monster van voor menselijke consumptie bestemd water dat via een passende steekproefmethode aan de kraan verkregen is, en dat representatief mag worden geacht voor de gemiddelde waarde die de verbruiker wekelijks binnen krijgt. Deze methode is beschreven in de «VROM-Inspectierichtlijn Harmonisatie Meetprogramma Drinkwaterkwaliteit».

3) Met behulp van de methode moet het totaal aan cyanide in elke vorm worden bepaald.

4) Ten aanzien van de concentraties nitraat en nitriet dient tevens te worden voldaan aan de voorwaarde dat [nitraat]/50 +[nitriet]/3 <1, waarbij de rechte haken de concentratie in mg/l uitdrukken, voor nitraat in NO3, en voor nitriet in NO2.

5) De gespecificeerde verbindingen zijn: pyreen, benzo(a)antraceen, benzo(ghi)peryleen, fenantreen, indeno(1,2,3-cd)pyreen, anthraceen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, chryseen en fluorantheen

6) De gespecificeerde verbindingen zijn: PCB nr. 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180.

7) Onder pesticiden wordt verstaan: organische insecticiden, organische herbiciden, organische fungiciden, organische nematociden, organische acariciden, organische algiciden, organische rodenticiden, organische slimiciden en soortgelijke producten (onder meer groeiregulatoren). De norm van 0,1 μg/l geldt ook voor humaan toxicologisch relevante metabolieten, afbraak- en reactieproducten van pesticiden. Voor metabolieten van pesticiden en afbraak- of reactieproducten, die niet humaan toxicologisch relevant zijn, geldt een norm van 1,0 μg per liter.

8) De maximumwaarde geldt bij het gebruik van chloor(verbindingen) voor desinfectie; in de overige situaties geldt de maximumwaarde genoemd in Tabel IIIc bij gehalogeneerde alifatische koolwaterstoffen. De gespecificeerde verbindingen zijn: chloroform, bromoform, dibroomchloormethaan en broomdichloormethaan. De concentratie broomdichloormethaan mag niet hoger zijn dan 15 μg/l. De somwaarde van 25 μg/l geldt als 90 percentiel, met een maximum van 50 μg/l. Voor drinkwatervoorzieningen op mijnbouwinstallaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, geldt als somwaarde 100 μg/l, waarbij het gehalte broomdichloormethaan maximaal 60 μg/l mag zijn.

Parameter Maximum waarde (tenzij anders aangegeven) Eenheid Opmerkingen
Aeromonas (30 °C) 1000 kve/100 ml kve = kolonievormende eenheden
Ammonium 0,20 mg/l
Bacteriën van de coligroep 0 kve/100 ml
Chloride 150 mg/l Jaargemiddelde.
Clostridium perfringens (inclusief sporen) 0 kve/100 ml
DOC/TOC Geen abnormale verandering mg/l Noot 1
Geleidingsvermogen 125 bij 20 °C mS/m
Hardheid (totaal) > 1 mmol/l Totale hardheid te berekenen als aantal mmol Ca2+ plus Mg2+/l. Normwaarde geldt uitsluitend bij toepassing van ontharding of ontzouting. Toetsing vindt plaats aan de 90 percentiel van de meetgegevens. Noot 2
Koloniegetal bij 22 °C 100 kve/ml Geometrisch jaargemiddelde. Noot 2
Radioactiviteit Noot 3
Totale α Totale ß Tritium Indicatieve dosis (totaal) 0,1 1 100 0,10 Bq/l Bq/l Bq/l mSv/j Noot 3
Saturatie Index (SI) > –0,2 pH-eenheden Jaargemiddelde.
Temperatuur 25 °C Geldt voor drinkwater
Vrij chloor 0,1 < mg/l < 0,3 mg/l Noot 4
Waterstofcarbonaat > 60 mg/l
Zuurgraad 7,0 < pH < 9,5 pH-eenheden
Zuurstof >2 mg/l

Noten:

1) Indien DOC/TOC (dissolved organic carbon/total organic carbon) niet wordt bepaald, dan dient de oxideerbaarheid met KMnO4 te worden bepaald (norm 5,0 mg/l O2).

2) Deze parameter geldt niet voor water als bedoeld in artikel 14 van het Warenwetbesluit Verpakte waters.

3) Totaal α, uitgezonderd radon, inclusief kortlevende vervalprodukten van radon. Totaal ß behalve 40 K, tritium en kortlevende vervalprodukten van radon. Indien de norm voor totaal α en/of totaal ß wordt overschreden dient nader onderzoek te worden uitgevoerd conform de «VROM-Inspectierichtlijn Harmonisatie Meetprogramma Drinkwaterkwaliteit».

4) Geldt alleen voor zover bij drinkwatervoorzieningen op mijnbouwinstallaties, als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, natriumhypochloriet aan het drinkwater wordt toegevoegd ter desinfectie van het water. De contacttijd tussen het chloor en het water moet ten minste 30 minuten bedragen.

Parameter Maximum waarde Eenheid Opmerkingen
Aluminium 200 μg/l Noot 1
Geur Aanvaardbaar voor de gebruikers en geen abnormale verandering Noot 2
Kleur 20 mg/l Pt/Co
IJzer 200 μg/l
Mangaan 50 μg/l
Natrium 150 mg/l Jaargemiddelde (maximum 200 mg/l)
Smaak Aanvaardbaar voor de gebruikers en geen abnormale verandering Noot 2
Sulfaat 150 mg/l
Troebelingsgraad 4 (tap) 1 (af pompstation) FTE FTE = formazine troebelingseenheden Noot 3.
Zink 3,0 mg/l Na > 16 uur stilstand

Noten:

1) Bij (dreigende) overschrijding van een waarde voor aluminium van 30 μg/l dient dit aan de inspecteur gemeld te worden in verband met het eventueel gebruik van het drinkwater voor nierdialyse.

2) Analyse kan kwalitatief worden uitgevoerd. Indien het resultaat positief is dient een kwantitatieve analyse te worden uitgevoerd, bijvoorbeeld volgens de verdunningsmethode.

3) In aanvulling op de kwantitatieve eis geldt dat de troebelingsgraad aanvaardbaar voor de gebruikers dient te zijn en geen abnormale veranderingen mag vertonen.

Parameter Maximum waarde Eenheid Opmerkingen
AOX μmol X/l
Aromatische aminen 1 μg/l Indien metaboliet van pesticiden dan 0,1 μg/l. Noot 2
(Chloor)fenolen 1 μg/l Indien metaboliet van pesticiden dan 0,1 μg/l Noot 2
Diglyme(n) 1 μg/l
Ethyl tert-butyl ether (ETBE) 1 μg/l
Gehalogeneerde monocyclische koolwaterstoffen 1 μg/l Noot 4
Gehalogeneerde alifatische koolwaterstoffen 1 μg/l Noot 4
Methyl tert-butyl ether (MTBE) 1 μg/l
Monocyclische koolwaterstoffen / aromaten 1 μg/l Noot 4
Overige antropogene stoffen 1 μg/l Noot 3

Noten:

1) Deze kwaliteitseisen zijn bedoeld voor het signaleren van mogelijke verontreinigingen. Wanneer de aangegeven waarde (1 μg/l) wordt gemeten is er geen risico voor de volksgezondheid, maar zal er nader onderzoek plaats vinden. Deze parameters (als groep) zijn bedoeld om de kwaliteit van de bron te bewaken.

2) Metabolieten van pestciden, welke in humaan toxicologisch opzicht relevant zijn, vallen onder tabel II van deze bijlage. Voor de overige metabolieten geldt een norm van 1,0 μg/l (zie tabel II noot 7).

3) Met deze parameter worden stoffen bedoeld die niet behoren tot de andere parameters in deze tabel maar welke een bedreiging voor de drinkwatervoorziening kunnen zijn.

4) Voor enkele individuele stoffen uit deze parametergroep geldt ook een maximale waarde in tabel II.

Bijlage A. behorend bij hoofdstuk 3 van het Drinkwaterbesluit

Parameter Maximum waarde Eenheid Opmerkingen
Escherichia coli 0 kve/100 ml kve = kolonievormende eenheden
Enterococcen 0 kve/100 ml
Cryptosporidium Noot 1
(Entero)virussen Noot 1
Giardia Noot 1
Campylobacter Noot 1
Bacteriofagen pve/l pve = plaquevormende eenheden Noot 1

Noot:

1) Micro-organismen mogen krachtens artikel 21, eerste lid, en artikel 25 van de wet, niet in een zodanige concentratie in het drinkwater voorkomen dat nadelige gevolgen voor de volksgezondheid kunnen ontstaan. Voor bepaalde micro-organismen, zoals virussen en protozoa (onder meer Cryptosporidium en Giardia), is het niet mogelijk om concentraties te meten op het zeer lage niveau, waarop blootstelling relevant is voor de gezondheid van de gebruiker. In plaats hiervan dient de eigenaar die gebruik maakt van oppervlaktewater als grondstof voor de bereiding van drinkwater op basis van metingen van de desbetreffende micro-organismen in de grondstof en gegevens over de verwijderingscapaciteit bij de verschillende zuiveringsprocessen (inclusief eventuele bodempassages) in overleg met de inspecteur een kwantitatieve risicoanalyse voor het bereide drinkwater op te stellen. De VROM-Inspectierichtlijn «Analyse microbiologische veiligheid drinkwater» dient hiertoe gebruikt te worden.

Voor het door middel van deze risicoanalyse berekende theoretische infectierisico geldt een grenswaarde van één infectie per 10 000 personen per jaar. De toetsing aan deze grenswaarde voor het infectierisico dient in elk geval te worden uitgevoerd voor Enterovirussen, Cryptosporidium en Giardia, maar geldt in principe ook voor andere pathogene micro-organismen. Indien het berekende infectierisico groter is dan de genoemde grenswaarde, dient de eigenaar met de inspecteur te overleggen over te nemen maatregelen.

De inspecteur kan bepalen dat voor kwetsbare grondwaterwinningen eenzelfde risicoanalyse wordt uitgevoerd.

Tot de groep van bacteriofagen worden in elk geval gerekend de somatische colifagen en de F-specifieke bacteriofagen.

Parameter Maximum waarde Eenheid Opmerkingen
Acrylamide 0,10 μg/l Noot 1
Antimoon 5,0 μg/l
Arseen 10 μg/l
Benzeen 1,0 μg/l
Benzo(a)pyreen 0,010 μg/l
Boor 0,5 mg/l
Bromaat 1,0 μg/l Bij desinfectie geldt een maximale waarde van 5,0 μg/l (als 90 percentielwaarde, met een maximum van 10 μg/l)
Cadmium 5,0 μg/l
Chroom 50 μg/l
Cyaniden (totaal) 50 μg/l Noot 3
1,2-Dichloorethaan 3,0 μg/l
Epichloorhydrine 0,10 μg/l Noot 1
Fluoride 1,0 mg/l
Koper 2,0 mg/l Noot 2
Kwik 1,0 μg/l
Lood 10 μg/l Noot 2
Nikkel 20 μg/l Noot 2
Nitraat 50 mg/l Noot 4
Nitriet 0,1 mg/l Noot 4
N- nitrosodimethylamine (NDMA) 12 ng/l
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) (som) 0,10 μg/l Som van gespecificeerde verbindingen met concentratie hoger dan de detectiegrens. Noot 5
Polychloorbifenylen (PCB’s) (individueel) 0,10 μg/l Per stof.
PCB’s (som) 0,50 μg/l Som van gespecificeerde verbindingen met concentratie > 0,05 μg/l. Noot 6
Pesticiden (individueel) 0,10 μg/l Per stof. Noot 7. Voor aldrin, dieldrin, heptachloor en heptachloorepoxide geldt een maximum waarde van 0,030 μg/l.
Pesticiden (som) 0,50 μg/l Som van afzonderlijke pesticiden met concentratie hoger dan de detectiegrens.
Seleen 10 μg/l
Tetra- en trichlooretheen (som) 10 μg/l
Trihalomethanen (som) 25 μg/l Noot 8
Vinylchloride 0,10 μg/l Noot 1

Noten:

1) Deze parameterwaarde heeft betrekking op de residuele monomeerconcentratie in het water, berekend aan de hand van specificaties inzake de maximum migratie van de overeenkomstige polymeer in contact met water, of betreft een feitelijk gemeten waarde.

2) Deze waarde geldt voor een monster van voor menselijke consumptie bestemd water dat via een passende steekproefmethode aan de kraan verkregen is, en dat representatief mag worden geacht voor de gemiddelde waarde die de verbruiker wekelijks binnen krijgt. Deze methode is beschreven in de «VROM-Inspectierichtlijn Harmonisatie Meetprogramma Drinkwaterkwaliteit».

3) Met behulp van de methode moet het totaal aan cyanide in elke vorm worden bepaald.

4) Ten aanzien van de concentraties nitraat en nitriet dient tevens te worden voldaan aan de voorwaarde dat [nitraat]/50 +[nitriet]/3 <1, waarbij de rechte haken de concentratie in mg/l uitdrukken, voor nitraat in NO3, en voor nitriet in NO2.

5) De gespecificeerde verbindingen zijn: pyreen, benzo(a)antraceen, benzo(ghi)peryleen, fenantreen, indeno(1,2,3-cd)pyreen, anthraceen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, chryseen en fluorantheen

6) De gespecificeerde verbindingen zijn: PCB nr. 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180.

7) Onder pesticiden wordt verstaan: organische insecticiden, organische herbiciden, organische fungiciden, organische nematociden, organische acariciden, organische algiciden, organische rodenticiden, organische slimiciden en soortgelijke producten (onder meer groeiregulatoren). De norm van 0,1 μg/l geldt ook voor humaan toxicologisch relevante metabolieten, afbraak- en reactieproducten van pesticiden. Voor metabolieten van pesticiden en afbraak- of reactieproducten, die niet humaan toxicologisch relevant zijn, geldt een norm van 1,0 μg per liter.

8) De maximumwaarde geldt bij het gebruik van chloor(verbindingen) voor desinfectie; in de overige situaties geldt de maximumwaarde genoemd in Tabel IIIc bij gehalogeneerde alifatische koolwaterstoffen. De gespecificeerde verbindingen zijn: chloroform, bromoform, dibroomchloormethaan en broomdichloormethaan. De concentratie broomdichloormethaan mag niet hoger zijn dan 15 μg/l. De somwaarde van 25 μg/l geldt als 90 percentiel, met een maximum van 50 μg/l. Voor drinkwatervoorzieningen op mijnbouwinstallaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, geldt als somwaarde 100 μg/l, waarbij het gehalte broomdichloormethaan maximaal 60 μg/l mag zijn.

Parameter Maximum waarde (tenzij anders aangegeven) Eenheid Opmerkingen
Aeromonas (30 °C) 1000 kve/100 ml kve = kolonievormende eenheden
Ammonium 0,20 mg/l
Bacteriën van de coligroep 0 kve/100 ml
Chloride 150 mg/l Jaargemiddelde.
Clostridium perfringens (inclusief sporen) 0 kve/100 ml
DOC/TOC Geen abnormale verandering mg/l Noot 1
Geleidingsvermogen 125 bij 20 °C mS/m
Hardheid (totaal) > 1 mmol/l Totale hardheid te berekenen als aantal mmol Ca2+ plus Mg2+/l. Normwaarde geldt uitsluitend bij toepassing van ontharding of ontzouting. Toetsing vindt plaats aan de 90 percentiel van de meetgegevens. Noot 2
Koloniegetal bij 22 °C 100 kve/ml Geometrisch jaargemiddelde. Noot 2
Saturatie Index (SI) > –0,2 pH-eenheden Jaargemiddelde.
Temperatuur 25 °C Geldt voor drinkwater
Vrij chloor 0,1 < mg/l < 0,3 mg/l Noot 4
Waterstofcarbonaat > 60 mg/l
Zuurgraad 7,0 < pH < 9,5 pH-eenheden
Zuurstof >2 mg/l

Noten:

1) Indien DOC/TOC (dissolved organic carbon/total organic carbon) niet wordt bepaald, dan dient de oxideerbaarheid met KMnO4 te worden bepaald (norm 5,0 mg/l O2).

2) Deze parameter geldt niet voor water als bedoeld in artikel 14 van het Warenwetbesluit Verpakte waters.

4) Geldt alleen voor zover bij drinkwatervoorzieningen op mijnbouwinstallaties, als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, natriumhypochloriet aan het drinkwater wordt toegevoegd ter desinfectie van het water. De contacttijd tussen het chloor en het water moet ten minste 30 minuten bedragen.

Parameter Maximum waarde Eenheid Opmerkingen
Aluminium 200 μg/l Noot 1
Geur Aanvaardbaar voor de gebruikers en geen abnormale verandering Noot 2
Kleur 20 mg/l Pt/Co
IJzer 200 μg/l
Mangaan 50 μg/l
Natrium 150 mg/l Jaargemiddelde (maximum 200 mg/l)
Smaak Aanvaardbaar voor de gebruikers en geen abnormale verandering Noot 2
Sulfaat 150 mg/l
Troebelingsgraad 4 (tap) 1 (af pompstation) FTE FTE = formazine troebelingseenheden Noot 3.
Zink 3,0 mg/l Na > 16 uur stilstand

Noten:

1) Bij (dreigende) overschrijding van een waarde voor aluminium van 30 μg/l dient dit aan de inspecteur gemeld te worden in verband met het eventueel gebruik van het drinkwater voor nierdialyse.

2) Analyse kan kwalitatief worden uitgevoerd. Indien het resultaat positief is dient een kwantitatieve analyse te worden uitgevoerd, bijvoorbeeld volgens de verdunningsmethode.

3) In aanvulling op de kwantitatieve eis geldt dat de troebelingsgraad aanvaardbaar voor de gebruikers dient te zijn en geen abnormale veranderingen mag vertonen.

Parameter Maximum waarde Eenheid Opmerkingen
AOX μmol X/l
Aromatische aminen 1 μg/l Indien metaboliet van pesticiden dan 0,1 μg/l. Noot 2
(Chloor)fenolen 1 μg/l Indien metaboliet van pesticiden dan 0,1 μg/l Noot 2
Diglyme(n) 1 μg/l
Ethyl tert-butyl ether (ETBE) 1 μg/l
Gehalogeneerde monocyclische koolwaterstoffen 1 μg/l Noot 4
Gehalogeneerde alifatische koolwaterstoffen 1 μg/l Noot 4
Methyl tert-butyl ether (MTBE) 1 μg/l
Monocyclische koolwaterstoffen / aromaten 1 μg/l Noot 4
Overige antropogene stoffen 1 μg/l Noot 3

Noten:

1) Deze kwaliteitseisen zijn bedoeld voor het signaleren van mogelijke verontreinigingen. Wanneer de aangegeven waarde (1 μg/l) wordt gemeten is er geen risico voor de volksgezondheid, maar zal er nader onderzoek plaats vinden. Deze parameters (als groep) zijn bedoeld om de kwaliteit van de bron te bewaken.

2) Metabolieten van pestciden, welke in humaan toxicologisch opzicht relevant zijn, vallen onder tabel II van deze bijlage. Voor de overige metabolieten geldt een norm van 1,0 μg/l (zie tabel II noot 7).

3) Met deze parameter worden stoffen bedoeld die niet behoren tot de andere parameters in deze tabel maar welke een bedreiging voor de drinkwatervoorziening kunnen zijn.

4) Voor enkele individuele stoffen uit deze parametergroep geldt ook een maximale waarde in tabel II.

Parameter Parameterwaarde Eenheid Opmerkingen
Radon 100 Bq/l Noot 1, 3
Tritium 100 Bq/l Noot 2, 3
Indicatieve Dosis 0,10 mSv Noot 3

Noot 1:

a. De lidstaten mogen voor radon een niveau bepalen dat niet mag worden overschreden en waaronder de optimalisering van de bescherming wordt voortgezet, zonder dat de watervoorziening op nationale of regionale schaal in gevaar wordt gebracht. Het niveau dat een lidstaat bepaalt ligt tussen 100 Bq/l en 1.000 Bq/l. Ter vereenvoudiging van de nationale wetgeving kunnen de lidstaten ervoor kiezen de parameterwaarde op dit niveau af te stemmen. Nederland legt op basis van bestaande metingen de grens op 100 Bq/L (uit eerdere monitoringsonderzoeken blijkt dat de maximale radonconcentratie in ruw water en drinkwater <20 Bq/L is).

b. Wanneer de radonconcentraties 1.000 Bq/l overschrijden worden remediërende maatregelen zonder meer billijk geacht om redenen van stralingsbescherming. Dit is tot nu toe in Nederland niet aan de orde. Indien nodig is de praktische maatregel: beluchten.

Noot 2: Hoge tritiumniveaus kunnen duiden op andere kunstmatige radionucliden. Als de tritiumconcentratie de parameterwaarde ervan overschrijdt, is een analyse van de aanwezigheid van andere kunstmatige radionucliden noodzakelijk. Dit is geregeld in de Drinkwaterregeling en, in samenhang daarmee, de desbetreffende richtlijn van de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: ILT).

Noot 3: De wijze van monitoring en berekening van de indicatieve dosis is geregeld in de Drinkwaterregeling en, in samenhang daarmee, de desbetreffende richtlijn van de ILT.

Bijlage A. behorend bij hoofdstuk 3 van het Drinkwaterbesluit

Parameter Maximum waarde Eenheid Opmerkingen
Escherichia coli 0 kve/100 ml kve = kolonievormende eenheden
Enterococcen 0 kve/100 ml
Cryptosporidium Noot 1
(Entero)virussen Noot 1
Giardia Noot 1
Campylobacter Noot 1
Bacteriofagen pve/l pve = plaquevormende eenheden Noot 1

Noot:

1) Micro-organismen mogen krachtens artikel 21, eerste lid, en artikel 25 van de wet, niet in een zodanige concentratie in het drinkwater voorkomen dat nadelige gevolgen voor de volksgezondheid kunnen ontstaan. Voor bepaalde micro-organismen, zoals virussen en protozoa (onder meer Cryptosporidium en Giardia), is het niet mogelijk om concentraties te meten op het zeer lage niveau, waarop blootstelling relevant is voor de gezondheid van de gebruiker. In plaats hiervan dient de eigenaar die gebruik maakt van oppervlaktewater als grondstof voor de bereiding van drinkwater op basis van metingen van de desbetreffende micro-organismen in de grondstof en gegevens over de verwijderingscapaciteit bij de verschillende zuiveringsprocessen (inclusief eventuele bodempassages) in overleg met de inspecteur een kwantitatieve risicoanalyse voor het bereide drinkwater op te stellen. De VROM-Inspectierichtlijn «Analyse microbiologische veiligheid drinkwater» dient hiertoe gebruikt te worden.

Voor het door middel van deze risicoanalyse berekende theoretische infectierisico geldt een grenswaarde van één infectie per 10 000 personen per jaar. De toetsing aan deze grenswaarde voor het infectierisico dient in elk geval te worden uitgevoerd voor Enterovirussen, Cryptosporidium en Giardia, maar geldt in principe ook voor andere pathogene micro-organismen. Indien het berekende infectierisico groter is dan de genoemde grenswaarde, dient de eigenaar met de inspecteur te overleggen over te nemen maatregelen.

De inspecteur kan bepalen dat voor kwetsbare grondwaterwinningen eenzelfde risicoanalyse wordt uitgevoerd.

Tot de groep van bacteriofagen worden in elk geval gerekend de somatische colifagen en de F-specifieke bacteriofagen.

Parameter Maximum waarde Eenheid Opmerkingen
Acrylamide 0,10 μg/l Noot 1
Antimoon 5,0 μg/l
Arseen 10 μg/l
Benzeen 1,0 μg/l
Benzo(a)pyreen 0,010 μg/l
Boor 0,5 mg/l
Bromaat 1,0 μg/l Bij desinfectie geldt een maximale waarde van 5,0 μg/l (als 90 percentielwaarde, met een maximum van 10 μg/l)
Cadmium 5,0 μg/l
Chroom 50 μg/l
Cyaniden (totaal) 50 μg/l Noot 3
1,2-Dichloorethaan 3,0 μg/l
Epichloorhydrine 0,10 μg/l Noot 1
Fluoride 1,0 mg/l
Koper 2,0 mg/l Noot 2
Kwik 1,0 μg/l
Lood 10 μg/l Noot 2
Nikkel 20 μg/l Noot 2
Nitraat 50 mg/l Noot 4
Nitriet 0,1 mg/l Noot 4
N- nitrosodimethylamine (NDMA) 12 ng/l
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) (som) 0,10 μg/l Som van gespecificeerde verbindingen met concentratie hoger dan de detectiegrens. Noot 5
Polychloorbifenylen (PCB’s) (individueel) 0,10 μg/l Per stof.
PCB’s (som) 0,50 μg/l Som van gespecificeerde verbindingen met concentratie > 0,05 μg/l. Noot 6
Pesticiden (individueel) 0,10 μg/l Per stof. Noot 7. Voor aldrin, dieldrin, heptachloor en heptachloorepoxide geldt een maximum waarde van 0,030 μg/l.
Pesticiden (som) 0,50 μg/l Som van afzonderlijke pesticiden met concentratie hoger dan de detectiegrens.
Seleen 10 μg/l
Tetra- en trichlooretheen (som) 10 μg/l
Trihalomethanen (som) 25 μg/l Noot 8
Vinylchloride 0,10 μg/l Noot 1

Noten:

1) Deze parameterwaarde heeft betrekking op de residuele monomeerconcentratie in het water, berekend aan de hand van specificaties inzake de maximum migratie van de overeenkomstige polymeer in contact met water, of betreft een feitelijk gemeten waarde.

2) Deze waarde geldt voor een monster van voor menselijke consumptie bestemd water dat via een passende steekproefmethode aan de kraan verkregen is, en dat representatief mag worden geacht voor de gemiddelde waarde die de verbruiker wekelijks binnen krijgt. Deze methode is beschreven in de «VROM-Inspectierichtlijn Harmonisatie Meetprogramma Drinkwaterkwaliteit».

3) Met behulp van de methode moet het totaal aan cyanide in elke vorm worden bepaald.

4) Ten aanzien van de concentraties nitraat en nitriet dient tevens te worden voldaan aan de voorwaarde dat [nitraat]/50 +[nitriet]/3 <1, waarbij de rechte haken de concentratie in mg/l uitdrukken, voor nitraat in NO3, en voor nitriet in NO2.

5) De gespecificeerde verbindingen zijn: pyreen, benzo(a)antraceen, benzo(ghi)peryleen, fenantreen, indeno(1,2,3-cd)pyreen, anthraceen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, chryseen en fluorantheen

6) De gespecificeerde verbindingen zijn: PCB nr. 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180.

7) Onder pesticiden wordt verstaan: organische insecticiden, organische herbiciden, organische fungiciden, organische nematociden, organische acariciden, organische algiciden, organische rodenticiden, organische slimiciden en soortgelijke producten (onder meer groeiregulatoren). De norm van 0,1 μg/l geldt ook voor humaan toxicologisch relevante metabolieten, afbraak- en reactieproducten van pesticiden. Voor metabolieten van pesticiden en afbraak- of reactieproducten, die niet humaan toxicologisch relevant zijn, geldt een norm van 1,0 μg per liter.

8) De maximumwaarde geldt bij het gebruik van chloor(verbindingen) voor desinfectie; in de overige situaties geldt de maximumwaarde genoemd in Tabel IIIc bij gehalogeneerde alifatische koolwaterstoffen. De gespecificeerde verbindingen zijn: chloroform, bromoform, dibroomchloormethaan en broomdichloormethaan. De concentratie broomdichloormethaan mag niet hoger zijn dan 15 μg/l. De somwaarde van 25 μg/l geldt als 90 percentiel, met een maximum van 50 μg/l. Voor drinkwatervoorzieningen op mijnbouwinstallaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, geldt als somwaarde 100 μg/l, waarbij het gehalte broomdichloormethaan maximaal 60 μg/l mag zijn.

Parameter Maximum waarde (tenzij anders aangegeven) Eenheid Opmerkingen
Aeromonas (30 °C) 1000 kve/100 ml kve = kolonievormende eenheden
Ammonium 0,20 mg/l
Bacteriën van de coligroep 0 kve/100 ml
Chloride 150 mg/l Jaargemiddelde.
Clostridium perfringens (inclusief sporen) 0 kve/100 ml
DOC/TOC Geen abnormale verandering mg/l Noot 1
Geleidingsvermogen 125 bij 20 °C mS/m
Hardheid (totaal) > 1 mmol/l Totale hardheid te berekenen als aantal mmol Ca2+ plus Mg2+/l. Normwaarde geldt uitsluitend bij toepassing van ontharding of ontzouting. Toetsing vindt plaats aan de 90 percentiel van de meetgegevens. Noot 2
Koloniegetal bij 22 °C 100 kve/ml Geometrisch jaargemiddelde. Noot 2
Saturatie Index (SI) > –0,2 pH-eenheden Jaargemiddelde.
Temperatuur 25 °C Geldt voor drinkwater
Vrij chloor 0,1 < mg/l < 0,3 mg/l Noot 4
Waterstofcarbonaat > 60 mg/l
Zuurgraad 7,0 < pH < 9,5 pH-eenheden
Zuurstof >2 mg/l

Noten:

1) Indien DOC/TOC (dissolved organic carbon/total organic carbon) niet wordt bepaald, dan dient de oxideerbaarheid met KMnO4 te worden bepaald (norm 5,0 mg/l O2).

2) Deze parameter geldt niet voor water als bedoeld in artikel 14 van het Warenwetbesluit Verpakte waters.

4) Geldt alleen voor zover bij drinkwatervoorzieningen op mijnbouwinstallaties, als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, natriumhypochloriet aan het drinkwater wordt toegevoegd ter desinfectie van het water. De contacttijd tussen het chloor en het water moet ten minste 30 minuten bedragen.

Parameter Maximum waarde Eenheid Opmerkingen
Aluminium 200 μg/l Noot 1
Geur Aanvaardbaar voor de gebruikers en geen abnormale verandering Noot 2
Kleur 20 mg/l Pt/Co
IJzer 200 μg/l
Mangaan 50 μg/l
Natrium 150 mg/l Jaargemiddelde (maximum 200 mg/l)
Smaak Aanvaardbaar voor de gebruikers en geen abnormale verandering Noot 2
Sulfaat 150 mg/l
Troebelingsgraad 4 (tap) 1 (af pompstation) FTE FTE = formazine troebelingseenheden Noot 3.
Zink 3,0 mg/l Na > 16 uur stilstand

Noten:

1) Bij (dreigende) overschrijding van een waarde voor aluminium van 30 μg/l dient dit aan de inspecteur gemeld te worden in verband met het eventueel gebruik van het drinkwater voor nierdialyse.

2) Analyse kan kwalitatief worden uitgevoerd. Indien het resultaat positief is dient een kwantitatieve analyse te worden uitgevoerd, bijvoorbeeld volgens de verdunningsmethode.

3) In aanvulling op de kwantitatieve eis geldt dat de troebelingsgraad aanvaardbaar voor de gebruikers dient te zijn en geen abnormale veranderingen mag vertonen.

Parameter Maximum waarde Eenheid Opmerkingen
AOX μmol X/l
Aromatische aminen 1 μg/l Indien metaboliet van pesticiden dan 0,1 μg/l. Noot 2
(Chloor)fenolen 1 μg/l Indien metaboliet van pesticiden dan 0,1 μg/l Noot 2
Diglyme(n) 1 μg/l
Ethyl tert-butyl ether (ETBE) 1 μg/l
Gehalogeneerde monocyclische koolwaterstoffen 1 μg/l Noot 4
Gehalogeneerde alifatische koolwaterstoffen 1 μg/l Noot 4
Methyl tert-butyl ether (MTBE) 1 μg/l
Monocyclische koolwaterstoffen / aromaten 1 μg/l Noot 4
Overige antropogene stoffen 1 μg/l Noot 3

Noten:

1) Deze kwaliteitseisen zijn bedoeld voor het signaleren van mogelijke verontreinigingen. Wanneer de aangegeven waarde (1 μg/l) wordt gemeten zal er nader onderzoek plaatsvinden overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van het Drinkwaterbesluit. Deze parameters (als groep) zijn bedoeld om de kwaliteit van de bron te bewaken.

2) Metabolieten van pestciden, welke in humaan toxicologisch opzicht relevant zijn, vallen onder tabel II van deze bijlage. Voor de overige metabolieten geldt een norm van 1,0 μg/l (zie tabel II noot 7).

3) Met deze parameter worden stoffen bedoeld die niet behoren tot de andere parameters in deze tabel maar welke een bedreiging voor de drinkwatervoorziening kunnen zijn.

4) Voor enkele individuele stoffen uit deze parametergroep geldt ook een maximale waarde in tabel II.

Parameter Parameterwaarde Eenheid Opmerkingen
Radon 100 Bq/l Noot 1, 3
Tritium 100 Bq/l Noot 2, 3
Indicatieve Dosis 0,10 mSv Noot 3

Noot 1:

a. De lidstaten mogen voor radon een niveau bepalen dat niet mag worden overschreden en waaronder de optimalisering van de bescherming wordt voortgezet, zonder dat de watervoorziening op nationale of regionale schaal in gevaar wordt gebracht. Het niveau dat een lidstaat bepaalt ligt tussen 100 Bq/l en 1.000 Bq/l. Ter vereenvoudiging van de nationale wetgeving kunnen de lidstaten ervoor kiezen de parameterwaarde op dit niveau af te stemmen. Nederland legt op basis van bestaande metingen de grens op 100 Bq/L (uit eerdere monitoringsonderzoeken blijkt dat de maximale radonconcentratie in ruw water en drinkwater <20 Bq/L is).

b. Wanneer de radonconcentraties 1.000 Bq/l overschrijden worden remediërende maatregelen zonder meer billijk geacht om redenen van stralingsbescherming. Dit is tot nu toe in Nederland niet aan de orde. Indien nodig is de praktische maatregel: beluchten.

Noot 2: Hoge tritiumniveaus kunnen duiden op andere kunstmatige radionucliden. Als de tritiumconcentratie de parameterwaarde ervan overschrijdt, is een analyse van de aanwezigheid van andere kunstmatige radionucliden noodzakelijk. Dit is geregeld in de Drinkwaterregeling en, in samenhang daarmee, de desbetreffende richtlijn van de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: ILT).

Noot 3: De wijze van monitoring en berekening van de indicatieve dosis is geregeld in de Drinkwaterregeling en, in samenhang daarmee, de desbetreffende richtlijn van de ILT.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 44a. Als gecertificeerd beschouwd beheer
1.

Fysisch, fotochemisch of elektrochemisch beheer als bedoeld in artikel 44 dat uiterlijk op 3 september 2013 werd toegepast wordt tevens als gecertificeerd beschouwd indien:

  • a. dat beheer uiterlijk op 3 september 2013 ter certificering is aangeboden en uiterlijk op 1 augustus 2014 gecertificeerd was;
  • b. het beheer gelijk is aan het gecertificeerde beheer; en
  • c. een ondertekende verklaring van de leverancier aanwezig is dat het beheer gelijk is aan het gecertificeerde beheer.
2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld in het belang van een goede uitvoering van het eerste lid.

Hoofdstuk 5. Leveringszekerheid en continuïteit

Hoofdstuk 6. De doelmatigheid van de openbare drinkwatervoorziening

§ 6.1. Prestatievergelijking

§ 6.2. Verslag prestatievergelijking

Hoofdstuk 6. De doelmatigheid van de openbare drinkwatervoorziening

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen en overgangsrecht

Bijlage B. behorend bij hoofdstuk 5 van het Drinkwaterbesluit

Ten aanzien van de organisatie, maatregelen, verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van een drinkwaterbedrijf bevat het leveringsplan in ieder geval:

    1. Algemene gegevens:
  • a). Begripsomschrijvingen
  • b). Een beschrijving van de wijze waarop de totstandkoming, actualisering, vaststelling en verspreiding van het leveringsplan is gewaarborgd.
  • c). Contactgegevens voor de verantwoordelijke functionarissen voor het leveringsplan.
  • d). Beschrijving van de relaties tussen het leveringsplan en eventuele andere bedrijfsplannen van het drinkwaterbedrijf.
  • i. Behoefteprognose voor een periode van 10 jaar
  • ii. Planning ter veiligstelling van de drinkwatervoorziening gesplitst naar winning, zuivering en distributie voor een periode van 10 jaar.
  • f). Een verzendlijst.
    1. Leveringsparagraaf niet-verstoorde omstandigheden
  • a). Aanpak van het voldoen aan de leveringsverplichtingen in niet-verstoorde omstandigheden
    1. Verstoringsparagraaf
  • a). Een overzicht van de administratieve en organisatorische gegevens van het drinkwaterbedrijf, zoals:
  • i. Vestigingsplaatsen
  • ii. Organisatieschema met verantwoordelijkheden en autorisaties
  • b). Een schematisch overzicht van technische gegevens van het drinkwaterbedrijf, zoals: Een verstorings-risicoanalyse zoals bedoeld in artikel 47 met in ieder geval de onder c) tot en met j) beschreven gegevens, analyses en maatregelen.
  • i. Overzicht van winning- en productielocaties
  • ii. Overzicht van het transport en distributienet, inclusief koppelingen met naburige bedrijven
  • iii. Overzicht van de capaciteit en levering onder niet-verstoorde omstandigheden
  • iv. Overzicht van de beschikbare reservecapaciteit en koppelingsregelingen met andere drinkwaterbedrijf voor gebruik bij verstoringen
  • v. Verstoringsregistratie
  • c). Inventarisatie en analyse van de bestaande en te verwachte dreigingen voor de openbare drinkwatervoorziening
  • d). Algemeen beleid inzake weerstandsverhoging tegen deze dreigingen en de gemaakte keuze hoe deze dreigingen worden ondervangen (verdeling over preventie, preparatie, respons, nazorg en restrisico’s)
  • e). Beschrijving van de op grond van de verstorings-risicoanalyse getroffen beveiligingmaatregelen, zoals:
  • i. Opzet en onderhoud van de organisatorische beveiligingsmaatregelen; dit pakket aan maatregelen bevat ten minste:
  • –. de aanwijzing van een beveiligingsdeskundige die belast is met de uitvoering en de naleving van de beveiligingsmaatregelen
  • –. de aanwijzing van een plaatsvervanger van de beveiligingsdeskundige
  • –. een plan voor de interne beveiligingsorganisatie
  • –. een plan voor de externe beveiligingsorganisatie
  • –. een evaluatieprogramma om de doeltreffendheid van de beveiligingsmaatregelen te kunnen beoordelen
  • –. Het plan voor de externe beveiligingsorganisatie wordt opgesteld in afstemming met de voor de openbare orde en openbare veiligheid verantwoordelijke diensten
  • ii. Opzet en onderhoud van de personele maatregelen; dit pakket bevat maatregelen die weerstand bieden aan de dreigingen uit de verstorings-risicoanalyse
  • iii. Opzet en onderhoud van de bouwkundige en technische beveiligingsmaatregelen; dit pakket aan maatregelen bevat maatregelen die ten minste vertraging bieden tegen de dreigingen uit de verstorings-risicoanalyse
  • iv. Opzet en inhoud van de elektronische beveiligingsmaatregelen; dit pakket aan maatregelen bevat maatregelen die ten minste de dreigingen uit de verstorings-risicoanalyse kunnen signaleren
  • v. Opzet en onderhoud van de informatie beveiligingsmaatregelen; dit pakket aan maatregelen bevat maatregelen die ten minste weerstand bieden tegen de dreigingen uit de verstorings-risicoanalyse.
  • f). Beschrijving van de op grond van de verstorings-risicoanalyse getroffen verstoringsmaatregelen, zoals:
  • i. Beschrijving van de algemene werkwijze bij verstoringen
  • –. Opbouw en inrichting van de verstoringsorganisatie
  • –. Functionele invulling van de verstoringsorganisatie
  • –. Beschrijving van het systeem van melding en alarmering
  • –. Beschrijving van het systeem van opschaling
  • –. Beschrijving van de hersteldienst
  • –. Schematisch overzicht van de alle bij een verstoring betrokken partijen
  • ii. Beschrijving van de specifieke verstoringsbestrijdingsplannen
  • g). Beschrijving van de strategie inzake communicatie bij verstoringen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)