Besluit van 23 mei 2011, houdende bepalingen inzake de productie en distributie van drinkwater en de organisatie van de openbare drinkwatervoorziening (Drinkwaterbesluit)
- h). Beschrijving van de strategie, het gekozen concept, de organisatie en de middelen voor de inrichting van de nooddrinkwatervoorziening
- i). Beschrijving van de strategie inzake de noodwatervoorziening
- j). Beschrijving van de afhandeling van de evaluatie na een verstoring.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 13a
Eisen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, kunnen indien dringend noodzakelijk in het belang van de volksgezondheid bij ministeriële regeling worden vastgesteld.
Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt de desbetreffende eis binnen twee jaar na vaststelling opgenomen in bijlage A, tabel I of II, behorende bij dit besluit. Deze periode kan eenmaal bij besluit van Onze Minister met ten hoogste twee jaar worden verlengd.
§ 3.1.2. Risicobeoordeling en risicobeheer van het watervoorzieningssysteem en kwaliteitsmanagementsysteem
§ 3.1.3. Materialen, chemicaliën en distributienet
§ 3.1.4. Niet voldoen aan kwaliteitseisen
§ 3.1.5. Verstrekking, publicatie en archivering kwaliteitsgegevens
§ 3.1.6. Warm tapwater
§ 3.1.7. Ontheffing
§ 3.1.8. Gebruikte grondstof
§ 3.2. Collectieve watervoorzieningen
§ 3.3. Collectieve leidingnetten
Hoofdstuk 4. Legionellapreventie
§ 3.3. Collectieve leidingnetten
§ 4.2. Legionella-risicoanalyse en legionella-beheersplan
§ 4.3. Controle, melding en maatregelen
Hoofdstuk 5. Leveringszekerheid en continuïteit
Hoofdstuk 6. De doelmatigheid van de openbare drinkwatervoorziening
§ 6.1. Prestatievergelijking
§ 6.2. Verslag prestatievergelijking
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen en overgangsrecht
Bijlage C. behorend bij artikel 6 van het Drinkwaterbesluit
De gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet wordt vastgesteld met behulp van de onderstaande formule
rTV = rVV x (1 – EV) + rEV x EV;
waarbij:
rTV = gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet;
rVV = vergoeding voor vreemd vermogen;
rEV = vergoeding voor eigen vermogen;
EV = aandeel eigen vermogen in het totaal van eigen en vreemd vermogen1De waarde voor het aandeel eigen vermogen wordt gebaseerd op een financieringsstructuur die als redelijk wordt beschouwd voor de drinkwaterbedrijven, gegeven de situatie op de financiële markt. Deze waarde kan afwijken van het werkelijk aandeel eigen vermogen van de bedrijven..
De vergoeding vreemd vermogen (rVV) en de vergoeding eigen vermogen (rEV) worden als volgt bepaald2De waarden van de in de formules genoemde parameters voor de bepaling van rVV en rEV zijn afhankelijk van de ontwikkelingen op de financiële markt. De bepaling van deze waarden zal plaatsvinden op basis van een analyse ten behoeve van de vaststelling van de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet. Ter illustratie het volgende rekenvoorbeeld. Stel rr is gelijk aan 4%, ro is gelijk aan 0,5%, rm is gelijk aan 9% en βEVis gelijk aan 0,5, dan volgt dat rVV is gelijk aan 4,5% en rEV is gelijk aan 6,5%. Bij EV is gelijk aan 40%,volgt: rTV = 4,5% x 0,6 + 6,5% x 0,4 = 5,3%.:
rVV = rrvv + ro;
rEV = rrev + βEV(mrp);
waarbij:
rr = risicovrije rente, inclusief inflatie;
ro = rente-opslag;
mrp = marktrisicopremie3De marktrisicopremie is het verschil tussen het verwachte rendement dat beleggers eisen voor het investeren in de marktportefeuille en de risicovrije rente.;
βEV = De equity bèta is een maat voor het marktrisico dat een investeerder loopt door te investeren in de aandelen van een specifieke onderneming ten opzichte van het risico van het investeren in de marktportefeuille.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 20a. Eisen aan en beoordeling van chemicaliën en filtermaterialen
Bij regeling van Onze Minister worden eisen gesteld aan de chemicaliën en filtermaterialen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, en aan de wijze van beoordeling daarvan volgens een systeem van kwaliteitsverklaringen of op andere gelijkwaardige wijze.
Aan artikel 19, eerste lid, wordt voor chemicaliën of filtermaterialen voldaan:
- a. indien voor het desbetreffende gebruik of toepassing een door Onze Minister erkende kwaliteitsverklaring of daaraan gelijkwaardige verklaring is afgegeven, waarbij volgens bij de regeling vastgestelde criteria, is aangetoond dat de chemicaliën of filtermaterialen voor het desbetreffende gebruik of toepassing aan de eisen voldoet, of
- b. indien op andere wijze, volgens bij de regeling vastgestelde criteria, is aangetoond dat de chemicaliën of filtermaterialen voor het desbetreffende gebruik of toepassing aan de eisen voldoen.
Artikel 20b. Uitvoering
Bij regeling van Onze Minister kan een commissie van deskundigen of andere instantie worden aangewezen die is belast met daarbij genoemde taken ter uitvoering van de artikelen 19 tot en met 20a, volgens daarbij te stellen nadere regels.
Bij regeling van Onze Minister kunnen in het belang van een goede uitvoering van de artikelen 19 tot en met 20a nadere regels worden gesteld.
§ 3.1.4. Niet voldoen aan kwaliteitseisen
Artikel 22a. Informeren consumenten
Voor zover uit het in artikel 22, eerste lid, bedoelde onderzoek blijkt dat het niet voldoen aan een daar bedoelde eis veroorzaakt wordt door een op het distributienet van het drinkwaterbedrijf aangesloten collectieve watervoorziening, collectief leidingnet, woninginstallatie of andere daarop aangesloten installatie, wordt de eigenaar of beheerder daarvan terstond en volledig geïnformeerd door de eigenaar van het drinkwaterbedrijf. Dit omvat mede de mogelijke maatregelen om de risico’s voor de volksgezondheid weg te nemen of te beperken, preventiemaatregelen en advies aan consumenten over het gebruik van drinkwater.
Artikel 26a. Overige voor consumenten ter beschikking te stellen informatie
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt zorg voor het overeenkomstig artikel 17, eerste lid, van de Drinkwaterrichtlijn ter beschikking stellen aan consumenten van de informatie, bedoeld in bijlage IV van de Drinkwaterrichtlijn, op de in die bijlage bedoelde wijze, voor zover deze gegevens niet al op grond van artikel 26, tweede lid, ter beschikking worden gesteld.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er zorg voor dat consumenten en andere afnemers worden geïnformeerd overeenkomstig artikel 17, tweede lid, van de Drinkwaterrichtlijn.
Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld in het belang van een goede uitvoering van het eerste of tweede lid.
§ 3.1.7. Ontheffing
§ 3.1.8. Gebruikte grondstof
§ 3.2. Collectieve watervoorzieningen
Hoofdstuk 4. Legionellapreventie
§ 4.1. Reikwijdte en kwaliteitseis
§ 4.3. Controle, melding en maatregelen
Hoofdstuk 5. Leveringszekerheid en continuïteit
Artikel 45a. (nadere regels met betrekking tot maatregelen als bedoeld in artikel 44 van de wet)
In geval van overschrijding van de drempelwaarde voor lekverliezen, bedoeld in artikel 4, derde lid, een na laatste alinea, van de Drinkwaterrichtlijn, stelt de eigenaar van een drinkwaterbedrijf maatregelen vast ter vermindering van het lekkagepercentage met de termijnen voor het realiseren daarvan en maakt hij deze maatregelen en termijnen kenbaar aan Onze Minister overeenkomstig artikel 44, eerste lid, van de wet.
In geval van overschrijding van de drempelwaarde, bedoeld in het eerste lid, worden de verplichtingen, bedoeld in dat lid, voor de eerste maal uitgevoerd voor 1 januari 2029.
Artikel 46a. Risicobeoordeling en risicobeheer watervoorzieningssysteem
De risicobeoordeling van het watervoorzieningssysteem bevat de elementen, genoemd in artikel 9, tweede en vijfde lid, van de Drinkwaterrichtlijn.
De verstorings-risicoanalyse, bedoeld in artikel 47, is onderdeel van de risicobeoordeling van het watervoorzieningssysteem.
De risicobeoordeling van het watervoorzieningssysteem wordt door de eigenaar van een drinkwaterbedrijf voor de eerste maal uiterlijk op 12 januari 2029 uitgevoerd en vervolgens elke vier jaar geactualiseerd, of tussentijds indien wijzigingen in de omstandigheden daartoe aanleiding geven.
De risicobeoordeling van het watervoorzieningssysteem of de actualisatie daarvan wordt met het oog op goedkeuring van het leveringsplan, bedoeld in artikel 37, derde lid, van de wet, aan de inspecteur te beoordeling voorgelegd op een door hem bepaalde wijze.
Indien de inspecteur van oordeel is dat de risicobeoordeling van het watervoorzieningssysteem of de actualisatie daarvan onjuist of onvolledig is uitgevoerd, kan hij de eigenaar van het drinkwaterbedrijf verzoeken om wijziging, aanvulling of het opnieuw uitvoeren van de risicobeoordeling of de actualisatie binnen een daarbij bepaalde termijn.
Aan de hand van de uitkomsten van de risicobeoordeling van het watervoorzieningssysteem of de actualisatie daarvan stelt de eigenaar van een drinkwaterbedrijf als onderdeel van het leveringsplan een paragraaf «risicobeheer watervoorzieningssysteem» als bedoeld in artikel 53, eerste lid, op met de controlemaatregelen, programma’s en overige handelingen als bedoeld in bijlage B, onderdeel 4, of actualiseert hij deze.
§ 6.1. Prestatievergelijking
§ 6.2. Verslag prestatievergelijking
Hoofdstuk 7. Maatregelen in het belang van de volksgezondheid
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen en overgangsrecht
Bijlage A. behorend bij hoofdstuk 3 van het Drinkwaterbesluit
| Parameter | Maximum waarde | Eenheid | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| Escherichia coli | 0 | kve/100 ml | kve = kolonievormende eenheden |
| Intestinale enterococcen | 0 | kve/100 ml | |
| Cryptosporidium | – | 1 | |
| (Entero)virussen | – | 1 | |
| Giardia | – | 1 | |
| Campylobacter | – | 1 | |
| Bacteriofagen | – | pve/l | pve = plaquevormende eenheden 1 |
1 Micro-organismen mogen krachtens artikel 21, eerste lid, en artikel 25 van de wet, niet in een zodanige concentratie in het drinkwater voorkomen dat nadelige gevolgen voor de volksgezondheid kunnen ontstaan. Voor bepaalde micro-organismen, zoals virussen en protozoa (onder meer Cryptosporidium en Giardia), is het niet mogelijk om concentraties te meten op het zeer lage niveau, waarop blootstelling relevant is voor de gezondheid van de gebruiker. In plaats hiervan dient de eigenaar die gebruik maakt van oppervlaktewater als grondstof voor de bereiding van drinkwater op basis van metingen van de desbetreffende micro-organismen in de grondstof en gegevens over de verwijderingscapaciteit bij de verschillende zuiveringsprocessen (inclusief eventuele bodempassages) in overleg met de inspecteur een kwantitatieve risicoanalyse voor het bereide drinkwater op te stellen. Het ILT-richtsnoer Analyse Microbiologische Veiligheid Drinkwater (AMVD) kan hiervoor gebruikt worden.
Voor het door middel van deze risicoanalyse berekende theoretische infectierisico geldt een grenswaarde van één infectie per 10 000 personen per jaar. Indien het berekende infectierisico groter is dan de genoemde grenswaarde, dient de eigenaar met de inspecteur te overleggen over te nemen maatregelen. De inspecteur kan bepalen dat voor kwetsbare grondwaterwinningen eenzelfde risicoanalyse wordt uitgevoerd. Hiertoe dient het ILT-richtsnoer «Analyse microbiologische veiligheid drinkwater» gebruikt te worden.
Tot de groep van bacteriofagen worden in elk geval gerekend de somatische colifagen en de F-specifieke bacteriofagen.
| Parameter | Maximum waarde | Eenheid | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| Acrylamide | 0,10 | μg/l | 1 |
| Antimoon | 10,0 | μg/l | |
| Arseen | 10 | μg/l | |
| Benzeen | 1,0 | μg/l | |
| Benzo(a)pyreen | 0,010 | μg/l | |
| Bisfenol A | 2,5 | μg/l | 2 |
| Boor | 1,5 | mg/l | 3 |
| Bromaat | 1,0 | μg/l | Bij desinfectie geldt een maximale waarde van 5,0 μg/l (als 90 percentielwaarde, met een maximum van 10 μg/l) |
| Cadmium | 5,0 | μg/l | |
| Chloraat | 0,25 | mg/L | 4, 2 |
| Chloriet | 0,25 | mg/L | 5, 2 |
| Chroom | 25 | μg/l | 6 |
| Cyaniden (totaal) | 50 | μg/l | 7 |
| 1,2-Dichloorethaan | 3,0 | μg/l | |
| Epichloorhydrine | 0,10 | μg/l | 1 |
| Fluoride | 1,0 | mg/l | |
| Gehalogeneerde azijnzuren (HAA’s) | 60 | μg/l | 8, 2 |
| Koper | 2,0 | mg/l | 9 |
| Kwik | 1,0 | μg/l | |
| Lood | 5 | μg/l | 9 |
| Microcystine-LR | 1,0 | μg/l | 10, 2 |
| Nikkel | 20 | μg/l | 9 |
| Nitraat | 50 | mg/l | 11 |
| Nitriet | 0,1 | mg/l | 11 |
| N- nitrosodimethylamine (NDMA) | 12 | ng/l | |
| Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) (som) | 0,10 | μg/l | Som van gespecificeerde verbindingen met concentratie hoger dan de detectiegrens12. |
| Polychloorbifenylen (PCB’s) (individueel) | 0,10 | μg/l | Per stof. |
| PCB’s (som) | 0,50 | μg/l | Som van gespecificeerde verbindingen met concentratie > 0,05 μg/l13. |
| Pesticiden (individueel) | 0,10 | μg/l | Per stof14. Voor aldrin, dieldrin, heptachloor en heptachloorepoxide geldt een maximumwaarde van 0,030 μg/l. |
| Pesticiden (som) | 0,50 | μg/l | Som van afzonderlijke pesticiden met concentratie hoger dan de detectiegrens. |
| Som van PFAS | 0,10 | μg/l | 15, 2 |
| Seleen | 20 | μg/l | 16 |
| Tetra- en trichlooretheen (som) | 10 | μg/l | |
| Trihalomethanen (som) | 25 | μg/l | 17 |
| Uraan | 30 | μg/l | 2 |
| Vinylchloride | 0,10 | μg/l | 1 |
1 Deze parameterwaarde heeft betrekking op de residuele monomeerconcentratie in het water, berekend aan de hand van specificaties inzake de maximum migratie van de overeenkomstige polymeer in contact met water, of betreft een feitelijk gemeten waarde.
2 Deze norm wordt van kracht op 12 januari 2026.
3 Er wordt een parameterwaarde van 2,4 mg/l toegepast wanneer ontzilt water de voornaamste bron van het betrokken watervoorzieningssysteem is, of in regio's waar de geologische omstandigheden tot hoge concentraties in het grondwater kunnen leiden.
4 Er wordt een parameterwaarde van 0,70 mg/l toegepast wanneer een desinfectiemethode die chloraat, met name chloordioxide, voortbrengt, wordt gebruikt voor het desinfecteren van voor menselijke consumptie bestemd water. Waar mogelijk streven de lidstaten, zonder dat evenwel de desinfectie in gevaar mag komen, naar een lagere waarde. Deze parameter wordt alleen gemeten indien dergelijke desinfectiemethoden worden toegepast.
5 Er wordt een parameterwaarde van 0,70 mg/l toegepast wanneer een desinfectiemethode die chloriet, met name chloordioxide, voortbrengt, wordt gebruikt voor het desinfecteren van voor menselijke consumptie bestemd water. Waar mogelijk streven de lidstaten, zonder dat evenwel de desinfectie in gevaar mag komen, naar een lagere waarde. Deze parameter wordt alleen gemeten indien dergelijke desinfectiemethoden worden toegepast.
6 Deze norm wordt van kracht op 12 januari 2036, voor die tijd geldt de norm van 50 microgram/L.
7 Met behulp van de methode zoals voorgeschreven in de Drinkwaterregeling moet het totaal aan cyanide in elke vorm worden bepaald.
8 Deze parameter wordt alleen gemeten wanneer desinfectiemethoden die HAA's kunnen voortbrengen, worden gebruikt voor het desinfecteren van voor menselijke consumptie bestemd water. Deze is de som van de volgende vijf representatieve stoffen: monochloor-, dichloor- en tricholoorazijnzuur, en mono- en dibroomazijnzuur
9 Nadere voorschriften ten aanzien van monitoring worden gegeven in de Drinkwaterregeling.
10 Deze parameter moet alleen worden gemeten in geval van potentiële bloei in bronwater (stijgende dichtheid van cyanobacteriële cellen of bloeipotentieel).
11 Ten aanzien van de concentraties nitraat en nitriet dient tevens te worden voldaan aan de voorwaarde dat [nitraat]/50 +[nitriet]/3 <1, waarbij de rechte haken de concentratie in mg/l uitdrukken, voor nitraat in NO3, en voor nitriet in NO2.
12 De gespecificeerde verbindingen zijn: pyreen, benzo(a)antraceen, benzo(ghi)peryleen, fenantreen, indeno(1,2,3-cd)pyreen, anthraceen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, chryseen en fluorantheen.
13 De gespecificeerde verbindingen zijn: PCB nr. 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180.
14 Onder pesticiden wordt verstaan: organische insecticiden, organische herbiciden, organische fungiciden, organische nematociden, organische acariciden, organische algiciden, organische rodenticiden, organische slimiciden en soortgelijke producten (onder meer groeiregulatoren). De norm van 0,1 μg/l geldt ook voor humaan toxicologisch relevante metabolieten, afbraak- en reactieproducten van pesticiden. Voor metabolieten van pesticiden en afbraak- of reactieproducten, die niet humaan toxicologisch relevant zijn, geldt een norm van 1,0 μg per liter.
15 Dit is de som van per- en polyfluoralkylstoffen die risicovol worden geacht in verband met voor menselijke consumptie bestemd water, en die zijn opgenomen in bijlage III, deel B, punt 3 van de Drinkwaterrichtlijn.
16 Er wordt een parameterwaarde van 30 μg/l toegepast voor regio’s waar de geologische omstandigheden tot hoge concentraties in het grondwater kunnen leiden.
17 De maximumwaarde geldt bij het gebruik van chloor(verbindingen) voor desinfectie; in de overige situaties geldt de maximumwaarde genoemd in Tabel IIIc bij gehalogeneerde alifatische koolwaterstoffen. De gespecificeerde verbindingen zijn: chloroform, bromoform, dibroomchloormethaan en broomdichloormethaan. De concentratie broomdichloormethaan mag niet hoger zijn dan 15 μg/l. De somwaarde van 25 μg/l geldt als 90 percentiel, met een maximum van 50 μg/l. Voor drinkwatervoorzieningen op mijnbouwinstallaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, geldt als somwaarde 100 μg/l, waarbij het gehalte broomdichloormethaan maximaal 60 μg/l mag zijn.
| Parameter | Maximum waarde (tenzij anders aangegeven) | Eenheid | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| Aeromonas (30 °C) | 1.000 | kve/100 ml | kve = kolonievormende eenheden |
| Ammonium | 0,20 | mg/l | |
| Bacteriën van de coligroep | 0 | kve/100 ml | |
| Chloride | 150 | mg/l | Jaargemiddelde. |
| Clostridium perfringens (inclusief sporen) | 0 | kve/100 ml | |
| DOC/TOC | Geen abnormale verandering | mg/l | 1 |
| Geleidingsvermogen | 125 bij 20 °C | mS/m | |
| Hardheid (totaal) | > 1 | mmol/l | Totale hardheid te berekenen als aantal mmol Ca2+ plus Mg2+/l. Normwaarde geldt uitsluitend bij toepassing van ontharding of ontzouting. Toetsing vindt plaats aan de 90 percentiel van de meetgegevens2 |
| Koloniegetal bij 22 °C | 100 | kve/ml | Geometrisch jaargemiddelde |
| Saturatie Index (SI) | > –0,2 | pH-eenheden | Jaargemiddelde. |
| Temperatuur | 25 °C | Geldt voor drinkwater | |
| Vrij chloor | 0,1 < mg/l < 0,3 | mg/l | 3 |
| Waterstofcarbonaat | > 60 | mg/l | |
| Zuurgraad | 7,0 < pH < 9,5 | pH-eenheden | |
| Zuurstof | >2 | mg/l |
Algemene opmerking: Het water mag niet agressief of corrosief zijn. Dit geldt in elk geval voor water dat een behandeling ondergaat, zoals demineralisatie, ontharding, membraanbehandeling of omgekeerde osmose.
1 Indien DOC/TOC (dissolved organic carbon/total organic carbon) niet wordt bepaald, dan dient de oxideerbaarheid met KMnO4 te worden bepaald (norm 5,0 mg/l O2).
2 Deze parameter geldt niet voor water als bedoeld in artikel 14 van het Warenwetbesluit Verpakte waters. Er kunnen minimumconcentraties van calcium en magnesium of van totaal opgeloste vaste stoffen in onthard of gedemineraliseerd water worden bepaald, rekening houdend met de kenmerken van water dat deze processen ondergaat.
3 Geldt alleen voor zover bij drinkwatervoorzieningen op mijnbouwinstallaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, natriumhypochloriet aan het drinkwater wordt toegevoegd ter desinfectie van het water. De contacttijd tussen het chloor en het water moet ten minste 30 minuten bedragen.
| Parameter | Maximum waarde | Eenheid | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| Aluminium | 200 | μg/l | Noot 1 |
| Geur | Aanvaardbaar voor de gebruikers en geen abnormale verandering | – | Noot 2 |
| Kleur | 20 | mg/l Pt/Co | |
| IJzer | 200 | μg/l | |
| Mangaan | 50 | μg/l | |
| Natrium | 150 | mg/l | Jaargemiddelde (maximum 200 mg/l) |
| Smaak | Aanvaardbaar voor de gebruikers en geen abnormale verandering | – | Noot 2 |
| Sulfaat | 150 | mg/l | |
| Troebelingsgraad | 4 (tap) 1 (af pompstation) | FTE | FTE = formazine troebelingseenheden Noot 3. |
| Zink | 3,0 | mg/l | Na > 16 uur stilstand |
Algemene opmerking: Het water mag niet agressief of corrosief zijn. Dit geldt in elk geval voor water dat een behandeling ondergaat, zoals demineralisatie, ontharding, membraanbehandeling of omgekeerde osmose.
Noten:
1) Bij (dreigende) overschrijding van een waarde voor aluminium van 30 μg/l dient dit aan de inspecteur gemeld te worden in verband met het eventueel gebruik van het drinkwater voor nierdialyse.
2) Analyse kan kwalitatief worden uitgevoerd. Indien het resultaat positief is dient een kwantitatieve analyse te worden uitgevoerd, bijvoorbeeld volgens de verdunningsmethode.
3) In aanvulling op de kwantitatieve eis geldt dat de troebelingsgraad aanvaardbaar voor de gebruikers dient te zijn en geen abnormale veranderingen mag vertonen.
| Parameter | Maximum waarde | Eenheid | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| AOX | – | μmol X/l | |
| Aromatische aminen | 1 | μg/l | Indien metaboliet van pesticiden dan 0,1 μg/l. Noot 2 |
| (Chloor)fenolen | 1 | μg/l | Indien metaboliet van pesticiden dan 0,1 μg/l Noot 2 |
| Diglyme(n) | 1 | μg/l | |
| Ethyl tert-butyl ether (ETBE) | 1 | μg/l | |
| Gehalogeneerde monocyclische koolwaterstoffen | 1 | μg/l | Noot 4 |
| Gehalogeneerde alifatische koolwaterstoffen | 1 | μg/l | Noot 4 |
| Methyl tert-butyl ether (MTBE) | 1 | μg/l | |
| Monocyclische koolwaterstoffen / aromaten | 1 | μg/l | Noot 4 |
| Overige antropogene stoffen | 1 | μg/l | Noot 3 |
Noten:
1) Deze kwaliteitseisen zijn bedoeld voor het signaleren van mogelijke verontreinigingen. Wanneer de aangegeven waarde (1 μg/l) wordt gemeten zal er nader onderzoek plaatsvinden overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van het Drinkwaterbesluit. Deze parameters (als groep) zijn bedoeld om de kwaliteit van de bron te bewaken.
2) Metabolieten van pestciden, welke in humaan toxicologisch opzicht relevant zijn, vallen onder tabel II van deze bijlage. Voor de overige metabolieten geldt een norm van 1,0 μg/l (zie tabel II noot 7).
3) Met deze parameter worden stoffen bedoeld die niet behoren tot de andere parameters in deze tabel maar welke een bedreiging voor de drinkwatervoorziening kunnen zijn.
4) Voor enkele individuele stoffen uit deze parametergroep geldt ook een maximale waarde in tabel II.
| Parameter | Parameterwaarde | Eenheid | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| Radon | 100 | Bq/l | Noot 1, 3 |
| Tritium | 100 | Bq/l | Noot 2, 3 |
| Indicatieve Dosis | 0,10 | mSv | Noot 3 |
Noot 1:
a. De lidstaten mogen voor radon een niveau bepalen dat niet mag worden overschreden en waaronder de optimalisering van de bescherming wordt voortgezet, zonder dat de watervoorziening op nationale of regionale schaal in gevaar wordt gebracht. Het niveau dat een lidstaat bepaalt ligt tussen 100 Bq/l en 1.000 Bq/l. Ter vereenvoudiging van de nationale wetgeving kunnen de lidstaten ervoor kiezen de parameterwaarde op dit niveau af te stemmen. Nederland legt op basis van bestaande metingen de grens op 100 Bq/L (uit eerdere monitoringsonderzoeken blijkt dat de maximale radonconcentratie in ruw water en drinkwater <20 Bq/L is).
b. Wanneer de radonconcentraties 1.000 Bq/l overschrijden worden remediërende maatregelen zonder meer billijk geacht om redenen van stralingsbescherming. Dit is tot nu toe in Nederland niet aan de orde. Indien nodig is de praktische maatregel: beluchten.
Noot 2: Hoge tritiumniveaus kunnen duiden op andere kunstmatige radionucliden. Als de tritiumconcentratie de parameterwaarde ervan overschrijdt, is een analyse van de aanwezigheid van andere kunstmatige radionucliden noodzakelijk. Dit is geregeld in de Drinkwaterregeling en, in samenhang daarmee, de desbetreffende richtlijn van de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: ILT).
Noot 3: De wijze van monitoring en berekening van de indicatieve dosis is geregeld in de Drinkwaterregeling en, in samenhang daarmee, de desbetreffende richtlijn van de ILT.
Bijlage A. behorend bij hoofdstuk 3 van het Drinkwaterbesluit
| Parameter | Maximum waarde | Eenheid | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| Escherichia coli | 0 | kve/100 ml | kve = kolonievormende eenheden |
| Intestinale enterococcen | 0 | kve/100 ml | |
| Cryptosporidium | – | 1 | |
| (Entero)virussen | – | 1 | |
| Giardia | – | 1 | |
| Campylobacter | – | 1 | |
| Bacteriofagen | – | pve/l | pve = plaquevormende eenheden 1 |
1 Micro-organismen mogen krachtens artikel 21, eerste lid, en artikel 25 van de wet, niet in een zodanige concentratie in het drinkwater voorkomen dat nadelige gevolgen voor de volksgezondheid kunnen ontstaan. Voor bepaalde micro-organismen, zoals virussen en protozoa (onder meer Cryptosporidium en Giardia), is het niet mogelijk om concentraties te meten op het zeer lage niveau, waarop blootstelling relevant is voor de gezondheid van de gebruiker. In plaats hiervan dient de eigenaar die gebruik maakt van oppervlaktewater als grondstof voor de bereiding van drinkwater op basis van metingen van de desbetreffende micro-organismen in de grondstof en gegevens over de verwijderingscapaciteit bij de verschillende zuiveringsprocessen (inclusief eventuele bodempassages) in overleg met de inspecteur een kwantitatieve risicoanalyse voor het bereide drinkwater op te stellen. Het ILT-richtsnoer Analyse Microbiologische Veiligheid Drinkwater (AMVD) kan hiervoor gebruikt worden.
Voor het door middel van deze risicoanalyse berekende theoretische infectierisico geldt een grenswaarde van één infectie per 10 000 personen per jaar. Indien het berekende infectierisico groter is dan de genoemde grenswaarde, dient de eigenaar met de inspecteur te overleggen over te nemen maatregelen. De inspecteur kan bepalen dat voor kwetsbare grondwaterwinningen eenzelfde risicoanalyse wordt uitgevoerd. Hiertoe dient het ILT-richtsnoer «Analyse microbiologische veiligheid drinkwater» gebruikt te worden.
Tot de groep van bacteriofagen worden in elk geval gerekend de somatische colifagen en de F-specifieke bacteriofagen.
| Parameter | Maximum waarde | Eenheid | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| Acrylamide | 0,10 | μg/l | 1 |
| Antimoon | 10,0 | μg/l | |
| Arseen | 10 | μg/l | |
| Benzeen | 1,0 | μg/l | |
| Benzo(a)pyreen | 0,010 | μg/l | |
| Bisfenol A | 2,5 | μg/l | 2 |
| Boor | 1,5 | mg/l | 3 |
| Bromaat | 1,0 | μg/l | Bij desinfectie geldt een maximale waarde van 5,0 μg/l (als 90 percentielwaarde, met een maximum van 10 μg/l) |
| Cadmium | 5,0 | μg/l | |
| Chloraat | 0,25 | mg/L | 4, 2 |
| Chloriet | 0,25 | mg/L | 5, 2 |
| Chroom | 25 | μg/l | 6 |
| Cyaniden (totaal) | 50 | μg/l | 7 |
| 1,2-Dichloorethaan | 3,0 | μg/l | |
| Epichloorhydrine | 0,10 | μg/l | 1 |
| Fluoride | 1,0 | mg/l | |
| Gehalogeneerde azijnzuren (HAA’s) | 60 | μg/l | 8, 2 |
| Koper | 2,0 | mg/l | 9 |
| Kwik | 1,0 | μg/l | |
| Lood | 5 | μg/l | 9 |
| Microcystine-LR | 1,0 | μg/l | 10, 2 |
| Nikkel | 20 | μg/l | 9 |
| Nitraat | 50 | mg/l | 11 |
| Nitriet | 0,1 | mg/l | 11 |
| N- nitrosodimethylamine (NDMA) | 12 | ng/l | |
| Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) (som) | 0,10 | μg/l | Som van gespecificeerde verbindingen met concentratie hoger dan de detectiegrens12. |
| Polychloorbifenylen (PCB’s) (individueel) | 0,10 | μg/l | Per stof. |
| PCB’s (som) | 0,50 | μg/l | Som van gespecificeerde verbindingen met concentratie > 0,05 μg/l13. |
| Pesticiden (individueel) | 0,10 | μg/l | Per stof14. Voor aldrin, dieldrin, heptachloor en heptachloorepoxide geldt een maximumwaarde van 0,030 μg/l. |
| Pesticiden (som) | 0,50 | μg/l | Som van afzonderlijke pesticiden met concentratie hoger dan de detectiegrens. |
| Som van PFAS | 0,10 | μg/l | 15, 2 |
| Seleen | 20 | μg/l | 16 |
| Tetra- en trichlooretheen (som) | 10 | μg/l | |
| Trihalomethanen (som) | 25 | μg/l | 17 |
| Uraan | 30 | μg/l | 2 |
| Vinylchloride | 0,10 | μg/l | 1 |
1 Deze parameterwaarde heeft betrekking op de residuele monomeerconcentratie in het water, berekend aan de hand van specificaties inzake de maximum migratie van de overeenkomstige polymeer in contact met water, of betreft een feitelijk gemeten waarde.
2 Deze norm wordt van kracht op 12 januari 2026.
3 Er wordt een parameterwaarde van 2,4 mg/l toegepast wanneer ontzilt water de voornaamste bron van het betrokken watervoorzieningssysteem is, of in regio's waar de geologische omstandigheden tot hoge concentraties in het grondwater kunnen leiden.
4 Er wordt een parameterwaarde van 0,70 mg/l toegepast wanneer een desinfectiemethode die chloraat, met name chloordioxide, voortbrengt, wordt gebruikt voor het desinfecteren van voor menselijke consumptie bestemd water. Waar mogelijk streven de lidstaten, zonder dat evenwel de desinfectie in gevaar mag komen, naar een lagere waarde. Deze parameter wordt alleen gemeten indien dergelijke desinfectiemethoden worden toegepast.
5 Er wordt een parameterwaarde van 0,70 mg/l toegepast wanneer een desinfectiemethode die chloriet, met name chloordioxide, voortbrengt, wordt gebruikt voor het desinfecteren van voor menselijke consumptie bestemd water. Waar mogelijk streven de lidstaten, zonder dat evenwel de desinfectie in gevaar mag komen, naar een lagere waarde. Deze parameter wordt alleen gemeten indien dergelijke desinfectiemethoden worden toegepast.
6 Deze norm wordt van kracht op 12 januari 2036, voor die tijd geldt de norm van 50 microgram/L.
7 Met behulp van de methode zoals voorgeschreven in de Drinkwaterregeling moet het totaal aan cyanide in elke vorm worden bepaald.
8 Deze parameter wordt alleen gemeten wanneer desinfectiemethoden die HAA's kunnen voortbrengen, worden gebruikt voor het desinfecteren van voor menselijke consumptie bestemd water. Deze is de som van de volgende vijf representatieve stoffen: monochloor-, dichloor- en tricholoorazijnzuur, en mono- en dibroomazijnzuur
9 Nadere voorschriften ten aanzien van monitoring worden gegeven in de Drinkwaterregeling.
10 Deze parameter moet alleen worden gemeten in geval van potentiële bloei in bronwater (stijgende dichtheid van cyanobacteriële cellen of bloeipotentieel).
11 Ten aanzien van de concentraties nitraat en nitriet dient tevens te worden voldaan aan de voorwaarde dat [nitraat]/50 +[nitriet]/3 <1, waarbij de rechte haken de concentratie in mg/l uitdrukken, voor nitraat in NO3, en voor nitriet in NO2.
12 De gespecificeerde verbindingen zijn: pyreen, benzo(a)antraceen, benzo(ghi)peryleen, fenantreen, indeno(1,2,3-cd)pyreen, anthraceen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, chryseen en fluorantheen.
13 De gespecificeerde verbindingen zijn: PCB nr. 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180.
14 Onder pesticiden wordt verstaan: organische insecticiden, organische herbiciden, organische fungiciden, organische nematociden, organische acariciden, organische algiciden, organische rodenticiden, organische slimiciden en soortgelijke producten (onder meer groeiregulatoren). De norm van 0,1 μg/l geldt ook voor humaan toxicologisch relevante metabolieten, afbraak- en reactieproducten van pesticiden. Voor metabolieten van pesticiden en afbraak- of reactieproducten, die niet humaan toxicologisch relevant zijn, geldt een norm van 1,0 μg per liter.
15 Dit is de som van per- en polyfluoralkylstoffen die risicovol worden geacht in verband met voor menselijke consumptie bestemd water, en die zijn opgenomen in bijlage III, deel B, punt 3 van de Drinkwaterrichtlijn.
16 Er wordt een parameterwaarde van 30 μg/l toegepast voor regio’s waar de geologische omstandigheden tot hoge concentraties in het grondwater kunnen leiden.
17 De maximumwaarde geldt bij het gebruik van chloor(verbindingen) voor desinfectie; in de overige situaties geldt de maximumwaarde genoemd in Tabel IIIc bij gehalogeneerde alifatische koolwaterstoffen. De gespecificeerde verbindingen zijn: chloroform, bromoform, dibroomchloormethaan en broomdichloormethaan. De concentratie broomdichloormethaan mag niet hoger zijn dan 15 μg/l. De somwaarde van 25 μg/l geldt als 90 percentiel, met een maximum van 50 μg/l. Voor drinkwatervoorzieningen op mijnbouwinstallaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, geldt als somwaarde 100 μg/l, waarbij het gehalte broomdichloormethaan maximaal 60 μg/l mag zijn.
| Parameter | Maximum waarde (tenzij anders aangegeven) | Eenheid | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| Aeromonas (30 °C) | 1.000 | kve/100 ml | kve = kolonievormende eenheden |
| Ammonium | 0,20 | mg/l | |
| Bacteriën van de coligroep | 0 | kve/100 ml | |
| Chloride | 150 | mg/l | Jaargemiddelde. |
| Clostridium perfringens (inclusief sporen) | 0 | kve/100 ml | |
| DOC/TOC | Geen abnormale verandering | mg/l | 1 |
| Geleidingsvermogen | 125 bij 20 °C | mS/m | |
| Hardheid (totaal) | > 1 | mmol/l | Totale hardheid te berekenen als aantal mmol Ca2+ plus Mg2+/l. Normwaarde geldt uitsluitend bij toepassing van ontharding of ontzouting. Toetsing vindt plaats aan de 90 percentiel van de meetgegevens2 |
| Koloniegetal bij 22 °C | 100 | kve/ml | Geometrisch jaargemiddelde |
| Saturatie Index (SI) | > –0,2 | pH-eenheden | Jaargemiddelde. |
| Temperatuur | 25 °C | Geldt voor drinkwater | |
| Vrij chloor | 0,1 < mg/l < 0,3 | mg/l | 3 |
| Waterstofcarbonaat | > 60 | mg/l | |
| Zuurgraad | 7,0 < pH < 9,5 | pH-eenheden | |
| Zuurstof | >2 | mg/l |
Algemene opmerking: Het water mag niet agressief of corrosief zijn. Dit geldt in elk geval voor water dat een behandeling ondergaat, zoals demineralisatie, ontharding, membraanbehandeling of omgekeerde osmose.
1 Indien DOC/TOC (dissolved organic carbon/total organic carbon) niet wordt bepaald, dan dient de oxideerbaarheid met KMnO4 te worden bepaald (norm 5,0 mg/l O2).
2 Deze parameter geldt niet voor water als bedoeld in artikel 14 van het Warenwetbesluit Verpakte waters. Er kunnen minimumconcentraties van calcium en magnesium of van totaal opgeloste vaste stoffen in onthard of gedemineraliseerd water worden bepaald, rekening houdend met de kenmerken van water dat deze processen ondergaat.
3 Geldt alleen voor zover bij drinkwatervoorzieningen op mijnbouwinstallaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, natriumhypochloriet aan het drinkwater wordt toegevoegd ter desinfectie van het water. De contacttijd tussen het chloor en het water moet ten minste 30 minuten bedragen.
| Parameter | Maximum waarde | Eenheid | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| Aluminium | 200 | μg/l | Noot 1 |
| Geur | Aanvaardbaar voor de gebruikers en geen abnormale verandering | – | Noot 2 |
| Kleur | 20 | mg/l Pt/Co | |
| IJzer | 200 | μg/l | |
| Mangaan | 50 | μg/l | |
| Natrium | 150 | mg/l | Jaargemiddelde (maximum 200 mg/l) |
| Smaak | Aanvaardbaar voor de gebruikers en geen abnormale verandering | – | Noot 2 |
| Sulfaat | 150 | mg/l | |
| Troebelingsgraad | 4 (tap) 1 (af pompstation) | FTE | FTE = formazine troebelingseenheden Noot 3. |
| Zink | 3,0 | mg/l | Na > 16 uur stilstand |
Algemene opmerking: Het water mag niet agressief of corrosief zijn. Dit geldt in elk geval voor water dat een behandeling ondergaat, zoals demineralisatie, ontharding, membraanbehandeling of omgekeerde osmose.
Noten:
1) Bij (dreigende) overschrijding van een waarde voor aluminium van 30 μg/l dient dit aan de inspecteur gemeld te worden in verband met het eventueel gebruik van het drinkwater voor nierdialyse.
2) Analyse kan kwalitatief worden uitgevoerd. Indien het resultaat positief is dient een kwantitatieve analyse te worden uitgevoerd, bijvoorbeeld volgens de verdunningsmethode.
3) In aanvulling op de kwantitatieve eis geldt dat de troebelingsgraad aanvaardbaar voor de gebruikers dient te zijn en geen abnormale veranderingen mag vertonen.
| Parameter | Maximum waarde | Eenheid | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| AOX | – | μmol X/l | |
| Aromatische aminen | 1 | μg/l | Indien metaboliet van pesticiden dan 0,1 μg/l. Noot 2 |
| (Chloor)fenolen | 1 | μg/l | Indien metaboliet van pesticiden dan 0,1 μg/l Noot 2 |
| Diglyme(n) | 1 | μg/l | |
| Ethyl tert-butyl ether (ETBE) | 1 | μg/l | |
| Gehalogeneerde monocyclische koolwaterstoffen | 1 | μg/l | Noot 4 |
| Gehalogeneerde alifatische koolwaterstoffen | 1 | μg/l | Noot 4 |
| Methyl tert-butyl ether (MTBE) | 1 | μg/l | |
| Monocyclische koolwaterstoffen / aromaten | 1 | μg/l | Noot 4 |
| Overige antropogene stoffen | 1 | μg/l | Noot 3 |
Noten:
1) Deze kwaliteitseisen zijn bedoeld voor het signaleren van mogelijke verontreinigingen. Wanneer de aangegeven waarde (1 μg/l) wordt gemeten zal er nader onderzoek plaatsvinden overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van het Drinkwaterbesluit. Deze parameters (als groep) zijn bedoeld om de kwaliteit van de bron te bewaken.
2) Metabolieten van pestciden, welke in humaan toxicologisch opzicht relevant zijn, vallen onder tabel II van deze bijlage. Voor de overige metabolieten geldt een norm van 1,0 μg/l (zie tabel II noot 7).
3) Met deze parameter worden stoffen bedoeld die niet behoren tot de andere parameters in deze tabel maar welke een bedreiging voor de drinkwatervoorziening kunnen zijn.
4) Voor enkele individuele stoffen uit deze parametergroep geldt ook een maximale waarde in tabel II.
| Parameter | Parameterwaarde | Eenheid | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| Radon | 100 | Bq/l | Noot 1, 3 |
| Tritium | 100 | Bq/l | Noot 2, 3 |
| Indicatieve Dosis | 0,10 | mSv | Noot 3 |
Noot 1:
a. De lidstaten mogen voor radon een niveau bepalen dat niet mag worden overschreden en waaronder de optimalisering van de bescherming wordt voortgezet, zonder dat de watervoorziening op nationale of regionale schaal in gevaar wordt gebracht. Het niveau dat een lidstaat bepaalt ligt tussen 100 Bq/l en 1.000 Bq/l. Ter vereenvoudiging van de nationale wetgeving kunnen de lidstaten ervoor kiezen de parameterwaarde op dit niveau af te stemmen. Nederland legt op basis van bestaande metingen de grens op 100 Bq/L (uit eerdere monitoringsonderzoeken blijkt dat de maximale radonconcentratie in ruw water en drinkwater <20 Bq/L is).
b. Wanneer de radonconcentraties 1.000 Bq/l overschrijden worden remediërende maatregelen zonder meer billijk geacht om redenen van stralingsbescherming. Dit is tot nu toe in Nederland niet aan de orde. Indien nodig is de praktische maatregel: beluchten.
Noot 2: Hoge tritiumniveaus kunnen duiden op andere kunstmatige radionucliden. Als de tritiumconcentratie de parameterwaarde ervan overschrijdt, is een analyse van de aanwezigheid van andere kunstmatige radionucliden noodzakelijk. Dit is geregeld in de Drinkwaterregeling en, in samenhang daarmee, de desbetreffende richtlijn van de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: ILT).
Noot 3: De wijze van monitoring en berekening van de indicatieve dosis is geregeld in de Drinkwaterregeling en, in samenhang daarmee, de desbetreffende richtlijn van de ILT.
Bijlage B. behorend bij hoofdstuk 5 van het Drinkwaterbesluit
Ten aanzien van de organisatie, maatregelen, verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van een drinkwaterbedrijf bevat het leveringsplan in ieder geval:
-
- Algemene gegevens:
- a). Begripsomschrijvingen
- b). Een beschrijving van de wijze waarop de totstandkoming, actualisering, vaststelling en verspreiding van het leveringsplan is gewaarborgd.
- c). Contactgegevens voor de verantwoordelijke functionarissen voor het leveringsplan.
- d). Beschrijving van de relaties tussen het leveringsplan en eventuele andere bedrijfsplannen van het drinkwaterbedrijf.
- e). Een toekomstvisie conform artikel 46 zoals:
- i. Behoefteprognose voor een periode van 10 jaar
- ii. Planning ter veiligstelling van de drinkwatervoorziening gesplitst naar winning, zuivering en distributie voor een periode van 10 jaar.
- f). Een verzendlijst.
-
- Leveringsparagraaf niet-verstoorde omstandigheden
- a). Aanpak van het voldoen aan de leveringsverplichtingen in niet-verstoorde omstandigheden
-
- Verstoringsparagraaf
- a). Een overzicht van de administratieve en organisatorische gegevens van het drinkwaterbedrijf, zoals:
- i. Vestigingsplaatsen
- ii. Organisatieschema met verantwoordelijkheden en autorisaties
- b). Een schematisch overzicht van technische gegevens van het drinkwaterbedrijf, zoals: Een verstorings-risicoanalyse zoals bedoeld in artikel 47 met in ieder geval de onder c) tot en met j) beschreven gegevens, analyses en maatregelen.
- i. Overzicht van winning- en productielocaties
- ii. Overzicht van het transport en distributienet, inclusief koppelingen met naburige bedrijven
- iii. Overzicht van de capaciteit en levering onder niet-verstoorde omstandigheden
- iv. Overzicht van de beschikbare reservecapaciteit en koppelingsregelingen met andere drinkwaterbedrijf voor gebruik bij verstoringen
- v. Verstoringsregistratie
- c). Inventarisatie en analyse van de bestaande en te verwachte dreigingen voor de openbare drinkwatervoorziening
- d). Algemeen beleid inzake weerstandsverhoging tegen deze dreigingen en de gemaakte keuze hoe deze dreigingen worden ondervangen (verdeling over preventie, preparatie, respons, nazorg en restrisico’s)
- e). Beschrijving van de op grond van de verstorings-risicoanalyse getroffen beveiligingmaatregelen, zoals:
- i. Opzet en onderhoud van de organisatorische beveiligingsmaatregelen; dit pakket aan maatregelen bevat ten minste:
- –. de aanwijzing van een beveiligingsdeskundige die belast is met de uitvoering en de naleving van de beveiligingsmaatregelen
- –. de aanwijzing van een plaatsvervanger van de beveiligingsdeskundige
- –. een plan voor de interne beveiligingsorganisatie
- –. een plan voor de externe beveiligingsorganisatie
- –. een evaluatieprogramma om de doeltreffendheid van de beveiligingsmaatregelen te kunnen beoordelen
- –. Het plan voor de externe beveiligingsorganisatie wordt opgesteld in afstemming met de voor de openbare orde en openbare veiligheid verantwoordelijke diensten
- ii. Opzet en onderhoud van de personele maatregelen; dit pakket bevat maatregelen die weerstand bieden aan de dreigingen uit de verstorings-risicoanalyse
- iii. Opzet en onderhoud van de bouwkundige en technische beveiligingsmaatregelen; dit pakket aan maatregelen bevat maatregelen die ten minste vertraging bieden tegen de dreigingen uit de verstorings-risicoanalyse
- iv. Opzet en inhoud van de elektronische beveiligingsmaatregelen; dit pakket aan maatregelen bevat maatregelen die ten minste de dreigingen uit de verstorings-risicoanalyse kunnen signaleren
- v. Opzet en onderhoud van de informatie beveiligingsmaatregelen; dit pakket aan maatregelen bevat maatregelen die ten minste weerstand bieden tegen de dreigingen uit de verstorings-risicoanalyse.
- f). Beschrijving van de op grond van de verstorings-risicoanalyse getroffen verstoringsmaatregelen, zoals:
- i. Beschrijving van de algemene werkwijze bij verstoringen
- –. Opbouw en inrichting van de verstoringsorganisatie
- –. Functionele invulling van de verstoringsorganisatie
- –. Beschrijving van het systeem van melding en alarmering
- –. Beschrijving van het systeem van opschaling
- –. Beschrijving van de hersteldienst
- –. Schematisch overzicht van de alle bij een verstoring betrokken partijen
- ii. Beschrijving van de specifieke verstoringsbestrijdingsplannen
- g). Beschrijving van de strategie inzake communicatie bij verstoringen
- h). Beschrijving van de strategie, het gekozen concept, de organisatie en de middelen voor de inrichting van de nooddrinkwatervoorziening
- i). Beschrijving van de strategie inzake de noodwatervoorziening
- j). Beschrijving van de afhandeling van de evaluatie na een verstoring.
-
- Paragraaf risicobeheer watervoorzieningssysteem. Paragraaf risicobeheer watervoorzieningssysteem als bedoeld in artikel 46a, zesde lid, en artikel 53, eerste lid, van het Drinkwaterbesluit met een beschrijving van:
- a). de risicobeoordeling van het watervoorzieningssysteem, bedoeld in artikel 9, tweede en vijfde lid, van de Drinkwaterrichtlijn en
- b). de controlemaatregelen, programma’s en overige handelingen in het kader van het risicobeheer van het watervoorzieningssysteem, bedoeld in artikel 9, derde en vierde lid, van de Drinkwaterrichtlijn.
-
- Een beschrijving van het lekverliesverlies en de mogelijkheden om deze terug te dringen, met gebruikmaking van de meetmethode «Infrastructural leakage index (ILI)» of een andere door Onze Minister aangewezen geschikte methode, overeenkomstig artikel 4, derde lid, van de Drinkwaterrichtlijn.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 47a. Geïntegreerde aanpak risicoanalyse en risicobeheer
Met het oog op een doelmatige uitvoering kunnen:
- a. de risicobeoordeling van het watervoorzieningssysteem, bedoeld in artikel 46a, en de verstoringsrisicoanalyse, bedoeld in artikel 47, geïntegreerd worden voorbereid en uitgevoerd;
- b. de paragraaf risicobeheer watervoorzieningssysteem, bedoeld in artikel 46a, en de verstoringsparagraaf, bedoeld in artikel 47, geïntegreerd worden voorbereid en opgenomen in het leveringsplan, bedoeld in artikel 53, en geïntegreerd worden uitgevoerd.
§ 6.1. Prestatievergelijking
§ 6.2. Verslag prestatievergelijking
Hoofdstuk 7. Maatregelen in het belang van de volksgezondheid
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen en overgangsrecht
Bijlage C. behorend bij artikel 6 van het Drinkwaterbesluit
De gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet wordt vastgesteld met behulp van de onderstaande formule
rTV = rVV x (1 – EV) + rEV x EV;
waarbij:
rTV = gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet;
rVV = vergoeding voor vreemd vermogen;
rEV = vergoeding voor eigen vermogen;
EV = aandeel eigen vermogen in het totaal van eigen en vreemd vermogen1De waarde voor het aandeel eigen vermogen wordt gebaseerd op een financieringsstructuur die als redelijk wordt beschouwd voor de drinkwaterbedrijven, gegeven de situatie op de financiële markt. Deze waarde kan afwijken van het werkelijk aandeel eigen vermogen van de bedrijven..
De vergoeding vreemd vermogen (rVV) en de vergoeding eigen vermogen (rEV) worden als volgt bepaald2De waarden van de in de formules genoemde parameters voor de bepaling van rVV en rEV zijn afhankelijk van de ontwikkelingen op de financiële markt. De bepaling van deze waarden zal plaatsvinden op basis van een analyse ten behoeve van de vaststelling van de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet. Ter illustratie het volgende rekenvoorbeeld. Stel rr is gelijk aan 4%, ro is gelijk aan 0,5%, rm is gelijk aan 9% en βEVis gelijk aan 0,5, dan volgt dat rVV is gelijk aan 4,5% en rEV is gelijk aan 6,5%. Bij EV is gelijk aan 40%,volgt: rTV = 4,5% x 0,6 + 6,5% x 0,4 = 5,3%.:
rVV = rrvv + ro;
rEV = rrev + βEV(mrp);
waarbij:
rr = risicovrije rente, inclusief inflatie;
ro = rente-opslag;
mrp = marktrisicopremie3De marktrisicopremie is het verschil tussen het verwachte rendement dat beleggers eisen voor het investeren in de marktportefeuille en de risicovrije rente.;
βEV = De equity bèta is een maat voor het marktrisico dat een investeerder loopt door te investeren in de aandelen van een specifieke onderneming ten opzichte van het risico van het investeren in de marktportefeuille.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)