Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs voor het schooljaar 2011–2012

Type ZBO-regeling
Publication 2012-02-01
State In force
Source BWB
artikelen 26
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Ontslag op grond van artikel 8 per of na de laatste schooldag van een schooljaar wordt getoetst als zijnde een ontslag per 1 augustus van het volgend schooljaar. Een ontslag op grond van artikel 8 per een andere datum voorafgaand aan de laatste schooldag van een schooljaar wordt per deze andere datum getoetst.

8.6. Inspanningsverplichting

Bij een ontslag op grond van artikel 8 dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie III en IV.

Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 8, stelt:

Categorie III hulp bij behoud van werk, intern

Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)

Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)

Toelichting op artikel 8

8.2. Kwalitatieve frictie

In dit artikel is per soort kwalitatieve frictie aangegeven op welke wijze de kwalitatieve frictie kan worden aangetoond.

8.2.1. Verschuivingen tussen onderwijzend personeel

Ook binnen het primair onderwijs is sprake van vakleerkrachten. Te denken is aan de leerkrachten welke onderwijs geven in de vakken handvaardigheid en lichamelijke opvoeding. Om deze reden wordt in dit artikel gevraagd om de aantallen leerlingen per vak. De bedoelde overzichten dienen aan te tonen dat het bevoegd gezag niet anders kon dan tot ontslag over te gaan van een vakleerkracht of juist een groepsleerkracht. Vervolgens toont het bevoegd gezag overeenkomstig artikel 5 aan hoe het tot de keus van deze persoon is gekomen.

8.2.2. Verschuivingen tussen verschillende soorten personeel

De bedoelde onderbouwing dient aan te tonen dat het bevoegd gezag niet anders kon dan tot ontslag over te gaan van een lid van de ene soort personeel, om ruimte te maken voor een lid van een andere soort personeel. Vervolgens toont het bevoegd gezag overeenkomstig artikel 5 aan hoe het tot de keus van deze persoon is gekomen.

Bij een vacature directeur die tijdelijk wordt ingevuld door het beleggen van de directietaken bij de adjunct-directeur, dan wel de plaatsvervanger, en het tijdelijk aanstellen van een leerkracht voor de lesgevende taken, kan het ontslag van de tijdelijke leerkracht op basis van dit artikel gemeld worden. Met behulp van artikel 5 toont het bevoegd gezag aan dat er op de ontslagdatum geen vacature voor deze leerkracht beschikbaar is.

8.3. Natuurlijk verloop en andere ontslagen

Ten gevolge van natuurlijk verloop en andere ontslagen komt formatieruimte beschikbaar. Om deze reden betrekt het bevoegd gezag het natuurlijk verloop en andere ontslagen bij de melding. Hierbij kan worden volstaan met het natuurlijk verloop en andere ontslagen dat zich in de in artikel 8.2 bedoelde situatie heeft voorgedaan.

Artikel 9. : Overige ontslaggronden

Overige gronden voor toewijzing van het vergoedingsverzoek kunnen zijn:

Artikel 10

Vervallen

Toelichting op artikel 10

Er zijn geen toelichtingen.

Artikel 11. : Schoonmaakpersoneel/personeel Centrale Dienst

11.1. Ontslaggrond

Ontslag van schoonmaakpersoneel, anders dan op grond van artikel 9, kan grond zijn voor toewijzing van een vergoedingsverzoek. Ontslag van schoonmaakpersoneel doet zich voor indien blijkt dat de materiële instandhouding op het niveau van het bevoegd gezag over twee opeenvolgende jaren, inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, vermindert of is verminderd met een omvang die tenminste gelijk is aan de nettoloonkosten op jaarbasis van het ontslagen personeelslid.

Het bevoegd gezag overlegt een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 11, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.

Beëindigingovereenkomst

In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 11 aan betrokkene is kenbaar gemaakt, kan het bevoegd gezag ook een afschrift van een beëindigingovereenkomst overleggen waaruit tenminste blijkt dat:

Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 11, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.

11.2. Toetsingsmoment

Omdat de materiële instandhouding op basis van kalenderjaar wordt toegekend, wordt de vergoeding per 31 december vergeleken met de vergoeding per 1 januari opvolgend.

11.3. Ontslagmoment

Het ontslag van schoonmaakpersoneel wordt vaak met ingang van een volgend schooljaar geëffectueerd. Er bestaan derhalve drie mogelijkheden:

11.4.1. Ontslag per 1 augustus volgend op de daling

Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 augustus 2011 volgend op de daling wordt de materiële instandhouding over de jaren 2010 en 2011 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2011 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2010, inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.

11.4.2. Ontslag per 1 augustus voorafgaand aan een verwachte daling

Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 augustus 2011 voorafgaand aan een verwachte daling wordt de materiële instandhouding over de jaren 2011 en 2012 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2012 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2011 inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.

11.4.3. Ontslag per 1 januari, op het moment van de daling

Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 januari 2011 het moment van de daling, wordt de materiële instandhouding over de jaren 2011 en 2012 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2012 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2011, inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.

11.5.1. Natuurlijk verloop en andere ontslagen

Als gevolg van natuurlijk verloop en andere ontslagen komt budget beschikbaar. Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder I bedoeld ontslag wordt daarom de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2010 tot en met de datum van het ontslag betrokken.

11.5.2. Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder II bedoeld ontslag wordt de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 februari 2011 tot en met 1 januari 2012 betrokken.

11.5.3. Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder III bedoeld ontslag wordt de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2011 tot en met 1 januari 2012 betrokken. Indien er sprake is van een daling in het budget wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen op deze daling in mindering gebracht. In het geval dat er sprake is van een stijging in het budget wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen bij deze stijging opgeteld.

11.6. Benodigde gegevens

Ter beoordeling van een ontslag als bedoeld in het eerste lid, overlegt het bevoegd gezag afhankelijk van de onder artikel 11.3 genoemde mogelijkheden:

11.7. Inspanningsverplichting

Bij een ontslag op grond van artikel 11 dient het bevoegd gezag te voldoen aan categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in het kader van de inspanningsverplichting aan een ontslag op grond van artikel 11, stelt:

Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)

Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)

Toelichting op artikel 11

Dit artikel is ook van toepassing op het ontslag van personeel bij een Centrale Dienst.

11.3. Ontslagmoment

Indien het ontslag op een andere datum dan 1 januari of 1 augustus wordt geëffectueerd, geeft het bevoegd gezag aan welke daling aan het ontslag ten grondslag ligt en waarom betrokkene niet langer in dienst gehouden kan worden.

Artikel 12. Vormvoorschriften

12.1. Ter uitwerking van de in dit reglement opgenomen bepalingen omtrent toetsing van het ontslag worden door het bevoegd gezag de volgende formulieren gehanteerd en toelichtingen verstrekt:

De melding van een ontslag genoemd in artikel 7, 7A of 7B bestaat uit:

De melding van ontslag genoemd in artikel 8 bestaat uit:

De melding van een ontslag genoemd in artikel 9 bestaat uit:

De melding van een ontslag genoemd in artikel 11 bestaat uit:

Bij de melding van ontslagen op grond van het genoemde in artikel 7, 7A of 7B, 8, 9 en 11, dienen eveneens de op de betreffende formulieren genoemde bijlagen te zijn gevoegd.

12.2. Afspraken

Indien er afspraken zijn gemaakt tussen het bevoegd gezag en betrokkene over:

wordt hier tevens opgave van gedaan bij de melding van ontslag op grond van het genoemde in artikel 7, 7A, 7B, 8, 9 en 11.

Uitgangspunt is dat alle informatie die het Participatiefonds in het kader van de instroomtoets van het bevoegd gezag ontvangt, wordt meegewogen in de beoordeling van het vergoedingsverzoek.

Artikel 13

Vervallen

Toelichting op artikel 12–13

Er zijn geen toelichtingen.

Artikel 14. Nieuwe feiten en omstandigheden

14.1. Indien aan het Participatiefonds na het afgeven van de beschikking blijkt dat de beslissing genomen is op basis van onjuiste informatie, houdt zij zich het recht voor om de beslissing te herzien.

14.2. Het bevoegd gezag doet schriftelijk melding van feiten en omstandigheden welke ten tijde van het nemen van de beslissing niet bekend waren of konden worden geacht en van zodanige aard zijn dat zij tot een andere beslissing aanleiding kunnen geven.

Toelichting op artikel 14

Er zijn geen toelichtingen.

Artikel 15. Medewerking controle

Het bevoegd gezag is verplicht alle medewerking te verlenen aan een controle door of namens het Participatiefonds welke gericht is op de beoordeling van de rechtmatigheid van een melding. Het bevoegd gezag draagt zorg voor een administratie welke op een centraal punt is in te zien en geeft hier desgevraagd inzage in voor zover relevant en betrekking hebbend op de melding.

Toelichting op artikel 15

De in artikel 15 bedoelde administratie dient het bevoegd gezag gedurende een periode van vijf jaar te bewaren.

Deel 4. Zelfstandig wachtgeldbeleid

Artikel 16 tot en met 25

Vervallen

Toelichting op artikel 16 tot en met 25

Voor de huidige deelnemers aan zelfstandig wachtgeldbeleid blijft artikel 2 van het Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs 1998–1999 voor onbepaalde tijd van toepassing.

Deel 5. Slotbepalingen

Artikel 26

Vervallen

Artikel 27. Toelichting en bestuursvoorschriften

27.1. Aan dit reglement is een toelichting toegevoegd die deel uitmaakt van het reglement.

27.2. Het Participatiefonds hanteert bestuursvoorschriften waarin de belangrijkste uitvoeringstechnische verplichtingen voor bevoegde gezagsorganen zijn neergelegd.

Artikel 28. Wijziging of afwijking van het reglement

28.1. Het bestuur van het Participatiefonds is gerechtigd dit reglement op ieder moment aan te passen indien daar aanleiding toe is.

28.2. Om zwaarwegende redenen kan het bestuur van het Participatiefonds afwijken van hetgeen in het reglement gesteld is.

Artikel 29. Onvoorziene omstandigheden

In gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist het bestuur van het Participatiefonds.

Artikel 30. Wijziging voorgaand reglement

Wijzigt het Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs voor het schooljaar 2010–2011.

Artikel 31. Citeertitel

Dit reglement kan worden aangehaald als het ‘Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs voor het schooljaar 2011–2012’.

Artikel 32. Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2011 en heeft betrekking op ontslagen die zijn of worden geëffectueerd in de periode van 1 augustus 2011 tot en met 31 juli 2012. Dit reglement is voor onbepaalde tijd van kracht.

Artikel 33. Bekendmaking

Dit reglement wordt bekendgemaakt middels toezending aan de betrokken bevoegde gezagsorganen, vermelding in het publicatieblad Rentree van het Participatiefonds en plaatsing op de internetsite van het Participatiefonds. Van de bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Toelichting op artikel 26–33

Er zijn geen toelichtingen.

Adressen

Bestuur en bestuursbureau Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs

Blaak 22, 3011 TA Rotterdam

telefoon 010-217 76 40

fax 010-214 13 58

www.vfpf.nl

secretariaat@vfpf.org

Premies en zelfstandig wachtgeldbeleid

Uitvoeringsorganisatie Participatiefonds, Heerlen

Postbus 4839, 6401 JM Heerlen

telefoon 045-579 81 03

fax 045-579 34 82

www.vfpf.nl

helpdesk@vfpf.nl

Instroomtoets

Uitvoeringsorganisatie Participatiefonds, Zoetermeer

Postbus 870, 2700 AW Zoetermeer

telefoon 079-323 24 20

fax 079-323 38 54

www.instroomtoets.nl

Afdeling Casemanagement Re-integratie

Postbus 2460, 3000 CL Rotterdam

telefoon 010-217 76 30

fax 010-271 16 85

www.vfpf.nl

casemanagement@vfpf.org

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)