← Geldende tekst · Geschiedenis

Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP)

Geldende tekst a fecha 2015-11-03

Deel I. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen voor de delen I, II en III

Artikel 1.01. Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

Artikel 1.02. Wijzigingen door voorschriften van tijdelijke aard

De Centrale Commissie voor de Rijnvaart kan voorschriften van tijdelijke aard aannemen, wanneer het voor een aanpassing aan de technische ontwikkeling van de binnenscheepvaart noodzakelijk wordt geacht om in dringende gevallen afwijkingen van dit reglement toe te laten dan wel proefnemingen mogelijk te maken, waardoor de veiligheid en de vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer niet worden aangetast. Deze voorschriften van tijdelijke aard worden door de bevoegde autoriteit gepubliceerd en hebben een geldigheidsduur van ten hoogste drie jaren. Zij worden in alle Rijnoeverstaten en België op hetzelfde tijdstip in werking gesteld en worden onder dezelfde voorwaarden buiten werking gesteld.

Artikel 1.03. Dienstinstructies

In het belang van een eenvoudige en uniforme toepassing van het onderhavige reglement kan de Centrale Commissie voor de Rijnvaart dienstinstructies vaststellen. De bevoegde autoriteiten dienen zich aan deze dienstinstructies te houden.

Deel II. Bemanningsvoorschriften

Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen voor deel II

Artikel 2.01. Toepassingsgebied
Artikel 2.02. Algemeen

Hoofdstuk 3. Voorschriften voor alle typen schepen

Paragraaf 1. : Bepalingen betreffende de bekwaamheden van de bemanningsleden

Artikel 3.01. Beschrijving van de bekwaamheden

Tot de leden van de bemanning behoren de dekbemanning en het machinekamerpersoneel. Leden van de dekbemanning zijn de deksman, de lichtmatroos (scheepsjongen), de matroos, de matroos-motordrijver, de volmatroos, de stuurman en de schipper. Het machinekamerpersoneel bestaat uit de machinist.

Subparagraaf 1. : Voorwaarden voor het verkrijgen van de bekwaamheid

Artikel 3.02. Voorwaarden voor de bekwaamheid

De leden van de bemanning moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:

Houders van een groot patent, een overeenkomstig Richtlijn 96/50/EG afgegeven vaarbewijs, een vaarbewijs als bedoeld in bijlage I van Richtlijn 91/672/EEG of een aan het grote patent als gelijkwaardig erkende vaarbevoegdheidsbewijs mogen naast de functie van stuurman ook de functies van lichtmatroos, matroos, volmatroos en matroos-motordrijver uitoefenen.

Artikel 3.03. Lichamelijke en geestelijke geschiktheid van debemanningsleden
Artikel 3.04. Regelmatige controle van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid

Het bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid moet vernieuwd worden door het overleggen van een medische verklaring overeenkomstig bijlage B2 of een door de CCR als gelijkwaardig erkende medische verklaring, die niet ouder dan drie maanden mag zijn:

Subparagraaf 2. : Wijze van aantonen van bekwaamheid

Artikel 3.05. Bewijs van bekwaamheid
Artikel 3.06. Dienstboekje
Artikel 3.07. Verlies van de geldigheid van het dienstboekje

Subparagraaf 3. : Vaartijd

Artikel 3.08. Berekening van de vaartijd

Als één jaar vaartijd gelden 180 effectieve vaardagen in de binnenvaart. Binnen een periode van 365 opeenvolgende dagen kunnen maximaal 180 dagen als daadwerkelijke vaartijd worden meegerekend. 250 vaardagen in de zee- en kustvaart alsmede de visserij gelden als één jaar vaartijd.

Artikel 3.09. Bewijs van vaartijd en reizen op bepaalde riviergedeelten

Paragraaf 2. : Verplichte rusttijd

Artikel 3.10. Exploitatiewijzen
Artikel 3.11. Verplichte rusttijd
Artikel 3.12. Wisseling of herhaling van exploitatiewijze
Artikel 3.13. Vaartijdenboek – Tachograaf

Paragraaf 3. : Minimumbemanning aan boord

Artikel 3.14. Uitrusting van schepen
Artikel 3.15. Minimumbemanning van motorschepen en duwboten
Groep Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2
Groep Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A2 A2 B B B
Groep Groep Bemanningsleden S1 S1 S2 S1 S2 S1 S1 S2
1 L ≤ 70 m schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos 1 – – 1 – 2 – – – – 2 – – 1 11) 2 – – – 21)3)
2 70 m < L ≤ 86 m schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos 1 of – 1 – – 1 – – 1 1 1 – – 1 1 2 – – – 11) 2 – – 2 – 2 – – 1 1
3 L > 86 m schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos 1 of 1 – 1 – 1 1 – – 2 1 1 – – 1 2 – – 1 11) 2 – – – 21) 2 of 1 – 2 – 2 12) – 1 – 2 1 – 1 1
Artikel 3.16

Minimumbemanning van hechte samenstellen en andere hechte samenstellingen

Groep Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2
Groep Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A2 A2 B B B B B
Groep Groep Bemanningsleden S1 S1 S2 S1 S2 S1 S1 S2 S2 S2
1 afmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 m schipper 1 2 2 2 2
1 afmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 m stuurman
1 afmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 m volmatroos
1 afmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 m matroos 1 1
1 afmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 m lichtmatroos 11) 21)3) 21)3)
1 afmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 m machinist of matroos-motordrijver
2 afmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 m schipper 1 of 1 1 2 2 2 2
2 afmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 m stuurman
2 afmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 m volmatroos 1
2 afmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 m matroos 1 1 2 1 1
2 afmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 m lichtmatroos 1 1 11) 1 1
2 afmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 m machinist of matroos-motordrijver
3 duwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 m schipper 1 of 1 1 2 2 2 of 2 2 2
3 duwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 m stuurman 1 1 1 1 12) 1 1
3 duwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 m volmatroos
3 duwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 m matroos 1 1 2 1 1 1
3 duwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 m lichtmatroos 2 1 11) 21) 1 1
3 duwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 m machinist of matroos-motordrijver
4 duwboot + 2 duwbakken) motorschip + 1 duwbak) schipper 1 1 2 2 2 of 2 2 of 2 of 2
stuurman 1 1 1 12) 1 1 12)
volmatroos 1 1 1 1
matroos 1 2 2 2
lichtmatroos 11) 21) 11) 21) 1 1 1
machinist of matroos-motordrijver 1 1 1
5 duwboot + 3 of 4 duwbakken) motorschip + 2 of 3 duwbakken) schipper 1 of 1 1 2 2 2 of 2 2 of 2 of 2
5 duwboot + 3 of 4 duwbakken) motorschip + 2 of 3 duwbakken) stuurman 1 1 1 1 12) 1 1 12)
5 duwboot + 3 of 4 duwbakken) motorschip + 2 of 3 duwbakken) volmatroos 1 1 1 1
5 duwboot + 3 of 4 duwbakken) motorschip + 2 of 3 duwbakken) matroos 2 1 1 2 2 2
5 duwboot + 3 of 4 duwbakken) motorschip + 2 of 3 duwbakken) lichtmatroos 2 1 11) 21) 11) 2 2 1
5 duwboot + 3 of 4 duwbakken) motorschip + 2 of 3 duwbakken) machinist of matroos-motordrijver 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
6 duwboot + meer dan 4 duwbakken*) schipper 1 of 1 1 2 2 2 of 2 2 of 2 of 2
stuurman 1 1 1 1 12) 1 1 12)
volmatroos 1 1 1 1 1
matroos 3 2 1 3 1 3 3 1 1 1
lichtmatroos 2 1 11) 21) 11) 1 1 21)
machinist of matroos-motordrijver 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
Artikel 3.17. Minimumbemanning van passagiersschepen
Groep Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2
Groep Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A2 A2 B B
Groep Groep Bemanningsleden S1 S2 S1 S2 S1 S2
1 Toegestaan aantal passagiers tot en met 75 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 – – 1 – – 2 – – 1 – – 2 – – 2 – – 2 – 1 – 1 –
2 Toegestaan aantal passagiers van 76 tot en met 250 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 of – – 1 1 – 1 – – – – 1 1 – – 1 1 – 2 – – – 11) 1 2 – – 1 11) 1
3 Toegestaan aantal passagiers van 251tot en met 600 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 of – 1 – – 1 1 – 1 – 2 – 1 – 1 – 1 – 2 – – 1 – 1 2 – – – 1 1 3 – – 1 – 1 3 – – – 1 1
4 Toegestaan aantal passagiers van 601 tot en met 1000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 1 – 1 11) 1 1 1 – – 21) 1 2 – – 2 – 1 2 – 1 – 1 1 3 – – 2 – 1 3 – 1 – 1 1
5 Toegestaan aantal passagiers van 1001 tot en met 2000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 2 of – – 3 – 1 2 – – 2 2 1 2 – 1 1 1 1 2 – – 3 11) 1 2 – 1 1 21) 1 3 – – 3 11) 1 3 – 1 1 21) 1
6 Toegestaan aantal passagiers meer dan 2000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 2 – – 3 11) 1 2 – 1 1 21) 1 2 – – 4 – 1 2 – 1 2 1 1 3 – – 4 11) 1 3 – 1 2 21) 1
Groep Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2
Groep Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A2 A2 B B
Groep Groep Bemanningsleden S1 S1 S2 S1 S2 S1 S2
1 Toegestaan aantal passagiers van 501 tot en met 1000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver2) 1 1 1 1 - 2 1 1 1 – 1 2 2 – 1 1 – 2 2 – 1 – 1 2 3 – 1 1 – 3 3 – 1 – 1 3
2 Toegestaan aantal passagiers van 1001 tot en met 2000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver2) 2 of – – 3 – 3 2 – – 2 2 3 2 – 1 1 1 3 2 – – 3 11) 3 2 – 1 1 21) 3 3 – – 3 11) 3 3 – 1 1 21) 3
Groep Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2
Groep Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A2 A2 B B
Groep Groep Bemanningsleden S1 S1 S2 S1 S2 S1 S2
1 Toegestaan aantal bedden: tot en met 50 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 – 1 – – 1 1 – – – 2 1 2 – – 1 – 1 2 – – – 1 1 3 – – 1 – 1 3 – – – 1 1
2 Toegestaan aantal bedden: van 51 tot en met 100 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 1 – 1 – 1 1 1 – – 1 1 2 – – 1 – 1 2 – – – 1 1 3 – – 1 – 1 3 – – – 1 1
3 Toegestaan aantal bedden meer dan 100 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 of 1 – 2 – 1 1 1 – 1 2 1 1 1 – 1 1 1 2 – – 3 – 1 2 – 1 1 1 1 3 – – 3 – 1 3 – 1 1 1 1
Artikel 3.18. Afwijking van de in artikel 3.14 voorgeschreven uitrusting
Artikel 3.19. Minimumbemanning van overige vaartuigen
Artikel 3.20. Minimumbemanning voor zeeschepen
Artikel 3.21. Minimumbemanning voor kanaalspitsen

De bepalingen van hoofdstuk 3 zijn niet van toepassing op kanaalspitsen. Desalniettemin moet de bemanning ten minste bestaan uit:

Artikel 3.22. Minimumbemanning voor pleziervaartuigen

De bepalingen van hoofdstuk 3 zijn niet van toepassing op pleziervaartuigen.

Desalniettemin moet de bemanning ten minste bestaan uit:

Artikel 3.23. Uitzondering

Voor de vaart beneden het Spijksche Veer (km 857,40) kan, voor zover de Duits-Nederlandse grens tijdens de vaart noch in de ene, noch in de andere richting wordt overschreden, worden volstaan met de toepassing van de voorschriften van de Nederlandse ‘Binnenvaartwet’ (Staatsblad 2007, Nummer 498).

Hoofdstuk 4. Aanvullende voorschriften voor het voorgeschreven veiligheidspersoneel aan boord van schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren

Artikel 4.01. Verwijzing naar de bepalingen van het ADN

Aan boord van schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren, moet een persoon houder zijn van een verklaring van deskundigen volgens het model van randnummer 8.6.2. van het ADN, overeenkomstig de randnummers 7.1.3.15 en 7.2.3.15 van het ADN.

Hoofdstuk 4a. Aanvullende voorschriften voor de kennis van de bemanningsleden van schepen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken

Artikel 5.01. Veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen

Paragraaf 1. : Eisen voor het verkrijgen van, en het bewijs van bekwaamheid

Artikel 5.02. Deskundige voor de passagiersvaart

De deskundige voor de passagiervaart moet ten minste 18 jaar zijn en de vereiste bekwaamheid bezitten. Deze wordt geacht aanwezig te zijn, indien de betreffende persoon:

Artikel 5.03. Basisopleiding voor deskundigen

Personen die de taak als deskundige in de zin van artikel 5.02 moeten waarnemen, moeten voor het verkrijgen van de vakkennis aan een basisopleiding deelnemen. De basisopleiding moet in het kader van een door de bevoegde autoriteit georganiseerde of door haar erkende opleiding worden gevolgd en moet ten minste bestaan uit:

Artikel 5.04. Opfriscursus voor deskundigen
Artikel 5.05. Eerste hulpverlener

De eerste hulpverlener moet ten minste 17 jaar zijn en de vereiste bekwaamheid bezitten. Deze wordt geacht aanwezig te zijn, indien de desbetreffende persoon

Artikel 5.06. Persluchtmaskerdrager

De persluchtmaskerdrager moet ten minste 18 jaar zijn en de vereiste bekwaamheid bezitten, om de ademhalingsapparatuur zoals bedoeld in artikel 15.12, tiende lid, onderdeel a, van het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn, voor de redding van personen te kunnen gebruiken. Deze wordt geacht aanwezig te zijn, indien de betreffende persoon de lichamelijke en geestelijke geschiktheid en de bekwaamheid overeenkomstig de nationale voorschriften van de Rijnoeverstaten of België aantoont en regelmatig overeenkomstig artikel 5.07 is bijgeschoold.

Artikel 5.07. Cursussen en bijscholing voor eerste hulpverleners en persluchtmaskerdragers

De opleiding en bijscholing voor eerste hulpverleners en persluchtmaskerdragers moeten gevolgd worden overeenkomstig de voorschriften van één van de Rijnoeverstaten of België.

Artikel 5.08. Wijze van aantonen van bekwaamheid

Paragraaf 2. : Verplichtingen bij de exploitatie van passagiersschepen

Artikel 5.09. Aantal leden veiligheidspersoneel
groep Aantal personenaan boord Deskundige voor de passagiersvaart Eerste hulpverleners
1 tot 250 1 1
2 meer dan 250 1 2
groep Aantal bezette bedden Deskundigen voor de passagiersvaart Eerste hulpverleners Persluchtmaskerdragers
1 tot 100 1 1 2
2 meer dan 100 1 2 2
Artikel 5.10. Plichten van de schipper en de deskundige
Artikel 5.11. Toezicht

Zolang zich passagiers aan boord bevinden, moet er ’s nachts ieder uur een controleronde gemaakt worden. Er moet op een adequate wijze kunnen worden gecontroleerd of deze rondes plaatsvinden.

Deel III. Voorschriften betreffende de vaarbevoegdheidsbewijzen

Hoofdstuk 6. Op deel III van toepassing zijnde algemene bepalingen

Artikel 6.01. Toepasselijkheid

Dit deel regelt de verplichting tot het hebben van een patent voor de scheepvaart op de Rijn voor de verschillende scheepstypes en -afmetingen en voor de te bevaren riviergedeelten, alsmede de voorwaarden voor het verkrijgen van een patent.

Artikel 6.02. Verplichting tot het hebben van een schipperspatent
Artikel 6.03. Verplichting tot het hebben van een radarpatent
Artikel 6.04. Soorten patent

In de zin van dit reglement onderscheidt men

Hoofdstuk 7. Bepalingen betreffende de Rijnpatenten

Paragraaf 1. : Voorwaarden voor het verkrijgen van een Rijnpatent

Subparagraaf 1. : Algemene eisen

Artikel 7.01. Groot patent
Artikel 7.02. Klein patent
Artikel 7.03. Sportpatent
Artikel 7.04. Overheidspatent

Subparagraaf 2. : Kennis vanriviergedeelten

Artikel 7.05. Bedoeld riviergedeelte

Ongeacht het soort patent is specifieke kennis van riviergedeelten bovendien verplicht tussen de sluizen te Iffezheim (km 335,92) en het Spijksche Veer (km 857,40).

Artikel 7.06. Verkrijging van de kennis van een riviergedeelte
Artikel 7.07. Bewijs van kennis voor een riviergedeelte

Paragraaf 2. : Toelatings- en examenprocedure

Artikel 7.08. Examencommissie
Artikel 7.09. Aanvraag voor de verkrijging of uitbreiding van een Rijnpatent
Artikel 7.10. Aanvraag voor de verkrijging of uitbreiding van een bewijs voor kennis van een riviergedeelte
Artikel 7.11. Toelating tot het examen
Artikel 7.12. Examen
Artikel 7.13. Vrijstellingen en verlaging van de eisen voor het examen
Artikel 7.14. Afgifte en uitbreiding van Rijnpatenten
Artikel 7.15. Afgifte van een bewijs voor kennis van riviergedeelten

De bevoegde autoriteit geeft aan degene die het examen voor de kennis van riviergedeelten zoals voorzien in artikel 7.06, tweede lid, met goed gevolg heeft afgelegd een bewijs voor kennis van riviergedeelten af volgens het model van de bijlage D3.

Artikel 7.16. Kosten

Het examen, de afgifte, de uitbreiding, de verlenging en het verstrekken van het Rijnpatent of een bewijs voor kennis van riviergedeelten, evenals de afgifte van een duplicaat en het omruilen worden gedaan tegen een redelijke vergoeding van de kosten door de aanvrager. De hoogte van de kosten wordt door de bevoegde autoriteit vastgesteld. Deze kan vanaf het tijdstip van de aanvaarding van de aanvraag gehele of gedeeltelijke betaling eisen.

Paragraaf 3. : Controle van de lichamelijke en geestelije geschiktheid

Artikel 7.17. Regelmatige controle van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid
Artikel 7.18. Bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid door houders van een Rijnpatent vanaf de leeftijd van 50 jaar
Artikel 7.19. Bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor houders van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs vanaf de leeftijd van 50 jaar

Paragraaf 4. : Opschorting en intrekking

Artikel 7.20. Verlies van de geldigheid van het Rijnpatent
Artikel 7.21. Opschorting van de geldigheid van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs

Het door de CCR als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs verliest van amtbstwege, zijn geldigheid op de Rijn, zelfs zonder een beslissing,

Artikel 7.22. Intrekking van het Rijnpatent
Artikel 7.23. Vaarverbod voor de houder van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs
Artikel 7.24. Invordering van een Rijnpatent
Artikel 7.25. Invordering van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs

Hoofdstuk 8. Bepalingen betreffende het radarpatent

Artikel 8.01. Algemene bepalingen

Degene die een radarpatent wil verkrijgen, moet:

Artikel 8.02. Aanvraag en toelating tot het examen
Artikel 8.03. Examencommissie
Artikel 8.04. Examen
Artikel 8.05. Afgifte van het radarpatent
Artikel 8.06. Intrekking van het radarpatent

Het radarpatent kan door de bevoegde autoriteit die het radarpatent heeft afgegeven, worden ingetrokken, wanneer de houder bij het voeren van een schip met behulp van radar een voor de scheepvaart gevaar veroorzakende onbekwaamheid aan de dag heeft gelegd. Het radarpatent kan tijdelijk dan wel permanent worden ingetrokken.

Artikel 8.07. Verbod voor houders van een als gelijkwaardig erkend getuigschrift voor het voeren van een schip op radar
Artikel 8.08. Kosten

Het examen, de afgifte, de verstrekking van een duplicaat en het omruilen van het radarpatent geschieden tegen een redelijke vergoeding van de kosten door de aanvrager. De hoogte van de kosten wordt door de bevoegde autoriteit vastgesteld. Deze kan verlangen dat de kosten in hun geheel of ten dele bij de aanvaarding van de aanvraag worden voldaan.

Hoofdstuk 9. Overgangsbepalingen

Artikel 9.01. Geldigheid van vaartijdenboeken en dienstboekjes

Vaartijdenboeken en dienstboekjes, afgegeven overeenkomstig de voorschriften die van toepassing zijn tot aan de inwerkingtreding van dit reglement dan wel waarvan de geldigheid krachtens de genoemde voorschriften verlengd werd, blijven geldig met inachtneming van die voorschriften tot de eerste vernieuwing.

Artikel 9.02. Geldigheid van bestaande patenten
Artikel 9.03. Overeenstemming van de verschillende patenten
De volgende geldige patenten als bedoeld in artikel 9.01, eerste lid stemmen overeen met de patenten als bedoeld in artikel 6.04, eerste lid, van dit reglement
Rijnschipperspatent Groot patent
Klein patent Klein patent
Politiebotenpatent Overheidspatent
Douanebotenpatent Overheidspatent
Brandweerbotenpatent Overheidspatent
Sportpatent Sportpatent
Artikel 9.04. In beschouwing nemen van de vaartijd

De vaartijd en de reizen die vóór de inwerkingtreding van dit reglement zijn gemaakt, worden overeenkomstig de vroeger hiervoor geldende voorschriften in beschouwing genomen.

Bijlage A1. Vaartijdenboek (Model B-00734)

Volgnummer ......

Dit vaartijdenboek omvat 200 bladzijden, genummerd van 1 tot en met 200. De aantekeningen in dit boek dienen met inkt en duidelijk leesbaar (bijv. in drukletters) te worden aangebracht.

Volgnummer ......

Dit vaartijdenboek omvat 200 bladzijden, genummerd van 1 tot en met 200. De aantekeningen in dit boek dienen met inkt en duidelijk leesbaar (bijv. in drukletters) te worden aangebracht.

Aanwijzingen voor het bijhouden van het vaartijdenboek

Sancties

Overtreding van de bemanningsvoorschriften van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn is strafbaar. Hetzelfde geldt voor het niet bijhouden, dan wel het niet volgens de voorschriften bijhouden van het vaartijdenboek.

(Gevolgd door de van kracht zijnde tekst van deel II van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn in het Frans, Duits en Nederlands.)

TEMPS DE REPOS – RUHEZEITEN – RUSTTIJDEN

(Gevolgd door de van kracht zijnde tekst van deel II van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn in het Frans, Duits en Nederlands.)

Betriebsform .............................

Mode d'exploitation

Bijlage A2. Dienstboekje (Model A-00735)

Exploitatiewijze

Titulaire/Inhaber (im ganzen Buch wird sowohl die weibliche und die männliche Form gemeint)/Houder (in het gehele dienstboekje wordt zowel de vrouwelijke als de mannelijke vorm bedoeld)

Indications et directives relatives à la tenue du Livret de service

A). Indications

Titulaire/Inhaber (im ganzen Buch wird sowohl die weibliche und die männliche Form gemeint)/Houder (in het gehele dienstboekje wordt zowel de vrouwelijke als de mannelijke vorm bedoeld)

Chaque membre de l'équipage doit être en mesure de justifier sa qualification et son aptitude physique et psychique à l'aide d'un Livret de service établi à son nom. Il est également nécessaire aux personnes souhaitant obtenir une patente afin qu'ils puissent justifier des temps de navigation et des secteurs parcourus sur le Rhin et sur d'autres voies d'eau. Les membres de l'équipage qui sont titulaires d'une patente du Rhin ne sont pas tenus de continuer à tenir un Livret de service. Le titulaire d'une patente ou d'un certificat de conduite reconnu équivalent par la CCNR nécessite un Livret de service uniquement pour y inscrire les secteurs parcourus lorsque sa patente ou son certificat de conduite n'est pas valable sur ces secteurs et qu'il souhaite obtenir le document correspondant.

Le titulaire du Livret de service est la personne au nom de laquelle le Livret de service a été établi.

Le Livret de service est un document officiel au sens de l'article 1.10 du Règlement de police pour la navigation du Rhin et est délivré conformément au Règlement relatif au personnel de la navigation sur le Rhin. L'inscription d'indications erronées ou non conformes est passible de sanctions; en tout état de cause il s'agit d'infractions. L'autorité compétente est responsable des indications d'ordre général (pages 3 à 8). Le Livret de service est uniquement valable lorsqu'il porte les inscriptions officielles à la page 3. Le Livret de service n'est pas valable en l'absence de ces inscriptions officielles.

Chaque membre de l'équipage doit être en mesure de justifier sa qualification et son aptitude physique et psychique à l'aide d'un Livret de service établi à son nom. Il est également nécessaire aux personnes souhaitant obtenir une patente afin qu'ils puissent justifier des temps de navigation et des secteurs parcourus sur le Rhin et sur d'autres voies d'eau. Les membres de l'équipage qui sont titulaires d'une patente du Rhin ne sont pas tenus de continuer à tenir un Livret de service. Le titulaire d'une patente ou d'un certificat de conduite reconnu équivalent par la CCNR nécessite un Livret de service uniquement pour y inscrire les secteurs parcourus lorsque sa patente ou son certificat de conduite n'est pas valable sur ces secteurs et qu'il souhaite obtenir le document correspondant.

Le titulaire du Livret de service est la personne au nom de laquelle le Livret de service a été établi.

Le Livret de service doit être remis au conducteur lors de la première prise de service et doit être présenté à l'autorité compétente au moins une fois tous les 12 mois à compter de la date à laquelle il a été établi, afin qu'elle y inscrive le visa de contrôle. Conformément au Règlement relatif au personnel de la navigation sur le Rhin, un timonier qui ne souhaite pas obtenir la grande patente est exonéré de l'obligation de présenter le livret de service pour inscription du visa de contrôle. Conformément au Règlement relatif au personnel de la navigation sur le Rhin, il doit dans ce cas porter sur la page 10 du livret de service la mention ‘ne souhaite pas acquérir une patente de batelier’ et sa signature.

Il est dans l'intérêt du titulaire de veiller à ce que les indications portées dans le Livret de service par le conducteur soient exactes et complètes.

Il est également dans son intérêt de faciliter le contrôle du Livret de service par l'autorité compétente en présentant les documents appropriés. Si l'autorité compétente constate que pour certains voyages les indications portées dans le livret de service sont incomplètes ou qu'elles donnent lieu à des doutes qui persistent au terme de la vérification, les voyages concernés ne peuvent être pris en compte lors du calcul du temps de navigation ou pour la justification de secteurs parcourus.

B). Instructions relatives à la tenue du Livret de service

Schifferdienstbuch – Hinweise und Anweisungen zur Führung

A). Hinweise

Das Schifferdienstbuch ist ein Dokument nach § 1.10 der Rheinschifffahrtspolizeiverordnung. Falsche oder nicht ordnungsgemäße Eintragungen können strafbar sein und ist auf der Grundlage der Verordnung über das Schiffspersonal auf dem Rhein ausgestellt; zumindest handelt es sich um Ordnungswidrigkeiten. Verantwortlich für die Eintragungen der allgemeinen Angaben im Schifferdienstbuch (S. 3 bis 8) ist die zuständige Behörde. Das Schifferdienstbuch ist nur mit den amtlichen Eintragungen auf Seite 3 gültig. Ein Schifferdienstbuch ohne diese amtlichen Eintragungen ist ungültig.

Jedes Besatzungsmitglied muss zum jederzeitigen Nachweis seiner Befähigung und Tauglichkeit ein auf seine Person ausgestelltes Schifferdienstbuch haben. Es dient bei Personen, die ein Patent erwerben wollen, auch zum Nachweis der Fahrzeiten und Streckenfahrten auf dem Rhein und auf anderen Wasserstraßen. Mitglieder der Besatzung mit Rheinpatent brauchen das Schifferdienstbuch nicht zu führen. Der Inhaber eines Rheinpatentes oder eines von der ZKR als gleichwertig anerkannten Schifffsführerzeugnisses benötigt ein Schifferdienstbuch nur zur Eintragung der Streckenfahrten, wenn sein Patent oder Schiffsführerzeugnis für diese Strecken nicht gilt und er es erwerben möchte.

Inhaber des Schifferdienstbuches ist die Person, auf welche das Schifferdienstbuch ausgestellt ist. Das Schifferdienstbuch ist bei erstmaligem Dienstaufnahme dem Schiffsführer auszuhändigen und ab Ausgabedatum jeweils mindestens einmal innerhalb von zwölf Monaten bei der zuständigen Behörde zur Eintragung des Kontrollvermerks vorzulegen. Ein Steuermann, der kein großes Patent erwerben will, ist gem. der Verordnung über das Schiffspersonal auf dem Rhein von der Vorlagepflicht zur Eintragung des Kontrollvermerkes befreit. In diesem Fall hat er gem. der Verordnung über das Schiffspersonal auf dem Rhein auf der Seite 10 des Schifferdienstbuches den Vermerk: ‘Beabsichtigt nicht den Erwerb eines Schifferpatentes’ einzutragen und ordnungsgemäß zu unterzeichnen.

Das Schifferdienstbuch ist ein Dokument nach § 1.10 der Rheinschifffahrtspolizeiverordnung. Falsche oder nicht ordnungsgemäße Eintragungen können strafbar sein und ist auf der Grundlage der Verordnung über das Schiffspersonal auf dem Rhein ausgestellt; zumindest handelt es sich um Ordnungswidrigkeiten. Verantwortlich für die Eintragungen der allgemeinen Angaben im Schifferdienstbuch (S. 3 bis 8) ist die zuständige Behörde. Das Schifferdienstbuch ist nur mit den amtlichen Eintragungen auf Seite 3 gültig. Ein Schifferdienstbuch ohne diese amtlichen Eintragungen ist ungültig.

Jedes Besatzungsmitglied muss zum jederzeitigen Nachweis seiner Befähigung und Tauglichkeit ein auf seine Person ausgestelltes Schifferdienstbuch haben. Es dient bei Personen, die ein Patent erwerben wollen, auch zum Nachweis der Fahrzeiten und Streckenfahrten auf dem Rhein und auf anderen Wasserstraßen. Mitglieder der Besatzung mit Rheinpatent brauchen das Schifferdienstbuch nicht zu führen. Der Inhaber eines Rheinpatentes oder eines von der ZKR als gleichwertig anerkannten Schifffsführerzeugnisses benötigt ein Schifferdienstbuch nur zur Eintragung der Streckenfahrten, wenn sein Patent oder Schiffsführerzeugnis für diese Strecken nicht gilt und er es erwerben möchte.

Inhaber des Schifferdienstbuches ist die Person, auf welche das Schifferdienstbuch ausgestellt ist. Das Schifferdienstbuch ist bei erstmaligem Dienstaufnahme dem Schiffsführer auszuhändigen und ab Ausgabedatum jeweils mindestens einmal innerhalb von zwölf Monaten bei der zuständigen Behörde zur Eintragung des Kontrollvermerks vorzulegen. Ein Steuermann, der kein großes Patent erwerben will, ist gem. der Verordnung über das Schiffspersonal auf dem Rhein von der Vorlagepflicht zur Eintragung des Kontrollvermerkes befreit. In diesem Fall hat er gem. der Verordnung über das Schiffspersonal auf dem Rhein auf der Seite 10 des Schifferdienstbuches den Vermerk: ‘Beabsichtigt nicht den Erwerb eines Schifferpatentes’ einzutragen und ordnungsgemäß zu unterzeichnen.

Es liegt im Interesse des Inhabers, darauf zu achten, dass der Schiffsführer die Eintragungen richtig und vollständig vornimmt. Es liegt ebenfalls in seinem Interesse, die zuständige Behörde bei der Prüfung des Schifferdienstbuches durch Vorlage geeigneter Unterlagen zu unterstützen. Stellt die zuständige Behörde fest, dass das Schifferdienstbuch bei einzelnen Reisen unvollständig ausgefüllt ist oder sich dabei Zweifel ergeben, die auch nachträglich nicht ausgeräumt werden können, können diese Reisen für die Berechnung der Fahrzeit oder als nachgewiesene Streckenfahrten nicht berücksichtigt werden.

B). Anweisungen zur Führung des Schifferdienstbuches

Aanwijzingen en instructies voor het bijhouden van het dienstboekje

A). Aanwijzingen

Het dienstboekje is een officieel document in de zin van artikel 1.10 van het Rijnvaartpolitiereglement en wordt afgegeven overeenkomstig het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn. Het maken van onjuiste aantekeningen of aantekeningen die niet aan de voorschriften voldoen, kan strafbaar zijn; het zijn op zijn minst overtredingen. Verantwoordelijk voor de algemene aantekeningen in het dienstboekje (pagina 3 tot en met 8) is de bevoegde autoriteit. Het dienstboekje is slechts geldig indien het is voorzien van de officiële aantekeningen op pagina 3. Een dienstboekje zonder de officiële aantekeningen is ongeldig.

Ieder bemanningslid moet te allen tijde zijn kwalificatie en geschiktheid door middel van een op zijn naam gesteld dienstboekje kunnen aantonen. Het is eveneens vereist voor personen die een patent of vaarbewijs willen verkrijgen, zodat zij hun vaartijd en scheepsreizen op de Rijn en op andere vaarwegen kunnen aantonen. Een lid van de bemanning dat in het bezit is van een Rijnpatent hoeft het dienstboekje niet meer bij te houden. De houder van een Rijnpatent of een door de CCR als gelijkwaardig erkend vaarbewijs heeft het dienstboekje slechts nodig voor het aantekenen van de scheepsreizen op die gedeelten waarvoor het Rijnpatent of zijn bewijs van bekwaamheid niet geldt en waarvoor hij een dienovereenkomstig document wenst te verkrijgen.

Houder van een dienstboekje is degene op wiens naam het dienstboekje is afgegeven.

Het dienstboekje is een officieel document in de zin van artikel 1.10 van het Rijnvaartpolitiereglement en wordt afgegeven overeenkomstig het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn. Het maken van onjuiste aantekeningen of aantekeningen die niet aan de voorschriften voldoen, kan strafbaar zijn; het zijn op zijn minst overtredingen. Verantwoordelijk voor de algemene aantekeningen in het dienstboekje (pagina 3 tot en met 8) is de bevoegde autoriteit. Het dienstboekje is slechts geldig indien het is voorzien van de officiële aantekeningen op pagina 3. Een dienstboekje zonder de officiële aantekeningen is ongeldig.

Ieder bemanningslid moet te allen tijde zijn kwalificatie en geschiktheid door middel van een op zijn naam gesteld dienstboekje kunnen aantonen. Het is eveneens vereist voor personen die een patent of vaarbewijs willen verkrijgen, zodat zij hun vaartijd en scheepsreizen op de Rijn en op andere vaarwegen kunnen aantonen. Een lid van de bemanning dat in het bezit is van een Rijnpatent hoeft het dienstboekje niet meer bij te houden. De houder van een Rijnpatent of een door de CCR als gelijkwaardig erkend vaarbewijs heeft het dienstboekje slechts nodig voor het aantekenen van de scheepsreizen op die gedeelten waarvoor het Rijnpatent of zijn bewijs van bekwaamheid niet geldt en waarvoor hij een dienovereenkomstig document wenst te verkrijgen.

Houder van een dienstboekje is degene op wiens naam het dienstboekje is afgegeven.

Het dienstboekje moet bij de eerste indiensttreding aan de schipper worden overhandigd en vanaf de datum van afgifte jaarlijks en op zijn minst eenmaal binnen twaalf maanden bij de bevoegde autoriteit ter waarmerking worden overgelegd. Een stuurman die geen groot Patent overeenkomstig Deel III van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn wil verkrijgen, is krachtens artikel 3.06, punt 5 van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn vrijgesteld van de verplichting het dienstboekje te overleggen voor aantekening van het controlewaarmerk. In dit geval moet hij overeenkomstig het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn op bladzijde 10 van het dienstboekje de aantekening: ‘Is niet voornemens een schipperspatent te verkrijgen’ aanbrengen en rechtsgeldig ondertekenen.

Het is in het belang van de houder ervoor te zorgen dat de aantekeningen die door de schipper in het dienstboekje worden aangebracht, juist en volledig zijn.

Het is eveneens in zijn belang de bevoegde autoriteit bij de controle van het dienstboekje behulpzaam te zijn door de juiste documenten te overleggen. Stelt de bevoegde autoriteit vast dat het dienstboekje bij sommige reizen onvolledig is ingevuld of dat er twijfel bestaat die ook achteraf niet kan worden weggenomen, dan kan met deze reizen voor de berekening van de vaartijd of als bewijs van de bevaren riviergedeelten geen rekening worden gehouden.

B). Instructies voor het bijhouden van het dienstboekje

Bijlage A3. Eisen betreffende tachografen en voorschriften voor de inbouw van tachografen aan boord

A. Eisen betreffende tachografen

B). Instructies voor het bijhouden van het dienstboekje

Bij de installatie van tachografen aan boord moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

Bijlage A4. Verklaring voor het aantonen van de vereiste rusttijd, bedoeld in artikel 3.12, tweede tot en met zesde lid (Model)

(geldt alleen tezamen met het dienstboekje, respectievelijk met het grote patent zoals bedoeld in bijlage D1, respectievelijk het voorlopige grote patent, zoals bedoeld in bijlage D2 van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn)

Naam en voornaam:

Nummer van het dienstboekje, respectievelijk van het patent:

Scheepsnaam, uniek Europees scheepsiden-tificatienummer of officieel scheepsnummer Einde van de reis Einde van de reis Exploitatiewijze voor het einde van de reis Laatste rusttijd voor het einde van de reis Laatste rusttijd voor het einde van de reis Handtekening van de schipper
Scheepsnaam, uniek Europees scheepsiden-tificatienummer of officieel scheepsnummer Datum Tijdstip Exploitatiewijze voor het einde van de reis Begin Einde Handtekening van de schipper
E E1 E2 E3 E4
1 2 3 4 5 6 7

Deze verklaring maakt deel uit van het vaartijdenboek van het schip waarop het bemanningslid zijn nieuwe reis aanvangt en is daarmee een document als bedoeld in artikel 1.10 van het Rijnvaartpolitiereglement.

Het maken van onjuiste aantekeningen of aantekeningen die niet aan de voorschriften voldoen, kan strafbaar zijn; het gaat daarbij ten minste om overtredingen.

De schipper van het schip waarop de laatste reis van het bemanningslid heeft plaatsgevonden, is verantwoordelijk voor de gegevens die in deze verklaring worden verstrekt.

Bijlage A5. In het buitenland opgestelde, als gelijkwaardig erkende dienstboekjes (Model)

Staat Nationale autoriteit(en) van afgifte Nationale autoriteit(en) van afgifte Besluit
Tsjechische Republiek 2000-I-26
Státní plavební správa Praha Jankovcova 4 170 00 Praha 7 Tel : 234 637 111 Fax : 266 710 545 pobocka@spspraha.cz 2000-I-26
Státní plavební správa Děčín Labská 694/21 405 01 Děčín 1 Tel: 412 557 411 Fax: 412 557 410 pobocka@spsdecin.cz 2000-I-26
Státní plavební správa Přerov Seifertova 33 750 02 Přerov Tel: 581 284 254 Fax: 581 284 256 pobocka@spsprerov.cz 2000-I-26
Oostenrijk Oostenrijk Oostenrijk 2010-II-3
Bundesministerium für Verkehr, Innovation und Technologie, Oberste Schifffahrtsbehörde Radetzkystraße 2 1030 Wien Tel. +43 1 71162 Fax +43 1 7130326 mobiel: +43 664 818 88 68 +43 664 818 89 09 +43 664 818 89 10 w2@bmvit.gv.at 2010-II-3
Voor het aanbrengen van de controlestempels zijn ook de volgende instanties bevoegd: Voor het aanbrengen van de controlestempels zijn ook de volgende instanties bevoegd: Voor het aanbrengen van de controlestempels zijn ook de volgende instanties bevoegd: 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Hainburg Donaulände 2 2410 Hainburg Tel.: +43 2165 62 365 Fax: +43 2165 62 365-99 mobiel: +43 664 818 88 50 +43 664 818 88 51 +43 664 818 88 52 schifffahrtsaufsicht.hainburg@bmvit.gv.at 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Wien Handelskai 267 1020 Wien Tel.: +43 1 728 37 00 Fax: +43 1 728 37 00-99 mobiel: +43 664 / 818 88 53 +43 664 / 818 88 54 +43 664 / 818 88 55 +43 664 / 818 88 56 schifffahrtsaufsicht.wien@bmvit.gv.at 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Krems Am Schutzdamm 1 3500 Krems Tel.: +43 2732 / 83 170 Fax: +43 2732 / 83 170-99 mobiel: +43 664 / 818 88 57 +43 664 / 818 88 58 +43 664 / 818 88 59 schifffahrtsaufsicht.krems@bmvit.gv.at 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Grein Am Hofberg 2 4360 Grein Tel.: +43 7268 / 320 Fax: +43 7268 / 7431 mobiel: +43 664 / 818 88 60 +43 664 / 818 88 61 +43 664 / 818 88 62 schifffahrtsaufsicht.grein@bmvit.gv.at 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Linz Regensburgerstraße 4 4020 Linz Tel.: +43 732 / 777 229 Fax: +43 732 / 777 229-99 mobiel: +43 664 / 818 88 63 +43 664 / 818 88 64 +43 664 / 818 88 65 schifffahrtsaufsicht.linz@bmvit.gv.at
Schifffahrtsaufsicht Engelhartszell Nibelungenstraße 3 4090 Engelhartszell Tel.: +43 7717 / 8026 Fax: +43 7717 / 8026-99 mobiel: +43 664 / 818 88 66 +43 664 / 818 88 67 +43 664 / 818 88 70 schifffahrtsaufsicht.engelhartszell@bmvit.gv.at
Bulgarije 2010-II-3
Maritime Administration Ruse 7000 20 Pristanistna St. Tel : +359 82 815 815 Fax : +359 82 824 009 stw_rs@marad.bg 2010-II-3
Maritime Administration Lom 3600 3 Dunavski park St. Tel : +359 971 66 963 Fax : +359 971 66 961 stw_lm@marad.bg 2010-II-3
Hongarije 2010-II-3
Directie Strategie en Methodologie Departement Scheepvaart en Burgerluchtvaart Nemzeti Közlekedési Hatóság, Stratégiai és Módszertani Igazgatóság, Hajózásiés Légiközlekedési Főosztály Postadres: 1389 Boedapest 62, Postbus 102 Kantooradres: 1066 Boedapest, Teréz körút 62 Tel. : +36 1 815 9646 Fax : +36 1 815 9659 hajozaslegikozlekedesfoo.smi@nkh.gov.hu 2010-II-3
Polen 2010-II-3
Inland Navigation Office in Bydgoszcz Urząd Zeglugi Śródlądowej w Bydgoszczy ul. Konarskiego 1/3 85-066 Bydgoszcz Tel. +48 52 322-02-73, Fax +48 52 322-68-84 urzad@bydg.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Gdansk Urząd Zeglugi Śródlądowej w Gdańsku ul. Toruńska 8/4 80-841 Gdańsk Tel. +48 58 301-84-14 Fax +48 58 301-84-14 urzad@gda.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Gizycko Urząd Zeglugi Śródlądowej w Giżycku ul. Łuczańska 5 11-500 Giżycko Tel. +48 87 428-56-51 Fax +48 87 428-56-51 urzad@giz.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Kedzierzyn-Kozle Urząd Zeglugi Śródlądowej w Kędzierzynie-Koźlu ul. Chełmońskiego 1 47-205 Kędzierzyn-Koźle Tel. +48 77 472-23-60 Fax +48 77 472-23-61 urzad@k-k.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Krakow Urząd Zeglugi Śródlądowej w Krakowie ul. Skawińska 31/3 31-066 Kraków Tel. +48 12 430-53-97 Fax +48 12 430-53-97 urzad@kr.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Szczecin Urząd Zeglugi Śródlądowej w Szczecinie Plac Batorego 4 70-207 Szczecin Tel. +48 91 434-02-79 Fax +48 91 434-01-29 urzad@szn.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Warszawa Urząd Zeglugi Śródlądowej w Warszawie ul. Dubois 9 00-182 Warszawa Tel. +48 22 635-93-30 Fax +48 22 635-93-30 urzad@waw.uzs.gov.pl
Inland Navigation Office in Wroclaw Urząd Zeglugi Śródlądowej we Wrocławiu ul. Kleczkowska 52 50-227 Wrocław Tel. +48 71 329-18-93 Fax +48 71 329-18-93 urzad@wroc.uzs.gov.pl
Roemenië 2010-II-3
Roemeense Scheepvaartautoriteit, Constanta Port No. 1, 900900 Constanta Tel: 0040241555676 Fax: 0040341730349 rna@rna.ro lgrigore@rna.ro 2010-II-3
Slowaakse Republiek 2010-II-3
Státna plavebná správa (ŠPS) Vedúci odboru plavebnej bezpečnosti Prístavná 10, 821 09 Bratislava 2 Tel: + 421 2 333 00217 Fax: +421 2 555 67 604 +421 2 335 23 913 sekretariat @sps.sk 2010-II-3

Op de pagina van de website van de CCR die gewijd is aan informatie over de toepassing van de Administratieve Overeenstemming over de Wederzijdse Erkenning van Dienstboekjes, zal het model van de erkende dienstboekjes toegankelijk zijn.

Bijlage B1. Minimumeisen ten aanzien van de lichamelijke geschiktheid

I. Gezichtsvermogen:

II. Gehoorvermogen:

Het gehoor is als voldoende te beschouwen, indien het gemiddeld gehoorverlies van beide oren bij de frequenties 500, 1000, 2000 en 3000 Hz de waarde van 40 dB(A) niet overschrijdt. Indien de waarde van 40 dB wordt overschreden, is het gehoorvermogen toch als voldoende aan te merken, als de conversatiespraak met een hoortoestel op 2 m met elk oor afzonderlijk duidelijk wordt verstaan.

I. Gezichtsvermogen:

Indien de navolgende ziekten of lichamelijke gebreken voorkomen, kan dit aanleiding geven tot twijfel aan de lichamelijke geschiktheid van de gegadigde als schipper:

Bijlage B2. Medische verklaring met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid in de Rijnvaart (Model)

Bijlage B3. Verklaring betreffende de lichamelijke en geestelijke geschiktheid (Model)

Bijlage C1. Verklaring deskundige voor de passagiersvaart (Model)

Bijlage B2. Medische verklaring met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid in de Rijnvaart (Model)

Bijlage B3. Verklaring betreffende de lichamelijke en geestelijke geschiktheid (Model)

Bijlage C1. Verklaring deskundige voor de passagiersvaart (Model)

Bijlage C2. Verklaring eerste hulpverlener in de passagiersvaart (Model)

Bijlage C3. Verklaring persluchtmaskerdrager in de passagiersvaart (Model)

Bijlage C4. Boekje houdende de attesten voor de passagiersvaart (Model)

Bijlage D1. Rijnpatent (Model)

Bijlage D2. Voorlopig Rijnpatent (Model)

I. Vaarbevoegdheidsbewijzen van de lidstaten

Duits model:

Schipperspatent voor de binnenvaart A en B

(85 mm x 54 mm – basiskleur blauw; overeenkomstig ISO-Norm 7810.)

Duits model:

Schipperspatent voor de binnenvaart A en B

(85 mm x 54 mm – basiskleur blauw; overeenkomstig ISO-Norm 7810.)

Nederlands Model:

Groot vaarbewijs A en B voor de binnenvaart

(85 mm x 54 mm – achtergrond blauw)

Groot vaarbewijs I en II:

Groot vaarbewijs I1Dit document kan ook door de ‘Minister van Verkeer en Waterstaat, namens deze, De Directeur-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken’ worden afgegeven.

Groot vaarbewijs II2Dit document kan ook door de ‘Minister van Verkeer en Waterstaat, namens deze, De Directeur-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken’ worden afgegeven.

II. – Vaarbevoegdheidsbewijs van derde landen

Model van de Roemeense vaarbevoedheidsbewijzen van de klassen A en B

Het materiaal van de kaart moet voldoen aan ISO-norm 7810.

Vaarbevoegdheidsbewijs klasse B

Model van de Roemeense vaarbevoedheidsbewijzen van de klassen A en B

Vaarbevoegdheidsbewijs klasse A

Hongaarse modellen vaarbewijs klasse A en klasse B

Vaarbewijs klasse A

Vaarbewijs van kapitein klasse I (B)

Vaarbewijs categorie B (van kracht geworden op 15.3.2015)

Vaarbewijs Klasse B

Vaarbewijs klasse A

(585 mm × 54 mm – Achtergrond lichtblauw)

Model van de Poolse vaarbevoedheidsbewijzen van de klassen A en B

Vaarbewijs Klasse B

(585 mm × 54 mm – Achtergrond lichtblauw

Bijlage D6. Als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen voor de radarvaart

Model van de Poolse vaarbevoedheidsbewijzen van de klassen A en B

Model van het Tsjechische radarbevoegdheidsbewijs

Kapiteinspatent

Bijlage D7. Examenprogramma ter verkrijging van een Rijnpatent

Opmerking vooraf:

Soorten patent (kolom 4 tot en met 7)
A – Groot patent
B – Klein patent
C – Sportpatent
D – verheidspatent
Vereiste kennis (kolom 3)
1 – Gedetailleerde kennis
2 – Basiskennis
1 2
--- ---
nr. Examenstof
1. Kennis van de reglementen, gidsen en handboeken
1.1 Rijnvaartpolitiereglement (inclusief de tijdelijke wijzigingen)
Hoofdstuk 1 tot en met 7, 15
Hoofdstuk 8:
Hoofdstuk 9, 10, 12, 14 (voor de betreffende riviergedeelten)
Hoofdstuk 11:
Bijlagen
3. Optische tekens van schepen
6. Geluidsseinen
7. Verkeerstekens
8. Verkeerstekens ter markering van de vaarweg
10. Olie-afgifteboekje
Gidsen/Handboeken
Marifonie in de binnenvaart
Afvalverwijdering
1.2 Verkeersvoorschriften voor zeescheepvaartwegen
(optische tekens van schepen, geluidsseinen, verkeerstekens, navigatiehulpmiddelen en betonningssystemen, vaarregels)
1.3 Reglement onderzoek Schepen op de Rijn
Opzet en inhoud
Inhoud certificaat van onderzoek
1.4 Bemanningsvoorschriften, Deel II van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
1.5 ADN
Opzet
Documenten/instructies
Kennis van de voorgeschreven blauwe kegels/lichten
Opzoeken van operationele voorschriften
1.6 Bepalingen betreffende de Rijnpatenten: Deel III van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
Soorten patent
Criteria voor de intrekking van een patent en de opschorting van de geldigheid
1.7 Voorkoming van ongevallen
2. Nautische kennis en kennis van riviergedeelten
(aan de hand van kaarten)
2.1 Rijn en nevenwateren
(belangrijkste geografische, hydrologische, meteorologische en morfologische kenmerken)
2.2 Kennis van de gewenste riviergedeelten van de Rijn
Beschrijving van de vaarweg in de op- en afvaart
Afmetingen van de vaarweg
2.3 Navigatie op zeescheepvaartwegen
(koersbepaling, peilingen en plaatsbepaling, het gebruik van zeekaarten, procedures voor het controleren van het kompas, basiskennis inzake getijdewerking)
3. Praktijkkennis
(Nautische zaken, scheepvaarttechnische zaken, praktische vaardigheden)
3.1 Voeren van het schip
Praktijk van het sturen, manoeuvreereigenschappen
Functie van de stuurinrichtingen en de aandrijving
Invloed van stromingen, wind en zuiging
Drijfvermogen, stabiliteit en toepassing daarvan in de praktijk
Ankeren en meren
3.2 Motorenkennis
Bouw, werking van de motoren, functie van de elektrische inrichtingen
Bediening, bedrijfscontrole
Maatregelen bij bedrijfsstoringen
3.3 Laden en lossen
Bepalen van het gewicht van de lading aan de hand van de meetbrief
Gebruik van de diepgangsschaal
Stuwen van de lading
3.4 Handelen onder bijzondere omstandigheden
Maatregelen bij schade, eerste hulp, stoppen van lekkage
Bediening van reddingsmiddelen
Bijzonderheden bij averij op zeescheepvaartwegen
Behandeling van afval en voorkomen van verontreiniging van de waterwegen
Informeren van de bevoegde autoriteiten
Brandbestrijding

Bijlage D8. Examenprogramma ter verkrijging van een radarpatent

Deel A. – Theoretisch gedeelte

Oostenrijkse modellen van de kapiteinspatenten categorie A en categorie B

Model van het Slowaakse vaarbewijs

(voorzijde)

Vaarbewijs type A

(Voorzijde)

Vaarbewijs van kapitein klasse A

Bijlage D6. Als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen voor de radarvaart

Model van het Tsjechische radarbevoegdheidsbewijs

Hongaars radarbevoegdheidsbewijs voor de binnenvaart

Radarbevoegdheidsbewijs

(Voorzijde)

(Achterzijde)

Bijlage D7. Examenprogramma ter verkrijging van een Rijnpatent

Opmerking vooraf:

Soorten patent (kolom 4 tot en met 7)
A – Groot patent
B – Klein patent
C – Sportpatent
D – verheidspatent
Vereiste kennis (kolom 3)
1 – Gedetailleerde kennis
2 – Basiskennis
1 2
--- ---
nr. Examenstof
1. Kennis van de reglementen, gidsen en handboeken
1.1 Rijnvaartpolitiereglement (inclusief de tijdelijke wijzigingen)
Hoofdstuk 1 tot en met 7, 15
Hoofdstuk 8:
Hoofdstuk 9, 10, 12, 14 (voor de betreffende riviergedeelten)
Hoofdstuk 11:
Bijlagen
3. Optische tekens van schepen
6. Geluidsseinen
7. Verkeerstekens
8. Verkeerstekens ter markering van de vaarweg
10. Olie-afgifteboekje
Gidsen/Handboeken
Marifonie in de binnenvaart
Afvalverwijdering
1.2 Verkeersvoorschriften voor zeescheepvaartwegen
(optische tekens van schepen, geluidsseinen, verkeerstekens, navigatiehulpmiddelen en betonningssystemen, vaarregels)
1.3 Reglement onderzoek Schepen op de Rijn
Opzet en inhoud
Inhoud certificaat van onderzoek
1.4 Bemanningsvoorschriften, Deel II van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
1.5 ADN
Opzet
Documenten/instructies
Kennis van de voorgeschreven blauwe kegels/lichten
Opzoeken van operationele voorschriften
1.6 Bepalingen betreffende de Rijnpatenten: Deel III van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
Soorten patent
Criteria voor de intrekking van een patent en de opschorting van de geldigheid
1.7 Voorkoming van ongevallen
2. Nautische kennis en kennis van riviergedeelten
(aan de hand van kaarten)
2.1 Rijn en nevenwateren
(belangrijkste geografische, hydrologische, meteorologische en morfologische kenmerken)
2.2 Kennis van de gewenste riviergedeelten van de Rijn
Beschrijving van de vaarweg in de op- en afvaart
Afmetingen van de vaarweg
2.3 Navigatie op zeescheepvaartwegen
(koersbepaling, peilingen en plaatsbepaling, het gebruik van zeekaarten, procedures voor het controleren van het kompas, basiskennis inzake getijdewerking)
3. Praktijkkennis
(Nautische zaken, scheepvaarttechnische zaken, praktische vaardigheden)
3.1 Voeren van het schip
Praktijk van het sturen, manoeuvreereigenschappen
Functie van de stuurinrichtingen en de aandrijving
Invloed van stromingen, wind en zuiging
Drijfvermogen, stabiliteit en toepassing daarvan in de praktijk
Ankeren en meren
3.2 Motorenkennis
Bouw, werking van de motoren, functie van de elektrische inrichtingen
Bediening, bedrijfscontrole
Maatregelen bij bedrijfsstoringen
3.3 Laden en lossen
Bepalen van het gewicht van de lading aan de hand van de meetbrief
Gebruik van de diepgangsschaal
Stuwen van de lading
3.4 Handelen onder bijzondere omstandigheden
Maatregelen bij schade, eerste hulp, stoppen van lekkage
Bediening van reddingsmiddelen
Bijzonderheden bij averij op zeescheepvaartwegen
Behandeling van afval en voorkomen van verontreiniging van de waterwegen
Informeren van de bevoegde autoriteiten
Brandbestrijding

Bijlage D8. Examenprogramma ter verkrijging van een radarpatent

Radarbevoegdheidsbewijs

Deel B. – Praktisch gedeelte

Hoofdstuk 5. Aanvullende voorschriften voor het aan boord van passagiersschepen voorgeschreven veiligheidspersoneel

Paragraaf 1. : Eisen voor het verkrijgen van, en het bewijs van bekwaamheid

Paragraaf 2. : Verplichtingen bij de exploitatie van passagiersschepen

Deel III. Voorschriften betreffende de vaarbevoegdheidsbewijzen

Hoofdstuk 6. Op deel III van toepassing zijnde algemene bepalingen

Hoofdstuk 7. Bepalingen betreffende de Rijnpatenten

Paragraaf 1. : Voorwaarden voor het verkrijgen van een Rijnpatent

Subparagraaf 1. : Algemene eisen

Subparagraaf 2. : Kennis vanriviergedeelten

Paragraaf 2. : Toelatings- en examenprocedure

Paragraaf 3. : Controle van de lichamelijke en geestelije geschiktheid

Paragraaf 4. : Opschorting en intrekking

Hoofdstuk 8. Bepalingen betreffende het radarpatent

Hoofdstuk 9. Overgangsbepalingen

Artikel 9.05. Verklaring van deskundigheid aangaande het gebruik van vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage A1. Vaartijdenboek (Model B-00734)

Naam van het schip: ......

Uniek Europees scheepsidentificatienummer (ENI) of officieel scheepsnummer: ......

Aanwijzingen voor het bijhouden van het vaartijdenboek

Sancties

Overtreding van de bemanningsvoorschriften van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn is strafbaar. Hetzelfde geldt voor het niet bijhouden, dan wel het niet volgens de voorschriften bijhouden van het vaartijdenboek.

TEMPS DE REPOS – RUHEZEITEN – RUSTTIJDEN

Betriebsform .............................

Bijlage A1a. Bevoegde autoriteiten voor de afgifte van op de Rijn geldige vaartijdenboeken

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage A2. Dienstboekje (Model A-00735)

Livret de service/Schifferdienstbuch/ Dienstboekje délivré par/ausgestellt durch/afgegeven door:

Indications et directives relatives à la tenue du Livret de service

A). Indications

Il doit porter dans le Livret de service les inscriptions relatives à sa propre personne, il doit y inscrire régulièrement les temps de navigation et les secteurs parcourus et il doit conserver le Livret de service en lieu sûr jusqu'à la fin du service ou jusqu'au terme du contrat de travail ou de tout autre arrangement. Conformément au Règlement relatif au personnel de la navigation sur le Rhin, un timonier qui a porté sur la page 10 du livret de service la mention ‘n'a pas l'intention d'acquérir une patente de batelier’ suivie de sa signature est exonéré de l'obligation d'inscrire les temps de navigation et secteurs parcourus. A la demande du titulaire, le Livret de service doit être remis à ce dernier sans délai et à tout moment.

Des précisions relatives à la manière de tenir un Livret de service figurent dans les instructions ci-dessous.

Elle est dans l'obligation, mais aussi en droit, de contrôler les Livrets de service présentés et d'y apposer le visa de contrôle correspondant à ses conclusions. A cet effet, elle est en droit de demander également la présentation de livres de bord, complets ou par extraits, ou d'autres justificatifs appropriés.

B). Instructions relatives à la tenue du Livret de service

Schifferdienstbuch – Hinweise und Anweisungen zur Führung

A). Hinweise

Er hat im Schifferdienstbuch die Eintragungen über seine eigene Person und regelmäßig Eintragungen über Fahrzeiten und Streckenfahrten vorzunehmen und es bis zur Beendigung des Dienst-, Arbeits- oder sonstigen Verhältnisses sicher aufzubewahren. Soweit ein Steuermann gem. der Verordnung über das Schiffspersonal auf dem Rhein auf Seite 10 des Schifferdienstbuches den Vermerk: ‘Beabsichtigt nicht den Erwerb eines Schifferpatentes’ eingetragen und ordnungsgemäß unterzeichnet hat, entfällt die Verpflichtung Fahrzeiten und Streckenfahrten einzutragen. Auf Wunsch des Inhabers ist diesem das Schifferdienstbuch jederzeit und unverzüglich auszuhändigen.

Einzelheiten über die Art und Weise der Führung des Schifferdienstbuches ergeben sich aus den nachfolgenden Anweisungen.

Sie hat die Pflicht, aber auch das Recht, vorgelegte Dienstbücher zu prüfen und je nach Ergebnis mit dem entsprechenden Kontrollvermerk zu versehen. In diesem Zusammenhang darf sie auch die Vorlage von Bordbüchern vollständig oder auszugsweise oder von anderen geeigneten Belegen verlangen.

B). Anweisungen zur Führung des Schifferdienstbuches

Aanwijzingen en instructies voor het bijhouden van het dienstboekje

A). Aanwijzingen

Hij moet in het dienstboekje de vereiste gegevens over hem zelf inschrijven en regelmatig aantekeningen over de vaartijden en de bevaren riviergedeelten maken en het dienstboekje tot het einde van het dienstverband, arbeidscontract of andere arbeidsverhoudingen op een veilige plaats bewaren. Als een stuurman overeenkomstig het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn op bladzijde 10 van het dienstboekje de aantekening: ‘Is niet voornemens een schipperspatent te verkrijgen’ heeft aangebracht en rechtsgeldig heeft ondertekend, is hij niet langer verplicht de vaartijden en bevaren riviergedeelten aan te tekenen. Op verzoek van de houder moet het dienstboekje te allen tijde en onverwijld aan hem worden overhandigd.

Meer details met betrekking tot de wijze waarop het dienstboekje moet worden bijgehouden, vindt u in de hierna volgende instructies.

Deze heeft de plicht, maar ook het recht, het overgelegde dienstboekje te controleren en afhankelijk van het resultaat te voorzien van een waarmerk ter controle. Hiertoe heeft de bevoegde instantie het recht te verlangen dat haar ook vaartijdenboeken, volledig of een uitreksel daarvan, dan wel andere relevante bewijsstukken worden overgelegd.

Bijlage A3. Eisen betreffende tachografen en voorschriften voor de inbouw van tachografen aan boord

A. Eisen betreffende tachografen

B. Voorschriften met betrekking tot de inbouw van tachografen aan boord

Bij de installatie van tachografen aan boord moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

Bijlage A4. Verklaring voor het aantonen van de vereiste rusttijd, bedoeld in artikel 3.12, tweede tot en met zesde lid (Model)

(geldt alleen tezamen met het dienstboekje, respectievelijk met het grote patent zoals bedoeld in bijlage D1, respectievelijk het voorlopige grote patent, zoals bedoeld in bijlage D2 van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn)

Naam en voornaam:

Nummer van het dienstboekje, respectievelijk van het patent:

Scheepsnaam, uniek Europees scheepsiden-tificatienummer of officieel scheepsnummer Einde van de reis Einde van de reis Exploitatiewijze voor het einde van de reis Laatste rusttijd voor het einde van de reis Laatste rusttijd voor het einde van de reis Handtekening van de schipper
Scheepsnaam, uniek Europees scheepsiden-tificatienummer of officieel scheepsnummer Datum Tijdstip Exploitatiewijze voor het einde van de reis Begin Einde Handtekening van de schipper
E E1 E2 E3 E4
1 2 3 4 5 6 7

Deze verklaring maakt deel uit van het vaartijdenboek van het schip waarop het bemanningslid zijn nieuwe reis aanvangt en is daarmee een document als bedoeld in artikel 1.10 van het Rijnvaartpolitiereglement.

Het maken van onjuiste aantekeningen of aantekeningen die niet aan de voorschriften voldoen, kan strafbaar zijn; het gaat daarbij ten minste om overtredingen.

De schipper van het schip waarop de laatste reis van het bemanningslid heeft plaatsgevonden, is verantwoordelijk voor de gegevens die in deze verklaring worden verstrekt.

Bijlage A5. In het buitenland opgestelde, als gelijkwaardig erkende dienstboekjes (Model)

Staat Nationale autoriteit(en) van afgifte Nationale autoriteit(en) van afgifte Besluit
Tsjechische Republiek 2000-I-26
Státní plavební správa Praha Jankovcova 4 170 00 Praha 7 Tel : 234 637 111 Fax : 266 710 545 pobocka@spspraha.cz 2000-I-26
Státní plavební správa Děčín Labská 694/21 405 01 Děčín 1 Tel: 412 557 411 Fax: 412 557 410 pobocka@spsdecin.cz 2000-I-26
Státní plavební správa Přerov Seifertova 33 750 02 Přerov Tel: 581 284 254 Fax: 581 284 256 pobocka@spsprerov.cz 2000-I-26
Oostenrijk Oostenrijk Oostenrijk 2010-II-3
Bundesministerium für Verkehr, Innovation und Technologie, Oberste Schifffahrtsbehörde Radetzkystraße 2 1030 Wien Tel. +43 1 71162 Fax +43 1 7130326 mobiel: +43 664 818 88 68 +43 664 818 89 09 +43 664 818 89 10 w2@bmvit.gv.at 2010-II-3
Voor het aanbrengen van de controlestempels zijn ook de volgende instanties bevoegd: Voor het aanbrengen van de controlestempels zijn ook de volgende instanties bevoegd: Voor het aanbrengen van de controlestempels zijn ook de volgende instanties bevoegd: 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Hainburg Donaulände 2 2410 Hainburg Tel.: +43 2165 62 365 Fax: +43 2165 62 365-99 mobiel: +43 664 818 88 50 +43 664 818 88 51 +43 664 818 88 52 schifffahrtsaufsicht.hainburg@bmvit.gv.at 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Wien Handelskai 267 1020 Wien Tel.: +43 1 728 37 00 Fax: +43 1 728 37 00-99 mobiel: +43 664 / 818 88 53 +43 664 / 818 88 54 +43 664 / 818 88 55 +43 664 / 818 88 56 schifffahrtsaufsicht.wien@bmvit.gv.at 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Krems Am Schutzdamm 1 3500 Krems Tel.: +43 2732 / 83 170 Fax: +43 2732 / 83 170-99 mobiel: +43 664 / 818 88 57 +43 664 / 818 88 58 +43 664 / 818 88 59 schifffahrtsaufsicht.krems@bmvit.gv.at 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Grein Am Hofberg 2 4360 Grein Tel.: +43 7268 / 320 Fax: +43 7268 / 7431 mobiel: +43 664 / 818 88 60 +43 664 / 818 88 61 +43 664 / 818 88 62 schifffahrtsaufsicht.grein@bmvit.gv.at 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Linz Regensburgerstraße 4 4020 Linz Tel.: +43 732 / 777 229 Fax: +43 732 / 777 229-99 mobiel: +43 664 / 818 88 63 +43 664 / 818 88 64 +43 664 / 818 88 65 schifffahrtsaufsicht.linz@bmvit.gv.at
Schifffahrtsaufsicht Engelhartszell Nibelungenstraße 3 4090 Engelhartszell Tel.: +43 7717 / 8026 Fax: +43 7717 / 8026-99 mobiel: +43 664 / 818 88 66 +43 664 / 818 88 67 +43 664 / 818 88 70 schifffahrtsaufsicht.engelhartszell@bmvit.gv.at
Bulgarije 2010-II-3
Maritime Administration Ruse 7000 20 Pristanistna St. Tel : +359 82 815 815 Fax : +359 82 824 009 stw_rs@marad.bg 2010-II-3
Maritime Administration Lom 3600 3 Dunavski park St. Tel : +359 971 66 963 Fax : +359 971 66 961 stw_lm@marad.bg 2010-II-3
Hongarije 2010-II-3
Directie Strategie en Methodologie Departement Scheepvaart en Burgerluchtvaart Nemzeti Közlekedési Hatóság, Stratégiai és Módszertani Igazgatóság, Hajózásiés Légiközlekedési Főosztály Postadres: 1389 Boedapest 62, Postbus 102 Kantooradres: 1066 Boedapest, Teréz körút 62 Tel. : +36 1 815 9646 Fax : +36 1 815 9659 hajozaslegikozlekedesfoo.smi@nkh.gov.hu 2010-II-3
Polen 2010-II-3
Inland Navigation Office in Bydgoszcz Urząd Zeglugi Śródlądowej w Bydgoszczy ul. Konarskiego 1/3 85-066 Bydgoszcz Tel. +48 52 322-02-73, Fax +48 52 322-68-84 urzad@bydg.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Gdansk Urząd Zeglugi Śródlądowej w Gdańsku ul. Toruńska 8/4 80-841 Gdańsk Tel. +48 58 301-84-14 Fax +48 58 301-84-14 urzad@gda.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Gizycko Urząd Zeglugi Śródlądowej w Giżycku ul. Łuczańska 5 11-500 Giżycko Tel. +48 87 428-56-51 Fax +48 87 428-56-51 urzad@giz.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Kedzierzyn-Kozle Urząd Zeglugi Śródlądowej w Kędzierzynie-Koźlu ul. Chełmońskiego 1 47-205 Kędzierzyn-Koźle Tel. +48 77 472-23-60 Fax +48 77 472-23-61 urzad@k-k.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Krakow Urząd Zeglugi Śródlądowej w Krakowie ul. Skawińska 31/3 31-066 Kraków Tel. +48 12 430-53-97 Fax +48 12 430-53-97 urzad@kr.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Szczecin Urząd Zeglugi Śródlądowej w Szczecinie Plac Batorego 4 70-207 Szczecin Tel. +48 91 434-02-79 Fax +48 91 434-01-29 urzad@szn.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Warszawa Urząd Zeglugi Śródlądowej w Warszawie ul. Dubois 9 00-182 Warszawa Tel. +48 22 635-93-30 Fax +48 22 635-93-30 urzad@waw.uzs.gov.pl
Inland Navigation Office in Wroclaw Urząd Zeglugi Śródlądowej we Wrocławiu ul. Kleczkowska 52 50-227 Wrocław Tel. +48 71 329-18-93 Fax +48 71 329-18-93 urzad@wroc.uzs.gov.pl
Roemenië 2010-II-3
Roemeense Scheepvaartautoriteit, Constanta Port No. 1, 900900 Constanta Tel: 0040241555676 Fax: 0040341730349 rna@rna.ro lgrigore@rna.ro 2010-II-3
Slowaakse Republiek 2010-II-3
Dopravný úrad Divízia vnútrozemskej plavby Letisko M.R. Štefánika 823 05 Bratislava Tel. +421 2 333 00 217 plavba@nsat.sk 2010-II-3

Op de pagina van de website van de CCR die gewijd is aan informatie over de toepassing van de Administratieve Overeenstemming over de Wederzijdse Erkenning van Dienstboekjes, zal het model van de erkende dienstboekjes toegankelijk zijn.

Bijlage B1. Minimumeisen ten aanzien van de lichamelijke geschiktheid

II. Gehoorvermogen:

Het gehoor is als voldoende te beschouwen, indien het gemiddeld gehoorverlies van beide oren bij de frequenties 500, 1000, 2000 en 3000 Hz de waarde van 40 dB(A) niet overschrijdt. Indien de waarde van 40 dB wordt overschreden, is het gehoorvermogen toch als voldoende aan te merken, als de conversatiespraak met een hoortoestel op 2 m met elk oor afzonderlijk duidelijk wordt verstaan.

III. Er mogen geen andere bevindingen uit medische keuring aanwezig zijn die de lichamelijke geschiktheid uitsluiten.

Indien de navolgende ziekten of lichamelijke gebreken voorkomen, kan dit aanleiding geven tot twijfel aan de lichamelijke geschiktheid van de gegadigde als schipper:

Bijlage D3. Bewijs voor riviergedeelten (Model)

Bijlage D4. Radarpatent (Model)

Bijlage D5. Als gelijkwaardig erkend Vaarbevoegdheidsbewijs

I. Vaarbevoegdheidsbewijzen van de lidstaten

Belgisch Model:

Het materiaal van de kaart moet voldoen aan ISO-norm 7810.

II. – Vaarbevoegdheidsbewijs van derde landen

Vaarbevoegdheidsbewijs klasse B

Modellen van het Tsjechische vaarbevoegdheidsbewijs

Hongaarse modellen vaarbewijs klasse A en klasse B

(De fysieke kenmerken van de kaart moeten voldoen aan de ISO-norm 7810.)

(De fysieke kenmerken van de kaart moeten voldoen aan de ISO-norm 7810.)

Vaarbewijs type B

Modellen van de Slowaakse vaarbewijzen categorie A en categorie B

Vaarbewijs van kapitein klasse I (B)

Kapiteinspatent A

Kapiteinspatent B

Bijlage D6. Als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen voor de radarvaart

Model van het Roemeense bevoegdheidsbewijs voor het varen op radar

Modellen van de Tsjechische bevoegdheidsbewijzen voor de radarvaart

(van kracht vanaf 15.3.2015)

Hongaars radarbevoegdheidsbewijs voor de binnenvaart

Bijlage D7. Examenprogramma ter verkrijging van een Rijnpatent

Opmerking vooraf:

Soorten patent (kolom 4 tot en met 7)
A – Groot patent
B – Klein patent
C – Sportpatent
D – verheidspatent
Vereiste kennis (kolom 3)
1 – Gedetailleerde kennis
2 – Basiskennis
1 2
--- ---
nr. Examenstof
1. Kennis van de reglementen, gidsen en handboeken
1.1 Rijnvaartpolitiereglement (inclusief de tijdelijke wijzigingen)
Hoofdstuk 1 tot en met 7, 15
Hoofdstuk 8:
Hoofdstuk 9, 10, 12, 14 (voor de betreffende riviergedeelten)
Hoofdstuk 11:
Bijlagen
3. Optische tekens van schepen
6. Geluidsseinen
7. Verkeerstekens
8. Verkeerstekens ter markering van de vaarweg
10. Olie-afgifteboekje
Gidsen/Handboeken
Marifonie in de binnenvaart
Afvalverwijdering
1.2 Verkeersvoorschriften voor zeescheepvaartwegen
(optische tekens van schepen, geluidsseinen, verkeerstekens, navigatiehulpmiddelen en betonningssystemen, vaarregels)
1.3 Reglement onderzoek Schepen op de Rijn
Opzet en inhoud
Inhoud certificaat van onderzoek
1.4 Bemanningsvoorschriften, Deel II van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
1.5 ADN
Opzet
Documenten/instructies
Kennis van de voorgeschreven blauwe kegels/lichten
Opzoeken van operationele voorschriften
1.6 Bepalingen betreffende de Rijnpatenten: Deel III van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
Soorten patent
Criteria voor de intrekking van een patent en de opschorting van de geldigheid
1.7 Voorkoming van ongevallen
2. Nautische kennis en kennis van riviergedeelten
(aan de hand van kaarten)
2.1 Rijn en nevenwateren
(belangrijkste geografische, hydrologische, meteorologische en morfologische kenmerken)
2.2 Kennis van de gewenste riviergedeelten van de Rijn
Beschrijving van de vaarweg in de op- en afvaart
Afmetingen van de vaarweg
2.3 Navigatie op zeescheepvaartwegen
(koersbepaling, peilingen en plaatsbepaling, het gebruik van zeekaarten, procedures voor het controleren van het kompas, basiskennis inzake getijdewerking)
3. Praktijkkennis
(Nautische zaken, scheepvaarttechnische zaken, praktische vaardigheden)
3.1 Voeren van het schip
Praktijk van het sturen, manoeuvreereigenschappen
Functie van de stuurinrichtingen en de aandrijving
Invloed van stromingen, wind en zuiging
Drijfvermogen, stabiliteit en toepassing daarvan in de praktijk
Ankeren en meren
3.2 Motorenkennis
Bouw, werking van de motoren, functie van de elektrische inrichtingen
Bediening, bedrijfscontrole
Maatregelen bij bedrijfsstoringen
3.3 Laden en lossen
Bepalen van het gewicht van de lading aan de hand van de meetbrief
Gebruik van de diepgangsschaal
Stuwen van de lading
3.4 Handelen onder bijzondere omstandigheden
Maatregelen bij schade, eerste hulp, stoppen van lekkage
Bediening van reddingsmiddelen
Bijzonderheden bij averij op zeescheepvaartwegen
Behandeling van afval en voorkomen van verontreiniging van de waterwegen
Informeren van de bevoegde autoriteiten
Brandbestrijding

Bijlage D8. Examenprogramma ter verkrijging van een radarpatent

Deel A. – Theoretisch gedeelte

Deel B. – Praktisch gedeelte

E. : Bemanningsleden van schepen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage E1. Model van de verklaring van deskundigheid aangaande het gebruik van vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage E2. Programma van de cursus voor bemanningsleden van schepen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden