← Geldende tekst · Geschiedenis

Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP)

Geldende tekst a fecha 2024-01-01

Deel I. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen voor de delen I, II en III

Artikel 1.01. Toepassingsgebied

Dit reglement is van toepassing op

tenzij in dit reglement anders is bepaald.

Artikel 1.02. Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

Artikel 1.03. Voorschriften van tijdelijke aard van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart

Deel II. Bemanningsvoorschriften

Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen voor deel II

Artikel 2.01. Opname in een digitaal register
Artikel 2.02. Algemeen

Hoofdstuk 3. Voorschriften voor alle typen schepen

Paragraaf 1. : Bepalingen betreffende de bekwaamheden van de bemanningsleden

Artikel 3.01. Beschrijving van de functies

Subparagraaf 1. : Voorwaarden voor het verkrijgen van de bekwaamheid

Artikel 3.02. Geldigheid van bemanningsdocumenten
Artikel 3.03. Duplicaat

Indien een kwalificatiecertificaat, dienstboekje of vaartijdenboek onbruikbaar is geworden, verloren is gegaan of om andere reden niet meer voorhanden is, wordt dit door de autoriteit van afgifte in het nationale register geregistreerd. De autoriteit van afgifte verstrekt op verzoek een nieuw kwalificatiecertificaat, dienstboekje of vaartijdenboek. De houder moet bij de autoriteit van afgifte het verlies aannemelijk maken. Een onbruikbaar geworden of een teruggevonden kwalificatiecertificaat, dienstboekje of vaartijdenboek, moet bij de autoriteit van afgifte worden ingeleverd of worden overgelegd om ongeldig te worden gemaakt.

Artikel 3.04. Kosten

Het examen of de afgifte van een kwalificatiecertificaat, dienstboekje of vaartijdenboek, evenals de afgifte van een duplicaat en het omruilen worden gedaan tegen een redelijke vergoeding van de kosten door de aanvrager. De hoogte van de kosten wordt door de lidstaten van de CCR overeenkomstig nationale regelingen vastgesteld.

Subparagraaf 2. : Wijze van aantonen van bekwaamheid

Artikel 3.05. Bewijs van bekwaamheid
Artikel 3.06. Dienstboekje
Artikel 3.07. Verlies van de geldigheid van het dienstboekje

Subparagraaf 3. : Vaartijd

Artikel 3.08. Berekening van de vaartijd

Als één jaar vaartijd gelden 180 effectieve vaardagen in de binnenvaart. Binnen een periode van 365 opeenvolgende dagen kunnen maximaal 180 dagen als daadwerkelijke vaartijd worden meegerekend. 250 vaardagen in de zee- en kustvaart alsmede de visserij gelden als één jaar vaartijd.

Artikel 3.09. Bewijs van vaartijd en reizen op bepaalde riviergedeelten

Paragraaf 2. : Verplichte rusttijd

Artikel 3.10. Exploitatiewijzen
Artikel 3.11. Verplichte rusttijd
Artikel 3.12. Wisseling of herhaling van exploitatiewijze
Artikel 3.13. Vaartijdenboek – Tachograaf

Paragraaf 3. : Minimumbemanning aan boord

Artikel 3.14. Uitrusting van schepen
Artikel 3.15. Minimumbemanning van motorschepen en duwboten
Groep Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2
Groep Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A2 A2 B B B
Groep Groep Bemanningsleden S1 S1 S2 S1 S2 S1 S1 S2
1 L ≤ 70 m schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos 1 – – 1 – 2 – – – – 2 – – 1 11) 2 – – – 21)3)
2 70 m < L ≤ 86 m schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos 1 of – 1 – – 1 – – 1 1 1 – – 1 1 2 – – – 11) 2 – – 2 – 2 – – 1 1
3 L > 86 m schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos 1 of 1 – 1 – 1 1 – – 2 1 1 – – 1 2 – – 1 11) 2 – – – 21) 2 of 1 – 2 – 2 12) – 1 – 2 1 – 1 1
Artikel 3.16

Minimumbemanning van hechte samenstellen en andere hechte samenstellingen

Groep Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2
Groep Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A2 A2 B B B B
Groep Groep Bemanningsleden S1 S1 S2 S1 S2 S1 S1 S2 S2
1 afmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 m schipper 1 1 2 2 2 2 2
1 afmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 m stuurman
1 afmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 m volmatroos
1 afmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 m matroos 1 1 1 1
1 afmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 m lichtmatroos 11 11 21 3 21 3
1 afmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 m machinist
2 afmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 m schipper 1 of 1 1 2 2 2 2 2
2 afmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 m stuurman
2 afmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 m volmatroos 1
2 afmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 m matroos 1 1 2 2 1 1
2 afmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 m lichtmatroos 1 1 11 1 1
2 afmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 m machinist
3 duwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 m schipper 1 of 1 1 2 2 2 of 2 2 2
3 duwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 m stuurman 1 1 1 1 12 1 1
3 duwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 m volmatroos
3 duwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 m matroos 1 1 2 1 1 1
3 duwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 m lichtmatroos 2 1 11 21 1 1
3 duwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 m machinist
4 duwboot + 2 duwbakken motorschip + 1 bak schipper 1 1 1 2 2 2 of 2 2 of 2
4 duwboot + 2 duwbakken motorschip + 1 bak stuurman 1 1 1 1 12 1 12
4 duwboot + 2 duwbakken motorschip + 1 bak volmatroos 1 1 1
4 duwboot + 2 duwbakken motorschip + 1 bak matroos 1 1 2 2 2
4 duwboot + 2 duwbakken motorschip + 1 bak lichtmatroos 11 11 21 11 21 1 1
4 duwboot + 2 duwbakken motorschip + 1 bak machinist 1 1
5 duwboot + 3 of meer duwbakken motorschip + 2 of meer duwbakken schipper 1 of 1 1 2 2 2 of 2 2 of 2
5 duwboot + 3 of meer duwbakken motorschip + 2 of meer duwbakken stuurman 1 1 1 1 12 1 12
5 duwboot + 3 of meer duwbakken motorschip + 2 of meer duwbakken volmatroos 1 1 1
5 duwboot + 3 of meer duwbakken motorschip + 2 of meer duwbakken matroos 2 1 1 2 2 2
5 duwboot + 3 of meer duwbakken motorschip + 2 of meer duwbakken lichtmatroos 2 1 11 21 11 2 1
5 duwboot + 3 of meer duwbakken motorschip + 2 of meer duwbakken machinist 1 1 1 1 1 1 1 1 1
Artikel 3.17. Minimumbemanning van passagiersschepen
Groep Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2
Groep Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A2 A2 B B
Groep Groep Bemanningsleden S1 S1 S2 S1 S2 S1 S2
1 Toegestaan aantal passagiers tot en met 75 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 – – 1 – – 1 – – 1 – – 2 – – 1 – – 2 – – 2 – – 2 – 1 – 1 –
2 Toegestaan aantal passagiers van 76 tot en met 250 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 of – – 1 1 – 1 – – – – 1 1 – – 1 1 – 2 – – – 11 1 2 – – 1 11 1 2 – – 1 11 1
3 Toegestaan aantal passagiers van 251 tot en met 600 schipper stuurman volmatroos matroos. lichtmatroos machinist 1 of – 1 – – 1 1 – 1 – 2 – 1 – 1 – 1 – 2 – – 1 – 1 2 – – – 1 1 3 – – 1 – 1 3 – – – 1 1
4 Toegestaan aantal passagiers van 601 tot en met 1.000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 1 – 1 11 1 1 1 – 1 11 1 1 1 – – 21 1 2 – – 2 – 1 2 – 1 – 1 1 3 – – 2 – 1 3 – 1 – 1 1
5 Toegestaan aantal passagiers van 1.001 tot en met 2.000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 2 of – – 3 – 1 2 – – 2 2 1 2 – 1 1 1 1 2 – – 3 11 1 2 – 1 1 21 1 3 – – 3 11 1 3 – 1 1 21 1
6 Toegestaan aantal passagiers meer dan 2.000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 2 – – 3 11 1 2 – – 3 11 1 2 – 1 1 21 1 2 – – 4 – 1 2 – 1 2 1 1 3 – – 4 11 1 3 – 1 2 21 1
Groep Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2
Groep Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A1 A2 A2 A2 B B B
Groep Groep Bemanningsleden S1 S1 S1 S2 S1 S2 S2 S1 S1 S2
1. Toegestaan aantal passagiers: van 501 tot en met 1.000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist2 1 1 1 1 – 2 1 1 1 1 – 2 1 1 1 1 – 2 1 1 1 – 1 2 2 – 1 1 – 2 2 – 1 – 1 2 2 – 1 – 1 2 3 – 1 1 – 3 3 – 1 1 – 3 3 – 1 – 1 3
2. Toegestaan aantal passagiers: van 1.001 tot en met 2.000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos Machinist2 2 of – – 3 – 3 2 of – – 3 – 3 2 – – 2 2 3 2 – 1 1 1 3 2 – – 3 11 3 2 – 1 1 21 3 2 – 1 1 21 3 3 – – 3 11 3 3 – – 3 11 3 3 – 1 1 21 3
Groep Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2
Groep Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A2 A2 B B
Groep Groep Bemanningsleden S1 S1 S2 S1 S2 S1 S2
1 Toegestaan aantal bedden: tot en met 50 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 – 1 – – 1 1 – 1 – – 1 1 – – – 2 1 2 – – 1 – 1 2 – – – 1 1 3 – – 1 – 1 3 – – – 1 1
2 Toegestaan aantal bedden: van 51 tot 100 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 1 – 1 – 1 1 1 – 1 – 1 1 1 – – 1 1 2 – – 1 – 1 2 – – – 1 1 3 – – 1 – 1 3 – – – 1 1
3 Toegestaan aantal bedden meer dan 100 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 of 1 – 2 – 1 1 1 – 1 2 1 1 1 – 1 1 1 2 – – 3 – 1 2 – 1 1 1 1 3 – – 3 – 1 3 – 1 1 1 1
Artikel 3.18. Afwijking van de in artikel 3.14 voorgeschreven uitrusting
Artikel 3.19. Minimumbemanning van overige vaartuigen
Artikel 3.20. Minimumbemanning voor zeeschepen
Artikel 3.21. Minimumbemanning voor kanaalspitsen

De bepalingen van hoofdstuk 3 zijn niet van toepassing op kanaalspitsen. Desalniettemin moet de bemanning ten minste bestaan uit:

Artikel 3.22. Minimumbemanning voor pleziervaartuigen

De bepalingen van hoofdstuk 3 zijn niet van toepassing op pleziervaartuigen.

Desalniettemin moet de bemanning ten minste bestaan uit:

Artikel 3.23. Uitzondering

Voor de vaart beneden het Spijksche Veer (km 857,40) kan, voor zover de Duits-Nederlandse grens tijdens de vaart noch in de ene, noch in de andere richting wordt overschreden, worden volstaan met de toepassing van de voorschriften van de Nederlandse ‘Binnenvaartwet’ (Staatsblad 2007, Nummer 498).

Hoofdstuk 4. Aanvullende voorschriften voor het voorgeschreven veiligheidspersoneel aan boord van schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren

Artikel 4.01. Geschiktheid van bemanningsleden

Hoofdstuk 4a. Aanvullende voorschriften voor de kennis van de bemanningsleden van schepen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken

Artikel 5.01. Dienstboekje

Paragraaf 1. : Eisen voor het verkrijgen van, en het bewijs van bekwaamheid

Artikel 5.02. Bewijs van vaartijd en reizen op bepaalde riviergedeelten
Artikel 5.03. Basisopleiding voor deskundigen

Personen die de taak als deskundige in de zin van artikel 5.02 moeten waarnemen, moeten voor het verkrijgen van de vakkennis aan een basisopleiding deelnemen. De basisopleiding moet in het kader van een door de bevoegde autoriteit georganiseerde of door haar erkende opleiding worden gevolgd en moet ten minste bestaan uit:

Artikel 5.04. Opfriscursus voor deskundigen
Artikel 5.05. Eerste hulpverlener

De eerste hulpverlener moet ten minste 17 jaar zijn en de vereiste bekwaamheid bezitten. Deze wordt geacht aanwezig te zijn, indien de desbetreffende persoon

Artikel 5.06. Persluchtmaskerdrager

De persluchtmaskerdrager moet ten minste 18 jaar zijn en de vereiste bekwaamheid bezitten, om de ademhalingsapparatuur zoals bedoeld in artikel 19.12, tiende lid, onderdeel a, van ES-TRIN, voor de redding van personen te kunnen gebruiken. Deze wordt geacht aanwezig te zijn, indien de betreffende persoon de lichamelijke en geestelijke geschiktheid en de bekwaamheid overeenkomstig de nationale voorschriften van de Rijnoeverstaten of België aantoont en regelmatig overeenkomstig artikel 5.07 is bijgeschoold.

Artikel 5.07. Cursussen en bijscholing voor eerste hulpverleners en persluchtmaskerdragers

De opleiding en bijscholing voor eerste hulpverleners en persluchtmaskerdragers moeten gevolgd worden overeenkomstig de voorschriften van één van de Rijnoeverstaten of België.

Artikel 5.08. Wijze van aantonen van bekwaamheid

Paragraaf 2. : Verplichtingen bij de exploitatie van passagiersschepen

Artikel 5.09. Aantal leden veiligheidspersoneel
groep Aantal personenaan boord Deskundige voor de passagiersvaart Eerste hulpverleners
1 tot 250 1 1
2 meer dan 250 1 2
groep Aantal bezette bedden Deskundigen voor de passagiersvaart Eerste hulpverleners Persluchtmaskerdragers
1 tot 100 1 1 2
2 meer dan 100 1 2 2
Artikel 5.10. Plichten van de schipper en de deskundige
Artikel 5.11. Toezicht

Zolang zich passagiers aan boord bevinden, moet er ’s nachts ieder uur een controleronde gemaakt worden. Er moet op een adequate wijze kunnen worden gecontroleerd of deze rondes plaatsvinden.

Deel III. Voorschriften betreffende de vaarbevoegdheidsbewijzen

Hoofdstuk 6. Op deel III van toepassing zijnde algemene bepalingen

Artikel 6.01. Goedkeuring van een opleidingsprogramma
Artikel 6.02. Verplichting tot het hebben van een schipperspatent
Artikel 6.03. Verplichting tot het hebben van een radarpatent
Artikel 6.04. Soorten patent

In de zin van dit reglement onderscheidt men

Hoofdstuk 7. Bepalingen betreffende de Rijnpatenten

Paragraaf 1. : Voorwaarden voor het verkrijgen van een Rijnpatent

Subparagraaf 1. : Algemene eisen

Artikel 7.01. Toelating tot het administratief examen
Artikel 7.02. Inhoud van het administratief examen
Artikel 7.03. Examencommissie voor het administratief examen
Artikel 7.04. Overheidspatent

Subparagraaf 2. : Kennis vanriviergedeelten

Artikel 7.05. Bedoeld riviergedeelte

Ongeacht het soort patent is specifieke kennis van riviergedeelten bovendien verplicht tussen de sluizen te Iffezheim (km 335,92) en het Spijksche Veer (km 857,40).

Artikel 7.06. Verkrijging van de kennis van een riviergedeelte
Artikel 7.07. Bewijs van kennis voor een riviergedeelte

Paragraaf 2. : Toelatings- en examenprocedure

Artikel 7.08. Examencommissie
Artikel 7.09. Aanvraag voor de verkrijging of uitbreiding van een Rijnpatent
Artikel 7.10. Aanvraag voor de verkrijging of uitbreiding van een bewijs voor kennis van een riviergedeelte
Artikel 7.11. Toelating tot het examen
Artikel 7.12. Examen
Artikel 7.13. Vrijstellingen en verlaging van de eisen voor het examen
Artikel 7.14. Afgifte en uitbreiding van Rijnpatenten
Artikel 7.15. Afgifte van een bewijs voor kennis van riviergedeelten

De bevoegde autoriteit geeft aan degene die het examen voor de kennis van riviergedeelten zoals voorzien in artikel 7.06, tweede lid, met goed gevolg heeft afgelegd een bewijs voor kennis van riviergedeelten af volgens het model van de bijlage D3.

Artikel 7.16. Kosten

Het examen, de afgifte, de uitbreiding, de verlenging en het verstrekken van het Rijnpatent of een bewijs voor kennis van riviergedeelten, evenals de afgifte van een duplicaat en het omruilen worden gedaan tegen een redelijke vergoeding van de kosten door de aanvrager. De hoogte van de kosten wordt door de bevoegde autoriteit vastgesteld. Deze kan vanaf het tijdstip van de aanvaarding van de aanvraag gehele of gedeeltelijke betaling eisen.

Paragraaf 3. : Controle van de lichamelijke en geestelije geschiktheid

Artikel 7.17. Regelmatige controle van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid
Artikel 7.18. Bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid door houders van een Rijnpatent vanaf de leeftijd van 50 jaar
Artikel 7.19. Bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor houders van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs vanaf de leeftijd van 50 jaar

Paragraaf 4. : Opschorting en intrekking

Artikel 7.20. Verlies van de geldigheid van het Rijnpatent
Artikel 7.21. Opschorting van de geldigheid van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs

Het door de CCR als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs verliest van amtbstwege, zijn geldigheid op de Rijn, zelfs zonder een beslissing,

Artikel 7.22. Intrekking van het Rijnpatent
Artikel 7.23. Vaarverbod voor de houder van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs
Artikel 7.24. Invordering van een Rijnpatent
Artikel 7.25. Invordering van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs

Hoofdstuk 8. Bepalingen betreffende het radarpatent

Artikel 8.01. Opschorting van de geldigheid van het kwalificatiecertificaat
Artikel 8.02. Intrekking van het kwalificatiecertificaat
Artikel 8.03. Invordering van het als fysiek document afgegeven kwalificatiecertificaat
Artikel 8.04. Examen
Artikel 8.05. Afgifte van het radarpatent
Artikel 8.06. Intrekking van het radarpatent

Het radarpatent kan door de bevoegde autoriteit die het radarpatent heeft afgegeven, worden ingetrokken, wanneer de houder bij het voeren van een schip met behulp van radar een voor de scheepvaart gevaar veroorzakende onbekwaamheid aan de dag heeft gelegd. Het radarpatent kan tijdelijk dan wel permanent worden ingetrokken.

Artikel 8.07. Verbod voor houders van een als gelijkwaardig erkend getuigschrift voor het voeren van een schip op radar
Artikel 8.08. Kosten

Het examen, de afgifte, de verstrekking van een duplicaat en het omruilen van het radarpatent geschieden tegen een redelijke vergoeding van de kosten door de aanvrager. De hoogte van de kosten wordt door de bevoegde autoriteit vastgesteld. Deze kan verlangen dat de kosten in hun geheel of ten dele bij de aanvaarding van de aanvraag worden voldaan.

Hoofdstuk 9. Overgangsbepalingen

Artikel 9.01. Functies op instroom- en operationeel niveau
Artikel 9.02. Geldigheid van bestaande patenten
Artikel 9.03. Overeenstemming van de verschillende patenten
De volgende geldige patenten als bedoeld in artikel 9.01, eerste lid stemmen overeen met de patenten als bedoeld in artikel 6.04, eerste lid, van dit reglement
Rijnschipperspatent Groot patent
Klein patent Klein patent
Politiebotenpatent Overheidspatent
Douanebotenpatent Overheidspatent
Brandweerbotenpatent Overheidspatent
Sportpatent Sportpatent
Artikel 9.04. In beschouwing nemen van de vaartijd

De vaartijd en de reizen die vóór de inwerkingtreding van dit reglement zijn gemaakt, worden overeenkomstig de vroeger hiervoor geldende voorschriften in beschouwing genomen.

Bijlage A1. Vaartijdenboek (Model B-00734)

Volgnummer ......

Dit vaartijdenboek omvat 200 bladzijden, genummerd van 1 tot en met 200. De aantekeningen in dit boek dienen met inkt en duidelijk leesbaar (bijv. in drukletters) te worden aangebracht.

Volgnummer ......

Dit vaartijdenboek omvat 200 bladzijden, genummerd van 1 tot en met 200. De aantekeningen in dit boek dienen met inkt en duidelijk leesbaar (bijv. in drukletters) te worden aangebracht.

Aanwijzingen voor het bijhouden van het vaartijdenboek

Sancties

Overtreding van de bemanningsvoorschriften van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn is strafbaar. Hetzelfde geldt voor het niet bijhouden, dan wel het niet volgens de voorschriften bijhouden van het vaartijdenboek.

Volgnummer ......

TEMPS DE REPOS – RUHEZEITEN – RUSTTIJDEN

Naam van het schip: ......

Uniek Europees scheepsidentificatienummer (ENI) of officieel scheepsnummer: ......

Mode d'exploitation

Bijlage 3. Sportpatent

De lijst van de sportpatenten van de Rijnoeverstaten en België, alsmede de modellen staan op de website van de CCR: www.ccr-zkr.org.

Overtreding van de bemanningsvoorschriften van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn is strafbaar. Hetzelfde geldt voor het niet bijhouden, dan wel het niet volgens de voorschriften bijhouden van het vaartijdenboek.

(Gevolgd door de van kracht zijnde tekst van deel II van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn in het Frans, Duits en Nederlands.)

Deel A. Eisen voor gedeelten van de Rijn met specifieke risico’s

Deel B. Delen van de Rijn waarvoor aanvullende competenties van de schipper vereist zijn

Betriebsform .............................

Aanvullende competentie

Een schipper die met een vaartuig dit binnenwaterwegtraject met specifieke risico’s bevaart, moet met het oog op de veiligheid de eigenschappen en plaatselijke omstandigheden van dit gedeelte van de Rijn kennen.

Le Livret de service est un document officiel au sens de l'article 1.10 du Règlement de police pour la navigation du Rhin et est délivré conformément au Règlement relatif au personnel de la navigation sur le Rhin. L'inscription d'indications erronées ou non conformes est passible de sanctions; en tout état de cause il s'agit d'infractions. L'autorité compétente est responsable des indications d'ordre général (pages 3 à 8). Le Livret de service est uniquement valable lorsqu'il porte les inscriptions officielles à la page 3. Le Livret de service n'est pas valable en l'absence de ces inscriptions officielles.

De aanvullende competentie komt overeen met de aanvullende competentie die genoemd wordt onder nummer I (Rijn van kmr 335,92 (sluis Iffezheim) tot kmr 352,07 (Duits-Franse grens)).

Titulaire/Inhaber (im ganzen Buch wird sowohl die weibliche und die männliche Form gemeint)/Houder (in het gehele dienstboekje wordt zowel de vrouwelijke als de mannelijke vorm bedoeld)

Aanvullende competentie

Een schipper die met een vaartuig dit binnenwaterwegtraject met specifieke risico’s bevaart, moet met het oog op de veiligheid de eigenschappen en plaatselijke omstandigheden van dit gedeelte van de Rijn kennen.

Le Livret de service est un document officiel au sens de l'article 1.10 du Règlement de police pour la navigation du Rhin et est délivré conformément au Règlement relatif au personnel de la navigation sur le Rhin. L'inscription d'indications erronées ou non conformes est passible de sanctions; en tout état de cause il s'agit d'infractions. L'autorité compétente est responsable des indications d'ordre général (pages 3 à 8). Le Livret de service est uniquement valable lorsqu'il porte les inscriptions officielles à la page 3. Le Livret de service n'est pas valable en l'absence de ces inscriptions officielles.

B). Instructions relatives à la tenue du Livret de service

Schifferdienstbuch – Hinweise und Anweisungen zur Führung

V. De Rijn van kmr 592,00 (Koblenz, monding van de Moezel) tot kmr 769,00 (Krefeld)

Aanvullende competentie

Een schipper die met een vaartuig dit gedeelte van de Rijn met specifieke risico’s bevaart, moet met het oog op de veiligheid de eigenschappen en plaatselijke omstandigheden van dit gedeelte van de Rijn kennen.

Il doit porter dans le Livret de service les inscriptions relatives à sa propre personne, il doit y inscrire régulièrement les temps de navigation et les secteurs parcourus et il doit conserver le Livret de service en lieu sûr jusqu'à la fin du service ou jusqu'au terme du contrat de travail ou de tout autre arrangement. Conformément au Règlement relatif au personnel de la navigation sur le Rhin, un timonier qui a porté sur la page 10 du livret de service la mention ‘n'a pas l'intention d'acquérir une patente de batelier’ suivie de sa signature est exonéré de l'obligation d'inscrire les temps de navigation et secteurs parcourus. A la demande du titulaire, le Livret de service doit être remis à ce dernier sans délai et à tout moment.

Aanvullende competentie

Een schipper die met een vaartuig dit gedeelte van de Rijn met specifieke risico’s bevaart, moet met het oog op de veiligheid de eigenschappen en plaatselijke omstandigheden van dit gedeelte van de Rijn kennen.

Inhaber des Schifferdienstbuches ist die Person, auf welche das Schifferdienstbuch ausgestellt ist. Das Schifferdienstbuch ist bei erstmaligem Dienstaufnahme dem Schiffsführer auszuhändigen und ab Ausgabedatum jeweils mindestens einmal innerhalb von zwölf Monaten bei der zuständigen Behörde zur Eintragung des Kontrollvermerks vorzulegen. Ein Steuermann, der kein großes Patent erwerben will, ist gem. der Verordnung über das Schiffspersonal auf dem Rhein von der Vorlagepflicht zur Eintragung des Kontrollvermerkes befreit. In diesem Fall hat er gem. der Verordnung über das Schiffspersonal auf dem Rhein auf der Seite 10 des Schifferdienstbuches den Vermerk: ‘Beabsichtigt nicht den Erwerb eines Schifferpatentes’ einzutragen und ordnungsgemäß zu unterzeichnen.

Es liegt im Interesse des Inhabers, darauf zu achten, dass der Schiffsführer die Eintragungen richtig und vollständig vornimmt. Es liegt ebenfalls in seinem Interesse, die zuständige Behörde bei der Prüfung des Schifferdienstbuches durch Vorlage geeigneter Unterlagen zu unterstützen. Stellt die zuständige Behörde fest, dass das Schifferdienstbuch bei einzelnen Reisen unvollständig ausgefüllt ist oder sich dabei Zweifel ergeben, die auch nachträglich nicht ausgeräumt werden können, können diese Reisen für die Berechnung der Fahrzeit oder als nachgewiesene Streckenfahrten nicht berücksichtigt werden.

A). Hinweise

Aanwijzingen en instructies voor het bijhouden van het dienstboekje

A). Aanwijzingen

Inhaber des Schifferdienstbuches ist die Person, auf welche das Schifferdienstbuch ausgestellt ist. Das Schifferdienstbuch ist bei erstmaligem Dienstaufnahme dem Schiffsführer auszuhändigen und ab Ausgabedatum jeweils mindestens einmal innerhalb von zwölf Monaten bei der zuständigen Behörde zur Eintragung des Kontrollvermerks vorzulegen. Ein Steuermann, der kein großes Patent erwerben will, ist gem. der Verordnung über das Schiffspersonal auf dem Rhein von der Vorlagepflicht zur Eintragung des Kontrollvermerkes befreit. In diesem Fall hat er gem. der Verordnung über das Schiffspersonal auf dem Rhein auf der Seite 10 des Schifferdienstbuches den Vermerk: ‘Beabsichtigt nicht den Erwerb eines Schifferpatentes’ einzutragen und ordnungsgemäß zu unterzeichnen.

Es liegt im Interesse des Inhabers, darauf zu achten, dass der Schiffsführer die Eintragungen richtig und vollständig vornimmt. Es liegt ebenfalls in seinem Interesse, die zuständige Behörde bei der Prüfung des Schifferdienstbuches durch Vorlage geeigneter Unterlagen zu unterstützen. Stellt die zuständige Behörde fest, dass das Schifferdienstbuch bei einzelnen Reisen unvollständig ausgefüllt ist oder sich dabei Zweifel ergeben, die auch nachträglich nicht ausgeräumt werden können, können diese Reisen für die Berechnung der Fahrzeit oder als nachgewiesene Streckenfahrten nicht berücksichtigt werden.

Er hat im Schifferdienstbuch die Eintragungen über seine eigene Person und regelmäßig Eintragungen über Fahrzeiten und Streckenfahrten vorzunehmen und es bis zur Beendigung des Dienst-, Arbeits- oder sonstigen Verhältnisses sicher aufzubewahren. Soweit ein Steuermann gem. der Verordnung über das Schiffspersonal auf dem Rhein auf Seite 10 des Schifferdienstbuches den Vermerk: ‘Beabsichtigt nicht den Erwerb eines Schifferpatentes’ eingetragen und ordnungsgemäß unterzeichnet hat, entfällt die Verpflichtung Fahrzeiten und Streckenfahrten einzutragen. Auf Wunsch des Inhabers ist diesem das Schifferdienstbuch jederzeit und unverzüglich auszuhändigen.

Einzelheiten über die Art und Weise der Führung des Schifferdienstbuches ergeben sich aus den nachfolgenden Anweisungen.

Sie hat die Pflicht, aber auch das Recht, vorgelegte Dienstbücher zu prüfen und je nach Ergebnis mit dem entsprechenden Kontrollvermerk zu versehen. In diesem Zusammenhang darf sie auch die Vorlage von Bordbüchern vollständig oder auszugsweise oder von anderen geeigneten Belegen verlangen.

Houder van een dienstboekje is degene op wiens naam het dienstboekje is afgegeven.

Het dienstboekje moet bij de eerste indiensttreding aan de schipper worden overhandigd en vanaf de datum van afgifte jaarlijks en op zijn minst eenmaal binnen twaalf maanden bij de bevoegde autoriteit ter waarmerking worden overgelegd. Een stuurman die geen groot Patent overeenkomstig Deel III van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn wil verkrijgen, is krachtens artikel 3.06, punt 5 van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn vrijgesteld van de verplichting het dienstboekje te overleggen voor aantekening van het controlewaarmerk. In dit geval moet hij overeenkomstig het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn op bladzijde 10 van het dienstboekje de aantekening: ‘Is niet voornemens een schipperspatent te verkrijgen’ aanbrengen en rechtsgeldig ondertekenen.

Het is in het belang van de houder ervoor te zorgen dat de aantekeningen die door de schipper in het dienstboekje worden aangebracht, juist en volledig zijn.

Het dienstboekje is een officieel document in de zin van artikel 1.10 van het Rijnvaartpolitiereglement en wordt afgegeven overeenkomstig het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn. Het maken van onjuiste aantekeningen of aantekeningen die niet aan de voorschriften voldoen, kan strafbaar zijn; het zijn op zijn minst overtredingen. Verantwoordelijk voor de algemene aantekeningen in het dienstboekje (pagina 3 tot en met 8) is de bevoegde autoriteit. Het dienstboekje is slechts geldig indien het is voorzien van de officiële aantekeningen op pagina 3. Een dienstboekje zonder de officiële aantekeningen is ongeldig.

B). Instructies voor het bijhouden van het dienstboekje

Bijlage A3. Eisen betreffende tachografen en voorschriften voor de inbouw van tachografen aan boord

A. Eisen betreffende tachografen

B). Instructies voor het bijhouden van het dienstboekje

Het is eveneens in zijn belang de bevoegde autoriteit bij de controle van het dienstboekje behulpzaam te zijn door de juiste documenten te overleggen. Stelt de bevoegde autoriteit vast dat het dienstboekje bij sommige reizen onvolledig is ingevuld of dat er twijfel bestaat die ook achteraf niet kan worden weggenomen, dan kan met deze reizen voor de berekening van de vaartijd of als bewijs van de bevaren riviergedeelten geen rekening worden gehouden.

Bijlage A4. Verklaring voor het aantonen van de vereiste rusttijd, bedoeld in artikel 3.12, tweede tot en met zesde lid (Model)

(geldt alleen tezamen met het dienstboekje, respectievelijk met het grote patent zoals bedoeld in bijlage D1, respectievelijk het voorlopige grote patent, zoals bedoeld in bijlage D2 van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn)

Naam en voornaam:

Nummer van het dienstboekje, respectievelijk van het patent:

Scheepsnaam, uniek Europees scheepsiden-tificatienummer of officieel scheepsnummer Einde van de reis Einde van de reis Exploitatiewijze voor het einde van de reis Laatste rusttijd voor het einde van de reis Laatste rusttijd voor het einde van de reis Handtekening van de schipper
Scheepsnaam, uniek Europees scheepsiden-tificatienummer of officieel scheepsnummer Datum Tijdstip Exploitatiewijze voor het einde van de reis Begin Einde Handtekening van de schipper
E E1 E2 E3 E4
1 2 3 4 5 6 7

Deze verklaring maakt deel uit van het vaartijdenboek van het schip waarop het bemanningslid zijn nieuwe reis aanvangt en is daarmee een document als bedoeld in artikel 1.10 van het Rijnvaartpolitiereglement.

Het maken van onjuiste aantekeningen of aantekeningen die niet aan de voorschriften voldoen, kan strafbaar zijn; het gaat daarbij ten minste om overtredingen.

De schipper van het schip waarop de laatste reis van het bemanningslid heeft plaatsgevonden, is verantwoordelijk voor de gegevens die in deze verklaring worden verstrekt.

Bijlage A5. In het buitenland opgestelde, als gelijkwaardig erkende dienstboekjes (Model)

Staat Nationale autoriteit(en) van afgifte Nationale autoriteit(en) van afgifte Besluit
Tsjechische Republiek 2000-I-26
Státní plavební správa Praha Jankovcova 4 170 00 Praha 7 Tel : 234 637 111 Fax : 266 710 545 pobocka@spspraha.cz 2000-I-26
Státní plavební správa Děčín Labská 694/21 405 01 Děčín 1 Tel: 412 557 411 Fax: 412 557 410 pobocka@spsdecin.cz 2000-I-26
Státní plavební správa Přerov Seifertova 33 750 02 Přerov Tel: 581 284 254 Fax: 581 284 256 pobocka@spsprerov.cz 2000-I-26
Oostenrijk Oostenrijk Oostenrijk 2010-II-3
Bundesministerium für Verkehr, Innovation und Technologie, Oberste Schifffahrtsbehörde Radetzkystraße 2 1030 Wien Tel. +43 1 71162 Fax +43 1 7130326 mobiel: +43 664 818 88 68 +43 664 818 89 09 +43 664 818 89 10 w2@bmvit.gv.at 2010-II-3
Voor het aanbrengen van de controlestempels zijn ook de volgende instanties bevoegd: Voor het aanbrengen van de controlestempels zijn ook de volgende instanties bevoegd: Voor het aanbrengen van de controlestempels zijn ook de volgende instanties bevoegd: 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Hainburg Donaulände 2 2410 Hainburg Tel.: +43 2165 62 365 Fax: +43 2165 62 365-99 mobiel: +43 664 818 88 50 +43 664 818 88 51 +43 664 818 88 52 schifffahrtsaufsicht.hainburg@bmvit.gv.at 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Wien Handelskai 267 1020 Wien Tel.: +43 1 728 37 00 Fax: +43 1 728 37 00-99 mobiel: +43 664 / 818 88 53 +43 664 / 818 88 54 +43 664 / 818 88 55 +43 664 / 818 88 56 schifffahrtsaufsicht.wien@bmvit.gv.at 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Krems Am Schutzdamm 1 3500 Krems Tel.: +43 2732 / 83 170 Fax: +43 2732 / 83 170-99 mobiel: +43 664 / 818 88 57 +43 664 / 818 88 58 +43 664 / 818 88 59 schifffahrtsaufsicht.krems@bmvit.gv.at 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Grein Am Hofberg 2 4360 Grein Tel.: +43 7268 / 320 Fax: +43 7268 / 7431 mobiel: +43 664 / 818 88 60 +43 664 / 818 88 61 +43 664 / 818 88 62 schifffahrtsaufsicht.grein@bmvit.gv.at 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Linz Regensburgerstraße 4 4020 Linz Tel.: +43 732 / 777 229 Fax: +43 732 / 777 229-99 mobiel: +43 664 / 818 88 63 +43 664 / 818 88 64 +43 664 / 818 88 65 schifffahrtsaufsicht.linz@bmvit.gv.at
Schifffahrtsaufsicht Engelhartszell Nibelungenstraße 3 4090 Engelhartszell Tel.: +43 7717 / 8026 Fax: +43 7717 / 8026-99 mobiel: +43 664 / 818 88 66 +43 664 / 818 88 67 +43 664 / 818 88 70 schifffahrtsaufsicht.engelhartszell@bmvit.gv.at
Bulgarije 2010-II-3
Maritime Administration Ruse 7000 20 Pristanistna St. Tel : +359 82 815 815 Fax : +359 82 824 009 stw_rs@marad.bg 2010-II-3
Maritime Administration Lom 3600 3 Dunavski park St. Tel : +359 971 66 963 Fax : +359 971 66 961 stw_lm@marad.bg 2010-II-3
Hongarije 2010-II-3
Directie Strategie en Methodologie Departement Scheepvaart en Burgerluchtvaart Nemzeti Közlekedési Hatóság, Stratégiai és Módszertani Igazgatóság, Hajózásiés Légiközlekedési Főosztály Postadres: 1389 Boedapest 62, Postbus 102 Kantooradres: 1066 Boedapest, Teréz körút 62 Tel. : +36 1 815 9646 Fax : +36 1 815 9659 hajozaslegikozlekedesfoo.smi@nkh.gov.hu 2010-II-3
Polen 2010-II-3
Inland Navigation Office in Bydgoszcz Urząd Zeglugi Śródlądowej w Bydgoszczy ul. Konarskiego 1/3 85-066 Bydgoszcz Tel. +48 52 322-02-73, Fax +48 52 322-68-84 urzad@bydg.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Gdansk Urząd Zeglugi Śródlądowej w Gdańsku ul. Toruńska 8/4 80-841 Gdańsk Tel. +48 58 301-84-14 Fax +48 58 301-84-14 urzad@gda.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Gizycko Urząd Zeglugi Śródlądowej w Giżycku ul. Łuczańska 5 11-500 Giżycko Tel. +48 87 428-56-51 Fax +48 87 428-56-51 urzad@giz.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Kedzierzyn-Kozle Urząd Zeglugi Śródlądowej w Kędzierzynie-Koźlu ul. Chełmońskiego 1 47-205 Kędzierzyn-Koźle Tel. +48 77 472-23-60 Fax +48 77 472-23-61 urzad@k-k.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Krakow Urząd Zeglugi Śródlądowej w Krakowie ul. Skawińska 31/3 31-066 Kraków Tel. +48 12 430-53-97 Fax +48 12 430-53-97 urzad@kr.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Szczecin Urząd Zeglugi Śródlądowej w Szczecinie Plac Batorego 4 70-207 Szczecin Tel. +48 91 434-02-79 Fax +48 91 434-01-29 urzad@szn.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Warszawa Urząd Zeglugi Śródlądowej w Warszawie ul. Dubois 9 00-182 Warszawa Tel. +48 22 635-93-30 Fax +48 22 635-93-30 urzad@waw.uzs.gov.pl
Inland Navigation Office in Wroclaw Urząd Zeglugi Śródlądowej we Wrocławiu ul. Kleczkowska 52 50-227 Wrocław Tel. +48 71 329-18-93 Fax +48 71 329-18-93 urzad@wroc.uzs.gov.pl
Roemenië 2010-II-3
Roemeense Scheepvaartautoriteit, Constanta Port No. 1, 900900 Constanta Tel: 0040241555676 Fax: 0040341730349 rna@rna.ro lgrigore@rna.ro 2010-II-3
Slowaakse Republiek 2010-II-3
Státna plavebná správa (ŠPS) Vedúci odboru plavebnej bezpečnosti Prístavná 10, 821 09 Bratislava 2 Tel: + 421 2 333 00217 Fax: +421 2 555 67 604 +421 2 335 23 913 sekretariat @sps.sk 2010-II-3

Op de pagina van de website van de CCR die gewijd is aan informatie over de toepassing van de Administratieve Overeenstemming over de Wederzijdse Erkenning van Dienstboekjes, zal het model van de erkende dienstboekjes toegankelijk zijn.

Bijlage B1. Minimumeisen ten aanzien van de lichamelijke geschiktheid

B). Instructies voor het bijhouden van het dienstboekje

II. Gehoorvermogen:

Het gehoor is als voldoende te beschouwen, indien het gemiddeld gehoorverlies van beide oren bij de frequenties 500, 1000, 2000 en 3000 Hz de waarde van 40 dB(A) niet overschrijdt. Indien de waarde van 40 dB wordt overschreden, is het gehoorvermogen toch als voldoende aan te merken, als de conversatiespraak met een hoortoestel op 2 m met elk oor afzonderlijk duidelijk wordt verstaan.

B. Voorschriften met betrekking tot de inbouw van tachografen aan boord

Bij de installatie van tachografen aan boord moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

Bijlage A4. Verklaring voor het aantonen van de vereiste rusttijd, bedoeld in artikel 3.12, tweede tot en met zesde lid (Model)

(geldt alleen tezamen met het dienstboekje, respectievelijk met het grote patent zoals bedoeld in bijlage D1, respectievelijk het voorlopige grote patent, zoals bedoeld in bijlage D2 van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn)

Naam en voornaam:

Nummer van het dienstboekje, respectievelijk van het patent:

Scheepsnaam, uniek Europees scheepsiden-tificatienummer of officieel scheepsnummer Einde van de reis Einde van de reis Exploitatiewijze voor het einde van de reis Laatste rusttijd voor het einde van de reis Laatste rusttijd voor het einde van de reis Handtekening van de schipper
Scheepsnaam, uniek Europees scheepsiden-tificatienummer of officieel scheepsnummer Datum Tijdstip Exploitatiewijze voor het einde van de reis Begin Einde Handtekening van de schipper
E E1 E2 E3 E4
1 2 3 4 5 6 7

Deze verklaring maakt deel uit van het vaartijdenboek van het schip waarop het bemanningslid zijn nieuwe reis aanvangt en is daarmee een document als bedoeld in artikel 1.10 van het Rijnvaartpolitiereglement.

Het maken van onjuiste aantekeningen of aantekeningen die niet aan de voorschriften voldoen, kan strafbaar zijn; het gaat daarbij ten minste om overtredingen.

De schipper van het schip waarop de laatste reis van het bemanningslid heeft plaatsgevonden, is verantwoordelijk voor de gegevens die in deze verklaring worden verstrekt.

Bijlage A5. In het buitenland opgestelde als gelijkwaardig erkende dienstboekjes

De lijst van de in het buitenland opgestelde als gelijkwaardig erkende dienstboekjes en de bijbehorende informatie inzake de afgevende autoriteiten worden door de CCR gepubliceerd op haar website www.ccr-zkr.org.

Staat Nationale autoriteit(en) van afgifte Nationale autoriteit(en) van afgifte Besluit
Tsjechische Republiek 2000-I-26
Státní plavební správa Praha Jankovcova 4 170 00 Praha 7 Tel : 234 637 111 Fax : 266 710 545 pobocka@spspraha.cz 2000-I-26
Státní plavební správa Děčín Labská 694/21 405 01 Děčín 1 Tel: 412 557 411 Fax: 412 557 410 pobocka@spsdecin.cz 2000-I-26
Státní plavební správa Přerov Seifertova 33 750 02 Přerov Tel: 581 284 254 Fax: 581 284 256 pobocka@spsprerov.cz 2000-I-26
Oostenrijk Oostenrijk Oostenrijk 2010-II-3
Bundesministerium für Verkehr, Innovation und Technologie, Oberste Schifffahrtsbehörde Radetzkystraße 2 1030 Wien Tel. +43 1 71162 Fax +43 1 7130326 mobiel: +43 664 818 88 68 +43 664 818 89 09 +43 664 818 89 10 w2@bmvit.gv.at 2010-II-3
Voor het aanbrengen van de controlestempels zijn ook de volgende instanties bevoegd: Voor het aanbrengen van de controlestempels zijn ook de volgende instanties bevoegd: Voor het aanbrengen van de controlestempels zijn ook de volgende instanties bevoegd: 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Hainburg Donaulände 2 2410 Hainburg Tel.: +43 2165 62 365 Fax: +43 2165 62 365-99 mobiel: +43 664 818 88 50 +43 664 818 88 51 +43 664 818 88 52 schifffahrtsaufsicht.hainburg@bmvit.gv.at 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Wien Handelskai 267 1020 Wien Tel.: +43 1 728 37 00 Fax: +43 1 728 37 00-99 mobiel: +43 664 / 818 88 53 +43 664 / 818 88 54 +43 664 / 818 88 55 +43 664 / 818 88 56 schifffahrtsaufsicht.wien@bmvit.gv.at 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Krems Am Schutzdamm 1 3500 Krems Tel.: +43 2732 / 83 170 Fax: +43 2732 / 83 170-99 mobiel: +43 664 / 818 88 57 +43 664 / 818 88 58 +43 664 / 818 88 59 schifffahrtsaufsicht.krems@bmvit.gv.at 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Grein Am Hofberg 2 4360 Grein Tel.: +43 7268 / 320 Fax: +43 7268 / 7431 mobiel: +43 664 / 818 88 60 +43 664 / 818 88 61 +43 664 / 818 88 62 schifffahrtsaufsicht.grein@bmvit.gv.at 2010-II-3
Schifffahrtsaufsicht Linz Regensburgerstraße 4 4020 Linz Tel.: +43 732 / 777 229 Fax: +43 732 / 777 229-99 mobiel: +43 664 / 818 88 63 +43 664 / 818 88 64 +43 664 / 818 88 65 schifffahrtsaufsicht.linz@bmvit.gv.at
Schifffahrtsaufsicht Engelhartszell Nibelungenstraße 3 4090 Engelhartszell Tel.: +43 7717 / 8026 Fax: +43 7717 / 8026-99 mobiel: +43 664 / 818 88 66 +43 664 / 818 88 67 +43 664 / 818 88 70 schifffahrtsaufsicht.engelhartszell@bmvit.gv.at
Bulgarije 2010-II-3
Maritime Administration Ruse 7000 20 Pristanistna St. Tel : +359 82 815 815 Fax : +359 82 824 009 stw_rs@marad.bg 2010-II-3
Maritime Administration Lom 3600 3 Dunavski park St. Tel : +359 971 66 963 Fax : +359 971 66 961 stw_lm@marad.bg 2010-II-3
Hongarije 2010-II-3
Directie Strategie en Methodologie Departement Scheepvaart en Burgerluchtvaart Nemzeti Közlekedési Hatóság, Stratégiai és Módszertani Igazgatóság, Hajózásiés Légiközlekedési Főosztály Postadres: 1389 Boedapest 62, Postbus 102 Kantooradres: 1066 Boedapest, Teréz körút 62 Tel. : +36 1 815 9646 Fax : +36 1 815 9659 hajozaslegikozlekedesfoo.smi@nkh.gov.hu 2010-II-3
Polen 2010-II-3
Inland Navigation Office in Bydgoszcz Urząd Zeglugi Śródlądowej w Bydgoszczy ul. Konarskiego 1/3 85-066 Bydgoszcz Tel. +48 52 322-02-73, Fax +48 52 322-68-84 urzad@bydg.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Gdansk Urząd Zeglugi Śródlądowej w Gdańsku ul. Toruńska 8/4 80-841 Gdańsk Tel. +48 58 301-84-14 Fax +48 58 301-84-14 urzad@gda.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Gizycko Urząd Zeglugi Śródlądowej w Giżycku ul. Łuczańska 5 11-500 Giżycko Tel. +48 87 428-56-51 Fax +48 87 428-56-51 urzad@giz.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Kedzierzyn-Kozle Urząd Zeglugi Śródlądowej w Kędzierzynie-Koźlu ul. Chełmońskiego 1 47-205 Kędzierzyn-Koźle Tel. +48 77 472-23-60 Fax +48 77 472-23-61 urzad@k-k.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Krakow Urząd Zeglugi Śródlądowej w Krakowie ul. Skawińska 31/3 31-066 Kraków Tel. +48 12 430-53-97 Fax +48 12 430-53-97 urzad@kr.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Szczecin Urząd Zeglugi Śródlądowej w Szczecinie Plac Batorego 4 70-207 Szczecin Tel. +48 91 434-02-79 Fax +48 91 434-01-29 urzad@szn.uzs.gov.pl 2010-II-3
Inland Navigation Office in Warszawa Urząd Zeglugi Śródlądowej w Warszawie ul. Dubois 9 00-182 Warszawa Tel. +48 22 635-93-30 Fax +48 22 635-93-30 urzad@waw.uzs.gov.pl
Inland Navigation Office in Wroclaw Urząd Zeglugi Śródlądowej we Wrocławiu ul. Kleczkowska 52 50-227 Wrocław Tel. +48 71 329-18-93 Fax +48 71 329-18-93 urzad@wroc.uzs.gov.pl
Roemenië 2010-II-3
Roemeense Scheepvaartautoriteit, Constanta Port No. 1, 900900 Constanta Tel: 0040241555676 Fax: 0040341730349 rna@rna.ro lgrigore@rna.ro 2010-II-3
Slowaakse Republiek 2010-II-3
Dopravný úrad Divízia vnútrozemskej plavby Letisko M.R. Štefánika 823 05 Bratislava Tel. +421 2 333 00 217 plavba@nsat.sk 2010-II-3

Op de pagina van de website van de CCR die gewijd is aan informatie over de toepassing van de Administratieve Overeenstemming over de Wederzijdse Erkenning van Dienstboekjes, zal het model van de erkende dienstboekjes toegankelijk zijn.

Bijlage B1. Minimumeisen ten aanzien van de lichamelijke geschiktheid

Bijlage B2. Medische verklaring met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid in de Rijnvaart (Model)

Bijlage B3. Verklaring betreffende de lichamelijke en geestelijke geschiktheid (Model)

Bijlage C1. Verklaring deskundige voor de passagiersvaart (Model)

Bijlage C2. Verklaring eerste hulpverlener in de passagiersvaart (Model)

Bijlage C3. Verklaring persluchtmaskerdrager in de passagiersvaart (Model)

Bijlage B2. Medische verklaring met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid in de Rijnvaart (Model)

Bijlage B3. Verklaring betreffende de lichamelijke en geestelijke geschiktheid (Model)

Bijlage C1. Verklaring deskundige voor de passagiersvaart (Model)

I. Vaarbevoegdheidsbewijzen van de lidstaten

Duits model:

Schipperspatent voor de binnenvaart A en B

(85 mm x 54 mm – basiskleur blauw; overeenkomstig ISO-Norm 7810.)

Duits model:

Schipperspatent voor de binnenvaart A en B

(85 mm x 54 mm – basiskleur blauw; overeenkomstig ISO-Norm 7810.)

Nederlands Model:

De lijst van de als gelijkwaardig erkende vaarbevoegdheidsbewijzen en de bijbehorende informatie inzake de afgevende autoriteiten en de modellen worden door de CCR gepubliceerd op haar website www.ccr-zkr.org.

Duits model:

Duits model:

Schipperspatent voor de binnenvaart A en B

(85 mm x 54 mm – basiskleur blauw; overeenkomstig ISO-Norm 7810.)

II. – Vaarbevoegdheidsbewijs van derde landen

Model van de Roemeense vaarbevoedheidsbewijzen van de klassen A en B

(85 mm x 54 mm – achtergrond blauw)

Groot vaarbewijs I en II:

Model van de Roemeense vaarbevoedheidsbewijzen van de klassen A en B

Groot vaarbewijs II2Dit document kan ook door de ‘Minister van Verkeer en Waterstaat, namens deze, De Directeur-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken’ worden afgegeven.

Hongaarse modellen vaarbewijs klasse A en klasse B

Vaarbewijs voor binnenvaartuigen A/B

(85 mm x 54 mm – Grondkleur blauw)

Groot vaarbewijs voor binnenvaartuigen A/B

(85 mm x 54 mm – Grondkleur blauw)

Belgisch Model:

Het materiaal van de kaart moet voldoen aan ISO-norm 7810.

Model van de Poolse vaarbevoedheidsbewijzen van de klassen A en B

Zwitsers Model

(585 mm × 54 mm – Achtergrond lichtblauw

Bijlage D6. Als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen voor de radarvaart

Model van de Poolse vaarbevoedheidsbewijzen van de klassen A en B

Modellen van het Tsjechische vaarbevoegdheidsbewijs

Modellen van het Tsjechische vaarbevoegdheidsbewijs

Bijlage D7. Examenprogramma ter verkrijging van een Rijnpatent

Opmerking vooraf:

Soorten patent (kolom 4 tot en met 7)
A – Groot patent
B – Klein patent
C – Sportpatent
D – verheidspatent
Vereiste kennis (kolom 3)
1 – Gedetailleerde kennis
2 – Basiskennis
1 2
--- ---
nr. Examenstof
1. Kennis van de reglementen, gidsen en handboeken
1.1 Rijnvaartpolitiereglement (inclusief de tijdelijke wijzigingen)
Hoofdstuk 1 tot en met 7, 15
Hoofdstuk 8:
Hoofdstuk 9, 10, 12, 14 (voor de betreffende riviergedeelten)
Hoofdstuk 11:
Bijlagen
3. Optische tekens van schepen
6. Geluidsseinen
7. Verkeerstekens
8. Verkeerstekens ter markering van de vaarweg
10. Olie-afgifteboekje
Gidsen/Handboeken
Marifonie in de binnenvaart
Afvalverwijdering
1.2 Verkeersvoorschriften voor zeescheepvaartwegen
(optische tekens van schepen, geluidsseinen, verkeerstekens, navigatiehulpmiddelen en betonningssystemen, vaarregels)
1.3 Reglement onderzoek Schepen op de Rijn
Opzet en inhoud
Inhoud certificaat van onderzoek
1.4 Bemanningsvoorschriften, Deel II van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
1.5 ADN
Opzet
Documenten/instructies
Kennis van de voorgeschreven blauwe kegels/lichten
Opzoeken van operationele voorschriften
1.6 Bepalingen betreffende de Rijnpatenten: Deel III van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
Soorten patent
Criteria voor de intrekking van een patent en de opschorting van de geldigheid
1.7 Voorkoming van ongevallen
2. Nautische kennis en kennis van riviergedeelten
(aan de hand van kaarten)
2.1 Rijn en nevenwateren
(belangrijkste geografische, hydrologische, meteorologische en morfologische kenmerken)
2.2 Kennis van de gewenste riviergedeelten van de Rijn
Beschrijving van de vaarweg in de op- en afvaart
Afmetingen van de vaarweg
2.3 Navigatie op zeescheepvaartwegen
(koersbepaling, peilingen en plaatsbepaling, het gebruik van zeekaarten, procedures voor het controleren van het kompas, basiskennis inzake getijdewerking)
3. Praktijkkennis
(Nautische zaken, scheepvaarttechnische zaken, praktische vaardigheden)
3.1 Voeren van het schip
Praktijk van het sturen, manoeuvreereigenschappen
Functie van de stuurinrichtingen en de aandrijving
Invloed van stromingen, wind en zuiging
Drijfvermogen, stabiliteit en toepassing daarvan in de praktijk
Ankeren en meren
3.2 Motorenkennis
Bouw, werking van de motoren, functie van de elektrische inrichtingen
Bediening, bedrijfscontrole
Maatregelen bij bedrijfsstoringen
3.3 Laden en lossen
Bepalen van het gewicht van de lading aan de hand van de meetbrief
Gebruik van de diepgangsschaal
Stuwen van de lading
3.4 Handelen onder bijzondere omstandigheden
Maatregelen bij schade, eerste hulp, stoppen van lekkage
Bediening van reddingsmiddelen
Bijzonderheden bij averij op zeescheepvaartwegen
Behandeling van afval en voorkomen van verontreiniging van de waterwegen
Informeren van de bevoegde autoriteiten
Brandbestrijding

Bijlage D8. Examenprogramma ter verkrijging van een radarpatent

Hongaarse modellen vaarbewijs klasse A en klasse B

Oostenrijkse modellen van de kapiteinspatenten categorie A en categorie B

Model van de Roemeense vaarbevoedheidsbewijzen van de klassen A en B

Vaarbevoegdheidsbewijs klasse A

Vaarbevoegdheidsbewijs klasse B

Vaarbewijs van kapitein klasse I (B)

Vaarbewijs categorie B (van kracht geworden op 15.3.2015)

Bijlage D6. Als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen voor de radarvaart

Model van het Tsjechische radarbevoegdheidsbewijs

Model van de Poolse vaarbevoedheidsbewijzen van de klassen A en B

Radarbevoegdheidsbewijs

(585 mm × 54 mm – Achtergrond lichtblauw

(De fysieke kenmerken van de kaart moeten voldoen aan de ISO-norm 7810.)

Bijlage D7. Examenprogramma ter verkrijging van een Rijnpatent

Opmerking vooraf:

Soorten patent (kolom 4 tot en met 7)
A – Groot patent
B – Klein patent
C – Sportpatent
D – verheidspatent
Vereiste kennis (kolom 3)
1 – Gedetailleerde kennis
2 – Basiskennis
1 2
--- ---
nr. Examenstof
1. Kennis van de reglementen, gidsen en handboeken
1.1 Rijnvaartpolitiereglement (inclusief de tijdelijke wijzigingen)
Hoofdstuk 1 tot en met 7, 15
Hoofdstuk 8:
Hoofdstuk 9, 10, 12, 14 (voor de betreffende riviergedeelten)
Hoofdstuk 11:
Bijlagen
3. Optische tekens van schepen
6. Geluidsseinen
7. Verkeerstekens
8. Verkeerstekens ter markering van de vaarweg
10. Olie-afgifteboekje
Gidsen/Handboeken
Marifonie in de binnenvaart
Afvalverwijdering
1.2 Verkeersvoorschriften voor zeescheepvaartwegen
(optische tekens van schepen, geluidsseinen, verkeerstekens, navigatiehulpmiddelen en betonningssystemen, vaarregels)
1.3 Reglement onderzoek Schepen op de Rijn
Opzet en inhoud
Inhoud certificaat van onderzoek
1.4 Bemanningsvoorschriften, Deel II van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
1.5 ADN
Opzet
Documenten/instructies
Kennis van de voorgeschreven blauwe kegels/lichten
Opzoeken van operationele voorschriften
1.6 Bepalingen betreffende de Rijnpatenten: Deel III van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
Soorten patent
Criteria voor de intrekking van een patent en de opschorting van de geldigheid
1.7 Voorkoming van ongevallen
2. Nautische kennis en kennis van riviergedeelten
(aan de hand van kaarten)
2.1 Rijn en nevenwateren
(belangrijkste geografische, hydrologische, meteorologische en morfologische kenmerken)
2.2 Kennis van de gewenste riviergedeelten van de Rijn
Beschrijving van de vaarweg in de op- en afvaart
Afmetingen van de vaarweg
2.3 Navigatie op zeescheepvaartwegen
(koersbepaling, peilingen en plaatsbepaling, het gebruik van zeekaarten, procedures voor het controleren van het kompas, basiskennis inzake getijdewerking)
3. Praktijkkennis
(Nautische zaken, scheepvaarttechnische zaken, praktische vaardigheden)
3.1 Voeren van het schip
Praktijk van het sturen, manoeuvreereigenschappen
Functie van de stuurinrichtingen en de aandrijving
Invloed van stromingen, wind en zuiging
Drijfvermogen, stabiliteit en toepassing daarvan in de praktijk
Ankeren en meren
3.2 Motorenkennis
Bouw, werking van de motoren, functie van de elektrische inrichtingen
Bediening, bedrijfscontrole
Maatregelen bij bedrijfsstoringen
3.3 Laden en lossen
Bepalen van het gewicht van de lading aan de hand van de meetbrief
Gebruik van de diepgangsschaal
Stuwen van de lading
3.4 Handelen onder bijzondere omstandigheden
Maatregelen bij schade, eerste hulp, stoppen van lekkage
Bediening van reddingsmiddelen
Bijzonderheden bij averij op zeescheepvaartwegen
Behandeling van afval en voorkomen van verontreiniging van de waterwegen
Informeren van de bevoegde autoriteiten
Brandbestrijding

Bijlage D8. Examenprogramma ter verkrijging van een radarpatent

Modellen van de Slowaakse vaarbewijzen categorie A en categorie B

Modellen van de Slowaakse vaarbewijzen categorie A en categorie B

Hoofdstuk 5. Aanvullende voorschriften voor het aan boord van passagiersschepen voorgeschreven veiligheidspersoneel

Paragraaf 1. : Eisen voor het verkrijgen van, en het bewijs van bekwaamheid

Paragraaf 2. : Verplichtingen bij de exploitatie van passagiersschepen

Deel III. Voorschriften betreffende de vaarbevoegdheidsbewijzen

Hoofdstuk 6. Op deel III van toepassing zijnde algemene bepalingen

Hoofdstuk 6. Op deel III van toepassing zijnde algemene bepalingen

Paragraaf 1. : Voorwaarden voor het verkrijgen van een Rijnpatent

Subparagraaf 1. : Algemene eisen

Subparagraaf 1. : Algemene eisen

Paragraaf 2. : Toelatings- en examenprocedure

Paragraaf 3. : Controle van de lichamelijke en geestelije geschiktheid

Paragraaf 4. : Opschorting en intrekking

Hoofdstuk 8. Bepalingen betreffende het radarpatent

Hoofdstuk 9. Overgangsbepalingen

Artikel 9.05. Verklaring van deskundigheid aangaande het gebruik van vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof

De bevoegde autoriteiten verstrekken een verklaring overeenkomstig artikel 4a.02 aan bemanningsleden van schepen die vóór 1 juli 2016 zijn begonnen met het gebruik van LNG als brandstof, wanneer de betrokken bemanningsleden op grond van een aanbeveling van de CCR krachtens artikel 2.19 van het ROSR zijn opgeleid en een vaartijd van ten minste 90 dagen op dergelijke schepen kunnen aantonen.

Bijlage A1. Vaartijdenboek (Model B-00734)

Naam van het schip: ......

Uniek Europees scheepsidentificatienummer (ENI) of officieel scheepsnummer: ......

Aanwijzingen voor het bijhouden van het vaartijdenboek

Sancties

Dit vaartijdenboek omvat 200 bladzijden, genummerd van 1 tot en met 200. De aantekeningen in dit boek dienen met inkt en duidelijk leesbaar (bijv. in drukletters) te worden aangebracht.

TEMPS DE REPOS – RUHEZEITEN – RUSTTIJDEN

Betriebsform .............................

Bijlage 5. Specifieke bepalingen voor het bevaren van gedeelten van de Rijn die als binnenwatertrajecten met specifieke risico’s geclassificeerd zijn

Bijlage A2. Dienstboekje (Model A-00735)

Mode d'exploitation

Indications et directives relatives à la tenue du Livret de service

A). Indications

Aanvullende competentie

Een schipper die met een vaartuig dit gedeelte van de Rijn met specifieke risico’s bevaart, moet met het oog op de veiligheid de eigenschappen en plaatselijke omstandigheden van dit gedeelte van de Rijn kennen.

Le Livret de service doit être remis au conducteur lors de la première prise de service et doit être présenté à l'autorité compétente au moins une fois tous les 12 mois à compter de la date à laquelle il a été établi, afin qu'elle y inscrive le visa de contrôle. Conformément au Règlement relatif au personnel de la navigation sur le Rhin, un timonier qui ne souhaite pas obtenir la grande patente est exonéré de l'obligation de présenter le livret de service pour inscription du visa de contrôle. Conformément au Règlement relatif au personnel de la navigation sur le Rhin, il doit dans ce cas porter sur la page 10 du livret de service la mention ‘ne souhaite pas acquérir une patente de batelier’ et sa signature.

B). Instructions relatives à la tenue du Livret de service

Schifferdienstbuch – Hinweise und Anweisungen zur Führung

VI. De Rijn van kmr 769,00 (Krefeld) tot kmr 857,40 (Spyck’sche Veer/Nederlandse grens)

Er hat im Schifferdienstbuch die Eintragungen über seine eigene Person und regelmäßig Eintragungen über Fahrzeiten und Streckenfahrten vorzunehmen und es bis zur Beendigung des Dienst-, Arbeits- oder sonstigen Verhältnisses sicher aufzubewahren. Soweit ein Steuermann gem. der Verordnung über das Schiffspersonal auf dem Rhein auf Seite 10 des Schifferdienstbuches den Vermerk: ‘Beabsichtigt nicht den Erwerb eines Schifferpatentes’ eingetragen und ordnungsgemäß unterzeichnet hat, entfällt die Verpflichtung Fahrzeiten und Streckenfahrten einzutragen. Auf Wunsch des Inhabers ist diesem das Schifferdienstbuch jederzeit und unverzüglich auszuhändigen.

Das Schifferdienstbuch ist ein Dokument nach § 1.10 der Rheinschifffahrtspolizeiverordnung. Falsche oder nicht ordnungsgemäße Eintragungen können strafbar sein und ist auf der Grundlage der Verordnung über das Schiffspersonal auf dem Rhein ausgestellt; zumindest handelt es sich um Ordnungswidrigkeiten. Verantwortlich für die Eintragungen der allgemeinen Angaben im Schifferdienstbuch (S. 3 bis 8) ist die zuständige Behörde. Das Schifferdienstbuch ist nur mit den amtlichen Eintragungen auf Seite 3 gültig. Ein Schifferdienstbuch ohne diese amtlichen Eintragungen ist ungültig.

Jedes Besatzungsmitglied muss zum jederzeitigen Nachweis seiner Befähigung und Tauglichkeit ein auf seine Person ausgestelltes Schifferdienstbuch haben. Es dient bei Personen, die ein Patent erwerben wollen, auch zum Nachweis der Fahrzeiten und Streckenfahrten auf dem Rhein und auf anderen Wasserstraßen. Mitglieder der Besatzung mit Rheinpatent brauchen das Schifferdienstbuch nicht zu führen. Der Inhaber eines Rheinpatentes oder eines von der ZKR als gleichwertig anerkannten Schifffsführerzeugnisses benötigt ein Schifferdienstbuch nur zur Eintragung der Streckenfahrten, wenn sein Patent oder Schiffsführerzeugnis für diese Strecken nicht gilt und er es erwerben möchte.

B). Anweisungen zur Führung des Schifferdienstbuches

Aanwijzingen en instructies voor het bijhouden van het dienstboekje

A). Aanwijzingen

Ieder bemanningslid moet te allen tijde zijn kwalificatie en geschiktheid door middel van een op zijn naam gesteld dienstboekje kunnen aantonen. Het is eveneens vereist voor personen die een patent of vaarbewijs willen verkrijgen, zodat zij hun vaartijd en scheepsreizen op de Rijn en op andere vaarwegen kunnen aantonen. Een lid van de bemanning dat in het bezit is van een Rijnpatent hoeft het dienstboekje niet meer bij te houden. De houder van een Rijnpatent of een door de CCR als gelijkwaardig erkend vaarbewijs heeft het dienstboekje slechts nodig voor het aantekenen van de scheepsreizen op die gedeelten waarvoor het Rijnpatent of zijn bewijs van bekwaamheid niet geldt en waarvoor hij een dienovereenkomstig document wenst te verkrijgen.

Houder van een dienstboekje is degene op wiens naam het dienstboekje is afgegeven.

Het dienstboekje moet bij de eerste indiensttreding aan de schipper worden overhandigd en vanaf de datum van afgifte jaarlijks en op zijn minst eenmaal binnen twaalf maanden bij de bevoegde autoriteit ter waarmerking worden overgelegd. Een stuurman die geen groot Patent overeenkomstig Deel III van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn wil verkrijgen, is krachtens artikel 3.06, punt 5 van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn vrijgesteld van de verplichting het dienstboekje te overleggen voor aantekening van het controlewaarmerk. In dit geval moet hij overeenkomstig het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn op bladzijde 10 van het dienstboekje de aantekening: ‘Is niet voornemens een schipperspatent te verkrijgen’ aanbrengen en rechtsgeldig ondertekenen.

Bijlage A3. Eisen betreffende tachografen en voorschriften voor de inbouw van tachografen aan boord

A. Eisen betreffende tachografen

B. Voorschriften met betrekking tot de inbouw van tachografen aan boord

Deze heeft de plicht, maar ook het recht, het overgelegde dienstboekje te controleren en afhankelijk van het resultaat te voorzien van een waarmerk ter controle. Hiertoe heeft de bevoegde instantie het recht te verlangen dat haar ook vaartijdenboeken, volledig of een uitreksel daarvan, dan wel andere relevante bewijsstukken worden overgelegd.

Bijlage A4. Verklaring voor het aantonen van de vereiste rusttijd, bedoeld in artikel 3.12, tweede tot en met zesde lid (Model)

(geldt alleen tezamen met het dienstboekje, respectievelijk met het grote patent zoals bedoeld in bijlage D1, respectievelijk het voorlopige grote patent, zoals bedoeld in bijlage D2 van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn)

Naam en voornaam:

Nummer van het dienstboekje, respectievelijk van het patent:

Scheepsnaam, uniek Europees scheepsiden-tificatienummer of officieel scheepsnummer Einde van de reis Einde van de reis Exploitatiewijze voor het einde van de reis Laatste rusttijd voor het einde van de reis Laatste rusttijd voor het einde van de reis Handtekening van de schipper
Scheepsnaam, uniek Europees scheepsiden-tificatienummer of officieel scheepsnummer Datum Tijdstip Exploitatiewijze voor het einde van de reis Begin Einde Handtekening van de schipper
E E1 E2 E3 E4
1 2 3 4 5 6 7

Deze verklaring maakt deel uit van het vaartijdenboek van het schip waarop het bemanningslid zijn nieuwe reis aanvangt en is daarmee een document als bedoeld in artikel 1.10 van het Rijnvaartpolitiereglement.

Het maken van onjuiste aantekeningen of aantekeningen die niet aan de voorschriften voldoen, kan strafbaar zijn; het gaat daarbij ten minste om overtredingen.

De schipper van het schip waarop de laatste reis van het bemanningslid heeft plaatsgevonden, is verantwoordelijk voor de gegevens die in deze verklaring worden verstrekt.

Bijlage A3. Eisen betreffende tachografen en voorschriften voor de inbouw van tachografen aan boord

Bijlage B1. Minimumeisen ten aanzien van de lichamelijke geschiktheid

II. Gehoorvermogen:

Het gehoor is als voldoende te beschouwen, indien het gemiddeld gehoorverlies van beide oren bij de frequenties 500, 1000, 2000 en 3000 Hz de waarde van 40 dB(A) niet overschrijdt. Indien de waarde van 40 dB wordt overschreden, is het gehoorvermogen toch als voldoende aan te merken, als de conversatiespraak met een hoortoestel op 2 m met elk oor afzonderlijk duidelijk wordt verstaan.

III. Er mogen geen andere bevindingen uit medische keuring aanwezig zijn die de lichamelijke geschiktheid uitsluiten.

Indien de navolgende ziekten of lichamelijke gebreken voorkomen, kan dit aanleiding geven tot twijfel aan de lichamelijke geschiktheid van de gegadigde als schipper:

Bijlage C2. Verklaring eerste hulpverlener in de passagiersvaart (Model)

Bijlage C3. Verklaring persluchtmaskerdrager in de passagiersvaart (Model)

Bijlage C4. Boekje houdende de attesten voor de passagiersvaart (Model)

I. Vaarbevoegdheidsbewijzen van de lidstaten

Nederlands Model:

Groot vaarbewijs A en B voor de binnenvaart

II. – Vaarbevoegdheidsbewijs van derde landen

Nederlands model:

Modellen van het Tsjechische vaarbevoegdheidsbewijs

Hongaarse modellen vaarbewijs klasse A en klasse B

Het materiaal van de kaart moet voldoen aan ISO-norm 7810.

Vaarbevoegdheidsbewijs klasse A

Vaarbewijs van kapitein klasse I (B)

Modellen van de Slowaakse vaarbewijzen categorie A en categorie B

Vaarbewijs klasse A

(585 mm × 54 mm – Achtergrond lichtblauw)

(De fysieke kenmerken van de kaart moeten voldoen aan de ISO-norm 7810.)

Bijlage D6. Als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen voor de radarvaart

Model van het Roemeense bevoegdheidsbewijs voor het varen op radar

Model van de Poolse vaarbevoedheidsbewijzen van de klassen A en B

Vaarbewijs type A

Hongaars radarbevoegdheidsbewijs voor de binnenvaart

Bijlage D7. Examenprogramma ter verkrijging van een Rijnpatent

Opmerking vooraf:

Soorten patent (kolom 4 tot en met 7)
A – Groot patent
B – Klein patent
C – Sportpatent
D – verheidspatent
Vereiste kennis (kolom 3)
1 – Gedetailleerde kennis
2 – Basiskennis
1 2
--- ---
nr. Examenstof
1. Kennis van de reglementen, gidsen en handboeken
1.1 Rijnvaartpolitiereglement (inclusief de tijdelijke wijzigingen)
Hoofdstuk 1 tot en met 7, 15
Hoofdstuk 8:
Hoofdstuk 9, 10, 12, 14 (voor de betreffende riviergedeelten)
Hoofdstuk 11:
Bijlagen
3. Optische tekens van schepen
6. Geluidsseinen
7. Verkeerstekens
8. Verkeerstekens ter markering van de vaarweg
10. Olie-afgifteboekje
Gidsen/Handboeken
Marifonie in de binnenvaart
Afvalverwijdering
1.2 Verkeersvoorschriften voor zeescheepvaartwegen
(optische tekens van schepen, geluidsseinen, verkeerstekens, navigatiehulpmiddelen en betonningssystemen, vaarregels)
1.3 Reglement onderzoek Schepen op de Rijn
Opzet en inhoud
Inhoud certificaat van onderzoek
1.4 Bemanningsvoorschriften, Deel II van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
1.5 ADN
Opzet
Documenten/instructies
Kennis van de voorgeschreven blauwe kegels/lichten
Opzoeken van operationele voorschriften
1.6 Bepalingen betreffende de Rijnpatenten: Deel III van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
Soorten patent
Criteria voor de intrekking van een patent en de opschorting van de geldigheid
1.7 Voorkoming van ongevallen
2. Nautische kennis en kennis van riviergedeelten
(aan de hand van kaarten)
2.1 Rijn en nevenwateren
(belangrijkste geografische, hydrologische, meteorologische en morfologische kenmerken)
2.2 Kennis van de gewenste riviergedeelten van de Rijn
Beschrijving van de vaarweg in de op- en afvaart
Afmetingen van de vaarweg
2.3 Navigatie op zeescheepvaartwegen
(koersbepaling, peilingen en plaatsbepaling, het gebruik van zeekaarten, procedures voor het controleren van het kompas, basiskennis inzake getijdewerking)
3. Praktijkkennis
(Nautische zaken, scheepvaarttechnische zaken, praktische vaardigheden)
3.1 Voeren van het schip
Praktijk van het sturen, manoeuvreereigenschappen
Functie van de stuurinrichtingen en de aandrijving
Invloed van stromingen, wind en zuiging
Drijfvermogen, stabiliteit en toepassing daarvan in de praktijk
Ankeren en meren
3.2 Motorenkennis
Bouw, werking van de motoren, functie van de elektrische inrichtingen
Bediening, bedrijfscontrole
Maatregelen bij bedrijfsstoringen
3.3 Laden en lossen
Bepalen van het gewicht van de lading aan de hand van de meetbrief
Gebruik van de diepgangsschaal
Stuwen van de lading
3.4 Handelen onder bijzondere omstandigheden
Maatregelen bij schade, eerste hulp, stoppen van lekkage
Bediening van reddingsmiddelen
Bijzonderheden bij averij op zeescheepvaartwegen
Behandeling van afval en voorkomen van verontreiniging van de waterwegen
Informeren van de bevoegde autoriteiten
Brandbestrijding

Bijlage D8. Examenprogramma ter verkrijging van een radarpatent

Oostenrijkse modellen van de kapiteinspatenten categorie A en categorie B

Oostenrijkse modellen van de kapiteinspatenten categorie A en categorie B

E. : Bemanningsleden van schepen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage D6. Als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen voor de radarvaart

Bijlage D6. Als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen voor de radarvaart

Artikel 4a.01. Kennis en instructies
1.

De schipper en de bij de bunkerprocedure betrokken bemanningsleden van schepen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken, moeten over een deskundigheid aangaande het gebruik van vloeibaar aardgas als brandstof beschikken.

2.

Een bemanningslid mag pas werkzaamheden aan boord uitoefenen na instructies van de schipper te hebben gekregen over het gebruik van vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof op het desbetreffende schip en met name over de bunkerprocedure.

Artikel 4a.02. Verklaring

De betrokken bemanningsleden tonen hun kennis aan door middel van een verklaring overeenkomstig het model van bijlage E1.

De verklaring wordt afgegeven wanneer de kandidaat voldoet aan de eisen van artikelen 4a.03 en 4a.04.

Artikel 4a.03. Cursus en examen

De cursus inzake de kennis bestaat uit een theoretisch gedeelte en een praktisch gedeelte en wordt door een examen afgesloten.

Het theoretische gedeelte van de cursus omvat de in bijlage E2, deel A, genoemde onderwerpen.

Het praktische gedeelte van de cursus betreft de toepassing van de verworven theoretische kennis in de praktijk aan boord van een schip dat vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruikt en/of in een daartoe geschikte installatie aan de wal. Het omvat de in bijlage E2, deel B, genoemde onderwerpen.

Het examen bestaat uit een theoretisch en uit een praktisch deel. Het omvat alle in bijlage E2, deel A en deel B genoemde onderwerpen. Het examen is met goed gevolg afgelegd wanneer de kandidaat in beide geëxamineerde delen heeft aangetoond over voldoende kennis en vaardigheden te beschikken.

Het praktisch deel van het examen wordt aan boord van een schip en/of aan de wal afgenomen.

Artikel 4a.04. Geldigheid en verlenging van de verklaring
1.

De verklaring heeft een geldigheidsduur van vijf jaar.

2.

De geldige verklaring overeenkomstig het model van bijlage E1 wordt op verzoek van de houder door de bevoegde autoriteit met vijf jaar verlengd met ingang van de datum van aanvraag wanneer de houder:

Artikel 4a.05. Bevoegdheid

De bevoegdheid om erkende cursussen en opfriscursussen te verzorgen, examens af te nemen en verklaringen overeenkomstig het model van bijlage E1 af te geven ligt bij erkende opleidingsinstituten.

De cursussen, opfriscursussen en opleidingsinstituten worden erkend door de bevoegde autoriteiten op basis van de uniforme criteria die door de CCR zijn vastgelegd.

De bevoegde autoriteit kan zich het recht voorbehouden om zelf de verklaringen af te geven of te verlengen.

Elke bevoegde autoriteit is bevoegd voor de verlenging van verklaringen op grond van vaartijd.

De bevoegde autoriteiten stellen de CCR in kennis van elke beslissing over de erkenning van een opleidingsinstituut of over de intrekking of de opschorting van een dergelijke erkenning.

De lijst van de erkende opleidingsinstituten en cursussen wordt via elektronische weg gepubliceerd door de CCR.

Hoofdstuk 5. Aanvullende voorschriften voor het aan boord van passagiersschepen voorgeschreven veiligheidspersoneel

Paragraaf 1. : Eisen voor het verkrijgen van, en het bewijs van bekwaamheid

Paragraaf 2. : Verplichtingen bij de exploitatie van passagiersschepen

Deel III. Voorschriften betreffende de vaarbevoegdheidsbewijzen

Hoofdstuk 7. Bepalingen betreffende de Rijnpatenten

Paragraaf 1. : Voorwaarden voor het verkrijgen van een Rijnpatent

Subparagraaf 2. : Kennis vanriviergedeelten

Paragraaf 2. : Toelatings- en examenprocedure

Paragraaf 3. : Controle van de lichamelijke en geestelije geschiktheid

Paragraaf 4. : Opschorting en intrekking

Hoofdstuk 8. Bepalingen betreffende het radarpatent

Hoofdstuk 9. Overgangsbepalingen

Bijlage A1. Vaartijdenboek (Model B-00734)

Aanwijzingen voor het bijhouden van het vaartijdenboek

Overtredingen/strafbare handelingen

Bijlage A1a. Bevoegde autoriteiten voor de afgifte van op de Rijn geldige vaartijdenboeken

Staat Autoriteit Periode van afgifte

Bijlage A2. Dienstboekje (Model A-00735)

Indications et directives relatives à la tenue du Livret de service

A). Indications

B). Instructions relatives à la tenue du Livret de service

Schifferdienstbuch – Hinweise und Anweisungen zur Führung

B). Anweisungen zur Führung des Schifferdienstbuches

Aanwijzingen en instructies voor het bijhouden van het dienstboekje

A). Aanwijzingen

Het is in het belang van de houder ervoor te zorgen dat de aantekeningen die door de schipper in het dienstboekje worden aangebracht, juist en volledig zijn.

Hij moet in het dienstboekje de vereiste gegevens over hem zelf inschrijven en regelmatig aantekeningen over de vaartijden en de bevaren riviergedeelten maken en het dienstboekje tot het einde van het dienstverband, arbeidscontract of andere arbeidsverhoudingen op een veilige plaats bewaren. Als een stuurman overeenkomstig het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn op bladzijde 10 van het dienstboekje de aantekening: ‘Is niet voornemens een schipperspatent te verkrijgen’ heeft aangebracht en rechtsgeldig heeft ondertekend, is hij niet langer verplicht de vaartijden en bevaren riviergedeelten aan te tekenen. Op verzoek van de houder moet het dienstboekje te allen tijde en onverwijld aan hem worden overhandigd.

Meer details met betrekking tot de wijze waarop het dienstboekje moet worden bijgehouden, vindt u in de hierna volgende instructies.

A. Eisen betreffende tachografen

I. Gezichtsvermogen:

II. Gehoorvermogen:

Het gehoor is als voldoende te beschouwen, indien het gemiddeld gehoorverlies van beide oren bij de frequenties 500, 1000, 2000 en 3000 Hz de waarde van 40 dB(A) niet overschrijdt. Indien de waarde van 40 dB wordt overschreden, is het gehoorvermogen toch als voldoende aan te merken, als de conversatiespraak met een hoortoestel op 2 m met elk oor afzonderlijk duidelijk wordt verstaan.

III. Er mogen geen andere bevindingen uit medische keuring aanwezig zijn die de lichamelijke geschiktheid uitsluiten.

Indien de navolgende ziekten of lichamelijke gebreken voorkomen, kan dit aanleiding geven tot twijfel aan de lichamelijke geschiktheid van de gegadigde als schipper:

Bijlage D1. Rijnpatent (Model)

(Model)

Rijnpatent

(85 mm x 54 mm – Grondkleur blauw)

Bijlage D2. Voorlopig Rijnpatent (Model)

Bijlage D3. Bewijs voor riviergedeelten (Model)

Bijlage D4. Radarpatent (Model)

Bijlage D5. Als gelijkwaardig erkende vaarbevoegdheidsbewijzen

I. Vaarbevoegdheidsbewijzen van de lidstaten

Groot vaarbewijs I1Dit document kan ook door de ‘Minister van Verkeer en Waterstaat, namens deze, De Directeur-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken’ worden afgegeven.

II. – Vaarbevoegdheidsbewijs van derde landen

Model van de Roemeense vaarbevoedheidsbewijzen van de klassen A en B

II. – Vaarbevoegdheidsbewijs van derde landen

Vaarbewijs klasse A

Vaarbewijs Klasse B

Vaarbewijs type A

Vaarbewijs van kapitein klasse A

Vaarbewijs van kapitein klasse A

Bijlage D6. Als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen voor de radarvaart

Modellen van de Tsjechische bevoegdheidsbewijzen voor de radarvaart

Kapiteinspatent B

Hongaars radarbevoegdheidsbewijs voor de binnenvaart

Model van het Roemeense bevoegdheidsbewijs voor het varen op radar

Bijlage D7. Examenprogramma ter verkrijging van een Rijnpatent

Opmerking vooraf:

Soorten patent (kolom 4 tot en met 7)
A – Groot patent
B – Klein patent
C – Sportpatent
D – verheidspatent
Vereiste kennis (kolom 3)
1 – Gedetailleerde kennis
2 – Basiskennis
1 2
--- ---
nr. Examenstof
1. Kennis van de reglementen, gidsen en handboeken
1.1 Rijnvaartpolitiereglement (inclusief de tijdelijke wijzigingen)
Hoofdstuk 1 tot en met 7, 15
Hoofdstuk 8:
Hoofdstuk 9, 10, 12, 14 (voor de betreffende riviergedeelten)
Hoofdstuk 11:
Bijlagen
3. Optische tekens van schepen
6. Geluidsseinen
7. Verkeerstekens
8. Verkeerstekens ter markering van de vaarweg
10. Olie-afgifteboekje
Gidsen/Handboeken
Marifonie in de binnenvaart
Afvalverwijdering
1.2 Verkeersvoorschriften voor zeescheepvaartwegen
(optische tekens van schepen, geluidsseinen, verkeerstekens, navigatiehulpmiddelen en betonningssystemen, vaarregels)
1.3 Reglement onderzoek Schepen op de Rijn
Opzet en inhoud
Inhoud certificaat van onderzoek
1.4 Bemanningsvoorschriften, Deel II van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
1.5 ADN
Opzet
Documenten/instructies
Kennis van de voorgeschreven blauwe kegels/lichten
Opzoeken van operationele voorschriften
1.6 Bepalingen betreffende de Rijnpatenten: Deel III van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
Soorten patent
Criteria voor de intrekking van een patent en de opschorting van de geldigheid
1.7 Voorkoming van ongevallen
2. Nautische kennis en kennis van riviergedeelten
(aan de hand van kaarten)
2.1 Rijn en nevenwateren
(belangrijkste geografische, hydrologische, meteorologische en morfologische kenmerken)
2.2 Kennis van de gewenste riviergedeelten van de Rijn
Beschrijving van de vaarweg in de op- en afvaart
Afmetingen van de vaarweg
2.3 Navigatie op zeescheepvaartwegen
(koersbepaling, peilingen en plaatsbepaling, het gebruik van zeekaarten, procedures voor het controleren van het kompas, basiskennis inzake getijdewerking)
3. Praktijkkennis
(Nautische zaken, scheepvaarttechnische zaken, praktische vaardigheden)
3.1 Voeren van het schip
Praktijk van het sturen, manoeuvreereigenschappen
Functie van de stuurinrichtingen en de aandrijving
Invloed van stromingen, wind en zuiging
Drijfvermogen, stabiliteit en toepassing daarvan in de praktijk
Ankeren en meren
3.2 Motorenkennis
Bouw, werking van de motoren, functie van de elektrische inrichtingen
Bediening, bedrijfscontrole
Maatregelen bij bedrijfsstoringen
3.3 Laden en lossen
Bepalen van het gewicht van de lading aan de hand van de meetbrief
Gebruik van de diepgangsschaal
Stuwen van de lading
3.4 Handelen onder bijzondere omstandigheden
Maatregelen bij schade, eerste hulp, stoppen van lekkage
Bediening van reddingsmiddelen
Bijzonderheden bij averij op zeescheepvaartwegen
Behandeling van afval en voorkomen van verontreiniging van de waterwegen
Informeren van de bevoegde autoriteiten
Brandbestrijding

Bijlage D8. Examenprogramma ter verkrijging van een radarpatent

Hongaars radarbevoegdheidsbewijs voor de binnenvaart

Hongaars radarbevoegdheidsbewijs voor de binnenvaart

Bijlage D7. Examenprogramma ter verkrijging van een Rijnpatent

Opmerking vooraf:

Soorten patent (kolom 4 tot en met 7)
A – Groot patent
B – Klein patent
C – Sportpatent
D – verheidspatent
Vereiste kennis (kolom 3)
1 – Gedetailleerde kennis
2 – Basiskennis
1 2
--- ---
nr. Examenstof
1. Kennis van de reglementen, gidsen en handboeken
1.1 Rijnvaartpolitiereglement (inclusief de tijdelijke wijzigingen)
Hoofdstuk 1 tot en met 7, 15
Hoofdstuk 8:
Hoofdstuk 9, 10, 12, 14 (voor de betreffende riviergedeelten)
Hoofdstuk 11:
Bijlagen
3. Optische tekens van schepen
6. Geluidsseinen
7. Verkeerstekens
8. Verkeerstekens ter markering van de vaarweg
10. Olie-afgifteboekje
Gidsen/Handboeken
Marifonie in de binnenvaart
Afvalverwijdering
1.2 Verkeersvoorschriften voor zeescheepvaartwegen
(optische tekens van schepen, geluidsseinen, verkeerstekens, navigatiehulpmiddelen en betonningssystemen, vaarregels)
1.3 Reglement onderzoek Schepen op de Rijn
Opzet en inhoud
Inhoud certificaat van onderzoek
1.4 Bemanningsvoorschriften, Deel II van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
1.5 ADN
Opzet
Documenten/instructies
Kennis van de voorgeschreven blauwe kegels/lichten
Opzoeken van operationele voorschriften
1.6 Bepalingen betreffende de Rijnpatenten: Deel III van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
Soorten patent
Criteria voor de intrekking van een patent en de opschorting van de geldigheid
1.7 Voorkoming van ongevallen
2. Nautische kennis en kennis van riviergedeelten
(aan de hand van kaarten)
2.1 Rijn en nevenwateren
(belangrijkste geografische, hydrologische, meteorologische en morfologische kenmerken)
2.2 Kennis van de gewenste riviergedeelten van de Rijn
Beschrijving van de vaarweg in de op- en afvaart
Afmetingen van de vaarweg
2.3 Navigatie op zeescheepvaartwegen
(koersbepaling, peilingen en plaatsbepaling, het gebruik van zeekaarten, procedures voor het controleren van het kompas, basiskennis inzake getijdewerking)
3. Praktijkkennis
(Nautische zaken, scheepvaarttechnische zaken, praktische vaardigheden)
3.1 Voeren van het schip
Praktijk van het sturen, manoeuvreereigenschappen
Functie van de stuurinrichtingen en de aandrijving
Invloed van stromingen, wind en zuiging
Drijfvermogen, stabiliteit en toepassing daarvan in de praktijk
Ankeren en meren
3.2 Motorenkennis
Bouw, werking van de motoren, functie van de elektrische inrichtingen
Bediening, bedrijfscontrole
Maatregelen bij bedrijfsstoringen
3.3 Laden en lossen
Bepalen van het gewicht van de lading aan de hand van de meetbrief
Gebruik van de diepgangsschaal
Stuwen van de lading
3.4 Handelen onder bijzondere omstandigheden
Maatregelen bij schade, eerste hulp, stoppen van lekkage
Bediening van reddingsmiddelen
Bijzonderheden bij averij op zeescheepvaartwegen
Behandeling van afval en voorkomen van verontreiniging van de waterwegen
Informeren van de bevoegde autoriteiten
Brandbestrijding

Bijlage D7. Examenprogramma ter verkrijging van een Rijnpatent

Opmerking vooraf:

Soorten patent (kolom 4 tot en met 7)
A – Groot patent
B – Klein patent
C – Sportpatent
D – verheidspatent
Vereiste kennis (kolom 3)
1 – Gedetailleerde kennis
2 – Basiskennis
1 2
--- ---
nr. Examenstof
1. Kennis van de reglementen, gidsen en handboeken
1.1 Rijnvaartpolitiereglement (inclusief de tijdelijke wijzigingen)
Hoofdstuk 1 tot en met 7, 15
Hoofdstuk 8:
Hoofdstuk 9, 10, 12, 14 (voor de betreffende riviergedeelten)
Hoofdstuk 11:
Bijlagen
3. Optische tekens van schepen
6. Geluidsseinen
7. Verkeerstekens
8. Verkeerstekens ter markering van de vaarweg
10. Olie-afgifteboekje
Gidsen/Handboeken
Marifonie in de binnenvaart
Afvalverwijdering
1.2 Verkeersvoorschriften voor zeescheepvaartwegen
(optische tekens van schepen, geluidsseinen, verkeerstekens, navigatiehulpmiddelen en betonningssystemen, vaarregels)
1.3 Reglement onderzoek Schepen op de Rijn
Opzet en inhoud
Inhoud binnenschipcertificaat
1.4 Bemanningsvoorschriften, Deel II van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
1.5 ADN
Opzet
Documenten/instructies
Kennis van de voorgeschreven blauwe kegels/lichten
Opzoeken van operationele voorschriften
1.6 Bepalingen betreffende de Rijnpatenten: Deel III van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
Soorten patent
Criteria voor de intrekking van een patent en de opschorting van de geldigheid
1.7 Voorkoming van ongevallen
2. Nautische kennis en kennis van riviergedeelten
(aan de hand van kaarten)
2.1 Rijn en nevenwateren
(belangrijkste geografische, hydrologische, meteorologische en morfologische kenmerken)
2.2 Kennis van de gewenste riviergedeelten van de Rijn
Beschrijving van de vaarweg in de op- en afvaart
Afmetingen van de vaarweg
2.3 Navigatie op zeescheepvaartwegen
(koersbepaling, peilingen en plaatsbepaling, het gebruik van zeekaarten, procedures voor het controleren van het kompas, basiskennis inzake getijdewerking)
3. Praktijkkennis
(Nautische zaken, scheepvaarttechnische zaken, praktische vaardigheden)
3.1 Voeren van het schip
Praktijk van het sturen, manoeuvreereigenschappen
Functie van de stuurinrichtingen en de aandrijving
Invloed van stromingen, wind en zuiging
Drijfvermogen, stabiliteit en toepassing daarvan in de praktijk
Ankeren en meren
3.2 Motorenkennis
Bouw, werking van de motoren, functie van de elektrische inrichtingen
Bediening, bedrijfscontrole
Maatregelen bij bedrijfsstoringen
3.3 Laden en lossen
Bepalen van het gewicht van de lading aan de hand van de meetbrief
Gebruik van de diepgangsschaal
Stuwen van de lading
3.4 Handelen onder bijzondere omstandigheden
Maatregelen bij schade, eerste hulp, stoppen van lekkage
Bediening van reddingsmiddelen
Bijzonderheden bij averij op zeescheepvaartwegen
Behandeling van afval en voorkomen van verontreiniging van de waterwegen
Informeren van de bevoegde autoriteiten
Brandbestrijding

Bijlage D8. Examenprogramma ter verkrijging van een radarpatent

Deel A. – Theoretisch gedeelte

Het theoretische gedeelte van de cursus omvat de volgende onderwerpen:

B. Praktisch gedeelte van de cursus

Het praktische gedeelte van de cursus omvat de volgende onderwerpen:

I. Vaarbevoegdheidsbewijzen van de lidstaten

II. – Vaarbevoegdheidsbewijs van derde landen

Hongaarse modellen vaarbewijs klasse A en klasse B

Kapiteinspatent A

Kapiteinspatent A

De lijst van de als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen voor de radarvaart en de bijbehorende informatie inzake de afgevende autoriteiten en de modellen worden door de CCR gepubliceerd op haar website www.ccr-zkr.org.

Model van het Roemeense bevoegdheidsbewijs voor het varen op radar

(van kracht vanaf 15.3.2015)

Deel A. – Theoretisch gedeelte

E. Bemanningsleden van schepen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken

E. Bemanningsleden van schepen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken

Bijlage E1. Model van de verklaring van deskundigheid aangaande het gebruik van vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof

A. Theoretisch gedeelte van de cursus

Het theoretische gedeelte van de cursus omvat de volgende onderwerpen:

B. Praktisch gedeelte van de cursus

Het praktische gedeelte van de cursus omvat de volgende onderwerpen:

Model van de Poolse vaarbevoedheidsbewijzen van de klassen A en B

Vaarbewijs type B

Vaarbewijs van kapitein klasse I (B)

De lijst van de als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen voor de radarvaart en de bijbehorende informatie inzake de afgevende autoriteiten en de modellen worden door de CCR gepubliceerd op haar website www.ccr-zkr.org.

Modellen van de Tsjechische bevoegdheidsbewijzen voor de radarvaart

(van kracht vanaf 15.3.2015)

Radarbevoegdheidsbewijs

Deel B. – Praktisch gedeelte

Bijlage E2. Programma van de cursus voor bemanningsleden van schepen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken

A. Theoretisch gedeelte van de cursus

Het theoretische gedeelte van de cursus omvat de volgende onderwerpen:

B. Praktisch gedeelte van de cursus

Het praktische gedeelte van de cursus omvat de volgende onderwerpen:

Deel I. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen voor de delen I, II en III

Artikel 1.04. Dienstinstructies

In het belang van een eenvoudige en uniforme toepassing van het onderhavige reglement kan de CCR dienstinstructies voor de bevoegde autoriteiten vaststellen. De bevoegde autoriteiten dienen zich aan deze dienstinstructies te houden.

Artikel 1.05. Monitoring
Artikel 1.06. Evaluatie

Hoofdstuk 2. Register

Deel II. Kwalificaties

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 3. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 4. Medische geschiktheid

Artikel 4.02. Regelmatige controle van de medische geschiktheid
Artikel 4.03. Medische geschiktheid van machinisten

In afwijking van artikel 4.01, eerste lid, tweede zin, zijn voor de houder van een kwalificatiecertificaat machinist voor het gezichtsvermogen de volgende voorwaarden voor de medische geschiktheid van toepassing:

De in de STCW Code tabel A-I/9: ‘Minimum in service eyesight standards for seafarers’ vermelde voorwaarden voor ‘All engineer officers’, behalve voor wat betreft het kleuren zien. Voor machinisten is een stoornis van het kleurenzien toegestaan.

Hoofdstuk 5. Dienstboekje en vaartijd

Hoofdstuk 6. Goedgekeurde opleidingsprogramma’s

Hoofdstuk 7. Toelating tot en procedure van het administratief examen

Hoofdstuk 8. Controle en intrekking van kwalificatiecertificaten

Paragraaf 2. Kwalificaties op instroom- en operationeel niveau

Hoofdstuk 9. Toepassingsgebied van deze paragraaf

Hoofdstuk 10. Voorwaarden voor de verkrijging van kwalificatiecertificaten op instroom- en operationeel niveau

Artikel 10.01. Minimumeisen met betrekking tot leeftijd, naleving van de administratieve voorschriften, competentie en vaartijd

Ter verkrijging van een kwalificatiecertificaat moeten de leden van de dekbemanning op instroom- en operationeel niveau voldoen aan de volgende minimumeisen inzake leeftijd, naleving van de administratieve voorschriften, competentie en vaartijd:

Artikel 10.01*. Minimumeisen met betrekking tot leeftijd, naleving van de administratieve voorschriften, competentie en vaartijd van de machinist

Ter verkrijging van een kwalificatiecertificaat moet de machinist voldoen aan de volgende minimumeisen inzake leeftijd, naleving van de administratieve voorschriften, competentie en vaartijd:

Artikel 10.03. Geldigheid en afgifte van kwalificatiecertificaten op instroom – en operationeel niveau

Paragraaf 3. Kwalificaties op managementniveau

Hoofdstuk 11. Patentplicht en patentsoorten

Artikel 11.01. Patentplicht
Artikel 11.02. Soorten patent

Overeenkomstig dit reglement wordt een onderscheid gemaakt tussen:

Met de bovengenoemde patenten is het eveneens geoorloofd een vaartuig te voeren als bedoeld in artikel 11.01, derde lid.

Hoofdstuk 12. Verkrijging van patenten

Artikel 12.01. Rijnpatent
Artikel 12.02. Sportpatent

Het praktijkexamen kan worden afgelegd aan boord van een sportvaartuig of aan een door de bevoegde autoriteit hiervoor toegelaten simulator.

Artikel 12.03. Overheidspatent

Het praktijkexamen kan worden afgelegd aan boord van een overheidsvaartuig of aan een door de bevoegde autoriteit hiervoor toegelaten simulator.

Artikel 12.04. Aanvraag om toegelaten te worden tot een administratief examen
Artikel 12.05. Vrijstellingen en verlichting van de exameneisen
Artikel 12.06. Examen in het kader van een goedgekeurd opleidingsprogramma
Artikel 12.07. Geldigheid en afgifte van kwalificatiecertificaten schipper
Artikel 12.08. Voorlopig Rijnpatent

Indien de kandidaat na het slagen voor het examen voor een fysiek document kiest, verstrekt de bevoegde autoriteit voor de periode tussen het succesvol afleggen van het examen en de afgifte van de patentkaart een voorlopig Rijnpatent. Hiertoe print de autoriteit een uittreksel uit de elektronische gegevensbank, dat als voorlopig Rijnpatent geldt. De bevoegde autoriteit kan ook een voorlopig Rijnpatent verstrekken voor de tijd tussen de vervaldatum voor de verlenging van het patent en de afgifte van het nieuwe Rijnpatent.

Hoofdstuk 13. Verkrijging van specifieke vergunningen

Artikel 13.01. Specifieke vergunningen
Artikel 13.02. Specifieke vergunning voor het varen met behulp van radar
Artikel 13.03. Specifieke vergunning voor het bevaren van waterwegen die als binnenwatertrajecten met specifieke risico’s geclassificeerd zijn
Artikel 13.04. Specifieke vergunning voor het varen op binnenwateren van maritieme aard
Artikel 13.05. Specifieke vergunning voor het varen met vaartuigen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken

Voor het besturen van een vaartuig dat vloeibaar aardgas als brandstof gebruikt, is een specifieke vergunning vereist. Deze wordt aangetoond door een kwalificatiecertificaat voor LNG-deskundige, dat wordt verkregen zoals bepaald in artikel 15.02 tot en met 15.04.

Artikel 13.06. Specifieke vergunning voor het varen met grote konvooien

Paragraaf 4. Kwalificaties voor specifieke activiteiten

Hoofdstuk 14. Veiligheidspersoneel aan boord van schepen die onder het ADN vallen

Artikel 14.01. Verwijzing naar de bepalingen van het ADN

Onverminderd de bepalingen van Richtlijn 2008/68/EG is aan boord van schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren een persoon aanwezig zoals bedoeld in de randnummers 7.1.3.15 en 7.2.3.15 van het ADN die houder is van een verklaring van deskundigen volgens het model van randnummer 8.6.2. van het ADN.

Hoofdstuk 15. Veiligheidspersoneel aan boord van schepen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken

Artikel 15.01. Kennis en instructie

De schipper en de bemanningsleden die houder zijn van een kwalificatiecertificaat en die betrokken zijn bij de bunkerprocedure van schepen die op vloeibaar aardgas (LNG) varen, zijn gekwalificeerd als deskundige op het gebied van vloeibaar aardgas (LNG).

Artikel 15.02. Kwalificatiecertificaat
Artikel 15.03. Cursus en examen
Artikel 15.04. Goedkeuring van cursussen

De lijst van goedgekeurde cursussen wordt door de CCR op de website geplaatst.

Artikel 15.05. Criteria voor de goedkeuring van cursussen
Artikel 15.06. Geldigheid en verlenging van het kwalificatiecertificaat

Hoofdstuk 16. Veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen

Artikel 16.01. Veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen
Artikel 16.02. Deskundige voor de passagiersvaart

Om het kwalificatiecertificaat deskundige voor de passagiersvaart te verkrijgen, moet de kandidaat ten minste 18 jaar zijn en de vereiste kwalificatie bezitten. Deze wordt geacht aanwezig te zijn, indien de betreffende persoon:

Artikel 16.03. Basisopleiding voor deskundigen

Aan het theoretisch gedeelte van het examen wordt voldaan wanneer de kandidaat aantoont dat hij beschikt over de kennis die onderwezen werd in de opleiding zoals bedoeld in onderdeel a.

Aan het praktijkgedeelte wordt voldaan wanneer de kandidaat met goed gevolg een praktijkexamen heeft afgelegd overeenkomstig de ES-QIN (Deel II, hoofdstuk 2). Het praktijkgedeelte van het examen wordt afgelegd aan boord van een schip of met behulp van een installatie aan de wal die voldoet aan de technische eisen zoals vastgelegd in de ES-QIN (Deel II, hoofdstuk 2).

Artikel 16.04. Opfriscursus voor deskundigen

De opfriscursus wordt gevolgd in het kader van een hiervoor door de bevoegde autoriteit overeenkomstig de in artikel 16.05 vastgelegde voorwaarden georganiseerde of goedgekeurde opleiding.

Artikel 16.05. Goedkeuring van de opleidingen voor deskundige

De lijst van de goedgekeurde opleidingen wordt door de CCR op de website geplaatst.

Artikel 16.06. Criteria voor de goedkeuring van cursussen
Artikel 16.07. Eerstehulpverlener

De eerstehulpverlener moet ten minste 17 jaar zijn en de vereiste kwalificatie bezitten. Deze wordt geacht aanwezig te zijn, indien de desbetreffende persoon

Artikel 16.08. Persluchtmaskerdrager

De persluchtmaskerdrager moet ten minste 18 jaar zijn en geschikt zijn om de ademhalingsapparatuur zoals bedoeld in artikel 19.12, tiende lid, onderdeel a, van de ES-TRIN, voor de redding van personen te kunnen gebruiken. Deze wordt geacht aanwezig te zijn, indien de betreffende persoon de lichamelijke en geestelijke geschiktheid en de kwalificatie overeenkomstig de nationale voorschriften van de Rijnoeverstaten of België aantoont en regelmatig overeenkomstig artikel 16.09 aan de opfriscursussen heeft deelgenomen.

Artikel 16.09. Cursussen en opfriscursussen voor eerstehulpverleners en persluchtmaskerdragers

De opleiding en opfriscursussen voor eerstehulpverleners en persluchtmaskerdragers worden gevolgd overeenkomstig de voorschriften van één van de Rijnoeverstaten of België.

Artikel 16.10. Wijze van aantonen van de kwalificatie

Deze cursusbewijzen gelden als verklaring, als deze zijn afgegeven door een volgens het nationale recht van de Rijnoeverstaten of België erkend opleidingsinstituut en het dienovereenkomstige model door de CCR bekend gemaakt is.

Artikel 16.11. Aantal leden veiligheidspersoneel
aa) schepen voor dagtochten aa) schepen voor dagtochten aa) schepen voor dagtochten aa) schepen voor dagtochten
Groep Aantal personen aan boord Deskundige voor de passagiersvaart Eerstehulpverleners
1 tot en met 250 1 1
2 meer dan 250 1 2
bb) hotelschepen bb) hotelschepen bb) hotelschepen bb) hotelschepen
--- --- --- ---
Groep Aantal bezette bedden Deskundigen voor de passagiersvaart Eerstehulp-verleners
1 tot en met 100 1 1
2 meer dan 100 1 2
Artikel 16.12. Plichten van de schipper en de deskundige
Artikel 16.13. Toezicht

Zolang zich passagiers aan boord bevinden, moet er ’s nachts ieder uur een controleronde gemaakt worden. Er moet op een adequate wijze kunnen worden gecontroleerd of deze rondes plaatsvinden.

Deel III. Bemanning

Hoofdstuk 17. Algemene bepalingen

Artikel 17.01. Algemene bepalingen
Artikel 17.02. Gelijkwaardigheid en afwijkingen

Hoofdstuk 18. Exploitatiewijzen, verplichte rusttijd, vaartijdenboek

Artikel 18.01. Exploitatiewijzen

Er mag van deze tijden worden afgeweken, indien de vaartijd wordt geregistreerd door middel van een tachograaf die voldoet aan de eisen van Bijlage 5, Onderdeel V van de ES-TRIN betreffende minimumeisen en voorschriften omtrent de inbouw en de controle van het functioneren van tachografen in de binnenvaart, en naar behoren functioneert. De tachograaf moet ten minste vanaf het begin van de laatste ononderbroken rusttijd van acht, respectievelijk zes uur zijn ingeschakeld en voor de controlerende diensten te allen tijde bereikbaar zijn.

Artikel 18.02. Verplichte rusttijd
Artikel 18.03. Wisseling of herhaling van exploitatiewijze
Artikel 18.04. Vaartijdenboek – Tachograaf

Hoofdstuk 19. Minimumbemanning aan boord

Artikel 19.01. Uitrusting van vaartuigen
Artikel 19.02. Minimumbemanning van motorschepen en duwboten
Groep Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2
A1 A1 A2 A2 B B
S1 S2 S1 S2 S1 S2
1 L ≤ 70 m schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos 1 – – 1 – 2 – – – – 2 – – 1 11 2 – – – 2 1'2
2 70 m < L ≤ 86 m schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos 1 of 1 – – 1 – – 1 – 1 1 – – 1 1 2 – – – 11 2 – – 2 – 2 – – 1 1
3 L > 86 m schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos 1 of 1 1 1 – – 1 – – 2 1 1 – – 1 2 – – 1 11 2 – – – 21 2 of 2 1 13 – – 2 1 – – 2 1 – 1 1
Artikel 19.03. Minimumbemanning van hechte samenstellen en andere hechte samenstellingen
Groep Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2
A1 A1 A2 A2 B B B
S1 S2 S1 S2 S1 S2 S2
1 afmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 m schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 – – 1 – – 2 – – – – – 2 – – 1 11 – 2 – – – 21,2 – 2 – – – 21,2 –
2 afmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 m schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 of 1 – – 1 – – 1 – 1 – –- 1 – – 1 1 – 2 – – – 11 – 2 – – 2 – – 2 – – 1 1 – 2 – – 1 1 –
3 duwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 m schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 of 1 1 1 – – 1 – – 2 – – 1 1 – – 1 – 2 – – 1 11 – 2 – – – 21 – 2 of 2 1 13 – – 2 1 – – – – 2 1 – 1 1 – 2 1 – 1 1 –
4 duwboot + 2 duwbakken4 motorschip + 1 bak4 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 1 – 1 11 – 1 1 – – 21 – 2 – – 2 11 – 2 – 1 – 21 – 2 of 2 1 13 – – 2 2 – – 1 – 2 of 2 1 13 1 1 – – 1 1 1 – 2 of 2 1 13 1 1 – – 1 1 1 –
5 duwboot + 3 of meer duwbakken4 motorschip + 2 of meer duwbakken4 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 of 1 1 1 – – 2 1 – 2 1 1 1 1 – 1 1 1 2 – – 2 11 1 2 – 1 – 21 1 2 of 2 1 13 – – 2 2 11- 1 1 2 of 2 1 13 1 1 – – 2 1 1 1 2 of 2 1 13 1 1 – – 2 1 1 1
Artikel 19.04. Minimumbemanning van passagiersschepen
Groep Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2
A1 A1 A2 A2 B B
S1 S2 S1 S2 S1 S2
1 Toegestaan aantal passagiers tot en met 75 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 – – 1 – – 2 – – 1 – – 2 – – 2 – – 2 – 1 – 1 –
2 Toegestaan aantal passagiers van 76 tot en met 250 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 of 1 – – – – 1 – 1 – – 1 1 – – 1 1 – 2 – – – 11 1 2 – – 1 11 1
3 Toegestaan aantal passagiers van 251 tot en met 600 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 of 1 – –- 1 1 – – – 2 1 – 1 – 1 – 1 – 2 – – 1 – 1 2 – – – 1 1 3 – – 1 – 1 3 – – – 1 1
4 Toegestaan aantal passagiers van 601 tot en met 1000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 1 – 1 11 1 1 1 – – 21 1 2 – – 2 – 1 2 – 1 – 1 1 3 – – 2 – 1 3 – 1 – 1 1
5 Toegestaan aantal passagiers van 1001 tot en met 2000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 2 of 2 – – – – 3 2 – 2 1 1 2 – 1 1 1 1 2 – – 3 11 1 2 – 1 1 21 1 3 – – 3 11 1 3 – 1 1 21 1
6 Toegestaan aantal passagiers meer dan 2000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 2 – – 3 11 1 2 – 1 1 21 1 2 – – 4 – 1 2 – 1 2 1 1 3 – – 4 11 1 3 – 1 2 21 1
Groep Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2
A1 A1 A2 A2 B B
S1 S2 S1 S2 S1 S2
1 Toegestaan aantal passagiers van 501 tot en met 1000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 1 1 1 1 – 2 1 1 1 – 1 2 2 – 1 1 – 2 2 – 1 – 1 2 3 – 1 1 – 3 3 – 1 – 1 3
2 Toegestaan aantal passagiers van 1001 tot en met 2000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 2 of 2 – – – – 3 2 – 2 3 3 2 – 1 1 1 3 2 – – 3 12 3 2 – 1 1 22 3 3 – – 3 12 3 3 – 1 1 22 3
Groep Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2
A1 A1 A2 A2 B B
S1 S2 S1 S2 S1 S2
1 Toegestaan aantal bedden: tot en met 50 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 – 1 – – 1 1 – – – 2 1 2 – – 1 – 1 2 – – – 1 1 3 – – 1 – 1 3 – – – 1 1
2 Toegestaan aantal bedden: van 51 tot en met 100 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 1 – 1 – 1 1 1 – – 1 1 2 – – 1 – 1 2 – – – 1 1 3 – – 1 – 1 3 – – – 1 1
3 Toegestaan aantal bedden meer dan 100 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 of 1 1 1 – – 2 1 - 2 1 1 1 1 – 1 1 1 2 – – 3 – 1 2 – 1 1 1 1 3 – – 3 – 1 3 – 1 1 1 1
Artikel 19.05. Afwijking van de in artikel 19.01 voorgeschreven uitrusting
Artikel 19.06. Minimumbemanning van overige vaartuigen
Artikel 19.07. Minimumbemanning voor zeeschepen

In dit geval moeten de dienovereenkomstige documenten waaruit de bekwaamheid van de bemanningsleden en hun aantal blijkt, aan boord aanwezig zijn. Bovendien bevindt zich een persoon aan boord die houder is van het kwalificatiecertificaat schipper dat geldig is voor het te bevaren riviergedeelte. Na een vaartijd van ten hoogste 14 uur per periode van 24 uur wordt deze houder van het kwalificatiecertificaat schipper door een andere houder van het kwalificatiecertificaat schipper vervangen.

In het logboek worden de volgende aantekeningen gemaakt:

Artikel 19.08. Minimumbemanning voor kanaalspitsen

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op kanaalspitsen. Desalniettemin bestaat de bemanning ten minste uit:

Artikel 19.09. Minimumbemanning voor pleziervaartuigen

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op pleziervaartuigen.

Desalniettemin moet de bemanning ten minste bestaan uit:

Artikel 19.10. Uitzondering

Voor de vaart beneden het Spijksche Veer (km 857,40) kan, voor zover de Duits-Nederlandse grens tijdens de vaart noch in de ene, noch in de andere richting wordt overschreden, worden volstaan met de toepassing van de voorschriften van de Nederlandse ‘Binnenvaartwet’ (Staatsblad 2007, Nummer 498).

Deel IV. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 20. Overgangsbepalingen

Artikel 20.01. Geldigheid van het dienstboekje
Artikel 20.02. Geldigheid van het vaartijdenboek
Artikel 20.03. Geldigheid van reeds afgegeven Rijnpatenten
Artikel 20.04. Geldigheid van de overheids- en sportpatenten

De overheids- en sportpatenten die geldig zijn op grond van de voorschriften die van toepassing waren tot aan de inwerkingtreding van dit reglement blijven zonder wijziging geldig.

Artikel 20.05. Geldigheid van reeds bestaande kennis van riviergedeelten

De houder van een groot of klein Rijnpatent, een overheids- of sportpatent dat werd afgegeven overeenkomstig de voorschriften die van toepassing waren tot aan de inwerkingtreding van dit reglement dan wel waarvan de geldigheid verlengd werd en die voor de in bijlage 5 van dit reglement genoemde riviergedeelten met succes het examen afgelegd heeft dat in dit reglement voorgeschreven is, mag met inachtneming van die voorschriften de riviergedeelten waarvoor het genoemde examen voor het bewijs van kennis van riviergedeelten werd afgelegd, blijven bevaren.

Artikel 20.06. Geldigheid van een reeds bestaand bewijs van kennis van riviergedeelten
Artikel 20.07. Geldigheid van de specifieke vergunning voor binnenwateren van maritieme aard
Artikel 20.08. Geldigheid van kwalificatiecertificaten krachtens de STCW-Overeenkomst

Bemanningsleden van zeeschepen die op de Rijn varen, kunnen hun kwalificatie bewijzen door middel van een in overeenstemming met de STCW-Overeenkomst afgegeven of erkend kwalificatiecertificaat. Dit geldt voor schippers slechts tot 17 januari 2038 en op voorwaarde dat de binnenvaartactiviteit wordt uitgevoerd bij het begin of aan het eind van een reis in het kader van zeevervoer.

Artikel 20.09. Geldigheid van het radarpatent
Artikel 20.10. Geldigheid van de kwalificatie van deskundige voor de passagiersvaart of LNG-deskundige
Artikel 20.11. Erkenning van vaartijd

Er kan rekening worden gehouden met de volbrachte vaartijd die op grond van het onderhavige reglement vereist is, wanneer deze vaartijd werd volbracht overeenkomstig de voorschriften die van toepassing waren tot aan de inwerkingtreding van dit reglement werd volbracht.

Bijlage 1. Medische verklaring ter vaststelling van de medische geschiktheid voor de binnenvaart (Model)

Naam, voornaam (evt. geboortenaam) van de onderzochte persoon Naam, voornaam (evt. geboortenaam) van de onderzochte persoon
Geboortedatum en -plaats Getoond legitimatiebewijs
Naam en voornaam van de keuringsarts Naam en voornaam van de keuringsarts
--- ---
Adres Telefonisch te bereiken onder

De lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de bovengenoemde persoon werd onderzocht overeenkomstig de ES-QIN-standaarden inzake de medische geschiktheid (algemene medische geschiktheid, gezichtsvermogen, gehoorvermogen). De resultaten daarvan zijn de volgende:

Stempel

..............................

Datum en handtekening van de arts

Bijlage 2. examenprogramma ter verkrijging van een sportpatent en een overheidspatent

Opmerking vooraf:

Soorten patent(kolom 4 tot en met 6)

A – Sportpatent

B – Overheidspatent

Vereiste kennis(kolom 3)

1 – Gedetailleerde kennis

2 – Basiskennis

1 2 3 4 5 5
nr. Examenstof A B B
1. Kennis van de reglementen, gidsen en handboeken
1.1 Rijnvaartpolitiereglement (inclusief de tijdelijke wijzigingen)
Hoofdstuk 1 tot en met 7, 15 1 x x x
Hoofdstuk 8: 1
Hoofdstuk 9, 10, 12, 14 (voor de betreffende riviergedeelten) 1 x x x
Hoofdstuk 11: 1
Bijlagen
3. Optische tekens van schepen 1 x x x
6. Geluidsseinen 1 x x x
7. Verkeerstekens 1 x x x
8. Verkeerstekens ter markering van de vaarweg 1 x x x
10. Olie-afgifteboekje 1 x x x
Gidsen/Handboeken
Marifonie in de binnenvaart 2 x x x
Afvalverwijdering 2 x x x
1.2 Verkeersvoorschriften voor zeescheepvaartwegen 1 x
(optische tekens van schepen, geluidsseinen, verkeerstekens, navigatiehulpmiddelen en betonningssystemen, vaarregels)
1.3 Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn en Europese Standaard voor technische voorschriften voor binnenschepen
Opzet en inhoud 2 x x x
Inhoud van binnenschipcertificaat 2 x x x
1.4 Bemanningsvoorschriften, Deel III van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn 1 x x
1.5 ADN
Opzet 2 x x
Documenten/instructies 2 x x
Kennis van de voorgeschreven blauwe kegels/lichten 1 x x
Opzoeken van operationele voorschriften 2 x x
1.6 Bepalingen betreffende de Patenten: Delen II en III van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
Soorten patent en specifieke vergunningen 2 x x x
Criteria voor de intrekking van een patent en de opschorting van de geldigheid 1 x x x
1.7 Voorkoming van ongevallen 2 x x x
2. Nautische kennis
2.1 Rijn en nevenwateren 2 x x x
(belangrijkste geografische, hydrologische, meteorologische en morfologische kenmerken)
2.2 Kennis van de gewenste riviergedeelten van de Rijn
Beschrijving van de vaarweg in de op- en afvaart 1 x x x
Afmetingen van de vaarweg 1 x x x
2.3 Navigatie op zeescheepvaartwegen 2 x
(koersbepaling, peilingen en plaatsbepaling, het gebruik van zeekaarten, procedures voor het controleren van het kompas, basiskennis inzake getijdewerking)
3. Praktijkkennis
(Nautische zaken, scheepvaarttechnische zaken, praktische vaardigheden)
3.1 Voeren van het schip
Praktijk van het sturen, manoeuvreereigenschappen 2 x x x
Functie van de stuurinrichtingen en de aandrijving 2 x x x
Invloed van stromingen, wind en zuiging 2 x x x
Drijfvermogen, stabiliteit en toepassing daarvan in de praktijk 2 x x x
Ankeren en meren 2 x x x
3.2 Motorenkennis
Bouw, werking van de motoren, functie van de elektrische inrichtingen 2 x x x
Bediening, bedrijfscontrole 2 x x x
Maatregelen bij bedrijfsstoringen 2 x x x
3.3 Laden en lossen
Bepalen van het gewicht van de lading aan de hand van de meetbrief 2
Gebruik van de diepgangsschaal 2
Stuwen van de lading 2 x x
3.4 Handelen onder bijzondere omstandigheden
Maatregelen bij schade, eerste hulp, stoppen van lekkage 2 x x x
Bediening van reddingsmiddelen 2 x x x
Bijzonderheden bij averij op zeescheepvaartwegen 2 x
Behandeling van afval en voorkomen van verontreiniging van de waterwegen 2 x x x
Informeren van de bevoegde autoriteiten 2 x x x
Brandbestrijding 2 x x x

Bijlage 4. Overheidspatent

De lijst van de overheidspatenten van de Rijnoeverstaten en België, alsmede de modellen staan op de website van de CCR: www.ccr-zkr.org.

I. De Rijn van kmr 335,92 (sluis Iffezheim) tot kmr 352,07 (Duits-Franse grens)

II. De Rijn vanaf kmr 352,07 (Duits-Franse grens) tot kmr 425,00 (Mannheim)

III. De Rijn van kmr 425,00 (Mannheim) tot kmr 498 (Mainz, Mainspitze)

IV. De Rijn van kmr 498,00 (Mainz, Mainspitze) tot kmr 592,00 (Koblenz, monding van de Moezel)

Bijlage 6. Verklaring eerstehulpverlener in de passagiersvaart (Model)

Bijlage 7. Verklaring persluchtmaskerdrager in de passagiersvaart (Model)

Bijlage 8. Verklaring voor het aantonen van de vereiste rusttijd, bedoeld in artikel 18.03, tweede tot en met zesde lid (Model)

(geldt alleen tezamen met het dienstboekje,

respectievelijk met het kwalificatiecertificaat schipper zoals bedoeld in artikel 11.01, eerste lid, respectievelijk het voorlopig Rijnpatent zoals bedoeld in artikel 12.08 Rsp)

Naam en voornaam:

Nummer van het dienstboekje, respectievelijk van het kwalificatiecertificaat schipper:

Nam van het schip, uniek Europees scheepsidentificatienummer (ENI) Einde van de reis Datum Einde van de reis Tijdstip Exploitatiewijze voor het einde van de reis Laatste rusttijd voor het einde van de reis Laatste rusttijd voor het einde van de reis Handtekening van de schipper
Begin Einde
E E1 E2 E3 E4
1 2 3 4 5 6 7