Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, van 14 juli 2011, nr. 218837, houdende samenvoeging en vereenvoudiging van diverse regelingen op het gebied van de zeevisserij (Uitvoeringsregeling zeevisserij)
In afwijking van artikel 29, eerste lid, kan een ondernemer op wiens naam meer dan één vissersvaartuigen geregistreerd zijn waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt, die contingenten op een andere manier over deze vissersvaartuigen verdelen.
De verdeling is slechts toegestaan, indien:
- a. de ondernemer de minister daarvan voor 1 december van het desbetreffende kalenderjaar melding doet;
- b. voor zover het een contingent tong of schol betreft, voor het desbetreffende vissersvaartuig voor de herverdeling zowel een contingent tong als een contingent schol geldt; en
- c. voor het desbetreffende vissersvaartuig voor de herverdeling een contingent van de desbetreffende vissoort geldt.
De andere verdeling wordt slechts toegepast na kennisgeving van de minister aan de ondernemer dat de melding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is ontvangen.
Artikel 41. Overdraagbaarheid van contingenten
Het recht van een ondernemer op een contingent van een vissoort is geheel of gedeeltelijk overdraagbaar aan één of meer ondernemers met één of meer vissersvaartuigen dat behoort onderscheidenlijk die behoren tot het segment MFL1 indien is voldaan aan het tweede tot en met het vijfde lid en aan de artikelen 42 en 43.
Een ondernemer die zijn contingent geheel of gedeeltelijk wil overdragen, dient daarvoor een verzoek in bij de minister. Dit verzoek gaat vergezeld van het document, bedoeld in artikel 30.
Indien de ondernemer aan wie het contingent wordt overgedragen, meer dan één vissersvaartuig heeft, wordt bij het verzoek vermeld welk deel van het over te dragen contingent voor elk van deze vissersvaartuigen komt te gelden.
Indien ten behoeve van de ondernemer een pandrecht op het contingent van de desbetreffende vissoort is verleend, gaat het verzoek vergezeld van een verklaring dat de pandhouder met de overdracht instemt.
De instemming van de pandhouder is slechts vereist indien de pandhouder de minister door middel van een afschrift van de akte van verpanding in kennis heeft gesteld van het gevestigde pandrecht.
Artikel 42. Voorwaarden voor overdracht van contingenten
Een geheel contingent tong of schol kan slechts worden overgedragen:
- a. tegelijkertijd met de gehele overdracht van het contingent schol onderscheidenlijk tong van de desbetreffende ondernemer, met dien verstande dat de minister op verzoek van die ondernemer kan toestaan het verzoek tot overdracht van laatstbedoelde vissoort voor een door hem vast te stellen periode aan te houden; en
- b. aan een ondernemer ten behoeve van een vissersvaartuig waarvoor zowel een contingent tong als schol geldt.
Een gedeeltelijk contingent tong kan slechts worden overgedragen aan een ondernemer ten behoeve van een vissersvaartuig waarvoor zowel een contingent tong als schol geldt.
Een gedeeltelijk contingent van een andere vissoort dan genoemd in het tweede lid kan slechts worden overgedragen aan een ondernemer ten behoeve van een vissersvaartuig waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt.
Artikel 43. Overdracht van contingenten
De overdracht vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer aan wie het contingent van een vissoort wordt overgedragen, dat het overgedragen contingent voor een door de ondernemer aangewezen vissersvaartuig of vissersvaartuigen op zijn naam komt te gelden en dat dat contingent voor het lopende kalenderjaar is verminderd met het eventueel opgeviste deel daarvan, de hoeveelheden, bedoeld in artikel 39, en de hoeveelheden, bedoeld in artikel 46c, vierde lid.
Artikel 44. Aanhouden van contingenten
De minister kan op verzoek van de desbetreffende ondernemer voor een door hem vast te stellen periode het overgedragen contingent van een vissoort of het contingent van een vissoort dat voor een door de ondernemer aan te wijzen vissersvaartuig geldt, aanhouden.
Indien de ondernemer meer dan één vissersvaartuig heeft aangewezen, geeft hij voor elk van deze vaartuigen aan welk deel van het aangehouden contingent voor dat vaartuig komt te gelden.
Een aangehouden contingent van een vissoort kan alleen voor vissersvaartuigen komen te gelden waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt.
Een aangehouden contingent tong of schol kan alleen voor vissersvaartuigen komen te gelden waarvoor zowel een contingent tong als een contingent schol geldt.
Het geldend maken van een contingent tijdens de door de minister vastgestelde periode van aanhouding kan slechts plaatsvinden indien de ondernemer één of meer vissersvaartuigen heeft aangewezen waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt en voor zover het een contingent voor de vissoorten tong of schol betreft voor het vissersvaartuig zowel een contingent tong als schol geldt.
Indien de ondernemer binnen de door de minister vastgestelde periode van aanhouding geen vissersvaartuig of vissersvaartuigen heeft aangewezen ten behoeve waarvan een aangehouden contingent kan komen te gelden, vervalt na afloop van deze periode de toekenning van het contingent.
Artikel 45. Ingebruikgeving van contingenten
Een ondernemer kan het contingent van een vissoort dat voor zijn vissersvaartuig geldt of dat ingevolge artikel 44 is aangehouden, in het kalenderjaar geheel of gedeeltelijk in gebruik geven aan:
- a. een met name genoemde ondernemer met één of meer vissersvaartuigen dat behoort onderscheidenlijk die behoren tot het segment MFL1 voor wiens vissersvaartuig een contingent geldt van dezelfde vissoort en voor zover het een contingent voor de vissoorten tong of schol betreft voor het vissersvaartuig zowel een contingent tong als schol geldt; of
- b. ondernemers die lid zijn van een groep of een producentenorganisatie die een groepscontingent voor de desbetreffende vissoort beheert.
Het eerste lid is slechts van toepassing indien:
- a. de ondernemer daarvan voor 1 maart van het desbetreffende kalenderjaar melding doet aan de minister; en
- b. de periode waarvoor het contingent van een vissoort geheel of gedeeltelijk in gebruik wordt gegeven op het moment van de melding, bedoeld in onderdeel a, kleiner is dan de resterende periode waarvoor het desbetreffende contingent is aangehouden.
De ingebruikgeving vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, dat de melding is ontvangen. Indien het voor dat kalenderjaar voor het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen van de ondernemer waaraan in gebruik wordt gegeven geldende contingent van de desbetreffende vissoort is overschreden op het moment van ontvangst van de in het tweede lid bedoelde melding, vindt de kennisgeving voor het lopende kalenderjaar slechts plaats nadat de hoeveelheden, bedoeld in artikel 46c, vierde lid, daarop in mindering zijn gebracht.
Artikel 46. Ingebruikgeving van groepscontingenten
Een bestuur van een groep of van een producentenorganisatie kan het groepscontingent van een vissoort gedeeltelijk in gebruik geven aan een andere groep of producentenorganisatie ten behoeve van samenvoeging met een groepscontingent van die vissoort, indien het bestuur van de ingebruikgeving voor 15 januari van het kalenderjaar volgend op het jaar waarop de melding betrekking heeft, melding heeft gedaan aan de minister.
Een bestuur van een groep of van een producentenorganisatie kan het groepscontingent van een vissoort gedeeltelijk in gebruik geven aan een of meer met name genoemde ondernemers, met één of meer vissersvaartuigen dat behoort onderscheidenlijk die behoren tot het segment MFL1, die geen lid is onderscheidenlijk zijn van een groep of een producentenorganisatie en voor wiens vissersvaartuig een contingent van dezelfde vissoort geldt, of voor zover het contingent voor de vissoorten tong of schol betreft, voor beide soorten een contingent geldt, indien het bestuur van de ingebruikgeving voor 1 maart van het desbetreffende kalenderjaar melding heeft gedaan aan de minister.
De ingebruikgeving vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie dat de melding is ontvangen. Indien het voor dat kalenderjaar voor het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen van de ondernemer waaraan in gebruik wordt gegeven geldende contingent van de desbetreffende vissoort is overschreden op het moment van ontvangst van de in het tweede lid bedoelde melding, vindt de kennisgeving voor het lopende kalenderjaar slechts plaats nadat de hoeveelheden, bedoeld in artikel 46c, vierde lid, daarop in mindering zijn gebracht.
§ 6. Overige bepalingen over contingenten
Artikel 47. Spanvisserij
Indien twee of meer Nederlandse vissersvaartuigen, waarvoor contingenten haring, die op hetzelfde vangstgebied betrekking hebben, kabeljauw en wijting, of makreel gelden, de visserij in span uitoefenen, wordt aan elk van de betrokken vissersvaartuigen een evenredig deel van de totale door deze vissersvaartuigen aangelande hoeveelheid van de desbetreffende vissoort of vissoorten toegerekend.
Alle tot het span te rekenen vissersvaartuigen landen in dezelfde Nederlandse haven aan en lossen gezamenlijk.
Artikel 48. Nadere voorschriften contingenten haring
Indien het een contingent haring betreft, zijn de artikelen 31, eerste lid, 32, eerste lid, 40, eerste lid, 41, tweede lid, voor zover verband houdend met gedeeltelijke overdracht, 44, eerste lid, 45, eerste lid, en 46, eerste en tweede lid, uitsluitend van toepassing, indien het één en hetzelfde vangstgebied betreft.
Artikel 49. Nadere voorschriften meldingen
Een melding als bedoeld in de artikelen 30, tweede lid, 36, eerste lid, onderdeel a, 40, tweede lid, onderdeel a, 45, tweede lid, onderdeel a, en 46, eerste en tweede lid, onderdeel a, wordt bij de minister gedaan op een daartoe bestemd formulier.
Een verzoek als bedoeld in de artikelen 32, eerste lid, 37, eerste lid, 39, zesde lid, 41, tweede lid, 42, vierde lid, en 44, eerste lid, wordt bij de minister ingediend op een daartoe bestemd formulier.
Hoofdstuk 3. Technische maatregelen
Artikel 50. Meting maaswijdte
Voor de toepassing van de in dit hoofdstuk genoemde verordeningen wordt de maaswijdte van vistuig gemeten overeenkomstig verordening nr. 517/2008.
Artikel 51. Voorzieningen aan sleepnetten
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4 tot en met 15 van verordening nr. 3440/84, of sleepnetten als bedoeld in artikel 1 van verordening nr. 3440/84, aan boord te houden indien deze netten niet voldoen aan de artikelen 4 tot en met 15 van die verordening.
Artikel 52. Drijfnetten
Vervallen
Artikel 53. Bescherming jonge exemplaren mariene organismen
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 7, eerste lid, 8, tweede tot en met vierde lid, 9, eerste tot en met vierde lid en zesde lid, 10, eerste tot en met derde lid, 11, eerste en tweede lid, 12, eerste lid, en 13, tweede en vierde lid, en met de technische maatregelen, bedoeld in de artikelen 15, eerste lid, en 28 van verordening 2019/1241.
Het is verboden in strijd te handelen met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 8, vijfde lid, en 24, eerste lid, van verordening 2019/1241 vastgestelde uitvoeringshandelingen en met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 15, tweede lid, 23, eerste en vijfde lid, en 27, zevende lid, van verordening 2019/1241 vastgestelde gedelegeerde handelingen.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 11, derde lid, van verordening 2019/1241, is de NVWA.
Het in het eerste lid bedoelde verbod is, voor zover dat betrekking heeft op artikel 7, eerste lid, onder b, van verordening 2019/1241, gedurende de overgangsperiode en in het gebied, bedoeld in bijlage V, deel D, punt 2, van die verordening niet van toepassing op het vissen met een elektrische pulskor als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder 17, van die verordening, voor zover:
- a. de ondernemer op wiens naam het vissersvaartuig waarmee met de elektrische pulskor wordt gevist, is geregistreerd, op 13 augustus 2019 om 24.00 uur beschikte over een geldige pulstoestemming voor dat vaartuig die door de minister uiterlijk in 2010 is verleend op grond van artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de Regeling technische maatregelen 2000, zoals dit artikelonderdeel luidde op het tijdstip waarop deze toestemming werd verleend;
- b. wordt voldaan aan bijlage V, deel D, punt 2, onder b tot en met e, van verordening 2019/1241;
- c. wordt voldaan aan bijlage V, deel D, punt 5, van verordening 2019/1241 en aan de maatregelen die lidstaten op grond van bijlage V, deel D, punt 4, van die verordening hebben genomen; en
- d. wordt voldaan aan de aan de toestemming verbonden voorschriften.
De minister kan de aan de toestemming verbonden voorschriften wijzigen.
Het is verboden elektrische pulskorren als bedoeld in artikel 6, onder 17, van verordening 2019/1241 aan boord te hebben van een vissersvaartuig, indien niet is voldaan aan het vierde lid, onderdeel a, b of d.
De minister kan de toestemming intrekken of voor een bepaalde periode schorsen indien naar het oordeel van de minister:
- a. de ondernemer van een vissersvaartuig ten aanzien van wie een toestemming is verleend, of diens gemachtigde niet voldoet aan de aan de toestemming verbonden voorschriften, of
- b. hij dit noodzakelijk acht ter nakoming van verplichtingen van de Europese Unie.
Artikel 54. Nationale voorschriften als bedoel in bijlage V, deel B, punt 1.2, van verordening 2019/1241
Voor de toepassing van de voorwaarde voor gerichte visserij op Noordzeegarnalen en ringsprietgarnalen met een maaswijdte van ten minste 16 mm, bedoeld in de tabel in bijlage V, deel B, punt 1.2 van verordening 2019/1241 geldt dat een zeeflap:
- a. een maaswijdte heeft van ten hoogste 70 mm;
- b. is bevestigd aan de binnenzijde van het vistuig op zodanige wijze dat alle mariene organismen uitsluitend via de zeeflap de kuil van het vistuig kunnen bereiken;
- c. een ontsnappingsgat bevat dat is aangebracht in de bovenzijde of onderzijde van het vistuig ter hoogte van ten hoogste 30 mazen voor de aanhechting van de kuil, ter grootte van ten minste 15 mazen van het vistuig waarin de zeeflap is bevestigd, gesneden in de lengterichting van dat vistuig; en
- d. even lang of ten hoogste 10% langer is dan het basisnet van het vistuig waarin de zeeflap is bevestigd, waarbij het achterste punt van de zeeflap is bevestigd op maximaal 5 mazen achter het achterste deel van het ontsnappingsgat.
De zeeflap behoeft gedurende de periode van 15 april tot en met 15 november niet bevestigd te zijn voor zover de gerichte visserij op Noordzeegarnalen of ringsprietgarnalen wordt uitgeoefend in de kustwateren en het zeegebied, bedoeld in het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970, en in de Nederlandse territoriale zee.
Het is verboden handelingen te verrichten of middelen aan te wenden waardoor de ontsnapping van mariene organismen door het ontsnappingsgat wordt bemoeilijkt of belet, met uitzondering van het gebruik van een overkuil met een maaswijdte van minimaal 80 mm, die is aangebracht op maximaal 30 mazen voor het ontsnappingsgat, of een secundaire kuil met een maaswijdte van minimaal 80 mm.
Artikel 55. Toestemming als bedoeld in de artikelen 25 en 26 van verordening 2019/1241
De toestemming, bedoeld in de artikelen 25, eerste lid, onderdeel a, en 26, eerste lid, van verordening 2019/1241 wordt op aanvraag door de minister verleend.
Artikel 11, eerste lid, onderdelen a, b en d, is van toepassing op het wetenschappelijk onderzoek ten behoeve waarvan de in de artikelen 25 en 26 van verordening 2019/1241 bedoelde visserijactiviteiten worden verricht.
De minister kan aan de toestemming voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen.
Degene aan wie toestemming is verleend, handelt overeenkomstig artikel 25, eerste lid, onderdelen c en d, en in voorkomend geval onderdeel f, en tweede lid, of artikel 26, tweede lid, van verordening 2019/1241 en overeenkomstig de aan de toestemming verbonden voorschriften.
Artikel 56. Haring voor industriële doeleinden
Vervallen
Artikel 57. Herstel kabeljauw Ierse zee
Vervallen
Artikel 58. Over grote afstand trekkende visbestanden in IOTC-gebied
Vervallen
Artikel 59. Aanvullende maatregelen herstel kabeljauwbestanden in Noordzee
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4 tot en met 8 van verordening nr. 2056/2001.
Artikel 60. Aanvullende maatregelen herstel heek in ICES 3, 4, 5, 6, 7 en 8a, b, d, e
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 2, eerste lid, 3, 4, 5, tweede lid, en 6 van verordening nr. 494/2002.
Artikel 61. Toezichtsdocumenten
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, 6, eerste, derde, zesde en zevende lid van verordening nr. 882/2003.
Het is verboden tonijn als bedoeld in artikel 3, onderdeel 1, van verordening nr. 882/2003, die is gevangen in het toepassingsgebied van de overeenkomst, bedoeld in artikel 3, onderdeel 3, van die verordening, op te slaan, te verwerken of in de handel te brengen.
Het tweede lid is niet van toepassing indien:
- a. bij aanlanding en overdracht van onverwerkte tonijn een toezichtsdocument als bedoeld in artikel 3, onderdeel 7, van verordening nr. 882/2003, is opgesteld en wordt voldaan aan artikel 6, vierde, zesde en zevende lid, van die verordening;
- b. voor zover de tonijn wordt verwerkt, dolfijnvriendelijk en dolfijngevaarlijk gevangen tonijn als bedoeld in artikel 3, onderdelen 4 en 5, van verordening nr. 882/2003, niet in dezelfde productielijn worden verwerkt; of
- c. voor zover de tonijn wordt verwerkt, het desbetreffende verwerkende bedrijf een voldoende duidelijk gegevensbestand bijhoudt waaruit het nummer van een verwerkte partij tonijn terug te herleiden is tot het overeenstemmende nummer van het toezichtsdocument, bedoeld in artikel 3, onderdeel 7, van verordening nr. 882/2003.
De autoriteit, bedoeld in artikel 6, eerste, derde en zevende lid, van verordening nr. 882/2003, is de minister.
Artikel 62. Verbod afsnijden haaienvinnen
Het is verboden in strijd te handelen met artikel 3 van verordening nr. 1185/2003.
Artikel 63. Antarctische wateren
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, 4, 6, 7, eerste tot en met derde lid, 8, eerste tot en met achtste lid, 9, eerste tot en met derde lid, 10, 11, derde tot en met vijfde lid, 12, eerste tot en met vierde lid, en 14, eerste tot en met derde lid, van verordening nr. 600/2004.
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste lid, 6, eerste lid, 7, eerste lid, 7 bis, 7 ter, 9, eerste tot en met derde lid, 13, eerste tot en met derde lid, 14, eerste en tweede lid, 17, eerste en derde lid, 18, eerste en tweede lid, 19, eerste lid, 23, eerste lid, en 24, eerste en tweede lid, van verordening nr. 601/2004.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 9, derde lid, 13, eerste lid en 17, eerste lid, van verordening nr. 601/2004, is de NVWA.
Het is verboden Dissostichus spp. uit het verdragsgebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 601/2004, aan te landen of over te laden zonder dat de melding, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van verordening nr. 601/2004, vergezeld gaan van een door de kapitein of de ondernemer van een vissersvaartuig ondertekende schriftelijke verklaring als bedoeld in dat lid.
Artikel 64. Maatregelen incidentele vangst van walvisachtigen
Vervallen
Artikel 65. Technische maatregelen Oostzee, de Belten en de Sont
Vervallen
Artikel 66. Technische maatregelen over grote afstand trekkende visbestanden
Het is verboden in strijd te handelen met artikel 29 van verordening nr. 520/2007, tenzij is voldaan aan artikel 17 van verordening 2021/56.
Artikel 67. Kwetsbare mariene ecosystemen in volle zee
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, eerste lid, 6, 7 en 9 van verordening nr. 734/2008.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, derde lid, van verordening nr. 734/2008, is de NVWA.
Artikel 68. Meerjarenplan Noordzee
Het is verboden in strijd te handelen met de door de Europese Commissie op grond van artikel 8, artikel 9, eerste lid, en artikel 11 van verordening 2018/973 vastgestelde gedelegeerde handelingen.
Hoofdstuk 4. Meerjarenplannen en overige instandhoudingsmaatregelen
Artikel 69. Beheer visserij-inspanning westelijke wateren
Het is verboden de visserij uit te oefenen in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van verordening nr. 1954/2003, op de in de bijlage bij die verordening per visserijgebied genoemde doelsoorten.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is in een kalenderjaar voor een doelsoort in een visserijgebied niet van toepassing op vaartuigen als bedoeld in het derde lid, in de periode dat het maximale visserij-inspanningsniveau, bedoeld in bijlage I en II bij verordening nr. 1415/2004, voor die doelsoort in dat visserijgebied niet is bereikt. De minister maakt de datum waarop het maximale visserij-inspanningsniveau is bereikt, bekend.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is in een vangstgebied niet van toepassing op vissersvaartuigen die staan vermeld op de lijst, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening nr. 1954/2003, en waaraan voor het desbetreffende visserijgebied een vismachtiging is verleend als bedoeld in artikel 8, derde lid, van die verordening.
Artikel 70. Meerjarenplan westelijke wateren
Het is verboden in strijd te handelen met de door de Europese Commissie op grond van artikel 9, eerste lid, artikel 13, eerste lid, en artikel 14, tweede lid, van verordening 2019/472 vastgestelde gedelegeerde handelingen.
Artikel 71. Herstelplan zwarte heilbot in NAFO-gebied
Vervallen
Artikel 72. Meerjarenplan westelijk deel Middellandse Zee
Het is verboden in strijd te handelen met de door de Europese Commissie op grond van artikel 11, vijfde lid, artikel 13, eerste lid, en artikel 14 van verordening 2019/1022 vastgestelde gedelegeerde handelingen.
Artikel 73. Beheersmaatregelen visbestanden in Middellandse Zee
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste, tweede en derde lid, 13, eerste tot en met vierde lid, 17, eerste lid, 21, en 22, eerste lid, van verordening nr. 1967/2006.
Artikel 74. Meerjarenplan Oostzee
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11 en 12 van verordening 2016/1139 en met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 6, eerste lid, 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van verordening 2016/1139 vastgestelde gedelegeerde handelingen.
Als havens als bedoeld in artikel 14 van verordening 2016/1139 worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van artikel 6, eerste lid, toegelaten havens.
Artikel 75
Door vernummering vervallen.
Artikel 76
Door vernummering vervallen.
Artikel 77
Door vernummering vervallen.
Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone
Artikel 78
Door vernummering vervallen.
Artikel 79. Verbod uitoefening visserij op gequoteerde soorten met niet vissersvaartuigen
Het is verboden met andere vaartuigen dan vissersvaartuigen de visserij met trawlnetten, vistuig van het type staandwant, Deense zegennetten of soortgelijke netten uit te oefenen op de vissoorten genoemd in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, in de bij die vissoorten genoemde wateren alsmede dergelijke netten aan boord te houden van een ander vaartuig dan een vissersvaartuig.
Vervallen.
Het eerste lid is niet van toepassing op een scheepswerf die daartoe melding heeft gedaan aan de minister met gebruikmaking van het daartoe bestemde formulier, voor zover het betreft de uitoefening van de visserij door een vaartuig:
- a. dat in aanbouw is op die scheepswerf en nog niet is afgeleverd en niet is geregistreerd overeenkomstig het Registratiebesluit en
- b. waarmee in het kader van een proefvaart de visserij wordt uitgeoefend om de werking van de in het eerste bedoelde netten die bij dat vaartuig behoren, te beproeven.
Het is verboden één of meer boomkorren aan boord te houden van een vissersvaartuig waarvoor ingevolge deze regeling een verbod geldt om in het vangstgebied op tong of schol te vissen dan wel tong of schol uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden.
Het vierde lid is niet van toepassing op de visserij met een vissersvaartuig:
- a. waarvoor een vergunning voor de garnalenvisserij als bedoeld in artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij, is verleend, of
- b. waarmee met niet-bodemberoerende sleepvistuigen, waarvan de maaswijdte gelijk is aan of groter is dan 16 mm, in de Waddenzee als omschreven in artikel 2, eerste lid, van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 op spiering wordt gevist en waarvan de vangst aan boord voor tenminste 70% uit spiering bestaat.
Artikel 80. Verbod gebruik bepaalde vistuigen door niet vissersvaartuigen
Het is verboden om anders dan met een vissersvaartuig in de visserijzone te vissen met:
- a. een vistuig van het type staandwant;
- b. een aalfuik als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985;
- c. een ankerkuil als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985;
- d. een aalkistje als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985;
- e. een aalhoekwant als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985; of
- f. enig ander vast vistuig.
Artikel 81. Visserij-inspanning staandwant
Het is verboden om in de visserijzone met een Nederlands vissersvaartuig met een lengte van over alles van minder dan 10 meter de visserij uit te oefenen met een vistuig van het type staandwant.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op een vissersvaartuig indien:
- a. in de visvergunning is vermeld dat het de vergunninghouder is toegestaan te vissen met een vistuig van het type staandwant; en
- b. de totale toegestane visserij-inspanning voor de visserij met een vistuig van het type staandwant voor vissersvaartuigen met een lengte van over alles van minder dan 10 meter voor het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgebruikt.
De totale toegestane visserij-inspanning voor de visserij met een vistuig van het type staandwant, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bedraagt 188.159 kW dagen per kalenderjaar.
De minister maakt het tijdstip bekend waarop naar zijn oordeel de in het derde lid bedoelde visserij-inspanning voor een kalenderjaar is opgebruikt.
Artikel 82. Vermelding staandwant op visvergunning
Een vermelding van een vistuig van het type staandwant op een visvergunning geschiedt slechts ten aanzien van een vaartuig:
- a. waarmee tussen 1 januari 2006 en 24 augustus 2009 blijkens de logboekgegevens is gevist met een vistuig van het type staandwant;
- b. waarvoor op 24 augustus 2009 een onomkeerbare investeringsverplichting is aangegaan met het oog op de visserij met een vistuig van het type staandwant; of
- c. indien:
- i. het vaartuig dient ter vervanging van een vissersvaartuig of vissersvaartuigen ten aanzien waarvan het recht op een vermelding van een vistuig van het type staandwant op de visvergunning al bestond op grond van onderdeel a of b van dit lid;
- ii. de houder van de vergunning met de vermelding van een vistuig van het type staandwant afstand heeft gedaan van het recht op de vermelding ten gunste van de aanvrager; en
- iii. het motorvermogen van het vissersvaartuig waarvoor de vermelding wordt gevraagd niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen.
Artikel 83. Berekening resterende visserij-inspanning staandwant
De kapitein of diens vertegenwoordiger meldt de minister voordat het vaartuig de haven verlaat wanneer een vissersvaartuig buitengaats gaat:
- a. zonder gebruik te maken van een vistuig van het type staandwant; of
- b. als gedurende de visreis naast een vistuig van het type staandwant ook een ander vistuig zal worden gebruikt.
Wanneer de melding, niet is gedaan voordat het vaartuig buitengaats gaat, wordt de volledige door dat vissersvaartuig gedurende de visreis verrichte inspanning in mindering gebracht op de totale toegestane visserij-inspanning voor visserij met een vistuig van het type staandwant.
Indien een vissersvaartuig geen melding heeft gedaan, maar niet kon vissen met vistuig van het type staandwant, omdat het noodhulp bood aan een ander vaartuig of een gewonde persoon voor spoedeisende medische zorg vervoerde, wordt de door dat vissersvaartuig verrichte inspanning niet op de totale toegestane visserij-inspanning voor visserij met een vistuig van het type staandwant in mindering gebracht.
Artikel 84. Maximale lengte staandwant
Het is verboden om in de visserijzone per Nederlands vissersvaartuig op hetzelfde moment meer dan 25 kilometer vistuig van het type staandwant in het water te hebben uitstaan of aan boord te hebben, ongeacht de lengte van het desbetreffende vissersvaartuig.
Artikel 85. Aanlandverboden
Het is verboden heek aan boord van een vissersvaartuig te houden of heek aan te landen, indien de hoeveelheid heek aan boord meer bedraagt dan 5% van het gewicht van de totale vangst aan boord.
Het is verboden schelvis aan boord van een vissersvaartuig te houden of schelvis aan te landen, indien de hoeveelheid schelvis aan boord meer bedraagt dan 50% van het gewicht van de totale vangst aan boord.
Het is verboden met een vissersvaartuig ongesorteerde vangsten van vis die groter is dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder 17, van de basisverordening aan te landen.
Het eerste of het tweede lid is niet van toepassing indien heek onderscheidenlijk schelvis valt onder de aanlandplicht.
Artikel 86. Kabeljauw vermijdende netaanpassingen
In zoverre in afwijking van verordening nr. 850/98 en van verordening nr. 2056/2001 is het verboden sleepnetten, behorend tot de vistuigcategorie TR1 of TR2, of combinaties van tot die vistuigcategorie behorende sleepnetten van verschillende maaswijdteklassen aan boord te hebben of te gebruiken in deelgebied 4 (Noordzee), de Europese wateren van sector 2a en deelsector 3a.20 (Skagerrak), tenzij de netten:
- a. indien het TR1 betreft:
- i. een maaswijdte hebben van 130 millimeter of meer;
- ii. een maaswijdte hebben van 120 millimeter tot 130 millimeter en zijn voorzien van een paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 90 millimeter; of
- iii. een maaswijdte hebben van 100 millimeter tot 120 millimeter en zijn voorzien van een paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 100 millimeter of meer, voor zover ten hoogste 20% van het gewicht van de totale vangst uit kabeljauw bestaat; of
- b. indien het TR2 betreft:
- i. een maaswijdte hebben van 70 millimeter tot 100 millimeter en zijn voorzien van een paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 120 millimeter of meer en met een minimum lengte van 3 meter of van een paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 130 millimeter in de tunnel, waarvan de achterste rij mazen zich ten hoogste 12 meter van de pooklijn bevindt;
- ii. een maaswijdte hebben van 70 millimeter tot 100 millimeter en ten minste 15 grote mazen van 150 millimeter of meer in de bovenkap hebben en zijn voorzien van een paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 90 millimeter, voor zover ten hoogste 20% van het gewicht van de totale vangst uit kabeljauw bestaat; of
- iii. een maaswijdte hebben van 70 millimeter tot 100 millimeter en ten minste 15 grote mazen van 150 millimeter of meer in de bovenkap hebben en zijn voorzien van een paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 80 millimeter, voor zover ten hoogste 5% van het gewicht van de totale vangst uit kabeljauw bestaat en gevist wordt met Deense zegennetten (SDN), Schotse zegennetten (SSC) of spanzegennetten (SPR).
Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde panelen is overigens voldaan aan artikel 7, tweede en derde lid, van verordening nr. 850/98.
Artikel 87. Verzegeling motoren
Voor de toepassing van het tweede tot en met vijfde lid en de artikelen 88 en 94 wordt onder motorvermogen verstaan: maximaal continue-vermogen zonder aftrek van door de motor aangedreven hulpmachines, uitgedrukt in kW dat de hoofdmotor of hoofdmotoren zonder overbelasting kan onderscheidenlijk, kunnen leveren, en dat mechanisch, elektrisch, hydraulisch of anderszins kan worden aangewend voor de voortstuwing van het vaartuig, zoals dat is vastgesteld door de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport ingevolge het Vissersvaartuigenbesluit of het Vissersvaartuigenbesluit 2002, of in voorkomend geval blijkt uit een verklaring inzake het maximaal continue-vermogen, opgesteld door de fabrikant of de leverancier.
Voor zover het motorvermogen van een vissersvaartuig meer dan 120 kW is, is het verboden de visserij uit te oefenen met dat vissersvaartuig, indien de hoofdmotor of de hoofdmotoren van het vaartuig niet door een onderneming die is erkend op grond van artikel 87a zijn verzegeld.
Terzake van de in het tweede lid bedoelde verzegeling wordt door een erkend zegelbureau overeenkomstig de voorschriften die zijn opgenomen in bijlage 12b, een zegelplan opgemaakt.
De ondernemer stuurt na opmaak of wijziging van het zegelplan, bedoeld in het derde lid, een afschrift hiervan aan de minister.
De zegels bestemd voor verzegeling van de hoofdmotor of hoofdmotoren als bedoeld in het tweede lid, worden beschikbaar gesteld door de NVWA.
Artikel 88. Documenten aan boord
Voor zover een vissersvaartuig is aangemeld bij de Inspectie Leefomgeving en Transport zoals vereist krachtens artikel 20, tweede lid, van het Vissersvaartuigenbesluit of artikel 1.11 van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 heeft de ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde de desbetreffende aanmelding aan boord van het vissersvaartuig.
Voor zover het motorvermogen van een vissersvaartuig meer dan 120 kW is, heeft de ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde het zegelplan, bedoeld in artikel 88, derde lid, aan boord van het vissersvaartuig.
De ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde doet onverwijld doch in ieder geval vóór het tijdstip van aanlanding melding van wijzigingen die zich ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het desbetreffende vaartuig hebben voorgedaan ten opzichte van de in het eerste lid bedoelde aanmelding of het bij dat vaartuig behorende zegelplan en die hem bekend waren of hem redelijkerwijs bekend hadden moeten zijn. Wijzigingen die kennelijk zijn opgetreden door menselijk toedoen worden in ieder geval aangemerkt als redelijkerwijs bekend.
De melding, bedoeld in het derde lid, geschiedt overeenkomstig artikel 7, tweede lid.
Artikel 89. Vermelding vissoort op verpakking
Het is verboden diepgevroren vis in verpakkingen aan te landen, tenzij op de verpakking de in de verpakking aanwezige vis per vissoort is vermeld volgens de FAO-3lettercodes, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel b, van de controleverordening.
Artikel 90. Traceerbaarheid
De ondernemer bewaart een kopie van alle door of namens hem ingevulde visserijlogboeken, aangiften van overlading en aangiften van aanlanding als bedoeld in de artikelen 14, 21 onderscheidenlijk 23 van de controleverordening, gedurende een periode van drie jaar vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de desbetreffende gegevens zijn ingediend.
De aanvoerder van vis, degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf vis afneemt en degene die zijn bemiddeling verleent bij het veilen van vis, houden een administratie bij van de overdracht en de opslag van vis, waarin in ieder geval de volgende gegevens worden vermeld:
- a. de vissoort;
- b. per vissoort de hoeveelheid;
- c. per hoeveelheid, het registratienummer en de nationaliteit van het vaartuig waarmee de vis is gevangen of is aangevoerd;
- d. de datum van de aanvoer van de vis; en
- e. het vangstgebied van de vangst per deelgebied of sector;
De aanvoerder van vis houdt de administratie dagelijks bij en vermeldt in zijn administratie naast de in het tweede lid bedoelde gegevens tevens de volgende gegevens:
- a. de plaats van opslag, in het geval de vis door hem wordt opgeslagen;
- b. de naam van de koper, in het geval de vis zonder bemiddeling van een veiling wordt verkocht; en
- c. de naam van de bemiddelaar, in het geval de vis via de bemiddeling van een veiling ter verkoop wordt aangeboden.
Degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf vis afneemt en degene die zijn bemiddeling verleent bij het veilen van vis houden de administratie dagelijks per aanlanding bij, maar uiterlijk voordat de vis de plaats van verkoop verlaat en vermelden in hun administratie naast de in het tweede lid bedoelde gegevens tevens de naam van de aanvoerder.
Degene die zijn bemiddeling verleent bij het veilen van vis en degene die vis op de veiling aanwezig heeft, draagt er zorg voor dat op of bij de veiling aanwezige vis het registratienummer en de nationaliteit van het vaartuig of – in het geval van spanvisserij – de vaartuigen waarmee de vis is gevangen of is aangevoerd, duidelijk zijn vermeld.
Het tweede en vierde lid geldt niet voor zover in de uitoefening van een beroep of bedrijf, in een voor het publiek toegankelijke ruimte vis uitsluitend aan particulieren te koop wordt aangeboden.
Het vijfde lid geldt niet indien de vis vergezeld gaat van een verkoopdocument als bedoeld in artikel 62 van de controleverordening.
Hoofdstuk 6. Controleverordening
§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen
Artikel 91. Autoriteit
De autoriteit, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van de controleverordening, is de minister.
Artikel 92. Visvergunning
Het is verboden om in strijd te handelen met artikel 6, eerste lid, van de controleverordening.
De in artikel 6, eerste lid, van de controleverordening, bedoelde visvergunning wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend overeenkomstig artikel 93.
De aanvraag tot inschrijving van een vaartuig in het visserijregister, bedoeld in artikel 6 van het Registratiebesluit, alsmede de mededeling, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Registratiebesluit, wordt in voorkomend geval als een aanvraag tot verlening van een visvergunning beschouwd.
Artikel 93. Verlening visvergunning
Een visvergunning wordt verleend indien:
- a. het vissersvaartuig stond ingeschreven in het visserijregister of dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen die stonden ingeschreven in het visserijregister;
- b. de oorspronkelijke registratie is doorgehaald op grond van artikel 8, onderdeel a, van het Registratiebesluit;
- c. er minder dan zes jaar is verstreken vanaf het moment van doorhaling van die registratie;
- d. wordt voldaan aan artikel 6, vierde lid, van het Registratiebesluit;
- e. het motorvermogen en de tonnage van dat vissersvaartuig niet meer bedraagt dan voor de doorhaling van de inschrijving;
- f. het vissersvaartuig behoort tot hetzelfde segment als voor het moment van doorhaling, dan wel tot hetzelfde segment als het vissersvaartuig dat wordt vervangen; en
- g. is voldaan aan artikel 87, vierde lid.
In afwijking van het eerste lid wordt een visvergunning verleend voor een vissersvaartuig waarvan het motorvermogen of de tonnage is toegenomen, indien ten aanzien van het vissersvaartuig een visvergunning was verleend wat betreft het oorspronkelijke motorvermogen of de oorspronkelijke tonnage, en de aanvrager van de visvergunning kan aantonen dat:
- a. de omvang van de toename van het motorvermogen of de tonnage, overeenkomt met het motorvermogen of de tonnage, of een deel daarvan, van een vissersvaartuig waarvan de registratie is doorgehaald op grond van artikel 8, onderdeel a, van het Registratiebesluit en er minder dan zes jaar is verstreken vanaf het moment van doorhaling van die registratie, en
- b. hij kan beschikken over de in het visserijregister als gevolg van de doorhaling van de registratie, bedoeld in onderdeel a, vrijgekomen capaciteit.
In afwijking van het eerste lid wordt een visvergunning voor een vissersvaartuig verleend indien:
- a. het vaartuig wordt ingezet voor de kweek of de teelt van aquatische organismen op percelen; of
- b. met het vaartuig met de mosselkor op mosselpercelen wordt gevist en op basis van een vergunning als bedoeld in artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij, slechts incidenteel wordt gevist op mosselzaad buiten de percelen en het vaartuig niet is uitgerust voor het gebruik van andere vistuigen dan de mosselkor.
De minister kan aan een visvergunning voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen.
In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan de minister besluiten geen visvergunning te verlenen indien hij dit noodzakelijk acht voor de nakoming van de verplichtingen, bedoeld in artikel 23 van de basisverordening.
In afwijking van het eerste en tweede lid wordt geen visvergunning voor een vissersvaartuig verleend indien dit vissersvaartuig stond ingeschreven in het visserijregister of dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen die stonden ingeschreven in het visserijregister en de oorspronkelijke registratie is doorgehaald in verband met definitieve stopzetting van de visserijactiviteiten als bedoeld in artikel 20 EMFAF-verordening, met dat vissersvaartuig.
Artikel 94. Geldigheid visvergunning
De visvergunning is niet geldig vanaf het tijdstip dat door de minister of een controleur wordt geconstateerd dat:
- a. het vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het vissersvaartuig hoger is dan het op de visvergunning vermelde motorvermogen;
- b. er ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het vissersvaartuig wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van het desbetreffende in artikel 87, derde lid, bedoelde zegelplan, of de in artikel 88, eerste lid, bedoelde aanmelding, of
- c. de tonnage van het vissersvaartuig hoger is dan de op de visvergunning vermelde tonnage.
Indien de minister of een controleur een constatering doet als bedoeld in het eerste lid, verstrekt hij aan de ondernemer of diens vertegenwoordiger terstond een schriftelijke verklaring hieromtrent. In deze verklaring wordt tenminste de desbetreffende constatering alsmede de datum en het tijdstip daarvan vermeld.
De minister besluit de ongeldigheid van de visvergunning op te heffen, indien de ondernemer of diens gemachtigde hem bescheiden heeft doen toekomen waaruit te zijnen genoegen blijkt dat:
- a. indien het betreft de situatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen a of b, het vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren van dat vissersvaartuig het op de visvergunning vermelde motorvermogen niet overschrijdt, onderscheidenlijk er ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van dat vissersvaartuig geen afwijkingen zijn ten opzichte van het desbetreffende in artikel 87, derde lid, bedoelde zegelplan of de in artikel 88, eerste lid, bedoelde aanmelding;
- b. indien het betreft de situatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c, de tonnage van het vissersvaartuig overeenkomt met de op de visvergunning vermelde gegevens.
Artikel 95. Verhoging tonnage in visvergunning
Vervallen
Artikel 96. Schorsing of intrekking visvergunning
De minister trekt de visvergunning in:
- a. in de situatie, bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de controleverordening, en artikel 92, derde lid, van de controleverordening, in samenhang met artikel 129, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening;
- b. indien het vissersvaartuig niet meer is geregistreerd in het visserijregister; of
- c. indien de visserijactiviteiten van een vissersvaartuig definitief worden stopgezet en ten aanzien van de stopzetting door de Minister of door de Europese Commissie subsidie is verleend.
De minister schorst de visvergunning in de situatie, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de controleverordening, en artikel 92, derde lid, van de controleverordening, in samenhang met artikel 129, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.
De minister kan de visvergunning voor een bepaalde periode schorsen of intrekken indien naar het oordeel van de minister:
- a. met het vissersvaartuig de visserij kennelijk is uitgeoefend in strijd met artikel 20a, artikel 21, eerste, derde en zesde lid, de artikelen 22, 46a, 46c of artikel 130, zevende lid, van deze regeling; of
- b. de ondernemer van een vissersvaartuig ten aanzien van wie een visvergunning is verleend, of diens gemachtigde, niet voldoet aan de aan de visvergunning verbonden voorschriften.
De periode, bedoeld in het derde lid, is niet korter dan 3 weken en niet langer dan 8 weken en wordt vastgesteld afhankelijk van de ernst en omvang van de overtreding.
In afwijking van het vierde lid is de periode bedoeld in het derde lid niet korter dan 6 weken en niet langer dan 16 weken, indien binnen twee jaar na afloop van de schorsing of intrekking met het betrokken vissersvaartuig wederom hetzelfde artikel genoemd in onderdeel a van het derde lid wordt overtreden of de ondernemer of diens gemachtigde wederom niet voldoet aan de aan de visvergunning verbonden voorschriften.
Artikel 97. Vismachtiging
Het is verboden om in strijd te handelen met artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, ongeacht de lengte van het betrokken vissersvaartuig.
De in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, bedoelde vismachtiging wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend overeenkomstig artikel 98.
Artikel 98. Verlening vismachtiging
Een vismachtiging wordt uitsluitend verleend indien de ondernemer voor het betrokken vissersvaartuig over een geldige visvergunning beschikt.
Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 5, eerste of derde lid, van verordening 2016/2336 bedoelde visserij onderscheidenlijk visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan artikel 14 en aan artikel 8 van verordening 2016/2336.
Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdelen c of d, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan artikel 84a.
Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 1, eerste lid, van verordening 2018/973 bedoelde visserijactiviteiten betreft, die worden verricht in het deelgebied en in de sectoren, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van deze verordening, met een van de vistuigen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van deze verordening, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan artikel 86a.
Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 25, eerste lid, onder c, van verordening 2019/1241 bedoelde visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan artikel 55.
De minister kan weigeren een vismachtiging te verlenen indien hij dit noodzakelijk acht ter nakoming van verplichtingen van de Europese Unie.
De minister kan aan een vismachtiging voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen.
Het is verboden in strijd te handelen met de aan de vismachtiging verbonden voorschriften.
Artikel 99. Voorwaarden vismachtiging langetermijn herstelplan kabeljauw
Vervallen
Artikel 100. Schorsing of intrekking vismachtiging
De minister schorst de vismachtiging of trekt deze in in de situatie, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de controleverordening.
De minister kan de vismachtiging voor een bepaalde periode geheel of gedeeltelijk schorsen of intrekken indien naar het oordeel van de minister de desbetreffende ondernemer, of diens gemachtigde, niet voldoet aan de aan de vismachtiging verbonden voorschriften.
Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 5, eerste of derde lid, van verordening 2016/2336 bedoelde visserij onderscheidenlijk visserijactiviteiten betreft, schorst de minister de vismachtiging voor ten minste 2 maanden in de gevallen, bedoeld in artikel 14, onder a en b, van verordening 2016/2336.
Artikel 101. Markering vissersvaartuig en vistuig
Het is verboden in strijd te handelen met artikel 8 van de controleverordening, in samenhang met de artikelen 6 tot en met 17 van de uitvoeringsverordening controleverordening.
De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.
Voor zover het betreft de in het tweede en derde lid van artikel 7 van de uitvoeringsverordening controleverordening bedoelde documenten, is de Inspectie Leefomgeving en Transport, divisie Scheepvaart, van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.
Artikel 102. Vms voor vaartuigen
Behoudens indien het een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 18, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, betreft, is het is verboden in strijd te handelen met artikel 9, tweede en zesde lid, van de controleverordening.
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 18, eerste en tweede lid, 20, en 25, eerste, derde en vijfde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.
Satellietvolgapparatuur als bedoeld in artikel 9, van de controleverordening, die op een Nederlands vissersvaartuig is geïnstalleerd:
- a. laat niet toe dat gegevens handmatig worden ingebracht, gewijzigd, beïnvloed of op andere wijze worden aangepast;
- b. waarborgt een volledige automatische transmissie van juiste en actuele gegevens als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, naar het visserijcontrolecentrum van de NVWA te Echt met een frequentie van tenminste eenmaal per twee uur;
- c. is voorzien van een reservestroombron die automatisch wordt ingeschakeld indien de hoofdstroom wordt uitgeschakeld of defect raakt en die een werking van ten minste zes uur waarborgt, en
- d. is zodanig met het desbetreffende vissersvaartuig verbonden, dat bij verbreking de reden daarvan wordt aangegeven; en
- e. is goedgekeurd door een ter zake geaccrediteerde instelling en voldoet blijkens die goedkeuring aan de onderdelen a tot en met d.
Ieder vissersvaartuig met een verplichting tot het aan boord hebben van volgapparatuur als bedoeld in artikel 9 van de controleverordening beschikt over een geldig contract met een provider als bedoeld in artikel 102a. Uit het contract blijkt op welk vaartuig of welke vaartuigen het betrekking heeft.
Indien een Nederlands vissersvaartuig nieuwe volgapparatuur installeert, verlaat dit vaartuig de haven niet dan nadat:
- a. een kopie van het contract met een provider als bedoeld in artikel 102a, aan de minister is overgelegd; en
- b. van de minister goedkeuring is ontvangen om de haven te verlaten.
Wijzigingen aan de satellietvolgapparatuur worden schriftelijk gemeld aan de NVWA.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 25, derde tot en met vijfde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de NVWA.
Indien een contract met een provider als bedoeld in artikel 102a wordt gewijzigd of indien een nieuw contract wordt gesloten, wordt minimaal één maand voor de datum waarop het gewijzigde of nieuwe contract ingaat, een kopie van het contract aan de minister overgelegd.
Artikel 103. AIS
Het is verboden in strijd te handelen met artikel 10, eerste lid, van de controleverordening.
§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen
Artikel 104. Invullen en overleggen papieren logboek, papieren aangiften van overlading en papieren aangifte van aanlanding
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 14, eerste en vierde tot en met achtste lid, 21, eerste en vierde lid, en 23, eerste en derde lid, van de controleverordening en met de artikelen 29, eerste lid, 30, eerste tot en met derde lid, 31, eerste, derde en vierde lid, 32, eerste tot en met vijfde lid, 33, eerste tot en met vijfde lid, 34, eerste en tweede lid, 35, 49, eerste tot en met derde lid, 50, tweede lid, 51, eerste en vierde lid, 52 en 53 van de uitvoeringsverordening controleverordening, in samenhang met de voorschriften die ter uitvoering van deze bepaling zijn opgenomen in het tweede tot en met zesde lid.
Voor de toepassing van de in het eerste lid bedoelde voorschriften wordt gebruik gemaakt van de door de minister ter beschikking gestelde documenten, overeenkomstig de in artikel 30, eerste tot en met derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening vastgestelde modellen.
Bij aanlanding met een vissersvaartuig in een Nederlandse haven is de termijn voor indiening van de eerste kopie van het logboek, de eerste kopie van de aangifte van overlading en de eerste kopie van de aangifte van aanlanding, bedoeld in artikel 32, van de uitvoeringsverordening controleverordening binnen een half uur na de aanlanding maar vóór de lossing en de termijn voor indiening van het originele logboek, de originele aangifte van overlading en de originele aangifte van aanlanding, bedoeld in artikel 32, van de uitvoeringsverordening controleverordening, binnen 48 uur na aanlanding.
De indiening van de in artikel 32, van de uitvoeringsverordening controleverordening bedoelde documenten geschiedt door deze in de haven van aanlanding:
- a. te overhandigen aan een functionaris of aan een ambtenaar van de NVWA of de RVO; of
- b. te deponeren in een vangstopgavebus.
Indien de aanlanding niet in een haven plaatsvindt, geschiedt de indiening door middel van toezending aan het dichtstbijzijnde havenkantoor van de NVWA of aan het havenkantoor van de NVWA in de plaats waar de desbetreffende vis wordt verkocht.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 14, zesde lid, 21, vierde lid, en 23, derde lid, van de controleverordening en in artikel 32 van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de RVO.
Als omrekeningsfactoren als bedoeld in artikel 49, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, worden vastgesteld de omrekeningsfactoren die zijn opgenomen in bijlage 10.
Artikel 105. Elektronisch invullen/verzenden visserijlogboekgegevens
Het is verboden in strijd te handelen met artikel 15, eerste en tweede lid, van de controleverordening, en met de artikelen 36, eerste lid, 37, tweede alinea, 38, tweede lid, 39, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 40, derde lid, 41, derde lid, en 47, eerste tot en met vierde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.
Het format, bedoeld in artikel 37, van de uitvoeringsverordening controleverordening, is het format dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van de controleverordening en in de artikelen 39, 40, 41, derde lid, en 47, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de RVO.
Artikel 106. Voorafgaande kennisgeving aanlanding
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 17, eerste lid, en 18, eerste lid, van de controleverordening.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 17, eerste, tweede en derde lid, 18 en 19 van de controleverordening, is de RVO.
Artikel 107. Overladen
Het is verboden in strijd te handelen met artikel 20, eerste lid, van de controleverordening.
Het is verboden vis over te laden zonder toestemming van een ambtenaar van de NVWA.
Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is van overeenkomstige toepassing in het geval het overladen is onderbroken.
Als havens als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de controleverordening, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van artikel 6, eerste lid, toegelaten havens.
Artikel 108. Elektronisch invullen/verzenden aangifte van overlading
Het is verboden in strijd te handelen met artikel 22, eerste lid, van de controleverordening.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 22, eerste en vijfde lid, van de controleverordening, is de RVO.
Artikel 109. Elektronisch invullen/verzenden aangifte van aanlanding
Het is verboden in strijd te handelen met artikel 24, eerste lid, van de controleverordening.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in 24, eerste lid, van de controleverordening, is de RVO.
§ 3. Controle op visserij-inspanning
Artikel 110. Kennisgeving vistuig
Het is verboden in strijd te handelen met artikel 27, eerste lid, van de controleverordening.
De kennisgeving, bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de controleverordening, wordt gedaan aan de minister. Indien een ondernemer deelneemt aan een groep of een producentenorganisatie wordt de kennisgeving aan het bestuur van de groep onderscheidenlijk aan het bestuur van de producentenorganisatie gedaan.
De kennisgeving bevat ten minste de volgende gegevens:
- a. naam van de ondernemer;
- b. lettertekens en het nummer van het vissersvaartuig;
- c. de gereglementeerde typen vistuig die zullen worden gebruikt; en
- d. het gereglementeerd gebied waar zal worden gevist.
Ingeval de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger voornemens is in de beheersperiode hetzelfde type vistuig of dezelfde typen vistuigen te gebruiken als het type vistuig dat of de typen vistuigen die voor het desbetreffende gereglementeerd geografisch gebied is of zijn vermeld in de in artikel 97, bedoelde vismachtiging die betrekking heeft op de daaraan voorafgaande beheersperiode, wordt de kennisgeving tot verkrijging van die vismachtiging aangemerkt als kennisgeving als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de controleverordening.
De gegevens die worden vermeld in de voor de beheersperiode af te geven vismachtiging worden gebaseerd op de meest recente kennisgeving.
Ter verkrijging van de toestemming, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de controleverordening, meldt de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger het voornemen tot het gebruik van meer dan één soort vistuig tijdens de visreis onmiddellijk voorafgaand aan de visreis aan de minister.
In afwijking van het zesde lid wordt, ingeval de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger de in het zesde lid bedoelde gegevens onmiddellijk voorafgaand aan de visreis op grond van artikel 15 van de controleverordening elektronisch heeft verstrekt, het in artikel 38, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening bedoelde retourbericht van de NVWA, aangemerkt als toestemming als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de controleverordening.
Artikel 111. Visserij-inspanningsverslag en uitputting van de visserij-inspanning
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 28, eerste lid, en 30 van de controleverordening, en artikel 58, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in 28, eerste lid, van de controleverordening, is de NVWA.
Artikel 112. Vrijstellingen
Het is verboden in strijd te handelen met artikel 29, eerste lid, van de controleverordening.
Een vissersvaartuig mag andere dan met de visserij verband houdende activiteiten ontplooien in de gereglementeerde geografische gebieden zonder dat de daarmee gemoeide tijd wordt aangemerkt als een kalenderdag, mits wordt voldaan aan artikel 29, tweede lid, van de controleverordening. Een melding als bedoeld in dat onderdeel wordt schriftelijk gedaan aan de minister. De melding bevat ten minste de volgende gegevens:
- a. naam van de ondernemer;
- b. lettertekens en het nummer van het vissersvaartuig; en
- c. de aard, datum van aanvang en duur van de activiteiten.
Indien een vissersvaartuig niet heeft kunnen vissen omdat zich een noodsituatie als bedoeld in artikel 29, derde lid, van de controleverordening heeft voorgedaan, wordt het aantal dagen waarop het vissersvaartuig niet heeft kunnen vissen, niet in mindering gebracht op de desbetreffende hoeveelheid visserij-inspanning, indien de kapitein van het vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger binnen een maand nadat de noodsituatie zich heeft voorgedaan schriftelijk bij de minister daarvan melding heeft gemaakt en de melding wordt gestaafd door bewijsstukken.
Artikel 113. Sluiting visserij
Met ingang van de op grond van artikel 35, eerste lid, van de controleverordening vastgestelde datum is het voor Nederlandse vissersvaartuigen verboden de visserij uit te oefenden op de vissoorten waarvoor voornoemde vaststelling geldt en die soorten aan boord te houden, over te laden en aan te landen.
Het is verboden in strijd te handelen met een op grond van artikel 36, tweede lid, van de controleverordening vastgesteld verbod.
§ 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden
Artikel 114. Motorvermogen
Het is verboden in strijd te handelen met artikel 39, eerste lid, van de controleverordening.
Artikel 115. Certificering motorvermogen
Het is verboden in strijd te handelen met artikel 40, vierde lid, van de controleverordening, en artikel 61, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.
§ 4. Controle op vlootbeheer
Artikel 116. Aangewezen haven en gescheiden opslag demersale vangsten meerjarenplannen
Het is verboden in strijd te handelen te handelen met de artikelen 42, eerste lid, en 43, tweede lid, en 44 van de controleverordening.
Als havens als bedoeld in de artikelen 42, eerste lid, en 43, eerste lid, van de controleverordening, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van artikel 6, eerste lid, toegelaten havens mits het aanlanden of overladen plaatsvindt binnen de in bijlage 2 C bij die havens vermelde lostijden.
Als waarnemer of functionaris als bedoeld in artikel 42, tweede lid, van de controleverordening, wordt aangewezen een functionaris van de NVWA.
§ 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden
Artikel 117. Vistuig en samenstelling vangst
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 47, 48, eerste tot en met derde lid, en 49, eerste lid, van de controleverordening.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in 48, derde lid, van de controleverordening, is de NVWA.
Artikel 118. Controle op voor visserij beperkte gebieden
Voor vangstvaartuigen is het verboden in strijd te handelen met artikel 50, derde lid, van de controleverordening.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)