Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, van 14 juli 2011, nr. 218837, houdende samenvoeging en vereenvoudiging van diverse regelingen op het gebied van de zeevisserij (Uitvoeringsregeling zeevisserij)
| Vissoort | Gebied | Hoeveelheid |
|---|---|---|
| Andere soorten | Noorse wateren van ICES gebied IV (OTH/04-N.) | 290 |
| Blauwe wijting Micromesistius poutassou (WHB) | Unie-wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV (WHB/1X14) | 36.711 |
| Voetnoot: Maximaal 12,7% van dit quotum mag worden gevangen in de wateren van de Faeröer. | ||
| Voetnoot: 4.662 ton van dit quotum mag worden gevangen in wateren van de Faeroër. | ||
| Wateren van de Faeröer (WHB/2A4AXF) | 84 | |
| Europese heek | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (HKE/2AC4-C) | 106 |
| Merluccius merluccius (HKE) | ICES gebieden VI, VII, Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied Vb en de internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV (HKE/571214) | 302 |
| Voetnoot: 30 ton van dit quotum mag worden gevangen in ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe. | ||
| ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe (HKE/8ABDE.) | 30 | |
| Voetnoot: 9 ton van dit quotum mag worden gevangen in ICES gebieden VI en VII, uniewateren van ICES gebied Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV. | ||
| Grote zilversmelt | Unie-wateren van ICES gebieden III en IV (ARU/34-C) | 43 |
| Argentina silus (ARU) | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI en VII (ARU/567.) | 3.434 |
| Unie- en internationale wateren van de ICES gebieden I en II (ARU/1/2.) | 19 | |
| Haring Clupea harengus (HER) | Bijvangsten in ICES gebieden IV en VIId en in de Unie-wateren van ICES gebied IIa (HER/2A47DX) | 78 |
| Voetnoot: Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen als bijvangst met vistuig met een waaswijdte kleiner dan 32 mm. | ||
| Unie-wateren en internationale wateren van de ICES gebieden Vb, VIb en VIa-Noord (HER/5B6ANB) | 2.536 | |
| Unie- en internationale wateren van de ICES gebieden I en II (HER/1/2-) | 1.679 | |
| ICES gebieden VIIg, VIIh, VIIj en VIIk (HER/7G-K.) | 966 | |
| ICES gebieden IVc en VIId (HER/4CXB7D) | 21.478 | |
| Voetnoot: Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. | ||
| Unie-wateren en Noorse wateren van ICES gebied IV benoorden 53°30' NB. (HER/4AB.) | 57.104 | |
| Voetnoot: uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. | ||
| Horsmakrelen Trachurus spp. (JAX) | Unie-wateren van ICES gebieden IIa, IVa, VI, VIIa-c, VIIe-k, VIIIabde, de Unie- en internationale wateren van ICES gebied Vb en de internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV (JAX/2A-14) | 26.046 |
| Voetnoot: Maximaal 5% van dit quotum mag worden gevangen in ICES gebied VIId. | ||
| Unie-wateren van ICES gebieden IVb, IVc en VIId (JAX/4BC7D) | 3.323 | |
| Kabeljauw Gadus morhua (COD) | ICES gebied IV, Unie-wateren van ICES gebied IIa en ICES gebied IIIa tot aan het Skagerrak (COD/2A3AX4) | 2.800 |
| ICES gebieden VIIb-c en VIIe-k, VIII, IX, X en Unie-wateren van CECAF 34.1.1 (COD/7XAD34) | 1 | |
| Skagerrak (COD/03AN.) | 21 | |
| ICES gebied VIId (COD/07D.) | 43 | |
| Kever Trisopterus esmarki (NOP) | ICES gebied IIIa en Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (NOP/2A3A4.) | 94 |
| Koolvis | Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb (POK/05B-F.) | 60 |
| Pollachius virens (POK) | ICES gebieden IIIa en IV, Unie-wateren van de ICES gebieden IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 (POK/2A34.) | 68 |
| Langoustine | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (NEP/2AC4-C) | 480 |
| Nephrops norvegicus (NEP) | ||
| Leng | Noorse wateren van ICES gebied IV (LIN/04-N.) | 1 |
| Molva molva (LIN) | Unie-wateren van ICES gebied IV (LIN/04-C.) | 5 |
| Makreel Scomber scombrus (MAC) | ICES gebieden IIIa en IV, Unie-wateren van de ICES gebieden IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 (MAC/2A34.) | 2.088 |
| Voetnoot: Mag worden gevangen in de Noorse wateren van ICES gebied IVa. | ||
| Voetnoot: binnen de limieten van dit quotum mag in ICES gebieden IIIa, Ivb en Ivc niet meer worden gevangen dan 490 ton. | ||
| Voetnoot: 288 ton van dit quotum mag worden gevangen in wateren van de Faeroër. | ||
| Voetnoot: 281 ton van dit quotum mag worden gevangen in de Noorse wateren van ICES gebied IIa. | ||
| ICES gebieden VI, VII en VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied Vb en de internationale wateren van ICES gebieden Iia, XII en XIV (MAC/2CX14-) | 39.033 | |
| Voetnoot: 3.249 ton van dit quotum mag worden gevangen in wateren van de Faeröer. | ||
| Voetnoot: 23.557 ton van dit quotum mag worden gevangen in Unie- wateren van ICES gebied IVa. | ||
| Voetnoot: 3.172 ton van dit quotum mag worden gevangen in Noorse wateren van ICES gebied IIa. | ||
| Noorse garnaal | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (PRA/2AC4-C) | 23 |
| Pandalus borealis (PRA) | ||
| Rogachtigen | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (SRX/2AC4-C) | 180 |
| Rajiformes (SRX) | Voetnoot: Uitsluitend voor bijvangst. Vaartuigen langer dan 15 meter LOA mogen per visreis niet meer dan 25% levend gewicht aan roggen aan boord houden. | |
| Unie-wateren van ICES gebieden VIa-b en VIIa-c en VIIe-k (SRX/67AKXD) | 3 | |
| Voetnoot: Maximaal 5% van dit quotum mag worden gevangen in ICES gebied VIId. | ||
| ICES gebied VIId (SRX/07D.) | 4 | |
| Schar en bot | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (D/F/2AC4-C) | 11.421 |
| Limanda limanda & Platichthys flesus (D/F) | ||
| Scharretongen | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (LEZ/2AC4-C) | 27 |
| Lepidorhombus spp. (LEZ) | ||
| Schelvis | ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 (HAD/3A/BCD) | 2 |
| Melanogrammus aeglefinus (HAD) | ICES gebied IV en Unie-wateren van ICES gebied IIa (HAD/2AC4.) | 189 |
| Schol Pleuronectes platessa (PLE) | ICES gebied IV, Unie-wateren van ICES gebied IIa en ICES gebied IIIa tot aan het Skagerrak (PLE/2A3AX4) | 46.035 |
| Skagerrak (PLE/03AN.) | 1.506 | |
| Sprot | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (SPR/2AC4-C) | 2.506 |
| Sprattus sprattus (SPR) | ICES gebieden VIId en VIIe (SPR/7DE.) | 361 |
| Tarbot en griet | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (T/B/2AC4-C) | 2.579 |
| Psetta maxima & Scopthalmus rhombus (T/B) | ||
| Tong | Unie-wateren van de ICES gebieden IIa en IV (SOL/24-C.) | 8.945 |
| Solea solea (SOL) | ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 (SOL/3A/BCD) | 17 |
| Tongschar en witje | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (L/W/2AC4-C) | 794 |
| Microstomus kitt & Glyptocephalus cynoglossus (L/W) | ||
| Wijting | ICES gebied IIIa (WHG/03A.) | 3 |
| Merlangius merlangus (WHG) | ICES gebieden VIIb, VIIc, VIId, VIIe, VIIf, VIIg, VIIh, VIIj en VIIk (WHG/7X7A-C) | 86 |
| ICES gebied IV en Unie-wateren van ICES gebied IIa (WHG/2AC4.) | 699 | |
| Zeeduivels Lophiidae (ANF) | ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV (ANF/56-14) | 184 |
| ICES gebied VII (ANF/07.) | 401 | |
| Voetnoot: 40 ton van dit quotum mag worden gevangen in ICES gebieden VIIIa, VIIIb en VIIId en VIIIe. | ||
| Noorse wateren van ICES gebied IV (ANF/04-N.) | 16 | |
| Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (ANF/2AC4-C) | 251 | |
| Voetnoot: 25 ton van dit quotum mag worden gevangen in VI; Unie-wateren in internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV. |
1. Inleiding
Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
3. Wettelijke basis
Bijlage 7. Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheerperiode als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
| Vistuigcategorieën | Vistuig-categorie code | Visserij-inspanning in de maanden februari 2016 tot en met september 2016 | Visserij-inspanning in de maanden oktober 2016 tot en met januari 2017 |
|---|---|---|---|
| Bodemtrawls en zegens (vistuigtypen OTB, OTT, PTB, SDN, SSC, SPR) met een maaswijdte: | |||
| gelijk aan of groter dan 120 mm | TR1 A1 | 124.950 | 22.050 |
| gelijk aan of groter dan 120 mm | TR1 B2 | 93.726 | 16.540 |
| gelijk aan of groter dan 100 mm en kleiner dan 120 mm | TR1 C | 779.277 | 137.520 |
| gelijk aan of groter dan 70 mm en kleiner dan 100 mm | TR2 | 1.449.331 | 483.110 |
| Bodemtrawls en zegens (vistuigtypen OTB, OTT, PTB, SDN, SSC, SPR) met een maaswijdte: | Visserij-inspanning in de maanden februari 2016 tot en met januari 2017 | Visserij-inspanning in de maanden februari 2016 tot en met januari 2017 | |
| gelijk aan of groter dan 16 mm en kleiner dan 32 mm | TR3 | 36.617 | 36.617 |
| Boomkorren (vistuigtype TBB) met een maaswijdte: | |||
| gelijk aan of groter dan 120 mm | BT1 | 999.808 | 999.808 |
| gelijk aan of groter dan 80 mm en kleiner dan 120 mm | BT2 | 22.004.242 | 22.004.242 |
| Kieuwnetten en warrelnetten (vistuigtype GN) | GN | 438.664 | 438.664 |
Voetnoten:
1 Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in titel II, hHoofdstuk II, van de verordening vangstmogelijkheden.
2 Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die niet deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in titel II, hoofdstuk II, van de verordening vangstmogelijkheden.
Bijlage 8. De vissoorten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, de vangstgebieden, bedoeld in artikel 1, eerste lid, en de percentages, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij voor het kalenderjaar 2016
| Vissoort | Gebied | Percentage |
|---|---|---|
| Blauwe wijting | EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV | 105.3085 |
| Grote Zilversmelt | EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden V, VI en VII | 100.0001 |
| Haring | EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I en II | 112.0324 |
| Haring | EU wateren van het ICES gebied IV ten noorden van 53°30'NB | 111.3017 |
| Haring | ICES gebieden IVc en VIId | 118.6835 |
| Haring | EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden Vb, VIb en VIa-Noord | 0 |
| Haring | ICES gebieden VIa-Zuid, VIIb en VIIc | 0 |
| Haring | ICES gebieden VIIg, VIIh, VIIj en VIIk | 80.1715 |
| Horsmakreel | EU wateren van de ICES gebieden IIa, IVa, VI, VIIa, VIIb, VIIc, VIIe, VIIf, VIIg, VIIh, VIIj, VIIk, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe en de EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb en de internationale wateren van de ICES gebieden XII en XIV | 125.2008 |
| Horsmakreel | EU wateren van de ICES gebieden IVb, IVc en VIId | 100.0005 |
| Kabeljauw | ICES gebied IV, de EU wateren van het ICES gebied IIa en het ICES gebied IIIa tot aan het Skagerrak | 115.3995 |
| Makreel | ICES gebieden VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe, de EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb en de internationale wateren van de ICES gebieden IIa, XII en XIV | 84.9941 |
| Schol | ICES gebied IV, de EU wateren van het ICES gebied IIa en het ICES gebied IIIa tot aan het Skagerrak | 97.7512 |
| Tong | EU wateren van de ICES gebieden II en IV | 107.7560 |
| Wijting | ICES gebied IV en de EU wateren van het ICES gebied IIa | 96.5174 |
4. Begrippen en definities
Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
5.1.1. Voorschriften voor kapiteins van vissersvaartuigen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 73a
Door vernummering vervallen.
Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone
Hoofdstuk 6. Controleverordening
§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen
§ 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden
§ 3. Controle op visserij-inspanning
§ 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden
§ 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden
§ 3. Controle op visserij-inspanning
§ 4. Controle op vlootbeheer
§ 6. Controle op technische maatregelen
Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
§ 7. Controle op de afzet
Artikel 131a. Maatregelen ten aanzien van derde landen die niet-duurzame visserij toelaten
Het is verboden in strijd te handelen met op grond van artikel 4 van verordening nr. 1026/2012 vastgestelde maatregelen.
§ 7. Controle op de afzet
Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
Bijlage 2
B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de artikelen 14, zesde lid, 71, tweede lid, 75, derde lid, 76, tweede lid, 77, vijfde lid, en 124, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bijlage 2
A. Havens als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, en losplaatsen als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
Artikel 61 (1) van de Controleverordening en artikel 77 (1) in samenhang met bijlage XXI van de Uitvoeringsverordening.
Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
2. Doel
Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
3. Wettelijke basis
Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
5. Uitwerking controleplan
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage a1. behorende bij de artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Controleplan ‘Wegen na vervoer’ voor verse visserijproducten
Bijlage 7. Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheersperiode als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
| Vistuigcategorieën | Vistuigcategorie code | Visserij-inspanning in de maanden februari 2015 tot en met september 2015 | Visserij-inspanning in de maanden oktober 2015 tot en met januari 2016 |
|---|---|---|---|
| Bodemtrawls en zegens (vistuigtypen OTB, OTT, PTB, SDN, SSC, SPR) met een maaswijdte: | |||
| gelijk aan of groter dan 120 mm | TR1 A1 | 124.950 | 22.050 |
| gelijk aan of groter dan 120 mm | TR1 B2 | 93.726 | 16.540 |
| gelijk aan of groter dan 100 mm en kleiner dan 120 mm | TR1 C | 779.277 | 137.520 |
| gelijk aan of groter dan 70 mm en kleiner dan 100 mm | TR2 | 1.449.331 | 483.110 |
| Bodemtrawls en zegens (vistuigtypen OTB, OTT, PTB, SDN, SSC, SPR) met een maaswijdte: | Visserij-inspanning in de maanden februari 2015 tot en met januari 2016 | Visserij-inspanning in de maanden februari 2015 tot en met januari 2016 | |
| gelijk aan of groter dan 16 mm en kleiner dan 32 mm | TR3 | 36.617 | 36.617 |
| Boomkorren (vistuigtype TBB) met een maaswijdte: | |||
| gelijk aan of groter dan 120 mm | BT1 | 999.808 | 999.808 |
| gelijk aan of groter dan 80 mm en kleiner dan 120 mm | BT2 | 22.004.242 | 22.004.242 |
| Kieuwnetten en warrelnetten (vistuigtype GN) | GN | 438.664 | 438.664 |
Voetnoten:
1 Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in titel II, hHoofdstuk II, van de verordening vangstmogelijkheden.
2 Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die niet deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in titel II, hoofdstuk II, van de verordening vangstmogelijkheden.
5.2. Risico en risico beheer
4. Begrippen en definities
Artikel 140a. Verzoek tot erkenning als producentenorganisatie of brancheorganisatie
Een verzoek tot erkenning als producentenorganisatie als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de GMO-verordening of een verzoek tot erkenning als brancheorganisatie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de GMO-verordening, wordt ingediend bij de minister overeenkomstig de door de Europese Commissie op grond van artikel 21 van deze verordening vastgestelde uitvoeringshandelingen.
Artikel 140b. Productie- en afzetprogramma's
De bevoegde nationale autoriteit, bedoeld in artikel 28, eerste en derde tot en met vijfde lid, van de GMO-verordening is de minister.
De productie- en afzetprogramma's worden ingediend overeenkomstig de door de Europese Commissie op grond van artikel 29 van de GMO-verordening vastgestelde uitvoeringshandelingen.
Artikel 140c. Drempelprijzen
Als drempelprijzen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de GMO-verordening worden vastgesteld de prijzen die zijn opgenomen in bijlage 11.
Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
A. Havens als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, en losplaatsen als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de artikelen 14, zesde lid, 71, tweede lid, 75, derde lid, 76, tweede lid, 77, vijfde lid, en 124, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bijlage 3
Aanlandingsplaatsen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
| Vissoort | Gebied | Hoeveelheid |
|---|---|---|
| Blauwe leng | Internationale wateren van ICES gebied XII (BLI/12INT-) | 1 |
| Molva dypteryglia (BLI) | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb, VI en VII (BLI/5B67-) | 14 |
| Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden II en IV (BLI/24-) | ||
| Kabeljauw | ICES gebieden I en IIb (COD/1/2B) | 250 |
| Gadus Morhua (COD) | ||
| Leng | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I en II (LIN/1/2.) | 4 |
| Molva molva (LIN) | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I en II (LIN/1/2.) | |
| Lom Brosme Brosme (USK) | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI en VII (USK/567EI.) | 13 |
| Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II en XIV (USK/1214EI) | 3 | |
| Unie-wateren van ICES gebied IV (USK/04-C.) | 6 | |
| Rondneusgrenadier | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb, VI en VII (RNG/5B67-) | 8 |
| Coryphaenoides rupestris (RNG) | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb, VI en VII (RNG/5B67-) | |
| Zeebrasem | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VI, VII en VIII (SBR/678-) | 5 |
| Pagellus bogaraveo (SBR) | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VI, VII en VIII (SBR/678-) | |
| Zwarte haarstaart | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI, VII en XII (BSF/56712-) | 11 |
| Aphanopus carbo (BSF) | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI, VII en XII (BSF/56712-) |
Voetnoot bij alle bovenvermelde quota: Uitsluitend voor bijvangsten, gerichte visserij niet toegestaan.
Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in artikel 104, achtste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 84a. Voorwaarden vismachtiging zeebaars
Een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdeel c, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten, kan worden verleend, indien de aanvraag een vissersvaartuig betreft:
- a. waarmee in de in artikel 10, derde lid, tweede alinea, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode blijkens de logboekgegevens met het type vistuig LHP, bedoeld in Bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening, op zeebaars is gevist, voor zover:
- i. in de op het desbetreffende vissersvaartuig betrekking hebbende visvergunning was vermeld dat het de vergunninghouder was toegestaan in betrokken periode op zeebaars te vissen, en
- ii. de aanvrager van de vismachtiging voor 31 december 2016 om 24.00 uur geen afstand heeft gedaan van het recht op de vermelding zeebaars op de op het desbetreffende vissersvaartuig betrekking hebbende visvergunning, overeenkomstig artikel 84a, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel i, zoals dat artikelonderdeel op 31 december 2016 luidde, of
- b. dat dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen van de desbetreffende ondernemer, ten aanzien waarvan is voldaan aan onderdeel a en het motorvermogen van het vervangende vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig dat wordt of de vissersvaartuigen die worden vervangen.
In afwijking van het eerste lid kan de vismachtiging worden verleend, indien:
- a. de aanvrager ten genoegen van de Minister aannemelijk heeft gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat hij in de desbetreffende periode met het desbetreffende vissersvaartuig niet in staat was de visserij uit te oefenen, mits hij in de periode daaraan voorafgaand met het desbetreffende vissersvaartuig wel op zeebaars heeft gevist en daartoe gerechtigd was, of
- b. het een vissersvaartuig betreft waarvoor binnen de in het eerste lid bedoelde periode, op de op dat vaartuig betrekking hebbende visvergunning overeenkomstig artikel 84a, tweede lid, onderdeel a, zoals dat artikelonderdeel op 31 december 2016 luidde, is vermeld dat het de vergunninghouder is toegestaan te vissen op zeebaars en de aanvrager ten genoegen van de Minister aannemelijk heeft gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat hij niet in staat was met het desbetreffende vissersvaartuig in het restant van de desbetreffende periode, de visserij uit te oefenen.
Een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdeel d, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten, kan worden verleend, indien de aanvraag een vissersvaartuig betreft:
- a. waarmee in de in artikel 10, derde lid, derde alinea, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode blijkens de logboekgegevens met het type vistuig GTR, GNS, GNC, FYK, FPN of FIX, bedoeld in Bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening op zeebaars is gevist, of
- b. dat dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen van de desbetreffende ondernemer, ten aanzien waarvan is voldaan aan onderdeel a en het motorvermogen van het vervangende vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen.
Hoofdstuk 6. Controleverordening
§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen
§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen
§ 3. Controle op visserij-inspanning
§ 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden
§ 3. Controle op visserij-inspanning
§ 3. Controle op visserij-inspanning
§ 5. Controle op meerjarenplannen
Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
§ 7. Controle op de afzet
§ 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving
Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Bijlage 1
Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bijlage 2
Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bijlage 2
A. Havens als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, en losplaatsen als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
2. Doel
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 27a. Toegestane bijvangst ondermaatse schol en tong
Vervallen
§ 3. Contingenten
§ 4. Groepscontingenten
§ 5. Korting, overdracht, aanhouding en ingebruikgeving van contingenten
§ 6. Overige bepalingen over contingenten
Hoofdstuk 3. Technische maatregelen
Hoofdstuk 4. Meerjarenplannen en overige instandhoudingsmaatregelen
Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone
Hoofdstuk 6. Controleverordening
§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen
§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen
§ 3. Controle op visserij-inspanning
§ 3. Controle op visserij-inspanning
Artikel 117a. Gescheiden opslag van ondermaatse vis aan boord en na aanlanding
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 49bis, eerste lid, en 49quater van de controleverordening.
§ 4. Controle op vlootbeheer
§ 6. Controle op technische maatregelen
Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
§ 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving
Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
Artikel 140d. Gemeenschappelijke handelsnormen
Het is verboden in strijd te handelen met artikel 34 van de GMO-verordening en artikel 2, eerste lid, van Verordening nr. 2406/96, in samenhang met artikel 47 van de GMO-verordening.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van verordening nr. 2406/96, is de NVWA.
Degene die garnalen van de soort crangon crangon aanlandt of verhandelt, brengt ze voor de indeling in de bij verordening nr. 2406/96 voorgeschreven versheidsklassen en grootteklassen onverwijld naar een locatie vermeld in bijlage 13.
Artikel 140e. Instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in GFCM-overeenkomstgebied
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 9 bis tot en met 9 quinquies, 10, 11 bis, 12, eerste lid, 15, eerste lid, 15 bis, eerste lid, 16, 16 ter, eerste lid, 16 quater, eerste lid, 16 quinquies, eerste en tweede lid, 16 quinquies bis, 16 septies tot en met 16 duodecies, 16 terdecies, vijfde lid, 17, vijfde lid, 17 ter, eerste lid, 22 bis tot en met 22 quinquies, 22, septies, 22 duodecies, 22 terdecies van verordening nr. 1343/2011.
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Bijlage 1
Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
C. Havens en lostijden als bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bijlage 3
B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de artikelen 14, zesde lid, 71, tweede lid, 75, derde lid, 76, tweede lid, 77, vijfde lid, 124, vierde lid, en 133, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 87a. Erkenning meet- of zegelbureau
De minister kan een onderneming op aanvraag erkennen als een erkend meetbureau of een erkend zegelbureau, indien de onderneming aantoonbaar deskundig is op het gebied van het meten, onderscheidenlijk verzegelen van motoren. De aanvrager verstrekt bij de aanvraag tot erkenning in elk geval de volgende bescheiden:
- a. een verklaring dat hij kennis heeft genomen van het document ‘Motorvermogen in de visserij’;
- b. een adequaat protocol waarin hij beschrijft hoe de vermogensmeting of verzegeling wordt uitgevoerd volgens de standaarden die hiervoor binnen de beroepsgroep algemeen gangbaar zijn en binnen de voorschriften die zijn opgenomen in bijlage 12a, onderscheidenlijk bijlage 12b;
- c. een kopie van relevante diploma’s van de in te zetten personen bij een vermogensmeting of verzegeling met een afgeronde opleiding op het minimale niveau van middelbaar beroepsonderwijs, niveau 3, inzake scheepswerktuigkunde, werktuigkunde of elektrotechniek.
De erkenning heeft een geldigheidsduur van ten hoogste drie jaar.
Met een erkenning als bedoeld in deze regeling wordt gelijkgesteld een aanwijzing van een onderneming tot uitvoering van een vermogensmeting of verzegeling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en die een beschermingsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale regels terzake wordt nagestreefd.
Artikel 87b. Werkwijze erkend meet- of zegelbureau
Een erkend meet- of zegelbureau voert haar werkzaamheden uit:
- a. in onafhankelijkheid van de kapitein of eigenaar van het vissersvaartuig of diens gemachtigde;
- b. in overeenstemming met de voorschriften, bedoeld in bijlage 12a, onderscheidenlijk bijlage 12b;
- c. in overeenstemming met het protocol, bedoeld in artikel 87a, eerste lid, onderdeel b.
Een erkend meet- of zegelbureau informeert de minister en de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport onmiddellijk, indien hij een opdracht krijgt een vermogensmeting uit te voeren, onderscheidenlijk een motor te verzegelen.
Indien een erkend meet- of zegelbureau voornemens is een wijziging door te voeren in het protocol, bedoeld in artikel 87a, eerste lid, onderdeel b, die gevolgen kan hebben voor de uitvoering van de vermogensmetingen en verzegelingen, legt hij het gewijzigde protocol voorafgaand aan de voorgenomen wijziging voor goedkeuring voor aan de minister.
Een vermogensmeting of verzegeling wordt uitgevoerd door een voor diens taak aantoonbaar geschikte persoon met:
- a. een afgeronde opleiding op het minimale niveau van middelbaar beroepsonderwijs, niveau 3, inzake scheepswerktuigkundige, werktuigkunde of elektrotechniek;
- b. aantoonbare werkervaring met scheepsmotoren.
Artikel 87c. Intrekken erkenning
De minister trekt een erkenning in op aanvraag van degene aan wie een erkenning is verleend.
De minister kan een erkenning intrekken, indien een erkend meet- of zegelbureau niet voldoet aan de voorschriften, bedoeld in artikel 87a, onderscheidenlijk artikel 87b.
Hoofdstuk 6. Controleverordening
§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen
§ 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden
§ 3. Controle op visserij-inspanning
§ 4. Controle op vlootbeheer
Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
§ 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving
§ 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving
Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten
Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten
Bijlage 1
Bijlage 2
A. Havens als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, en losplaatsen als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
C. Havens en lostijden als bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bijlage 1
Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
5. Uitwerking controleplan
Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 20a. Vangstverbod MFL2
Het is verboden met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 te vissen op haring, koolvis, makreel, schelvis, wijting, tong, schol, heek, kabeljauw, sprot, zeeduivel, horsmakreel, blauwe wijting, kever en grote zilversmelt.
Het is verboden te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 dat is uitgerust met het volgende vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft:
- a. boomkor (TBB), gelijk aan of groter dan 80 mm;
- b. bodemottertrawl (OTB), 100 tot en met 119 mm;
- c. bodemspantrawl (PTB), 100 tot en met 119 mm;
- d. dubbele-bordentrawls (OTT), 100 tot en met 119 mm;
- e. deense zegen (SDN), gelijk aan of groter dan 70 mm;
- f. schotse spanzegen (SPR), gelijk aan of groter dan 70 mm;
- g. schotse zegen (SSC), gelijk aan of groter dan 80 mm;
- h. machinale handlijnen en hengelsnoeren (LHM);
- i. kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie kieuw- en schakelnetten of schakelnetten (GN, GND, GNC, GTN en GTR), 90 tot en met 109 mm;
- j. kieuwnet, geankerd kieuwnet (staand net), kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie kieuw- en schakelnetten of schakelnet (GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR), 140 tot en met 270 mm;
- k. pelagische ottertrawl (OTM), 32 tot en met 69 mm;
- l. pelagische spantrawl (PTM), 32 tot en met 69 mm.
Het is verboden vangsten van een vissoort, genoemd in het eerste lid, aan boord te houden van of aan te landen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 in de gevallen dat de aanlandplicht niet van toepassing is.
§ 3. Contingenten
§ 4. Groepscontingenten
§ 5. Korting, overdracht, aanhouding en ingebruikgeving van contingenten
§ 6. Overige bepalingen over contingenten
Artikel 46a. Aanlandcontingent
Vangsten van de vissoorten, vermeld in bijlage 8, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, die worden aangeland door:
- a. een ondernemer die geen lid is van een groep of een producentenorganisatie, worden in mindering gebracht op het voor het desbetreffende vissersvaartuig van die ondernemer geldende contingent of in artikel 24 bedoelde hoeveelheid van de desbetreffende vissoort;
- b. een ondernemer die lid is van een groep of een producentenorganisatie, worden in mindering gebracht op het groepscontingent van de desbetreffende vissoort van de desbetreffende groep of de desbetreffende producentenorganisatie.
De kapitein, eigenaar of gemachtigde van een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 vraagt een aanlandcontingent aan voor de vangst of het gedeelte van de vangst van een vissoort, vermeld in bijlage 8, waarop de aanlandplicht van toepassing is voor zover:
- a. voor het desbetreffende vissersvaartuig voor de desbetreffende vissoort geen contingent of een in artikel 24 bedoelde hoeveelheid geldt dan wel de vangsten van de desbetreffende vissoort groter zijn dan het voor het desbetreffende vissersvaartuig van die ondernemer geldende contingent of in artikel 24 bedoelde hoeveelheid;
- b. aan de groep of de producentenorganisatie waarvan een ondernemer lid is, geen groepscontingent voor de desbetreffende vissoort is toegekend, of dat groepscontingent is opgevist.
De kapitein, eigenaar of gemachtigde van een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 vraagt voor een vangst van een vissoort, genoemd in artikel 20a, eerste lid, waarop de aanlandplicht van toepassing is een aanlandcontingent aan, tenzij de vangst in mindering kan worden gebracht op een groepscontingent van een groep of producentenorganisatie waarvan de ondernemer lid is.
De in het tweede en derde lid bedoelde aanvraag wordt gelijktijdig met de melding, bedoeld in artikel 7, dan wel met de voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 17 van de controleverordening, gedaan onder vermelding van de overeenkomstig artikel 14 van de controleverordening in het logboek geregistreerde hoeveelheden van de desbetreffende vissoort. Voor zover het in het elektronisch visserijlogboek, bedoeld in artikel 2, onderdeel 12, van de uitvoeringsverordening controleverordening, niet mogelijk is om de aanvraag tegelijkertijd met de voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 17 van de controleverordening, te doen, wordt de aangifte van aanlanding die op grond van artikel 23 en 24 van de controleverordening moet worden ingediend als aanvraag voor een aanlandcontingent beschouwd.
Indien de kapitein, eigenaar of gemachtigde nalaat om overeenkomstig het vierde lid een aanvraag in te dienen, wordt de aangifte van aanlanding die op grond van artikel 23 en 24 van de controleverordening dan wel op grond van artikel 104a, eerste lid, van deze regeling in samenhang met artikel 23 van de controleverordening moet worden ingediend, als aanvraag voor een aanlandcontingent beschouwd.
Artikel 46b. Uitzonderingen aanlandcontingent
In afwijking van artikel 46a, eerste en derde lid, worden aanlandingen van ondermaatse tong, schol, kabeljauw en wijting niet in mindering gebracht op een voor het desbetreffende vissersvaartuig van die ondernemer geldend contingent, een in artikel 24 bedoelde hoeveelheid van de desbetreffende vissoort of een groepscontingent van een groep of producentenorganisatie waarvan de ondernemer lid is.
In afwijking van artikel 46a, tweede en derde lid, wordt voor aanlandingen van ondermaatse vis geen aanlandcontingent aangevraagd.
Artikel 46c. Betaling aanlandcontingent
Voor een aanlandcontingent wordt een bedrag betaald ter hoogte van:
- a. het bedrag dat degene aan wie het document gericht is, op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van het Legesbesluit visserijdocumenten verschuldigd is, vermeerderd met
- b. de hoeveelheid kilogrammen levend gewicht van een vissoort die is vermeld in de aangifte van aanlanding, bedoeld in artikel 23 van de controleverordening, die niet in mindering kan worden gebracht op een contingent, hoeveelheid als bedoeld in artikel 24 of groepscontingent, vermenigvuldigd met tachtig procent van de gemiddelde prijs van de desbetreffende vissoort in het desbetreffende kwartaal van aanlanding, in het voorgaande jaar, zoals vermeld op de website van de RVO;
met dien verstande dat het totaal verschuldigde bedrag voor een aanlandcontingent ten hoogste negentig procent van de in onderdeel b bedoelde prijs bedraagt.
In afwijking van het eerste lid wordt voor een aanlandcontingent voor horsmakreel gevangen in wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d, slechts het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betaald, met dien verstande dat het verschuldigde bedrag voor een aanlandcontingent ten hoogste negentig procent van de gemiddelde prijs in het kwartaal van aanlanding in het voorgaande jaar, zoals vermeld op de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde website, van de hoeveelheid kilogrammen levend gewicht die is vermeld in de aangifte van de aanlanding, bedoeld in artikel 23 van de controleverordening, bedraagt. Dit lid is van toepassing tot het moment dat veertig procent van de aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden van het betreffende visbestand is opgevist.
Indien een ondernemer na de aanvraag van een aanlandcontingent voor de desbetreffende vissoort een contingent in gebruik krijgt of overgedragen krijgt, worden daarop allereerst de aangelande hoeveelheden waarvoor een aanlandcontingent is verstrekt in mindering gebracht en wordt, voor zover een bedrag is betaald voor het aanlandcontingent, het bedrag dat is betaald voor de desbetreffende hoeveelheid minus het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan de ondernemer terugbetaald.
Hoofdstuk 3. Technische maatregelen
Hoofdstuk 4. Meerjarenplannen en overige instandhoudingsmaatregelen
Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone
Artikel 86a. Voorwaarden vismachtiging in het kader van het meerjarenplan Noordzee
De aanvraag om een vismachtiging, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 1, eerste lid, van verordening 2018/973 bedoelde visserijactiviteiten, die worden verricht in het deelgebied en in de sectoren, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van deze verordening, met een van de vistuigen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van deze verordening, betreft een vissersvaartuig:
- a. dat in de kalenderjaren 2006 tot en met 2008 met het desbetreffende vistuig heeft gevist in het desbetreffende gebied;
- b. dat, voor zover de aanvraag de vistuigcategorie TR1 betreft, in de kalenderjaren 2001 tot en met 2005 heeft gevist in het desbetreffende gebied met tot de vistuigcategorieën TR1 of TR2 behorende vistuigen en waarvoor op 31 december 2011 op grond van artikel 29 een recht op contingenten wijting en kabeljauw gold;
- c. dat, voor zover de aanvraag de vistuigcategorie TR2 betreft, in de kalenderjaren 2001 tot en met 2005 heeft gevist in het desbetreffende gebied met tot de vistuigcategorie TR2 behorende vistuigen en waarvoor op 31 december 2011 op grond van artikel 29 een recht op contingenten wijting en kabeljauw gold;
- d. ten aanzien waarvan op 1 januari 2009 een onomkeerbare investeringsverplichting is aangegaan met het oog op de uitoefening van de visserij in het desbetreffende geografische gebied; of
- e. dat dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen ten aanzien waarvan is voldaan aan onderdeel a, b of c, en het motorvermogen van het vervangende vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen.
Voor zover de aanvraag een vissersvaartuig als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, c of d, betreft, is het motorvermogen van dat vissersvaartuig ten opzichte van de in onderdelen a, b en c bedoelde periode, onderscheidenlijk ten opzichte van de eerste keer dat het vissersvaartuig met het oog op de uitoefening van de visserij in het desbetreffende gebied in gebruik is genomen, niet toegenomen.
Voor zover de aanvraag de vistuigcategorieën BT1 en BT2 betreft, geldt voor het betrokken vissersvaartuig een recht op contingenten tong en schol op grond van artikel 29.
Voor zover de aanvraag de vistuigcategorie BT1 of TR1 betreft, geldt in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, dat het vissersvaartuig in de in dat onderdeel genoemde periode ook mag hebben gevist met tot de vistuigcategorie BT2 onderscheidenlijk met de tot de vistuigcategorie TR2 behorende vistuigen.
Hoofdstuk 6. Controleverordening
§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen
§ 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden
§ 5. Controle op meerjarenplannen
Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
§ 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving
§ 1. Toegangsregels derde landen
Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Bijlage 1
Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bijlage 1
Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bijlage b1. behorende bij de artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. Inleiding
Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
5.1.3. Voorschriften voor marktdeelnemers in Nederland (visafslag / koper)
Bijlage 11. behorende bij artikel 140c van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)