Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, van 14 juli 2011, nr. 218837, houdende samenvoeging en vereenvoudiging van diverse regelingen op het gebied van de zeevisserij (Uitvoeringsregeling zeevisserij)
| Soort en FAO-/GN-code | Grootte | Benaming | Afmeting | Drempelprijs (EUR/t) |
|---|---|---|---|---|
| Schol | ||||
| | per 01-01-2021 | 1 | Groot | 41 cm en groter | 1.750 |
| t/m 30-04-2021 | 2 | Schol I | 35 tot 41 cm | 1.300 |
| [PLE/GN 3022200] | 3 | Schol II | 31 tot 35 cm | 1.270 |
| 4 | Schol III | 27 tot 31 cm | 1.130 | |
| Schol | ||||
| || per 01-05-2021 | 1 | Groot | 41 cm en groter | 2.040 |
| t/m 30-11-2021 | 2 | Schol I | 35 tot 41 cm | 1.490 |
| [PLE/GN 3022200] | 3 | Schol II | 31 tot 35 cm | 1.360 |
| 4 | Schol III | 27 tot 31 cm | 1.210 | |
| Schol | ||||
| ||| per 01-12-2021 | 1 | Groot | 41 cm en groter | 1.750 |
| t/m 31-12-2021 | 2 | Schol I | 35 tot 41 cm | 1.370 |
| [PLE/GN 3022200] | 3 | Schol II | 31 tot 35 cm | 1.340 |
| 4 | Schol III | 27 tot 31 cm | 1.210 | |
| Garnalen (vers, gekoeld), gestoomd of in water gekookt | *Breedte v.h. pantser* | |||
| [CSH/GN 3062310] | 1 | 6,8 mm en meer | 3.000 | |
| 2 | 6,5 mm en meer | 3.000 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 104a. E-Lite
De kapitein van een vissersvaartuig met een lengte over alles van minder dan 10 meter of diens vertegenwoordiger doet per visreis binnen 24 uur na aanlanding van de vangst door middel van het door de minister ter beschikking gestelde formulier met behulp van DigiD of eHerkenning elektronisch opgave bij RVO van de volgende gegevens:
- a. de naam, het adres en de woonplaats van de kapitein;
- b. het externe identificatienummer en de naam van het vissersvaartuig;
- c. de haven van vertrek, terugkeer en aanlanding;
- d. de datum en het tijdstip van vertrek uit, aankomst in de haven en van de aanlanding;
- e. per gebruikt vistuig:
- i. het type vistuig en in voorkomend geval de maaswijdte en afmeting van het vistuig en het aantal vistuigen dat is gebruikt;
- ii. de FAO-drielettercode van elke gevangen vissoort en het betrokken FAO-gebied, de exclusieve economische zone en het statische ICES-vak waar de vangsten zijn gedaan;
- iii. de hoeveelheden teruggezette vis van iedere gevangen vissoort van meer dan 50 kilogram in kilogrammen levend gewicht, waarbij in voorkomend geval de hoeveelheid ondermaatse vis afzonderlijk wordt vermeld;
- iv. de hoeveelheden aangelande vis van iedere gevangen vissoort in kilogrammen dood gewicht, waarbij in voorkomend geval de hoeveelheid ondermaatse vis afzonderlijk wordt vermeld;
- v. de versheidscategorie, staat en de aanbiedingsvorm van een vissoort, bedoeld in artikel 2, punt 13, van de uitvoeringsverordening controleverordening.
In afwijking van het eerste lid worden indien op één dag meerdere visreizen worden gemaakt deze visreizen als één visreis beschouwd, waarbij het tijdstip van het eerste vertrek uit de haven en het tijdstip van de laatste aankomst in de haven worden vermeld.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op vissersvaartuigen met een lengte over alles van 10 tot 12 meter.
§ 4. Controle op vlootbeheer
§ 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving
Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
§ 1. Toegangsregels derde landen
§ 1. Toegangsregels derde landen
§ 2. Invoer
Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten
Bijlage 1
Controleplan ‘Wegen na vervoer’ voor verse visserijproducten
Bijlage 1
Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
5.2. Risico en risico beheer
Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in artikel 104, achtste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De controle op de aanlanding van vaartuigen die gebruik maken van de mogelijkheid om te wegen na transport is gericht op de voorschriften voor kapiteins van vissersvaartuigen zoals genoemd in H 5.1.1. Voor controle doeleinden maakt de inspecteur steekproefsgewijs gebruik van de mogelijkheid om het vervoermiddel officieel te verzegelen met unieke zegels. Deze verzegeling mag onderweg uitsluitend worden verbroken voor inspectie doeleinden die worden uitgevoerd door de bevoegde autoriteit. In dat geval brengt de inspecteur een nieuw zegel aan en registreert dit op het transportdocument.
De controle op de aanlanding van vaartuigen die gebruik maken van de mogelijkheid om te wegen na transport is gericht op de voorschriften voor kapiteins van vissersvaartuigen zoals genoemd in H 5.1.1. Voor controle doeleinden maakt de inspecteur steekproefsgewijs gebruik van de mogelijkheid om het vervoermiddel officieel te verzegelen met unieke zegels. Deze verzegeling mag onderweg uitsluitend worden verbroken voor inspectie doeleinden die worden uitgevoerd door de bevoegde autoriteit. In dat geval brengt de inspecteur een nieuw zegel aan en registreert dit op het transportdocument.
Bijlage b1. behorende bij de artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bijlage 12b. behorend bij de artikelen 87, 87a en 87b
Naar aanleiding van elke verzegeling wordt een (aanvullend) zegelplan opgemaakt. Zegels worden zodanig aangebracht dat ongeautoriseerde wijziging van de verzegeling wordt voorkomen. Het zegelplan wordt opgemaakt overeenkomstig de door de minister beschikbaar gestelde modellen en de richtlijnen van het motortype. Het zegelplan bevat te minste de volgende gegevens:
- a. indien een vermogensmeting heeft plaatsgevonden, worden het motorvermogen en de volgende parameters, indien van toepassing, opgenomen in het zegelplan:
- i. de regelstand van zowel de gemeenschappelijke aanwijzing als van alle brandstofpompen afzonderlijk, in stomende en vissende conditie, af te lezen ten opzichte van het vaste huis, of, indien het indicatorwijzertje wordt benut, de positie hiervan ten opzichte van het huis vastleggen in verband met variabele vulringetjes;
- ii. de regulateur uitsturing stomend/vissend;
- iii. de dikte van de blokkeringsblokjes;
- iv. indien mogelijk: de temperatuur van de uitlaatgassen, de temperatuur van de inlaatlucht, het toerental van de hoofdmotor en de turbodruk;
- v. het software nummer van geïnstalleerde softwareversie;
- vi. het wijzigingsnummer en datum;
- b. een scherpe foto van elke aangebrachte zegel met een vermelding van het onderdeel van de hoofdmotor of hoofdmotoren, de locatie, het zegelnummer en een geschrift, waaruit blijkt welke onderdelen van de hoofdmotor of hoofdmotoren zijn verzegeld, waar de verzegelingen zijn aangebracht en welk zegelnummer zij hebben;
- c. scherpe foto’s met duidelijk controleerbare meetafstanden (eventueel middels hulpmiddelen, zoals een lineaal) en een schriftelijke vermelding, waaruit blijkt waar en op welke wijze de stelbouten en breekbouten van de hoofdmotor of hoofdmotoren zijn geplaatst en ingesteld;
- d. bij schepen met een verstelbare schroef: de maximale uitsturing van het schroefmechanisme;
- e. een uiteenzetting waarom zegels zijn vervangen, alsmede de nummering van zowel de vervangen als de nieuw geplaatste zegels;
- f. eventuele bijzonderheden.
Bij het zegelplan worden gevoegd:
- a. een verklaring van het zegelbureau dat de feitelijke toestand van de hoofdmotor of hoofdmotoren overeenkomt met de in het zegelplan opgenomen gegevens;
- b. een verklaring van kennisname van het zegelplan, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.
Aan de hand van de onderstaande criteria besluit het zegelbureau of er met het verzegelen een vermogensmeting dient plaats te vinden. De analyse die wordt gemaakt op basis van de hieronder genoemde criteria, wordt doorgegeven aan de kapitein of eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde, en aan de minister.
- a. bij een verbroken verzegeling wordt een analyse gemaakt of de verbroken verzegeling van invloed kan zijn op het motorvermogen;
- b. bij meerdere verbroken zegels worden de parameters, zoals het toerental, de uitlaattemperatuur of de vuldruk vergeleken met de waarden die zijn opgenomen in het oorspronkelijke meetrapport;
- c. naar aanleiding van een verbroken verzegeling kan door een erkend zegelbureau worden besloten dat een nieuwe vermogensmeting noodzakelijk is. Wanneer bijvoorbeeld uit het bepaalde in onderdeel b blijkt dat de parameters dermate afwijken van het oorspronkelijke meetrapport, waardoor het vermoeden bestaat dat het motorvermogen niet meer overeenkomt met het oorspronkelijk vastgestelde vermogen, zal ook een vermogensmeting noodzakelijk zijn.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Hoofdstuk 4. Meerjarenplannen en overige instandhoudingsmaatregelen
Artikel 78a. Instandhoudings- en controlematregelen in SPRFMO-gebied
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 9, 10, 20, 22, vijfde lid, 23, tweede tot en met vierde lid en 41, eerste en tweede lid, van verordening 2018/975.
Het is niet toegestaan de visserij, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, 13, eerste lid, of 18, eerste lid, van verordening 2018/975 te verrichten zonder voorafgaande toelating van de regionale organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO).
Het is verboden bodemvisserij als bedoeld in artikel 4, punt 7, van verordening 2018/975 te bedrijven:
- a. binnen vijf zeemijl van een locatie in het SPRFMO-verdragsgebied waar het aantal contacten de op grond van artikel 14, eerste lid, van verordening 2018/975 vastgestelde maximumniveaus overschrijdt, of
- b. indien het vereiste minimum aan gegevens inzake vissersvaartuigidentificatie zoals beschreven in bijlage V bij verordening 2018/975 niet is verstrekt.
Als havens als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2018/975, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B met uitzondering van Den Helder.
Als contactpunt als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel b en c, en artikel 40, eerste lid, van verordening 2018/975, wordt aangewezen de meldkamer van de NVWA te Echt.
Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone
Hoofdstuk 6. Controleverordening
§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen
§ 3. Controle op visserij-inspanning
§ 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving
§ 1. Toegangsregels derde landen
Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten
Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten
Bijlage 1
Bijlage a1. behorende bij de artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Controleplan ‘Wegen na vervoer’ voor verse visserijproducten
6. Toezicht en Handhaving
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 73b. Herstelplan mediterrane zwaardvis
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11, 13, 14, 18, eerste lid, 19, 21, eerste lid, 23, 24, tweede lid, 25, 29, derde en vierde lid, en met de door de Europese Commissie op grond van artikel 34, eerste lid, van verordening 2019/1154 vastgestelde gedelegeerde handelingen.
Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone
Hoofdstuk 6. Controleverordening
§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen
Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
§ 1. Toegangsregels derde landen
Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Bijlage a1. behorende bij de artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bijlage 2
1. Inleiding
Artikel 86b. Visserij in Skagerrak
De visserij in de Europese wateren van deelsector 3a.20 (Skagerrak) is uitsluitend toegestaan indien is voldaan aan het tweede tot en met vierde lid.
De kapitein van het vissersvaartuig registreert per vangst of per visserijactiviteit in het Skagerrak de geschatte hoeveelheden van iedere soort in kilogram levend gewicht of, in voorkomend geval, het aantal exemplaren, met inbegrip van de hoeveelheden of aantallen exemplaren kleiner dan de toepasselijke minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, elektronisch in het visserijlogboek, bedoeld in de artikelen 14 en 15 van de controleverordening.
Wanneer het vissersvaartuig het Skagerrak binnenvaart en wanneer het vissersvaartuig het Skagerrak verlaat, registreert de kapitein de totaal aan boord gehouden vangsten, naar soort in kilogram levend gewicht, elektronisch en stuurt die informatie elektronisch door naar de RVO.
In afwijking van artikel 47, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening kan de kapitein uitsluitend correcties aan de in het tweede en derde lid bedoelde gegevens aanbrengen met schriftelijke toestemming van de RVO.
Hoofdstuk 6. Controleverordening
§ 7. Controle op de afzet
§ 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving
§ 3. IUU en vangstdocumentatieregelingen
Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Bijlage 3
B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de artikelen 14, vijfde lid, 75, tweede lid, 77, vijfde lid, 78, zevende lid, 78a, vierde lid, 124, vierde lid, en 133, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage 3
C. Havens en lostijden als bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Artikel 124a. Weging verse visserijproducten aan boord of na vervoer
Voor Nederlandse vissersvaartuigen kan van het verbod, bedoeld in artikel 124, tweede lid, voor zover dat betrekking heeft op artikel 60, tweede lid, van de controleverordening, op grond van artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 uitsluitend ontheffing worden verleend, indien de visserijproducten aan boord van het vissersvaartuig worden gewogen.
Aan de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval de voorschriften verbonden, dat de kapitein, eigenaar of gemachtigde van het vissersvaartuig voldoet aan paragraaf 5.1.1. van het steekproefplan wegen aan boord en dat de kapitein, eigenaar of gemachtigde van het vissersvaartuig ervoor zorgdraagt dat de marktdeelnemers verantwoordelijk voor de eerste afzet van de visserijproducten voldoen aan paragraaf 5.1.3. van dat steekproefplan.
In afwijking van artikel 124, tweede lid, voor zover dat betrekking heeft op artikel 60, tweede lid, van de controleverordening, is het de kapitein, eigenaar of gemachtigde van een vissersvaartuig dat de vlag voert van een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland, toegestaan visserijproducten aan boord van het vissersvaartuig te wegen, voor zover hij voldoet aan de paragrafen 5.1.1. en 5.1.2. van het steekproefplan wegen aan boord en hij ervoor zorgdraagt dat marktdeelnemers verantwoordelijk voor de eerste afzet van de visserijproducten voldoen aan paragraaf 5.1.3. van dat steekproefplan.
In afwijking van artikel 124, tweede lid, voor zover dat betrekking heeft op artikel 60, tweede lid, van de controleverordening, is het toegestaan dat visserijproducten die in Nederland zijn aangeland, worden gewogen na vervoer vanaf de plaats van aanlanding, op een in Nederland gelegen plaats van bestemming, voor zover de betrokken marktdeelnemers voldoen aan paragraaf 5.1. van het controleplan wegen na vervoer.
§ 2. Invoer
Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
D. Havens voor het verrichten van onderhoudswerkzaamheden als bedoeld in de artikel 133, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bijlage 3
2. Doel
Bijlage b1. behorende bij de artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
3. Wettelijke basis
4. Begrippen en definities
Controleplan ‘Wegen na vervoer’ voor verse visserijproducten
2. Doel
5.1.1. Voorschriften voor kapiteins van vissersvaartuigen
6.1.1. Officiële controle aanlanding
Steekproefplan voor ‘Wegen aan boord’ van verse visserijproducten o.b.v. artikel 60 (3) van Vo 1224/2009
Conform artikel 60 (1 en 2) van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) moet garanderen (hierna: Controleverordening) zien lidstaten erop toe dat alle visserijproducten bij aanlanding worden gewogen op door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde systemen.
2. Doel
Nederland maakt gebruik van deze mogelijkheid voor vissersvaartuigen om te wegen aan boord. Naar aanleiding hiervan is onderhavig steekproefplan opgesteld. Voor de doelgroep die toestemming heeft om te mogen wegen aan boord kan na aanlanding volstaan worden met het nemen van een steekproefweging i.p.v. een 100% weging.
Alle Unievissersvaartuigen die verse visserijproducten in Nederland aanlanden waarvan de desbetreffende lidstaat heeft toegestaan dat visserijproducten aan boord van het vissersvaartuig mogen worden gewogen kunnen gebruik maken van dit Nederlandse steekproefplan indien voldaan wordt aan de in dit plan gestelde voorschriften.
2. Doel
3. Wettelijke basis
Artikel 60 (3) van de Controleverordening en artikel 76 (2) in samenhang met bijlage XX van de Uitvoeringsverordening.
Artikel 60 (3) van de Controleverordening en artikel 76 (2) in samenhang met bijlage XX van de Uitvoeringsverordening.
Voor het begrippenkader wordt verwezen naar de definities die zijn opgenomen in artikel 4 van de Controleverordening en artikel 2 van de Uitvoeringsverordening. Een korte opsomming van veelvoorkomende begrippen in dit steekproefplan:
Voor het begrippenkader wordt verwezen naar de definities die zijn opgenomen in artikel 4 van de Controleverordening en artikel 2 van de Uitvoeringsverordening. Een korte opsomming van veelvoorkomende begrippen in dit steekproefplan:
5. Uitwerking steekproefplan
Om gebruik te kunnen maken van het Nederlandse steekproefplan gelden voorschriften voor de marktdeelnemers die betrokken zijn bij de weging aan boord, de aanlanding en het uitvoeren van de weging op het moment van die aanlanding. De voorschriften voor de verschillende marktdeelnemers worden hieronder nader toegelicht.
Om gebruik te kunnen maken van het Nederlandse steekproefplan gelden voorschriften voor de marktdeelnemers die betrokken zijn bij de weging aan boord, de aanlanding en het uitvoeren van de weging op het moment van die aanlanding. De voorschriften voor de verschillende marktdeelnemers worden hieronder nader toegelicht.
Voor de betrokken kapitein/eigenaar van een vissersvaartuig en andere betrokken marktdeelnemers geldt tevens dat zij moeten voldoen aan de voorschriften in de Uitvoeringsregeling zeevisserij, in samenhang met de Controleverordening en de Uitvoeringsverordening.
Voor de betrokken kapitein/eigenaar van een vissersvaartuig en andere betrokken marktdeelnemers geldt tevens dat zij moeten voldoen aan de voorschriften in de Uitvoeringsregeling zeevisserij, in samenhang met de Controleverordening en de Uitvoeringsverordening.
5.1.2. Voorschriften voor kapiteins met vissersvaartuig afkomstig uit andere EU lidstaat
Een EU vissersvaartuig afkomstig uit een andere lidstaat mag in Nederland aanlanden en gebruik maken van dit Nederlandse steekproefplan mits hij voldoet aan bovengenoemde voorschriften. Daarnaast moet de kapitein voorafgaande aan de aanlanding het volgende aantonen:
Bijlage 1
5.2. Risico beoordeling
Bijlage 2
5.3. Minimale steekproef tijdens de aanlanding
5.3. Minimale steekproef tijdens de aanlanding
De steekproefweging wordt toegepast per vissoort. Hiervoor wordt per vissoort het aantal te wegen kisten bepaald. Het aantal kisten dat de marktdeelnemer per vissoort moet wegen is opgenomen in onderstaande tabel.
5.4. Criteria en condities van de steekproef
5.4. Criteria en condities van de steekproef
Bijlage 3
C. Havens en lostijden als bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
De kapitein van het vissersvaartuig registreert de navolgende gegevens in zijn weegregister:
De marktdeelnemer die de steekproefweging uitvoert, registreert de navolgende gegevens in zijn weegregister:
Indien het resultaat van de telling van viskisten, dan wel de steekproefweging, per vissoort afwijkt van de opgave door de kapitein/eigenaar dient er een 100% (her-)weging van die desbetreffende vissoort ter plekke plaats te vinden.
De NVWA voert bij de marktdeelnemer die de steekproef uitvoert risico gebaseerde controles uit om te beoordelen of er gewerkt wordt in overeenstemming met het steekproefplan. Daarnaast verricht de NVWA kruiscontroles tussen de weegresultaten van de steekproefweging en de weging aan boord. De uitkomsten hiervan worden ook meegenomen in de risico analyse.
De NVWA voert bij de marktdeelnemer die de steekproef uitvoert risico gebaseerde controles uit om te beoordelen of er gewerkt wordt in overeenstemming met het steekproefplan. Daarnaast verricht de NVWA kruiscontroles tussen de weegresultaten van de steekproefweging en de weging aan boord. De uitkomsten hiervan worden ook meegenomen in de risico analyse.
Voor het selecteren van een risico gebaseerde controle worden de volgende parameters meegenomen:
Iedere maand organiseren de betrokken visserij inspecteurs meetings om de monitoringresultaten te bespreken en inspectie prioriteiten te stellen voor de opvolgende maand. Tijdens de meetings worden overtredingen van het GVB meegewogen en daar waar nodig follow up inspecties gepland.
Het maandelijkse overleg selecteert de visserij ondernemingen die de voorschriften van het steekproefplan overtreden. Voor deze ondernemingen wordt een proces gestart om de ontheffing op de verplichting om bij aanlanding een volledige weging uit te voeren en toestemming om visserijproducten te mogen wegen aan boord in te trekken.
Marktdeelnemers die de voorschriften van het steekproefplan overtreden zullen strafrechtelijk en/of bestuursrechtelijk vervolgd worden. In het kader van bestuursrechtelijke sanctionering bestaat tevens de mogelijkheid de ontheffing om te mogen wegen aan boord tijdelijk te schorsen of definitief in te trekken.
Marktdeelnemers die de voorschriften van het steekproefplan overtreden zullen strafrechtelijk en/of bestuursrechtelijk vervolgd worden. In het kader van bestuursrechtelijke sanctionering bestaat tevens de mogelijkheid de ontheffing om te mogen wegen aan boord tijdelijk te schorsen of definitief in te trekken.
Bergen aan Zee (gemeente Bergen)
Egmond aan Zee (gemeente Bergen)
Gelet op artikel 6 eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij is het in de met een * aangeduide havens uitsluitend toegestaan vis aan te landen, over te laden of te lossen door een vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 59 meter of met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT.
Terheide (gemeente Monster)
Gelet op artikel 6 eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij is het in de met een * aangeduide havens uitsluitend toegestaan vis aan te landen, over te laden of te lossen door een vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 59 meter of met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT.
Gelet op artikel 6 eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij is het in de met een * aangeduide havens uitsluitend toegestaan vis aan te landen, over te laden of te lossen door een vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 59 meter of met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT.
Stellendam (gemeente Goedereede)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
De Cocksdorp (gemeente Texel)
Oudeschild (gemeente Texel)
Petten (gemeente Zijpe)
Camperduin (gemeente Bergen)
Schoorl (gemeente Bergen)
Bergen aan Zee (gemeente Bergen)
Egmond aan Zee (gemeente Bergen)
Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Bijlage 7. Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheerperiode als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Bijlage 8. behorende bij de artikelen 1, eerste lid, 21, eerste lid, en 29, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
De vissoorten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, de vangstgebieden, bedoeld in artikel 1, eerste lid, en de percentages, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, voor het kalenderjaar 2024
| Vissoort | Gebied | Percentage |
|---|---|---|
| Blauwe wijting | Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie en internationale wateren van deelsectoren 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8a, 8b, 8d, 8e, 12 en 14 | 125,5600% |
| Grote Zilversmelt | ICES-deelgebieden 6 en 7, wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-deelgebied 5 | 103,3801% |
| Haring | Wateren van het Verenigd Koninkrijk, van de Faeröer, van Noorwegen en de internationale wateren van de ICES gebieden 1 en 2 | 76,2219% |
| Haring | Wateren van de Unie, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen van ICES-deelgebied 4 ten noorden van 53° 30' NB | 114,7699% |
| Haring | ICES-sectoren 4c en 7d | 134,1793% |
| Haring | ICES-sectoren 6b en 6a-Noord, wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-sector 5b | 120,1888% |
| Haring | ICES-sectoren 6a-Zuid, 7b en 7c | 121,6530% |
| Haring | ICES-sectoren 7a ten zuiden van 52°30’N.B., 7g, 7h, 7j en 7k | 100,0000% |
| Horsmakreel | Wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sectoren 2a en 4a; ICES-deelgebied 6, ICES-sectoren 7a-c, 7e-k, 8a-b 8d -e; wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-sector 5b; internationale wateren van de ICES-deelgebieden 12 en 14 | 0,0000% |
| Horsmakreel | Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d | 102,0132% |
| Kabeljauw | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort | 108,8173% |
| Makreel | ICES-deelgebieden 6 en 7, ICES-sectoren 8a, 8b, 8d en 8e; wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-sector 5b; internationale wateren van ICES-sector 2a en de ICES-deelgebieden 12 en 14 | 90,7830% |
| Schol | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort | 79,3220% |
| Tong | Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a | 38,2578% |
| Wijting | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a | 214,6764% |
Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in artikel 104, zevende lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Yerseke (gemeente Reimerswaal)
Wilhelminadorp (gemeente Goes)
Zierikzee (gemeente Schouwen-Duiveland)
Walsoorden (gemeente Hontenisse)
Bijlage 11. behorende bij artikel 140c van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
| Soort en FAO-/GN-code | Grootte | Benaming | Afmeting | Drempelprijs (EUR/t) |
|---|---|---|---|---|
| Schol | ||||
| | per 01-01-2021 | 1 | Groot | 41 cm en groter | 1.750 |
| t/m 30-04-2021 | 2 | Schol I | 35 tot 41 cm | 1.300 |
| [PLE/GN 3022200] | 3 | Schol II | 31 tot 35 cm | 1.270 |
| 4 | Schol III | 27 tot 31 cm | 1.130 | |
| Schol | ||||
| || per 01-05-2021 | 1 | Groot | 41 cm en groter | 2.040 |
| t/m 30-11-2021 | 2 | Schol I | 35 tot 41 cm | 1.490 |
| [PLE/GN 3022200] | 3 | Schol II | 31 tot 35 cm | 1.360 |
| 4 | Schol III | 27 tot 31 cm | 1.210 | |
| Schol | ||||
| ||| per 01-12-2021 | 1 | Groot | 41 cm en groter | 1.750 |
| t/m 31-12-2021 | 2 | Schol I | 35 tot 41 cm | 1.370 |
| [PLE/GN 3022200] | 3 | Schol II | 31 tot 35 cm | 1.340 |
| 4 | Schol III | 27 tot 31 cm | 1.210 | |
| Garnalen (vers, gekoeld), gestoomd of in water gekookt | *Breedte v.h. pantser* | |||
| [CSH/GN 3062310] | 1 | 6,8 mm en meer | 3.250 | |
| 2 | 6,5 mm en meer | 3.250 |
Bijlage 12a. behorend bij de artikelen 87a en 87b
Naar aanleiding van elke vermogensmeting wordt een meetrapport opgemaakt met het motorvermogen en toerental in stomende en vissende conditie. De volgende parameters worden, indien van toepassing, opgenomen in het meetrapport:
- a. de regelstand van zowel de gemeenschappelijke aanwijzing als van alle brandstofpompen afzonderlijk, in stomende en vissende conditie, af te lezen ten opzichte van het vaste huis, of, indien het indicatorwijzertje wordt benut, de positie hiervan ten opzichte van het huis in verband met variabele vulringetjes;
- b. de regulateur uitsturing stomend/vissend;
- c. de dikte van de blokkeringsblokjes;
- d. vanuit proefstand en/of (proef)vaart, gegevens van ten minste de temperatuur van uitlaatgassen na de turbo, de temperatuur van de inlaatlucht, het toerental van de hoofdmotor en de turbodruk;
- e. het software nummer van geïnstalleerde softwareversie;
- f. het wijzigingsnummer en datum.
Bij het meetrapport wordt een verklaring van kennisname van het meetrapport gevoegd, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.
Indien een erkend meetbureau tijdens een vermogensmeting geconfronteerd wordt met niet verklaarbare afwijkingen van het motorvermogen, meldt het meetbureau dit terstond aan de minister. Het meetbureau maakt hier tevens een rapport van op.
Bijlage 12b. behorend bij de artikelen 87, 87a en 87b
Naar aanleiding van elke verzegeling wordt een (aanvullend) zegelplan opgemaakt. Zegels worden zodanig aangebracht dat ongeautoriseerde wijziging van de verzegeling wordt voorkomen. Het zegelplan wordt opgemaakt overeenkomstig de door de minister beschikbaar gestelde modellen en de richtlijnen van het motortype. Het zegelplan bevat te minste de volgende gegevens:
- a. indien een vermogensmeting heeft plaatsgevonden, worden het motorvermogen en de volgende parameters, indien van toepassing, opgenomen in het zegelplan:
- i. de regelstand van zowel de gemeenschappelijke aanwijzing als van alle brandstofpompen afzonderlijk, in stomende en vissende conditie, af te lezen ten opzichte van het vaste huis, of, indien het indicatorwijzertje wordt benut, de positie hiervan ten opzichte van het huis vastleggen in verband met variabele vulringetjes;
- ii. de regulateur uitsturing stomend/vissend;
- iii. de dikte van de blokkeringsblokjes;
- iv. indien mogelijk: de temperatuur van de uitlaatgassen, de temperatuur van de inlaatlucht, het toerental van de hoofdmotor en de turbodruk;
- v. het software nummer van geïnstalleerde softwareversie;
- vi. het wijzigingsnummer en datum;
- b. een scherpe foto van elke aangebrachte zegel met een vermelding van het onderdeel van de hoofdmotor of hoofdmotoren, de locatie, het zegelnummer en een geschrift, waaruit blijkt welke onderdelen van de hoofdmotor of hoofdmotoren zijn verzegeld, waar de verzegelingen zijn aangebracht en welk zegelnummer zij hebben;
- c. scherpe foto’s met duidelijk controleerbare meetafstanden (eventueel middels hulpmiddelen, zoals een lineaal) en een schriftelijke vermelding, waaruit blijkt waar en op welke wijze de stelbouten en breekbouten van de hoofdmotor of hoofdmotoren zijn geplaatst en ingesteld;
- d. bij schepen met een verstelbare schroef: de maximale uitsturing van het schroefmechanisme;
- e. een uiteenzetting waarom zegels zijn vervangen, alsmede de nummering van zowel de vervangen als de nieuw geplaatste zegels;
- f. eventuele bijzonderheden.
Bij het zegelplan worden gevoegd:
- a. een verklaring van het zegelbureau dat de feitelijke toestand van de hoofdmotor of hoofdmotoren overeenkomt met de in het zegelplan opgenomen gegevens;
- b. een verklaring van kennisname van het zegelplan, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.
Aan de hand van de onderstaande criteria besluit het zegelbureau of er met het verzegelen een vermogensmeting dient plaats te vinden. De analyse die wordt gemaakt op basis van de hieronder genoemde criteria, wordt doorgegeven aan de kapitein of eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde, en aan de minister.
- a. bij een verbroken verzegeling wordt een analyse gemaakt of de verbroken verzegeling van invloed kan zijn op het motorvermogen;
- b. bij meerdere verbroken zegels worden de parameters, zoals het toerental, de uitlaattemperatuur of de vuldruk vergeleken met de waarden die zijn opgenomen in het oorspronkelijke meetrapport;
- c. naar aanleiding van een verbroken verzegeling kan door een erkend zegelbureau worden besloten dat een nieuwe vermogensmeting noodzakelijk is. Wanneer bijvoorbeeld uit het bepaalde in onderdeel b blijkt dat de parameters dermate afwijken van het oorspronkelijke meetrapport, waardoor het vermoeden bestaat dat het motorvermogen niet meer overeenkomt met het oorspronkelijk vastgestelde vermogen, zal ook een vermogensmeting noodzakelijk zijn.
Bijlage 11. behorende bij artikel 140c van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
| Soort en FAO-/GN-code | Grootte | Benaming | Afmeting | Drempelprijs (EUR/t) |
|---|---|---|---|---|
| Schol | ||||
| | per 01-01-2024 | 1 | Groot | 41 cm en groter | 1.750 |
| t/m 30-04-2024 | 2 | Schol I | 35 tot 41 cm | 1.300 |
| [PLE/GN 3022200] | 3 | Schol II | 31 tot 35 cm | 1.270 |
| 4 | Schol III | 27 tot 31 cm | 1.130 | |
| Schol | ||||
| || per 01-05-2024 | 1 | Groot | 41 cm en groter | 2.040 |
| t/m 30-11-2024 | 2 | Schol I | 35 tot 41 cm | 1.490 |
| [PLE/GN 3022200] | 3 | Schol II | 31 tot 35 cm | 1.360 |
| 4 | Schol III | 27 tot 31 cm | 1.210 | |
| Schol | ||||
| ||| per 01-12-2024 | 1 | Groot | 41 cm en groter | 1.750 |
| t/m 31-12-2024 | 2 | Schol I | 35 tot 41 cm | 1.370 |
| [PLE/GN 3022200] | 3 | Schol II | 31 tot 35 cm | 1.340 |
| 4 | Schol III | 27 tot 31 cm | 1.210 | |
| Garnalen (vers, gekoeld), gestoomd of in water gekookt | *Breedte v.h. pantser* | |||
| [CSH/GN 3062310] | 1 | 6,8 mm en meer | 3.750 | |
| 2 | 6,5 mm en meer | 3.750 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 30a. Vervallen contingenten
Indien een visvergunning wordt ingetrokken ingevolge artikel 96, eerste lid, onderdeel c, vervallen de contingenten die gelden voor het vissersvaartuig dat is vermeld op die visvergunning.
Indien op naam van de houder van de visvergunning, bedoeld in het eerste lid, contingenten zijn aangehouden ingevolge artikel 44, vervallen ook deze contingenten.
Vangstmogelijkheden van vervallen contingenten blijven gedurende het kalenderjaar waarin de contingenten vervallen, voor zover deze nog niet zijn opgevist, onderdeel van het groepscontingent waaraan ze ingevolge artikel 32, eerste lid, zijn toegekend.
Indien de contingenten niet in beheer zijn gegeven aan een groep of producentenorganisatie en ze ingevolge artikel 32, eerste lid, geen onderdeel uitmaken van een groepscontingent, worden de vangstmogelijkheden van die vervallen contingenten gedurende het kalenderjaar waarin ze vervallen toegevoegd aan de door de minister gereserveerde vangstmogelijkheden, bedoeld in artikel 12, eerste lid, voor zover deze contingenten nog niet zijn opgevist.
Indien contingenten vervallen in het kalenderjaar 2022, zijn het derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing voor het kalenderjaar 2023.
§ 4. Groepscontingenten
Artikel 32a. Extra hoeveelheid vangstmogelijkheden
Indien een groep of producentenorganisatie een verzoek heeft ingediend als bedoeld in artikel 32, eerste lid, kent de minister aan het groepscontingent van die groep of producentenorganisatie ambtshalve een extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van een vissoort voor een vangstgebied toe.
De totale hoeveelheid extra vangstmogelijkheden die door de minister op grond van het eerste en derde lid, kan worden toegekend is gelijk aan de totale hoeveelheid van de vangstmogelijkheden van vervallen contingenten.
De omvang van de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden per groep of producentenorganisatie wordt bepaald naar evenredigheid van hetgeen is opgevist en aangeland in het voorafgaande kalenderjaar, door de vissersvaartuigen van de leden van de groep of producentenorganisatie in het kalenderjaar waarvoor het groepscontingent wordt toegekend, per vissoort, genoemd in bijlage 8, in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied.
Artikel 32, tweede lid, is van toepassing op de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden.
Artikel 46 is niet van toepassing op de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden.
Artikel 32b. Benutting groepscontingent
De minister draagt er zorg voor dat de aanlandingen van de leden van een groep of producentenorganisatie, waarvoor een groepscontingent geldt waaraan een extra hoeveelheid vangstmogelijkheden is toegekend als bedoeld in artikel 32a, in mindering worden gebracht op de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van het desbetreffende groepscontingent, tenzij de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van het desbetreffende groepscontingent volledig is opgevist.
§ 5. Korting, overdracht, aanhouding en ingebruikgeving van contingenten
§ 6. Overige bepalingen over contingenten
Hoofdstuk 3. Technische maatregelen
Hoofdstuk 4. Meerjarenplannen en overige instandhoudingsmaatregelen
Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone
Hoofdstuk 6. Controleverordening
§ 5. Controle op meerjarenplannen
§ 2. Invoer
§ 3. IUU en vangstdocumentatieregelingen
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
3. Wettelijke basis
4. Begrippen en definities
5. Uitwerking controleplan
5.1.3. Voorschriften voor marktdeelnemers in Nederland (visafslag / koper)
5.1. Voorschriften marktdeelnemers
1. Inleiding
Steekproefplan voor ‘Wegen aan boord’ van verse visserijproducten o.b.v. artikel 60 (3) van Vo 1224/2009
Conform artikel 60 (1 en 2) van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) moet garanderen (hierna: Controleverordening) zien lidstaten erop toe dat alle visserijproducten bij aanlanding worden gewogen op door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde systemen.
Bij wijze van afwijking mogen de lidstaten conform artikel 60 (3) toestaan dat visserijproducten aan boord van een vissersvaartuig worden gewogen volgens een door de Commissie goedgekeurd steekproevenplan dat is vastgesteld overeenkomstig de methode die is beschreven in bijlage XX van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (hierna: Uitvoeringsverordening).
5.2. Risico beoordeling
Het doel van dit steekproefplan is om te verifiëren of de weging die aan boord heeft plaats gevonden voldoende nauwkeurig is. Dit om een juiste weging te garanderen zodat de weegresultaten van de aangelande visserijproducten gebruikt kunnen worden voor het invullen van de aangifte van aanlanding, het vervoersdocument (indien van toepassing), de verkoopdocumenten en de aangifte van overname.
4. Begrippen en definities
4. Begrippen en definities
De kapitein van het vissersvaartuig registreert de navolgende gegevens in zijn weegregister:
5.1.1. Voorschriften kapitein/eigenaar vissersvaartuig
Een EU vissersvaartuig afkomstig uit een andere lidstaat mag in Nederland aanlanden en gebruik maken van dit Nederlandse steekproefplan mits hij voldoet aan bovengenoemde voorschriften. Daarnaast moet de kapitein voorafgaande aan de aanlanding het volgende aantonen:
Naast de kapitein/eigenaar van het vissersvaartuig, voldoet de opvolgende (geregistreerde) marktdeelnemer zoals geregistreerde kopers, visafslagen of andere marktdeelnemers (EU erkende levensmiddelenbedrijven) verantwoordelijk voor de 1e afzet aan de volgende voorschriften:
In Nederland zijn namens de Minister door de RVO 129 ontheffingen verstrekt van artikel 60 (2) van de Controleverordening. Hierdoor hebben deze vaartuigen toestemming om overeenkomstig de daaraan verbonden voorschriften visserij producten te mogen wegen aan boord. Als voldaan wordt aan de in dit plan opgenomen voorschriften mogen deze vaartuigen in afwijking van artikel 60 (2) van de Controleverordening aan boord van het vissersvaartuig blijven wegen, mits ze overeenkomstig de voorschriften van het onderhavige steekproefplan handelen, waaronder het uitvoeren van een steekproefweging op het moment van de aanlanding. De meeste vissersvaartuigen met een ontheffing van 60 (2) van de Controleverordening vissen met trawlnetten (Bodem- en pelagische trawls5Bijlage XI van de Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011.). Deze vaartuigen voeren geen steekproefwegingen bij aanlanding uit overeenkomstig de voorschriften van het onderhavige plan, maar wegen in de praktijk alle visserijproducten direct na aanlanding of zullen deze pas na transport gaan wegen, overeenkomstig de voorschriften van het op grond van artikel 61 (1) Controleverordening vastgestelde Controleplan. Naar verwachting zullen alleen de vissersvaartuigen die gebruik maken van vistuigen die tot de categorie ‘Zegen’ behoren, steekproefwegingen bij aanlanding uitvoeren overeenkomstig het onderhavige steekproefplan. Binnen dit visserij type gaat het om 17 vaartuigen die met het vistuig type ‘Schotse zegen’ (SSC)6Verordening (EG) Nr. 2406/96 VAN DE RAAD van 26 november 1996 houdende vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde visserijproducten. vissen. Het risico dat door deze vissersvaartuigen aangelande, reeds aan boord gewogen vis, afwijkingen vertoont met wegingen aan land wordt beoordeeld als laag. Redenen hiervoor zijn:
Bijlage 1
Bijlage 2
De kapitein is verplicht de weegresultaten die aan boord zijn verzameld te registreren en te bewaren. De marktdeelnemer die de partij in ontvangst heeft genomen op het moment van de aanlanding verzamelt en registreert de resultaten van de steekproefweging. Beide marktdeelnemers bewaren de gegevens voor een periode van 3 jaar en de gegevens worden op verzoek aan de bevoegde autoriteit verstrekt.
5.6. Controles ter verificatie van de steekproef op het moment van aanlanding.
Bijlage 3
5.6. Controles ter verificatie van de steekproef op het moment van aanlanding.
Katwijk aan Zee (gemeente Katwijk)
Terheide (gemeente Monster)
Europoort (gemeente Rotterdam)
Bijlage 8a. Vistuigen met de codes, in voorkomend geval de maaswijdte en bijbehorende vissoorten, behorende bij artikel 21
| Vistuig | Code* | Maaswijdte | Vissoort |
|---|---|---|---|
| Boomkor | TBB | ≥ 120 mm | Schol |
| Boomkor | TBB | 80–119 mm | Tong, schol |
| Bodemottertrawl, Dubbele-bordentrawls, Bodemspantrawls, Deense zegen, Schotse spanzegen | OTB, OTT, PTB, SDN, SPR | 70–119 mm | Schol |
| Bodemottertrawl, Dubbele-bordentrawls, Bodemspantrawls, Deense zegen, Schotse spanzegen | OTB, OTT, PTB, SDN, SPR | ≥ 120 mm | Schol, kabeljauw |
| Schotse zegen | SSC | 100–119 mm | Schol |
| Schotse zegen | SSC | ≥ 120 mm | Schol, kabeljauw |
| Kieuwnetten, geankerd kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie van kieuw- en schakelnetten, schakelnetten | GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR | 90–109 mm | Tong |
| Kieuwnetten, geankerd kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie van kieuw- en schakelnetten, schakelnetten | GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR | 140–270 mm | Kabeljauw |
| Handlijnen en hengelsnoeren (machinaal) | LHM | Makreel | |
| Handlijnen en hengelsnoeren (met de hand bediend) | LHP | Kabeljauw | |
| Pelagische ottertrawl, pelagische spantrawl | OTM, PTM | 32-69 mm | Blauwe wijting, haring, horsmakreel en makreel |
- Codes genoemd in bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening.
Bijlage 9. behorende bij artikel 24 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
De hoeveelheden, bedoeld in artikel 24 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, voor het kalenderjaar 2024
| Artikel | Vissoort | Gebiedsomschrijving | Hoeveelheid (per vaartuig) |
|---|---|---|---|
| Artikel 24, eerste lid, onderdeel a | Kabeljauw | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort | 87 kilogram per maand |
| Artikel 24, eerste lid, onderdeel a | Wijting | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a | 160 kilogram per maand |
| Artikel 24, eerste lid, onderdeel a | Makreel | ICES-sector 3a; wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-sector 2a, 3b, 3c; ICES-sector 3d en ICES-deelgebied 4; Noorse wateren van ICES-sectoren 2a en 4a | 177 kilogram per maand |
| Artikel 24, eerste lid, onderdeel c | Kabeljauw | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort | 214 kilogram per jaar |
| Artikel 24, eerste lid, onderdeel c | Wijting | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a | 220 kilogram per jaar |
| Artikel 24, eerste lid, onderdeel c | Makreel | ICES-sector 3a; wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-sector 2a, 3b, 3c; ICES-sector 3d en ICES-deelgebied 4; Noorse wateren van ICES-sectoren 2a en 4a | 41 kilogram per jaar |
| Artikel 24, eerste lid, onderdeel d | Horsmakreel | Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d | 165 kilogram per jaar |
Bijlage 10
Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in artikel 104, zevende lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Sint-Annaland (gemeente Tholen)
Nes (gemeente Ameland)
Loswal (gemeente Schore)
Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone
Hoofdstuk 6. Controleverordening
§ 3. IUU en vangstdocumentatieregelingen
Hoofdstuk 7b. Maatregelen van regionale organisaties voor het visserijbeheer.
Artikel 140f. Instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in NAFO-gebied
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste en vijfde lid, 7, eerste en derde lid, 8, eerste lid, 9, tweede en vierde tot en met zesde lid, 10, 11, 12, derde en vijfde lid, 13, tweede en derde lid, 14, 15, eerste tot en met derde lid, 16, eerste en derde lid, 18, 19, derde lid, 21, derde lid, 22, tweede en zevende tot en met achtste lid, 23, vijfde en negende lid, 24, 25, eerste tot en met zesde lid, 26, eerste en zesde tot en met achtste lid, 27, tweede en twaalfde lid, 32, 39, zesde lid, 41, 46, eerste lid, van verordening 2019/833 en met de door de Europese Commissie op grond van artikel 50 van verordening 2019/833 vastgestelde gedelegeerde handelingen.
Als havens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, en 39, eerste lid, van verordening 2019/833, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B met uitzondering van Den Helder.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel a, en 39, derde lid, van verordening 2019/833, is de NVWA.
Het is verboden met een vaartuig als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van verordening 2019/833, een Nederlandse haven binnen te varen, dan wel de bemanning van dat vaartuig te vervangen.
Artikel 140g. Meerjarig herstelplan blauwvintonijn in Atlantische Oceaan en Middellandse Zee
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, derde lid, 11, 12, eerste lid, 15, eerste lid, 16, tweede lid, 17, 19, tweede tot en met vierde lid, 22, eerste lid, 23, derde lid, 25, 26, eerste tot en met vierde lid, 30, vierde lid, 31, eerste, tweede, zesde en zevende lid, 32, eerste lid, tweede lid en vierde tot en met achtste lid, 33, eerste tot en met vierde lid, 34, tweede lid, 35, eerste lid, 36, tweede lid, 38, 40, eerste, derde en vijfde lid, 41, derde lid, 45, tweede lid, 46, achtste lid, 49, eerste tot en met derde lid, en 56 van verordening 2016/1627 en met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 26, vijfde lid, 39 en 48 van verordening 2016/1627 vastgestelde uitvoeringshandelingen.
Als havens als bedoeld in de artikel 30, eerste lid, van verordening 2016/1627 worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van artikel 6, eerste lid, toegelaten havens mits het aanlanden of overladen plaatsvindt binnen de in bijlage 2 C bij die havens vermelde lostijden.
Artikel 140h. Controle- en handhavingregeling in NEAFC-gebied
Het is verboden in strijd te handelen met artikel 8, eerste en tweede lid, in samenhang met artikel 4 van uitvoeringsverordening nr. 433/2012, de artikelen 9, eerste en tweede lid, 13, 14, 15, 21, 23, artikel 24, eerste lid, in samenhang met artikel 12 van uitvoeringsverordening nr. 433/2012, en de artikelen 25, tweede lid, 40, eerste lid, 41, eerste lid, en 42 van verordening nr. 1236/2010.
De bevoegde instantie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening nr. 1236/2010, is de NVWA.
Het is verboden in het gereglementeerd gebied, bedoeld in artikel 3, onderdeel 3, van verordening nr. 1236/2010, vistuig te gebruiken dat niet is gemarkeerd overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van de controleverordening, in samenhang met de artikelen 6 tot en met 17 van de uitvoeringsverordening controleverordening.
De minister kan vistuig als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening nr. 1236/2010, verwijderen en vernietigen.
Als havens als bedoeld in artikel 23 van verordening nr. 1236/2010, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B.
Het is verboden met vaartuigen als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van verordening nr. 1236/2010, een Nederlandse haven binnen te varen.
Het is verboden met vaartuigen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van verordening nr. 1236/2010, activiteiten als bedoeld in dat lid, onderdeel b, te verrichten in een Nederlandse haven of in de Nederlandse territoriale wateren.
Het is verboden voor Nederlandse vaartuigen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, onderdeel c, van verordening nr. 1236/2010, om de in dat onderdeel genoemde activiteiten te verrichten met betrekking tot een vaartuig als bedoeld in artikel 44, eerste lid, aanhef van die verordening.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)