Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, van 14 juli 2011, nr. 218837, houdende samenvoeging en vereenvoudiging van diverse regelingen op het gebied van de zeevisserij (Uitvoeringsregeling zeevisserij)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-06-01
State In force
Source BWB
artikelen 278
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
9.

Het is verboden voor Nederlandse vaartuigen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, aanhef, van verordening nr. 1236/2010, voorzieningen, brandstof of andere diensten te verschaffen.

Artikel 140i. Over grote afstand trekkende visbestanden in ICCAT-gebied
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11, 14, eerste lid in samenhang met het tweede lid, 15, 19, eerste lid, 30, eerste lid, 31, 32, 34, 35, 36, 38, eerste tot en met vierde lid, 39, 40, eerste lid, 41, eerste tot en met derde lid, 44, vierde lid, 46, 52, eerste en tweede lid, 63, derde lid, en 53 in samenhang met de artikelen 54 tot en met 60, van verordening 2017/2107.

2.

Het is verboden met een vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 20 meter dat niet is opgenomen in het ICCAT-register van vaartuigen die gemachtigd zijn om op grootoogtonijn, geelvintonijn en gestreepte tonijn te vissen, deze vissoorten uit de wateren van de Atlantische Oceaan en aangrenzende zeeën te bevissen, aan boord te houden, over te laden, te vervoeren, over te brengen, te verwerken of aan te landen.

3.

Vaartuigen die van 1 januari tot en met 28 februari betrokken zijn bij visserijactiviteiten in het gebied dat wordt begrensd door breedtelijn 5° NB, breedtelijn 4° ZB, meridiaan 20° WL en de Afrikaanse grens, hebben een waarnemer als bedoeld in artikel 14, derde lid, van verordening 2017/2107, aan boord.

4.

Indien het quotum voor blauwe marlijn of witte marlijn is opgevist wordt de desbetreffende vissoort niet in de handel gebracht of verkocht.

5.

De kapitein van een transportvaartuig dat overlaadt op zee laat een regionale ICCAT-waarnemer als bedoeld in artikel 58, eerste lid, van verordening 2017/2107 aan boord van zijn vaartuig toe en verleent die overeenkomstig Bijlage VIII, punten 9 en 10, bij die verordening alle medewerking, zodat de waarnemer de in Bijlage VIII, punt 5, bij die verordening genoemde taken aan boord van het transportvaartuig, kan uitvoeren.

6.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 57, derde lid, van verordening 2017/2107 is de NVWA.

7.

Als havens als bedoeld in de artikelen 52, eerste lid, en 65, eerste lid, van verordening 2017/2107, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B met uitzondering van Den Helder.

Artikel 140j. Instandhoudings- en controlematregelen in SPRFMO-gebied
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 9, 10, 20, 22, vijfde lid, 23, tweede tot en met vierde lid en 41, eerste en tweede lid, van verordening 2018/975.

2.

Het is niet toegestaan de visserij, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, 13, eerste lid, of 18, eerste lid, van verordening 2018/975 te verrichten zonder voorafgaande toelating van de regionale organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO).

3.

Het is verboden bodemvisserij als bedoeld in artikel 4, punt 7, van verordening 2018/975 te bedrijven:

4.

Als havens als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2018/975, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B met uitzondering van Den Helder.

5.

Als contactpunt als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel b en c, en artikel 40, eerste lid, van verordening 2018/975, wordt aangewezen de meldkamer van de NVWA te Echt.

Artikel 140k. Beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen in het verdragsgebied van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, derde tot en met vijfde lid, 5, eerste tot en met vierde lid, 6, eerste lid, derde lid, eerste zin, vierde en zesde lid, 7, 8, eerste en tweede lid, 9, eerste tot en met derde lid, 10 tot en met 13, 14, eerste lid, eerste zin, 15, eerste en tweede lid, 16, eerste, derde en vierde lid, 18, tweede en derde lid, 19, tweede, vijfde tot en met zevende, negende, tiende, elfde, dertiende en veertiende lid, 21, eerste en derde tot en met zesde lid, 23, zevende lid, 24, eerste lid, en 27 van verordening 2021/56.

2.

Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 2021/56 te vissen met een ringzegen als bedoeld in artikel 3, punt 6, van die verordening tijdens de door de minister bepaalde sluitingsperiode, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van die verordening.

3.

Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 2021/56 in strijd te handelen met de volgende verplichtingen:

4.

Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 2021/56 die zijn ingeschreven in beide vaartuigenregisters als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van verordening 2021/56 in strijd te handelen met de kennisgeving, bedoeld in voornoemd tweede lid.

5.

Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 28, eerste lid, van verordening 2021/56 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Artikel 140l. Instandhoudings- en beheersmaatregelen in het verdragsgebied van de Commissie voor de visserij in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, 6, eerste en vierde lid, 7, eerste tot en met zesde lid, 8, 9, eerste tot en met derde lid, 10, eerste lid, 11, eerste, derde en vierde lid, 12 tot en met 14, 15, eerste, tweede en vierde lid, 16, 17, eerste tot en met derde lid, 18, 19, 20, eerste tot en met derde lid, 21, eerste zin, 25, 26, 28, zevende lid, 29, tweede en vierde lid, 30, eerste tot en met derde lid, 31, eerste en tweede lid, eerste zin, 35, 37, tweede lid, tweede zin, en 40, derde lid, van verordening 2022/2056.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met de regelgeving van de kuststaat in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening 2022/2056, met betrekking tot het beheer en de opsporing van een visaantrekkende voorziening als bedoeld in artikel 3, punt 9, van verordening 2022/2056.

3.

Het is verboden om in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening 2022/2056, te bunkeren voor, gebunkerd te worden door of anderszins te worden ondersteund door andere vissersvaartuigen dan genoemd in artikel 24, onderdelen a tot en met c, van verordening 2022/2056.

4.

Bij gebruik op een vissersvaartuig van het volgsysteem, bedoeld in artikel 26, onderdeel b, van verordening 2022/2056, voldoet het aan de eisen, bedoeld in artikel 26, onderdeel b, onder i, ii en iv tot en met vi, van verordening 2022/2056.

5.

Exploitanten en kapiteins van vissersvaartuigen die vissen in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening 2022/2056, nemen de nodige maatregelen om de rechten van waarnemers, bedoeld in artikel 28, negende lid, van verordening 2022/2056, te waarborgen. Daarnaast handelen zij in voorkomend geval in overeenstemming met artikel 30, vijfde en zesde lid, van verordening 2022/2056.

6.

Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 41, eerste lid, van verordening 2022/2056 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Artikel 140m. Instandhoudings- en controlemaatregelen voor tonijnvisserij in de Indische Oceaan
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste en derde lid, 5, eerste en derde tot en met vijfde lid, 6, eerste en tweede lid, 7, eerste lid, 8, eerste lid, eerste en tweede zin, 9, eerste lid, eerste zin, 10, eerste lid, 11, eerste tot en met vierde lid, 12, 13, 14, eerste, derde en vierde lid, 15, eerste en tweede lid, 16, eerste lid, 17, eerste lid, 18, 19, 20, eerste en tweede lid, 21, eerste, tweede en zesde lid, eerste en tweede zin, 22, eerste en tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 28, eerste lid, 30, eerste lid, 35, eerste lid, 39, eerste en tweede lid, 40, eerste lid en 53, laatste zin, van verordening 2022/2343.

2.

Het is verboden met een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, van verordening 2022/2343 in strijd te handelen met de volgende verplichtingen:

3.

Het is verboden met een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van verordening 2022/2343 te vissen in het gebied, bedoeld in artikel 3, punt 2, van verordening 2022/2343, voordat aan RVO de gegevens, bedoeld in artikel 24, derde lid, aanhef, onderdelen a en c tot en met p, van die verordening, zijn verstrekt.

4.

Het is verboden met een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel e, van verordening 2022/2343 activiteiten als bedoeld in dat onderdeel te verrichten of betrokken te zijn bij die activiteiten.

5.

Vangsten van soorten als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van verordening 2022/2343 door een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, van die verordening gaan bij de invoer op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij of samenwerkende niet-overeenkomstsluitende partij als bedoeld in artikel 3, punt 5, van verordening 2022/2343 vergezeld van de statistische documenten, bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van die verordening.

6.

Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 54, eerste lid, van verordening 2022/2343 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Artikel 140n. Beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen voor instandhouding van de zuidelijke blauwvintonijn
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste zin, 5, tweede lid, 6, eerste tot en met derde lid, 7, eerste en tweede lid en derde lid, eerste zin, 8, eerste lid, 10, eerste lid, 15, eerste lid, 16 en 17 van verordening 2023/675.

2.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 11, eerste en tweede lid, en artikel 12, tweede lid, van verordening 2023/675 is de NVWA.

3.

Als havens als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van verordening 2023/675 worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2B met uitzondering van Den Helder.

4.

Als contactpunt als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van verordening 2023/675, wordt aangewezen de meldkamer van de NVWA te Echt.

5.

Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 25, eerste lid, van verordening 2023/675 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Artikel 140o. Maatregelen in het verdragsgebied van de Commissie voor de visserij in het noordelijke deel van de Stille Oceaan
1.

De gegevens over vangsten als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden met een vissersvaartuig als bedoeld in dat lid worden verstrekt aan RVO uiterlijk de dinsdag in de week volgend op de week waarin de vangst is gedaan, ongeacht het deel van de vangstbeperking dat gebruikt is.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 51 en 52 van de verordening vangstmogelijkheden.

Hoofdstuk 7c. Recreatievisserij

Artikel 140p. Vangstmogelijkheden
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 10, vijfde lid, 11, vierde lid, 12, eerste lid, 13, tweede lid, 14, zevende lid, van de verordening vangstmogelijkheden, de artikelen 4, zesde lid, 6, vierde en vijfde lid, en 19, tweede en vijfde lid, van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, en de artikelen 10 en 11, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee.

2.

Het is verboden op zee, in het zeegebied, in de kustwateren, in de visserijvrije zone of in de onmiddellijke nabijheid van wateren:

3.

Het is verboden kabeljauw of overeenkomstig de artikelen 10, vijfde lid, onderdeel b, of 11, vierde lid, van de verordening vangstmogelijkheden gevangen zeebaars of overeenkomstig de artikelen 12, eerste lid, of 13, tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden gevangen witte koolvis aan te landen die is gefileerd of is ontdaan van de kop.

4.

Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op zeebaars, witte koolvis en kabeljauw die aantoonbaar afkomstig is van een vissersvaartuig.

5.

Het tweede en derde lid zijn tevens van toepassing op of in de onmiddellijke nabijheid van met de wateren, genoemd in het tweede lid, in open verbinding staand binnenwater, tot ten hoogste 30 kilometer landinwaarts.

Artikel 140q. Minimummaten

De afmeting, bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Visserijwet 1963, bedraagt:

Artikel 140r. Technische maatregelen

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 7, 10, 11 en 12 van verordening 2019/1241, voor zover de handelingen worden verricht in het kader van recreatievisserij.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage a1. behorende bij de artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

2. Doel

Het doel van dit steekproefplan is om te verifiëren of de weging die aan boord heeft plaats gevonden voldoende nauwkeurig is. Dit om een juiste weging te garanderen zodat de weegresultaten van de aangelande visserijproducten gebruikt kunnen worden voor het invullen van de aangifte van aanlanding, het vervoersdocument (indien van toepassing), de verkoopdocumenten en de aangifte van overname.

5.1.1. Voorschriften kapitein/eigenaar vissersvaartuig

5.1.2. Voorschriften voor kapiteins met vissersvaartuig afkomstig uit andere EU lidstaat

5.1.3. Voorschriften marktdeelnemers verantwoordelijk voor de 1e afzet

In Nederland zijn namens de Minister door de RVO 129 ontheffingen verstrekt van artikel 60 (2) van de Controleverordening. Hierdoor hebben deze vaartuigen toestemming om overeenkomstig de daaraan verbonden voorschriften visserij producten te mogen wegen aan boord. Als voldaan wordt aan de in dit plan opgenomen voorschriften mogen deze vaartuigen in afwijking van artikel 60 (2) van de Controleverordening aan boord van het vissersvaartuig blijven wegen, mits ze overeenkomstig de voorschriften van het onderhavige steekproefplan handelen, waaronder het uitvoeren van een steekproefweging op het moment van de aanlanding. De meeste vissersvaartuigen met een ontheffing van 60 (2) van de Controleverordening vissen met trawlnetten (Bodem- en pelagische trawls5Bijlage XI van de Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011.). Deze vaartuigen voeren geen steekproefwegingen bij aanlanding uit overeenkomstig de voorschriften van het onderhavige plan, maar wegen in de praktijk alle visserijproducten direct na aanlanding of zullen deze pas na transport gaan wegen, overeenkomstig de voorschriften van het op grond van artikel 61 (1) Controleverordening vastgestelde Controleplan. Naar verwachting zullen alleen de vissersvaartuigen die gebruik maken van vistuigen die tot de categorie ‘Zegen’ behoren, steekproefwegingen bij aanlanding uitvoeren overeenkomstig het onderhavige steekproefplan. Binnen dit visserij type gaat het om 17 vaartuigen die met het vistuig type ‘Schotse zegen’ (SSC)6Verordening (EG) Nr. 2406/96 VAN DE RAAD van 26 november 1996 houdende vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde visserijproducten. vissen. Het risico dat door deze vissersvaartuigen aangelande, reeds aan boord gewogen vis, afwijkingen vertoont met wegingen aan land wordt beoordeeld als laag. Redenen hiervoor zijn:

5.5. Weegresultaten

Indien het totaal gewicht van alle aangelande soorten minder is dan 50 kg is het niet nodig een steekproef uit te voeren. De aangelande partij wordt in deze situatie in zijn geheel gewogen.

De kapitein van het vissersvaartuig registreert de navolgende gegevens in zijn weegregister:

De kapitein is verplicht de weegresultaten die aan boord zijn verzameld te registreren en te bewaren. De marktdeelnemer die de partij in ontvangst heeft genomen op het moment van de aanlanding verzamelt en registreert de resultaten van de steekproefweging. Beide marktdeelnemers bewaren de gegevens voor een periode van 3 jaar en de gegevens worden op verzoek aan de bevoegde autoriteit verstrekt.

5.7. Interventie

Bijlage 1

5.7. Interventie

Bijlage 1

Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

A. Havens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en losplaatsen als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de artikelen 14, vierde lid, 124, vierde lid, 133, tweede en zevende lid, 140f, tweede lid, 140h, vijfde lid, 140i, zevende lid, 140j, vierde lid, en 140n, derde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 3

C. Havens en lostijden als bedoeld in de artikelen 116, tweede lid, en 140g, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Neeltje Jans (gemeente Schouwen-Duiveland)

Stellendam (gemeente Goedereede)

Bruinisse (gemeente Schouwen-Duiveland)

Burgsluis (gemeente Schouwen-Duiveland)

Roompotsluis (Colijnsplaat, gemeente Noord-Beveland)

Kats (gemeente Noord-Beveland)

Schelphoek (gemeente Schouwen-Duiveland)

Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Bijlage 7. Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheerperiode als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Bijlage 8. behorende bij de artikelen 1, eerste lid, 21, eerste lid, en 29, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

De vissoorten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, de vangstgebieden, bedoeld in artikel 1, eerste lid, en de percentages, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, voor het kalenderjaar 2026.

Vissoort Gebied Percentage
Blauwe wijting Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie en internationale wateren van deelsectoren 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8a, 8b, 8d, 8e, 12 en 14 58,88114%
Grote Zilversmelt ICES-deelgebieden 6 en 7, wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-deelgebied 5 97,10264%
Haring Wateren van het Verenigd Koninkrijk, van de Faeröer, van Noorwegen en de internationale wateren van de ICES gebieden 1 en 2 133,04207%
Haring Wateren van de Unie, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen van ICES-deelgebied 4 ten noorden van 53° 30' NB 77,84435%
Haring ICES-sectoren 4c en 7d 70,73733%
Haring ICES-sectoren 6b en 6a-Noord, wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-sector 5b 186,76343%
Haring ICES-sectoren 6a-Zuid, 7b en 7c 258,71468%
Haring ICES-sectoren 7a ten zuiden van 52° 30’NB, 7g, 7h, 7j en 7k 100,00000%
Horsmakreel Wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sectoren 2a en 4a; ICES-deelgebied 6, ICES-sectoren 7a-c, 7e-k, 8a-b 8d-e; wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-sector 5b; internationale wateren van de ICES-deelgebieden 12 en 14 98,21772%
Horsmakreel Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d 0,00000%
Kabeljauw ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort 54,93067%
Makreel ICES-deelgebieden 6 en 7, ICES-sectoren 8a, 8b, 8d en 8e; wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-sector 5b; internationale wateren van ICES-sector 2a en de ICES-deelgebieden 12 en 14 58,16495%
Schol ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort 101,67025%
Tong Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a 121,55282%
Wijting ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a 123,86885%

Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in artikel 104, zevende lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bewaarvorm: bevroren

Bewaarvorm: vers

Bewaarvorm: bevroren

Bewaarvorm: bevroren

Bijlage 11. behorende bij artikel 140c van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Soort en FAO-/GN-code Grootte Benaming Afmeting Drempelprijs (EUR/t)
Schol
| per 01-01-2025 1 Groot 41 cm en groter 1.750
t/m 30-04-2025 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.300
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.270
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.130
Schol
|| per 01-05-2025 1 Groot 41 cm en groter 2.040
t/m 30-11-2025 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.490
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.360
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.210
Schol
||| per 01-12-2025 1 Groot 41 cm en groter 1.750
t/m 31-12-2025 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.370
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.340
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.210
Garnalen (vers, gekoeld), gestoomd of in water gekookt *Breedte v.h. pantser*
[CSH/GN 3062310] 1 6,8 mm en meer 4.000
2 6,5 mm en meer 4.000

Bijlage 12a. behorend bij de artikelen 87a en 87b

Naar aanleiding van elke vermogensmeting wordt een meetrapport opgemaakt met het motorvermogen en toerental in stomende en vissende conditie. De volgende parameters worden, indien van toepassing, opgenomen in het meetrapport:

Bij het meetrapport wordt een verklaring van kennisname van het meetrapport gevoegd, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.

Indien een erkend meetbureau tijdens een vermogensmeting geconfronteerd wordt met niet verklaarbare afwijkingen van het motorvermogen, meldt het meetbureau dit terstond aan de minister. Het meetbureau maakt hier tevens een rapport van op.

Bijlage 11. behorende bij artikel 140c van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Soort en FAO-/GN-code Grootte Benaming Afmeting Drempelprijs (EUR/t)
Schol
| per 01-01-2025 1 Groot 41 cm en groter 1.750
t/m 30-04-2025 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.300
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.270
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.130
Schol
|| per 01-05-2025 1 Groot 41 cm en groter 2.040
t/m 30-11-2025 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.490
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.360
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.210
Schol
||| per 01-12-2025 1 Groot 41 cm en groter 1.750
t/m 31-12-2025 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.370
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.340
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.210
Garnalen (vers, gekoeld), gestoomd of in water gekookt *Breedte v.h. pantser*
[CSH/GN 3062310] 1 6,8 mm en meer 4.000
2 6,5 mm en meer 4.000

Bijlage 11. behorende bij artikel 140c van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Soort en FAO-/GN-code Grootte Benaming Afmeting Drempelprijs (EUR/t)
Schol
| per 01-01-2026 1 Groot 41 cm en groter 1.750
t/m 30-04-2026 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.300
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.270
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.130
Schol
|| per 01-05-2026 1 Groot 41 cm en groter 2.040
t/m 30-11-2026 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.490
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.360
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.210
Schol
||| per 01-12-2026 1 Groot 41 cm en groter 1.750
t/m 31-12-2026 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.370
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.340
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.210
Garnalen (vers, gekoeld), gestoomd of in water gekookt *Breedte v.h. pantser*
[CSH/GN 3062310] 1 6,8 mm en meer 4.000
2 6,5 mm en meer 4.000

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 140s. Controleverordening

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 55, tweede lid, van de controleverordening.

Artikel 140t. Maatregelen van regionale organisaties voor het visserijbeheer
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 29, vierde lid, van verordening 2017/2107.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 17, derde lid, eerste en tweede zin, van verordening 2022/2343.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

5. Uitwerking steekproefplan

De steekproefweging wordt toegepast per vissoort. Hiervoor wordt per vissoort het aantal te wegen kisten bepaald. Het aantal kisten dat de marktdeelnemer per vissoort moet wegen is opgenomen in onderstaande tabel.

5.7. Interventie

Bijlage 2

A. Havens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en losplaatsen als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

C. Havens en lostijden als bedoeld in de artikelen 116, tweede lid, en 140g, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 3

Aanlandingsplaatsen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bergse Diepsluis (gemeente Tholen)

Haventje van Waarde (gemeente Reimerswaal)

Bijlage 8a. Vistuigen met de codes, in voorkomend geval de maaswijdte en bijbehorende vissoorten, behorende bij artikel 21

Vistuig Code* Maaswijdte Vissoort
Boomkor TBB ≥ 120 mm Schol
Boomkor TBB 80–119 mm Tong, schol
Bodemottertrawl, Dubbele-bordentrawls, Bodemspantrawls, Deense zegen, Schotse spanzegen OTB, OTT, PTB, SDN, SPR 70–119 mm Schol
Bodemottertrawl, Dubbele-bordentrawls, Bodemspantrawls, Deense zegen, Schotse spanzegen OTB, OTT, PTB, SDN, SPR ≥ 120 mm Schol, kabeljauw
Schotse zegen SSC 100–119 mm Schol
Schotse zegen SSC ≥ 120 mm Schol, kabeljauw
Kieuwnetten, geankerd kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie van kieuw- en schakelnetten, schakelnetten GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR 90–109 mm Tong
Kieuwnetten, geankerd kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie van kieuw- en schakelnetten, schakelnetten GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR 140–270 mm Kabeljauw
Handlijnen en hengelsnoeren (machinaal) LHM Makreel
Handlijnen en hengelsnoeren (met de hand bediend) LHP Kabeljauw
Pelagische ottertrawl, pelagische spantrawl OTM, PTM 32-69 mm Blauwe wijting, haring, horsmakreel en makreel

Bijlage 9. behorende bij artikel 24 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

De hoeveelheden, bedoeld in artikel 24 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, voor het kalenderjaar 2026

Artikel Vissoort Gebiedsomschrijving Hoeveelheid (per vaartuig)
Artikel 24, eerste lid, onderdeel a Kabeljauw ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort 34 kilogram per maand
Artikel 24, eerste lid, onderdeel a Wijting ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a 270 kilogram per maand
Artikel 24, eerste lid, onderdeel a Makreel ICES-sector 3a; wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-sector 2a, 3b, 3c; ICES-sector 3d en ICES-deelgebied 4; Noorse wateren van ICES-sectoren 2a en 4a 79 kilogram per maand
Artikel 24, eerste lid, onderdeel c Kabeljauw ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort 100 kilogram per jaar
Artikel 24, eerste lid, onderdeel c Wijting ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a 376 kilogram per jaar
Artikel 24, eerste lid, onderdeel c Makreel ICES-sector 3a; wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-sector 2a, 3b, 3c; ICES-sector 3d en ICES-deelgebied 4; Noorse wateren van ICES-sectoren 2a en 4a 20 kilogram per jaar
Artikel 24, eerste lid, onderdeel d Horsmakreel Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d 0 kilogram per jaar

Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in artikel 104, zevende lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bewaarvorm: vers

Bewaarvorm: gekookt

Bijlage 12a. behorend bij de artikelen 87a en 87b

Naar aanleiding van elke vermogensmeting wordt een meetrapport opgemaakt met het motorvermogen en toerental in stomende en vissende conditie. De volgende parameters worden, indien van toepassing, opgenomen in het meetrapport:

Bij het meetrapport wordt een verklaring van kennisname van het meetrapport gevoegd, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.

Indien een erkend meetbureau tijdens een vermogensmeting geconfronteerd wordt met niet verklaarbare afwijkingen van het motorvermogen, meldt het meetbureau dit terstond aan de minister. Het meetbureau maakt hier tevens een rapport van op.

Bijlage 12b. behorend bij de artikelen 87, 87a en 87b

Naar aanleiding van elke verzegeling wordt een (aanvullend) zegelplan opgemaakt. Zegels worden zodanig aangebracht dat ongeautoriseerde wijziging van de verzegeling wordt voorkomen. Het zegelplan wordt opgemaakt overeenkomstig de door de minister beschikbaar gestelde modellen en de richtlijnen van het motortype. Het zegelplan bevat te minste de volgende gegevens:

Bij het zegelplan worden gevoegd:

Aan de hand van de onderstaande criteria besluit het zegelbureau of er met het verzegelen een vermogensmeting dient plaats te vinden. De analyse die wordt gemaakt op basis van de hieronder genoemde criteria, wordt doorgegeven aan de kapitein of eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde, en aan de minister.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 102a. Providers voor volgapparatuur

Een provider voor volgapparatuur als bedoeld in artikel 9 van de controleverordening biedt slechts contracten aan nadat hij in staat is gebleken automatische communicatie met het visserijcontrolecentrum tot stand te kunnen brengen.

Hoofdstuk 7b. Maatregelen van regionale organisaties voor het visserijbeheer.

Hoofdstuk 7c. Recreatievisserij

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

6.1.2. Officiële controle na aankomst van ongewogen vis

3. Wettelijke basis

5.1. Voorschriften marktdeelnemers, kapitein en eigenaar vissersvaartuig

5.1.3. Voorschriften marktdeelnemers verantwoordelijk voor de 1e afzet

Naast de kapitein/eigenaar van het vissersvaartuig, voldoet de opvolgende (geregistreerde) marktdeelnemer zoals geregistreerde kopers, visafslagen of andere marktdeelnemers (EU erkende levensmiddelenbedrijven) verantwoordelijk voor de 1e afzet aan de volgende voorschriften:

5.2. Risico beoordeling

5.5. Weegresultaten

5.6. Controles ter verificatie van de steekproef op het moment van aanlanding.

Bijlage 1

Bijlage 2

D. Havens voor het verrichten van onderhoudswerkzaamheden als bedoeld in de artikel 133, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 3

Aanlandingsplaatsen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Haven Flauwers (gemeente Zierikzee)

Bijlage 10

Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in artikel 104, zevende lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bewaarvorm: gezouten

Bijlage 13. Locaties waar garnalen worden ingedeeld in de versheidsklassen en grootteklassen, behorend bij artikel 140d

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)